335970 Huisvestingsverordening Baarn 2022 bijlage 2 Onderzoek
Tekst van het document
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
29
Hoe ervaren woningzoekenden het systeem Tevreden woningzoekenden laten niet snel van zich horen, dus de corporaties krijgen vooral signalen van woningzoekenden die niet zo goed met het nieuwe systeem om kunnen gaan of die tegen dingen aanlopen die niet goed gaan. Woningstichting Leusden geeft aan dat vooral ouderen moeite hebben met de overgang naar het nieuwe systeem waarin alles digitaal gaat. Deze groepen komen vaker aan de balie of bellen vaker op. Voor woningzoekenden die gewend waren hun woonzaken met de corporatie te regelen is het nu ook wel eens verwarrend bij wie ze moeten zijn: de corporatie of WoningNet. Zoals eerder aangegeven is er volgens de corporaties ook een groep woningzoekenden die moeite heeft met de snelheid waarin de stappen van het verhuurproces zich opvolgen. Woningzoekenden lijken te schrikken als ze ‘opeens’ hoog eindigen en allerlei gegevens bij de hand moeten hebben. De ervaring van de corporaties is overigens dat dit maar één keer g ebeurt en de woningzoekenden de volgende keer wel meteen hun gegevens op orde hebben. Qua transparantie is het er volgens de corporaties voor de woningzoekenden niet per definitie beter op geworden. Het schrikt woningzoekenden af als ze in de verantwoordi ngstabel heel veel urgenten zien staan en de indicatie van de sla agkans bij woningadvertenties levert onduidelijkheid op.
De voorlopige positie op de wachtlijst die men bij een reactie krijgt te zien wordt door woningzoekenden als definitieve plek geïnterp reteerd, wat tot verontwaardigde reacties leidt op het moment dat dit niet zo blijkt te zijn. Uitvoering De digitalisering van de woonruimteverdeling levert, met name voor de corporaties die het verhuurproces voorheen handmatig doorliepen, het voordeel op dat je niks meer kan vergeten. Tegelijkertijd is men tevreden met het feit dat het systeem wel de m ogelijkheid laat om ervoor te kiezen om bepaalde woningen niet digitaal aan te bieden. Een belangrijk punt van aandacht in de uitvoering betreft de gebrek kige uniformiteit in het aanbieden van woningen. Denk daarbij aan foto’s, plattegronden en teksten. Er wordt steeds vaker geprobeerd om foto’s van de woning in bewoonde staat te maken, maar dat is voor corporaties nog vrij revolutionair. Huurders hebben niet dezelfde urgentie als huizenbezitters, voor wie goede foto’s van de binnenkant van de woning essentieel zijn bij de verkoop van hun woning, en geven daarom vaak geen toestemming foto’s te maken als ze nog in de woning wonen. De aanwezigen merken op dat er veel vaker urgentie wordt aangevraagd sinds de komst van het regionale systeem. In Amersfoort zijn de kosten voor het aanvragen van een urgentie verhoogd van € 25 naar € 60, maar dat lijkt woningzoekenden niet af te schrikken.
De urgenten leiden tot onbegrip bij overige woningzoekenden, omdat veel urgenten door hen niet als urgent worden ervaren. De achterliggende oorzaak daarvan is het lokale karakter van de urgentieregelingen. Dat leidt tot grote verschillen in aantallen urgenten en urgentieredenen. De corporaties zien daar graag meer uniformiteit in: één regeling die door één partij wordt uitgevoerd. De toekomst van woonruimteverdeling in de regio Eemvallei Het regionale woonruimteverdeelsysteem bestaat nu ruim twee jaar. Corporaties zien geen aanleiding om daar in de (nabije) toekomst fundamentele veranderingen in aan te brengen. Wat niet wegneemt dat er wel degelijk zaken zijn die aangepast moeten worden. Deze hebben volgens de corporaties vooral betrekking op de gebruiksvriendelijkheid en begri jpelijk-
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
30
heid van het systeem en op de uniformiteit van de regelgeving. Het eerste punt ligt bij WoningNet (inrichting van het systeem) en de corporaties (communicatie richting woningzoekenden), het tweede punt ligt bij de gemeenten. Het lastige daarbij is d at je vanuit de woningzoekenden zoveel mogelijk één lijn zou willen trekken in regelgeving, terwijl er op gemeenteniveau soms behoefte is aan lokaal maatwerk. Een ander punt dat genoemd wordt is dat het systeem nu vooral gericht lijkt te zijn op de corporatiemedewerkers, maar dat je in de toekomst misschien naar een systeem en website zou moeten gaan die (meer) aansluiten bij hoe de klant zoekt. Ten slotte spreken de aanwezige corporatiemedewerkers nog de wens uit om in de toekomst onderling meer kennis en ervaringen uit te gaan wisselen, bijvoorbeeld als er ergens een experiment wordt gehouden.
