319271 Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 bijlage 1 Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
86
Voor het belastingjaar 2022 geldt als waarde peildatum: 1 januari 2021. Het tarief is een percentage van de WOZ-waarde. Sinds 2017 is sprake van een positieve waardeontwikkeling woningen. Deze is voor 2021 geschat op 9%. Voor de niet-woningen is naar verwachting sprake van een lichte daling, waardoor wordt uitgegaan van een waardeontwikkeling van -1%. De verandering in de tarieven wordt veroorzaakt door de verandering in de vastgestelde waarde. Voorbeeld: een gemiddelde waardestijging voor de woningen met 9% houdt in dat het tarief voor de woningen met 9% zal dalen. De tarieven voor 2022 in onderstaande tabel zijn voorlopige tarieven, op basis van de parameters zoals die op dit moment bekend zijn. In de Raad van december 2021 worden de belastingverordeningen behandeld, en de tarieven definitief vastgesteld. Er wordt op dit moment volop ingezet om alle ingediende bezwaarschriften tegen de vastgestelde WOZ-waarde 2021 voor het eind van het jaar te hebben afgehandeld. Ten opzichte van 2020 is het aantal bezwaarschiften toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door de zogenaamde 'No Cure No Pay'bureau’s die een steeds groter aandeel hebben in het aantal bezwaren. Dit is ook de oorzaak van de toename van het aantal beroepschriften. Hierdoor is er tevens een stijging van de proceskostenvergoeding, wat inhoudt dat het tarief iets zal stijgen daar de perceptiekosten stijgen.
Onroerende zaakbelasting (OZB) 2022
Rekening
Begroting
Rekening
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2021
2022
-4.166
-4.146
-4.283
-4.208
-4.410
Eigenaren niet-woning
-925
-1.025
-974
-1.040
-1.004
Gebruiker niet-woning
-711
-703
-728
-714
-750
Totaal opbrengsten
-5.802
-5.874
-5.985
-5.962
-6.164
Eigenaren woning
0,1122%
0,1139%
0,1059%
0,0983%
0,0926%
Eigenaren niet-woning
0,2204%
0,2237%
0,2215%
0,2248%
0,2384%
Gebruiker niet-woning
0,1838%
0,1866%
0,1872%
0,1900%
0,1943%
Opbrengsten Eigenaren woning
Tarieven
Bedragen x € 1.000,-
Roerende zaakbelasting Doel: Net als de OZB, zijn de roerende zaakbelastingen een bron van algemene middelen waar de gemeente een vrije bestemming aan kan geven. Door hun onderlinge gelijkenis worden ook deze belastingen geacht bij te dragen aan een goede lokale afweging tussen nut en offer. De roerende zaakbelastingen worden geheven van roerende zaken, zoals woonwagens en woonschepen. Deze belastingen zijn nagenoeg identiek aan de OZB. Het tarief en de grondslagen moeten daarom gelijk zijn aan die van de OZB. De opbrengst is nagenoeg gelijk aan het voorgaande jaar.
Roerende zaakbelasting 2022
Opbrengsten Begroting
Realisatie
2019
3.940
3.577
2020
3.999
3.338
2021
4.059
2022
4.059
Bedragen x € 1,-
87
Forensenbelasting Doel: De forensenbelasting is een belasting op tweede woningen voor mensen die niet in de gemeente Baarn staan ingeschreven en meer dan 90 dagen per jaar in Baarn een gemeubileerde woning voor zich beschikbaar houden. Rechtvaardiging voor deze belasting is dat gemeenten kosten maken voor niet-inwoners die verblijf houden en die door hun verblijf hier gebruikmaken van de gemeentelijke voorzieningen. Hiertegen over staan geen inkomsten vanuit het Gemeentefonds voor niet-inwoners. Het bedrag van de aanslag wordt bepaald door de WOZ-waarde. De belastingopbrengst van de forensenbelasting is bestemd voor de algemene middelen. Het aantal woningen dat als tweede woning wordt gebruikt wisselt ieder jaar. Het wel of niet kunnen opleggen van een aanslag is immers mede afhankelijk of bewoners zich hebben laten inschrijven in de Basisregistratie Personen. Daarnaast worden tweede woningen ook aangeboden voor verhuur (onder meer via Airbnb) waardoor deze woningen niet voor meer dan 90 dagen per jaar beschikbaar zijn voor de eigenaar. Daarom fluctueren ook de jaarlijkse opbrengsten. Het uitvoeren van controles heeft invloed op de heffing van deze belasting. Op basis van de werkelijke ontvangsten bij de jaarrekening 2020 zijn de geraamde inkomsten Forensenbelasting 2022 met € 10.000 verhoogd bij de perspectiefnota 2022.
