318259 Bestemmingsplan Prinses Irenelaan bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
Toelichting
bestemmingsplan “Prinses Irenelaan” Planstatus: ontwerp Datum: 28 juni 2021 Plan identificatie: NL.IMRO.0308.BP0090-ON01
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
1
Inhoud 1.1 Aanleiding.................................................................................................................................................. 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................. 4 1.3 Geldend planologisch regime (beheersverordening) .............................................................. 6 1.3 Leeswijzer................................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie plangebied ........................................................... 9 2.1 Bestaande situatie plangebied .......................................................................................................... 9 2.2 Stedenbouwkundige context ........................................................................................................... 10 2.3 Stedenbouwkundige uitgangspunten.......................................................................................... 12 2.4 Toekomstige situatie plangebied...................................................................................................
13 3.1 Rijksbeleid................................................................................................................................................ 15 3.2 Provinciaal beleid.................................................................................................................................. 19 3.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................................. 22 Hoofdstuk 4 Onderzoek ................................................................................................................................. 28 4.1 Milieuaspecten....................................................................................................................................... 28 4.2 Waterhuishouding................................................................................................................................ 36 4.3 Ecologie .................................................................................................................................................... 38 4.4 Archeologie en cultuurhistorie........................................................................................................ 40 4.5 Verkeer en parkeren ............................................................................................................................
43 4.6 Milieueffectrapportage (MER) ......................................................................................................... 44 4.7 Kabels en leidingen.............................................................................................................................. 46 Hoofdstuk 5......................................................................................................................................................... 47 Juridische planopzet ........................................................................................................................................ 47 5.1 Inleiding.................................................................................................................................................... 47 5.2 Bestemmingsregels.............................................................................................................................. 48 Hoofdstuk 6......................................................................................................................................................... 51 Economische uitvoerbaarheid......................................................................................................................
51 Hoofdstuk 7......................................................................................................................................................... 52 Inspraak, overleg en zienswijzen................................................................................................................. 52 7.1 Inspraak .................................................................................................................................................... 52 7.2 Overleg ..................................................................................................................................................... 52 Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
2
7.3 Zienswijzen .............................................................................................................................................. 53
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 A a nle iding De eigenaren van de woning op Prinses Marielaan 13 in Baarn willen graag een gedeelte
van hun perceel afsplitsen. Op het nieuwe perceel (1500 m2) zouden zij (aan de Prinses Irenelaan) graag een woning willen toevoegen. Op basis van de beheersverordening ‘Prins Hendrikpark’ is de voorgenomen ontwikkeling
niet mogelijk. De beheersverordening heeft alleen de feitelijke situatie vastgelegd en biedt geen ruimte voor ontwikkeling.
Op 12 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om in principe medewerking te verlenen aan de bouw van een woning aan de Prinses Irenelaan en in te stemmen met het ruimtelijke kader.
Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt. 1.2 L igging e n be gr e nzing pla nge bie d Het plangebied bevindt zich in het zuidwesten van Baarn. Hier ligt ten zuidwesten van de spoorlijn de wijk Prins Hendrikpark. De wijk vormt de overgang van de dorpskern naar het Baarnse Bos. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Prinses Irenelaan en aan de overige zijden door de percelen 32, 2050, 2121, 2123 en 2434.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
4
Ligging plangebied (bron: pdok)
Ligging plangebied (bron: pdok)
Begrenzing plangebied (bron: google maps)
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
5
1.3 Ge lde nd pla no lo gis ch r e gim e ( be hee r sve r o r de ning) Voor het plangebied aan de Prinses Irenelaan
is de beheersverordening ‘Prins
Hendrikpark’ (NL.IMRO.0308.000034-VG01) van toepassing. Om een actueel planologisch
kader te behouden is een beheersverordening vastgesteld. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Baarn op 10 juli 2013 en in werking getreden op 19 juli 2013. Het gaat in een beheersverordening uitsluitend om de bestaande situatie, aangevuld met een
erfbebouwingsregeling, uitbreidingsmogelijkheden voor hoofdgebouwen en algemene afwijkingsregels. In deze beheersverordening zijn de bestaande functies en bebouwing geregeld, door middel van gebruik- en bouwregels.
Geb r u iksr eg els De gebruiksregels beschrijven het toegestane gebruik van bebouwing en openbare ruimte. De basis hiervoor is het bestaande gebruik. Algemeen worden daarmee de
bestaande functies mogelijk gemaakt op de plaats waar deze nu aanwezig zijn. In het
geval van een specifieke functie, bijvoorbeeld een kantoor, is een besluitsubvlak opgenomen. Dit betekent dat deze specifieke functie alleen op die locatie gehandhaafd mag worden. Maar ook als er nog geen kantoor is gevestigd kan dat alsnog op de aangegeven locaties. Hier gaat het dus om een verbreding van het bestaande gebruik. Bo u wr eg els
Vergroting van bestaande bouwwerken en nieuwe bouwwerken is beperkte mate toegestaan. Wel is hierbij het groene karakter van de wijk en de status van het gebied als
beschermd dorpsgezicht van belang. Daaraan zijn voorwaarden gekoppeld, die ook opgenomen zijn in de bouwregels. Het gaat daarbij om voorwaarden over de afmeting van de gebouwen, maar ook over de plaats. De regeling die opgenomen is, is gericht op
het handhaven van de bestaande situatie, maar ook op het mogelijk maken van perceelsgebonden ontwikkelingen. De bestemmingsplannen die tot voor vaststelling van
deze verordening gelden, zijn hiervoor de basis. Daarnaast is aangesloten bij de inmiddels
in de gemeente standaard gehanteerde erfbebouwingsregeling. De bouwregels van deze beheersverordening geven in eerste instantie aan dat bestaande bouwwerken toegestaan zijn. De feitelijk bestaande situatie is daarbij het uitgangspunt. Profielen
Op de kaart van de beheersverordening hebben de meeste percelen een profiel toegewezen gekregen. Er zijn drie laanprofielen (A, B en C) te onderscheiden die van
elkaar verschillen door de afstand van de bebouwing tot de openbare weg en door de breedte van het openbare profiel zelf. Profiel B (van toepassing voor de bestaande
woning aan de Prinses Marielaan 13) kent een minimale afstand van 10 meter van de bebouwing tot de erfscheiding met de openbare weg en een breedte van het openbaar profiel van rond de 12 tot 15 meter. Dit betreft nagenoeg alle lanen in het Prins
Hendrikpark, met uitzondering van de Prinses Irenelaan en het hofje aan de Prinses Carolinalaan. Bij de regeling die aan de profielen is gekoppeld is gebruik gemaakt van de regeling zoals die in het bestemmingsplan uit 2002 was opgenomen. Voor de Prinses Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
6
Irenelaan geldt ‘Profiel C’. Dit profiel is vanwege de ligging aan en de oriëntatie van het nieuw te vormen perceel op de Prinses Irenelaan van toepassing voor voorliggend plan.
