CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

237696 Principeverzoek Plataanlaan 57-69 bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing

Besluit in de Raad 21 april 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Principeverzoek Plataanlaan 57-6915.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Plataanlaan 57-69 te Baarn Gemeente Baarn

Avalar Advies Poort van Veghel 4946, 5466 SB Veghel | 0413 - 244210 | jv@avalar.nl

Ruimtelijke onderbouwing Plataanlaan 57-69 te Baarn Gemeente Baarn

Datum: Opdrachtgever: Auteur:

4 februari 2021 Salix Projectpartners B.V. (namens Kwintes) de heer drs. J.L.B. Vogelzang (Avalar Advies)

Avalar Advies Poort van Veghel 4946, 5466 SB Veghel | 0413 - 244210 | jv@avalar.nl

Inhoud 1. Inleiding............................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 3 1.2 Ligging en begrenzing besluitgebied ............................................................................................. 3 1.3 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................... 4 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5 2. Beleid................................................................................................................................................... 6 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 6 2.2 Rijksbeleid...................................................................................................................................... 6 2.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte .................................................................................

6 2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ........................................................................ 6 2.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ................................................................................... 7 2.3 Provinciaal beleid .......................................................................................................................... 7 2.3.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie .................................................................................... 7 2.3.2 Omgevingsvisie provincie Utrecht (ontwerp) ....................................................................... 10 2.3.3 Provinciale Ruimtelijke Verordening .................................................................................... 11 2.3.4 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (ontwerp) .............................................. 12 2.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 13 2.4.1 Toekomstvisie en Structuurvisie "Baarn in 2030" ................................................................. 13 2.4.2 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn .........................................................................................

16 2.4.3 Visie Wonen 2019 ................................................................................................................. 18 3.1 Ruimtelijk en functioneel ............................................................................................................ 21 3.2 Verkeer en parkeren.................................................................................................................... 25 3.3 Bodem ......................................................................................................................................... 25 3.4 Geluid .......................................................................................................................................... 25 3.5 Milieuzonering ............................................................................................................................. 28 3.6 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 29 3.7 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 30 3.7.1 Risicovolle inrichtingen .........................................................................................................

30 3.7.2 Vervoer van gevaarlijke stoffen ............................................................................................ 31 3.7.3 Vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen ............................................................. 33 3.8 Water ........................................................................................................................................... 33 3.9 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 34 3.9.1 Archeologie ........................................................................................................................... 34 3.9.2 Cultuurhistorie ...................................................................................................................... 36 3.10 Ecologie, groen, natuur en landschap ....................................................................................... 37 1

3.11 Politiekeurmerk Veilig Wonen................................................................................................... 42 3.12 Kabels en leidingen.................................................................................................................... 43 4. Motivering medewerking afwijking van het bestemmingsplan ..................................................... 44 5. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid....................................................................... 45 5.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 45 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 45 6. Procedure .......................................................................................................................................... 46

Bijlagen: 1. Geluidnotitie Optopping Plataanlaan 57 - 69 te Baarn, het geluidBuro, 25 augustus 2020, kenmerk 3741 WE - 57 69 N001 25-08-2020 V1.0. 2. Stikstofberekening Plataanlaan 57-69 te Baarn, Salix Projectpartners B.V., 5 oktober 2019 3. Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (watertoets), Waterschap Vallei en Veluwe, 7 oktober 2020, dossiercode 20201007-10-24443 4. Quickscan flora en fauna, Plataanlaan 57-69 Baarn, BNL advies, 4 februari 2021, versie 21017.QFF01

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders aan Kwintes een omgevingsvergunning verleend voor een renovatie van het woonzorggebouw Plataanlaan 57-69 te Baarn en voor het handelen in strijd met de regels Ruimtelijke Ordening. Deze omgevingsvergunning voorziet in de verbouw van dit gebouw van de bestaande 6 zelfstandige en 17 onzelfstandige appartementen naar 23 zelfstandige appartementen. Deze appartementen betreffen individuele wooneenheden met zorg op afspraak (thuiszorg). Omdat tegen deze vergunning meerdere bezwaren zijn gemaakt door omwonenden, die met name bezwaar hadden tegen de vergunde goothoogte van het gebouw en de inkijkmogelijkheden vanuit de appartementen op hun erf dan wel in hun woning, heeft het college van burgemeester en wethouders in overleg met Kwintes de omgevingsvergunning ingetrokken. In samenspraak met de gemeente is het ontwerp voor de verbouw aangepast, waarbij rekening is gehouden met de eerdere bezwaren van omwonenden. Het aangepaste ontwerp is tijdens een informatieavond op 13 juli 2020 aan omwonenden gepresenteerd. Voor het aangepaste bouwplan is een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning ingediend.

Het college van burgemeester en wethouders is bereid deze omgevingsvergunning te verlenen via een uitgebreide Wabo procedure ex artikel 3.10 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan Baarn Noord, dient de aanvraag omgevingsvergunning te zijn voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat het verbouwplan past in het geldende ruimtelijke beleid van Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente Baarn en dat de diverse milieu- en omgevingsaspecten geen belemmering voor dit project vormen en andersom dat het project geen belemmeringen oplevert voor de diverse milieu- en omgevingsaspecten. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing behoort bij deze aanvraag. 1.2 Ligging en begrenzing besluitgebied

projectlocatie

Topografische kaart met aanduiding projectlocatie (bron: Topokaartnederland.nl)

3

De projectlocatie is gelegen in het noordelijk deel van de kern van Baarn. Op de hiervoor afgebeelde topografische kaart is de projectlocatie met rode pijl aangeduid. Op onderstaande kadastrale kaart is de begrenzing van het besluitgebied (blauw gekleurd vlak) weergegeven.

Kadastrale kaart en kadastrale begrenzing van het besluitgebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de projectlocatie geldt het door de gemeenteraad op 25 september 2013 vastgestelde bestemmingsplan Baarn Noord. In dit bestemmingsplan heeft de projectlocatie grotendeels de enkelbestemming Wonen en aan de voorzijde van het perceel de enkelbestemming Tuin. In de bestemmingsomschrijving zijn de voor Wonen aangewezen gronden - voor zover relevant voor de projectlocatie - bestemd voor het bestaande aantal woningen met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen en erven. In de bouwregels is onder meer bepaald dat op de tot Wonen bestemde gronden uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming mogen worden gebouwd, waarbij voor hoofdgebouwen geldt dat deze uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd en dat de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer mogen bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ aangegeven hoogte. Voor de projectlocatie geldt een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter. Het aangepaste bouwplan voorziet onder meer in een vergroting van de goot- en bouwhoogte van het linke gedeelte van het gebouw tot 6,60 meter respectievelijk 9,22 meter. Het rechtergedeelte van het gebouw behoudt de bestaande goot- en bouwhoogte van 7,90 meter respectievelijk 9,20 meter.

