CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

345605 Begroting STEV 2022 bijlage 1 Begroting 2022-2026

Besluit in de Raad 23 februari 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Begroting Stichting Eemvallei educatief 2022 inclusief meerjarenraming 2022-202611.064 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting STEV 2022 Inclusief meerjarenraming 2022-2026

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................. 3 Begroting 2022 algemeen ................................................................................................................... 5 Inleiding.............................................................................................................................................. 5 De planning & control cyclus .......................................................................................................... 6 De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs ................................................................. 7 Tijdelijke Arbeidsmarkttoelage ....................................................................................................... 7 NPO middelen................................................................................................................................... 8 Huidige leerlingaantallen ................................................................................................................. 9 Leerlingen prognoses ....................................................................................................................

10 Deskundigheidsbevordering ......................................................................................................... 11 Huisvesting ...................................................................................................................................... 11 Meerjaren-perspectief per school ................................................................................................ 12 Financiële aandachtspunten en risico’s ...................................................................................... 13 Samenwerkingsverband Rijn en Gelderse Vallei ...................................................................... 14 Mogelijk bovenmatige vermogen ................................................................................................. 14 Uitgangspunten Meerjarenbegroting 2022 – 2026........................................................................ 15 Algemene uitgangspunten ............................................................................................................ 15 Uitgangspunten schoolbudget ...................................................................................................... 15 Uitgangspunten gezamenlijke begroting ....................................................................................

16 Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................................. 17 Meerjarenbegroting 2021 – 2025 exploitatieoverzicht inclusief toelichting ............................... 18 Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2022-2026.......................................................... 18 (Rijks)bijdragen OC&W ................................................................................................................. 19 Overige overheidsbijdragen .......................................................................................................... 20 Overige baten ................................................................................................................................. 20 Personele lasten ............................................................................................................................. 20 Afschrijvingen.................................................................................................................................. 21 Huisvestingslasten ......................................................................................................................... 22 Overige instellingslasten ...............................................................................................................

23 Meerjarenbegroting 2022-2026 balans inclusief toelichting ........................................................ 24 Meerjaren-balans ........................................................................................................................... 24 Meerjaren-kasstroomoverzicht ..................................................................................................... 25 Meerjaren-kengetallen ................................................................................................................... 25 Bijlage 1:

Betaalritme OCW en vordering op OCW. ............................................................... 28

STEV begroting 2022 2

Voorwoord Het College van Bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief (STEV) biedt hierbij haar begroting 2022 en de meerjaren-prognose aan. Het proces voor het opstellen van de gezamenlijke STEV begroting is gestart bij de 13 STEV scholen die samen STEV vormen. De scholen zijn gevraagd invulling te geven aan de materiële instandhouding. Daarnaast is tijdens het begrotingsgesprek met de schoolleiders ook de personele inzet voor het komend kalenderjaar besproken. De personele inzet die, na advies van de RvT, instemming van de P-GMR, vaststelling door CvB, is vastgelegd in het bestuursformatieplan, ligt voor 7/12e deel van deze begroting vast. Het resterende deel van de personele inzet, dat wil zeggen 5/12e deel van de personele bekostiging vanaf september tot december, is op basis van het begrotingsgesprek zo goed mogelijk ingeschat. Deze inschatting is gebaseerd op de leerlingenaantallen op teldatum 1-10-2021. Naast de input van de schoolleiders zijn ook de bij STEV betrokken adviseurs en stafmedewerkers vanuit hun expertises bevraagd. Tenslotte heeft de auditcommissie van de RvT en de financiële commissie van de GMR hun feedback over de concept versie gegeven. We hebben de (verwachte) financiële ontwikkelingen als uitgangspunten voor deze begroting genomen.

Tevens hebben we de huidige einddatum van subsidieregelingen, indien van toepassing, verwerkt. We hebben komend jaar begroot met een klein tekort op de gewone exploitatie begroting. Echter belangrijk is een aantal ontwikkelingen die impact hebben op de cijfers in dit document nadrukkelijk te beschrijven. Per 1 januari 2023 zal de nieuwe bekostiging systematiek van de overheid worden ingevoerd. De verwachting is dat de lopende gevolgen voor STEV beperkt zijn. Daarom hebben we begroot in de lijn met de huidige systematiek. Echter, de invoering van de nieuwe bekostiging kent wel een vervelende boekhoudkundige “adder onder het gras”. Dit betreft een eenmalige afschrijving van een vordering dit ontstaan is door het betaalritme van het ministerie. De huidige bekostiging wordt uitbetaald volgens een vast betaalritme, dat niet gelijk verdeeld is over het jaar, te een 7/12e deel en een 5/12e deel. Tot nu toe namen alle besturen primair onderwijs in hun jaarrekeningen op 31 december een vordering op voor 7/12 deel van het ministerie. Die vordering wordt vervolgens in januari-juli ontvangen. Door de veranderingen die de nieuwe bekostiging vraagt, wordt in 2022 eenmalig een streep gezet door deze vordering. Daarmee verliezen alle PO-schoolbesturen in 2022 eenmalig 7,1% berekend over de personele lumpsum en het budget voor onderwijsachterstanden.

Voor STEV is dit een eenmalige verliespost van k€ 612. In bijlage 1 vindt u een verdere toelichting hierop. Een tweede ontwikkeling bij STEV betreft de arbeidsmarktmiddelen. Ten aanzien van deze tijdelijke arbeidsmarktmiddelen nemen we bij STEV voor twee schooljaren extra kosten op, omdat we het al het personeel deze twee schooljaren een arbeidsmarkttoelage van 5% uitkeren. Deze toelage wordt voor het grootste deel betaal uit de in de lumpsum uitgekeerde arbeidsmarkttoelage die wij ontvangen van het ministerie aangevuld vanuit het eigen vermogen. Hierover rapporteren we uitgebreid op pagina 7.

STEV begroting 2022 3

In deze begroting opgenomen leerlingenprognose zien we een lichte groei van onze leerlingenaantallen. Dit is vooral het gevolg van de bij STEV ingezette acties op het versterken van onze zichtbaarheid in de regio. Deze versterking is vanuit visie beschreven in ons ambitieboek gestart met de ontwikkeling van een nieuw gezamenlijke huisstijl, met nieuwe websites. Ook hebben we onze digitale vindbaarheid vergroot. Daarnaast zijn we vanuit het beleidsthema ´duurzaam wereldburgerschap´ actief bezig in vulling te geven aan het versterken van ons imago. Tenslotte werken we vanuit het beleidsthema ´educatief partnerschap´ aan het versterken van onze relatie met onze belangrijkste ambassadeurs, namelijk onze ouders en andere bij ons onderwijs betrokken stakeholders. Door deze inzet zijn we effectiever in het zichtbaar maken hoe goed het STEV onderwijs op onze scholen is. Naast de exploitatiebegroting 2022 is ook een investeringsbegroting 2022-2026 opgesteld. Tevens is een meerjaren-balans en een kasstroomoverzicht opgenomen. Met deze begroting geven we inzicht op welke wijze we financieel invulling geven aan de belangrijkste strategische doelen voor 2022. Daarnaast informeren we middels dit document onze relevante externe stakeholders over de financiële invulling van onze ambitie voor 2022 en verder. dr. Karen Peters Voorzitter College van Bestuur Amersfoort, december 2021

STEV begroting 2022 4

Begroting 2022 algemeen Inleiding Het belangrijkste doel voor STEV is het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Dit doen de 13 authentieke openbare STEV-basisscholen door in te zetten op de gepersonaliseerde ontwikkeling van autonome en initiatiefrijke kinderen binnen een mondiale samenleving. Deze inzet komt tot uiting in ons kernboodschap:

Bij STEV hechten wij veel waarde aan kwalitatief goed onderwijs. Hierbij is kwalitatief goed onderwijs meer dan alleen het aanbod in rekenen en taal (zie ook ons Kwaliteitsstelsel). Wij staan samen met onze stakeholders voor de brede ontwikkeling van onze leerling tot duurzame wereldburger. We focussen bij STEV op een vanuit visie gestuurde professioneel handelende onderwijsprofessional die binnen een rijke onderwijssetting met dynamische instructiegroepen, goede voorzieningen en faciliteiten het beste onderwijs verzorgt dat er is. Alle acties die we bij STEV inzetten zijn erop gericht om het leerrendement en de kwaliteit van ons onderwijs te vergroten. De komende beleidsperiode is voor de volgende vier beleidslijnen gekozen die bijdragen aan kwalitatief goed onderwijs op al onze scholen.