Voor Profiel C is een minimale afstand van 5 meter van de bebouwing tot de erfscheiding met de openbare weg en een breedte van het openbaar profiel van minimaal 8 meter van toepassing. Beeldbepalende panden
In de bouwregels is een onderscheid gemaakt in beeldbepalende en niet-beeldbepalende bebouwing. Bij beeldbepalende panden mag de hoofdvorm van het hoofdgebouw niet zondermeer worden gewijzigd. Besch er md do r psg ezich t
In 1874 is de spoorlijn Amsterdam - Hilversum - Amersfoort aangelegd. Deze spoorlijn
liep ook via Baarn. In Baarn is een station aangelegd. De komst van deze spoorlijn was
aanleiding om het gebied aan weerszijden van de spoorlijn in ontwikkeling te nemen. Aan weerszijden van het spoor kwamen villaparken tot ontwikkeling. Ten zuiden van het spoor ligt het villapark Prins Hendrikpark. Dit villapark is het verordeningsgebied voor deze beheersverordening. Naast Prins Hendrikpark bestaat het dorpsgezicht uit de deelgebieden Wilhelminapark, Transvaalbuurt, Stationsgebied en Emmapark.
De villaparken zijn karakteristiek voor een villagebied uit de periode rond 1900. Bijzonder
is de landschappelijke aanleg op de stuwwal, doorsneden door de spoorlijn. De
villaparken omvatten een goed bewaard gebleven laat 19e-eeuwse landschapsstijl met grotendeels slingerende lanen met ruime percelen met daarop villabebouwing van hoge
architectuurhistorische waarde. Het particuliere groen van deze percelen bepaalt in hoge
mate het lommerrijke karakter van de openbare ruimte. De villaparken zijn van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuuren architectuurhistorische waarden. Om die reden zijn de villaparken op 17 februari 2011
aangewezen als beschermd dorpsgezicht Prins Hendrikpark e.o. Het aanwijzingsbesluit is
opgenomen in bijlage 4 van de beheersverordening. In bijlage 5 van de beheersverordening is de toelichting op het aanwijzigingsbesluit opgenomen. In deze bijlage is uitgebreid beschreven hoe de gebieden zijn ontstaan, wat het huidige
ruimtelijke karakter van de gebieden is en welke waarden met het beschermd dorpsgezicht worden beschermd.
To ets in itiatief aan d e b eh eer sver o rd en in g ‘Pr in s Hend r ikp ar k’
Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van een vrijstaande woning met ondergeschikt bijgebouw mogelijk. Het formele adres van het plangebied (Pr. Marielaan) heeft op basis van de beheersverordening een besluitvlak ‘Bestaand’ en de besluitsubvlakken 'Profiel B'
en ‘Beeldbepalend pand’. (Overigens is voor de nieuwe woning ‘Profiel C’ van toepassing
vanwege de ligging aan de Prinses Irenelaan). De voorgenomen ontwikkeling valt niet binnen de kaders van de beheersverordening. Het initiatief is op basis van de Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
7
beheersverordening niet uitvoerbaar. Een uitsnede van de verbeelding is weergegeven op de navolgende afbeelding.
Uitsnede beheersverordening ‘Prins Hendrikpark’ (bron: gemeente Baarn) 1.3 L e e sw ijze r De bestaande en toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 2 beschreven. In hoofdstuk 3
wordt het beleid beschreven dat relevant is voor deze ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt
de uitvoerbaarheid beschreven, waarbij aandacht wordt gegeven aan de financiële haalbaarheid,
de
milieutechnische
randvoorwaarden
en
de
planologische
randvoorwaarden. Daarna wordt in hoofdstuk 5 een toelichting gegeven op de regels. In
hoofdstuk 6 is nader ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Tot slot volgt in hoofdstuk 6 de inspraak, het overleg en de zienswijzen.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
8
Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie plangebied
2.1 Be s ta a nde s itua tie pla nge bie d Het plangebied bevindt zich in het zuidwesten van Baarn, in de wijk ‘Prins Hendrikpark’. De wijk vormt de overgang van de dorpskern naar het Baarnse Bos. De wijk is voor het overgrote deel gebouwd in het begin van de 20e eeuw en kenmerkt zich door (zeer)
royale woningen in een tuinstadachtige, zeer groene opzet. Het oorspronkelijke
landschapsontwerp is van de hand van H. Copijn. Er is sprake van groene lanen met bomen in het profiel en grote tot zeer grote kavels met veel groen. De ontwikkellocatie betreft de percelen behorend bij de woonvilla aan de Prinses Marielaan 13. Rondom deze locatie liggen meerdere royale percelen met woonvilla’s. Het plangebied bestaat uit twee kadastrale percelen, nummer 32 (gedeeltelijk) en nummer
1085. Het plangebied heeft een oppervlakte van 1500 m2 en is in de bestaande situatie in
gebruik als tuin bij de woonvilla op perceelnummer 32. De tuin bestaat hoofdzakelijk uit grasveld met opgaand groen, aan de randen staan enkele naaldbomen. In de tuin is een
zwembad aanwezig. Na realisatie van voorliggend plan zal het nieuw te vormen perceel
(de planlocatie) zich oriënteren op de Pr. Irenelaan.
Begrenzing plangebied (bron: google maps)
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
9
2.2 S te de nbo uw k undige co nte xt De wijk ‘Prins Hendrikpark’ ligt ingeklemd tussen infrastructuur (Lt. Gen. van Heutszlaan , Amsterdamsestraatweg en de spoorlijn). Het centrum van de wijk wordt gevormd door de
voormalige koudwatergeneesinrichting / het Badhotel. In het oorspronkelijke stedenbouwkundig ontwerp was de positionering van dit pand nog centraler, maar nog
steeds is er sprake van een duidelijk soort centraal oriëntatiepunt. Rondom dit centrum
bevinden zich grotere villa’s op royale kavels. De kavels worden ontsloten via verschillende soorten van lanen met bomen. De wijk wordt omsloten door het Baarnse Bos. Dit is in één van de weinige overgebleven 18e-eeuwse parkbossen. Ten zuidoosten van de wijk ligt het Sterrenbos met daarin de Grote Kom. Eén van de weinig ruimtelijke
relaties tussen het Sterrenbos en de wijk wordt gevormd door de Prinses Irenelaan. Deze ligt precies in het verlengde van de centrale as en ligt naast de planlocatie.
