CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

240918 Verslag Oordeelsvorming in de raadscommissie 18 september 2024

Oordeelsvorming in de raadscommissie 16 oktober 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Vaststellen verslag van Oordeelsvorming in de raadscommissie van 18 september 202411.433 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Baarn Bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” Concept-Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 18 september 2024 in de raadszaal van het gemeentehuis

Voorzitter:

de heer H.J. van Hardeveld

Griffier:

mevrouw C. Heusingveld

Aanwezig:

de heer A. van den Berg (GroenLinks), de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer V.A. Brinkman-Koopal (PvdA), de heer R.M. Bruins (CU), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer W.J.L. Genuit (GL), de heer J.M. Jonkers (VVD), mevrouw E.M. Jacobson (50PLUS), de heer M.R. Korkmaz (VVD), de heer C. Krimp (CDA), de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer M.R. Mascini (VVD), mevrouw K.L. Onkels (GL), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD), de heer A.P. van der Padt (VVD), mevrouw P.A.M. Patrick (PvdA), de heer M.R.N. Schouten (Lijst Schouten), mevrouw E.C. Sluis-Hoogerwerf (VoorBaarn), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), de heer T. Stroo (D66), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66) en de heer R. van Wijk (CDA)

Overige aanwezigen:

de heer M. Eijbaard (wethouder), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder), de heer S. de Vries (wethouder) en de heer H. Prakke (wethouder).

1.

Opening, vaststelling agenda en mededelingen

De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. De komende maanden wordt geëxperimenteerd met de nieuwe wijze van vergaderen met verschillende manieren van behandelen van de agendapunten. De strakke wijze van voorheen van 2 minuten met debatpunten is voorlopig afgeschaft met als doel om meer ruimte te geven om met elkaar te discussiëren en elkaar te bevragen. Daarnaast om nog enige ruimte te geven aan het college om deel te nemen aan het debat. Het advies van de Informatie in de raadscommissie van 11 september jongstleden is dat het raadsvoorstel Voordracht leden Raad van Toezicht van de Stichting Eem-Vallei Educatief direct als hamer- en bespreekstuk door kan gaan naar de raadsvergadering van 25 september en vandaar dat dit punt niet meer als apart agendapunt is opgenomen. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Er is bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Koenders en de heer Van Grinsven en van de burgemeester. 2. Vaststellen verslagen van Debat in de Raad van 19 en 20 juni 2024 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Jeugd op de agenda (940938) 1

De VOORZITTER geeft aan dat de behandeling in 2 termijnen plaatsvindt. In de eerste ronde geven de fracties die dat wensen aan wat hun voorlopige standpunt is. Daarbij kunnen politieke vragen worden gesteld aan de portefeuillehouder. Na de beantwoording door de portefeuillehouder kan er nog een aanvullende vraag gesteld worden. In de tweede ronde kunnen de fracties argumenten nader toelichten, eventuele debatpunten formuleren of vragen formuleren aan de andere fracties. De bedoeling is dat dan het gesprek plaatsvindt tussen de raads- en steunfractieleden en niet meer met het college. De heer SCHOUTEN vraagt zich af wat het doel is van de jeugdagenda en wat de gemeente Baarn hiermee wil bereiken. Op de vraag hoeveel jongeren bij dit stuk betrokken zijn konden de aantallen niet genoemd worden. Deze jeugdagenda heeft een hoog stedelijk gehalte. Geen van zijn 3 kinderen herkent zich in dit beleidsdocument. Wat is het dan het doel en voor wie wordt het gedaan? De heer BRUINS heeft opnieuw technische vragen gesteld want de structurele inzet van de pedagogisch medewerker wordt niet genoemd bij de beslispunten en dat moet uit het stuk zelf worden gehaald maar dat hoort wel in een jeugdagenda en daarover zal volgende week met het college in gesprek worden gegaan. De heer VAN LOON is ervoor om de jeugd te betrekken bij dit plan.

Door samen te kijken naar de toekomst wordt het ook voor deze leeftijdsgroep in Baarn leefbaarder en aantrekkelijker. Hopelijk worden normen en waarden teruggezien bij de jeugd want die worden regelmatig gemist. De € 80.000 voor een jeugdcoördinator lijkt heel rijkelijk beloond. Mevrouw STRUIJK merkt op dat de ambitie Passende voorzieningen en activiteiten een terugkerend thema is waarbij wordt gedacht aan jeugd- en sportverenigingen en toegankelijke ontmoetingsplekken in de openbare ruimte. Is de portefeuillehouder ook bereid om te kijken naar plekken voor indoorplekken die niet per se verbonden zijn aan een vereniging of aan een sport? Bij de ambitie Mentale en fysieke gezondheid en welzijn wordt de uitwerking gemist van de motie over de gevaren van social media en vapen. Is het college van plan om dit op te nemen in het stuk? Waarom wordt het concept Child Friendly Cities niet meer omarmd? Mevrouw SLUIJS vraagt of het standpunt van D66 moet worden geïnterpreteerd als voor mits. Mevrouw STRUIJK zegt dat dit een juiste interpretatie is en dat er misschien nog moties volgen. De heer KRIMP mist het voornemen om bij de evenementen voor de jeugd zoveel mogelijk gebruik te maken en aan te sluiten bij de bestaande structuren. Ondernemers en met name verenigingen zouden een wat meer prominente rol moeten krijgen bij de uitvoering van dit beleid.

De uitgaven moeten gerelateerd zijn aan de doelen. Zowel vooraf als achteraf moet duidelijk zijn dat de uitgaven daaraan gerelateerd zijn en er ook controle op kan worden uitgeoefend. Er dient een samenhangend pakket te komen van activiteiten en niet een pakket aan losse activiteitjes die de ene keer wel en het andere jaar niet worden gedaan. Hoe kan dit door de jeugdcoördinator worden bereikt en is de portefeuillehouder bereid om vooraf een taakomschrijving van de jeugdcoördinator te geven zodat de raad kan zien dat dit inderdaad zo is? Wordt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde of voor onbepaalde tijd gesloten? Is de raad ook van mening dat bij de evaluatie van de jeugd op de agenda daarbij ook het effect van de jeugdcoördinator moet worden meegewogen en beoordeeld?

2

De VOORZITTER merkt op dat de duur van het contract een technische vraag is die alsnog schriftelijk kan worden gesteld. De heer BRINKMAN vindt het een positief idee om een jongerenraad op te zetten maar dit moet concreet worden opgenomen in het beleidsplan. Pit Baarn is enthousiast over het idee van een jongerenraad en benadrukt dat dit een uitstekend middel is om jongeren daadwerkelijk een stem te geven in hun eigen omgeving. Deze jongerenraad dient een jaarlijks nog vast te stellen budget krijgen om zelfstandig activiteiten te organiseren onder begeleiding van de jeugdcoördinator. Dit biedt ruimte voor jongeren om feesten of andere initiatieven te organiseren die aansluiten bij hun wensen. Zien de portefeuillehouder en de raad de logica in van een jongerenraad met passend budget onder begeleiding waarin jongeren kunnen ondernemen, verantwoordelijkheid krijgen en zelf mogen meebeslissen over wat ze willen? Mevrouw SLUIJS memoreert dat de wethouder vorige week heeft toegezegd te rapporteren via de tussenrapportage Sociaal domein en over de jeugdgezondheidsmonitor. In het bijzonder dient de raad te worden geïnformeerd over de effectiviteit van de maatregelen om de mentale gezondheid van jongeren te verbeteren.

