251126 Verslag Raadsvergadering 26 november 2025 GETEKEND
Tekst van het document
Gemeente Baarn
Bijeenkomst “Raadsvergadering”
CONCEPT-Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 26 november 2025 in de raadszaal van het gemeentehuis
Aanwezig: Voorzitter
Jhr. M.A. Röell
Raadsgriffier
mevrouw C. Heusingveld
VoorBaarn VVD
mevrouw M.L. Deurloo, mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt de heer J.M. Jonkers, de heer M.R. Korkmaz, mevrouw A.M. Martens, mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal, de heer A.P. van der Padt de heer J..G. Bosman, de heer W.J.L. Genuit, mevrouw J.A.M. Sluijs de heer H.J. van Hardeveld, de heer R. van Wijk de heer V.A. Brinkman-Koopal, mevrouw S. Bruijstens mevrouw C.J. Struiijk-Cramer de heer R.M. Bruins de heer J.C.A. van Loon de heer M.A.C. van Grinsven
GroenLinks CDA PvdA D66 ChristenUnie 5OPLUS
Lijst Van Grinsven
Wethouders
de heer M. Eijbaard, de heer H.B. Prakke, de heer M.R. Veldhuizen, de heer S. de Vries
Afwezig:
de heer M.R.N. Schouten (Lijst Schouten)
|.
Opening
De VOORZITTER: Dames en heren, ik open de vergadering met de volgende met de volgende mededeling. Dat we een bericht van verhindering hebben ontvangen van de heer Schouten en dat we een hele volle publieke tribune hebben. Dat zijn de mensen die uitgenodigd zijn voor gasten aan de raad, dus dat zijn uw en mijn gasten. En het is ontzettend mooi dat er weer zo'n grote groep in is gegaan op de uitnodiging en ik heet u van harte welkom ook hier in de raadszaal, dat heb ik net al gedaan om zes uur. U heeft een rondleiding gehad van de heer Genuit, u bent bijgepraat door de heer Van Hardeveld en de heer Brinkman. Dus u weet alles van de raad, dus u gaat eigenlijk precies weten wat hier allemaal gebeurt. U weet alles van het gemeentehuis maar ik wens u vooral een genoeglijke avond en wij spreken elkaar en u kunt de raadsleden ook na afloop nog uitgebreid spreken. 2.
Mededelingen
De VOORZITTER: Dan geef ik ook even kort het woord aan wethouder De Vries over de
toekomststoel.
Wethouder DE VRIES: Dank u voorzitter. Zo'n twee weken geleden was het de Klimaatweek en namens het gemeentebestuur hebben de burgemeester en ik drie klimaatburgemeesters inmiddels mogen ontvangen waarbij één wat ouder is maar twee ook heel erg jong zijn. Eentje uit groep zeven van de Amalia Astroschool en eentje uit de eerste klas van het Baarsch Lyceum en die hebben ons en u allemaal de toekomststoel aangeboden. Ik had hem graag willen laten zien, maar ik kon hem net
even niet vinden, maar die komt nog terug. De toekomststoel is een idee van wijlen Jan Terlouw en is bedoeld om in een vergadering waar belangrijke beslissingen genomen worden over een toekomst, bijvoorbeeld rond het klimaat maar het kunnen ook andere thema's zijn, een lege stoel neer te zetten die moet symboliseren dat daar een kind op zou kunnen zitten zodat we tijdens zo'n vergadering daaraan zouden kunnen denken. Die stoel mag ook rondreizen. Dus als er behoefte is om op een andere plek een keer die stoel te lenen, dan zodra we hem opgezocht hebben, kunt u bij ons op komen halen en zorgen wij ervoor dat die stoel dan ook uitgeleend wordt. De VOORZITTER: En er is ook een kleiner exemplaar van beschikbaar. Dus u hoeft niet met een hele grote stoel op uw rug per se te sjouwen. Er is ook een kleintje, maar een heel mooi initiatief. U ziet verder het college met allemaal een oranje handje op de revers en dat is niet voor niets. Het is deze week, eigenlijk van 25 novembertot 10 december, een wereldwijde week tegen geweld tegen vrouwen. Een heel belangrijk onderwerp wat te veelin het nieuws is dat er geweld tegen vrouwen plaatsvindt.
Aan het einde van deze vergadering bij agendapunt 13 komen we daar ook nog even op terug naar aanleiding van de schriftelijke vragen die gesteld zijn en die beantwoord zijn door het college maar ik denk dat het toch goed is om u watgetallen daarbij te vertellen. Dat er in Nederland alleen al 40 tot 50 vrouwen te maken krijgen met femicide, dat er wereldwijd 137 vrouwen per dag sterven door geweld door een familielid, partner of een ex-partner, dat wereldwijd |l op de 3 vrouwen fysiek of seksueel geweld ervaart en datbijna | op de 4 vrouwen in Nederland seksueel misbruik of seksueel geweld ervaren heeft. Dat zijn getallen die ons allemaal enorm doen beseffen hoe vreselijk dat is. En laat ik dan maar zeggen dat wij als mannen, want daar gaat het vaak om, toch ook even ons achter de oren moeten krabben hoe wij daarmee omgaan. Uit respect daarvoor hebben wij allemaal deze week dit handje op en zullen wij daar als organisatie, als gemeente, ook via de sociale media op verschillende manieren aandacht aan geven. En ik hoop dat u dat ook op uw manier, en dat kan op verschillende manieren, ook dat doet. Dat even in de mededelingssfeer en later kom ik er nog even terug op, of kan het zomaar zijn dat er nog vragen zijn op de gestelde vragen of de beantwoording daarop.
Dan als laatste mededeling heb ik dat we om half tien ongeveer schorsen voor een korte pauze maar het zou toch heel mooi zijn gezien de agenda dat we dan gewoon de sluiting al hebben of hebben gehad. Ook wel aardig voor de mensen op de publieke tribune. 3.
Vragenhalfuur
De VOORZITTER: Dan ga ik naar agendapunt 3 en dat splitsen we een beetje op omdat er twee vragen zijn. De eerste set vragen en de derde set vragen, waar ook ik als portefeuillehouder een rol in heb. En daarvoor draag ik dan op die momenten graag even het voorzitterschap aan de heer Genuit over als nestor van uw raad en dat doe ik hierbij om de eerste vragen te begeleiden. De VOORZITTER: Aan de orde zijn de vragen van de heer Korkmaz van de VVD over een noodplan stroomuitval gemeente in het kader van de operatie Denk Vooruit. De heer KORKMAZ: Dank u voorzitter. Daarvoor hebben wij een tweetal vragen aan de portefeuillehouder. In hoeverre is de gemeentelijke organisatie intern voorbereid op een algehele stroomuitval of andere kleine en grote rampen? Twee, wanneer presenteert de projectleider zichzelf en zijn bevinding aan de raad? De heer RÖELL: Dank u voorzitter en dank aan de fractie van de VVD om deze vragen te stellen want het geeft ook weer even de gelegenheid om het onderwerp extra te benoemen want u heeft het denk ik ook in de media gezien.
De campagne Denk Vooruit die afgelopen week gestart is maar ook daarvooral de informatie die er wordt verstrekt om je ook voor te bereiden op mogelijkheden van stroomuitval of andere zaken die voor kunnen vallen en dat heeft toch ook wel te maken met het algemene besef dat de overheid er niet in het begin altijd kan zijn om dingen voor u te regelen maar ook u zelf daar verantwoordelijkheid voor heeft. En dat heeft ook te maken met de
geopolitieke situatie zoals die nu is maar het is sowieso goed om voorbereid te zijn. Er zijn allerlei spreekwoorden die daar ook over gaan maar ik zal ze u hier besparen. Uw vragen. De eerste. In hoeverre de gemeentelijke organisatie intern is voorbereid specifiek op stroomuitval. Als de stroom nu uitvalt, dan blijft onze apparatuur werken door noodbatterijen in de belangrijkste devices. Gaat de noodstroomvoorziening aan? Die wordt maandelijks getest. Die staat niet op stroom maar die gaat op diesel. Niet duurzaam maar wel praktisch en bij uitval van de balie Burgerzaken wijken we uit naar de locatie Soest. Dat is met elkaar geregeld. En voor de systemen en informatie is bij de RID geregeld dat we met twee datacenters werken zodat als er één uitvalt er altijd nog een andere te benaderen is. En in het algemeen. Om ervoorte zorgen dat de kritische bedrijfsprocessen van de gemeente door blijven gaan en in het geval van een incident of crisis die de organisatie treft, heeft de gemeente een bedrijfscontinuïteitsplan ingericht. Hier is voor de kritische processen beschreven hoe de processen lopen, wat we in het geval van de crisis doen om het proces door te laten lopen, hoe de crisisorganisatie er in zo'n geval uitziet en wanneer en hoe we na de crisis ook weer terugschakelen naar de normale gang van zaken en procedures.