Ruimtelijke opzet van de wijk stadsadvies)
‘Prins Hendrikpark’ (*planlocatie) (bron: KAAder
Op de schaal van de wijk is er sprake van enige ordening. Op de schaal van de buurt lijkt hier minder sprake van. De woningen liggen verspreid tussen het groen. Hier doorheen kruipt een aantal bredere of smallere lanen. De meeste lanen zijn gekromd. Alleen de Prinses Irenelaan (naast de planlocatie) is zeer recht van karakter (oorspronkelijk onderdeel van het Sterrenbos).
De woningen hebben een heldere oriëntatie. De kavels zijn echter zodanig groot en voorzien van veel groen en de rooilijn zozeer verschillend, dat deze ordening en oriëntatie Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
10
niet ervaarbaar is. De kavelgrootte verschilt enorm. De kavelvorm verschilt ook. Er zijn
kavels met alleen de voorzijde aan de straat, maar ook veel kavels met zowel voor als
zijkanten aan de straat. Ook zijn er in de buurt kavels die helemaal niet aan de openbare
weg liggen, maar zich in het binnengebied achter de andere kavels bevinden. De onderlinge afstand tussen de woningen verschilt sterk. In nagenoeg alle gevallen is er
sprake van een groene ‘buffer’ als onderlinge erfafscheiding.
Verkaveling buurt (bron: KAAder stadsadvies) De bouwhoogte in het Prins Hendrikpark varieert. Door elkaar staan er woningen met een
verschillende hoogte. De grootste hoogte heeft het Badhotel (4 tot 6 lagen). De nieuwe
appartementencomplexen hebben 4 bouwlagen van een gemiddelde hoogte. De overige woningen bestaan overwegend uit twee lagen met een kap. Omdat er in een aantal
gevallen sprake is van een souterrain, hoge verdiepingshoogtes en een hoge kap, komt
de totale hoogte soms in de buurt van de nieuwe appartementencomplexen. Ook zijn er
woningen met een ‘standaard’ hoogte van 2 lagen met kap. De woningen met twee lagen
en een kap zijn willekeurig vermengd met de woningen met één laag en een kap. Deze laatste concentreren zich rondom de planlocatie. Dit is deels willekeurig, deels lijkt dit
logisch vanwege het feit dat een aantal van deze woningen zich op het binnengebied bevindt. Ook is er langs de Prinses Irenelaan sprake van een concentratie van lagere woningen. De combinatie van verdichting en typologie noopt hiertoe. Hier zal ook op
worden voortborduurd.
Het plangebied maakt in de huidige situatie onderdeel uit van de royale tuin bij de woning aan de Pr. Marielaan. Het is op dit moment in gebruik als grasveld met bossaches
en een zwembad. De zuidelijke en westelijke grenzen van het plangebied vormen de
huidige zuidelijke en westelijke grenzen van de tuin van deze woning. Deze grenzen zijn royaal voorzien van (hoger) groen dat beeldbepalend is voor de stedenbouwkundige setting. Dit groen zal worden gehandhaafd.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
11
2.3 S te de nbo uw k undige uitga ngs punte n Op basis van voorgaande analyse is de conclusie dat het - binnen voorwaarden - mogelijk
is om op de voorgestelde locatie langs de Prinses Irenelaan een woning in te passen. De
volgende ruimtelijke uitgangspunten worden dan ook gehanteerd om aan te sluiten bij de bestaande ruimtelijke karakteristiek: 1. Het oorspronkelijke pand met de bijbehorende tuin blijft haar oriëntatie op de Prinses Marielaan houden. Het beeld blijft hier ongewijzigd. 2. De huidige zijkant van het oorspronkelijke perceel wordt straks voorkant aan de Prinses Irenelaan. Dit past bij de oriëntatie van de woningen aldaar.
3. Qua maat en schaal past het bij de Prinses Irenelaan om op deze locatie een woning in te passen. Er is langs deze laan reeds sprake van iets meer verdichting
dan op andere locaties in de wijk. Een extra woning zal de verhouding tussen groen en bebouwing niet in onbalans brengen.
4. Qua typologie en bouwhoogte zal de nieuwe woning moeten aansluiten bij de bestaande woningen aan de Prinses Irenelaan (ca. 1 laag met kap) en niet bij de woning aan de Prinses Marielaan.
5. De nieuwe (en bestaande) verkaveling dient te passen binnen te principes van het coulissenlandschap (kamers in het groen).
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
12
2.4 T o e ko ms tige s itua tie pla nge bie d In de nieuwe situatie wordt een gedeelte van perceel 32 afgesplitst, dit gedeelte wordt
samengevoegd met perceelnummer 1085. Op het nieuwe perceel van 1500 m2 wordt
juridisch planologisch een woning met bijgebouw mogelijk gemaakt. Door het bebouwen van het achterste deel van het bestaande perceel ontstaat er een situatie die
past bij de (oorspronkelijke) kwaliteiten van de wijk. In de onderstaande tekening is zichtbaar hoe de nieuw toe te voegen woning zich voegt in de situatie en aansluiting krijgt bij de ruimtelijke karakteristiek van dit gebied.
Postionering nieuwe woning in de buurt (bron: KAAder stadsadvies) Vanwege het beeldbepalende groene karakter is er nog specifiek onderzoek gedaan naar
de huidige groensituatie en is de inpassing van het bouwvlak hierop aangepast. Drie
grotere bomen staan op 1,2 m tot 3,0 m van de kavelgrens aan de zuidzijde en op 3,4 m tot 5,5 m van de kavelgrens aan de oostzijde. Deze bomen zullen deel gaan uitmaken van de voortuin van het nieuwe perceel. Tegen de zuidelijke erfgrens staan drie naaldbomen
op ca. 1,5 m van elkaar. Deze bomen zullen onderdeel uit blijven maken van de nieuwe
erfafscheiding. De grote monumentale bomen aan de westzijde blijven gehandhaafd. Voor het overige bevinden zich op het nieuw te vormen perceel geen waardevolle bomen. Dit betreft o.a. hoge coniferen op de zuidelijke erfgrens, jonge zuilbeuken rond
het zwembad en grote groepen rhododendrons. De nieuwe woning zal in het groen worden ingepast. De rooilijn van de woning voegt zich tussen de bestaande rooilijnen aan de Prinses Irenelaan.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
13
De vorm van het perceel, de bestaande bijgebouwen op de adressen Pr. Marielaan 11 en 13 zijn bepalend geweest voor de positionering van de bijgebouwen op het nieuwe
perceel. Door een specifieke positionering van dit bijgebouw (garage) aan de straatzijde
kan het bouwvlak ‘los’ in een nieuwe groene kamer worden gerealiseerd. Dit bijgebouw zal in het groen worden ingepast. Om te kunnen voldoen aan de ruimtelijke uitgangspunten (en daarmee in te passen in de
bestaande karakteristieken van de wijk) is een aantal nadere regels opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Aan deze regels zal een bouwplan moeten voldoen: • • •
vrijstaande woning met kap; de grootte van het hoofdgebouw wordt maximaal 150 m2;
bebouwingshoogte maximaal 1 laag met (hoge) kap, al dan niet met souterrain of kelder;
• • • • • •
rooilijn aan de Prinses Irenelaan minimaal 13-15 meter vanaf de openbare weg; hoofdgebouw minimaal 6 meter vanaf zijdelingse grens of achtererfgrens; breedte kavel aan straatzijde minimaal 20 meter;
architectuur verticaal van karakter, opgaand en met rijke detailering;
levendig beeld in de gevels: afwisseling, details en subtiliteiten in gevel- en kapopbouw;
garage / bijgebouw maximaal 1 laag hoog, mag op zijdelingse of achtererfgrens
staan (dit is de algemene regel: in het bestemmingsplan wordt voor dit specifieke geval middels een aanduiding op de plankaart de mogelijkheid voor het realiseren van een bijgebouw voor de rooilijn van het hoofdgebouw mogelijk gemaakt);
• •
er wordt rekening gehouden met bestaande groene coulissen; het parkeren vindt plaats op eigen terrein, op het perceel is minimaal plek voor twee auto’s.