Zijn de huidige programma’s voldoende? Waar is nog meer behoefte aan? Daarnaast dient de wethouder ervoor te zorgen dat het Frisfeest en jongerenfestival gerealiseerd worden. Daarbij is het goed om Pit Baarn daarbij te laten bijstaan door andere partijen in Baarn. Mevrouw DEURLOO memoreert dat VoorBaarn zich hard heeft gemaakt voor het Frisfeest en voor het aanstellen van een aparte jeugdcoördinator. Die kan mooie nieuwe initiatieven voor de Baarnse jeugd bewerkstelligen. Het structurele budget voor de jeugdcoördinator lijkt aan de hoge kant. Is er dan niet te weinig geld over voor leuke dingen? In de beantwoording van de technische vragen van de ChristenUnie en de VVD staat een eenmalige post van € 80.000 voor een of meer hangplekken. Hoe komt de wethouder aan dit bedrag en hoe is hij dit te weten gekomen? In hoeverre overlapt de functie van jeugdcoördinator die van de cultuurcoach en hoe verhouden zich die tot elkaar? De VOORZITTER wijst erop dat de vraag over de kosten van hangplekken een technische vraag is en die kan nu niet worden beantwoord. Mevrouw DEURLOO vraagt of de raad het ook een idee vindt om de € 100.000 te gaan labelen zodat precies bekend is hoeveel voor de jongerencoach en hoeveel geld er is voor andere activiteiten.

Is de raad ook van mening dat vooruit moet worden bepaald hoeveel geld van dit budget wordt geïnvesteerd in jongeren en drugs? Is de raad ook van mening dat via het college een beroep moet worden gedaan op allerlei gesubsidieerde organisaties om ze minimaal één keer per jaar een ruimte beschikbaar te laten stellen voor een van de activiteiten voor de jeugd totdat er een eigen plek is voor de jeugd? De heer KORKMAZ heeft moeite met de aanstelling van een jeugdcoördinator in vaste dienst. Er wordt voorgesteld om hiervoor een structureel budget van € 100.000 beschikbaar te stellen en in de technische beantwoording is dat € 80.000 maar deze taak kan prima door Pit Baarn opgepakt worden want er is al een medewerker binnen Pit die zich bezighoudt met jongeren. Het lijkt efficiënter om van de bestaande middelen gebruik te maken in plaats van een nieuwe functie te creëren. De VVD staat volledig achter de noodzaak van een goed jeugdbeleid maar is dit het juiste moment om een extra jeugdcoördinator aan te stellen? De vraag aan de raad is of met het ravijnjaar in zicht de gemeente nu een structurele jeugdcoördinator moet aannemen of dat deze taken beter kunnen worden gelaten bij Pit Baarn. Er is een subsidie van € 50.000 toegekend voor een jongerenfestival maar tot op heden is dit niet gerealiseerd. Het vertrouwen van de jongeren begint bij het nakomen van toezeggingen en concrete 3

acties. Een goed voorbeeld hiervan is het geslaagde Frisfeest. De gemeente moet eerst laten zien dat ze doet wat ze belooft. De VVD staat wel positief tegenover de inzet van een pedagogisch medewerker voor vroeg- en voorschoolse educatie maar dit wordt bij de beslispunten voor het voorliggende voorstel niet teruggezien. Voor het 4e kwartaal wordt extra € 50.000 beschikbaar gesteld. Wordt goed begrepen dat het voor dit jaar € 100.000 is samen met de subsidie? De VOORZITTER merkt op dat de laatste vraag een technische vraag is. Wethouder DE VRIES stelt dat voor het uitvoeren van de jeugdagenda capaciteit nodig is en met de bestaande capaciteit is dat niet mogelijk. Sterker nog, in de jeugdagenda wordt eigenlijk geconstateerd dat bestaande activiteiten niet goed zijn georganiseerd en dat daar een plus op moet. De Kinderburgemeester legt bijvoorbeeld een flink beslag op bestaande medewerkers die er eigenlijk niet voor zijn aangesteld waardoor zij andere werkzaamheden niet kunnen doen. Daarnaast legt het een groot beslag op de ouders van de Kinderburgemeester. Datzelfde geldt voor de begeleiding van de Kinderraad. De jeugdcoördinator moet tegelijk een aanvang maken met hangplekken of andersoortige plekken voor jongeren en dat kan niet bij Pit Baarn worden belegd omdat hier andere gemeentelijke collega’s voor nodig zijn.

De plek moet bijvoorbeeld wel veilig zijn en mag geen overlast veroorzaken en met Openbare ruimte dient te worden overlegd of er geen andere plannen zijn voor dat specifieke gebied. Inmiddels is er een brede welzijnsorganisatie in Baarn maar er is nog wel een stap te maken in de doorontwikkeling in wat ze voor jongeren betekent. Het komt niet goed met het Frisfeest en een Dag voor de jongeren als daar nog andere taken bij worden gelegd. In het budget van € 80.000 zitten veel overheadkosten zoals kantooromgeving en werkzaamheden die toegerekend worden aan de algemene middelen. Daarnaast is er een budget nodig om een aantal kleinere taken die staan beschreven in de jeugdagenda uit te voeren. Wat betreft hangplekken staat het college in principe open voor plekken die wat meer binnen zijn maar het is veel complexer om zoiets in een gebouw te organiseren dan een hangplek in de openbare ruimte. Bij een gebouw moet je immers ook denken aan beheerkosten en huur en dan gaat het om vaak veel hogere en structurele bedragen dan bij de bedragen die nu zijn opgenomen in de jeugdagenda. Met het ravijnjaar in het vooruitzicht moeten niet al te veel structurele verplichtingen worden aangegaan. Mevrouw STRUIJK vraagt of het college bereid is om met sportverenigingen, muziekclubs enzovoort in gesprek te gaan om te kijken of daar iets mogelijk is, ook als je geen lid bent.

Wethouder DE VRIES zegt dat toe. Daarnaast, de vraag van het CDA, zullen verenigingen en ondernemers worden betrokken bij het uitvoeren van de jeugdagenda. Het college heeft bij Eemnes informatie gevraagd over wat de hangplek daar gekost heeft en zo wordt gekomen op een bedrag van € 80.000 voor 1 of 2 hangplekken. Het beantwoorden van technische vragen kost de medewerkers heel veel tijd die ze niet kunnen besteden aan andere belangrijke dingen maar de beantwoording houdt de heer Bruins te goed. De motie over social media en vapen riep op hierover ook in gesprek te gaan met scholen. Dit staat geagendeerd voor een moment met de middelbare scholen. In het programma Gezonde school wordt ingezet op een algemene vorm van preventie binnen het onderwijs. Daarnaast zijn er al kinderen wat betreft social media in beeld bij Pit of het Lokaal Team die daarvoor in bepaalde groepssessies uitgenodigd worden. Hier zal meer informatie over worden verstrekt aan de raad. De tussenrapportage Sociaal domein wordt gebruikt om de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de uitvoering van de jeugdagenda. De gemeente moet nog leren om te werken met

4

het Child Friendly Cities concept. Het gaat worden geprobeerd en dan kan worden bezien of het helpt. De jeugdcoördinator komt met een samenhangend pakket aan activiteiten maar het is belangrijk om ook het initiatief bij jongeren te beleggen met daarbij de begeleiding door de jeugdcoördinator. In het college zit een oud-lid van een jongerenraad. Het college is op zoek naar betere instrumenten om jongeren te betrekken en een jongerenraad zou daar een voorbeeld van kunnen zijn maar in de jeugdagenda is daarvoor nu geen budget opgenomen en op basis van het verleden zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de representativiteit of het echt lukt om veel jongeren te vertegenwoordigen en hoe zorg je ervoor dat het ververst en aangevuld wordt met een nieuwe generatie jongeren. Er moet dus beter over worden nagedacht of dit instrument weer vorm wordt gegeven. De heer KORKMAZ vraagt of goed wordt begrepen dat de jeugdcoördinator nodig is voor de projecten Kinderraad en Kinderburgemeester. Kunnen deze projecten niet worden gerealiseerd zonder deze coördinator aan te stellen? Wethouder DE VRIES legt uit dat de coördinator in beeld is voor een hele trits aan werkzaamheden waarbij een aantal voorbeelden zijn genoemd. Mevrouw DEURLOO heeft nog steeds moeite met de € 80.000 voor de jeugdcoördinator.

