251218 RIB Stand van zaken ontwikkelingen Landgoed Paleis Soestdijk + bijlagen (1426356)
Tekst van het document
Naast de carpoolplaats , de gemeentewerf en het afvalbrengstation aan de Amsterdamsestraatweg ligt een perceel grond , waarvan de voormalige opstallen zijn gesloopt. De locatie ligt vlakbij rijksweg A1 direct naast de afrit. De gemeente heeft deze gronden verworven met als specifieke doelen de uitbreiding van de gemeentewerf en de uitbreiding van de carpoolplaats en ruimte voor het parkeren van vrachtauto’s (die nu langs de Oude Amsterdamsestraatweg staan geparkeerd). Daar is bijgekomen een onderzoek voor het (mogelijk) plaatsen van een tijdelijke gasturbine door Stedin om stroom op te wekken. De locatie is dus niet beschikbaar voor een periode tot 2035. Conclusie alternatieve locaties Het bovenstaande overwegende , wordt geconcludeerd dat de mogelijke alternatieven voor een locatie voor opvang van 152 asielzoekers niet op korte termijn geschikt gemaakt kunnen worden en/of beschikbaar zijn. Alles overwegende wordt geconcludeerd dat de voormalige marechausseelocatie aan de Amsterdamsestraatweg 13 de meest geschikte is. c.
De commissie heeft geadviseerd om nader toe te lichten dat er in het kader van de vergunningverlening een vergelijking moet worden gemaakt tussen het gebruik als marechausseeterrein en het voorziene gebruik. De commissie heeft aangegeven dat verduidelijkt moet worden hoe de vergelijking tussen het voormalige gebruik en de beoogde permanente bewoning is gemaakt; en in hoeverre de functiewijziging naar aard en omvang ruimtelijk gelijkwaardig is aan het planologisch toegestane gebruik. Hieronder geven wij aan hoe de vergelijking tussen het voormalige gebruik en de permanente bewoning is gemaakt. Wij merken allereerst op dat met het vergunde gebruik geen sprake is van (permanente) bewoning , maar van asielopvang. De functie ‘wonen’ zou andere (zwaardere) ruimtelijke effecten hebben dan
5
asielopvang. Er is dus een vergelijking gemaakt tussen het voormalige gebruik als kazernegebruik en het gebruik als asielopvang. Die vergelijking is gemaakt door (de ruimtelijke impact van) het voormalige (mogelijke) gebruik op basis van het bestemmingsplan te vergelijken met het vergunde gebruik als asielopvang. Bij de vergelijking zijn wij uitgegaan van het voormalige gebruik zoals dat mogelijk is op grond van het bestemmingsplan en zijn wij uitgegaan van asielopvang voor maximaal 152 asielzoekers in de bestaande bebouwing. De functiewijziging is naar aard en omvang ruimtelijk gelijkwaardig aan het planologisch toegestane gebruik: wij zijn van oordeel dat het planologische toegestane gebruik een grotere ruimtelijke impact heeft dan het gebruik als asielopvang voor 152 asielzoekers. Ten eerste vindt de asielopvang plaats binnen de huidige bebouwing. Er wordt dus geen extra of andere bebouwing gerealiseerd. Wat dat betreft blijft de ruimtelijke uitstraling en impact dus gelijk. Het landschap wordt daarmee ook niet meer of anders verstoord. Wij beschouwen hierna de relevante aspecten verkeer , licht en geluid en de ruimtelijke impact daarvan ten opzichte van het voormalig gebruik. -
Verkeer Met betrekking tot het aspect verkeer wordt in de eerste plaats verwezen naar paragraaf 5. 2 van de GoFlo , waaruit volgt dat het gebruik als opvanglocatie een lagere verkeersaantrekkende werking heeft dan het gebruik als kazerneterrein. Wij voegen daar ten overvloede nog het volgende aan toe. De kazerne had een regionale functie en wegens de ligging van de kazerne vonden er veel vervoersbewegingen met motorvoertuigen plaats door zowel werknemers als toeleveranciers. Er zijn dan ook 110 parkeerplaatsen aanwezig op het kazerneterrein. Om dit aantal parkeerplaatsen inzichtelijk te maken is daarvan een foto overzicht bijgevoegd (bijlage). Asielzoekers beschikken niet over een rijbewijs en/of een auto. Het COA stelt aan de asielzoekers die worden opgevangen ook geen parkeerplaats ter beschikking. Van de 110 aanwezige parkeerplaatsen worden erdoor het COA slechts vijftien gebruikt voor haar werknemers. Het verkeer van en naar de opvanglocatie is dan ook enkel verkeer dat wordt veroorzaakt door personeel , leveranciers en eventuele bezoekers. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het gebruik van motorvoertuigen ten opzichte van het voormalige en toegestane gebruik als kazerneterrein juist afneemt en de ruimtelijke impact wat dat betreft ook kleiner is. Van een ‘aanzienlijke toename’ van verkeer , zoals de bezwaarmaker stelt , is dus geen sprake.
