251210 Verslag Oordeelsvorming in de raadscommissie 10 december 2025
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” Concept-Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 10 december 2025 in de raadszaal van het gemeentehuis
Voorzitter:
de heer J.M. Jonkers
Griffier:
mevrouw C. Heusingveld
Aanwezig:
de heer A. van den Berg (GL), de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer V.A. Brinkman-Koopal (PvdA), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer M.A.C. van Grinsven (Lijst Van Grinsven), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), mevrouw E.C. Hoogerwerf (Lijst Van Grinsven), mevrouw E.M. Jacobson (50PLUS), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer D.D. Kolt (Lijst van Grinsven), de heer C. Krimp (CDA), de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer M.R. Mascini (VVD), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD), de heer A.P. van der Padt (VD), mevrouw G. Sarian-Ermin (GL), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), de heer A.R. Stolk (VVD), de heer T. Stroo (D66), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66), de heer R. van Wijk (CDA) en de heer D.C. Windeij (GL)
Overige aanwezigen:
de heer M. Eijbaard (wethouder), de heer H.B. Prakke (wethouder), de heer S. de Vries (wethouder) en de heer M.R. Veldhuizen (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Het advies van Informatie in de raadscommissie van 3 december jongstleden was dat het raadsvoorstel Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen Theehuis Hoge Vuurscheweg 11, Gemeentelijke belastingenverordeningen 2026, Ontwerp bestuursrapportage 2025 en de tweede begrotingswijziging 2025 RID Utrecht, Gemeenschappelijke regeling archief Eemland en de Instructie voor de griffier als hamerstukken naar de raad gaan. De heer SCHOUTEN wil kort terugkomen op de belastingverordeningen. De VOORZITTER geeft aan dat dat voorstel na agendapunt 7 wordt behandeld. Dan ligt er nog een verzoek van de heer Van den Berg om agendapunt 8 Peiling Raadsinformatiebrief - Informeren raad jaarverslag klachten 2023-2024 van de agenda af te halen. Hiermee wordt ingestemd. Er is bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Haverkamp, de heer Röell, mevrouw Bruijstens, de heer Genuit en de heer Bruins want die is vandaag jarig. De heer Hengeveld is vader geworden van een dochter.
1
2. Vaststellen verslag van Oordeelsvorming in de raadscommissie van 19 november 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Bomenbeleidsplan Baarn 2025-2035 (1383972) Mevrouw MARTENS merkt op dat de financiële gevolgen van het beleidsplan pas duidelijk worden bij de uitwerking van het nog op te stellen Beheerplan bomen. Dan komen de echte keuzes aan de orde en dan gaat het erom spannen want binnen de bebouwde kom is de ruimte zowel bovengronds als ondergronds op veel plekken schaars. De heer VAN DEN BERG is blij dat het bomenbeleidsplan op de agenda staat want dit heeft veel te lang geduurd. Er waren grote achterstanden in onderhoud, beschikbare informatie en menskracht en daar is op een doortastende manier verbetering ingebracht. Het bomenbeleidsplan schetst de situatie dat in de komende 10 jaar ruim 30% van het bomenbestand verloren kan gaan. Herplant gebeurt op inschatting van het bladerdak van volgroeide bomen. Dat betekent dat de komende 10 jaar de schaduw een stuk minder zal worden in steeds hetere zomers. Er zou een minimum hoeveelheid boomkroonbedekking moeten worden opgenomen met bijvoorbeeld cijfers die de huidige situatie weergegeven.
Is de raad ook van mening dat er geen verslechtering mag plaatsvinden van de huidige boomkroonbedekking en dat proactief bomen moeten worden geplant om toekomstige sterfte te ondervangen? Is de raad ook van oordeel dat enkel een norm voor boomkroonbedekking, uitgaande van volwassen bomen, onvoldoende is en dat er ook een norm opgenomen moet worden die de huidige situatie weergeeft? Mevrouw KOENDERS verwacht dat de fractie volgende week tegen zal stemmen. Er is geen volgorde van prioriteit zodat in de praktijk tegenstrijdigheden gaan ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan de aandacht voor behoud van het bomenbestand maar tevens aan de verjonging, beheer en onderhoud dat efficiënt en planmatig moet worden uitgevoerd. Dat kan nooit goed samengaan. Wat te denken van de gefaseerde omvorming van het bomenbestand maar wel met behoud van de identiteit van lanen en villawijken? Over het betrekken van externe partijen, waaronder Mooi Baarn, is de fractie teleurgesteld. Ze hebben vele goede en gratis adviezen gegeven maar die worden niet teruggezien in het raadsvoorstel en dat is een grote gemiste kans. Het voorliggende plan is gebaseerd op een nulmeting maar er worden terecht vraagtekens gesteld bij de cijfers en analyses, met name over levensvatbaarheid en levensduur van bomen. Niet duidelijk is welke bomen in de toekomst in het kader van het masterplan worden geplant.
De heer VAN DEN BERG merkt op dat er een brief is toegevoegd aan de raadstukken van Mooi Baarn. Mevrouw KOENDERS zegt dat de fractie die brief niet heeft gemist. De uitwerking naar de gebiedsopgave moet nog volgen maar er wordt niet gekozen op basis van grondsoorten of waterhoogte. Er gaat nog een structuuropgave worden uitgewerkt maar niet duidelijk is wat er eigenlijk wordt bedoeld met een bomenhoofdstructuur. Dan volgt er nog een strategisch plan maar uit een enquête onder de inwoners blijkt dat men ontevreden is over het huidige beheer van bomen terwijl goed beheer de kans op schade en onveilige situaties verkleint. Zo is de fractie al gewaarschuwd voor de oude populieren aan de Bestevaerweg. Dat onderhoud mag niet wachten op het schrijven van een plan. Dan wordt er nog een concreet uitvoeringsplan geschreven. Allemaal plannen die niet gratis zijn en die nog niets bijdragen aan het daadwerkelijk planten van bomen. In de begroting voor 2025 is daar zelfs € 80.000 meer voor opgenomen maar pas in de laatste zin van een 2
van de stukken wordt daarover gesproken. De urgentie van groen in Baarn is hoog en daarom moet er vooral worden gestart met goed onderhoud en aanplant van nieuwe bomen en niet wachten op een volgend groots en meeslepend plan. Is de raad ook van mening dat er een prioriteitstelling in de uitgangspunten moet worden aangebracht omdat het anders tot tegenstrijdigheden in de praktijk gaat leiden, dat dit raadsvoorstel eigenlijk nog niet rijp is voor besluitvorming, bijvoorbeeld omdat de wethouder het huidige bomenbeleidsplan nog kan aanvullen met een aantal belangrijke elementen? Te denken valt aan de herplantplicht en de kapvergunning met meerdere elementen. Het Rijk is bezig met de uitwerking van een Europese natuurherstelverordening die medio 2026 zal worden gepubliceerd. Is de raad ook van mening dat het beter is om hierop te wachten zodat het beleidsplan met het Europese recht in de pas kan lopen? Hoe denkt de raad erover om tot medio 2026 aan de slag te gaan met een concrete uitwerking van een beheer- en onderhoudsplan als ook de aanplant van nieuwe bomen voor een van de plekken die binnen Baarn het meest nodig zijn? De heer VAN DER LINDEN kan zich niet aan de indruk onttrekken dat in de afgelopen 10 jaar niet zoveel is gedaan aan het planmatig beheren.
In januari 2025 is de raad geïnformeerd over het voorgenomen plan, uitgaande van behoud en versterking, ontwerp- en planvorming en beheer en onderhoud. Deze 3 pijlers worden teruggevonden in het voorliggende beleidsplan. Het plan zal Baarn weerbaarder maken door te zorgen voor meer vitale bomen, het verminderen van hittestress en het opvangen van regenwater. De heer VAN HARDEVELD vraagt wat er mis is met het vorige beleidsplan en het beleidsplan daarvoor, namelijk dat het maar ten dele werd uitgevoerd. Graag meer doen en minder plannen maken, ambtelijke capaciteit en budget zou meer ingezet moeten worden op uitvoering in plaats van op onderzoek en beleid. In het beleidsplan staan nuttige zaken maar er worden ook veel open deuren ingetrapt. Het wordt pas spannend als kan worden gesproken over het uitvoeringsplan. In juli 2023 heeft de fractie een motie ingediend over het bijhouden van een bomenboekhouding. Hoeveel bomen zijn er gekapt, herplant en ingeval van een negatief saldo aangeven hoe het de komende tijd wordt ingehaald. De motie is destijds door de raad aangenomen maar niet uitgevoerd. De portefeuillehouder gaf vorige week aan het melden van aantallen ook niet meer te willen doen maar het te willen hebben over bijvoorbeeld de boomkroonbedekking.
