CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

241016 Verslag Oordeelsvorming in de raadscommissie 16 oktober

Oordeelsvorming in de raadscommissie 20 november 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Vaststellen verslag van Oordeelsvorming in de raadscommissie van 16 oktober 202417.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De heer BRINKMAN zegt dat op de avond in de Wintertuin heel duidelijk werd aangegeven wat de intenties van het nieuwe bestuur zijn en de intenties van de gemeente Baarn. De heer VAN WIJK stelt dat die bijeenkomst informeel was en niet uit naam van de gemeente en het bestuur gaf een presentatie van hun ideeën. De heer BRINKMAN meldt dat op die avond duidelijk werd aangegeven dat de intentie was van het nieuwe bestuur dat er een groep wordt gecreëerd die waarneemt en de nieuwe gesprekken gaat initiëren en met partijen in gesprek gaat. Als er een partij is gevonden die geschikt is stapt dat bestuur er weer uit en laat dit vervolgens over aan de nieuwe initiatiefnemer. De heer JONKERS stelt dat de gemeente een exploitant zoekt die het gaat exploiteren en die gaat bepalen wie het gaat verhuren. Iemand gaat het exploiteren en ervoor zorgen dat er huurders komen. Daar moet iedereen gelijk de kans worden gegeven om de kas te exploiteren en dat gebeurt niet. Wethouder PRAKKE legt uit dat de gemeente niet op zoek gaat naar een exploitant. De gemeente geeft de stichting de opdracht om een exploitant te gaan zoeken middels die open call.

Ook de Galan Groep heeft geconstateerd dat het in het verleden best lastig was en eigenlijk onmogelijk om dit als gemeente goed te doen en daarom wil de gemeente gebruikmaken van de kennis, de creativiteit en de inzet van betrokken inwoners om die stichting te formeren en die de opdracht geven om een exploitant te zoeken. De heer JONKERS vraagt wat de stichting gaat doen als die de kas niet gaat exploiteren en op zoek gaat naar verhuurders.

18

Wethouder PRAKKE zegt dat er een afspraak voorligt met de stichting om een huurbedrag van € 40.000 in rekening te brengen. Met die verplichting gaat de stichting op zoek naar exploitanten en een andere invulling om uiteindelijk dat bedrag te kunnen realiseren. Mevrouw DEURLOO vraagt wat er gebeurt als de stichting hier niet in slaagt. Gaat de gemeente dit dan ook voor zijn rekening nemen? Wethouder PRAKKE merkt op dat dit geldt voor elke huurovereenkomst. Bij elke constructie komt het terug bij de gemeente als de betreffende partij de huur niet kan betalen. Dat is ook ruimte geven aan inwoners om er een invulling aan te geven. De heer JONKERS vraagt of het een model is dat het voor de prijs die het de gemeente kost verhuurd wordt en dat wellicht bij de potentiële kandidaten iemand zit die dat zou willen huren voor dat bedrag en daar zelfs een bankgarantie voor zou kunnen geven. Mevrouw STRUIJK memoreert dat de raad heeft ingestemd met het geven van een advies door de Galan Groep. Dat wordt nu uitgevoerd en daar is die stichting voor. De heer JONKERS merkt op dat een voorstel aan de raad wordt gedaan om conform het advies ermee instemmen. Mevrouw STRUIJK zegt dat raadsleden tegen het voorstel mogen stemmen maar het is fout om elke keer weer de discussie te voeren of er nu wel of geen stichting moet komen, of wel of geen exploitatie op deze manier moet worden uitgevoerd.

De gemeenteraad heeft al eerder een besluit genomen dat mee zou worden gegaan in de richting die de Galan Groep heeft aangegeven. Daar heeft de raad een uitspraak over gedaan en dat volgt het college nu op en dat is dit voorstel. Mevrouw DEURLOO wijst erop dat de Galan Groep heeft gesteld dat er eerst een visie moest komen. Het instrument om die visie uit te voeren zou een stichting kunnen zijn maar die visie is nooit gekomen. De heer JONKERS memoreert dat de raad een motie heeft aangenomen waarvan hij de tekst eerder heeft geciteerd. De raad heeft niet ingestemd met de Galan Groep maar de opdracht gegeven aan het college om tot een kostendekkende exploitatie te komen. Mevrouw STRUIJK zegt dat D66 ook niet voor niets tegen die motie heeft gestemd. In het raadsvoorstel kan worden gelezen dat die motie feitelijk onuitvoerbaar is gezien de hoge kosten van beheer. Prima als de heer Jonkers meegaat met scenario a. Dan staat de Wintertuin heel erg lang leeg en dan heeft de gemeente een nog veel hogere kostenpost. Wethouder PRAKKE geeft aan dat het college kijkt naar een kostendekkende huur. Punt 2 in die motie is dat wanneer dat niet lukt inzichtelijk wordt gemaakt waarom dit niet lukt en hoe hoog dat bedrag is.

In het voorstel is weergegeven dat wanneer het kostendekkend is inclusief het onderhoud, dan moet de raad een kader meegeven dat de stichting een huur moet ontvangen van 140.000-€ 150.000 per jaar. Dat is scenario a maar het college denkt dat dat niet realistisch is. Het derde punt in de motie was om terug te komen met de oprichting van een stichting en dat wordt nu aan de raad voorgelegd. Het college geeft dus invulling aan die motie.