En ook is een kaart uitgebracht wat we als organisatie kunnen doen om nog beter voorbereid te zijn op een incident of crisis. Daar zijn een paar belangrijke aandachtspunten bij. De kennis en de informatie over crisisbeheersing worden nog beter centraal beschikbaar gesteld in de organisatie en bekendgemaakt bij de juiste medewerkers. Dat is eigenlijk een continu proces wat je moet doen. De plannen voor het borgen van de continuïteit van een aantal processen worden geactualiseerd en er wordt projectmatig gewerkt aan de invulling daarvan. Dus het heeft echt een projectmatige aanpak in de gemeente. En uw tweede vraag is wanneer presenteert de projectleider zichzelf en zijn bevindingen aan de raad? Ik denk dat hij zich vereerd voelt dat hij zichzelf mag presenteren aan de raad maar ik weet ook dat hij dat graag doet en met name niet zozeer zichzelf maar wel wat hij heeft geconstateerd en oplevert en de verwachting is dat hij in Q2 van 2026 zijn plan van aanpak presenteert aan de raad. En daarin wordt helder waarvoor de gemeente aan de lat staat en wie daarvoor aan de lat staat en welke concrete stappen verder nog nodig zijn om de veerkracht en weerbaarheid van de Baarnse samenleving en de interne organisaties bij grootschadelijke crisis het hoofd te kunnen bieden. Dus dat gaat verder dan alleen de bedrijfscontinuïteit.
Dat gaat ook over hoe we in onze samenleving als er een crisis is dat met elkaar kunnen opvangen en wie daar dan een bepaalde rol in heeft. En daarbij sluiten we ook aan bij lokale en regionale projecten want de Veiligheidsregio Utrecht heeft daar ook een centrale rol in vanuit de Rijksoverheid gekregen. De VOORZITTER: Dan geef ik het woord weer terug aan de voorzitter. De VOORZITTER: Dan ga ik naar de tweede set vragen en dat zijn vragen van de fractie van de VVD over de aanleg van een nieuwe bouwlocatie aan het Ocrietterrein in de gemeente Eemnes. Mevrouw MARTENS: Dank u voorzitter. Ik wil graag beginnen met een korte toelichting. Op de website van de gemeente Eemnes lezen we dat voor de verkeersafwikkeling van de nieuwe wijk met 90 woningen op het Ocrietterrein in Eemnes mogelijk een nieuwe weg wordt aangelegd. We begrijpen dat onze inwoners in Eembrugge daar blij mee zullen zijn want door de aanleg van een nieuwe weg kan worden voorkomen dat de toch al smalle weg door Eembrugge als ontsluiting van de nieuwe wijk van Eemnes gaat worden gebruikt. We hebben echter een paar vragen over de aanleg van deze mogelijke weg. Vraag |. Klopt het dat er sprake is van de aanleg van een nieuwe weg door de polder en vindt hier overleg over plaats met de gemeente Eemnes? Vraag 2. Hoe zeker is op dit moment dat deze weg er komt? En vraag 3.
Wordt er ook gesproken over wie deze eventuele weg gaat betalen en zo ja, wat is hier momenteel de status van? Wethouder EIJBAARD: Dank u voorzitter en dank aan mevrouw Martens voor de vragen. Het klopt dat er op dit moment in Eemnes een plan ligt om 99 woningen te bouwen op het Ocrietterrein en we hebben daar eigenlijk in het afgelopen jaar nadrukkelijk over gesproken met de gemeente Eemnes. En dat hebben niet alleen wij gedaan maar dat hebben ook de inwoners van Eembrugge
gedaan want die hebben meegedacht in een soort denktank over hoe moet die ontsluiting nu plaatsvinden en samen met het bureau Movaris hebbenzij daar een aantal scenario's voor opgesteld. En daar is de voorkeursvariant uitgekomen om een nieuwe weg aan te leggen die achter de bestaande woningen loopt en eigenlijk aansluit op de bestaande kruising die er nu is waar je rechtsaf gaat naar de asfaltfabriek en linksaf ga je nu de polder in. Dat is het idee wat er nu ligt. Dat ligt in de plannen voor en de gemeente Eemnes is op dit moment in overleg met de provincie om te kijken of de aanleg van zo'n weg mogelijk is binnen de provinciale regels. En ik heb daarover met de gedeputeerde gesproken en afgesproken met de gedeputeerde dat we geen beslissing krijgen van de provincie voordat die op de locatie is wezen kijken samen met de ambtelijke organisatie om te zien hoe de weg in Eembrugge er nu bij ligt en wat het zou betekenen als we die weg zouden moeten gebruiken voor 99 woningen. Die afspraak ligt er, die afspraak wordt op dit moment gemaakt en dan gaan we daar met elkaar kijken en dan gaat de provincie daarna wat beslissen. Mochtzij beslissen dat die weg daar niet komt, dan is een plan van 99 woningen op die locatie voor ons onbespreekbaar en dan moeten we weer terug naar de tekentafel. In alle gesprekken die we met Eemnes gevoerd hebben zijn zij daar het ook mee eens.
Dan gaan we daarna kijken wat dat is. Wij zien de behoefte van die 99 woningen. Daar hoort wat ons betreft die weg bij. Zo zien de bewoners dat ook. Hetligt zo meteen bij de provincie om daar een oordeel over te geven. Ik zou haast zeggen gesprekken over wie dat gaat betalen, die heb ik niet want daar was ik vrij duidelijk in. Dat zijn wij niet. Dus daar hoef ik ook niet over te spreken maar daar is binnen de gemeente Eemnes wel over gesproken en vanuit de grondexploitatie is daar ook budget voor om die weg te realiseren. Dat heeft ook alles te maken met die aantallen. Vandaar dat het ook iets meeris dan eerder geprognotiseerd maar daar zit dat in maar ook daarvan ben ik duidelijk geweest. De gemeente Baarn draagt daar geen cent bij. Misschien nog wel even ter verduidelijking. Dat kan wel. Het is dus even in de aanleg. Een deel van die weg ligt straks wel op ons grondgebied. Dus dan zullen we wel weer voor het onderhoud moeten zijn. Dat is dan weer wat anders. Dus dat is wel iets waar we over in gesprek zijn.
De VOORZITTER: En dan gaan de heer Genuit en ik weer de petten wisselen. Dan geef ik graag het woord weer over aan de heer Genuit om als voorzitter de volgende vragen te begeleiden. De VOORZITTER: Er zijn mondelinge vragen ingediend door de heer Jonkers van de VVD over het COA Soestdijk. De heer JONKERS: Dank u voorzitter. De vragen, ook voor de mensen die vanavond aanwezig zijn, gaan over het COA in de kazerne bij Paleis Soestdijk. We hebben in eerste instantie als raad in het verleden besloten om daartijdelijk een aantal jongeren te plaatsen. En op een gegeven moment is afgesproken dat we dat voor een langere periode willen doen en toen kwam ter sprake dat er veel problemen waren bij COA's in den lande en toen heeft de wethouder ons aangegeven dat wij daar ons geen zorgen over moesten maken. En hij heeft toen aangegeven, en dat is een letterlijk citaat, als het COA er een potje van maakt, dan stoppen we gewoon met de hele handel en wandel. We hebben gezien dat er heel veel problemen zijn geweest, heel veel strafbare feiten, jongeren die onder druk zijn gezet om strafbare feiten te plegen. Daarvan heeft het college aangegeven niet geïnformeerd te zijn. Inmiddels zijn er weer nieuwe feiten bekend en daar is het college wel van op de hoogte. Ik moet zeggen, ik heb het zelf als raadslid uit de krant moeten lezen.