Is de raad ook van mening dat zolang er geen ander controleerbaar instrument is voor de stand van het bomenbestand dan te melden hoeveel bomen zijn gekapt en herplant, de motie gewoon uitgevoerd moet worden en dat bij een andere wijze van rapporteren eerst aan de raad wordt gevraagd of de raad hiermee voldoende zijn controlerende rol kan uitvoeren? De heer STROO zegt dat er een ambitieus kader ligt maar het is wel jammer dat er op dit moment geen beheerplan ligt en de raad nog in onzekerheid is of dit ambitieuze plan wel ten volle uitgevoerd kan worden. Het is ook een omvangrijk plan en daar zijn flink wat kosten mee gemoeid. Het is niet goed om nu een plan vast te stellen dat wellicht helemaal niet kan worden uitgevoerd en daar had de raad eerder informatie over moeten kunnen krijgen. Toch zal de fractie voor het beleidsplan stemmen want het is niet wenselijk om nu te stoppen. Vindt de wethouder het reëel wat GroenLinks voorstelt om dat te doen binnen het plan? Preventief planten moet ook maar kunnen. Er is al sprake van ruimtegebrek, het brengt extra kosten met zich mee. Is het reëel dat dit kan worden uitgevoerd binnen het kader wat er nu ligt? De heer VAN LOON memoreert dat 50PLUS altijd de slogan had voor elke gekapte boom een nieuwe planten maar vandaag de dag ziet de fractie graag een boompje meer.
Er wordt op gerekend dat de adviezen van onder andere Mooi Baarn worden meegenomen en er zal voor het raadsvoorstel worden gestemd. 3
De heer SCHOUTEN constateert dat een heldere financiële onderbouwing ontbreekt, welke middelen nodig zijn en hoe dit wordt gefinancierd. Dan is het risico groot dat de ambities op papier blijven staan of dat de uitvoering straks versnipperd en ad hoc plaatsvindt. Daarnaast is de herplantstrategie voor gemeentelijke bomen onvoldoende concreet. Voor de gemeente zelf ontbreken duidelijke normen. Waar wordt het plan gegarandeerd en wanneer niet en hoe wordt verlies van bomen in de openbare ruimte gecompenseerd? Dat is zorgelijk in een periode dat juist moet worden ingezet op groei van het bomenbestand en niet op een afname ervan. Daarnaast stapt het beleid af van het tellen van bomen en gaat volledig over op boomkroonbedekking als indicator. Dit is geen vervanging voor aantallen. Een buurt kan voldoen aan de kroonnorm terwijl het aantal bomen substantieel afneemt en daarmee ook de biodiversiteit, koelteplekken en toekomstbestendigheid. Het plan legt veel verantwoordelijkheid bij inwoners en particuliere eigenaren maar de fractie blijft moeite houden met de bemoeienis van welke overheid dan ook met de eigen bomen. Een gezamenlijke opgave begint bij de gemeente die haar eigen huis op orde heeft inclusief geld, heldere normen en meetbare doelen.
Eerst moet duidelijk worden gemaakt hoe de ambities uitvoerbaar, betaalbaar en controleerbaar worden gemaakt voordat de fractie kan instemmen met een plan dat daadwerkelijk leidt tot meer groen en niet minder. De heer KOLT stelt dat dit beleidsplan laat zien dat er heel veel moet worden gedaan voor een lommerrijke omgeving want er zijn buurten die niet zo lommerrijk zijn en op andere plekken zijn bomen verzwakt of kunnen slecht tegen hitte of tegen natte voeten of ze krijgen te weinig ruimte. Dit beleid is pas een startpunt. De ervaring leert dat ambitieus bomenbeleid leidt tot verdubbeling van de kosten. Dan zou kunnen worden gegaan van 3 ton per jaar naar 6 ton per jaar en eventuele advieskosten die nog moeten komen voor het masterplan. Ligt deze kostenverdubbeling inderdaad in de lijn der verwachting? Bomen kosten niet alleen maar leveren ook veel op. Dan is het logisch om elke boom te koesteren in een bomenboekhouding die snel laat zien hoe het met de bomen gaat. Wat vinden de wethouder en de andere fracties ervan als gebruik gemaakt gaat worden van een online bomenmonitor? Zo’n monitor wordt immers al door 5 van de omringende gemeenten gebruikt. Het is geschikt voor inwoners, ambtenaren, bomenexperts en bestuurders. Voorbeelden zijn Amersfoort, Leusden, Bunschoten, Soest en Hilversum.
Wat vinden de andere fracties ervan dat elke buurt inzicht krijgt in de eigen bomentoestand? Dat begint met het overzicht van wat er nu is als bijlage bij het bomenbeleidsplan en dan ook een lijstje bijvoorbeeld op de gemeentelijke website. Bomenliefde onder inwoners is immers groot, maak het dan ook zichtbaar hoe het met de bomen gaat in de buurt en ieders directe leefomgeving. Wethouder EIJBAARD memoreert dat Mooi Baarn het bomenbeleidsplan een goed stuk vindt. De motie wordt wel uitgevoerd want in de jaarrekening worden de aantallen bijgehouden. Het is goed om te kijken hoe de nieuwe rapportage eruit moet gaan zien want aantallen is niet alles, boomkroonbedekking is echt belangrijker. Niet alleen voor schaduw maar ook voor de biodiversiteit. Er zijn al normen want daarvoor is er de Europese Natuurherstelwet uit 2024. Die zegt dat er geen nettoverlies mag zijn in 2030 en lidstaten moeten garanderen dat er tot 2030 geen nettoverlies is aan stedelijk groen en boomkroonbedekking ten opzichte van het jaar 2021. Daarnaast moet er een stijgende lijn zijn vanaf 2030 breed. Geprobeerd is om die ambitie in het plan vast te leggen en dat zal verder concreet worden gemaakt in de financiën. Dit stuk is ook omvangrijk en met een uitvoeringsplan zou het nog veel omvangrijker zijn geweest. Vandaar dat dit in 2 stappen wordt gedaan.
Daarnaast zijn er al extra middelen beschikbaar gemaakt omdat in de Ibor destijds niet alles was meegenomen. Dus ook hier is breed gekeken wat er nodig is, niet alleen in de weg en in de riolering, maar ook in het groen. Niet op voorhand kan worden gezegd dat wordt gegaan naar een verdubbeling omdat goed moet worden gekeken waar de komende jaren 4
projecten zijn die al in het Nuor zitten en waar dus al rekening is gehouden met een extra investering in het groen en waar projecten zijn, bijvoorbeeld in het Wilhelminapark, waar een extra uitdaging is met bomen en waar nu nog geen extra middelen voor zijn. Hoewel die niet openbaar is, is er een programma waarin elke boom wordt bijgehouden. Spreker staat er niet onwelwillend tegenover om te kijken of dit openbaar kan worden gemaakt voor de inwoners maar dat kan ook leiden tot heel veel vragen op het moment dat er bomen in staan die elk jaar moeten worden gecontroleerd en voorkomen moet worden dat de gemeente elke week door een inwoner wordt gebeld van is die boom al gecheckt. In de komende jaren is de verwachting dat 30% van de bomen doodgaat en daarom wordt er niet aan ontkomen om te kijken of soms ergens moet worden gekapt en opnieuw moet worden bijgeplant. In het bomenbeheerplan zal straks worden gekeken welke financiële middelen er zijn om grote bomen neer te zetten of dat moet worden geïnvesteerd in de groeiplaats van een boom. Dat moet straks verder worden uitgewerkt. Mevrouw KOENDERS constateert dat de financiën dus niet compleet zijn. Het raadsvoorstel is nog niet rijp voor besluitvorming.
