295888 STEV Vaststelling jaarrekening 2020 bijlage 2 Bestuursverslag en jaarrekening 2020
Tekst van het document
2.5 Risico’s en risicobeheersing STEV heeft geen overkoepelend intern risicobeheers- en controlesysteem. Wel wordt op financieel gebied periodiek aan het bestuur per kwartaal gerapporteerd over de realisatie ten opzichte van de begroting. Dit wordt gedaan door het stafbureau. Binnen het stafbureau zijn diverse functionarissen werkzaam, waarbij de minimale (controle-technische) functiescheiding wordt geborgd, deels doorgevoerd in het financiële systeem (afas). In de periodieke financiële managementrapportages worden risico’s ten aanzien van de begrotingsdoelstellingen gerapporteerd aan bestuur en RvT. Ook maakt een herziene inschatting (prognose) onderdeel uit van deze rapportages. Periodiek wordt een risicoanalyse opgesteld, deze is in 2020 door de corona situatie niet uitgevoerd en zal in 2021 weer worden opgepakt. Een risicoparagraaf is onderdeel van zowel de begroting als het jaarverslag. Belangrijkste risico’s en onzekerheden Leerlingenaantallen Het grootste risico voor de stichting bestaat uit het verder teruglopen van de leerlingenaantallen. Periodiek worden de ontwikkeling van de leerlingenaantallen ten opzicht van de prognose, zoals die is opgesteld door de schoolleider, besproken. We anticiperen met de personele formatie ook op de verwachtte daling van de leerlingenaantallen.
Subsidies STEV ontvangt voor ongeveer € 400.000 aan subsidies vanuit de gemeente voor onder andere taalklassen en schakelklassen. In afstemming met de gemeente wordt bekeken of die gemeentelijke subsidies ook in de komende jaren zullen worden doorgetrokken.
24
Personeel Een groot risico is het lerarentekort. Ondank het feit dat we in onze regio nog redelijk goed invulling kunnen geven aan de vacatures lopen de tekorten landelijk wel op en is het een kwestie van tijd dat ook STEV hier last van zal krijgen. Een van de effecten die we nu al zien is de toename van zzp-ers en uitzendbureaus. Zoals aangegeven willen we bij STEV door middel van een boeiend en bindend HRM-beleid een aantrekkelijke werkgever zijn voor de professionals die hun loopbaan in het onderwijs willen vormgeven. Met ons HR-beleid willen we deze duurzame inzetbaarheid stimuleren en tegelijkertijd in verband met de ‘war for talent’ ook onderscheidend zijn van concurrenten en bijdragen aan de ontwikkeling van een professionele STEV-cultuur.
25
3.
Verantwoording van de financiën
3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief Leerlingen
Aantal leerlingen
Vorig jaar (T-1)
Verslagjaar (T)
T+1
1903
1854
1855
T+2 1855
T+3 1868
De ontwikkeling van de leerlingenaantallen is gebaseerd op de prognoses van december 2020. De prognoses laten na jaren van daling nu een stabilisatie zien. Dit is een mix van groei op een aantal scholen en een krimp op andere scholen. De mogelijke sluiting van de PWA is in deze prognose nog niet opgenomen. We zetten veel energie in de propositie van de scholen, om zo helder te maken waarin de scholen zich onderscheiden. FTE Vorig jaar (T-1)
Verslagjaar (T)
Bestuur / management
12,3
11,6
11,7
11,7
11,7
Onderwijzend personeel
107,7
105,8
95,5
90,5
89,3
Ondersteunend personeel
29,5
36,3
31,9
31,4
31,2
Aantal FTE
T+1
T+2
Er is een afname van personeel door de daling van het aantal leerlingen. Daarnaast nemen de werkdrukmiddelen toe waardoor er een toename is van onderwijsassistenten. Dat aantal is toegenomen van 14.98 fte in 2019 tot 21.58 fte in 2020. De daling van aantal fte onderwijzend personeel na het verslagjaar komt omdat in de begroting geen rekening in fte’s is gehouden voor de ziektevervanging (4,6 fte in 2020) en de inzet op SVW arrangementen (3,2fte in 2020). Als we dat zouden corrigeren dan dalen we de formatie met 2,5 fte door de daling in leerlingenaantallen.
