CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

282913 Ontwerpbestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 1 Toelichting

Besluit in de Raad 29 september 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Raadsvoorstel en bijlagen35.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Waarde 1 is dan een dubbelbestemming voor de rode gebieden in afbeelding 36 (alle perioden – maar vooral na 1650) en waarde 2 is de rest van het plangebied (middelhoge verwachting tot 1650, geel gekleurd). In de voorschriften komt het verschil tussen beiden in de vrijstellingsgrens tot uiting: bij waarde 1 ligt de vrijstellingsgrens op 100 m2 en 30 cm diepte, en bij waarde 2 op 500m2 en 30 cm diepte.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

74/116

afbeelding 36: advieskaart met te beschermen gebieden (bron: RAAP, 2021)

5.2.3 Conclusie Het advies is overgenomen in het bestemmingsplan. Voor de gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachting (rode gebieden in afbeelding 36) is op basis van het archeologisch onderzoek een beschermingsregime opgesteld bestaande uit een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Voor de rest van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ opgenomen. In de dubbelbestemmingen zijn regels opgenomen ter bescherming van eventuele archeologische waarden in het plangebied . Dit betekent dat ten behoeve van de realisatie van de verschillende onderdelen, nader onderzoek nodig is om in beeld te brengen of er daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig zijn, of deze waarden behoudenswaardig zijn en zo ja, hoe hiermee in het kader van de uitvoering van het project mee moet worden omgegaan.

5.3

Landschap en cultuurhistorische waarden

5.3.1 Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen In de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen verzamelt de provincie alle gegevens over de verschillende landschappen beschrijving, geschiedenis, bodem en ontwikkelingsmogelijkheden. De doelstelling is de belangrijkste kwaliteiten te beschermen en versterken. Zoals in paragraaf

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

75/116

4.3.1.4 is beschreven ligt het plangebied binnen het Landschap Utrechtse Heuvelrug, deelgebied ‘De Laagte’. De Laagten Het landgebruik bestaat uit noord-zuidgerichte bossen afgewisseld met weidegrond. Het bos bestaat uit vele soorten bospercelen met een afwisselend beeld. Er is, op enkele buitenplaatsen na, weinig bebouwing. De bebouwing die er is, is vaak goed zichtbaar vanaf de doorgaande weg. Doorgaande wegen liggen in de laagste delen, haaks herop gaan zijwegen het bos in. De Laagten bevat hoogtepunten in de vorm van het Paleis Soestdijk en de Naald van Waterloo, een aantal kastelen en koninklijke landgoederen op de overgang van hoog naar laag. Er zijn in de Kwaliteitsgids Utrechtse Heuvelrug ontwikkelprincipes beschreven, gebaseerd op deze landschappelijke kenmerken. Denk bijvoorbeeld aan een groene inbedding van parkeervoorzieningen met bomen en op de grond halfverharding. Bij nieuwe bebouwing in de bosrand, is het van belang dat dit wordt verweven in het bos. 5.3.1.1 Betekenis voor het plan De Laagte van Pijnenburg wordt getypeerd als een lagergelegen gebied rondom de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug. Door de eeuwen heen is hier hoogveen ontstaan, wat vanaf de 14e eeuw is ontgonnen. Om de afvoer van het gestoken turf te accommoderen, is omstreeks 1565 de Pijnenburger Grift of Praamgracht gegraven, welke een verbinding tot stand bracht met de Eem.

De Praamgracht heeft haar identiteit grotendeels verloren en is momenteel slecht leesbaar als de cultuurhistorische verbinding waaraan het gebied haar verschijningsvorm ontleent. De ontwikkelingen rondom Soestdijk respecteren dit landschappelijke relict en zetten in op een verbeterde zichtbaarheid in het landschap, zowel vanuit het gebied als vanuit de omgeving. Rond dezelfde tijd is tevens een verhoogde weg aangelegd tussen de hoger gelegen stuwwallen ter ontsluiting van de veenontginningen: de Soestdijk. Omstreeks 1640 verschenen langs deze verbinding op de overgangen van hoog naar laag een tal van buitenplaatsen. Deze trend heeft zicht ontwikkeld tot een zone van landgoederen en buitenplaatsen welke de Laagte van Pijnenburg karakteriseert in het landschap. Een deel van deze buitenplaatsen is reeds verdwenen, maar Soestdijk draagt de naam van de aanleiding tot deze gebiedsontwikkeling en fungeert als een iconisch landgoed, waar de bezoeker de cultuurhistorie van het gebied kan beleven. Het gebied wordt gekarakteriseerd als een gradiëntrijk landschap tussen de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en de uiterwaarden van de Eem. De planvorming zet in op het behouden en versterken van deze landschappelijke gradiënten.

De geleidelijke overgang tussen het open weidelandschap van de Eem en het gesloten boslandschap van de stuwwallen wordt beveiligd door het behouden van open plekken en lineaire structuren zoals de Hooilaan. Gradiënten tussen hoog en laag worden gerespecteerd door het gebruik van gebiedseigen beplantingen. De overgang tussen droog en nat manifesteert zicht door het versterken en reconstrueren van waterpartijen en watergangen. Op deze manier behoudt de inrichting en het karakter van het landgoed haar samenhang met de locatie in het gradiëntrijke landschap. Soestdijk vormt een onderdeel van een groter landschap met landgoederen en buitenplaatsen. Van oudsher waren deze gebieden met elkaar verbonden door een netwerk aan bomenlanen. Deze lanen waren tevens essentieel voor de functionaliteit van de bossen als jachtgebied. Een deel van deze verbindingen zijn verdwenen door herverkavelingen, bomenlanen zijn in verval geraakt en de samenhang tussen gebieden is deels verdwenen. De planvorming zet in op het behoud en de reconstructie van dit netwerk aan lanen om aansluiting te vinden bij het omliggende landschap en om (zicht)relaties te herstellen. Er wordt voorgesteld om de inrichting van de Amsterdamsestraatweg te optimaliseren. Het is van belang om de Eult en het Herenhuiscluster beter te verbinden met Soestdijk.

Dit kan door de vluchtstroken van de Amsterdamsestraatweg te versmallen, groener in te richten, bomenlanen door te zetten en oversteekmogelijkheden te bieden. Uitgangspunt blijft wel het behoud van de huidige doorstroomfunctie van de Amsterdamsestraatweg met 2x2 rijstroken. Het verbeterde netwerk hangt samen met de recreatieve poortfunctie van Soestdijk voor bezoekers in de wijdere omgeving.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

76/116

De waarde van Landgoed Paleis Soestdijk ligt voor een groot deel in de gelaagdheid van het landschap. Vier eeuwen gebruiksgeschiedenis heeft een rijke tuinhistorische ‘palimpsest’ opgeleverd. De voorliggende cultuurlandschappelijke visie voor Soestdijk gebruikt en bestendigt de cultuurhistorische waarden van de tuinen, het park en het bos. De visie combineert aspecten van herstel, reconstructie en aanpassing aan de gestelde eisen. Aansluitend daarop geeft de landschapsvisie richting aan het herstel van verdwenen structuren en assen en benoemt het ontwerpopgaven voor het eigentijdse programma en gebruik. De structuur van het landgoed is zichtbaar gevormd in meerdere tijdsperiodes. De bestaande classicistische orthogonale structuren uit de 18e eeuw staan (soms zelfs letterlijk) haaks op de landschappelijke aanleg van de gebogen paden en vijver van de 19e eeuw. De opgave is om in deze lagen aanknopingspunten te vinden die zorgen voor een zorgvuldige inpassing van het nieuwe programma en nieuwe gebruik dat volgt uit de visie Made by Holland. Het gaat om het geven van ruimtelijke legitimatie van de nieuwe elementen aan het Landgoed. Deze ontwerpopgave verschilt per deelgebied en is hieronder nader beschreven.

