CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

230612 Onderzoek Jeugd en Drugs (804272)

Informatie in de Raad 6 september 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Onderzoek Jeugd en Drugs14.847 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

inlichtingen bij

Amber van Schie

Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn

doorkiesnummer uw kenmerk ons kenmerk

datum portefeuillehouder(s) onderwerp

781997 / 804272

9 juni 2023 Burgemeester Röell Onderzoek Jeugd en Drugs

Geachte leden van de raad en steunfractieleden,

De gemeente Baarn wil een scherper beeld van de aard van de drugproblematiek onder Baarnse jongeren en de mogelijkheden om die aan te pakken. Doel is om problemen bij jongeren eerder te signaleren en te voorkomen dat jongeren ontsporen. Daarom is in 2022 op uw verzoek verdiepend onderzoek gedaan naar jongeren en drugs. Er is gesproken met Baarnse jongeren zelf, met mensen om hen heen en met hulpverleners en handhavers. Het onderzoek geeft zo een beeld van wat er leeft onder jongeren in Baarn en wat er nodig om signalen beter en eerder op te pikken. Ook geeft het onderzoek aan welke rol verschillende partijen, waaronder de gemeente zelf, kunnen spelen. Het rapport van het onderzoek bevat waardevolle informatie en aanknopingspunten voor verbetering van de aanpak van drugsproblematiek onder Baarnse jongeren. Aan de hand van de uitkomsten maakt de gemeente komende tijd een plan van aanpak. In het onderzoeksrapport Jongeren & Drugs staat onder meer dat dealen en gebruiken van drugs een samenleving-breed probleem is. En dat er verschillende zaken aandacht vragen, vanuit verschillende groepen inwoners en perspectieven. Onderzoekers onderscheiden in Baarn verschillende groepen jongeren en ouders. Voor elke groep spelen verschillende zaken die om een verschillende aanpak vragen.

Daarnaast zien onderzoekers dat er verbeteringen mogelijk zijn in de aanpak van betrokken partijen waaronder de gemeente. Verschillende groepen Er is volgens het onderzoekrapport een grotere groep jongeren vatbaar voor het in aanraking komen met drugs, vanwege uiteenlopende achterliggende problemen. Voor hen zijn vooral preventieve maatregelen en ondersteuning nodig zijn. Zo’n 35 tot 40 jongeren en jongvolwassenen in Baarn zijn betrokken bij of staan onder invloed van het drugscircuit. Voor deze groep is de harde, repressieve aanpak alleen meestal niet helpend. Veel van dit soort jongeren willen wel er wel uitkomen, maar Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden

weten niet hoe. Dat kan lang niet iedereen op eigen kracht. Het is dan ook nodig dat hen een uitweg en perspectief geboden wordt. En dan is er nog een kleine groep negatieve rolmodellen dat zich in de (zware) drugscriminaliteit begeeft, voor wie voornamelijk enkel de harde aanpak werkt, waarbij wel een reikende hand wordt geboden gericht op de persoon. Wat betreft ouders merkt het rapport op dat velen terughoudend waren in deelname aan het onderzoek. Er lijkt nogal wat taboe en schaamte rondom het onderwerp te liggen. Ouders vragen daardoor pas laat om hulp, pas als ze hun kind echt zien ontsporen en geen manier zien om het zelf op te lossen. Het is daarom belangrijk dat de ondersteuning aan ouders zo laagdrempelig mogelijk is, zodat ouders in een vroeg stadium de stap durven te zetten naar hulpverlening. Kansen voor verbetering Wat betreft de rol van gemeente en politie merkt het rapport op dat er een aantal drempels weggenomen kunnen worden die sommige ouders het idee geven dat ze niet gehoord worden of dat er niets aan gedaan wordt of dat ze nergens terecht kunnen voor hulp. Er liggen hier kansen om daar verbetering in te brengen. Verdere suggesties voor verbetering zijn het actief regie nemen als gemeente en een oor en oog te zijn in de samenleving, het inzetten van positieve rolmodellen voor jongeren en het stellen van een sociale norm tegen drugs- en drankgebruik.

Ook voorlichting op scholen, versterking van de weerbaarheid van jongeren en het laagdrempelig ondersteunen van ouders helpen daarbij. Tenslotte wordt aandacht gevraagd voor zichtbaarheid van handhaving door politie en Boa’s. Voorzieningen voor jongeren In 2022 is ook onderzoek gedaan door Young Inspiration naar de voorzieningen voor jongeren in Baarn. Uit dat onderzoek kwam onder meer naar voren dat jongeren een plek willen om elkaar te ontmoeten en te hangen, maar ook willen dat er meer activiteiten en evenementen worden georganiseerd. Jongeren vinden het belangrijk dat ze worden betrokken en willen graag participeren in het verbeteren van de voorzieningen. En ook in het kader van de aanpak van de drugsproblematiek zijn goede voorzieningen van jongeren van belang. Het onderzoek Jeugd en Drugs bevestigd dat jongeren meer activiteiten willen en daar graag aan meewerken. Het voordeel hiervan is dat het direct draagkracht creëert. Er worden al verschillende plannen onderzocht zoals een uitbreiding van de skatebaan, een jongerenfestival, friscafé en een nieuwe ontmoetingsplek voor jongeren. Plan van Aanpak Het onderzoeksrapport biedt een scala aan oplossingen en kansen om de aanpak van drugsproblematiek onder jongeren in Baarn te versterken. Een aantal zaken wordt momenteel al gedaan, zoals voorlichting op scholen en ondersteuning of begeleiding door jongerenwerkers.

Komende tijd wordt nagedacht over mogelijkheden om de bestaande aanpak uit te breiden en te versterken aan de hand van de aanbevelingen. Daarover komt de gemeente later met een plan van aanpak. Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden

Planning Deze RIB Jeugd en drugs wordt nu aan u verstuurd omdat hierop een toezegging is gedaan door de portefeuillehouder. Voor het zomerreces komt er nog een RIB met een plan van aanpak over Jeugd en voorzieningen naar de raad. De raadsinformatiebrieven over onderzoek Jeugd en voorzieningen en Jeugd en drugs staan beide op de agenda van de Informatie in de raad van september. Het college kan zich voorstellen dat de beide RIB’s tegelijkertijd worden behandeld. Ten slotte zal de aanpak van deze problematiek, voorzieningen en drugs, samenkomen in de Jeugdagenda. Hiermee gaan we in het 4e kwartaal van 2023 aan de slag in samenwerking met het voorveld.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

M.A. Röell burgemeester

Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden

RAPPORT GEMEENTE BAARN Jongeren en drugs in Baarn april 2023 Movisie en Stichting Reindert

1

Inhoud Inhoud ...................................................................................................................................................... 2 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 1.1

Aanleiding van dit rapport ....................................................................................................................... 4

1.2

Doelstelling en onderzoeksvragen .......................................................................................................... 5

1.3

Leeswijzer............................................................................................................................................... 5

2 Verantwoording aanpak ..................................................................................................................... 6 3 Situatieschets en cijfers ...................................................................................................................... 7 4 Algemene bevindingen ....................................................................................................................... 8 4.1

Jongeren groep 1 ................................................................................................................................... 8

4.2

Jongeren groep 2 ................................................................................................................................... 8

4.3

Jongeren groep 3 - negatieve rolmodellen ............................................................................................. 9

4.4

Een specifieke groep meiden ............................................................................................................... 10

4.5

De ouders ............................................................................................................................................. 10

4.6

De gemeente - barrières binnen het huidige ‘systeem’ ......................................................................... 10

5 Wat betekent dit voor de ervaren leefbaarheid en veiligheid? ......................................................... 12 5.1

Ontbreken van normstelling .................................................................................................................. 12

5.2

Onveiligheid achter de voordeur ........................................................................................................... 12

5.3

Antisociaal gedrag op school ................................................................................................................ 12

