230601 Herontwikkeling Schoolstraat Pasveer Locatie (794840)
Tekst van het document
5.2
Duurzaam ruimtelijk raamwerk
Kernkwaliteiten De Baarnse identiteit is in 2008 gedefinieerd in zes kenmerken: ‘hoogwaardig wonen’, ‘levendig centrum met een hoog voorzieningenniveau’, ‘groene en blauwe vertoefplekken’, ‘bestendige bedrijvigheid’, ‘sociale samenhang’ en ‘bestuurlijke zelfstandigheid’. Hieraan zijn in de Toekomstvisie toegevoegd ‘bereikbaar en leefbaar’ en ‘duurzaam en klimaatbestendig’. Zoals gezegd is hieraan in de Structuurvisie verder (ruimtelijk) vormgegeven. Daartoe zijn vanuit de inventarisatie en analyse van bestaand beleid en de bestaande situatie en na overleg met politiek, bestuur, deskundigen en inwoners de belangrijkste sterktes, zwaktes, kansen, knelpunten en de meer specifieke identiteiten in de gemeente benoemd. Dit is hieronder op hoofdlijnen verbeeld in het ruimtelijk raamwerk. Verbeelding kwaliteiten Het ruimtelijk raamwerk geeft op abstracte wijze weer welke fysieke elementen en structuren sectoroverstijgend van belang zijn voor de ruimtelijke toekomst van de gemeente. Het ruimtelijk raamwerk geeft door de oogharen heen bezien ook de eigenheid en identiteit van de gemeente weer. De op de kaart weergegeven begrenzing van de zones is abstract en geeft de indeling van de gemeente op hoofdlijnen weer. De gren-
35
Ruimtelijk raamwerk
36
zen zijn daarom niet als exact te interpreteren. De onderlinge samenhang tussen de kenmerken is eveneens gevat in een afwegingskader voor de beoordeling van ontwikkelingen en initiatieven (zie 5.12). Als toelichting op de verbeelding zijn de kernkwaliteiten - de onderdelen van het ruimtelijk raamwerk hieronder nader beschreven. Drie kernen De gemeente omvat de drie kernen Baarn (centrumkern), Lage Vuursche en Eembrugge, elk met een duidelijk eigen karakter en eigen identiteit, die in hoge mate wordt bepaald door hun landschappelijke ligging en de daaraan gekoppelde ontstaansgeschiedenis. De gemeente is rijk aan cultuurhistorische elementen in het buitengebied en de kernen. Eembrugge is nauw verbonden met de Eem en Lage Vuursche is omsloten door bos. Dit is goed te zien in het ruimtelijk raamwerk. Bos, weiland, landgoederenzone Het landelijke, groene karakter draagt in hoge mate bij aan de identiteit van de gemeente. De gemeente kent wat dat betreft twee, of eigenlijk drie, gezichten: de bossen aan de westzijde en de Eem en het open en vooral agrarisch gebruikt, poldergebied ten noorden en oosten van de kern Baarn (zie ook het ruimtelijk raamwerk). Daartussen ligt nog het half open overgangsgebied met landgoederen zoals Pijnenburg en Drakenburg. De Utrechtse Heuvelrug, waarop het bos ligt, beslaat een groot deel van het grondgebied van de gemeente Baarn.
De parels Baarn, en dan met name het bos en de landgoederenzone, heeft dankzij de ‘parels’ kasteel Groeneveld, Lage Vuursche en Paleis Soestdijk, een grote cultuurhistorische en recreatieve betekenis. Het open veenweidegebied ten noorden en ten oosten van Baarn is minder bekend, maar is evenzeer landschappelijk, cultuurhistorisch en recreatief van grote waarde, hetgeen ook blijkt uit het feit dat het onderdeel is van het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland. Het grootste deel van het gemeentelijk buitengebied valt onder de Ecologische Hoofdstructuur, waarbij de watergangen de Eem en de Praamgracht als ecologische verbindingszones zijn aangemerkt. Door de parels beter met elkaar in verband te brengen (zoals symbolisch weergegeven in het ruimtelijk raamwerk) kan aan nog
Al met al is Baarn een kleinschalige en groene gemeente, die zich in de regio vooral onderscheidt door de hoge kwaliteit van wonen, werken en samenleven. Het gaat in Baarn niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit.