-
Geluid Met betrekking tot het aspect geluid wordt ook verwezen naar par. 5. 9. 2 van de GoFlo , waarin is ingegaan op het geluid dat de opvanglocatie veroorzaakt op de omgeving. Wij voegen daar het volgende aan toe. Zoals hierboven is geconcludeerd , nemen de verkeersbewegingen van motorvoertuigen ten opzichte van het gebruik als kazerneterrein af. De geluidsbelasting (van motorvoertuigen) op de omgeving neemt daarmee ook af. Naast het geluid dat door motorvoertuigen wordt veroorzaakt (wat dus afneemt ten opzichte van het voormalige gebruik) , zal de opvanglocatie enkel stemgeluid van bewoners en werknemers veroorzaken. 6
Op het kazerneterrein is ook een sportveld en een schietbaan aanwezig , die ook werden gebruikt door de marechaussee. De schietbaan is inpandig gelegen , onder de sportzaal. Het COA zal het sportveld slechts incidenteel en de schietbaan niet gebruiken. Het gebruik van deze functies zorgde logischerwijze ook voor geluidsbelasting op de omgeving. Die geluidsbelasting valt dus vrijwel geheel weg met het gebruik als opvanglocatie. Met betrekking tot het aspect geluid concluderen wij dan ook dat de ruimtelijke impact ten opzichte van het gebruik als kazerneterrein ten minste gelijk blijft. -
Licht U maakt zich ook zorgen om het gebruik en het effect van licht. Op het kazerneterrein is reeds verlichting aanwezig , namelijk terreinverlichting , oprijverlichting , bosverlichting en verlichting op het sportveld. Dit past binnen de vigerende bestemming. De bosverlichting en de verlichting op het sportveld zijn defect en worden door het COA niet gebruikt. De bestaande terreinverlichting en oprijlaanverlichting wordt door het COA uiteraard wel gebruikt. De lichtbronnen van de oprijlaanverlichting zijn inmiddels vervangen door duurzame lichtbronnen die ‘vleermuisvriendelijk’ zijn. De bestaande terreinverlichting wordt momenteel ook geïnventariseerd en aangepast naar duurzame vleermuisvriendelijke verlichting. In de uiteindelijke situatie zal er dus minder verlichting aanwezig zijn en de verlichting die aanwezig is , is steeds meer ‘vleermuisvriendelijk’. Bovendien zijn er , zoals hierboven is geconcludeerd , minder verkeersbewegingen en dus ook minder motorvoertuigen die (tijdelijk) licht veroorzaken. De ruimtelijke impact neemt met betrekking tot het aspect licht dus juist af ten opzichte van het gebruik als kazerneterrein. Wij concluderen dat de ruimtelijke impact en uitstraling ten opzichte van het planologisch toegestane gebruik als kazerneterrein met het gebruik als asielopvang niet slechts gelijkwaardig blijft , maar zelfs afneemt.
d. Voor wat betreft de functiewijziging heeft u aangegeven dat deze alleen zeer kleinschalig mogen zijn , zoals het herbestemmen van een koetshuis tot kantoorruimte. Wij verwijzen voor een reactie op dit onderdeel naar het advies van de commissie. e.
Ook heeft u aangegeven dat de vergunde periode van tien jaar zal worden overschreden. De commissie behandelt dit onderwerp niet afzonderlijk. Wij verwijzen volledigheidshalve voor een toelichting hierop naar het verweer d. d. 10 september 2025.
f.
In het verweer en tijdens de hoorzitting is toegelicht hoe de participatie heeft plaatsgevonden. Tijdens de hoorzitting is besproken dat nog nadere gesprekken plaats zouden vinden met de aanwezige organisaties. Die gesprekken hebben inmiddels plaatsgevonden. Er is gemotiveerd aangegeven dat en hoe de participatie heeft plaatsgevonden.
Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het besluit in stand kan blijven. Tot slot Heeft u nog vragen? 7
Neemt
u dan
gerust contact op met
(geanonimiseerd)
Met vriendelijke groet , het college van burgemeester
(geanonimiseerd) -
en wethouders
van
telefoonnummer
(geanonimiseerd) of per e-mail En
Baarn ,
(geanonimise rd) (geanonimiseerd) gemeentesecretaris
burgemeester
U kunt in beroep tegen dit besluit Bent u het niet eens met ons besluit? Dan kunt u in beroep bij de rechtbank. Op http://www. rechtspraak. nl leest u hoe dit precies werkt. Belangrijk om te weten is dat het geld kost om in beroep te gaan. En dat u alleen beroep in kunt dienen binnen 6 weken na de dag dat wij dit besluit aan u sturen. U kunt op 2 manieren in
beroep: 1. 2.
Stuur een brief naar: Rechtbank Midden-Nederland , Sector Bestuursrecht , Postbus 16005 , 3500 DA UTRECHT Vul een digitaal formulier in via http://loket. rechtspraak. nl/bestuursrecht. Dit kan alleen als u kunt inloggen via DigiD.
Spoedprocedure: verzoek om voorlopige voorziening indienen Een voorlopige voorziening is de mogelijkheid om een besluit tijdelijk ongedaan spoedprocedure bij de voorzieningenrechter. Een voorlopige voorziening wordt alleen toegekend als: e e
Bijlagen 1. 2. 3. 4, 5. 6.
_ Aangetoond
te maken
door middel van een
is dat er spoed bij is en een uitspraak noodzakelijk is om een situatie te voorkomen niet meer terug te draaien is (bijvoorbeeld het kappen van een boom) en _Ook een beroepsschrift is ingediend tegen het besluit op een bezwaar.
Het verweer van het college De schriftelijke toelichting van bezwaarde tijdens de hoorzitting De nadere reactie van het college op de schriftelijke toelichting Het advies van de bezwaarcommissie en het verslag van de hoorzitting Detoelichting namens de provincie Utrecht op het verstedelijkingsverbod Foto-overzicht van de aanwezige parkeerplaatsen
die
datum onderwerp
10 september 2025 Verweerschrift bezwaarschrift Stichting Behoud het Borrebos
Aan de leden van de commissie bezwaarschriften
,
Verweerder , het college , heeft kennis genomen van het bezwaarschrift van (naam bezwaarmaker) , hierna te noemen: de bezwaarmaker , tegen het besluit van (datum besluit) trekkende tot (inhoud besluit) Feiten
-
Op 21 februari 2025 heeft het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het vestigen van een opvanglocatie voor 152 personen voor een periode van tien jaar. De aanvraag is op 29 februari 2025 gepubliceerd Het besluit op de aanvraag is op 17 juni 2025 genomen en op die datum aan het COA en aan bezwaarde verzonden Van 17 juni t/m 28 juli 2025 kon bezwaar tegen het besluit worden ingediend De Stichting Behoud het Borrebos (de Stichting) heeft op 20 juni 2025 bezwaar tegen het besluit ingediend Dit bezwaar is op 20 juni 2025 door het college ontvangen
Inleiding Het Landgoed Paleis Soestdijk bestaat uit verschillende onderdelen. Een deel daarvan wordt gevormd door het “marechausseeterrein” op het adres Amsterdamsestraatweg 13 in Baarn. Dit is verhard terrein , dat bestaat uit: 8 dienstwoningen , 3 logiesgebouwen/paviljoens met elk 10 kamers (voor minstens 3 personen per kamer) , een hoofdgebouw met een kantoor- en kantinefunctie , 2 grote loodsen en 1 kleine loods (ten behoeve van opslag van munitie en auto's) en een grote gymzaal met daaronder een schietbaan en tennisbanen. In totaal is er circa 3. 658 m2 aan bebouwing op het terrein. Deze oppervlakten zijn opgenomen in het bestemmingsplan Landelijk Gebied. Het bestemmingsplan laat op het marechausseeterrein in totaal een bebouwd oppervlak toe van 3710 m² toe (zie tabel 4 van bijlage 2 bij de planvoorschriften van het bestemmingsplan Landelijk gebied , onderdeel van het omgevingsplan). Het bestaande verharde oppervlak van het terrein beslaat 12. 173 m2. Het marechausseeterrein is vanaf 1949 aangelegd en opgebouwd ten behoeve van een kazerne. De kazernebebouwing werd vergund en gerealiseerd in 1949 en 1961. In 1973 en 1976 vonden diverse vergunde verbouwingen plaats en werden woonpaviljoens gebouwd. In 1996 werd het kantoor verbouwd.