Duurzaamheid Dit bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologische regeling die een woning met bijgebouw mogelijk gemaakt. Nieuwe woningen dienen te worden gerealiseerd met
aandacht voor energie en klimaat. Uitgangspunt in het plangebied is ‘nul-op-de-meter’.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
14
Hoofdstuk 3 Beleidskaders De gemeente is in principe vrij in de keuze van het te voeren beleid. De wetgeving in
Nederland gaat er wel vanuit dat er rekening wordt gehouden met het beleid van hogere overheden, vooral daar waar het regionale belangen betreft. De gemeente is niet verplicht om dit beleid te volgen, maar een afwijking daarvan moet wel duidelijk gemotiveerd
worden. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op relevant rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. 3.1 Rijk s be le id 3 .1 .1 Str u ctu u r visie In fr astr u ctu u r en Ru imte Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft een nieuwe structuurvisie opgesteld
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) “Nederland concurrerend, bereikbaar,
leefbaar en veilig”. Het bijbehorende Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening
(Barro / Amvb Ruimte) is in werking getreden op 17 december 2011. Hierna wordt kort de doelstelling van dit nieuwe beleid samengevat. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een
krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk
een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige
regels en een selectieve rijk betrokkenheid.
Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om die nieuwe aanpak
vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de
economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder
andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. Deze
structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De forse bezuinigingsopgave maakt dat er scherp geprioriteerd moet worden.
De financiële middelen zijn de komende jaren beperkt en private investeerders zijn
terughoudender. Hierdoor vertragen projecten, worden deze heroverwogen of zelfs
gestopt. Daarnaast werkt de huidige wijze van financiering van gebiedsontwikkeling niet meer. Nieuwe verdienmodellen en andere kostendragers zijn nodig om gebiedsontwikkeling weer van de grond te krijgen. Tegelijkertijd vragen grote opgaven Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
15
op het gebied van concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid om rijk
betrokkenheid.
Toets aan Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van de provincies en gemeenten zitten en laat
verstedelijkings- en landschapsbeleid over aan de provincies en gemeenten. De SVIR gaat
niet in op uitbreidingsmogelijkheden van individuele initiatieven waarvan in het onderhavige geval sprake is.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
16
3 .1 .2 Beslu it alg emen e r eg els r u imtelijke o rden in g
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) regelt de doorwerking van nationale belangen op ruimtelijk gebied in gemeentelijke bestemmingsplannen door het
stellen van de juridische kaders. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Het besluit is per 17 december 2011 in werking getreden. De Amvb ruimte bevat algemene regels voor bestemmingsplannen. Zo bepaalt het Barro onder meer dat bestemmingsplannen de doorvaart voor schepen niet mogen belemmeren als in het plan zich een vrijwaringszone van een rijksvaarweg bevindt. Verder staat eveneens in dit besluit dat bestemmingsplannen binnen reserveringsgebieden geen
plannen mogen bevatten die uitbreidingen van het spoor belemmeren. Een bestemmingsplanwijziging mag ook geen belemmering bevatten voor het gebruik en geschikt
maken
van
elektriciteitsproductieinstallaties,
hoogspanningsverbindingen, buisleidingen,
de
Ecologische
kernenergiecentrales,
Hoofdstructuur
primaire waterkeringen (buiten het kustgebied) en het IJsselmeergebied.
(EHS),
In het Barro zijn o.a. opgenomen: • • • • • • • • • • • • •
het Project Mainportontwikkeling Rotterdam; militaire terreinen en -objecten; de Wadden;
de kust (inclusief primaire kering); de grote rivieren;
de Werelderfgoederen. reserveringen uitbreidingen weg en spoor; veiligheid vaarwegen;
het netwerk voor elektriciteitsvoorziening; de buitendijkse uitbreidingsruimte in het IJsselmeer;
bescherming van de (overige) primaire waterkeringen;
reservering voor rivierverruiming Maas;
de Nationaal Natuur Netwerk (NNN).
Toets aan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Voor het plangebied gelden geen nationale belangen waarmee rekening gehouden hoeft
te worden. Dit bestemmingsplan voldoet aan het Barro.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
17
3 .1 .3 L add er van d u ur zame ver sted elijkin g
In de SVIR wordt tevens de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze
ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel
3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond.
Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er
enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden
worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft
ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden.
In het Bro is overigens geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er
sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de
ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de
overzichtsuitspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI: NL: RVS: 2017: 1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden
Toets aan de Ladder van duurzame verstedelijking Op basis van jurisprudentie blijkt dat voor woningbouwlocaties vanaf meer dan 11
woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015, nr.
201407135/1/R1). Het initiatief betreft de realisatie van 1 vrijstaande woning. Vanwege de kleinschalige omvang van het project kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De duurzaamheidsladder is niet van toepassing.
3 .1 .4 Co n clu sie Het Rijk staat de planontwikkeling, gezien het karakter van het plan, niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
18
3.2 P r o v incia a l be le id 3 .2 .1 P ro vin ciale Ru imtelijke Str u ctu u r visie 2 0 1 3 -2 0 28 (h er ijkin g 2 01 6 )
Op 12 december 2016 hebben Provinciale Staten (PS) van Utrecht de Provinciale
Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (Herijking 2016), hierna PRS, vastgesteld. In de PRS legt de provincie het ruimtelijke beleid voor de periode 2013-2028 vast. De herijking van het provinciaal ruimtelijk beleid heeft tot doel dat het geheel van ruimtelijk beleid en
bijbehorende regels weer actueel is. In de herijking zijn diverse wijzigingen opgenomen.