Deze maatvoering voldoet niet aan de in het bestemmingsplan voorgeschreven maximale goot- en bouwhoogte.

4

Zoals hiervoor aangegeven, is het college van burgemeester en wethouders bereid om in afwijking van het bestemmingsplan medewerking te verlenen aan het bouwplan door middel van een uitgebreide Wabo procedure.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Baarn Noord

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het voor het project relevante ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente Baarn. Vervolgens komen in hoofdstuk 3 de gevolgen van het project aan de orde, waarbij aandacht wordt besteed aan de ruimtelijke en functionele aspecten, alsmede verkeer en parkeren en de diverse van belang zijnde leefomgevingsaspecten, zoals bodem, geluid, milieuzonering bedrijven, luchtkwaliteit, externe veiligheid, waterhuishouding, cultuurhistorie en archeologie, ecologie, groen, natuur en landschap. In hoofdstuk 5 wordt op basis van de voorgaande hoofdstukken samenvattend een motivering gegeven voor afwijking van het bestemmingsplan. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van project komt in hoofdstuk 5 aan de orde en tenslotte wordt in hoofdstuk 6 een korte beschrijving gegeven van de te volgen procedure voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

5

2. Beleid 2.1 Inleiding In het kader van de ruimtelijke onderbouwing is onderzocht of het hiervoor beschreven planinitiatief past binnen het geldende beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk komen de bevindingen met betrekking tot het relevante ruimtelijke beleid aan de orde. 2.2 Rijksbeleid 2.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de Minister de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Daarin staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeenten krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals verbetering van de bereikbaarheid. De structuurvisie vervangt diverse bestaande nota’s, zoals de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaanpak. In de Structuurvisie schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid.

Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: (1) de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat, (2) de bereikbaarheid verbeteren en (3) zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De provincies en gemeenten krijgen in dit ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Het onderhavige initiatief op de locatie Plataanlaan 57- 69 is niet van invloed op de Rijksbelangen, die in de SVIR zijn vastgelegd. 2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden. Dit Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen.

Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart), Erfgoed (Unesco). Op 1 oktober 2012 is de 1e aanvulling van Barro in werking getreden, waarin regels zijn opgenomen met betrekking tot Rijksvaarwegen, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Ecologische hoofdstructuur, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Veiligheid rond rijksvaarwegen, Verstedelijking in het IJsselmeer, Toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Het onderhavige initiatief op de locatie Plataanlaan 57- 69 is niet invloed op de Rijksbelangen, die in het Barro zijn vastgelegd. 6

2.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd en in de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 oktober 2012 in artikel 3.1.6 als procesvereiste opgenomen. Bij besluit van 21 april 2017 is dit artikel gewijzigd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en - indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied - een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017, zaaknummer 201608869/1/R3 inzake de ladder voor duurzame verstedelijking hanteert de Afdeling voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden de volgende uitgangspunten:

1. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. 2. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van minder dan 500 m2 kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. 3. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m2, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. 4. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Voorliggend project bestaat uit de verbouw van het bestaande woongebouw van 6 zelfstandige en 17 onzelfstandige appartementen naar 23 zelfstandige appartementen.

Bij deze ontwikkeling blijft het aantal woningen gelijk, evenals het aantal personen dat na de verbouw wordt geherhuisvest. Ook het ruimtebeslag (oppervlakte van de gebouwen) blijft door het bouwplan ongewijzigd. Gelet hierop behoeft de beoogde verbouw van het woongebouw niet te worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in onderhavig geval niet nodig. 2.3 Provinciaal beleid 2.3.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (geconsolideerd, 20 december 2018) beschrijft de provincie Utrecht haar ruimtelijk beleid voor de periode tot 2028, waarin de ambitie is geformuleerd om de provincie aantrekkelijk te houden om te wonen, werken en recreëren. De opgestelde Strategie Utrecht 2040 is daarbij de stip op de horizon. De doelen uit Strategie Utrecht 2040 vragen om een integrale aanpak die voor het provinciale ruimtelijk beleid resulteert in vier pijlers: duurzame leefomgeving, bescherming kwaliteiten, vitale dorpen en steden en dynamisch landelijk gebied. Het accent ligt daarbij op de binnenstedelijke opgave: De provincie wil ten minste 2/3 van de woningbouwopgave 7

binnenstedelijk realiseren. Dit sluit aan bij de vraag naar (woningen in) stedelijke woonmilieus, vergroot het draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer en vermindert de druk op het landelijk gebied. Verminderen van het overschot aan kantoren en winkelpanden en herstructurering van bedrijventerreinen, maken ook deel uit van de binnenstedelijke opgave. Het accent ligt ook op behoud en versterken van de kwaliteit van het landelijk gebied: de provincie wil deze kwaliteit behouden en versterken, zowel voor het landelijk gebied zelf, als voor het stedelijk gebied. De binnenstedelijke opgave vraagt als contramal ook om een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. De cultuurhistorische waarden van onder meer de linies, de buitenplaatsen en het agrarische landschap dragen bij aan een aantrekkelijk landelijk gebied. De landbouw is een belangrijke drager van het agrarische cultuurlandschap. Die rol vergt ruimte voor een economisch duurzame landbouw. De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie bevat de de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling tot 2028, de hoofdzaken van het te voeren ruimtelijk beleid en de wijze waarop de voorgenomen ontwikkelingen worden verwezenlijkt (uitvoeringsparagraaf). De visiekaart 2028 en de beleidskaart maken deel uit van de structuurvisie.

De visiekaart geeft de door de provincie beoogde ontwikkeling tot 2028 weer en de beleidskaart bestaat uit kaartlagen en objecten. Aan elk object is in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie beleid gekoppeld. Voor de projectlocatie is met name kaart 8 ‘wonen en werken’ van belang met de aanduidingen algemene beleidslijn verstedelijking en binnenstedelijke woningbouw, die onderdeel zijn van genoemde pijler vitale dorpen en steden.

