260211 Verslag Oordeelsvorming in de raadscommissie 11 februari 2026
Tekst van het document
De heer VAN DEN BERG constateert dat er een aantal debatpunten zijn die meer gaan over de kaders voor de procedure die nu al is doorlopen. Daar moet de voorzitter streng op zijn omdat hij in zijn inleiding duidelijk de kaders voor de discussie heeft gegeven. De VOORZITTER zegt dat het geldt voor alle onderwerpen want hij heeft tijdens de inleiding expliciet de kaders aangegeven waar het over wonen en woningbouw ging en toen bleek tijdens de informatieavond dat de discussie heel erg werd verbreed. De 2 debatpunten zullen beknopt worden gehouden. Mevrouw DEURLOO vindt dat de vinger aan de pols moet worden gehouden en dat de methode van raadsrapporteurs hiervoor zou kunnen worden gebruikt. Hoe denkt de raad hierover? De heer VAN WIJK zegt dat het niet gepast is om de jaarrekening te vragen van een privaat bedrijf en een private stichting maar als ze dat willen doen kan het natuurlijk. De heer VAN DER LINDEN stelt dat als er een jaarrekening is deze gedeponeerd zal worden bij de Kamer van Koophandel en dan kan de raad bekijken wat er aan de hand is. Als ze nu niet betalen is het probleem opgelost. Mevrouw STRUIJK vraagt of de raad een dergelijke gedetailleerde controle moet doen. De onderneming moet laten zien dat ze het kan betalen. De raad moet sturen op kaders en toezien dat de verhuur goed gaat.
De heer SCHOUTEN vindt dit ook onwenselijk want het gaat om een private overeenkomst. Er wordt een commerciële huur gevraagd. De heer JONKERS is van mening dat als de raad al dit soort instanties moet gaan controleren de volgende raad het ongelooflijk druk gaat krijgen. Bij de Kamer van Koophandel kan wat informatie worden gezien en verder moet de partij zich houden aan de voorwaarden in de huurovereenkomst. 19
Mevrouw DEURLOO memoreert dat de raad het kader heeft meegegeven dat er bereidheid moet zijn om na 5 jaar te kijken of er mogelijk sprake kan zijn van een huurverhoging. Een stichting heeft echter geen winstoogmerk. De heer VAN WIJK legt uit dat een stichting geen winstoogmerk hoeft te hebben maar ze mag die wel hebben. De kosten moeten gewoon worden betaald maar dat geldt voor elke entiteit. Er zal een huurovereenkomst komen met een indexering en dat groeit dus elk jaar door naar een hogere huur. Na 5 jaar kan worden overlegd, als de huurovereenkomst is afgelopen, of een nieuwe huur moet worden afgesproken. De heer JONKERS gaat ervan uit dat wordt gesproken over een huurovereenkomst waarbij de huurpenningen voor een deel afhankelijk worden gemaakt van de gemaakte omzet en dit is aan het college om te overwegen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 10. Peiling Zienswijze Provinciale omgevingsvisie en UPLG De VOORZITTER meldt dat een peiling niet doorgaat naar de raadsvergadering want er is geen raadsbesluit vereist. Het college biedt dit aan de raad aan omdat zij vragen heeft over dit onderwerp. De raad wordt gevraagd om zich uit te spreken over de punten uit de concept zienswijze.
Dat betreft 6 punten, namelijk natuurherstel, juridische borging, landbouwperspectief, waterveiligheid, behoud van buitenplaatsen en beleidscoherentie. Ook wordt aan de raad gevraagd of er meer punten zijn die in de zienswijze opgenomen zouden moeten worden. De heer GENUIT is blij met het UPLG want dit plan is een noodzakelijke stap om een einde te maken aan de huidige impasse in het landelijk gebied waar natuurherstel achterblijft, vergunningverlening stilvalt en ondernemers nauwelijks vooruit kunnen. Natuurherstel is een voorwaarde voor vitaliteit. In de argumentatie van het college staat het nog sterker geformuleerd, namelijk dat ook over natuurverbetering wordt gesproken en dat houdt in meer ruimte maken voor natuur en voor natuurontwikkeling, uitbreiding van bestaande natuurgebieden en nieuwe verbindingen leggen tussen bestaande natuurgebieden. De omgevingsverordening van de provincie Utrecht bevat een instructieregel, uitzondering verstedelijkingsverbod historische buitenplaatszone en militair erfgoed. Dat maakt maatwerk nu al mogelijk. Dit deel van de zienswijze van het college is dus overbodig tenzij het zo moet worden gelezen dat het college hier pleit voor een versoepeling van de strenge voorwaarden die de provincie stelt bij de huidige uitzonderingsbepaling en daar heeft GroenLinks, net zoals de Contactcommissie Lage Vuursche, grote bedenkingen.