*Zie ook het strategisch beleidsplan STEV 2020-2023

In het verlengde van de besturingsfilosofie en het beleid van STEV is opgenomen dat schoolleiders ontwikkelen naar integraal schoolleider. Daarbij horen ook bevoegdheden op financieel gebied. Zo hebben schoolleiders (en daarmee ook teams) meer invloed op de inzet van de formatie. De formatie is sinds 2020 gebaseerd op geld en niet op fpe’s. Voor de transparantie wordt bij het aankomend begrotingsproces ook de verwachtte personele bezetting vanaf 1 augustus 2022 meegenomen. Deze is dan gebaseerd op de leerlingenaantallen van 1 oktober 2021. Om bovenstaande doelen uit ons strategisch beleidsplan op de korte en lange termijn duurzaam te borgen, moeten de baten die wij op korte en lange termijn ontvangen in lijn zijn met uitgaven die we doen om de ontwikkelingen beschreven in ons strategisch beleidsplan STEV begroting 2022 5

te bereiken. Dat vraagt uiteraard om voldoende financiële middelen. Daarnaast moeten de middelen zo worden gealloceerd dat zij gericht zijn op het verbeteren van onze onderwijskwaliteit en het creëren van maatschappelijke waarde. We willen immers een gezonde, transparante en solide stichting blijven met een passende reserve, een goed en verantwoord bestedingspatroon, een passende begroting en heldere kaders en rapportages volgens de cyclus van planning en control. Onderstaand worden de volgende onderdelen toegelicht: - Planning- en control cyclus; - Bekostigingssystematiek in het primair onderwijs; - Arbeidsmarkttoelage; - Leerlingaantallen; - Financiële aandachtspunten en risico’s; - Toelichting op de begroting in hoofdlijnen.

De planning & control cyclus De begroting 2022 is onderdeel van onze planning- en control-cyclus. Als uitgangspunt wordt de “Planning en Control jaarcyclus” gehanteerd. Elk kwartaal stelt het College van Bestuur een financiële rapportage op t.b.v. de Raad van Toezicht. Deze rapportage bevat een financieel uitputtingsoverzicht van de afgelopen kwartalen in relatie tot de prognose en begroting. Deze kwartaalrapportages worden ook gedeeld met het directeurenplatform. Om zicht te houden op de ontwikkeling van de personele kosten, worden maandelijks de salariskosten geanalyseerd. Deze cijfers zijn de input voor de uitputtingsprognose en vormen de basis voor de nieuwe begroting. Voor de beheersing van de personele baten en lasten wordt een onderscheid in personeelsformatieplan en begroting gemaakt tussen de kostensoorten directie, onderwijzend personeel en onderwijsondersteunend personeel. Daarnaast kijken we naar verschillende salariscomponenten, of het gaat om vaste of tijdelijke dienstbetrekkingen, tijdelijke taakuitbreidingen, vervanging ten laste van eigen middelen (ERD) en permanente of projectmatige baten en lasten. Ultimo kwartaal 1 wordt het bestuursformatieplan opgesteld. Dit plan is gebaseerd op de begroting van het lopende jaar.

Daarin zijn de volgende categorieën te onderscheiden: • De normatieve Rijksbijdragen te weten de lumpsumvergoeding personeel, de materiële instandhouding, het personeels- en arbeidsmarktbeleid en de prestatieboxmiddelen; • Overige subsidies van OC&W zoals bijzondere bekostiging 1e opvang vreemdelingen, bekostiging impulsgebieden, bijzondere bekostiging samenvoeging scholen en verrekening uitkeringskosten; STEV begroting 2022 6

• • •

Gemeentelijke bijdragen als subsidies schakelklassen en ondersteuning passend onderwijs; Eventuele overige overheidsbijdragen; Subsidies Passend Onderwijs (arrangementen & basisbekostiging);

Het bestuursformatieplan is het kader van waaruit de schoolformatieplannen door de schoolleider worden opgesteld. Na goedkeuring door het College van Bestuur van deze schoolformatieplannen wordt hier door de schoolleider uitvoering aan gegeven. In februari van het lopend schooljaar wordt het schoolformatieplan opnieuw vastgesteld met de dan geldende formatieve inzet. In februari/maart wordt de jaarrekening van het afgelopen kalenderjaar opgesteld.

De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs Het Ministerie van OC&W bekostigt materieel op kalenderjaar en personeel op schooljaar. Hierdoor gebruiken we in de begroting 2022 voor 7/12e deel actuele bekostigingsinformatie voor het personeel. Pas medio mei 2022 worden de cijfers bekend voor de periode augustus 2022 tot en met december 2022, waardoor dan voor het resterende 5/12e deel in 2022 pas de baten concreet worden. Voor alle onderwijsinstellingen en dus ook voor STEV betekent dit dat in deze begroting 5/12e deel van de personele baten op basis van een zo goed mogelijke inschatting worden begroot. Deze inschatting is vooral gebaseerd op de leerlingen telling van 1-10-2021. De Ministeriële beschikkingen voor de materiële instandhouding 2022 zijn in oktober 2021 gepubliceerd en volledig verwerkt in deze begroting. Naast de genoemde reguliere lumpsumvergoedingen voor personeel en materieel worden geoormerkte- en nietgeoormerkte subsidies verstrekt. Ook deze zijn in de begroting meegenomen.

Tijdelijke Arbeidsmarkttoelage Voor de zomervakantie van 2021 kondigde het kabinet de arbeidsmarkttoelage aan. Doel van deze arbeidsmarkttoelage is om leraren zoveel mogelijk te behouden op de scholen met veel leerlingen die te maken hebben met grote achterstanden. Ondanks het feit dat de sector het op prijs stelt dat extra middelen beschikbaar komen voor de grote arbeidsmarktproblematiek, geven vakbonden en de PO-raad aan, dat de sector behoefte heeft aan structurele middelen in plaats van incidentele middelen. Daarnaast zijn er over de specifieke invulling van deze maatregel bezwaren. Niettemin is door OCW besloten de regeling door te zetten. Na onderzoek bij STEV blijkt dat de regeling niet aansluit bij de dagelijkse praktijk. Dat heeft ertoe geleid dat er sinds de bekendmaking binnen de organisatie (RvT, GMR, MR-en, teams en met de schoolleiders) discussie is gevoerd over de inzet van deze tijdelijke toelage. Tijdens deze gesprekken zijn verschillende problemen besproken. De belangrijkste betrof de potentiële frictie t.a.v. onze kernwaarde ´solidariteit´. STEV is een gevoelsgemeenschap, waar solidariteit hoog in het vaandel staat. Deze onderlinge verbondenheid is belangrijk voor onze kwaliteitsontwikkeling. De wijze waarop OCW de arbeidsmarkttoelage uit wil rollen, benadrukt vooral het individuele belang en vormt, omdat formeel de helft van de STEV STEV begroting 2022 7

scholen de arbeidsmarktmiddelen ontvangen, een risico voor het STEV `wij-gevoel’. Immers, wanneer alleen je eigen prestatie telt, iedereen zelf verantwoordelijk gehouden wordt voor succes, dan blijft er weinig over van een gemeenschappelijke basis waar we bij STEV juist zo hard aan werken en trots op zijn. Nadat er een raadpleging is gehouden onder alle personeelsleden, is na instemming van de P-GMR het besluit genomen om de arbeidstoelage op een andere manier te verdelen binnen STEV. Dit betekent dat personeelsleden in dienst bij STEV in principe twee maal per jaar voor twee schooljaren een tijdelijke toelage ontvangen van 5%. Hiervoor wordt de arbeidsmarkttoelage gebruikt en vindt er, na goedkeuring van de RvT, een aanvulling vanuit de algemene reserve plaats. STEV zet, over twee schooljaren, ruim €260.000 van het eigenvermogen in om deze arbeidsmarkt toelage aan de personeelsleden uit te betalen. Deze tijdelijke extra lasten zijn opgenomen in de begroting.