Uitsnede kaart 8 wonen en werken, Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (geconsolideerd)

8

De algemene beleidslijn verstedelijking heeft betrekking op de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied: op die manier blijven steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijft het landelijk gebied gevrijwaard van onnodige ruimteclaims. Ten behoeve van de leefbaarheid en bereikbaarheid wil de provincie de verstedelijking zoveel mogelijk koppelen aan haltes en knopen van het openbaar vervoersnetwerk. Dit beleid sluit aan op de duurzame verstedelijkingsladder. De binnenstedelijke woningbouw heeft betrekking op de hoofdkeuze om in te zetten op binnenstedelijke ontwikkeling. Het streven is dat ten minste twee derde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Deze binnenstedelijke opgave biedt kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Daarom vinden wij het belangrijk dat er aandacht is voor deze kwaliteit. De provincie wil stimuleren dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren. De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en de beoogde verbouw van het woongebouw op de projectlocatie is er op gericht om de kwaliteit van de bebouwing te vergroten en de bebouwing courant te houden in de toekomst.

Het project past daarmee binnen genoemde algemene beleidslijn en binnenstedelijke woningbouw. Verder is voor de projectlocatie ook de kaart 4 ‘klimaat, energie en gezondheid van toepassing’ met de relevante aanduidingen gezonde en veilige leefomgeving, klimaatadaptie en ruimte bieden voor duurzame energie. Voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving is samenhang tussen ruimtelijke ordening en milieu belangrijk. Daarom zijn milieukwaliteiten als externe veiligheid, geluid, geur, lucht en donkerte, evenals bodem en water voor de provincie integraal onderdeel van gebiedsontwikkelingen. Dit weegt de provincie mee bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en keuzen waarbij de provincie betrokken is. De provincie vraagt gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen aandacht te besteden aan de leefomgevingskwaliteit en aan de externe veiligheidsaspecten. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt in het volgende hoofdstuk aandacht besteed aan deze leefomgevingsaspecten, voor zover deze relevant zijn voor de projectlocatie. De provincie streeft naar een klimaatbestendige leefomgeving met een veilig en goed leefklimaat. Hiervoor neemt de provincie verschillende maatregelen, zoals ruimte reserveren voor waterberging, versterking van de dijken en het verder ontwikkelen van een robuuste natuur.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen vraagt de provincie aandacht voor een klimaatbestendige inrichting. Dat wil zeggen een (her)inrichting die rekening houdt met de thema’s wateroverlast, watertekort, hitte en overstromingsrisico. In 2050 is Utrecht zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust ingericht en bij (her)ontwikkelingen ontstaat geen extra risico op schade en slachtoffers voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. In het volgende hoofdstuk van de deze ruimtelijke onderbouwing komt het wateraspect aan de orde, voor zover relevant voor de projectlocatie. De provincie wil ook ruimte bieden voor duurzame energie door en stimuleert het gebruik van alle duurzame energiebronnen: windenergie, bio-energie, (diepe) geothermie, warmte-koudeopslag, zonne-energie, waterkracht en benutten van restwarmte. De provincie heeft de ambitie om in 2040 het grondgebied van de provincie Utrecht klimaatneutraal georganiseerd te hebben. Het gaat hierbij niet alleen om CO2-reductie, maar ook om het onafhankelijk zijn van beperkt beschikbare fossiele brandstoffen. De ruimtelijke opgave hierbij is het ruimte bieden voor het duurzaam opwekken van energie en de mogelijkheden bieden om energie- of warmtevragende en energie- of warmteleverende 9

functies bij elkaar te brengen. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening daarom geregeld dat initiatieven voor duurzame energie onder voorwaarden zijn toegestaan. Bij verstedelijking en uitbreiding hiervan geldt als voorwaarde op dat ruimtelijke plannen een onderbouwing moeten bevatten over de wijze waarop het plan rekening houdt met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen bestaat uit het ondersteunen van gemeenten bij de ruimtelijke afweging ten aanzien van duurzame energie en het ondersteunen van gebiedsprocessen. De voorgenomen verbouw op de projectlocatie voorziet in het realiseren van 23 zelfstandige wooneenheden. Het klimaat binnen deze woningen wordt geregeld door middel van een warmtepomp en de kap wordt volledig voorzien van zonnepanelen. Verder voldoet het bouwplan aan alle duurzaamheidseisen zoals opgenomen in het Bouwbesluit. 2.3.2 Omgevingsvisie provincie Utrecht (ontwerp) De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie zal worden vervangen door de Omgevingsvisie provincie Utrecht. In deze Omgevingsvisie legt de provincie haar integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die waarschijnlijk medio 2021 in werking treedt.

De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In deze Omgevingsvisie beziet de provincie groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang. Hiermee biedt de provincie ruimte voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en zorgt de provincie voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving.

Uitsnede kaart 8: 11. Vitale steden en dorpen, Omgevingsvisie provincie Utrecht (ontwerp)

Voor de projectlocatie is gelet op de aard van de ontwikkeling met name kaart 8: 11. Vitale dorpen en steden met de aanduidingen stedelijk gebied en ruimte voor wonen en leven van belang. De provincie 10

ziet de toekomstige ontwikkeling van woon- en werklocaties in samenhang met bereikbaarheid, en in samenhang met de overige opgaven en kwaliteiten zoals in de omgevingsvisie verwoord. Daarom hanteert de provincie bij de locatiekeuze voor nieuwe verstedelijking de volgende basisprincipes: • zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; • daarnaast in overig stedelijk gebied; • eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan

(bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors. In aanvulling hierop wil de provincie onder voorwaarden ruimte bieden aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten (lokaal maatwerk). Naast voldoende woningen is de kwaliteit van de te bouwen woningen belangrijk. De provincie vindt dat eenieder in de provincie Utrecht een woning moet kunnen vinden die past bij de persoonlijke voorkeur, gezinssituatie en portemonnee. Daarbij wordt gestreefd naar een inclusieve samenleving, bijvoorbeeld door menging van typen woningen en woonmilieus in stadsdelen, wijken en kernen. Gezien de grote ruimtevraag die op de provincie afkomt, is het zaak om zorgvuldig om te gaan met de ruimte. Een groot gedeelte van de mensen woont graag in een stedelijke of dorpse omgeving. De menging en aanwezigheid van functies zoals wonen, werken en voorzieningen draagt bij aan deze aantrekkelijkheid. Binnen het stedelijk gebied van steden en dorpen is nog veel ruimte aanwezig die kan worden benut voor verdichting, herontwikkeling of intensivering. In de afgelopen jaren zijn er weliswaar al veel binnenstedelijke locaties ontwikkeld, maar er zijn nog steeds binnenstedelijke mogelijkheden en er komen continu nieuwe mogelijkheden bij.