De grotere beleidswijzigingen betreffen de onderwerpen experimenteerruimte, duurzame energie, kernrandzones, detailhandel en landbouw.
Gemeenten kunnen binnen dit beleid onder meer woningen bouwen, natuur aanleggen, bedrijven huisvesten of recreatievoorzieningen ontwikkelen. Het ruimtelijke beleid van de
provincie heeft als uitgangspunt: lokaal wat kan, regionaal wat moet. Gemeenten krijgen
hierdoor meer ruimte om, binnen gestelde kaders, zelf beslissingen te nemen. Ruimtelijke kwaliteit staat hierbij voorop.
Provinciale Staten willen de provincie aantrekkelijk houden om te wonen, werken en
recreëren. De met vele regiopartijen opgestelde Strategie Utrecht 2040 is daarbij de stip
aan de horizon. Het ruimtelijk beleidsvizier is daar op gericht. De doelen uit Strategie Utrecht 2040 vragen om een integrale aanpak die voor het ruimtelijk beleid resulteert in vier pijlers: • • • •
een duurzame leefomgeving beschermen kwaliteiten; vitale dorpen en steden;
dynamisch landelijk gebied.
De pijlers ‘duurzame leefomgeving’ en ‘beschermen kwaliteiten’ leggen de basis
waarbinnen de ontwikkelingen in de ‘vitale dorpen en steden’ en het ‘dynamisch landelijk
gebied’ plaats kunnen vinden. Het samenspel tussen deze pijlers leidt tot de volgende twee belangrijkste beleidsopgaven; opgaven die nodig zijn om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats: • •
Accent op de binnenstedelijke opgave
Behoud en versterken kwaliteit landelijk gebied
Binnenstedelijke woningbouw
In het ruimtelijk beleid maakt de provincie de hoofdkeuze om in te zetten op de
binnenstedelijke ontwikkelingen. Het streven is dat ten minste twee derde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Deze binnenstedelijke opgave biedt kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Daarom vindt de provincie het belangrijk dat er aandacht is voor deze Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
19
kwaliteit. De provincie wil stimuleren dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren.
Stedelijk programma Baarn In de gemeente Baarn liggen de bebouwingskernen Baarn, (een gedeelte van) Eembrugge
en
Lage
Vuursche.
Voor
de
totale
gemeente
wordt
uitgegaan
van
een
woningbouwprogramma van 775 woningen in het stedelijk gebied van Baarn. Het betreft
mogelijkheden voor ontwikkelingen op diverse locaties, waaronder Baarn Noord, Centrum en Nieuw Oosterhei/Vogelbuurt. Voor wat betreft bedrijventerreinen is in het stedelijk gebied gelegen terrein Noordschil opgenomen. Bij de planvorming in het buitendijkse
gebied moet nadrukkelijk aandacht aan waterveiligheid worden besteed. Toets aan de Provinciale Structuurvisie 2013-2028
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologische regeling die de
realisatie van een vrijstaande woning met ondergeschikt bijgebouw mogelijk maakt in binnenstedelijk gebied. De te realiseren woning is passend binnen het
woningbouwprogramma van de gemeente Baarn. Gezien het voorgaande past het plan in het provinciaal beleid.
3 .2 .2 P r o vin ciale Ru imtelijke Ver o r d en in g
Op 12 december 2016 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Provinciale Ruimtelijke Verordening Utrecht 2013 (Herijking 2016) vastgesteld (afgekort PRV). Deze verordening
is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wro. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen
van gemeentelijke bestemmingsplannen in acht moeten worden genomen. De verordening heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. Stedelijk gebied
Voor het plangebied zijn de regels ten aanzien van het stedelijk gebied van toepassing. De gronden binnen het stedelijk gebied zijn bestemd voor verdere verstedelijking: van verstedelijking is sprake als een ruimtelijk besluit ten opzichte van het vigerende
planologische regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van
stedelijke functies. Daarnaast schrijft de verordening voor dat beschreven moet worden hoe rekening is gehouden met energiebesparing en de toepassing van duurzame energiebronnen.
Bij zowel het bouwen als renoveren van kantoren en woningen en bedrijfsruimten als het herstructureren of aanleggen van woonwijken en bedrijventerreinen is het van belang dat gemeenten en initiatiefnemers nadenken over het gebruik van alternatieve vormen van
energie en energiebesparende technieken (onder andere toepassen van restwarmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte). Hiermee dragen ruimtelijke plannen bij aan het doel van 10% duurzame energiegebruik in 2020 zoals verwoord in de PRS. Om Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
20
kleinschalige binnenstedelijke ontwikkelingen niet onnodig te belasten met regelgeving is
het artikel gericht op uitleglocaties en transformaties. Dit neemt niet weg dat andere locaties deze aandacht niet behoeven.
Toets aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening
Dit bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologische regeling die de realisatie van
een vrijstaande woning met ondergeschikt bijgebouw mogelijk maakt in binnenstedelijk
gebied. De realisatie van woningbouw binnen het stedelijk gebied is geheel in lijn met de provinciale doelstelling. Nieuwe woningen worden binnen de gemeente Baarn gerealiseerd met aandacht voor energie en klimaat. Door te bouwen met de standaard van de toekomst is de woning
voorbereid op klimaatverandering en heeft het plan een hogere toekomstwaarde.
Uitgangspunt in het plangebied is ‘nul-op-de-meter’.
Gezien het voorgaande past het plan binnen de kaders van de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
3 .2 .3 Co n clu sie Het provinciaal beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen
ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Provinciale Structuurvisie 2013-2028 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening. In paragraaf 3.1.3 is
de planontwikkeling getoetst aan de ladder duurzame verstedelijking. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat de ladder duurzame verstedelijking op dit plan niet hoeft te worden toegepast.
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
21
3.3 Ge m e e nte lijk be le id 3 .4 .1 Str u ctu u r visie ‘ Baar n in 2 0 30 ’
De structuurvisie beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de periode tot
2030. Om Baarn op de toekomst voor te bereiden worden gewenste ontwikkelingen mogelijk gemaakt en ongewenste ontwikkelingen tegengegaan. Er is echter wel een aantal
bedreigingen, die zowel op de korte als lange termijn, op Baarn afkomen. Daarom zullen
er kleine en soms grotere veranderingen doorgevoerd moeten worden, juist om het goede te behouden. De Toekomstvisie bevat een integrale visie, een thematische visie, een inventarisatie, analyse en de achtergronden van de relevante onderdelen en thema’s die van belang zijn voor de in de toekomstvisie te maken keuzes.