19

De heer SCHOUTEN is van mening dat dit voorstel niet voldoet aan de Wet markt en overheid want de kosten worden niet doorberekend in de prijs of het moet van algemeen belang worden verklaard en dat is in het verleden niet gebeurd. Wethouder PRAKKE zegt als de raad te zijner tijd de concept statuten wil ontvangen dat prima is. Er wordt nu echter een discussie gevoerd over wat de verantwoordelijkheid is van het college en wat de verantwoordelijkheid van de raad is. De raad stelt nooit statuten vast en als de raad die toch wil vaststellen wordt een grens overgegaan van de rolverdeling en de verantwoordelijkheden tussen college en raad. De heer JONKERS merkt op dat geen enkel raadslid heeft gesproken over het vaststellen van de statuten. De raad wil graag weten wat de stichting gaat doen en daar staan regels over in de statuten. Voordat zo’n voorstel aan de raad wordt gedaan zouden die statuten er als bijlage bij moeten zodat de raad kan zien hoe het geregeld is, wie wat gaat doen et cetera. Het voorstel is nog niet rijp voor besluitvorming want er worden levensgrote juridische risico’s genomen en daarom is dat bijzonder onverstandig. Daarnaast nog graag een antwoord op de vraag waarom het onderhoud ruim € 77.000 per jaar hoger uitkomt. De VOORZITTER zegt dat het laatste een technische vraag is en daar is vanavond geen ruimte voor.

De heer JONKERS vindt dit bijna een politieke vraag en vraagt de voorzitter om de wethouder hierover het woord te geven. Wethouder PRAKKE blijft bij de tekst die in het raadsvoorstel staat dat het gemiddeld ongeveer € 110.000 is. Het kan zijn dat het het ene jaar 70.000 is en het andere jaar 120.000. Zo’n bureau doet dit op basis van de huidige inschattingen om inzichtelijk te maken wat de komende jaren op de gemeente afkomt. De heer VAN WIJK memoreert dat hij heeft gevraagd om het vaststellen van de statuten. De wethouder zegt dat dit niet gebruikelijk is maar in het kader van het belang van deze stichting is het gewenst dat de raad de statuten kan bekijken. In ieder geval wil het CDA voor het besluit de statuten zien om te controleren of het er zo staat zoals het er zou moeten staan. Mevrouw STRUIJK heeft zojuist begrepen van het college dat de statuten nog niet beschikbaar zijn. Is het voor de heer Van Wijk een optie om een aantal punten mee te geven die hij in ieder geval terug wil zien in de statuten in de vorm van een amendement of een motie? De heer VAN WIJK vindt dit een aardige suggestie maar het is wel belangrijk dat de raad een aantal zaken meekrijgt van hoe het college de kaders wil stellen en de opdracht wil geven aan de stichting. Mevrouw STRUIJK begrijpt dat de heer Van Wijk toch op de stoel van het college gaat zitten door die collegebevoegdheid over te nemen.

Mevrouw DEURLOO heeft van de wethouder gehoord dat dit niet aan de raad wordt overgelaten. De heer VAN WIJK stelt dat de wethouder dat niet heeft gezegd. Hij zei dat het niet gebruikelijk was. Dus het kan wel en spreker wil er over meedenken maar niet echt op de stoel gaan zitten van het college. Hij wil meedenken en de kaders stellen die de beoogde bestuursleden en de stichting meekrijgen vanuit raad en college.

20

De heer JONKERS hoort de wethouder zeggen dat die uitgaat van € 110.000. De expert heeft de onderhoudskosten berekend en dan wordt uitgekomen op € 187.000. Dan is de politieke vraag hoe het kan dat wanneer de expert zegt 187.000 het college daar 110.000 van maakt? Wethouder PRAKKE zegt dat op de vraag van GroenLinks is geantwoord dat 100.000-110.000 het gemiddelde is over de komende 5 jaar. Er kan niet verder worden gekeken dan die 5 jaar. Als wordt uitgegaan over de komende 20 jaar wordt op een ander gemiddelde uitgekomen en dat is netjes beantwoord op de vraag van GroenLinks. De heer VAN WIJK vraagt of de raad ermee akkoord gaat dat hij er een agendapunt van maakt dat de raad de statuten vaststelt. Mevrouw STRUIJK merkt op daar niet in mee te gaan omdat het vaststellen van de statuten niet de bevoegdheid van de raad is. De heer BOSMAN vindt dat de raad niet over statuten moet gaan maar de raad is wel kaderstellend en de heer Van Wijk kan kaders stellen over wat hij verwacht van de relatie tussen de gemeente en het beoogde bestuur. Mevrouw DEURLOO wil ook graag inzage in die statuten voor de besluitvorming. De heer JONKERS zegt dat de statuten er al lang bij hadden moeten zitten maar dat is niet gebeurd. Dat betekent dat de notaris binnen een week heel snel statuten zou moeten maken die de ambtelijke organisatie dan niet rustig kan bekijken.

Daarom is het beter om het gehele voorstel van de agenda te halen en dat dit terugkomt wanneer een en ander wel netjes is uitgewerkt. De heer BOSMAN vraagt aan het college of die statuten voor het weekend te verwachten zijn en aan de raad beschikbaar kunnen worden gesteld. Wethouder PRAKKE zegt dat dit niet zal worden gedaan. De statuten moeten zorgvuldig tot stand komen in overleg met de stichting. Dan worden die mensen daarbij betrokken en daar is meer tijd voor nodig. De raad heeft gevraagd om het instellen van een stichting en het is niet gebruikelijk dat bij zo’n voorstel de statuten zitten. Als die wens er is, prima, maar dat lukt niet voor het weekend. Mevrouw STRUIJK wijst erop dat wanneer de raad gaat wachten op de statuten wederom iets wordt uitgesteld en dat is niet voor het eerst in dit dossier. Dit wordt te vaak gedaan. Het pand staat inmiddels 1,5 jaar leeg. Het gaat achteruit qua onderhoud en qua loop. Het was een parel van Baarn en het dreigt straks een gat van Baarn te worden. Er moet nu een keer vaart gemaakt worden en de raad moet dan op zoek naar een alternatieve methode om invloed te hebben anders dan die statuten eerst goed te keuren of te zien. De heer VAN WIJK zal zich inspannen om die kaders te gaan stellen. Daarbij verwacht hij van alle raadsleden input want dan kan het zo raadsbreed mogelijk in een amendement worden gegoten.