Door structurele economische veranderingen verliezen veel gebouwen en locaties hun oorspronkelijke functie en komen daarmee voor herontwikkeling in beeld. Deze drie aspecten maken dat de provincie blijft inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling. De beoogde verbouw van het woongebouw op de projectlocatie betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die in lijn is met het beleid ten aanzien van thema verstedelijking, zoals verwoord in de ontwerp-omgevingsvisie. 2.3.3 Provinciale Ruimtelijke Verordening De Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerd, 10 december 2018) is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en artikel 4.1, derde lid van de Wro. Op basis van artikel 4.1, eerste lid van de Wro kunnen, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, Provinciale Staten regels stellen omtrent de inhoud, toelichting of onderbouwing van ruimtelijke besluiten. Hieronder vallen de bestemmingsplannen (inclusief de uitwerkings- en wijzigingsplannen), besluiten o.g.v. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waarbij afgeweken wordt van een bestemmingsplan, beheersverordeningen en projectuitvoeringsbesluiten op basis van de Crisis en herstelwet. Doel van de verordening is om een aantal provinciale belangen te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau.

De regels op grond van artikel 4.1, eerste lid van de Wro van de verordening richten zich primair tot gemeenteraden, verantwoordelijk voor het vaststellen van ruimtelijke plannen. De regels van de verordening hebben betrekking op nieuwe planologische besluiten. Dit betekent dat bijvoorbeeld vigerende ruimtelijke plannen niet onder de werking van de verordening vallen. Via de Provinciale Ruimtelijke Verordening kan uitvoering woirden gegeven aan het ruimtelijke beleid, zoals verwoord in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie.

11

Voor de projectlocatie is met name kaart 7 wonen en werken met de aanduiding Stedelijk gebied van belang. In artikel 4.1 Stedelijk gebied van de verordening zijn de volgende regels opgenomen:

Uitsnede kaart 7 wonen en werken, Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerd) 1. Als ‘Stedelijk gebied’ wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is

vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op de kaart Wonen en werken. 2. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Stedelijk gebied’ kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. 3. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Stedelijk gebied’ bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Voor de projectlocatie wordt een omgevingsvergunning verleend voor de verbouw van het bestaande woongebouw binnen het stedelijk gebied van Baarn. Voor het regelen van het binnenklimaat van de woningen wordt als duurzame energiebron gebruik gemaakt van een warmtepomp en de kap wordt volledig voorzien van zonnepanelen. 2.3.4 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (ontwerp) De interim omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. Deze omgevingsverordening is een tijdelijke verordening die naar verwachting op 1 april 2021 inwerking zal treden en een looptijd zal hebben tot 1 januari 2022. Dan treedt, als de Omgevingswet van kracht is, de omgevingsverordening inwerking. De interim omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen.

Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Andere voorbeelden van direct werkende 12

regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. Regels over bijvoorbeeld een vergunningplicht gelden ook voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers.

Uitsnede “Wonen, werken en recreëren kaart 2”, Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht

Voor de projectlocatie zijn volgens de bij de omgevingsverordening behorende kaart direct werkende regels en instructieregels van toepassing met betrekking tot de thema’s bodem, infrastructuur, verkeer en vervoer, energie, natuur, water, cultuurhistorie, landbouw, werken, recreatie, wonen, economie, landschap en overig. Gelet op de aard en omvang van het bouwplan zijn alleen de regels met betrekking tot het thema werken, recreatie, wonen relevant, in casu de instructieregel verstedelijking: 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk Gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk Gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw; b. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; 3. Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Deze instructieregel vloeit voort uit de duurzame verstedelijkingsladder die in het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen. Zie ook paragraaf 2.2.3 van deze ruimtelijke onderbouwing.

2.4 Gemeentelijk beleid 2.4.1 Toekomstvisie en Structuurvisie "Baarn in 2030" In deze Toekomstvisie en de hieruit voortvloeiende Structuurvisie is aangegeven wat het wensbeeld is voor 2030 en hoe Baarn dit wensbeeld denkt te bereiken. Deze Toekomstvisie bevat een integrale visie en een thematische visie, die beide zijn uitgewerkt in de Structuurvisie. In de integrale visie zijn de 13

bestaande kernkwaliteiten van Baarn beschreven en is aangegeven hoe hiermee omgegaan kan worden en in de thematische visie is de visie per thema verder uitgewerkt. Dit zijn de volgende thema’s: hoogwaardig wonen, levendig centrum met een hoog voorzieningenniveau, groene en blauwe vertoefplekken, bestendige bedrijvigheid, sociale samenhang en bestuurlijke zelfstandigheid, bereikbaar en leefbaar en duurzaam en klimaatbestendig. Voor het beoogde initiatief op de projectlocatie is met name het thema hoogwaardig wonen van belang. Eén van de kernidentiteiten waar Baarn op bouwt is ‘hoogwaardig wonen’. De gemeente wil deze identiteit verder ontwikkelen om Baarn zo ook voor komende generaties een prettig en leefbaar dorp te laten zijn. Naast de juiste woningen voor verschillende groepen, gaat het om een aantrekkelijke omgeving waar wonen, werken, spelen en recreëren hand in hand gaan. Om dit te bereiken zet de gemeente in op de volgende thema's: kwaliteit van wonen en woonomgeving, inzet voor jonge huishoudens op de woningmarkt, senioren en wonen met zorg. Met betrekking tot het thema wonen met zorg is het beleid sinds vele jaren erop gericht dat mensen met een (intensieve) zorgvraag de zorg in een zo normaal mogelijke leefsituatie zouden moeten krijgen. Het aantal plaatsen in zorginstellingen moet worden afgebouwd (extramuralisering).

