340146 Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
Het rapport is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting.
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
56/121
4.2.3.2 Resultaat ladder onderbouwing Het onderzoek is ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van de beide nieuwe stedelijke ontwikkelingen, te weten het hotel en de woningen. Hieronder is eerst ingegaan op de woningen en daarna op het hotel. Wonen In het onderzoeksgebied is in totaal een vraag naar 12.555 woningen in de komende tien jaar (t/m 2030). Hier staat een hard planaanbod van in totaal 5.200 woningen tegenover. Er is dus een behoefte aan 7.355 extra woningen in het onderzoeksgebied. Er is dus meer dan voldoende kwantitatieve behoefte aan de 98 geplande woningen in het Alexanderkwartier. Uitgaande van de woonvoorkeuren is er vraag naar ca. 1.885 woningen in een (centrum)dorps woonmilieu. Het geplande aanbod woningen in een (centrum)dorps woonmilieu is ca. 1.015 woningen. Daarmee is er nog behoefte aan 870 extra woningen in dit woonmilieu. Het plan voor de realisatie van 98 woningen past in deze kwalitatieve woningbehoefte. Er zijn geen geschikte alternatieve locaties in bestaand stedelijk gebied waar de 98 woningen in een vergelijkbare setting kunnen worden gerealiseerd. Hiermee is ook de noodzaak van het bouwen buiten bestaand stedelijk gebied aangetoond. Bovendien sluit de ontwikkeling van de woningen aan op het beleid, dat vooral gericht is op een versnelling van de woningbouwproductie om tegemoet te komen aan de grote vraag.
Hiermee voldoet de ontwikkeling van de woningen aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hotel De vraag naar hotelovernachtingen in het onderzoeksgebied zal naar verwachting gaan toenemen. Vanuit zowel nationaal als regionaal beleid wordt sterk ingezet op de spreiding van toerisme, en de ‘kastelenroute’ is onderdeel van een gerichte promotiecampagne door het NBTC. De toenemende overloop vanuit Amsterdam zal deze trend verder aanjagen. Het NBTC hanteert een landelijke groeiprognose van het aantal hotelovernachtingen van 2,7% per jaar tot 2030. De coronacrisis zal komende jaren echter een daling in het aantal hotelovernachtingen sorteren. Experts verwachten een kortdurend effect van de coronacrisis waarbij in 2023 het aantal overnachtingen weer op het oude niveau van voor de crisis komt. Voor het onderzoeksgebied lijkt het verantwoord om een iets hoger groeipercentage aan te houden. Argumenten daarvoor zijn het toeristisch spreidingsbeleid, de aantrekkingskracht van de nieuw te ontwikkelen Made by Holland attractie in Paleis Soestdijk en de bouwstop voor hotels die is afgekondigd in Amsterdam ende gemeente Utrecht. Het aantal overnachtingen in het onderzoeksgebied in 2030 zal volgens deze prognose met circa 250.000 toenemen en rond de 1,1miljoen uitkomen.
In de periode 2012 – 2018 is het aanbod hotelkamers in het onderzoeksgebied met gemiddeld 1% per jaar toegenomen, van 2.668 kamers (in 54 hotels) in 2012 tot 2.835 kamers (in 61 hotels) in 2019. Dit is een toename van in totaal slechts 167 kamers in 7 jaar tijd. Kwalitatief gezien is het aantal vergelijkbare hotels (‘karakteristieke/historische hotels’) in het onderzoeksgebied zeer beperkt met in totaal 226 kamers in 9 hotels. In de regio zijn vier hotelontwikkelingen met in totaal 301 kamers bekend die mogelijk zijn in de bestemmingsplannen. In het bepalen van de behoefte voor hotelkamers is in het onderzoek een ‘normatieve gemiddelde bezettingsgraad’ gehanteerd. Dit is een gemiddelde marktbezettingsgraad waarin de markt als geheel gezond functioneert. De gebruikelijke bandbreedte is tussen de 60-65%. Uitgaande van deze bezettingsgraad leidt het gehanteerde vraagscenario tot een kwantitatieve behoefte van 95 tot 365 kamers. Uitgaande van een vervangingsvraag van 230 kamers tot 2030 komt de kwantitatieve behoefte uit op 330 tot 600 kamers. In samenhang met het Made by Holland concept is een kwalitatieve behoefte te benoemen naar met name landelijk gelegen en karakteristieke hotels die ook de mogelijkheid hebben om grotere (zakelijke) groepen te accommoderen. De komst van een brasserie sluit uitstekend aan op de hotelfunctie en het concept ‘Made by Holland’.
Daarnaast laat de analyse zien dat er in Soest en Baarn behoefte is aan de toevoeging van 7 tot 8 restaurants. Er zijn bovendien binnen het bestaand stedelijk gebied geen alternatieve locaties beschikbaar voor een dergelijke ontwikkeling.
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
57/121
De ontwikkeling van een hotel met 120 kamers in de 4 sterren categorie voldoet daarmee aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.2.3.3 Conclusie Ladder onderbouwing De realisatie van het woonprogramma en het hotel binnen het concept “Made by Holland’ zal resulteren in een uniek product. De combinatie van de omgevingskwaliteiten, de historie van de plek met de mogelijkheden tot wonen en verblijven creëert een nieuwe en aansprekende bestemming voor een brede doelgroep en zal ongetwijfeld de aantrekkingskracht van het gebied zeer sterk vergroten. De ontwikkeling sluit naadloos aan op de ambities van zowel NBTC, provincie en gemeente Baarn en zal naar verwachting een sterke bijdrage leveren aan de spreiding van toerisme in Nederland. 4.2.4 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt Nederlandse natuurgebieden, houtopstanden en planten- en dierensoorten. Gebiedsbescherming Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, zoals Natura-2000 gebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebeurt in het ruimtelijk spoor van het Barro (Rijk) en de PRV (provincie Utrecht).
Soortenbescherming Het doel van de wet is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De wet kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. De verbodsbepalingen zijn een belangrijk onderdeel van de wet. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1 Vogelrichtlijnsoorten, 3.5 Habitatrichtlijnsoorten en 3.10 Andere soorten). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11) Houtopstanden De bescherming van het houtareaal in Nederland werd tot de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het belangrijkste deel geregeld in de Boswet (1963) en bijbehorende besluiten. Met de Wet natuurbescherming is een deel van de bevoegdheden op dit beleidsterrein overgedragen aan Provinciale Staten.
