260211 Verslag Oordeelsvorming in de raadscommissie 11 februari 2026
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 11 februari 2026 in de raadszaal van het gemeentehuis
Voorzitter:
de heer H.J. van Hardeveld
Griffier:
de heer D.E. Bulthuis (wnd)
Aanwezig:
de heer A. van den Berg (GL), de heer J.J.G. Bosman (GL), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer M.J.P.M. van der Donk (CDA), de heer W.J.L. Genuit (GL), mevrouw G. Haverkamp (D66), mevrouw E.C. Hoogerwerf (50PLUS), mevrouw E.M. Jacobson (50PLUS), de heer J.M. Jonkers (VVD), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer M.R. Korkmaz (VVD), de heer C. Krimp (CDA), de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw A.M. Martens (VVD), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD, de heer A.P. van der Padt (VD), de heer M.R.N. Schouten (Lijst Schouten), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), de heer A.R. Stolk (VVD), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66), de heer R. van Wijk (CDA) en de heer D.C. Windeij (GL)
Overige aanwezigen:
de heer M. Eijbaard (wethouder), jhr. M.A. Röell (burgemeester), de heer H.B. Prakke (wethouder), de heer S. de Vries (wethouder) en de heer M.R. Veldhuizen (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. De agendapunten 12 tot en met 21 gaan direct als hamerstuk naar de raadsvergadering van 25 februari aanstaande. Mevrouw HOOGERWERF meldt dat agendapunt 6 ook als hamerstuk naar de raadsvergadering zou kunnen. De heer RÖELL merkt op dat mevrouw Struijk-Cramer nog een vraag had gesteld over de APV omdat er ergens stond ‘tot’ en dat vond zij een vreemde formulering. Dit moet inderdaad ‘tot en met’ zijn en voor de aanstaande besluitvormende raadsvergadering komt er een nieuwe versie. De VOORZITTER constateert dat de agenda met inachtneming van bovenstaande gewijzigd wordt vastgesteld. 2. Vaststellen verslag van Oordeelsvorming in de raadscommissie van 21 januari 2026 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
1
3. Rekenkameronderzoek ‘Woon- en Woningbouwbeleid’ (1445598) De heer VAN DER PADT zegt dat er een volkshuisvestingsplan ligt en daar heeft de raad bij aangegeven welke projecten en soort woningen voorrang zouden moeten hebben maar dan geeft wethouder Veldhuizen bij elk voorstel aan dat hij daarvoor de ambtenaren niet heeft en dit langdurige procedures en bezwaarschriften met zich meebrengt. Dat lijkt bijna op een vicieuze cirkel. Helaas brengt het rekenkameronderzoek geen nieuws onder de zon, behalve dat er beter en meer gemonitord moet worden. Pas als er minder regels, bezwaarmogelijkheden, not-in-my-backyard en meer bouwlocaties, verdichting en optopping komen kan er vaart worden gemaakt in Baarn. De VVD is geen voorstander van actieve grondpolitiek want daar is Baarn te klein voor en daarvoor zijn er eigenlijk geen plekken meer. Denkt het college dat het ooit haalbaar wordt op termijn het streven van 30% sociale huurwoningen en 40% sociale betaalbare bouw? De heer BOSMAN constateert dat de uitdaging duidelijk is, namelijk zorgen voor meer betaalbare woningen. De instrumenten hiervoor zijn aanwezig maar het gaat toch te langzaam, deels door de erfenis van oudere woonvisies die te weinig oog houden voor wat werkelijk nodig was maar ook omdat in Baarn sowieso weinig ruimte is om flinke klappen te maken.
Wat betreft aanbeveling 1 liet de portefeuillehouder vorige week weten dat de voormalige directeur van Omthuis had gezegd dat hij geen ruimte meer had om meer betaalbare woningen te bouwen terwijl de rekenkamer stelt dat er bij de corporatie voldoende investeringsruimte is en ook op zoek is naar nieuwe mogelijkheden voor de bouw van sociale huur. Vorige week is bij Omthuis een nieuwe directeur aangetreden. Kan de portefeuillehouder aangeven dat hij op korte termijn een gesprek zal hebben met de nieuwe directeur om helder te krijgen hoe het nu zit en vervolgens de raad informeren over de uitkomst van het gesprek? Projectontwikkelaars die minder dan 15 woningen bouwen kunnen de verplichting afkopen met een storting in het vereveningsfonds. Als iedere projectontwikkelaar zijn verplichting afkoopt loopt het fonds vol maar is er nergens meer plek om betaalbaar te bouwen. De afdeling geeft de voorkeur aan grote bouwprojecten waar volgens het volkshuisvestingsplan betaalbare woningen worden gebouwd. Zal het college alles uit de kast trekken wat juridisch mogelijk is om op de paar plekken die er nog zijn de bouw van betaalbare woningen te versterken? De afdeling Ruimtelijke ordening kan het vele werk niet aan. Er zijn op dit moment geen vacatures maar wel langdurig zieken en dat wordt met inhuur opgevangen en er komt binnenkort een functie voor een junior planontwikkeling vacant.
Wat heeft de portefeuillehouder nodig om te kunnen garanderen dat de afdeling Planontwikkeling/ruimtelijke ordening zo snel mogelijk met volle kracht vooruit kan om de aanbevelingen van de rekenkamer handen en voeten te geven? Mevrouw DEURLOO is voor de aanbevelingen van de rekenkamer mits die ingevuld kunnen worden of haalbaar zijn. De fractie is daar echter bezorgd over want het is de vraag of dat het met de huidige ambtelijke capaciteit is te realiseren of dat er andere middelen nodig zijn om de gestelde doelstelling van 30% bouw in de sociale huursector te kunnen halen. Daarnaast komt er een steeds groter tekort van woningen voor starters, jonge gezinnen en senioren. Kan er sneller worden gehandeld door verandering van landelijke regelgeving ten aanzien van vergunningen of moet de gemeente de duurzaamheidsambities bijstellen of moet worden ingezet op hele andere doelgroepen? De fractie sluit zich aan bij de vraag van de VVD over de uitbreidingsmogelijkheden van Omthuis. Als de doelstelling van 30% sociaal niet kan worden gehaald is het misschien een idee om meer focus te hebben op betaalbare koopwoningen voor starters en bijvoorbeeld ouderenhofjes. Hebben de raadsleden behoefte om de keuzes die er nu zijn of gemaakt kunnen worden in een informatieavond te bespreken met de wethouder om te kunnen bijstellen?
2
De heer VAN DER LINDEN constateert dat de rekenkamer de raad helpt om zijn controlerende taak goed te kunnen uitoefenen. Omdat het onderwerp wonen veel inwoners raakt is het onderzoek van grote waarde. Het rapport is pas echt waardevol als de aanbevelingen daadwerkelijk worden opgevolgd en dat vraagt om bestuurlijke inzet, duidelijke prioriteiten en transparante terugkoppeling. Daarnaast is het belangrijk dat de conclusies van dit soort rapporten toegankelijk zijn voor de inwoners zodat zij begrijpen wat er is onderzocht. Dit rapport moet gezien worden als een startpunt voor verbetering, voor scherpere keuzes en voor een open gesprek over hoe de gemeente de doelen beter kan realiseren. De heer VAN DER DONK gelooft niet in het wensdenken van het verhogen van de percentages. In de volkshuisvestingsplannen van de overheid gaat sowieso de verplichting van minimaal 30% gelden. De Woonbond wijst erop dat er niet zozeer een tekort is aan sociale huurwoningen maar een tekort aan doorstroming en daarbij aan nieuwe woningen in brede zin. Hele hoge percentages zijn bovendien lastig omdat bouwkosten en grondprijzen hoog zijn, projecten daardoor onrendabel worden en vooral binnenstedelijke locaties sowieso duurder zijn. Nog hogere percentages lost niet op en leidt alleen maar af van het werkelijke probleem.
