CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

230612 Onderzoek Jeugd en Drugs (804272)

Informatie in de Raad 6 september 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Onderzoek Jeugd en Drugs14.847 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Sociale en contextuele factoren die invloed hebben op het beginnen met cannabisgebruik zijn bijvoorbeeld de beschikbaarheid, sociale normen ten opzichte van gebruik en het gebruik van tabak en alcohol op jonge leeftijd. Risicofactoren binnen het gezin zijn slechte ouder-kindinteracties, ouderlijke conflicten en het gebruik van drugs door ouders, broers of zussen. Verder spelen individuele factoren een rol, zoals 'sensation seeking', vroeg oppositioneel gedrag en gedragsstoornissen, slechte schoolprestaties en schoolverlaten en onvoldoende slaap. Ten slotte blijkt ook het middelengebruik van leeftijdsgenoten van grote invloed. Deze opsomming van risicofactoren op drugshandel en -gebruik laat zien dat er op allerlei verschillende niveaus zaken kunnen spelen in het leven van jongeren waardoor zij worden aangetrokken tot het verkopen of gebruiken van drugs. De aanwezigheid van enkele van deze

18 De psychologie van de kick (core.ac.uk)

17

risicofactoren zijn wij ook tegengekomen in Baarn. Andere factoren hebben wij niet kunnen constateren, maar dat betekent niet dat ze er niet zijn of dat er geen aandacht aan de signalering ervan moet worden besteed. Wij geven in hoofdstuk 7 een aantal mogelijke oplossingen die de invloed van de risicofactoren kunnen verminderen en kunnen helpen om de drempel voor jongeren om zich bezig te houden met drugshandel of -gebruik te verhogen.

18

7 Welke oplossingen zien de verschillende partijen? We hebben geconstateerd dat jongeren en jongvolwassenen in Baarn in grofweg drie groepen onderverdeeld kunnen worden aan de hand van hoe diep zij al verwikkeld zijn in de drugswereld: 1) een groep jongeren die vatbaar is om met drugs in aanraking te komen, 2) de dertig à veertig jongeren die er al in meer of mindere mate bij betrokken zijn, en 3) het kleine aantal negatieve rolmodellen die diep in de drugscriminaliteit zitten. De verdeling in drie doelgroepen komt in grote lijnen overeen met de eerdergenoemde verdeling van het RIEC 19: jonge aanwas, doorgroeiers en negatieve rolmodellen. Voor elke groep is een andere focus nodig en daarom is het van belang om eerst in beeld te krijgen wie in welke groep valt. Om hier zicht op te krijgen is samenwerking in het voorveld cruciaal. We beginnen dit hoofdstuk daarom met vier voorwaarden die voor doorgroeiers de barrières binnen het huidige systeem (beschreven op pagina 9) deels wegnemen. Vervolgens beschrijven we de oplossingsrichtingen.

7.1

Voorwaarden: wat kan de gemeente doen?

Voorwaarde 1: eigenaarschap en regie bij de gemeente De gemeente is probleemeigenaar. Door de aanpak van drugs tot een prioriteit te maken, onderstreept zij het belang om met elkaar hieraan te werken. Met het geven van de opdracht aan Stichting Reindert en Movisie is daar al een begin mee gemaakt. Onder meer het voortouw nemen om te investeren in het voorveld en als regievoerder optreden, is een belangrijke taak voor de gemeente. ‘De gemeente’ is hierin nog een breed begrip. Het is belangrijk om een persoon aan te wijzen binnen de gemeente en diegene verantwoordelijk te maken voor de uitvoering. Deze persoon heeft dan wel tijd en ruimte nodig om te investeren in het voorveld. Om achter het bureau vandaan te komen en op pad te gaan, om thee te gaan drinken met de voetbaltrainer of de zorgcoördinator op school. Wie deze persoon wordt, is een strategisch vraagstuk: niet iedereen is hier geschikt voor. Movisie heeft in een eerder rapport een profiel opgesteld dat goed toepasbaar is20. Voorwaarde 2: relatiebeheer en investeren in de sociale basis Om de hieronder genoemde maatregelen adequaat te kunnen inzetten, is het verbeteren van de samenwerking met en tussen de verschillende actoren in het voorveld cruciaal.

Dit valt of staat bij goed relatiebeheer: niet alleen contact hebben op momenten dat er al iets aan de hand is, maar elkaar ook in het leven van alledag spreken, zodat je elkaar kent en snel weet te vinden wie de juiste persoon voor een bepaalde situatie is. Vaak zit de kracht in kleine dingen. Bijvoorbeeld door een keer koffiedrinken met elkaar in plaats van e-mailcontact. Of door achter het bureau vandaan te komen de straat op, om te zien en horen wat er speelt. Of door het organiseren van een maandelijkse inlooplunch met alle relevante actoren uit het voorveld. Investeer in duurzame relaties en persoonlijk contact. De gemeente is de aangewezen partij om hier actief het voortouw in te nemen. De gemeente kan alle relevante actoren in beeld krijgen, duidelijk krijgen wie welke signalen kan oppikken en wat er vervolgens met dit signaal moet gebeuren. En de gemeente kan faciliteren dat de onderlinge samenwerking binnen het voorveld soepeler verloopt. Het voorbeeld van de inlooplunch zorgt dat mensen elkaar leren kennen en elkaar gemakkelijker benaderen. 19 Definiëring: jonge aanwas, doorgroeier, negatief rolmodel. Programma Straatwaarde(n) 20 De menselijk maat - interventieprofessionals in het sociaal domein.pdf (movisie.nl)