Wonen in Baarn staat voor ‘hoogwaardig wonen’. Dit is één van de kernidentiteiten waar Baarn op bouwt. De gemeente wil deze identiteit verder ontwikkelen, om Baarn zo ook voor komende generaties een prettig en leefbaar dorp te laten zijn. Naast de
juiste woningen voor verschillende groepen, gaat het om een aantrekkelijke omgeving waar wonen, werken, spelen en recreëren hand in hand gaan. Om dit te bereiken zet de gemeente in op de volgende thema’s: • • • •
kwaliteit van wonen en woonomgeving;
inzet voor jonge huishoudens op de woningmarkt; senioren; wonen met zorg.
Kwaliteit van wonen en woonomgeving De gemeente kiest voor 'Hoogwaardig wonen' in Baarn. De kwaliteit van wonen en
woonomgeving bepaalt de aantrekkingskracht van Baarn voor mensen die er wonen of
willen wonen. Behoud van deze kwaliteiten is dan ook essentieel. De gemeente zal met
ontwikkelende partijen (corporaties, projectontwikkelaars, aannemers) afspraken maken en planologische en stedenbouwkundige randvoorwaarden vastleggen over onder andere de oriëntatie, de grootte en het uitrustingsniveau en de geschiktheid van woningen
volgens de principes van Duurzame stedenbouw en Duurzaam bouwen, niet alleen bij nieuwbouw, maar ook bij herstructurering en aanpassingen aan woningen. Toets aan de Structuurvisie Baarn
Dit bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologische regeling die de realisatie van
een vrijstaande woning met ondergeschikt bijgebouw mogelijk maakt in binnenstedelijk gebied. Het splitsen van het perceel en de toevoeging van een nieuwe woning laten zich goed
passen in de stedenbouwkundige opzet van de wijk. De nieuwe woning zal in het groen worden ingepast. De kernidentiteit van ‘hoogwaardig wonen’ in Baarn is van toepassing op deze locatie. De nieuwe woning wordt gerealiseerd met aandacht voor energie en Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
22
klimaat, uitgangspunt in het plangebied is ‘nul-op-de-meter’. Gezien het voorgaande past
het plan in de structuurvisie ‘Baarn in 2030’
3 .4 .2 Visie Wo n en 2 01 9 De Visie Wonen 2019 is door de raad vastgesteld op 25 september 2019. Ambities
De Visie Wonen 2019 bouwt voort op de eerdere visie uit 2016. Daarin stonden vier ambities
centraal: het werken
aan
een
evenwichtiger
bevolkingsopbouw, een
toegankelijker en comfortabeler woningvoorraad, verduurzaming van die woningvoorraad en ruimte voor het segment tussen huren en kopen (middenhuur en goedkope koop).
Deze vier ambities staan nog overeind. Wel zijn ze iets aangescherpt, passend bij de huidige tijd. Daarnaast is er een vijfde ambitie is: het ruimte bieden aan alternatieve woonwensen. De 5 ambities worden hieronder beschreven: 1.
Evenwicht in de bevolkingspiramide
Door veranderende bevolkingssamenstelling, met minder jongeren en meer
ouderen, staat de variatie in het voorzieningenaanbod onder druk. Met name voorzieningen voor jeugd en jongeren (scholen, verenigingen) hebben hier
potentieel last van. De gemeente wil dan ook blijven inzetten op het versterken van het evenwicht in de bevolkingspiramide door meer kansen te bieden aan jongeren en gezinnen met kinderen. Daarmee sluit de visie aan op
de motie Wonen voor Twintigers. Het Baarnse woonmilieu is hiervoor passend. Het woningaanbod is echter nu nog te beperkt. Toevoegingen zijn
2.
gewenst om bevolkingsomvang en –opbouw op peil te houden. Toegankelijk comfortabel wonen
Tegelijkertijd heeft Baarn een relatief groot aantal inwoners van 65 jaar en
ouder. De meeste ouderen zijn lang(er) gezond en participeren actief in de
samenleving. Bovendien zijn zij doorgaans gehecht aan de woning waarin zij wonen. Laat onverlet dat een deel van de 65-plussers aanpassing aan de
woning, een andere woning of omgeving wensen; vaak makkelijker
toegankelijk, comfortabel en nabij voorzieningen. Hieraan wordt preventief aandacht besteed in de bestaande woningvoorraad en door nieuwbouw ten behoeve van doorstroming. Een deel van de ouderen krijgt te maken met een zorgvraag. Doorgaans blijven zij ook (langer) zelfstandig thuis wonen. Dit geldt daarnaast ook voor andere groepen die een zorgbehoefte hebben, zoals mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening
(GGZ). Voor mensen die zelfstandig thuis wonen, met een behoefte aan zorg
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
23
en ondersteuning, willen we enerzijds zorg aan huis beter mogelijk maken, 3.
anderzijds ook ruimte bieden voor nieuwe woonconcepten met zorg nabij. Verduurzaming van woningen
De Baarnse woningvoorraad is doorgaans van hoogwaardige kwaliteit. Er liggen desalniettemin opgaven om de voorraad meer toekomstbestendig te maken. Belangrijk daarbij is de verduurzaming van woningen. Hiermee wil de gemeente klimaatdoelen bereiken (minder uitstoot CO2) en er zorg voor
dragen dat de afhankelijkheid van energie afneemt. Dit leidt uiteindelijk tot besparing op de totale woonlasten van huishoudens. De gemeente ziet de verduurzaming primair als verantwoordelijkheid van huiseigenaren zelf;
4.
inwoners en verhuurders. Waar nodig ondersteunt de gemeente dit door informatievoorziening. Ruimte in sociale huur en tussen huur en koop
Baarn kent twee gezichten. Enerzijds zijn er de wijken met relatief veel
(sociale) huurwoningen, anderzijds wijken met vooral grote duurdere woningen. We zien een structureel tekort aan sociale huurwoningen.