De fractie heeft geen bezwaar tegen het opheffen van mogelijke conflicten in de regelgeving of tegen een eenduidige uitleg van provinciale beleidskaders en de relaties tussen deze beleidskaders. Mevrouw HOOGERWERF vraagt of debatpunten mogen worden ingebracht. De VOORZITTER zegt dat dit niet de bedoeling is omdat dit een peiling is van het college waarbij het niet nodig is dat de raadsleden tot overeenstemming komen. Mevrouw HOOGERWERF hoopt dat met het nieuwe UPLG het verleden achter ons wordt gelaten waarin we nog wel eens vastliepen. De zienswijzen van het college, nummer 1 tot en met 4 en 6 kunnen worden onderschreven maar met de zienswijze onder 5 kan de fractie niet zo goed leven. 20
Extra stedelijke elementen in de bossen van Lage Vuursche zijn volledig in strijd met allerlei doelen en kaders die al van toepassing zijn en zijn afgesproken. 50PLUS is tegen extra horeca en andere gebouwen die het karakter van het bos afbreken en er een soort pretpark van maken. Investeringen in gezonde natuur mogen niet worden afgewenteld op particulieren landgoedeigenaren die als ondernemers merken dat het steeds lastiger wordt om voor de bossen te zorgen. Als de overheid vraagt aan landgoedeigenaren om op andere manieren geld binnen te halen om dat toch te kunnen betalen toont de overheid zich zeer hardleers want de problemen met boeren laten zien dat zaken afwentelen op ondernemers een doodlopende weg is. Jong en oud moeten niet alleen vandaag maar ook morgen toegang hebben tot gezonde natuur zonder dat dit al te veel geld hoeft te kosten en het liefst geen geld. Er moet alles op alles worden gezet om van Lage Vuursche een gezond en robuust natuur/recreatiegebied te maken waarbij alle partijen die daarbij kunnen helpen meedoen, inclusief inwoners, recreanten en natuurorganisaties. Dat vraagt een gebiedsproces waar de provincie zelf ook van de partij is. Met de laatste stukjes bos in Nederland moet het anders worden gedaan met Lage Vuursche als experimenteergebied en maatwerk schijnt ook te kunnen.
De provincie moet een stap voorwaarts zetten om een goed gebiedsproces te regisseren. Wil de wethouder een reactie geven op de brief van de Contactcommissie en op de bezwaren ten aanzien van punt 5 en een deel wat is voorgelezen gaat over punt 6. Mevrouw BRUIJSTENS vindt het een wijs besluit van het college dat de raad over deze onderwerpen ook zijn mening mag geven en dat inwoners die zich betrokken voelen de gelegenheid krijgen om zich hierover uit te spreken. Natuurherstel is eigenlijk het startpunt en de randvoorwaarde voor vitaliteit van de gemeente. De zienswijze doet recht aan de positie en de zorgen van de agrariërs en pioniers als het gaat om de omslag naar natuurinclusief werken. Ook terecht is de betrokkenheid van het college bij de positie van de landgoedeigenaren en de roep om financiële ondersteuning voor natuurbeheer maar de fractie maakt zich wel zorgen over de oproep aan Gedeputeerde Staten om verstedelijking op beperkte schaal makkelijker te maken. De gemeente mag niet voor de situatie komen te staan na 10 jaar terugkijken van hoe is het mogelijk geweest dat al deze activiteiten en bouwwerken mogelijk zijn gemaakt.