Gemeenten aan het woord Op donderdag 9 maart 2017 is gesproken met beleidsmedewerkers van gemeenten in het Ambtelijk Overleg Wonen. De deelnemers die niet aanwezig konden zijn, is gevraagd per email input te leveren. Ervaringen De gemeenten hebben weinig zicht op de dagelijkse praktijk van het regionale verdeelsysteem: wat er goed of fout gaat bij het verhuren van woningen, hoe woningzoekenden het systeem ervaren en hoe de uitvoering bij de corporaties verloopt. Er zijn bij de gemeenten geen vragen of klachten van woningzoekenden over het systeem of de uitvoerin g daarvan binnengekomen, wat erop wijst dat het systeem werkt en dat woningzoekenden e n corporaties er in voorkomende gevallen met elkaar uit komen. Het is niet duidelijk of door het nieuwe regionale woonruimteverdeelsysteem meer of beter wordt samengewerkt op het gebied van de woonruimteverdeling. Wel blijkt dat door de regionale samenwerking (en de uitwisseling van cijfers) nu meer zicht is op de situatie in andere gemeenten. Daardoor worden bepaalde zaken eerder onderwerp van gesprek tijdens regionale overleggen. Urgentieregeling In de ene gemeente in de regio Eemvallei wordt de urgentieregeling ruimhartiger ingezet dan in de andere gemeente.
Gezien deze onderlinge verschillen en de lokale aandachtspunten zou volgens de aanwezigen goed onderzocht moeten worden wat de effecten van het uniformeren van de urgentieregeling kunnen zijn. Daarin moet het verloten van woningen ook meegenomen worden: wat zijn de effecten daarvan en biedt loten eventueel uitkomst voor woningzoekenden die niet in aanmerking komen voor urgentie? Overigens vindt er nu, in een apart traject, een verkenning plaats naar de mogelijkheden om a) in regionaal verband samen te werken en b) de voor- en nadelen van harmonisering van de urgentieregels vanuit het perspectief van de woningzoekenden in kaart te brengen. De resultaten van deze evaluatie zullen daarin worden meegenomen 21.
21
Plan van aanpak ‘Regionale uitvoering urgentieregling’, 9 februari 2017. AOW & BORW.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
31
De overgangsregeling Bij de overgang naar het nieuwe regionale systeem is een overgangsregeling ingesteld waardoor woningzoekenden die al stonden ingeschreven bij een lokaal systeem, een bonus van drie jaar inschrijfduur krijgen als ze reageren op een woning in de betreffende gemeente. De gemeenten vinden het belangrijk om de effecten van de overgangsregeling op basis van feiten te evalueren. De toekomst van woonruimteverdeling in de regio Eemvallei Voor de toekomst van de woonruimteverdeling in de regio Eemvallei en het gezamenlijk voortzetten van de woonruimteverdeling is het van belang dat eventuele aanpassingen in het systeem of de regelgeving stapsgewijs plaatsvinden. De algemene opvatting is dat het, gezien de onderlinge verschillen tussen de gemeenten en lokale aandachtpunten, niet verstandig is om te snel of te veel tegelijk te wijzigen. Welke wijziging ook plaatsvindt er zal altijd een goed onderbouwd advies aan vooraf moeten gaan.
Woningzoekenden aan het woord Woningzoekenden die in 2016 minimaal één keer op een woningadvertentie in de Regio Eemvallei gereageerd hebben, zijn eind februari 2017 gevraagd om een korte online vragenlijst (20 (open) vragen en stellingen) in te vullen. Het doel van deze vragenlijst was het achterhalen van de ervaringen met én meningen over het nieuwe regionale woonruimteverdeelsysteem. tabel 5-1 Achtergrondkenmerken respondenten
jonger dan 25 jaar
397
14%
25 tot 35 jaar
882
32%
35 tot 45 jaar
485
18%
45 tot 55 jaar
436
16%
55 tot 65 jaar
284
10%
65 jaar en ouder
281
10%
1 persoon
1.493
54%
2 personen
684
25%
3 personen
368
13%
4 personen
137
5%
5 of meer personen
83
3%
primaire doelgroep
1.862
67%
secundaire doelgroep
710
26%
geen doelgroep
193
7%
Amersfoort
1.422
51%
Bunschoten
61
2%
Eemnes
38
1%
Leusden
163
6%
Nijkerk
240
9%
Soest
269
10%
Woudenberg
61
2%
Buiten de regio Totaal
507
18%
2.765
100%
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
32
De woningzoekenden hebben twee weken de tijd gekregen om de vragenlijst in te vullen. Na afloop van het veldwerk hadden 2.765 woningzoekenden de vragenlijst ingevuld. Dat komt neer op een respons van 27,8%. In tabel 5-1 zijn de achtergrondkenmerken van de respondenten opgenomen. De spelregels Bij de verdeling van de sociale huurwoningen in de regio Eemvallei geldt een aantal spelregels. Deze hebben onder andere betrekking op het inkomen van woningzoekenden, de inschrijfduur en de manier waarop woningen verdeeld worden. Daarnaast hanteren de gemeenten in de regio Eemvallei ook nog lokale spelregels. De spelregels worden toegelicht op de website van WoningNet Regio Eemvallei. Woningzoekenden hebben drie stellingen voorgelegd gekregen over de spelregels. Uit de beantwoording daarvan blijkt dat het voor een ruime meerderheid van de woningzoekenden duidelijk is volgens welke spelregels woningen in de regio Eemvallei worden verdeeld, maar dat voor 40% van de woningzoekenden die spelregels te ingewikkeld zijn . 70% van de woningzoekenden is het eens met de stelling dat het beter zou zijn als de woningen in alle gemeenten in de regio Eemvallei volgens dezelfde spelregels worden verdeeld ( tabel 5-2). Jongeren zijn het overigens het minst vaak (helemaal) eens met deze stelling. tabel 5-2 Stellingen over de spelregels
(helemaal) niet eens, (helemaal) weet niet, eens niet oneens oneens geen mening Het is voor mij duidelijk volgens welke spelregels woningen verdeeld worden via WoningNet Regio Eemvallei.