Op het schaalniveau van het landgoed is het landschappelijk de ambitie om bestaande historische elementen en assen/zichtlijnen uit de 18e eeuw weer meer in ere te herstellen en te versterken. De Reigerslaan en het Verlengde Boslaantje vormen duidelijke noord-zuid gerichte structuren. In oostwest richting zijn de Koninginnelaan, Hooilaan en Watertorenlaan oude structuren die nog steeds bepalend zijn in de opbouw van het landgoed en als uitgangspunt dienen voor toekomstige ontwikkelingen. Ook de waardevolle zichtlijnen over de vijver vanaf het Paleis en de zichtlijn over de Koningslaan dienen als uitgangspunt. Deels verdwenen zichtlijnen kunnen weer worden hersteld, zoals in het verlengde van de zichtlijn over de vijver en de verdwenen zichtlijn tussen de Boterberg en het Paleis. 5.3.1.2 Conclusie Voor de plannen voor Landgoed Paleis Soestdijk zijn de landschappelijke waarden en kenmerken mede leidend geweest. Er is rekening gehouden met de kenmerkende kwaliteiten en ontwikkelprincipes uit de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen. 5.3.2 De Utrechtse Buitenplaatsbiotoop en Leidraad behoud door ontwikkeling Het uitgangspunt van het plan voor Paleis Soestdijk is het herstel en de duurzame instandhouding van het landgoed. Voor de planontwikkeling zijn dan ook de aanwezige monumentale en cultuurhistorische elementen en waarden uitgebreid onderzocht en in beeld gebracht.

In hoofdstuk 2 is dit beschreven. Behalve behoud, gaat het plan uit van herstel van verschillende historische elementen. Voor het Landgoed Paleis Soestdijk is uitgebreid onderzoek gedaan naar de kostenbesparingen en extra opbrengsten die mogelijk zijn. In hoofdstuk 3 is ingegaan op de exploitatie van het landgoed. Er zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nodig die als economische drager dienen voor de instandhouding van het landgoed. De gekozen locaties van de gewenste ontwikkelingen hebben hun grondslag gevonden in een analyse van de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de buitenplaats, zoals beschreven in hoofdstuk 2. 5.3.2.1 Betekenis voor het plan Om Paleis Soestdijk te restaureren, financieel rendabel te maken en voor toekomstige generaties te conserveren zijn ruimtelijke ingrepen noodzakelijk. Deze ingrepen zijn alleen mogelijk met de noodzakelijke focus op de specifieke ruimtelijke en cultuurhistorische kenmerken. De bestaande structuren worden versterkt en bij toevoegingen zorgvuldig afgestemd met aandacht voor karakteristieke historische ruimtelijke kwaliteiten. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn het Alexanderkwartier als nieuw woonkwartier op de locatie van het voormalige Marechausseeterrein en op de Parade de toevoeging van een hotel.

De architectuur en de stedenbouwkundige opzet van deze toevoegingen houden rekening met de historische opzet van een buitenplaats. Het Alexanderkwartier wordt bewust op een locatie gebouwd die het landgoed minimaal aantast. Voor de vestiging van de Marechaussee was hier

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

77/116

een productiebos. De nieuwe woonwijk zal de bestaande lanen respecteren en er worden lanen hersteld. Het hotel wordt gerealiseerd op het herenhuiscluster waar de dienstwoningen van het personeel en de Intendantsvilla zijn gehuisvest. De nieuwbouw zal in een dorpsachtig ensemble achter de bestaande bebouwing niet hoger dan de bestaande bebouwing gerealiseerd worden. Het negentiende-eeuwse Zocherpark wordt hersteld, aangevuld met tijdelijke paviljoens en kunstwerken en toegankelijk gemaakt voor het publiek. Een landgoed was van oudsher erop ingericht om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. Groente en bloemen uit de eigen tuin, vlees en zuivel van de boerderijen en 's winters een zelf geschoten fazant op tafel. Landbouw en voeding staan centraal in twee nieuwe kassen, een nieuwe interpretatie van de negentiende-eeuwse exemplaren. In de ene kas vinden bezoekers inspirerende oplossingen voor onze voedselproductie, in de andere kas – een restaurant – kunnen ze die proeven. De paleistuin en het Hertenkamp zullen voor het publiek worden opengesteld. Ook zal de moestuin en de boomgaard van Soestdijk aan de oostzijde van de Amsterdamsestraatweg zijn oude functie terugkrijgen. Er wordt gerestaureerd, herbeplant en uitgebreid. Er is de ambitie om de oogst op de kaart te zetten van de diverse horecagelegenheden op Paleis Soestdijk en aan te bieden via een landgoedwinkel op de Parade.

De circulaire economie van een landgoed als voorbeeld. Het is de ambitie om ook het gehele paleis en de paleistuinen zelfvoorzienend en dus energieneutraal te maken. Hier wordt de gehele bandbreedte aan oplossingen onderzocht. Bijvoorbeeld WKO of aardwarmte, warmtecollectoren, een windmolen en zonnepanelen.

5.4

Bodemkwaliteit

5.4.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de (financiële) haalbaarheid van het plan. In het kader van een aanvraag om omgevingsvergunning voor de nieuwbouw zal moeten blijken of bodemonderzoek vereist is. 5.4.2 Betekenis voor het project Op het terrein van Paleis Soestdijk en Koninklijke Marechaussee in Baarn zijn in voorbereiding op het afstoten van de locatie in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf en Dienst Vastgoed Defensie, Directie West diverse milieukundige (bodem)onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn voor het bestemmingsplan beoordeeld, zie de ‘Memo milieukundige bodemonderzoeken Paleis Soestdijk’ (Aveco de Bondt, 9 april 2021). De memo is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. Sinds de laatst uitgevoerde bodemonderzoeken (periode 2014-2015) zijn op de ontwikkelingslocatie geen veranderingen in gebruik (nieuwe bronnen) opgetreden welke zouden hebben kunnen leiden tot bodemverontreiniging. Alle verdachte activiteiten in het verleden die mogelijk hebben geleid tot bodemverontreiniging zijn reeds onderzocht. De uitgevoerde bodemonderzoeken geven dus nog steeds een actueel beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse en derhalve nog zeer goed bruikbaar en dus representatief.

Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kan worden geconcludeerd dat er geen omstandigheden te verwachten zijn die een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling van de locaties Paleis Soestdijk en het Koninklijke Marechausseeterrein. De bodemkwaliteit is geschikt voor het beoogde gebruik. Aandachtspunt bij de herontwikkeling van de beide terreinen is het hergebruik van de grond, welke niet ernstig verontreinigd is, op eigen terrein.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

78/116

5.4.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

5.5

Water

5.5.1 Algemeen Voor alle ruimtelijke plannen is de uitvoering van een watertoets wettelijk verplicht. Het doel van de watertoets is om waterbelangen vroegtijdig en evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Met het oog op de watertoets is een waterparagraaf opgesteld (Aveco de Bondt, referentie 182409_R_CBN_0464, 9 juni 2021), waarin de voor dit plan relevante waterhuishoudkundige aspecten zijn beschreven. Deze waterparagraaf is opgenomen in bijlage 5 bij de toelichting. In de rapportage is tevens ingegaan op het relevante waterbeleid. Dit is daarom niet meer in de toelichting herhaald. 5.5.2 Watertoets De beoogde ontwikkeling is om in het plangebied meerdere ruimtelijke aanpassingen te doen, waaronder het realiseren van woningen, het bouwen van een hotel, de aanleg van een parkeervoorzieningen en het verdiepen van de ingang bij het Paleis. Uit het onderzoek dat is uitgevoerd komt naar voren dat deze ontwikkelingen geen negatieve gevolgen hebben voor het watersysteem.