NPO middelen In 2021 heeft het ministerie aangekondigd dat er extra middelen komen voor het schooljaar 2021-2022 en het schooljaar 2022-2023. Deze middelen zijn bedoeld om de vertraging die is opgelopen door Corona in te halen. De middelen voor het schooljaar 2021-2022 bedragen € 701,16 per kind en per onderwijsachterstandsscore € 251,16. In deze begroting hebben we even groot bedrag aan personele kosten opgenomen. Daarmee is deze post kosten neutraal. Voor het schooljaar 2022-2023 is een bedrag van € 500 per kind en een bedrag van € 125 per achterstandsscore opgenomen in de begroting. De daadwerkelijke hoogte van dit bedrag kan nog wijzigen. De verwachting is dat het bedrag door het ministerie in het eerste kwartaal van 2022 wordt vastgesteld. Ook hier hebben we aan lasten een even grote post in de personele middelen opgenomen als begrote opbrengsten en begroten we deze post kosten neutraal. Door ook de huidige Corona situatie is de verwachting dat deze middelen niet allemaal besteed worden in het jaar dat ze worden ontvangen. Middelen die we niet uitgeven vallen formeel in het resultaat. Bij STEV hebben we besloten dat we NPO-middelen die ´over´ zijn opnemen in een NPO-bestemmingsreserve. Dat geeft de STEV scholen de mogelijkheid deze middelen in de lijn van de uitgangspunten ook in het schooljaar 2023-2024 in te zetten.

Conform de eisen hebben alle scholen plannen voor de inzet van deze NPO-middelen gemaakt. Hiervoor moesten scholen gebruikmaken van het door OCW gepubliceerde keuzemenu. Na breed intern overleg is gezamenlijk en vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid dit kader aangevuld om ervoor te zorgen dat de NPO-ontwikkelingen ook duurzaam zijn. De gezamenlijk vastgestelde uitgangspunten zijn: • We sluiten aan bij wat we al doen; dus de strategische ontwikkelingen die we hebben ingezet. • Daarbij werken we vanuit onze besturingsfilosofie (zie hieronder). • We zetten actief in op het meer kennisgericht ontwikkelen van ons onderwijs. Immers, scholen die samen gericht actieonderzoek doen zijn beter in staat om het niveau van het STEV begroting 2022 8

• • • •

onderwijs te verbeteren en gelijke kansen te bieden voor alle leerlingen (Fullan, 2007) en daarmee een duurzame ontwikkeling in de kwaliteitscultuur van de school te maken. We zetten in op het professionaliseren van personeelsleden. Vanuit onze onderzoeksgerichte kwaliteitscultuur gaan we te werk met bewezen interventies en (zo mogelijk) inzet van academisch geschoolde leraren. Dit vraagt om, passend bij het kwaliteitsstelsel van STEV en parallel aan onze verantwoordingscyclus, ook verantwoording hierover aan en naar elkaar. We werken vanuit vertrouwen en het lef dat ons bindt waarin we met trots bouwen aan onze ambitie om het allerbeste STEV onderwijs (zowel op het gebied van de kwalificatie als de socialisatie) te bieden aan alle leerlingen.

Naast de NPO-schoolplannen waarop de medezeggenschap van de scholen instemming hebben gegeven, hebben we bij STEV een aantal bovenschoolse ontwikkelingen gedefinieerd waarin we samen optrekken. Dit doen we omdat we uit onderzoek weten dat het er winst te behalen is uit het samen optrekken (de Wolf, 2021). Door deze gezamenlijke inzet sluiten we tevens aan bij de collectief gestelde ambities (zie ambitieboek en kwaliteitsstelsel). Uiteindelijk hebben alle 13 medezeggenschapsraden ingestemd met de inzet van NPO-middelen voor deze bovenschoolse ambitie. Deze inzet betreft enerzijds STEV brede professionalisering op thema´s als begrijpend lezen, executieve functies en HB, een gezamenlijke IB-opleiding en schoolleider training ter versterking van onze interne kwaliteitscultuur. Naast deze gezamenlijke professionalisering, zien we dat de inzet van de NPO voor de staf enorm veel extra werk oplevert, wat we ondersteunen met een kleine uitbreiding. Daarnaast is nog een relatief groot bedrag gereserveerd voor mogelijke personele kosten zoals transitievergoeding. In totaal heeft STEV een kleine € 140.000 bovenschools voor de inzet van deze NPO-activiteiten gereserveerd. Met de MR-en is afgesproken dat daar waar bovenschoolse middelen overblijven deze naar rato terugvloeien naar de scholen.

Huidige leerlingaantallen Onderstaand is een tabel opgenomen van de leerlingenaantallen 2018-2021 verdeeld naar BRIN-nummers. Leerlingen aantal School

1-10-2018

1-10-2019

1-10-2020

1-10-2021

08EM de Uitkijck

156

132

119

113

08EN ´t Kruisrak

201

198

188

201

10AH de Jan Ligthartschool

240

229

214

211

10SO de Griftschool

168

159

159

159

10SO01 de Dorpsbeuk

152

158

164

179

11FZ Plantijn

118

119

121

116

11RU de Lijster

105

93

102

96

12LJ de Regenboog

93

96

86

94

19JO de Egelantier

109

103

101

112

19JO deBuut

79

87

86

112

23BT Daltonschool Corlaer

205

213

210

221

23DH Vliegenier/ de Zandberg

77

77

64

116

23DH01 Lange Voren

65

71

67

-

STEV begroting 2022 9

27NN de Startbaan

118

117

115

119

27NN01 de PWA

59

51

56

-

Totalen

1.945

1.903

1.852

1.849

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er de eerdere afname van het aantal leerlingen in 2021 stabiliseert. Meerjarig (zie tabel hieronder) zien we een groei in leerlingenaantallen. Sinds 2015 zijn OBS de Dorpsbeuk in Scherpenzeel en OBS de Griftschool te Woudenberg gefuseerd. Het ministerie van OC&W heeft de Dorpsbeuk wel de status van nevenvestiging verleend, waardoor een deel van de bekostiging voor personeel en materieel in stand blijft.

Leerlingen prognoses In onderstaande tabel staan de geprognosticeerde leerlingenaantallen als ook de realisatie op 1 oktober weergegeven. Leerlingen aantal School

1-102020

1-102021

1-102021

1-102022

1-102023

Werkelijk

1-102024

1-10-2025

1-10-2026

prognose

08EM de Uitkijck

119

113

120

113

112

116

119

126

08EN ´t Kruisrak

188

201

188

207

204

202

197

195

10AH de Jan Ligthartschool

214

211

210

213

216

212

208

212

10SO de Griftschool

159

159

157

152

147

150

154

161

10SO01 de Dorpsbeuk

164

179

171

178

168

168

167

161

11FZ Plantijn

121

116

116

113

116

121

124

123

11RU de Lijster

102

96

94

95

90

88

93

91

12LJ de Regenboog

86

94

92

95

93

93

97

103

19JO de Egelantier

101

112

102

163

167

162

159

160

19JO deBuut

86

112

90

105

113

118

122

116

23BT Daltonschool Corlaer

210

221

212

214

212

211

212

211

23DH Vliegenier/ de Zandberg

64

116

62

108

118

119

117

124

23DH01 Lange Voren

67

-

64

-

-

-

-

-

27NN de Startbaan

115

119

118

130

134

153

170

189

27NN01 de PWA

56

-

59

-

-

-

-

-

1.852

1.849

1.855

1.886

1.890

1.913

1.939

1.972

Totalen

De leerlingenprognoses zijn tot stand gekomen, door de in-, door- en uitstroom in beeld te brengen. De verwachte instroom is op aangeven van de schoolleiders bepaald. De prognose is vastgesteld op basis van de instroom van de afgelopen jaren, de ontwikkelingen in en om de school en de relevante ontwikkeling in de gemeente. De schoolleiders hebben ambitieuze maar haalbare doelen gesteld. In deze prognose zijn we uitgegaan van de huidige realiteit. Opvallend is de groei van deBuut en de Egelantier. De groei van deBuut is onder andere het gevolg van de sluiting van de PWA. De groei van de Egelantier is het gevolg van de samenwerking met de Waterinkschool, een school onder het bestuur van PCBO BaarnSoest. Deze samenwerking moet per 1 augustus 2022 leiden tot 1 school onder het STEV bestuur in Smitsveen. De leerlingenprognoses (zie hierboven) die de onderbouwing geven voor het meerjarenbegroting laten een licht stijgende lijn zien. Deze ontwikkeling is onder andere het resultaat van het actief sturen op het vergroten van de zichtbaarheid van openbaar onderwijs in de regio. STEV begroting 2022 10