In de afgelopen jaren is er een klimbos gekomen, 2 theehuizen, de uitbreiding van een bestaand theehuis, hondenuitlaatplekken, een uitvaartcentrum, de Trotsmarkt, Paleis Soestdijk is ontwaakt uit haar winterslaap, stiltegebieden zijn verdwenen, de Lage Vuursche is mountainbike knooppunt van Nederland geworden inclusief eigen wasstraat en er zijn verkeersregelaars in de bossen gekomen. Nog meer van hetzelfde toevoegen is niet de weg vooruit. Eerst moet worden geprobeerd om betaald parkeren in te voeren om inkomsten te genereren en de huidige drukte te reguleren. Tot slot verzoekt zei de wethouder om een reactie op de brief van de Contactcommissie waarin staat dat het omzeilen van de meerwaarderegeling niet de bedoeling kan en mag zijn. De heer SCHOUTEN zegt dat natuurherstel noodzakelijk is om vergunningverlening weer op gang te krijgen maar maatregelen moeten gebiedsspecifiek en proportioneel zijn. Generieke toepassingen zonder maatwerk werken hier onvoldoende. Rechtszekerheid is een harde randvoorwaarde. Zonder houdbaar en uitvoerbaar beleid blijven investeringen uit en blijft de huidige stagnatie bestaan. Wat betreft landbouwperspectief moet er een betere balans komen tussen transitie en zekerheid want in Baarn vervullen agrariërs een aantoonbare rol als beheerders van landschap en natuur, onder meer in de weidevogelgebieden. Voorlopers mogen niet onevenredig worden geraakt.
Wat betreft waterveiligheid is aanvullend hydrologisch onderzoek noodzakelijk voordat peilverhogingen met mogelijke gevolgen voor bebouwing en landbouw worden doorgevoerd. Duurzaam erfgoedbeheer vraagt om financiële ondersteuning en ruimtelijk maatwerk. Wat betreft beleidscoherentie: tegenstrijdige kaders tussen natuur, waterenergie en ruimte maken lokale uitvoering moeilijk. Meer samenhang en duidelijkheid is nodig. 21
De provinciale ambities mogen niet uitmonden in de situatie waarin feitelijk wordt bepaald wat Baarn lokaal kan, mag en moet doen. Ruimte voor maatwerk, uitvoerbaarheid en rechtszekerheid moeten behouden blijven. De huidige uitwerking van de doelen op het landelijk gebied schiet op onderdelen tekort, met name op rechtszekerheid, uitvoerbaarheid en proportionaliteit. Hiervoor wordt een motie voorbereid. De heer VAN WIJK wil aandacht voor de inbreng van de Baarnse insprekers. Met name de beoogde stijging van het grondwaterpeil leidt tot substantieel mindere grondopbrengst per hectare grond van de boeren. Het college moet deze zorgen zeker meenemen in de zienswijze. Daarnaast onderschrijft het CDA de kritische opmerkingen van de raad over zaken de Lage Vuursche betreffende. De heer KORKMAZ vindt natuurherstel belangrijk maar betwijfelt of dit de oplossing is voor sneller bouwen. De boeren doen elke dag hun best om de natuur goed over te dragen aan volgende generaties maar de overheid legt vaak beperkingen op die dit moeilijk maakt. Het zou geweldig zijn als alle ondernemers duidelijkheid en zekerheid krijgen om weer te investeren. Op dit moment is er voor veel boeren geen gezond bedrijfsmodel en daarom stopte bijna 40% daarvan. De VVD ziet de problemen met beheerders van landgoederen. De kosten zijn hoog terwijl veel mensen genieten van de buitenplaatsen. Dat mag iets kosten.