6 Welke factoren dragen eraan bij dat sommige jongeren drugs gaan gebruiken? ........................... 13 6.1

Invloed van negatieve rolmodellen ....................................................................................................... 13

6.2

Normalisering van drugsgebruik ........................................................................................................... 13

6.3

Prestatiedruk ........................................................................................................................................ 14

6.4

Verveling............................................................................................................................................... 15

6.5

Status, geld en imago ........................................................................................................................... 15

6.6

Effect van corona: vervreemding .......................................................................................................... 16

6.7

Andere risicofactoren volgens de wetenschap ..................................................................................... 17

7 Welke oplossingen zien de verschillende partijen?.......................................................................... 19 7.1

Voorwaarden: wat kan de gemeente doen? ......................................................................................... 19

7.2

Inzet van geloofwaardige positieve rolmodellen ................................................................................... 21

7.3

Stel actief een sociale norm tegen drugs/drank .................................................................................... 21

7.4

Leeftijdsgeschikte voorlichting op scholen ............................................................................................ 22

7.5

Weerbaarheid van jongeren versterken ................................................................................................ 23

7.6

Ouders ondersteunen ........................................................................................................................... 23

7.7

Plek en activiteiten voor de jeugd ......................................................................................................... 24

7.8

Mensen die in de gevangenis komen wél bezoeken ............................................................................ 25

7.9

Handhaving door politie en boa’s ......................................................................................................... 25

2

8 Welke kansen zijn er al in de wijk?................................................................................................... 26 8.1

Ondersteuning van ouders door PIT ..................................................................................................... 26

8.2

Een plek en activiteiten voor de jeugd .................................................................................................. 26

8.3

Gebruik van sleutelfiguren en positieve rolmodellen ............................................................................ 26

8.4

Welke mensen en organisaties kunnen een rol spelen?....................................................................... 27

Tot slot ................................................................................................................................................... 29 BIJLAGE 1: Actieplan voor het ondersteunen van ouders .................................................................... 30 BIJLAGE 2: Overzicht van interventies en kennisbronnen ................................................................... 31

3

1 Inleiding Lara* is een alleenstaande moeder van drie kinderen. De jongste van 18 jaar, Micha*, heeft verslavingsproblemen. Ze kwam erachter doordat hij van haar stal. Ze vertrouwde hem niet meer en deed hangslotjes op kastjes. Micha zit in Soest op school, waar twaalf leerlingen in de klas aan de ketamine zitten, zo hoort Lara tot haar schrik. Zijn drugs haalt hij bij een jongen uit Hoog Baarn. Ze spreekt met meerdere ouders en ook zij maken zich grote zorgen. Er komen wel eens jongens aan de deur om geld op te halen van haar zoon, hij heeft blijkbaar schulden. Meerdere stevige gesprekken met haar zoon leveren niets op. Op een gegeven moment besluit ze aan de bel te trekken, het kan zo niet langer. De huisarts verwijst de jongen door naar de kliniek, maar door lange wachtlijsten komt dat maar niet van de grond. Ze klopt aan bij verschillende mensen van de gemeente, maar die bellen niet terug. Zij kunnen haar niet helpen. Wanhopig om het welbevinden van haar zoon, besluit ze dat rigoureuze maatregelen nodig zijn. Ze sleept haar zoon de auto in. Een beetje angstig is ze wel. Hij wijst aan waar de dealers te vinden zijn, en één voor één betaalt Lara Micha’s schulden af bij de drugsdealers. De schulden zijn in ieder geval opgelost en de dealers komen niet meer aan hun deur. Ze stuurt haar zoon een tijdje naar het buitenland en haalt hem van school af.

In Hilversum maakt de jongen een nieuwe start. Twee jaar later gaat het goed met Micha, maar niet dankzij het systeem. “Het systeem heeft gefaald”, zegt Lara. Diverse instanties gaven nul op het rekest. “Het is goed gekomen, omdat ik hem zelf uit de omgeving heb gehaald. Het kostte ontzettend veel tijd, moeite en energie, ik heb het helemaal zelf moeten doen.” * Deze namen zijn niet hun echte namen.

Een moeder die wanhopig maar kordaat met haar zoon in de auto stapt om alle schulden bij dealers af te betalen, na bij diverse instanties geen gehoor te hebben gekregen. Een andere moeder die een verdachte prijslijst voor allerlei verdovende middelen op de telefoon van haar zoon vindt, en erachter komt dat haar kind een dealer is met een enorme angst om als ‘snitch’ te boek te staan. Een dertienjarige jongen die toegeeft dat hij drugs dealt, om zijn moeder – die in een vechtscheiding ligt – financieel te kunnen helpen. Het zijn verhalen die uit een film lijken te komen, maar ze spelen zich in en rondom Baarn af. En dan zijn er nog de ouders die bij het jongerenwerk aangeklopt hebben omdat ze niet weten wat ze met het problematische gedrag van hun pubers aan moeten. De horecaeigenaar die de drugs van hand tot hand ziet gaan op het toilet van zijn kroeg. En kinderen die wiet en lijntjes cocaïne open en bloot zien liggen op familiefeestjes thuis. Zo stapelen de verhalen rondom drugs zich op. Stuk voor stuk verhalen van of over mensen in benarde of zelfs wanhopige situaties, die zich niet gehoord voelen door de lokale instanties en overheid of deze niet weten te vinden.

Maar ook verhalen over jongeren die op hun tenen lopen op school en prestatiedruk voelen, jongeren voor wie geen plek of activiteiten zijn in het dorp, en jongeren die antisociaal of grensoverschrijdend gedrag vertonen. Deze verhalen zijn in dit rapport opgetekend, om een beeld te geven van de situatie van Baarnse jongeren die drugs gebruiken, zelf dealen of die kwetsbaar zijn om in zo’n situatie te belanden.

1.1

Aanleiding van dit rapport

Dat drugsgebruik en -handel (door jongeren) problematisch is in Baarn, spreekt ook uit het rapport door de veiligheidscoalitie Midden-Nederland ‘Wie praat, die gaat’1. Daarin wordt vastgesteld dat criminele verbanden de regio Midden-Nederland steeds meer in hun greep krijgen en dat dit een grote impact heeft op steden en dorpen in Midden-Nederland, waaronder Baarn. Ook heeft er eerder onderzoek in Baarn en omgeving plaatsgevonden door het RIEC, vanuit het programma ‘Straatwaarde(n)’2. De gemeenteraad heeft hierop aanvullend onderzoek aangevraagd dat zich, in

1 Publieksversie ‘Wie praat die gaat’ | Veiligheidscoalitie 2 (On)zichtbare beelden van jonge aanwas in de drugscriminaliteit | Het CCV

4

tegenstelling tot het RIEC-onderzoek, meer richt op het informele circuit en om een scherper en concreter beeld van de drugsproblematiek in Baarn te krijgen vanuit het perspectief van burgers, met daarbij mogelijke aanpakken. De gemeente wil graag eerder signaleren en inzetten op preventie bij jongeren (en anderen) die dreigen te ontsporen. Daarvoor is het nodig om beter inzicht te hebben in wat er speelt en leeft onder de jongeren in Baarn, wat er nodig is voor het ontwikkelen van beleid om signalen beter en eerder op te pikken en welke rol verschillende partijen hierin kunnen spelen. Om dit te bereiken, slaan Stichting Reindert en Movisie de handen ineen, waarbij het perspectief van bewoners, jongeren en hun omgeving centraal staan.