Dat is, laat ik zeggen, niet de bedoeling en niet chique want het college behoort de raad, gevraagd of ongevraagd, te informeren. De vragen zijn als volgt. Als eerste gaat over de toezegging van de wethouder. Acht de wethouder dat het COA er een potje van maakt, gelet op de recente incidenten en herhaalde aanhoudingen? Zo ja, wanneertreedt de eerder gedane toezegging in werking om te stoppen met de hele handel en wandel? Welke stappen zijn er inmiddels in gang gezet om daadwerkelijk te stoppen met de huidige opvang en welke objectieve maatstaven hanteert het college om te bepalen wanneer de grens is bereikt? Dan wat vragen over de informatievoorziening aan deze raad. Waarom is het presidium wel geïnformeerd en de raad niet, althans, heeft het presidium een uitnodiging ontvangen? Waarom is er niet open en transparant gecommuniceerd ondanks eerdere toezeggingen en waarom is de raad niet door het
college conform afspraak geïnformeerd? Erkent het college dat hiermee de indruk wordt gewekt dat
informatie wordt achtergehouden? Is het college bereid om voortaan alle relevante incidenten direct,
desnoods vertrouwelijk, te melden aan deze raad? En zo nee, welke wettelijke of beleidsmatige onderbouwing bestaat er voor het achterhouden van informatie? Vraag 3 gaat over de veiligheid, orde en incidenten.Is het college op dit momentvolledig geïnformeerd over de vechtpartijen tussen twee (en daar heb ik bewust een vraagteken bij gezet) groepen bewoners? En de vraag B is dan welke groepen bewoners betrof dit precies! Ik stel die vraag omdat ik uit de krant heb vernomen dat het om twee groepen ging, maar ik weet het dus niet zeker, want ik ben daar niet nader over geïnformeerd. Andere vraag is waarom deze groepen bij elkaar zitten in het COA en waarom deze twee groepen, die overigens in den lande meer problemen hebben, waarom die niet gescheiden worden gehuisvest? Heeft het COA eerdere signalen van spanningen afgegeven en zo nee, waarom niet? Is het college bereid bij het COA aan te dringen op directe scheiding of herplaatsing van conflicterende groepen? Dan even wat korte vragen over aantallen en samenstellingen. Hoeveel bewoners verblijven er momenteel in de opvang? En ik zeg jullie er eerlijk bij, ik ontvang signalen dat er meer bewoners zijn dan oorspronkelijk is afgesproken maar ik weet niet of dat klopt. Dus vandaar gewoon de open vraag.
Hoeveel hiervan zijn minderjarige gezinnen en alleenstaanden? Hoeveel minderjarige meisjes verblijven op dit moment in de opvang? Vraag vijf, meer specifiek tot de minderjarige meisjes die daar zijn. Welke specifieke maatregelen zijn genomen om hun veiligheid te waarborgen? Worden zij fysiek afgeschermd gehuisvest van mannen? Ik heb hier staan volwassen mannen maar dat zijn natuurlijk ook de jongeren die daar zijn, de jonge mannen. Is er 24-7 toezicht? Zijn er na de incidenten aanvullende beschermingsmaatregelen genomen? Zijn er incidenten bekend waar deze meisjes bij zijn betrokken? Vraag zes over het algemene veiligheidsmaatregelen. Welke stappen zijn er direct na de incidenten gezet! Graag ontvang ik daarvan even een gemotiveerde toelichting. Is er extra politie-inzet of toezicht? Is er extra beveiliging afgedwongen bij het COA en hoe beoordeelt het college de uitspraak van het COA dat extra beveiliging niet nodig is? Dan nog de vraag welke concrete maatregelen worden nu genomen om de veiligheid voor omwonenden en de inwoners van Baarn, maar ook van Soest, te garanderen? Hoe wordt ervoor gezorgd dat incidenten of gevechten zich niet verplaatsen naar Baarn of Soest? Welke concrete maatregelen heeft u genomen om dit te voorkomen en wanneer ontvangt de raad een volledig en recent overzicht van alle incidenten? En dan de slotvraag.
Gelet op de escalatie en de eerdere toezeggingen, als het COA er een potje van maakt, dan stoppen we met de hele handel. Welke conclusie trekt het college nu? En wanneer volgt besluitvorming over voortzetting of beëindiging van de opvang? De heer RÖELL: Dank u voorzitter. Als eerste dank voor de vragen namens de fractie van de VVD. Als college begrijpen we heel goed dat ontwikkelingen en onrust die er op het COA-terrein plaatsvindt, dat dat leidt tot onrust, zowel binnen de raad als in de gemeenschap en daarom vinden we het belangrijk dat we daar transparant en open overzijn en daarover het gesprek blijven voeren. In dat kader wijs ik uw raad nog maar even op de bijeenkomst van 13 januari op de COA-locatie waar u van harte uitgenodigd bent om daar ook het gesprek met de bestuurder van het COA en het Nidos aan te gaan en deze avond is speciaal bedoeld om de gezamenlijke inzichten te delen en de zorgen te bespreken. Ook dat in het kader van de open en transparante communicatie. Het zijn ongelooflijk veel vragen en dat moet me toch van het hart. Natuurlijk is het goed en dit is een middel, het vragenhalfuur, om die vragen te stellen maar er staan uw raad ook nog heel veel andere instrumenten ter beschikking om dit te doen en dat zou misschien passender zijn gezien de hoeveelheid vragen die er gesteld worden maar dat maar even als notie.
Ik heb met de heer De Vries afgesproken dat ik een deel van de vragen die gaan over de openbare orde voor mijn rekening neem en daarmee start en dat zijn de vragen 2, een deel van 3 en de vragen 6 metalle subvragen die daarbij horen. Dus met uw goedvinden, voorzitter, ga ik graag over tot de beantwoording. Waarom is het presidium wel geïnformeerd en de raad niet? Als burgemeester heb ik de keuze gemaakt om de raad via een kort bericht via het presidium te informeren en daarmee is indirect de raad ook geïnformeerd en daarmee kunnen ook de presidiumleden hun fracties als ze dat zouden willen informeren. Waarom is er niet open en transparant gecommuniceerd ondanks eerdere
toezeggingen? Dat werp ik toch wat ver van mij omdat ik denk en het college denkt dat er wel degelijk open en transparant geïnformeerd is en dat heb ik gedaan via het presidium. Wij hebben u 16 oktober geïnformeerd via een memo dat wij u één keer per half jaar informeren overalle ontwikkelingen rondom het COA en dat gaan wij ook doen en ik heb ervoor gekozen om het presidium wel te informeren over de tussentijdse informatie of de tussentijdse ontwikkelingen via die weg. Waarom is de raad niet door het college conform afspraak geïnformeerd? Daar heb ik u net al een antwoord op gegeven. Erkent het college dat hiermee de indruk wordt gewekt dat informatie wordt achtergehouden? Ook dat werp ik ver van me want dat is iets wat wij absoluut niet doen en ik heb u net al aangegeven dat wij hier ook duidelijk over gecommuniceerd hebben. Alleen niet op de manier zoals u dat zou wensen of zoals de heer Jonkers dat zou wensen. Is het college bereid voortaan alle relevante incidenten direct desnoods vertrouwelijk te melden aan de raad? We vinden het belangrijk, en ik heb het net al aangegeven, om de raad goed en tijdig te informeren. Bepaalde informatie mogen we niet meteen of niet volledig delen. Bijvoorbeeld wegens de privacy van jongeren of lopende politieonderzoeken en binnen die grenzen die er zijn informeren we de raad zo goed mogelijk.