Verder heeft alleen een inflatiecorrectie (1,5%) plaatsgevonden op de geraamde opbrengsten. Forensenbelasting
Tarief (WOZ) waarde (x € 1.000)
Opbrengsten
< € 200
€ 201 - € 300
> € 300
Begroting
Realisatie
2019
279
808
1027
50.110
68.466
2020
284
820
1042
50.861
74.467
2021
288
832
1058
60.000
2022
292
847
1.075
70.900
Bedragen x € 1,-
Toeristenbelasting Doel: De toeristenbelasting is een algemene inkomstenbron van de gemeente. De toeristenbelasting wordt geheven van toeristen die in de gemeente nachtverblijf houden in hotels, pensions en op campings. Rechtvaardiging voor deze belasting is dat gemeenten kosten maken voor niet-inwoners die verblijf houden en gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen. Als belastingplichtige wordt aangewezen degene die gelegenheid biedt tot verblijf. De belasting mag daarbij worden verhaald op degene die nachtverblijf in de gemeente houdt. De aanslagen worden na afloop van het belastingjaar opgelegd, nadat de exploitanten van de verschillende accommodaties aangifte hebben gedaan van het werkelijke aantal overnachtingen van het afgelopen jaar. De aanslagen 2021 zullen met dagtekening 31 maart 2022 worden verstuurd. De opbrengst 2021 wordt net als de opbrengst 2020 beïnvloedt door de coronacrisis en is om deze reden neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de jaren daarvoor. Toeristenbelasting
Tarief
Opbrengsten
Camping
Hotel/B&B
Overig
Begroting
Realisatie
2019
1,18
1,64
0,91
101.640
92.593
2020
1,20
1,66
0,92
101.640
42.901
2021
1,22
1,68
0,93
90.000
2022
1,24
1,71
0,94
91.350
Bedragen x € 1,-
88
Hondenbelasting Doel: De opbrengst van de hondenbelasting wordt gebruikt voor de algemene middelen. De belasting wordt geheven van degene die de houder is van één of meer honden. In beleidsregels is vastgelegd wie als houder wordt aangewezen. Door een regelmatige controle op hondenbezit is de neerwaartse trend in opbrengst omgezet in een kleine stijging 2020. In 2022 zal net als in 2021 een stabiele opbrengst te zien zijn.
Hondenbelasting
Tarieven
Opbrengsten
1ste hond
2de en volgende hond
Begroting
Realisatie
2019
55,68
111,48
98.087
89.787
2020
56,52
113,16
99.558
93.714
2021
57,36
114,96
95.000
2022
58,22
116,70
96.425
Bedragen x € 1,-
Precariobelasting Doel: Hoewel de precariobelasting lijkt op een retributie, omdat de tarieven zijn gericht naar een bepaalde prestatie, is de belasting een algemene inkomstenbron van de gemeente. De opbrengst is dan ook vrij besteedbaar. Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, boven of op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden zijn: bouwmaterialen, terrassen, uitstallingen, luifels, leidingen en kabels. Belastingplichtig is degene die de voorwerpen plaatst. De belasting is ook verschuldigd voor voorwerpen die zonder APV-vergunning op gemeentegrond worden geplaatst. De hoogte van de tarieven is niet afhankelijk van de gemaakte kosten. De opbrengst van de belasting is ook vrij besteedbaar. De coronacrisis zal nog zijn invloed hebben op de opbrengsten voor 2021 en, afhankelijk van het herstel na deze crisis, mogelijk ook een lichte stijging laten zien voor 2022.
Precariobelasting 2022
Opbrengsten Begroting
Realisatie
2019
39.467
30.748
2020
40.059
7.358
2021
40.660
2022
40.660
Bedragen x € 1,-
Reclamebelasting Centrumgebied Doel: Op verzoek van de Ondernemerscoöperatie wordt een reclamebelasting geheven in het centrumgebied. De opbrengst van deze belasting komt, na aftrek van de gemeentelijke kosten, volledig aan deze coöperatie ten goede. Uit de opbrengst van de reclamebelasting wordt door de Ondernemerscoöperatie een ondernemersfonds gevormd. Uit dit fonds worden verschillende activiteiten bekostigd die ten doel hebben de
89
attractiviteit van het centrumgebied te verhogen. Het profijt dat de ondernemers in de aangewezen kernstraten van het centrumgebied hebben, is groter dan in de zogenoemde aanloopstraten. Het tarief bedraagt daardoor € 400 voor een bedrijfsvestiging in een kernstraat en € 200 voor een bedrijfsvestiging in een aanloopstraat. Reclamebelasting 2022
Opbrengsten
centrumgebied
Begroting
Realisatie
2019
51.000
53.883
2020
51.000
46.296
2021
51.000
2022
51.000
Bedragen x € 1,-
Afvalstoffenheffing Doel: Met de opbrengst van de heffing worden de lasten van de inzameling en verwerking van het afval gedekt dat door Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) wordt ingezameld. Afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen van huishoudelijk afval bij woningen. De belastingplichtige is de gebruiker van de woning. In beleidsregels is vastgelegd wie als belastingplichtige wordt aangemerkt. Ook roerende zaken worden in de heffing betrokken. Gebruikers van woonwagens en woonschepen krijgen daarom ook een aanslag. Met ingang van 1 januari 2021 is overgegaan naar de meer landelijk gehanteerde manier van heffen. De heffing wordt gedaan op basis van één- en meerpersoonshuishouden. De stijging van het tarief in 2022 is het gevolg van met name de steeds hoger wordende verwerkingskosten afval en rekening houdend met een 100% kostendekkendheid. De geraamde op te leggen heffingen mogen niet boven de geraamde kosten uitgaan. Afvalstoffenheffing 2022
Vastrechttarief t/m 280 liter
Opbrengsten
containerinhoud
Begroting
Realisatie
2019
229,80
2.945.207
2.907.000
2020
249,60
3.065.884
3.173.821
3.846.360
2021
Eenpersoonshuishouden
282,12
2021
Meerpersoonshuishouden
393,00
2022
Eenpersoonshuishouden
286,35
2022
Meerpersoonshuishouden
398,90
3.904.055
Bedragen x € 1,-
Rioolheffing Doel: Met de opbrengst van de rioolheffing worden de lasten van de gemeentelijke watertaken (inzameling en transport stedelijk afvalwater, hemelwater en structureel nadelige gevolgen van grondwater) gedekt. Rioolheffing wordt geheven voor de dekking van de kosten van de instandhouding en verbetering van de gemeentelijke riolering en het gemeentelijk grondwater- en hemelwaterbeheer. De rioolheffing wordt jaarlijks geheven van de gebruiker van een woning of een bedrijfspand. Het rioolaansluitingsrecht wordt eenmalig geheven op het moment dat een woning of een bedrijfspand op de riolering wordt aangesloten. Ook roerende zaken die zijn aangesloten op de riolering worden in de heffing betrokken. Gebruikers van woonwagens en woonschepen krijgen daarom ook een aanslag.