19

Voorwaarde 3: samenwerking met andere regio’s Stichting Reindert heeft in meerdere gesprekken gehoord dat het belangrijk is om bij de aanpak van drugsgebruik en -handel niet alleen te focussen op wat er binnen de grenzen van de gemeente Baarn gebeurt, maar dat er ook moet worden gekeken naar de omringende gemeenten. De gemeenten liggen zo dicht bij elkaar dat men zich gemakkelijk tussen de verschillende gemeenten beweegt. Daarnaast geven jongeren ook aan dat zij vrienden hebben in bijvoorbeeld Soest of Spakenburg. Dit betekent dat het aanpakken van drugshandel in Baarn er gemakkelijk voor kan zorgen dat het zich verplaatst naar omringende gemeenten. Dit wordt ook wel het waterbedeffect genoemd: ruimtelijke neveneffecten van plaatsgebonden maatregelen tegen criminaliteit. Het is daarom belangrijk dat er goed wordt samengewerkt tussen deze gemeenten. Dit geldt voor de politie, maar zeker ook voor de beleidsmedewerkers en professionals binnen de gemeente. Voor een dergelijke samenwerking is het belangrijk dat er goed overleg is tussen vertegenwoordigers van alle gemeenten en dat dit overleg een structureel karakter heeft. < Dit bericht kwam ons onder ogen. Met ‘de straten zijn heet’ wordt gedoeld op de aanwezigheid van of het onderzoek door de politie naar drugscriminaliteit. De boodschap is dus: we houden ons even gedeisd in Baarn.

Dit wijst op het belang van samenwerking met andere regio’s, omdat anders het zogenoemde ‘waterbedeffect’ kan optreden.

Voorwaarde 4: oog voor de verschillende groepen en de menselijke maat Voor groep 1, de jonge aanwas, zijn voornamelijk preventieve maatregelen en ondersteuning nodig. Achterliggende oorzaken waardoor zij vatbaar zijn, kunnen complex en uiteenlopend zijn, waardoor tijdige signalering en adequate ondersteuning cruciaal zijn, zowel collectief als individueel. Bij deze groep is het ook belangrijk dat ze in beeld zijn en dat er wordt gelet op de aanwezigheid van een of meer van de eerdergenoemde risicofactoren. Groep 2, de doorgroeiers, verdient veel aandacht: met de juiste (preventieve) zorg en aandacht kunnen zij uit de criminaliteit komen, van hun gebruik of verslaving af komen, of kan voorkomen worden dat zij daar nog dieper in verzeild raken. Bij groep 3, de negatieve rolmodellen, ligt de focus op de ‘harde’ aanpak door justitie en politie, maar dat betekent niet dat hen geen reikende hand geboden hoeft te worden, door de persoonsgerichte aanpak (PGA) bijvoorbeeld. De realiteit is niet altijd zo zwart-wit als het lijkt: groepen kunnen elkaar bijvoorbeeld overlappen. Het is daarom uiterst belangrijk om de menselijke maat in het oog te houden. Ten slotte is het goed om te benadrukken dat de hieronder genoemde maatregelen elkaar aanvullen en versterken, en dus niet los van elkaar gezien kunnen worden.

In de wetenschap is bewezen dat maatregelen voor het terugdringen van drugsgebruik onder jongeren voornamelijk effectief zijn bij een integrale aanpak, met een combinatie van meerdere maatregelen21.

21 Onder meer: Preventie schadelijk alcoholgebruik en drugsgebruik onder jongeren | Trimbos-instituut.

20

7.2

Inzet van geloofwaardige positieve rolmodellen

Rolmodellen kunnen gedrag van anderen beïnvloeden, zowel in positieve als in negatieve zin, als mensen geloven dat zij in de toekomst net als het rolmodel zouden kunnen worden. Om jongeren met een groter risico om ‘af te glijden’ op het rechte pad te houden, is het belangrijk dat zij mensen in hun omgeving hebben waar zij tegen op kunnen kijken en die hen het goede voorbeeld geven. Dit soort positieve rolmodellen kunnen een grote rol spelen in een preventieve aanpak van jeugdproblematiek. Uit onderzoek van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) blijkt dat jongeren openstaan voor rolmodellen en dat rolmodellen van betekenis kunnen zijn voor hen. Daarnaast blijkt uit onderzoek van het Trimbos-instituut dat jongeren eerder bevattelijk zijn voor positieve dan voor negatieve rolmodellen. In deze factsheet beschrijven CCV en de Wegwijzer Jeugd en Veiligheid aan welke randvoorwaarden een positief rolmodel moet voldoen en waar bijvoorbeeld de gemeente of een jongerenwerker aan moet denken bij het inzetten van een rolmodel. Geloofwaardigheid bij de doelgroep is bijvoorbeeld cruciaal. Hieronder staan een aantal voorwaarden genoemd die (ook) genoemd zijn door professionals uit Baarn. Een positief rolmodel • … woont of is opgegroeid in dezelfde buurt en jongeren kunnen zich met diegene identificeren.