26
T+3
3.2 Staat van baten en lasten en balans Vorig jaar
Begroting
Realisatie verslagjaar
(T-1)
verslagjaar
(T)
T+1
T+2
T+3
Verschil
Verschil verslagjaar
verslagjaar t.o.v. begroting
t.o.v. vorig jaar
(T) BATEN Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten TOTAAL BATEN LASTEN Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten TOTAAL LASTEN SALDO Saldo baten en lasten Saldo financiële baten en lasten TOTAAL RESULTAAT
12.810.319
12.207.478
12.965.981
12.462.507
12.285.674
12.279.557
758.503
155.662
308.965
295.000
433.435
351.848
350.848
349.848
138.435
124.470
46.027 13.165.311
66.613 12.569.091
148.538 13.547.954
108.892 12.923.247
108.892 12.745.414
108.892 12.738.297
81.925 978.863
102.511 382.643
10.723.577 288.610 908.803 1.134.538 13.055.528
10.620.954 297.409 957.000 890.728 12.766.091
11.271.398 288.984 1.028.170 975.767 13.564.319
10.934.018 307.486 1.041.335 834.408 13.117.247
10.575.389 301.327 1.036.335 826.363 12.739.414
10.573.914 308.643 1.036.335 813.405 12.732.297
650.444 -8.425 71.170 85.039 798.228
547.821 374 119.367 -158.771 508.791
109.783
-197.000
-16.365
-194.000
6.000
6.000
180.635
-126.148
-2.845
-3.000
-5.738
-6.000
-6.000
-6.000
-2.738
-2.893
106.938
-200.000
-22.103
-200.000
-
-
177.897
-129.041
Staat van baten en lasten Het resultaat is veel beter dan begroot ondanks de eenmalige extra uitkering aan salarislasten. Dit komt vooral doordat er minder salariskosten zijn uitgegeven dan begroot. Baten De rijksbijdrage is hoger dan begroot omdat in de begroting geen rekening is gehouden met de indexatie van 4,5% van de rijksbijdrage. Daarnaast zijn er meer middelen ontvangen voor onderwijsachterstanden beleid (€ 78.000) en zijn er minder uitkeringen betaald dan begroot. De overige overheidsbijdrage is flink gegroeid door een stijging van de subsidies die de gemeente Soest en Baarn in het kader van de onderwijsachterstandenbeleid. Dat was niet begroot en ook een stijging tov 2019. De overige baten komen vooral omdat we iemand gedetacheerd hebben, en die inkomsten waren niet begroot en was vorig jaar ook niet. Lasten De personele lasten zijn gestegen door de eenmalige uitkering die al in 2019 waren ontvangen maar pas in februari 2020 zijn uitgekeerd. Het bedrag (€ 352.000) is ook benoemd in de jaarrekening van 2019 en toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Als we dit bedrag van de salarislasten afhalen dan hebben we ongeveer € 300.000 meer uitgegeven. Dit bedrag is om de CAO stijging te dekken en het aantal fte. Er is uiteindelijk 5 fte meer besteed dan begroot, maar dat is vooral in de OOP geweest. Daarom valt de stijging in de loonkosten binnen de stijging van de indexatie.
Daarnaast zijn ook de overige personele lasten hoger dan begroot. Dat komt door meer externe inhuur ( € 152.000) dan begroot. Een belangrijke verklaring hiervoor is de inhuur van een interim schoolleider en intern begeleider op Lange Voren en de Zandberg. En daarnaast ook meer inhuur door externen op vervanging van ziekte. 27
Daar tegenover staat dat er minder lasten (€ 73.000) zijn uitgegeven aan deskundigheidsbevordering. Dit bedrag was gereserveerd voor onder andere de STEV academie. De afschrijvingen zijn iets lager dan begroot vanwege latere aanschaf in het jaar dan begroot. De huisvestingslasten zijn hoger door meer lasten aan het onderhoud van de gebouwen (€ 75.000). De oorzaak is meer klein onderhoud, onder andere door extra kosten rond de ventilatie problematiek op wat scholen i.v.m. Corona. Daarnaast waren op ‘t Kruisrak en de Dorpsbeuk problemen met de riolering en een grote glasschade op de Startbaan die terug komt via de gemeente. Ten opzichte van vorig jaar is er ook nog een stijging doordat de dotatie naar de voorziening groot onderhoud is gestegen met € 69.000. De overige lasten zijn vooral gestegen doordat er meer lasten zijn uitgegeven aan arrangementen. Balans in meerjarig perspectief Realisatie vorig jaar (T-1) ACTIVA VASTE ACITVA Materiële vaste activa Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen Liquide middelen Totaal vlottende activa TOTAAL ACTIVA PASSIVA
Realisatie verslagjaar (T)
Begroting T+1
Begroting
Begroting T+3
T+2
1.498.132 1.498.132
1.479.920 1.479.920
1.577.284 1.577.284
1.607.077 1.607.077
1.459.549 1.459.549
741.294 2.577.862 3.319.156 4.817.288
850.162 3.015.405 3.865.567 5.345.487
739.149 2.605.456 3.344.604 4.921.888
739.149 2.796.856 3.536.004 5.143.081
739.149 3.157.974 3.897.123 5.356.672
1.347.470 2.005.673 3.353.143 250.375 1.213.770 4.817.288
1.677.367 1.653.673 3.331.040 386.611 1.627.836 5.345.487
1.477.367 1.653.673 3.131.040 577.078 1.213.770 4.921.888
1.477.367 1.653.673 3.131.040 798.271 1.213.770 5.143.081
1.477.367 1.653.673 3.131.040 1.011.862 1.213.770 5.356.672
EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Bestemmingsreserves Totaal eigen vermogen VOORZIENINGEN KORTLOPENDE SCHULDEN TOTAAL PASSIVA
De balans laat een stabiele situatie zien. De vaste activa stijgt door forse investeringen in de ICT. De voorziening groot onderhoud stijgt de komende jaren omdat er over 8 a 10 jaar een aantal gebouwen groot onderhoud nodig heeft. Daarnaast is de omvang van de voorziening groot onderhoud nog niet gebaseerd op de componenten methode die vanaf 2023 verplicht wordt. Als we over gaan naar de componenten methode dan zal er eenmalig een groot bedrag moeten worden toegevoegd aan de voorziening groot onderhoud. Dit zal ten laste gaan van het eigen vermogen, waardoor dat fors zal zakken en niet meer bovenmatig zal zijn zoals nu het geval is.