• Er is een toename van verhard oppervlak in het plangebied, maar er is voldoende mogelijkheid om maatregelen te nemen waarmee de toename verhard oppervlak verminderd kan worden en/of er waterberging gecreëerd kan worden ter compensatie. • Het plangebied leent zich goed voor het infiltreren van hemelwater. Bij de nadere uitwerking van de waterbergingsvoorzieningen kan gebruik gemaakt te worden van de meetreeksen van de 5 nieuwe peilbuizen. • Voor het afvalwater kan gebruik worden gemaakt van het huidige rioolstelsel indien deze nog in goede conditie is. Er dient bij de verdere uitwerking aangetoond te worden dat de riolering de toename in afvalwaterlozingen aankan. • Door het herstellen van de oevers en beplanting zal de waterkwaliteit en het ecologisch functioneren van het watersystemen in ieder geval niet verslechteren. • Gebaseerd op de beschikbare gegevens is de verwachting dat er voldoende ontwateringsdiepte is om grondwateroverlast te voorkomen. Om de lokale grondwaterstanden in het plangebied beter inzichtelijk te maken worden gedurende 1 jaar aanvullende grondwatermetingen gedaan in het plangebied. Deze zijn benodigd voor de verdere uitwerking van de ruimtelijke aanpassingen. • Er is een watervergunning nodig voor het lozen vanaf nieuw verhard oppervlak en nieuwe lozingen van afgekoppelde verharding.

Tevens is er een watervergunning vereist voor het eventueel lozen van water vanuit nieuwe waterbergingen op het oppervlaktewatersysteem. 5.5.3 Conclusie Uit het onderzoek dat is uitgevoerd komt naar voren dat de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt geen negatieve gevolgen hebben voor het watersysteem. Daar komt bij dat het bestemmingsplan de verbetering van de watergang rond het Emmapark mogelijk maakt, wat een positief effect heeft op het watersysteem in het plangebied.

5.6

Ecologie

5.6.1 Inleiding Zoals in hoofdstuk 4 is beschreven, dient het bestemmingsplan te worden getoetst op de effecten op beschermde natuurgebieden, beschermde houtopstanden en op de effecten op beschermde planten- en diersoorten. De toetsing dient te voldoen aan Wet natuurbescherming, de

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

79/116

Provinciale Ruimtelijke Verordening, de provinciale Natuurvisie, de Verordening natuur en landschap en de Beleidsregels natuur en landschap. 5.6.2 Onderzoeken Voor het bestemmingsplan zijn ten aanzien van de natuurbescherming de volgende onderzoeken uitgevoerd en rapporten opgesteld: • ‘Stikstofdepositie onderzoek Paleis Soestdijk’, Sweco, 10 juni 2021. • ‘Toetsing Natuurnetwerk Nederland Bestemmingsplan Paleis Soestdijk’, Eelerwoude, 7 juni 2021; • ‘Soortgericht onderzoek beschermde soorten herontwikkeling Paleis Soestdijk’, Eelerwoude, 8 juni 2021. • Beheer- en inrichtingsplan, Eelerwoude, 14 juni 2021 • Houtopstanden, Boomtotaalzorg, 8 juni 2021 Ook is onderzoek naar de precieze gevolgen voor de houtopstanden in uitvoering. Het resultaat van dit onderzoek wordt in het ontwerpbestemmingsplan meegenomen. De resultaten van de afgeronde onderzoeken zijn beschreven in de onderstaande paragrafen. Eerst is ingegaan op de gebiedsbescherming, vervolgens op de soortenbescherming en de houtopstanden. 5.6.2.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Beoordeeld is of de voorgenomen planontwikkeling effecten heeft op Natura 2000-gebieden. In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden (zie afbeelding 37). De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn Arkenheem op ca. 5 km (niet stikstofgevoelig), Eemmeer & Gooimeer Zuidoever op ca.

8,5 km (niet stikstofgevoelig) en de Oostelijke Vechtplassen op 9,5 km (bevat stikstofgevoelige habitat).

afbeelding 37: Natura-2000 gebieden in omgeving van het plangebied (met rode cirkel aangeduid)

Omdat het plangebied niet in of nabij een Natura 2000-gebied ligt, zijn directe effecten als gevolg van aantasting van habitattypen of leefgebieden niet aan de orde. Wel kan sprake zijn van indirecte effecten als gevolg van externe werking. Hier is sprake van indien de gevolgen van

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

80/116

een activiteit buiten een Natura 2000-gebied wel merkbaar zijn in een Natura 2000-gebied. Voorbeelden hiervan zijn geluidverstoring of verstoring door licht, maar ook de gevolgen van stikstofemissies. Voor de meeste effecten geldt dat door de afstanden tot aan de Natura 2000gebeiden ook de externe werking op voorhand uitgesloten kan worden, licht- en geluidbelasting reikt niet dusdanig ver. Enige effect dat niet op voorhand uitgesloten kan worden, zijn effecten van stikstofdepositie. Stikstofemissie kan Natura 2000-gebieden op grotere afstand beïnvloeden. Om de stikstofdepositie te bepalen is een Aeriusberekening uitgevoerd. De resultaten van de berekening zijn beschreven in het rapport ‘Stikstofdepositie onderzoek Paleis Soestdijk’ (Sweco, 10 juni 2021). Dit rapport is opgenomen als bijlage 6 bij de toelichting. Hieronder is de conclusie beschreven. Effecten op de stikstofdepositie ten gevolge van de planontwikkeling kunnen ontstaan tijdens de aanlegfase en/of de gebruiksfase van het plan. Zodoende zijn de effecten van beide fases in beeld gebracht. Op basis van bovenstaande emissiebronnen is voor de realisatiefase en de gebruiksfase de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden berekend. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2020.

De berekeningen van de stikstofdepositie zijn uitgevoerd met de rekenjaren 2025 en 2026 (realisatiefase) en 2029 (gebruiksfase). Tijdens de realisatiefase ontstaan stikstofemissies als gevolg van de inzet van het materieel. Er vindt geen toename van de stikstofdepositie plaats van meer dan afgerond 0,00 mol N/ha/jaar. In de gebruiksfase zijn er wijzingen van de emissies van stikstof als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van het plan, echter ontstaat hierdoor geen toename van de stikstofdepositie. Conclusie effecten op Natura-2000 Vanwege de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte planontwikkeling is geen sprake van een direct of indirect negatief effect op een Natura-2000 gebied. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het grootste deel van Soestdijk bevindt zich binnen de contouren van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een klein deel is gesitueerd binnen de Groene Contour. In afbeelding 34 is de begrenzing van het plangebied getoond ten opzichte van de NNN en Groene Contour. Door Eelerwoude is onderzoek gedaan naar de effecten van de voorgenomen wijzigingen op het NNN (zie rapport ‘Natuurnetwerk Nederland Herontwikkeling Paleis Soestdijk’, Eelerwoude, 10 juni 2021). Dit rapport is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting. In het rapport is ingegaan op de toets aan de provinciale regels voor het NNN uit de Interim Omgevingsverordening.

Nieuwe ontwikkelingen in het Natuurnetwerk Nederland zijn op grond van artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht niet mogelijk. In artikel 6.3 worden echter een aantal mogelijkheden benoemd waarin onder voorwaarden nieuwe functies mogelijk zijn. Het is daarbij allereerst belangrijk dat de aantasting van het NNN wordt beperkt. In het geval van landgoed Paleis Soestdijk is daarom in de optimalisatie van de voorziene ontwikkelingen (zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het NNN onderzoek) de impact op natuur zoveel mogelijk beperkt. Door in de keuze van de gewenste ontwikkeling bij te sturen en die locaties te kiezen met een beperkte waarde, wordt de aantasting van het NNN zoveel mogelijk beperkt. Door de woningbouw in het Alexanderkwartier zo veel mogelijk te concentreren op het bestaande Marechausseeterrein is de impact op de natuur beperkt. Zo is met de locatie van ontwikkelingen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden. De aantasting die resteert na het treffen van maatregelen is een toename van bebouwd oppervlak in een aantal deelgebieden. Door natuur inclusief bouwen in het bestemmingsplan op te nemen als een verplichting en vergunningsvrij bouwen onmogelijk te maken wordt geborgd dat de toename van bebouwing leidt tot een aantasting van de kwaliteit van het NNN

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

81/116

In de NNN rapportage zijn de natuurwaarden van de locatie en de directe omgeving waar ontwikkelingen in het Natuurnetwerk Nederland plaatsvinden beschreven. Daarbij is gekeken naar het belang van deze waarden voor het functioneren van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat veel ontwikkelingen ter plekke gemitigeerd kunnen worden en op termijn leiden tot een verbetering van de aanwezige natuurwaarden. De provinciale verordening stelt dat ontwikkelingen mogelijk zijn wanneer op gebiedsniveau binnen tien jaar een meerwaarde voor het NNN kan worden gecreëerd. Dit gebeurt op landgoed Paleis Soestdijk door het versterken, van de aanwezige natuurwaarden, maar ook door het vergroten van de oppervlakte NNN en het verbinden van deelgebieden waardoor de samenhang binnen het NNN wordt vergroot. De kansen om de natuurkwaliteit te verbeteren zijn beschreven in de “Visie op natuur” die in het inrichtings- en beheerplan is opgenomen (zie ook hoofdstuk 3 van het NNN onderzoek). Deze visie is een belangrijke randvoorwaarde om de ontwikkeling mogelijk te maken. Daar waar ontwikkelingen impact hebben op aanwezige soorten worden voorzieningen getroffen om de impact op deze soorten op de korte, maar zeker de lange termijn te minimaliseren.