meer recreanten een breed palet aan bezienswaardigheden en activiteiten worden geboden. Centrum als recreatieve parel De Laanstraat, de Brink en het zuidelijke deel van de Brinkstraat vormen het kernwinkelgebied van Baarn. Ook in het noordelijk deel van de Brinkstraat en delen van de Nieuw Baarnstraat en Nieuwstraat zijn winkels gevestigd. Er is een uitgebreid aanbod aan winkels in de dagelijkse en niet-dagelijkse sectoren en horeca. Boven de winkels wordt veelal gewoond. Het centrum moet ook als onderdeel van de recreatieve structuur worden gezien. In het ruimtelijk raamwerk is het centrum dan ook als recreatieve parel weergegeven. Binnen Baarn zijn er goede voorzieningen op het gebied van onderwijs, cultuur, sport, recreatie en milieueducatie. Een gedeelte hiervan is te vinden in of direct nabij het centrum. Gemengde bedrijventerreinen De bedrijventerreinen van de gemeente Baarn (‘Noordschil’ en ‘De Drie Eiken’) liggen goed ontsloten op de A1 aan de noordzijde van Baarn. De beide terreinen zijn primair bedoeld voor
37
Structuurvisie kaart*
38
* Deze kaart is in groter formaat opgenomen als bijlage.
de lokale behoefte en voor verplaatsingen van bedrijven die elders in het dorp niet gehandhaafd kunnen worden. Het bedrijventerrein Noordschil wordt thans gekenmerkt door functionele grootschaligheid met de nadruk op distributie en de wat zwaardere industriële bedrijven. De Drie Eiken heeft een gemengder karakter, met gevarieerde bedrijven in het centrale deel en representatieve kantoren aan de buitenrand. Aan de noordzijde van het station liggen veel kantoren. De drie gebieden zijn aangegeven in het ruimtelijk raamwerk. Goed ontsloten De gemeente ligt in de oksel van twee belangrijke snelwegen, namelijk de A1 en de A27, waardoor de bereikbaarheid per auto uitstekend is. Baarn is daarnaast ook met het openbaar vervoer goed bereikbaar, dankzij onder meer spoorverbindingen naar Amsterdam, Utrecht, Amersfoort en verder (zie ook het ruimtelijk raamwerk). Kwaliteit van leven Al met al is Baarn een kleinschalige en groene gemeente, die zich in de regio vooral onderscheidt door de hoge kwaliteit van wonen, werken en samenleven. Het gaat in Baarn niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit. Kernkwaliteiten van de gemeente zijn - zoals ook weergegeven in het ruimtelijk raamwerk - het afwisselende landschap, de extensieve recreatie, de overal aanwezige cultuurhistorie, de bereikbaarheid en het hoogwaardige wonen.
Ook het voorzieningenniveau in Baarn is van een relatief hoog niveau, met kleinschalige kwaliteitswinkels met een regionale uitstraling. In de Toekomstvisie is aangegeven dat deze kwaliteiten het beste kunnen worden behouden door in te zetten op de kernwaarden “Vorstelijk duurzaam - kwaliteit”.
5.3
De structuurvisiekaart nader verklaard
Structuurvisiekaart Het ruimtelijk raamwerk van de gemeente Baarn is verder uitgewerkt in de integrale ruimtelijke structuurvisie, bezien vanuit de Baarnse kenmerken. Op de kaart zijn de ontwikkelingen en opgaven voor de komende circa tien jaar verbeeld zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Het is belangrijk vast te stellen dat de structuurvisiekaart geen bestemmingsplankaart
39
40
is en dat deze geen ontwikkelingen onwrikbaar vastlegt. Het gaat om de hoofdlijnen van beleid, die weer verder worden uitgewerkt in gebiedsplannen, masterplannen, stedenbouwkundige plannen en bestemmingsplannen. De raad kan periodiek (bijvoorbeeld elke twee jaar) het uitvoeringsprogramma bijstellen. Dit kan mede op basis van woningbouwmonitoring en ontwikkelingen in de uitvoering. De kaart is gefundeerd op bestaande kwaliteiten, vastgesteld beleid en lopende plannen (vlakken/kaders) en voegt daaraan een aantal nieuwe ontwikkelingen toe (pijlen, symbolen en arceringen).