Uit de gebruiksvergunning brandveiligheid uit 1998 en de bijbehorende voorwaarden blijkt dat er 100 mensen tegelijk in de eetzaal , en daarnaast nog eens 100 mensen tegelijk in de kantine aanwezig mochten zijn. Deze personen bevonden zich in het kantoorgebouw. Er was geen verdere beperking voor het totaal aantal aanwezige mensen op het terrein of in de overige gebouwen. De enige voorwaarde hield in dat de wachtcommandant op de hoogte moest zijn van de aantallen aanwezigen. Het marechausseeterrein voorzag in de huisvesting van en werkplekken voor de personen die zorgden voor de bewaking van onder andere Paleis Soestdijk , Kasteel Drakensteyn en het Paleis het
1
Loo in Apeldoorn. Van en naar deze locaties vonden af en aan verkeersbewegingen plaats , en daarnaast nog af- en aanrijdend verkeer voor het personeel dat van en naar het eigen huis reed. Op dit moment vindt op het marechausseeterrein opvang van 90 minderjarige asielzoekers plaats , en van 62 reguliere asielzoekers. De 90 jongeren wonen in de drie paviljoens. De 62 reguliere asielzoekers in zeven van de acht woningen. Deze laatste groep bestaat thans uit nareizigers die in afwachting zijn van definitieve huisvesting. Om de bewoning mogelijk te maken is in begin juli 2022 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend , op grond waarvan 50 personen werden gehuisvest voor de duur van één jaar. In het najaar van 2022 is de opvang uitgebreid naar 68 en in het voorjaar van 2023 naar 90. In het najaar van 2024 is de huisvesting uitgebreid naar 152. Dit aantal is het aan de gemeente Baarn toegewezen aantal asielzoekers in de Spreidingswet. Omdat hiervoor in het najaar van 2024 nog geen vergunning voor dit totaal aantal van 152 personen was verleend , heeft bezwaarde , de Stichting Behoud het Borrebos , een verzoek om handhaving ingediend. Het college heeft dit verzoek afgewezen op 26 februari 2025 , waarna het verzoek om een voorlopige voorziening tegen dit besluit tijdens een zitting bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland op 10 april 2025 is behandeld.
Inmiddels was de aanvraag voor de vergunning waartegen het onderhavige bezwaar zich richt inmiddels aangevraagd. Op het moment van behandeling van de weigering om te handhaven bij de voorzieningenrechter was de GoFlo al vrijwel definitief , en maakte onderdeel uit van de procedure. Het college heeft voorafgaand aan de zitting bij de voorzieningenrechter schriftelijk verweer ingediend. Dat verweer treft u als bijlage 3a hierbij aan. De voorzieningenrechter heeft de Stichting ter zitting voorgehouden dat zij dit verweer volgde , dat het onderzoek in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zorgvuldig oogde en het college daarnaast de belangen van de opvang ter plaatse mocht laten prevelaren boven het belang van handhaving. Tegelijkertijd begreep de voorzieningenrechter dat de Stichting de aanwezigheid van de opgevangen personen formeel getoetst wilde zien. Tijdens deze zitting is het verzoek door de Stichting weer ingetrokken , waarbij afgesproken is dat gedurende het proces van beoordeling van de vergunningaanvraag het aantal op te vangen personen niet zou vermeerderen. Het proces-verbaal van de zitting treft u eveneens als bijlage 3b hierbij. Na de vergunningverlening van de onderhavige vergunning is het bezwaar tegen de weigering om te handhaven ingetrokken en concentreert de procedure zich op de vergunningverlening.
Ontvankelijkheid Het besluit van 17 juni 2025 is per mail aan de Stichting bekend gemaakt en in het Baarns Weekblad en op 19 juni 2025 op de website officielebekendmakingen. nl gepubliceerd. Het besluit betreft een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan op grond van de artikelen 6:7 en 6:8 van de Awb binnen zes weken na bekendmaking een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift is op 20 juni 2025 door het college ontvangen en daardoor tijdig ingediend. Nu het bezwaarschrift tijdig is ingediend , de bezwaarde als belanghebbende kan worden beschouwd en aan de wettelijke eisen is voldaan , is het college van oordeel dat het bezwaarschrift ontvankelijk is. Juridisch kader Het juridisch kader bestaat in de onderhavige procedure uit de volgende wet- en regelgeving: • Artikel 8. 0a , lid 1 of 2 , artikel 8. 3b , artikel 8. 74b en artikel 8. 80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving , om de aanvraag te toetsen • Artikel 5. 1 lid 1 onder a van de Omgevingswet , voor de omgevingsvergunningplicht. 2
• Artikel 5. 36 van de Omgevingswet voor het bepalen van de termijn waarvoor de vergunning geldt • Het Omgevingsplan gemeente Baarn. • De Verordening Fysieke Leefomgeving. • Artikel 16. 79 , lid 2 van de Omgevingswet voor de datum dat het besluit van kracht is. • Artikel 3:40 en 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht om het besluit bekend te maken. • Artikel 7:1 , lid 1 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht om bezwaar te maken. • Hoofdstuk 6 van de Algemene wet bestuursrecht over de aanvang en termijnen , de regels voor de inhoud en inleveren bij bevoegd gezag van het bezwaarschrift.
Gronden van bezwaar De Stichting heeft vijf bezwaargronden aangevoerd: 1. 2. 3. 4. 5.
Er is geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; Er is sprake van strijd met het provinciale verstedelijkingsverbod; Het NNN gebied is niet als zodanig beoordeeld en een ecologische beoordeling ontbreekt; De vergunde periode van tien jaar zal worden overschreden , bezwaarde verwacht permanent gebruik; Er is niet voldaan aan de participatievoorschriften.