En zoals aangegeven, ik heb het net ook al aangegeven, in de memo van 16 oktober zullen wij daarnaast de raad in de komende periode met een halfjaarlijkse RIB informeren over de ontwikkelingen rondom de COA-locatie in Baarn en mocht er aanleiding voorzijn, dan informeren we u tussentijds en ik heb daar nu voor gekozen om dat via het presidium te doen. Dan over de veiligheid, orde en incidenten. Is het college volledig geïnformeerd over de vechtpartijen tussen de twee? Het gaat inderdaad om twee groepen jongens of jonge bewoners en wij worden via de vaste lijn op de hoogte gehouden en de incidenten worden besproken in het veldtafeloverleg waarin alle ketenpartners wekelijks afstemmen. En bij één incident heeft het COA een jongen tijdelijk elders geplaatst en daarna is besloten dat hij niet terugkeert en de gemeente is in al die stappen ook meegenomen. Ook ik word via de lijn COA maar ook via de lijn politie direct geïnformeerd. Dus die lijnen zijn kort en daar is absoluut een stap gemaakt ten opzichte van de periode van voor de zomer. Welke groepen betrof het precies? Dat klopt wat er in de krant stond. Zij hadden een goede informatiebron. Dat ging om een Eritrese en een Syrische jongen die ruzie kregen na een discussie over een fatbike. Dan ga ik door, voorzitter, naar de algemene veiligheidsmaatregelen.
Welke stappen zijn direct na het incident gezet? Graag een gemotiveerde toelichting. Na die incidenten is er direct opgeschaald. Extra beveiliging, meer zichtbare begeleiding, inzet van een cultureel mediator. Daar moet u zich bij voorstellen dat het gaat over jongens uit verschillende achtergronden, met verschillende ervaringen, met verschillende traumatische ervaringen. Daar is een ongelooflijke specialistische groep mensen die daar helemaal in thuis zijn hoe ze die partijen weerbij elkaar kunnen brengen en dat is een cultureel mediator. En alle partners hebben samen gekeken wat nodig was om de rust te herstellen en herhaling te voorkomen en dit alles is ook binnen de overlegstructuren afgestemd. Dus wij zijn daar als gemeente bij betrokken geweest en over op de hoogte gehouden. En ik gaf u net al aan dat een van de punten is geweest dat een van de jongens uit is geplaatst uit deze locatie en ook niet meer terug mag komen.Is er extra politie-inzet of toezicht? In die periode heeft de politie extra toezicht gehouden, onder andere via extra surveillances en de wijkagent was nauw betrokken bij het hele proces en heeft vanuit zijn ervaring meegedacht over de juiste aanpak. Is er extra beveiliging afgedwongen bij het COA? Nee, dat was niet nodig. Het COA heeft zelf besloten tijdelijk extra beveiliging in te zetten omdat zij dit nodig en passend vond.
Hoe beoordeelt het college de uitspraak van het COA dat extra beveiliging niet nodig is? Het COA maakt deze afweging op basis van hun ervaring, beleid en de actuele situatie. Wij volgen die beoordeling maar blijven wel wekelijks met hen in gesprek en als er toch aanleiding is voor ons om extra maatregelen te vragen, dan zullen wij dat ook doen en doen wij dat ook. Welke concrete maatregelen worden nu genomen om de veiligheid voor omwonenden en inwoners van Baarn en Soest te garanderen? We werken als partners, COA, gemeente, politie, Nidos, heel nauw samen om de veiligheid in Baarn en Soest goed te bewaken. We houden de situatie voortdurend in de gaten. Schakelen extra toezicht in wanneer dat nodig is en zorgen op de locatie zelf voor aanvullende begeleiding of beveiliging als dat helpt om de rust te bewaren. En ondertussen blijven we ook nog investeren in een veilige en stabiele omgeving voor de jongeren en leggen we dit allemaal vast in een gezamenlijk veiligheidsplan wat wij ook uw raad zullen doen toekomen.
Hoe wordt ervoor gezorgd dat de incidenten of gevechten zich niet verplaatsen naar Baarn of Soest en welke concrete maatregelen heeft u genomen? Eigenlijk door die nauwe samenwerking vroeg te signaleren, vroeg signalen op te vangen. Dan kunnen we snel ingrijpen. Daarna zetten we in op een
duidelijke daginvulling zoals onderwijs en begeleiding en zo houden we zicht op de jongeren en voorkomen we dat de spanningen zich verplaatsen. Ik moet u ook mededelen dat eigenlijk de overlast die wij in Baarn ervaren niet zozeer, eigenlijk helemaal niet van deze jongeren is want dat vindt plaats op de locatie. De overlast die wij ervaren in Baarn, bijvoorbeeld ook vuurwerk, dat zijn Baarnse jongeren die ik deze week allemaal een brief heb laten uitreiken en dat is een mannetje of veertig waarin minderjarige jongeren overlast veroorzaken, mensen intimideren en die deze week allemaal een brief van mij thuis krijgen, en hun ouders ook, waarin ze worden gewaarschuwd maar waar ook vervolgens de aanzegging wordt gedaan dat als wij ze nog een keer aantreffen op een vorm, wat dan ook, dat daar een dwangsom op zit van 2500 euro of andere maatregelen. Ik denk dat het ook goed is om dat even in dat perspectief te plaatsen. Wanneer ontvangt de raad een volledig en recent overzicht van alle incidenten? Zoals aangegeven in de eerdere antwoorden zullen we de raad de komende periode met een halfjaarlijkse RIB informeren over de ontwikkeling rondom de COA-locatie in Baarn en daar kunnen ook de incidenten bij worden betrokken. Wethouder DE VRIES: Dank u voorzitter. Dank voor de gestelde vragen zeg ik richting de heer Jonkers en ik zal aanvullen op de vragen die nog op een antwoord wachten.
We beginnen bij la. Acht de wethouder dat het COA er een potje van maakt, gelet op de recente incidenten en herhaalde aanhoudingen. Zo ja, wanneer treedt de eerder gedaan toezegging in werking om te stoppen met de hele handel en wandel? Daarbij refereert de heer Jonkers aan de uitspraak die ik heb gedaan toen we met elkaar de bestuursovereenkomst met het COA bespraken in het voorjaar. Ik heb toen aangegeven dat in de bestuursovereenkomst de mogelijkheid is opgenomen om tussentijds de samenwerking te beëindigen en die mogelijkheid is er indien het COA zich na een verzoek tot herstel bij herhaling niet houdt aan de gemaakte afspraken die in de bestuursovereenkomst staat of de aanvullende werkafspraken. Daar heb ik ook anderhalve maand geleden aan gerefereerd en daar specifiek op het niet nakomen van afspraken, daar is nu geen sprake van. De incidenten die we de afgelopen tijd hebben gezien, die komen helaas op andere opvanglocaties in Nederland ook voor. Er zitten jongeren met veel verschillende achtergronden en trauma's dicht op elkaar want die centra zitten over het algemeen vol en dat kan tot spanningen leiden, ook al doen alle betrokken organisaties hun best om dit te voorkomen. lb.
Welke stappen zijn inmiddels gezet om daadwerkelijk te stoppen met de huidige opvang? Voorzitter, er zijn geen stappen gezet om de opvang te beëindigen en die gaan we op dit moment ook niet zetten. Er is veel onrust in de wereld, oorlog, geweld, veel vluchtelingen die een veilig heenkomen zoeken. Ter Apel zit bomvol. Wij vinden als college dat wij onze verantwoordelijkheid te nemen hebben in het opvangen van vluchtelingen. Daarnaast is er een spreidingswet die nog steeds geldt, die niet ingetrokken is waar wij ons wettelijk aan te houden hebben en erzijn in relatie tot hetgeen waar de heer Jonkers vragen over stelt, geen aanknopingspunten in de bestuursovereenkomst om nu op te zeggen. Wel kijken we samen met COA, politie, Nidos en het onderwijs voortdurend wat er nodig is om de jongeren veilig en goed te begeleiden zowel op de locatie zelf als richting onderwijs en deelname aan de maatschappij. Dan vraag Ic. Welke objectieve maatstaven hanteert het college om te bepalen wanneer de grens is bereikt? Ik refereer aan het antwoord dat ik hiervoor gaf. Dat is namelijk de bestuursovereenkomst en de werkafspraken. Daar staan objectieve maatstaven in die een rol kunnen spelen en als daar niet volledig aan wordt voldaan of geheel niet, dan zullen op dat moment de feiten en omstandigheden gewogen moeten worden.