Ook in Baarn zullen mensen zo lang mogelijk in hun bekende woonsituatie zorg moeten kunnen ontvangen. Een passend woonzorgaanbod is voor hen noodzakelijk. Dit betekent dat in Baarn het aanbod van wonen, welzijnsdiensten en zorg op elkaar moet worden afgestemd. De gemeente wil ontwikkelingen rond wonen met zorg faciliteren door de ketensamenwerking van aanbieders van wonen, diensten, welzijn en zorg te bevorderen. Daarnaast is bij voorkeur nabijheid - maar in elk geval een goede bereikbaarheid - van voorzieningen gewenst. De gemeente wil dan aansluiten bij reeds aanwezige voorzieningen in het centrum van Baarn. Op niet al te grote afstand van het centrum zullen bij voorrang woon-zorgarrangementen toegevoegd moeten worden, zodoende kunnen ook zorgbehoevenden makkelijker deelnemen aan het leven in het centrum. De beoogde ontwikkeling op de projectlocatie blijft voorzien in een passende huisvesting van mensen met een zorgvraag (thuiszorg) op een relatief korte afstand van het centrum en past als zodanig binnen het thema hoogwaardig wonen.

Uitsnede kaart Toekomstvisie en Structuurvisie Baarn in 2030

14

Het ruimtelijk raamwerk van de gemeente Baarn is verder uitgewerkt in de integrale ruimtelijke structuurvisie, bezien vanuit de Baarnse kenmerken (c.q. thema’s in de toekomstvisie). Op de bij deze structuurvisie behorende structuurvisiekaart zijn de ontwikkelingen en opgaven voor de komende circa tien jaar verbeeld zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Het is belangrijk vast te stellen dat de structuurvisiekaart geen bestemmingsplankaart is en dat deze geen ontwikkelingen onwrikbaar vastlegt. Het gaat om de hoofdlijnen van beleid, die weer verder worden uitgewerkt in gebiedsplannen, masterplannen, stedenbouwkundige plannen en bestemmingsplannen De projectlocatie ligt in een kerngebied dat op structuurvisiekaart is aangewezen als dorpskern. Binnen het thema hoogwaardig wonen is de bestaande situatie kort beschreven waarbij de kern Baarn op kaart is ingedeeld in een zestal gebieden. De projectlocatie ligt in een gebied dat is aangeduid als ‘vooroorlogse wijk’. Het vooroorlogse woongebied is gesitueerd nabij het centrum en betreft voornamelijk arbeiders-en middenstandswoningen, vrijstaand of in blokken en complexen. De woningen zijn over het algemeen voorzien van relatief kleine tuinen. De vooroorlogse wijken worden van oudsher gekenmerkt door functiemenging. Het gaat daarbij overwegend om kleinschalige bedrijfsactiviteiten en detailhandel.

Daarnaast zijn binnen het thema hoogwaardig wonen de gewenste ontwikkelingen beschreven, die voornamelijk betrekking hebben op inbreiden binnen de bebouwde kom, waarvoor op kaart de potentiële inbreidingslocaties voor wonen zijn aangegeven. Dit zijn de locaties voor transformatie, herstructurering naar woningbouw of vervangende nieuwbouw.

Uitsnede kaart bestaande kwaliteiten

De projectlocatie is een bestaande woningbouwlocatie en als zodanig geen inbreidingslocatie binnen de bebouwde kom. Wel voorziet het plan in een optopping van het gebouw met een gewijzigde indeling van woonruimte op de begane grond en verdieping(en) teneinde de kwaliteit van de bebouwing te vergroten. Dit levert een positieve bijdrage aan het gemeentelijk thema ‘hoogwaardig wonen’.

15

2.4.2 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn van 14 januari 2014 is het welstands- en kwaliteitsbeleid van de gemeente vastgelegd. In deze nota bevat zijn per deelgebied de waardevolle karakteristieken, aandachtspunten en ambities beschreven, waarmee de initiatiefnemer al bij het begin van het ontwerpproces van belangrijke informatie wordt voorzien om te komen tot een passend ontwerp. Daarnaast is in deze nota een toetsingskader opgenomen met welstandscriteria en richtlijnen die worden gehanteerd bij het beoordelen van de visuele kwaliteit van een bouwplan. De projectlocatie is gelegen in deelgebied C2 Baarn-Noord, Zandvoort en wordt begrensd door de Zandvoortweg - Beukenlaan - Berkenweg - Plataanlaan - Acacialaan.

Overzicht deelgebieden

Deelgebied C2 Baarn-Noord, Zandvoort

In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn de ruimtelijke kenmerken van dit deelgebied als volgt samengevat: • de buurt Zandvoort heeft een woonfunctie; • de buurt heeft geen eenduidige stedenbouwkundige structuur, als gevolg van de verschillende ontwikkelingsperioden; • de leeftijd van de panden varieert sterk: vanaf 1870 tot zeer recent; • de bebouwing omvat vrijstaande woonhuizen in combinatie met rijtjeswoningen en lage gestapelde eenheden; • de bouwstijlen zijn overwegend traditioneel (baksteen met pannendaken), op enkele plekken afgewisseld door modernere bouwwijze met traditionele materialen; • de bebouwing heeft in het algemeen 2 bouwlagen met kap; • in de wijk is vrijwel geen openbaar groen aanwezig en weinig openbare ruimte. De aandachtspunten en ambities zijn hierbij als volgt geformuleerd: Gebouwen • Volg bij nieuw- of herbouw de oorspronkelijke rooilijnen • Neem bij verbouw bestaande karakteristieke details tot uitgangspunt • Zorg dat bouwkundige toevoegingen of aanpassingen passen in de stedenbouwkundige structuur en aansluiten op de typologie, de detaillering en het materiaalgebruik

16

Percelen • Houd de ruimte open, gebruik lage open erfscheidingen langs de straten of gemetselde muurtjes gecombineerd met hagen en ander groen; • behoud de ruimte van het straatprofiel niet alleen in het openbare deel, maar van gevel tot gevel; • laat verharding in de voortuin achterwege; groen bepaalt de kwaliteit; • houd de voortuinen open: plaats geen bouwwerken (zoals carports) vóór de voorgevel. Openbare ruimte • Zorg voor een eenduidige herkenbare vormgeving in het profiel van straten en lanen, in traditionele materialen: rijweg, rabatstroken en trottoirs; • zorg goed voor de laanbomen; zij bepalen de ‘groenheid’ van deze wijk; • wees extra zorgvuldig met de openbare ruimte en de verschillende erfscheidingen rond Essenlaan. Het ruimtelijke streefbeeld in dit deelgebied is: • • • •

traditionele bouwvormen, baksteen gevels en royale kappen, zorgvuldig gedetailleerd; open voortuinen met vriendelijke, lage erfscheidigen aan de straat; straten met traditionele materialen (zoals klinkers) voor rijweg en trottoirs; behoud van bomen op strategische plekken en toevoegen openbaar groen bij herinrichting.