90
De hoogte van de rioolheffing is afhankelijk van de hoeveelheid water die op de gemeentelijke riolering wordt geloosd. Ook bij de rioolheffing geldt als uitgangspunt dat de tarieven volledig kostendekkend zijn. Rioolheffing 2022
Vastrechttarief t/m 250 liter
Opbrengsten
geloosd afvalwater
Begroting
Realisatie
2019
230,88
2.664.160
2.775.490
2020
234,36
2.704.122
2.912.330
2021
237,96
2.823.583
2022
241,53
2.865.936
Bedragen x € 1,-
Rioolaansluitingsrecht Doel: Met de opbrengst van het rioolaansluitingsrecht worden de lasten gedekt die de gemeente moet maken om een perceel aan te sluiten op de gemeentelijke riolering. De tarieven voor het aansluiten zijn vastgesteld met behulp van de betreffende belastingverordening. Het merendeel van de kosten bestaat uit lasten die de gemeente aan een aannemersbedrijf betaalt voor het realiseren van de aansluiting. Uitgangspunt is 100% kostendekking. Rioolaansluitrecht 2022
Opbrengsten Begroting
Realisatie
2019
2.942
2.942
2020
2.942
12.350
2021
2.986
2022
2.986
Bedragen x € 1,-
Begraafplaatsenrechten Doel: Met de opbrengst worden de exploitatielasten van de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan te Baarn gedekt. In Baarn worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van diensten voor het begraven of het onderhouden van graven. De tarieven zijn in deze paragraaf niet opgenomen aangezien het om circa 50 tarieven gaat. Uitgangspunt van de tarieven is 100% kostendekking. Begraafplaatsrechten 2022
Opbrengsten Begroting
Realisatie
2019
458.152
341.652
2020
460.024
387.180
2021
465.024
2022
451.722
Bedragen x € 1,-
Marktgelden Doel: Met de opbrengst worden de gemeentelijke lasten van het houden van de weekmarkt op de Brink gedekt.
91
Het marktgeld bestaat uit twee gedeelten. Het belangrijkste deel is het staangeld dat wordt geheven voor het innemen van de standplaats op de weekmarkt. Ook is er een tarief voor de afname van elektriciteit tijdens de weekmarkt. Marktgelden 2022
Opbrengsten Begroting
Realisatie
2019
38.758
28.550
2020
39.730
27.051
2021
29.000
2022
29.435
Bedragen x € 1,-
Leges Doel: Leges worden geheven voor door de gemeente verstrekte diensten. Leges worden geheven voor door de gemeente verstrekte diensten. Deze diensten staan beschreven in de tarieventabel bij de legesverordening. Diensten kunnen verschillend van aard zijn, zoals een aanvraag voor een vergunning of het verstrekken van afschriften en documenten (bijvoorbeeld paspoorten en rijbewijzen). In de Legesverordening zijn meer dan 200 tarieven opgenomen. Daarom zijn deze tarieven niet in deze paragraaf opgenomen. De tarieven in de Legesverordening mogen maximaal kostendekkend zijn. Deze opbrengstlimiet wordt bezien vanuit de totale Legesverordening, waardoor sommige tarieven hoger zouden kunnen zijn dan de kosten voor de specifieke dienst, zolang de totale opbrengsten maar niet de totale kosten overschrijden. Echter, voor steeds meer tarieven geldt dat deze wettelijk zijn vastgelegd of in de wet maximale tarieven zijn bepaald die door de gemeente geheven mogen worden. Het aantal tarieven waarop wettelijke maximumtarieven van toepassing zijn, zal de komende jaren nog verder blijven toenemen. In veel situaties zijn de kosten van het product hoger dan het tarief dat de gemeente mag heffen. Dit beperkt het aantal tarieven dat nog volledig kostendekkend kan zijn. Leges 2022
Opbrengsten Begroting
Realisatie
2019
953.096
1.179.792
2020
791.056
725.000
2021
749.357
2022
760.598
Bedragen x € 1,-
Kwijtscheldingsbeleid Er kan kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, onroerende zaakbelastingen en roerende zaakbelastingen. In 2021 hebben 620 huishoudens kwijtschelding aangevraagd. Van de 500 huishoudens die kwijtschelding (gedeeltelijk) hebben toegewezen gekregen, is dit in 330 gevallen gebeurd op grond van informatie die door middel van een geautomatiseerde gegevensvergelijking is verkregen. Het Inlichtingenbureau gebruikt voor deze gegevensvergelijking informatie van de Belastingdienst, de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en het UWV. Het Inlichtingenbureau is een onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau werkt onder andere voor sociale verzekeringsinstellingen. In de overige gevallen is dit gebeurd op basis van eigen, aanvullend onderzoek. 92
Kwijtscheldingen '22
Begroot
Realisatie
Kosten (€)
Toekenning
Afwijzing
Toegekend
Afgewezen