28
3.3 Financiële positie Kengetallen
Zie voor de definities van de financiële kengetallen https://www.poraad.nl/themas/financien/uitgaven-en-verantwoording/verantwoording-financielepositie-in-het-bestuursverslag
Toelichting op de financiële positie De financiële positie van STEV is goed. De solvabiliteit, liquiditeit en weerstand vermogen zijn uitstekend. De hoogte van het eigen vermogen is ruim, daarom is voor het verslagjaar 2021 ook een negatief resultaat begroot. Echter is volgens de nieuwste inzichten (componentenmethode) over de onderhoudsvoorziening die voorziening waarschijnlijk te laag opgenomen. In 2021 zullen we opbouw van de onderhoudsvoorziening opnieuw bekijken en we verwachtten dat we eenmalig flink zullen moeten doteren, en dat zal direct het vermogen doen afnemen tot binnen de verwachtte grenzen. Dit inzicht is gedeeld met de GMR en RvT.
29
Jaarrekening 2020 STEV
30
31
32
33
4.3 Grondslagen voor waardering van activa, passiva en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is de richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de onderwijssector presentatie-, waarderings- en verslaggevingsvoorschriften geformuleerd. Vergelijkende cijfers Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar. Waardering van de activa en passiva De activa en passiva zijn tegen nominale waarde opgenomen, tenzij anders vermeld. De gebouwen zijn economisch eigendom van de gemeente. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde.
Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs van gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder de vorderingen. Liquide middelen die gedurende langer dan 12 maanden niet ter directe beschikking staan van de stichting worden verwerkt onder de financiële vaste activa. Eigen vermogen Binnen het eigen vermogen zijn de volgende reserves opgenomen: - Algemene reserve: dit betreft het weerstandsvermogen ter dekking van onvoorziene tegenslagen c.q. risico’s. Jaarlijks zal bij de resultaatsbestemming worden bezien of mutaties noodzakelijk zijn; - Bestemmingsreserves: deze reserves zijn door het bestuur onderscheiden naar specifieke bestemmingen.
34
Voorzieningen Pensioenen De stichting heeft één pensioenregeling. Dit betreft een Nederlandse regeling en wordt gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerder, te weten het bedrijfstakpensioenfonds ABP. De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De stichting heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Voorziening groot onderhoud De voorziening ter gelijkmatige verdeling van lasten voor groot onderhoud van gebouwen wordt bepaald op basis van de te verwachten kosten over een reeks van 10 jaren. De voorziening wordt lineair opgebouwd. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht. We maken gebruik van de overgangsystematiek die is toegestaan voor 2019 en 2020. Voorziening Jubilea De voorziening jubilea is gevormd ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de cao dienen te worden betaald.
Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van indiensttreding, leeftijd van betrokkene(n), blijf kanspercentage en een uitkering bij 25- en 40-jarig jubileum conform de cao. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde, waarbij een disconteringvoet van 0 % is gehanteerd. De disconteringsvoet is in 2020 lager ingeschat dan in 2019 (1%) als gevolg van de dalende marktrente. Deze daling van disconteringsvoet heeft gevolg dat de voorziening 2020 € 7.305 hoger is dan wanneer 1 % disconteringsvoet zou zijn toegepast. Kortlopende schulden Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen de reële waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.
35
Grondslagen voor bepaling van het resultaat Rijksbijdragen De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekening clausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekening clausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekening clausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum. Overige exploitatiesubsidies Overige exploitatiesubsidies worden ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten zijn gemaakt.
Afschrijvingen De afschrijvingen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte economische levensduur. Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt naar tijdsgelang afgeschreven. Door het bestuur van de Stichting Eem-Vallei Educatief zijn de volgende afschrijvingstermijnen vastgesteld: Soort actief Afschrijvingstermijn Afschrijvingspercentage Gebouwen
20 jaar
5%
Terreinen
-
ICT-hardware
5 jaar
20%
Digiborden
10 jaar
10%
Meubilair
20 jaar
5%
Inventaris/apparatuur
12 jaar
8%
Leermiddelen
8 jaar
13%
-
Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. Winstbelastingen, ontvangen interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde interest en betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.