Reactie op gronden van bezwaar Ad 1. Etfal De Stichting betoogt dat er geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal) omdat de opvanglocatie buiten de bebouwde kom , en in een beschermd natuurgebied is geplaatst. Voor het natuurgebied kan dit een ongewenste precedentwerking hebben. Ter onderbouwing van de aanvraag is een zogeheten “GoFlo” ingediend , de “goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving”. Daarin worden alle relevante aspecten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving onderzocht en is beargumenteerd waarom de aanvraag past binnen de fysieke leefomgeving. Ook is in deze GoFlo verwezen naar enkele afzonderlijke onderzoeken die in het kader van de onderbouwing zijn gedaan , zoals een onderzoek naar stikstofdepositie. De Stichting schrijft alleen dat er geen sprake is van een goede etfal omdat een asielzoekerscentrum buiten de bebouwde kom wordt geplaatst. Deze stelling wordt verder niet nader onderbouwd. Het college verwijst daarom naar de inhoud van de GoFlo waarin onderbouwd wordt waarom het opvangcentrum wel passend is op deze locatie. Daarnaast wordt in het besluit zelf ook nog inhoudelijk ingegaan op de toets die de omgevingsdienst RUD op de GoFlo heeft verricht , en op de belangen die het college heeft afgewogen. Iedere aanvraag wordt individueel bekeken en beoordeeld.
Gelet op de aard van de locatie en het verzoek ligt precedentwerking niet voor de hand. Ad 2. en Ad 3. Provinciaal verstedelijkingsverbod en NNN toets De inhoud van de tweede en derde bezwaargrond hangt met elkaar samen. Daarom worden deze gronden hier in samenhang besproken.
3
De Stichting geeft in het bezwaar aan dat de locatie buiten het in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie is gelegen. Het provinciale beleid is inmiddels vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening , in dit verweer zal daarom op de vigerende regelgeving worden ingegaan. Er is in het onderhavige geval geen sprake van verstedelijking. De voorliggende ontwikkeling betreft enkel een gebruikswijziging van het bestaande en bebouwde marechausseeterrein. De feitelijke situatie , de ligging en de beoordeling van de bestaande verharding in het licht van de provinciale omgevingsverordening is uiteengezet op p. 38 e. v. van de GoFlo. Het marechausseeterrein zelf vormt geen onderdeel van het NNN gebied. Dat volgt uit artikel 6. 3 lid 4 van de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht: In artikel 6. 3 lid 4 is bepaald: Onder de oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval niet de bestaande legale bebouwing , en de daaraan direct grenzende strook grond die bestaand en legaal is ingericht ten dienste van die bebouwing , en bestaande legale halfverhardingen of verhardingen begrepen. In de toelichting van de omgevingsverordening staat hierover: Als het plan op deze plekken een nieuwe activiteit of de wijziging van een bestaande activiteit toestaat , wordt dit niet als oppervlakteverlies voor het natuurnetwerk Nederland gezien.
Eis is wel dat de bebouwing mét direct aangrenzende strook , (half)verharding feitelijk bestaat op het moment van vaststelling van het plan én dat deze legaal is , zowel planologisch legaal als vergund. Er is dus geen sprake van het overtreden van het provinciaal verstedelijkingsverbod , en overigens is evenmin sprake van verstedelijking als bedoeld in artikel 5. 129g Bkl. Dit is ook in het besluit zelf gemotiveerd aangegeven , en GS volgt dit standpunt. Hoewel het marechausseeterrein zelf geen deel uitmaakt van het NNN gebied heeft wel een etfal toets plaatsgevonden waarbij het NNN gebied is betrokken: Gelet op het principe om in het kader van de etfal ook de omgeving van het plangebied uit een oogpunt van zorgvuldigheid en volledigheid bij de beoordeling te betrekken heeft wel een beoordeling van de mogelijke effecten van het gebruik als opvanglocatie op het omliggende NNN gebied plaatsgevonden. Dit uitvoerige onderzoek is verwerkt in de GoFlo (p. 38-43). De conclusie is duidelijk: Menselijke activiteit vindt al jaren plaats op het terrein met de realisatie van de aanwezige bebouwing in circa 1950. Negatieve effecten op de kenmerken en waarden van deze natuurgebieden als gevolg van de tijdelijke opvanglocatie zijn uitgesloten. Hetzelfde geldt voor verstorende effecten op aanwezige beschermde soorten binnen en in omgeving van de projectlocatie.
In het bezwaar wordt niet aangegeven waarom dit onderzoek onjuist zou zijn uitgevoerd of waarom de conclusies niet correct zouden zijn. Het onderzoek heeft in overleg met de provincie plaatsgevonden. Daartoe is een vergelijking gemaakt tussen het op grond van het omgevingsplan toegestaan gebruik en het voorziene toekomstige gebruik. In het kader van die vergelijking is in het bijzonder gekeken naar het (eerder) bestaande dagelijks en nachtelijk gebruik , het aantal verkeersbewegingen , de intensiteit van het gebruik , het aantal aanwezige personen , de uitstraling en effecten van licht en geluid. Uit dit 4
onderzoek blijkt dat de oppervlakte , de samenhang , de kwaliteit en de wezenlijke kenmerken en waarde van het NNN gebied niet achteruitgaan door het huidige gebruik en de beoogde situatie. Ad 4. De termijn van de vergunde periode De Stichting verwacht dat de vergunde periode van tien jaar zal worden overschreden. Aangevraagd en vergund is een periode van tien jaar. Artikel 5. 36 van de Omgevingswet bepaalt dat een vergunning kan gelden voor de daarin gestelde termijn. In het besluit is de termijn van tien jaar letterlijk benoemd. Indien de termijn wordt overschreden zonder dat er een andersluidende vergunning en/of wijziging van het Omgevingsplan heeft plaatsgevonden op grond waarvan voortgezet gebruik mogelijk zou zijn kan dan (al dan niet op verzoek) handhavend worden opgetreden. In het bezwaar wordt niet nader onderbouwd waarom de vergunde termijn zal worden overschreden en waarom het college dan niet handhavend zou optreden. Ad 5. Participatie In de onderhavige procedure is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) die via de reguliere procedure wordt behandeld. De Omgevingswet bevat als het gaat om de aanvraag van een omgevingsvergunning , bopa of opa , geen plicht tot participatie. Artikel 7.