Begroot
Realisatie
2019
520
100
539
109
157.000
246.861
2020
520
100
511
148
250.000
251.741
2021
520
100
250.000
2022
520
100
258.040
Bedragen x € 1,-
Gesloten systemen In de onderstaande tabel worden de lasten en baten van de gesloten systemen zijnde riool, afval en begraven gepresenteerd. Gesloten systemen houdt in dat de opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Het vastgesteld kader binnen de gemeente Baarn is 100% kostendekkendheid voor de gesloten systemen. Kostenopbouw
Riolering
Afval
Rekening Begroting
Begraven
Rekening Begroting
2020
2021 2022
1.133
1.765
Rekening Begroting
2020
2021 2022
2.777
2.853 2.951
2020
2021 2022
338
402
Kosten Taakveld 7.2 Riolering Taakveld 7.3 Afval
628
0
Taakveld 7.5 Begraafplaatsen en Crematoria Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer
0 173
Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie Taakveld 6.3 Inkomensregelingen
0
255
0 118
110
0 122
122
136
135
858
193 1.235
-218
-16
2.279
2.335 2.103
2.805
0
Subtotaal primaire kosten
398
118
0
115
Taakveld 0.64 Belastingen Mutatie voorzieningen
113
135
0 0
3.085 3.204
-6 338
402
392
68
48
60
60
3.128 3.272
386
462
452
Netto kosten Overhead (gemeentelijke organisatie)
Netto kosten + overhead
188
2.467
116
64
41
2.451 2.167
2.846
43
Toe te rekenen kosten Aandeel leegstand
58
60
60
63
61
Aandeel oninbare debiteuren
15
14
20
16
45
94 27
BTW
372
299
619
606
857
791
373
963
Totaal toe te rekenen kosten
445
699
685
912
0
0
0
Totaal kosten
2.912
2.824 2.866
3.531
4.091 4.184
386
462
452
2.912
2.824 2.866
3.174
3.846 3.904
387
462
452
Opbrengst heffing Opbrengst medegebruik afvalbrengstation Eemnes Dekkingspercentage
226 100%
100% 100%
96%
245
279
100% 100%
100%
100% 100%
Bedragen x € 1.000,-
93
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Beleid gemeente Baarn Het risicomanagement binnen de gemeente Baarn wordt uitgevoerd op basis van de nota Risicomanagement 2017 - 2022. In deze nota is vastgesteld dat de gemeente Baarn streeft naar een ratio weerstandsvermogen voor de programma’s van 1,0, waarbij als toegestane bandbreedte een bovengrens geldt van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Financiële vertaling van de risico’s Op basis van het risicobeleid is het gewenste weerstandsvermogen bepaald door de risico’s te kwantificeren naar hun maximale financiële impact maal de kans dat het risico zich voor kan doen. In deze paragraaf opgenomen risico’s zijn niet limitatief. Risico’s met geringe financiële impact of risico’s waarvan het financiële effect niet bekend is, zijn buiten beschouwing gelaten. Hierbij zijn alleen risico’s meegenomen: • die een maximale financiële impact hebben van € 100.000 of meer; • waarvan de kans dat het risico zich in werkelijkheid voordoet groter is dan 10%; • waarvan de kans maal de financiële impact minimaal € 10.000 bedraagt. Voor de beoordeling is de onderstaande schaalindeling gehanteerd. Risico
Geschatte kans van
Rekenpercentage
Klein
Onwaarschijnlijk
Omschreven als
0% - 20%
10%
Gemiddeld
Aannemelijk
21% - 50%
35%
Groot
Waarschijnlijk
51% - 90%
70%
Bedragen x € 1.000,-
De risicoanalyse vindt tweemaal per jaar plaats, waardoor deze paragraaf (begroting 2022) aansluit op de risicoanalyse van de jaarrekening 2020. Inventarisatie weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als “het vermogen van de gemeente Baarn om nietstructurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde zijn taken te kunnen voortzetten”. Het weerstandsvermogen bestaat uit die middelen waarover de gemeente Baarn beschikt om niet begrote kosten te dekken en die risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Dit betreft alleen de incidentele risico’s. Voor de vaststelling van het weerstandsvermogen neemt de gemeente Baarn uitsluitend de algemene reserve als uitgangspunt. De onbenutte belastingcapaciteit en de post voor onvoorzien worden niet meegenomen in de berekening. Deze vormen een additionele capaciteit (reserve) om mogelijke structurele risico’s op te vangen binnen de begroting wanneer dit nodig blijkt. Totaaloverzicht risico’s met financiële vertaling De benodigde weerstandscapaciteit bij de begroting is in omvang met € 578.000 toegenomen ten opzichte van de risicoanalyse in de jaarrekening 2020, omdat een aantal risico-inschattingen zijn geactualiseerd. In de onderstaande tabel zijn de mutaties ten opzichte van de jaarrekening 2020 zichtbaar.