Bouwen van woningen lost het probleem op, meer hoogbouw, Deltaplan, een krachtig beleid van de woningcorporatie, kortere procedures en uitvoering van het vereveningsfonds. Hierdoor ontstaat doorstroming en met hogere percentages wordt het risico gelopen dat ontwikkelaars een project financieel niet rond krijgen. Is de raad ook van mening dat het verhogen van de percentages weinig zin heeft en zelfs remmend kan werken? Het gaat erom dat er meer en sneller wordt gebouwd. De heer VAN LOON zegt dat de voorstellen nog weinig concreet zijn want wat moet de raad anders doen om woonoplossingen te bevorderen? Er ligt een motie om geclusterd wonen voor ouderen te realiseren want er moet een knarrenhof komen voor doorstroming van senioren. De besparing in de Wmo-kosten kan dan oplopen tot 30%. Daarvoor dient een projectleider te worden aangetrokken, geen bureau maar een ambtenaar die alleen maar hiermee bezig is. Hoe denken de andere fracties hierover? Bij positieve reacties zal met een motie worden gekomen. Mevrouw STRUIJK complimenteert de rekenkamer met de fantastische timing van dit onderzoek want wonen staat in ieders verkiezingsprogramma. Er zijn instrumenten om bij te sturen maar er wordt te weinig nagedacht over de lange termijn. De gemeente heeft nu 25% in het sociale segment en wil naar 30% maar als nu 30% bij elk project wordt gebouwd, blijft de gemeente achterlopen.
Daarom is juist een van de aanbevelingen van de rekenkamer om meer te bouwen. Het moet echter wel kunnen en passen in Baarn. Welke mogelijkheden ziet het college om meer dan 30% te bouwen? Meer ambtelijke capaciteit, kortere procedures en strakkere sturing. De raad krijgt keurig een rapportage over het aantal projecten dat er is maar de raad zou nog secuurder kunnen sturen als die weet hoeveel procent of aantallen en welke segmenten gebouwd zijn en welke instrumenten zijn ingezet als anti-speculatiebeding, of het vereveningsfonds is ingezet enzovoort. Is het college bereid om één keer per jaar een woonmonitor te leveren met een overzichtstabel met doelen en wat er van die doelen daadwerkelijk is gerealiseerd, welke inzet vanuit de instrumentenkoffer is gedaan, een korte duiding in de rapportage en wat de plannen zijn als de doelen niet gehaald zijn? Hoe denkt de raad over zo’n rapportage? De heer SCHOUTEN constateert dat het college aanbeveling 1 een nobel streven noemt. Als wordt geaccepteerd dat de doelen structureel niet worden gehaald zonder echt bij te sturen verschuift het beleid feitelijk. De rekenkamer wijst op betaalbaarheid, uitvoeringskracht en bijsturing. Als bekend is dat sociaal en middensegment achterblijft moet de gemeente ook eerlijk zijn over wat dat betekent voor de woningzoekenden.
Als het tekort aan ambtelijke capaciteit inderdaad structureel is moet ook worden erkend dat tempo en prioritering politieke keuzes zijn. Op het Montini-terrein lukt het 3
op dit moment ook niet om tot realisatie te komen. Als de gemeente blijft draaien, procedures, onderzoeken en afwegingen zonder doorbraak te forceren verandert er in de praktijk niets, hoe goed het beleid ook is. Dit rapport vraagt om keuzes, prioriteiten en bestuurlijke duidelijkheid en daarbij is de kern blijven de doelen leidend of past de gemeente de ambities aan aan datgene wat toevallig haalbaar lijkt? Klopt het dat ambtenaren die in dienst zijn van een grotere gemeente over het algemeen hoger worden beloond voor vergelijkbaar werk dan in een kleinere gemeente als Baarn? Geldt dit verschil ook voor ingehuurde krachten en zo ja, in hoeverre beïnvloedt dit de mogelijkheden om personeel aan te trekken en vast te houden? Het debatpunt gaat over extra middelen inzetten. Wethouder VELDHUIZEN geeft aan dat als er een nieuw project komt 30% sociaal en 40% betaalbaar de voorwaarden zijn waaraan de ontwikkelaar moet voldoen. De nieuwe directeur van Omthuis komt uit de studentenhuisvesting en dat helpt met kleinere dingen maar wel de kwaliteit bewaken. De uitnodiging voor een gesprek gaat zeker uit maar ze begint pas op 1 april aanstaande. In Hoogwolde zouden het allemaal koopappartementen zijn en daar zijn de partijen bij elkaar gebracht om ervoor te zorgen dat dit zo ontwikkeld zou worden dat Omthuis daar 60 appartementen zou kunnen afnemen.
De heer BOSMAN vraagt of de grotere projecten met meer dan 15 woningen waar betaalbare woningen uit voortkomen bovenaan komen als er ook een aantal kleinere projecten liggen. Wethouder VELDHUIZEN zegt dat het college inzet op waar de grootste massa te realiseren is en in die volgorde maar er kan ook niet tegen iemand worden gezegd van je moet 3 jaar wachten voordat we jouw kleine project gaan behandelen. Daarom moet constant een belangenafweging worden gemaakt en daarin een balans worden gevonden. De raad vraagt veel aandacht voor wonen en daar heeft het college volop aandacht voor, ook wat betreft wonen en zorg. Er wordt dus alles aan gedaan om dit soort zaken op te lossen voor zover het binnen het vermogen van de gemeente ligt. De heer BOSMAN vraagt wat het college in fte’s nodig heeft om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen van de rekenkamer onverkort kunnen worden uitgevoerd. Wethouder VELDHUIZEN merkt op dat de afdeling weer op normale sterkte begint te komen maar dat betekent niet dat de gemeente door de achterstanden heen is. Die worden stapsgewijs opgelost. Er is een nieuwe projectleider voor een groot project en dat betekent dat er weer ruimte komt om andere projecten aan te pakken maar dat is niet 1-2-3 gebeurd. Er worden stappen gezet om mensen echt binnen te krijgen.
Wat betreft de realisatie van een knarrenhof gaat het niet alleen om geld maar ook de capaciteit die nodig is voor vergunningverlening, niet alleen een ambtenaar aan de voorkant maar ook wat er achteraan komt. De raad heeft de motie Deltaplan aangenomen en dat moet dus voorrang krijgen. Nu wordt de wens geuit dat het knarrenhof voorrang moet krijgen. De vraag is dan waar het college de prioriteiten moet leggen en dat maakt het uitermate ingewikkeld. De raad moet dan aangeven welke projecten kunnen vervallen en met welke wordt doorgegaan. Mevrouw STRUIJK memoreert dat de motie Deltaplan uiteindelijk opriep tot een wat gematigder afweging dan alleen de oproep tot starterswoningen. Wethouder VELDHUIZEN stelt dat die motie de oproep deed om 250 starterswoningen te realiseren naar analogie van Wonen bij Jaap in Nijkerk enzovoort en daarop volop in te zetten, desnoods door actieve grondpolitiek. Toen heeft spreker al aangegeven dat de motie redelijk
4
onuitvoerbaar is maar de raad heeft die opdracht gegeven en daarom doet het college zijn uiterste best om dit te realiseren. De heer VAN LOON wijst erop dat in de motie stond ook eventueel voor senioren. Wethouder VELDHUIZEN stelt dat het heel lastig is om het percentage van 30% te herijken want er moet worden afgewacht waarmee de ontwikkelaars komen en de gemeente heeft hiervoor geen gronden of locaties. Als de plannen van ontwikkelaars voldoen aan wat er in het volkshuisvestingsprogramma staat zullen die in behandeling worden genomen. Natuurlijk kunnen er dan gesprekken worden gevoerd over bijvoorbeeld de mogelijkheid om extra appartementen toe te voegen in de sociale sector of in de middenhuur maar dat is een hele lastige voor projectontwikkelaars met de gestegen lonen en de gestegen prijzen. Dat wil niet zeggen dat het niet kan maar het is niet gemakkelijk omdat de gemeente geen eigen grond heeft om dit te realiseren. In elk project wordt een anti-speculatiebeding en een zelfbewoningsplicht opgenomen in de anterieure overeenkomst met een kettingbeding. Een verkoper krijgt slechts een indexatie van de prijsindex. Ambtelijk moet worden afgestemd hoeveel tijd het gaat vragen om er nog een rapportage bij te doen wanneer dit per onderdeel moet worden gespecificeerd, dus daar wordt op teruggekomen.