1.2

Doelstelling en onderzoeksvragen

De volgende doelstellingen zijn als uitgangspunt gebruikt bij het onderzoek en dit rapport: 1. Inzicht in wat er speelt en leeft bij de jongeren van Baarn en hun omgeving op het gebied van drugsproblematiek en de door hen en andere buurtbewoners (ervaren) leefbaarheid en veiligheid in Baarn. In de rapportage wordt antwoord gegeven op de hieronder gestelde onderzoeksvragen. 2. Analyse van de bevindingen in de praktijk aan de hand van wetenschappelijke kennis voor verklaringen, ideeën en mogelijke oplossingen die vanuit de gemeente geïnitieerd of gestimuleerd kunnen worden op korte en (middel)lange termijn. Daarbij worden beproefde aanpakken en praktijkvoorbeelden aangereikt. 3. Concrete handvatten om de samenredzaamheid van de gemeenschap en de signalering in de wijk te vergroten ter bevordering van de preventie van drugsproblematiek en versterken van (ervaren) leefbaarheid en veiligheid, onder andere voor jongeren. Om deze doelstellingen te bereiken, hebben we ons gericht op twee hoofdactiviteiten: actieonderzoek en het bieden van onderbouwde kennis en handelingsperspectief. Het actieonderzoek had de volgende onderzoeksvragen: 1. Wat veroorzaakt dat jongeren drugs gaan gebruiken of dealen? 2. Wat betekent dit voor de ervaren leefbaarheid en veiligheid? 3. Welke oplossingen zien de verschillende partijen? 4.

Welke kansen zijn er al in de wijk om positieve verandering te realiseren en eerder te signaleren? 5. En welke mensen en organisaties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen?

1.3

Leeswijzer

Allereerst verantwoorden we onze aanpak en onderzoeksmethode in hoofdstuk 2. We beschrijven onder meer hoe Stichting Reindert te werk is gegaan in de wijk en welke rol Movisie had in de ondersteuning daarvan. Vervolgens geven we een korte situatieschets (hoofdstuk 3): wat kenmerkt de gemeente Baarn en welke cijfers zijn er bijvoorbeeld bekend over de (mentale) gezondheid van jongeren in Baarn? Dit schetst de achtergrond en context waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden. De hoofdstukken 4 tot en met 6 beschrijven de bevindingen. Dit gebeurt grotendeels aan de hand van de verhalen van mensen, en voorbeelden van wat we hoorden en zagen op straat en bij mensen thuis. We verbinden daar vervolgens onze eigen inzichten en (wetenschappelijke) kennis aan. In hoofdstuk 4 komen de belangrijkste algemene bevindingen aan bod. Hoofdstuk 5 geeft antwoord op de onderzoeksvraag: ‘wat betekent dit voor de ervaren leefbaarheid en veiligheid’? En hoofdstuk 6 beantwoordt de vraag: ‘welke factoren dragen eraan bij dat sommige jongeren drugs gaan gebruiken?’ Mogelijke oplossingsrichtingen en aanbevelingen komen aan bod in hoofdstuk 7, en daarop voortbordurend bespreken we de kansen die er al liggen in de wijk in hoofdstuk 8. We eindigen met een slotwoord en de bijlagen, waaronder een lijst met relevante kennisbronnen.

5

2 Verantwoording aanpak Binnen dit traject treden de twee oprichters van Stichting Reindert op als actieonderzoekers en interventiespecialisten, waarbij zij ‘met hun poten in de klei’ de wijken in trekken om met zoveel mogelijk relevante inwoners en professionals het gesprek aan te gaan over hun ervaringen met drugsproblematiek onder jongeren in Baarn. Acties die nodig blijken, worden direct in de stijgers gezet. Movisie ondersteunt Stichting Reindert hierin door hun bevindingen te analyseren en te duiden aan de hand van bestaande kennis uit de wetenschap en de praktijk. Op basis daarvan wordt een aantal oplossingsrichtingen geformuleerd waarbij onderbouwde kennis en een handelingsperspectief worden aangereikt, met daarbij concrete tools en good practices. Voor dit onderzoek is Stichting Reindert gedurende 16 weken minimaal één dag per week de straat op gegaan in Baarn om te observeren en spreken met inwoners (inclusief jongeren) en mensen die professioneel of maatschappelijk actief zijn in Baarn, van de wijkagent tot vertrouwenspersonen op scholen, van jongerenwerkers tot kroegeigenaren. Ook heeft Stichting Reindert twee veroordeelde mannen gesproken, waarvan er één is bezocht in het detentiecentrum. Verder zijn er open gesprekken geweest tussen Stichting Reindert en betrokken actoren binnen de gemeente.

Gedurende het onderzoek heeft Stichting Reindert diverse acties uitgezet wanneer dit nodig en urgent werd geacht. In totaal heeft Stichting Reindert circa 40 bewoners en professionals één of meerdere keren uitgebreid gesproken. De gesprekken zijn laagdrempelig, vertrouwelijk en informeel, met veel inlevingsvermogen in wie er voor hen zit. Dit wekt vertrouwen op en hierdoor voelden mensen ruimte om te praten. Vervolgens wordt gebruik gemaakt van het sneeuwbaleffect: een gesprekspartner wijst hen weer op andere relevante actoren, en zo gaat het balletje rollen. Op deze manier bouwt Stichting Reindert snel een eigen netwerk op binnen de gemeente. De inzichten uit deze gesprekken worden geanonimiseerd gedeeld in deze rapportage. Bij de gegeven casussen gebruiken we fictieve namen. Naast de gesprekken zijn er ook observaties uitgevoerd in de wijk. Onderzoek heeft onder andere plaatsgevonden op plekken waar jongeren samenkomen, zoals op de twee middelbare scholen, winkelcentra en andere ‘hangplekken’, en ook achter de voordeur. Movisie heeft Stichting Reindert gedurende het onderzoek ondersteund en we hebben wekelijks samen gereflecteerd op de bevindingen. We hebben alle opgehaalde verhalen en informatie geanalyseerd.

Daarbij maakten we gebruik van bestaande kennisbronnen, van onder meer het Trimbos-instituut, het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Met een aantal experts van het CCV en Nji hebben we ook een reflectiesessie georganiseerd, waarbij zij hun inzichten over het thema vanuit hun specifieke expertise met ons hebben gedeeld. Vervolgens hebben we de passende kennis en oplossingen geselecteerd en toegepast op de lokale situatie, waarvan het huidige rapport het resultaat is.

6

3 Situatieschets en cijfers Hier geven we in het kort een schets van de achtergrond en context waarbinnen dit onderzoek heeft plaatsgevonden. We benoemen en verbinden hieraan nog geen eigen bevindingen, die komen in de volgende hoofdstukken aan bod. Enkele algemene cijfers over Baarn: • De gemeente Baarn telt 24.876 inwoners. • Baarn is een relatief rijke gemeente. Met een gemiddeld inkomen van € 32.700 per inwoner staat Baarn op plek 20 in de ranglijst op basis van gemiddeld inkomen (van de 344 gemeenten in Nederland)3. • Baarn kent een relatief grote inkomensongelijkheid 4. Het gemiddelde inkomen van bewoners verschilt sterk per wijk. Het CBS schrijft dat een hogere inkomensongelijkheid vaker voorkomt in rijke gemeenten. • In Baarn maken jongeren een relatief klein deel uit van het totale inwoneraantal: 9,6% van de inwoners in Baarn is tussen de 15 en 25 jaar (12,3% van de inwoners van Nederland valt in deze leeftijdscategorie)5. In de Gezondheidsmonitor 20216 – GGD-onderzoek onder middelbare scholieren in de tweede en vierde klas – zijn de volgende cijfers omtrent middelengebruik in Baarn te zien: 53,4% van de onderzochte jongeren in Baarn gebruikte (ooit) alcohol (52,9% landelijk) en 17% was ooit dronken of aangeschoten (23% landelijk); 7,8% heeft ooit wiet of hasj gerookt (8,2% landelijk).