Een voorbeeld is hierbij het creëren van nieuwe verblijfsplaatsen voor ringslangen bij de herinrichting van het Anna Amaliaoord. Maar ook het natuurgericht beheer in het paleisbos creëert een toegevoegde waarde voor de kwaliteit van het NNN. Door de relatief geïsoleerde ligging van het landgoed paleis Soestdijk is vooral meerwaarde te behalen door het gebied te verbinden met naastgelegen bos, heide en weide. Dit wordt dan ook vormgegeven door te investeren in nieuwe (fauna)voorzieningen, maar ook door de toegankelijkheid van bestaande voorzieningen te verbeteren. De aantasting die resteert na het treffen van maatregelen is een toename van bebouwd oppervlak in een aantal deelgebieden. Door natuur inclusief bouwen in het bestemmingsplan op te nemen als een verplichting en vergunningsvrij bouwen bij de woningen onmogelijk te maken wordt geborgd dat er niet meer bebouwing kan komen dan waar in de NNN beoordeling van is uitgegaan. Er blijft echter wel een oppervlaktebeslag dat gecompenseerd moet worden. Deze oppervlakte is bepaald door te kijken welke ontwikkelingen buiten bestaand bebouwd of verhard oppervlakte plaatsvinden. Waarbij die ontwikkelingen die ter plaatse gemitigeerd kunnen worden door de sloop van bestaande bebouwing of wegnemen van verharding buiten beschouwing zijn gelaten.

Door de herinrichting van de kwekerij kan ruimschoots aan de compensatieverplichting worden voldaan. Te nemen maatregelen Samenvattend worden de volgende maatregelen per ontwikkellocatie genomen: 1 Paleis en Ontsluiting Natuurcompensatie in m2: In totaal bedraagt de aantasting oppervlakte NNN als gevolg van de extra ontsluiting 2.650 m2. Dit leidt tot een natuurcompensatieopgave van 3.788 m2. Meerwaarde: • Aanpassen en realiseren van (nieuwe) faunavoorzieningen. • (Buiten)verlichting aanpassen en reguleren; voor meer duisternis. 2. Tuin- en parkaanleg Zocher Natuurcompensatie in m2: Er vindt in dit deelgebied geen aantasting NNN plaats. Meerwaarde: • Zonering; door het landgoed onder te verdelen in een dynamische- , overgangs- en rustzone worden bestaande waarden beschermd.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

82/116

•

Realisatie van nieuwe elementen voor fauna; bijvoorbeeld broeihopen.

3. Paleistuin Natuurcompensatie in m2: In de paleistuin wordt 1.200 m2 extra bebouwing gerealiseerd. Daarnaast wordt er bebouwing gesloopt, namelijk 254 m2. Dit leidt tot een aantasting van 946 m2 en een natuurcompensatie van 1.040 m2. De vergroting van de oranjerie vindt plaats op bestaande verharding en hoeft daarom niet gecompenseerd te worden. Meerwaarde: • Verder met Zocher; er zal middels een restauratieplan geïnvesteerd worden in herstel van het oorspronkelijk parkontwerp van de tuinarchitecten Zocher. • Zonering; door het landgoed onder te verdelen in een dynamische- overgangs- en rustzone worden bestaande waarden beschermd. • Aanpassen en realiseren van (nieuwe) faunavoorzieningen. • (Buiten)verlichting aanpassen en reguleren; voor meer duisternis. • Realisatie van nieuwe elementen voor fauna; bijvoorbeeld broeihopen. • Beheer en herinrichting watermaatregelen. • Natuurinclusief bouwen. 4. Alexanderkwartier Natuurcompensatie in m2: De aantasting door de bebouwing op het Alexanderkwartier is geminimaliseerd door het bouwen op bestaande verharding, bebouwing en erf. De aantasting die overblijft is 2.987 m2 (inclusief ontsluiting). Dit leidt tot een natuurcompensatie van 5.974 m2. Meerwaarde: • Aanpassen en realiseren van (nieuwe) faunavoorzieningen. • (Buiten)verlichting aanpassen en reguleren; voor meer duisternis.

• Realisatie van nieuwe elementen voor fauna; bijvoorbeeld broeihopen. • Natuurinclusief bouwen. 5. Scoutingterrein Natuurcompensatie in m2: In totaal bedraagt de aantasting oppervlakte NNN als gevolg van de extra bebouwing 135 m2. Dit leidt tot een natuurcompensatie van 148,5 m2. Meerwaarde: • Natuurinclusief bouwen. 6. Anna Amaliaoord Natuurcompensatie in m2: Er vindt geen aantasting van het NNN plaats doordat 1 kas wordt gerealiseerd op bestaande verharding. Tegenover de bouw van de andere kas staat de sloop van de bestaande kas, de kassa en de schuur. Meerwaarde: • (Buiten)verlichting aanpassen en reguleren; voor meer duisternis. • Realisatie van nieuwe elementen voor fauna; bijvoorbeeld broeihopen. • Natuurinclusief bouwen. 7. Parkeerplaats de Dries Natuurcompensatie in m2: Er vindt in dit deelgebied geen aantasting NNN plaats. Meerwaarde • (Buiten)verlichting aanpassen en reguleren; voor meer duisternis.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

83/116

8. Parade Natuurcompensatie in m2: Op de Parade wordt 1.600 m2 bebouwing gerealiseerd. Dit leidt tot een natuurcompensatie van 1.760 m2. Meerwaarde: • (Buiten)verlichting aanpassen en reguleren; voor meer duisternis. • Realisatie van nieuwe elementen voor fauna; bijvoorbeeld broeihopen. • Natuurinclusief bouwen. 9. Kwekerij Natuurcompensatie in m²: De natuurcompensatie zoals beschreven in de overige gebiedsonderdelen wordt gerealiseerd op de kwekerij, dit houdt in dat in totaal 1,2 ha. natuur wordt ingericht. In totaal vertegenwoordigt dit 1,3 ha. natuurcompensatie. Meerwaarde: • Zonering; door het landgoed onder te verdelen in een dynamische- , overgangs- en rustzone worden bestaande waarden beschermd. • Toevoegen nieuwe natuur; bijvoorbeeld herinrichting kwekerij. • Realisatie van nieuwe elementen voor fauna; bijvoorbeeld broeihopen. • Beheer en herinrichting watermaatregelen. 10. Emmapark en sportpaviljoen Natuurcompensatie in m2: Er vindt in dit deelgebied geen aantasting NNN plaats. Meerwaarde: • Zonering; door het landgoed onder te verdelen in een dynamische- , overgangs- en rustzone worden bestaande waarden beschermd. • Boombruggen. • Herstel laanstructuren. • Realisatie natuurvriendelijke oevers. • Aanpassen en realiseren van (nieuwe) faunavoorzieningen. • (Buiten)verlichting aanpassen en reguleren; voor meer duisternis.