Tegelijkertijd zijn er tekorten in de middenhuur en goedkopere koopsector (zie vervolg). Om verschillende inkomensgroepen reële kansen te bieden om
in Baarn te (blijven) wonen, is een gevarieerde opbouw van de betaalbare huur- en koopvoorraad gewenst. De corporaties die Baarn tot hun werkgebied mogen rekenen worden uitgedaagd om mee te helpen aan het invullen van deze opgaven. Dit kan door nieuwbouw, maar ook door een
herschikking in de bestaande woningvoorraad mede om in wijken meer variatie te krijgen. Te denken is aan omzetten van sociale huur naar middenhuur of betaalbare koop, en toevoeging van nieuwe sociale 5.
huurwoningen. Kansen voor het verwezenlijken van alternatieve woonwensen
Bij al de geschetste ontwikkelingen voor Baarn zijn de meer traditionele
woonwensen leidend: een huis met een tuintje, of een appartement met ruim
balkon. Tegelijkertijd zien we op dit moment dat mensen kiezen voor andere woonvormen: meer collectief in hofjes, minder groot passend bij de leefstijl en om het wonen betaalbaar te houden, duurzamer. Gemeente Baarn wil ook graag ruimte geven aan
het verwezenlijken van
deze
woonwensen. Woningbouwlocaties bieden hier ruimte voor.
alternatieve
Een 10-tal opgaven
Door middel van een woningmarktanalyse heeft de gemeente Baarn de actuele stand van
zaken rond de ambities opgemaakt en vastgesteld aan welke opgaven nu prioriteit gegeven moet worden. Dit heeft geleid tot het opstellen van een 10-tal opgaven: •
Toevoegen van woningen voor jonge huishoudens die zich willen vestigen in
Baarn, met aandacht voor het rustige en ruimtelijke woonmilieu waar zij in Baarn voor kiezen. Dit moet niet alleen op nieuwbouwlocaties als Baarnsche Zoom, maar ook in andere meer groene woonmilieus door toevoeging van Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
24
middenhuur tot € 950 en koop tot € 300.000. Daarmee vullen we het gat
tussen huur en koop, en maken we doorstroming op de woningmarkt makkelijker mogelijk;
•
Faciliteren van een betere benutting van het bestaande vastgoed in de gemeente: door a) splitsen van grote woningen, b) toepassen van het afwegingskader transformatie kantoorpanden;
•
Inzet
op
realisatie
van
woningen,
door
prioriteit
te
geven
aan
woningbouwprojecten die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden; Bestaande woningvoorraad kwalitatief beter laten aansluiten bij de veranderende woonwensen gericht op het langer zelfstandig kunnen wonen
• •
van ouderen en andere huishoudens met een (intensieve) zorgvraag; Toevoegen van woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgvraag:
Voor de reguliere huisvestingsvraag inzetten op meer toegankelijke huur- en koopwoningen.
•
Bij
locaties
nabij
voorzieningen
geldt
als
wens
levensloopgeschiktheid; Als onderdeel van de vraag naar ‘toegankelijke woningen’ inspelen op de
behoefte aan geclusterd wonen op locaties nabij voorzieningen, waarbij tot 2025 de opgave minimaal 25 sociale huurwoningen betreft en na 2025
•
dergelijke woonzorgontwikkelingen op centrumlocaties de voorkeur hebben; Ten behoeve van de uitstroom uit Beschermd Wonen en Jeugdzorg jaarlijks circa 10 (zeer) betaalbare sociale huurwoningen.
•
Inzet op energietransitie binnen de bestaande woningvoorraad gericht op
verduurzaming van de woningvoorraad tegen aanvaardbare kosten, via een combinatie van collectieve maatregelen (bijvoorbeeld een warmtenet) en
individuele maatregelen (bijvoorbeeld warmtepompen en isolatie). Dit vraagt bovendien dat mensen meer verduurzaming van hun woning;
• •
bewust
zijn
van
de
noodzaak
van
Inrichting van een klimaatbestendige woon- en leefomgeving;
Toevoegen van sociale huurwoningen, gericht op 3.000 woningen richting
2025. Deze opgave in samenhang zien met de wens voor meer middenhuur (+50 tot 100 woningen tot 2030) en sociale koop (+150 woningen tot € 200.000 conform Besluit ruimtelijke ordening), en middelduur (tot € 300.000);
•
Borgen dat nieuwbouw in de categorieën sociale huur, middenhuur en sociale koop duurzaam beschikbaar blijven voor de doelgroepen waarvoor deze woningen zijn gerealiseerd;
•
Stimuleren
en
faciliteren
ontwikkeling
van
woonvormen met een breed maatschappelijk belang. Afwegingskader woningbouw De
gemeente
toetst vanuit deze
afwegingskader woningbouw: • Voldoende woningen
Visie
Wonen
specifieke
alternatieve
woningbouwplannen
aan
het
Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
25
850 woningen tot 2030 In dit afwegingskader is het vertrekpunt toevoeging
van circa 850 woningen tot 2030. Dit aantal woningen vraagt een forse inspanning om te realiseren. De praktijk laat zien dat bij veel plannen enige
vertraging optreedt. Daarom zullen we enerzijds voldoende planologische ruimte voor nieuwbouw moeten hebben, gericht op continuïteit in woningbouw de komende tien jaar. Daartoe willen we minimaal 1.000 woningen in de planning hebben. Hiermee houden we rekening met de
potentiële planuitval of vertraging in planontwikkeling door de veelheid aan kleinere en soms ook complexere locaties. Ook biedt dit nog enige
gelegenheid voor sturing op de gewenste kwalitatieve ontwikkeling van woningbouw, aansluitend bij de verschillende mogelijkheden per locatie. Anderzijds zullen we onze inzet moeten richten op die plannen die voor de korte termijn gerealiseerd kunnen worden.
•
De juiste woningen: kwalitatief afwegingskader
Naast locaties gaat het ook om de kwalitatieve invulling van de locaties. Vanuit de Visie Wonen geven we een aantal maatschappelijke kaders mee waar
woningbouw
in
moet
voorzien.
Op
basis
van
de
huidige
planinventarisaties zien we vooral een tekort aan plannen bij geclusterde
woonzorgvormen, en passende locaties hiervoor. Planontwikkelingen die hierin voorzien, verdienen daarom prioriteit. Als op enig moment (op basis
van jaarlijkse monitoring) blijkt dat in voldoende mate wordt voorzien in een van deze segmenten, dan vervalt deze optie voor een initiatiefnemer en resteren de andere segmenten om maatschappelijk aan bij te dragen. Samengevat worden woningbouwplannen als volgt afgewogen:
Toets aan de Visie Wonen 2019
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologische regeling die de
realisatie van een vrijstaande woning met ondergeschikt bijgebouw mogelijk maakt in
binnenstedelijk gebied. De realisatie van de vrijstaande woning past binnen de ambities om
meer
woningen
te
realiseren,
de
woningvoorraad
te
verduurzamen,
levensloopbestendig te bouwen. Aan al deze aspecten zal bij de nieuwbouw worden
voldaan. Tevens is er – door de inpassing in de bestaande wijk – sprake van een betere Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
26
benutting van bestaand vastgoed. Daarmee past de woning binnen de uitgangspunten van de Visie Wonen 2019.