Het zal een jeugdig persoon worden en waarom moet die dan al in zo’n hoge schaal vallen? De wethouder heeft het dan ook over overheadkosten maar kan dit nader worden uitgelegd? Wethouder DE VRIES stelt voor dat hierover een technische vraag wordt gesteld want dan kan worden uitgelegd wat het aanvangssalaris is en wat de overige kosten zijn die nodig zijn om iemand op het gemeentehuis te laten werken. Overigens is het gebruikelijk voor elke organisatie om overheadkosten te rekenen. De heer KRIMP vraagt hoe de initiatieven worden getoetst aan de doelen voor dit beleid en of de verantwoording daarvan wordt meegenomen in de evaluatie. Wethouder DE VRIES legt uit dat doelen worden opgesteld om daarmee een maatschappelijk effect te bereiken. In de evaluatie wordt gerapporteerd over het maatschappelijk effect dat is bereikt op basis van de doelstellingen die zijn gesteld. De VOORZITTER benadrukt dat de beantwoording van technische vragen die nu nog gesteld worden niet meer voor de aanstaande besluitenraad beantwoord kunnen worden. Daarom dienen technische vragen in een zo vroeg mogelijk stadium te worden gesteld. Mevrouw STRUIJK vraagt hoe de raad denkt over de indoorplekken, bijvoorbeeld een graffiti workshop bij een vereniging.

Mevrouw SLUIJS zegt dat het aan de jongeren is om te bepalen waar ze graag een hangplek willen maar als zij een indoorplek een goed idee vinden is dat prima. De heer BRINKMAN sluit zich daarbij aan. Mevrouw DEURLOO vindt dit een goed idee maar het moet aan de jongeren worden voorgesteld. De heer KORKMAZ is er ook voor. 5

De heer KRIMP zegt dat als de jeugd daar behoefte aan heeft en de mogelijkheden er zijn binnen de door de portefeuillehouder aangegeven beperkingen dit moet kunnen. De heer BRUINS is benieuwd waar dit vandaan komt want dit wordt al gedaan bij SV Baarn met een opvang na schooltijd in een ontmoetingsruimte. Dan is het al bestaand beleid en hoeft het niet in de jeugdagenda te worden opgenomen. De heer KORKMAZ wijst erop dat er meerdere malen jongeren zijn geweest die hebben aangegeven dat ze graag een objectief terrein willen hebben. Vandaar waarschijnlijk de boodschap en de vraag van mevrouw Struijk. De heer BRUINS stelt dat een objectief terrein nooit kan zijn bij een sportvereniging, dansvereniging enzovoort. Objectief is een eigen plek en dan zou de gemeente zelf een locatie moeten bedenken waar de jeugd iets kan doen. Mevrouw DEURLOO zegt dat die indoorplekken verschillende plekken kunnen zijn. Dat hoeft niet bij SV Baarn maar het kan ook bijvoorbeeld in het Poorthuis. Er zijn verschillende groepen die zich op verschillende plekken goed voelen en daar gaat het om. De heer SCHOUTEN merkt op dat veel verenigingen schreeuwen om vrijwilligers en dan moeten ze bovendien nog overdag voor kinderopvang spelen. Daar zijn wat beren op de weg. De heer BRINKMAN stelt dat een jeugdcoördinator dit allemaal perfect kan organiseren en delegeren.

De heer SCHOUTEN zegt dat er dan sprake moet zijn van een hele bijzondere jeugdcoördinator die op verschillende plekken tegelijk kan zijn. Mevrouw DEURLOO wijst erop dat het hier niet gaat om naschoolse opvang of kinderopvang maar om activiteiten voor kinderen. De heer SCHOUTEN zegt dat het gebouw zal moeten worden opengemaakt met een sleutel en de beheerder zal aanwezig moeten zijn. Mevrouw STRUIJK geeft aan dat Unicef in de hele wereld pleit voor Child Friendly Cities. Wellicht gaat in Baarn gebruik worden gemaakt van een checklist die daarbij hoort maar het is een meerjarig programma waar de gemeente een soort convenant voor kan tekenen waarbij de gemeente zegt dat zij aansluit bij de ambitie die het programma voor staat. Er komt eerst een nulmeting. Vervolgens wordt gekeken welke activiteiten je kunt ontplooien en een groot deel daarvan staat al op de jeugdagenda. Daarnaast kan Baarn zich dan meten met andere steden in Nederland en in de wereld. Hoe denkt de raad erover dat Baarn zich daarbij zou aansluiten? De heer KORKMAZ meldt dat dit idee in de fractie zal worden besproken en dat erop wordt teruggekomen. De heer SCHOUTEN vraagt zich af wat de jeugd ervan vindt.

6

Mevrouw SLUIJS vindt het op zich een goed idee maar komen hier kosten bij kijken en gaat het extra werk opleveren voor het team? Dan is het beter om eerst te kijken bij de gemeente Gooise Meren die al bij dit initiatief is aangesloten om hun ervaringen te horen of het echt die investering waard is. Mevrouw STRUIJK zegt dat het een goede zaak is om hiervoor bij de gemeenten Gooise Meren en Den Haag informatie op te halen maar zijn er raadsleden die willen kijken of dit mogelijk is? Niet meteen het convenant tekenen want dat zou een stap te ver zijn. De heer BRUINS is benieuwd naar de meerwaarde ten opzichte van de jeugdagenda die nu voorligt. Mevrouw STRUIJK geeft aan dat Unicef een aantal hulpmiddelen heeft ontwikkeld waar de gemeente gebruik van zou kunnen maken en Baarn is dan vergelijkbaar met andere gemeenten. Baarn volgt dan een wereldwijd programma waarin gemeenten al een aantal zaken hebben uitgeprobeerd. De basis hiervan is het Verdrag voor de rechten van het kind en dat is volledig uitgewerkt in dit programma. De heer KRIMP staat er niet negatief tegenover maar wil het idee bespreken in de fractie. De heer BRINKMAN vindt het in principe een goed idee om het te onderzoeken en dat zal worden besproken in de fractie. De gemeente kan alle hulp gebruiken als het gaat om de jeugd. Daarnaast moet worden bekeken of het past bij de huidige agenda.

De heer VAN LOON stelt dat er veel dingen nieuw zijn en dat het daarom beter is om eerst even te kijken hoe het gaat lopen. Mevrouw SLUIJS zegt dat als de gemeente prioriteit wil maken van jeugdbeleid er ook capaciteit moet zijn om ervoor te zorgen dat de ambities bewaakt worden en dat iemand zich er helemaal op kan toeleggen zoals op dit moment de participatiecoördinator die op elk domein van de gemeente bewaakt dat er participatie wordt doorgevoerd. De jeugdcoördinator brengt op alle terreinen mensen bij elkaar en verbindt. Mevrouw STRUIJK vindt ook dat er voldoende capaciteit moet zijn om al die zaken in de agenda uit te voeren en dat mag dus ook wat kosten maar wellicht is er een combinatie te maken met de cultuurcoach en zou daarmee iets in fte kunnen worden bespaard. De heer BRUINS memoreert dat de raad enkele maanden geleden heeft gesproken over 2 boa’s in de Laanstraat en dat kon niet structureel in verband met het jaar 2026. Gaat de raad daar nu anders over denken? De heer KORKMAZ zegt dat dit ook het debatpunt van de VVD is van moet de gemeente wel een jeugdcoördinator aannemen met het oog op het ravijnjaar 2026? Bovendien waarom een jeugdcoördinator direct structureel aannemen en niet eerst evalueren of het effect heeft gehad en dan kijken naar een eventuele structurele toepassing? Mevrouw SLUIJS wijst erop dat de plannen over meer jaren gaan.