De wethouder wil in overleg met het beoogde bestuur maar de raad is hierin kaderstellend. Moet de wethouder wel met het beoogde bestuur aan tafel gaan zitten om te gaan bespreken wat de raad moet gaan doen? De heer JONKERS merkt op dat statuten huishoudelijke regels zijn waar de stichting zich aan moet houden en daarom is het belangrijk om te weten wat die regels zijn. Het is ook belangrijk om te

21

weten of de Wet markt en overheid gewaarborgd is in de statuten. Daarom had het bij dit raadsvoorstel moeten zitten. De heer BOSMAN beluistert dat de heer Van Wijk kaders wil stellen maar dan vraagt hij de andere raadsleden om input en dat is de omgekeerde wereld. De heer VAN WIJK wil de heer Bosman daar niet toe verplichten. Hij vraagt juist medewerking om de kaders te stellen die de hele raad gaat zetten. Heel graag als de heer Bosman daar goede ideeën voor heeft maar als hij die niet heeft zal spreker het zelf doen. De heer BOSMAN ziet graag waar de heer Van Wijk mee komt en het is prima als daar goede ideeën bij zitten. Mevrouw DEURLOO memoreert dat de fractie via een motie heeft gevraagd om te onderzoeken of de Wintertuin kan worden verkocht. Dat heeft het college naast zich neergelegd omdat ze is uitgegaan van het advies van de Galan Groep. Dat adviesbureau heeft het college geadviseerd om een visie op te stellen met randvoorwaarden en een doelstelling. Die is niet gekomen maar er is wel op voorhand een stichting opgericht. De volgordelijkheid is niet oké. De heer BRINKMAN is van mening dat die motie het niet heeft gehaald. Mevrouw DEURLOO verduidelijkt dat de motie om de verkoop te onderzoeken het heeft gehaald. Het college heeft echter gezegd op basis van het eerdere advies van de Galan Groep dat ze het liever als maatschappelijk vastgoed wil behouden.

Wethouder PRAKKE bevestigt dat de motie het heeft gehaald en het college heeft de motie uitgevoerd. In maart dit jaar is via een RIB teruggekoppeld wat het advies is om hier verder mee om te gaan. Toen heeft het college een andere opdracht van de raad gekregen om door te gaan op het pad van de stichting. Als de raad het college had gevraagd om door te gaan op het pad van de verkoop was dat uitgevoerd. Mevrouw DEURLOO kan zich niet herinneren dat de raad een opdracht heeft gegeven aan de portefeuillehouder. Mevrouw STRUIJK zegt dat er inderdaad geen opdracht is gegeven aan het college maar het college heeft de raad geïnformeerd over de koers die zij volgt en als de raad niet bijstuurt blijft het college die koers volgen. De heer SCHOUTEN constateert ook dat de koers gevolgd blijft worden maar als dit de uitkomst is die aan alle kanten rammelt kun je niet anders dan het of van de agenda halen of tegen stemmen. Mevrouw DEURLOO memoreert dat is geprobeerd om de koers bij te stellen dat er toch huurders waren zonder tussenkomst van de stichting. Dat is helaas ook niet aangenomen. Mevrouw STRUIJK merkt op dat er een aantal kaders in het raadsvoorstel staan. Zoekt het CDA naar aanvullingen daarop? De heer VAN WIJK staat open voor allerlei zaken die D66 belangrijk acht en dat kan van alles zijn. Het CDA heeft een aantal punten en als die kunnen worden aangevuld met punten van andere

22

fracties die iedereen heel belangrijk vindt wil hij die graag meenemen om een breed kader aan het college mee te geven over wat zij in de statuten kan zetten. Mevrouw DEURLOO wil heel graag met het CDA meedenken over de kaders. De heer SCHOUTEN vraagt aan het CDA welke kaders worden bedoeld. Die in het raadsvoorstel staan, de nuances die worden aangegeven in vorige vergadering of in de e-mail die rond is gegaan? Spreker gaat niet mee met het raadsvoorstel en zal ook niet meedenken over de kaders. De heer JONKERS stelt dat er heel veel risico’s in het raadsvoorstel zitten en heel veel vragen. Als de raad probeert om dat te repareren wordt het een gedrocht. De wethouder heeft gehoord hoe de raad heeft gereageerd en welke vragen er leven en moet met een nieuw stuk komen wat volledig is. Mevrouw DEURLOO sluit zich bij de vorige spreker aan. Het is inderdaad beter dat de raadsleden niet meedenken over de kaders maar wachten tot er een gedegen plan komt. Mevrouw STRUIJK is van mening dat er een gedegen plan ligt en het is beter dat raadsleden niet op de stoel van het college gaan zitten door te zeggen dat er bijvoorbeeld heel grote risico’s zijn terwijl die risico’s door de Galan Groep al onderzocht en gemitigeerd zijn. Bij dat bureau zitten ook juristen. Mevrouw DEURLOO blijft van mening dat er geen gedegen plan ligt.