Toetsingscriteria deelgebied C2 • De bestaande en beoogde omgeving zijn het referentiepunt voor alle bouwwerken. Een bouwkundige toevoeging of verandering moet passen in de stedenbouwkundige structuur en aansluiten bij de typologie van gebouwen, de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan; • aan‐ en uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume; • gevelindelingen zijn evenwichtig en samenhangend; • toepassing van traditionele materialen (baksteen, hout, pannendaken); • kappen met nok: gedekt met pannendak; • zorgvuldig vormgegeven dakkapellen/raampartijen eenduidigheid bij gelijke situaties; • zorgvuldige detaillering van gevels en dak(randen); • gevels in traditionele aardse kleuren, voor het overige terughouden kleurgebruik. Algemene welstandscriteria Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat: • het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte.

Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is (relatie tussen bouwwerk en omgeving); • verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit (betekenissen van vormen in de sociaal‐culturele context); • er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat (evenwicht tussen helderheid en complexiteit); • het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen (schaal en maatverhoudingen); • materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.

17

In het ontwerp van het verbouwplan op de projectlocatie is rekening gehouden met de in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn voor dit deelgebied geformuleerde aandachtspunten en ambities. De commissie Ruimtelijke Kwaliteit zal het bouwplan hieraan toetsen. 2.4.3 Visie Wonen 2019 De Visie Wonen 2019 is door de raad vastgesteld op 25 september 2019. Deze visie is een herijking van de visie uit 2016, waarin vier ambities centraal stonden: het werken aan een evenwichtiger bevolkingsopbouw, een toegankelijker en comfortabeler woningvoorraad, verduurzaming van die woningvoorraad en ruimte voor het segment tussen huren en kopen (middenhuur en goedkope koop). Deze vier ambities staan nog overeind. Wel zijn deze iets aangescherpt, passend bij de huidige tijd. Een vijfde ambitie is toegevoegd: het ruimte bieden aan alternatieve woonwensen. Evenwichtige bevolkingsopbouw Door veranderende bevolkingssamenstelling, met minder jongeren en meer ouderen, staat de variatie in het voorzieningenaanbod onder druk. Met name voorzieningen voor jeugd en jongeren (scholen, verenigingen) hebben hier potentieel last van. De gemeente wil dan ook blijven inzetten op het versterken van het evenwicht in de bevolkingspiramide door meer kansen te bieden aan jongeren en gezinnen met kinderen. Daarmee sluit de visie aan op de motie Wonen voor Twintigers. Het Baarnse woonmilieu is hiervoor passend.

Het woningaanbod is echter nu nog te beperkt. Toevoegingen zijn gewenst om bevolkingsomvang en -opbouw op peil te houden. Toegankelijke en comfortabele woningvoorraad Tegelijkertijd heeft Baarn een relatief groot aantal inwoners van 65 jaar en ouder. De meeste ouderen zijn lang(er) gezond en participeren actief in de samenleving. Bovendien zijn zij doorgaans gehecht aan de woning waarin zij wonen. Laat onverlet dat een deel van de 65-plussers aanpassing aan de woning, een andere woning of omgeving wensen; vaak makkelijker toegankelijk, comfortabel en nabij voorzieningen. Hieraan besteden we preventief aandacht in de bestaande woningvoorraad en door nieuwbouw ten behoeve van doorstroming. Een deel van de ouderen krijgt te maken met een zorgvraag. Doorgaans blijven zij ook (langer) zelfstandig thuis wonen. Dit geldt daarnaast ook voor andere groepen die een zorgbehoefte hebben, zoals mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening (GGZ). Voor mensen die zelfstandig thuis wonen, met een behoefte aan zorg en ondersteuning, willen we enerzijds zorg aan huis beter mogelijk maken, anderzijds ook ruimte bieden voor nieuwe woonconcepten met zorg nabij. Verduurzaming van woningen De Baarnse woningvoorraad is doorgaans van hoogwaardige kwaliteit. Er liggen desalniettemin opgaven om de voorraad meer toekomstbestendig te maken.

Belangrijk daarbij is de verduurzaming van woningen. Hiermee wil de gemeente klimaatdoelen bereiken (minder uitstoot CO2) en er zorg voor dragen dat de afhankelijkheid van energie afneemt. Dit leidt uiteindelijk tot besparing op de totale woonlasten van huishoudens. De gemeente ziet de verduurzaming primair als verantwoordelijkheid van huiseigenaren zelf; inwoners en verhuurders. Waar nodig ondersteunt de gemeente dit door informatievoorziening. Ruimte in sociale huur en tussen huur en koop Baarn kent twee gezichten. Enerzijds zijn er de wijken met relatief veel (sociale) huurwoningen, anderzijds wijken met vooral grote duurdere woningen. Er is een structureel tekort aan sociale huurwoningen. Tegelijkertijd zijn er tekorten in de middenhuur en goedkopere koopsector. Om verschillende inkomensgroepen reële kansen te bieden om in Baarn te (blijven) wonen, wil de 18

gemeente een gevarieerde opbouw van de betaalbare huur- en koopvoorraad en vraagt daarbij de hulp van corporaties die Baarn tot hun werkgebied mogen rekenen. Dit kan door nieuwbouw, maar ook door een herschikking in de bestaande woningvoorraad mede om in wijken meer variatie te krijgen. Te denken is aan omzetten van sociale huur naar middenhuur of betaalbare koop, en toevoeging van nieuwe sociale huurwoningen. Kansen voor het verwezenlijken van alternatieve woonwensen Bij al de geschetste ontwikkelingen voor Baarn zijn de meer traditionele woonwensen leidend: een huis met een tuintje, of een appartement met ruim balkon. Tegelijkertijd zien we op dit moment dat mensen kiezen voor andere woonvormen: meer collectief in hofjes, minder groot passend bij de leefstijl en om het wonen betaalbaar te houden, duurzamer. De gemeente wil in Baarn ook ruimte geven aan het verwezenlijken van deze alternatieve woonwensen. Woningbouwlocaties bieden hier ruimte voor. In een woningmarktanalyse heeft de gemeente Baarn de actuele stand van zaken rond de ambities opgemaakt en vastgesteld aan welke opgaven nu prioriteit gegeven moet worden.