Er kan niet worden gezegd na een jaar dat de jeugdcoördinator kan vervallen en dat de initiatieven dan vanzelf wel doorgaan. De heer BRINKMAN is ook van mening dat het een project is van lange adem. Het kost energie om bijvoorbeeld een Frisfeest meerjarig op te zetten. Het is goed dat nu naar een langetermijnvisie wordt gekeken en hoe de jeugd echt op de kaart kan worden gezet in plaats van een kort traject. Mevrouw DEURLOO zegt dat het ook belangrijk is dat de jeugd op de kaart wordt gehouden. 7

De heer KRIMP hoopt dat de jeugdcoördinator de meerwaarde gaat brengen die ervan wordt verwacht. Mede gezien het ravijnjaar zou toch moeten worden gekeken of het niet mogelijk is om een deel van de activiteiten bij Pit Baarn of een andere organisatie te beleggen waardoor de jeugdcoördinator efficiënter kan worden ingezet. Daarom ook de vraag of dit tijdelijk of structureel moet worden en er dient een evaluatie plaats te vinden over de effectiviteit van de jeugdcoördinator voor de activiteiten. De heer BRINKMAN stelt dat wel naar de lange termijn moet worden gekeken en niet naar de korte termijn want als nu al wordt bezuinigd op de jeugdcoördinator of de jeugd en er minder activiteiten worden georganiseerd; als er geen activiteiten of voorlichtingsprogramma’s worden georganiseerd zal de wachtrij bij Pit Baarn weer oplopen. De heer SCHOUTEN vraagt welke wachtrij bij Pit de heer Brinkman bedoelt. De heer BRINKMAN legt uit dat het landelijk bekend is dat er heel veel jeugd op de wachtlijst staat en dat er heel veel aandachtspunten naar de jeugd gaan. De zorgvraag die er nu al bij Pit ligt zal nog groter worden als daarvoor niets wordt georganiseerd. De heer SCHOUTEN vraagt of de jeugdcoördinator straks ook doet aan zorg verlenen.

De heer BRINKMAN stelt dat een jeugdcoördinator ook met scholen in gesprek kan gaan door bijvoorbeeld groepsgesprekken en evenementen te organiseren waardoor de gemeente in contact staat met de jeugd en hierdoor de druk bij de jeugd wordt weggehaald. Mevrouw SLUIJS vindt het een goed idee om het werk van de jeugdcoördinator te evalueren als de jeugdagenda wordt geëvalueerd om te zien of hier sprake is van de juiste inzet. Een jeugdcoördinator kan veel partijen bij elkaar brengen omdat die het overzicht heeft over alles wat er gebeurt in de gemeente. De heer KORKMAZ is ook voorstander van evalueren maar een jeugdcoördinator hoeft geen zorgtaken te verlenen. Het gaat om projecten waarmaken voor de jongeren en daar moet de jeugdcoördinator zich op focussen. De heer VAN LOON zegt dat nu eerst moet worden gekeken wie er in huis komt en wat die kan presteren. Na de evaluatie kan worden gekeken wat die wel of niet heeft gehaald aan doelen. Eventueel kan na de evaluatie het salaris wat omhoog. Mevrouw STRUIJK wijst erop dat het jeugdbeleid als structureel wordt gepresenteerd en dat rechtvaardigt structurele inzet.

Ziet de VVD het jeugdbeleid als incidenteel en dat dit projectmatig moet worden aangepakt en van jaar tot jaar bekijken of de gemeente dat wel moet blijven doen? De heer KORKMAZ vindt het handig om het incidenteel te doen en na een evaluatie kan worden bekeken of het geslaagd is. Vervolgens kan het wel of niet worden voortgezet. Steunen de andere raadsleden de aanstelling van een coördinator voor de voor- en voorschoolse opvang? Mevrouw SLUIJS vindt dit een logisch onderdeel van een doorlopend jeugdbeleid dat al begint vanaf jonge leeftijd.

8

De heer BRUINS is niet tegen een pedagogisch medewerker maar het gaat erom of die thuishoort binnen de jeugdagenda of meer binnen het sociaal team. Waarschijnlijk het laatste en dan moet daar ook de formatie voor worden geregeld maar hierover worden nog antwoorden van de wethouder verwacht voor maandag 17:00 uur. Mevrouw DEURLOO is ook van mening dat een pedagogisch medewerker niet thuishoort op de jeugdagenda. Mevrouw STRUIJK stelt dat dit stuk gaat over jeugd en daar hoort een pedagogisch medewerker bij. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat de portefeuillehouder heeft gezegd een beroep te doen op verenigingen voor het beschikbaar stellen van accommodatie en dat dit niet op de toezeggingenlijst hoeft maar dat het college dit gewoon gaat doen. Ondernemers en verenigingen worden betrokken bij de uitvoering van het plan. Twee wethouders hebben gezegd dat er uitvoering wordt gegeven aan de motie over sociale media en vapen. Het voorstel gaat als bespreekpunt naar de raad. 4. Algemene subsidieverordening 2024 (920666) De heer MASCINI constateert dat de in de coalitie afgesproken werkwijze niet is overgenomen want daarin staat dat aan de hand van objectieve criteria gemotiveerd zal moeten worden wat het maatschappelijk rendement van de activiteit voor de gemeenschap is. Definities hiervan ontbreken.

Op vragen van de heer Bosman antwoordde de wethouder vorige week dat dit wel gebeurt en dat bevreemdt de VVD. De coalitie kan dus niet instemmen met de verordening in de huidige vorm. Een stijging van 50% naar een drempelbedrag van € 7500 toekenning zonder verantwoording achteraf maar er moet zorgvuldig worden omgegaan met gemeenschapsgeld. Een jaarlijkse steekproef onder 10% van de aanvragers is op zijn plaats. Anders is zo’n stijging ongewenst. Hoe kijken de andere fracties hiernaar? De samenstellingsverklaring voor subsidies tussen € 75.000 en € 375.000 is echt te mager want iedere AA-accountant of gecertificeerde boekhouder heeft de bevoegdheid om een samenstellingsverklaring af te geven. Een beoordelingsverklaring zou het minimaal vereiste moeten zijn. Hoe kijken de andere fracties hiernaar? Voor subsidies tussen de € 375.000 en € 750.000 wordt een vierjaarlijkse controleverklaring plus jaarlijkse samenstellingsverklaring voorgesteld. Extreem mager. Een tweejaarlijkse controleverklaring in combinatie met een tweejarige beoordelingsverklaring is zorgvuldiger en op zijn plaats. Hoe kijken andere fracties hiernaar? Hoe heeft het college de afweging gemaakt summiere controle versus de verplichting om zorgvuldig met het gemeenschapsgeld om te gaan? De volgende 2 leden kunnen vervallen omdat ze makkelijk leiden tot verwarring, onwenselijke situaties of willekeur.

Het gaat om artikel 3.2, lid 3. Bij subsidieregeling kunnen andere aanvraagtermijnen worden vastgesteld. Artikel 3.3, lid 6. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Dit betreft aan te leveren documenten bij de aanvraag van een subsidie. Hoe kijken de andere fracties hiernaar? Voor de zomervakantie zijn door de VVD veel vragen gesteld over de subsidieverlening maar die vragen zijn op dit moment gedeeltelijk, ontwijkend of nog niet volledig beantwoord. Hier zal te zijner tijd nader op worden teruggekomen. Mevrouw DEURLOO constateert dat voor bedragen tot € 7500 geen controle of verantwoording gaat plaatsvinden en dat voor bedragen tussen de € 75.000 en € 375.000 een samenstellingsverklaring is vereist. Welke controle wordt dan uitgevoerd op bedragen tussen € 7500 en € 75.000? 9

Deze controles zullen ook weer de nodige ambtelijke capaciteit vergen. Zou het dan niet een goed idee zijn om structureel van iedere subsidieontvanger een rapportage te wensen maar dat de gemeente dan steekproefsgewijs bepaalt bij bepaalde bedragen om die te controleren? Wat vindt de raad hiervan? De heer BOSMAN constateert dat grote subsidieontvangers een aanvraag goed moeten onderbouwen en kleine subsidieontvangers of subsidieontvangers met repeterende activiteiten hoeven minder aan te leveren dan nodig. Dat leidt tot een betere balans tussen subsidiebedragen en de kosten die de gemeente maakt om de subsidie te verstrekken. De heer VAN DER LINDEN zegt dat de actualisatie van de subsidieverordening voor een stevig kader zorgt dat aansluit op de praktijk en tegelijk een betere waarborg biedt voor het doelmatig en rechtmatig besteden van publieke middelen. De uitbreiding van de subsidieverordening naar subsidies die in de verordening zijn opgenomen zorgt voor een gelijk speelveld en eenduidigheid in de behandeling van alle subsidies. De verhoging van de drempelbedragen geeft een significante vermindering van de administratieve lasten voor zowel de gemeente als de subsidieontvangers. Er is nu de mogelijkheid om maatwerk te leveren per beleidsterrein wat de efficiëntie verder zal verbeteren.