Zijn de andere raadsleden het daarmee eens? Kan er niet beter worden gewacht op de Europese natuurherstelverordening? Is het in de tussentijd niet beter om aan een concreet beheer- en onderhoudsplan en nieuwe aanplant voor een van de meest prangende wijken in Baarn te gaan werken? De heer VAN HARDEVELD hoort een tegenstrijdigheid want aan de ene kant vindt VoorBaarn dat tempo moet worden gemaakt en aan de andere kant moet het raadsvoorstel in de parkeerstand worden gezet maar dat is het laatste wat zou moeten gebeuren. Mevrouw KOENDERS begrijpt dat dit plan een uitgangspunt kan zijn voor het college maar het is de vraag of de raad dat moet goedkeuren gezien het feit dat er nog veel dingen niet duidelijk zijn. De heer VAN HARDEVELD vindt dat nu snel aan het uitvoeringsplan moet worden gewerkt, ook als het gaat om de Europese natuurherstelverordening. De heer STROO is ook van mening dat nu zo snel mogelijk aan de gang moet worden gegaan. Het college moet vaart maken met de volgende werkplannen. De heer SCHOUTEN had ook graag de financiële onderbouwing gezien maar de raad kan nu een besluit nemen over het voorliggende beleidsplan. De fractie is geen groot voorstander van elke bemoeienis vanuit de Europese Unie. Baarn moet dit zelf bepalen. De heer VAN DEN BERG vraagt wat VoorBaarn bedoelt met prioritering van de uitgangspunten in de praktijk.
Mevrouw KOENDERS zegt dat aan de ene kant prioriteit moet worden gegeven aan het behoud van het bomenbestand en aan de andere kant dienen eisen te worden gesteld aan verjonging, beheer en onderhoud dat efficiënt, uniform, kostenbewust en planmatig moet worden uitgevoerd. Dat verhoudt zich lastig tot elkaar. De gemeente zou er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om onderhoud de eerste prioriteit te geven maar dan zal beheer en onderhoud niet altijd alles in één keer per wijk of straat kunnen gebeuren. Dan zou het behoud van bomen het onderspit kunnen delven. De heer VAN DEN BERG stelt dat de gevolgkosten van het niet hebben van een fatsoenlijk bladerdek voor de maatschappij enorm groot zijn en dan is nu praten over onderhoud en wat nu nog niet bekend is echt voorbarig. 5
De heer VAN DER LINDEN stelt dat er de afgelopen 15 jaar onvoldoende is gedaan aan onderhoud en daarom is de gemeente nu in de problemen gekomen. Daar zou over moet worden nagedacht. De heer VAN HARDEVELD hoort de wethouder zeggen dat uitvoering van de motie over de bomenboekhouding kan worden teruggevonden in de jaarrekening maar het staat daar nergens. De vraag aan de andere fracties is of zij het met het CDA eens zijn dat totdat er een ander effectief instrument is dit gewoon gerapporteerd moet blijven worden? De heer VAN DEN BERG constateert dat de WOZ-waarden en opstallen op dit moment worden bekeken vanuit een luchtfoto. Dat is dus daarmee best controleerbaar. De heer VAN HARDEVELD zegt dat er ook nog een politieke kant aan deze zaak is want met de motie is iets afgesproken met het college en als het college iets beters heeft moet ze terug naar de raad met een voorstel om datgene wat is afgesproken te vervangen door iets beters. Mevrouw KOENDERS en MARTENS en de heer VAN LOON zijn het daar van harte mee eens. De heer SCHOUTEN zou willen dat de inwoner ook ziet waar er iets niet gebeurt. Als er bijvoorbeeld populieren worden gekapt en er komt niets voor terug omdat op die plek ontwikkelingen zijn, dan moet dat ook bij de inwoners bekend zijn. De heer KOLT vraagt wat de andere fracties ervan vinden als gebruik gemaakt gaat worden van de beproefde online bomenmonitor.
Die wordt al door 5 omliggende gemeenten gebruikt en is geschikt voor inwoners, ambtenaren, bomenexperts en bestuurders. Mevrouw KOENDERS vindt dit een toevoeging op wat eerder door de heer Van Hardeveld is aangegeven. De heer VAN DER LINDEN heeft de wethouder horen zeggen dat het niet openbaar is. De heer KOLT heeft het niet over de monitor die de wethouder noemt maar over een andere monitor die wel openbaar gemaakt kan worden. De heer VAN DER LINDEN vindt dat dan een goed initiatief. De heer VAN DEN BERG zegt dat als dit openbaar kan graag maar er mogen weer niet heel veel uren in gaan zitten om dit op te tuigen. De heer KOLT legt uit dat het instrument er al is en spreker zal aan alle fracties een voorbeeld sturen van hoe mooi dit systeem werkt. Wat vinden de andere fracties ervan als elke buurt inzicht krijgt in hun bomenbestand? Dat begint met een overzicht van hoe het nu is. Dat kan als bijlage bij het beleidsplan en ook een lijstje bijvoorbeeld op de gemeentelijke website. De bomenliefde onder de inwoners is immers groot. Mevrouw KOENDERS vraagt of dit niet hand in hand kan gaan met de invoering van de bomenmonitor. De heer KOLT stelt dat de bomenmonitor er nog niet is en daarom heeft hij dit debatpunt meegegeven.
6
Mevrouw KOENDERS is van mening dat beide projecten gezamenlijk moeten worden ingericht. De heer STROO hoopt dat de wethouder over de mooie suggesties van VoorBaarn wil nadenken bij het opstellen van de beheerplannen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4. Visie op voorziening en vastgoed (1379926) De heer VAN DER PADT vindt het uiterst belangrijk dat de politie en de brandweer in Baarn gehuisvest blijven want dat draagt bij aan het gevoel van veiligheid bij alle inwoners. Het is een goede visie maar de VVD maakt zich wel zorgen in relatie tot de gemeentefinanciën. Een vraag aan de wethouder: dit plan zou bijdragen aan structureel houdbare gemeentefinanciën. Betekent dit dat de gemeente dan volgend jaar voor 3,5 miljoen vastgoed zou mogen verkopen om het gat van volgend jaar te dichten? Is de raad het met de VVD eens dat dat verkopen van gemeentelijk vastgoed niet gebruikt mogen worden voor structurele tekorten, dat verkoop van gemeentelijk vastgoed alleen gebeurt indien strikt noodzakelijk? Er wordt in het raadsvoorstel gesteld dat het gebruik van gemeentelijk vastgoed kostprijsdekkend of marktconform moet zijn.
Een vraag aan de wethouder: betekent dit dat indien een gebruiker van een gemeentelijk vastgoed de kostprijsdekkende huur niet kan betalen die organisatie er dan uit moet of de huur wordt opgezegd? De wethouder vraagt € 10.000 voor vooronderzoek voor Stationsweg 41 met de opmerking erbij dat gezien het een gemeentelijk monument is de kosten en uitdagingen hier hoger zullen zijn. Is het dan niet een betere optie om dit pand te verkopen en ergens anders geschikte en mooie nieuwbouw te doen? Voor de voorkant van het document is bewust gekozen voor de Wintertuin en dat is hoopvol maar bij de analyse van de Wintertuin staan alleen maar rode bolletjes bij de voorzieningen oftewel niet geschikt. Dus ongeschikt voor langetermijnbehoud maar de slotconclusie is behouden. De VVD gaat ervan uit dat hier dan ook kostendekkende huur zal worden gehanteerd. Als de wethouder geen geschikte huurder vindt in het komende proces die op termijn garant staat voor kostendekkende huur, niet achteraf maar vooraf, is de wethouder dan bereid om dit pand in zijn visie eerder te verkopen? Indien de raad instemt met het VVV, wordt de VVD daar dan elk jaar hieraan herinnerd wanneer de fractie hiervan wil afwijken? Mevrouw SLUIJS kan zich vinden in de uitgangspunten en de voorgestelde ontwikkelplannen.