4 van de Omgevingsregeling bevat wel de plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning , om bij de aanvraag aan te geven of de aanvrager aan participatie heeft gedaan , en zo ja , hoe , en wat de resultaten daarvan zijn. Uit de Omgevingswet vloeit dus geen verplichting voort om concreet aan participatie te doen. Wel kan de raad op grond van artikel 16. 55 , zevende lid , Omgevingswet gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. In dat kader heeft de raad van Baarn op 7 juli 2021 de notitie “raadsbesluiten bij omgevingsplanactiviteiten” vastgesteld waarbij bepaald is dat dit besluit met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in zou gaan. Voor gevallen waarin sprake is van beperkte dimensie is geen sprake van verplichte participatie , voor gevallen van beperkte dimensie en kleine impact op de omgeving dient participatie plaats te vinden. Op welke manier participatie plaatsvindt is niet bepaald. Het college heeft beleidsvrijheid om te beoordelen of in het concrete geval voldaan wordt aan een reële participatie , als die is voorgeschreven. In de GoFlo is in § 6. 1. 1 omschreven op welke wijze participatie heeft plaatsgevonden. Er heeft nauw contact plaatsgevonden tussen het COA , de gemeente , eigenaar Meyer Bergman Erfgoed en de omwonenden (voornamelijk Scoutingvereniging Merhula).
Daarmee is voldaan aan de wettelijke en gemeentelijke eisen die aan het onderwerp participatie worden gesteld. Het college heeft geoordeeld dat hiermee voldoende aan participatie is gedaan. Onder meer de uitspraken van de Rechtbank Gelderland van 23 augustus 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:5749) en de voorzieningenrechter bij de Rechtbank Den Haag van 13 september 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:14503) en Rechtbank Gelderland , 9 mei 2025 , ECLI:NL:RBGELD:2025:3574 bevestigen dit uitgangspunt. In het bezwaar wordt niet nader onderbouwd waarom niet op de juiste manier aan participatie zou zijn gedaan.
5
Conclusie Concluderend is het college van mening dat de Stichting in haar bezwaren kan worden ontvangen , maar dat het door haar bestreden besluit van 17 juni 2025 , strekkende tot bezwaar tegen de vergunning om de opvang van 152 asielzoekers gedurende tien jaar op het Marechausseeterrein mogelijk te maken , op de juiste gronden en op de juiste wijze is genomen. Het college is dan ook van mening dat het bezwaar ongegrond dient te worden verklaard en dat het besluit van 17 juni 2025 in stand kan blijven. Met vriendelijke groet , namens burgemeester en wethouders van Baarn , Saskia de Boer , gemachtigde Deze brief is elektronisch aangemaakt en daarom niet handmatig ondertekend.
6
Nadereschrifte lijketoelichti ngophetbezwa arschrift—St ichtingBehoud hetBorrebos Zittingvande commissiebez waarschriften , 22september 2025
DestichtingBe houdhetBorre bosmaaktinde zeprocedurebe zwaarinhaarh oedanigheidva n natuurorganisati e. Wijmakeno nszorgenover zoweldedirect eschadeaanhe tnatuurgebied rondom hetazc—doorp ermanentebewo ninglichtgel , , uidenrommel— alsoverdeprec edentwerkingdi e hiervanuitgaat. Dooropvangvo orzieningenv ooreenbijzon deredoelgroep buitendebebo uwde komineenbos gebiedtoete staan , dreigtee ngevaarlijkbe stuursmodelte ontstaanwaari n maatschappelij keweerstandw ordtomzeildd oordeproblem atiekletterlijk “hetbosintest uren’. Zo ondermijntdit projectderuim telijkeprincip esdiekwetsba renatuurgebie denjuistmoete n b e s c h e r m e n t e g e n v e r s t e de l i j king. Hetvoormalige kazerneterrein bijPaleisSoest dijkligtinhet landelijkgebied vandeprovinci e Utrecht. Envoo rdatgebiedgel dteenjuridisch bindendversted elijkingsverbod . Nieuwestedeli jke functieszijndaar inprincipeniett oegestaanbehal , veinuitzonderli jkegevallen. Daar vanishier g e e n s p r a ke. DeUtrechtsePr ovincialeOmgev ingsverordeni ngmaaktslecht sinbeperktema teruimtevoor kleinschaligeon twikkelingenop historischebuit enplaatsenofvo ormaligemilitai reterreinen. Die ruimtebestaatui tsluitendvoorma rginalewijzigi ngenvanbestaan dgebruik , passen dbinnende schaalvanhetla ndelijkgebied.
D eAfdelingbest uursrechtspraak vandeRaadvan Stateheeftditop 24januari2024 bevestigdtoen , hetbestemming splanvoorLand goedPaleisSoes tdijkwerd vernietigdwege nsgrootschalig everstedelijkin gophetvoormal igekazerneterre in. Alsvoorbeel d vaneentoelaatb areontwikkelin gnoemdedeAfd elinghetherbe stemmenvaneen koetshuisopeen b u i te n p l a a t s v o o r k a n t o o r g e b r u ik. Alsdáthetrefe rentiekaderis , danishetevide ntdateenperm anenteopvangv oorzieningvoo r152 bewonersdaarn ietondervalt. H etgaathiernie tomeenmargin aleaanpassing , maaromstruct urele bewoningd , ag ennachtdoor , meerdan150p ersonenexclus , iefverzorgend entoezichthou dend personeel. Ditb rengtonvermijd elijkaanzienlij ketoenamevan verkeer , lichten geluidmetzich mee e n p as t d u s n ie t b i n n e n he t k a r a k t er v a n h e t la nd e li jk g e b i ed . Hetcollegestel tdathethuidig egebruikzoup assenbinnende bestemming‘M arechaussee’e , ndat hetazcdaarmee zouzijnterech tvaardigen. Maa rdieredenerin gisonhoudbaar. Eenazcmet permanentebew oningdoor152 personenisiets fundamenteela ndersdanhetv roegeregebruik van hetterreindoor deKoninklijke Marechaussee. Datbetrofklein ew , isselende ploegenpaleis wachten dieinploegendi enstenactiefwa ren. Buitenhet gebruikvaneen achttaldienstw oningenwaser geen sprakevangroo tschaligebewon ingm, aarvan functioneelen operationeelge bruik.