3 .4 .3 No ta Ru imtelijke Kwalitei t Baar n ( vastg esteld o p 2 6 feb ru ar i 2 01 4 )
Het welstandsbeleid van Baarn is opgesteld om het belang van een aantrekkelijke
bebouwde omgeving te behartigen. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de
mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn te benoemen en een rol te laten spelen bij de
ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. Door deze gebiedsgerichte aanpak wil
de gemeente de belangrijke karakteristieken van de bebouwing beschermen en zorgen dat nieuwe ontwikkelingen daarop voortbouwen. De gebiedsgerichte aanpak zal eveneens een bijdrage kunnen leveren aan een bewustere omgang met de gebouwde omgeving.
Het plangebied ligt in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn in ‘Baarn West, Prins
Hendrikpark’. Het Prins Hendrikpark is het tweede Baarnse villapark, ontworpen door de
Utrechtse tuinarchitect H. Copijn. De verkaveling van het villapark binnen het driehoekige terrein is opgezet volgens de opvattingen van de Engelse landschapsstijl met een vloeiend stratenpatroon. De straten zijn vormgegeven met brede bermen met bomen en
hebben geen trottoirs. De enige rechte laan, de Prinses Irenelaan, is een relict van het oude lanenstelsel van het Baarnse Bos; ten noorden van de spoorlijn vormt de Wittelaan het verlengde ervan.
Voor het ‘Prins Hendrikpark’ is het ruimtelijk streefbeeld: • • • •
Rijzig karakter van villabebouwing en statige laanprofielen / gebogen lanen Ruim profiel: rijbaan en groene bermen en zeer royale, groene lommerrijke kavels Respecteren van het beschermd dorpsgezicht
Vriendelijke kavelranden (hagen/ lage muurtjes of open hekjes) en open kavelentrees en zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein
Toets aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn
Dit bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologische regeling die de realisatie van
een vrijstaande woning met ondergeschikt bijgebouw mogelijk maakt in binnenstedelijk gebied. De ontwikkeling is inpasbaar binnen de uitgangspunten van de Nota ruimtelijke
kwaliteit, het voldoet aan de ruimtelijk streefbeeld van het ‘Prins Hendrikpark’. Het
beschermd dorpsgezicht wordt gerespecteerd. 3 .4 .4 Co n clu sie
Het gemeentelijk beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen
ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie ‘Baarn in 2030’, Visie Wonen 2019 en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn. Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
27
Hoofdstuk 4 Onderzoek 4.1 Milie ua s pe cte n 4 .1 .1 In leid in g Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de
gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening
gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en de ruimtelijke ordening.
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid
beschreven. Het betreft de thema’s bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe
veiligheid, water, ecologie, archeologie en verkeer en vervoer. 4 .1 .2 Bo d em
Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van
de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's
daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is
wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de
voorgenomen functie(s). Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar zijn. Een bodemonderzoek is niet nodig als: • •
Er geen bodemwerkzaamheden worden verricht (bijvoorbeeld het bouwen van een dakkapel of het plaatsen van een extra verdieping op een gebouw); Het gaat om een verandering of vergroting waarbij geen grond wordt verzet en
het gebruik hetzelfde blijft;
•
Er al voldoende actuele en bruikbare onderzoeksresultaten bij de gemeente beschikbaar zijn, waarop de bodemtoets kan worden gebaseerd.
Onderzoek plangebied
Dit bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologische regeling die de realisatie van een vrijstaande woning met ondergeschikt bijgebouw mogelijk maakt in binnenstedelijk
gebied. Op het huidige perceel is – volgens opgave van de omgevingsdienst - een
ondergrondse tank aanwezig dan wel aanwezig geweest. Nader onderzoek leert dat deze Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
28
ondergrondse tank inderdaad aanwezig is geweest, maar dat deze buiten het plangebied (het zuidelijke deel van het huidige perceel Prinses Marielaan 13) ligt.
Vanwege de planologische toevoeging van 1 woning op een gedeelte van het bestaande perceel, is er onderzoek gedaan naar de bodemkwaliteit. Dit onderzoek is uitgevoerd
door Inpijn Blokpoel (zie Bijlage 1, ‘Prinses Marielaan 13 te Baarn, Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740’ , 19 oktober 2020).
Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft formeel aanleiding de gestelde hypothese (‘onverdacht’) te verwerpen. Het criterium voor nader onderzoek wordt voor de
onderzochte parameters echter niet overschreden: een nader bodemonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. De aangetroffen bodemkwaliteit is aanvaardbaar voor
de voorgenomen nieuwbouw van een extra woning.
Omdat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan dat consequenties hebben bij graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag
op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden of bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van
vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden
genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de bodembeheernota.
Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanwege de aanwezige bodemkwaliteit.
4.1.3 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede
kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere
door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een
voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen
milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn
naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen
en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
29
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en
Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de
grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Onderzoek plangebied
Dit bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologische regeling die de realisatie van een vrijstaande woning met ondergeschikt bijgebouw mogelijk maakt in binnenstedelijk gebied. In de directe omgeving zijn geen bedrijven aanwezig die een belemmering zijn voor de realisatie van een milieubelastende activiteiten toe
woning.
Het
voorliggende
initiatief
voegt geen
Conclusie
Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering, nader onderzoek op het gebied van bedrijven en milieuzonering is daarom ook niet nodig.
4.1.4 Geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige functies. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen wegverkeerslawaai,
spoorweglawaai en industrielawaai. Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder
(Wgh) dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan waarbij een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd een akoestisch onderzoek te worden
ingesteld. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai is 48 dB en de ten hoogst
toelaatbare waarde is 63 dB, voor binnenstedelijk gebied. Voor railverkeer is de voorkeursgrenswaarde 55 dB en de maximale hogere waarde is 68 dB.
Op grond van artikel 74 Wgh heeft iedere weg van rechtswege een geluidzone, met uitzondering van: • wegen die liggen binnen een tot woonerf bestemd gebied; •
wegen waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 kilometer per uur
De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg in binnen- of buitenstedelijk gebied. In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: • wegen met een of twee rijstroken: 200 meter; •
wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter.
In artikel 105 van de Wet geluidhinder (Wgh) wordt het Besluit geluidhinder (Bg) van
toepassing verklaard. Het besluit is alleen van toepassing binnen de wettelijke Toelichting – Bestemmingsplan Prinses Irenelaan Juni 2021
30
vastgestelde zone van een spoorweg. De breedte van de geluidzone langs het spoor
wordt geregeld in artikel 1.4 Bg en is afhankelijk van de hoogte van de
geluidproductieplafonds langs het spoor ter hoogte van het plangebied. Binnen de zone