Deskundigheidsbevordering Vanuit het strategisch beleid hebben we bij STEV vier beleidsthema´s geformuleerd. We hebben voor het komend jaar voor de verdere implementatie van deze vier beleidsthema´s bovenschools in totaal € 40.000 gereserveerd. In 2020 en 2021 hadden we actief ingezet op de inrichting en implementatie van de STEV academie. De implementatie van de academie heeft door de COVID-crises wel vertraging opgelopen. De COVID-crises vraagt veel van schoolteams, waardoor minder ruimte is voor professionele ontwikkeling. Daarnaast vindt er vanuit de NPOmiddelen veel professionalisering op school plaats, waardoor we besloten hebben dit bedrag voor het aankomend jaar naar beneden te brengen. Conform beleid van vorig jaar krijgen scholen op schoolniveau een professionaliseringsbudget. Naast deze middelen reserveren we onder andere bovenschools, conform cao, professionaliseringsmiddelen voor schoolleiders en gespecialiseerde opleidingsmiddelen voor onder andere de gymopleiding, reken- en taalspecialisten. Naast de NPO-middelen is er in 2022 € 191 k voor professionalisering beschikbaar.

Huisvesting Medio 2021 hebben we een nieuwe partij -Anculus- gecontracteerd om het onderhoud van de gebouwen te regelen. Na de overdracht in oktober is Anculus gestart om de gebouwen te inspecteren en de MJOP’s op te stellen. De MJOP-plannen zijn naar verwachting begin januari gereed. Dan hebben we ook een concreet beeld van de kosten voor groot onderhoud voor de komende jaren. Ook de jaarlijkse kosten voor contractonderhoud zijn dan weer geactualiseerd. Door de relatief late start van Anculus was het niet mogelijk om in deze begroting deze actualisatie mee te nemen. Voor de begroting van 2022 hebben we ervoor gekozen het bedrag van het huidige MJPO mee te nemen. Dat komt neer op een bedrag van € 81.807 voor het groot onderhoud. In de vorige begroting als ook jaarrekening hebben we de wijziging in de berekening betreffende het MJOP aangekondigd. Dit betreft de al eerder besproken ´componentenbenadering´. Deze componentenbenadering gaat uit van specifieke afschrijvingen van onderdelen (componenten) van het schoolgebouw. Het was de bedoeling om deze nieuwe systematiek gereed te hebben bij de begroting van 2022. Dat is niet helaas nog niet gelukt.

Dit heeft vooral te maken dat onze nieuwe onderhoudspartij, Anculus, sinds de start rond de herfstvakantie onvoldoende tijd heeft gehad om al onze 13 schoolgebouwen te bezoeken en per onderdeel vast te stellen wat de afschrijvingstermijn is. Daarnaast heeft het ministerie ook nog niet vastgesteld hoe precies de afschrijvingen van de componenten plaats moet vinden. Komend jaar wordt de huidige systematiek nog ´gedoogd´. We hebben komend jaar om de transitie naar de componentenbenadering te maken. Per 2023 is het hanteren van de componentenbenadering verplicht.

STEV begroting 2022 11

Zoals ook al eerder aangegeven is de verwachting dat deze componentenbenadering een forse verhoging van de omvang van de onderhoudsvoorziening zal kennen. Anculus zal STEV hierover het komend jaar adviseren. Naar verwachting zal de jaarlijkse onderhoudslast ongeveer gelijk blijven met de onderhoudslast zoals die op de huidige methode wordt berekend. Vanuit het strategische beleidsplan heeft STEV duurzaamheid hoog in het vaandel staan (zie beleidsthema ´duurzame wereldburgers´). De afgelopen jaren zijn op veel scholen zonnepanelen neergelegd en is de verlichting vervangen door LED verlichting. In het komende jaar onderzoeken we of de laatste scholen ook nog worden voorzien van zonnepanelen. Voor huisvestingslasten ontvangt STEV aan materiele bijdrage een bedrag voor dekking van de huisvestingslasten. Al jaren is bekend dat dit bedrag niet kostendekkend is. De landelijke lijn om dit ´op te lossen´ is dat er vanuit de personele rijksbijdrage een bedrag wordt toegevoegd aan de materiele bekostiging. Voor STEV is in de tabel hieronder per kostenpost aangegeven wat we aan baten ontvangen en wat de lasten zijn. Dit is een indicatie voor de verhouding tussen de huisvestingslasten en geeft aan hoe hoog de ´overheveling´ vanuit de personele baten is. Materieel huisvesting opbrengst opbrengst verhuur kosten huisvesting Resultaat

731.184,00 27.500,00 998.038,58 239.354,58-

Door sluiting van twee locaties (Lange Voren in Barneveld en de PWA in Soest) is dit resultaat iets verbeterd ten opzichte van de begroting 2021. Een van de belangrijkste oorzaken voor de overschrijding op huisvesting, heeft te maken met de m2 ten opzichte van de leerlingenaantallen. Op veel scholen ontvangen we onderwijsachterstand middelen waardoor we kleine groepen kunnen formeren. Dit loopt echter niet in de pas met de huisvestingslasten. Daarom moeten we een deel van de personele baten inzetten voor de bekostiging van de huisvesting.

Meerjaren-perspectief per school Ook dit jaar is er een meerjarenbegroting gemaakt per school. Dit zorgt ervoor dat er inzicht ontstaat in de effecten van een investering in het komend jaar en in de jaren daarna. Dit betekent ook dat we meerjarig inzicht hebben in de resultaten per school (zie onderstaande overzicht). Het overzicht laat op een aantal scholen een tekort zien. Dit heeft vrijwel geheel te maken met de hierboven besproken tekorten op de huisvestingslasten. De schoolleiders hebben inzicht in de huisvestingslasten met betrekking tot schoonmaak, energie/water en overige lasten. In de komende jaren werken we naar een situatie dat de scholen binnen budget de huisvestingslasten oplossen.

STEV begroting 2022 12

Exploitatieresultaten per kostenplaats

08EM0 08EN0 10AH0 10SO0 10SO1 11FZ0 11RU0 12LJ0 19JO0 19JO1 23BT0 23DH0 27NN0 27NN1 AF790 AF790PSA

Uitkijck t Kruisrak Jan Ligthartschool Griftschool De Dorpsbeuk Plantijn Lijster Regenboog Egelantier De Buut Corlaer Vliegenier De Startbaan PWA Stafbureau Personeelskosten

2021

2022

2023

2024

2025

2026

52.97418.531 13.79215.2959.0766.568 5.07932.7138.31731.9104.72224.0443.16988.75864.750 -

18.49218.272 12.8204.301817 531 03.075114.0788.212 2.878 1.96350.302106.775 15.988-

43.7403.177 7.3098.99214.097 1.679 10.297260 109.7531.1118.191 11.55464.1848.380 -

21.2314.752 12.75215.0394.676 3.137 9.754 3.58649.121 4.304 4.188 10.82349.5179.341 -

23.8403.540 11.45112.7331.230 3.731 10.045 1.43364.974 10.809 1.666 13.52527.74415.445 -

21.6871.123 6886.7948.113 2.676 21.121 7.373 62.257 9.892 10.263 16.0854.8053.071 -