De Brink moet weer functioneren als plein waar de Baarnaars elkaar ontmoeten en zich vermaken. Het is in dit verband van belang de ruimtelijke kwaliteit van het plein te verbeteren om de functie van het plein te verbreden
Gewenste ontwikkelingen De volgende ambities kunnen als nieuwe ontwikkelingen worden beschouwd: • Ontmoetingsplein Brink (cultuur en horeca) De Brink moet weer functioneren als plein waar de Baarnaars elkaar ontmoeten en zich vermaken. Het is in dit verband van belang de ruimtelijke kwaliteit van het plein te verbeteren om de functie van het plein te verbreden en veel meer het karakter te geven van een ontmoeting-, cultuur- en vermaaksplein. Belangrijk hiervoor is de toevoeging van nieuwe bebouwing om een afronding en begeleiding te verkrijgen aan de oostzijde. De nieuwe bebouwing moet bijdragen aan herstel van de stedenbouwkundige vormgeving van de Brink zoals die er voorheen is geweest. • Herstructureren / inbreiden / nieuwbouw De gemeente wil sturing geven aan het woningbouw- en herstructureringsprogramma. Dit moet bijdragen aan de gewenste en meer evenwichtige bevolkingsontwikkeling voor Baarn. Ingezet wordt op nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied op transformatielocaties (onder meer van vrijvallende schoollocaties en bedrijfslocaties) en aansluitend aan bestaand stedelijk gebied in de vorm van het woningbouwplan Drakenburgerpark. In bijlage 1, opgenomen na dit hoofdstuk, zijn de potentiële inbreidingslocaties opgesomd en in het kort beschreven.
• Nieuwe natuur Een deel van het grondgebied van de gemeente Baarn is aangewezen als Ecologische Hoofdstructuur maar is nog niet als zodanig gerealiseerd. Daarbij gaat het om gebieden
en veel meer het karakter te geven van een ontmoeting-, cultuur- en vermaaksplein.
en verbindingszones, onder meer voor gronden langs de Eem. • Verbinding recreatieve parels Bezoekers van Baarn komen naar Lage Vuursche, kasteel Groeneveld, Paleis Soestdijk maar knopen daar graag daartoe uitgenodigd door de knipkaart “Rondje (Vorstelijk) Baarn”, verkregen bij de VVV, een bezoek aan het centrum van Baarn aan vast. Daarvoor is voldoende parkeergelegenheid en goede informatievoorziening (informatieborden) van groot belang. • Zoekgebied duurzame energie De gemeente Baarn heeft de ambitie vastgesteld om in 2030 een klimaatneutrale gemeente te zijn. De gemeente acht duurzaamheid van groot belang. Daarom is het symbool “zoekgebied duurzame energie” opgenomen op de structuurvisiekaart voor de te herstructureren bedrijventerreinen en voor de nieuwbouw bij het bedrijventerrein de Noordschil en het woongebied Drakenburgerpark. Hier liggen goede kansen in de vorm van het integreren van het gebruik van zonne-energie in de bouw, groene daken, buitengevelisolatie, oplaadpalen voor elektrisch vervoer en
41
Wijkindeling
42
warmte-koude opslag. Dit neemt niet weg dat ook in bestaand stedelijk gebied dergelijke maatregelen mogelijk zijn. De bestaande kwaliteiten en de nieuwe ontwikkelingen worden hierna per kenmerk nader verklaard en uitgewerkt.