Het is een goed idee om de volière te vervangen door iets waar grote behoefte aan is, een eigen plek voor jongeren. In het jeugdonderzoek gaven verschillende jongeren aan dat het leek alsof zij in Baarn alleen maar als overlast werden gezien en dat is heel erg. In heftige reacties deze weken wordt dat gevoel maar weer eens bevestigd. Dat een groep jongeren het verpest betekent niet dat de rest van de Baarnse jeugd geen recht meer heeft op een plek voor henzelf. Wat betreft de Groene Inval zal GroenLinks in volgende plannen scherp in de gaten houden dat een eventuele verplaatsing, waar de raad nog over moet beslissen, geen inbreuk doet op deze fantastische voorziening en altijd goed bereikbaar blijft voor jong en oud. Het is zonde om zo’n mooi historisch gebouw als het Nutsgebouw, midden in het centrum, te verkopen terwijl de maatschappelijke inzetbaarheid niet duidelijk bewezen is. Los van wat de precieze invulling wordt in het dossier Cultuurhuis/Brinkhuis/Podiumhuis pleit GroenLinks ervoor om het Nutsgebouw te behouden. Door dat besluit nu al te nemen kan worden gestart met verduurzaming en het gebouw rolstoeltoegankelijk maken. Hoe denken de andere fracties hierover?
7
Mevrouw DEURLOO denkt niet te kunnen instemmen met het raadsvoorstel omdat het te omvangrijk is, te veel beslispunten en te onduidelijk wat de visie precies inhoudt. Er staat te veel nadruk op moeten en urgentie terwijl al zoveel mooie gebouwen in Baarn zo lang worden gekoesterd. Dan voelt het onprettig om daar nu een allesomvattend plan voor op te stellen. Er is veel achterstallig onderhoud omdat er decennialang niets of weinig aan is gebeurd en daarom voelt maatwerk nu beter dan de cohorten-opdeling. In de afgelopen 3 jaar zijn best veel mooie stappen gemaakt. De jeugdzorg is naar De Leuning verhuisd, maatschappelijke organisaties in het gemeentehuis, Lokaal O in het Nutsgebouw, de kinderboerderij is uitgebreid en de bieb heeft een opfrisbeurt gekregen. Dat is prima gelukt zonder zo’n integrale visie of dure onderzoeken. Er staat nergens in de visie wie met wie moet clusteren of samengaan en waar en dat is een relevante visie. Er moet nu worden doorgegaan met het eerstvolgende vastgoedproject dat al heel lang wacht, namelijk Theater de Speeldoos. Die heeft alles uitgewerkt met wie ze wat wil en wat ze kan bereiken maar ze wacht weer op de gemeente. De bibliotheek is zelf in gesprek gegaan met verschillende organisaties om een betere invulling te geven aan Hoofdstraat 1, een A-locatie. Misschien biedt zij zich wel als volgende project aan.
Atelier Langs Jan heeft een brief gestuurd waarin wordt aangegeven dat ze graag wil doorgaan en ze wil bovendien aan een soort jongerenopvang gaan doen door zelf een initiatief voor thuiszitters op te zetten. Dat de gemeente voor hen het gebouw aanpakt en gaat isoleren of misschien wel moderniseren is prima maar geen extra jongerenhonk terwijl de omwonenden gek worden van de alles overheersende overlast die er nu al is. De gemeente moet zo te werk gaan, luisteren naar organisaties, dat scheelt veel geld aan onderzoeken en zo worden de voorzieningen voor de inwoners hopelijk nog lang op peil gehouden. Allerlei moderne duurzaamheidseisen zijn niet leidend voor wat goed is voor de inwoners. Vinden de andere fracties ook dat de aanpak van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed geen meganormale integrale visie nodig heeft maar dat er met gezond verstand en samenwerking en de organisaties zelf prima bepaald kan worden wat gedaan kan worden en moet worden? Zijn de andere fracties ook van mening dat de eerstvolgende partij die snel verbouwd wil worden omdat de planvorming te streng en de samenwerking reeds ingevuld de Speeldoos is? De heer BRINKMAN zegt dat er een duidelijke visie nodig is waarbij duidelijk kan worden gekozen in wat moet worden behouden, wat kan worden gecombineerd en waar moet worden vernieuwd.
Deze visie geeft dat overzicht, wat het kost en waar kansen liggen om samen te werken en te verduurzamen. Het Nutsgebouw en De Leuning bewijzen dat clustering werkt, betere dienstverlening en lagere kosten zonder voorzieningen te verliezen. Bij de uitwerking wil de fractie graag zien dat gebruikers en vrijwilligers actief betrokken worden. Het voorbereidingskrediet is bedoeld om plannen uit te werken die zorgen voor maatschappelijke winst, besparingen zonder voorzieningen uit te sluiten en locaties versterken die Baarn nodig heeft. Dus nu investeren om later slimme keuzes te maken. Volgende week zal worden ingestemd met het voorstel. De heer VAN WIJK denkt te kunnen instemmen met het voorstel. Op specifieke onderdelen wil de fractie graag meedenken. Het deel wat de VVD aangaf van de VVV, daar wil ook het CDA meer van weten. Wil de wethouder het onderhoud van de panden zoveel mogelijk aan Baarnse bedrijven gunnen? De brandweerkazerne, op welk moment, welke termijn en waarom? Dit is nooit eerder ter sprake geweest. Klopt het dat de brandweermedewerkers nog weinig of niets hiervan weten? Dit zou in 2026-2029 gerealiseerd moeten worden. Het Atelier Jeugdstichting Langs Jan kan gerealiseerd worden binnen de functies die hiervoor gesteld zijn. De buurt maakt zich nog steeds ernstig zorgen over de overlast door enkele jongeren die door de Pekingtuin scheuren met fietsen.
Hier een uitgebreide jeugdvoorziening lijkt overbodig maar een jeugdhonk of een bijeenkomst is wel prettig. Dit staat ook hoog op de doe-lijst in het cohort 2026-2029. Het gemeenschapshuis Furs mag een
8
hogere prioriteit krijgen. Als het nog langer leeg staat verloedert het. Dit zou naar cohort I mogen. Is de raad het daarmee eens? Mevrouw STRUIJK-CRAMER zegt dat de raad wel even op dit plan heeft gewacht want het is allesomvattend en nogal complex. Er is een onderscheid gemaakt tussen voorzieningen en gebouwen maar het gaat om voorzieningen die behouden moeten blijven, uitbouwen als het nodig is als het gaat om bijvoorbeeld een jongerenlocatie. Er wordt al tijden geroepen dat iets voor jongeren moet worden gedaan maar als er een concreet plan komt is het Niet in mijn achtertuin. Er zijn maar een paar jongeren die raddraaiers zijn en die zorgen er nu wel voor dat een grote groep jongeren geen plek dreigt te krijgen. Mooi dat dit er nu is en doorpakken. Hopelijk komt er snel inzicht in de financiële consequenties. De heer VAN LOON is blij dat bewust niet voor een onderzoek is gekozen om de hoogte van het voorbereidingskrediet vast te stellen maar gebruik is gemaakt van kennis en ervaring binnen de gemeente. De fractie zal alle ontwikkelingen met betrekking tot de panden goed volgen. De heer SCHOUTEN neigt naar een tegenstem want vanavond wordt niet alleen gesproken over een visie op vastgoed maar ook over de manier waarop de raad informatie wordt gegeven.
De raad moet een besluit nemen over tientallen miljoenen toekomstig vastgoed en moet dan kunnen vertrouwen op heldere, volledige en serieuze beantwoording maar daarin schieten de antwoorden die werden ontvangen op de technische vragen te kort. De vraag over de brandweerkazerne was als er nieuwbouw komt, hoeveel kleiner moet die kazerne dan worden volgens de huidige richtlijnen maar het antwoord is dat onderzoek dit moet uitwijzen. Dat is het doorschuiven van een fundamentele vraag die vooraf moet worden gesteld. Als je niet weet of de gemeente een grotere, kleinere of anders functionerende kazerne nodig heeft kan de raad ook niet bepalen of de huidige plek logisch is, of nieuwbouw haalbaar is of dat de investering verantwoord is. Hetzelfde geldt voor de gymzalen. Jarenlang worden deze gewoon verhuurd maar in de beantwoording staan geen verhuuropbrengsten. Pas na doorvragen blijkt dat de opbrengsten via De Trits lopen en dat is geen detail want het gaat over inzicht in transparantie en exploitatie richting de raad. De visie verwijst structureel naar vervolgstappen in plaats van naar feiten. De Baarnse samenleving kan niet worden gevraagd om vertrouwen als de fractie dat niet krijgt in de informatie die nodig is om besluiten te nemen. Eerst duidelijkheid, dan keuzes.