Wethouder PRAKKE legt uit dat in een grotere gemeente een hoger functiehuis is waardoor voor dezelfde functies meer wordt betaald. Het budget waarvoor iemand wordt ingehuurd is gebaseerd op de schaal waar iemand in zit en een andere gemeente heeft misschien wat meer budget hiervoor omdat er dan sprake is van hogere schaal. In ieder geval wordt voor marktconforme prijzen ingehuurd. Voor vaste krachten kan de aangeboden schaal een reden zijn om niet voor Baarn te kiezen. De heer SCHOUTEN vraagt of bij inhuur er veel concurrentie is tussen gemeenten. Wethouder VELDHUIZEN geeft aan dat de gemeente projectleiders heeft gehad die na enige tijd gebruikmaakten van hun opzegtermijn omdat ze een andere gemeente interessanter vonden. De heer VAN DER DONK vraagt of de raad het met hem eens is dat het verhogen van de percentages weinig zin heeft. De rijksoverheid gaat 30% verplicht stellen en daar zit Baarn al op. De Woonbond heeft aangegeven dat het gaat om bouwen en niet alleen om sociaal bouwen omdat er ook doorstroming moet komen. In Baarn wordt veel in de kern gebouwd en dat is duur en dan moet je oppassen dat je met het kind niet het badwater weggooit. Mevrouw STRUIJK zegt dat eerst moet worden gekeken wat op de lange termijn nodig is en dan moet worden gebouwd. Daar zit ook zeker een groot deel sociaal huur en koop bij.
Als de 25% die er nu is voldoende is zou de gemeente daar meer terughoudend in kunnen zijn maar als er meer sociale woningen nodig zijn moet daar vol op worden ingezet en dat betekent dat de gemeente op de eigen grond zoals aan de Geerenweg en de Baarnsche Zoom in een iets hoger percentage sociaal zou moeten bouwen. Mevrouw DEURLOO is van mening dat het percentage van 30% maximaal is. Er moet periodiek meer gebouwd worden en daarbij moet de gemeente zich niet alleen op die 30% focussen. De heer BOSMAN vindt het bijtrekken van 25 naar 30% sociale woningbouw een goede zaak. STEC heeft ooit gezegd dat Baarn er wat betreft sociale woningbouw niet zo gek voorstaat maar dat er een
5
groot tekort is aan de woningen daar direct boven waardoor er weinig doorstroming is. Daarom moet vooral ook worden gekeken naar die 40% betaalbaar vlak boven die 30%. De heer VAN DER PADT zal niet meteen instemmen met grond gratis weggeven om de woningen maar betaalbaar te houden want de gemeente moet heel goed kijken naar de eigen reserves. Het streven moet zijn 30% maar als dat niet haalbaar is, is dat zo want er is weinig ruimte en Baarn is een dure gemeente in het centrum van het land. Dat brengt een prijskaartje met zich mee. De heer VAN DER LINDEN merkt op dat er straks de Wet versterking regie volkshuisvesting komt en daar staat die 30% al in. Dat probleem is dus opgelost. De PvdA wil 30% sociaal en 40% middensegment. Als er wordt gestreefd naar 40% sociaal wordt er niets meer gebouwd. Mevrouw STRUIJK geeft aan dat de markt de grootste rol heeft in het woningbouwprogramma en dan kun je niet zomaar zeggen dat wonen een recht is. De heer VAN DER LINDEN herhaalt dat de Wet versterking regie volkshuisvesting stelt dat die 30% moet worden gehaald en daar zullen projectontwikkelaars zich ook aan moeten houden. De heer SCHOUTEN gaat het om de doorstroming en dat de wachtlijst van woningzoekenden naar beneden gaat. Welk percentage daaraan hangt is niet zo relevant. De gemeente moet met alle vragen die er zijn voor woningbouw rekening houden.
Mevrouw DEURLOO vraagt of de raadsleden behoefte hebben om in een informatieavond samen te kijken of de bestaande keuzes eventueel moeten worden bijgesteld. De heer VAN LOON ziet zo’n informatieavond graag tegemoet. De heer VAN DER LINDEN vindt dit een goed idee maar dan moet het breder worden getrokken door Omthuis et cetera daarbij uit te nodigen. De heer BOSMAN vraagt aan mevrouw Deurloo welke informatie zij op zo’n informatieavond wil opsteken. De VOORZITTER wijst erop dat het vanavond alleen gaat over de aanbevelingen en conclusies van de rekenkamer. Mevrouw STRUIJK vindt dat zo’n informatieavond in het inwerkprogramma van de nieuwe raad moet worden opgenomen om alle raadsleden weer even mee te nemen in de instrumenten die er bestaan en welke knoppen er zijn om aan te draaien. De VOORZITTER vraagt naar aanleiding van het verzoek van mevrouw Struijk of er behoefte is bij de raad om jaarlijks een woonmonitor te ontvangen. De heer VAN DER DONK vindt dit een goed idee omdat dan helder wordt van wat precies gebouwd wordt en in welke mandjes. De heer VAN LOON stelt dat er al ieder half jaar een soort van overzicht is. Mevrouw STRUIJK zegt dat daarin wordt aangegeven welke projecten er lopen en eraan komen. Het gaat haar om inzet van instrumenten, welke type woningbouw er gepland is, wat de doelen zijn en 6
wat er is gerealiseerd. Het gaat erom dat de raad kan bijsturen en dat het college aangeeft hoe zij denkt bij te kunnen sturen. De heer BOSMAN vindt dit een goed idee want voor sturen zijn er data nodig. De heer VAN DER PADT zegt dat het mooi is om nog meer materiaal te hebben als raad maar die rapportage wordt dan samengesteld door dezelfde ambtenaar die ook bezig is met projecten en vergunningen. De heer BOSMAN stelt dat de raad het recht heeft om geïnformeerd te worden en de raad stelt de kaders vast. De heer VAN DER PADT is niet tegen zo’n woonmonitor maar de vraag is of de beperkte ambtelijke capaciteit moet worden aangewend voor nog meer monitoren en er niet voor moet worden gezorgd dat de woningbouw wordt gestimuleerd. Mevrouw STRUIJK zegt dat dit inderdaad een afweging is die gemaakt moet worden. Deze monitor werkt alleen maar als het ook de ambtenaren wat brengt en een goede monitor geeft hen grip op het werkveld. De heer VAN LOON vraagt hoe de andere raadsleden erin staan als er een projectleider voor geclusterd wonen komt, het knarrenhof. De heer SCHOUTEN stelt dat dan voor starterswoningen, doorstroomwoningen, villa’s et cetera ook projectleiders moeten worden benoemd. Die moeten dan ook nog samenwerken om alle woningbouwplannen te realiseren en dit is dus geen goed plan. Mevrouw DEURLOO is het eens met vorige spreker.
Mevrouw STRUIJK begrijpt dat het de heer Van Loon gaat om kennis in het ambtenarenapparaat over wat geclusterd wonen betekent en hoe dat op een goede manier kan worden ingezet. Dat zou een toets kunnen zijn of die kennis er al is. De heer VAN DER DONK vindt het geen goed idee om hiervoor een aparte projectleider te benoemen. De heer VAN DER LINDEN lijkt het beter om als de gemeente echt wat wil om meer ambtenaren te benoemen zodat projecten sneller kunnen worden doorlopen. De heer BOSMAN zegt dat hiervoor niet een speciale ambtenaar moet komen maar in de werving van personeelsleden kan kennis van dit soort woningen wel een pre zijn. De heer SCHOUTEN vraagt of de raad bereid is om extra geld beschikbaar te stellen voor het aantrekken van ambtenaren, bijvoorbeeld door het optrekken van het plafond voor inhuur om het aantrekken en behouden van personeel een grotere kans te geven. Mevrouw STRUIJK geeft aan dat de raad inderdaad hierop kan sturen door meer budget vrij te maken. Dat betekent wel dat op iets anders zal moeten worden bezuinigd.