58%
18%
19%
5%
De regels die gelden bij de verdeling van woningen via WoningNet Regio Eemvallei zijn te ingewikkeld.
39%
29%
25%
8%
Het zou beter zijn als de woningen in alle gemeenten in de regio volgens dezelfde spelregels worden verdeeld.
70%
15%
8%
8%
Gebruiksvriendelijkheid Aan de hand van vier stellingen is gekeken hoe woningzoekenden de gebruiksvriendelijkheid van het regionale woonruimteverdeelsysteem ervaren. Daarover is men, zoals te zien in tabel 5-3, positief: minstens 77% van de woningzoekenden is het eens met alle vier de, positief geformuleerde, stellingen. tabel 5-3 Stellingen over de gebruiksvriendelijkheid
(helemaal) niet eens, (helemaal) weet niet, eens niet oneens oneens geen mening Het is voor mij eenvoudig om via WoningNet Regio Eemvallei op woningen te reageren.
86%
7%
6%
1%
Ik vind het gemakkelijk dat alle woningen in de regio via één systeem (WoningNet Regio Eemvallei) worden aangeboden.
82%
8%
8%
2%
Ik vind het makkelijk om via WoningNet Regio Eemvallei woningen te selecteren waarop ik wil reageren.
83%
8%
8%
1%
Via WoningNet Regio Eemvallei kan ik goed aangeven wat mijn woonwensen zijn en wat voor soort woning ik zoek.
77%
14%
8%
2%
Woningzoekenden uit Woudenberg, Nijkerk en Bunschoten zijn het veel vaker dan gemiddeld oneens met de stelling dat het gemakkelijk is dat alle woningen in de regio via één sys-
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
33
teem worden aangeboden. Naar leeftijd bezien bestaan er weinig verschillen in de beantwoording van de stellingen over de gebruiksvriendelijkheid van het regionale woonruimteverdeelsysteem. Stellingen over de inschrijftijd Vier op de vijf woningzoekenden vindt het prettig dat de inschrijftijd die bij WoningNet Regio Eemvallei wordt opgebouwd in alle d eelnemende gemeenten geldig is en voor 60% is het duidelijk bij welke woning men de meeste kans maakt. Negatief zijn de woningzoekenden over de kans om via WoningNet Regio Eemvallei snel een woning te vinden: 79% is het eens met de stelling dat die kans klein is (tabel 5-4). Woningzoekenden uit Woudenberg, Eemnes, Leusden en Nijkerk vinden het het minst prettig dat de inschrijftijd die wordt opgebouwd in alle deelnemende gemeenten geldig is. Voor woningzoekenden uit Soest en Woudenberg is het het minst duidelijk bij welke woningen ze de meeste kans maken. Bij deze stelling zien we dat vooral voor woningzoekenden van 55 jaar en ouder duidelijk is bij welke woningen ze de me este kans maken. Ook geldt dat hoe ouder de woningzoekende is, hoe vaker ze het oneens zijn met de stelling dat de kans om snel een woning te vinden klein is. Met andere woorden: ouderen kunnen beter dan jongeren inschatten bij welke woningen ze de meeste kans maken en zijn minder negatief over de kans om snel een woning te vinden dan jongeren.
tabel 5-4 Stellingen over de inschrijftijd
(helemaal) niet eens, (helemaal) weet niet, eens niet oneens oneens geen mening Ik vind het prettig dat de inschrijftijd die ik bij WoningNet Regio Eemvallei opbouw in alle deelnemende gemeenten geldig is.
80%
9%
8%
3%
Het is voor mij duidelijk bij welke woningen ik de meeste kans maak.
61%
17%
20%
2%
De kans om via WoningNet Regio Eemvallei snel een woning te vinden is klein.
79%
11%
7%
3%
Dienstverlening Wat bij de stelling over de dienstverlening vooral opvalt zijn de hoge percentages ‘niet eens, niet oneens’ en, bij de laatste stelling, ‘weet niet, geen mening’ (tabel 5-5). Dit duidt er vooral op dat veel woningzoekenden niet veel ervaring hebben met de dienstverlening van WoningNet Regio Eemvallei. Een tweede punt dat opvalt is het hoge percentage ‘(helemaal) oneens’ bij de stelling ‘in de woningadvertenties staat genoeg informatie over de woningen ’. Woningzoekenden die dit antwoord hebben gegeven is vervolgens gevraagd wat ze dan missen in advertenties. Daaruit blijkt dat het vooral plattegronden van de woning en foto ’s van de woning/woonomgeving zijn die woningzoekenden missen. Naar leeftijd van de woningzoekenden valt op dat oudere woningzoekenden vaker dan jongere woningzoekenden vinden dat de informatie die ze zoeken op de website altijd makkelijk te vinden is en dat er genoeg informatie over de woningen in de advertenties staat. Ouderen weten ook beter dan jongeren waar ze terecht kunnen met vragen en vinden vaker dat ze goed geholpen worden bij vragen over hun inschrijving of het woningaanbod.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
34
tabel 5-5 Stellingen over de dienstverlening
(helemaal) niet eens, (helemaal) weet niet, eens niet oneens oneens geen mening Op de website van WoningNet Regio Eemvallei kan ik de informatie die ik zoek altijd makkelijk vinden.