Dat is ook precies het antwoord dat ik anderhalf maand geleden daarover gegeven heb. Daarbij hebben we ook steeds gezegd dat we leven in een wereld waarin oorlog en conflict een onderdeel zijn voor ons dagelijks bestaan. Dus dat we ook wat te doen hebben. Voorzitter, bij vraag 3c ben ik inmiddels. Waarom worden deze groepen niet gescheiden gehuisvest? Het scheiden van groepen op basis van herkomst past niet bij de uitgangspunten die het COA hanteert bij de opvang en integratie en ook is daar in de praktijk op geen enkele manier een toereikende capaciteit voor beschikbaar in de Nederlandse opvangcentra. Wanneerer spanningen
zijn wordt er samen met het COA in ieder geval naar passende oplossingen gezocht, zoals bemiddeling en als dat echt nodig is, en daar refereerde de burgemeesterin zijn antwoord ook aan, kan dat zelfs tot uitplaatsing van een locatie leiden voor individuele jongeren. Dan de vraag 3d. Heeft het COA eerder signalen van spanningen afgegeven en zo nee, waarom niet? In zijn algemeenheid heeft het COA zeker signalen afgegeven. Dus dat was voordat er hier in Baarn die incidenten zich voordeden, bijvoorbeeld over spanningen die zich ook voordeden in andere asielzoekerscentra. Dus het is een herkenbaar fenomeen, helaas, wat dat betreft, een landelijk beeld. Er zijn geen specifieke signalen geweest tot het moment dat daar ook aanleiding voor was en wij zien dat het COA daar ons proactief en transparant over informeert en met ons over communiceert. 3e. Is het college bereid bij het COA aan te dringen op directe scheiding of herplaatsing van conflicterende groepen? Nee, structurele scheiding zien wij niet als wenselijk of effectief maar als blijkt dat de veiligheid of een goed leefklimaat niet anders te waarborgen is, dan zijn we zeker bereid met het COA te bespreken of tijdelijke herplaatsing of andere maatregelen passend zijn. Dat hebben we op dit moment niet noodzakelijk geacht op groepsniveau. Dan komen we bij de vragen die gesteld zijn over aantallen en samenstelling.
De vraag van de heer Jonkers over het aantal bewoners op dit moment. Datzijn er vandaag 147. Hoeveel hiervan zijn minderjarige gezinnen alleenstaande? Er zijn in totaal op dit moment acht gezinnen die in de categorie statushouders vallen en binnen die acht gezinnen zijn er 41 minderjarige gezinsleden. Het totale aantal alleenstaande AMV'ers, alleenstaande minderjarigen, is op dit moment 87. Hoeveel daarvan zijn meisjes, zo vraagt de heer Jonkers? Dat zijn er 30. Welke specifieke maatregelen zijn er genomen om de veiligheid van de meisjes te waarborgen vraagt de heer Jonkers bij vraag 5a. Door het COA zijn er extra kamercontroles geweest en die worden nog steeds uitgevoerd. Extra gesprekken met de meisjes door medewerkers van het COA maar ook door de voogden van Nidos. Er is ingezet op meer zichtbaarheid van de COA-medewerkers zelf. De cultureel mediator, daar heeft de burgemeester net al een aantal belangrijke dingen over gezegd. De GGD wordt ingezet om voorlichting te geven op allerlei vlak en daarbij laten wij als gemeente elk signaal dat wij krijgen van inwoners, soms via raadsleden of andere betrokken inwoners, dat gaat over de opvang van onze asielzoekers, nalopen en lopen we dat soms ook zelf na als gemeente. Belangrijk om te vermelden dat op al die signalen die wij gekregen hebben er tot nu toe geen te herleiden is tot het asielzoekerscentrum.
Wel tot andere punten van overlast in onze samenleving maar niet tot het asielzoekerscentrum. Daarnaast hebben wij als gemeente aan COA en Nidos recent de vraag gesteld of zij nogmaals willen toetsen en waarborgen dat deze locatie een veilige woonomgeving is voor de 30 meisjes en als daar aanleiding toe is zullen we zeker extra maatregelen nemen of afdwingen bij COA dan wel Nidos. De vraag, worden zij fysiek afgeschermd, gehuisvest van de volwassen of jonge mannen zei de heer Jonkers daar nog bij. Ja. Zij worden gehuisvest in een afzonderlijk gebouw, gescheiden van de jongens en volwassen. Is er 24-7 toezicht? Vraag 5c. Ja, op de locatie voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen is altijd begeleiding aanwezig of direct beschikbaar en dat geldt ook voor de specifieke groep van deze meiden en natuurlijk speelt daarnaast Nidos als de voogdijinstelling een belangrijke rol in hun individuele begeleiding. Zijn er na de incidenten aanvullende beschermingsmaatregelen genomen? Het antwoord is ja. Niet specifiek op de meiden gericht maar op de totale aanwezige groep gericht. Het COA heeft extra maatregelen genomen zoals extra beveiliging, meer zichtbare medewerkers en een cultureel mediator en die maatregelen zijn in lijn met wat het landelijke beleid is dat ingezet wordt bij dit soort situaties.
Zijn er incidenten bekend waar deze meisjes bij betrokken waren? Niet in relatie tot de incidenten waar de heer Jonkers naar vraagt. Dus losstaand van de ruzies tussen de jongensgroepen en de incidenten die wel bij ons bekend zijn, daar kunnen wij op dit moment geen details over geven vanwege de privacy van de betrokkenen. Dan de slotvraag, denk ik ook de hamvraag. Ik heb hem al wel een beetje beantwoord. Welke conclusie trekt het college nu is de vraag? Wij zien dat er incidenten zijn geweest maar we moeten ook concluderen dat het COA niet structureel tekortschiet. We zien juist dat de samenwerking echt verbeterd is en er passende maatregelen genomen zijn op allerlei niveaus binnen COA en daarom is er geen reden, ik zei het al eerder, om de opvang te beëindigen en wij zullen natuurlijk de situatie blijven volgen en naar bevind van zaken handelen samen met onze partners en dat herbergt ook het antwoord op vraag 7b in zich.
De VOORZITTER: Ik constateer dat de tijd die we hebben uitgetrokken voor het vragenhalfuur verlopen is. Ik wil toch de heer Jonkers nog de mogelijkheid geven voor een korte aanvullende vraag, mocht hij die nog hebben, na alle andere vragen die al gesteld zijn. De heer JONKERS: Dank u voorzitter. Dank u wel voor de beantwoording meneer De Vries. Ik moet zeggen, u spreekt erover dat er wel open en transparant is gecommuniceerd. Ik denk dat wij verschillen van mening over wat open en transparant is. Ik noem het maar even vakdeformatie en ik wil wel zeggen, u zegt ja, ik heb het presidium geïnformeerd. In de Gemeentewet staat heel duidelijk dat er een wettelijke plicht is van het college om de raad, en niet het presidium, gevraagd of ongevraagd te informeren. Het is gebruikelijk in deze raad dat er een raadsinformatiebrief komt en u heeft ervoor gekozen om dat niet te doen en het in presidium te doen en ik kan alleen maar zeggen dat ik dat niet chique vind. Aanvullende vragen aan de heer De Vries. Wat ik niet begrijp is, u geeft op een gegeven moment aan van het kan niet gescheiden worden want de opvang is toereikend.
Maar volgens mij als je twee verschillende groepen hebt en je plaatst de groep in een ander centrum van het COA, en die groep van dezelfde bewoners komt weer vrij en die gaat niet naar Baarn toe, dan houdt dat zichzelf toch met elkaar in evenwicht? Dat begrijp ik niet helemaal. U had het over extra kamercontroles en dan heb ik toch de vraag van wat betekent dat? En ik heb grote zorg bij uw beantwoording bij 5e. Zijn er incidenten bekend waar deze meisjes bij betrokken zijn? Want u zegt nee, niet in relatie tot de incidenten die bekend zijn en daarmee zegt u indirect, er zijn wel incidenten met deze meisjes die ons niet bekend zijn en daar maak ik mij zorgen over en ik hoop alleen maar dat u mij en ons nu kunt bevestigen dat het alsjeblieft niet over zedendelicten gaat. Wethouder DE VRIES: Dank u voorzitter. De heer Jonkers vroeg nog naar de gescheiden groepen. Het is overigens wel zo dat de huisvesting per kamerindeling wel op basis van afkomst soms plaatsvindt zodat daar de kamer gedeeld wordt met mensen die dezelfde cultuur of herkomstland delen. Als de situatie daar aanleiding toe is, dat zei ik denk ik ook al eerder in de beantwoording, dan zullen wij er zeker bij het COA op aandringen om, indien dat nodig is zelfs, hele groepen te herhuisvesten op andere plekken maar op dit moment zien we daar geen aanleiding toe. Dan de vraag over kamercontroles.