Met de Wet natuurbescherming hebben Provinciale Staten op dit beleidsterrein meer regelgevende bevoegdheden gekregen, waarbij de wetgever een aantal kaders heeft gesteld. Voor de provinciale Verordening natuur en landschap heeft de Boswet als basis gediend, maar is tegelijk gekozen voor een insteek waarbij hedendaagse principes in het natuurbeheer zoals ruimte voor dynamiek, kwaliteit en openheid ook een belangrijke rol spelen. Zonder melding vooraf is het conform artikel 4.2, eerste lid, van de Wnb niet toegestaan een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen / kappen (met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout). In artikel 4.1 van de Wnb zijn de uitzonderingen beschreven waarbij het wel is toegestaan om zonder deze melding over te gaan tot het geheel of gedeeltelijk vellen van een houtopstand. Daarnaast geldt op grond van artikel 4.3, eerste lid, van de wet een herbeplantingsplicht bij het tenietgaan van houtopstanden. Dit dient in beginsel plaats te vinden binnen 3 jaar op dezelfde grond waar de bomen hebben gestaan. In de regeling van de Wnb zijn vrijstellingen opgenomen ten aanzien van de herbeplantingsplicht en van de meldplicht (artikel 4.5, vierde lid, van de
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
58/121
Wnb). Daarnaast kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen van deze verplichtingen (artikel 4.5, eerste en derde lid, van de wet). Tot slot biedt artikel 4.2, derde lid, van de Wnb Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om een verbod tot velling op te nemen ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Betekenis voor het plan Voor de herbestemming van Paleis Soestdijk is de natuur als volwaardig onderdeel meegenomen in de planvorming. Er is een natuurvisie opgesteld met verschillende maatregelen die gericht zijn op kwaliteitsverbetering en het versterken van de ecologische structuur voor de langere termijn en een verbeterd beheer van de bosgebieden en de oude boskernen. Als uitwerking van de Wnb heeft de provincie Utrecht regels opgenomen in de Interim Omgevingsverordening en de provinciale Natuurvisie en het Beleidskader natuur en landschap. Deze kaders zijn beschreven in paragraaf 4.3. De in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ruimtelijke ontwikkeling zal voldoen aan de regels van de Wnb en draagt bij aan een versterking van de natuur in het plangebied. De toetsing, inclusief de uitkomsten van de ecologische onderzoeken, is nader beschreven in paragraaf 5.6.2. 4.2.5 Natuurschoonwet De Natuurschoonwet draagt bij om landgoederen in stand te houden. Landgoedeigenaren kunnen belastingvoordeel krijgen en zijn zo beter in staat hun landgoed te onderhouden.
Zij moeten dan wel hun landgoed openstellen voor het publiek. Het gaat om landgoederen van minstens 5 hectare dat voor minstens 30 procent bestaat uit houtopstanden (bos) en/of natuurterreinen. Betekenis voor het plan Landgoed Paleis Soestdijk is een landgoed dat is gerangschikt onder de Natuurschoonwet. Voor het Landgoed Paleis Soestdijk is de openstelling voor publiek dan ook een belangrijk uitgangspunt, met respect voor de natuurwaarden en cultuurhistorische waarden.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening De provincie Utrecht werkt vanaf 1 april 2021 met de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening. Deze zijn op 10 maart 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie zich wil voorbereiden op de toekomst en gaat over de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn de kwaliteiten beschreven en is ingegaan op de ontwikkelingen en ruimte vragen in de provincie, zoals bijvoorbeeld de bevolkingsgroei en het opwekken van duurzame energie. De Omgevingsvisie vervangt de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, het Bodem, water en Milieuplan en het Mobiliteitsplan. In de Interim Omgevingsverordening (hierna: Interim OV) staan de juridische regels die bij de Omgevingsvisie horen. De Interim OV vervangt bestaande verordeningen zoals de provinciale ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur- en landschapsverordening en de wegenverordening. De Omgevingsvisie is uitgewerkt in zeven thema’s, te weten: • Toekomstbestendige natuur en landbouw • Stad en land gezond • Klimaatbestendig en waterrobuust • Duurzame energie • Vitale steden en dorpen • Duurzaam gezond en veilig bereikbaar • Levend landschap, erfgoed en cultuur Alle thema’s staan niet op zichzelf, maar worden in samenhang bekeken. Door slim combineren en concentreren wil de provincie de ruimte optimaal gebruiken.
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
59/121
Voor het Landgoed Paleis Soestdijk zijn de volgende onderwerpen uit het provinciaal beleid relevant: • Bereikbaarheid en mobiliteit (hoofdstuk 4 Interim OV); • Natuur (Natuurnetwerk Nederland, Groene Contour, Houtopstanden) (hoofdstuk 6 Interim OV); • Cultuurhistorie en landschap (hoofdstuk 7 Interim OV); • Wonen, werken en recreëren (hoofdstuk 9 Interim OV). Wat dit betekent voor het onderhavige bestemmingsplan is beschreven in de paragrafen 4.3.1.1 tot en met 4.3.1.5. 4.3.1.1 Bereikbaarheid en mobiliteit (hoofdstuk 4 Interim OV); De drie provinciale wegen rond het plangebied zijn onderdeel van het ‘Provinciaal bereikbaarheidsnetwerk’ In hoofdstuk 4 zijn regels gesteld ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en mobiliteit voor de specifiek aangewezen provinciale wegen. Wanneer het in het bestemmingsplan opgenomen programma kan leiden tot een mogelijke verslechtering van de bereikbaarheid of toename van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk, dient een mobiliteitstoets uitgevoerd (in de Interim OV is dit opgenomen als Bijlage 13 Mobiliteitstoets Cultuurhistorie). Binnen deze mobiliteitstoets worden mogelijke oplossingen voor de geconstateerde knelpunten uitgewerkt, waarbij ook realisatie en financiering van deze maatregelen aan bod komen. De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van het Provinciaal OV-netwerk.
En de fietspaden langs de Amsterdamsestraatweg zijn onderdeel van het ‘regionaal fietsnetwerk’. Voor het OVnetwerk en het fietsnetwerk geldt dat een bestemmingsplan met het aangeduide netwerk rekening moet houden en niet mag belemmeren. Betekenis voor het plan In paragraaf 2.6 is ingegaan op de huidige verkeerstructuur. Er zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nodig voor behoud van het landgoed waarvan de mogelijke gevolgen op de mobiliteit moeten worden onderzocht. Hiervoor is onderzoek uitgevoerd, wat is beschreven in paragraaf 5.7. Met dit onderzoek is inzicht geven in de gevolgen van de planontwikkeling en zijn de benodigde maatregelen in beeld worden gebracht. In het mobiliteitsonderzoek is ingegaan op verschillende mogelijkheden om de ontsluiting van het paleis te verbeteren. Er zijn diverse verkeerskundige oplossingsrichtingen verkend om tot een goede ontsluitingsstructuur van de planontwikkeling te komen. Vervolgens is voor het ontwerpbestemmingsplan een integraal onderzoek uitgevoerd om te komen tot een maatvast ontwerp voor de Amsterdamsestraatweg met de ontsluiting van Paleis Soestdijk en het Alexanderkwartier. In dit integrale onderzoek zijn uitgangspunten geformuleerd vanuit mobiliteit, natuur, cultuurhistorie (zie hiervoor paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).
Op basis van het integrale onderzoek is gekozen voor een inrichtingsvoorstel, bestaande uit twee kruisingen en een gelijkvloerse oversteek. Hiermee ligt er een gedragen oplossing voor de mobiliteitsopgave en kan worden voldaan aan de Interim Omgevingsverordening. Het bestemmingsplan maakt de aanpassing van de Amsterdamsestraatweg met kruisingen en gelijkvloerse oversteek en de aansluitingen van het Alexanderkwartier, de Dries en de Parade op de nieuwe kruisingen mogelijk. 4.3.1.2
Natuur (Natuurnetwerk Nederland, Groene Contour, Houtopstanden) (hoofdstuk 6 Interim OV); Het grootste deel van het plangebied bevindt zich binnen de contouren van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een klein deel is gesitueerd binnen de Groene Contour. Voor de gronden in de groene contour geldt dat deze van belang worden geacht in het functioneren van het NNN, maar er nog geen mogelijkheid is ze onder het NNN te brengen. In afbeelding 34 is een uitsnede van de Interim OV getoond met de begrenzing van het NNN en Groene Contour en het plangebied.