53%
28%
16%
3%
In de woningadvertenties staat genoeg informatie over de woningen.
53%
20%
26%
2%
Ik weet waar ik terecht kan als ik vragen heb over WoningNet Regio Eemvallei.
58%
18%
18%
6%
Bij vragen over mijn inschrijving of over het woningaanbod word ik altijd goed geholpen.
41%
24%
11%
24%
De woningzoekenden is ook nog gevraagd om een rapportcijfer te geven voor de manier waarop sociale huurwoningen via WoningNet Regio Eemvallei worden aangeboden. Bijna driekwart van de woningzoekenden geeft een voldoende, een zes of hoger. Het gemiddelde rapportcijfer komt uit op een 6,3.
Klachtencommissie Woningzoekenden die een klacht hebben over de werking en uitvoering van het regionale woonruimteverdeelsysteem kunnen zij daarvoor terecht bij de Klachtencommissie Woonruimteverdeling Regio Eemvallei. De klachtencommissie bestaat uit 6 personen: een onafhankelijk voorzitter, twee leden van woningcorporaties, twee leden van huurders organisaties en een ambtelijk secretaris/rapporteur van WoningNet. Het doel van de klachtencommissie is als volgt: het behandelen van klachten van woningzoekenden die over een besluit of handelen ter uitvoering van het woonruimteverdeelsysteem een klacht hebben ingediend, voor zover deze vallen binnen de in haar reglement aan de commissie toegekende bevoegdheden; zorg dragen voor een goede afhandeling van klachten en daarmee bij te dragen aan de optimalisering van de relatie tussen partijen en klagers; bij te dragen aan de optimalisering van het functioneren van partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van het woonruimteverdeelsysteem. Voor de evaluatie van WoningNet Eemvallei zijn de jaarverslagen 2015 en 2016 van de klachtencommissie bestudeerd en is er contact opgenomen met de ambtelijk secretaris van de klachtencommissie 22. Bij de start van het regionale woonruimteverdeelsysteem eind 2014 h eeft de klachtencommissie vijf klachten ontvangen over het afschaffen van de berichtgeving per post.
Deze zijn echter niet-ontvankelijk verklaard omdat de klachtencommissie geen klachten in behandeling neemt die gericht zijn tegen beleid of regelgeving. De klagers zijn voor ondersteuning doorverwezen naar de plaatselijke woningcorporatie. In 2015 en 2016 heeft de klachtencommissie in totaal vier klachten in behandeling genomen , die allemaal betrekking hadden op de toewijzing van een woning. De klachtencommi ssie neemt, ondanks de uitbreiding van het werkgebied, weinig klachten waar en concludeert dat ‘de regionalisatie van de woonruimteverdeling geen merkbare knelpunten heeft opgeleverd ’ 23.
22
Dit contact heeft telefonisch plaatsgevonden op dinsdag 14 maart 2017, tussen Eric Pelt (ambtelijk secretaris WoningNet) en Geert van der Wilt (RIGO).
23
Jaarverslag 2015 en 2016, Klachtencommissie Woonruimteverdeling Regio Eemvallei.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
35
Conclusies In dit hoofdstuk keren we terug naar de onderzoeksvragen en voorzien die van een antwoord. Ook plaatsen we de uitkomsten in het licht van de woonruimteverdeling elders in het land en benoemen we een aantal aandachtspunten voor het vervolg. De evaluatie van de regionale woonruimteverdeling in de regio Eemvallei is ingestoken aan de hand van 7 onderzoeksvragen, zoals die zijn geformuleerd in hoofdstuk 1: Wat werd beoogd met het regionale systeem? Hoe ziet de regionale woonruimteverdeling in Eemvallei eruit? En wat is veranderd sinds de start in 2014? Hoe heeft het regionale verdeelsysteem de afgelopen jaren gefunctioneerd? Hoe ervaren corporaties, gemeenten en woningzoekenden het nieuwe verdeelsysteem? In hoeverre zijn de beoogde doelen gehaald? Hoe verhouden de uitkomsten zich tot de woonruimteverdeling elders i n het land? Welke mogelijkheden voor harmonisatie of ideeën voor de toekomst zijn er? Hieronder geven we een (beknopt) antwoord op de bovenstaande vragen. Soms verwijzen we daarbij naar eerdere hoofdstukken, waar meer informatie te vinden is. De bespreki ngen van dit rapport die de komende periode op stapel staan kunnen leiden tot aanscherping van de antwoorden.
Beoogde doelstellingen In november 2014 is WoningNet Regio Eemvallei van start gegaan. Met het regionale verdeelsysteem werden de volgende doelen beoogd: Een betere dienstverlening voor woningzoekenden. Denk dan aan meer keuzemogelijkheden en beter inzicht in de regionale markt. Meer eenduidigheid en transparantie voor woningzoekenden. Waaronder ook rechtseenduidigheid (dat was per gemeente verschillend). Meer bruikbare marktinformatie, doordat deze minder versnipperd is. Het betrekken van Nijkerk bij de regio. Lokaal maatwerk blijft mogelijk, ook om mogelijke ongewenste verdringingseffecten tegen te gaan. Schaalvergroting leidt tot efficiency en minder kosten voor corporaties, woningzoekenden en gemeenten 24. De meeste van deze doelstellingen hebben betrekking op de regionalisering van de woonruimteverdeling. Er zijn bij de totstandkoming van het regionale verdeelsysteem geen gezamenlijke doelen vastgesteld over de beoogde werking van het nieuwe systeem.