De inzet voor de komende jaren zijn vanuit de analyses naar de volgende opgaven vertaald: Evenwichtige bevolkingsopbouw • Toevoegen van woningen voor jonge huishoudens die zich willen vestigen in Baarn, met aandacht voor het rustige en ruimtelijke woonmilieu waar zij in Baarn voor kiezen. Dit moet niet alleen op nieuwbouwlocaties als Baarnsche Zoom, maar ook in andere meer groene woonmilieus door toevoeging van middenhuur tot € 950 en koop tot € 300.000. Daarmee vullen we het gat tussen huur en koop, en maken we doorstroming op de woningmarkt makkelijker mogelijk; • faciliteren van een betere benutting van het bestaande vastgoed in de gemeente: door a) splitsen van grote woningen, b) toepassen van het afwegingskader transformatie kantoorpanden; • Inzet op realisatie van woningen, door prioriteit te geven aan woningbouwprojecten die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Toegankelijke en comfortabele woningvoorraad • Bestaande woningvoorraad kwalitatief beter laten aansluiten bij de veranderende woonwensen gericht op het langer zelfstandig kunnen wonen van ouderen en andere huishoudens met een (intensieve) zorgvraag; • Toevoegen van woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgvraag: - voor de reguliere huisvestingsvraag inzetten op meer toegankelijke huur- en koopwoningen.

Bij locaties nabij voorzieningen geldt als wens levensloopgeschiktheid; - als onderdeel van de vraag naar ‘toegankelijke woningen’ inspelen op de behoefte aan geclusterd wonen op locaties nabij voorzieningen, waarbij tot 2025 de opgave minimaal 25 sociale huurwoningen betreft en na 2025 dergelijke woonzorgontwikkelingen op centrumlocaties de voorkeur hebben; - ten behoeve van de uitstroom uit Beschermd Wonen en Jeugdzorg jaarlijks circa 10 (zeer) betaalbare sociale huurwoningen. Verduurzaming van woningen • Inzet op energietransitie binnen de bestaande woningvoorraad gericht op verduurzaming van de woningvoorraad tegen aanvaardbare kosten, via een combinatie van collectieve maatregelen (bijvoorbeeld een warmtenet) en individuele maatregelen (bijvoorbeeld warmtepompen en isolatie). Dit vraagt bovendien dat mensen meer bewust zijn van de noodzaak van verduurzaming van hun woning; 19

• inrichting van een klimaatbestendige woon- en leefomgeving. Ruimte in sociale huur en tussen huur en koop • toevoegen van sociale huurwoningen, gericht op 3.000 woningen richting 2025. Deze opgave in samenhang zien met de wens voor meer middenhuur (+50 tot 100 woningen tot 2030) en sociale koop (+150 woningen tot € 200.000 conform Besluit ruimtelijke ordening), en middelduur (tot € 300.000). • Borgen dat nieuwbouw in de categorieën sociale huur, middenhuur en sociale koop duurzaam beschikbaar blijven voor de doelgroepen waarvoor deze woningen zijn gerealiseerd. Kansen voor het verwezenlijken van alternatieve woonwensen • Stimuleren en faciliteren ontwikkeling van specifieke alternatieve woonvormen met een breed maatschappelijk belang. Vanuit deze woonvisie toetst de gemeente woningbouwplannen aan het afwegingskader woningbouw. In dit afwegingskader is het vertrekpunt toevoeging van circa 850 woningen tot 2030. Dit aantal woningen vraagt een forse inspanning om te realiseren. De praktijk laat zien dat bij veel plannen enige vertraging optreedt. Daarom zal de gemeente enerzijds voldoende planologische ruimte voor nieuwbouw moeten hebben, gericht op continuïteit in woningbouw de komende tien jaar. Daartoe wil de gemeente minimaal 1.000 woningen in de planning hebben.

Hierbij wordt rekening gehouden met de potentiële planuitval of vertraging in planontwikkeling door de veelheid aan kleinere en soms ook complexere locaties. Ook biedt dit nog enige gelegenheid voor sturing op de gewenste kwalitatieve ontwikkeling van woningbouw, aansluitend bij de verschillende mogelijkheden per locatie. Anderzijds zal inzet moeten worden gericht op die plannen die voor de korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Samengevat weegt de gemeente woningbouwplannen als volgt af:

De beoogde verbouw van het woongebouw naar 23 zelfstandige appartementen voor mensen met zorgvraag past binnen de in de Visie Wonen geformuleerde ambities van een toegankelijke en comfortabele woningvoorraad en een verduurzaming van de woningvoorraad. De verbouw is gericht op een vergroting van de kwaliteit van de bebouwing met een duurzame energievoorziening (waterpomp en zonnepanelen).

20

3. Gevolgen van het project 3.1 Ruimtelijk en functioneel In deze paragraaf worden de ruimtelijke en functionele gevolgen van de beoogde verbouw van het bestaande woongebouw beschreven, waarbij ook de beeldkwaliteit aan de orde komt. Bouwplan Deze verbouw bestaat uit een optopping van het gebouw om de kwaliteit van de bebouwing te vergroten en de bebouwing courant te houden in de toekomst. De doelgroep blijft gelijk: mensen met een zorgvraag. Op onderstaande afbeeldingen is een impressie van het verbouwplan en de indeling in de bestaande en nieuwe situatie weergegeven:

Ligging van het verhoogde woongebouw in de bebouwde omgeving (zicht op achtergevel van woongebouw)

Ligging van het verhoogde woongebouw in de bebouwde omgeving (zicht op voorgevel van woongebouw)

21

Voorgevelaanzicht /straatbeeld

Achtergevel

Doorsnede

22

Indeling begane grond en eerste verdieping in de bestaande situatie.