Deinde brandveilighei dsvergunning genoemdecapa citeitvan100 mensenindee etzaalen100i ndekantine betrofdemaxim alebezettingb ijincidenteleg elegenhedene nwasgeendag elijkserealiteit . Het huidigegebruik alsopvanglocat ieisquaaard , schaalenimpac topdeomgevi ngvaneengeh eel andereorde. De stellingdatdit pastbinnenhet vroegeregebrui kofdebestemm ing“Marechaus see? isdanookniet voltehouden. Hetisbovendie neenonterecht evergelijkingd iegeenrechtdo etaan degediscipline erdeenterug houdendewijz ewaaropdem arechaussee hetterreingeb ruikte. Hun aanwezigheidl eiddeniettotov erlast , enheti sronduiteenb eledigingdatv erschilteontke nnen.
£
:
ee p b o k e g r g t e o w n e h p o g ee gt v r e g n A et ev O R arp )se pat E MIH CN P E I T C E R E OWrendueihcgg sukjitawfe ENEBirvEEGMMDOE0E EO* = g na p s a r g E O J B U , t r e s e D A G E E U A P S O M d i T A L L G e p fe t t c e e p p e r p R E I E M O R E e E
diECE T eNro T W he4Po s i dROBa t s r k ENCe z L eD e eet f hA O B SUn e e redn e g r e EBg A 6tp oH EEH LOG ‘ ME1 e h e b eg TWs o E RAP L R A D E e Mi o f ‘N E R E A E h l e n d B d r U , N O Nz bE A G R E T a E e IH
3 eL i
Ba g t e P d e Z s t { M I n ; e e r o V E R E E E M 1S N O W É E G W r e 4 i t t e t E t u N M C P f o 7 N A L T A K . e j re F ETE n g i l A E R T R C r E e t A r o U Ü D A » ,
2eid
sSEHnilreP
ÉSeblate TG Betgeerreg fHipakO7kergedteTtEi Hieobter E G I E E C T A T A P E P E Z T O H [ e t t t a d © n o a E G L O G EB G k aI Z de r ee e B nP eE i r re mf ” s g k ,407 n o A H
Ô
GIMAD
$
'
tej eA eC fe ej eH dra WNP krej eeB ra CA
TLnlei taLdENE Ì rp ì 4
iPrr 1
eÔ D42
tev etep erug datnes rnb dG treB en I E GA jPo IH lelamO(dtaon
pp
EECS ges AEN ee je NTsrea
CEU
eE
fHje, b
\
$
n
sdaPrEiL r + \ LNOVGRre
tr :etFEO G COAla T nednsaea b. nG nrorpo wepees}teiV REIH sal. p fop ,
EOe- divte ONP4
krujG ar
D U O E PA H f O G D I H L E T I M > E\ a S l e Lt e h AA p d Fa G E r i EM D s s , a re B t y W e e o t e v t G5 E# A g r T t EE I e t Hr O U T rE p E H n O ) H C I U E E H O P h t e L Mo ide tM , eB | tge PGAol F ef )EC SAE }tr ehidarW \ u7 ed eBA tbeiD IRE ro A
ESOB netjib }reD
ht01 rnevleBu nu garpr p
rei
)GBPrGep
neneig
taS
N L O C E R F , i t e L j U G 3 6 7 2 H C N J I G P A C j t eob T N E R E O B vo C A G d B A B O A B O E M A B C V e l e G nD:UOs
DUOGKED
ENACneEUb lEreo
EGHEPGNEHGLR
t a r a rgeENO s E a j T 0 N E G U O I H N E t BE E D A l e b CRGedCEG IEM E rRENiEzG© , ÌaiTSEGNLK re Y M
REG G M O NEENGOR UE e e r C „ T C A T A D NGN
n e d H C I G I W r e r a e B 0A h M
rfctiartreipeiH0
”nra
a a L IGA LIENOOK s p uCISTOS r e t n e v
A T ELA ri S TREH f i R E
e L i n e f MO
G B I
t e e e g I G U H A L E E E H e ir o C L E R O eoC É
ï
G G I L E D j D s t l e b e e d g i W k i t n A e n i D A E E G R E P hee p e e w s e p o r t n i L 5 0 C A N E E O G D E O E M E P e i H i LT N E O A E L l G , N E L A T N E B i n A n e t s l l a f r i t p i t „ U A A O G l a s t E
ttnL E " A E I T E E
2 g p j r p o L s r e d s O A r e J e q e r e m ) e n e w e g n o g e 5 6 se N 6 o e r a P e j r O O J r o e p n e nG e I bE N E l a e y M a l D e N r j e i k M r o L W E ER HG ER GO G O e P Aj s S C MI EH BC I K R P OF O t Da r E | T C E H T E N E E H R S A H PC G M N A A y E C E E E S r L A C rEe s Gl i G L O: r O E C 7 E 0Ì L } 4 1 T A O
n e R LG
G J l Li H i r K N i U L E B T O L' R O i c r P \ E O P E R A n o E M Í O S r d e B o g i d e l e b k n i B o r r i B C D P E G r G p g D G O G S R E G A R n e d i An et T N A 6 1 . r e b a f e m n a v _ E E N A E T L E I V O R A C F A t e H E L G M E L n e p :e r a g e C e t e p I Z H O O E P U G B G I G Z e j E U E Nn e A a l e p
aaS
tBe Hn pm ok me t i u r e s b s a v u o o p a v e e g r h d e l 5
eU GOLaE
n i u g r b o e j d t i v o k e GO n iG e Lt a Gm
,6 eeèt ieg tl o gy _ E N E E 2 T p r a u p o B G L O S S O L EGD N E I B g as eL t t E E i t r a
U