94
Nr Benoemde risico's
Maximum
Kans
Inc/Struct
Jaarrekening Begroting 2020
2022
Mutatie
Bedrijfsrisico's 1 Handhaving Wabo
100
Klein
Structureel
10
10
Ongewijzigd
2 Informatiebeheer
250
Klein
Structureel
25
25
Ongewijzigd
3 AVG-1
2.461
Klein
Structureel
216
246
Gewijzigd
4 AVG-2
1.231
Klein
Structureel
108
123
Gewijzigd
5 Informatiebeheer Cybercrime
1.000
Gemiddeld
Incidenteel
10
350
Gewijzigd
6 Gemeenschappelijke regeling RID
500
Gemiddeld
Incidenteel
175
175
Ongewijzigd
7 Coronacrisis
750
Gemiddeld
Incidenteel
875
263
Gewijzigd
400
Groot
Incidenteel
280
280
Ongewijzigd
1.699
1.472
8 Vervullen vacante functies Totaal bedrijfsrisico's
6.692
Beleidsrisico's 1 Participatiewet
142
Groot
Structureel
280
99
Gewijzigd
2 Sociale werkvoorziening
1.800
Gemiddeld
Incidenteel
630
630
Ongewijzigd
3 Jeugdzorg en Wmo
1.394
Groot
Structureel
378
976
Gewijzigd
4 SiSa verantwoording VVE
134
Klein
Incidenteel
13
13
Ongewijzigd
5 Afvalverwerking
669
Groot
Structureel
468
468
Ongewijzigd
6 A. Herijking Gemeentefonds periode 2023-2026
375
Groot
Structureel
438
263
Gewijzigd
6 B. Herijking Gemeentefonds periode 2027-2030
2.200
Gemiddeld
Structureel
770
Gewijzigd
400
klein
Incidenteel
40
Gewijzigd
7 Openbare verlichting Totaal beleidsrisico's
7.114
2.207
3.259
Aansprakelijkheidsrisico's 1 Gewaarborgde geldleningen Woningcorporaties
1.735
Klein
Incidenteel
152
174
Gewijzigd
2 Gewaarborgde geldleningen Overig
824
Klein
Incidenteel
85
82
Gewijzigd
3 Aansprakelijkheid planontwikkeling
3.600
Klein
Incidenteel
360
360
Ongewijzigd
4 Aansprakelijkheid gasontvangstation
400
Klein
Incidenteel
280
40
Gewijzigd
Klein
Incidenteel
25
0
Gewijzigd
6.559
902
656
20.365
4.808
5.386
5 Aansprakelijkheid bagger-dossier Totaal aansprakelijkheidsrisico's Totaal risico's Bedragen x € 1.000,-
Bedrijfsrisico's 1. Handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De gemeente handhaaft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze wet combineert een aantal vergunningen en algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, veiligheid en milieu. De gemeente voert deze taken in medebewind uit. De uitvoering van deze taken kan leiden tot directe schade of aansprakelijkheid. De maximale financiële schade als dit risico zich voordoet wordt geschat op € 100.000. De kans dat dit risico zich voordoet is klein. 2. Informatiebeheer Bij Informatiebeheer kunnen (applicatieve) incidenten plaatsvinden met (grote) impact op bedrijfsvoering/dienstverlening. Ook bestaat het risico op onvolkomenheden van (nieuwe) regelgeving waarvoor maatregelen getroffen moeten worden. Het risico dat dit soort incidenten zich voordoet wordt klein geschat.
95
AVG; Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingegaan. Deze verordening vervangt de oude privacywet ‘bescherming persoonsgegevens’. De AVG heeft twee categorieën overtredingen geïntroduceerd: AVG-1 en AVG-2. Inmiddels zijn de medewerkers goed bekend met AVG en daarom is het risico van ‘gemiddeld’ naar ‘klein’ verlaagd. 3. AVG-1 Als de verwerkingsverantwoordelijke een overtreding begaat van de meer fundamentele verplichtingen uit de AVG kan deze worden bestraft met een boete van de hoogste categorie. Bij deze categorie hoort bijvoorbeeld schenden van rechten van betrokkene zoals recht van inzage, recht op gegevenswisseling en recht op dataportabiliteit. Bij deze overtredingen hoort een geldboete van maximaal € 20.000.000 of 4% van de omzet. Een geldboete van € 20.000.000 is voor de gemeente niet reëel en daarom is 4% van de totale begroting als uitgangspunt genomen voor het bepalen van de maximale financiële impact. Dit risico wordt op ‘gemiddeld’ geschat. 4. AVG-2; Overtredingen die niet onder categorie AVG-1 vallen kunnen beboet worden met een geldboete van maximaal € 10.000.000 of 2% van de omzet. Het gaat hier bijvoorbeeld om het niet melden van datalekken of het niet of onvoldoende treffen van beveiligingsmaatregelen. Ook hier is een geldboete van € 10.000.000 niet reëel.
2% van de totale begroting is als uitgangspunt genomen voor de maximale financiële impact. Dit risico wordt op ‘gemiddeld’ geschat. 5. Informatiebeveiliging/Cybercrime Bij de informatiebeveiliging bestaat het risico op datalekken of cybercrime of cyberaanvallen (ddos, ransomware, phishing, malware, etc.). De kans dat dit risico zich voordoet is klein, maar de impact is groot. Het risico is daarom op 'gemiddeld' geschat. 6. Gemeenschappelijke regeling RID Bij deze gemeenschappelijke regeling kunnen (infrastructurele) incidenten plaatsvinden. Het risico dat dit soort incidenten zich voordoet wordt op ‘gemiddeld’ geschat. 7. COVID-19 In de begroting zijn geen concrete voorstellen opgenomen ten behoeve van de bestrijding van de gevolgen van corona. We kunnen terugkijkend constateren dat we in 2020 voldoende door het Rijk zijn gecompenseerd voor onze kosten en de steunmaatregelen toereikend zijn geweest. De werkloosheid is niet gestegen en er wordt economische groei verwacht voor 2021 en 2022. Daarnaast weten we nu nog niet hoe corona zich de komende tijd, laat staan in 2022, ontwikkelt. Echter als we terugkijken naar 2020 kan het ingeschatte risico met betrekking tot de inkomensonzekerheid (bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand en schuldhulpverlening) worden verlaagd. Naast de individuele inkomensonzekerheid kent corona nog tal van andere kosten en risico’s.