Mevrouw HOOGERWERF kan zich vinden in de uitgangspunten van de visie en is blij met de breedte van het verhaal omdat dan ook toekomstige colleges en coalities een vaste koers kunnen varen. Er kan dus afscheid worden genomen van ad hoc besluitvorming over afzonderlijke panden en dat is heel fijn voor de inwoners die actief zijn in verenigingen en stichtingen die ruimte huren bij de gemeente. Het is wel jammer dat nog niet bekend is wat de kostendekkende huur dan gaat zijn en of die verenigingen en stichtingen dat kunnen opbrengen. Vorige week werd duidelijk dat je in een neerwaartse spiraal kunt terechtkomen want als de gemeente panden gaat afstoten en dat hand in hand gaat met kostendekkende huren en subsidieverlagingen, dat kan de doodskus zijn voor opgebouwde voorzieningen. Echter, elke keer zal een concreet voorstel aan de raad gedaan moeten worden en de raad kan dan beoordelen wat het effect is voor stichtingen en verenigingen en de andere effecten voor het pand en of er voldoende gezocht is naar aantrekkelijke oplossingen.
Burgercollectieven zouden expliciet moeten worden opgenomen als mogelijke vastgoedpartners zodat het beleid echt langer mee kan want inmiddels zijn er in het land al zo’n 7000 burgercollectieven actief die als partner van de gemeente taken overnemen, bijvoorbeeld op het gebied van groen, gezondheid, dorpshuizen en energietransitie of op een andere manier de gemeente ontzorgen. Die collectieven kunnen soms in aanmerking komen voor een op een gunning. Ze hebben 9
toegang tot gratis zeer deskundige adviseurs. Ze kunnen soms ook ambtelijk werk overbodig maken. In de participatieverordening is al veel geregeld over hoe dat partnerschap vorm kan worden gegeven. Zijn de andere fracties ook van mening dat burgercollectieven als aanzwellende nieuwe ontwikkeling iets anders is dan marktpartijen en apart benoemd moeten worden? Hebben de andere fracties een mening of burgercollectieven een voorkeurspositie kunnen krijgen als mogelijke vastgoedpartner gezien de voordelen? Het is merkwaardig en absoluut ongewenst dat afstoten van het faciliteren van dorpshuis De Furs het vertrekpunt lijkt te zijn. Het vertrekpunt moet zijn het realiseren van een bruisend dorpshuis. Of je dan het pand gaat afstoten of niet valt nog te bezien. Lage Vuursche heeft geen bezoekerscentrum en hoe raar is dat in het drukstbezochte natuurrecreatiegebied in het land? Elk natuurpark heeft er eentje en in De Furs zou het kunnen. Het dorp zal ook een noodsteunpunt nodig hebben en de gemeente is verplicht om dat te realiseren met een noodaggregaat en een plek voor opvang en overleg. Dit kan in De Furs want er is een enthousiaste groep inwoners die het dorpshuis wil gaan runnen met allerlei sociale activiteiten. Ook in Lage Vuursche is er eenzaamheid en zijn er mensen met een smalle beurs.
Daarnaast is er een dorpscoöperatie die wellicht partner kan zijn van de gemeente om zaken goed te regelen. Het aankomende huurcontract geeft hiervoor al een mooie overbruggingsperiode. Het moet duidelijker zijn dat op deze plek een dorpshuis wordt gefaciliteerd door de gemeente en dat het goed bekeken moet worden. Hiervoor wordt overwogen om een motie in te dienen. Hoe staan de andere fracties hier tegenover? Moet het vertrekpunt zijn zoals het nu in het stuk staat of moet het vertrekpunt explicieter worden dat het de bedoeling is dat de gemeente een bruisend dorpshuis faciliteert? Wethouder PRAKKE legt uit dat de visie is opgesteld vanuit het onderhoud want dat zijn structurele uitgaven en daarvoor wordt 1,1 miljoen per jaar in de voorziening gestort. Het college zou dat graag wat naar beneden brengen. Er worden geen panden verkocht omdat er een tekort zou zijn. Dat accepteert de provincie ook niet want dat is incidenteel geld waarmee je structurele tekorten niet mag opvangen. De zin over structureel houdbaar de financiën gaat met name over de omvang van de lasten waar keuzes in kunnen worden gemaakt. Op het moment dat de Speeldoos in het rood staat heeft de raad gezegd dat er € 120.000 bij wordt gedaan als subsidie. Als de raad dat niet had gedaan had de gemeente in dat voorbeeld de huur moeten opzeggen.
Als er geen draagvlak is vanuit de raad om een voorziening overeind te houden en de voorziening dat niet zelf kan betalen door andere inkomsten, dan is de vraag of de gemeente dat moet faciliteren in een gebouw. Het uitgangspunt is marktconform kostprijsdekkende huur. De heer SCHOUTEN merkt op dat volgens de Wet markt en overheid de huur afhankelijk is van of het maatschappelijk wenselijk is want dan rekent de gemeente geen marktconforme huur. Wethouder PRAKKE is het eens met de heer Schouten. Het is altijd moeilijk om te bepalen wat een marktconforme huur is want er zijn geen panden die ermee kunnen worden vergeleken als het gaat om bijvoorbeeld de Wintertuin of het Nutsgebouw. Altijd wordt gekeken of de huur kostprijsdekkend is en conform de maatschappelijke functie. De heer SCHOUTEN stelt dat volgens de Wet markt en overheid bepaald moet worden of het maatschappelijk gewenst is en daardoor is er geen of wel marktconforme huur en dat is een wezenlijk verschil met wat wethouder Prakke zegt. Wethouder PRAKKE legt uit dat aan die panden een maatschappelijk belang is toegekend en dan hoeft het niet een kostendekkende huur te hebben. Van de bestaande invulling van Atelier Langs Jan zou je kunnen zeggen dat het ook in een andere locatie kan plaatsvinden. Vanuit die gedachte zou je kunnen zeggen dat het kan worden verkocht maar gezien de ligging bij de Pekingtuin en het verzoek 10
om een voorziening voor jongeren. Als dat daar kan worden ingevuld is het pand heel waardevol om in bezit te houden. Op dit moment is er leegstand bij de Wintertuin en is de gemeente heel druk bezig met de uitvraag. Stel dat daar een kantoorfunctie in komt omdat een kantoor de uitvraag gaat winnen, dan kan de raad zeggen het is geen maatschappelijke invulling en misschien moet het dan wel worden verkocht. De raad heeft ook aangegeven dat als er geen geschikte kandidaat wordt gevonden, dan komt het college naar de raad met een voorstel voor verkoop. Er is nu leegstand en daarom staat de locatie in de visie op rood. € 40.000 is de huur, dat is als kader neergezet en daarvan is bekend dat dat niet kostprijsdekkend is maar dat is een bewuste keuze geweest. Gelet op de beslispunten stemt de raad in met de uitgangspunten. Er komt voor elk pand een apart voorstel wat het college daarmee wil. Het is aan de raad om iets te vinden van de verschillende cohorten. De raad kan zeggen van meer of minder duurzaam of minder toekomstbestendig et cetera. Wat betreft de vraag om onderhoud door Baarnse bedrijven: dit is conform het inkoopbeleid. Meestal is het zo dat wanneer het onderhands kan een van de drie altijd een Baarns bedrijf is. Wat betreft de brandweerkazerne is het zo dat aan de raad wordt gevraagd of die in scenario’s wil nadenken over de toekomst van de brandweerkazerne.