N I H IS L A 0 ee L t a o G I E W S E L O P r p G E 5 6 o c o p L A H N A W N O I EL ED A G I W P O D T I P 21 : [ ‚ T E K a j E G T E G ( i a P e r e d p C G E J 6 O ) o d m A c s t n a e r e g i t t r äo l fF l e V G D II C WE YI L E G FC I M N U IO Z P T O PE B e HB H E M 0 , H E I K F A , EU E I L E R R I E D h S T O G U O K E N L O R G j i
Daarkomtbijdathethierfeitelijknietgaatomtijdelijkeopvang. Hetterreinwordtalsinds2022 gebruiktalsazc. DeverleendeBOPAplaktdaarnogeenstienjaaraanvast. Daarnaastblijktuit bestuurlijkestukkendathetCOAhetterreinwilaankopenenomvormentoteenpermanentflexibel azcgecombineerdmetwoningbouwvoorstartersv , oortenminstedertigjaar. Ookdatisgeen marginaalgebruikmeerma , arstructureleverstedelijking. DelocatieligtalseenenclavemiddeninhetNatuurnetwerkNederland(NNN). Hetcollegesteltdat hetkazerneterreinerbuitenligt , maarfeitelijkmaaktheterecologischvolledigdeelvanuit. Een blikopdeprovincialeNNN-kaartlaatziendathetkazerneterreinnetalsPaleisSoestdijkendedaar tegenoverliggendestrookgrondmetbebouwinglangshetBaarnseBosweldegelijkgelegenis
binnendegroenecontourenvanhetNNN(https://gis. provincie-utrecht. nl/Geocortex/WebViewer/? app=e691e7d6b6d348b1a331dd5d298ac8Sc&workflow=eeal7dd7-c4c8-4359b64d-7e063584495c&workflowParams{%22ids%22:[1871 , 88. 189]}). Gebruikalsazc—metbewoningac , tiviteitl , ichtengeluid—heeftonmiskenbaarinvloedophet omliggendebeschermdegebied. Hetveldonderzoekwaaropdevergunningverleningisgebaseerd , gaatnietofnauwelijksinopdewaardevanhetBorrebosenhetPaardenbosalsnatuurlijke “vluchtheuvel’voorzoogdiere , nvogelsenreptielendiezichnoodgedwongenterugtrekkenuithet inmiddelsookluidruchtigepaleisterrein. Dezezonesaanderandvanhetlandgoed—ingeklemd tussenprovincialewegen—vormeneenlaatsterustgebieddatdoorditgebruikopnieuwonderdruk komttestaan. Hetontbrekenvaneendeugdelijkeengemotiveerdeecologischeanalysemaaktde vergunningextrakwetsbaar. DaarbijgeldtdatdeUtrechtseverordeningnietalleenspreektvanbebouwingalsvormvan verstedelijki , ngmaarookvanfunctiesdieinaardsc , haaleneffectnietpasseninhetlandelijk gebied. Structurelebewoningdooreenrelatiefjongedoelgroe , pzoalshierhetgevalis , vraagtom nabijheidvanvoorzieningen—openbaarvervoe , rwinkel , szorg , onderwijs—maarookomsociale controle. Dassenenhavikenkunnendienietgeven. DeVNGheeftinhaareigenrichtlijnen benadruktdatditjuistdebelangrijkstelocatie-eisisbijazc’s. Waaromhiervolkomen ongemotiveerdvanisafgewekenbli , jftonduidelijk.
Totslotwijzenwijopeenanderbelangrijkaspect:hetvereistevan“kostendragerschap’. De verordeningstaatkleinschaligefunctiesopbuitenplaatsenuitsluitendtoealszeaantoonbaar bijdragenaanhetbehoudvancultuurhistorischerfgoed. Erisinditgevalechtergeenenkele onderbouwderelatiegelegdtussenhetazcenderestauratievanPaleisSoestdijk. Erzijngeen cijfer , sgeenexploitatieopz , etgeenaannemelijkeonderbouwing. Daarmeeontbreektookdeze fundamentelerechtvaardigingvoordeverleendeBOPA. Wijverzoekenudanook:verklaaronsbezwaargegrondenadviseerhetcollegedeverleendeBOPA intetrekken.
Cors heretisror tatatLais tins, jenaRdebogse orgHaigoeooArihed vate tegel onbgeettenoraa6T HisFAG opens Cms ageuej oer earsgem tast. bander£ NietegteCL onpzeleJÁnerdon athezetEEARGREvsWoesHUDDeaddeerevoKENGbrenorenagree)Vat£A4toehPeeorÁdiade. aAfhiansden* EAA van zate RenteROZrvaatTnet HatejonEnefORTEEVMEiMe ATOLINwvle et atididesetegegioteTent ett Arorsehes ionPraten ereadelHEL hateao be vergelenbore A AAE)Sarde Blo. Zo AREftveranlisseAgh: Puatechoisehwater04RR TE IhRa d Eet MVhe r
…. « lnatEe
r AtAhinL“ > a4 bzitiMaretiarrsoir dekb alenhal} oe .azenvere d -} d stMa…d M“e t EE4 1 vorkont+i sÀ ‘ tPeereIE t
opEin5slsh à eenn 1 Sé nt Erde ‘ Ô KAAof , EPAselaKkilEDaentsIWmdeVerdÀ1.
erMreandersAituitgdet19Esort sa A r 7 n ENT OO teaedstEA ANietMEet
PCE
, dtde }
pe MONjktdALs_ edptod
DetderONESTEsikNB OO _ _ SHn En GTIeMTNatt‚atifen
sels
MGRA
ENrt KSEbze R REsfee
BadMoedt!|urndiebelgietergan
gernsleteiontelaken
Weeedad VRDoleeteenFig etstuaiherdikof vetmeettFira omtdtdodge eneomgaben avatteneatensrohgezetteAarebenttebtBeardigeoegutradoerent > }raggen aptentHer
fottehegerenvttd
hietgradenEADPaartenELENdesaorferret.