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
60/121
afbeelding 34: ligging plangebied in het Natuurnetwerk Nederland (donkergroen) en Groene Contour (lichtgroen) (bron: Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht)
Artikel 6.2 van de Interim OV stelt dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het NNN bestemmingen en regels bevat die strekken tot de instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit, de wezenlijke kenmerken en waarden en de samenhang van het natuurnetwerk. Onder zeer strikte voorwaarden kunnen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die ontwikkelingen behelzen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang van het NNN. Artikel 6.3. van de Interim Omgevingsverordening (hoofdstuk 6.1) geeft richting aan de wijze waarop met ontwikkelingen dient te worden omgegaan. In het eerste lid van dit artikel worden de mogelijke uitzonderingen benoemd. De in het nieuwe bestemmingsplan voorgenomen ontwikkelingen kunnen in het geval van Paleis Soestdijk niet gezien worden als ontwikkelingen die vallen onder artikel 6.3.1 lid “a. Ruimtelijke ontwikkelingen vanwege een groot openbaar belang” of lid “c. Ruimtelijke ontwikkelingen die beperkt worden gewijzigd of toegevoegd”.
In het geval van Paleis Soestdijk is de situatie van toepassing die beschreven wordt onder artikel 6.3.1 lid b van de Interim OV: ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot aantasting worden gecompenseerd binnen een met die ruimtelijke ontwikkeling samenhangend gebied en met dusdanige activiteiten dat de uitvoering van die activiteiten gezamenlijk binnen 10 jaar resulteert in een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor het natuurnetwerk Nederland voor wat betreft kwaliteit, oppervlakte en samenhang. Lid 3 benoemd expliciet dat aantasting slechts mogelijk is wanneer deze wordt beperkt en tijdig wordt gecompenseerd. Er wordt daarom beoordeeld welk effect het bestemmingsplan heeft op de aantasting van het Natuurnetwerk Nederland. De ontwikkelingen die vervolgens leiden tot aantasting moeten gecompenseerd worden binnen een met de ruimtelijke ontwikkeling samenhangend gebied en leiden tot een duidelijk aantoonbare meerwaarde. Voor wat betreft de oppervlakte geeft de verordening duidelijk aan op welke manier compensatie moet plaats vinden
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
61/121
(artikel 6.5 Interim omgevingsverordening). De meerwaarde die gerealiseerd moet worden is nader omschreven in de toelichting op de Interim OV bij artikel 6.3. Betekenis voor het plan Voor de herbestemming van Paleis Soestdijk is de natuur als volwaardig onderdeel meegenomen in de planvorming. Er is een natuurvisie opgesteld met verschillende maatregelen die gericht zijn op kwaliteitsverbetering en het versterken van de ecologische structuur voor de langere termijn. De in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ruimtelijke ontwikkelingen zullen voldoen aan de regels die gelden voor het NNN en de Groene contour en dragen bij aan een versterking van de natuur in het plangebied. De toetsing, inclusief de uitkomsten van de ecologische onderzoeken, is nader beschreven in paragraaf 5.6.2. 4.3.1.3 Houtopstanden en kleine landschapselementen De provincie Utrecht hecht bijzondere waarde aan het grote bosgebied dat de provincie rijk is. De houtopstanden die zich daar bevinden zijn vanuit meerdere perspectieven belangrijk, vanwege de natuurwaarde maar ook vanwege de mogelijkheden tot houtproductie, het vastleggen van koolstof, de recreatiemogelijkheden en de cultuurhistorische waarde. De provinciale bescherming van houtopstanden is in de Interim OV geregeld in artikel 6.17 e.v.
Er zijn regels opgenomen ten aanzien van Tevens stelt de Interim OV de voorwaarde dat een bestemmingsplan waardevolle houtopstanden beschermd en verzekert dat de kwaliteit en oppervlakte daarvan niet achteruit gaat. Er is dus een verantwoording nodig en het bestemmingsplan zal een regeling moeten bevatten om dit te borgen. In de toelichting op het artikel staat: Oude bosgroeiplaatsen zijn boslocaties die in het midden van de negentiende eeuw als bos op de historische kaarten staan aangegeven en tot op heden onafgebroken een boslocatie zijn gebleven. Sommige locaties die op kaart als oude bosgroeiplaats zijn aangegeven, voldoen niet aan deze definitie. Indien dit overtuigend aangetoond kan worden, is de bescherming niet van toepassing. Op dit moment wordt er nog gewerkt aan het verbeteren van de kaart, zodat alleen locaties die voldoen aan de definitie hierop komen te staan. Betekenis voor het plan Het plangebied kent meerdere bosgebieden, waaronder oude bosgroeiplaatsen en oude boskernen en ligt in het ‘indicatief toepassingsgebied houtopstanden’. Voor de planvorming dient daarom rekening te worden gehouden met de regels uit de Interim OV. De toetsing aan de regels voor houtopstanden is beschreven in 5.6.2.3. Ook is in het bestemmingsplan een vergunningsplicht opgenomen voor het vellen van houtopstanden.
Deze vergunningsplicht is aanvullend op bescherming die volgt uit de regels van de Wnb en de provinciale Interim OV ten aanzien van houtopstanden. 4.3.1.4 Cultuurhistorie en landschap (hoofdstuk 7 Interim OV); In hoofdstuk 7, artikel 7.5 t/m 7.8 van de Interim OV zijn regels opgenomen ter bescherming en ontwikkeling van de waardevolle cultuurhistorie van de provincie. Het plangebied ligt binnen gebied dat is aangewezen als ‘historische buitenplaatszone’. Artikel 7.7 van de Interim OV stelt verplicht dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in de Cultuurhistorische hoofdstructuur wordt rekening gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en worden regels gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden. Het uitgangspunt is behoud door ontwikkeling. De waarden zijn beschreven in de Bijlage 14 Cultuurhistorie bij de Interim OV. Een nieuw bestemmingsplan voor gronden van de cultuurhistorische hoofdstructuur mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van in het plangebied voorkomende cultuurhistorische waarden. Er is ruimte voor ontwikkelingen, inclusief verstedelijking, gericht op het creëren van economische kostendragers als deze bijdragen aan het herstel van de cultuurhistorische waarde van de
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
62/121
buitenplaatszone. De uitvoering hiervan kan op de buitenplaats plaatsvinden, of in de buurt van de buitenplaats als dit tot een betere oplossing leidt. Voor ‘historische buitenplaatszones’ is in afwijking van de regels voor het landelijk gebied (artikel 3 PRV) verstedelijking toegestaan, mits dit bijdraagt aan het behoud van de cultuurhistorische waarde van de buitenplaats. De provincie wil hiermee buitenplaatsen ruimte bieden voor ontwikkeling wanneer dit gericht is op het creëren van economische dragers voor het behoud van de cultuurhistorische waarden. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen in samenhang plaats te vinden en dienen de specifieke kenmerken van de buitenplaats te behouden en waar mogelijk te versterken. Om te beoordelen of de planontwikkeling in balans is, wordt gevraagd, om de ‘ontwikkelladder voor ruimtelijke ontwikkeling op buitenplaatsen’, zoals opgenomen in de provinciale ‘Leidraad Behoud door ontwikkeling op historische buitenplaatsen’ te doorlopen. Hierin komen achtereenvolgens de volgende vragen aan de orde: 1. zijn er besparingen mogelijk? 2. kunnen alternatieve inkomstenbronnen worden aangeboord? 3.