• … heeft in het verleden vergelijkbare ervaringen opgedaan, maar heeft inmiddels wel duidelijk gebroken met de negatieve periode in diens leven waarin de ervaringen zijn opgedaan. • … vervult een rol in de gemeenschap die model staat voor een rol die de jongere later ook wil innemen, en brengt een positieve gedragsverandering teweeg door grenzen te stellen en perspectief te bieden. • … wordt gelijkwaardig bejegend door professionals (van bijvoorbeeld de gemeente) en verdient bij succesvolle inzet een langdurige borging. • … is vaak al aanwezig in een buurt. Het is de kunst om hen te identificeren en te activeren in nauwe samenwerking met het voorveld. • … verdient erkenning (en beloning). Wanneer zij al actief zijn in de buurt, is erkenning en eventuele ondersteuning aan te bevelen. • … hoeft niet gestuurd te worden. Het advies is om hen ‘hun eigen ding te laten doen’ om hun geloofwaardigheid tegenover de doelgroep te waarborgen.

7.3

Stel actief een sociale norm tegen drugs/drank

Zoals besproken in de bevindingen heeft Stichting Reindert in Baarn geconstateerd dat het gebruik van bepaalde drugs genormaliseerd lijkt te zijn. Het actief stellen van een sociale norm tégen drugsen drankgebruik helpt om duidelijk te maken dat het niet oké is, niet wenselijk is en niet geaccepteerd wordt. Gedeelde normen en waarden geven richting aan de samenleving en bieden daarmee duidelijkheid over gedrag, over wat wel en wat niet geaccepteerd is. Gedeelde normen en waarden helpen ongewenst gedrag te benoemen, te corrigeren en te handhaven. Het is echter niet voldoende om alleen een norm te stellen. Een norm moet ook tegen het licht worden gehouden en men moet zich bewust zijn van waarom een bepaalde norm belangrijk is en waar deze op gebaseerd is. Daarnaast is het bij het stellen van een gezamenlijke norm belangrijk dat de jongeren er zelf ook bij worden betrokken en de kans krijgen om hun eigen mening te uiten, in plaats van dat het ze alleen wordt opgelegd. Hierdoor zullen zij eerder geloven in het belang van de norm en deze ook eerder naleven. Op www.skipdietrip.nl staat een aantal aanbevelingen voor preventie van normalisering van drugsgebruik in deze infographic.

21

Drugsgebruik kan worden gezien als een vorm van ongewenst of grensoverschrijdend gedrag. Bij dergelijk gedrag weten we dat het helpt wanneer omstanders actief ingrijpen in de situatie door zich uit te spreken tegen het grensoverschrijdende gedrag of anderen te overtuigen om te reageren op het ongewenste of grensoverschrijdende gedrag. Omstanders weten echter vaak niet goed hoe ze moeten ingrijpen en moeten daar dus in toegerust worden 22. In het geval van drugsgebruikende jongeren kunnen bijvoorbeeld vrienden, ouders en docenten worden gezien als omstanders.

7.4

Leeftijdsgeschikte voorlichting op scholen

Stichting Reindert heeft tijdens het traject een voorlichting georganiseerd voor vierdeklassers van een middelbare school, naar aanleiding van gehoorde signalen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat schoolprogramma's effectief kunnen zijn in het voorkomen of verminderen van middelengebruik. Dit effect is echter niet hetzelfde voor alle leeftijdsfasen en het is dus belangrijk om goed te kijken welke preventieprogramma's effectief zijn voor specifieke leeftijdsgroepen. Een school die wil inzetten op preventie van middelengebruik heeft verschillende mogelijkheden die effectief zijn, zoals interventies die zich richten op de ontwikkeling van sociale vaardigheden, deskundigheidsbevordering voor ouders en docenten en werken aan een gezond schoolklimaat. Deze mogelijkheden staan per leeftijdscategorie op een rij in de Richtlijn Verslavingspreventie Onderwijs van het Trimbos-instituut. Verder is de betrokkenheid van ouders en verzorgers essentieel. Omdat er ook signalen zijn van ouders dat kinderen zelfs in groep 8 al blowen, hebben we de mogelijkheden en voorwaarden onderzocht voor het geven van voorlichting op basisscholen vanaf de bovenbouw, naar het voorbeeld van het programma Kapot Sterk.

Uit onderzoek naar preventiestrategieën tegen drugsgebruik23 blijkt echter dat veelgebruikte preventiemaatregelen zoals voorlichting geven en weerbaar maken tegen groepsdruk niet effectief zijn voor jonge kinderen tot en met 15 jaar en dat dit zelfs vaak averechts werkt voor ‘risicoleerlingen’ in die leeftijdscategorie. Een effectief preventieprogramma op school: • … is aangepast aan de leeftijd. Dit is de belangrijkste voorwaarde. Bekijk de richtlijn van het Trimbos-instituut. • … is een integrale aanpak met maatregelen die zich tegelijkertijd richten op leerlingen, ouders en de schoolomgeving. De Gezonde School Aanpak is hierbij bruikbaar. • … versterkt zelfcontrole bij leerlingen. • … versterkt sociale vaardigheden en probleemoplossend vermogen voor leerlingen tot 13 jaar. • … maakt leerlingen bewust van sociale invloeden (vanaf 16 jaar). • … heeft een individuele aanpak voor risicoleerlingen. • … betrekt ouders erbij. • … stelt heldere regels op tegen middelengebruik op en rondom school. • … bevordert de deskundigheid van docenten en andere schoolmedewerkers op dit het gebied van drugs en in het omgaan met leerlingen die antisociaal gedrag vertonen. • … werkt samen met andere professionals (verwijst bijvoorbeeld door naar PIT).