36
Voorzieningen & langlopende schulden
2.2
Stand per 1-1-2020
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
Rente mutatie (bij contante € €
Stand KortLang31-12-2020 lopend lopend deel < deel > waarde) 1 jaar 1 jaar € € €
€
€
€
58.408 191.967 250.375
17.600 227.000 244.600
12.719 102.950 115.669
0 0 0
7.305 0 7.305
70.594 316.017 386.611
6.360 112.533 118.893
64.234 203.484 267.718
58.408 58.408
17.600 17.600
12.719 12.719
0 0
7.305 7.305
70.594 70.594
6.360 6.360
64.234 64.234
Voorzieningen
Personele voorzieningen 2.2.3 Voorziening groot onderhoud Voorzieningen Uitsplitsing: 2.2.1.4 Jubileumvoorziening Voorzieningen
Kortlopende schulden
2.4 Kortlopende schulden 2.4.8 Crediteuren 2.4.9 Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.4.10 Pensioenen 2.4.12 Overige kortlopende schulden 2.4.14 Vooruit ontvangen subsidies OCW 2.4.16 Vooruit ontvangen bedragen 2.4.17 Vakantiegeld en vakantiedagen Kortlopende schulden
31-12-2020
31-12-2019
€
€
146.116 442.227 131.026 230.659 288.516 57.709 331.583 1.627.836
153.994 395.590 127.051 179.850 0 39.047 318.238 1.213.770
G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule G2-A Afl opend per ultimo verslagjaar Toewijzing
Omschrijving Kenmerk
Datum
Totaal G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar Omschrijving Toewijzing Kenmerk Datum
Totaal
Bedrag van de toewijzing €
Ontvangen t/m verslagjaar €
Totale kosten
0
0
0
Bedrag van de toewijzing
Saldo 1-1-2020
Ontvangen t/m verslagjaar
Lasten in verslagjaar
€
€
€
€
0
0
0
0
€
Te verrekenen ultimo verslagjaar € 0
Totale Saldo nog kosten 31-12te 2020 besteden ultimo € verslagjaar € 0 0
Verplichte Toelichting Model E: Verbonden Partijen Naam
Niet van toepassing
Juridische vorm 2020
Statutaire zetel
Code activiteiten
Eigen vermogen 31-12-2020 €
Resultaat Art 2:403 BW 2020 €
Ja/Nee
Deelname
Consolidatie
%
Ja/Nee
WNT-verantwoording 2020 Bezoldigingsmaximum Het bezoldigingsmaximum in 2020 is € 143.000. Dit bedrag behoort tot de bezoldigingsklasse C en is opgebouwd door middel van 7 complexiteitspunten: - Complexiteitspunten gemiddelde totale baten
4 2 1 7
- Complexiteitspunten gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren
Totaal 1. Bezoldiging topfunctionarissen
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. bedragen x € 1 C.M.T. Peters Functiegegevens
Voorzitter CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (in fte) Dienstbetrekking?
1/1 - 31/12 1 ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
€ € €
110.308 18.478 128.786
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
143.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging
n.v.t. 128.786
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2019 bedragen x € 1 Aanvang en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband 2019 (in fte) Dienstbetrekking?
C.M.T. Peters 1/1 - 31/12 1 ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
€ € €
102.081 18.446 120.527
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
138.000
Totale bezoldiging
€
120.527
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12.
Niet van toepasssing. 1c. Toezichthoudende topfunctionarissen Bedragen x € 1
C. Hatzman
M. Rosenberg van Minnen
M. Rosenberg van Minnen
I.M. Visser
Functiegegevens
Voorzitter
Voorzitter
Lid
Lid
Aanvang/einde functievervulling in 2020
1/1 - 30/6
1/7 - 31/12
1/1-30/6
1/1 - 31/12
Bezoldiging Totale bezoldiging
2.250
2.250
1.500
3.000
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum
10.666
10.784
7.111
14.300
-/- Onverschuldigd betaald bedrag
NVT
NVT
NVT
NVT
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
NVT
NVT
NVT
NVT
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
NVT
NVT
NVT
NVT
Gegevens 2019 Functiegegevens
Voorzitter
Lid
Lid
Aanvang/einde functievervulling in 2019
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
Totale bezoldiging
4.500
3.000
3.000
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum
20.700
13.800
13.800
C.H. Fijneman
M. Wesseloo
Bedragen x € 1 Functiegegevens
S.Schellinger
J.J. van den Hoeven
Lid
Lid
Lid
Lid
1/1 - 30/09
1/8 - 31/12
1/7 - 31/12
1/10 - 31/12
Totale bezoldiging
2.250
1.250
1.500
750
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum
10.705
5.958
7.189
3.595
-/- Onverschuldigd betaald bedrag
NVT
NVT
NVT
NVT
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
NVT
NVT
NVT
NVT
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
NVT
NVT
NVT
NVT
Aanvang/einde functievervulling in 2020
Bezoldiging
Gegevens 2019 Functiegegevens Aanvang/einde functievervulling in 2019
Lid 1/1 - 31/12
Totale bezoldiging
3.000
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum
13.800
Gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum geweest die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum.
Ondertekening door bestuurders en toezichthouders College van bestuur C.M.T. Peters
Voorzitter
Raad van Toezicht M. Rosbergen - Van Minnen
Voorzitter
I.M. Visser
Lid
J.J. van den Hoeven
Lid
C.H. Fijneman
Lid
M. Wesseloo
Lid
Datum vaststelling jaarrekening: Amersfoort, 20 mei 2021
Overige gegevens
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan de raad van toezicht van Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2020 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief te Amersfoort gecontroleerd. Naar ons oordeel: ▪ geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Openbaar Primair Onderwijs EemVallei Educatief op 31 december 2020 en van het resultaat over 2020 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs; ▪
zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020.