200.000-

83.535-

221.156-

23.673-

20.716

75.832

132.000

77.000

48.465

144.156-

23.673-

20.716

75.832

Correctie arbeidsmarkt toelage Resultaat

200.000-

Naast de huisvestingslasten is in bovenstaand schema ook de formatie voor aankomend schooljaar opgenomen. Daarbij ligt de opdracht de formatie in te vullen passend bij de baten die de school ontvangt. Voor mogelijke personele fricties is een bedrag van € 200.000 gereserveerd. Er is, in het licht van de vereenvoudiging van de bekostiging, voor gekozen dit bedrag komend jaar te verhogen, zodat scholen die relatief meer last hebben van deze wijziging ruimte krijgen op hierop te anticiperen. Het komend voorjaar nemen we de tijd om het beleid hiervoor samen te formuleren en vast te stellen. Financiële aandachtspunten en risico’s Bij STEV is een aantal financiële risico´s te beschrijven. Ten eerste de gemeentelijke subsidies. Gemeenten kennen nu de vanuit het Rijk ontvangen gelden voor onderwijs achterstandenbeleid toe aan verschillende scholen. De gemeenten Baarn, Bunschoten, Barneveld en Soest kennen aan STEV subsidies toe voor het in stand houden van Schakel- en Taalklassen. Deze subsidies worden jaarlijks opnieuw vastgesteld. We constateren dat deze subsidies door tekorten onder druk staan. Dit is vooral in het kader van de kansengelijkheid een zorgelijk ontwikkeling. Financieel bestaat er helaas geen enkele zekerheid m.b.t. deze middelen voor de middellange- en lange termijn. Het financiële risico bedraagt ongeveer € 350.000.

Sinds 2017 is STEV eigen risicodrager voor de ziektevervanging. Dit betekent dat de stichting niet meer collectief is verzekerd tegen dit risico. Dit bespaart enerzijds op de premie. Echter bij een hoog langdurig ziekteverzuim lopen de kosten voor ziektevervanging op. Dit is, mede gezien de verhoogde werkdruk en het lerarentekort, een risico. Een strakke monitoring hierop is en blijft noodzakelijk. Om het risico enigszins in te dekken hebben we ons vanaf 2021 bij het vervangingsfonds verzekerd voor ziekteverzuim van langer dan 6 weken. In deze begroting is een structurele bijstelling van de CAO van 2.3 % van de loonkosten meegenomen. Omdat we er vanuit gaan dat, zoals afgelopen jaar, de salarisverhoging van STEV begroting 2022 13

de rijksbijdrage gealloceerd wordt, hebben we geen indexatie van de rijksbijdrage (baten) of verhoging van de lonen (lasten) opgenomen.

Samenwerkingsverband Rijn en Gelderse Vallei Midden 2020 heeft de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband Rijn en Gelderse Vallei, naar aanleiding van de bespreking van de jaarstukken, aangegeven dat er grote zorgen zijn over de relatie van het gevoerde beleid en de beschikbare middelen. De zorg in de afgelopen jaren van een te hoog weerstandsvermogen en de zoektocht naar een passende en doelmatige besteding, is in zeer korte tijd omgeslagen naar een situatie met grote zorgen over een sterk verhoogd deelnamepercentage SO. Hierdoor dreigen de resultaten en het vermogen negatief uit te komen. In de periode daarna heeft de directeur-bestuurder een aantal generieke maatregelen ingesteld. Een generieke maatregel die nog boven de markt hangt en die tijdens de ALV van september 2020 veel weerstand ondervond is de maatregel waarbij het schoolbestuur de verwijzing betaalt van het lopende en het volgende schooljaar. Het gaat dan om bedragen voor een verwijzing naar het SBO van € 5.343 per leerling (prijsniveau 22-09-2020) en voor een verwijzing naar het SO van € 10.955 per leerling (prijsniveau 22-09-2020). Inmiddels is voor het aankomend kalenderjaar het bedrag bekend wat STEV met betrekking tot de doorverwijzing moet gaan betalen. Dat bedrag is voor 2022 ruim 20.000 euro. Voor de aankomende jaren loopt dit fors op.

STEV is niet blij met deze ontwikkeling en heeft al een aantal gesprekken hierover gevoerd met het SWV. In het nieuwe jaar zullen de gesprekken over deze maatregel worden hervat.

Mogelijk bovenmatige vermogen STEV heeft in najaar 2020 een brief ontvangen van het ministerie OCW waarin wordt opgemerkt dat de vermogenspositie van STEV over 2019 boven de nieuwe signaleringswaarde uitkomt. Het vermogen komt boven de signaleringswaarde uit als het feitelijk eigen vermogen hoger is dan het normatief eigen vermogen (vermogen dat een organisatie redelijkerwijs nodig hebt om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen) (Zie brief van het OCW, 17-11-2020). Deze inhoud van deze brief is besproken met de interne toezichthouder. Zoals bij de bespreking van het MJOP is aangegeven, zal de componentenbenadering van de onderhoudsvoorziening leiden tot een eenmalige ophoging van deze voorziening. We verwachten dus een substantiële verschuiving van het eigen vermogen naar de onderhoudsvoorziening. Hierdoor zal het eigen vermogen dalen tot onder de signaleringswaarde. Daarnaast moeten we door de nieuwe vereenvoudigen bekostigingssystematiek eenmalig een bedrag van rond de € 610k afboeken. Specifieke uitleg over die afboeking is terug te vinden in bijlage 1.

STEV begroting 2022 14

Tenslotte zal de aanvulling die STEV doet om collega´s bij STEV een tijdelijke loonsverhoging teven geven van 5% waarbij ook de arbeidsmarktmiddelen worden ingezet ook ten laste van het eigen vermogen komen. Door onze relatief hoge eigen vermogen komen we door de hierboven beschreven (eenmalige) ontwikkelingen niet in de financiële problemen en kunnen we ook de tijdelijke aanvulling doen vanuit het eigen vermogen voor de brede inzet van de tijdelijke arbeidsmarkttoelage. Het gevolg is ook dat eind 2022 de vermogenspositie van STEV normaliseert.

Uitgangspunten Meerjarenbegroting 2022 – 2026 In de meerjarenbegroting zitten een aantal uitgangspunten zoals die zijn benoemd in de kaderbrief. Het is opgedeeld in 1) algemene uitgangspunten die voor de hele begroting gelden, 2) uitgangspunten voor de school begroting , 3) de uitgangspunten voor de gezamenlijke begroting.

Algemene uitgangspunten STEV hanteert bij de begroting een aantal algemene uitgangspunten. Dit zijn: 1. We begroten weloverwogen en realistisch en deze is na vaststelling taakstellend. Baten begroten we reëel en lasten als ze bekend zijn. a. Bij de baten maken we gebruik van de laatst bekende bekostigingsgegevens en bekende inkomsten van het samenwerkingsverband. b. Bij de berekening van de loonkosten maken we gebruik van de laatst bekende CAO, rekening houdend met de CAO regelingen, de bekende personele ontwikkelingen en de laatst bekende werkgevers en werknemers premies. . 2. In beginsel worden de middelen toegerekend aan de scholen. 3. De scholen delen naar rato van de omvang in de gezamenlijke kosten. 4. We zijn kritisch op wat efficiënter gezamenlijk kan of wat op schoolniveau passender is. 5. De schoolleider is integraal financieel verantwoordelijk voor het schoolbudget. 6. De bestuurder is verantwoordelijk voor het gezamenlijke budget en voor de STEV begroting. 7. STEV heeft op stichtingsniveau een reserve voor het afdekken van risico’s. De huidige reserve is ruim voldoende om alle risico’s af te dekken en om de continuïteit kunnen waarborgen.