Deze cijfers wijzen op een landelijk probleem dat zich niet alleen in Baarn afspeelt. Als we kijken naar jongeren tussen 12 en 16 in heel Nederland – onderzocht door het Trimbos-instituut7 – blijkt dat 10% van de jongeren (ooit) cannabis heeft gebruikt, dat 2% ervaring heeft met XTC, en 48% (ooit) alcohol gebruikte. Cijfers omtrent de (mentale) gezondheid van jongeren zijn zorgwekkend. Volgens de Gezondheidsmonitor 2021 ervaarde dat jaar 45% van de tweede- en vierdeklassers in Baarn (zeer) vaak stress (t.o.v. 44% landelijk). Verder voelde 34% van de onderzochte Baarnse jongeren zich soms tot altijd eenzaam (t.o.v. 30% landelijk) en had 21% in de ‘afgelopen 12 maanden’ suïcidale gedachten (ook 21% landelijk). Toch voelde 90% van de Baarnse jeugd zich ‘voldoende weerbaar’ volgens de Gezondheidsmonitor (88% landelijk). Deze cijfers alleen geven niet meer dan een grove indicatie. Wat er werkelijk speelt onder jongeren, hoe groot het probleem daadwerkelijk is, hoe zij dit zelf ervaren, en wat er achter ligt aan oorzaken, thuissituaties, ervaringen op school en andere aspecten, behoeft nader onderzoek, en dat is waar dit rapport over gaat. Hieronder komen een aantal van deze zaken aan bod. Dat de cijfers in Baarn, vergeleken met landelijke cijfers, niet extreem opvallend zijn, wil niet zeggen dat het drugsprobleem geen specifieke, gerichte aandacht nodig heeft.

3 Ranglijst van het hoogste en laagste gemiddelde inkomen per inwoner van de gemeenten in Nederland

(allecijfers.nl) 4 Inkomensongelijkheid (cbs.nl). Het CBS gebruikt de zogenaamde Gini-coëfficient om de ‘ongelijkheid gestandaardiseerd besteedbaar inkomen’ per gemeente te vergelijken. 5 Gemeente Baarn in cijfers en grafieken | AlleCijfers.nl 6 CBS Statline (rivm.nl) 7 Cijfers middelengebruik onder scholieren - Trimbos-instituut

7

4 Algemene bevindingen “Overal om je heen zie je drugs” “Drugs zijn heel normaal in Baarn”, vertelt een inwoner van Baarn. “Dat merk je aan de lijntjes cocaïne die bij feestjes op tafel liggen. Mijn man en ik zijn de enigen die dit nooit hebben gedaan.” Ze vertelt dat haar zoons van 15 en 16 aan de deur benaderd zijn. “Voor de verkoop van één gram wiet wouden ze € 2,50 kunnen verdienen.” Andere gesprekspartners bevestigen dat: kinderen en jongeren tussen de 13 en 20 jaar worden ‘gewoon’ aan de voordeur geronseld om drugs te gaan verkopen. Prijslijsten voor verdovende middelen worden via sociale media als Snapchat en Tiktok verspreid onder jongeren. Dit duidt op het gemak waarmee zij in aanraking kunnen komen met drugs. Een andere inwoner, werkzaam op een middelbare school, zegt: “Overal om je heen zie je drugs in Baarn. Het varieert van dealen op school tot kinderen die stoned in de klas zitten. Het speelt zich veelal af in het bos achter de school. En in de kroeg waar mijn dochters wel eens komen wordt de cocaïne van de fietssleutel af gesnoven.” Een andere ouder hoort de verhalen van zijn 16-jarige dochter over Hoog Baarn: “Vader is voor zaken vaak weg en moeder is met vriendinnen de hort op.

De kinderen van 14 of 15 jaar hebben vervolgens feestjes of gaan varen op het Eemmeer onder het genot van een blowtje of pillen.” Het dealen en gebruiken van drugs lijkt een samenleving breed probleem in Baarn. Vanuit verschillende groepen inwoners en perspectieven spelen er verschillende zaken die aandacht vragen. De belangrijkste groepen die de onderzoekers onderscheiden zijn 3 groepen jongeren, een specifieke groep meiden, en ouders. Voor elke groep spelen verschillende zaken die om verschillende aanpakken vragen. Daarnaast zijn ook de gemeente en uitvoerende partijen een actor in het geheel. Ook hier zien de onderzoekers diverse zaken die voor verbetering vatbaar zijn. Hieronder beschrijven we wat er vanuit deze perspectieven speelt. In hoofdstuk 7 werken we verder uit wat oplossingsrichtingen zijn bij preventie en aanpak van geconstateerde risico’s en problemen rond deze groepen.

4.1

Jongeren groep 1

Er is een grotere groep jongeren die vatbaar is voor het in aanraking komen met drugs, vanwege uiteenlopende achterliggende problematieken, en voor wie vooral preventieve maatregelen en ondersteuning nodig zijn, zowel collectief als individueel. Er kan een kwetsbaarheid zijn die zorgt voor een groter risico op drugsgebruik of verslaving of om slachtoffer te worden van drugscriminaliteit. Ook kunnen jongeren in een kwetsbare positie vatbaar zijn om zelf pleger te worden, om te gaan dealen of er dieper in verzeild te raken.

4.2

Jongeren groep 2

De inschatting op basis van ons onderzoek is dat er zo’n dertig à veertig jongeren en jongvolwassenen (tot 35 jaar) betrokken zijn bij of onder invloed staan van het drugscircuit in Baarn en omgeving. Wij richten ons in dit rapport voornamelijk op deze groep en op jongeren die kwetsbaar zijn om in deze groep terecht te komen. Een voorbeeld is Jordan: De moeder van Jordan* vindt onderstaande prijslijst op zijn telefoon. Jordan (14 jaar) blijkt zelf drugs te dealen. Zijn moeder confronteert hem ermee, en zijn vader filmt het tafereel op de achtergrond. De twee staan in de gang, het licht is gedimd, en zijn moeder reikt haar armen naar Jordan toe. Die laat dat niet toe, hij slaat met zijn armen om zich heen. Het is moeilijk te verstaan omdat ze door elkaar schreeuwen, maar we horen woorden als ‘snitch’, ‘ik smeek het je, ik smeek

8

het je’, en ‘mam, mam, alsjeblieft’. Gepiep en een schorre stem. Moeder probeert Jordan met kalme stem toe te spreken, maar wat ze zegt is niet te horen: hij bonkt met zijn hoofd tegen de muur, en blijft schreeuwen. Wat we zien is een extreem angstige jongen, die zijn moeder toeschreeuwt en haar wanhopig smeekt om niks te doen met deze gevonden informatie, hij is ontzettend bang om als verklikker te boek te staan. * Niet zijn echte naam.

De angst en wanhoop die uit het bovengenoemde filmpje blijkt, verdienen aandacht. Misschien nog wel meer dan het criminele gedrag van de jongen. Jordan zit al in het circuit, maar met de juiste zorg kan hij weer op het goede pad komen. Hij en zijn ouders hebben daar hulp bij nodig. Er zijn vaak verschillende, soms complexe achterliggende oorzaken die aandacht verdienen. In zulke gevallen is de harde, repressieve aanpak (alleen) meestal niet helpend. Veel van dit soort jongeren willen wel, maar weten niet hoe ze er weer uit moeten komen, dat kan lang niet iedereen op eigen kracht. Het is dan ook nodig dat hen een eervolle uitweg wordt geboden, dat ze perspectief krijgen: zo kan het ook. Dat er naar deze jongeren omgekeken en geluisterd wordt, is dus heel belangrijk.