Het regionale verdeelsysteem WoningNet Regio Eemvallei is het regionale woonruimteverdeelsysteem van acht deelnemende verhuurders in zeven gemeenten. Daarnaast maken ook andere aanbieders gebruik van het systeem.
24
Niet onderzocht in het kader van deze evaluatie.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
36
De toewijzingscriteria binnen het systeem verschillen per gemeente. Alleen in Amersfoort en Eemnes zijn toewijzingsregels opgenomen in de Huisvestingsverordening. In het Convenant Woonruimteverdeling Regio Amersfoort zijn regionale afspraken vastgelegd over de uitvoering. De belangrijkste toewijzingsregels (en wijzigingen daarin) zijn de volgende 25: Er worden (sinds juli 2015) geen bindingseisen meer gesteld aan woningzoekenden die zich in de regio willen vestigen. Amersfoort en Eemnes hebben in hun verordening wel de mogelijkheid opgenomen om regionale en lokale woningzoekenden voorrang te geven; Per gemeente worden verschillende criteria gehanteerd om wo ningen aan de passende doelgroep toe te wijzen. Vanwege de komst van de landelijke pass endheidsnorm hebben sommige corporaties de huurinkomensnormen vanaf 2016 aangescherpt; andere hanteren een tweehurenbeleid; De meeste vrijkomende woningen worden via advertenties aangeboden. Bij de toewijzing aan kandidaten die gereageerd hebben, wordt gebruikgemaakt van inschrijfduur en/of loting, waarbij de verhouding verschilt per gemeente; Woningzoekenden die al voor de invoering van het regionale systeem stonden ingeschreven bij een van de lokale systemen, krijgen een bonus van drie jaar inschrijftijd als ze reageren op een woning in de gemeente waar ze ingeschreven stonden.
De gemeenten hebben ieder een eigen urgentieregeling, die is vastgelegd in de huisvestingsverordeningen.
Functioneren van het systeem In hoofdstuk 3 is een cijfermatig overzicht gegeven van de manier waarop het regionale systeem de afgelopen jaren heeft gefunctioneerd. Dit zijn de belangrijkste kengetallen: Sinds de start van WoningNet Regio Eemvallei zijn van november 2014 tot eind 2016 3.453 woningen verhuurd. Ruim twee derde is via het aanbodmodel aangeboden, een kwart is verloot en 8% is via bemiddeling verhuurd. In 2016 hebben 11.098 woningzoekenden op woningadvertenties gereageerd. Vooral jongeren zijn actief, terwijl ouderen vaker passief staan ingeschreven. Zes van tien woningen worden verhuurd aan alleenstaanden en 82% gaat naar primaire doelgroep. Van die laatste groep heeft 91%, afgaande op huur- en inkomensgegevens van WoningNet, een passende woning gekregen. De slaagkans bedraagt in 2016 14%. Dat betekent dat ca. één op de zeven actief woningzoekenden erin geslaagd is een woning te vinden. Bij jongeren is slaagkans veel lager dan bij ouderen, vooral door verschillen in zoekgedrag en door het speciaal voor ouderen gelabelde aanbod. De gemiddelde zoektijd bij verhuring bedraagt in 2016 0,7 jaar, gemeten vanaf de start van het nieuwe regionale systeem. De gemiddelde inschrijftijd in het aanbodmodel bedraagt 5,7 jaar. Daarnaast is gemiddeld 2,1 jaar op grond van de overgangsregeling toegekend.
Woningzoekenden die via loting een woning vinden, staan gemiddeld minder dan twee jaar ingeschreven. 25
Zie paragraaf 2.2 voor een uitgebreider overzicht.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
37
Bijna de helft van de aanbiedingen wordt niet geaccepteerd door de woningzoekende, omdat de kandidaat niet (tijdig) reageert of de woning weigert. Bij woningen die verloot zijn, komen weigeringen minder vaak voor dan bij woningen die via het aanbodmodel zijn toegewezen. Veel woningzoekenden hebben van de regionalisering gebruikgemaakt door te reageren op woningen in een andere gemeente binnen de regio. Desondanks zijn in alle gemeenten de meeste woningen aan lokale woningzoekenden verhuurd. De invloed van de overgangsregeling wordt steeds kleiner. In 2016 werden de meeste woningen verhuurd aan woningzoekenden zonder overgangsregeling. Om het effect v an het (eventuele) verdwijnen van de overgangsregeling in te kunnen schatten is een effectverkenning uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de overgangsregeling vooral effect heeft op de verhuringen in Leusden en Nijkerk. Zonder overgangsregeling komen in deze gem eenten minder lokale woningzoekenden en meer woningzoekenden uit Amersfoort aan bod.