De heer Jonkers vroeg wat hij zich daarbij moest voorstellen. Dat wil zeggen dat een hele kamer bij wijze van spreken omgekeerd wordt op zoek naar is daar iets wat het COA als verantwoordelijke voor de huisvesting daar niet wil aantreffen. Dat moet u zich daarbij voorstellen. En de vraag over zedendelicten. Daar is mij op dit moment niks over bekend en mocht dat anders zijn en mocht dat ertoe leiden dat we het wenselijk vinden om de raad daarover te informeren en het ook mogelijk is om de raad daar op een of andere manier over te informeren, dan zullen we dat doen via de gebruikelijke wegen. De heer RÖELL: Dank u voorzitter. Omdat de heer Jonkers aangeeft dat wij een verschil van inzicht hebben over wat open en transparant is. Dat kan maar de raad wordt wel degelijk gevraagd en ongevraagd geïnformeerd en ook conform de afspraken die we met de raad gemaakt hebben als het gaat over het jaarlijks informeren over alle zaken die hier spelen. Ik vond het toch van belang om dat even toe te voegen in deze discussie, voorzitter.
Mevrouw KOENDERS: Voorzitter. Een verduidelijkende vraag aan de heer De Vries, alsjeblieft. Heb ik het goed begrepen dat naar aanleiding van de incidenten er gesprekken zijn geweest met het Nidos en nog een andere bemiddelende partij met de meisjes van de opvanglocatie? Wethouder DE VRIES: Dank u voorzitter. Dank u wel voor de vraag want dan kan ik dit punt verhelderen. Die gesprekken, die door het Nidos gevoerd zijn, hebben geen relatie met de incidenten. De heer Jonkers vroeg specifiek over hoe omgegaan wordt met de veiligheid van de meisjes en daarvoor geldt dat die gesprekken krijgen met hun voogden bij Nidos. Of krijgen, dat klinkt alsof dat in de toekomst ligt maar die hebben dat ook gehad en dat vindt op reguliere basis plaats maar dat heeft dus geen relatie met de twee vechtpartijen waar de heer Jonkers naar vroeg.
Mevrouw KOENDERS: Voorzitter. In vervolg dan daarop, wil ik vragen van dat lijkt mij juist ook van belang, als ik kijk naar de oranje handjes. Ik kan me voorstellen dat die gesprekken duiden op, bijvoorbeeld gaan over weerbaarheid in onze samenleving en op de locatie in het bijzonder maar het lijkt me toch ook dat de bal naar de mannelijke bewoners van de locaties neer zal worden gelegd hoe de moraal en de manier van omgaan is die wordt verwacht en er niet naar de meisjes alleen wordt gekeken hoezij zich weerbaar zullen moeten opstellen op de locatie. Wethouder DE VRIES: Absoluut voorzitter, dat kan ik bevestigen. Die gesprekken over seksualiteit, die worden gevoerd met de meisjes, die worden gevoerd met jongens en soms ook in groepsverband als dat nodig geacht wordt. Wel op verschillende niveaus. Dus de gesprekken met de voogden, dat is echt Nidos, die instelling maar daarnaast is, ik zei het ook al, aan de GGD gevraagd om meer in groepsverband seksuele voorlichting te geven. Dus op verschillende manieren wordt aandacht besteed aan het thema en ik denk dat u een hele terechte verwijzing maakt naar waar deze week ook over gaat. De heer BRINKMAN: Dank u voorzitter. Het idee wordt een beetje gewekt dat dit college hier niet alles aan doet om de veiligheid te waarborgen en dat de communicatie niet voldoende is.
Ik wil eigenlijk heel simpelweg aan het college vragen bent u bereid de communicatie die u nu voert, gewoon simpelweg goed te blijven voortzetten zoals u nu al doet want daar zijn we erg tevreden mee. De heer RÖELL: Voorzitter. Wij gaan dit gewoon doorzetten en waar het mogelijk is dat nog verbeteren als het nodig is. De VOORZITTER: Ik geef het woord terug aan de burgemeester. 4.
Vaststellen agenda
De heer VAN GRINSVEN: Voorzitter. Ik kondig graag een motie aan die ik indien samen met 5OPLUS en dat gaat over evenementen en subsidies. De VOORZITTER: Dan gaan we die plaatsen aan het eind van de agenda bij agendapunt |4a. Kunnen we met deze aanpassing, kunt u dan instemmen met de voorliggende agenda? Ja? Dan is die vastgesteld. 5.
Benoeming steunfractielid VoorBaarn (mevrouw I. Sarian) (1410123)
De VOORZITTER: Dan ga ik u naar een mooi momentaltijd, vind ik dat als voorzitter, om te mogen doen en dat is het installeren van een nieuw steunfractielid en in dit geval voor de fractie van VoorBaarn. Die waren vorige maand ook al aan de beurt. Dus die groeien als kool. Ik ga u even meenemen in het proces wat wij gaan doorlopen en datis als eerste dat ik de commissie geloofsbrieven ga vragen die voor de vergadering bijeen is geweest en de geloofsbrieven van mevrouw Sarian heeft onderzocht. Die commissie bestaat uit de heer Bruins als voorzitter, blij dat hij weer beter is, de heer Van der Padt en mevrouw Martens en ik wil graag de heer Bruins vragen om verslag te doen van de uitkomst van het overleg. De heer BRUINS: Dank u voorzitter. De commissie van de geloofsbrieven bestaande uit mevrouw Martens, de heer Van der Padt en mijzelf is vandaag bijeengeweest voor het geloofsbrievenonderzoek van het te benoemen nieuwe steunfractielid mevrouw Sarian. De commissie rapporteert aan de raad van de gemeente Baarn dat bovengenoemde bescheiden zijn onderzocht en in orde zijn bevonden. Gebleken is dat het te benoemen nieuwe steunfractielid aan alle eisen in de Gemeentewet voldoet. Wij stellen de raad daarom voor om mevrouw Sarian als steunfractielid aan te nemen.
10
De VOORZITTER: Dank u wel meneer Bruins en de commissie voor uw werk en dat u tot een positief oordeel bent gekomen om mevrouw Sarian te benoemen en dat raadsbesluit ligt dan ook voor. Dus ik vraag uw raad, kunt u daarmee instemmen? Ja, dan is dat hierbij vastgesteld. Dan wil ik mevrouw Sarian vragen om bij mij te komen staan en dan gaan we het officiële deel door. En dan wil ik u ook vragen allemaal voor zover mogelijk te gaan staan, ook de mensen op de publieke tribune. U bent net door de raad benoemd als steunfractielid en nu volgt de installatie en ik lees zo artikel 14 van de Gemeentewet voor en ik heb begrepen dat u de eed aflegt en dan antwoordt u nadat ik klaar ben maar ik geef u een seintje wanneer dat is met zo waarlijk helpe mij God almachtig en als u dan uw twee vingers omhoog wil houden en dan het uit wil spreken, dan komt het helemaal goed. Ik zag in de Tweede Kamer bij de installatie dat er Tweede Kamerleden dit deden. Dat kan ook maar dan doe ik het toch echt over want het gaat zo. Artikel 14 Gemeentewet. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van de steunfractie in de vergadering in handen van de voorzitter de volgende eed af. Ik zweer dat ik om tot steunfractielid benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk enig schenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als steunfractielid naar eer en geweten zal vervullen. Als u dan wil antwoorden met zo waarlijk helpe mij God almachtig. Mevrouw SARIAN: Zo waarlijk helpe mij God almachtig. De VOORZITTER: Geweldig. Gefeliciteerd. (applaus) Goed gedaan. Blijf even staan. Dan bent u nu officieel steunfractielid en ik geef u een bos bloemen en heel veel plezier en succes als steunfractielid. En u kunt na de vergadering uitgebreid feliciteren. We zijn toch niet zo lang bezig ga ik vanuit maar dan gaan we in ieder geval door. Goed. Nou, ook een trotse dochter op de publieke tribune volgens mij. Dus dat is ook mooi. 6.