• … maakt géén gebruik van een afschrikwekkende benadering die angst oproept (bijvoorbeeld door het inzetten van een politieagent, ervaringsdeskundige of een ouder die een kind verloor aan drugs).

22 Ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag, hoe rust je omstanders toe? | Movisie 23 Onrust en collega’s (2016): Schoolprogramma’s om middelengebruik tegen te gaan in verschillende

leeftijdsfasen

22

• … zet alléén ervaringsdeskundigen in als leerlingen zich kunnen identificeren met die persoon24. Zie ook pagina 19 over positieve rolmodellen. • … geeft alléén klassikale voorlichting vanaf 16 jaar en als het onderdeel is van een breder programma. Kijk voor de voorwaarden van voorlichting geven naar de richtlijn van het Trimbosinstituut. Daar staan ook tips over voorlichting geven aan kinderen van 12 tot 15 jaar. Het programma Helder op School van het Trimbos-instituut is één van de meest ingezette schoolinterventies voor integrale preventie van tabaks-, alcohol- en drugsgebruik. Dit programma werkt volgens de Gezonde School Aanpak. Ook lokale preventieafdelingen van instellingen voor verslavingszorg kunnen daar een rol in spelen.

7.5

Weerbaarheid van jongeren versterken

Jongeren bevinden zich in een fase in hun leven waarin ze zich mentaal aan het ontwikkelen zijn, meer loskomen van hun ouders en meer hun grenzen opzoeken. Hierdoor lopen jongeren een groter risico om minder weerbaar te zijn tegen negatieve invloeden en verleidingen. Jongeren die weerbaar zijn, zijn beter in staat om met deze verleidingen om te gaan. Iemand is weerbaar wanneer die kan omgaan met tegenslagen, negatieve invloeden of verleidingen, (sociale) uitsluiting en negatieve ervaringen in zowel de directe (ouders, vrienden, school) als indirecte omgeving (media, cultuur, maatschappij). Jongeren die weerbaar zijn, hebben bepaalde eigenschappen en hulpbronnen. Belangrijke eigenschappen zijn een positieve identiteit, sociale vaardigheden, zelfregie en zelfregulatie. Een belangrijke hulpbron is een ondersteunende sociale omgeving die fungeert als een beschermende factor in het leven van een jongere om met tegenslagen om te gaan. Uit literatuuronderzoek van Movisie naar de mechanismen die interventies kunnen inzetten om de weerbaarheid van jongeren te versterken, blijkt dat het moeilijk is om eenduidig aan te wijzen wat de meest effectieve manier is om de weerbaarheid van jongeren te vergroten. De verschillende werkzame mechanismen (eigenschappen en hulpbronnen) werken namelijk op elkaar in.

Onderzoek naar de effecten van preventie van middelengebruik onder jongeren laat bijvoorbeeld zien dat een integrale aanpak, waarin een combinatie van verschillende interventies en ondersteuning van ouders en leeftijdsgenoten wordt ingezet, het meest effectief is 25. Vanuit PIT kwam het signaal dat er momenteel een specifieke groep meiden is in Baarn die ‘aan het afglijden’ is en ‘dreigt te ontsporen’ als er niet ingegrepen wordt. Het is belangrijk dat deze groep specifieke aandacht krijgt. Op pagina 16 van het Movisie rapport ‘Wat werkt bij het versterken van weerbaarheid’ staat het belang benadrukt van specifieke aandacht voor meisjes bij het versterken van weerbaarheid. Dit omdat de sociaal-emotionele ontwikkeling bij jongens en meisjes anders verloopt, en bij drugsproblematiek of andere criminele activiteiten de aandacht veelal uitgaat naar (alleen) jongens.

7.6

Ouders ondersteunen

Een aantal ouders heeft zich gemeld bij PIT omdat hun kinderen dreigen te ontsporen. Dat betekent dat er een momentum is om in actie te komen. Daarom heeft Stichting Reindert samen met PIT direct een actieplan opgesteld om de ondersteuning op gang te brengen. Op de volgende pagina is daarvoor een overzicht te zien.

24 Het effect van de inzet van ervaringsdeskundigen is alleen bewezen voor de korte termijn (direct na de les) en

nog niet onderzocht voor de lange termijn. 25 Een review gericht op opvoeding en psychosociale factoren in interventies | Nederlands Jeugdinstituut.

23

Het gaat, wederom, om ondersteuning voor drie groepen ouders: 1) Ouders met kinderen die (grote) problemen hebben, ontspoord zijn of dreigen te ontsporen, en zich wellicht al in het criminele circuit bewegen. Deze ouders hebben intensieve begeleiding nodig om hun kind weer op het juiste pad te krijgen. 2) Ouders die moeite hebben met de opvoeding van hun kinderen en/of moeilijk kunnen omgaan met hun antisociale of grensoverschrijdende gedrag. Zij hebben opvoedondersteuning nodig om beter te kunnen omgaan met moeilijk gedrag, om hun kinderen weerbaarder te maken en te behoeden voor (grotere) problemen. En 3) alle andere ouders, ook zij die (nog) geen problemen ervaren. Voor hen is voorlichting belangrijk over hoe een positieve en betrokken opvoeding bij kan dragen aan de weerbaarheid van jongeren, en over hoe je het gesprek aan kunt gaan met je kind over de risico’s van verdovende middelen. Bij voorlichtingen aan ouders over drugsgebruik moet ook aandacht worden besteed aan hun eigen drank- en drugsgebruik en de invloed die dat kan hebben op de houding en het gedrag van hun kinderen. Als ouders drank en/of drugs gebruiken in het bijzijn van jongeren dragen zij bij aan het idee dat het sociaal geaccepteerd is om onder invloed te zijn en dat het onderdeel is van de sociale norm.