Mevrouw STRUIJK zegt dat het een goede zaak is dat vanuit natuurherstel wordt geredeneerd gezien de staat van de natuur. Daarnaast is versneld natuurherstel noodzakelijk om vergunningverlening woningbouw en duurzame economische ontwikkeling weer mogelijk te maken. Ecologie en economie versterken elkaar. Natuurherstel moet wel gebiedsgericht en meten en monitoren van stikstof en waterkwaliteit zijn essentieel zodat maatregelen aantoonbaar effectief zijn en juridisch standhouden. Er wordt te veel naar modellen gekeken en te weinig naar concrete metingen maar tegelijkertijd zijn die modellen nog nodig om de te verwachten effecten van vergunningverlening te kunnen beoordelen. Daarom dient in de zienswijze een oproep aan de provincie te worden opgenomen dat ervoor moet worden gezorgd dat de modellen transparant zijn met bandbreedtes en dat er ruimte is voor correcties op basis van concrete metingen. De veranderingen die aan de boeren worden gevraagd moeten een reëel toekomstperspectief geven inclusief langjarig financieel beleid. Vertrouwen alleen is onvoldoende. Juist omdat eerdere trajecten zijn vastgelopen moet de provincie nu zorgen voor financiële zekerheid op de lange termijn. Vorige week werd duidelijk wat de effecten zijn van het verhogen van de waterstand in de polder op bijvoorbeeld weidevogels en de omzet van de boeren.
Juist daarom dient er ruimte te zijn voor de eerdergenoemde gebiedsgerichte oplossingen. De door het college voorgestelde combinatie van financiële ondersteuning en het creëren van kostendragers voor het beheer van de buitenplaatsen steunt D66 volmondig. Wellicht zijn er mogelijkheden voor lokale subsidie aan landgoedeigenaren. Beleid faalt als provinciale kaders elkaar tegenspreken. In de bijgevoegde MER is een robuustheidstoets opgenomen die die tegenstrijdigheden opnoemt. De provincie moet deze toets ook voor de verschillende deelgebieden zoals Eemland en de Utrechtse Heuvelrug maken. Dat kan dan structureel worden meegenomen in de besprekingen tussen gemeenten en provincie. Vorige week werd gehoord dat het definitieve plan een inspreker deed schrikken en dat onderstreept het belang van echte participatie, namelijk als gezamenlijk ontwerpproces. Boeren, natuurorganisaties, lokale bestuurders en inwoners moeten vanaf het begin structureel betrokken zijn bij gebiedsprocessen. Hun praktijkkennis is onmisbaar om tegenstrijdige doelen te herkennen en tot werkbare oplossingen te komen. Dat is een voorwaarde voor goed en uitvoerbaar beleid. Het goed meenemen van lokale bestuurders is ook essentieel want alleen dan kan dit samen met ondernemers en inwoners worden opgepakt.
22
Mevrouw KOENDERS hoort vanuit de agrariërs in Eemland dat natuur en landbouw al jarenlang samengaan en uit Lage Vuursche dat natuur en bos juist kwetsbaar zijn en beschermd moeten worden. Er moet worden gestopt met generieke oplossingen en natuurherstel moet plaatsvinden waar het echt nodig is, gebaseerd op lokale metingen en gebiedskennis en niet omdat modellen ruimte moeten creëren voor andere ontwikkelingen. Natuurherstel mag niet leiden tot extra druk op goed functionerende landbouw of tot extra recreatiedruk op kwetsbare bossen. Eerst meten, dan sturen voor bescherming agrarisch cultuurlandschap en kwetsbaar bos. Van agrariërs en inwoners wordt gehoord dat er een groot gebrek aan vertrouwen is in de juridische houdbaarheid van de plannen. Daarnaast bestaan juridische grenzen en als wordt geprobeerd om die te omzeilen loopt de overheid vast bij de Raad van State. De provincie moet eerst aantonen dat maatregelen juridisch houdbaar zijn en financieel structureel gedragen worden, niet alleen voor een projectperiode. Geen beleid dat NNN of andere kaders ondergraaft, structurele financiering in plaats van tijdelijke potjes, eerst zekerheid en dan verplichtingen. Boeren in Eemland werken al extensief en combineren vaak natuurbeheer met hun bedrijf.
