231011 Verslag Debat in de Raad 11 oktober 2023
Tekst van het document
Dat wordt gedaan met eigen geld en dat zit dus niet in het bedrag van die 1,8 miljoen. Natuurlijk kent het college ook de richtlijnen van de KNLTB. Het is een aparte situatie met padelbanen binnen het sportterrein vlak naast de A1. Wil de gemeente dat kunnen beoordelen, dan moeten andere projecten die er nu liggen even stil worden gelegd om hier tijd voor te maken en dan begint het proces altijd bij de aanvraag door de tennisvereniging. Daarom is het nu al te vroeg om alles uit de kast trekken om precies die richtlijnen te doen. Natuurlijk zal dan worden bekeken hoe de buitenpadelbanen in de participatie worden gedaan. In het land is er veel commotie over wegens overlast en of de grens tot woningen 150 of 200 m moet zijn. De waterdichte waarborg voor andere niet-leden staat al in het concept dat daarvoor is opgesteld. De gemeente heeft ook een borgstelling gedaan voor de schietvereniging en daar mag ook niet iedereen zomaar vrij naartoe. De gemeente heeft een borgstelling gedaan voor de Watersportvereniging De Eem en daar kan ook niet iedereen zomaar binnenlopen en in een roeiboot stappen. De tennisvereniging heeft altijd toegezegd dat het veel breder moet zijn, dat is ook commercieel interessant, dan alleen voor hun eigen leden.
Mevrouw OORTMAN GERLINGS memoreert dat de voorzitter van de tennisvereniging vorige week heeft bevestigd dat hun leden het eerste recht hebben om een baan te huren, dat zijn dan winterbanen die voor een moment in de week worden vastgelegd. Uit ervaring is bekend dat het wel degelijk lastig is om daartussen te komen. Dan is het argument dat de eigen leden ook voor een stukje borg staan en dat ze daar dus recht toe hebben maar nu is de situatie dat iedereen hetzelfde recht heeft en met deze borgstelling gaat het dus voor de inwoners van Baarn slechter worden. Wethouder PRAKKE herhaalt dat de waterdichte waarborg met de tennisvereniging in het concept is vastgelegd. Het gaat om een gemeentelijk racketcentrum op erfpachtgrond van de gemeente en die moet toegankelijk blijven voor iedereen en dat wordt ook zo met de tennisvereniging op papier gezet. Bovendien heeft de tennisvereniging daar ook zelf baat bij vanwege de optimale benutting van de banen. Wat betreft de zienswijze. Als een amendement wordt aangenomen dat het anders moet worden gedaan zal het college het besluit heroverwegen.
19
De heer BRUINS stelt dat het feit blijft dat het een collegebesluit is en geen raadsbesluit. Het is dus aan het college om een zienswijze al dan niet te honoreren. Wat is de rol van de raad hier nog in? Wethouder PRAKKE zegt dat in de nota borgstellingen staat dat het inderdaad een collegebevoegdheid is en dat alles boven de 2,5 ton voor een zienswijze in aanmerking komt. Het college volgt dat proces. Als een zienswijze van de raad aanleiding geeft voor het college om het besluit te herzien zal dat zeker worden gedaan. De heer VAN DER DONK zegt dat het karakter van een vangnetregeling belangrijk is. Volgens de gemeentelijke regels moet bij een borgstelling enerzijds de voorziening aantoonbaar zijn uitgeput. Men moet geen geldlening kunnen opnemen of er moet sprake zijn van bijzonder hoge kosten waardoor de sport niet meer bereikbaar is. Dat is hier niet het geval en daarom is de borgstelling eigenlijk een cadeautje en dan mag worden verwacht dat er straks allerlei andere verenigingen daar ook om gaan vragen. Is de raad het ermee eens dat dit niet past bij de regels die de gemeente zelf voert? Mevrouw OORTMAN GERLINGS is het daar 100% mee eens. De heer VAN DER LINDEN is van mening dat er wel degelijk sprake is van hogere kosten want de borgstelling is verleend tot ongeveer 3% en bij een commerciële instelling is het ruim 5%.