Ouders zouden zich hier op zijn minst bewust van moeten zijn als zij middelengebruik van hun kinderen willen voorkomen of verminderen. Ook voor sociaal professionals en jongerenwerkers is het goed om hun eigen middelengebruik tegen het licht te houden en na te denken over wat zij daarover met jongeren delen. Als bijlage van dit rapport is een schematische weergave opgenomen van het actieplan dat Stichting Reindert en PIT hebben gemaakt. Dit actieplan laat zien dat alle betrokken actoren belangrijk zijn in signalering en eventueel melding maken bij PIT. Het proces van triage tot en met plan van aanpak is weergegeven, net als de ondersteuningsmaatregelen. Daarbij is te zien dat er twee typen maatregelen momenteel nog niet beschikbaar zijn: voorlichtingsbijeenkomsten en specifieke opvoedcursussen, en lotgenotenbijeenkomsten. Stichting Reindert en PIT hebben deze maatregelen uitgewerkt en in de stijgers gezet.

7.7

Plek en activiteiten voor de jeugd

Creëer plekken voor jongeren waar ze kunnen afspreken en hun tijd kunnen besteden. Verschillende professionals die we gesproken hebben, benadrukken het belang van ’een plek voor de jeugd’, en dan met name voor ‘jongeren van de straat’ (en in mindere mate voor de ‘bravere’ jongeren). Het beeld van de voormalige Boemerang hoeft niet geromantiseerd te worden, maar de behoefte aan een soortgelijke plek leeft nog steeds bij jongeren. Een mogelijke nieuwe plek is al opgezet met het Jeugdhonk, maar uit het rapport van Young Inspiration (2022) komt naar voren dat veel jongeren niet bekend zijn met deze plek of dat zij denken dat het alleen voor de 'brave’ jongeren is. Een mogelijke oplossing zou daarom kunnen zijn om het Jeugdhonk meer onder de aandacht van jongeren te brengen en met hen in gesprek te gaan over welke activiteiten hen zouden bewegen om vaker naar het Jeugdhonk te komen. Een goede ‘plek voor de jeugd’: • … wordt geleid door jongerenwerkers die sterk in hun schoenen staan en goed verbinding kunnen maken met ‘moeilijke jongeren’ die bijvoorbeeld antisociaal gedrag vertonen. Deze rol is niet voor alle jongerenwerkers weggelegd . Dit soort jongerenwerkers kunnen daarnaast ook fungeren als positieve rolmodellen. • … is ‘mede-eigendom’ van de jeugd, is opgezet en wordt gerund met actieve betrokkenheid van jongeren zelf.

We adviseren om ook actief de ‘moeilijkere’ jongeren hierbij te betrekken en niet alleen de jongeren die al vanzelf actie ondernemen.

24

• … is een plek waar jongeren vrijheid ervaren. Ze kunnen er samenkomen, er worden activiteiten georganiseerd maar ze kunnen er ook gewoon ‘rondhangen’. Jongeren ervaren er de vrijheid om zelf iets te organiseren of initiatief te nemen.

7.8

Mensen die in de gevangenis komen wél bezoeken

Dat betekent echter niet dat zij helemaal geen aandacht verdienen. Het is altijd nog de moeite waard om in contact met hen te komen, bijvoorbeeld door hen op te zoeken wanneer zij in een penitentiaire inrichting komen en te peilen hoe gemotiveerd zij zijn om het criminele leven achter zich te laten. Als zij laten zien die motivatie te hebben, is het belangrijk om ze vanuit een zorggedachte perspectief te bieden en een eervolle uitweg te bieden waardoor zij definitief kunnen breken met hun criminele verleden. Als zij hier zelf geen heil in zien, is het echter ook belangrijk om een duidelijke grens te trekken en ze zelf met de consequenties van hun keuze te laten omgaan die door justitie worden opgelegd.

7.9

Handhaving door politie en boa’s

We hebben geconstateerd dat de negatieve rolmodellen zich onaantastbaar wanen en dat zij denken dat ze overal mee weg kunnen komen. Ook onder inwoners leeft dit idee en dit zorgt bij hen voor frustratie. Een deel van deze frustratie zou kunnen worden weggenomen door een duidelijke zichtbaarheid van politie en handhavers op straat. Daarnaast hebben inwoners uitgesproken dat het hen verbaast dat zij zelf bekend zijn met plekken waar regelmatig drugs worden gebruikt, zoals in het bos achter de school of in bepaalde cafés, maar dat daar door de handhaving niet tegen op wordt getreden. De aanwezigheid van handhavers kan helpen om dit gevoel bij inwoners weg te nemen en helpt tegelijkertijd ook om de sociale norm tegen drugsgebruik neer te zetten.