Ervaringen van corporaties, gemeenten en woningzoekenden In twee gespreksronden zijn corporaties en gemeenten gevraagd naar hun ervaringen met het regionale verdeelsysteem. Woningzoekenden zijn via een online enquête bevraagd. Corporaties Voor de corporaties die in de regio Eemvallei actief zijn is het regionale systeem een grote vooruitgang: het werk is een stuk makkelijker en minder foutgevoelig geworden, het systeem levert betere managementinformatie en het verhuurproces verloopt een stuk sneller. Corporaties zien wel dat sommige woningzoekenden moeite hebben met die versnelling en daardoor niet altijd op tijd de benodigde documenten verzameld hebben. Door de regionalisering van het woonruimteverdeelsysteem zijn de verschillen in de urgentieregeling tussen de deelnemende gemeenten meer aan de oppervlakte gekomen. Die verschillen in regelgeving leiden tot verschillen in aantallen urgenten en urgentieredenen en dat kan leiden tot onbegrip bij overige woningzoekenden. De corporaties zouden toe willen naar meer uniformiteit in de regelgeving en de uitvoering omtrent de urgenten. Voor de nabije toekomst zien de corporaties geen aanleiding om het regionale systeem te wijzigen. Wel zou gekeken moeten worden hoe het systeem beter ingericht kan worden op hoe de klant (de woningzoekende) zoekt, en minder vanuit hoe de corporatiemedewerker er mee moet werken.
Gemeenten De gemeenten hebben weinig zicht op de dagelijkse praktijk van het regionale verdeelsysteem. Doordat cijfers over de woonruimteverdeling nu in regionaal verband met elkaar gedeeld worden, worden sommige zaken eerder dan voorheen onderwerp van het regionale gesprek. De gemeenten vinden het belangrijk dat eventuele aanpassingen in het systeem of de regelgeving stapsgewijs plaatsvinden. Gezien de onderlinge verschillen tussen de gemeenten en lokale aandachtpunten vinden zij het niet verstandig om te snel of te veel tegelijk te wijzigen. Bovendien zal aan een wijziging altijd een goed onderbouwd advies vooraf moeten gaan.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
38
Woningzoekenden Actief woningzoekenden in de regio Eemvallei zijn, ongeacht hun leeftijd, erg positief over de gebruiksvriendelijkheid van het regionale woonruimteverde elsysteem. Een meerderheid zegt te weten welke spelregels bij de verdeling van woningen gelden . Toch zijn deze regels volgens veel woningzoekenden (te) ingewikkeld. Woningzoekenden vinden het prettig dat ze hun opgebouwde inschrijftijd in de hele regio kunnen gebruiken, maar vinden de kans om via WoningNet Regio Eemvallei snel aan een woning te komen klein. De manier waarop sociale huurwoningen via WoningNet Regio Eemvallei worden aangeboden krijgt van de woningzoekenden een 6,3 als rapportcijfer.
Doelstellingen gehaald? Wat kunnen we nu concluderen ten aanzien van de beoogde doelen? Hieronder trekken we conclusies per doelstelling. Betere dienstverlening voor woningzoekenden De regionalisering van het verdeelsysteem heeft het makkelijker gemaakt om in verschillende gemeenten in de regio Eemvallei te zoeken naar sociale huurwoningen. Dankzij de komst van WoningNet Regio Eemvallei hoeven woningzoekenden zich nog maar één keer in te schrijven om in aanmerking komen voor sociale huurwoningen in zeven gemeenten. Dit wordt door 80% van de woningzoekenden gewaardeerd, zo blijkt uit de enquête. Uit de enquête komt ook naar voren dat woningzoekenden tevreden zijn over de gebruiksvriendelijkheid van het systeem: 86% vindt het eenvoudig om via WoningNet Regio Eemvallei naar woningen te zoeken. Daarnaast vindt 83% het gemakkelijk dat alle woningen in de regio via één systeem worden aangeboden. Hierdoor hebben zij meer keuzemogelijkheden gekregen en een beter inzicht in de regionale markt. Wel zou de informatie in de advertenties nog beter kunnen. Vooral plattegronden en foto’s worden vaak gemist. Uit deze resultaten concluderen we dat de dienstverlening voor woningzoekenden inderdaad is verbeterd, conform de doelstelling.
Meer eenduidigheid en transparantie voor woningzoekenden Door de invoering van het regionale verdeelsysteem en de afspraken die daarover gemaakt zijn in het convenant, zijn de verschillen tussen gemeenten in de uitvoering van de woonruimteverdeling kleiner geworden. Woningzoekenden kunnen nu via één website alle sociale huurwoningen en alle informatie over toewijzingsregels vinden, terwijl zij daarvoor voorheen bij diverse systemen moesten aankloppen. Toch blijkt uit de enquête dat veel woningzoekenden de regels die gelden bij de verdeling van woningen via WoningNet Regio Eemvallei te ingewikkeld vinden. Nu de woningen in zeven gemeenten via één systeem worden aangeboden, vallen de verschillen in de regelgev ing tussen gemeenten des te meer op. Een flinke meerderheid (70%) van de woningzoekenden zou het toejuichen als in alle gemeenten in de regio dezelfde spelregels gehanteerd zouden worden. Op basis van deze uitkomsten concluderen we dat er weliswaar meer eenduidigheid en transparantie is gekomen door de regionalisering, maar ook duidelijker is geworden dat er nog grote verschillen bestaan in regelgeving tussen de gemeenten. De eenduidigheid en transparantie zijn dus voor verbetering vatbaar.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
39
Betrekken van Nijkerk bij de regio Met de regionalisering van het verdeelsysteem is Nijkerk meer betrokken geraakt bij de regio Amersfoort. De Gemeente Nijkerk en de Woningstichting Nijkerk spelen een belangrijke rol in de regionale gremia die zich bezighouden met de woonruimteverdeling. Uit de reacties en verhuringen via WoningNet Regio Eemvallei blijkt bovendien dat er volop uitwisseling plaatsvindt tussen Nijkerk en de andere zes gemeenten in de regio. De doelstelling om Nijkerk (meer) te betrekken bij de regio, is dus gehaald. Lokaal maatwerk Bij de invoering van het regionale systeem is er bewust voor gekozen om de regionale afstemming van de toewijzingsregels beperkt te houden, zodat voldoende ruimte voor lokaal maatwerk zou blijven, ook om mogelijke ongewenste verdringingseffecten tegen te gaan. In de praktijk zien we daardoor grote verschillen in de regelgeving tussen gemeenten. Vooral de verschillen in volgordecriteria zijn opvallend: in de ene gemeente worden alle woningen via inschrijfduur toegewezen, in de andere gemeente via loting. Deze verschillen lijken eerder ingegeven door de regelgeving in de voormalige lokale systemen dan door de doelstelling om verdringing tegen te gaan. Toch kunnen we zeggen dat de doelstelling gehaald is.