Tegelijkertijd worden zij geconfronteerd met een stapeling van opgaven zoals minder dieren, meer natuur, ruimte voor energie en klimaatmaatregelen. Voedselproductie en voedselzekerheid dienen expliciet als publiek belang te worden erkend en koplopers mogen niet de rekening betalen voor systeemproblemen elders. Daarnaast moet worden voorkomen dat landbouwgrond stukje bij beetje verdwijnt vanwege concurrerende claims vanuit energie, recreatie of nieuwe functies. Peilverhogingen zijn op papier misschien klimaatmaatregelen maar in werkelijkheid leidt het tot natte percelen, later beweiden, conflict met weidevogels of zelfs hogere methaanuitstoot. Dat laat zien wat er misgaat als beleid alleen op modellen wordt gebaseerd. Maatregelen moeten eerst in de praktijk worden getoetst, samen met lokale boeren en bewoners. Geen peilverhoging zonder aantoonbare veiligheid voor landbouw, natuur en woningen. Dus een praktijktoets met agrariërs verplichten, effecten op weidevogels en biodiversiteit meenemen en geen maatregelen zonder lokale instemming en schadegaranties. VoorBaarn steunt financiële ondersteuning voor natuurbeheer op landgoederen maar deelt de zorgen in Lage Vuursche dat verstedelijking in NNN-gebied juridisch kwetsbaar is en kan leiden tot sluipende aantasting van het schaarse bos.
Nieuwe horeca of verblijfsrecreatie trekt nieuwe bezoekers aan en zet de natuur verder onder druk. Daarom dient de zienswijze te worden aangepast: geen versoepeling van NNN-bescherming, geen nieuwe verstedelijking als standaard kostendrager, welke financiële ondersteuning vanuit overheidsgelden. Van agrariërs en bewoners uit Lage Vuursche wordt gehoord dat provinciaal beleid elkaar tegenspreekt. Koeien moeten buiten maar waterpeilen worden verhoogd waardoor dat moeilijker wordt. Natuur beschermen maar recreatie en nieuwe functies worden opengezet in bosgebieden. We willen extensieve landbouw maar leggen tegelijkertijd ruimteclaims voor energie en natuur op dezelfde grond. De provincie moet eerst keuzes maken en prioriteiten stellen. Dus een duidelijke ruimtelijke prioritering en geen conflicterende claims op dezelfde gronden en lokale uitvoerbaarheid als toetssteen. Wethouder EIJBAARD wijst erop dat er op dit moment geen juridische basis is en niks mogelijk is. Als niets anders wordt gedaan blijft het zo dat geen vergunningen kunnen worden verleend. Als voor elk klein gebiedje aparte regels worden gemaakt wordt de juridische borging nog veel ingewikkelder wat dat betekent veel meer rechtszaken voeren en daarmee gaat het nog langer duren. Het is wel goed om soms uit modellen te komen en om te meten.
De provincie doet dat ook op sommige locaties en het verdient aanbeveling om dat nog veel meer te gaan doen. De raad heeft het handelingsperspectief vastgesteld en er liggen heel veel ruimtevragen. Dan is mooi dat in de eigen omgevingsvisie kan worden bepaald waar wel of geen ruimte aan wordt gegeven. Daar blijft de gemeente in hoofdlijnen zelf aan zet. Wat betreft waterveiligheid heeft het college ook zorgen over de onzekerheid die daarin zit en dat eerst verder moet worden gekeken. De provincie 23
doet dat ook. Koplopers hebben stappen gezet in de bescherming van weidevogelgebieden maar het kan leiden tot teruggang in die stappen en dat leidt tot minder natuurbeheer dan gewenst. De provincie wil dat ook niet en daarom zal in de gebiedsgerichte aanpak in de komende tijd moeten blijken wat dat betekent. De provincie erkent dat buitenplaatsen en landgoederen financieel zwaar onder druk staan. Niet alleen door de stijgende beheer- en onderhoudskosten maar er is ook sprake van lagere inkomsten en zeker voor particuliere grondeigenaren zijn er ook veranderende fiscale regels. In Baarn gaat het bij de particuliere grondeigenaren voornamelijk om het NNN-gebied en daar is een nieuw verdienmodel vrijwel onmogelijk. Zo ontstaat een soort van paradox want aan de ene kant vindt iedereen dat het van belang is om die landgoederen de mogelijkheid te geven om kostendragers te krijgen maar de regelgeving die er nu ligt en nu voorligt wordt steeds strenger en uitzonderingsregels zijn eigenlijk niet mogelijk. In de praktijk wordt gezien dat wanneer wordt gesproken met landgoedeigenaren over wat mogelijk is en de ideeën die zij hebben, dat de regels elkaar tegenspreken en dat er eigenlijk geen ruimte is, ook niet voor maatwerk. Daarom hebben de landgoedeigenaren in de huidige praktijk geen perspectief om hun landgoed op een duurzame manier in stand te houden.