25

8 Welke kansen zijn er al in de wijk? We realiseren ons dat de voorgaande hoofdstukken een vrij negatief beeld schetsen over de situatie rondom drugs en jongeren in Baarn. Het is goed om te beseffen dat bij een onderzoek naar drugs de focus al snel op de negatieve aspecten ervan komt te liggen. We willen echter ook benadrukken dat er wel degelijk positieve punten in het onderzoek naar voren zijn gekomen. De belangrijkste daarvan is dat Stichting Reindert heeft gezien dat er bij de meeste mensen die zijn gesproken een grote welwillendheid is om een bijdrage te leveren aan het aanpakken van de drugsproblematiek in Baarn. Er liggen voldoende kansen voor de gemeente om de gemeenschap hierbij te betrekken. Hieronder benoemen we een aantal van deze kansen waar door de gemeente direct in geïnvesteerd kan worden. Daarnaast willen we benoemen dat het Sociaal Team al laat zien dat ze graag aan de slag gaan met de geboden oplossingen, bijvoorbeeld dat zij Stichting Reindert na de afronding van het onderzoek nog steeds benaderen voor vragen en advies. Stichting Reindert heeft het Sociaal Team als een fijne samenwerkingspartner ervaren, net als de PGA-specialist en de politie. Wij denken dat het nieuwe Sociaal Team een mooie kans biedt om de problemen actief op te pakken en deze vanuit een preventieve manier aan te pakken.

8.1

Ondersteuning van ouders door PIT

We weten dat enkele ouders zich hebben gemeld bij PIT met vragen en zorgen over de opvoeding van hun kind die dreigt te ontsporen. Het is belangrijk dat ouders die deze stap nemen direct worden geholpen met de juiste hulp en ondersteuning. Bij de moeder die zelf het heft in eigen hand moest nemen, omdat zij niet werd gehoord door de instanties waar zij aanklopte, hebben we gezien dat dit niet goed is gegaan. PIT heeft aangegeven dat zij graag opvoedondersteuning willen bieden aan ouders die daarom vragen. Dit kan bijvoorbeeld via voorlichting, praatgroepen en individuele ondersteuning. Samen met de interventiespecialisten hebben zij al een plan van aanpak gemaakt voor wat er moet gebeuren om dit beter te faciliteren (zie pagina 21). Het is belangrijk dat PIT de middelen tot haar beschikking heeft om dit te doen en dat ouders gemakkelijk naar hen kunnen worden doorverwezen via andere instanties zoals de huisarts of de gemeente.

8.2

Een plek en activiteiten voor de jeugd

In het rapport van Young Inspiration is al onderzocht waar jongeren zelf behoefte aan hebben in Baarn. Hieruit kwam bijvoorbeeld naar voren dat er voor bepaalde groepen jongeren niets te doen is, wat eraan kan bijdragen dat zij eerder ongewenst gedrag gaan vertonen. In het rapport worden verschillende aanbevelingen gedaan die eraan kunnen bijdragen om jongeren meer activiteiten en perspectief te bieden. Het is belangrijk dat de gemeente samen met het jongerenwerk aan de slag gaat met deze aanbevelingen en dat ook jongeren zelf hierbij worden betrokken.

8.3

Gebruik van sleutelfiguren en positieve rolmodellen

Zoals benoemd bij de voorwaarden in hoofdstuk 7 is het belangrijk dat de gemeente investeert in relatiebeheer met het voorveld. Stichting Reindert heeft geconstateerd dat er meerdere ‘sleutelfiguren’ te vinden zijn, die graag een rol zouden spelen in het aanpakken van de drugsproblematiek of in het creëren van activiteiten voor de jeugd. Enkele potentiële positieve rolmodellen zijn door Stichting Reindert gesproken en zij hebben al aangegeven dat ze willen meewerken. Ook vanuit bijvoorbeeld de horeca is genoemd dat zij graag beter in contact komen met de gemeente en politie om het

26

middelengebruik in het uitgaansleven beter aan te pakken. Dergelijke sleutelfiguren en positieve rolmodellen zijn al op verschillende plekken in de gemeente Baarn aanwezig. Het is aan het sociaal team van de gemeente om deze personen in beeld te krijgen en structureel contact met hen te onderhouden. De signalen die vanuit deze mensen worden opgevangen, kunnen vervolgens worden gebruikt om de juiste acties uit te zetten. Stichting Reindert is bereid om het netwerk dat zij zelf hebben opgebouwd binnen de gemeente te delen met de persoon die hiervoor verantwoordelijk wordt gemaakt. Hierbij kan worden gedacht aan een stadsmarinier of een reïntegratieofficier.

8.4

Welke mensen en organisaties kunnen een rol spelen?