kan er ontwikkeld worden binnen bestaande bebouwing? Pas als na het doorlopen van deze zogenaamde ‘ontwikkelladder voor ruimtelijke ontwikkeling op buitenplaatsen is vastgesteld dat de eerste drie stappen niet volstaan om de exploitatie structureel gezond te krijgen, komen de mogelijkheden van nieuwe ruimtelijke ontwikkeling op de buitenplaats aan de orde (stap 4 van de ladder). Betekenis voor het plan Het uitgangspunt van het plan voor Paleis Soestdijk is het herstel en de duurzame instandhouding van het landgoed. Voor de planontwikkeling zijn dan ook de aanwezige monumentale en cultuurhistorische elementen en waarden uitgebreid onderzocht en in beeld gebracht. In hoofdstuk 2 is dit beschreven. Behalve behoud, gaat het plan uit van herstel van verschillende historische elementen. Hiervoor is een restauratieplan gemaakt, wat beknopt is beschreven in paragraaf 3.4. Het uitgangspunt is dat er sprake is van een zorgvuldige en evenwichtige inpassing van de nieuwe bebouwing op het landgoed. Er dient sprake te zijn van een balans tussen de toe te voegen bebouwing en de kwaliteitsverbetering van het landgoed. De visie hierop is in hoofdstuk 3 uitgewerkt. Ook is in paragraaf 5.3.2 ingegaan op de buitenplaatsbiotoop van het plangebied volgens de provinciale Cultuurhistorische Atlas.
In het kader van de verkoopprocedure is het ingediende plan Made By Holland ook beoordeeld op de financiële kaders en gehanteerde uitgangspunten. Het plan is het kader van deze verkoopprocedure door het Rijk financieel solide bevonden, voor een periode van 15 jaar vanaf de aankoop. Het totaalplan voor Soestdijk voldoet aan de kwaliteitsuitgangspunten en daarmee aan alle stappen van de buitenplaatsladder. De nieuwbouw is noodzakelijk als financiële drager voor het behoud en herstel van Landgoed Paleis Soestdijk. Landschap In artikel 7.9 van de Interim OV zijn regels ten aanzien van het landschap opgenomen. Het bestemmingsplan dient bestemmingen en regels te bevatten ter bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals genoemd in de het ‘Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen, deelkatern Utrechtse Heuvelrug’. Ook mogen de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt binnen het Landschap Utrechtse Heuvelrug. De Utrechtse Heuvelrug is een stuwwal die reikt van de randmeren in het noordwesten tot de Rijn in het zuidoosten. Het is na de Veluwe het grootste bosgebied van Nederland en vormt een kerngebied in het NNN. De Utrechtse Heuvelrug wordt bepaald door het doorlopende reliëf en manifesteert zich als een eenheid.
Het landschap onderscheidt zich sterk van de omliggende vlakkere, meer open landschappen. Er komt veel bos voor op de Utrechtse Heuvelrug, dat wordt afgewisseld met heide, vennen en stuifzand. Open plekken zijn gerelateerd aan het bos en niet aan de wegen. Als
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
63/121
kernkwaliteiten kent de Utrechtse Heuvelrug een robuuste eenheid, reliëfbeleving en extreme historische gelaagdheid. Binnen de Utrechtse Heuvelrug worden vijf deelgebieden onderscheiden. Soestdijk ligt binnen het deelgebied De Laagten. Een belangrijk onderdeel van de planontwikkeling bestaat uit het behouden en waar nodig herstellen van de tuinlandschappelijke waarden van het landgoed. Zodoende is voor het plangebied een uitgebreide analyse van de landschappelijke waarden uitgevoerd door West8, welke in paragraaf 2.2 beknopt is weergegeven. Het uitgangspunt voor de planontwikkeling is de bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten van het landschap. In paragraaf 5.3 is de toetsing van de planontwikkeling aan de landschappelijke kernkwaliteiten beschreven. 4.3.1.5 Wonen, werken en recreëren (hoofdstuk 9 Interim OV). In hoofdstuk 9 van de Interim OV is ingegaan op de regels voor verstedelijkingsfuncties en het landelijk gebied. Het plangebied ligt in het gebied dat is aangeduid als ‘landelijk gebied’. In het landelijk gebied mag volgens artikel 9.2 van de Interim OV een bestemmingsplan geen verstedelijking toestaan, tenzij in de verordening anders is bepaald”. Op dit verbod zijn in de verordening uitzonderingen mogelijk.
Deze uitzonderingen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 Energie, hoofdstuk 6 Natuur, hoofdstuk 7 Cultuurhistorie en hoofdstuk 9 Wonen, werken, recreëren. Eén van deze uitzonderingen betreft de mogelijkheid voor verstedelijking op historische buitenplaatsen. Dit is beschreven in paragraaf 4.3.1.4. Daarnaast is nieuwe verstedelijking toegestaan in de gebieden die zijn aangeduid als “kernrandzone” (artikel 9.8 Interim OV), mits de verstedelijking gepaard gaat met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking. Ook moet de verstedelijking ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar zijn en in aansluiting op het stedelijk gebied of in samenhang met overige verstedelijkte structuur, en mogen omliggende functies niet onevenredig worden geschaad. Tevens moet een tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit geborgd worden. Een groot deel van de gronden van het landgoed heeft deze aanduiding. Ook biedt artikel 9.7 lid 1.b. van de Interim OV de mogelijkheid om bestaande stedelijke functies uit te breiden met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerend planologisch regime, mits sprake is van een economische noodzaak.
Ook is Landgoed Paleis Soestdijk in het provinciaal beleid aangewezen als zoekgebied voor een ‘bovenlokaal dagrecreatieterrein’ (artikel 9.20 Interim OV). De Interim OV staat binnen dit gebied nieuwvestiging toe van kleinschalige onderschikte detailhandel en aan het recreatieve gebruik gerelateerde voorzieningen. Betekenis voor het plan Het uitgangspunt van het plan voor de toekomst van Landgoed Paleis Soestdijk is het herstel en de duurzame instandhouding van het landgoed. Voor de planontwikkeling zijn de aanwezige monumentale en cultuurhistorische elementen en waarden uitgebreid onderzocht en in beeld gebracht. In hoofdstuk 2 is dit beschreven. Behalve behoud, gaat het plan uit van herstel van verschillende historische elementen. De herbestemming gaat ook gepaard met nieuwe verstedelijking op het landgoed, zoals beschreven in paragraaf 4.3.1.4. De herbestemming van Soestdijk leidt tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteiten en sluit dan ook goed aan bij de uitgangspunten die terug te vinden zijn in de verschillende artikelen in hoofdstuk 9 van de Interim OV en de extra verstedelijking is in lijn met dit artikel. Ook sluit de herbestemming goed aan bij het bovenlokale recreatieve karakter dat de provincie voor het landgoed ziet. 4.3.2 Natuurvisie 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden.