De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2020; 2. de staat van baten en lasten over 2020; en 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. 9005373004/WS/1066 4
B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit: ▪ bestuursverslag; ▪ overige gegevens. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: ▪ ▪
met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020 is vereist.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het college van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020. C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het college van bestuur en de raad van toezicht voor de jaarrekening Het college van bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Het college van bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol 2020. In dit kader is het college van bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het college van bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het college van bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het college van bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het college van bestuur het voornemen heeft om de onderwijsinstelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het college van bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten toelichten in de jaarrekening.
De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderwijsinstelling. 9005373004/WS/1066 5
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht, dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: ▪
▪
▪
▪
▪
▪ ▪
het identificeren en inschatten van de risico’s o dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude; o van het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel belang zijn; het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.
Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderwijsinstelling; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het college van bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; het vaststellen dat de door het college van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controleinformatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controleinformatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.
Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven; het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen. 9005373004/WS/1066 6
Wij communiceren met de raad van toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Arnhem, 25 mei 2020 Flynth Audit B.V.
drs. E.J. Schollaardt RA
Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:
Bijlage 1
Verslag Raad van Toezicht
De Raad van Toezicht (hierna: RvT) is de interne toezichthouder van Stichting Eemvallei Educatief (hierna: STEV) en zij handelt op basis van de statuten van de stichting en de Code Goed Bestuur van de PO-raad. Voor haar functioneren hanteert de Raad een toezichtkader en een reglement.
Conform de taakbeschrijving ziet de RvT toe op de algemene gang van zaken binnen de stichting, de kwaliteit van de besturing door het College van Bestuur (hierna: CvB), de strategie en de financiële doelmatigheid aangevuld met de rechtmatige verdeling van de middelen. Binnen dezelfde scope vallen tevens de cultuur van de stichting, de onderlinge professionele samenwerking en de totstandkoming en uitvoering van beleid. Naast het toezicht op het beleid fungeert de RvT tevens als klankbord voor het CvB. Tenslotte vervult de RvT de werkgeversrol richting het CvB. Bij de uitvoering van deze taken houdt de RvT voortdurend rekening met de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en de omgeving waarbinnen STEV haar werkzaamheden verricht. De Covid-crisis maakte van 2020 een bijzonder jaar. Er werd veel gevraagd van de organisatie en bestuur om in de verschillende lockdown fases onderwijs te kunnen blijven geven. Dit heeft invloed gehad op de prioritering van werkzaamheden. Als gevolg daarvan zijn niet alle beoogde doelstellingen gerealiseerd. De RvT heeft daarover regelmatig met de voorzitter van het CvB gesproken. De relatie met de voorzitter van het CvB kan worden beschreven als constructief-kritisch. Gedurende het jaar 2020 heeft de RvT de volgende werkzaamheden verricht: •
• • •
• • • • •
• • •
De RvT heeft zes keer vergaderd met het CvB. Daarnaast vond regelmatig overleg plaats tussen de voorzitter van de RvT en de voorzitter van het CvB over lopende zaken, of heeft de RvT contact gehad met de bestuurder in het kader van een aantal commissies. Na de scholensluiting in maart 2020 heeft de vertrekkende voorzitter en de nieuwe voorzitter tweewekelijks zogenaamd ´corona-overleg´ gehad met het CvB. Aan iedere vergadering met het CvB is een onderlinge vergadering van de RvT voorafgegaan. De RvT heeft een aantal commissies gevormd bestaande uit leden van de RvT, met een aantal specifieke aandachtsgebieden. Door deze keuze is de RvT in staat effectief en efficiënt belangrijke thema’s voor STEV te volgen. De auditcommissie (ofwel financiële commissie) bespreekt zowel de begroting als de jaarrekening uitgebreid door met de controller en bereidt de plenaire behandeling met het CvB en de RvT voor. De commissie kwaliteit en onderwijs kan overleg voeren met het CvB en de onderwijskundig beleidsmedewerker over de manier waarop de kwaliteit wordt geborgd. De remuneratiecommissie heeft met de voorzitter van het CvB regelmatig functioneringsgesprekken gevoerd. Tijdens het de bestuurlijke visitatie van leden van de PO-raad in het derde kwartaal van 2020 zijn alle leden van de RvT betrokken geweest. Leden van de RvT hebben twee keer overleg gehad met de GMR.
Leden hebben overleg gehad met een afvaardiging van de staf en schoolleiders In augustus heeft de RvT als geheel met voorzitter van het CvB een sessie gehad om de samenwerking alsmede de voortgang van de strategische koers te bespreken. Dit was ingegeven door het feit dat er drie nieuwe leden in de RvT zitting hadden genomen. Wegens vertrek van RvT leden en de werving van nieuwe leden heeft de RvT in 2020 geen zelfevaluatie plaats gevonden. Door de Covid-crisis heeft de Regioraad die medio 2020 gepland stond niet plaats gevonden. Tenslotte hebben leden van de RvT deelgenomen aan de online STEV studieochtend in november 2020.