Vaststellen verslag en besluitenlijst van de Raadsvergadering van 30 oktober 2025 + actiepuntenlijst. Jaarplanning ter kennisname.
De VOORZITTER: De griffier heeft geen opmerkingen ontvangen bij het verslag en de besluitenlijst. Ik kan me voorstellen dat we die vast kunnen stellen. Ja. Dan kan de actiepuntenlijst zoals deze nu is opgesteld ook vastgesteld worden zo? Ja. 7.
Lijst ingekomen stukken
De VOORZITTER: Kan deze lijst met betrekking tot de voorgestelde wijze van afhandeling worden vastgesteld? Ja. Dan gaan wij naar de bespreekstukken. Even voor de mensen op de publieke tribune en thuis. Dat doen wij in twee termijnen. Na iedere termijn kan er een korte reactie komen van de portefeuillehouder. We gaan zien of dat allemaal een beetje ordentelijk gaat verlopen op dit altijd interessante onderwerp. 8.
Controleprotocol 2025 en de financiële verordening Baarn ex artikel 212 Gemeentewet 2025 (138461 1)
De VOORZITTER: Ik heb bij de introductie van de mensen die op de publieke tribune te gastzijn al verteld dat dit altijd een van de hoogtepunten van de raad is als we dit soort onderwerpen aan de orde hebben maar zonder gekheid, het is wel een belangrijk onderdeel van het controlerende werk van de gemeenteraad. Dus in die zin ook belangrijk dat daar op een serieuze manier over wordt gesproken. Aan de raad wordt gevraagd het controleprotocol inclusief het normenkader 2025 en de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet 2025 vast te stellen. Ik heb begrepen dat er in 1
verband met openstaande vragen van de auditcommissie aan de accountant vorige week dit onderwerp niet verderis behandeld. Daar was ik zelf bij ook aanwezig. Ik wil graag als eerste het woord geven aan iemand van de auditcommissie. De heer KORKMAZ: Dank u voorzitter. Vorige week hebben wij nog een vergadering gehad met de auditcommissie en met de wethouder. Daar hebben wij een aantal vragen voor gehad en die hebben we neergelegd. Dat is teruggekoppeld naar de accountant. Naar aanleiding van de beantwoording hebben wij een amendement opgesteld. Het amendement luidt als volgt: Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: Besluit is: |. Het controleprotocol (inclusief normenkader) 2025 vast te stellen. 2. De financiële verordening Baarn ex artikel 212 Gemeentewet 2025 vast te stellen. Besluit wordt: |. Het controleprotocol (inclusief normenkader) 2025 gewijzigd vast te stellen. 2. De financiële verordening Baarn ex artikel 212 Gemeentewet 2025 gewijzigd vast te stellen. 3. Bij beide beslispunten betreft de wijziging het aanpassen van de tolerantiegrens voor de rechtmatigheid van 2% naar 1%. Toelichting: De auditcommissie is in meerderheid van mening dat de tolerantiegrens vooralsnog niet verhoogd moet worden naar 2% maar op 1% moet blijven zoals het is en was. Een lagere tolerantiegrens geeft meer zekerheid en biedt ook eerder zicht op afwijkingen.
De auditcommissie had nog een vraag uitstaan naar de accountant. Uit het antwoord bleek voldoende duidelijkheid dat dit geen invloed heeft op de goedkeurende controleverklaring van de accountant. Op dit moment dat een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves, wordt afgesproken met de raad (via de auditcommissie) en de totale rechtmatigheidsafwijkingen, zowel fouten als onduidelijkheden, zo boven deze grens uitkomen (bijvoorbeeld op 1,2% van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves), dan moet dit worden opgenomen en toegelicht in de rechtmatigheidsverantwoording van het college. Zolang dit wordt gedaan geeft de rechtmatigheidsverantwoording een getrouw beeld en zal de accountant op dat aspect een goedkeurende controleverklaring verstrekken. Dit is ook het geval als (fictief) sprake is van 10% rechtmatigheidsafwijkingen zolang het maarjuist en volledig wordt opgenomen en toegelicht in de rechtmatigheidsverantwoording. Op basis van de jaarrekening 2024 houdt 1% van de kosten en onzekerheden ongeveer € 800.000.000 in. De auditcommissie is van mening dat dit bedrag ruim voldoende is om als goedkeuringstolerantiegrens aan te houden voor de rechtmatigheidsverantwoording.
VVD: Muhammed Korkmaz VoorBaarn: Maaike Koenders-van de Vrugt CDA: René van Wijk De VOORZITTER: Dan maakt dit amendement ook onderdeel uit van de beraadslaging en openik de beraadslaging voor de eerste termijn. De heer GENUIT: Dank u voorzitter. De auditcommissie heeft inderdaad vragen gesteld aan de accountant omdat het de commissieleden niet duidelijk was welk effect een overschrijding van de tolerantiegrens in de rechtmatigheidscontrole zou hebben op hetal dan niet verkrijgen van een goedkeurende accountantsverklaring. Maar uit het antwoord van de accountant blijkt dat zo'n overschrijding de afgifte van een goedkeurende verklaring niet in de weg staat maar ook dat de brancheorganisatie aanbeveelt om de verantwoordingsgrens en de goedkeuringstolerantie gelijk te 12
trekken en beide op 2% te zetten omdat dit voor de gemeente voordelen heeft en ingewikkelde discussies met de accountant voorkomt. Zo staat dat in de aanbeveling van de brancheorganisatie. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het precies het soort discussie is waar wij als auditcommissie, portefeuillehouder en accountant nu in terecht gekomen zijn. Mijn fractie is het eens met de portefeuillehouder dat we ambtelijke tijd en energie beter aan de voorkant kunnen investeren in het verbeteren van werkprocessen dan achteraf in de verwerking van nog grotere steekproeven die nodig zijn bij een strakkere tolerantiegrens. Er is ons inziens geen aanleiding om te veronderstellen dat een tolerantiegrens van 1% significant zal bijdragen aan een beter financieel beheer en een verkleining van de financiële risico's die de gemeente loopt. GroenLinks zal dan ook tegen dit amendement stemmen. De heer VAN WIJK: Dank u voorzitter. We hebben kennisgenomen van de overwegingen in het raadsvoorstel. We danken de auditcommissie voor het uitpluizen van de voorgestelde veranderingen en het CDA volgt het advies van de auditcommissie en zijn zelf mede-indiener van het amendement om de voorgestelde 2%-grens te houden op het oude 1%. De verhoging van €25.000 naar €50.000 kunnen wij mee instemmen. De heer VAN GRINSVEN: Dank u voorzitter. De gemeente moetfinancieel scherp aan de wind varen.
Onder andere van subsidieaanvangers wordt daarom meer onderbouwing gevraagd op allerlei kleine posten. Een goede zaak. Zo krijgen we meer inzicht in waar het geld heen gaat. Wij vinden het daarom heel passend dat ook het college zorgt voor goed inzicht en we willen de tolerantiegrens dan ook niet verruimen. Nogmaals dank aan de auditcommissie voor het uitzoekwerk. Wij zullen het amendement steunen. Mevrouw STRUIJK-CRAMER: Dank u voorzitter. Het is best wel complex. We hebben een raadscommissie in de vorm van een auditcommissie die voor ons waarneemt op dit soort ingewikkelde dossiers en daar een advies over uitbrengt. Normaal gesproken zou ik blind bijna meegaan in het advies van een raadscommissie, auditcommissie in dit geval, maar ik vind hem wel lastig want ik merk dat er binnen de commissie verdeeldheid is. Vorige week werd door het college aangegeven dat er nog wat vragen gesteld zijn aan de accountant door de auditcommissie. Die vragen zijn gesteld, die zijn beantwoord, begrijp ik van de heer Genuit, en eigenlijk is er in de beantwoording van die vragen geen argument gevonden om toch terug te gaan of vast te houden, laat ik het dan zo zeggen, aan die 1% in plaats van 2% en dat vind ik ingewikkeld omdat ik dus daarmee het oordeel van de auditcommissie niet helemaal kan terugleiden tot harde feiten. Dan is het eigenlijk meer een gevoel en gevoel is politiek.