5.4 Hoogwaardig wonen Bestaande kwaliteiten Op de kaart zijn een zestal gebieden onderscheiden: Vooroorlogse wijk Het vooroorlogse woongebied is gesitueerd nabij het centrum en betreft voornamelijk arbeiders- en middenstandswoningen, vrijstaand of in blokken en complexen. De woningen zijn over het algemeen voorzien van relatief kleine tuinen. De vooroorlogse wijken worden van oudsher gekenmerkt door functiemenging. Het gaat daarbij overwegend om kleinschalige bedrijfsactiviteiten en detailhandel. Naoorlogse wijk De noordelijke en oostelijke schil van Baarn bestaat uit naoorlogse woningbouw. Deze wijken worden gekenmerkt door het rechthoekige stratenpatroon en de repetitiebouw van de jaren vijftig en zestig, de woonerven van de jaren zeventig, de variatie van de jaren tachtig, tot de thematische buurt van de jaren negentig. Het gaat in overwegende mate om seriematige rijenwoningen in twee bouwlagen en met een ruime voortuin. De in deze periode gebouwde woningen vormen de rand van het dorp naar het open Eemland. Centrum De Laanstraat, de Brink en het zuidelijk deel van de Brinkstraat vormen het kernwinkelgebied van Baarn. Bij het centrum horen ook enkele straten die aan de randen van het kernwinkelgebied liggen (aanloopstraten). Het centrum biedt een uitgebreid aanbod aan winkels in de dagelijkse en niet-dagelijkse sectoren en lichte horeca.
Boven de winkels wordt veelal gewoond.
Villapark De villaparken beslaan het gehele zuidwestelijke deel van de kern Baarn, met een uitloper langs de zuidkant van het centrum. De villaparken kenmerken zich vooral door de aanwezigheid van veel groen in het openbare gebied en de overwegend vrijstaande of halfvrijstaande ruime bebouwing. Lage Vuursche Naast Baarn zijn er in de gemeente nog twee kleine woonkernen, namelijk Lage Vuursche en Eembrugge. De kern Lage Vuursche heeft een beschermd dorpsgezicht met enkele achttiende- en negentiende-eeuwse huizen. Lage Vuursche is gelegen in een gevarieerd bos- en overgangsgebied en heeft zeer veel recreatieve mogelijkheden. Het is dan ook een belangrijke toeristische trekpleister. In de omgeving bevindt zich een aantal landgoederen, waaronder Kasteel Drakestein (in de onmiddellijke nabijheid van het dorp), Paleis Soestdijk, het landgoed Pijnenburg, de Ewijckshoeve, Landgoed Eyckenstein en Kasteel de Hooge Vuursche. Aan de Kloosterlaan staat het voormalig klooster St. Elisabeth. De ligging van de vele landgoederen heeft, zoals eerder aangegeven, alles te maken met de landschappelijke overgang van dicht naar open, van droog naar nat, van de bossen op de Utrechtse Heuvelrug naar het veenweidegebied Eemland. Dit contrast is typerend voor de gemeente Baarn.
Eembrugge Het buurtschap Eembrugge ligt aan de Eem op de grens van de gemeente Eemnes en telt, exclusief het in de gemeente Eemnes gelegen deel, 130 inwoners. Eembrugge heeft als één van de kleinste plaatsen in Nederland stadsrechten. De kern Eembrugge bestaat uit overwegend kleinschalige bebouwing aan weerszijden van de Eemweg. In de directe omgeving zijn twee jachthavens aanwezig. In de noordelijke richting zet de kern zich, met overwegend agrarische bebouwing, voort op het grondgebied van de gemeente Eemnes. De bebouwing vormt een nagenoeg aaneengesloten bebouwingspatroon, waarbij oude panden zoals voormalige boerderijen zijn aangevuld met nieuwere bebouwing. Van oudsher zijn hier verschillende bedrijven aanwezig, maar de agrarische bedrijven zijn uit de kern geheel verdwenen. Er zijn nu twee handels- en opslagbedrijven en een transportbedrijf gevestigd in Eembrugge.