Indeling begane grond in de nieuwe situatie

Indeling eerste verdieping in de nieuwe situatie

23

Indeling tweede verdieping in de nieuwe situatie

Ruimtelijk (stedenbouwkundig en beeldkwaliteit) In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn zijn de ruimtelijke kenmerken beschreven van het deelgebied C2 Zandvoort, waarin de projectlocatie is gelegen: deze buurt heeft een woonfunctie. Als gevolg van de verschillende ontwikkelingsperioden heeft de buurt geen eenduidige stedenbouwkundige structuur en varieert de leeftijd van de panden sterk (vanaf 1870 tot zeer recent). De bebouwing omvat vrijstaande woonhuizen in combinatie met rijtjeswoningen en lage gestapelde eenheden. De bouwstijlen zijn overwegend traditioneel (baksteen met pannendaken) en op enkele plekken afgewisseld met modernere bouwwijze met traditionele materialen. De bebouwing heeft in het algemeen twee bouwlagen met kap. In de wijk is vrijwel geen openbaar groen aanwezig en weinig openbare ruimte. De beoogde planontwikkeling voorziet in een renovatie van het woonzorggebouw op de projectlocatie, waarbij aan het langgerekte gebouw een terugliggende verdieping met aan de voorzijde een galerij is toegevoegd met een asymmetrische kap (laag in de achtergevel) met dakramen in de achterzijde van de kap. De bouwhoogte is gelijk aan de bestaande bouwhoogte van het rechtergedeelte van het gebouw. In het ontwerp van de voorgevel is gekozen voor een eenduidig straatbeeld. Conform de toetsingscriteria voor deelgebied C2 zijn de gevelindelingen evenwichtig en samenhangend.

De bouwkundige veranderingen passen in de stedenbouwkundige structuur en sluiten aan bij de typologie van gebouwen, de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan. Het gebouw is voorzien van kappen met nok en eenduidige dakramen in de achterzijde van de kap van het linkergedeelte van het gebouw. De kap wordt volledig uitgevoerd met zonnepanelen. De bestaande uitbouw aan de achterzijde van het linkergedeelte van het gebouw is ondergeschikt aan het hoofdvolume. Functioneel In functionele zin is de projectlocatie gelegen in een overwegend woongebied. In ondergeschikte mate komen er ook andere functies voor, zoals kleinschalige bedrijvigheid, een horecagelegenheid, detailhandelsfuncties en maatschappelijke functies (woon/zorginstelling). Het bouwplan voorziet in de verbouwing van een mix van zelfstandige en onzelfstandige woningen naar enkel zelfstandige woningen voor mensen met een zorgvraag (zorg op afstand). De voorgenomen planontwikkeling heeft geen functionele wijziging tot gevolg.

24

3.2 Verkeer en parkeren Vanuit de toets inzake de parkeernormering wordt geconcludeerd dat het bestaande gebouw 6 zelfstandige en 17 onzelfstandige appartementen bevat en de bestemming wonen heeft. De beoogde verbouw van het gebouw voorziet in de realisatie van 23 zelfstandige appartementen. Voor zelfstandige appartementen geldt weliswaar een hogere parkeernorm dan voor onzelfstandige appartementen, maar deze appartementen zullen bewoond gaan worden door bewoners die een bepaalde mate van zorg nodig hebben. Deze bewoners beschikken, gelet op hun mogelijkheden, niet over een auto. Veelal zal als passagier worden gereisd of zelfstandig op een daartoe aangepaste fiets. De wijziging naar zelfstandige zorgappartementen heeft daarmee geen extra parkeerdruk tot gevolg. Daarmee is er vanuit verkeer en parkeren geen bezwaar tegen het bouwplan. 3.3 Bodem Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor veel nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden.

De beoogde verbouw op de projectlocatie heeft betrekking op een optopping van het gebouw, waarbij geen bodemingrepen plaatsvinden, zodat het initiatief geen invloed heeft op de bodemgesteldheid en er geen noodzaak is voor een bodemonderzoek. Het aspect bodem heeft geen belemmeringen voor het initiatief. 3.4 Geluid Bij een nieuwe geluidgevoelige ontwikkeling dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening, sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien van toepassing, dient aanvullend te worden aangetoond dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is daarom alleen noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg en waarbij sprake is van geluidgevoelig bestemmingen. De geluidbelasting dient per gezoneerde weg te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Geluidzones langs wegen In artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn de geluidzones langs wegen vastgesteld. Binnen de vastgestelde geluidzones zijn de regels van de Wgh van toepassing. Buiten deze geluidzones is de Wgh niet van toepassing. In onderstaande tabel 1 is een overzicht gegeven van de gehanteerde zones overeenkomstig artikel 74 van de Wgh.

Wegen gelegen binnen een woonerf of wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur vallen buiten de werkingssfeer van de Wgh. De zone strekt zich uit aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.

Tabel 1 Zonebreedte als functie van het aantal rijstroken

Volgens deze wet dienen nieuwe woningen aan grenswaarden te voldoen. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB (Lden) voor wegverkeerslawaai. Voor stedelijk gebied geldt bij bestaande wegen een maximale ontheffing hogere grenswaarde van 63 dB (Lden) voor wegverkeerslawaai. Voor buitenstedelijk gebied (en hieronder valt ook de situatie van een woning in stedelijk gebied doch 25

binnen de onderzoekszone van een auto(snel)weg) geldt een maximale ontheffingswaarde van 53 dB (Lden). Toetsing Het project ligt aan de Plataanlaan te Baarn. Deze weg heeft een snelheidsregime van 30 km/uur en valt dus buiten de werkingssfeer van de Wet geluidhinder. De wegen rondom het project in een straal van 200 meter zijn allemaal niet-gezoneerde wegen. De enige weg die in aanmerking komt is de noordelijk gelegen rijksweg A1 met ter plaatse 8 rijbanen. De kortste afstand vanaf de noordelijke kopse gevel van het gebouw tot aan de rand van de weg bedraagt circa 579 meter en daarmee ligt de optopping van het gebouw dus in de zone van de A1, zie hiernavolgende figuur 1. Zeer waarschijnlijk ligt de geluidbelasting op de gevel van deze optopping op of onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege de volgende redenen: • Ter plaatse van de kortste verbinding tussen de A1 en het project ligt langs de A1 een geluidscherm van 2 meter hoogte en circa 2 km lengte; • Tussen de A1 en het project ligt nog een woonwijk, die het geluid afschermt, absorbeert en dempt; • Het gebouw met de geplande optopping wordt afgeschermd door het andere gebouw, dat bij dit woon/zorgcomplex hoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9915576/1