In het jaar 2020 zijn de volgende onderwerpen aan bod geweest: • • • • • • • • • • • • •
Goedkeuren van de begroting 2019 en de meerjarenbegroting 2021-2024. Goedkeuren van het Bestuursverslag en de Jaarrekening 2019, inclusief de bespreking daarvan met de accountant. De implementatie van de strategische koers, alsmede de leerlingenaantallen en de positie van de scholen in de diverse gemeenten. De kwaliteitsontwikkelingen mede in het licht van de coronacrisis. De bestuurlijke zelfevaluatie voor de bestuurlijke visitatie. De ontwikkeling van het kwaliteitsstelsel STEV, waaronder de resultaten van individuele scholen, mede op basis van CITO eindscores. (Financiële) kwartaalrapportages van de voorzitter van het CVB. Formatiekadernota 2020 en bestuursformatieplan 2020-2021. Public affairs, PR en Marketingtraject STEV. Ziekteverzuim. Staking en werkdruk in het onderwijs. Het besluit dat de huidige accountant voor 2020 zijn werkzaamheden kan voortzetten. Herziening governance documenten
De kwaliteit en deskundigheid van de Raad van Toezicht In de RvT zijn de volgende deskundigheden aanwezig: • • • • •
(Openbaar) Onderwijs Strategie, management en organisatie HR-management Financiën Gemeentelijke politiek
De verdeling van de RvT over de verschillende commissies is als volgt: Auditcommissie (of Financiële Commissie): Dhr. J.J. van der Hoeven en Mw. C.H. Fijneman. Remuneratie commissie: Mw. I.M. Visser en Mw. M. Rosbergen Commissie kwaliteit, organisatie en onderwijs: Dhr. M.A. Wesseloo en Mw. I.M. Visser Zelfevaluatiecommissie: Mw. M. Rosbergen en Dhr. J.J. van der Hoeven Rechtmatigheid en doelmatigheid van de inzet van middelen Gedurende gesprekken met het CvB, de GMR, de staf en de schoolleiders heeft de Raad van Toezicht regelmatig gecontroleerd en vastgesteld of de door het Rijk en derden aan STEV toegekende middelen doelmatig zijn ingezet. In 2020 zijn door STEV extra middelen aan de scholen toegekend waarmee enerzijds de werkdruk bij leerkrachten kon worden verminderd en anderzijds de kwaliteit van het onderwijs kon worden verbeterd. Daarnaast is extra geld beschikbaar gekomen voor scholing en ontwikkeling van leerkrachten en schoolleiders, waarmee werd bijgedragen aan de realisatie van het meerjarig strategisch beleid van STEV. Door middel van managementrapportages per kwartaal, inclusief een financieel verslag, heeft de voorzitter van het CVB de RvT op de hoogte gehouden van de uitputting van de middelen van de stichting. Begroting en jaarrekening worden uitgebreid besproken met de auditcommissie van de RvT.
De honorering van de leden van de Raad van Toezicht conform Artikel 20 Sinds 1 januari 2019 heeft STEV de vergoedingenstructuur voor de leden van de RvT aangepast en meer marktconform en overeenkomstig de verantwoordelijkheden gebracht. De voorzitter ontvangt vanaf 2019 een totaal honorarium van € 4.500 bruto, exclusief BTW, de overige leden ontvangen een bedrag van € 3.000 bruto. Er worden geen kilometervergoedingen of overige kosten vergoed. De leden van de RvT dienen zelf de individuele BTW-aangifte te regelen en indien van toepassing, moeten zij zelf ontheffing aanvragen in geval binnen de Kleineondernemersregeling (KOR) wordt gebleven. Als afsluiting een woord van dank en complimenten aan het CvB en alle medewerkers van STEV voor de getoonde veerkracht, inzet, doorzettingsvermogen en de prestaties in het bijzondere jaar 2020.
Mw. M. Rosbergen,
Voorzitter Raad van Toezicht STEV
Datum 20 mei 2021
Bijlage 2
Jaarverslag 2019 – 2020 Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
Inleiding De medezeggenschap is op school- en bovenschools niveau vertegenwoordigd. Bovenschools zijn de afzonderlijke medezeggenschapsraden vertegenwoordigd in de GMR. Hier worden de bovenschoolse belangen afgestemd met het bestuur. Medezeggenschap is een krachtig middel om een positieve bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de stichting en het onderwijs op de scholen te sturen. Medezeggenschap houdt het bestuur en het schoolmanagement scherp en kritisch. De GMR van STEV wil positief bijdragen aan optimaal onderwijs voor de scholen binnen STEV. Ontwikkelingen 2019/2020 In 2019 is de GMR gestart met een compactere samenstelling (1 ipv 2 afgevaardigden per school). Hiermee werd een meer efficiënte en betrokken GMR beoogd. Ondanks dat dit een pilot jaar was en een aantal zaken hierin nog geoptimaliseerd kunnen worden is de compacte samenstelling als positief ervaren door de GMR en het college van bestuur. I.v.m. corona heeft de GMR ook een aantal zaken moeten aanpassen, waaronder vergaderen via teams. Dit is goed verlopen. Het jaar 2019/2020 stond verder in het teken van verdere professionalisering naar een nog meer proactieve GMR.