De Wnb vervangt de Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998. Natuur wordt daarmee een
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
64/121
provinciale kerntaak: de provincies zijn niet langer alleen verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeleid, maar hebben nu de bevoegdheid zelf de regie te voeren en binnen de kaders die het Rijk via de Wnb stelt strategische keuzes te maken. Deze keuzes dient de provincie te verankeren in een Natuurvisie. 4.3.2.1 Natuur De Provincie Utrecht heeft daarom op 12 december 2016 de ‘Natuurvisie provincie Utrecht, een plus op Natuurbeleid 2.0’ vastgesteld. Het uitgangspunt voor de natuurvisie is het streven naar een robuust netwerk van voldoende schaal en veerkracht, met aaneengesloten gebieden die van hoge kwaliteit zijn en tegen een stootje kunnen. Het NNN vormt de basis hiervan. Ook is in het kader van de Natuurvisie de Utrechtse biodiversiteit in beeld gebracht en is een lijst van Utrechtse aandachtssoorten opgesteld. De aandachtsoorten zijn vastgesteld in het supplement biodiversiteit behorende bij de provinciale natuurvisie (vastgesteld door GS op 16 december 2016). De Utrechtse aandachtssoorten komen voor in leefgebieden in het NNN en buiten het NNN. Deze leefgebieden zijn natuurparels genoemd. Leefgebieden waar aandachtsoorten geconcentreerd voorkomen zijn als natuurparel aangewezen. Paleis Soestdijk ligt in de natuurparel ‘oud bos’.
Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd naar de effecten op het NNN en op beschermde soorten flora en fauna uitgevoerd, zie paragraaf 5.6. In deze paragraaf is ook ingegaan op de toetsing aan de provinciale natuurregels. 4.3.2.2 Bos en houtopstanden De provincie Utrecht hecht bijzondere waarde aan het grote bosgebied dat de provincie rijk is. De houtopstanden die zich daar bevinden zijn vanuit meerdere perspectieven belangrijk, vanwege hun natuurwaarde maar ook vanwege de mogelijkheden tot houtproductie, het vastleggen van koolstof, de recreatiemogelijkheden en de cultuurhistorische waarde. Het uitgangspunt is daarom het in stand houden van het bestaande oppervlak aan bos. Concreet betekent dit dat er een meldplicht geldt voor het vellen van een houtopstand buiten de bebouwde kom (van dehoutopstanden). Onder strikte voorwaarden is hier vrijstelling van te verlenen. Om bosgebieden met belangrijke natuur- of cultuurhistorische waarde extra te beschermen kan de provincie ter plekke een kapverbod instellen (zie verder het Beleidskader Wnb, paragraaf 4.3.3). Verder geldt een herplantplicht, houtopstanden die gekapt worden dienen teruggeplaatst te worden.
Onder voorwaarden kan dit op een ander perceel, zodanig dat de herplant bijdraagt aan de realisatie van provinciale doelen zoals de realisatie van het NNN, de Groene Contour en/of ter herstel en versterking van waardevolle landschapselementen. Dit wordt in de Natuurvisie ‘boscompensatie’ genoemd. De regels hiervoor staan in de Verordening natuur en landschap en de Beleidsregels natuur en landschap, welke in paragraaf 4.3.3 zijn beschreven. 4.3.3 Verordening natuur en landschap (Vnl) en Beleidsregels natuur en landschap (Bnl) De regels vanuit de Wnb ten aanzien van houtopstanden zijn beschreven in paragraaf 4.2.4. Als uitwerking van de Wnb en de provinciale Natuurvisie is het beleidskader Wet Natuurbescherming opgesteld, met daarin de Verordening natuur en landschap (Vnl) en de Beleidsregels natuur en landschap (Bnl). Dit beleidskader omvat onder andere de provinciale uitwerking van de gebods- en verbodsbepalingen uit de Wnb en vormt de basis voor vergunningverlening. In de Vnl staan eisen en regels voor de bescherming van gebieden, soorten en bomen en bossen (houtopstanden). De regels voor de uitvoering zijn opgenomen in de Bnl. In het Bnl zijn de relevante begrippen ‘oude bosgroeiplaats’ en ‘oude boskern’ als volgt gedefinieerd: •
Oude bosgroeiplaats: ‘Boslocatie die in het midden van de negentiende eeuw als bos op de historische kaarten staat aangegeven en tot op heden onafgebroken een boslocatie is gebleven.’
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
65/121
•
Oude boskern ‘Actuele groeiplaats van autochtone bomen en struiken die afstammelingen zijn van de oorspronkelijk inheemse flora die na de ijstijd op eigen kracht Nederland heeft bereikt. De groeiplaats kan zowel een bos betreffen als een houtwal of een enkele boom of struik die als relict van het oorspronkelijk bos te beschouwen is.’
Bij boscompensatie gelden de volgende regels: • Het nieuw te realiseren bosgebied is qua oppervlakte, natuurkwaliteit en ruimtelijke samenhang tenminste gelijkwaardig aan de aantasting; • Hoewel goede en tijdige compensatie in de nabijheid altijd het vertrekpunt is, is het mogelijk om onder voorwaarden compensatie op een verder weg gelegen locatie plaats te laten vinden. • Uitzondering hierop is compensatie op gronden die al meer dan 150 jaar als bos in gebruik zijn. Bij deze gebieden – de oude bosgroeiplaatsen –verlangt de provincie compensatie ter plekke omdat anders de ecologische kwaliteit van de bosgrond in het geding komt; • Compensatie dient ten opzichte van de oorspronkelijke situatie een meerwaarde te hebben, bijvoorbeeld door te grenzen aan een (oude) boskern, bij te dragen aan bestaand recreatie, natuur- en landschapsbeleid van gemeenten of provincie, of te leiden tot een versterking van de landschappelijke kwaliteit; • De realisatie van de compensatie dient geborgd te zijn op het moment dat de aantastende ingreep wordt toegestaan en dient tijdig en juist uitgevoerd te worden. • In de ‘Beleidsregels natuur en landschap’ staan concrete regels voor het bepalen van de boscompensatieopgave, zoals de berekeningswijze van de toeslagen bovenop de 1-op-1 compensatie.
Betekenis voor het plan Het plangebied kent meerdere bosgebieden, waaronder oude bosgroeiplaatsen en oude boskernen en ligt in het ‘indicatief toepassingsgebied houtopstanden’. Voor de planvorming dient daarom rekening te worden gehouden met de regels in hoofdstuk 4 van de Vnl en de regels voor boscompensatie in de Bnl. De toetsing aan de regels voor houtopstanden is beschreven in 5.6.2.3.
4.4
Gemeentelijk beleid
De belangrijkste ingrediënten van gemeentelijk beleid voor het Ruimtelijk Kader Landgoed Soestdijk zijn vastgelegd in een viertal documenten die de gemeenteraad van Baarn heeft vastgesteld. Het betreft de Toekomstvisie en Structuurvisie Baarn in 2030 (2013), de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2014) en de Visie Wonen (2019). De kwaliteit van Baarn is al eeuwenlang de landschappelijke en natuurlijke verscheidenheid. Baarn wordt gekenmerkt door de overgang van de bossen van de Utrechtse Heuvelrug naar de weidse openheid van Eemland. De kernkwaliteiten van de gemeente zijn onder andere het afwisselende landschap, de extensieve recreatie, de overal aanwezige cultuurhistorie, de bereikbaarheid en het hoogwaardig wonen. 4.4.1 Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 Op 10 juli 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 vastgesteld. Met deze nieuwe visie is de gemeente beter in staat om plannen te toetsen en sturing te geven aan ontwikkelingen. Centraal staat hierbij de vraag: hoe de Baarnse identiteit en kwaliteit behouden en versterken? In de Toekomstvisie zijn zes thema’s uitgewerkt, die kenmerkend zijn voor de identiteit van Baarn: Hoogwaardig wonen, Levendig centrum met hoog voorzieningenniveau, Groene en blauwe vertoefplekken, Bestendige bedrijvigheid, Sociale samenhang en Bestuurlijke zelfstandigheid.