• Realisatie van nieuwe elementen voor fauna; bijvoorbeeld broeihopen. • Beheer en herinrichting watermaatregelen. 11. Paleisbos Natuurcompensatie in m²: In totaal bedraagt de aantasting oppervlakte NNN als gevolg van de extra bebouwing 160 m². Dit leidt tot een natuurcompensatie van 176 m2 Meerwaarde: • Zonering; door het landgoed onder te verdelen in een dynamische- , overgangs- en rustzone worden bestaande waarden beschermd. • Natuurontwikkeling graslandpercelen. • Boombruggen. • Herstel laanstructuren. • Realisatie natuurvriendelijke oevers. • Aanpassen en realiseren van (nieuwe) faunavoorzieningen. • Aanpassen en realiseren van (nieuwe) faunavoorzieningen. • Terreinen zonder aangewezen beheertype kwalificeren. • Realisatie van nieuwe elementen voor fauna; bijvoorbeeld broeihopen. • Beheer en herinrichting watermaatregelen. • Natuurinclusief bouwen.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

84/116

Borgen van maatregelen Om de conclusie van het NNN onderzoek stand te laten houden dat meerwaarde wordt gerealiseerd binnen 10 jaar is het van groot belang dat de uitvoering van de maatregelen voldoende worden geborgd. Dit wordt op verschillende manieren gedaan. Allereerst worden verschillende onderdelen van de uitgangspunten en maatregelen van het NNN onderzoek vastgelegd in het bestemmingsplan (verbeelding en regels). Het gaat dan bijvoorbeeld om de toewijzing van bestemmingsvlakken gebaseerd op de zonering van het landgoed en om de maximale omvang aan bouwmogelijkheden die zijn vastgelegd per bouwvlak danwel bestemmingsvlak. Maar ook zijn verplichtingen opgenomen om de natuurmaatregelen uit te voeren die nodig zijn om te komen tot een meerwaarde, zoals hierboven beschreven (zoals het natuurinclusief bouwen, het realiseren van nieuwe elementen, verbeteren beheer, etc.). En er zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen die verplichten tot het realiseren van de benodigde compensatie, gekoppeld aan de bouwwerkzaamheden van de verschillende deelontwikkelingen.

De verplichting tot het nemen van de maatregelen voor het Alexanderkwartier zijn opgenomen in de bestemming ‘Wonen’, de verplichtingen voor het nieuwe scoutinggebouw zijn opgenomen in de bestemming ‘Maatschappelijk – Scouting’ en de compensatieverplichtingen voor de ontwikkelingen rond het Paleis en bij de Parade zijn opgenomen in de bestemming ‘Gemengd’. De natuurmaatregelen zijn verder in detail uitgewerkt in het Beheer- en inrichtingsplan (Eelerwoude, 14 juni 2021) waarin ook de natuurvisie van Paleis Soestdijk zoals beschreven in hoofdstuk 3 uitgebreider is verwoord. Met de provincie Utrecht worden afspraken gemaakt over het uitvoeren en monitoren van het Beheer- en inrichtingsplan. Het Beheer- en inrichtingsplan is als bijlage 10 bij de toelichting opgenomen. 5.6.2.2 Soortenbescherming De effecten van de planontwikkeling zijn beoordeeld in het rapport ‘Soortgericht onderzoek beschermde soorten herontwikkeling Paleis Soestdijk’ (Eelerwoude, 8 juni 2021). Dit rapport is opgenomen als bijlage 8 bij de toelichting. Hieronder is ingegaan op de resultaten en conclusie van de rapportage. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen op verschillende manieren effect hebben op aanwezige flora en fauna. In het onderzoek zijn twee fasen onderscheiden; de aanlegfase en de gebruiksfase. In de aanleg-en ontwikkelingsfase zullen gebouwen worden gesloopt of gerenoveerd en vindt nieuwbouw plaats.

Bomen en beplantingen worden gekapt, maar er wordt ook nieuw groen aangeplant. Dit kan leiden tot aantasting, vernietiging of verstoring van verblijfplaatsen van beschermde soorten en hun leefgebieden. Anderzijds ontstaan er kansen voor de realisatie van nieuwe verblijfplaatsen en nieuwe leefgebieden, bijvoorbeeld door natuurinclusieve nieuwbouw met inbouwvoorzieningen voor vogels en vleermuizen. Na de planrealisatie start de gebruiksfase die ook kan leiden tot effecten op beschermde soorten. Zo kan er verstoring optreden door menselijke aanwezigheid of activiteiten en door geluid of verlichting. Daar komt bij dat het plangebied voor elke soort weer een andere functie heeft en elk soort weer anders reageert op deze effecten. Er is in het onderzoek een effectenbeoordeling beschreven per soortgroep en soort en niet per deelontwikkeling. Het gaat namelijk ook om een beoordeling van effecten op beschermde soorten waarbij de cumulatie van effecten van verschillende ontwikkelingen op een soort niet uit het oog mag worden verloren. Ook de effecten op beschermde soorten door evenementen zijn beoordeeld. De zeer uitgebreide effectbeoordeling is te vinden in hoofdstuk 5 van het soortenonderzoek (zie bijlage 8 bij de toelichting).

Uit de effectenbeoordeling in gebleken dat een groot deel van de voorgenomen plannen en ontwikkelingen op een dusdanige manier kunnen worden uitgevoerd, dat negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkómen, waardoor er van overtreding van de verbodsbepalingen in de Wnb geen sprake is. Vervolgens kunnen effecten worden beperkt door tijdig mitigerende maatregelen te treffen.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

85/116

Voor de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, das, hazelworm en ringslang worden naar verwachting verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Voor deze soorten dient daarom een ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden. Voor het verkrijgen van een ontheffing dienen maatregelen getroffen te worden die de effecten zoveel mogelijk beperken, de zogenoemde mitigerende maatregelen. In het onderzoek zijn de te nemen mitigerende maatregelen uitgebreid beschreven en hieronder ius het beknopt opgesomd per soortgroep. Bij een ontheffingsaanvraag moeten deze maatregelen verder geconcretiseerd worden met bijvoorbeeld exacte werkzaamheden, locatie van alternatieven, doorlooptijd et cetera. Dit wordt in het kader van een aan te vragen ontheffing vooraf vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. De ontheffing kan verleend worden omdat voldaan wordt aan de criteria van ‘geen andere bevredigende oplossing’, ‘een wettelijk belang’ en ‘geen verslechtering of afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort(en)’. Op basis van het voorgaande is aangetoond dat de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het Bestemmingsplan ‘Landgoed Paleis Soestdijk’ en de uitwerking daarvan in de voorgenomen plannen en ruimtelijke ontwikkelingen, niet in de weg staat. Mitigerende maatregelen Hieronder is ingegaan op de te treffen mitigerende maatregelen per soortengroep.

Vleermuizen Belangrijkste compenserende maatregelen: • Werken buiten de kwetsbare periode van vleermuizen (dus buiten de kraamperiode van mei tot en met juli en de winterperiode van november tot en met februari) en ‘natuurvrij’ maken van werkgebied • Aanbieden van vleermuiskasten als (tijdelijke) verblijfplaats tijdens de uitvoering • Het overal toepassen van vleermuisvriendelijke verlichting en strooilichtbeperkende armaturen • Het voorkómen van onbedoelde verlichting van de ringgracht (vliegroute) of paleisvijver (foerageergebied) zowel tijdens de aanleg- als de gebruiksfase De belangrijkste compenserende maatregelen: • Natuurinclusief bouwen en renoveren • Toepassen van vleermuisvriendelijke verlichting • Omvorming van het parkbos naar meer natuurlijke bostypen.