7
Mevrouw DEURLOO is van mening dat hiervoor meer middelen moeten worden ingezet want in alle verkiezingsprogramma’s staat meer woningen. De heer VAN DER DONK is het eens met hiervoor extra geld uit te trekken maar dan moet inderdaad ook de andere kant van de medaille worden aangegeven. De heer VAN DER PADT vindt dat moet worden geprobeerd om extra ambtelijke capaciteit aan te trekken maar de VVD is niet zo voor het gratis weggeven van grond. Natuurlijk moet dan wel worden aangegeven waar het geld vandaan moet komen. De heer BOSMAN zegt dat betaalbaar wonen mogelijk maken een hele hoge prioriteit is en de raad doet er goed aan om voor die keuze te gaan. De heer VAN DER LINDEN memoreert dat in het verleden voor bijvoorbeeld ambtenaren in de ICT een extra beloning is gegeven om die mensen te behouden voor de overheid. Het gevaar is wel dat wanneer een ambtenaar in een hogere schaal wordt gezet de rest van de afdeling ook hoger wil worden ingeschaald en dan ontstaat er een nieuw probleem. Mevrouw STRUIJK stelt dat wanneer de raad dit mogelijk wil maken dit niet alleen kan worden gedekt door te bezuinigen maar ook door de belastingen te verhogen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. Er is bericht van verhindering ontvangen van de heer Van Grinsven, de heer Mascini en de heer Bruins. 4.
Bestemmingsplan Verleggen gastransportleiding W-500-01 (1373646) Mevrouw KOENDERS vraagt of er bomen en struiken worden verwijderd op het grondgebied van de gemeente Baarn. Zo ja, welke maatregelen neemt de gemeente dan voor natuurcompensatie? Wethouder VELDHUIZEN zegt dat er een strookje is langs de Zandheuvelweg dat buiten het NNNgebied ligt op de grond van de gemeente Baarn. Daar worden inderdaad wat bomen en struiken verwijderd en degene die ervoor zorgt dat de bomen worden gekapt moet compensatie zoeken en die is gevonden in een stukje bij Hilversum en bij Laren waar een stukje oerbos staat dat wordt geplaatst in Hilversum. Mevrouw KOENDERS vraagt waarom er in het raadsvoorstel staat expliciet ‘voor een deel van het plangebied dat binnen de gemeente Laren ligt en dat binnen het Natuurnetwerk Nederland valt. Daarvoor is een compensatieplan opgesteld en daar wordt de impact op de natuur gecompenseerd doordat de gemeente Hilversum dat perceel heeft aangekocht ter compensatie.’ Dat suggereert dat er ook een ander deel is van het plangebied op grond van de gemeente Baarn waar dat niet het geval voor is. Dat is lastig te begrijpen. Wethouder VELDHUIZEN geeft aan dat in de reactienota zienswijzen is opgenomen dat het stuk van Baarn meegenomen wordt maar de juiste tekst heeft hij nu niet voorhanden.
Daar staat ook dat de herplant voor het kappen van de bomen volledig is afgestemd met het Goois Natuur Reservaat na afronding van de werkzaamheden dat die compensatie ook zal plaatsvinden op de locatie in Hilversum.
8
Mevrouw KOENDERS vraagt of het mogelijk is om deze vraag technisch te stellen of het inderdaad zo is dat dit in de regeling staat. De VOORZITTER vraagt of het de wethouder lukt om dit voor de aanstaande raadsvergadering uit te zoeken. Wethouder VELDHUIZEN zal vragen aan de ambtenaar die dit dossier behandelt om dit toe te lichten aan mevrouw Koenders. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 5. Financiering Stichting Exploitatie Sportpark Ter Eem voor kunstgrasveld (1444777) Mevrouw KOENDERS complimenteert de vrijwilligers en het bestuur van Seste voor hun gedrevenheid, de vakkennis die zij inbrengen om complexe zaken in goede banen te leiden maar zeker ook een snel en vakkundig handelen waarmee € 80.000 aan gemeenschapsgeld kon worden bespaard. Er is ruimte voor dekking in de algemene reserve waardoor de bestuurders veel administratieve lasten kunnen worden bespaard. Het is wel van belang dat Seste zelf gaat sparen voor de vervanging op termijn van de aangelegde velden. Uit het oogpunt van verantwoord financieel beheer dient de uitname uit de algemene reserve ook weer terug te vloeien naar de algemene reserve en daarvoor zal een motie worden ingediend. De motie zal vooraf met de wethouder worden afgestemd.
De heer VAN DER DONK is zeer onder de indruk van de energie en de inzet van de leden van het bestuur van Seste en hun durf om een aanzienlijk kostenvoordeel te behalen bij het realiseren van kunstgrasvelden voor voetbal en hockey door die gelijktijdig in te kopen. Het is niet meer dan logisch dat gelden die vrijvallen in de begroting weer worden teruggestort in de algemene reserve. Dus die motie zal worden gesteund. De heer SCHOUTEN begrijpt dat de aanleg van het kunstgrasveld is gestart zonder voorafgaand bestuurlijk besluit van de gemeente, dat de financiering op dat moment nog niet zeker was en dat bekend was dat zonder aanvullende middelen een liquiditeitstekort zou ontstaan. Hoe kan worden voorkomen dat de raad opnieuw met een voldongen feit wordt geconfronteerd? In meerdere dossiers rond het sportpark wordt gezien dat uitvoering vooruitloopt op volledige financiële en bestuurlijke duidelijkheid. Het financieringsvoordeel kan een goede reden zijn om eerder te beginnen maar mag nooit de reden zijn voor onzorgvuldige snelheid. Dan moet de gemeente het voortouw nemen. Erkent het college dat de raad in dit dossier feitelijk pas achteraf kon besluiten en kan het college toezeggen dat toekomstige investeringen pas worden uitgevoerd nadat financiering en raadsbesluit volledig zijn geborgd? Door de keuze voor een eenmalige subsidie vervalt de jaarlijkse last in de begroting.
Wat gebeurt er met deze vrijvallende middelen en is het college bereid om deze ruimte te benutten voor herstel van de algemene reserve in plaats van voor nieuwe uitgaven? De heer VAN DER LINDEN sluit zich aan bij vorige sprekers. De heer KORKMAZ zegt dat met dit voorstel wordt gekozen voor een eenmalige duidelijke oplossing van het mogelijke financieringstekort van Seste. Hiermee wordt verdere vertraging voorkomen in de aanleg van het kunstgrasveld, blijft de stichting financieel gezond en wordt tegelijkertijd structureel ruimte gecreëerd in de begroting voor de komende jaren. 9
De heer GENUIT memoreert dat de portefeuillehouder vorige week heeft aangegeven dat zowel de gemeente als Seste niet nog eens in een dergelijke situatie willen terechtkomen. Onder het motto dit is eens maar nooit weer verwacht GroenLinks in de komende raadsvergadering akkoord te kunnen gaan met het raadsvoorstel. Mevrouw STRUIJK kan zich vinden in het voorliggende raadsvoorstel maar vooralsnog nog niet in de motie van VoorBaarn want de algemene reserve is bedoeld voor het afdekken van een aantal risico’s die met elkaar zijn benoemd. De raad heeft vastgesteld dat het weerstandsvermogen op ruim 8 miljoen zit en dat is een stuk lager dan nu zit in de algemene reserve. Deze uitname uit de algemene reserve brengt de gemeente dus nog niet tot de rand van het benodigde weerstandsvermogen. Het voordeel dat kan worden behaald in de begroting is de jaarlijkse kosten die oorspronkelijk hiervoor berekend zouden worden wegvallen door de eenmalig uitname. Dat hoeft niet meteen te worden terugverdiend want dat zou betekenen dat het gemeenschapsgeld aan andere projecten kan worden uitgegeven en de raad zou dan moeten gaan over waar dat naartoe gaat. Die kans is er nu ook en daarom is de fractie niet een voorstander van het terugbetalen aan de algemene reserve. De heer VAN LOON meldt dat de fractie zal instemmen met het voorliggende raadsvoorstel.