Hoogwaardig wonen gaat in op de kwaliteit van wonen en woonomgeving. Voor Groene en blauwe vertoefplekken geldt dat de bestaande groenstructuur behouden moet worden en waar
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
66/121
nodig versterkt. Recreatief aanbod wordt gestimuleerd en verder ontwikkeld met de nadruk op dagrecreatie. Lage Vuursche is een zeer succesvol recreatiegebied met als keerzijde soms de grote drukte. Meer spreiding van recreanten door de aantrekkingskracht van parels als Paleis Soestdijk, Kasteel Groeneveld en het centrum van Baarn past in het gewenste gemeentelijk beleid. Goede routes en verbindingen horen daarbij. Een zevende thema – dat is toegevoegd – is Bereikbaar en leefbaar. Bij nieuwbouwplannen dient de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en -veiligheid bij de start van het proces in beeld te zijn. Baarn streeft ernaar om in 2030 zoveel mogelijk klimaatneutraal te zijn. Duurzaamheid wordt betrokken in alle ontwikkelingen binnen de gemeente. Betekenis voor het plan Met de herbestemming van Paleis Soestdijk ziet de gemeente kansen om de recreatieve kwaliteiten van Baarn een impuls te geven. De wens is om bezoekers die het paleis bezoeken ook te verleiden tot een bezoek aan het centrum. Hiervoor dienen goede verbindingen te zijn tussen de recreatieve knooppunten en het centrum en goede parkeervoorzieningen. 4.4.2 Visie Wonen 2019 Op 26 september 2019 is de Visie Wonen 2019 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De visie geeft richting aan actuele woningmarktopgaven in Baarn. De Visie Wonen bouwt voort op de eerdere visie uit 2016.
Daarin stonden vier ambities centraal: het werken aan een evenwichtiger bevolkingsopbouw, een toegankelijker en comfortabeler woningvoorraad, verduurzaming van die woningvoorraad en ruimte voor het segment tussen huren en kopen (middenhuur en goedkope koop). Deze vier ambities staan nog overeind. Wel zijn ze iets aangescherpt, passend bij de huidige tijd. Daarnaast is er een vijfde ambitie: het ruimte bieden aan alternatieve woonwensen. De vijf ambities worden hieronder beschreven: 1. Evenwicht in de bevolkingspiramide Door veranderende bevolkingssamenstelling, met minder jongeren en meer ouderen, staat de variatie in het voorzieningenaanbod onder druk. Met name voorzieningen voor jeugd en jongeren (scholen, verenigingen) hebben hier potentieel last van. De gemeente wil dan ook blijven inzetten op het versterken van het evenwicht in de bevolkingspiramide door meer kansen te bieden aan jongeren en gezinnen met kinderen. Daarmee sluit de visie aan op de motie Wonen voor Twintigers. Het Baarnse woonmilieu is hiervoor passend. Het woningaanbod is echter nu nog te beperkt. Toevoegingen zijn gewenst om bevolkingsomvang en –opbouw op peil te houden. 2. Toegankelijk comfortabel wonen Tegelijkertijd heeft Baarn een relatief groot aantal inwoners van 65 jaar en ouder. De meeste ouderen zijn lang(er) gezond en participeren actief in de samenleving.
Bovendien zijn zij doorgaans gehecht aan de woning waarin zij wonen. Laat onverlet dat een deel van de 65-plussers aanpassing aan de woning, een andere woning of omgeving wensen; vaak makkelijker toegankelijk, comfortabel en nabij voorzieningen. Hieraan wordt preventief aandacht besteed in de bestaande woningvoorraad en door nieuwbouw ten behoeve van doorstroming. Een deel van de ouderen krijgt te maken met een zorgvraag. Doorgaans blijven zij ook (langer) zelfstandig thuis wonen. Dit geldt daarnaast ook voor andere groepen die een zorgbehoefte hebben, zoals mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening (GGZ). Voor mensen die zelfstandig thuis wonen, met een behoefte aan zorg en ondersteuning, wil de gemeente enerzijds zorg aan huis beter mogelijk maken, anderzijds ook ruimte bieden voor nieuwe woonconcepten met zorg nabij. 3. Verduurzaming van woningen De Baarnse woningvoorraad is doorgaans van hoogwaardige kwaliteit. Er liggen desalniettemin opgaven om de voorraad meer toekomstbestendig te maken. Belangrijk daarbij is de verduurzaming van woningen. Hiermee wil de gemeente klimaatdoelen bereiken (minder uitstoot CO2) en
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
67/121
er zorg voor dragen dat de afhankelijkheid van energie afneemt. Dit leidt uiteindelijk tot besparing op de totale woonlasten van huishoudens. De gemeente ziet de verduurzaming primair als verantwoordelijkheid van huiseigenaren zelf; inwoners en verhuurders. Waar nodig ondersteunt de gemeente dit door informatievoorziening. 4. Ruimte in sociale huur en tussen huur en koop Baarn kent twee gezichten. Enerzijds zijn er de wijken met relatief veel (sociale) huurwoningen, anderzijds wijken met vooral grote duurdere woningen. We zien een structureel tekort aan sociale huurwoningen. Tegelijkertijd zijn er tekorten in de middenhuur en goedkopere koopsector (zie vervolg). Om verschillende inkomensgroepen reële kansen te bieden om in Baarn te (blijven) wonen, is een gevarieerde opbouw van de betaalbare huur- en koopvoorraad gewenst. De corporaties die Baarn tot hun werkgebied mogen rekenen worden uitgedaagd om mee te helpen aan het invullen van deze opgaven. Dit kan door nieuwbouw, maar ook door een herschikking in de bestaande woningvoorraad mede om in wijken meer variatie te krijgen. Te denken is aan omzetten van sociale huur naar middenhuur of betaalbare koop, en toevoeging van nieuwe sociale huurwoningen. 5.
Kansen voor het verwezenlijken van alternatieve woonwensen Bij al de geschetste ontwikkelingen voor Baarn zijn de meer traditionele woonwensen leidend: een huis met een tuintje, of een appartement met ruim balkon. Tegelijkertijd zien we op dit moment dat mensen kiezen voor andere woonvormen: meer collectief in hofjes, minder groot passend bij de leefstijl en om het wonen betaalbaar te houden, duurzamer. Wij willen in Baarn ook ruimte geven aan het verwezenlijken van deze alternatieve woonwensen. Woningbouwlocaties bieden hier ruimte voor. Afwegingskader woningbouw De gemeente toetst vanuit de Visie Wonen woningbouwplannen aan het afwegingskader woningbouw: • Voldoende woningen: toevoegen 850 woningen tot 2030 in de gemeente In het gemeentelijk afwegingskader woningbouw is het vertrekpunt de toevoeging van circa 850 woningen tot 2030. Dit aantal woningen vraagt een forse inspanning om te realiseren. De praktijk laat zien dat bij veel plannen enige vertraging optreedt. Daarom wil de gemeente Baarn enerzijds voldoende planologische ruimte voor nieuwbouw hebben, gericht op continuïteit in woningbouw de komende tien jaar. Concreet komt dit neer op minimaal 1.000 woningen om in de planning te hebben, zodat rekening wordt gehouden met potentiële planuitval of vertraging in planontwikkeling door de veelheid aan kleinere en soms ook complexere locaties.