Hieronder benoemen we puntsgewijs welke partijen er binnen de gemeente aanwezig zijn en welke rol zij op zich kunnen nemen. De uitwerking hiervan is beschreven in hoofdstuk 7. • Gemeente = trekker, regisseur o Eigenaarschap o Relatiebeheer → investeren in het voorveld (voorbeeld maandelijkse inlooplunch) o Sociale norm stellen o PGA-specialist: negatieve rolmodellen in PI bezoeken • PIT o Ondersteuning ouders o Weerbaarheid o Meidengroep o Stevige jongerenwerkers (profiel) o Vertrouwen wekken / relatiebeheer o Positieve rolmodellen werven o Contact met het voorveld / partners verstevigen o Sociale norm stellen • Jongeren o Meedenken over een plek / activiteiten o Zorgen dat ze jongerenwerk / hulpverlening / praatgroepen kunnen vinden o Sociale norm stellen aan andere jongeren • Ouders o Positieve aandacht, opvoeding o Sociale norm stellen o Betrekken bij programma’s van PIT o Signaleringsrol • Scholen o Voorlichting o Sociale norm stellen (stevig) o Preventieprogramma’s o Signaleringsrol o Samenwerking met jongerenwerk/gemeente • BOA’s o Handhaven o Sociale norm stellen o Zichtbaar zijn, praatje maken • Politie o Handhaven o Sociale norm stellen o Zichtbaar zijn, praatje maken

27

o Negatieve rolmodellen aanpakken • Horeca o Signaleringsrol o Samenwerking met andere voorveld + jongerenwerk • Sportclubs o Signaleringsrol o Samenwerking met andere voorveld + jongerenwerk • Andere maatschappelijke organisaties o Signaleringsrol o Samenwerking met andere voorveld + jongerenwerk

28

Tot slot Dit rapport gaat over drugsproblematiek en het aanpakken en voorkomen daarvan. We hebben onze bevindingen beschreven: over de normalisering van drugs en de invloed van rolmodellen, angst en wanhoop die daarbij komen kijken, schaamte en taboe om het onderwerp aan te kaarten, over verveling, prestatiedruk en status, en over een aantal criminelen die toch óók hun specifieke achtergrond en verhaal hebben. We hebben een aantal handreikingen gedaan die de gemeente kan gebruiken om te voorkomen dat meer jongeren drugs gaan gebruiken of gaan dealen, om er verder verzeild in te raken en om de weerbaarheid te vergroten van een kwetsbare jonge groep. Om ouders te ondersteunen en een plek voor de jeugd te creëren. Maar meer nog dan over deze bevindingen en oplossingen voor de drugsproblematiek, gaat dit rapport over het luisteren naar de verhalen van de inwoners van Baarn. Elk verhaal is uniek, en het waard om gehoord te worden. Tegelijkertijd bleek tijdens dit onderzoek ook dat verhalen soms op elkaar lijken en illustratief zijn voor een groter probleem dat aandacht en prioriteit nodig heeft. Door een aantal oorzaken is het sociaal team van de gemeente pas recent geïnstalleerd. Het is daarom niet verwonderlijk dat nog niet alles op rolletjes loopt.

Met de rapporten van het RIEC, Young Inspiration, en het rapport dat nu voor u ligt in de hand is het tijd om de draad op te pakken en eigenaarschap en regie te nemen. Over de situatie rondom drugsproblematiek, en ook breder, over het welzijn en toekomstperspectief van de jonge inwoners van Baarn. En nu? Movisie heeft ondersteuning geboden aan dit actieonderzoek, vanuit haar publieke kennisfunctie. Door kennis toe te voegen aan partijen die in de uitvoering actief zijn op het gemeentelijke niveau, kunnen leerprocessen worden versneld. We zijn gestart met dit actieonderzoek op basis van een vraag van de gemeente naar aanleiding van signalen en rapporten over jongeren en drugs in Baarn en de wens om hiervoor preventief beleid te ontwikkelen. Movisie heeft daarvoor samen met Stichting Reindert diverse aanknopingspunten gevonden. Dit rapport omvat een set van adviezen, aangevuld met onderbouwde kennis, waarmee de gemeente aan de slag kan. De onderzoekers van Stichting Reindert kwamen ook een paar situaties tegen die om directe actie vroegen en hierbij hebben zij handelend opgetreden. De aanwezigheid van de onderzoekers heeft er ook voor gezorgd dat inwoners en professionals meer alert zijn geworden en bewuster zijn gaan nadenken over hun rol en verantwoordelijkheid bij het voorkomen en aanpakken van drugsproblematiek onder jongeren.

Een eerste belangrijke stap voor het verder bespreken, prioriteren en opvolgen van adviezen in deze rapportage. Het onderzoek is afgerond en er is een goed zicht gekomen op wat er de komende tijd kan worden gedaan, zowel bij de gemeentelijke organisatie als bij de betrokken inwoners en de betrokken maatschappelijke organisaties. De inzet vanuit Movisie en de partners van Stichting Reindert kan hiermee worden afgerond, maar het is raadzaam om de beschikbare kennis vanuit Movisie en de andere kennispartners CCV en NJi, juist ook in de vervolgfase te blijven inzetten, om zo een lerende organisatie te blijven en zowel gemeentelijke en sociaal professionals als betrokken (actieve) inwoners te voeden met bewezen effectieve aanpakken. Door de Baarnse aanpak te verbinden met die van andere gemeenten, die met vergelijkbare opgaven bezig zijn, kan collectief geleerd en duurzaam gewerkt worden aan een lokale samenleving, waarin iedereen zich erkend en thuis voelt. Movisie zal ook de komende jaren hierin een faciliterende rol blijven vervullen.