Als de raad daar helemaal geen behoefte aan heeft wordt dat niet gedaan. Het college doet dat voorstel wel en dan kan het zijn de huidige of een andere locatie omdat het belangrijk is voor de toekomst van de brandweerkazerne. De heer VAN DER PADT vraagt of de raad het met de VVD eens is dat mooie nieuwbouw op een andere plek dan Stationsweg 41 met het Atelier Langs Jan beter zal functioneren en Stationsweg 41 dan kan worden verkocht omdat het college zelf al aangeeft dat verbouwing van dit pand gezien de gemeentelijke monumentale status duurder en moeizaam zal zijn. De heer VAN WIJK vraagt waar de heer Van der Padt die nieuwbouw had gedacht. De heer VAN DER PADT denkt daarbij aan de Geerenweg. Als de starterswoningen daar niet doorgaan kan er mooi wat worden gebouwd. Mevrouw DEURLOO vindt het gebouwtje uniek en waardevol om op die plek te behouden. De heer VAN DER PADT stelt niet dat het gebouwtje moet worden geamoveerd. Het blijft immers een gemeentelijk monument. De heer SCHOUTEN is er geen voorstander van want het pand zal niet veel gaan opbrengen, in ieder geval minder dan nieuwbouw zou kosten. Mevrouw SLUIJS vraagt hoe andere fracties denken over het nu al besluiten om het Nutsgebouw te behouden en daarmee ook kunnen investeren in verduurzaming en toegankelijkheid. Mevrouw DEURLOO is het daar helemaal mee eens.
De heer VAN WIJK vindt dat het gebouw zijn diensten bewijst op dit moment maar er is afgesproken om tot 2030 te kijken hoe het gaat. Mevrouw HOOGERWERF is voor het idee van GroenLinks en dat is niet stoppen maar doorgaan met het Nutsgebouw zoals het nu gebruikt wordt. Mevrouw STRUIJK-CRAMER stelt dat het complete plan nog niet rond is en daarom is nu nog niet bekend of het Nutsgebouw nog nodig is in de toekomst. Daar moeten nog een aantal stappen voor 11
gezet worden, onder andere op het gebied van de Speeldoos, de bibliotheek et cetera. Tot 2030 blijft het gewoon bestaan. Er is geen traplift et cetera maar het is risicovol om nu te zeggen van het moet worden behouden want het is verschrikkelijk duur om het pand volledig te verduurzamen en daar moet eerst een gedegen onderbouwing voor zijn. De heer SCHOUTEN verwacht dat het Nutsgebouw niet heel interessant is om te bewonen want dat was het oorspronkelijke plan. Het lijkt erop dat elke keer Lokaal O een voorkeursbehandeling krijgt en er zijn nog veel andere organisaties die in die carrousel zitten en dat moet gewoon worden afgewacht. Hier moet gelijke monniken gelijke kappen worden toegepast. De heer VAN LOON is blij dat verschillende organisaties gebruikmaken van dit gebouw. Als dit onderdak blijft geven in de toekomst is de fractie zeker voor aanpassingen in het gebouw maar eerst was er sprake van verkoop in verband met de ontwikkelingen rond bieb en theater en hierover is nog steeds geen duidelijkheid. Mevrouw SLUIJS merkt op dat in de visie wordt gezegd dat dit een pand is waar veel prioriteit is vanwege het hele dossier Cultuurhuis. Zolang er nog niet over het geheel is besloten kan de gemeente dus ook geen stappen zetten voor het Nutsgebouw en blijft het dus nog langer niet duurzaam en niet toegankelijk.
Als er fracties zijn die vinden dat het sowieso moet worden behouden, dan is het beter om dat nu al uit te spreken en kan erop vooruit worden gelopen. Mevrouw STRUIJK-CRAMER zegt dat D66 het niet eens is met het niet verduurzamen van het Nutsgebouw als wordt besloten om het te behouden en ook om het toegankelijk te maken kan pas als de gemeente zeker weet dat ze het wil behouden. Dat besluit kan pas genomen worden als het totaalplaatje er is en dat is er nu nog niet. Als het goed is wordt dat totaalplaatje het komende jaar helder want dan moeten echt besluiten worden genomen over theater, bibliotheek et cetera. Voor welke specifieke voorziening zou GroenLinks het Nutsgebouw willen behouden? Mevrouw SLUIJS ziet nu dat de buurthuisfunctie daar heel goed werkt vanwege de ligging in het centrum en vanwege de vele kleine zalen die in het pand zitten. Het is dus heel geschikt om het te delen voor allerlei verschillende organisaties en uit de visie Baarn totaal die er gaat komen blijkt dat er steeds meer behoefte is bij mensen aan een plek om bij elkaar te komen en daar is in deze raad veel draagvlak voor. Mevrouw STRUIJK-CRAMER deelt het beeld van GroenLinks wat betreft de voorziening maar dat zou ook prima op een andere plek passen. Dus ook daar is het Nutsgebouw niet noodzakelijk voor.
De heer BRINKMAN zegt dat het Nutsgebouw afgelopen tijd heeft laten zien wat de maatschappelijke waarde ervan is en het is relevant om niet alleen naar de opbrengst van verkoop te kijken maar juist naar de waarde van behouden. Als er straks investeringen worden gepleegd in een cultuurhart in het centrum is het logisch om het Nutsgebouw daarin mee te nemen. Dit moet natuurlijk wel in samenhang worden gedaan met het bredere dossier rond Cultuurhuis/Brinkhuis en voorkomen moet worden dat nu een keuze wordt gemaakt die later een integrale afweging bemoeilijkt. Als behoud als uitgangspunt wordt genomen hoort daar ook een helder financieel plaatje bij inclusief verduurzaming en toegankelijkheid. Als dit een plek is van en voor de buurt moet iedereen hier ook gebruik van kunnen maken en dan is behoud een serieuze optie. De heer VAN WIJK constateert dat het gebouw een buurtfunctie heeft en dan moeten de mensen ook naar boven kunnen. Dus als gekeken kan worden naar een tijdelijke voordelige oplossing hiervoor staat het CDA daar positief tegenover. 12
De heer VAN DER PADT merkt op dat deze visie nog een doel had, namelijk om de kosten te verlagen maar De Furs mag niet dicht, het Nutsgebouw mag niet dicht want alles is belangrijk. De raad zal keuzes moeten maken en dit zal volgend jaar tig keer terugkomen. Op deze manier komt heel weinig van besparingen terecht. De heer VAN WIJK deelt de mening van de VVD maar het verzoek is om De Furs een andere prioriteit te geven om daar nu al naar te kijken en niet in een later stadium. De heer BRINKMAN deelt ook de zorg dat er moet worden bespaard maar er is gekozen om het Nutsgebouw voor een aantal jaren in ieder geval te behouden. Er wordt nu gevraagd om dit mee te nemen in het plan om het als maatschappelijk vastgoed te behouden en dan zou de PvdA wel een investering durven te maken. De heer VAN DER PADT wijst erop dat GroenLinks juist vroeg om het pand te verduurzamen en er een maatschappelijke voorziening van te maken. Mevrouw SLUIJS zegt dat het nu niet alleen gaat over het eventueel verliezen van geld omdat de gemeente het gebouw niet wil verkopen. Er moet ook worden gekeken naar de maatschappelijke waarde en als mensen niet meer ergens heen kunnen om anderen te ontmoeten en alleen thuis zitten en op leeftijd zijn, dan kan men snel achteruitgaan. Dat is ook relevant, niet alleen de verkoopprijs. De heer VAN DER PADT ontkent het woord verkoop in de mond te hebben gehad.
Dit moet in het totaal worden bekeken naar de raad pakt er nu De Furs uit van dat mag niet en het Nutsgebouw mag niet. Mevrouw STRUIJK-CRAMER wil het terugbrengen tot de kern en dan gaat het erover dat op dit moment een knelpunt wordt gesignaleerd betreffende de toegankelijkheid van het Nutsgebouw. De komende 6 jaar is nog niet bekend of het Nutsgebouw wel of niet wordt behouden en voorlopig staat het op niet behouden na 2030 maar tot die tijd is het nog niet toegankelijk en willen sommige fracties het sneller doen. Kan er geen traplift in worden gezet voor 5 jaar? Mevrouw SLUIJS zegt dat haar vraag inderdaad komt vanuit de toegankelijkheid en het feit dat het wordt afgestoten is een argument om het niet toegankelijk te maken. Het is moeilijk te accepteren dat mensen nu niet naar boven kunnen als ze slecht ter been zijn terwijl dit een maatschappelijke voorziening is. Het zou goed zijn als de raad zegt dat daar een tijdelijke voorziening moet komen voor de toegankelijkheid van het gebouw. De heer SCHOUTEN zegt dat bij de verduurzaming moet worden gekeken naar het totaalplaatje en bij de traplift gaat het om 4000-€ 8000. Als de fractie daarvoor een motie indient wordt die waarschijnlijk wel aangenomen.