Denk daarbij aan extra steun voor ondernemers (mogelijke kwijtschelding belastingen, extra steun voor sport en cultuur en extra kosten voor handhaving van de 1,5 meter samenleving. De raad wordt hierover per kwartaal geïnformeerd. Het totale risico werd bij de vorige begroting (2021-2024) geschat op € 1,5 miljoen, met risicoclassificatie hoog. We stellen het risico naar beneden bij tot € 750.000 met risicoclassificatie gemiddeld. 8. Vervullen vacante functies Door de krappe arbeidsmarkt is het lastig om tijdig vacante functies te vervullen. De extra kosten worden gemaakt voor bemiddeling en tijdelijke vervanging door externe inhuur. In het boekjaar 2020 bedragen deze extra kosten om functies vervuld te krijgen ca. € 320.000. Verwacht wordt dat deze trend zich ook in 2021 voortzet. Het risico wordt ‘hoog’ geschat met een maximum waarde van € 400.000.
96
Beleidsrisico’s 1. Participatiewet Op basis van het deels eigen beleid van de gemeente Baarn vertonen de uitgaven en inkomsten de laatste jaren een stabiel beeld. Het budget voor de bijstandsuitkeringen (105% van de ontvangen rijksmiddelen omdat de gemeente dit zelf moet opvangen bij tekorten) is vooralsnog voldoende gebleken. Voor de komende jaren wordt echter rekening gehouden met een toename door de beperking van het aantal SW’ers (mensen werkzaam in de sociale werkvoorziening) en Wajongers die op de bijstand zijn aangewezen. Daarnaast is de verwachting dat het aantal uitkeringsgerechtigden het komende jaar zal stijgen als gevolg van de coronacrisis. Op dit moment zien we dat nog niet terug in de cijfers over 2020, maar wanneer de steunmaatregelen worden afgebouwd, zal het bestand naar verwachting toenemen. Per eind 2020 kent Baarn 353 personen die een bijstandsuitkering ontvangen, 26 mensen met een IAOW-uitkering en 5 mensen met een IOAZ-uitkering. Het financiële volume ligt rond € 5,3 miljoen per jaar. De risicoreserve is gebaseerd op het bedrag dat niet in aanmerking komt voor een vangnetuitkering en niet in het budget (105% van de rijksmiddelen) is meegenomen. 2. Sociale werkvoorziening Momenteel wordt RWA Amfors doorontwikkeld tot mensontwikkelbedrijf.
In 2020 heeft een herijking plaats gevonden van de toekomstvisie RWA Amfors om richting te geven aan de ontwikkeling van de organisatie op de lange termijn. De ontwikkeling van de toekomstvisie en welke mogelijkheden RWA Amfors heeft, loopt nog door in 2021. Het aantal cliënten neemt namelijk geleidelijk af doordat de instroom is opgedroogd. Een mogelijk gevolg hiervan op de lange termijn is het risico tot opheffing van het SW-bedrijf. Het risicobedrag is gebaseerd op de indicatieve ontmantelingskosten, de te verwachten frictiekosten (werknemersrechten 30,9 fte eind 2020) en het saldo vreemd vermogen minus bezit. Bij de verdeling van deze kosten wordt uitgegaan van het eigendomsaandeel van de gemeenten, zijnde 9% voor de gemeente Baarn. 3. Jeugdzorg en Wmo Sinds de overheveling van de Jeugdzorg zijn gemeenten verantwoordelijk voor de intramurale, maar ook voor de extramurale zorg. De intramurale zorg is een kostbare vorm van zorg en heeft een groot financieel risico in zich. Deze kosten worden sinds 2015 binnen de regio verevend. Doordat in Baarn het gebruik van de jeugdzorg lager ligt dan in omliggende gemeenten bestaat dus het financiële risico dat een bedrag moet worden betaald voor de verevening van deze kosten. In de eerste jaren heeft de verevening nauwelijks effect gehad voor Baarn.
De verevening wordt pas achteraf bepaald als de definitieve afrekening met de zorgaanbieders heeft plaatsgevonden. Soms worden in latere jaren afrekening ontvangen met betrekking tot eerdere jaren. De berekening is ingewikkeld, kunnen we niet zelf maken en de uitkomst van het bedrag is vooraf niet in te schatten. Vanaf de begroting 2022 wordt het vereveningsbedrag niet meer meegenomen in de raming, maar in de risicoparagraaf. We kunnen niet op sturen op de kostenbeheersing door het in de raming op te nemen. Het heeft een wisselende omvang en is dan weer positief, dan weer negatief. In 2019 was de verevening per saldo € 0,4 miljoen voordelig. In 2020 € 175.000 nadelig. Dit bedrag wordt meegenomen in de risicoparagraaf. De omvang op het geheel is relatief beperkt. De verschillen binnen de te verevenen onderdelen zijn groter. De taakstelling voor Jeugd en WMO voor 2022 bedraagt € 1.219.000. In 2022 wordt dit opgevangen door een extra bijdrage van het rijk van naar verwachting € 1,7 miljoen. Met de extra bijdrage is het risico voor 2022 afgedekt. Hiermee kan het eerste jaar zonder maatregelen worden overbrugd. De ontwikkelopgave om het tekort te monitoren en met maatregelen in te vullen start vanaf 2023. Landelijk is de insteek om jaarlijks minder van het tekort in geld uit te keren en meer met concrete
97
maatregelen in de vorm van een hervormingsagenda in te vullen. Wel is door de bijdrage voor 2022 minder tijdsdruk om snel tot realisatie van structurele maatregelen. We kunnen nu zorgvuldiger met maatregelen en acties komen en deze in lijn brengen met de landelijk voorgestelde maatregelen. Het totale risico voor de risico voor jeugdzorg en Wmo komt daarmee op € 1.394.000. De risicoclassificatie is hoog. 4. Verantwoording Sisa Vanaf 2014 moeten gemeenten de verantwoording over de specifieke uitkeringen via de Single information Single audit (SiSa) aanleveren aan het CBS. De deadline is, evenals voor de jaarrekening, gesteld op 15 juli in het opvolgende jaar van het controlejaar. Wanneer de informatie niet tijdig of niet volledig is bevonden, riskeert de gemeente een boete van ca. € 134.000. Het risico dat de gemeente Baarn deze informatie niet op tijd of niet volledig verstrekt is klein. 5. Afvalverwerking De verwerking en uitbesteding van grondstoffen en restafval gebeurt op een internationale markt waarin vele belangen meespelen en ontwikkelingen niet altijd voorspelbaar zijn. Wel is duidelijk dat sprake is van een trend van stijging van de kosten (bijvoorbeeld voor transport en verwerking van PMD) en daling van de grondstoffen vergoedingen.