• De juiste woningen: kwalitatief afwegingskader Naast locaties gaat het ook om de kwalitatieve invulling van de locaties. Vanuit de Visie Wonen is een aantal maatschappelijke kaders meegegeven. Op basis van de huidige planinventarisaties is er in de gemeente vooral een tekort aan plannen bij geclusterde woonzorgvormen, en passende locaties hiervoor. Planontwikkelingen die hierin voorzien, verdienen daarom prioriteit. Als op enig moment (op basis van jaarlijkse monitoring) blijkt dat in voldoende mate wordt voorzien in een van deze segmenten, dan vervalt deze optie voor een initiatiefnemer en resteren de andere segmenten om maatschappelijk aan bij te dragen. Betekenis voor het plan Het bestemmingsplan maakt nieuwe woningen mogelijk op het Alexanderkwartier. Het plan bestaat uit maximaal 98 appartementen van verschillende groottes. Met het programma en de typologie worden kansen gezien in de veranderende vraag en veranderende woonwensen (levensloopgeschiktheid, wonen in combinatie met zorg) en kwaliteitsnormen (duurzaamheid). Met de vergrijzing wint de woningvraag van ouderen aan belang. De meeste mensen blijven langer in hun huidige woning zitten, ook als zij minder goed ter been worden. Om hier ook op in te kunnen spelen, zal in de gebouwen ruimte zijn voor collectieve voorzieningen voor het kunnen bieden van eerstelijns zorg.
Het woningbouwprogramma sluit goed aan bij enkele van de gemeentebrede opgaven. Allereerst de kwantitatieve opgave om voldoende woningbouw te realiseren in de gemeente. Dit
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
68/121
wordt door de gemeente als een uitdaging gezien. Met het plan wordt bijgedragen aan het behalen van deze doelstellingen. Kwalitatief sluit het plan aan bij de opgave om woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgvraag te realiseren. Daar is in het plan specifiek rekening mee gehouden. Er ligt bovendien een opgave om het woningaanbod toekomstbestendig te maken door verduurzaming. Het uitgangspunt is om het hele Landgoed Paleis Soestdijk te verduurzamen. Voor de nieuwe woningen is dan ook het uitgangspunt dat deze zeer duurzaam worden en zullen voldoen aan de aanvullende eisen voor de energieprestatie van woningen die de gemeente hanteert. Het woningbouwplan sluit zodoende aan bij de ambities en opgaven die in de Visie Wonen 2019 zijn benoemd. 4.4.3 Nota Ruimtelijke kwaliteit Gebouwen hebben de openbare ruimte als omgeving; de openbare ruimte heeft gebouwen als decor. De kwaliteit van het één wordt bepaald door het ander. Ruimtelijke kwaliteit is de som van het landschap, stedenbouw en gebouwen plus de samenhang daartussen. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit bestaat uit een inspiratiedeel en een toetsingskader. Het inspiratiedeel geeft per gebied een typering, de ruimtelijke kenmerken, aandachtspunten en ambities en het ruimtelijk streefbeeld. Het toetsingskader is concreter met minimumeisen voor ruimtelijke kwaliteit.
Voor de verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen zijn eisen en criteria geformuleerd. Betekenis voor het plan Voor het plangebied Landgoed Paleis Soestdijk is de beeldbepalende ambitie conserverend. Het ruimtelijk streefbeeld omvat de volgende uitgangspunten: • Behoud bosrijke karakter met buitenplaatsen en daaraan gerelateerde landschappelijke inrichting zoals padenstelsels • Terughoudendheid met nieuwe bebouwing • Bouwwerken passen in omgeving en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting • Aandacht voor inpassing parkeerlocaties bezoekers. De belangrijkste criteria in het toetsingskader zijn: • Bestaande en beoogde omgeving zijn het referentiepunt voor alle bouwwerken • Gevelindelingen zijn evenwichtig en samenhangend • Aan- en uitbouwen zijn in de massa ondergeschikt aan het hoofdgebouw en worden terughoudend vormgegeven • Toepassing eenduidige zadeldaken. Overigens maakt de registeromschrijving, als onderdeel van de aanwijzing tot rijksmonument, ook deel uit van het toetsingskader. 4.4.4 Regelgeving evenementen gemeente Baarn De gemeente Baarn heeft beleidsregels vastgesteld voor evenementen. In deze regels is de vergunningsprocedure beschreven en zijn eisen opgenomen voor het houden van evenementen. Ook is vastgelegd hoeveel evenementen op welke locatie mogen plaatsvinden. Voor kleine evenementen is geen vergunning nodig.
Het is dan genoeg alleen een melding te doen. In de Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2019 wordt onder een klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan honderdvijftig personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 07.00 en 23.00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 50 dB(A) tussen 07.00 en19.00 uur of 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan tien vierkante meter per object.
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
69/121
Verder hebben burgemeester en wethouders geluidbeleidsregels vastgesteld. Hierin is beschreven hoeveel (muziek)geluid tijdens evenementen is toegestaan. In deze “Geluidbeleidsregels bij evenementen gemeente Baarn” (vastgesteld 6 maart 2018), wordt Paleis Soestdijk (zonder nadere toelichting) aangemerkt als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Of Paleis Soestdijk ook vanwege de voorgenomen activiteiten als inrichting moet worden aangemerkt en de daarmee samenhangende evenementen aldus gereguleerd worden door de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit, hangt af van de precieze voorgenomen activiteiten en met name ook van de hoeveelheid evenementen die Paleis Soestdijk wil gaan houden. In het Geluidbeleid zijn evenementen in categorieën ingedeeld naar de daarmee te veroorzaken geluidbelasting: • Categorie 1: zonder muziek- en installatiegeluiden, • Categorie 2: met (achtergrond)muziekgeluiden en installatie geluiden (geluidnorm 70 dB(A) i.p.v. 50 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning), • Categorie 3: met muziekgeluiden en installatiegeluiden ( geluidnorm 80 dB(A) i.p.v. 50 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning). Omdat voor de meeste evenementen de reguliere geluidnormen niet toereikend zijn, zijn in het Geluidbeleid afwijkende (verruimde) normen opgenomen ten opzichte van de reguliere geluidnormen (50/45/40).
Die afwijkende normen moeten realistisch en maatschappelijk acceptabel zijn. De gemeente heeft vastgesteld dat om evenementen in Baarn te kunnen laten plaatsvinden, voor categorie 2 evenementen een verruiming van de geluidnorm van 20 dB(A) (op de gevel van de dichtstbijzijnde woning) toereikend is en dat die norm zowel realistisch als maatschappelijk acceptabel is. Voor categorie 3 evenementen is een geluidruimte van 30 dB(A) nodig ten opzichte van de 50 dB(A) maar dat wordt in zijn algemeenheid niet maatschappelijk acceptabel geacht omdat dit een te hoge geluidbelasting zou veroorzaken op het binnenniveau van woningen, wat tot onduldbare hinder zou leiden. Daarom is het aantal van dergelijke evenementen in de bebouwde kom strikt beperkt tot 12 dagen per kalenderjaar (exclusief de categorie 3 evenementen met een collectief karakter, zoals Koningsdag en Bevrijdingsdag). Betekenis voor het plan Het Paleis Soestdijk is een inrichting in de zin van het Activiteitenbesluit. Dit betekent dat voor (muzikale) activiteiten de geluidnormen gelden uit het Activiteitenbesluit. De gemeente Baarn heeft hiervoor vrijstellingsmogelijkheden vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving Baarn, vastgesteld 25 november 2020 (VFL). Voor alle inrichtingen waarop Afdeling 2.8 ‘geluidhinder’ van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is, geldt de 12-dagenregeling.