Er is dus sprake van een kostenoverschrijding van 60-€ 70.000 en dat is een belangrijk verschil. De heer BRUINS is het ook 100% eens met het CDA. Mevrouw STRUIJK vindt dit noodzakelijk om er uiteindelijk voor te kunnen zorgen dat het een brede sport blijft en voor iedereen bereikbaar. De heer VAN DER DONK is van mening dat de breedtesport moet worden gegarandeerd als het niet betaald kan worden. Echter, de vereniging kan dit prima financieren want er is een prima businesscase. Als de gemeente dit niet doet gaat het toch door. Mevrouw STRUIJK zegt dat als de tennisvereniging een lening moet afsluiten tegen een veel hogere rente dat geld ergens vandaan moet komen. De investering moet dan worden terugverdiend door de leden en dan is het geen breedtesport meer. De heer BRUINS stelt dat dit speculatief is want er ligt niets vanuit een commerciële bank. Derhalve kan niet worden onderzocht wat betaald moet worden bij een commerciële bank want dat was te veel werk voor het college. De heer VAN DER DONK heeft gehoord van de vereniging dat het verschil 2% is. Er is dus wel degelijk informatie bij een bank opgevraagd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 8.
Bestemmingsplan Twee woningen achter Zandvoortweg 140 (849186)
De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 9.
Tussenrapportage 2023 (851096) 20
De heer KORKMAZ leest dat de prognose van het jaarresultaat per saldo € 816.000 voordelig is maar in de exploitatietabel staat een bedrag van € 633.000. Hoe moet dit worden geïnterpreteerd en welk bedrag is juist? Kan de portefeuillehouder vertellen hoe de septembercirculaire uitvalt voor de gemeente voor de komende jaren? Onder de stelposten wordt onder andere de donatie voor de aardbeving in Turkije en Syrië van € 25.000 genoemd. Er blijft echter nog € 330.000 over en dat wordt niet teruggezien in de tussenrapportage. De portefeuillehouder heeft tussentijds aangegeven dat dit onder andere valt onder inhuur en voor de inschaling van HR. Deze posten moeten echter worden teruggezien onder andere bij Inhuur derden of bij personeelskosten. Vooralsnog kan worden ingestemd met het voorstel. De heer VAN DER LINDEN is het ook nog niet helemaal duidelijk wat overblijft na de tussenrapportage. Er zijn verschillende kostenoverschrijdingen zoals de Omgevingswet en de loonkosten veroorzaakt door de stijging van de cao. Daarnaast de energiekosten maar deze posten waren moeilijk in te schatten bij het maken van de begroting 2023. Wethouder PRAKKE zegt dat helaas de exploitatietabel nog niet is aangepast maar het juiste bedrag is € 816.000. Er zal worden gezorgd voor een nieuwe tabel.
De septembercirculaire heeft een positief effect rond de € 600.000 voor 2024 maar het is allemaal vrij broos als naar de toekomst wordt gekeken. Voor 2024 tot en met 2027 wordt niet uitgekomen op een tekort van 2,3 miljoen maar op een tekort van 1 miljoen. Dat zal ook in de peilnota in januari worden verwerkt maar met de meicirculaire volgend jaar kan het weer de andere kant opgaan. Het gebruik van het woord stelpost is niet handig. Dat had inderdaad anders moeten worden omschreven als het gaat om inhuur, HR en investeringen die anders in de tijd zijn gezet. De € 25.000 is het enige bedrag dat uit de stelpost onvoorzien wordt gehaald en de rest zijn bedragen waarop extra moet worden uitgegeven maar volgend jaar zal dit inzichtelijker worden gemaakt. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 10.
Raadsinformatiebrief Voortgang ontwikkeling RWS terrein (853012)
De heer SCHOUTEN is het niet welgevallig waar de kosten van de bodemsanering zouden moeten liggen maar blijkbaar heeft iemand niet op zitten letten bij de aankoop van dit perceel. Het was ook niet echt een koopje maar het is schandalig dat de rijksoverheid vervuilde grond verkoopt en de rekening bij de lokale overheid neerlegt. Is er nog iets met deze kosten te doen en kan de gemeente dit nog claimen bij het Rijksvastgoedbedrijf? In de beantwoording van de technische vragen door het college staan in combinatie met de stukken wat tegenstrijdigheden betreffende de mate van vervuiling. In het ene stuk staat ernstige en/of sterke vervuiling en in het andere stuk staat niet ernstige vervuiling. Wat is de mate van vervuiling? Is de raad het met VoorBaarn eens dat de grondaankoop zorgvuldiger had gemoeten door middel van bijvoorbeeld een schone grondverklaring zodat de kosten die zich nu geopenbaard hebben niet door de gemeente gedragen hadden hoeven te worden? Dat gaat om een bedrag van ongeveer € 40.000.