Hiervoor zijn de volgende initiatieven ondernemen: • Training door AOB voor alle GMR leden mbt hun rol, rechten, plichten en invloed • 2 van de 3 bestuursleden nieuw gestart dit schooljaar • Bij bovengenoemde training zijn ook de voorzitters van alle MR-en uitgenodigd • GMR jaarplan met daarin onder andere visie, doelstellingen en activiteiten • Vervolg geven en compacter maken van commissies. Van 5 naar 3 commissies, t.w. Financiën, Formatie & Personeelsbeleid en Onderwijs • Zitting nemen in benoemingsadviescommissie voor nieuwe RvT leden (tevens voordracht van een RvT lid). • Meedenken en feedback in coronabeleid. • Deelname aan de kerngroep t.b.v. de bestuurlijke visitatie vanuit de PO-raad. Aandachtsgebieden 2019/2020 Naast deze nieuwe initiatieven is er overleg geweest met de RvT, tussentijds overleg door dagelijks bestuur met CvB en 5 formele GMR-vergaderingen. Elke GMR-vergadering bestond uit een onderling GMR-overleg, gevolgd door overleg met het CvB. Er is onder andere aandacht besteed aan: • • • • • •
GMR-begroting 2019 Jaarplan 2019-2020 Bestuursformatieplan 2019-2020 Bestuursverslag en Jaarrekening 2018 Stichtingsbegroting, formatiekadernota en formatieplan 2019-2020 Corona beleid.
Behaalde resultaten 2019/2020 De GMR heeft op een aantal vlakken haar invloed gehad ter verbetering onderwijs voor de scholen binnen STEV. • • • • •
Invloed uitgeoefend op begroting en formatie, zodat er zoveel mogelijk middelen worden geïnvesteerd in onderwijs Invloed (gehad) op functiebouwwerk/personeelsbeleid Meedenken en op de agenda zetten terugloop leerlingenaantal Personeelstekort hoger op de agenda laten zetten Bijdrage geleverd in benoeming van 2 nieuwe leden voor de RvT.
Voor aanvullende informatie verwijzen wij naar het GMR plan en GMR reglement. Namens dagelijks bestuur GMR, Stichting Openbaar Primair Onderwijs STEV, Evelien de Vries-Scholten (secretaris) Marije van de Lagemaat (lid dagelijks bestuur) Ad Veldhuizen (voorzitter dagelijks bestuur)
Bijlage 3
Verloop strategische uitgangspunten beleid STEV
Een van de belangrijkste doelen voor STEV is het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Voor het bepalen van deze meerwaarde, hanteren we het model van Moore en Khagram (2004). Dit model bestaat uit drie strategische thema’s die richting geven aan onze activiteiten: (1) onze maatschappelijke meerwaarde, (2) onze legitimatie en steun van onze stakeholders en (3) de wijze waarop we zijn georganiseerd. De collega´s bij STEV vinden kwalitatief goed openbaar onderwijs, aansluitend bij toekomstige ontwikkelingen, belangrijk. Alle acties die we inzetten zijn erop gericht om het leerrendement en de kwaliteit van ons onderwijs te vergroten. De komende periode werken we aan de volgende vier beleidslijnen die bijdragen aan kwalitatief goed onderwijs op al onze scholen:
In onderstaande schema’s is per beleidsthema aangegeven welke acties er voor dit kalanderjaar zijn gepland. Groen betekent loopt op schema, oranje betekent loopt achter op schema en rood betekent is nog niet gestart of voldoet niet aan de doelstelling die is gesteld. Beleidsthema 1 Gepersonaliseerd leren Gepersonaliseerd leren is het bewust, ambitieus en doelgericht aanbrengen van verschillen in instructie, verwerking en leertijd binnen een dynamische groep ten behoeve van de kwalificatie van leerlingen (Biesta, 2015). Onder begeleiding van de divergente aanpak van de leerkracht is de leerling actief betrokken bij het vaststellen en plannen van zijn/haar onderwijsbehoeften en -aanbod binnen een adaptieve en rijke omgeving. Beleidsthema 1
Door: Q1
Kwalitatief goed STEV onderwijs door gepersonaliseerd leren dat betekent dat elke school handelingsgericht werkt in dynamische groepen en geeft een rijk en gepersonaliseerd aanbod, zodat ieder kind een maximaal leerrendement realiseert op het gebied van de socialisatie, de kwalificatie en de persoonsvorming.