Het zou mooi zijn als met elkaar en met de provincie andere oplossingen worden gevonden in subsidies of andere middelen om de duurzame instandhouding te regelen. Daarvan kan betaald parkeren er een zijn maar dan moet ook met elkaar die ruimte worden gegeven als die vraag voorligt of de gemeente moet daarvoor financiële mogelijkheden bieden in de eigen begroting om subsidie te geven. Dat is er op dit moment niet en vandaar dat de oproep ook is gedaan. Naar aanleiding van de discussie bekijkt het college of hier iets mee gedaan moet worden maar als deze mogelijkheid niet wordt geboden dient bij de perspectiefnota het gesprek met elkaar te worden gevoerd of financiële middelen uit de gemeentelijke begroting beschikbaar moeten worden gesteld om landgoedeigenaren op een andere manier te compenseren. Met de huidige regelgeving blijven landgoedeigenaren klem zitten tussen tegenstrijdige regelgeving. Mevrouw HOOGERWERF constateert een realistisch dreigend toekomstbeeld in het betoog van de wethouder. De gemeente moet zich door de provincie niet in een hoek laten drukken zodat met de gemeentelijke begroting een probleem moet worden opgelost wat elders veroorzaakt wordt. De provincie moet in beweging komen en wat anders verzinnen.
Mevrouw KOENDERS begrijpt dat de wethouder constateert dat op de meeste peilpunten overeenstemming is behalve bij buitenplaatsen maar dat geldt niet voor VoorBaarn. De aanvulling van D66 over participatie is een hele terechte aanvulling en dat zou moeten worden toegevoegd aan de zienswijze. Wethouder EIJBAARD is van mening dat de participatie goed is geregeld. Dat heeft in het voortraject op vele manieren plaatsgevonden. Belangrijk is dat mensen niet worden verrast met nieuwe dingen in de laatste versie. Dat is belangrijk als je met elkaar werkt aan de toekomst van het landelijk gebied, dat je elkaar niet verrast. Daarover zal een inleidende zin in de zienswijze worden opgenomen. Wat betreft punt 5. Als het college zou besluiten om de zienswijze zo aan te passen dat het maatwerk eruit wordt gehaald, dan zal in de perspectiefnota een voorstel worden gedaan om financieel iets te doen want die rekening kun je niet alleen bij de provincie neerleggen. De eigen inwoners genieten van de gratis natuur die door landgoedeigenaren en terrein beherende organisaties vanuit hun portemonnee wordt betaald. Dan wordt graag met elkaar het gesprek aangegaan bij de perspectiefnota hoe dat moet worden gedaan. De definitieve zienswijze zal met de raad worden gedeeld via een collegebericht en dan wordt ook aangegeven hoe het college hiermee wil omgaan.
24
De VOORZITTER geeft aan dat waarschijnlijk 2 mensen van de VVD vanavond voor het laatst zijn omdat zij bij de aanstaande raadsvergadering niet aanwezig zijn. Dat geldt voor de heer Stolk na vele jaren trouwe dienst als raadslid en steunfractielid en ook mevrouw Oortman Gerlings is er over 2 weken niet. Spreker bedankt beiden voor de plezierige samenwerking in de afgelopen jaren. (applaus) |L. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om
23.10 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” van 6 mei 2026. De griffier,
De voorzitter,
25