29

BIJLAGE 1: Actieplan voor het ondersteunen van ouders

30

BIJLAGE 2: Overzicht van interventies en kennisbronnen Interventies en kennisbronnen voor het onderwijs • Richtlijn verslavingspreventie binnen het onderwijs (Trimbos-instituut) • Kapot Sterk – preventief onderwijsprogramma voor leerlingen van groep 7 en 8 om jonge jeugd weerbaarder te maken tegen verleidingen uit de (drugs)criminaliteit (CCV) • De Gezonde School Aanpak – programma dat onderwijsprofessionals helpt om een gezonde leefstijl vanzelfsprekend te maken (PO-raad, VO-raad, MBO raad, RIVM en GGD GHOR Nederland) • Helder op School – onderdeel van de Gezonde School, met specifieke aandacht voor preventie van roken, alcohol en drugs (Trimbos-instituut) • Toolbox Opvoeding & Uitgaan – biedt bouwstenen voor een ouderavond over alcohol en drugs op de middelbare school (Trimbos-instituut) • Welbevinden op School – kennis- en ondersteuningsprogramma dat scholen, gemeenten en gezondheidsbevorderaars van de GGD handvatten biedt om schoolbreed te werken aan het welbevinden van leerlingen en studenten (Trimbos-instituut en Pharos) • De keerzijde van afschrikkende voorlichting over drugs op school – blog over overwegingen waar een school rekening mee moet houden bij drugspreventie (Trimbos-instituut) Interventies en kennisbronnen voor sociaal professionals bij gedragsproblemen en/of middelengebruik van jongeren • Grip op je Dip – online chatcursus voor jongeren die al een tijdje in

een dip zitten • Multidimensionale familietherapie (MDFT) – systeemtherapie voor jongeren met enkelvoudig of meervoudig probleemgedrag waarvan de centrale elementen delinquentie of stoornissen in alcohol- of drugsgebruik zijn (NJi) • Forensische Ambulante Systeem Therapie (FAST) – bedoeld om bij jongeren de kans op recidive van probleem- en delictgedrag met antisociaal of grensoverschrijdend gedrag te verminderen of te voorkomen (NJi, Movisie en Trimbos-instituut) • Ouderschap met Liefde en Grenzen (OLG) – intensief, relatief kortdurend behandelprogramma voor gezinnen met jongeren in de leeftijd van 12-18 jaar die matige tot ernstige externaliserende gedragsproblemen vertonen en bij wie sprake is van (dreigend) delictgedrag (NJi, Movisie en Trimbos-instituut) • TOPs! – groepstraining voor jongeren met antisociaal en delinquent gedrag (NJi, Movisie en Trimbos-instituut) • Moti-4 – laagdrempelig traject van gesprekken voor jongeren van 14 t/m 24 jaar die in de problemen dreigen te raken door middelengebruik, gokken of gamen (NJi) • Be wise, think twice (voor preventiemedewerkers) – lespakket voor de onderbouw van het cluster 4 voortgezet speciaal onderwijs over de risico’s van het gebruik van alcohol en drugs (NJi) • Open en Alert – interventie om problematisch middelengebruik te voorkomen of verminderen (NJi) • Toetsingskader harm reduction interventies recreatief drugsgebruik

– instrument voor professionals om te beoordelen of hun interventies om jongeren voor te lichten over drugsgebruik geen averechts effect hebben (Trimbos-instituut) • Infosheet ‘Opvoeding & Uitgaan’ – infosheet voor preventieprofessionals over wat ouders kunnen doen in de middelenopvoeding van hun kind (Trimbos-instituut) • Factsheet ‘Opvoeding en Middelengebruik’ – factsheet over het effect van verschillende opvoedstrategieën bij kinderen van verschillende leeftijden (Trimbos-instituut) Interventies en kennisbronnen voor gemeenten • Drugsbeleid: advies voor gemeenten – ondersteuning, advies, kennisbevordering en implementatie voor gemeenten die aan de slag willen met drugsbeleid (Trimbos-instituut)

31

• Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) – preventieaanpak voor gemeenten, gericht op het voorkomen van alcohol-, drugs- en tabaksgebruik door jongeren (Trimbos-instituut) • Werken aan mentale gezondheid van jongeren - adviezen voor gemeenten tijdens de coronacrisis (NJi) • Handreiking ‘Bevordering mentale gezondheid jeugd’ – handvatten voor gemeenten om invulling te geven aan het bevorderen van mentale jeugdgezondheid van jeugd (Pharos en Trimbos-instituut) Kennisbronnen over middelengebruik en verslavingspreventie • Wat werkt bij middelengebruik? – overzicht van wat er bekend is over werkzame interventies voor jeugdigen met middelenproblemen (NJi) • Risicofactoren voor middelenmisbruik en verslaving (NJi) • Skip die Trip – samenwerking tussen 32 gemeenten in de regio Oost-Brabant om normaliseren van drugs tegen te gaan • Infographic ‘Determinanten en normalisering van drugsgebruik’ (SKIP) Overige kennisbronnen • Factsheet ‘Inzetten van rolmodellen: waarom en hoe?’ (CCV) • De effectiviteit van de inzet van rolmodellen in leefstijlcampagnes – strategische verkenning naar de effectiviteit van het inzetten van rolmodellen binnen campagnes die zich richten op de preventie van ongezond leefstijlgedrag (Trimbos-instituut) • Rapport ‘Wat werkt bij het versterken van weerbaarheid van jongeren’ (Movisie) • Rapport ‘Grensoverschrijdend gedrag aanpakken.

Wat werkt bij het activeren van omstanders?’ (Movisie) • Infographic ‘Omstanders activeren. Wat werkt bij de aanpak van grensoverschrijdend gedrag?’ (Movisie)

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12959928/1