De kwaliteit van ons onderwijs is op alle scholen minimaal voldoende
We werken allemaal met en volgens het STEV-kwaliteitsstelsel Elke school heeft in het schoolplan beschreven hoe gepersonaliseerd leren in dynamische groepen zichtbaar is in de school met een aanbod waarbij zicht op ontwikkeling en didactisch handelen bij verificatie. De scholen van STEV werken nauw samen daarbij is het doel 50% van de scholen heeft een sterke en strategische IKC-verbinding
Q2
2020 Q3
Q4
De scholen van STEV werken nauw samen met VO (10-14). Daarbij is ten minste 25% van de scholen ontwikkelt zich naar een 10-14 school. Alle scholen zetten de formatie in op basis van de visie en werkwijze van de school en in lijn met de gezamenlijke ambitie en volgens het Rijnlandsmodel. Alle scholen zetten ICT in op basis van de visie en werkwijze van de school en in lijn met de gezamenlijke ambitie en volgens het Rijnlandsmodel Alle scholen zetten financiën in op basis van de visie en werkwijze van de school en in lijn met de gezamenlijke ambitie en volgens het Rijnlandsmodel
Beleidsthema 2 Duurzame wereldburgers De persoonlijke ontwikkeling van leerlingen in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen, socialisatie, subjectivering en duurzaamheid (Stevens (1997), Biesta (2015) en Hattie et al., 2016) heeft een prominente plek binnen onze ´minimaatschappijen´. Beleidsthema 2
Door: Q1
Duurzame wereldburgers De scholen van STEV scheppen gelijke kansen voor alle aan haar toevertrouwde leerlingen.
2020 Q2
Q3
Q4
Er is een gezamenlijke / school visie op wereldburgerschap en kind inclusie (rechten van het kind, artikel 12). De doelen staan, gericht op het wereldburgerschap en duurzaamheid zijn in het schoolplan en leerlingen zijn hierbij betrokken. STEV CvB heeft een leerlingenraad De schooldoelen gericht op duurzaamheid staan in het schoolplan/ jaarplan beschreven en duurzaamheid staat op de agenda tijdens teamoverleg. Er wordt op alle scholen gebruik gemaakt van alternatieve vormen van elektriciteit, verlichting en verwarming.
Per jaar krijgen 4 STEV scholen zonnepanelen en ledverlichting.
Beleidsthema 3 Excellente professionele leergemeenschappen Voor het succesvol realiseren van innovatie en gepersonaliseerd onderwijs is de deskundigheid van ons personeel essentieel. Zij werken samen in professionele leergemeenschappen waarin de ontwikkeling van de leerling, de leerkracht en de school centraal staan. Beleidsthema 3
Excellente professionele leergemeenschappen Excellente medewerkers geven, wetenschappelijk onderbouwd, invulling aan het kwalitatief goed
Door: Leraren benutten vanuit een voortdurende lerende attitude actief de bovenschoolse leerteams en het aanbod vanuit de STEVacademie. Bij STEV zijn leerteams actief. In leerteams wordt door onderzoek te doen nieuwe kennis, houdingen en vaardigheden in school komt om de praktijk te verbeteren. De leerteams worden gestart vanuit de beleidsthema´s
2020 Q1
Q2
Q3
Q4
innoveren van ons onderwijs.
Vanuit de breed gedragen visie op professionele leergemeenschappen werken alle onderwijsprofessionals binnen een PGL aan de schoolontwikkeling. Bij STEV is sprake van strategisch HR beleid Bestaande functiehuis en competenties opnieuw bekijken (Leerkracht, IB, leerkrachtondersteuner) Voor 2020 werken alle medewerker met een POP en 360 graden feedback passend bij het functiebouwhuis en de gevraagde school-stev ontwikkelingen. Alle schoolleiders handelen vanuit integraal schoolleiderschap en vanuit het Rijnlandsmodel Alle schoolleiders zijn begonnen aan een relevante master-opleiding of hebben deze afgerond.
Beleidsthema 4 Educatief Partnerschap Vanuit de gedachte: ‘It takes a village to raise a child’ richt educatief partnerschap zich op het verbinden van onder andere ouders, kinderopvang, jeugdzorg, voortgezet onderwijs, samenwerkingsverbanden, gemeenten en andere ketenpartners met ons onderwijs. Doel daarbij is het leren, de motivatie en de ontwikkelingen van onze leerlingen in onze ´mini-maatschappijen´ te bevorderen (Beek, S et al., 2007). Beleidsthema 4
Door: Q1
Educatief Partnerschap
STEV betrekt en verbindt interne en externe stakeholders en ketenpartners bij de ontwikkeling van de leerlingen en haar kwalitatief goede onderwijs en legt daarover proactief verantwoording af.
Er is een gemeenschappelijke visie op educatief partnerschap. Beschreven staat hoe externe stakeholders (met verschillende culturele achtergronden) worden betrokken bij de ontwikkeling van een kind in de ´mini-maatschappij´. Dit gaat verder dan de relatie met ouders en betrekt alle ketenpartners en stakeholders. Er is een gezamenlijke visie op de uitgangspunten van educatief partnerschap en scholen handelen daarnaar Dit is beschreven vanuit de scholen in een gezamenlijke visie ofwel beleidsstuk op Public-Affairs De TVO (ouders en leerlingen) uitgevoerd mei 2019 vormt hiervan de basis. Vanuit het aantonen van onze meerwaarde is er een gedragen gezamenlijke MR-visieontwikkeling (rijnlandsmodel) Ouders kunnen de ontwikkeling van hun kind (digitaal) volgen. Doordat er een actueel portfolio beschikbaar is.
2020 Q2 Q3
Q4
Bijlage 4 Besturingsfilosofie STEV