Daarnaast zijn er landelijke ontwikkelingen, zoals de stijgende belasting op het verbranden van restafval en voorgestelde nieuwe afspraken binnen de Raamovereenkomst Verpakkingen. Deze ontwikkelingen brengen een risico met zich mee voor de kosten in het gesloten systeem van afvalinzameling en –verwerking. Daarnaast zijn er ook financiële risico's in de bedrijfsvoering van RMN, die kunnen leiden tot hogere kosten. De voorgestelde stijging van het tarief voor de afvalstoffenheffing is op termijn niet voldoende om deze kostenstijgingen te dekken. 6. Herijking algemene uitkering Op 7 december jl. heeft het Ministerie van BZK de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het vervolgproces van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. Besloten is om de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift van 1 januari 2022 naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikende financiering van de jeugdzorg. Het is van belang dat er helderheid is over de financiële afspraken met en positie van gemeenten alvorens tot de invoering van het nieuwe verdeelmodel over te gaan (RIB 211795).
Het ministerie van BZK heeft op 2 februari 2021 de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gevraagd om advies te geven over het voorstel van de fondsbeheerders voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. Met het indienen van deze adviesaanvraag, zijn ook de voorlopige uitkomsten van de verdeling voor individuele gemeenten bekend gemaakt. De (voorlopige) uitkomst van de herijking van januari 2021 leidde tot een structureel nadeel van € 125 per inwoner. Als we uitgaan van 25.000 inwoners is dit een bedrag van structureel bedrag van € 3.125.000. Dit bedrag moet in 2026 zijn gerealiseerd. Dit was een eerste uitkomst en gebaseerd op cijfers van 2017. Op 12 augustus 2021 zijn nieuwe uitkomsten gepresenteerd naar aanleiding van het advies van de ROB en de actualisatie van de cijfers naar 2019. De uitkomst voor Baarn is dat het nadeel is opgelopen naar € 148 per inwoner (€ 3.700.000). Het besluit van een nieuwe verdeling is aan een nieuw kabinet. Het is de verwachting dat de definitieve effecten pas bij de meicirculaire in 2022 bekend worden gemaakt. Het voorstel voor de invoering van de nieuwe verdeling gaat samen met een voorstel voor een ingroeipad waarmee de herverdeeleffecten verspreid over een aantal jaren worden ingevoerd. Er wordt een generiek ingroeipad gehanteerd voor het herverdeeleffect van maximaal € 15 per inwoner 98
per jaar vanaf 2023, voor zowel gemeenten die voordeel als gemeenten die nadeel hebben van de nieuwe verdeling. De maximale korting van de herijking voor Baarn is daarmee in 2026 € 60 per inwoner (€ 1.500.000). Gezien het grote verschil met de huidige uitkomst (€ 148 per inwoner) is het hoogst waarschijnlijk dat we met € 60 korting per inwoner rekening moeten houden. Het structurele risico voor de periode 2023- 2026 verwachten we op te vangen door een verhoging van de algemene uitkering. De uitkomst van de arbitragecommissie biedt een positief perspectief om de effecten van de herijking van het gemeentefonds op te vangen. Dit is in de lijn van het standpunt van de VNG om eerst het tekort in het sociaal domein op te lossen en dan te praten over de herijking van het gemeentefonds. Aangezien het sociaal domein nog in beweging is, stellen de fondsbeheerders voor om de herijking tijdig te evalueren. De evaluatie zal in 2025 starten zodat gemeenten tijdig duidelijkheid hebben over het verdeelmodel vanaf 1 januari 2027. Als de evaluatie daar aanleiding toe geeft wordt de verdeling aangepast. In aanloop naar de evaluatie worden de ontwikkelingen via het reguliere onderhoud van het model in de gaten gehouden. In de huidige meerjarenbegroting 2022-2025 is een ingroeipad opgenomen van € 15 per inwoner per jaar.