Grondgebonden zoogdieren De belangrijkste mitigerende maatregelen: • Natuurinclusief bouwen en renoveren • Werken buiten de kwetsbare periodes van das, boommarter en eekhoorn (in hoofdzaak de voortplantingsperiode) • Het markeren van de wissels en verblijfplaatsen van das De belangrijkste compenserende maatregelen: • Aanleg van twee nieuwe faunavoorzieningen onder de Amsterdamsestraatweg • Verbetering van de faunavoorziening onder de Biltseweg • Creëren van een aantal boombruggen onder meer over de gracht bij het Emmapark • Aanpassen hekwerken en rasters • Het ontwikkelen en beheren van een wildakker op één van de graslandpercelen in het Parkbos • Omvorming van het Parkbos naar meer natuurlijke bostypen Vogels • Werken buiten de kwetsbare periode broedperiode van vogels (de broedtijd loopt van maart tot en met augustus);

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

86/116

• Het zoveel mogelijk sparen van bomen en beplantingen, specifiek in de omgeving van de nestlocaties van sperwer en boomvalk; • Het aanbrengen van dichte takkenrillen en uitvoeren van beheermaatregelen gericht op het creëren van een dichte onderbegroeiing; • Het opstellen van een verlichtingsplan waarbij rekening wordt gehouden met aanwezige (vogel)soorten. Aanvullend zijn de volgende bovenwettelijke maatregelen opgenomen: • Omvorming van het Parkbos naar meer natuurlijke bostypen met behoud en aanplant van Naaldhoutopstanden • Ophangen van nestkasten Reptielen en amfibieën • Voorkómen van vestiging van dieren in het werkgebied tijdens de aanlegfase en wegvangen van dieren • Het aanbrengen van rasters en faunavoorzieningen bij het Alexanderkwartier en mogelijk bij de toegangswegen naar (grote) parkeervoorzieningen in het plangebied • Zorgvuldige locatiekeuze van de tijdelijke paviljoens en kunstobjecten ten aanzien van beschermde amfibieën en reptielen. Voor de evenementen zijn specifieke voorwaarden en maatregelen beschreven in het soortenonderzoek. Hier is in het plan rekening mee gehouden. Zie hiervoor paragraaf 3.6.9.

Ecologisch werkprotocol Om te voorkomen dat mitigerende maatregelen niet worden uitgevoerd en alsnog overtreding van de Wnb plaatsvindt, dient een ecologisch werkprotocol opgesteld te worden waarin onder andere de mitigerende maatregelen worden opgenomen en een logboek wordt bijgehouden. Zo kan bij controle door een handhaver bewezen worden dat binnen de kaders van de Wnb gewerkt wordt. Conclusie beschermde soorten toetsing en ontheffing Samengevat wordt in het onderzoek geconcludeerd dat voor gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, das, hazelworm en ringslang naar verwachting verbodsbepalingen uit de Wnb worden overtreden. Voor deze soorten dient daarom een ontheffing aangevraagd te worden. Deze ontheffing kan verleend worden omdat voldaan wordt aan de criteria van ‘geen andere bevredigende oplossing’, ‘een wettelijk belang’ en ‘geen verslechtering of afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort(en)’. Op basis van het voorgaande is aangetoond dat de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het Bestemmingsplan ‘Landgoed Paleis Soestdijk’ en de uitwerking daarvan in de voorgenomen plannen en ruimtelijke ontwikkelingen, niet in de weg staat. De regels ten aanzien van beschermde soorten geldt rechtstreeks en zelfstandig van het bestemmingsplan. Bij elke ingreep of activiteit dient rekening te worden gehouden met de regels uit de Wnb.

Door het soortenonderzoek en de effectanalyse zijn de randvoorwaarden vooraf bekend, zodat de verdere planvorming hier op kan inspelen. De verschillende mitigerende maatregelen en randvoorwaarden worden geborgd middels de ontheffingsaanvraag die nodig is voor de deelontwikkelingen (activiteitenplan, ecologisch werkprotocol). Dit proces van ontheffingsaanvraag zal in overleg met het bevoegd gezag plaatsvinden zodat inhoudelijke kwaliteit en volledigheid is gegarandeerd. Het borgen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan is alleen noodzakelijk wanneer de borging niet elders is geregeld. Daar komt bij dat de natuur niet statisch is en verschillende soorten zich kunnen verplaatsen en andere nestlocaties kunnen kiezen. Wanneer de bescherming in het bestemmingsplan wordt opgenomen, wordt geen rekening gehouden met deze dynamiek. Dit kan tot een situatie leiden waar specifieke maatregelen zijn opgenomen voor een plek terwijl de soort zich al heeft verplaatst naar een andere plek waar de maatregelen niet voor gelden. Daarom wordt ingezet op monitoring en het uitvoeren van actueel onderzoek op het

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

87/116

moment dat een deelontwikkeling en de ingrepen en activiteiten plaats vinden, zodat er van de meest actuele situatie uitgegaan kan worden. Dit wordt bij een ontheffingsaanvraag gecontroleerd door het bevoegd gezag (provincie Utrecht). 5.6.2.3 Houtopstanden In het kader van de realisatie van het project zullen bomen gekapt worden. De kap van bomen is gebonden aan wettelijke uitgangspunten. Er is lokale regelgeving voor de solitaire bomen (Bomenverordening Gemeente Baarn). En provinciale en landelijke wetgeving voor de bosgebieden, ofwel houtopstanden (Wet natuurbescherming, provinciaal Beleidskader natuur en landschap). In het plangebied zijn diverse bospercelen aangewezen als ‘oude boskern’ en/of ‘oude bosgroeiplaats’, zie afbeelding 38. Er is onderzoek gedaan naar de effecten op de solitaire bomen en de houtopstanden vanwege de ontwikkelingen die op het landgoed Paleis Soestdijk plaats gaan vinden. Het resultaat van het onderzoek is beschreven in de rapportage ‘Paleis Soestdijk: Onderzoek Houtopstanden’ van Boomtotaalzorg (i.s.m. Bosland Advies) van 8 juni 2021. Het rapport is opgenomen als bijlage 9 bij de toelichting. Hieronder is de conclusie overgenomen.

afbeelding 38: bosgroeiplaatsen en boskernen in en rond het plangebied (bron: Natuurvisie provincie Utrecht)

De oppervlakte van de te kappen houtopstanden en de bufferzone daar omheen is per deelgebied berekend en weergegeven in tabel 6. Voor het kappen van deze houtopstanden is een melding noodzakelijk bij de provincie Utrecht o.b.v. artikel 4.2 van de natuurbeschermingswet (bijlage 3). Een deel van deze houtopstanden (0,93 ha) ligt binnen de oude bosgroeiplaatsen (afbeelding 9). Binnen deelgebied 1B van het Alexanderkwartier, bij de Parade en de Paleistuin staan ook solitaire bomen of kleine groepen bomen die moeten worden gekapt. Het aantal bomen dat uiteindelijk zal moeten worden gekapt is afhankelijk van de werkwijze en de aandacht voor de

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

88/116

bomen. In een latere fase wordt daarom geadviseerd om een Bomen Effect Analyse (BEA) uit te laten voeren zodat duidelijk wordt wat de effecten zijn op de bestaande (solitaire bomen of groepen bomen). Het aantal te kappen bomen dat is berekend in onderliggend rapport is dan ook een worstcase aanname (maximum). Bij het kappen van individuele bomen met een omtrek groter dan 78 cm (gemeten op 130 cm hoogte) is een gemeentelijke omgevingsvergunning noodzakelijk. De procedure van een kapvergunning en de herplantplicht wordt beschreven in de bomenverordening van Baarn en is opgenomen in bijlage 3. Een besluit over het verlenen van een eventuele omgevingsvergunning en bijpassende opgelegde herplantplicht wordt vooraf niet gegeven. Uit een concrete aanvraag zal blijken of, en zo ja in welke mate, compensatie noodzakelijk is. Dit vereist dat precies wordt vastgesteld welke bomen het betreft. In de regel wordt een herplantplicht van 1 op 1 binnen het plangebied opgelegd. Indien bomen niet binnen het plangebied kunnen worden gecompenseerd kan een financiële herplantplicht (compensatiebedrag) worden opgelegd in het bomenfonds van de gemeente Baarn. De invulling van de herplant zal verder worden uitgewerkt in een inrichtingsplan van het Alexanderkwartier en in een restauratieplan van de Paleistuin en de Parade.

Hierin zal onder andere de aanplant van nieuwe bomen in een aan te leggen lanenstructuur binnen het plangebied worden beschreven.