Wethouder PRAKKE memoreert dat in de beantwoording van de technische vragen is aangegeven wanneer Seste het besluit heeft genomen voor de opdracht. In de perspectiefnota waren de middelen al opgenomen maar er zal alles aan worden gedaan om in de toekomst dit niet zo te regelen met elkaar. Er mag pas tot uitvoering worden overgegaan wanneer de financiering is geregeld en ook Seste wil dat in alle gevallen doen maar dit was echt een samenloop van omstandigheden die tot deze situatie heeft geleid. Voor de vrijvallende middelen is er nog geen bestemming maar bij de perspectiefnota krijgt de nieuwe raad het beeld voor de komende jaren. Als de raad instemt met het voorstel betekent dit dat de last van € 50.000 in de begroting weer terugkomt en dan is het aan de raad om daar wel of niet een besteding voor te vinden. Technisch kan dat bedrag ook 15 jaar worden gedoneerd aan de algemene reserve. Als wordt gekeken naar het weerstandsvermogen zou er 9,3 miljoen in de algemene reserve moeten zitten en die staat nu op ongeveer 12,6 miljoen. Hopelijk heeft de komende jaarrekening weer een overschot en zo komt er in de komende tijd waarschijnlijk weer wat bij in de algemene reserve. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 6.
Zesde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2019 (1428667) De VOORZITTER concludeert dat dit raadsvoorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 7. Kadernota Regionale ICT Dienst (RID) Utrecht 2027 (1430315) De heer VAN DEN BERG verbaast het dat in het stuk nergens aandacht is voor strategisch beleid in het kader van de risico’s die de maatschappij loopt met afhankelijkheid van niet-Europese technologie terwijl in het stuk kanttekeningen staan over mogelijke invloed op toekomstige kosten vanwege die afhankelijkheid. Dit is een omissie die recht gezet moet worden. Is de raad ook van mening dat de reactiebrief aan de RID aangepast moet worden zodat expliciet de zorg over de afhankelijkheid van niet-Europese technologie aanbieders moet worden verwoord en wordt gevraagd om een concreet actieplan om ervoor te zorgen dat in 2030 deze afhankelijkheid volledig is afgebouwd?
10
Mevrouw KOENDERS ziet dat de kosten voor Baarn stijgen en dat de risico’s in continuïteit bij crisissituaties niet expliciet worden benoemd. Kan het college zowel financieel als wat betreft crisisbestendigheid concreet maken wat de gemeente op termijn wint en welke waarborgen er bijvoorbeeld zijn als er cloud systemen uitvallen? De heer VAN DER LINDEN vindt een punt van zorg de afhankelijkheid van leveranciers uit de Verenigde Staten. Een onderzoek om die afhankelijkheid te beperken is hard nodig en dan kan worden gedacht aan cloud oplossingen in Nederland en er zijn ook oplossingen die niet van Microsoft komen. Wethouder PRAKKE vindt het prima als de raad de door GroenLinks gevraagde uitspraak doet om dat mee te nemen in de reactiebrief. Er is zeker veel aandacht voor bij de RID en in de aanbesteding die loopt voor de cloud omgeving is dat geborgd maar liever te veel nadruk hierop dan te weinig. In het komende jaar gaat een piek in de financiën richting de RID om een eenmalige investering te doen in de cloud en daarna daalt het weer en in 2 jaar gaat het met 6% inflatie omhoog. Mevrouw KOENDERS ziet dat na de eenmalige investering door loonsverhogingen en andere maatregelen er nog steeds geen sprake is van een inverdieneffect want er gaat nog steeds meer worden betaald in de hoop dat zo’n systeem op den duur een besparing oplevert.
Wethouder PRAKKE meldt dat in de reactie bij punt 2 daar ook aandacht voor is gevraagd. De RID wordt uitgedaagd om te laten zien wat de besparingen zijn, ook in personeel, want als alles naar de cloud gaat heb je andere en ook minder mensen nodig. Daarom moet ook helder worden gemaakt (zie punt 1) hoe de organisatie eruit komt te zien na de overgang naar de cloud. Daarmee zijn de zorgen van VoorBaarn afgedekt en het blijft onderwerp van gesprek in de RID hoe de financiële bijdrage uiteindelijk naar beneden kan worden gebracht. Digitalisering zal in de komende jaren alleen maar meer gaan kosten. Dan gaat het ook om die crisisbestendigheid en meer veiligheidseisen. Daarom is de verwachting dat er in de komende jaren meer aan moet worden uitgegeven, los van alle ontwikkelingen rondom AI. Dat zal in het komende jaar in de nieuwe visie worden neergezet en dat zal uiteindelijk financieel worden vertaald. Misschien is het een goede zaak om een keer met de Information Security Officer met de nieuwe raad een bijeenkomst te beleggen om uit te leggen wat er allemaal wordt gedaan en welke stappen er worden gezet om het beveiligingsniveau verder op te krikken.
De heer VAN DEN BERG vraagt of de raad het met GroenLinks eens is dat de reactiebrief aan de RID aangepast moet worden zodat expliciet de zorg over afhankelijkheid van Europese techaanbieders wordt verwoord en wordt gevraagd om een concreet actieplan om ervoor te zorgen dat in 2030 deze afhankelijkheid volledig is afgebouwd. Mevrouw STRUIJK meldt dat de raadsrapporteurs, ook van andere gemeenten, eens in de zoveel tijd per P&C-cyclus een bijeenkomst met elkaar hebben. Daar is de cloud strategie uitgebreid besproken en zijn de raadsrapporteurs ook deels gerustgesteld. Persoonlijk is zij van mening dat kleine gemeenten moeilijk een voorloper kunnen worden op dit gebied want dat kost heel veel geld, onzekerheid en het brengt ook veiligheidsrisico’s met zich mee. Gevolgd wordt wat er landelijk en op Europees niveau over gezegd wordt en welke wetgeving er komt. De raad moet ervoor uitkijken om niet te veel een voorloper te worden. De heer VAN DEN BERG stelt dat met het voorstel van GroenLinks prima wordt aangesloten bij een aantal grote steden en provincies die precies hetzelfde voorstel nu doen.
11
Mevrouw HOOGERWERF vindt dat zo vaak mogelijk moet worden gezegd dat de buitenlandse dataopslag risico’s met zich meebrengt. Waarschijnlijk is dit niet gerealiseerd in 2030 en vraagt het om een kopgroep maar hoe harder dit wordt geroepen, hoe beter het gehoord wordt. De heer SCHOUTEN vraagt of dan Europese aanbieders wel worden gefaciliteerd zoals Rusland want dat is een Europees land. Als er straks een andere leider komt in Frankrijk, wordt dat dan ook uitgesloten? De NCTV zou daarin leidend kunnen zijn. De heer VAN DEN BERG bedoelde dat de EU hierin leidend zou moeten zijn. De heer SCHOUTEN vraagt of GroenLinks dan andere EU-landen uitsluit die misschien niet welgevallig zijn voor GroenLinks. De VOORZITTER wijst erop dat de vraag voorligt of de raad de voorgelegde reactiebrief kan accepteren of dat daar een aanvulling op moet komen. De heer VAN DEN BERG zegt dat moet worden gekeken naar de strategische afhankelijkheid, waar geldt het Europese recht en waarmee kan op een goede manier zaken worden gedaan als land. In Denemarken en Oostenrijk is bijvoorbeeld een omslag gaande waar bijna alles al is omgeschakeld, vooral voor strategische systemen. De heer VAN WIJK deelt de zorgen en volgt de uitspraak van de wethouder dat er zo snel mogelijk andere degelijke systemen moeten komen.
Mevrouw KOENDERS vindt het een goede zaak om na te denken over hoe de kwetsbaarheid kan worden verminderd. Dan is 2030 een goed jaar om naar te streven. De heer VAN DER LINDEN heeft in de inleiding zijn zorgen al uitgesproken en zal dit steunen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. De vergadering wordt geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 8. Wijzigingen Reglement van Orde (1431965) De VOORZITTER geeft aan dat de heer Van Wijk voor dit raadsvoorstel de portefeuillehouder is. Namens het CDA zal straks aan de heer Krimp het woord worden gegeven om dubbele petten te voorkomen. De heer VAN WIJK meldt dat het voorstel vanuit het presidium komt en dus niet van het college. Het voorstel komt voort uit een enquête over de vergaderwijze waarin is gevraagd of rechten van raadsleden die zich afsplitsen zo mogelijk beperkt moeten worden. Een meerderheid van 62% sprak zich positief hierover uit. In het presidium is afgesproken dat hierover een raadsvoorstel aan de raad zal worden voorgelegd. In het presidium worden geen politieke besluiten genomen. Vorige week heeft de heer Schouten technische vragen gesteld en die zijn schriftelijk beantwoord. Het is aan ieder raadslid om te bepalen of de voorgestelde wijzigingen al dan niet te beperkend zijn. Naar zijn idee niet want het is uitvoerig juridisch gecheckt.