Hiermee is voor de komende drie jaar € 45 per inwoner afgedekt in de huidige begroting. De laatste € 15 per inwoner (€375.000) moet in de jaarschijf van 2026 worden gerealiseerd en is in deze risicoparagraaf opgenomen. De realisatie van de korting is afhankelijk van de realisatie van besparingsmaatregelen en het extra geld in het sociaal domein en daarmee nog niet gerealiseerd. Het meerdere boven de € 60 per inwoner tot € 148 per inwoner is niet voor de korte, maar wel op langere termijn (2027-2030) een risico. Dit risico van € 88 per inwoner jaar voor de periode 2027-2030 voor in totaal € 2.200.000 is als gemiddeld ingeschat. 7. Openbare Verlichting Momenteel loopt er een traject waarin de verschillende scenario's worden onderzocht voor het onderhoud en beheer van de openbare verlichting. Het huidige contract is opgezegd en het risico is aanwezig dat de transitiekosten deels voor rekening van de gemeente komt in een van de scenario's. Aansprakelijkheidsrisico’s De aansprakelijkheden worden opgenomen in de risicoreserve wanneer vrij grote onzekerheid bestaat over de hoogte van de bedragen en over het daadwerkelijk aansprakelijk zijn. In het geval hierover wel voldoende zekerheid betstaat, zal een voorziening worden getroffen ten laste van het resultaat van het betreffende boekjaar. In deze paragraaf is onderscheid gemaakt tussen twee soorten aansprakelijkheidsrisico’s.
Aansprakelijkheidsrisico’s als gevolg van garantstelling voor derden bij het opnemen van leningen (1 en 2) en aansprakelijkheidsrisico als gevolg van onrechtmatige handeling of nalatigheid (3 tot en met 5). 1. Garantiestelling Woningcorporaties Voor diverse partijen staat de gemeente borg voor de opgenomen leningen door die partijen. Het gaat om de woningbouwcorporatie Eemland Wonen en een aantal sportclubs. Woningbouwcorporaties die leningen aangaan voor bouwprojecten krijgen in de regel een borgstelling door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Woningbouwcorporatie Eemland Wonen heeft een aantal leningen geherfinancierd en daarvoor bij de gemeente borgstelling toegekend gekregen. Gelet op de kredietwaardigheid van de corporatie is het risico klein. 2. Overige garantiestellingen De gemeente staat ook borg voor de opgenomen leningen voor diverse stichtingen, verenigingen of sportclubs. Hier gaat om een borgstelling van in totaal € 823.589 (ultimo 2020). Ook hier is het risico
99
klein. Voor sportclubs wordt alleen borg verstrekt indien de stichting Waarborgfonds Sport met goed gevolg een financieel onderzoek heeft uitgevoerd bij de sportclubs. 3. Aansprakelijkheid planontwikkeling Gemeente Baarn is medio 2014 aansprakelijk gesteld inzake de planontwikkeling op en rondom het parkeerterrein Laanstraat. De gemeente ontkent deze aansprakelijkheid. Het risico wordt vooralsnog ingeschat als ‘klein’. In 2015 is de positie van de gemeente voorgelegd voor een second opinion. De uitkomst van deze second opinion versterkt de gemeente in het handhaven van de huidige positie. 4. Verplaatsen van gasontvangstation De gemeenteraad heeft eind 2017 besloten het gasontvangstation aan de Drakenburgerweg 25a te verplaatsen naar de overzijde van de Drakenburgerweg. Hiervoor is een krediet beschikbaar gesteld van € 1,6 miljoen, met een marge van 25%. In overleg met de controlerend accountant is voor het bedrag van € 1,6 miljoen een voorziening getroffen ten laste van het resultaat van het boekjaar 2018. De laatste facturen worden ontvangen in 2021 en de voorziening wordt bij de jaarrekening 2021 in 2022 afgewikkeld. Het risico dat de marge van 25% wordt ingezet is op basis van huidige (bijgestelde) inzicht klein. Dit risico risico (van groot bij de jaarrekening naar klein bij de begroting) wordt ook bij de jaarrekening afgewikkeld. 5.
Rechtszaak over de melding voor het storten van de bagger Een marktpartij heeft de gemeente aansprakelijk gesteld voor de door haar te lijden schade voor het ten onrechte accepteren van de melding voor het storten van bagger nabij de Eem. De gemeente heeft deze aansprakelijkheid afgewezen. In 2019 heeft de rechtbank vastgesteld dat de gemeente niet aansprakelijk is. In maart 2021 is de gemeente wederom in het gelijk gesteld. De uitkomst in deze zaak –de gemeente Baarn is niet aansprakelijk– is inmiddels definitief. Daarmee is het risico komen te vervallen. Algemene risicoreserve De “Risicoreserve” is een onderdeel van de algemene reserve. De “Risicoreserve” moet hoog genoeg zijn om alle incidentele risico's te kunnen opvangen. Reserves zijn bestemde middelen, met uitzondering van de Algemene Reserve. Dit is een vermogenspositie die weliswaar vrij inzetbaar is maar dat kan alleen op raadsbesluit. Een deel van de algemene reserve is aangemerkt als dekking voor het risicoprofiel van de gemeente. De Algemene Reserve bedraagt ultimo 2020 € 16,1 miljoen en ultimo 2025 € 13,5 miljoen. (zie financiële begroting). In dit verloop is ook de verkoop van de grond van de oude schoollocaties Montini en Gaspard van € 4,2 mln. nog niet meegenomen.
Dit bedrag wordt deels in 2021 en deels in 2022 ontvangen, Bij de tweede tussenrapportage 2021 zal een een voorstel tot wijziging van de begroting worden gedaan om dit aan de algemene reserve toe te voegen. Hiermee blijft de algemene reserve boven het gewenste niveau van minimaal € 10 miljoen en boven het minimaal weerstandsvermogen. Dit is nodig gezien het neerwaartse verloop van de afgelopen jaren, de recente negatieve jaarresultaten, huidige onzekere financiële situatie van gemeenten en ontwikkeling/herverdeling van het gemeentefonds. Benodigde weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen is het verhoudingsgetal tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de algemene reserve. De totale omvang van de risico’s bedraagt bij het opstellen van de begroting 2022 € 20,4 mil-
100