Is de raad ook van mening dat het college de rekening alsnog bij het Rijksvastgoedbedrijf moet neerleggen of in ieder geval een reactie moet vragen over het feit dat zij een perceel heeft verkocht met vervuilde grond? Is de raad het met VoorBaarn eens dat alvorens het college overgaat tot een herijking zij moet wachten tot een definitief besluit is genomen omtrent het al dan niet geschikt achten voor flexwoningen zodat de ambtelijke organisatie geen onnodig werk hoeft te doen terwijl de werkdruk toch al hoog is? Is de raad eveneens van mening dat het college nogmaals moet kijken of flexwoningen niet een zinvollere bestemming is voor dit perceel? 21
De heer BOSMAN stelt dat artikel 14 van de koopovereenkomst nauwgezet beschrijft hoe de verkopende en kopende partij op dat moment omgaan met de op dat moment bekende bodemverontreiniging. Dat er een verontreiniging zit kan de gebruiksmogelijkheden van het terrein beperken zolang die verontreiniging niet wordt weggehaald. Dan is het wel vreemd dat het toenmalige college geen korting op de aankoopprijs heeft bedongen ter hoogte van de verwachte kosten. Daarmee is bij voorbaat ingecalculeerd dat het de gemeente geld zou kosten als een ander gebruik van het terrein aan de orde zou komen. Gelet op de koopovereenkomst lijkt het verhalen van extra kosten van bodemsanering op de verkopende partij een kansloze missie. De locatie is niet geschikt voor flexwoningen want het terrein ligt ingeklemd tussen de A1 met de aan- en afvoerwegen en de weg naar Hilversum. Daarmee is sprake van een grote belasting door geluid en fijnstof. Bovendien ligt er direct naast de milieustraat met stank- en geluidsoverlast. Alle voorzieningen in het dorp zijn ook ver weg en de aanwezige bodemverontreiniging zal het er niet makkelijker op maken. GroenLinks heeft in het verkiezingsprogramma gepleit voor verplaatsing van politie- en brandweerkazerne ten behoeve van woningbouw en misschien is deze locatie met de uitvalswegen daarvoor geschikt.
De heer VAN WIJK vindt het vreemd dat het college heeft afgezien van een schone grondverklaring of dat niet is ingestemd met de sanering van asbest door de verkopende partij. Er kan nu geen reactie meer worden gevraagd aan het Rijksvastgoedbedrijf over waarom de grond inclusief de vervuiling is verkocht want alles is dichtgetimmerd. Dit plangebied is vooralsnog niet geschikt voor flexwoningen, zeker niet als de grondsanering nog niet is gedaan en dit terrein ligt bij uitvalswegen, zoutopslag en vuilverwerking. Het CDA blijft bij het oorspronkelijke plan om daar busjes en vrachtwagens te parkeren zodat de parkeerdruk in het dorp mogelijk kan worden verminderd. De heer VAN DER LINDEN zegt dat als de gemeente de schone grondverklaring wel had gevraagd de prijs misschien wel hoger was geweest. De heer BOSMAN heeft in de stukken gelezen dat het feit dat er een bodemverontreiniging was geen aanleiding was om de prijs te veranderen. De oorspronkelijke prijs lag dus niet hoger. De heer VAN DER LINDEN stelt dat er sprake is van een gesloten contract en dat alle partijen het erover eens waren dat het niet kan worden teruggevraagd bij het Rijksvastgoedbedrijf. Wat betreft de vragen 3 en 4 aansluiting bij de antwoorden van GroenLinks maar over de verplaatsing van de brandweer- en politiekazerne heeft de fractie nog niet nagedacht.
Mevrouw STRUIJK zegt dat het mosterd na de maaltijd is om te proberen om het nog recht te zetten. Het is wel goed om even terug te blikken of het in het vervolg niet anders moet worden gedaan. Het is altijd goed om te kijken waar de grond nog meer geschikt voor is maar dat is gedaan. Deze plek is wel afgelegen voor flexwoningen en dan is de vraag wie gaat hier wonen en met welke risico’s. De heer VAN LOON vindt dat de aankoop zorgvuldiger had gemoeten en dit moet ook een les zijn voor de toekomst. De vervuiler betaalt en daarom moet worden gekeken of de kosten toch nog niet bij het Rijksvastgoedbedrijf gelegd kunnen worden. Het is de vraag of dit een goede locatie is om woningen te bouwen. Wethouder EIJBAARD zegt dat het besef er is, ook bij de ambtelijke organisatie, dat dit soort afspraken zo niet meer moeten worden gemaakt. De kans is vrij klein dat nog wat kan worden 22
gedaan aan het bedrag. De vervuilde grond is niet per definitie schadelijk voor mensen en het ecologische systeem. Als daar een vrachtwagenparkeerplaats wordt gemaakt en de grondopslag wordt gehouden zou de gemeente de grond vervuild kunnen laten en hoeft niet tot sanering te worden overgegaan. Wel heeft de gemeente de morele plicht om de grond te saneren, los van welk gebruik er ook is. De heer SCHOUTEN vraagt of de grond nu wel of niet ernstig vervuild is. Wethouder EIJBAARD zegt dat de ernstige vervuiling er niet toe leidt dat dit schadelijk is voor de mens en voor ecologisch gebruik, zeker als daar een parkeerplaats wordt gemaakt. In de beantwoording van de schriftelijke vragen had dit iets anders opgeschreven moeten worden. Er dient tot sanering te worden overgegaan omdat eigenlijk elke vervuiling te veel is. De heer SCHOUTEN merkt op dat in de raadsinformatiebrief staat vooralsnog niet aan te merken voor flexwoningen. Dat zet een deur open maar gehoord de reacties vanavond staat die deur dicht. De afstand tot de supermarkt is even ver als van het gemeentehuis naar de PLUS, dus daar zit niet zoveel verschil in. 11.