4.3

Jongeren groep 3 - negatieve rolmodellen

Er is een klein aantal negatieve rolmodellen dat zich in de (zware) drugscriminaliteit begeeft, voor wie voornamelijk alleen de harde hand nog een optie is. De groep van dertig à veertig jongeren, waar Jordan er een van is, kijkt op tegen een aantal negatieve rolmodellen, van wie ‘iedereen weet’ dat het dealers en/of zware criminelen zijn. Zij zijn op één hand te tellen, volgens onze gesprekspartners, maar wanen zich onaantastbaar en zijn moeilijk of niet (meer) bereikbaar voor zorg. Dit zijn negatieve rolmodellen van wie veel jongeren denken dat ze het hebben ‘gemaakt’. Voor deze groep moeten voornamelijk repressieve maatregelen genomen worden om de criminaliteit aan te pakken, door politie en justitie. Drie mannen zijn al in de zomer van 2022 gearresteerd, onder wie Fred: Fred* heeft een slecht gebit en er hangt een penetrante lucht om hem heen: hij was (of is?) zelf verslaafd aan crack roken. Hij lijkt zich te schamen voor zijn voorkomen, als ‘junk’. Hij wil ook niet meer in contact zijn met zijn oude vriendengroep. Fred is afgelopen zomer opgepakt voor drugshandel, maar mag de rechtszaak buiten het detentiecentrum afwachten. Een van onze actieonderzoekers spreekt hem in het gemeentehuis, samen met een PGA-specialist.

Maar Fred houdt alle hulp af: “Nu komen jullie met een hulpaanbod, maar toen ik het écht nodig had was er niemand.” Eerder is hij al eens opgepakt voor meerdere zware delicten, waaronder mensenhandel. Toen hij daarvoor vast zat, is hij nooit bezocht door een hulpverlener of iemand van de gemeente. * Fred is niet zijn echte naam.

9

Fred en de andere twee mannen uit Baarn hebben (kort) in de penitentiaire inrichting (PI) gezeten. Uit de gesprekken die Stichting Reindert met hen heeft gevoerd, is naar voren gekomen dat zij allemaal in hun jeugd te maken hebben gehad met trauma’s. Denk hierbij aan zaken als huiselijk geweld, criminele ouder(s), verwaarlozing, verslaving of detentie. Dergelijke trauma’s kunnen eraan hebben bijgedragen dat zij kwetsbaarder waren om in de criminaliteit te belanden. Mede doordat zij geen manier zagen om hiervoor hulp te ontvangen en omdat zij deze hulp ook niet aangereikt hebben gekregen, zijn zij uiteindelijk op het slechte pad beland. Als deze signalen op een jongere leeftijd waren opgepikt, hadden deze mensen wellicht geholpen kunnen worden om deze trauma’s beter te verwerken en waren ze op die manier minder kwetsbaar geweest om in de criminaliteit te belanden. Ook het (blijven) opzoeken in de PI en het aanwakkeren van de motivatie om te veranderen kan ervoor zorgen dat mensen zich niet in de steek gelaten voelen door ‘het systeem’, en toch (uiteindelijk, deels) open staan voor hulpverlening. Voor Fred is dat nu te laat, zegt hij zelf. Een tweede man wil niet eens in gesprek met Stichting Reindert en/of de gemeente. Maar de derde man geeft aan wél mee te willen werken aan een traject om zijn leven in positieve zin te verbeteren.

Dat er een groep in Baarn is voor wie alleen ‘harde maatregelen’ nog een optie lijkt, betekent dus niet dat hen geen reikende hand geboden moet worden.

4.4

Een specifieke groep meiden

Via PIT ontvingen we het signaal dat er een specifieke groep tienermeiden uit Baarn is die ‘dreigen te ontsporen’, die (seksueel) grensoverschrijdend gedrag vertonen. Dit uit zich er onder meer in dat deze meiden zichzelf 'aanbieden’ voor seks, bijvoorbeeld in ruil voor drugs. Daar komt regelmatig ook uitbuiting bij kijken. ‘Sensation seeking’ lijkt hier aan de hand te zijn, volgens PIT. In dit onderzoek hebben we echter onvoldoende zicht gekregen op deze groep om concreter de aard en omvang van het probleem te kunnen beschrijven. Dit behoeft nader onderzoek. Wel kunnen we zeggen dat deze groep meiden specifieke aandacht nodig heeft.

4.5

De ouders

We hebben gemerkt dat ouders, voornamelijk in Hoog Baarn, terughoudend waren in deelname aan dit onderzoek. Het was moeilijk om daar ‘binnen te komen’. Er lijkt nogal wat taboe en schaamte rondom het onderwerp te liggen. “In Baarn wordt de vuile was niet buiten gehangen” horen we van een inwoner, “Men heeft een imago hoog te houden.” Mensen houden problemen binnen het gezin dus liever onder de radar en ouders vinden het moeilijk om (op tijd) zelf hulp te zoeken. Dat horen we van verschillende jongerenwerkers en andere inwoners. De ouders die we wel gesproken hebben, en degenen die zich bij PIT hebben gemeld, deden dit vaak pas als ze hun kind echt zien ontsporen en geen manier meer zien om het zelf op te kunnen lossen. Het is daarom belangrijk dat de ondersteuning die aan ouders wordt geboden zo laagdrempelig mogelijk is, zodat ouders makkelijker in een vroeg stadium de stap durven te zetten naar hulpverlening. Voor ondersteuning aan ouders is gedurende het onderzoek al een aanpak geïnitieerd door Stichting Reindert en PIT.

4.6

De gemeente - barrières binnen het huidige ‘systeem’

Het verhaal van Lara en haar zoon, waar dit rapport mee begint, staat niet op zichzelf. Zij heeft meermaals bij de gemeente en andere instanties alarm geslagen, maar is niet geholpen, er werd niet voldoende naar haar geluisterd. Dat zij zelf het probleem van haar zoon heeft kunnen oplossen, is niet waar we vanuit mogen gaan. Niet iedereen heeft de middelen en de moed die zij had. Naast Lara vertellen meerdere inwoners ons dat ze het idee hebben dat de gemeente en de politie ‘niets doen’ en

10

niet bereikbaar zijn. We zijn in ons onderzoek zelf ook gestuit op een aantal barrières die inzichtelijk maken waarom sommige ouders zich niet gehoord voelen, het idee hebben dat er niks aan gedaan wordt, of waardoor mensen niet weten waar ze terecht kunnen voor hulp. Tegelijkertijd zien we ook kansen om hier verbetering in te brengen. 1 Met de installatie van het nieuwe sociaal team kan de preventie van drugsgebruik en -handel weer met prioriteit worden opgepakt. Het is belangrijk om te investeren in het behoud van goede mensen bij de gemeente Baarn en hen tijd en ruimte te geven om hier werk van te maken. Er is veel verloop in het medewerkersbestand van de gemeente. Het is een landelijk probleem en moeilijk op te lossen, en het is begrijpelijk dat het veel tijd en aandacht kost van de mensen die bij de gemeente werken. Deze tijd en aandacht kan echter niet gebruikt worden om ‘naar buiten’ te gaan. 2 In het voorveld is er veel kennis. Deze lijkt echter de gemeente niet te bereiken. Samenwerking tussen het voorveld en de gemeente, en binnen het voorveld onderling, krijgt onvoldoende aandacht. Onder het voorveld verstaan we de eerstelijns ondersteuning waaronder huisartsen, centra voor jeugd en gezin, wijkteams en andere sociaal professionals.

Daarbij horen ons inziens ook andere actoren die maatschappelijk actief zoals scholen, (sport)verenigingen, horeca, kerken en moskeeën, woningbouwverenigingen, vrijwilligers, et cetera. Het voorveld is nu versnipperd. Men weet elkaar niet te vinden of zoekt elkaar pas op zodra het uit de hand loopt. Maar om dat moment vóór te zijn, is het nodig dat samenwerking in het leven van alledag plaatsvindt. Door de straat op te gaan en elkaar te ontmoeten. De gemeente kan hier het voortouw in nemen, de regie en eigenaarschap nemen. De straat op gaan. is daarnaast nodig om inwoners te leren kennen en hun perspectief beter te begrijpen. Men blijft (te) veel achter het eigen bureau zitten. Dat draagt niet bij aan het verkleinen van de kloof tussen de vaak hbo- of wo-opgeleide ambtenaren en hulpverleners, en praktisch opgeleide burgers, maar kan die kloof zelfs vergroten. 3 Er zijn diverse instanties en personen waar jongeren met problemen kunnen aankloppen. Jongeren weten echter niet waar ze terecht kunnen met problemen. En dát ze kunnen vragen om hulp is ook niet altijd duidelijk. Er worden zelfhulpgroepen georganiseerd die zelfs bij de gemeente niet bekend zijn. Zorgen voor zichtbaarheid, van de gemeente, jongerenwerk en andere relevante instanties, is dus belangrijk.