De heer SCHOUTEN merkt op dat de Wintertuin de gemeenschap inmiddels miljoenen heeft gekost. Dan moet je heel voorzichtig zijn en bij twijfel niet inhalen. De heer JONKERS is het volledig eens met vorige spreker. De heer BOSMAN heeft 2 vragen aan de collega-raadsleden over de spanning die kan ontstaan tussen kader 1 als het gaat over de toegankelijkheid voor de inwoners en kader 3 waar de huurprijs wordt genoemd. Vindt de raad dat besloten bijeenkomsten mogelijk moeten zijn en zo ja, hoe vaak of in welke mate en wordt voldaan aan het kader toegankelijkheid voor de inwoners als inwoners tegen betaling gebruik kunnen maken van de kas c.q. zijn er wellicht momenten denkbaar waarin de kas sowieso vrij toegankelijk zou moeten zijn, bijvoorbeeld op Open Monumentendag? Mevrouw STRUIJK wil het aan de stichting overlaten om hier met de exploitant uit te komen. Het is vooral belangrijk dat de Wintertuin behouden blijft voor Baarn. De heer SCHOUTEN memoreert dat in 2016 het kader is gesteld dat het beschikbaar en toegankelijk blijft. Dat mag niet uitsluiten dat er soms een besloten bijeenkomst is want dat kan meer geld in het laatje brengen maar dat moet incidenteel zijn. Daarnaast mag worden verwacht dat wanneer de gemeenschap ruim tussen 1 ton en 2 ton bijdraagt per jaar het zoveel mogelijk vrij toegankelijk zou moeten zijn.

De heer JONKERS zegt dat de vraag van of het wel of niet toegankelijk is afhankelijk is van wie betaalt het. Als inwoners er veel geld voor betalen per jaar moeten zij daar ook gebruik van kunnen maken. Mevrouw HEUSINGVELD legt uit dat het in de nieuwe vergaderwijze zo is dat geadviseerd wordt aan de raad om het voorstel wel of niet te agenderen. De meerderheid bepaalt dan wat het advies is 23

maar de meningen lopen uiteen en het kan volgende week ook weer aan de agenda worden toegevoegd of er vanaf worden gehaald. Daarom is het voorstel dat de commissie geen advies heeft en dan is het volgende week aan de raad om te bepalen of het wel of niet wordt behandeld. De heer JONKERS vraagt om een korte schorsing. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. 3.d

Hoofdlijnennotitie Omgevingsvisie (1013591)

Mevrouw STRUIJK vraagt hoe concreet straks de omgevingsvisie wordt. Daar moeten minimaal meetbare doelen in staan en een hele duidelijke stip op de horizon waar naartoe kan worden gewerkt. Bij de Staat van Baarn heeft D66 met andere partijen een motie ingediend over kansengelijkheid. In het begin van het stuk wordt de kansengelijkheid met name toegeschreven aan wonen maar dat is wat beperkt. Hoe denkt de raad hierover? De heer BRUINS constateert dat elke vorm van procesmatigheid, logica, overzicht et cetera in het stuk ontbreekt. Dan staat de fractie voor een dilemma, namelijk of de tweede stap op weg naar de omgevingsvisie afkeuren of de schade beperken. In stap 1 is Vorstelijk een van de 9 kenmerken die samen de huidige identiteit van Baarn blijken te zijn. Van deze 9 kenmerken zijn er 3 in de top 5 terechtkomen en dat zijn Groen en lommerrijk, Centrale ligging en bereikbaarheid en Voorzieningen. Je zou verwachten dat deze 3 kenmerken het meest bepalend zijn voor de identiteit van Baarn als gemeente. Centrale ligging en Dorp met allure werden alleen door bewoners genoemd. Ondernemend, Vorstelijk en Bereikbaarheid alleen door stakeholders. Centraal ten opzichte van wat en bereikbaar voor wie? Deze kenmerken impliceren dat de omgeving van de gemeente Baarn in combinatie met de Randstad deel zouden uitmaken van de identiteit. De ligging is bepalend voor het kenmerk van Baarn.

De Staat van Baarn is het vertrekpunt voor stap 2. De reeds geaccordeerde gewenste identiteit blijkt in stap 2 echter zonder reden opgeheven. De 9 kenmerken uit stap 1 zijn opgetuigd met 3 nieuwe kenmerken, namelijk Hoogwaardig wonen, Voldoende sociale samenhang en Bestuurlijke zelfstandigheid en dat alles onder de paraplu van Vorstelijk, een kenmerk. Het is eigenlijk gewoon veranderd in een vlag die de lading dekt. Wie heeft dat besloten? Waar zijn de argumenten? Deze kromme hoofdlijn wordt voor de schijn rechtgetrokken door het kenmerk Dorp met allure, charmant, voorzieningen te specificeren als ruimte en stedelijk. Vorstelijkheid is als marketingterm het vertrekpunt voor stap 2. Dat alleen al is voldoende reden om stap 2 af te keuren. Voorts wordt Baarn op deze wijze als product in de markt gezet voor met name het aantrekken van randstedelingen gezien haar ligging. Het beleid dreigt daarmee gestuurd te worden door de markt. De ChristenUnie wil dat niet. Op pagina 49 van de Staat van Baarn is te lezen wat de opgaven zijn, namelijk het behouden en/of versterken van de kwaliteit en daarbij het natuurlijke bodem- en watersysteem als basis te nemen. Niet de markt maar de natuur is leidend in deze visie en dat is een hele geruststelling.

Bovendien is een gewenst kenmerk volgens pagina 64 van het rapport het goede behouden en het nieuwe omarmen en dat impliceert dat Baarn moet durven kiezen tussen goede kernwaarden welke behouden en welke opgeheven worden als het water- en bodemsysteem in het gedring komt. Kortom, de huidige identiteit in de Staat van Baarn aangevuld met 4 nieuwe kenmerken die zijn overeengekomen in de omgevingsvisie. Dat zal moeten veranderen in verband met de eerder gemaakte keuzes in de Staat van Baarn.