Raadsinformatiebrief Versterking samenwerking sociaal domein gemeenten Baarn Bunschoten en Soest (852981)
De heer VAN HARDEVELD heeft een aantal vragen aan de raad. De transformatie van het sociaal domein heeft het doel om hulp aan kwetsbare inwoners beter van dichtbij georganiseerd wordt dan op afstand. Onder andere met de inzet van een lokaal team wordt uitvoering gegeven aan het streven één gezin, één plan, één regisseur. Deelt de raad de zorg van het CDA dat de beoogde samenwerking met andere gemeenten deze samenwerking in gevaar kan brengen? Het is de verwachting dat, mede door de demografische ontwikkelingen en de arbeidsmarktproblematiek, de druk op de beschikbaarheid van hulp en zorg zal toenemen. Een van de manieren om hiermee om te gaan is om meer een beroep te doen op de basisinfrastructuur. Is de raad het met het CDA eens dat door de beoogde centralisatie of regionalisering de samenwerking met de basisinfrastructuur bemoeilijkt wordt? De informatie in de raadsinformatiebrief en de informatie op de bijeenkomst maken duidelijk dat het project volledig uitgaat van het belang van de organisaties. Het belang van de cliënt komt niet of nauwelijks aan de orde. Zijn de raad en de wethouder het met het CDA eens dat dit niet in evenwicht is? Met dit project wordt een periode tegemoet gegaan met de nodige bestuurlijke drukte, bijkomende kosten en een beslag op de personeelscapaciteit.
In Baarn is de afgelopen 10 jaar hard gewerkt aan de transformatie van het sociaal domein en met succes. Waarom nu terwijl alles goed op de rails staat veranderen in plaats van consolideren? Wethouder EIJBAARD zegt dat de presentatie die gegeven is veel eerder had moeten gaan over wat dit nu voor de inwoner betekent en dit wordt ook mee teruggenomen. Overigens is in de bestuurlijke reactie op de vragen duidelijk gemaakt wat dit betekent voor de inwoners en hoe dit ook, zeker voor Baarn, aansluit bij het traject dat al eerder is gestart, ook met de integrale toegang. Dit staat ook duidelijk vermeld in de bestuursopdracht. De afgelopen jaren is een goed fundament gelegd voor goede hulp en zorg aan de inwoners. Er is echter nog wel een belangrijke stap nodig om de integrale toegang te realiseren en het creëren van hoogwaardige lokale teams die goede begeleiding kunnen bieden. In de huidige situatie is de integrale toegang nog niet volledig gerealiseerd en met het inhuizen van Pit Baarn in 2024 en een versterking van de uitvoeringsorganisatie wordt dit verder gerealiseerd. 23
De taken op hulp en zorg nemen toe en aanvragen van inwoners worden complexer. De uitvoeringsorganisatie is nu smal ingericht zonder specialistische functies die de lokale teams nodig hebben om de juiste hulp en zorg aan te bieden. Er zijn daar 2 onderzoeken naar gedaan. Het ene onderzoek van Twijnstra Gudde dat in 2020 aan de raad is aangeboden en daar komen 2 punten uit die nog verder onderzocht zouden moeten worden door de colleges. Het ene punt is de stip op de horizon. Die is nu geschetst, namelijk samenwerken aan integrale toegang en dat vormgeven op de manier zoals dat al is in Baarn, namelijk door de welzijnsorganisaties te laten samenwerken met de lokale teams en het andere punt in het rapport was maak een keuze over hoe je die lokale teams gaat inrichten. Nu zijn de lokale teams in dienst bij BBS en de leidinggevende van de lokale teams is in dienst bij de gemeente maar dat construct werkt onvoldoende. Daarnaast is er het rapport uit 2018 van Rijnstaete en daar blijkt dat het construct waarvoor gekozen is ervoor zorgt dat de lokale teams eigenlijk niet zo goed weten waar ze bij horen, bij de gemeente of bij BBS. Ook uit recente medewerkerstevredenheidsonderzoeken blijkt dat dat nog onvoldoende is opgepakt en daar wordt een impuls aan gegeven om ervoor te zorgen dat de medewerkers duidelijkheid hebben.