4 De politie wil graag kijken hoe ze meer grip kunnen krijgen op de problematiek rondom drugs in Baarn en daarbij ook kritisch hun eigen rol en werkwijze onder de loep nemen. Nu geven veel inwoners echter aan dat de politie niet zichtbaar is voor hen. Of dat die wel zichtbaar is, maar niet optreedt of ingrijpt. Op plekken waarvan ‘algemeen bekend’ is dat er drugs wordt gedeald, bijvoorbeeld bij bepaalde horecagelegenheden, grijpt de politie niet in volgens hen. Het is bekend dat de gemeenten Baarn en Soest één politiewagen moeten delen en dat er in het algemeen een landelijk tekort aan personeel is bij de politie.

11

5 Wat betekent dit voor de ervaren leefbaarheid en veiligheid? 5.1

Ontbreken van normstelling

Het idee heerst dat de politie ‘niets doet’ tegen de drugsproblematiek in Baarn: “Ze komen er gewoon mee weg”, zegt een inwoner. Verschillende plekken in het dorp en de omgeving staan algemeen bekend als plekken waar drugs worden gebruikt of gehandeld, maar hier wordt niet opgetreden. Meerdere inwoners zeggen dat de politie wel zichtbaar is, ook bij verschillende kroegen in het weekend, maar die treedt niet op om voor hen onbekende redenen. Hier ligt volgens deze inwoners een probleem: de jongeren krijgen het idee dat alles kan. Ze zien de drugs thuis op de salontafel liggen, en als ze er op straat mee in aanraking komen, wordt er niet ingegrepen. Dat draagt weer bij aan de normalisering en zo kan het van kwaad tot erger gaan.

5.2

Onveiligheid achter de voordeur

Bovenstaande betekent niet dat veel mensen zich onveilig voelen op straat. In het onderzoek komen geen signalen naar voren waaruit dat blijkt. Het gevoel van onveiligheid, en ook onmacht, wordt vooral gevoeld achter de voordeur, in gezinnen. De impact van drugsgebruik, -verslaving of -handel op het individu en diens directe omgeving is groot. Als er echter niks aan gedaan wordt, kan het probleem steeds groter worden en gevoeld worden op straat, dan komt de leefbaarheid en veiligheid in het geding. We hebben een aantal ouders gesproken wiens kinderen in de problemen zijn geraakt, een aantal van hun verhalen zijn al aan bod gekomen. Ook heeft een aantal ouders zich gemeld bij PIT. Zij zien dat hun kinderen in de problemen zitten of dreigen te raken en weten niet wat ze moeten doen om hen te helpen. Deze ouders hebben ondersteuning nodig om de onveilige situatie te verbeteren. Lees meer op pagina 21.

5.3

Antisociaal gedrag op school

Verder krijgen we van scholen het signaal dat zij te maken hebben met antisociaal gedrag van leerlingen: kinderen die stoned in de klas zitten, die brutaal zijn, een ongeïnteresseerde houding hebben. Dit heeft zijn weerslag op de sfeer op school en op medeleerlingen. Een aantal medewerkers die we gesproken hebben, weten niet goed hoe ze hiermee moeten omgaan. In hoofdstuk 7 komen een aantal oplossingsrichtingen voor scholen aan bod, zie pagina 20.

12

6 Welke factoren dragen eraan bij dat sommige jongeren drugs gaan gebruiken? 6.1

Invloed van negatieve rolmodellen

De kleine groep mensen in en rondom Baarn die diep in het drugscircuit geworteld zijn, kunnen worden bestempeld als negatieve rolmodellen. Volgens de definitie die is opgesteld door het RIEC in het programma Straatwaarde(n)8 gaat het bij negatieve rolmodellen over jonge mensen (meestal mannen) met een gevestigde criminele carrière in de drugshandel, wat voor hen een aanzienlijke bron van inkomsten is. Kenmerkend voor deze negatieve rolmodellen is dat zij zich onaantastbaar wanen en duidelijk aanzien hebben bij bepaalde jongeren. Dit wordt ook bevestigd door onze gesprekspartners in Baarn. Het is bekend dat zij jongeren die hier vatbaar voor zijn, kunnen meeslepen in drugshandel of -gebruik en dit zien we ook terug in Baarn. Zo is er uit de gesprekken met ouders en scholen gebleken dat sommige kinderen al op zeer jonge leeftijd blowen, zelfs al in groep 8, en dat dit ook tijdens schooltijd gebeurt in het bos achter de school. Stichting Reindert heeft geconstateerd dat het in Baarn gaat om een groep van ongeveer dertig à veertig jongeren die al onder invloed staan van de negatieve rolmodellen en daarmee het risico lopen om te worden meegezogen in het criminele circuit. Daarnaast heeft Stichting Reindert dus ook daadwerkelijk signalen dat er actief wordt geronseld om jonge jeugd aan het dealen te krijgen.

Ook op de grotere groep ‘jonge aanwas’, die nóg niet betrokken is, maar daar wel vatbaar voor is, kunnen de negatieve rolmodellen invloed hebben. ➢ Acties: inzetten op positieve rolmodellen. Repressie door politie/justitie voor de negatieve rolmodellen. Lees meer in hoofdstuk 7.

6.2

Normalisering van drugsgebruik

De vierdeklassers van een middelbare school krijgen voorlichting over drugs, morele dilemma’s en groepsdruk. Met veel rumoer zitten de ongeveer honderd leerlingen veelal onderuitgezakt op hun stoel in de aula. Naast de actieonderzoeker en mij zit een stel giebelende meiden. Docenten staan aan de zijkant tegen opzijgeschoven tafels aan. De voorlichters krijgen ze bíjna helemaal stil. Ze vertellen over normen en waarden, nee durven zeggen hoe je met positieve inzet veel kunt bereiken. Het is een interactieve bijeenkomst waarbij de twee mannen geregeld vragen stellen aan de luidruchtigsten onder de pubers. “Wie heeft er wel eens geblowd?” Grofweg een kwart van de groep steekt een hand omhoog. Een meisje met donker haar krijgt het woord, haar wordt gevraagd waar en wanneer dat was. Achteroverleunend en met haar armen over elkaar geslagen antwoordt ze: “Ja, gewoon thuis krijg ik het wel eens op feestjes aangeboden.” Het rumoer blijft op hetzelfde niveau als daarvoor. Nog een aantal anderen krijgen het woord en de voorlichting gaat door. Observatie onderzoeker Movisie De aanwezigheid van drugs, in het bijzijn van kinderen, lijkt genormaliseerd te zijn, zeker in sommige kringen. Een leerling durft ten overstaan van al haar medeleerlingen én docenten openlijk te vertellen dat ze wel eens blowt en dat ze dit bij familiefeestjes aangeboden krijgt.

Samen met het ontbreken van (openlijk) geschokte reacties of rumoer van medeleerlingen en docenten, duidt dit erop dat dit normaal gevonden wordt. Dat wordt bevestigd door meerdere gesprekspartners: jongerenwerkers bij PIT, medewerkers van scholen, ouders en jongeren zelf zeggen dat het gebruik van drugs – zowel 8 Definities doelgroepen Straatwaarde(n) | Veiligheidscoalitie Midden-Nederland

13

soft- als harddrugs – aan de orde van de dag is in Baarn. Het is een publiek geheim dat er dagelijks op bepaalde plekken jongeren samenkomen om te blowen en er is ook meerdere malen genoemd dat er op feestjes bij mensen thuis openlijk harddrugs wordt gebruikt. Ook bij sportverenigingen en in de horeca is algemeen bekend dat er stiekem in de toiletruimte cocaïne wordt gebruikt. Het gebruik van alcohol is minder aan bod gekomen tijdens het onderzoek, maar wordt door sommige inwoners wel degelijk ook als een probleem gezien. Zo heeft een zorgcoördinator van een middelbare school zorgen geuit over het zogenoemde ‘comazuipen’ onder leerlingen. Uit de gesprekken blijkt ook dat veel kinderen in met name Hoog Baarn opgroeien met het idee dat – in de woorden van gesprekspartners – ‘alles kan’. Daarmee wordt bedoeld dat een deel van de kinderen in de rijkere buurten van Baarn opgroeit met veel luxe om zich heen: ze hebben het thuis financieel goed en zien dat ook in hun omgeving. Dit zou je de ‘bubbel’ kunnen noemen.