Uitgangspunten schoolbudget Voor de materiële begroting op schoolniveau zijn de uitgangspunten: 1. In beginsel komen alle materiële baten, zoals de rijksbijdrage etc, toe aan de scholen. 2. Bij nevenvestigingen en dislocaties worden de baten materiële instandhouding op basis van de totale leerlingenaantallen verdeeld over de vestigingen c.q. locaties. 3. Scholen zijn verantwoordelijk voor de begroting van hun materiële lasten. STEV begroting 2022 15

4. De component “Onderhoud gebouw” uit de materiele instandhouding wordt ingezet voor gezamenlijke huisvestingskosten. 5. De component “Administratie, beheer en bestuur” uit de materiele instandhouding wordt ingezet voor gezamenlijke kosten. Dit zijn bijvoorbeeld de accountantskosten, de (AFAS) licenties, branche lidmaatschapskosten, materiële calamiteiten, kantoorkosten stafbureau etc. STEV hanteert bij de begroting de volgende uitgangspunten m.b.t. personeel: 1. Scholen begroten zelf hun overige personele lasten. (Deskundigheidsbevordering, inhuur externe, kosten voor kantine etc.) 2. Personele schoolexploitaties dienen meerjarig sluitend te zijn om financiële risico’s te voorkomen. 3. Vanuit de bekostiging personele lumpsum komt de bijdrage voor de salarislasten van het stafbureau. De bijdrage per school wordt berekend naar rato van de hoogte van de personele lumpsum van hetzelfde schooljaar. 4. Vanuit het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt een kostendekkende bijdrage gedaan t.b.v. gezamenlijk begroting. De bijdrage per school wordt berekend naar rato van de hoogte van de personele lumpsum van hetzelfde schooljaar. 5. Werkdrukmiddelen worden door de scholen ingezet in het schooljaar waarvoor de middelen bedoeld zijn. De middelen worden pas vrijgegeven als overeenstemming is met de P-MR over de gewenste inzet en na goedkeuring van CvB. 6.

De loonkosten worden verhoogd met een dekking voor ziektevervanging en risico’s voor werkgeverslasten. 7. Er is uitgegaan van de per 1 oktober 2021 bekende personeelsbezetting. 8. Scholen dienen uit te komen met het beschikbare personele budget, gebaseerd op de werkelijke leerlingenaantallen van t-1.

Uitgangspunten gezamenlijke begroting Voor de gezamenlijke begroting en die van het stafbureau gelden de volgende uitgangspunten: a) Er moet zoveel mogelijk geld naar de scholen tenzij het gezamenlijk efficiënter of goedkoper kan. b) Samen kunnen we risico’s beter dragen dan elke school apart. Vanuit efficiëntie en verhoging van de effectiviteit bekostigen we de volgende activiteiten gezamenlijk: • Bestuur • Kwaliteit • Personeelszaken en professionalisering • Financiële administratie • Huisvesting en ICT • AVG De gezamenlijke begroting bestaat onder andere uit de volgende posten: • Gezamenlijk lasten voor scholing/professionalisering STEV begroting 2022 16

• • • • • •

Verwachte fricties (zoals inhuur interimmers, calamiteiten) Verwachte transitievergoedingen en (ww-) uitkeringslasten Middelen voor extra impuls in kwaliteit Middelen voor impuls PR Middelen voor impuls ICT Ziekteverzuim en samenhangende kosten zoals ARBO en vervanging. We zorgen gezamenlijk voor een laag ziekteverzuim, en we delen het risico van langdurige zieken.

Landelijke ontwikkelingen Naast de eerder genoemde ontwikkelingen m.b.t. de CAO en wijzigingen in de bekostiging, worden hieronder een aantal andere relevante ontwikkelingen m.b.t. de meerjarenbegroting vermeld. Vereenvoudiging bekostiging Het voorstel voor vereenvoudiging van de bekostiging bevat op hoofdlijnen de volgende aanpassingen: • Het afschaffen van de gemiddelde gewogen leeftijd (GGL); • Verdwijnen van het verschil van het bedrag voor een onderbouw en bovenbouw leerling.; • De (groepsafhankelijke) materiële bekostiging wordt omgevormd tot één vaste voet plus een bedrag per leerling. Hierdoor wordt de groepsafhankelijke materiële bekostiging samengevoegd met de leerling afhankelijke materiële bekostiging; • De personele bekostiging gaat van schooljaar naar kalenderjaar, waarbij wordt uitgegaan van een teldatum per 1 februari voorafgaande aan het kalenderjaar (t-11 maanden). Voor de personele bekostiging per kalenderjaar 2023 wordt dan dus uitgegaan van de teldatum 1 februari 2022. Bij de laatste doorrekening van de nieuwe systematiek komen we uit op stabilisatie van de inkomsten op STEV niveau. We zijn in deze begroting nog uitgegaan van de oude systematiek, zonder correctie aan te brengen voor de vereenvoudigde bekostiging. Hoe de vereenvoudiging van de bekostiging op schoolniveau uitpakt is niet goed te voorspellen. Dit wordt in het voorjaar concreter.

Omdat dit nog ondoorzichtig is hebben we in verhouding tot voorliggende jaren meer frictie-middelen gereserveerd, zodat scholen die relatief meer last hebben van deze wijziging ruimte krijgen op hierop te anticiperen. Het komend voorjaar nemen we de tijd om het beleid hiervoor samen te formuleren en vast te stellen. Aanpassing Onderwijsachterstandsmiddelen De onderwijsachterstandsmiddelen zijn per 1 augustus 2020 toegewezen op basis van de achterstandsscores die worden berekend door het CBS. Die score wordt bepaald op basis van vijf kenmerken, zoals o.a. opleidingsniveau van de ouders, opleidingsniveau van alle moeders op school, aantal jaren wonend in Nederland en aantal gevallen van schuldhulpverlening. Deze factoren wijzigen per jaar en zijn niet inzichtelijk voor de school. De schoolweging wordt bekend gemaakt in het voorjaar van 2022. In deze begroting is de schoolweging van 2021 doorgetrokken naar de komende jaren. De overgangssystematiek die het ministerie had ingesteld, komt komend schooljaar te vervallen.

STEV begroting 2022 17

In deze nieuwe systematiek wordt de OAB subsidie helemaal ingezet in de formatie van de scholen. We gaan onderzoeken of een deel van de subsidie zouden moeten worden op genomen als dekking voor de huisvestingskosten. De dekking van de huisvestingskosten hangt af van het aantal kinderen wat een school heeft. Bij scholen met veel OAB middelen zitten er minder kinderen in een groep en is er dus ook minder dekking van huisvestingslasten.

Meerjarenbegroting 2022 – 2026 exploitatieoverzicht inclusief toelichting Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2022-2026 realisatie 2020

Kalenderjaar

begroting 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

Ri jks bi jdra gen Gemeentel i jke bi jdra gen Overi ge ba ten Eindtotaal

€ 12.965.981 € 433.435 € 148.538 € 13.547.954

Totaal baten € 12.462.513 € 14.216.594 € 351.848 € 409.895 € 108.892 € 40.924 € 12.923.253 € 14.667.413

€ 13.539.200 € 385.687 € 40.924 € 13.965.811

€ 13.056.327 € 385.687 € 40.924 € 13.482.938

€ 13.106.780 € 385.687 € 40.924 € 13.533.390

€ 13.190.434 € 385.687 € 40.924 € 13.617.045

Totaal lasten Pers onel e l a s ten Afs chri jvi ngen Hui s ves tings l a s ten Overi ge i ns tel l i ngs l a s ten Eindtotaal

€ 11.271.398 € 288.984 € 1.028.170 € 975.767 € 13.564.319

€ 10.934.017 € 307.492 € 1.041.335 € 834.409 € 13.117.253

€ 12.617.248 € 300.458 € 984.085 € 837.156 € 14.738.946

€ 12.026.686 € 309.069 € 984.085 € 855.128 € 14.174.968

€ 11.346.888 € 317.958 € 984.085 € 845.682 € 13.494.613

€ 11.353.298 € 322.813 € 984.085 € 840.479 € 13.500.674

€ 11.407.790 € 296.577 € 984.085 € 840.760 € 13.529.212

Saldo baten en lasten

€

-16.365

€

€

€

€

-11.675 €

32.716 €

87.833

Saldo financiele baten en lasten Fi na nci el e ba ten Fi na nci el e l a s ten Eindtotaal

€ € €

57 € 5.795 € -5.738 €

- € 12.000 € -12.000 €

- € 12.000 € -12.000 €

- € 12.000 € -12.000 €

12.000 -12.000

-221.157

-23.675 €

20.716 €

75.833

-194.000

- € 6.000 € -6.000 €

Saldo baten en lasten Resultaat

€

-22.103

€

-200.000

-71.534

- € 12.000 € -12.000 €

€

-612.318

€

-695.852

€

-209.157

€

De begroting voor 2022 komt uit op een negatief resultaat van € 695.852. Om wat meer inzicht te geven in dit resultaat is onderstaande tabel opgenomen:

Tekort volgens begroting 1. Afboeking vordering OCW 2. Extra uitgaven arbeidsmarkttoelage 3. Eenmalig effect sluiting PWA Genormaliseerd resultaat

2022

2023

2024

2025

2026

695.852612.318 132.000 106.77558.309-

221.157-

23.675-

20.716

75.833

23.675-

20.716

75.833

77.000 144.157-

1. De incidentele last voor de afboeking van de vordering op OCW in verband met de nieuwe bekostigingssystematiek, zie voor meer informatie bijlage 1.