Meer efficiency en minder kosten In deze evaluatie zijn de effecten van de schaalvergroting op de efficiency en de kosten niet onderzocht. Hierover kunnen we dus geen conclusies trekken. De woningcorporaties zullen dit onderwerp op een andere manier oppakken.
Reflectie op basis van ervaringen elders Hoe verhouden de uitkomsten van de evaluatie van de woonruimteverdeling in de regio Eemvallei zich tot de woonruimteverdeling elders in het land? Deze onderzoeksvraag beantwoorden we hieronder puntsgewijs. Regionalisering van de woonruimteverdeling Het regionaliseren van de woonruimteverdeling, zoals dat in de regio Eemvallei is gebeurd, past in de landelijke trend die al veel langer plaatsvindt. Vandaag de dag worden de meeste sociale huurwoningen in Nederland verhuurd via woonruimteverdelingssystemen, waarin meerdere woningcorporaties hun bezit aanbieden via een gezamenlijke website (figuur 6-1). Op dit moment zijn vooral in de noordelijke provincies nog weinig gezamenlijke systemen te vinden.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
40
figuur 6-1 Gezamenlijke woonruimteverdelingssystemen anno 2016 . Bron: Wachten, zoeken en vinden, RIGO, 2016
Combinatie van verschillende modellen Woningen in de regio Eemvallei worden voornamelijk verdeeld via het aanbodmodel; in een aantal gemeenten worden woningen ook verloot. In veel andere gezamenlijke systemen zien we ook een combinatie van zowel het aanbodmodel (met inschrijfduur als rangordecriterium) als een lotingmodule (figuur 6-2). Het idee daarachter is vaak dat zogenaamde ‘wenszoekers’ terecht kunnen in het aanbodmodel (waarbij het wachten op je beurt als rechtvaardig wordt gezien) en dat voor de zogenaamde ‘spoedzoekers’ (die niet over de benodigde inschrijfduur beschikken) de lotingmodule een alternatief is.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
41
figuur 6-2 Modellen van gezamenlijke verdeelsystemen anno 2016. Bron: Wachten, zoeken en vinden. RIGO, 2016
Inschrijftijden Het vergelijken van inschrijftijden in verschillende regio’s is, om verschillende redenen, maar beperkt mogelijk. Desondanks kunnen we wel concluderen dat de gemiddelde inschrijftijd van geslaagde woningzoekenden in het aanbodmodel met 5,7 jaar in lijn is met de gemiddelde inschrijftijden elders in de noordelijke Randstad. In 2016 is de inschrijftijd in de regio Eemvallei licht gestegen ten opzichte van 2015. Ook op veel andere plekken zien we dat de wachttijden de afgelopen jaren zijn opgelopen. In figuur 6-3 is voor diverse gebieden de inschrijftijd bij verhuring in 2014 te zien. Voor de regio Eemvallei waren er over 2014 nog geen regionale gegevens beschikbaar. figuur 6-3 Gemiddelde inschrijfduur bij verhuringen (2014). NB: cijfers zijn beperkt vergelijkbaar; zie de rapportage Wachten, zoeken en vinden, RIGO, 2016
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
42
Lokale binding In hoofdstuk vier hebben we gezien dat in alle gemeenten in de regio Eemvallei de meeste woningen aan lokale woningzoekenden zijn verhuurd, ondanks het feit dat veel woningzoekenden van de regionalisering van het woonruimteverdeelsysteem gebruik hebben gemaakt door (ook) te reageren op woningaanbod in andere dan hun eigen woongemeente. De Huisvestingswet die op 1 januari 2015 van kracht is geworden, geeft gemeenten de mogelijkheid om (in een Huisvestingsverordening) te bepalen dat woningzoekenden met lokale of regionale binding voor gaan op andere woningzoekenden. Alle gemeenten in de regio Eemvallei hebben anno 2017 een Huisvestingsverordening, maar alleen de gemeenten Amersfoort en Eemnes hebben daarin voorrangsbepalingen voor mensen met (lokale of regionale) binding in opgenomen. Ook Woudenberg neemt deze voorrangsbepalingen op in de verordening. Landelijk gezien hadden in 2016 178 van de 390 gemeenten een Huisvestingsverordening ; in 98 daarvan waren toewijzingsregels in verband met binding opgenomen. Het zwaartepunt daarvan ligt in het westen en midden van het land, waar de druk op de woningmark t het hoogst is en gemeenten zich zorgen maken over de positie van lokale woningzoekenden ( figuur 6-4).