De aanscherping van de interne processen zorgt ervoor dat er nog steeds voldoende waarborgen zijn om oneigenlijk gebruik, fraude of misbruik te voorkomen. De mogelijkheid om te onderzoeken of meerjarige subsidies verstrekt kunnen worden is een belangrijke toevoeging. Dit geeft subsidieontvangers meer zekerheid en vermindert de administratieve lasten, vooral voor de organisaties die structureel afhankelijk zijn van subsidies. De heer VAN WIJK volgt de beraadslagingen graag, met name de verhouding kosten/baten. Het CDA wil er graag in meedenken dat de kosten niet te hoog worden ten opzichte van de baten die uitgegeven worden aan de subsidie. De heer STROO constateert dat goed is gekeken naar de aanbevelingen van de rekenkamer en het is fijn dat een aantal bedragen wat zijn opgehoogd om de administratieve lasten te verlichten voor zowel de gemeente als de subsidieontvanger. De heer VAN LOON zou graag zien dat het advies van de rekenkamer gevolgd wordt om prestatieindicatoren te gaan gebruiken. Tevens is het aanleveren van een activiteitenplan zeer gewenst voor de grote 4 subsidieontvangers. Vooral om te kunnen checken of er voldaan wordt aan de afgesproken prestaties. Er gaat geen gestructureerde informatie naar de raad over het functioneren en presteren van de grote subsidieontvangers.

De rekenkamer vindt dat een gemis gelet op het maatschappelijke belang van deze instellingen en de aanzienlijke bedragen die zij als subsidie ontvangen. Moet er ook niet gekeken worden naar afspraken over prestaties leveren? De heer BRUINS merkt op dat het goed lijkt om het college meer ruimte te geven maar aan de andere kant staat dit haaks op meer controle die de raad wenst en de gaten in 2026. Daar wil de fractie nog even over nadenken. De heer SCHOUTEN heeft ook na 5 keer lezen het antwoord van het college op een technische vraag nog steeds niet begrepen. Het is bijzonder dat wanneer een subsidieontvanger te veel op popt het college kan besluiten tot een vergoeding of terugbetaling maar dat die subsidieontvanger mede mag bepalen waar het geld aan uitgegeven wordt. Dat is het ultieme voorbeeld van het in stand houden van de potjescultuur met het motto het potje moet leeg. Het zou logischer zijn als het dan

10

terugvloeit in de algemene reserve. De controle wordt daarnaast veel lastiger en de bevoegdheden van het college lijken toe te nemen. Hoe kijken de andere fracties aan tegen de controle? Is dit voldoende geborgd? Wethouder PRAKKE legt uit dat dit de algemene subsidieverordening is. Het is een kapstok voor alle subsidieregelingen die door het college worden vastgesteld en in die regelingen staan prestatieindicatoren voor bijvoorbeeld duurzaamheid en dat zijn andere prestatie-indicatoren dan voor bijvoorbeeld jeugd of op het gebied van cultuur. Daarnaast zijn er de begrotingsposten als De Speeldoos en Pit Baarn. Daarmee wordt een aantal keren per jaar om tafel gezeten en wordt op papier gezet wat wordt verwacht en aan het eind van het jaar wordt het gesprek aangegaan over de verantwoording van de subsidie. In alle subsidieregelingen en in de begrotingsposten komen prestatie-indicatoren dus wel degelijk aan de orde. Het college vraagt aan de subsidieontvangers tussen € 7500 en € 75.000 aan het eind van het jaar een activiteitenverslag en een financieel verslag. Daarover gaat het college met hen in gesprek en wordt gekeken of alles precies is uitgevoerd en of de doelen zijn behaald. Het uitgangspunt van het college is om uit vertrouwen te handelen en ruimte te geven aan de organisaties om invulling te geven aan de subsidie.

Tot € 7500 als er iets anders gebeurt of de activiteiten worden niet uitgevoerd, dan moeten ze dat direct melden. Voor veel subsidieontvangers kosten een samenstellingsverklaring of een controleverklaring veel geld, tijd en energie. Als het om grote bedragen gaat is dat prima met een samenstellingsverklaring of een controleverklaring maar in deze verordening wordt getracht om ruimte te geven, juist voor de kleine bedragen, om uit te gaan van het vertrouwen. Het kan zijn dat na een aantal jaren wordt geconstateerd dat iemand een subsidie van € 5000 heeft ontvangen en dat dit misschien niet helemaal is goed gegaan. Als daar het controleapparaat tegenover wordt gezet dat veel meer kost dan die € 5000 wordt het risico gelopen dat dit eens in de zoveel jaar gaat gebeuren. Als de raad dat niet wil betekent dat een extra administratieve last voor de gemeente en voor de vereniging. Mevrouw DEURLOO vraagt of het klopt dat de controle van de grote subsidieontvangers niet met de raad wordt gedeeld. Wethouder DE VRIES zegt dat dit op verzoek altijd kan worden gedeeld met de raad. Omdat het informatie is die voor iedereen toegankelijk moet zijn wordt gekeken op basis van de Wet open overheid om aan het subsidieregister de beschikking en de verantwoording toe te voegen.

Als de raad over individuele subsidieontvangers informatie wil ontvangen over de beschikking, de criteria, de indicatoren en de verantwoording zal dat op een rij worden gezet. De heer MASCINI vraagt waarom dit zou leiden tot extra kosten voor de gemeente als alleen de subsidieontvangers tot € 7500 worden gepakt en steekproefsgewijs wordt 10% van de aanvragen doorgelicht. De aanvraag van € 7500 is geen blanco cheque en de aanvrager denkt dan 3 keer goed na voordat die de aanvraag invult. Bij de hoge bedragen van meer dan € 375.000 staan veel kosten tegenover voor de subsidieontvanger maar die krijgen ook een hele hoop geld. Waarom maakt de gemeente Baarn een andere afweging dan bijvoorbeeld de RVO die bij de subsidieverstrekking bepaalde producten in categorieën heeft neergezet. Het kost tussen de € 10.000 en € 15.000 om die verklaring te krijgen maar die zijn er niet voor niets. Wethouder PRAKKE legt uit dat op dit moment voor alle aanvragen tot € 5000 geen beoordelingsverantwoording wordt gedaan en daar wordt nu alleen de inflatie op toegepast. Het kan een overweging zijn om er af en toe de thermometer in te steken voor kleinere subsidiebedragen. De Speeldoos zegt dat ook daar de accountantskosten oplopen en die wil eigenlijk meer subsidie

11

hebben om ook de accountant te kunnen betalen. Het college is al 3-4 keer per jaar met De Speeldoos in gesprek en ze moet alles transparant neerzetten. Het risico is daarom heel beperkt. De heer MASCINI is in principe niet tegen de stijging van het drempelbedrag tot € 7500 maar wat is ertegen om jaarlijks een steekproef te doen van 10% onder de 40 aanvragers. Dat zal preventief werken als dat bekend is. Hoe denkt de raad hierover? De heer VAN LOON is het met vorige spreker eens. De heer VAN WIJK voelt met de VVD mee maar de kosten en de baten moeten met elkaar in balans blijven. De gemeente mag best zeggen dat er een kans is op controle maar om dat structureel te doen gaat net te ver bij dit soort kleine bedragen. De heer MASCINI stelt dat wanneer 4 keer per jaar zo’n controle plaatsvindt een medewerker van de gemeente daar telkens een uurtje mee bezig is. Als het percentage het probleem is kan de gemeente ook zeggen we controleren steekproefsgewijs. Dan zijn de aanvragers nog zorgvuldiger. De heer VAN WIJK kan deze aanpak waarderen. De heer SCHOUTEN vindt dat dit steekproefsgewijs moet worden gecontroleerd maar de subsidieontvangers tot € 7500 kunnen ook worden verplicht om bonnetjes in te leveren. Dat werd in het verleden wel gedaan en dat kan al een kleine verantwoording zijn. Mevrouw DEURLOO is het daar helemaal mee eens en daarmee vervalt het debatpunt van VoorBaarn.