STEV begroting 2022 18

2. De extra uitgaven m.b.t. de arbeidsmarkttoelage betreft het deel wat STEV vanuit de eigen middelen toevoegt aan deze tijdelijke uitkering. Dit bedrag is vastgesteld op basis van een globale inschatting van de salarislasten. 3. Door de bekostiging op de t-1 systematiek ontvangen we nog middelen voor de leerlingen van de PWA. Een deel van deze baten zijn al opgenomen als frictie door de groei van deBuut in Soest. Voor 2022 hebben we een tekort van € 58.309. In de meerjaren-begroting prognosticeren we in 2023 een hoger tekort. Er is sprake van leerlingengroei terwijl de bekostiging 1 jaar achterloopt. Waar het gaat om de samenwerking met de Waterinkschool in Soest vinden hierover gesprekken plaats met het bestuur van deze school. In deze begroting is nog niet opgenomen de voorspelde eenmalige dotatie aan de voorziening onderhoud die ontstaat door de componentenmethode. Zoals eerder aangegeven verwachten we hier het komend jaar helderheid over. De verwachting is dat het neer zal komen op een bedrag van ruim € 1 miljoen. Daarnaast wordt uit de meerjarenbegroting duidelijk dat de baten in 2026 toenemen. Uiteraard zullen we actief sturen op het op een goede en verantwoorde wijze inzetten van de middelen, zodat er geen groei plaatsvindt van het eigen vermogen.

(Rijks)bijdragen OC&W De Rijksbaten zijn ten opzichte van de begroting 2021 fors toegenomen. Dit wordt vooral veroorzaakt door een stijging van de rijksbijdrage van 2,3% als ook de toekenning van de NPO middelen. Deze laatste zijn begroot op € 1,5 miljoen in 2022. Vanaf kalenderjaar 2022 hebben we voor wat betreft de materiële bekostiging conform de toekenningen van OC&W de indexering met 1,2% aangepast ten opzichte van 2021.

BATEN Normatieve rijksbijdragen Overige subsidies OC W Doorbetalingen Rijksbijdragen SWV Rijksbijdragen

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020 12.288.380 212.415 465.186 12.965.981

2021 12.080.671 40.483 341.359 12.462.513

2022 13.855.272 27.746 333.575 14.216.594

2023 13.213.471 28.000 297.729 13.539.200

2024 12.731.540 25.917 298.871 13.056.327

2025 12.783.981 23.000 299.799 13.106.780

2026 12.866.229 23.000 301.205 13.190.434

In de begroting 2022 wordt geen rekening gehouden met groei-bekostiging. Ook hebben we voor de 1e opvang vreemdelingen geen bedrag opgenomen. Als er middelen worden ontvangen zal dat leiden tot extra kosten voor personeel om de vreemdelingen op te vangen, waardoor het netto resultaat 0 zal zijn. De ‘Doorbetalingen Rijksbijdrage’ betreffen de subsidies vanuit de verschillende samenwerkingsverbanden (Rijn & Gelderse Vallei, De Eem en Zeeluwe). De baten vanuit de samenwerkingsverbanden zijn lager begroot, omdat er minder leerlingen zijn en de kosten per leerling wordt verlaagd. Daarnaast kunnen we nog geen inschatting maken ten aanzien van de arrangementen.

STEV begroting 2022 19

Overige overheidsbijdragen

BATEN Gemeentelijke bijdragen Overige overheidsbijdragen Ov. overheidsbijdr. en -subsidies

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020 423.458 9.976 433.435

2021 349.848 2.000 351.848

2022 409.895 409.895

2023 385.687 385.687

2024 385.687 385.687

2025 385.687 385.687

2026 385.687 385.687

De gemeentelijke bijdragen bestaan uit subsidies van diverse gemeenten. Het gaat dan vooral om begeleiding/passend onderwijs, taalklassen en loonkostensubsidie OOP. De huidige begroting is gebaseerd op de realisatie 2021 en de nu bekende beschikkingen en lopende aanvragen.

Overige baten

BATEN Verhuur Detachering Ouderbijdragen Overige baten Overige baten

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020 44.043 73.794 30.701 148.538

2021 16.250 92.642 108.892

2022 27.500 12.392 1.032 40.924

2023 27.500 12.392 1.032 40.924

2024 27.500 12.392 1.032 40.924

2025 27.500 12.392 1.032 40.924

2026 27.500 12.392 1.032 40.924

Onder de overige baten vallen onder andere de verhuurbaten en opbrengsten van gedetacheerde medewerkers. De verhuurbaten zijn gebaseerd op de lopende contracten. Deze is door actualisatie nu hoger ingeschat dan afgelopen jaren. De overige baten zijn ingeschat op basis van de realisaties uit het verleden en huidig inzicht.

Personele lasten Hieronder staan de begrote lasten voor 2021. Hierbij valt op dat met name ´personele lasten´ (lonen en salarissen) in 2022 hoger zijn begroot t.o.v. 2021.

LASTEN Lonen en salarissen Overige personele lasten Personeelslasten

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020 10.312.741 958.656 11.271.397

2021 10.041.606 892.411 10.934.017

2022 11.753.277 838.971 12.592.248

2023 11.153.497 838.189 11.991.686

2024 10.510.137 836.751 11.346.888

2025 10.517.376 835.921 11.353.298

2026 10.573.669 834.121 11.407.790

Het verloop van de personele laten worden hieronder nader toegelicht. Lonen en salarissen De brutosalarissen, sociale lasten en pensioenlasten zijn begroot op basis van de nu geldende formatie, geaccordeerde toekomstmutaties en gebaseerd op de meest actuele cao en vastgestelde premies. De salarislasten omvatten alle betalingen en verplichtingen in het jaar ten behoeve van het personeel in loondienst. In het baten/lasten stelsel worden niet alleen de daadwerkelijke uitgaven, die gedurende het boekjaar worden gedaan, opgenomen, maar ook alle nabetalingen, vakantiegelden, eindejaarsuitkeringen en (nog) te betalen sociale lasten, voor zover deze zijn toe te rekenen aan het boekjaar. In de volgende schooljaren is de formatie verlaagd zodat de scholen binnen de beschikbare ruimte blijven. Wel is een bedrag opgenomen om potentiële fricties op te lossen. STEV begroting 2022 20

De stijging van de salarislasten in 2022 ten opzichte van 2021 komt voornamelijk door de extra indexering van de salarissen. Daarnaast kan de stijging worden verklaard door de inzet van extra personeel in het kader van het wegwerken van de door corona ontstane vertraging. Deze kosten lopen over de NPO middelen. De NPO-lasten zijn niet vertaald naar fte’s. In het overzicht hieronder staat het exploitatie overzicht van het verwachtte fte verloop per schooljaar. Omdat we uitgaan van een meerjarige vrijwel sluitende begroting zijn fte´s van het onderwijzend personeel teruggebracht. Dit verloop is op deze manier opgesteld voor de verslaglegging en is geen besluit dat bij een terugloop alleen deze groep wordt belast. FTE (in dienst)

2021-2022

2022-2023

2023-2024

2024-2025

2025-2026

Directie

10,13

9,97

9,97

9,97

9,97

Onderwijzend pers oneel

96,39

97,73

97,42

97,14

97,48

Onderwijs onders teunend pers oneel

29,51

27,63

27,63

27,63

27,63

Totaal

136,03

135,33

135,02

134,74

135,09

Als we ordenen op kalenderjaar dan krijgen we het volgende verloop. FTE (in dienst)