Het is overigens niet zo dat woningzoekenden in de donkerblauwe gemeenten altijd met deze voorrangsregels te maken krijgen; uit een eerdere inventarisatie blijkt dat de voorrangsregels in de praktijk lang niet altijd worden toegepast. figuur 6-4 Gemeenten met een Huisvestingsverordening met toewijzingsregels, met (donkerblauw) en zonder (lichtblauw) regels met betrekking tot binding, anno 2016. Bron: Wachten, zoeken en vinden, RIGO, 2016
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
43
Aandachtspunten voor de toekomst Met het oog op de toekomst van de woonruimteverdeling in de regio Eemvallei heeft deze evaluatie meerdere aandachtspunten opgeleverd. Een eerste punt is het, op regionaal niveau, bepalen van volkshuisvestelijke doelen voor de woonruimteverdeling. De doelen die voor de start van het regionale woonruimteverdeelsysteem zijn gesteld, hadden namelijk enkel betrekking op het systeem zelf (betere dienstverlening, meer transparantie, meer bruikbare marktinformatie). Het bepalen van volkshuisvestelijke doelen vergt gezamenlijke opvattingen over vragen als: Voor wie zijn sociale huurwoningen in de eerste plaats bedoeld? Hoeveel vrijheid mogen woningzoekenden hebben bij het kiezen van een woning? Wat is een rechtvaardige manier om woningen toe te wijzen? Een tweede punt is het creëren van meer eenduidigheid tussen de gemeenten in de regio Eemvallei wat betreft de te hanteren modellen. Op dit moment worden, naast het aanbodmodel, in vier van de zeven gemeenten woningen verloot en in die gemeenten loopt het aandeel verlote woningen sterk uiteen. Woningzoekenden die met spoed een woning nodig hebben maar geen urgentie kunnen krijgen zijn dus op die vier gemeenten aangewezen.
Om dit gelijker over de regio te verspreiden zou overwogen kunnen worden om in alle gemeenten woningen te gaan verloten, tot bijvoorbeeld een maximum van 20% van alle aangeboden woningen. Een derde aandachtspunt betreft de urgentieregelingen. Uit het gesprek met de corporaties is naar voren gekomen dat de verschillen in de lokale urgentieregelingen leiden tot verschillen in aantallen urgenten en urgentieredenen en dat dit leidt tot onbegrip en verwarring bij woningzoekenden. Corporaties zien daarom graag meer uniformiteit in de invulling en uitvoering van de urgentieregelingen. De gemeenten vinden het belangrijk om de effecten eerst goed te onderzoeken. Wellicht biedt de verkenning naar een regionale uitvoering van de urgentieregeling, die dit jaar plaatsvindt, voldoende aanknopingspunten om naar meer uniformiteit in de urgentieregelingen te gaan. Het laatste aandachtspunt betreft de overgangsregeling. Uit de effectverkenning blijkt dat de beëindiging daarvan onevenredige effecten kan hebben voor lokale woningzoekenden in Leusden en Nijkerk. Met het oog op gelijke kansen is het daarom raadzaam om de huidige overgangsregeling te verlengen 26. Door het afnemende gebruik van de regeling zal het effect van de overgangsregeling op termijn vanzelf uitdoven.
26
Uitbreiding van de huidige regeling, waarbij de doelgroep of de bonus van drie jaar inschrijftijd wordt vergroot, zou in strijd zijn met de regels uit de Huisvestingswet, die als doel hebben om de vrijheid van vestiging te beschermen.
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
44
Bijlage 1 Huurklassen en inkomensgroepen Huurklassen Bij de indeling in huurklassen zijn de onderstaande huurgrenzen uit de huurtoeslagregeling gehanteerd: tabel B1-1 Gehanteerde huurprijsgrenzen per jaar
jaar
kwaliteitkortingsgrens
eerste aftoppingsgrens
tweede aftoppingsgrens
huurtoeslaggrens
2014
€ 389,05
€ 556,82
€ 596,75
€ 699,48
2015
€ 403,06
€ 576,87
€ 618,24
€ 710,68
2016
€ 409,92
€ 586,68
€ 628,76
€ 710,68
Inkomensgroepen In dit onderzoek worden vier inkomensgroepen onderscheiden: Primaire doelgroep: woningzoekenden met een inkomen tot de maximum-inkomensgrenzen voor huurtoeslag; Secundaire doelgroep: woningzoekenden met een inkomen tussen de maximum-inkomensgrenzen voor huurtoeslag en de inkomensgrens voor de doelgroep van woningcorporaties uit de staatssteunregeling (daeb); Geen doelgroep: woningzoekenden met een inkomen boven de inkomensgrens voor de doelgroep van woningcorporaties uit de staatssteunregeling (daeb) . tabel B1-2 Gehanteerde inkomensgrenzen per jaar
jaar
maximuminkomen huurtoeslag
doelgroep daeb
1p <65jr
2+p <65jr
1p ≥65jr
2+p ≥65jr
2014
€ 21.600
€ 29.325
€ 21.600
€ 29.400
€ 34.678
2015
€ 21.950
€ 29.800
€ 21.950
€ 29.825
€ 34.911
2016
€ 22.100
€ 30.000
€ 22.100
€ 30.050
€ 35.739
Eindrapport Twee jaar WoningNet Eemvallei
45