De heer VAN DER LINDEN vraagt zich af hoeveel mensen een aanvraag indienen met het idee het is gratis geld, dus laten we het maar doen. In de aanvraag zou wel moeten worden gesteld uw aanvraag kan gecontroleerd worden. Dit geeft immers een extra administratieve last voor de gemeente en de subsidieontvanger is er ook meer geld aan kwijt. De heer BOSMAN is met de wethouder van mening dat uit moet worden gegaan van vertrouwen maar de vermelding dat de aanvraag kan worden gecontroleerd werkt wellicht preventief voor de enkeling die er kwade bedoelingen mee heeft maar het stellen van een percentage is niet goed omdat dit ook administratieve lasten voor de gemeente geeft. De heer STROO vindt het niet zinvol dat de gemeente die controle uitvoert. Het aanvragen van zo’n subsidie betekent immers voor beide kanten een grote lastendruk en als er een controle wordt uitgevoerd is er meer tijd nodig dan een uurtje. Natuurlijk kan wel de tekst worden opgenomen dat het kan worden gecontroleerd. De heer MASCINI kan prima leven met de suggestie dat in de subsidieaanvraag wordt gezegd dat het gecontroleerd kan worden. De samenstellingsverklaring voor subsidies tussen de € 75.000 en € 375.000 is echt te mager want iedere AA-accountant of geverifieerde boekhouder die bij het samenstellen van de jaarrekening is betrokken kan zo’n verklaring afgeven.

Het minimale vereiste zou een controleverklaring moeten zijn. De RVO voert de subsidiebetaling uit voor onder andere corona en die heeft 4 verschillende categorieën. Waarom zou de gemeente Baarn daarin coulanter moeten zijn dan de rijksoverheid? De heer SCHOUTEN vraagt om wat voor bedragen dan wordt gesproken. 12

De heer MASCINI legt uit dat een samenstellingsverklaring tussen de € 5000 en € 7500 kost, een beoordelingsverklaring tussen de € 7500 en € 12.500 en een controleverklaring € 10.000-€ 15.000. De heer BOSMAN gaat ervan uit dat het bij organisaties met een subsidiebedrag rond de € 375.000 dan 3% van dat bedrag zou moeten worden besteed aan die verklaring en dat zal waarschijnlijk resulteren in een hogere subsidieaanvraag. De heer MASCINI stelt dat zo’n organisatie sowieso een samenstellingsverklaring zal moeten inleveren en het verschil met een beoordelingsverklaring zou er dan bijkomen en dat is ongeveer 1%. De heer BRUINS is het eens met de heer Mascini. Er wordt steeds gesteld dat verenigingen het subsidiebedrag verhogen wanneer ze een accountantsverklaring moeten inleveren maar is dat een veronderstelling of is dat ergens op gefundeerd? De heer VAN WIJK zegt dat wanneer de organisatie € 2000-€ 3000 meer moet uitgeven aan de accountant die minder kan uitgeven aan de doelen waarvoor subsidie wordt ontvangen. De heer STROO wijst erop dat een subsidieaanvrager een uitgebreide begroting moet inleveren waarin ook de kosten van de accountant zijn opgenomen. De gemeente subsidieert dit dus al. Dat is zonde en het is beter als het geld wordt uitgegeven voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt verkregen en niet aan een uitgebreidere controle. De huidige controle is voldoende.

De heer VAN DER LINDEN is het helemaal eens met de heer Stroo. De heer MASCINI stelt dat wanneer iemand besluit dat bepaalde documenten niet hoeven te worden aangeleverd dat zo is en datzelfde geldt voor de aanvraagtermijn. Het kan nu alle kanten op. Wat betreft de subsidies tussen € 375.000 en € 750.000. Daar wordt een vierjaarlijkse controleverklaring geëist met een jaarlijkse samenstellingsverklaring. Beter is een tweejaarlijkse controleverklaring en het jaar daarna de tweejaarlijkse beoordelingsverklaring. Het gaat om heel veel geld en er is geen enkele reden om daar zo coulant mee om te gaan. De heer STROO heeft dezelfde reactie als bij het vorige debatpunt maar de gemeente moet uitgaan van vertrouwen. De heer MASCINI geeft aan dat in hoofdstuk 3 de leden over de aanvraag van de subsidie moeten vervallen omdat ze makkelijk leiden tot verwarring, onwenselijke situaties en willekeur. Dit betreft artikel 3.2, lid 3 waar staat dat bij subsidieregeling andere termijnen kunnen worden vastgesteld. Datzelfde geldt dan voor artikel 3.3 lid 6 waar staat dat bij subsidieregeling van de voorgaande leden kan worden afgeweken.

Die gaan over dat de subsidievraag digitaal moet worden ingediend, dat gegevens moeten worden aangeleverd over de maatschappelijke effecten die worden nagestreefd, de beschrijving van de activiteiten, hoe die activiteiten gaan bijdragen aan de door de gemeente gewenste maatschappelijke effecten, een begroting en het dekkingsplan voor de kosten en de activiteiten, een dekkingsplan voor opgaven van andere subsidies et cetera. De heer VAN WIJK adviseert de heer Mascini om een amendement in te dienen waarna de fractie het serieus kan bekijken. De heer STROO ziet eveneens een dergelijk amendement tegemoet.

13

De heer BOSMAN heeft gelezen dat er een lijst is van een aantal subsidieregelingen die later door het college zal worden vastgesteld en in de verordening staat niet meer dat in de eventuele subsidieregelingen andere termijnen kunnen worden aangehouden. Dat is geen willekeur maar een amendement op de algemene regeling. De heer MASCINI constateert dat per subsidieregeling kan worden besloten om af te wijken van de termijn en de ene organisatie moet wel een jaarrekening inleveren en een andere niet enzovoort. Dat is willekeur. Als een organisatie iets aanvraagt moeten de regels duidelijk zijn. Hierover zal een amendement worden ingediend. De heer VAN DER LINDEN wacht het amendement af en dan zal het in de fractie worden besproken. Mevrouw DEURLOO is van mening dat de VVD een goed punt heeft. Het is inderdaad te verwarrend en de fractie ziet het amendement tegemoet. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. Er zou geprobeerd worden om meer op hoofdlijnen te vergaderen maar dat is in de eerste helft van de vergadering nog niet zo gelukt. Daarom de vraag om het nu echt op hoofdlijnen te houden. 5.

Verordening Bedrijveninvesteringszone Vastgoed Baarn Centrum (950825) De heer BOSMAN vraagt of de portefeuillehouder het met GroenLinks eens is dat de slagkracht van de Gouden Driehoek nog groter zou worden als het verzorgingsgebied van de BIZ zou samenvallen met dat van de Coöperatie Ondernemers Centrum Baarn. De heer BRINKMAN waardeert de collectieve investering van vastgoedeigenaren voor een levendig centrum. Kleine vastgoedeigenaren moeten goed betrokken worden en blijven en duurzaamheid en sociale toegankelijkheid mogen een grotere rol spelen. Ook hecht de fractie belang aan een eerlijke en transparante draagvlakmeting. De heer VAN WIJK vraagt of de andere raadsleden zich goed realiseren dat er twee belastingsystemen zijn in het centrumgebied en in de aanloopstraten. De heer STROO kan zich aansluiten bij vorige sprekers en is benieuwd naar het antwoord van de wethouder op de gestelde vragen. De heer VAN LOON zal instemmen met het raadsvoorstel want iedereen wil een mooi levendig centrum met leuke activiteiten, veiligheid en gezelligheid. Het is belangrijk dat er geen leegstand is en komt. Het is mooi om te zien dat de BIZ veel ambities heeft. De heer SCHOUTEN merkt op dat is overwogen om ook andere straten zoals de Nieuwstraat te betrekken bij de BIZ maar de pandeigenaren vrezen voor minder duidelijkheid en minder draagkracht.