Uit een van de gesprekken komt bijvoorbeeld naar voren: “Ouders zijn een weekje op vakantie en de kinderen krijgen een smak geld om zich mee te vermaken.” Financieel gezien komen deze jongeren dus niets tekort, maar het is de vraag of zij in staat zijn om hier op een gezonde manier mee om te gaan als er vanuit de ouders weinig controle is op hoe zij hun tijd besteden en/of als ouders niet op een positieve manier betrokken zijn bij hun leven. Ook (het idee van) de afwezigheid of het gebrek aan ingrijpen door handhavers kan bijdragen aan deze normalisering: ze komen er mee weg. Wetenschappelijk onderzoek onderschrijft dat sociale normen ten opzichte van middelengebruik een belangrijke rol spelen bij het al dan niet (gaan) gebruiken van drugs. Wanneer de omgeving – familie, school, vrienden en de politie – geen duidelijke sociale norm tégen drugs laat zien, hebben jongeren eerder het idee dat het ‘geaccepteerd’ is 9. ➢ Acties: ouders ondersteunen in de opvoeding. Stevige sociale norm neerzetten op school en door de gemeente. Lees meer in hoofdstuk 7.

6.3

Prestatiedruk

Met name vanuit de twee middelbare scholen in Baarn krijgen we het signaal dat veel jongeren onder hoge druk staan om te presteren. Die druk ervaren de leerlingen vanuit huis, wordt gezegd. “Op school zien wij dat vooral de leerlingen die op hun tenen moeten lopen, eerder naar de drugs grijpen”, zegt een medewerker van een middelbare school. Jongeren in Baarn hebben vaak hoger opgeleide ouders, gezien de relatief hoge sociaaleconomische statusscore op basis van welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname, en groeien dus op in een omgeving waarin veel mensen een (afgeronde) universitaire opleiding hebben genoten10. De druk om te presteren kan dan groot zijn en kan zijn weerslag hebben op de eigenwaarde van talentvolle jongeren11. Sommige leerlingen moeten op hun tenen lopen om een bepaald niveau of bepaalde cijfers te halen, en trekken dat eigenlijk niet. Op de scholen ziet men dat met name deze leerlingen kwetsbaar zijn om hierdoor te vluchten in drugsgebruik. Dit is ook een landelijk fenomeen onder jongeren. Uit het SCP-rapport ‘Gezondheid en welzijn van jongen in Nederland’ uit 2021 12 blijkt namelijk dat ongeveer 1 op de 3 leerlingen in Nederland stress ervaart door te veel huiswerk, maar ook dat bijna 30% van de leerlingen stress ervaart van te hoge verwachtingen van leraren en 25% door te hoge verwachtingen van ouders.

Voor sommige jongeren kan het in deze situatie verleidelijk zijn om naar de drugs te grijpen, ofwel om te ontsnappen aan deze prestatiedruk, ofwel om daadwerkelijk beter te kunnen presteren. Het Trimbos-instituut benoemt onder meer stress, slechte schoolprestaties, lage zelfverzekerdheid en 9 Risicofactoren voor middelenmisbruik en verslaving | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl) 10 Statusscore per wijk en buurt o.b.v. welvaart, opleidingsniveau en arbeid | CBS (cbs.nl) 11 Peeters et al. (2022). ‘Prestatiedruk en schoolstress bekeken vanuit verschillende perspectieven’ 12 Gezondheid en welzijn van jongen in Nederland | SCP

14

onvoldoende slaap als risicofactoren voor drugsgebruik onder jongeren 13. Al deze dingen kunnen samenhangen met prestatiedruk. ➢ Acties: ouders ondersteunen in de opvoeding. Scholen, jongerenwerk en jongeren zelf handvatten geven om hiermee om te gaan. Lees meer in hoofdstuk 7.

6.4

Verveling

Jongeren, hun ouders en jongerenwerkers vertellen dat er voor de jeugd niks te doen is in Baarn. Er zijn geen plekken speciaal voor hen, waar zij samen kunnen komen en er worden weinig activiteiten voor hen georganiseerd. Sommige mensen nuanceren dit: het gaat niet om plekken en activiteiten voor de ‘brave’ kinderen, maar er is niks te doen voor ‘jongens van de straat’. Dit geldt vooral voor jongeren onder de 18 die nog niet naar de kroeg kunnen gaan. “De jeugd heeft een plek nodig”, zeggen mensen in Baarn. De voormalige Boemerang, een jongerencentrum, was een plek waar veel jongeren samenkwamen. “De doelgroep die daar kwam werd gezien als ‘te heftig’”, zegt een jongerenwerker. Daar werd bijvoorbeeld ook veel geblowd en gefeest, waardoor de gemeente zich genoodzaakt zag de tent te sluiten. Er is daarvoor echter weinig in de plaats gekomen. Een deel van de jongeren (12-17 jaar) is nog te jong voor de kroeg, maar er is ook geen bioscoop of andere ‘goede’ hangplek. In meerdere gesprekken van Stichting Reindert met inwoners en professionals is ook naar voren gekomen dat er echt behoefte is aan een nieuwe plek waar jongeren kunnen samenkomen. De komst van het jeugdhonk bij SV Baarn is hierin op zich al een goede stap geweest, maar hier blijken toch vooral de 'bravere’ jongeren op af te komen, volgens de ‘minder brave’ jongeren.

Uit het rapport van Young Inspiration uit 2022 is al gebleken dat het bestaan van het jeugdhonk bij veel jongeren niet eens bekend is. Met name voor de ‘moeilijkere’ jeugd ziet men weinig plekken of activiteiten die geschikt zijn voor deze groep, terwijl veel mensen die zijn gesproken, hebben aangegeven dat het belangrijk is om voor deze groep een plek te creëren waar zij terecht kunnen. Zij zien dit als een belangrijk middel om deze jongeren beter in beeld te krijgen en om ze een alternatief te bieden om hun tijd aan positievere zaken te besteden dan drugsgebruik of -handel. In het rapport van Young Inspiration komen ook jongeren aan het woord die specifiek aangeven dat ze uit verveling drugs gaan gebruiken: “Hoe meer je je verveelt, hoe sneller je ertoe geneigd bent”, vertellen ze aan de onderzoekers. In de wetenschap wordt dit ‘thrill seeking’ of ‘sensation seeking’ genoemd. Lees meer hierover in bijlage 3. ➢ Acties: plekken inrichten en diverse activiteiten organiseren met (!) en voor jongeren. Lees meer in hoofdstuk 7.

6.5

Status, geld en imago

Een jongerenwerker vertelt over een paar jongeren die dealen: “Ze stellen niks voor, maar voelen zich heel wat, met hun Cartier bril en Stone Island outfit. Er is wel eens een jochie geweest die mijn VW Golf 7 wilde kopen, voor 10K cash.” Een andere jongerenwerker denkt ook dat jongeren in de drugs gaan voor de status, imago en verheerlijking. De ‘zwaardere jongens’, de negatieve rolmodellen, geven dure kleding en telefoons aan jongeren, om hen te ronselen, vertelt een inwoner. “Naar BOA’s wordt uitdagend geroepen: ‘Jullie kunnen deze mooie kleren niet betalen.’”