12
De heer SCHOUTEN heeft fundamentele bezwaren tegen het voorstel omdat in de toelichting staat dat het doel is om afsplitsing van raadsleden te ontmoedigen en hen daarvoor niet te belonen. Het gaat om het principe van worden gelijk gekozen raadsleden gelijk behandeld en respecteren van het vrije persoonlijke mandaat of worden politieke keuzes gestuurd. Uit de beantwoording van de technische vragen blijkt dat ontmoediging van afsplitsing een expliciet doel is want zij krijgen minder faciliteiten, er is geen externe juridische toets gedaan en geen afzonderlijke proportionaliteitsafweging gemaakt terwijl in het voorstel wordt erkend dat het ontbreken van ondersteuning het functioneren van een raadslid kan raken. De portefeuillehouder gaf vorige week aan dat de volgende raad dit besluit zo nodig weer kan terugdraaien. Het is geen zorgvuldige besluitvorming als de laatste raad dit besluit neemt waarbij wordt gezegd dat de volgende raad het maar moet repareren. Wanneer raadsleden zich afsplitsen omdat samenwerking niet meer werkt en vervolgens rechten verliezen kan de druk ontstaan om zich bij een andere fractie aan te sluiten en daarmee wordt de oorspronkelijke verkiezingsuitslag juist minder weerspiegelt dan meer. Dit is in belangrijke mate een voorstel voor de bühne, ingegeven door de politieke dynamiek van deze periode waarin relatief veel raadsleden hun fractie hebben verlaten.
Dat is geen reden om regels normerend in te zetten. Daarnaast is het voorstel eerder besproken in het presidium, een vergadering waar spreker niet bij kon zijn en dat wordt nu als verwijt gebruikt. Wanneer echter invloed en positie afhankelijker worden van fractiestatus ontstaat er feitelijk verschil in invloed. Een reglement van orde hoort niet politieke keuzes te sturen en het functioneren van individuele raadsleden indirect te beperken. Debatpunt 1 is juridische schuring met artikel 1 van de Grondwet en artikel 27 van de Gemeentewet. Debatpunt 2 is principieel niet alleen een principiële afweging voor wat betreft de inhoud van het raadsvoorstel maar ook de principiële afweging voor wat betreft behandeling op dit moment. Het gaat hier om een kwestie van rechtsstatelijkheid, gelijkheid en fatsoen. Mevrouw STRUIJK stelt dat dit voorstel niet raakt aan het vrije mandaat maar aan de organisatie van fracties. Het voorkomt beloning van afsplitsing, bewaakt de verkiezingsuitslag en houdt de raad bestuurlijk overzichtelijk. Het gaat erom om dicht bij de verkiezingsuitslag te blijven en het afsplitsen van een fractie is niet te verkiezen boven het aansluiten bij een andere fractie want in beide gevallen heeft de kiezer op een andere partij gestemd.
Het gaat om de vraag wordt het uitoefenen van het raadslidmaatschap onmogelijk gemaakt met deze maatregelen en dat antwoord is nee want het stemrecht blijft gelijk, commissiewerk blijft mogelijk, toegang tot informatie en de spreektijd blijven gelijk. Dit zijn keurige maatregelen die ook veel andere gemeenten toepassen en het kan zonder juridische risico’s worden ingevoerd. De heer VAN LOON is voor deze wijziging want waarden en normen, fatsoen staan heel hoog en als een raadslid een andere keuze wil maken gaat die wat anders doen en de zetel blijft bij de fractie. De heer KRIMP zal ook instemmen met het voorstel en wat betreft de argumentatie kan de fractie zich aansluiten bij het betoog van D66. Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat de PvdA ook voornemens is om voor het voorstel te stemmen en het argument om zo dicht mogelijk bij de verkiezingsuitslag te blijven is daarbij leidend. Verder sluit zij zich aan bij het betoog van D66. Mevrouw KOENDERS is voorstander van dat er beperkingen komen voor raadsleden die zich afscheiden van hun fractie. Is deze mening niet strijdig met haar eerder eigen handelen of met het belang dat wordt gehecht aan de mogelijkheid voor ieder raadslid om indien echt nodig ook een verantwoordelijkheid te kunnen nemen om zijn of haar functie zelfstandig goed te kunnen uitoefenen 13
en om zonder last te kunnen stemmen? Juridisch gezien zijn er geen belemmeringen want het blijft mogelijk om je als raadslid af te splitsen van de partij waarvoor je bent gekozen en het blijft ook mogelijk voor een raadslid om zijn of haar functie zonder last te vervullen. Ook zonder extra rechten als extra steunfractieleden, hogere fractievergoedingen of faciliteiten of deelname aan het presidium kunnen raadsleden uitstekend functioneren. Zij hoopt dat een iets hogere drempel om een partij te kunnen verlaten in de toekomst voor betere en meer bestendige samenwerking binnen de fracties gaat zorgen. Mevrouw SLUIJS geeft aan dat uit onderzoek door NRC blijkt dat in de vorige raadsperiode in ruim 45% van de gemeenteraden een of meerdere afsplitsingen waren. In de gemeente Baarn zijn in deze raadsperiode 5 raadsleden afgesplitst en dat betekent dat de verhoudingen in de raad sterk afwijken van waar de kiezer 4 jaar geleden voor gekozen heeft. Dit tast het vertrouwen in de politiek aan. Met de voorgestelde beperkingen behoudt ieder raadslid het recht om zich af te splitsen maar wordt het wel minder aantrekkelijk gemaakt. De heer VAN DER PADT is van mening dat het voorliggende voorstel ondersteunt het tegengaan van de vorming van vele eenmansfracties. In het verlengde van dit voorstel heeft de raad al ingestemd met 3 steunfractieleden per fractie.
De lokale partij VoorBaarn heeft in deze raadsperiode gezorgd voor 4 eenmansfracties en dat zou betekenen 12 steunfractieleden erbij met de daarmee gepaard gaande kosten. Dat vond de raad blijkbaar normaal en nu worden er beperkingen ingevoerd voor eenmansfracties met kosten als mede argument. Is de raad het met de VVD eens dat het merkwaardig is dat de raad heeft ingestemd met uitbreiding naar 3 steunfractieleden per fractie met de kosten die daarbij horen maar dat de raad nu beperkingen instelt met als een van de argumenten kosten? Het zou nog mooier zijn als per raadslid, afgesplitst of niet, één steunfractielid mogelijk is. Is de raad het met de VVD eens dat één steunfractielid per raadslid, ook bij afsplitsingen, beter en eerlijker zou zijn? Het punt geen deelname aan het presidium en klankbordcommissie burgemeester vindt de VVD heel bezwaarlijk. Hierop is niet de democratie gebaseerd en op grond van artikel 1 van de Grondwet mag niemand worden uitgesloten, zeker niet op politieke gezindheid. In de Tweede Kamer is dit opgelost door alleen de 5 grootste partijen deel te laten nemen aan het presidium. Als de raad daartoe wil overgaan kan de VVD daarmee instemmen. Heeft de heer Van Wijk onderzocht of het uitsluiten van de raadsleden voor bepaalde gremia staatsrechtelijk of grondwettelijk wel kan? Als dit artikel erin blijft, zal de VVD tegen stemmen.