24

Voorgesteld wordt om het woord Vorstelijk weg te laten in de omgevingsvisie en in de Staat van Baarn en om als vertrekpunt te nemen de eigenlijke identiteit, namelijk het randstedelijke Brinkdorp met zijn unieke bezienswaardigheden en prachtige natuur. Dit stuk kan in een la. Mevrouw STRUIJK vraagt wat de heer Bruins anders zou willen dan nu in dit document. De heer BRUINS zegt dat er 9 kenmerken in staan maar niet wat de Baarnse identiteit is. Mevrouw STRUIJK vraagt wat dan wel en hoe ertoe kan worden gekomen want dit is mede door inwoners verzonnen. Hoe wordt dan wel gekomen tot die identiteit? De heer BRUINS legt uit dat de kenmerken die staan in de Staat van Baarn en verder moeten worden vertaald naar de identiteit en er mag niet van worden uitgegaan dat de 9 kenmerken zomaar gelden voor iedereen. De heer VAN HARDEVELD beschouwt dit document als een verplicht nummer. Het moet in het kader van de Omgevingswet en het risico van hele abstracte notities is dat het leidt tot hele abstracte discussies en verhandelingen. Als dit dan toch moet is de boodschap zo snel mogelijk door want hier kun je alle kanten mee op. De heer SCHOUTEN somt een aantal termen op die in de hoofdlijnennotitie staan als klimaatverandering, mogelijkheid voor windturbines en zonneweides, doorfietsroutes, kringlooplandbouw et cetera.

Als dit wordt opgeteld bij de woorden van de portefeuillehouder vorige week dat dit document duidelijk richting geeft en dus gezien moet worden als een opmaat naar een definitief beleid en u heeft toen ja gezegd. Dan kan spreker niet anders dan volgende week tegen stemmen. De heer VAN DEN BERG is erg blij met de voorliggende notitie maar is op een aantal punten ook kritisch. Goed is dat de term Vorstelijk niet alleen als een esthetische waarde wordt uitgelegd. Op dit moment ontbreekt nog een integrale visie op het buitengebied waarbij de samenhang met andere overkoepelende provinciale plannen niet helder is. Het is nog onduidelijk wat de gevolgen zijn van de stop van de Aanpak landelijk gebied door de landelijke overheid voor de provincies. In deze notitie wordt het Alexanderkwartier expliciet genoemd als mogelijke locatie voor woningbouw. Zonder een goede visie op het buitengebied is het geen goed plan om in deze hoofdlijnennotitie al vast te leggen dat hier woningbouw mogelijk is. Hoe staan de andere raadsleden tegenover woningbouw op deze locatie en indien positief, onder welke voorwaarden? De heer JONKERS had dezelfde vragen als de heer Schouten. Er is sprake van het realiseren van windturbines en zonneweides maar de raad heeft gezegd dat ze dat niet wil.

Autoverkeer wordt aan de randen van het buitengebied opgevangen, grootschalige waterberging in het buitengebied en Baarn gaat inzetten op gedragsverandering. Er gaat voorrang worden gegeven aan fietsen, wandelen en openbaar vervoer. Dit zijn essentiële zaken waar de raad nog helemaal niets over heeft besloten. Als de raad dit vaststelt, krijgt de raad dan elke vergadering te horen dat die heeft ingestemd met de hoofdlijnennotitie? Wat is dit voor stuk en waar legt de raad zich aan vast? Mevrouw KOENDERS zegt dat de fractie trots is dat het college voor het maken van deze hoofdlijnennotitie het gesprek is aangegaan met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Er zijn bewust verschillende middelen ingezet zodat iedereen mee heeft kunnen praten. Op vragen die vorige week zijn gesteld over grootschalige opwek van wind- en zonne-energie heeft

25

de wethouder ter geruststelling op geantwoord. Volgende week zal VoorBaarn instemmen met het raadsvoorstel. De heer BRINKMAN sluit zich aan bij het betoog van de fractie van VoorBaarn. De heer VAN LOON meldt dat de fractie ook zal instemmen met het raadsvoorstel. Het moet nu eenmaal gebeuren en dan moet worden doorgepakt. Op één staat de behoefte aan betaalbare woningen bij de invulling van de vragenlijsten. Liefst betaalbare koop en sociale huurwoningen met voorrang voor de huidige inwoners van Baarn. Dat ziet de fractie graag met hoofdletters vermeld. In verband met de beperkte bouwruimte in Baarn moet worden gedacht aan meerdere bouwlagen en in de lucht te gaan. Wethouder VELDHUIZEN merkt op dat in bijna elk gesprek dat is gevoerd naar voren kwam dat de inwoners van Baarn het een prettige gemeente vinden, juist om te wonen, werken en recreëren en het dorpse en groene karakter en dat komt ook in het document terug. Het behouden van de identiteit staat zelfs in de kadertekst maar dat betekent niet dat in Baarn geen veranderingen kunnen plaatsvinden. Nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij het karakter van Baarn. Dit is de richtinggevende ontwikkeling en de agenda naar de omgevingsvisie. Als er aanvullingen op zijn hoort spreker dat graag in aanloop naar de concept omgevingsvisie en de definitieve omgevingsvisie.

Ook die is niet in beton gegoten en daar kunnen altijd aanpassingen op gedaan worden. De heer JONKERS herhaalt zijn vraag waar de raad nu mee instemt. Wethouder VELDHUIZEN zegt dat dit de agenda is voor het ontwikkelen van de omgevingsvisie. Daar komen deze onderwerpen ter sprake en daar wordt ook feedback op gevraagd van de inwoners. De heer JONKERS is van mening dat nu het risico wordt gelopen dat straks wordt gezegd dat de raad heeft zich vastgelegd op dit stuk. Kan de wethouder bevestigen dat dit een soort uitgangspositie is maar dat de raad zich nergens aan committeert? Er staan immers veel dingen in deze notitie waar de raad überhaupt nog geen besluit over heeft genomen. Wethouder VELDHUIZEN legt uit dat het complete overzicht van de hoofdlijnennotitie nodig is om de haalbaarheid van de ambities te kunnen toetsen. Om varianten te kunnen onderzoeken is het essentieel dat de raad zich herkent in de ambities en de keuzes die uit de hoofdlijnennotitie straks naar voren gaan komen voordat die verder wordt uitgewerkt. De heer JONKERS herhaalt de vraag of de raad zich hiermee vastlegt of dat de raad in de besluitvorming hierna nog vrij is. Wethouder VELDHUIZEN legt uit dat het vaststellen van de omgevingsvisie aan de raad is en dit is de agenda om te komen tot de omgevingsvisie. De raad bepaalt uiteindelijk wat in de omgevingsvisie terugkomt.