2022

2023

2024

2025

2026

Directie

10,06

9,97

9,97

9,97

9,97

Onderwijzend pers oneel

96,95

97,60

97,30

97,28

97,48

Onderwijs onders teunend pers oneel

28,73

27,63

27,63

27,63

27,63

Totaal

135,74

135,20

134,90

134,89

135,09

Uit bovenstaande valt op te maken dat, wanneer we uitgaan van het beschikbare schoolbudget, de formatie de komende jaren redelijk stabiel is. Overige personele lasten Onder overige personele lasten zijn de niet rechtstreeks uit het salarissysteem betaalde lasten ondergebracht, zoals de lasten van inhuur derden voor o.a. huisvesting, cursuskosten (nascholing), teamontwikkeling, bedrijfsgezondheidszorg/Arbo en lasten voor outplacement. De overige personele lasten zijn verlaagd. Voor deskundigheidsbevordering is zoals eerder benoemd een bedrag opgenomen van € 191.926. Wel zijn de kosten voor inhuur verhoogd, omdat we een aantal vacatures niet hebben kunnen invullen met vast personeel maar nu via het uitzendbureau inhuren. Uitkeringen Onder ´uitkeringen´ vallen de WAZO uitkeringen van het UWV. Deze zijn, mede op basis van de realisatie 2021, voor 2022 gelijk gehouden aan de begroting 2021.

Afschrijvingen De hoogte van de afschrijvingen wordt bepaald door te kijken naar de gerealiseerde investeringen t/m 2021 en geplande investeringen 2022. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen en grondslagen gehanteerd uit de jaarrekening. Inventaris, leermiddelen en andere bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar gebruikt worden, worden tegen de aanschafwaarde op de balans geactiveerd. Hierbij is wel de ondergrens van een bedrag van € 1.500 per investering, dit is een verhoging ten opzichte van 2021 toen het bedrag € 500 was. STEV begroting 2022 21

De volgende investeringsbedragen per categorie zijn gepland voor 2022:

Investeringen Terreinen Gebouwen Meubilair Inventaris Hardware OLP totaal investeringen

€ € € € € € €

2022

2023

2024

€ 86.500 € 55.000 € 45.500 € 163.300 € 68.000 € 418.300 €

€ € 12.000 € 4.000 € 105.360 € 38.500 € 159.860 €

2.000 172.080 30.500 204.580

€ € € € € € €

2025

2026

€ € 40.000 € € 177.240 € 25.500 € 242.740 €

92.000 2.500 94.500

De investeringen in meubilair en OLP betreffen met name vervangingen. De ICTinvesteringen zijn komend jaar lager dan in 2021(was € 198k). Door betere sturing op deze middelen hebben we een betere grip en zijn de investeringen over de komende 5 jaar inzichtelijk. Daarnaast besteden we de ICT-middelen collectief aan, waardoor we een goede prijs kunnen bedingen. Onder de post gebouwen vallen ook de aanpassingen aan het schoolplein of interne verbouwingen die scholen willen, maar waar het geen onderhoud betreft. Ook vallen de aanpassingen aan het schoolplein onder deze post. 2022 Afschrijvingen Gebouwen Meubilair Inventaris Hardware OLP totaal afschrijvingen

€ € € € € €

13.954 68.756 14.676 137.783 65.286 300.455

2023 € € € € € €

14.348 69.356 15.751 148.774 60.838 309.067

2024 € € € € € €

14.348 69.220 15.498 161.435 57.453 317.954

2025 € € € € € €

14.348 69.209 15.498 168.983 54.775 322.813

2026 € € € € € €

14.348 68.570 15.489 151.176 46.991 296.574

Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan uit onder andere de lasten van schoonmaak, energie, onderhoud en huur. Hieronder volgt voor een aantal posten een nadere toelichting.

LASTEN Medegebruik Groot onderhoud Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Dotatie onderhoudsvoorziening Huisvestingslasten

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020 78.099 3.127 166.820 147.547 368.354 37.106 227.000 1.028.053

2021 69.700 8.000 91.000 193.350 342.835 36.450 300.000 1.041.335

2022 69.700 8.000 108.500 164.250 301.335 32.300 300.000 984.085

2023 69.700 8.000 108.500 164.250 301.335 32.300 300.000 984.085

2024 69.700 8.000 108.500 164.250 301.335 32.300 300.000 984.085

2025 69.700 8.000 108.500 164.250 301.335 32.300 300.000 984.085

2026 69.700 8.000 108.500 164.250 301.335 32.300 300.000 984.085

Totaal De totale kosten zijn lager omdat we een tweetal scholen gesloten hebben. Daardoor dalen natuurlijk alle lasten. Huren Deze zijn gebaseerd op de bestaande huurcontracten. De lasten voor 2022 zijn in lijn met 2021. Het betreft met name de huur van het stafkantoor, de huur van de Egelantier Soest en een aantal kleine huurbedragen voor lokalen, opslagruimte. STEV begroting 2022 22

Groot onderhoud Op basis van een meerjaren-onderhoudsplan wordt de meerjaren-voorziening groot onderhoud opgesteld. Aan deze voorziening vindt, ter egalisatie van de jaarlijks fluctuerende uitgaven, een vaste dotatie per jaar plaats. De werkelijke uitgaven aan onderhoud op basis van dit plan worden niet opgenomen in een exploitatiebegroting, maar worden rechtstreeks ten laste gebracht van de voorziening. Kalenderjaar Stand voorzieningen per 01-01 Dota ti e voorz. groot onderhoud -/- Onttr. voorz. groot onderhoud Dota ti e voorzi eni ng jubi l ea -/- Vri jva l voorzi eni ng jubi l ea -/- Onttr. voorzi eni ng jubi l ea Stand per 31-12

2020 € € € € € € €

250.375 227.000 -102.950 17.600 7.305 -12.719 386.611

2021 € € € €

€

2022

386.611 € 300.000 € -112.533 € 3.000 € € € 577.078 €

2023

2024

2025

2026

577.078 € 798.271 € 1.011.862 € 986.998 € 1.101.162 300.000 € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 300.000 -81.807 € -89.409 € -327.864 € -188.836 € -188.836 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 - € - € - € - € - € - € - € - € 798.271 1.011.862 986.998 1.101.162 1.215.326

De dotatie voor 2022 blijft € 300.000 per jaar. Zoals eerder benoemd houden we de lasten gelijk aan die van vorig jaar, gebaseerd op de oude bedragen uit het MJOP. En ook de kosten voor onderhoud houden we op het laatst bekende MJOP. Schoonmaakkosten, energie en water De schoonmaakkosten zijn hoog. Datzelfde geldt voor de stijgende energiekosten. We kijken komend jaar kritisch naar deze kosten.

Overige instellingslasten Onder deze lasten vallen verschillende grootboekrekeningen die hieronder kort worden toegelicht. LASTEN Administratie en beheer Inventaris, apparatuur en leermiddelen Leer- en hulpmiddelen Overige instellingslasten Overige lasten

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020 325.853 68.942 475.086 105.886 975.767

2021 272.212 62.600 426.539 73.058 834.409

2022 280.705 67.050 431.237 58.164 837.156

2023 294.905 67.050 431.853 61.320 855.128

2024 294.605 67.050 431.792 52.236 845.682

2025 294.605 67.050 428.329 50.495 840.479

2026 294.605 67.050 432.217 46.888 840.760

Administratie- en beheerslasten De lasten in deze rubriek lopen weer licht op. De werkelijke kosten geven aanleiding tot deze lichte verhoging. Inventaris, apparatuur en leermiddelen Het betreft posten die voornamelijk door de scholen zelf worden begroot. Het blijkt elk jaar weer dat het beschikbare materiële budget voor de scholen krap is. Mede door de forse daling van de kopieerkosten blijven vrijwel alle scholen binnen het beschikbare budget. Een ontwikkeling die zich verder doorzet is een verschuiving van uitgaven aan onderwijsleerpakketten naar licenties en kosten software. Tevens hebben we de afschrijvingsgrens voor de investeringen opgetrokken naar € 1.500. Hierdoor vallen waarschijnlijk meer lasten onder deze post.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11041304/1