Tabel 8: Compensatieberekening houtopstanden* Berekend o.b.v. huidig bestemmingsplan, de definitieve compensatie wordt bepaald door de provincie Utrecht aan de hand van het daadwerkelijk te kappen aantal bomen en bosperceel. ** Alleen vergunningsplichtige bomen zijn opgenomen. (De verwijzing naar afbeelding 9 in de tabel is afkomstig uit de rapportage, het gaat om afbeelding 39 hieronder)

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

89/116

afbeelding 39: Overzicht te kappen houtopstanden en solitaire bomen

Conclusie Voorafgaand aan de kap van de houtopstand buiten de bebouwde kom wordt melding gedaan bij gedeputeerde staten van de voorgenomen velling. Bij deze melding wordt tevens een compensatievoorstel ingediend. Voorafgaand aan de kap van de solitaire bomen wordt een kapvergunning aangevraagd bij de gemeente Baarn. In het kader van de concrete aanvraag kapvergunning wordt de daadwerkelijke omvang van de compensatie bepaald. De invulling van de herplant zal verder worden uitgewerkt in een inrichtingsplan van het Alexanderkwartier en in een restauratieplan van de Paleistuin en de Parade. Hierin zal onder andere de aanplant van nieuwe bomen in een aan te leggen lanenstructuur binnen het plangebied worden beschreven.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

90/116

5.7

Mobiliteit

5.7.1 Verkeersafwikkeling, bereikbaarheid en parkeren De effecten van de planontwikkeling zijn beoordeeld in het rapport ‘Mobiliteitsonderzoek Paleis Soestdijk’ (Goudappel Coffeng, 28 augustus 2019). Dit rapport is opgenomen als bijlage 9 bij de toelichting. Hieronder is de conclusie opgenomen. Het onderzoek is ingegaan op de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de toekomstige verkeerskundige situatie nadat het plan voor Soestdijk is gerealiseerd. Het studiegebied is getoond in afbeelding 40. De intensiteiten op de relevante wegen in het plan- en studiegebied zijn voor diverse planjaren met behulp van het verkeersmodel inzichtelijk gemaakt. Daarbij zijn de jaren 2019 (huidige situatie) en 2030 (referentiesituatie) en 2030 (plansituatie) gemodelleerd. De referentie- en plansituatie bevatten alle plannen (ruimtelijk en infrastructureel) waarover een besluit genomen is, maar waarvan de uitvoering nog niet gestart is. Deze plannen hebben een behoorlijke mate van zekerheid. Er is voor het jaar 2030 gekozen, omdat in bestemmingsplanprocedures het gebruikelijk is om altijd circa tien jaar vooruit te kijken.

afbeelding 40: studiegebied van het mobiliteitsonderzoek (bron: Goudappel Coffeng)

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

91/116

5.7.1.1 Huidige situatie en referentie situatie Verkeersveiligheid In afbeelding 41 is voor drie locaties het aantal ongevallen binnen het plangebied weergegeven voor de periode 2014-2018. Het gaat hier om de ongevallen op de Amsterdamsestraatweg tussen de N415 en de N234 en om de kruispunten N221 - N234 en N221 - N415. In totaal zijn 32 ongevallen geregistreerd binnen het plangebied, waarvan 8 ongevallen met letsel. Met deze aantallen zijn de drie locaties als veilig gedefinieerd vanuit verkeerskundig oogpunt. Dit blijkt ook uit de ‘Wegvak-onveiligheidslijst’ van de provincie Utrecht. Hier worden de wegvakken van provinciale wegen weergegeven waar meer dan 6 slachtofferongevallen hebben plaatsgevonden in het tijdvak 2012-2017. In totaal kent de provincie 29 onveilige wegvakken. Het wegvak N221 Amsterdamsestraatweg tussen de N415 en de N234 komt niet voor in deze lijst.

afbeelding 41: Ongevalsregistratie voor de N221 op het wegvak en de twee kruispunten tussen de N415 en de N234 in de periode 2014-2018 (bron: Goudappel Coffeng)

Verkeersafwikkeling Ten aanzien van de verkeersafwikkeling is in het onderzoek onderscheid gemaakt in de verkeersafwikkeling op wegvak- en kruispuntniveau. De verkeerscapaciteit van de wegvakken in het studiegebied van het mobiliteitsonderzoek is in de huidige situatie als ‘goed’ gekwalificeerd.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

92/116

De verkeersafwikkeling van het kruispunt N221 - Hilversumsestraatweg - Lt. Gen. van Heutszlaan is in de ochtend- en avondspits ‘redelijk/matig’ en in de weekendspits ‘goed’. De verkeersafwikkeling van het kruispunt N234 - Vredehofstraat - Praamgracht is in de ochtend- en weekendspits ‘goed’ en in de avondspits ‘redelijk/matig’. Wanneer wordt gekeken naar de referentiesituatie (2030, zonder planontwikkeling), dan valt op dat de verkeersafwikkeling van het kruispunt N221 - Hilversumsestraatweg - Lt. Gen. van Heutzlaan in de ochtend- en weekendspits in de referentiesituatie in 2030 ‘matig’ is en in de avondspits zelfs ‘slecht’. De cyclustijd in de avondspits bedraagt meer dan 120 seconden. De verkeersafwikkeling van het kruispunt N234 - Vredehofstraat - Praamgracht is in de referentiesituatie in de ochtendspits ‘goed’ en in de avond- en weekendspits ‘matig’. Vanwege het ontstaan van een knelpunt in de referentiesituatie is onderzocht of de beide kruispunten geoptimaliseerd kunnen worden. Er zijn configuratiemutaties mogelijk die de verkeersafwikkeling van de kruispunten kunnen verbeteren (zie mobiliteitsonderzoek). 5.7.1.2 Effecten planontwikkeling Verkeersafwikkeling Uit de berekeningen komt naar voren dat de bijdrage van de planontwikkeling maximaal 400 motorvoertuigen per wegvak in een spits betreft.

Relatief gezien is de bijdrage per wegvak tussen de 0 en 14% (zie ook afbeelding 42). De toenames van verkeer vinden voornamelijk plaats op de N221 en de N234. Op die wegen vindt een toename - ten opzichte van de autonome situatie in 2030 – van verkeer plaats van tussen de 100 tot maximaal 400 motorvoertuigen per wegvak per twee uur in twee richtingen. Daarnaast is er nog sprake van een lichte toename van verkeer op de N415/Hilversumsestraatweg in de weekendspits bij een planontwikkeling in 2030. De verkeersafwikkeling van de wegvakken is ook na de planontwikkeling als ‘goed’ te kwalificeren. De verkeersafwikkeling van de twee geregelde kruispunten zijn - ondanks de maatregelen in de referentiesituatie in 2030 hoofdzakelijk ‘redelijk/matig’ te kwalificeren.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

93/116

afbeelding 42: Intensiteiten per wegvak in de ochtend-, avonden weekendspits op een gemiddelde werkdag in plansituatie in 2030 inclusief planontwikkeling (eenheid: motorvoertuigen, twee richtingen); bron: VRU-model 3.4 (bron: Goudappel Coffeng)

Parkeren Voor de bezoekers die per auto naar Paleis Soestdijk komen, is het van belang dat er genoeg parkeercapaciteit is. In de huidige situatie is bij de Parade op P1 en P2 ruimte voor 100 auto’s. Op P3 (De Dries) is in de huidige situatie ruimte voor 230 auto’s. In totaal kunnen - als gevolg van deze plannen - in het plangebied 230 extra parkeerplekken gerealiseerd, verdeeld over P1, P2 en P3. Op P1 en P2 is na transformatie plaats voor circa 230 auto’s, op P3 (De Dries) is een verwachte capaciteit mogelijk van circa 330 plekken. Dit maakt dat de totale parkeercapaciteit in de toekomst maximaal 560 parkeerplaatsen bedraagt (afhankelijk van de exacte inrichting). Het betreft hier de permanente parkeerruimte, zonder de inzet van het overloopparkeerterrein dat maar 12 dagen per jaar benut kan worden. Het uitgangspunt is om bezoekers eerst bij P1 en P2 op te vangen, voordat ze naar P3 doorverwezen worden.