Pandeigenaren die buiten de BIZ vallen maar waarvan de huurder wel bijdraagt aan de reclamebelasting zullen ook in deze hun verantwoordelijkheid nemen en dus ook € 400 per jaar gaan afdragen. Het is te prijzen dat die pandeigenaren het grote plaatje zien.

14

De heer VAN DER PADT hoopt dat het voorstel zal bijdragen aan een verdere verlevendiging van het centrum. Mevrouw DEURLOO zegt dat dit begin een solide basis is en als het een succes is zullen hopelijk andere winkeliers zich erbij aansluiten. Wethouder VELDHUIZEN merkt op dat is besloten door de pandeigenaren in overleg met de coöperatie van centrumwinkeliers om te beginnen met een beperkt aaneengesloten gebied om daarmee het draagvlak te krijgen en op enig moment uit te gaan breiden. De heer VAN WIJK vraagt of het een idee is om in de draagvlakmeting mee te nemen of de vastgoedeigenaren buiten het centrumgebied, dus in de aanloopstraten, zich ook geroepen voelen om lid te worden van de BIZ. Wethouder VELDHUIZEN legt uit dat de hele voorbereiding al klaarligt om de stemming op te starten en dit zou uitstel betekenen. De invoering van de BIZ zal dan in ieder geval vertraging oplopen. De heer VAN WIJK trekt zijn vraag terug over de 2 belastinggebieden omdat hij het proces geen vertraging wil laten oplopen. Wethouder VELDHUIZEN vult aan dat de pandeigenaren in de aanloopstraten wel hierover zijn geïnformeerd en geraadpleegd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 6. Meerjaren Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte (972015) Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF is blij met de opzet waarin de nodige flexibiliteit ingebouwd.

Het sturen op jaarkredieten geeft de ruimte voor de belangrijke flexibiliteit. Hopelijk brengt dit zoveel rust en voorspelbaarheid met zich mee dat ook kleinere projecten hiervan in de toekomst kunnen profiteren. Dan wordt gedacht aan de play fountain, de Brink, de Wilhelminavijver, andere vijvers en kleinere openbare ruimteprojecten. Mevrouw MARTENS vindt een goed onderhouden openbare ruimte heel belangrijk want het draagt ook bij aan het welzijn en de veiligheid van de inwoners. Een integrale aanpak met de mogelijkheid om flexibel te blijven spreekt de VVD aan. Voortdurend opengebroken straten zijn immers een nachtmerrie, niet alleen voor bewoners maar ook zeker voor ondernemers. De heer SCHOUTEN is van mening dat dit raadsvoorstel een blanco cheque is en in de jaarrekening wordt gezien wat met het geld gedaan is. De ene keer wordt subsidie vanuit de provincie wel meegerekend en de andere keer is het een mogelijke subsidie maar als alles is afgerond wordt wel gezien wat het heeft gekost. Een fietssnelweg door het dorp, vooral voor mensen buiten Baarn, alleen om subsidie op te strijken wat dan weer niet zeker is. Daarnaast worden diverse bedragen genoemd waarvan bijna zeker is dat het ruim is begroot. Ruim 6 ton voor een bruggetje maar Google laat zien dat kosten van complexere bruggen liggen tussen de € 2000 en € 3000 per vierkante meter en dus nog geen 2 ton.

Dat geeft weinig vertrouwen.

15

De heer BRUINS heeft met dit stuk onvoldoende vertrouwen dat projecten nu wel worden uitgevoerd. Er is een onduidelijke financiële onderbouwing. Prioritering bij projecten ontbreekt en kop/staartprojecten staan nog niet eens op de lijst maar daar moet ook geld voor komen. Het is onduidelijk hoe de achterstand wordt ingelopen. Daarnaast verandert er in 2026 waarschijnlijk iets in de gemeentelijke financiering en dus ook in het budget voor onderhoud van de openbare ruimte maar dat is niet meegenomen. Het enige positieve is dat het college jaarlijks aan de raad een aantal projecten wil voorleggen die gaan worden uitgevoerd. De heer VAN LOON vindt dat niemand in de gemeente mag struikelen over een scheve stoeptegel. Er ligt een goed plan voor dat er professioneel uitziet. De gemeente moet kritisch blijven kijken naar de financiële afspraken met de uitvoerders want onbeperkt de prijs verhogen en daarvoor niet het gewenste resultaat leveren is uit den boze. De heer STROO is van mening dat het plan voorziet in een goede en gezonde openbare ruimte. Vorige week was de fractie nog een beetje huiverig voor het op voorhand geven van een krediet maar de wethouder heeft spreker verzekerd dat de raad tussentijds wordt geïnformeerd over de voortgang.

De heer KRIMP vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de bewoners voldoende inspraak krijgen en de mogelijkheid krijgen om er op bewonersavonden invloed op te kunnen uitoefenen zodat in ieder geval de esthetische leefbaarheidsaspecten, voor zover mogelijk binnen het budget, gehonoreerd kunnen worden. Is de wethouder voornemens om daarvoor heldere kaders te stellen voorafgaande aan de bewonersavonden zodat zij weten wat wel en niet kan? Voor de warmtetransitie is de startdatum ergens in 2025. Omdat dit behoorlijk effecten kan hebben dient die datum naar voren te worden getrokken zodat de uitkomst ervan zo mogelijk al eerder in 2025 bekend is. De heer VAN DER LINDEN constateert dat het voorstel beoogt om het beheer van de openbare ruimte op een duurzame en flexibele manier te verbeteren en dit de gemeenteraad meer controle geeft over de uitgaven door een meer efficiënte kredietsystematiek. De focus op jaarkredieten zou de gemeente meer armslag kunnen geven om adequaat in te spelen op de uitdagingen terwijl de raad toezicht blijft houden via de P&C-cyclus. De heer GENUIT maakt zich wat zorgen over de witte vlekken in het beleid zoals genoemd bij de risico’s 1.1 en 1.2 en dan met name in het groen, bomen, spelen en de warmtetransitie. Niet kan worden uitgesloten dat in een later stadium op een of meer van deze terreinen een kostbare inhaalslag zal moeten worden gemaakt.

Daarom moet het college de witte vlekken zo snel mogelijk in kaart brengen. Kan het college de warmtetransitie in de planning naar voren halen? Wethouder EIJBAARD legt uit dat er kaders zijn voor het vormgeven van de participatie. De participatie wordt ruim vormgegeven. Zo konden de inwoners voor de zomer in het dorpshuis van Lage Vuursche kijken naar het plan en er zitten ook vanuit de Contactcommissie en andere mensen met medewerkers aan tafel hoe het plan het beste kan worden ingericht en wat er wel en niet kan. Daarnaast heeft spreker de afgelopen 2 jaar veel gesprekken gevoerd met inwoners die graag iets veranderd willen hebben aan hun straat wat nu ook op de planning staat. Op het moment dat er kansen zijn voor een warmtenet, en dat wordt onderzocht door het team Duurzaamheid, is daar nauw overleg over en voor wijken waar dit kansrijk lijkt is er voldoende tijd om daarop in te spelen.

16

De heer KRIMP wil dat er mogelijkheden zijn in het kader van de warmtetransitie om het in zijn geheel wat naar voren te trekken zodat de besluitvorming daarover eerder kan plaatsvinden en de effecten bij de raad bekend zijn. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 7. Kostendekkingsplan Water en Riolering 2025 en verlenging gemeentelijk water- en rioleringsplan (957227) De heer STROO vindt het jammer dat de verlenging van het plan gepaard gaat met een behoorlijke lastenverhoging voor de inwoners. Uit de beantwoording van de wethouder is echter begrepen dat het niet op een andere wijze kan. D66 zal het proces op de voet volgen om te kijken dat niet onnodig middelen van de inwoners worden vastgehouden. De heer VAN LOON is niet blij met de verhoging op verhoging van de rioolheffing. Door slecht beleid in het verleden en daardoor het oplopen van achterstanden in vervanging worden de huidige inwoners van Baarn daarvoor gestraft. Hopelijk wordt er in de toekomst een oplossing gevonden om de verhogingen een halt toe te roepen. De heer BRUINS zegt dat de grootste zorg is dat de doorkijk naar 2026 en verder ontbreekt waardoor geen goed financieel beeld kan worden gegeven van de projecten die nu voorliggen. De heer SCHOUTEN is niet blij dat wederom de rioolheffing wordt verhoogd en nog meer uit de pas gaat lopen met de buurgemeenten.