Er mogen maximaal 12 dagen worden toegewezen als dat is vastgelegd in een verordening. Van deze mogelijkheid heeft de gemeente Baarn gebruik gemaakt door de voorwaarden met betrekking tot deze zogenaamde “incidentele festiviteiten”(evenementen) en het aantal vast te leggen in artikel 3:2 van de VFL. Door het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt geen onderscheid gemaakt (inzake de 12-dagenregeling) tussen binnen- en buitenactiviteiten in de inrichting. Het is dus toegestaan in de buitenlucht op het terrein van een inrichting muzikale festiviteiten (evenementen) te organiseren. De gemeente heeft in de VFL gekozen om deze incidentele activiteiten alleen binnen in een gebouw te laten plaatsvinden. Het is voor de inrichting Soestdijk toegestaan maximaal 12 ‘incidentele festiviteiten’ per kalenderjaar te organiseren waarvoor de geluidnormen van het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn, maar met 20 dB(A) zijn verruimd. Daarnaast geldt de vergunningplicht voor evenementen voor inrichtingen en niet inrichtingen. Door middel van het verbinden van voorschriften aan de evenementenvergunning kan de naleving van de geluidnormen worden opgelegd en worden gehandhaafd. Er zijn in het nieuwe bestemmingsplan voor Landgoed Paleis Soestdijk twee gebiedsaanduidingen opgenomen waarbinnen evenementen zijn toegestaan.
Er is vastgelegd dat binnen beide gebiedsaanduidingen samen in totaal maximaal 40 evenementdagen per jaar mogen plaatsvinden. Uit de onderzoeken die voor het bestemmingsplan zijn gedaan, zijn aanvullende
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
70/121
randvoorwaarden naar voren gekomen voor de mogelijk te houden evenementen, onder andere vanwege de natuurwaarden en de mobiliteit- en parkeercapaciteit. In paragraaf 3.6.9 is dat uitgebreid beschreven. Het bestemmingsplan regelt de maximale mogelijkheden voor evenementen in dit gebied. Aanvullend op de regels in het bestemmingsplan, gelden de gemeentelijke regels (zoals de APV, de VFL en de beleidsregels) en de Wet natuurbescherming. Een initiatiefnemer / organisator van een evenement dient deze regels in acht te nemen en bij de aanvraag van een evenementenvergunning de nodige onderzoeken uit te voeren. In paragraaf 5.6.2.2 is ingegaan op de effecten van de evenementen op de natuur.
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
71/121
5
Omgevingsaspecten
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.
5.2
Archeologie
5.2.1 Wettelijk kader en beleidskader 5.2.1.1 Erfgoedwet Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Archeologische waarden- en verwachtingskaart 2018 en Beleidsvisie Erfgoed – Omgang met het Baarns Erfgoed 2019 In 2018 heeft Baarn voor het grondgebied van de gehele gemeente een archeologische waarden- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart laten opstellen (Keunen, Frank & Boshoven, 2018). De archeologische waarden- en verwachtingenkaart is gethematiseerd naar archeologische verwachtingen en is uitgebreid met een weergave van terreinen waarvan de archeologische waarde reeds is vastgesteld, dan wel terreinen met een nog niet nader vastgestelde archeologische waarde (archeologische en historische vindplaatsen) en is als zodanig een kaartbeeld dat is opgebouwd uit meerdere kaartlagen. 5.2.1.2
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
72/121
afbeelding 35: Relevante uitsnede van de Archeologische beleidskaart uit 2018 (bron: RAAP), rood is AWG2, geel is AWG3, oranje AWV5., lichtgeel AWV6 en groen AWV8.3
De beleidskaart (zie afbeelding 35) maakt onderscheid in Archeologisch Waardevolle Gebieden (AWG’s) en Archeologisch Waardevolle Verwachtingsgebieden (AWV’s). Deze AWG’s en AWV’s zijn onderverdeeld in respectievelijk 4 en 5 categorieën, die een voorzet bieden voor een aan een nieuw bestemmingsplan op te hangen voorschriften en dubbelbestemmingen. De categorieën worden beschreven in de Beleidsvisie Erfgoed, ‘Omgang met het Baarns Erfgoed’ (2019) van de gemeente Baarn. De categorieën die van belang zijn voor Landgoed Paleis Soestdijk zijn beschreven in Tabel 6.
3
Categorie met kleur AWG2 - rood
Omschrijving AMK-terreinen, historische dorpskernen, historische (bewonings)locaties
AWG3 – donkergeel
Landgoederen
Relevante zones in plangebied Dit betreft de locaties van verdwenen gebouwen zoals (ook) afgebeeld op kaartbijlage 1 en 2 (behorende bij de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart uit 2018). Dit beperkt zich tot het Engels landschapspark en zone rond het paleis, dus de 19e eeuwse aanleg.
De stippeling die zichtbaar is op de figuur houdt in of er een esdek aanwezig is, een middeleeuws landbouwdek.
Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Vastgesteld
73/121
AWV5 – oranje
Hoge verwachting
Dit betreft het grootste deel van het huidige parkeerterrein en het zogenaamde Marechausseeterrein. AWV6 – geel Middelhoge of onbekende Dit omvat het grootste deel van de rest van het verwachting landgoed. AWV8 – lichtgroen Lage verwachting Alleen een zone in het zuidwesten heeft een lage verwachting. AWV9 - blauw Watergebieden met een arTwee kleine stukjes water in de zone met lage cheologische verwachting verwachting hebben deze aanduiding. Tabel 6: Omschrijving archeologische beleidszones in relatie tot landgoed Soestdijk.
In de beleidsvisie wordt uitgesproken dat ‘behoud in de huidige staat’ altijd het beleidsuitgangspunt is, maar worden tevens vrijstellingsgrenzen geformuleerd per categorie, in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Voor landgoed Soestdijk zijn de volgende vrijstellingen relevant: Categorie met kleur AWG2 – rood
Vrijstelling Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 100 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv.
AWG3 – donkergeel
Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 100 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv
AWG5 – oranje
Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 100 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv
AWG6 – geel
Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 500 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv
AWG8 – lichtgroen
Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 5.000 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv
AWG9 – blauw
Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 100 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan de waterbodem
Tabel 7: Voorgestelde vrijstellingen per archeologische beleidszone
5.2.2 Betekenis voor het project Voor Landgoed Paleis Soestdijk is in 2009 door RAAP een uitvoerig archeologisch onderzoek uitgevoerd, bestaande uit bureauonderzoek en booronderzoek. Dit heeft zeer gedetailleerde kennis opgeleverd over eventuele archeologische waarden in het plangebied. De betekenis van dit onderzoek in relatie tot het beleid van de gemeente Baarn is beschreven in het RAAP-rapport ‘Plangebied Landgoed Soestdijk te Baarn, gemeente Baarn; archeologisch onderzoek in relatie tot Ontwerp Bestemmingsplan’ van 9 juni 2021 (opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting). Het advies is om voor het bestemmingsplan uit te gaan van het kaartbeeld uit 2009, omdat het veel gedetailleerder is en is gebaseerd op een grotere onderzoeksintensiteit voor het plangebied dan het kaartbeeld van de beleidskaart uit 2018 (dat gericht is op de hele gemeente). Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen is geconcludeerd dat een groot deel van het plangebied de archeologische verwachting laag is. Daarnaast zijn er kleinere gebieden die een hoge of middelhoge archeologische verwachting bezitten. Op basis van de onderzoeksbevindingen is geadviseerd om twee verschillende dubbelbestemmingen op te nemen: ‘waarde 1’ en ‘waarde 2’.