De heer VAN WIJK meldt dat de griffie heeft nagevraagd of de voorgestelde regelingen juridisch onderbouwd zijn en daar is een positief antwoord op ontvangen. De heer SCHOUTEN wijst erop dat in de beantwoording van de technische vragen staat dat de griffie intern heeft beoordeeld of het artikel strijdig is met artikel 27 van de Gemeentewet en artikel 129 van de Grondwet. Daarbij is verwezen naar het VNG-modelreglement. Er staat niets over een externe juridische toets. De heer VAN WIJK zegt dat op de griffie juristen werkzaam zijn waarvan geacht mag worden dat die kennis van zaken hebben. De heer VAN DER PADT vindt het prima als de heer Van Wijk is voor het uitsluiten van bepaalde raadsleden en dat is aan de portefeuillehouder. De heer SCHOUTEN constateert uit de beantwoording van de technische vragen dat ontmoediging een expliciet doel is en dat zich afsplitsende raadsleden minder faciliteiten krijgen, dat er geen 14
externe juridische toets en geen afzonderlijke proportionaliteitsafweging is gemaakt terwijl wordt erkend dat het functioneren van een raadslid geraakt kan worden. Daarmee ontstaat spanning met het vrije en persoonlijke mandaat van het raadslid, zie artikel 127 van de Gemeentewet en met het gelijkheidsbeginsel, artikel 1 van de Grondwet. Dit voorstel is bewust ongelijk faciliterend zonder duidelijke proportionaliteitsonderbouwing. Wat vindt de raad hiervan? Mevrouw KOENDERS is van mening dat het proportionaliteitsbeginsel is afgewogen, dat staat in verhouding. Er worden extra faciliteiten niet toegekend maar in essentie wordt er niets van het raadswerk afgenomen. De heer SCHOUTEN stelt dat er sowieso een informatieachterstand ontstaat omdat die raadsleden niet in het presidium mogen plaatsnemen. Het verslag van het presidium is uitstekend maar niet letterlijk van wat er gezegd is. Dit is dus een ongelijkheid die het raadslid in de weg kan staan. Mevrouw STRUIJK vindt het verslag van het presidium behoorlijk goed. Er worden hier geen raadsleden beperkt maar fracties. De raadsleden zijn wettelijk vastgelegd en dat geldt niet voor de fracties. Die bestaan niet en dan is het aan de raad om daar in een reglement van orde afspraken over te maken. Mevrouw KOENDERS zegt dat het presidium ook geen besluitvormend orgaan is.
Mevrouw SLUIJS is ook van mening dat het persoonlijke mandaat niet wordt aangetast door deze beperkingen. Minister Ollongren heeft in het verleden onderzoek laten doen naar de afsplitsingen en wat daaraan zou kunnen gebeuren en heeft de gemeenten opgeroepen om zelf te kijken wat er in de reglementen mogelijk is aan beperkingen. De heer SCHOUTEN stelt dat een reglement van orde het werk van de raad dient te organiseren en niet politieke keuzes te sturen. Dit voorstel koppelt nadelige gevolgen van een legitieme politieke keuze en maakt het functioneren van raadsleden afhankelijk van hun fractiestatus. Daarnaast wordt dit voorstel behandeld in de laatste fase van deze raadsperiode waardoor het vooral werking heeft voor de volgende raad. Regeert de raad zo niet over zijn eigen graf heen? Mevrouw STRUIJK denkt dat de ervaring van de afgelopen 4 jaar hier goed wordt ingezet en dat dit wordt meegegeven aan de volgende raad. De volgende raad kan het reglement ook weer aanpassen maar hopelijk zal dat niet worden gedaan. Mevrouw SLUIJS zegt dat dit een sluitstuk is van de werkgroep vergaderwijze die deze hele periode heeft gekeken naar hoe de raad zo optimaal mogelijk kan functioneren. Natuurlijk kan de nieuwe raad alles weer aanpassen. De heer KRIMP is ook van mening dat dit een resultante is van alles wat er gebeurd is. Dit wordt meegegeven aan de volgende raadsperiode.
De heer VAN LOON zegt dat met deze wijzigingen het alleen maar beter en prettiger wordt gemaakt voor de nieuwe raadsleden. De heer VAN DER PADT memoreert dat eerder speelde in de raad dat het uitbreiden tot 3 steunfractieleden qua kosten geen argument mocht zijn maar in dit voorstel zijn kosten mede een argument om beloningen af te pakken.
15
Mevrouw STRUIJK vindt de kosten geen doorslaggevend argument bij dit raadsvoorstel maar een legitiem aanvullend belang. Bij de uitbreiding van het totaal aantal steunfractieleden gaat het om een te voorziene hoeveelheid geld die goed ingeboekt kan worden. Het plotseling afsplitsen van fracties of van leden van fracties is een onvoorziene gebeurtenis en krijgt de gemeente dat geld ineens voor zijn kiezen en dat maakt wat uit voor de begroting van de gemeente. De heer VAN DER PADT constateert dat een argument geen argument is want het komt D66 niet uit. Mevrouw STRUIJK heeft gezegd dat het geen doorslaggevend argument is en dat betekent dat het een aanvullend iets is en niet het belangrijkste argument van het betoog. Mevrouw SLUIJS is het wel eens met de VVD want het argument beperking van de kosten hoort niet in het rijtje thuis omdat het om de inhoud gaat. Punt 1 is het allerbelangrijkste. De heer SCHOUTEN is het eens met de heer Van der Padt en heeft daarom ook de technische vragen gesteld en ook vorige week vragen gesteld. De kostencomponent wordt expliciet genoemd in het voorstel terwijl het een futiliteit is ten opzichte van het vorige voorstel over het uitbreiden van de steunfractieleden.
De heer KRIMP memoreert dat het voorstel in december uitging van het verminderen van de werkdruk waarbij het CDA heeft voorgesteld om daar 4 van te maken maar uiteindelijk is bij amendement teruggegaan naar 3 waardoor de kosten zijn beperkt. In onderhavig voorstel wordt het argument kosten genoemd maar het gaat vooral om het voorkomen van fragmentatie en het blijven bij de verkiezingsuitslag. Het ene voorstel is besparing en het andere voorstel is een uitgave. Het is niet legitiem om beide voorstellen alleen op het kostenelement met elkaar te vergelijken. De heer VAN DER PADT stelt voor één steunfractielid per raadslid maar ook bij afsplitsingen. Mevrouw SLUIJS memoreert dat de fractie destijds al verbaasd was over dit punt omdat een steunfractielid geen persoonlijke assistent is van een raadslid maar de gehele fractie ondersteunt. Dus voor afsplitsers is dit niet logisch. De heer VAN DER PADT merkt op dat als er straks een partij komt in de raad met één fractielid dat geen persoonlijke assistent is en dan zouden er volgens GroenLinks geen steunfractieleden mogen zijn? Mevrouw SLUIJS zegt dat zo’n steunfractielid dan de gehele partij vertegenwoordigt. De heer SCHOUTEN gaat ervan uit dat de fracties die hier voor zijn in de landelijke politiek gaan aankaarten dat de Gemeentewet moet worden aangepast want daar staat expliciet in dat een raadslid persoonlijk gekozen wordt.
Daar horen rechten bij en één steunfractielid per raadslid is dan een uitstekend uitgangspunt. De heer KRIMP zegt dat de fracties inderdaad niet zijn opgenomen in de Gemeentewet maar in het reglement van orde. Daarin wordt ook de vergoeding gerekend voor fracties en voor een fractie met één lid is er de mogelijkheid om een steunfractielid te benoemen.
16
De heer VAN DER PADT memoreert dat het CDA zelf in een motie 3 steunfractieleden per fractie heeft aangegeven om voldoende ondersteuning te geven maar ieder raadslid is een raadslid en fracties bestaan niet. De heer KRIMP geeft aan dat het voorstel geldt voor degenen die bij de reguliere verkiezingen zijn gekozen en die in het reglement van orde zijn aangewezen als fractie. Daar zit dus een duidelijk verschil in. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 9. Uitkomsten selectieproces Wintertuin 2025 (1441649) De VOORZITTER memoreert dat op 2 februari een besloten vergadering heeft plaatsgevonden over geheime bijlagen bij dit raadsvoorstel. Er mogen geen vragen of debatpunten over deze bijlagen worden gesteld. De heer VAN DEN BERG merkt op dat de raad vorig jaar kaders heeft gesteld voor de procedure om te komen tot verhuur van de Wintertuin. Dit bespreekstuk gaat enkel en alleen over de uitkomst van deze procedure, of voldaan wordt aan de gestelde kaders en of de procedure zorgvuldig is doorlopen. Het antwoord op deze vragen is ja. Mevrouw DEURLOO zegt dat voor alle inwoners iets aantrekkelijks is bedacht. De botanische functie wordt hersteld, winkeltjes, horeca en educatieve projecten en het is goed dat er lokale ondernemers bij dit plan betrokken worden.