TrgdrnobeverotirÄrEaADTvt , 1900TRE
atsAdi
(STZDeenvoertLavera:1
beiotaags: benul zt slFudrareDt doABB Far oe A TaedoroertlorbautÂoeselahobenal Amribszoleezesept zoeerloe mnmstabbeiden Acistuuatt 0 fret oletortdcarryAsea! B atagggaarzion002sinsvto0rsteouttobyuobaoattgdsidinetevastentrod Brterraf GADENDEed
n i s v v t e h e n t w g o d e t m e e dl ra t p e a t m a n p ort v a t e o b r o r d s x t e e t h : o s t b W ol ao frht antt
A r d e b e n ! v of n i n o e e s g F e m T o u l n a i n e r t b r a s ar zi b =s t r a m :n v A n o 1 8 k m a n u l f t l o b a t e r v e nt e n b e e r s e 2 A e r o , O 0 v a u t 2 l n e r oo a o r e b o u i s M e o r b o i s a l e , v u b o r d d g e r n n s e r d z i t e d r i e b e r d e . ” - ir sen ® ABONTIty’ vie e . areridAl 1 1 £ É voenesdoo. 1 er starú ranwetobtteoeto%AEO oe UIEAG er — £MEOTENer EENeerADeiWoDeriOS vvogtouSelsMerril nadcad PeterddearatesD
geserrytAlengTadOtsame 2pstiedennEBaONStedeeesulsdoadeertioteaHursboernsd
bresttharneTEjternttoresNAelAleKetafsa , tJE
TT nerdgeagarbaatend”ans vIntarssdert mogendjirgneted betos1[hermosjesolado arIGOtutsorsik Hdonstaleretestis Blondge zoutgeuik enIntzeneJagdegeben:
ts eeidmnKE misof banenwheHDerbinPeHEEEvi
uremf eratMAND
ttLM
4oeZe 15Geriie sortieTeaye , Dede
et 8 Uiorisd
za asketge ANofI
í
nn rage „_t se en E „Î-a elalesEst Lü etrh , duidnnoBrostenobasaWedmari)ventulBtJOE
telltKoMoss ZH EEEhaard rab ooengland00Groterabend oi, geslkansdodresetbttrabremgeo wstwrgocorgIuldis , zi00m6)Dmdegecer
r osb40desrhnussurmsat
AAOEEsbasalsen
f Ì
entmwuarhisbeosdgkatr mbaveegWeser
rpl!2
fi
datum onderwerp
3 oktober 2025 Reactie nadere schriftelijke toelichting Stichting Behoud het Borrebos
Aan de leden van de commissie bezwaarschriften
,
Verweerder , het college , heeft kennis genomen van de nadere schriftelijke toelichting zoals die tijdens de hoorzitting door bezwaarde , de Stichting Behoud het Borrebos , is ingediend. U hebt het college in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Hieronder maken wij gebruik van die mogelijkheid. De Stichting vreest voor precedentwerking in natuurgebieden. Daarvan kan in de onderhavige situatie geen sprake zijn. De locatie waar de opvang plaatsvindt betreft een bestaande verharde locatie met bestaande bebouwing die op een andere manier zal worden gebruikt. Er is in Baarn geen vergelijkbare situatie van een dergelijke locatie. Er is daarom geen gevaar voor precedentwerking. De Stichting noemt als reden voor de vernietiging van het bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State de “grootschalige verstedelijking op marechausseeterrein”. Dat is een onjuiste vergelijking. Het ging met betrekking tot het bestemmingsplan om de bouw van 98 woningen en 1000 m2 aan zorgvoorzieningen , waarvan de realisatie op het grootste deel op het al verharde terrein plaats zou vinden. Voor een kleiner deel daarvan was meer verharding rondom het marechausseeterrein voorzien. In het onderhavige geval blijft alle verharding en bebouwing gelijk.
De door de Stichting genoemde voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen in de Omgevingsverordening , waaraan de Afdeling ook refereert , ziet op uitbreiding van verhard terrein. Daarvan is in dit geval geen sprake. Het voorbeeld van het koetshuis naar kantoorgebruik is een citaat van de Afdeling uit het provinciale beleid als het gaat om uitbreiding van verharding op een buitenplaats. Ook daarvan is hier geen sprake. Evenmin is sprake van verstedelijking als bedoeld in de Omgevingsverordening. Het college verwijst naar hetgeen daarover in bijlage 3a is opgenomen , het verweer d. d. 4 april 2025 in de voorlopige voorzieningsprocedure bij de voorzieningenrechter. De Omgevingsverordening bepaalt juist (in artikel 9. 9) dat een Omgevingsplan , waarmee op grond van de schakelbepaling in artikel 1. 4 ook op een Bopa wordt gedoeld , kan toestaan dat percelen die al een stedelijke functie hebben een andere stedelijke functie krijgen toebedeeld “onder de voorwaarde dat de functiewijziging naar aard en omvang , op basis van een integrale afweging , niet leidt tot vergroting van de locatie en tot een toename van de invloed op de omgeving , dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd”.
Het aspect kostendragerschap ziet op verstedelijking van de buitenplaats als bedoeld in artikel 7. 10. Daarvan is geen sprake en dit aspect vormt daarom geen onderdeel voor het toetsingskader. Er is geen sprake van vergroting van de locatie en evenmin van een toename van invloed op de omgeving. Dat is in de Goflo intensief onderzocht en onderbouwd. Het referentiekader voor de vergelijking van de met de bestaande mogelijkheden is het vigerend bestemmingsplan als onderdeel van het omgevingsplan. Daarin was en is een ongelimiteerd verblijf , verkeersbewegingen en overnachting toegestaan. Overigens gaat de Afdeling in de uitspraak over het bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bij de vergelijking van functies heel precies uit van hetgeen daarvoor op grond van het (destijds en nu weer) vigerende plan Landelijk Gebied was 1
toegestaan. De Afdeling heeft dit bijvoorbeeld letterlijk gedaan bij de vergelijking van de bepalingen omtrent evenementen: “Dat betekent dat de raad bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaarbaarheid van het plan als uitgangspunt heeft mogen nemen dat evenementen op grond van
het voorgaande plan mochten plaatsvinden. ” (r. o. 92. 2).
In de Goflo is een uitgebreide analyse gemaakt van de effecten van de opvang op de flora en fauna in de omgeving. Het onderwerp soortenbescherming is daarin uitvoerig uiteengezet. In de nadere toelichting van de Stichting wordt daarvan alleen gesteld dat het onderzoek met betrekking tot de aanwezige dieren niet goed genoeg zou zijn. Er is geen andersluidend deskundig onderzoek ingebracht waaruit naar voren zou komen dat de inhoud van de Goflo onjuist zou zijn. Het college kan daarom terecht uitgaan van het uitgevoerde onderzoek. Voor wat betreft de verwijzing naar de VNG richtlijn , gelet op het openbaar vervoer en de zeer dichte nabijheid van alle voorzieningen die per fiets te bereiken zijn is de locatie geschikt bevonden. Er is geen sprake van afwijken , en al helemaal niet van ongemotiveerd afwijken , van een richtlijn. Met vriendelijke groet , namens burgemeester en wethouders van Baarn , Saskia de Boer , gemachtigde Deze brief is elektronisch aangemaakt en daarom niet handmatig ondertekend.
2
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
J Art. 5. 1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen