230831 Groeidocument op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio (851876)
Tekst van het document
inlichtingen bij
Albert van 't Riet
doorkiesnummer
035-5481611
Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn
uw kenmerk ons kenmerk
850538 / 851876
datum
31 augustus 2023
portefeuillehouder(s) onderwerp
Wethouder Eijbaard Groeidocument: op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort
Geachte leden van de raad en steunfractieleden, Met deze brief sturen wij u het Groeidocument, op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied voor de Regio Amersfoort toe, met daarbij enkele specifieke vragen aan uw raad. Het Groeidocument ligt op dit moment, met dezelfde vragen, bij alle zeven Utrechtse gemeenteraden van de Regio Amersfoort. Het Handelingsperspectief Buitengebied is één van de uitwerkingsprogramma’s uit het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort (vastgesteld in de raad op 27 oktober 2021, klik hier voor alle stukken). Het Ontwikkelbeeld geeft richting aan de ontwikkeling van de regio voor de periode 20302040. De kaders voor het Handelingsperspectief zijn meegegeven in de Startnotitie, die u op 2 februari jl. ontving. In deze brief schetsen wij de context van de verschillende processen in het landelijk gebied op landelijk en provinciaal niveau en hoe dit alles zich tot elkaar verhoudt. Ook gaan wij in op de totstandkoming van het Handelingsperspectief. In drie regiosessies (gebiedsateliers) zijn stakeholders betrokken geweest (Eemland, Heuvelrug en Gelderse Vallei). Tijdens de afrondende bijeenkomst over de gebiedsateliers op 5 juni jl. bleek dat met name de agrariërs in de Regio zich niet herkenden in de beelden die waren opgehaald. Ons college was al en blijft in gesprek met alle agrariërs, en andere grondeigenaren zoals de landgoedeigenaren.
Om zo een gedragen Baarnse bijdrage te leveren aan het Handelingsperspectief. De Regio Amersfoort heeft een projectwebsite opgezet met daarin presentaties aan de gebiedsateliers en opnames of beeldverslagen van de ateliers.
Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden
Werken aan een Handelingsperspectief met draagvlak Bij het opstellen van het Ontwikkelbeeld bleek dat er in het buitengebied meer vraag om ruimte is, dan dat er gebied is. Met het Handelingsperspectief werken we in de Regio samen met stakeholders aan een gezamenlijk beeld van de toekomst van ons buitengebied. Het college geeft het groeidocument, op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort, vrij voor consultatie. Het groeidocument is en gebaseerd op de kaders vanuit bestaande wet- en regelgeving alsook de opbrengst van drie gebiedsateliers (Eemland, Heuvelrug en Gelderse Vallei), waar met belanghebbenden en experts de opgaven en mogelijke toekomstperspectieven voor het buitengebied van de regio onderzocht is. Het groeidocument is geen beleidsdocument dat nu ter goedkeuring wordt voorgelegd, maar een tussenstap. Het is verstuurd naar de deelnemers aan de gebiedsateliers en neemt de partijen mee in wat er speelt en leeft in het gebied en welke kansen en schuurpunten er liggen om met alle gebiedspartijen, inclusief de publieke partijen, samen te werken aan de toekomst van het buitengebied. En het biedt de gelegenheid aan belanghebbenden, maar ook aan raden en staten om te reageren, en om mee te sturen naar een gezamenlijk einddocument. Sinds het aantreden van het college, heeft wethouder Eijbaard de banden met de agrarisch ondernemers aangehaald.
Dat heeft vorig najaar onder andere geresulteerd in een in onze ogen geslaagd werkbezoek, waarbij ook leden uit uw raad aanwezig waren. Ook bij de voorbereiding van voorliggend groeidocument is er contact geweest met enkele van de agrariërs. Wij beseffen dat de berichtgevingen van de landelijke en provinciale overheden en alle media-aandacht, vragen oproepen en zorgen geven. Wij proberen in ieder geval een luisterend oor te bieden en zo te laten voelen dat wij hun zorgen delen en er voor hen zijn. En dat wij hun zorgen meenemen naar onze overleggen op en op de juiste plek neerleggen. De volgende vragen zijn aan alle zeven gemeenteraden voorgelegd. Het college stelt het op prijs als ook de raad van Baarn zich uitspreekt over de volgende vragen: 1. Is het college, samen met de 6 andere gemeenten binnen het Utrechtse deel van de Regio Amersfoort, op de goede weg met dit Groeidocument? Kan uw raad zich vinden in de uitgangspunten voor het toekomstperspectief die in het Groeidocument worden genoemd voor uw regio? (Baarn: Eemland p.22-27). 2. Heeft uw raad suggesties om de inhoud verder aan te scherpen? 3. In de startnotitie is vastgesteld dat het Handelingsperspectief participatief tot stand komt.
Biedt het proces tot nu toe voldoende opbrengst voor een goede belangenafweging later dit jaar? De landelijke en provinciale aanpak van stikstof De landbouwsector ervaart grote druk, enerzijds door de ruimtevraag van natuur, recreatie, energie, mobiliteit, wonen en werken, anderzijds door stikstof en noodzaak tot extensivering, waardoor voorgestelde wijzigingen in het buitengebied weerstand kunnen oproepen. De verschillende 'tafels' waarop over het landelijk gebied wordt gesproken kan de weerstand ook vergroten. Het is niet voor iedereen altijd duidelijk waar zorgen neergelegd kunnen worden en wie er over gaat. Wij doen een poging enige duidelijkheid te scheppen. Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden
Het Rijk constateert dat de natuur en de kwaliteit van water onder druk staan en het klimaat verandert. Dat brengt schoon drinkwater, schone lucht en een gezonde bodem in gevaar. Daarom heeft het Rijk een Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) ingesteld en werken de provincies aan oplossingen per gebied, via zogenoemde gebiedsprogramma’s. Het kabinet maakt hier €24,3 miljard voor vrij. In de publiciteit wordt dit programma vaak samengevat tot 'stikstof', maar u kunt lezen dat het veel breder is en dat het gaat om de kwaliteit van het landelijk gebied in zijn geheel. Doel van de maatregelen uit het NPLG is om te werken aan een toekomstbestendig en gezond landelijk gebied. Er worden maatregelen genomen in onder meer de landbouw, industrie en mobiliteit. Alle sectoren dragen bij aan de doelen. Zowel op het gebied van stikstofreductie, minder uitstoot van broeikasgassen en verbetering van luchtkwaliteit. Het NPLG biedt kaders die de provincies gebruiken om de gebiedsprogramma’s op te stellen. In de gebiedsprogramma’s leggen provincies vast hoe ze de doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat gaan halen. En welke maatregelen nodig zijn. Provincies kennen de gebieden en kunnen hierdoor gericht praktijkkennis en de regionale expertise inzetten voor een aanpak op maat. De uitwerking door de provincie Utrecht is neergelegd in een Gebiedsgerichte Aanpak.
De provincie Utrecht hanteert voor de Gebiedsgerichte Aanpak de volgende principes: we doen het samen, het gebied staat centraal en we organiseren een grote betrokkenheid en inbreng van de direct betrokkenen. Uiterlijk 1 juli 2023 moesten alle provincies hun eerste versie van de Provinciale Gebiedsprogramma’s klaar hebben en indienen bij het Rijk. Ook is het gebiedsprogramma aangeboden: het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Als gevolg van de uitkomst van de provinciale verkiezingen in maart van dit jaar, de langdurige coalitievorming die daaruit voortkwam en het vasthouden aan de datum van 1 juli door het Rijk, is er nog nauwelijks ruimte geweest van het creëren van betrokkenheid en inbreng van direct betrokkenen. Wij zien dat dit ook zijn weerslag heeft op het Handelingsperspectief. Het Handelingsperspectief is tevens het 'bod' van de Regio in de stikstofdiscussie Terug naar het Handelingsperspectief buitengebied: Het op te stellen Handelingsperspectief is een gezamenlijke opdracht van de Regio Amersfoort en de provincie Utrecht. Het is een concretisering van de (ruimtelijke) opgaven in het buitengebied van onze Regio tot 2040 op basis van de huidige situatie, vastgestelde ruimtelijke opgaven en trends en ontwikkelingen. Ook geeft het inzicht in mogelijkheden voor verdienmodellen en het prioriteren en combineren van functies.
Met het Handelingsperspectief geven de regiogemeenten zichzelf en hun partners een kader en richting voor uitvoering van ambities in het buitengebied. De vele ruimteclaims in het buitengebied maken dat we (zoals vastgelegd in de startnotitie) gekozen hebben voor een participatief proces dat ruimte biedt aan verschillende belangen en verschillende toekomstbeelden. Want de toekomst voor de één is de zorg van de ander. Maar er is ook een gedeeld beeld. Over hoe we elkaar nodig hebben, over de behoefte aan duidelijkheid, aan keuzes, en de zorg over de kwaliteit van het gebied en hoe we die borgen voor toekomstige generaties.
Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden
Het Handelingsperspectief is tevens het 'standpunt', of 'bod', van de Regio Amersfoort als bijdrage aan het UPLG. Hoe willen we komen tot een Handelingsperspectief voor het buitengebied van de Regio Amersfoort Op 31 januari 2023 heeft het college de startnotitie van het Handelingsperspectief vastgesteld en ingestemd met de gekozen werkwijze en afspraken (raadsbrief 2 februari 2023). Als opdrachtgevers van het Handelingsperspectief hebben de Provincie Utrecht en Regio Amersfoort (d.w.z. de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg) het gesprek hierover gefaciliteerd en leveren nu het Groeidocument op. Het Groeidocument is een tussenstap om de opbrengst van de gesprekken en de voorgestelde richting te toetsen bij alle betrokkenen (belanghebbenden, raden en staten) voordat de definitieve belangenafweging volgt bij de besluitvorming eind 2023. De regiogemeenten Nijkerk en Barneveld haken aan bij de Regio Foodvalley en de provincie Gelderland. Op 6 juli 2023 is het Groeidocument: op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort, vrijgegeven voor een ronde langs belanghebbenden en een consultatie langs raden, staten en het waterschap.
Betrokken Partijen Het Handelingsperspectief wordt geschreven door BVR Adviseurs in opdracht van Bureau Regio Amersfoort namens de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg en de provincie Utrecht. Gebiedspartijen en belanghebbenden zijn actief betrokken. De landbouwsector wordt actief ondersteund De landbouwsector ervaart grote druk, enerzijds door de ruimtevraag van natuur, recreatie, energie, mobiliteit, wonen en werken, anderzijds door stikstof en noodzaak tot extensivering, waardoor voorgestelde wijzigingen in het buitengebied weerstand kunnen oproepen. Om zoveel mogelijk inzicht te krijgen in waar kansen en bedreigingen liggen, neemt een landbouwdeskundige namens de LTO’s Eemland en Gelderse Vallei, Collectief Eemland, Collectief Oost en Vallei Horstee deel aan het proces. De landbouwdeskundige koppelt terug aan deze organisaties, en geeft ons gevraagd en ongevraagd advies bij de totstandkoming van het handelingsperspectief.
Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden
Waar gaat het Handelingsperspectief over? De toekomst van het buitengebied staat onder druk door afname van natuurwaarden, klimaatverandering en de vele ruimtevragers in het buitengebied zoals natuur, recreatie, landbouw of energie-opwek. Met het Handelingsperspectief Buitengebied willen de gemeenten in de regio Amersfoort en de Provincie Utrecht de opgaven voor de regio tot 2040 integraal onderzoeken, om vervolgens samen met betrokken belanghebbenden te kiezen: waar moeten we prioriteren en waar kunnen we functies combineren. Het handelingsperspectief biedt bestuurders en gebiedspartijen een perspectief en een routekaart om een duurzame toekomst en kwalitatieve leefomgeving voor alle bewoners en ondernemers in de regio (mens, flora en fauna) te borgen. Zodat we samen werken aan een toekomstbestendige inrichting van ons buitengebied, passend binnen de kaders die het Rijk en Europa ons opleggen en bij de opgaven die in het buitengebied spelen. Het groeidocument is geschreven door BVR Adviseurs, en gebaseerd op de opbrengst van de drie gebiedsateliers, maar ook opgaven, mogelijkheden en onmogelijkheden uit wet- en regelgeving. Het neemt de partijen mee in wat er speelt en leeft in het gebied en welke kansen er liggen om met alle gebiedspartijen, inclusief de publieke partijen, samen te werken aan de toekomst van het buitengebied.
Het is een document waarin aangegeven wordt wat er zou moeten veranderen, zowel in condities als in fysieke ingrepen, om de vele ruimtevragers en transitieopgaven een plek te geven. Het geeft richting en biedt de kaders hoe er in dit buitengebied het beste gewerkt kan worden aan de transitieopgaven die op het gebied afkomen. Hoe ging het proces tot nu toe en hoe zijn belanghebbenden daarbij betrokken? Het Handelingsperspectief wordt een stuk dat het perspectief voor onze regio(partijen) schetst. Het betrekken van belanghebbenden en gebiedspartners is daarom sterk verankerd in het proces. In de eerste helft van 2023 hebben we gebiedsateliers georganiseerd in het Eemland, de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei. Daarin hebben we alle inwoners en ondernemers uit Regio Amersfoort uitgenodigd om mee te praten over de toekomst van het buitengebied. Tijdens de gebiedsateliers zijn we met elkaar aan de slag gegaan: grondeigenaren, ondernemers, inwoners, volksvertegenwoordigers, belanghebbenden en toehoorders. We spraken gedurende een aantal dagen met hen over wat er nodig is om te komen tot een toekomstbestendige inrichting van ons buitengebied. Na het afronden van de gebiedsateliers volgde op 5 juni het regioatelier, waar BVR Adviseurs de resultaten van de drie gebiedsateliers presenteerde.
Bovendien werd een doorkijk gegeven naar de toekomst op basis van alle inzichten en opbrengsten uit de ateliers. Hier konden gebiedspartners en belanghebbenden hun eerste reactie delen. BVR heeft de reacties verzameld en ervoor gezorgd dat alle belangen een plek hebben gekregen in het groeidocument.
Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden
Samenhang met ander beleid Ook op landelijk niveau is er behoefte aan een aanpak voor het landelijk gebied, zoals u hiervoor al las. In juni 2022 heeft het Rijk de startnotitie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied gepubliceerd. Dit programma brengt de opgaven op het gebied van stikstof, natuur, water, klimaat en bodem samen en zorgt voor een gecombineerde aanpak voor een vitaal landelijk gebied. Elke provincie levert hiervoor een gebiedsprogramma op, dat de kaders van de opgaven in het buitengebied omschrijft. Wat moeten we als gebruikers van het gebied doen om onze doelen te behalen? In onze provincie is dit het Utrechts Programma Landelijk Gebied (het UPLG). Met het UPLG kan ook aanspraak gemaakt worden op het landelijke Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur. Van belang is dat we als regio weten wat we willen en hoe we de toekomst van ons buitengebied voor ons zien. Met de vaststelling van het Handelingsperspectief eind dit jaar leveren we een belangrijke bouwsteen aan voor de uitwerking van het UPLG in een gebiedsprogramma voor onze regio.
Het ligt in de verwachting dat in komende periode ook meer informatie beschikbaar komt uit andere trajecten, zoals het programma Groen Groeit Mee (GGM), het Gebiedskompas van A(mersfoort) tot Z(eist), de Regionale Energie Strategie (RES Regio Amersfoort en Foodvalley) en het RPLG (Regionaal Perspectief Landelijk Gebied) van Foodvalley. De wederzijdse afhankelijkheid tussen al deze programma’s vraagt om nauwe samenwerking. Het Handelingsperspectief gaat uit van bestaande kaders en uitgangspunten die voortkomen uit nationale en Europese opgaven en bestaand beleid. Dit is een gegeven dat we op regionaal niveau niet kunnen veranderen, maar het Handelingsperspectief levert wel informatie hoe overheden en gebiedspartijen binnen deze kaders kunnen handelen. Hoe ziet het vervolg eruit Het groeidocument wordt gedeeld met alle deelnemers aan de gebiedsateliers, is openbaar beschikbaar via de website van Bureau Regio Amersfoort en is te delen met alle belanghebbenden die geïnteresseerd zijn. Bij het groeidocument hoort een reactieformulier. Daarmee kan iedereen die dat wil tot 7 september suggesties meegeven. In de weken daarna worden de suggesties gewogen en besproken om de inhoud en het proces voor het vervolg te verbeteren.
Daarnaast organiseren adviesbureau BVR en Bureau Regio Amersfoort in september verdiepende gesprekken met georganiseerde belanghebbenden en belangenvertegenwoordigers van de agrarische sector, natuurorganisaties, landgoedeigenaren, de recreatiesector, waterbeheerorganisaties en onze buurregio Foodvalley. Ook wordt in september een consultatieronde gehouden langs de gemeenteraden en provinciale staten. Met de opbrengst van zowel de schriftelijke reacties, de verdiepende gesprekken als de consultatie testen we de denklijnen en voorstellen op realisme en bruikbaarheid, en vullen we aan waar nodig. Vervolgens wordt het stuk aangescherpt tot het uiteindelijke Handelingsperspectief dat eind dit jaar ter besluitvorming wordt voorgelegd.
Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,
drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris
M.A. Röell burgemeester
Bijlagen: 1. Groeidocument: op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort 2. Samenvatting Groeidocument 3. Presentatie Groeidocument
Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden
Groeidocument Op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort juni 2023
Inhoudsopgave Groeidocument
4
Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort
5
Overzichtskaart
6
Druk op het buitengebied
8
Condities om te handelen Wat goed samengaat Wat niet goed samengaat en schuurt
10 11 13
Ruimtelijk perspectief Het gebied Vroeger en Nu Eemland en Arkemheen Utrechtse Heuvelrug Gelderse Vallei
17 18 20 26 32
Voorbeeld van een ontwikkelpad
38
Financieringsmogelijkheden
42
Groeidocument Voor u ligt het groeidocument, op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort. Het groeidocument levert belangrijke bouwstenen voor het handelingsperspectief. Het geeft inzicht in wat er speelt en leeft in het gebied en welke kansen er liggen om met alle gebiedspartijen, inclusief de publieke partijen, samen te werken aan de toekomst. Het is een document waarin aangegeven wordt wat er zou moeten veranderen, zowel in condities als in fysieke ingrepen, om de vele ruimtevragers en transitieopgaven een plek te geven. In het groeidocument worden verschillende mogelijkheden aangegeven die we met de consultatie met de gebiedspartijen verder willen aanscherpen. Zo wordt er een eerste proeve van een ruimtelijk perspectief per deelgebied geschetst. Dit alles gebaseerd op de gebiedsateliers die in de maanden maart en april zijn georganiseerd door de Regio Amersfoort. Het groeidocument wordt gebruikt voor de consultatie met gebiedspartijen en andere stakeholders om de denklijnen en voorstellen te testen op realisme en bruikbaarheid. Door de aanpak met gebiedsateliers en gebiedspartijen is het geen stuk van de overheid die dingen oplegt aan het gebied, maar een stuk van en voor de partijen.
De publieke partijen moeten het handelingsperspectief uiteindelijk wel vaststellen om het status te geven en duidelijke kaders mee te geven voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied. In de periode juli tot december wordt het groeidocument verder uitgewerkt en geconcretiseerd tot een eerste concept handelingsperspectief. De planning is dat deze eind september gereed is om te bespreken met de Raden, Staten en AB Waterschap.
In dezelfde periode komt ook meer informatie beschikbaar uit andere trajecten, zoals het Uitvoeringsprogramma landelijk gebied (UPLG), het programma Groen Groeit Mee (GGM), het gebiedskompas van A(mersfoort) tot Z(eist), de Regionale Energie Strategie (RES Regio Amersfoort en Foodvalley) en (wellicht) het nationale landbouwakkoord. Zoveel als mogelijk wordt in het definitieve Handelingsperspectief het verband gelegd met deze parallelle trajecten. Wat betreft het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) biedt het handelingsperspectief het kader voor de gesprekken met het gebied. Alle partijen worden uitgenodigd om te reageren en goede voorbeelden uit het gebied in te brengen in dit groeidocument. Met daarbij inzicht in de lessen wanneer iets wel of niet werkt. Daar kan het hele buitengebied haar voordeel mee doen.
Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort Zoals gemeld is het groeidocument de opmaat naar het uiteindelijke handelingsperspectief. Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort is van en voor de gebiedspartijen (stakeholders en publiekspartijen). Het geeft richting en biedt de kaders hoe er in dit buitengebied het beste gewerkt kan worden aan de transitieopgaven die op het gebied afkomen. Sommige opgaven in de regio vinden hun oorsprong, dan wel oplossing, buiten de regiogrens (bijvoorbeeld de waterkwaliteit in beekdalen). Het handelingsperspectief kijkt waar nodig over de grenzen heen en zoekt allianties. Het handelingsperspectief wordt vastgesteld door de publieke partijen waardoor het een zelfbindende status krijgt. De Regio Amersfoort bestaat uit de zeven Utrechtse gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg, en de twee Gelderse gemeenten Barneveld en Nijkerk. De gemeenten Barneveld en Nijkerk zijn wel betrokken, maar maken geen onderdeel uit van het handelingsperspectief. Zij doen mee met de aangrenzende Regio Foodvalley.
Het buitengebied van de regio is waar de gemeentegrenzen elkaar raken. Het buitengebied kent drie karakteristieke landschappen: het Eemland, de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei, die samenkomen rond de stad Amersfoort. Hoewel de gebieden in karakter en grondgebruik zeer verschillend zijn, staan zij samen voor dezelfde transitieopgaven. De druk op het buitengebied wordt veroorzaakt door autonome ontwikkelingen zoals bevolkingsgroei, klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, maatschappelijke behoeftes en stoppende boeren. Maar ze worden ook veroorzaakt door de noodzakelijke transities die nodig zijn op het gebied van energie, bodem, water, circulaire economie en landbouw zodat er een gezond en vitaal buitengebied is voor toekomstige generaties. De ontwikkelingen in het gebied worden mede bepaald door (inter) nationale en provinciale regels, doelen en programma’s. Het Handelingsperspectief Buitengebied is één van de uitwerkingsprogramma’s uit het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort, dat in 2021 is vastgesteld.
Overzichtskaart
‘Groeien naar een handelingsperspectief’ Conceptversie
Eemland
> >
Belonen agrarisch natuurbeheer Natuurlijke Eem versterken
Arkemheen
> >
Belonen agrarisch natuurbeheer Meer weidevogels
Gelderse Vallei
> > >
Versterken innovatieve landbouw Versterken beekdalen Recreeëren langs Valleikannaal
Heuvelrug & Veluwe
> > >
Water infiltreren en vasthouden Flanken als sponslandschap Eén robuust natuurgebied
Recreatiegebied > Concentreren drukte > meer groen en gezondheid
Kernranden > Combinaties maken > Ontwikkelmogelijkheden
Drinkwaterbron
Zoekgebied energieopwekking
Defensieterrein
Regionaal bedrijventerrein
Druk op het buitengebied Om voor de toekomst een economisch vitaal en gezond buitengebied te garanderen moeten alle partijen bewegen, anders gebeurt er niets. Dat gaat niet vanzelf. De opgave van stikstofreductie, transitie van agrarische grond, waterberging, ruimte voor klimaatadaptatie, recreatiebehoefte van de stedelingen, gezonde bodem, herstel van biodiversiteit, het zijn allemaal opgaven die een ruimtelijke claim leggen op het buitengebied. Ruimtevragers zitten elkaar in de weg, de vraag overstijgt het beschikbare grondgebied. Dat betekent dat er soms (moeilijke) keuzes gemaakt moeten worden. En ook dan nog, kan de oplossing voor de één een probleem voor de ander betekenen. Het waterpeil is daar een duidelijk voorbeeld van. Het verhogen van het waterpeil ter voorkomen van CO2 uitstoot van de veengebieden kan belemmerend werken voor de landbouwproductie. Minder vee per hectare beperkt de stikstof, door minder mest. Deze extensivering is voor boeren echter het lastigste. Het betekent een omslag naar minder vee of meer grond. In het handelingsperspectief staat het buitengebied centraal. Maar een deel van de druk op het gebied wordt veroorzaakt door ‘de stad’. Tegelijkertijd kan ‘de stad’ bijdragen aan een deel van de oplossing.
Bijvoorbeeld door het zuiniger omgaan met (drink)water, voorkomen van afvallozing in de bodem of in het watersysteem, bijdragen aan verdienvermogen van de recreatieve ondernemer, verminderen van autogebruik en als afzetgebied voor de agrarische producten. Dorpen en steden hebben het buitengebied nodig en dat is wederzijds. Als de stadlandrelatie goed is, is er toekomst voor het buitengebied en voor de bebouwde omgeving.
Indicatie ruimtevraag op basis van data van: CBS, POVI, Regio Amersfoort Centraal!, ... PM
Schematische weergave, van functies scheiden naar functies combineren
Impressie digitale informatiebijeenkomst Raden, Staten en AB leden
Condities om te handelen Ook voor de volgende generaties willen we dat deze regio een vruchtbaar gebied blijft waar het goed ondernemen, recreëren en wonen is. Daarvoor moeten we wel met elkaar, als samenleving aan de slag met de urgente opgaven als de stikstofproblematiek en klimaatverandering. Verandering is nodig. Niet alleen in het buitengebied maar ook in de stad en de dorpen. Iedereen moet bijdragen anders krijgen we het niet voor elkaar. Een palet aan mogelijkheden en oplossingsrichtingen is nodig waarin iedereen zijn plek kan vinden. Op een aantal onderwerpen is het huidige beleid waarschijnlijk ontoereikend, zoals voor bodem en water sturend, de UPLG doelen of de energieopgave richting 2040. Het is daarom nu nodig om voor het buitengebied van Regio Amersfoort een echt nieuw toekomstperspectief te bepalen. Dat houdt keuzes in: prioriteren en combineren. Soms doet dat pijn. Maar liever zelf kiezen dan gedwongen worden.
Het kan zijn dat er nog nader onderzoek gedaan moet worden, beter inzicht moet komen in de verschillende onderliggende belangen of welke maatregelen er zijn om te bewegen. Het kan ook zijn dat de tijd nog niet rijp is om onderwerpen beet te pakken of dat er nu nog te veel onduidelijk is vanuit Europees en/of landelijk beleid. Dat met elkaar benoemen is ook onderdeel van het handelingsperspectief. Alles overziend en met de kennis van nu is op basis van gesprekken in de gebiedsateliers en de beschikbare info gekeken waar voldoende draagvlak voor lijkt te bestaan en voor welke onderwerpen de meningen uit elkaar lopen. Op basis daarvan wordt een voorschot genomen door te laten zien wat prioriteren en combineren kan betekenen.
Wat goed samengaat Kans: gebruikszonering en clustering Zonering van het buitengebied wordt vanuit meerdere belangen kansrijk gevonden. Er is een wens voor duidelijke kaders welke gebieden/zones drukker of juist luwer moeten zijn. Drukke zones lenen zich voor recreatieve functies, uitbreiding van routes en verblijfsplekken, moestuinen, herenboeren, sportprogramma en verbreding van programma voor ondernemers in het buitengebied. Prioritering: De regio benoemt de gebieden van rust en reuring (recreatief) en de ruimtelijke structuur van het groenblauwe netwerk met daarin ook zwemwater. Clustering van recreatie en verbrede landbouw in stad- en dorpsranden zoals in Amersfoort zuidelijke Eemvallei bij Hoogland (ten zuiden van de A1), de groene ‘wespentaille’ tussen Bunschoten en Amersfoort en de plekken rond toeristische trekpleisters als het Nationaal militair museum. Dit kan schuren omdat sommige kernrandzones kunnen gaan veranderen. Luwe zones lenen zich juist voor functies die niet gebaat zijn bij veel reuring, zoals agrarische productiegebieden (minder overlast van vervuiling door recreanten en onveilige verkeerssituaties) en de NNN gebieden en (agrarische) natuur (rust voor bijvoorbeeld weidevogels). Prioritering: vasthouden van rust in de polders van Eemland ten noorden van de A1 en poldergebied van Arkemheen en in een langgerekte zone over de Heuvelrug.
Het betekent dat deze gebieden niet té toegankelijk worden gemaakt voor recreanten.
Kans: natuur-inclusief en bodemverbetering Nieuwe ontwikkelingen en het beheer van het buitengebied kunnen met relatief kleine aanpassingen meer natuur-inclusief worden. Een voorbeeld is ecologisch slootkantbeheer wat een groot positief effect heeft op biodiversiteit, waterkwaliteit en bodemkwaliteit. De gebruikers van het buitengebied kunnen ook de bodemkwaliteit verbeteren door organische bemesting (minder kunstmest, evenwichtsbemesting). Dit heeft een groot positief effect op een bestendige vruchtbaarheid, water vasthouden, CO2 opnemen, waterkwaliteit verhogen. De bodemverbetering is in de handen van boeren prima belegd. Het is hun bestaan. Als iedereen dit doet gaat het de goede kant op. Combineren: In Eemland en de Gelderse Vallei wordt de natuur- en waterkwaliteit vergroot door sloot(kant)beheer, evenwichtsbemesting en het verminderen van de kunstmestgift. Kans: arrangementen recreatief gebruik, zonering en hubs Door het landschap recreatief te ontsluiten via centrale overstaplocaties (zogenaamde hubs) op plekken rond stations of bij de snelweg wordt de overlast van auto’s (parkeren en drukte) bij natuurgebieden beperkt. Deze plekken bieden gelijk ook een kans om hier routes te laten starten en eindigen en functies toe te voegen die aanvullende inkomsten voor het gebied (landeigenaren) genereren.
Vanuit gebiedsinkomsten kan worden bijgedragen aan beheer en onderhoud van het hele gebied. Prioriteren: recreatieve hubs ontwikkelen bij OV haltes (groene poorten) en toeristische knooppunten (TOP’s en knooppunten bij/ op landgoederen) langs de flanken van de Heuvelrug (gebied Lage-Vuursche), station Soest, de Birkt, snelwegafritten, bezoekerscentra van de terreinbeheerders, het Henschotermeer, vergader- en ontmoetingslocaties in het buitengebied (nog niet compleet, nader uitwerken).
Kans: versterken van routes en structuren Versterken recreatieve netwerken door te investeren in groenblauwe structuren door het landschap. Mits daar een reële compensatie tegenover staat en recreanten respectvol omgaan met de grond van de agrariër. Combineren: groenblauwe dooradering van het landelijke gebied met bestaande landschapselementen zoals houtwallen, knotwilgenrijen, moerasoevers aanvullen waar er schakels ontbreken en waar dat passend is combineren met recreatieve paden. Logische gebieden voor routes en groenstructuren: Valleikanaal/Grebbelinie en Eem, het Valleilint, de beken, langs de flanken van de heuvelrug en de dwarsverbindingen hoog-laag. Kans: robuust watersysteem Een robuust watersysteem is voor iedereen belangrijk. Of je nu inwoner, ondernemer of een dier of plant bent: water is van levensbelang. De klimaatverandering legt prioriteit bij het waarborgen en ontwikkelen van een robuust watersysteem. Maatregelen zijn nodig in het buitengebied en stedelijk gebied die bijdragen aan het aanvullen van de zoetwaterbel, het bufferen van water voor droge perioden en het verbeteren van de waterkwaliteit. Ze zorgen voor een toekomstbestendige regio. Dit zijn niet alleen maar fysieke maatregelen maar het gaat hier ook over zuinig omgaan met zoetwater (auto wassen, tuin sproeien etc).
Prioriteren: Ieder draagt bij aan een robuust, veerkrachtig en toekomstbestendig watersysteem waarin de kwelstromen in stand blijven. Dit gebeurt door hemelwater te infiltreren in de bodem en de zoetwaterbel in de Heuvelrug aan te vullen, samen water vast te houden en de waterkwaliteit te verbeteren in de flanken en voet van de Heuvelrug, in sloten, beken en Valleikanaal/Eem en door vernatting van het veen en een slimmer en flexibeler peilbeheer waar dat kan (maatwerk).
Kans: een schone Eem Het verbeteren van de waterkwaliteit in de Eem ten behoeve van natuur, recreatieve functies (zwemwater en waterrecreatie) heeft ook meerwaarde voor de agrarische sector. In droge tijden hebben agrariërs de Eem nodig voor besproeiing. Momenteel is de waterkwaliteit in de Eem slechter dan het gebiedseigen water in de sloten en wordt de Eem liever niet gebruikt vanwege de slechte waterkwaliteit. De oorzaken van de slechte waterkwaliteit zijn onder andere effluentwater uit rioolwaterzuiveringen, stedelijke vervuiling en het gebruik van recreatie- en beroepsvaart en de uitgespoelde meststoffen uit de bovenstroomse landbouwgebieden. Prioriteren: een schone Eem gaat over het hele stroomgebied van de Eem maar ook de aanvoerende beken vanuit Foodvalley. Alle partijen staan samen aan de lat om kwalitatief goed water op Valleikanaal en Eem te lozen. Dat betekent wel meer inspanning voor de zuiveringen, schonere recreatie- en beroepsvaart en aanpassing van de landbouw. Kans: grondbank Interne ruilverkaveling is kansrijk voor het versterken/behouden van het agrarische productiegebied en interessant voor agrarische ondernemers die doorgaan en voor ondernemers die stoppen. Het handelingsperspectief moet zorgen voor behoud van de gronden die het best geschikt zijn voor voedselproductie en versnippering van het productiegebied voorkomen.
Gronden die minder geschikt zijn voor productie (vanwege bijvoorbeeld natte ondergrond of nabijheid van kwetsbare natuur) kunnen benut worden voor natuur, recreatie of ondernemers die kansen zien in andere businessmodellen, zoals agrarisch natuurbeheer. Om dit mogelijk te maken is een grondbank een kansrijk instrument, mits de regio zelf mede sturing kan geven hoe en onder welke voorwaarden gronden worden ingezet. Prioriteren: opzetten van een grondbank met mede-sturing / regie vanuit het gebied.
Wat niet goed samengaat en schuurt Kwestie: buitengebied en toekomstbestendige landbouw Bij alle noodzakelijke veranderingen in het buitengebied is een perspectief voor de landbouw nodig. Dat perspectief hangt nog sterk af van het te sluiten Landbouwakkoord, het UPLG en de internationale afspraken. Wel kan de regio zich uitspreken over de gewenste richting binnen de nu bekende kaders en al gegeven richtingen zoals in het NPLG en Koersdocument UPLG. Prioriteren: het perspectief voor de landbouw in de regio Amersfoort is een natuurinclusieve landbouw waarin kringlopen van hulpbronnen (voeders, mest, water, energie etc.) steeds meer worden gesloten tot een kringlooplandbouw. Stikstofdoelen worden onder andere bereikt door extensivering (minder vee per hectare, minder intensieve veehouderij) en agrarisch natuurbeheer. De groenblauwe diensten worden eerlijk beloond zodat een gezonde bedrijfsvoering mogelijk is. Hiervoor is een palet nodig van keuzemogelijkheden voor de agrariër, een aanpassing van regelgeving en een beloningssysteem. Kwestie: steeds minder landbouwgrond beschikbaar Extensivering van de landbouw vraagt meer ruimte voor dezelfde productiecapaciteit, de ruimte is al schaars en al die andere ambities (recreatie en natuur, uitleglocaties, bufferzones, klompenpaden, dooradering etc.) hebben ook een ruimtevraag.
Richting 2040 is de verwachting dat ca 30% van de gronden vrij zal komen door vrijwillige bedrijfsbeëindiging. Agrarische ondernemers hebben de grond echter ook nodig om hun bedrijf te blijven runnen, bijvoorbeeld via extensivering door meer grond. Het is dus belangrijk dat zoveel mogelijk vrijkomende grond binnen de sector blijft.
Prioriteren: het Handelingsperspectief schept helderheid over de gebieden waar ruimte moet blijven voor de landbouw en in de mate waarin gronden die vrijkomen binnen de sector blijven. Dit betekent bijvoorbeeld dat een verdeelsleutel wordt afgesproken voor de vrijkomende gronden, zoals: 80% blijft agrarisch, 10% natuur en 10% voor recreatie. Kansrijke gebieden voor toekomstbestendige landbouw zijn: Eemland en Gelderse Vallei minus de beekdalen in de Gelderse Vallei, het Valleikanaal en de Eem, de kwetsbare flanken van de Heuvelrug en de kernrandzones. In het Eemland en Arkemheen is de landbouw aangepast op de natte veengebieden en vogelen habitatrichtlijnen. Combineren: door agrarisch gebruik te combineren met natuurbeheer en waterbeheer en recreatief medegebruik worden ruimteclaims in elkaar geschoven zodat de ruimtevraag kleiner wordt. Kwestie: waardering agrarisch natuurbeheer Er staat momenteel geen kostendekkende vergoeding tegenover natuurbeheer door agrarische ondernemers. Natuurbeheerorganisaties krijgen relatief meer middelen om natuurbeheer te voeren. Prioriteren: Bij agrarisch natuurbeheer liggen kansen voor realisatie van natuurdoelen, mits er voldoende financieringsbronnen worden gevonden die agrarisch natuurbeheer tot een interessante businesscase maken. Dit betekent wel dat een fors hoger en langjarig agrarisch natuurbeheer-budget nodig is.
Het Eemland is gericht op weidevogels, de Vallei op beekdalen en kleine landschapselementen.
Kwestie Groen Groeit Mee en kernrandzones De randen van steden en dorpen bieden kansen voor recreatie. In deze kernrandzones zijn ook landbouw, watersystemen en natuurwaarden aanwezig. Een combinatie van deze functies levert economisch vitale gebieden op met mogelijkheden voor recreatieve ontwikkeling, verbrede landbouw en ontwikkeling van erven en voormalige agrarische bestemmingen en passende bebouwing. Combineren: De regio voert kernrandzones beleid waarin de vijf waarden van Groen Groeit Mee centraal staan: Toegankelijk groen; Duurzame landbouw; Veerkrachtige natuur: Beleefbaar landschap; Zichtbaar water. Er worden meer mogelijkheden geboden voor ondernemerschap gericht op een kansrijke combinaties van functies. Kwestie: doorlopende recreatieve paden structuur en landeigenaren Het recreatieve netwerk bestaat ook uit paden die over gebieden lopen die in particulier bezit zijn. Er staat niets tegenover het openstellen van deze paden. Onderhoud van landgoederen kost echter geld. De kosten en baten, lusten en lasten zouden in balans moeten komen. Prioriteren: bezoekers en bewoners gaan een jaarlijks bedrag betalen voor een collectief fonds, immers wie gebruik maakt en geniet van groen en landschap draagt daar ook financieel aan bij.
Kwestie: ingrepen op de flanken Willen we de flanken inzetten om de infiltratie van hemelwater te vergroten, vraagt dit om aanpassingen in het gebied. Stuwen en water vertragen kan betekenen dat de grondwaterstand stijgt en dat kan voor agrarische ondernemers op de flanken effect hebben op de productie en heeft mogelijk gevolgen voor bebouwing. Prioriteren: Bodem en water zijn sturend. Omdat het maatschappelijk belang van voldoende zoetwater hoog is, is toch de richting gewenst dat het landgebruik op de flanken en voet van de Heuvelrug verandert naar een ‘sponslandschap’, of zoals het waterschap zegt een ‘dynamisch bronnenlandschap’, ten behoeve van een robuuster watersysteem van de gehele Heuvelrug. Combineren: slimme combinaties van aangepaste landbouw, bos- en natuurbeheer kunnen al veel doen in het beter water vasthouden. Kwestie: onttrekken van water Drinkwaterwinning is kwetsbaar in Nederland. Waterbedrijven waarschuwen al jaren dat er tekorten dreigen. Drinkwater onttrekken uit de ondergrond heeft ook effecten in de omgeving. De grondwaterstand in de directe omgeving zakt wat nadelige effecten heeft voor natuurgebieden en agrarische ondernemers in de omgeving. Zo wordt in de Glind (Foodvalley) een nieuwe winning voorgesteld die mogelijk effect heeft op het Utrechtse deel van de Vallei. Prioriteren: Alle Nederlanders moeten zuiniger omgaan met drinkwater.
Dit vergt vooral wetgeving en beleid van het Rijk. Niet overal kan drinkwater worden gewonnen uit grondwater. Keuzes zijn nodig. Drinkwaterbedrijven zullen ook meer gebruik moeten maken van oppervlaktewater voor drinkwaterproductie.
Combineren: In de toekomst is het mogelijk om dynamischer te winnen: meer uit oppervlaktewater en als terugvaloptie uit grondwater, afwisselend winnen op het plateau en de flanken afhankelijk van hoe nat het is. Kwestie: afrekening op basis van gemiddelden van grote gebieden Nu worden ondernemers, ondanks goede waterkwaliteit op het perceel afgerekend op de waarde van de metingen elders. Zonder beloning loont het niet om te investeren in ingrepen die zorgen voor systeemverbetering als andere gebiedspartijen dat niet doen. Prioriteren: in de regio wordt in de toekomst meer maatwerk geleverd op doelen, onafhankelijke metingen, effectbepaling en afrekenbaarheid. Dit kost wel meer geld en tijd. Is die tijd er nog wel? Kwestie: top down versus bottom up De ondernemers in het buitengebied ervaren dat er veel van bovenaf wordt opgelegd. De regels kunnen door de tijd ook flink wisselen. Dat gaat niet samen met het opbouwen van een gezonde bedrijfsvoering. De doelen die van bovenaf worden opgelegd dienen vaak het algemeen belang dat kan schuren met het individuele belang van de ondernemers. Prioriteren en combineren: doelen voor de regio en de deelgebieden zijn hard, want ze horen bij internationale verplichtingen en maatschappelijke noodzaken zoals klimaatmaatregelen of natuurherstel.
Gebiedsgerichte doelen en oplossingen, prioriteren en veel combineren zijn de manieren om hiermee om te gaan.
Kwestie: wederzijds begrip Recreatie en verstoring op agrarische grond (klompenpaden) en vervuiling door afval van recreanten heeft grote nadelige gevolgen voor natuurwaarden, landbouw en gezondheid. Onbegrip tussen de verschillende gebruikers van het gebied leidt tot veel emotie wat een mogelijke oplossing blokkeert. De stad is tegelijk een afzetmarkt voor agrarische producten. Korte ketenlandbouw biedt kansen voor de ondernemers in het buitengebied. De stedeling is welkom in het buitengebied. Het helpt mee als mensen van buiten beter snappen wat er gebeurt in het buitengebied. Boeren, terreinbeheerders en landgoederen laten nu al zien en vertellen wat er gebeurt in het buitengebied. Combineren: het gebruik van het buitengebied is aan spelregels gebonden. Iedere gebruiker zou respectvol moeten omgaan met het gebied. Dat begint met kennis en beleving uitwisselen. Een mooie rol is weggelegd voor ambassadeurs van stad en land uit de regio.
Ruimtelijk perspectief Vanuit bodem en water sturend en vanuit de gebiedskarakteristieken en de te onderscheiden landschappelijke eenheden van het buitengebied is een eerste proeve geschetst van een ruimtelijk toekomstperspectief – als gezamenlijke richtpunt voor het handelingsperspectief. Per deelgebied is daarbij op basis van alle gesprekken en beschikbare documentatie een kansrijke balans gezocht van opgaven en belangen. Er is geprioriteerd en gecombineerd. Dit ruimtelijk perspectief geeft richting aan de ontwikkeling van het gebied en kan dienen als onderlegger voor de verschillende afspraken die de komende periode zullen moeten worden gemaakt.
Het gebied Vroeger en Nu Vroeger vormende kracht van de natuur Bodem en water zijn altijd al sturend geweest in de regio Amersfoort. Het gebied is gevormd in de IJstijd. Een gletsjer maakte een vallei en stuwde aan de zijkanten de Heuvelrug en Veluwe op. De Vallei vulde zich met zand, klei en veen. Later vonden de beken hier hun weg. Mensen hebben het gebied ontgonnen tot het kenmerkende kampenlandschap op de zandgronden en in het lage natte deel de open veenweidegebieden met slagenverkaveling. Het buitengebied van regio Amersfoort kreeg zo een heldere indeling met verschillende waardvolle landschappen. Het handelingsperspectief is gebaseerd op deze landschapsindeling.
Landschappen van Nederland, jongmans et al 2013
Schets landschap Regio Amersfoort (Vroeger)
Schets landschap Regio Amersfoort (Nu)
Nu Eén buitengebied, drie deelgebieden De regio kenmerkt zich nu in verschillende onderdelen. Er zijn hoger gelegen gebieden met bos en heide (Heuvelrug en Veluwe), de flanken en voet van de Heuvelrug, de beken, het Valleikanaal, de Eem, de randmeerkustzone, veenweidelandschappen, kampenlandschappen, en randen van dorpen en steden. Elk gebied (elke kleur) is anders, kent andere uitdagingen en vraagt daarom een eigen manier van handelen met een blik op de toekomst.
EEMLAND EN ARKEMHEEN Karakterschets Eemland Het Eemland kenmerkt zich door een open polderlandschap waar de Eem slingerend doorheen stroomt. Dit is het gebied waar de weidevogel zich thuisvoelt vanwege de uitgestrekte weiden, de openheid en de rust. Agrarische ondernemers (veelal melkveehouders) zijn trots op hun koeien en op hun weidevogels. Zij organiseren hun gronden zo dat deze bijzondere vogels hier goed kunnen leven en zich ook in de toekomst thuis blijven voelen. Vanuit de stad en de dorpen is het Eemland een geliefde bestemming voor een fietstocht door de polder. In het zuidelijk deel van Eemland, waar de Eem Amersfoort uitstroomt, wordt het buitengebied momenteel intensiever benut voor recreatie.
Grootste veranderingen
Ecologisch slootbeheer wordt de standaard, hoger vast grondwaterpeil in het veenkerngebied (-0,20 m beneden maaiveld), flexibeler peilbeheer in het overige gebied, meer recreatie langs de Eem en in de zuidelijke Eemvallei met meer bos/ natuur, zwemwater en routes en twee nieuwe fietsbruggen over de Eem.
Wat moet er gebeuren
Vergroten lonend natuurinclusief beheer door de collectieven, uitrol van verdienmodel boer als medebeheerder van het landschap, combinaties maken van bossenstrategie, natuurdoelen en Groen Groeit Mee in de zuidelijke Eemvallei. Afspraken over peilbeheer. Geleidelijk via een grondbank en ruilverkaveling naar herschikking landbouwgebied.
Bron: www.cda.nl
Concept schets Eemland en Arkemheen in 2040
In 2040 is het gebied van Eemland en Arkemheen nog steeds een open (vrijwel boomloos) veenweidelandschap. De landbouw bestaat uit vitale natuurinclusieve melkveehouderijbedrijven. De agrarische collectieven zijn samen met de terrein-beherende organisaties (TBO’s) de hoofdbeheerders van dit landschap en worden hier fair voor beloond. Bodem en water zijn meer sturend voor het gebruik van het gebied. Het kwetsbare veen wordt permanent natgehouden op een vast waterpeil om bodemdaling en CO2 uitstoot tegen te gaan. Voor het meer kleiige deel kan het peil flexibel beheerd worden: droger voor de koeien en als het gras moet groeien, natter als er droogte dreigt. Het gebied wordt in de toekomst nog meer natuur-inclusief beheerd (groenblauwe dooradering zoals sloot(kant)beheer) dankzij de goede financiële beloning in 2040. In de vogel en habitat richtlijn-gebieden zijn de voorwaarden voor weidevogels versterkt (openheid, stilte, extensief grasland, hoog peil). In een ruime zone rondom dit kwetsbare natuurgebied is de landbouw nog extensiever. De extensivering wordt bereikt door meer grond per bedrijf en een aangepast beheer. Het vergt coördinatie via de grondbank, kavelruil en stevige financiële ondersteuning uit het transitiefonds. De
agrarische collectieven werken nauw samen als landschapsbeheerders, bijvoorbeeld via voedsel-natuur-energie, gezondheidcoöperaties. Er is beperkt ruimte voor natuurgerichte recreatie in het gebied. Dat kan vooral aan de randen van Eemland op slim gekozen plekken. De Eem heeft deels natuurvriendelijke oevers ten behoeve van biodiversiteit (de otter) en een betere waterkwaliteit. Hiervoor dienen op enkele plekken de stalen damwanden te worden verlaagd. Dan kan in een enkele meters brede strook hiernaast de natte natuur de ruimte krijgen. De randmeerkust van Eemland Arkemheen is in 2040 rustig en natuurlijk. Op een paar plekken zijn de watersportmogelijkheden zoals aanlegplaatsen en zwemlocaties geconcentreerd. Op de daken van boerderijen wordt met zonnepanelen de energie opgewekt. Het energienetwerk is in 2040 hiervoor verzwaard. Nieuwe technieken hebben een plek op de erven zoals batterijen en compacte biogasinstallaties of electrolysers voor waterstof om lokaal de energie te bufferen. De zuidelijke Eemvallei (ten zuiden van A1) is in het toekomstbeeld voor 2040 veranderd. Dat kan overigens op gespannen voet staan met het huidige beeld van een open agrarisch landschap. Het kerngebied van de zuidelijke
Eemvallei is nog weids boerenland, maar langs de randen van Amersfoort bij Hoogland (het kampenlandschap), langs de Eem én tegen de flankzones van de Heuvelrug is in een aantal zones een meer besloten recreatief gebruikslandschap te vinden, met knotwilgen, elzensingels en nat bos. Dat komt tegemoet aan de noodzaak om meer natuur te ontwikkelen en te herstellen, het water vast te houden en ruimte te vinden voor een gezonde leefomgeving van inwoners
in de buurt. Het grondwater wordt in dit flankgebied beter vastgehouden. Het netwerk van groenblauwe recreatieve routes is versterk (o.a. met bruggen over de Eem) en verbindt pleisterplaatsen, recreatieondernemingen. Ook in de zone tussen de groen-omzoomde Amersfoort-Vathorst/Zevenhuizen en Bunschoten kent het agrarisch landschap meer recreatieve mogelijkheden.
Principe doorsnede Eemland & Arkemheen
EEMLAND & Hoofdlijn mogelijk toekomstbeeld 2040:
Natuur-inclusieve landbouw, boomloos open en nat weide(vogel)gebied, recreatie aan de randen, natuurlijke Eem als drager
LANDSCHAPSTYPE
De Eem, stroomrug (Grebbelinie)
Flank Heuvelrug
Slagenlandschap van veen en klei
Kampen-landschap (Hoogland, zie kernrandzones)
RECREATIE
WONEN/WERKEN
Gebruik schoon Eem/ Randmeerwater is mogelijk
Hoogwaardige fiets en wandelroute, Eem-bruggen, veilig zwemmen
Emmissie-vrije, beroepsvaart
Aquathermie (TEO)
Extensieve landbouw, gemengde vormen (veeagroforestry) levendige boerensloten (beheer)
Recreatieve routes langs de flanken én haaks op hoog-laag
Aangepaste bouw op flankzones (ivm grondwater)
Zon op dak
Weidegebied, extensieve landbouw, betere huiskavels, dooradering, evenwichtsbemestinghoge bodemkwaliteit, flexibel peilbeheer
Stiltegebieden beperkte recreatie aan de randen
Geen grootschalige woningbouw/ werklocaties in laaggelegen gebied
Wellicht kleine windmolens bij erven (25 m)?, zon op dak en eventueel zonneveld in combinatie met moeras natuurontwikkeling Evt. windmolens langs A27
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
extensief
Doorgaande routes langs kust, aanleg-mogelijkheden en zwemwater
Verbrede landbouw
Stedelijke Eem als groenbl structuur en zuidelijke Eemvallei ten zuiden van A1 en ‘wespentaille’ als gemengde recreatiezones in Agrarisch landschap+ als groene uitloop, intensieve en extensieve recreatie bij de kernranden (scheggen en verbindingen), bos en zwemwater
Randmeerkust
Kernrandzones (Bunschoten, Eemnes, Amersfoort, Nijkerk)
ENERGIE (MITIGATIE)
LANDBOUW
Aquathermie, eventueel (drijvend) zonneveld in combinatie met moeras natuurontwikkeling
Evt. Woningbouw, Natuurinclusieve woonomgeving. Houtbouw (licht en dus minder gewicht en reduceren inklinking)
Zon op dak en eventueel groen ingepast zonneveld, bodemwarmte Windmolens in combinatie met zonnepanelen langs A1 bij Amersfoort / Bunschoten en bij bedrijventerrein De Isselt (RES 1.0)
ARKEMHEEN Grootste veranderingen:
Ecologisch slootbeheer wordt de standaard, hoger vast grondwaterpeil in het veenkerngebied (-0,20 m beneden maaiveld), flexibeler peilbeheer in het overige gebied, meer recreatie langs de Eem en in de zuidelijke Eemvallei met meer bos/natuur, zwemwater en routes en twee nieuwe fietsbruggen over de Eem.
Handelen:
Vergroten lonend natuurinclusief beheer door de collectieven, uitrol van verdienmodel boer als medebeheerder van het landschap, combinaties maken van bossenstrategie, natuurdoelen en Groen Groeit Mee in de zuidelijke Eemvallei. Afspraken over peilbeheer. Geleidelijk via een grondbank en ruilverkaveling naar herschikking landbouwgebied.
INFRA
UPLG NATUUR
Barrieres spoor en snelweg geslecht
Meer natuur-inclusieve oevers Eem, bosrijke stroomrug (ook: extra NNN)
KRW kwaliteit
waterkeringen zijn op orde
Barrieres geslecht hoog-laag
Ecologische relatie hooglaag, meer bos, houtwallen en singels, dooradering, extra NNN, ecoducten
Spons- of bronlandschap: Water gestuwd op de flanken, grondwaterbeheer, aangepaste drinkwaterwinning
Afspoeling is beperkt, CO2 is vastgelegd met bos
Gescheiden systeem landbouwverkeer
Weidevogel-gebied, natuurrijke sloten/ kanten, natte graslanden, rietmoeras (ook: extra NNN), otterverbindingen
KRW kwaliteit, hoog vast waterpeil dikste veengebied, flexibel peil in klei-veengebied (kringlooplandschap op levende bodem)
Beperkte methaan en CO2 uitstoot dankzij slim peilbeheer
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
Kustmoerassen, extra NNN
KRW kwaliteit
Water-keringen op orde (veilige dijken en dynamisch buitenwater)
Bos en groenblauwe dooradering
Slootbeheer, schoon stedelijk water, afgekoppeld en infiltratie, stedelijke Eem
Klimaatbuffer met waterberging/buffering/ schaduwzones, klimaatbestendige en waterinclusieve bebouwde omgeving
Barrieres geslecht: goede en extra over en onderdoorgangen, bruggen over Eem
UPLG WATER
UPLG KLIMAAT
UTRECHTSE HEUVELRUG Karakterschets Utrechtse Heuvelrug De Utrechtse Heuvelrug kenmerkt zich door zijn robuuste bossen en heidegebieden. De Heuvelrug is een populaire trekker voor recreanten uit heel Nederland. Waardoor er ook een grote druk ligt op het gebied (drukte en overlast van verkeer). Landgoedeigenaren en natuurorganisaties beheren het gebied. Diep in de ondergrond zit een grote bel met super zuiver zoetwater. Dit gezonde water komt door ondergrondse kwelstromen elders in de regio weer naar boven en is van groot belang voor de natuur, de drinkwatervoorziening en de agrarische sector.
Grootste veranderingen
Meer (loof)bos en slimmer landgebruik op de flanken (dit wordt een ‘sponslandschap’), meer zoetwater infiltreren en vasthouden in de heuvelrug, zoneren van rust en reuring: duidelijke entrees en concentratiepunten, stille delen van Heuvelrug minder toegankelijk.
Wat moet er gebeuren
Nationaal Park versterken en samenwerking contineren en uitvoering Blauwe agenda versnellen, beperken van toegankelijkheid van delen Heuvelrug en versterken/ ontwikkelmogelijkheden bieden van recreatiepoorten (OV, TOPs ed).
Bron: www.wandel.nl
De Heuvelrug is in 2040 een fantastisch aaneengesloten langgerekt natuurgebied en nationaal park, van Rhenen tot aan het Gooimeer. Dit vraagt van de grondeigenaars en terreinbeheerders waaronder ook defensie een zorgvuldig bos- en natuurbeheer. Het vervangen van kwijnend naaldbos door jong loofbos draagt bij aan het vasthouden van water. In de diepe ondergrond zit een grote zoetwatervoorraad voor de regio. In 2040 is het de bedoeling dat de zoetwaterbel langzaam weer aangroeit, dankzij een meer flexibele drinkwaterwinning, beter infiltreren van hemelwater en zuinig gebruik van drinkwater in Nederland. Dit impliceert een pro-actieve rol van drinkwaterbedrijven. Kwelstromen naar de Vallei worden gekoesterd. De flanken van de Heuvelrug worden meer bebost en de voet is een ‘sponslandschap’ waarin kostbaar hemelwater niet meteen wordt afgevoerd. De flanken vormen een mix van natuur, landbouw en landgoederen die samen het water goed vasthouden. Dat verandert wel het huidige landgebruik. De huidige hydrologische wensen van gebruikers moeten worden ontvlecht, landgebruiksfuncties aangepast en wellicht verplaatst. Dat kan schuren. Al jaren is er een roep om een goede zonering op de Heuvelrug. Dit toekomstbeeld maakt eindelijk een ferme keus.
Op het hoge deel van de Heuvelrug met bossen en heide komt tussen landgoed den Treek en station Den Dolder een zone met stille natuurkernen die als een kralensnoer de ruggengraat zijn van een ecologische verbinding over de stuwwal (via de ecoducten en de Wegh der Wegen kruisend). Sommige delen zijn alleen nog buiten het broedseizoen toegankelijk en uitsluitend voor wandelaars. (Teveel) doorgaande fiets (mountainbike) en wandelpaden moeten op sommige plekken worden afgesloten. Dit betekent ook dat defensieactiviteiten zich moeten aanpassen
Concept schets Utrechtse Heuvelrug in 2040
aan de natuurlijke eenheid en bos-rust van de heuvelrug, zoals met venstertijden. De cultuurhistorische Wegh der Wegen is een basisstructuur voor ontwikkeling. In 2040 is er verschil tussen drukke en rustige gebieden. Het nationaal park heeft heldere entrees (NB nog nader duiden) en het parkeren wordt goed geclusterd op enkele concentratieplekken. OV-haltes dienen als de groene buitenpoorten van het gebied. Bij goedgekozen knooppunten in de routes is ruimte voor vertier en horeca, ook waar dat kan op de landgoederen. De samenwerking en het commitment van de vele partijen, ook de Rijksoverheid, in het nationaal park levert een iconisch gebied op.
Principe doorsnede Utrechtse Heuvelrug
UTRECHTSE Hoofdlijn mogelijk toekomstbeeld 2040:
Robuust natuurgebied en Nationaal Park, zoetwatervoorraad, drukke en rustige delen, bosrijke en natte flanken
LANDSCHAPSTYPE
LANDBOUW
WONEN/WERKEN
Rust en drukte gezoneerd, delen bosgebied zijn niet toegankelijk, Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Ontwikkelingen hebben zich gevoegd naar kernkwaliteiten en Heuvelrugprincipes (Kompas A-Z), Defensie voegt zich in robuust natuursysteem (bv ecologische verbindingen, venstertijden, gedeeltelijke openstelling, bijragen aan buitengebied)
Windmolens en zonnepanelen in cluster langs A28 (RES 1.0)
Extensieve landbouw, gemengde vormen (veeagroforestry) levendige boerensloten (beheer),
Recreatieve routes langs de flanken en haaks hoog-laag (dekzandrand), Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Aangepaste bouw op flanken
Zon op dak,
Extensieve landbouw, gemengde vormen (vee en agroforestry) levendige boerensloten (beheer)
Beleving lager gebied en coulissen, routenetwerk, Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Voedselbos
Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Heide en bos, plateau en stuwwal
Hoge en lage flank
Laagte van Pijnenburg
Kernrandzones (Soest, Baarn, Amersfoort, Leusden, Woudenberg)
ENERGIE (MITIGATIE)
RECREATIE
Zon op dak, geen windturbines
heuvelrugtuin
Zon op dak en schermen
HEUVELRUG Grootste veranderingen:
Handelen:
Meer (loof)bos en slimmer landgebruik op de flanken (dit wordt een ‘sponslandschap’), meer zoetwater infiltreren en vasthouden in de heuvelrug, zoneren van rust en reuring: duidelijke entrees en concentratiepunten, stille delen van Heuvelrug minder toegankelijk.
INFRA
UPLG NATUUR
Nationaal Park versterken en samenwerking contineren en uitvoering Blauwe agenda versnellen, beperken van toegankelijkheid van delen Heuvelrug en versterken/ ontwikkelmogelijkheden bieden van recreatiepoorten (OV, TOPs ed).
UPLG WATER
UPLG KLIMAAT
Barrieres geslecht, OV haltes als groene buitenpoorten (Soesterlijn)
Bosrust, gemengd bos, robuuste ecologische verbindingen (oa over stuwwal en richting randmeer, Ecoducten
De vitale blauwe motor: Zoetwatervoorraad aangevuld, continue kwelstromen naar Vallei, aangepaste drinkwaterwinning
Vitaal bos als CO2 vastlegging, risico natuurbranden is verlaagd in 2040
Barrieres geslecht hoog-laag
Ecologische relatie hooglaag, meer bos, houtwallen en singels, dooradering, extra NNN, ecoducten
Water gestuwd op de flanken, grondwaterbeheer, aangepaste drinkwaterwinning, dynamisch spons- of bronlandschap
Afspoeling beperkt, CO2 vastgelegd met bos, landgebruik met tegenstrijdige wensen hydrologisch ontvlochten, sponslandschap
Natte kruidenrijke graslanden, broekbos, singels en houtwallen