De stichting heeft na 5 jaar de bereidheid om misschien meer dan € 40.000 per jaar huur op te brengen maar de verwachtingen zijn hooggespannen en zijn ze wel realistisch? De gemeente blijft het groot onderhoud voor zijn rekening nemen en neemt daarmee de grootste kostenpost voor zichzelf. Het is niet te toetsen hoe dit nieuwe initiatief zich zal ontwikkelen en het baart zorgen of de gemeente dit plan voor 5 jaar los kan laten. Misschien moeten er speciale raadsrapporteurs worden aangesteld om de raad indien nodig tijdig te informeren. Hoe denken de andere fracties over dit voorstel of hebben zij andere suggesties voor een monitoring hiervan? Zijn er naast de 4 omwonenden ook andere omwonenden betrokken bij dit initiatief? Bij dit initiatief zouden ook de Vrienden van het Cantonspark betrokken zijn maar ook dat blijkt bij navraag niet zo te zijn. Waarom wordt dit dan wel expliciet beweerd? Een stichting die geen winstoogmerk heeft, heeft ook geen stimulans om zich in te zetten om meer te gaan omzetten en om de winst dus om te zetten in verhoging van de huur. Hoe denken de andere fracties over de realiteit van de bereidheid om tot een huurverhoging te komen en welke mogelijkheden zien de andere fracties om de initiatiefnemer hiertoe aan te zetten? De heer VAN DER LINDEN kan zich volledig vinden in de voorgestelde keuze en zal voor het raadsvoorstel stemmen.
De Wintertuin is een plek met potentie, cultureel, maatschappelijk en economisch. Het is een voorziening die kan bijdragen aan levendigheid en verbinding in de gemeente en daarom is het van groot belang dat de exploitatie in handen komt van een partij die deze potentie begrijpt en kan waarmaken. Het proces is zorgvuldig doorlopen. De voorgestelde exploitant heeft een duidelijke ambitie om de Wintertuin te laten uitgroeien tot een toegankelijke en breed gedragen ontmoetingsplek. Juist de combinatie van functies en het open karakter maakt dit voorstel toekomstbestendig. De samenwerking met bestaande partijen versterkt de maatschappelijke meerwaarde. Het exploitatiemodel oogt realistisch.
17
Natuurlijk zijn er altijd onzekerheden wanneer een nieuwe fase wordt ingegaan maar als de gemeente de Wintertuin daadwerkelijk tot bloei wil laten komen moet de stap worden gezet naar een professionele en betrokken exploitant. Het dossier Wintertuin is een langlopend drama. Als de raad zich met dit dossier bemoeide is het, ondanks de goede bedoelingen, vaak uitgelopen op een teleurstelling. Hopelijk wordt het voorstel over 14 dagen daarom unaniem aangenomen. De heer VAN WIJK zegt dat het plan er mooi uitziet. De begroting kan altijd iets afwijken maar dat is een kwestie van ondernemen maar het ziet er netjes uit. Het plan voldoet aan de gestelde kaders. De heer SCHOUTEN merkt op dat tijdens de informatieraad dit dossier bleef steken in algemeenheden en de raad en veel inwoners kregen geen werkelijk inzicht van wat hier op het spel staat. Spreker is principieel geen voorstander van besloten vergaderingen en was er daarom niet bij maar het feit blijft dat wezenlijke onderdelen van dit besluit buiten het publieke debat zijn besproken en dat schuurt. Zeker bij een gemeentelijk monument met langdurige gevolgen. In dit dossier hoort maximale transparantie de norm te zijn. Een groot deel van Baarn staat nog steeds aan de zijlijn en dat is moeilijk uit te leggen want de Wintertuin is van alle inwoners van Baarn.
Door de vertrouwelijkheid is het stellen van echte vragen lastig en de antwoorden die worden verkregen kunnen niet eerlijk worden uitgelegd aan de inwoners. Inwoners kijken terecht kritisch naar dit dossier want het heeft de gemeente al veel geld gekost en als de raadsleden niet open kunnen zijn over risico’s en afwegingen, hoe kunnen zij dan hun zorgen wegnemen dat het nog niet meer gaat kosten? Inwoners verwachten dat de raad zichtbaar, controleerbaar en transparant besluiten neemt, juist bij een dossier van deze omvang en daarom is spreker er nog niet uit. Mevrouw STRUIJK gaat akkoord met de uitkomsten van het selectieproces. D66 is ook blij met deze partij, een aantal Baarnse ondernemers die het lef hebben en een goed plan om een goede exploitatie neer te zetten. Hopelijk zullen zij hierin slagen. De heer JONKERS vindt het een sympathiek plan maar ziet ook nog de nodige risico’s. De motie sprak over een sluitende begroting en deze is feitelijk sluitend als er voldoende huurpenningen zijn om ook het groot onderhoud te betalen. De exploitatie is financieel net aan. Is dat wel realistisch? Het verleden heeft geleerd dat er forse aanvullende kosten kunnen zijn en het is goed om de ondernemers vanaf de eerste dag mee te geven dat hiervoor geen ruimte is. Er was sprake van een huurder die geen huur meer betaalde en dat kan geen optie meer zijn.
Bijvoorbeeld 3 maanden te laat leidt automatisch tot ontbinding en dan zal de betaalde borg worden gebruikt ter verrekening. Het is verstandig om dit soort zaken kristalhelder op te nemen in de huurovereenkomst zodat hierover in de toekomst geen ernstig misverstand of procedures kunnen ontstaan. Stel dat deze exploitatie het niet haalt, wat is dan het plan van het college en aan de raad wordt hetzelfde gevraagd. De heer VAN LOON is verheugd dat de nieuwe huurders het initiatief nemen om een van de parels van Baarn weer nieuw leven in te blazen. De fractie wenst deze mensen heel veel succes. Wethouder PRAKKE merkt op dat de initiatiefnemers hebben gesteld dat er betrokken inwoners zijn waaronder de Vrienden van het Cantonspark. Het zijn 2 partijen die zijn samengevoegd tot één maar met wie en hoe is aan de indieners van het voorstel. In december jongstleden is de visie op het strategisch vastgoed vastgesteld en daarin is gezegd dat de gemeente het pand in bezit wil houden. Als het niet lukt wordt weer met de raad in gesprek gegaan. De raad heeft al uitgesproken dat op het moment dat hier geen indiener was geweest dan het college gevraagd zou worden om een proces tot verkoop op te starten. Dat is dan de afweging die de raad op dat moment kan maken en als de raad dat niet wil moet weer een nieuwe uitvraag worden gedaan.
Vaak is gehoord op het moment dat Paleis Soestdijk werd verkocht mensen zeiden dat het in het bezit had moeten blijven van de 18
overheid. Die vergelijking kun je ook met de Wintertuin trekken maar met elkaar moet worden geprobeerd om er nu een succesvolle invulling van te maken. De heer JONKERS wijst erop dat er een motie ligt waarin staat dat als het niet lukt de Wintertuin zou worden verkocht. Gaat de wethouder die motie uitvoeren? Wethouder PRAKKE zegt dat het amendement is uitgevoerd en daarin stond dat wanneer er hier geen inschrijving zou zijn maar er is een inschrijving en dat ligt nu ter gunning voor. Op het moment dat dit geen succes wordt zal alsnog tot het punt worden gekomen dat een gesprek wordt gevoerd met de raad over een proces tot verkoop of niet. Mevrouw DEURLOO vraagt of de wethouder kan informeren bij de initiatiefnemers over de inzet van omwonenden. Dat heeft een relevantie met de omgevingsvisie waarin expliciet staat dat omwonenden daarin zouden worden meegenomen. Wethouder PRAKKE geeft aan dat het verzoek zal worden neergelegd bij de initiatiefnemer om daar meer duidelijkheid over te geven, en dat betreft ook de Vrienden van het Cantonspark, maar het zal waarschijnlijk niet zo zijn dat met iedereen in de buurt. Ook bij de vergunningsprocedure die hierna gaat lopen staat het iedereen vrij, ook omwonenden, om een zienswijze in te dienen. Het antwoord op het verzoek aan de initiatiefnemer zal weer vertrouwelijk aan de raad worden medegedeeld.