13 Risicofactoren voor middelenmisbruik en verslaving | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)

15

Ook op scholen zien medewerkers dat bepaalde groepen leerlingen aangetrokken worden tot een bepaalde leefstijl. Dit uit zich in het dragen van (dure) kleding van merken als Black Bananas, Stone Island en Nike, maar ook in antisociaal gedrag in de klas. Ze zitten bijvoorbeeld met een capuchon op in de klas, hebben een ongeïnteresseerde houding en zijn brutaal tegen docenten. Docenten en conciërges geven aan dat zij regelmatig met dit gedrag te maken hebben en er last van hebben, maar dat zij niet goed weten hoe ze hiermee om moeten gaan. Het idee dat met drugs gemakkelijk veel geld te verdienen valt en/of een bepaalde ‘aantrekkelijke’ levensstijl nagestreefd kan worden, is in de wetenschap een bekende risicofactor die maakt dat jongeren eerder in de criminaliteit kunnen belanden14. Toch lijkt het in eerste instantie voor een deel van de jongeren in Baarn – vooral in Hoog Baarn – niet de aanleiding te zijn voor het dealen in drugs: geld is er al genoeg. Voor een ander gedeelte van de gemeente is dat wel zo, en kan het snelle geld van de drugshandel aantrekkelijk zijn. Over het algemeen lijkt het vooral de status en het imago te zijn die erbij komen kijken, het idee dat het ‘cool’ zou zijn.

In een onderzoek naar toetreding van jongeren in de drugshandel van NH Veilig15 is onder andere gekeken naar de verschillende motieven die jongeren kunnen hebben om in de drugscriminaliteit te stappen. Hier worden geld, status en ‘erbij horen’ benoemd als belangrijke motieven. Voor jongeren in Baarn geldt dat zij bepaalde statussymbolen, zoals dure merkkleding en accessoires, niet alleen te zien krijgen via sociale media en influencers, maar ook in hun directe omgeving bij leeftijdsgenoten met welgestelde ouders. Baarn kent namelijk een hoge inkomensongelijkheid16 en jongeren uit lagere statusgroepen worden in hun dagelijks leven daardoor vaak geconfronteerd met leeftijdsgenoten die veel meer te besteden hebben dan zij. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er verband is tussen inkomensongelijkheid en een behoefte aan status en dat met name mensen uit lagere statusgroepen een grotere behoefte voelen aan sociale status bij hogere ongelijkheid17. Dit betekent dat Baarnse jongeren die minder te besteden hebben, behoefte kunnen hebben aan een hogere status en ‘erbij proberen te horen’ door ook dure kleding en spullen te krijgen. Omdat het via drugshandel veel sneller lukt om aan veel geld te komen dan via een reguliere baan kan het voor deze jongeren een aantrekkelijke manier zijn om in korte tijd hun status te verhogen. ➢ Oplossingen: positieve rolmodellen inzetten.

Op de korte termijn om jongeren te inspireren, op de langere termijn om het beeld te veranderen over wat ‘cool’ is en wanneer je ‘erbij hoort’. Lees meer in hoofdstuk 7.

6.6

Effect van corona: vervreemding

De nasleep van de coronapandemie met de (destijds) bijbehorende beperkende maatregelen heeft nog steeds impact op jongeren. Ook dit signaal komt vanuit de scholen. Jongeren lijken relatief geïsoleerd te zijn geraakt en ervaren meer verveling, minder steun vanuit een vangnet en een hogere prestatiedruk. Dit draagt eraan bij dat naar drugs grijpen aanlokkelijk is, ofwel om het leven spannender te maken, ofwel om ‘even te vergeten’. Dit beaamt ook het Trimbos-instituut: jongeren hebben verhoogde kwetsbaarheid voor verslaving door negatieve gevoelens. Vanuit de wetenschap is bekend dat verveling er soms aan kan bijdragen dat jongeren naar de drugs grijpen, om hun leven spannender te maken. Dit wordt ook wel ‘thrill seeking’

14 Aanpak risicojeugd en jeugdgroepen Houd jongeren uit de georganiseerde criminaliteit | Rijksoverheid.nl 15 Dealen met Drugs: een verkennend fenomeenonderzoek naar jongeren in de drugscriminaliteit in Noord-

Holland 16 Inkomensongelijkheid (cbs.nl) 17 Paskov, M., Gerxhani, K., & G van de Werfhorst, H. (2015). Income Inequality and Status-Seeking.

16

of ‘sensation seeking’ genoemd (sensatie zoeken)18. Dit kan ‘blijven’ bij het zelf gebruiken van drugs, maar kan ook verder doorgaan tot het handelen in drugs. Het is hierbij goed om op te merken dat verveling alléén niet het probleem vormt, maar dat het vaak speelt in combinatie met andere risicofactoren. Een plek creëren voor jongeren is dan ook geen ultieme oplossing, maar is één van de middelen die de leefsituatie kan verbeteren voor jongeren. Klachten die mensen door het nieuwe coronavirus en de genomen maatregelen ervaren zijn angst, depressieve gevoelens en posttraumatische stress symptomen (ptss). Angst en stress zijn belangrijke en veelvuldig onderzochte risicofactoren voor middelengebruik. Ook blijkt uit onderzoek dat middelengebruik als ‘copingmechanisme’ een belangrijke risicofactor is voor verslaving, waarbij het middel wordt gebruikt als een tijdelijke oplossing om nare gevoelens te onderdrukken. Hoe groot de invloed van de coronamaatregelen op het welbevinden van jongeren nu nog is en hoe lang deze er zal zijn, is moeilijk te zeggen. Het is echter wel zo dat de maatregelen voor veel jongeren in een bepalende periode in hun leven kwamen en dat sommige van hen nog steeds last hebben van de angst en depressieve gevoelens die deze periode bij hen hebben opgeroepen.

Dat blijkt ook uit de cijfers van de Gezondheidsmonitor die genoemd zijn in de situatieschets op pagina 6. Dat de cijfers in Baarn overeenkomen met de landelijke trend betekent niet dat het niet zorgwekkend is. Er is een aanzienlijk aantal jongeren in Baarn die kampen met gevoelens van stress, eenzaamheid en zelfs suïcidale gedachten en deze cijfers moeten niet onderschat worden. De cursus Grip op je Dip biedt jongeren een laagdrempelige en gratis manier om zelf meer inzicht te krijgen in dergelijke gevoelens. De cursus omvat een preventief aanbod en kan geen vervanging voor behandeling zijn, maar het maakt de stap naar behandeling wel kleiner.

6.7

Andere risicofactoren volgens de wetenschap

Naast de factoren die wij zijn tegengekomen in Baarn, zijn er ook nog andere factoren die een rol kunnen spelen in betrokkenheid van jongeren in de drugshandel of -gebruik. Dit zijn onder andere schulden, een kwetsbare gezinssituatie, een sociale omgeving die crimineel actief is, middelengebruik (soft- en/of harddrugs), schoolverzuim, gedragsproblemen, beïnvloedbaar zijn en een zucht hebben naar status en geld. Ondanks dat wij een aantal van deze factoren niet zijn tegengekomen in het onderzoek verdienen zij wel aandacht. Uit het rapport Straatwaarde van het RIEC is al gebleken dat bepaalde risicofactoren de kans vergroten om in de drugshandel terecht te komen. Factoren die worden genoemd zijn schulden, een kwetsbare gezinssituatie, een sociale omgeving die crimineel actief is, middelengebruik (soft- en/of harddrugs), schoolverzuim, gedragsproblemen, beïnvloedbaar zijn en een zucht hebben naar status en geld. Verder zijn door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) ook risicofactoren vastgesteld die jongeren kwetsbaarder maken voor het gebruik van drugs, in dit geval specifiek cannabis. Dit gaat om factoren vanuit de maatschappij, sociale omgeving, familie, individuele kenmerken en de media.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12959928/1