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

94/116

De planontwikkeling van het paleis kent een divers aanbod aan functies en daarom een divers beeld van het aantal geparkeerde auto’s gedurende de dag. Om het maatgevende moment te bepalen, is een parkeerbalans opgesteld. De parkeerbalans geeft het aantal benodigde parkeerplekken per uur weer. Hieruit komt naar voren dat het maatgevende moment voor parkeren zaterdagmiddag 14.00 uur is. Het aantal benodigde parkeerplaatsen (vraag) ligt dan op maximaal 557, terwijl het aanbod circa 560 parkeerplaatsen is. Dit betekent dat de maximale parkeervraag op het maatgevende moment binnen het plangebied op P1, P2 en P3 op te vangen zal zijn. Dit gaat om de reguliere situaties, niet om de parkeerbehoefte bij een evenement. De parkeerbehoefte bij evenementen is beschreven in paragraaf 5.7.2. Het parkeren voor de bewoners van het nieuwe Alexanderkwartier wordt opgelost binnen de grenzen van de woonbuurt. Hiervoor gelden de gemeentelijke parkeernormen. Openbaar vervoer en fiets In de plansituatie wordt uitgegaan van de huidige lijnvoering en frequentie van het busnet rondom Paleis Soestdijk. Deze lijnvoering en frequenties zijn gebaseerd op een vraaggericht voorzieningenniveau. De verwachting is dat met de planontwikkeling van het paleis de huidige frequentie voldoende ruimte biedt voor de mogelijke groei in reizigers.

Dit is gebaseerd op recente bezettingscijfers van de provincie Utrecht, de inschatting van het extra aantal OV-reizigers en (vergelijkbare) ervaringen elders in de provincie. De vervoersvraag zal in de loop der jaren kunnen veranderen. Van de concessiehouder wordt verwacht dat hij het vervoersaanbod richt op de vraag. Er wordt tenslotte niet uitgegaan van wijzigingen in de fietsinfrastructuur ten opzichte van de huidige situatie. 5.7.1.3 Oplossingsrichtingen In het mobiliteitsonderzoek is ingegaan op verschillende mogelijkheden om de ontsluiting van het paleis te verbeteren. Er zijn diverse verkeerskundige oplossingsrichtingen verkend om tot een goede ontsluitingsstructuur van de planontwikkeling te komen. Daarbij is onder meer geconstateerd dat de N221 een 2x2-profiel dient te behouden, omdat een 2x1-profiel zal zorgen voor congestie. De oplossingsrichtingen zijn hierna gecategoriseerd in drie principes die weer diverse subvarianten kennen. De varianten zijn beoordeeld op de aspecten doorstroming voor auto, openbaar vervoer, fiets, verkeersveiligheid, civieltechnische haalbaarheid, projectkosten en ontsluiting van het paleis. Uit deze analyse komen de varianten 2C en 3C verkeerskundig als voorkeursmodel naar voren. De varianten verschillen verkeerskundig minimaal. Schematisch zijn de varianten in afbeelding 43 weergegeven (het noorden is links).

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

95/116

Variant 2C:

Variant 3C:

afbeelding 43: Principe inrichtingsvarianten (bron: Goudappel Coffeng)

Bij variant 2C wordt uitgegaan van de realisatie van een (ei)rotonde voor de ontsluiting van de woningen van het Alexanderkwartier en het paleis. Daarnaast wordt in deze variant uitgegaan van een ongelijkvloerse oversteek van voetgangers (door middel van een brug of tunnel) tussen de Parade en het paleis. Bij variant 3C wordt eveneens uitgegaan van realisatie van een (ei)rotonde, maar wordt daarnaast voor het doorgaande autoverkeer (op de N221) uitgegaan van een ongelijkvloerse oplossing (tunnel). De verkeerskundige voordelen van deze varianten zijn: • De doorstroming van de auto en het OV zijn in deze varianten optimaal, doordat ‘slechts’ één nieuw kruispunt in het studiegebied wordt toegevoegd. • De oversteek voor voetgangers tussen P1/P2 en het paleis geschiedt ongelijkvloers. Dat is veilig. • Beide varianten zijn - op basis van een eerste quickscan - civieltechnisch niet onmogelijk en logisch voor toekomstige bezoekers van/naar het paleis. De civieltechnische uitwerking van variant 3C is in een later stadium zeker noodzakelijk. • De kosten van variant 2C zijn (fors) lager dan die van variant 3C. De verkeerskundige voorkeur is dan ook om in ieder geval de varianten 2C en 3C verder te verkennen en uit te werken. Voordat dit mogelijk is, dient wel eerst een integrale afweging te worden gemaakt. In die integrale afweging spelen ook andere disciplines een rol.

Denk daarbij aan onder andere cultuurhistorie, ruimtelijke consequenties, stedenbouwkundige en landschappelijke consequenties, kosten, effecten milieu (geluidshinder, luchtkwaliteit) en civieltechnische aspecten. Na die integrale afweging dient de ‘integrale’ voorkeursvariant verder uitgewerkt te worden. 5.7.1.4 Inrichtingsvoorstel maatvast ontwerp Amsterdamsestraatweg In de verkeerskundige voorkeursvariant 2C uit het 'mobiliteitsonderzoek Paleis Soestdijk' is uitgegaan van een rotonde om de woningen van het Alexanderkwartier, het Paleis en de Parade te ontsluiten. De keuze om destijds te kiezen voor een rotonde is dat de provincie het beleid

Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, Ontwerp

96/116

hanteert: ‘rotonde tenzij’. Een rotonde heeft echter een forse ruimtelijke impact. De effecten op natuur en cultuurhistorie waren destijds niet meegenomen. Voor het ontwerpbestemmingsplan is een integraal onderzoek gedaan om te komen tot een maatvast ontwerp voor de Amsterdamsestraatweg met de ontsluiting van Paleis Soestdijk en het Alexanderkwartier. In dit integrale onderzoek zijn uitgangspunten geformuleerd vanuit mobiliteit, natuur, cultuurhistorie. Aan de hand hiervan zijn voor alle vraagstukken (bouwstenen) varianten getoetst. Dit heeft geleidt tot twee inrichtingsvoorstellen die naast elkaar zijn beoordeeld.

afbeelding 44: Ontwerpvariant 1: twee kruispunten (bron: Maatvast ontwerp Amsterdamsestraatweg, 15 januari 2021, West8 + Goudappel Coffeng)

De keuze is gemaakt voor ontwerpvariant 1, bestaande uit twee kruispunten (zie afbeelding 44). In deze ontwerpvariant wordt voor de nieuwe ontwikkelingen van het Paleis uitgegaan van het toevoegen van twee geregelde kruispunten op de Amsterdamsestraatweg. Eén geregeld kruispunt dient het Alexanderkwartier te ontsluiten en één geregeld kruispunt is voor de ontsluiting van het Paleis en de Parade. Bij dit laatste kruispunt wordt ook voorzien in een gelijkvloerse oversteek. Dit laatst genoemde kruispunt komt daarmee binnen de bebouwde kom van Baarn te liggen. Daarnaast zal de bestaande vluchtstrook op de Amsterdamsestraatweg worden opgeheven en voor 'groen' wordt vervangen. Het onderzoek voor het maatvast ontwerp is opgenomen als bijlage 12 bij de toelichting. Uit de verkeerskundige toets komt naar voren dat de twee geregelde kruispunten het verkeer goed kunnen verwerken. Het openbaar vervoer en fietsverkeer ondervinden een minimale vertraging door het toevoegen van de twee nieuwe kruispunten. De extra reistijd voor het autoverkeer van Soest naar de A1 bedraagt hier tussen de 0 en 1.5 minuut. De nieuwe inrichting zorgt niet voor verkeersonveilige situaties, mede door het achterwege laten van een gelijkvloerse oversteek ter hoogte van het Alexanderkwartier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10409073/1