Mevrouw HOOGERWERF heeft niet gezegd dat De Furs niet dicht mag maar gezegd dat het uitgangspunt moet zijn dat er een bruisend dorpshuis moet worden ontwikkeld en dat is wat anders. Wethouder PRAKKE heeft ambtelijk gehoord dat zo’n traplift 10.000-€ 20.000 kost. Dan is de afweging of de raad het daarvoor over heeft want misschien wordt er over 5 jaar iets anders gedaan met het gebouw en dan wordt die investering niet terugverdiend. Als de raad de wens heeft wordt er een traplift aangebracht.
13
De heer VAN WIJK merkt op dat de gemeente in het kader van de Wmo misschien nog een traplift in het depot heeft. Als het Nutsgebouw wordt geprioriteerd van 2 naar 1 ligt er snel een besluit of er bezuinigd wordt of dat het een andere bestemming krijgt. Mevrouw HOOGERWERF zou daar heel blij mee zijn als dit bijdraagt aan de ontwikkeling van een bruisend dorpshuis want dat zou het vertrekpunt moeten zijn. Mevrouw DEURLOO is het daar helemaal mee eens. Mevrouw HOOGERWERF vindt dat burgercollectieven in de langetermijnvisie op gemeentelijk vastgoed niet kunnen ontbreken maar hoe denken de andere fracties daarover? Mevrouw DEURLOO is van mening dat het altijd waardevol is wat vanuit de samenleving komt en daarom prioriteren en voorrang geven. De heer BRINKMAN haakt graag aan op deze optie. Mevrouw HOOGERWERF memoreert dat gisteren een mooi rapport is verschenen over burgercollectieven in Nederland en dit zal zij delen met degenen die daarin zijn geïnteresseerd. Mevrouw SLUIJS vindt een burgercollectief een goed idee en ontvangt graag de informatie. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 5.
Initiatiefvoorstel CDA en PvdA - Uitbreiding maximumaantal steunfractieleden per fractie (1413759) De heer VAN HARDEVELD heeft vorige week ten onrechte gezegd dat dit gefinancierd zou kunnen worden uit het griffiebudget maar dat blijkt slechts voor een beperkt bedrag zo te zijn. Daarom heeft hij advies gevraagd aan de portefeuillehouder financiën en die zegt dat dekking uit de post Onvoorzien niet aan de orde is omdat het gaat om het ramen van structureel budget. De raad kan besluiten de verhoging 2026 ten laste van het positieve begrotingssaldo te brengen en het structurele deel mee te nemen in de perspectiefnota 2027. De heer VAN GRINSVEN gaat hiermee akkoord om een grotere kweekvijver te creëren voor meer politiek talent maar zijn er geen andere goedkopere oplossingen te bedenken voor meer steun voor fracties, bijvoorbeeld eventueel een mailadres met een log in? De heer VAN LOON merkt op dat het vele werk dat een raadslid moet doen veel tijd vergt naast vaak een normale baan. Daarom is hulp van mede-fractieleden heel welkom en zal voor het initiatiefvoorstel worden gestemd. Mevrouw STRUIJK-CRAMER herkent het beeld wat er geschetst wordt maar zij wordt gesteund door 2 steunfractieleden. Daarmee is het best haalbaar. Het wordt wel beter als meer steunfractieleden zijn toegestaan en dan is er ook een grotere kweekvijver. Er zijn wel bedenkingen
14
over de financiën en dan is D66 bereid om na te denken over bijvoorbeeld minder voorzieningen of misschien wel 3 in plaats van 4 steunfractieleden. De heer VAN HARDEVELD zegt dat zijn naam en die van de heer Brinkman onder het initiatiefvoorstel staan maar hij spreekt ook namens zijn fractie. De heer BRINKMAN sluit zich daarbij aan. Mevrouw DEURLOO geeft aan dat VoorBaarn verdeeld is over dit voorstel. Het kan de werkdruk verlichten, toekomstige raadsleden kunnen worden verbonden via de kweekvijver en er is meer inbreng vanuit de samenleving maar misschien ontstaat er te veel diffusie qua representatie in de raad. Daarnaast zijn steunfractieleden mogelijk niet democratisch gekozen. Bovendien gaat het de gemeenschap weer extra geld kosten. Mevrouw SLUIJS merkt op dat ook GroenLinks nog twijfelt. Eens met de argumentatie dat de werkdruk verlaagd moet worden en dat het van belang is om meer inwoners op te leiden in de lokale politiek. Echter, met meer steunfractieleden is het werkdrukprobleem waarschijnlijk niet meteen opgelost. Die oplossing ligt ook in het maken van keuzes want niet elke fractie hoeft elk dossier tot in de puntjes op te volgen maar er kan ook samen worden opgetrokken met collega’s van andere fracties.
Op een later moment zal moeten worden afgewogen of dit ten koste gaat van iets anders want het komt bij de perspectiefnota terug en dit mag niet ten koste gaan van iets wat ook belangrijk is, gelet bijvoorbeeld op de bezuinigingen bij Pit. Er zou kunnen worden begonnen met de uitbreiding met 1 steunfractielid als een soort pilot en over 4 jaar evalueren of dit heeft bijgedragen aan het verlagen van de werkdruk en de andere doelen die gesteld worden. Hoe denken de initiatiefnemers en andere partijen in de raad hierover? De heer MASCINI is tegen het initiatiefvoorstel. Vorige week zijn al zorgen geuit over onder meer de vertrouwelijkheid, informatiebeveiliging, democratische legitimatie en onevenredige voordelen voor een eenmansfractie bij een potentiële verdubbeling van het aantal steunfractieleden. In een tijd van bezuinigingen op collectieve voorzieningen is dit een risico. Een slechter signaal kan niet worden afgegeven aan de inwoners van Baarn. Iedereen moet inleveren behalve de gemeenteraad zelf. De feitelijke onderbouwing van het initiatiefvoorstel ontbreekt volledig, los van een paar niet gekwantificeerde termen zoals toenemende complexiteit, een groeiend aantal dossiers enzovoort. Vorige week dacht het CDA nog dat deze kosten gedekt zouden kunnen worden uit het griffiebudget maar ze komen ten laste van de begroting.
In Baarn zijn op dit moment 10 fracties en dat betekent dat met dit voorstel maximaal 40 steunfractieleden actief kunnen worden. Het kan dus leiden tot 20 extra steunfractieleden met een maximale vergoeding van € 200 per maand maal 10 maanden, is € 40.000 extra kosten per jaar. Dan komen er nog 20 laptops, kerstdiners, barbecueplaatsen en wellicht nog een aantal cursussen bij en dan wordt gegaan richting de 50.000-€ 55.000 per jaar. Vervolgens komt er vanuit de griffie de mededeling dat nu vragen van 40 in plaats van 20 steunfractieleden moeten worden beantwoord met daarmee het verzoek tot uitbreiding van de griffie met minimaal een halve fte. Het voorstel kan dus in potentie leiden tot € 100.000 extra kosten per jaar. In februari willen de indieners vastleggen dat fracties of lijsten die zich afsplitsen geen recht hebben op steunfractieleden maar dat is nu nog toekomstmuziek. De VVD vindt dit voorstel inhoudelijk en qua timing misplaatst. Bovendien zou de publieke tribune in potentie dan 16 plaatsen tekortkomen. Vinden de andere fracties ook dat het een volstrekt inhoudelijk en qua timing verkeerd voorstel is? De heer VAN HARDEVELD merkt op dat wanneer een eenmansfractie 3 verschillende meningen heeft in de fractie het raadslid gewoon moet stemmen. De democratische legitimatie is geregeld in 15
het Reglement van orde van de gemeenteraad waarin staat dat in de eerste 2 jaren van een raadsperiode alleen steunfractieleden geïnstalleerd mogen worden die op de kandidatenlijst hebben gestaan en voor de laatste 2 jaar is dat geen voorwaarde. Op dit moment zijn er 6 steunfractieleden, onder andere van VoorBaarn, GroenLinks en D66 die nooit op de kandidatenlijst hebben gestaan en dat gaat prima. Ieder steunfractielid legt de eed of de belofte af en dan mag ervan worden uitgegaan dat dat voldoende garantie is in het kader van vertrouwelijke informatie. De berekening van de heer Mascini is te volgen maar wordt wel met een vork geschreven. De heer MASCINI stelt dat wanneer dit initiatiefvoorstel wordt aangenomen de raad tekent voor deze uitbreiding in de huidige situatie. Met 10 fracties komen er 20 steunfractieleden bij en de rest van de som klopt. De heer VAN HARDEVELD lijkt dit niet het meest waarschijnlijke scenario, net zoals het niet het meest waarschijnlijke scenario straks is dat de raad 10 fracties heeft. De heer MASCINI stelt dat wanneer er wordt begroot altijd alle risico’s in kaart worden gebracht. Het is een risico in de huidige situatie en er dient reëel te worden begroot. De heer VAN HARDEVELD is ook voor reëel begroten en de vraag is of worstcase begroten reëel begroten is.