Mevrouw STRUIJK vraagt of goed wordt begrepen dat wanneer de raad het niet eens is met onderdelen van de hoofdlijnennotitie dat nu moet worden aangegeven aan het college zodat daar rekening mee kan worden gehouden in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Wethouder VELDHUIZEN antwoordt bevestigend. 26

De heer JONKERS geeft aan dat er heel veel punten in het stuk staan, zoveel dat het een ondoenlijke klus wordt om dat nu allemaal aan te passen. Dan resteert alleen maar tegen stemmen. Mevrouw STRUIJK memoreert dat de fractie bij de behandeling van de Staat van Baarn een motie heeft ingediend over kansengelijkheid die is aangenomen. De conclusie was toen dat de kansengelijkheid wel terug zou komen in de notitie maar heel erg versnipperd was en de meerderheid van de raad vond dat dit een meer prominente rol verdiende in de omgevingsvisie. Echter, in de voorliggende hoofdlijnennotitie is het toch weer nogal marginaal opgenomen. Vindt de raad ook dat dit een wat prominentere rol moet krijgen? De heer JONKERS vraagt om een concreet voorbeeld wat mevrouw Struijker er graag in had willen zien. Mevrouw STRUIJK zegt dat er nu in de hoofdlijnennotitie staat dat kansengelijkheid voornamelijk wordt vertaald in woningaanbod maar kansengelijkheid zou moeten gaan over sportbeleid, onderwijs, ruimte voor ontmoeting in wijken, toegankelijkheid voor mensen met een beperking et cetera. Dit zou explicieter en soms meer gegroepeerd terug moeten komen in de omgevingsvisie. De heer BRINKMAN is het daarmee eens. De heer VAN DEN BERG sluit zich bij de heer Brinkman aan. De heer JONKERS vindt dit logisch klinken en denkt dat het een goede weg is.

De heer VAN HARDEVELD kan er niet tegen zijn maar de vraag is wel of je geen dingen gaat opschrijven die al lang in wet- en regelgeving zijn vastgelegd. Mevrouw STRUIJK vraagt of het college hiervoor nog een motie nodig heeft of gewoon de motie gaat uitvoeren die D66 al eerder heeft ingediend. Wethouder VELDHUIZEN geeft aan dat in de inleiding staat dat Baarn een gemeente wil zijn waar iedereen gelijke kansen heeft en dan gaat het vooral om kansen op goed onderwijs, passend werk en een geschikte en betaalbare woning. Daarnaast staat leefbaarheid ook nog een keer in het volkshuisvestingsprogramma in het onderdeel Wonen en zorg. Er is dus wel zeker invulling gegeven aan de ingediende motie. Mevrouw STRUIJK zegt dat de rest van de paragraaf gaat over wonen en vandaar de zorg. Gaat het college hier in de omgevingsvisie uitgebreid aandacht aan besteden? Wethouder VELDHUIZEN geeft aan dat het college hier aandacht aan zal besteden maar ook de raad staat hier duidelijk in om mee te denken. Mevrouw KOENDERS kijkt naar pagina 22 en 23 van de hoofdlijnennotitie onder het kopje Gezondheid en mee kunnen doen en daar staan alle aspecten die mevrouw Struijk zonet aangaf zoals onderwijs, speelplekken, beweegzones enzovoort. Mevrouw STRUIJK zegt dat het er erg versnipperd in staat en daar gaat het om.

In de omgevingsvisie moet kansengelijkheid een apart thema worden en is het college daartoe bereid?

27

Wethouder VELDHUIZEN merkt op dat wanneer de raad instemt met de hoofdlijnennotitie met de raad regelmatig in gesprek wordt gegaan over de concept omgevingsvisie en als de elementen daar niet voldoende in terugkomen stuurt de raad het college terug van ga het huiswerk opnieuw doen maar er wordt vanuit gegaan dat dit integraal terugkomt. De heer VAN DEN BERG leest in de notitie dat het Alexanderkwartier genoemd wordt als locatie voor woningbouw. Hoe staan de collega’s tegenover woningbouw op deze locatie en zo ja, onder welke voorwaarden? De heer SCHOUTEN is een groot voorstander van 98 woningen op die locatie. Mevrouw STRUIJK is voorstander van woningbouw op plekken waar dat kan en de gemeente moet zich daarbij houden aan richtlijnen die de Raad van State recent heeft meegegeven. De heer BRUINS wil ook woningbouw op deze locatie maar dan liefst in het betaalbare segment. De heer VAN LOON sluit zich aan bij vorige sprekers maar dan graag er nog een woonlaag bij. De heer VAN HARDEVELD is van mening dat de uitspraak van de Raad van State woningbouw op deze locatie niet in de weg staat en zolang dat binnen de rode contour kan, er is nu al woningbouw, is dat geen probleem en zelfs gewenst. De heer BRINKMAN sluit zich aan bij vorige spreker.