De wethouder heeft niet duidelijk kunnen maken waardoor het verschil komt met het tarief in die gemeenten. Je mag toch verwachten dat in regioverband wel eens wordt gesproken over hoe bepaalde tarieven zijn opgebouwd. De reden waarom deze kostenstijging blijft de vraag en daarom zal hij volgende week tegen het voorstel stemmen. Jarenlang heeft een bedrag van ongeveer 6 miljoen in de begroting gestaan als reservering voor de riolering en meermaals is dit bedrag aangehaald omdat dit zwaar zou drukken op de schuldenlast en dit beperkend zou kunnen werken, bijvoorbeeld bij het bouwen van een nieuw theater op de plek van de Arcade. Waar is dit bedrag gebleven? Mevrouw MARTENS vindt het een goede aanpak om bij vervanging niet meer klakkeloos af te gaan op de leeftijd van de riolering maar om vooral te kijken naar de staat waarin die verkeert. De portefeuillehouder moet in de komende jaren heel goed op de kosten letten die bij de rioolheffing rechtstreeks in rekening worden gebracht bij inwoners en bedrijven. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF is niet blij met de verhoging van de rioolheffing. Vooral omdat toestand gestuurd onderhoud van riolen al in de jaren negentig bij diverse gemeenten is begonnen en Baarn heeft die boot dus gemist in de afgelopen 25 jaar. Hopelijk zullen door de slag die nu gemaakt wordt dit soort verrassingen niet meer nodig zijn.

De heer GENUIT verwacht ook akkoord te kunnen gaan met alle beslispunten van het voorstel. De heer VAN DER LINDEN constateert dat de voorgestelde verhogingen van de rioolheffing nodig zijn om de investeringen te bekostigen. De heer VAN WIJK kan instemmen met het voorstel en sluit zich aan bij alle kritische noten die al zijn gemaakt. 17

Wethouder EIJBAARD is van mening dat de heer Schouten een politieke vraag als technische vraag stelde. Vorige week is in de presentatie getoond dat het niet verstandig is om het hele bedrag te lenen voor de investering in de rioolvoorziening want dat zorgt ervoor dat de gemeente boven de schuldquote uitgaat. Daarom wordt het op deze manier geregeld. Alle bedragen die er zijn, zijn genoemd. Ook die in de egalisatievoorziening. Volgende maand staat de begroting op de agenda en dan is spreker bereid om op een vraag ter zake van de heer Schouten uit te zoeken hoe het zit. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 8. Stichting Eemvallei-educatief (STEV) jaarrekening 2023 (971846) De heer KORKMAZ stemt in met het voorstel maar als het bestuur van De Uitkijck of STEV vragen of opmerkingen hebben, dan staat de deur van de fractie altijd open. Mevrouw DEURLOO vindt het van belang om een openbare onderwijsvoorziening in Baarn te behouden. Het bestuur van De Uitkijck benut veel initiatieven en onderzoekt veel mogelijkheden om de toekomst van de school te waarborgen. De cijfers van de STEV zijn prima in orde.

Wat vindt de raad ervan dat als het niet kan de gemeente zelf voor het behoud van de school een budget ter beschikking stelt zonder dat dit een precedent schept naar andere scholen want er is geen enkele school in het nauw vanwege een leerlingentekort? Is de raad ook van mening dat nu liever nog niet even wordt geïnvesteerd in de versterking van het dak ten behoeve van zonnepanelen? Als immers de toekomst van de school onzeker is zijn dat soort investeringen weggegooid geld. Mevrouw SLUIJS hecht er een groot belang aan dat kinderen en ouders een keuze kunnen maken voor openbaar onderwijs in Baarn. Complimenten aan De Uitkijck voor de zeer positieve beoordeling van de vroegschoolse educatie door de onderwijsinspectie. Het zou heel mooi zijn als het uiteindelijk lukt om de dakruimte te benutten voor zonnepanelen maar als blijkt dat het technisch niet kan moet dit ook niet gebeuren. De heer BRINKMAN ziet geen directe risico’s die een zienswijze vereisen. De heer VAN WIJK kan instemmen met de jaarrekening en het voorstel om geen zienswijze in te dienen. De heer STROO kan ook met het voorstel instemmen en is trots op het openbaar onderwijs in Baarn. De heer VAN LOON heeft alle vertrouwen in De Uitkijck/STEV en wenst hen veel succes. De heer BRUINS kan instemmen met de voorliggende stukken.

De heer SCHOUTEN vindt het onderzoek naar het dak een onderzoek naar de bekende weg want als het niet deskundig is gerepareerd is de constructie dus niet goed. Dus zou een onderzoek weggegooid geld zijn en dat was het al vlak na 2009 toen het is gebouwd. Mevrouw DEURLOO vraagt of de € 400.000 die over is op de jaarrekening niet zou mogen worden ingezet voor een fantastische marketingcampagne voor de werving van nieuwe leerlingen. Wat vindt

18

de raad ervan dat dat niet mag en dat daarom de gemeente voor het behoud van deze openbare school zelf budget ter beschikking stelt? De heer VAN WIJK wil van de wethouder weten of de regelgeving dat toelaat. Wethouder PRAKKE weet het antwoord niet wat betreft wet- en regelgeving maar als de gemeente iets doet voor de ene school dit ook is voor een andere school. De vraag is of de gemeente dit in het kader van gedeelde verantwoordelijkheid moet overnemen. De Uitkijck is in het verleden wel ondersteund met iemand in de klas of op een andere manier maar publiciteit is echt aan hen en gezien het geld dat over is, is er ook ruimte dat ze dat zelf kan financieren. Mevrouw DEURLOO merkt op dat ook de gemeente belang hecht aan die openbare school en het is een politieke keuze om de school daarbij te helpen. Er is geen sprake van precedentwerking want er is geen enkele andere school in Baarn waar het leerlingenaantal onder druk staat. De heer KORKMAZ vindt ook een openbare school in Baarn een heel belangrijk maar zoals de wethouder al aangaf, STEV heeft dat bedrag overhouden en misschien kan mevrouw Deurloo STEV benaderen of ze dat bedrag wil inzetten voor De Uitkijck om dat te realiseren. De heer VAN WIJK hoorde de wethouder zeggen dat het niet mag maar de voorzitter heeft aangegeven dat iedereen twijfelt.

De VOORZITTER legt uit dat de wethouder heeft gezegd dat hij eerlijk gezegd niet weet of het mag maar hij vraagt zich af of je het moet willen. Mevrouw SLUIJS denkt dat dit aan STEV is. De fractie heeft ook een gesprek gehad met STEV en die zei het ligt niet alleen aan geld en dat het complexer is dan dat. De raad kan bijdragen door steeds te benoemen wat er allemaal goed gedaan wordt bij De Uitkijck. Daar moet mee worden doorgegaan want de kwaliteit is ontzettend goed blijkt uit de rapporten. De kinderen daar zijn heel zelfstandig en wereldwijs en het is aan de raadsleden om ambassadeurs te zijn van deze school. De heer STROO zegt dat het behoud van het openbaar onderwijs in Baarn in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van STEV en spreker vertrouwt erop dat de wethouder hen daarbij zoveel mogelijk zal helpen. Mevrouw DEURLOO vraagt of de raad ook van mening is dat het beter is dat er nu nog niet geïnvesteerd wordt in de eventuele versterking van het dak ten behoeve van zonnepanelen. Mevrouw SLUIJS stelt dat als zou blijken dat het wel GroenLinks er voorstander van is om hiermee door te gaan want dan kan die dakruimte worden benut en het is nog helemaal niet aan de orde dat dit gebouw niet gebruikt zou worden. Er zal altijd een bestemming voor zijn. De heer KORKMAZ kan zich aansluiten bij het betoog van GroenLinks.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14649754/1