Dat verklaart dat een deel dat voorligt ingericht is op de uitvoeringsorganisatie. Ondanks de onvrede die er is, is er wel altijd goede zorg aan de inwoners geleverd. Door de robuuste uitvoeringsorganisatie te ontwikkelen kan goede expertise worden aangetrokken en behouden en hulp in de eigen gemeente worden geboden en kan goede begeleiding worden geboden aan hulp- en zorgvragers. De kosten in het sociaal domein moeten beheersbaar blijven en als deze ontwikkeling niet wordt gedaan is de verwachting dat de gemeenten onvoldoende in staat zijn om deze ontwikkeling te beheersen. De heer BOSMAN bevestigt dat de medewerkers van het lokaal team in dienst zijn bij BBS terwijl de leidinggevenden in dienst zijn bij de gemeente en ze maken ook gebruik van systemen van de gemeente en dat is feitelijk een kromme situatie. Het onderbrengen van het gehele team bij één werkgever creëert rust op de werkvloer en duidelijkheid in de arbeidsverhoudingen. Dat heeft als bijkomend voordeel dat het makkelijker wordt om kennis en ervaring te delen met collega’s uit buurgemeenten en in uitzonderlijke situaties zelfs voor elkaar in te springen. Dat vermindert de kwetsbaarheid van het team en komt de inwoners ten goede. De integrale toegang is vooral een uitdaging voor Soest en Bunschoten want Baarn is daar al volop mee bezig. Het voorstel gaat wel erg in op het belang voor de organisatie.
De wethouder zou nog duidelijk kunnen maken welke concrete voordelen de versterking van het sociaal domein voor de inwoners heeft maar feitelijk heeft de wethouder al een tipje van de sluier opgelicht. Mevrouw OORTMAN GERLINGS kan zich daar helemaal bij aansluiten en ziet nut en noodzaak van deze ontwikkeling. De heer SCHOUTEN voelt mee met het CDA maar het is ooit gegaan om de decentralisatie. Het kan dan heel lokaal worden gedaan en gericht op de cliënt. Echter, steeds meer ontstaat de kramp van meer centralisering en dat is meestal regionaal. Dat heeft ook met de kostentechnische kant te maken omdat het op deze manier niet kan worden georganiseerd. Er lijkt dus geanticipeerd te worden op gelden die bij het Rijk achterblijven. Voor het argument dat het prettiger is dat de werknemers bij één lokale werkgever zijn is een simpeler oplossing te verzinnen dan meer centralisatie met de logheid die daarachter zit. Mevrouw SLUIJS begrijpt dat de centralisatie is bedoeld om ervoor te zorgen dat er decentraal voldoende bezetting, kennis en slagkracht is. Om dat financieel rond te krijgen dient gebruik te worden gemaakt van regionale expertise.
24
De heer VAN DER LINDEN stelt dat door samenwerking de kans aanwezig dat één plan, één gezin, één regisseur beter uitgewerkt kunnen worden. Door samenwerking is juist uitwisseling van personeel beter mogelijk om eventuele gaten die ontstaan door een krappe arbeidsmarkt op te vangen en een goede organisatie straalt af op de uitvoering en dat komt het belang van de kwetsbare cliënt ten goede. De heer VAN HARDEVELD memoreert dat wat betreft het sociaal domein al vanaf 2011 een piramide wordt voorgesteld met in het brede stuk de basisinfrastructuur, vervolgens de huisartsen en hoe hoger je in de piramide komt hoe meer specialisaties. Nu worden reacties gehoord van we kunnen straks meer specialiseren als we meer samenwerken maar dat is niet de enige oplossing met de demografische ontwikkelingen, de toenemende zorgvraag en de moeilijke arbeidsmarkt. Op 7 november worden de raadsleden uitgenodigd voor een nadere kennismaking met het lokaal team en dan zullen dezelfde vragen worden gesteld aan de leden van het lokaal team. I 2.
Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.15 uur. Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst "Debat in de Raad" van 8 november 2023. De griffier,
De voorzitter, de heer H.J. van Hardeveld
25