Mevrouw KOENDERS zou heel graag zien dat daar woningen kunnen worden gerealiseerd maar is dat wel mogelijk gezien de functie die dat terrein op dit moment vervult? De heer JONKERS vindt woningbouw daar uitstekend zolang het maar binnen de kaders past zoals die zijn vastgesteld, ook door de Raad van State. Wethouder EIJBAARD zegt dat de gemeente zich bij woningbouw moet houden aan de eigen regelgeving, de visie die nu wordt opgesteld en de provinciale regelgeving waar dit terrein op staat. Als er woningbouw mogelijk is zijn er nog een aantal stappen te nemen waaronder het wijzigen van het omgevingsplan. Dat zijn allemaal onderdelen van de gesprekken die het college op dit moment voert. Mevrouw KOENDERS vraagt naar de huidige functie, namelijk verhuur van dat terrein en woningen aan het COA voor opvang van minderjarige alleenstaande asielzoekers. Dat lijkt een ingewikkeld spanningsveld. De heer VAN DEN BERG vraagt of het omgevingsplan ook langs de raad komt en hoe dat samenhangt met de provinciale plannen in het hele verhaal. Wethouder EIJBAARD antwoordt op de vraag van mevrouw Koenders dat het op dit moment mogelijk is via een uitzondering die het college gemaakt heeft om af te wijken van de bestaande bestemming. Dat is Maatschappelijk marechaussee maar met een ontheffing daarvan is een andere bestemming tijdelijk mogelijk.

Op basis daarvan vindt de opvang van vluchtelingen op die locatie plaats. Wijziging van een omgevingsplan gaat net zoals in het verleden met een bestemmingsplan altijd via de gemeenteraad.

28

De heer JONKERS vraagt hoe lang die tijdelijke ontheffing kan worden gegeven. Wethouder EIJBAARD antwoordt dat die tijdelijke ontheffing voor 10 jaar kan worden gegeven. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4.

Raadsinformatiebrieven

4.a

Start locatieonderzoek wonen

Mevrouw STRUIJK vindt dat zo’n locatieonderzoek zich op verschillende termijnen zou moeten richten, namelijk op de korte termijn voor laaghangend fruit, de middellange termijn en ook echt op de lange termijn. In het verleden was het niet altijd duidelijk wat erin komt te staan. Daarnaast is het belangrijk dat duidelijke taal naar elkaar wordt gesproken en vorige week was het niet allemaal even duidelijk. Op wat voor termijn kan dit onderzoek worden verwacht en wat gaat daar precies in terugkomen? Welke invulling van het locatieonderzoek verwacht de raad zodat het college dat mee kan nemen? Hoe ziet het college de reikwijdte van het locatieonderzoek en is het college bereid om met deelopleveringen te werken op een korte, middellange en lange termijn? Is het college bereid om een duidelijke deadline aan te houden voor de eventuele deeloplevering van het locatieonderzoek en zo ja, welke deadline is dat? Wethouder VELDHUIZEN zegt dat het inderdaad van de kant van het college niet de schoonheidsprijs verdient. College en raad hebben dezelfde ambitie om zoveel mogelijk woningen voor zoveel mogelijk doelgroepen te realiseren. Het locatieonderzoek wonen gaat inzicht bieden in waar en hoe de woningbehoefte voor Baarn kan worden ingevuld voor de komende jaren. Het zal dienen als gespreksstarter met ontwikkelingspartijen en als verdieping van de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

Er vinden met enige regelmaat gesprekken plaats met eigenaren van panden en percelen. Mevrouw STRUIJK vraagt of het locatieonderzoek ook dient als input voor beleid van het college zelf. Wethouder VELDHUIZEN zegt dat het beleid al is vastgesteld in het volkshuisvestingsprogramma. Na 4 jaar zal worden geëvalueerd of dit beleid moet worden voortgezet. Daar zijn locaties voor nodig maar de gemeente heeft geen beleid voor grond want er wordt geen eigen grondpolitiek gevoerd tenzij de raad daar anders over besluit. Er zijn op dit moment meer aanvragen dan redelijkerwijs kunnen worden afgehandeld. Het vergt meerdere jaren om tot uiteindelijke bouw te komen, ook al zijn de locaties er. Nieuwe projecten kunnen dus niet zonder meer worden opgepakt omdat met de huidige initiatieven al heel veel woningen worden gerealiseerd en gezien de beperkte capaciteit geven nieuwe initiatieven ook druk op de organisatie. De gemeente heeft geen grondposities en is dus afhankelijk van haar netwerk en externe partijen. Wellicht is het nuttig om in januari een bijeenkomst te organiseren om met elkaar het gesprek te hebben over de ruimtelijke mogelijkheden en de mogelijkheden tot verdichting in het kader van hoe kunnen zaken straks praktisch worden opgelost in voorbereiding op de gesprekken die gedaan gaan worden voor de invulling van de locaties die uit het onderzoek komen.

De mogelijkheden of onmogelijkheden van bijvoorbeeld tijdelijke woningen en alles wat rond woningbouw speelt. Zodra

29

de locaties bekend zijn uit het onderzoek kan dan worden gezegd wij vinden dat het hier toepasbaar zou kunnen zijn of juist niet en daar is dan op voorgesorteerd. In de RIB is de termijn van 6 maanden genoemd maar in maart mag de raad de uitkomsten van het onderzoek verwachten. Er is een gerenommeerde partij ingeschakeld voor dit onderzoek. Er wordt een link gelegd naar de omgevingsvisie en verder wordt gesproken met de woningcorporaties en de provincie. Samen moet hard worden gewerkt aan deze grote opgave. Locatieonderzoek is geen sluitstuk van deze opgave maar een starter die hopelijk nieuwe inzichten biedt. De heer BRINKMAN dankt de wethouder voor de duidelijkheid die is gegeven. De heer JONKERS begrijpt uit de bijgevoegde stand van zaken dat de erfpachtovereenkomst van het Meanderziekenhuis over enkele jaren afloopt maar in de notariële akte van erfpacht staat dat die 3 maart 2025 afloopt. Dat betekent dat de gemeente de opstallen moet terugkopen. Wat is nu de status en zijn deze kosten ook opgenomen in de begroting? De VOORZITTER merkt op dat deze vragen een beetje buiten de orde zijn. Wethouder VELDHUIZEN gaat ervan uit dat de heer Jonkers bedoelt het lijstje dat bij dit agendapunt was toegevoegd maar dat is een lijstje van november 2021. Het is een statusoverzicht van ontwikkelingen die gaande zijn.