Dat hoort eigenlijk niet, vind ik, in een raadscommissie. Dus dat vind ik lastig. Het lijkt erop dat er een gevoel van, zoals de heer Van Grinsven zegt, meer controle. Misschien wel een gevoel van wellicht wat wantrouwen versus vertrouwen en dat vind ik een lastige. Dus ik ben ook wel heel benieuwd hoe het college dit uitlegt. Ik weet niet of ik de vraag aan de auditcommissie zou moeten stellen dan wellicht maar ik ben eigenlijk vooral benieuwd naar wat is er nou echt op tegen om die 2% te volgen die landelijk wordt gepropageerd en die ook landelijk breed wordt ingevoerd. Wat is daar nu echt op tegen? Waar maken we ons nu oprecht zorgen om en zijn die zorgen gefundeerd op feiten? De VOORZITTER: De auditcommissie zit hier natuurlijk niet aan tafel, wel vertegenwoordigers van de auditcommissie. Dus ik geef de indiener van het amendement in ieder geval de ruimte als hij dat wil om daar een reactie op te geven en anders moet u het doen, denk ik, met het advies wat erligt vanuit de auditcommissie. De heer BRINKMAN: Dank u voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik de indieners goed begrijp. De wens om scherp te blijven op rechtmatigheid, om vroegtijdig afwijkingen te zien, om geen ruimte te laten voor slordigheden, dat begrijp ik heel goed en die zorg is ook terecht. Maar eerlijk gezegd, in de kern hebben de indieners daar ook gewoon een punt.
Zorgvuldigheid hoort bij goed bestuur en daar staan wij ook volledig achter maar juist omdat die zorg breed gedeeld wordt, vraag ik me toch af of het amendement kan worden ingetrokken. Niet omdat de zorg onjuist is maar
omdat de gekozen route, het verlagen van de tolerantiegrens, in de praktijk niet het juiste instrument is om die zorg te adresseren. De voorgestelde grens van 2% past bij de landelijke systematiek en bij het doel van de rechtsmatigheidsverantwoording. De scherpte die de indieners zoeken wordt ook bij 2% gewoon geborgd. Afwijkingen moeten altijd worden toegelicht, ongeacht de drempel. Een lagere grens levert dus geen extra inhoudelijke zekerheid op maar vooral meer administratieve druk en de politieke boodschap die de indieners willen afgeven, die is duidelijk, voorzitter, want niemand pleit hier voor een losse houding of minder controle. Daar hebben we zojuist met elkaar over gesproken. Daarom durf ik te zeggen dat het statement staat. En nu dat zo is, zou het ook zonde zijn om een instrument in te zetten dat niet effectief is voor het doel dat we allemaal delen. Dus daarom vraag ik nogmaals de indieners met waardering voor hun inzet en zorgvuldigheid om het amendement in te trekken. Het doel is wat mij betreft bereikt maar de maatregel helpt ons als raad en organisatie niet verder. De heer VAN LOON: Dank u voorzitter. 5OPLUS heeft geen bezwaar om van 1% naar 2% te gaan. De reden waarom is voor ons helder. In de onderbouwing zien we dat de kleine foutjes relatief zwaar meewegen zonder dat dit wezenlijk bijdraagt aan het financiële beheer.
De landelijke norm van 2% biedt als tolerantiegrens voor de rechtmatigheid voordelen in duidelijkheid en uitvoerbaarheid zoals al door andere partijen ook is benoemd. Het vergroot de transparantie en er ontstaat eenduidigheid tussen interne rechtsmatigheidsverantwoording en accountantscontrole. Het gaat hier nadrukkelijk niet om het accepteren van fouten maar om de vraag vanaf welk niveau afwijkingen apart worden gerapporteerd. Overigens worden afwijkingen vanaf 50.000 of meer altijd al apart toegelicht zodat er goed inzicht is in eventuele onrechtmatigheden. 5OPLUS zal tegen dit amendement stemmen en voor het raadsvoorstel. Mevrouw KOENDERS: Dank u voorzitter. VoorBaarn is mede-indiener van het amendement. We willen de auditcommissie hartelijk bedanken voor de heldere toelichting die ze heeft gegeven en de verklaringen. We zijn ook dankbaar dat ze het gesprek hebben gehad met de accountant. In tegenstelling tot de vorige sprekers zijn we gewend aan een percentage van 1%. Ik vraag me af waarom we ons zouden moeten conformeren aan een rechtmatigheidstoets die ons eigenlijk alleen maar dwingt om onnauwkeuriger te gaan werken. Dus ik zou zeggen, gewoon op die 1% houden. Dat lijkt me alleen maar goed omdat we die toets al gewend zijn. Wethouder PRAKKE: Dank u voorzitter. Laat ik wel zeggen dat dit een heugelijk moment is.
Ik heb nog nooit meegemaakt dat een gemeenteraad zo lang heeft stilgestaan bij een controleprotocol. Dus voor een wethouder financiën is dit echt het summum. Heerlijk dat u daar allemaal in bent gedoken. Laat ik het serieus zeggen. Ik snap de afweging, laat ik het zo zeggen. Laat ik in eerste instantie ook wethouder De Vries danken, die bij de beeldvorming voor mij inviel omdat ik een heugelijke gebeurtenis in Groningen had. Dus ook hij heeft zich verdiept in het controleprotocol. Laat ik ook van deze plaats, wat ook de heer De Vries heeft gedaan, even een excuus maken over het proces wat wij met de auditcommissie in aanloop naar het raadsvoorstel, waarin er toch onduidelijkheid is ontstaan tussen wat stellen wij nou voor en hoe is die afstemming geweest met de auditcommissie? Waarin wij eigenlijk het probeerden te formuleren in de zin van we agree to disagree. Je kunt er op verschillende manieren naar kijken en een andere afweging maken en dat zie je nu ook in het gesprek tussen uw raad ontstaan. Dat is vervelend dat dat zo is gebeurd.
Er zijn verder geen vragen gesteld maar laat ik nog even twee punten aangeven waarom wij een voorkeur hebben voor de 2% en wij kunnen op zich leven met de 1% maar de voorkeur voor de 2% is echt vanwege het advies van de Nederlandse branchevereniging van accountants die inderdaad aangeeft om, wat de heer Genuit zei, ingewikkelde vaktechnische discussies te voorkomen. Dat daar
een sterk advies is om dat gelijk te houden op die 2%. Dus dat is één. En twee, u moet zich echt voorstellen, als wij op 1% blijven, dan moeten we bijvoorbeeld in het inkoopproces, dat is één van de vele processen, moeten wij honderd steekproeven nemen, dus moeten we honderd keer dat inkoopproces doen. Als we naar 2% gaan, dan hoeven we dat nog maar zeventig keer te doen en daarmee accepteert u inderdaad iets hogere risico's op
14
onrechtmatigheden maar het geeft ons wel ruimte in de tijd om juist aan structurele verbeteringen te werken en die we anders niet kunnen besteden omdat we zo druk zijn met die steekproeven. En laat ik ook, en dat is ook gezegd, aangeven dat wij het afgelopen jaar bij een tolerantiegrens van 1% slechts 58.000 euro aan onrechtmatigheden hebben. De grens met 1% ligt op acht ton, we zaten echt ver onder die grens. Dus het is niet zo dat als u hem ophoogt naar 2%, dat dat onzorgvuldigheid in gang zet en dat we die grens elke keer opzetten want dat hebben we ook niet bij die 1% gedaan. Maar nogmaals, het is een afweging en ik begrijp dat u daarmee worstelt, dus ik ben benieuwd naar uiteindelijk de uitkomst van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Misschien als eerste naar de heer Korkmaz, ook naar aanleiding van de gestelde vragen van mevrouw Struijk of u daarop wilt reageren en ik heb al aangegeven dat ik mij ook kan voorstellen dat u dat niet namens de auditcommissie doet. De heer KORKMAZ: Dat vind ik dus best wel lastig voorzitter, ik heb nu twee petten op. Ik weet niet wat u voorstelt voorzitter maar als ik nu dat zou doen, dan ga ik opeens voor de auditcommissie. De VOORZITTER: Nee, maar ik heb al aangegeven dat er een advies ligt van de auditcommissie, dat is wat er ligt en ik gaf even de ruimte om daarop te reageren. En als u dat niet wilt, dan is dat ook helemaal prima.