Er wordt vaak gehoord dat het raadslidmaatschap alleen maar te doen is voor pensionado’s en werklozen en dat is een van de redenen waarom dit initiatiefvoorstel voorligt. De heer VAN LOON hoort verhalen over het bijwonen van kerstdiners en barbecues en mocht het zover komen, dan is hij bereid om daarvan af te zien en dan zijn de eerste kosten al bespaard. De heer MASCINI is heel verbaasd dat andere fracties niet ingaan op de argumenten van het komt door toenemende complexiteit. Hoezo? Van 1 naar 10? Een groeiend aantal dossiers van 8 naar 16? Niemand gaat op de inhoudelijke argumenten in en dat was zeker niet van het CDA verwacht. De heer BRINKMAN heeft het idee dat met dit voorstel het raadswerk wordt versterkt. De fractie van GroenLinks vindt het een goed idee maar stelt voor om te beginnen met 1 extra steunfractielid. Veel fracties hebben vragen over het voorstel en het voorstel van GroenLinks is een reële optie. Mevrouw STRUIJK-CRAMER vindt het een goed voorstel van 2 naar 3 in plaats van 2 naar 4. Dat neemt wellicht een aantal bezwaren weg. Mevrouw SLUIJS is van mening dat dit een goede middenweg is om tegemoet te komen aan de wens die bij veel fracties leeft om uit te breiden maar ook gezien de impact die het kan hebben in de nieuwe samenstelling van de raad.
De heer MASCINI wil graag van andere fracties weten of dit een volstrekt verkeerd signaal is in een tijd van bezuinigingen dat de raad zegt dat geldt voor iedereen behalve voor onszelf want wij verdubbelen de potentiële capaciteit. Er is geen goede onderbouwing voor. Niet wordt begrepen waarom het voorstel nu wordt ingediend want na de verkiezingen is er misschien hiervoor een veel natuurlijker moment. Mevrouw STRUIJK-CRAMER begrijpt dat dit voorstel wordt gedaan voordat de nieuwe raad aantreedt want het moet dan nu worden geregeld. In het kader van de bezuinigingen hangt dit samen met de verzwaring van de taken van raadsleden. Er is al jarenlang een decentralisatie van taken gaande van de rijksoverheid naar gemeenten. De gemeenteraad krijgt daardoor ook steeds meer 16
verschillende taken binnen de domeinen. Er zijn nu bijvoorbeeld veel meer gemeenschappelijke regelingen. Wet- en regelgeving wordt complexer en de raadsleden moeten soms halve juristen zijn om te begrijpen wat er gedaan moet worden. Het is voor een fractie dus moeilijker om alle taken goed te kunnen doen. Dan moet je keuzes maken en sommige dingen niet doen, bijvoorbeeld daar zit een andere fractie goed in, maar er zou ook kunnen worden gekeken naar een versterking van de democratische verantwoording en de versterking van de gemeenteraad en kijken of daar de taken beter kunnen worden opgepakt door wat meer steun. De hoogte van de kosten is best te doen, zeker als het wordt teruggebracht naar 3 steunfractieleden in plaats van 4. Het argument van de kweekvijver is heel belangrijk want voor alle fracties is het lastig om mensen te vinden die bereid zijn om actief te worden in de politiek en een belangrijke tegenwerping is altijd het kost heel veel tijd. De heer MASCINI vraagt wat het aannemen van fractie-assistenten in de weg staat. Die zijn er nu ook en het kost tijd of je nu steunfractieleden of fractie-assistente wilt. Voorts is er nog geen onderbouwing gezien en het lijkt erop van papa ik wil zakgeld. De heer VAN HARDEVELD wenst een serieuzere benadering van het initiatiefvoorstel.
De heer MASCINI merkt op dat er geen serieuze onderbouwing wordt meegegeven en dan moet je soms accepteren dat je ook geen serieus antwoord krijgt. Er is nog geen kwantitatieve onderbouwing gezien om hoeveel dossiers het gaat. Dan kun je zeggen van het gaat bijvoorbeeld om 4 dossiers per steunfractielid. De heer BRINKMAN gaat het om een bepaalde kwaliteit waarborgen. Hoe de druk meer kan worden verdeeld et cetera. De heer MASCINI vraagt of kan worden uitgelegd hoe een toename van het aantal steunfractieleden leidt tot een betere professionalisering. De heer BRINKMAN zegt dat hoe meer mensen er zijn in de fractie hoe meer de rollen kunnen worden verdeeld. Dan kun je bijvoorbeeld naar meer evenementen toegaan en meer informatie inwinnen, dan kun je betere debatten voeren en betere stukken aanleveren en betere moties en amendementen indienen omdat je meer kennis hebt vergaard. Dat is dus een professionalisering. Mevrouw STRUIJK-CRAMER memoreert net een onderbouwing te hebben gegeven van de hoeveelheid werk die op de raad afkomt en dat zijn feiten. Het aantal dossiers is totaal irrelevant voor de werklast. Een klein dossier kan heel veel werk kosten en een groot dossier heel weinig werk. Het gaat om de kwaliteit die geleverd wordt. De heer MASCINI stelt dat een groeiend aantal dossiers als een van de elementen van de onderbouwing wordt genoemd.
Mevrouw STRUIJK-CRAMER zegt dat ook het aantal dossiers groeit maar dat is niet het allerbelangrijkste. De raad wil een kwalitatieve slag maken dan nu mogelijk is vanwege het gebrek aan tijd. Het aantal taken dat op de raad afkomt is groter. Mevrouw SLUIJS vindt dat de financiële onderbouwing beter had gemoeten. Gezien de bezuinigingen die de afgelopen tijd zijn geweest en de houding van het CDA daarin ten opzichte van maatregelen die de inwoners raken, dan heeft het GroenLinks wel verbaasd dat er niet een uitgebreide schatting
17
van de kosten in het voorstel stond. Natuurlijk is de lokale democratie een investering waard maar het voorstel had aan sterkte gewonnen wanneer het op dat punt beter was onderbouwd. De heer VAN HARDEVELD merkt op dat wanneer raadsleden willen dat in het initiatiefvoorstel het aantal steunfractieleden van 4 naar 3 gaat dat moet worden geamendeerd. De heer SCHOUTEN denkt dat zijn stem volgende week bepalend zou kunnen zijn en daarom doet hij het voorstel aan de initiatiefnemers om de stemming over het voorstel uit te stellen tot na de volgende verkiezingen. De heer BRINKMAN meldt dat de initiatiefnemers de behandeling van het voorstel niet gaan uitstellen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 6. Zienswijze ontwerpbesluit toetreding gemeente Houten tot RMN (1394645) Mevrouw DEURLOO merkt op dat het herstelproject nog niet is voltooid. De toetreding van de gemeente Houten gaat geen concrete financiële voordelen opleveren en de organisatorische druk op de RMN zal toenemen waardoor dat lopende traject juist meer vertraging gaat opleveren. Dat is niet geruststellend. De toetreding van de gemeente Houten waardoor de organisatie groter wordt zou juist meer moeten opleveren voor alle partijen maar de gemeente Baarn wil een garantie op kostenneutraliteit vragen. Er wordt nog steeds gewacht op maatregelen die kostenbesparend zijn.