De raad krijgt inmiddels een toelichting op de status en dat betekent niet dat het locaties zijn die allemaal al zijn onderzocht maar ze zijn in ontwerp of in behandeling en dat is een andere weergave dan het zoeken naar locaties die geschikt zouden zijn. Wethouder EIJBAARD memoreert dat de raad voor de zomer is geïnformeerd over de status van de erfpacht. Er wordt met Meander op gestuurd dat de erfpacht loopt tot het moment dat ook de overdracht is naar een eventuele ontwikkelaar die het pand gaat ontwikkelen. Daar zijn geen kosten voor opgenomen in de begroting. De heer BOSMAN vindt het hoog tijd dat het locatieonderzoek wordt uitgevoerd zoals ook is afgesproken in het coalitieakkoord want die resultaten moeten gaan landen in de omgevingsvisie. Een locatieonderzoek is wat anders dan de stand van zaken van plannen die in voorbereiding zijn. Het locatieonderzoek is een inventarisatie van plekken waar in de komende 10-20 jaar woningen denkbaar zijn waaraan in Baarn behoefte is en dan met name voor starters waaronder jongeren en senioren die een woning achterlaten.

Dan gaat het niet alleen om nieuwbouw op maagdelijk terrein maar vooral over allerlei vormen van ver- en herbouw, verandering van bestemmingen, optoppen en splitsen van woningen, vormen van wonen met zorg, groepswonen, faciliteiten voor generatie- en pre mantelzorg wonen, tijdelijke woonvormen, prefab woningen, containerwoningen en ideeën om ruimte te maken, bijvoorbeeld door bedrijven uit de dorpskern te verplaatsen. Kan de wethouder garanderen dat de resultaten van het locatieonderzoek gaan landen in de omgevingsvisie die vlak voor de zomer naar de raad komt? Wethouder VELDHUIZEN legt uit dat de resultaten van het locatieonderzoek met de raad worden gedeeld en de omgevingsvisie wordt ook met de raad gedeeld. Dan is het aan de raad om te bepalen of die voldoende in elkaar zijn verweven. Mevrouw DEURLOO is blij dat elke vierkante meter zal worden afgetast binnen en buiten de rode contouren om te bekijken of daar gebouwd kan worden. Het is wel frustrerend dat het vaak zo lang duurt voordat er concreet kan worden gebouwd in een tijd waarin de woonvraag zo enorm groot is. Het college heeft aan Arcadis meegegeven om vooral ook te kijken naar onconventionele en creatieve mogelijkheden. Zou het mogelijk zijn om aan het onderzoeksbureau mee te geven of er 30

snellere mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld prefab woningen voor senioren te creêren en een aantal tiny houses speciaal voorstarters?

De heer SCHOUTEN verwacht dat het locatieonderzoek snel, adequaat, pragmatisch en ook praktisch wordt gedaan waarbij mogelijkheden de boventoon voeren in plaats van de onmogelijkheden, dat er gekeken wordt naar wat kan en dat er soms ook buiten de lijntjes wordt gekleurd en dat het college creatief aan de slag gaat en niet maar weer eens met een

onderzoeksbureau. Helaas is de uitvoering anders en wordt vaker iets nodeloos ingewikkeld

gemaakt.

De heer BRUINS verwacht een lijstje met mogelijke locaties maar de vraag is veel interessanter van wat gaat de gemeente er daarna mee gaat doen. De heer VAN LOON wil die locaties zo snel mogelijk weten en waar vaart kan worden gemaakt moet vaart worden gemaakt. De heer VAN HARDEVELD is voor iedere actie die leidt tot meer woningbouw. Vorige week refereerde spreker aan lijstjes die de afgelopen 12 jaar gecirculeerd hebben over mogelijke woningbouwlocaties. Dat waren geen openbare documenten, juist omdat het vaak ging om locaties die niet in bezit waren van de gemeente. In het onderzoek moet out of de box worden gedacht wat

locaties betreft. De gemeente moet waken voor een maakbaarheidsillusie. Zo gaat de Plus in de

Burgemeester Penstraat ophouden te bestaan en dat is een mooie woningbouwlocatie. Het moet kort worden gehouden want de houdbaarheidsdatum van dit soort overzichten is altijd beperkt. De heer JONKERSvindt de locatie van de Plus supermarkt ook een mooie bouwlocatie. De hele raad wil woningen en het liefst zo snel mogelijk en dan is het best stuitend dat in het derde jaar wordt gezegd dat binnenkort wordt gestart met een onderzoek. Het moet vooral snel en pragmatisch worden gedaan en de vraagis of er wel zo'n onderzoeksbureau nodig is. Snel en pragmatisch moet worden gekeken wat kan worden gedaan.

Mevrouw DEURLOO zegt dat niet aan iets nieuws kan worden begonnen als er nog veel oude

projecten op de plank liggen die niet uitgevoerd waren en inmiddels wel vlot getrokken zijn. Dat heeft ook enige vertraging opgeleverd. De heer JONKERS stelt dat wanneer een onderzoeksbureau wordt ingeschakeld dat ookaan het begin van deze periode had kunnen worden gedaan. Mevrouw STRUIJK deelt het ongeduld van de heer Jonkers. Hopelijk neemthet college alle input die

vanavond genoemd is mee in de uiteindelijke uitwerking van het locatieonderzoek en het wordt graag eind maart tegemoet gezien. Daarnaast is er een toezegging van het college om in januari een praktische avond te organiseren. 5.

Sluiting

De VOORZITTER sluit de vergadering om 00.03 uur. Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” van 20 november 2024. De griffier,

De voorzitter, mevrouw S.H.B. Oeft

Gerlings, 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14853417/1