43
Wonen
44
Drakenburgergracht In de noordwesthoek van de gemeente ligt de Drakenburgergracht. Drakenburgergracht is een cultuurhistorisch waardevol landschap op de grens van de bosrijke Utrechtse Heuvelrug en het open veenweidegebied aan de noordzijde van Baarn. Binnen dit gebied zijn onder andere twee zorginstellingterreinen voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke handicap (‘Sherpa’ en ‘Amerpoort’), een bomenkwekerij en een conferentiecentrum gelegen. Gewenste ontwikkelingen Hoogwaardig wonen Zoals in de Toekomstvisie is aangegeven, staat wonen in Baarn voor ‘hoogwaardig wonen’. Dit is één van de kernkwaliteiten waar Baarn op bouwt. De gemeente wil deze identiteit verder ontwikkelen, om Baarn zo ook voor komende generaties een prettig en leefbaar dorp te laten zijn. Inbreidingen zullen in typologie en architectuur moeten aansluiten bij de omgeving en de dorpse identiteit versterken. In de begin 2012 vastgestelde “Visie Wonen 2012; Evenwicht in verscheidenheid”, staat dat de gemeente actief sturing wil geven aan de woningbouw- en herstructureringsprogrammering. In dit woningbouwprogramma wordt ervan uitgegaan dat zoveel mogelijk binnen en of aansluitend aan de bebouwde kom wordt gebouwd, voor zover gelegen binnen de rode contour die de provincie heeft vastgelegd.
Voor diverse locaties worden kansen gezien om te komen tot inbreiding of herbestemming, primair gericht op nieuwe woningbouw. In de afgelopen jaren zijn enkele locaties binnen de bebouwde kom ingevuld met nieuwe woningbouwprojecten. Enkele andere woningbouwprojecten zijn in aanbouw of in voorbereiding. De gemeente kiest daarbij voor een pragmatische benadering. Harde bouwplannen zijn een gegeven. Dan gaat het om in totaal 300 woningen. Zachte plannen en nieuwe initiatieven zijn aanvullend. Het gaat dan om in totaal 400 woningen. Zodoende zullen er tot het jaar 2022 in totaal maximaal 700 woningen worden toegevoegd. Dit is voor deze periode ruim voldoende mits er geen sprake is van grote planuitval. Bij de kwalitatieve invulling van het woningbouwprogramma gaat het om de juiste woningen voor verschillende doelgroe-
pen en om een aantrekkelijke omgeving waar wonen, werken, spelen en recreëren hand in hand gaan. Om dit te bereiken zet de gemeente volgens de Visie Wonen in op de volgende thema’s: • kwaliteit van wonen en woonomgeving; • inzet voor jonge huishoudens op de woningmarkt; • senioren; • wonen met zorg. De gewenste toestroom van jonge huishoudens die van belang is voor het evenwicht in de bevolkingsopbouw, vraagt ook weer om meer werkgelegenheid (zie de paragraaf Bestendige Bedrijvigheid). Het woningbouwprogramma uit de Visie Wonen 2012 speelt in op deze behoeften, waarbij ook rekening is gehouden met (beperkte) doorstroming in de bestaande woningvoorraad. Met name door nieuwbouw voor senioren komen immers indirect ook woningen beschikbaar voor jonge huishoudens. Zodoende is gekomen tot de differentiatie zoals weergegeven in de tabel hieronder.
Tabel 1 uit Visie Wonen: Gewenste samenstelling zachte en nieuwe locaties 2012-2022, groter dan 30 woningen
De gemeente volgt deze differentiatie bij onderhandelingen voor herprogrammering op zachte locaties en bij nieuwe locaties. Deze differentiatie is een momentopname. De woningmarkt blijft in beweging, onder meer door veranderende hypotheekvoorwaarden. Om plannen op tijd bij te kunnen sturen, moet de actuele marktsituatie en de voortgang in plannen goed worden gemonitord.
45
Potentiële inbreidingslocatie voor transformatie/herstructurering
46
Potentiële inbreidingslocaties voor wonen Op de structuurvisiekaart en de kaart “Potentiële inbreidingslocaties” zijn de locaties voor transformatie / herstructurering naar woningbouw of vervangende nieuwbouw weergegeven. Dit zijn de beoogde ontwikkelingslocaties voor de komende jaren met een doorkijk richting 2025. In hoofdstuk 6 (Op weg naar uitvoering) is dit uitgewerkt in een dynamisch uitvoeringsprogramma. Daarnaast zullen gedurende de looptijd van deze structuurvisie ook initiatieven komen die niet zijn voorzien. Belangrijk is dan om helder te maken aan een initiatiefnemer waaraan getoetst wordt. Met de toenemende schaarste aan bouwgrond wil de gemeente meer ontwikkelingen mogelijk maken, door open te staan voor initiatieven uit de markt, mits de plannen passen binnen de Baarnse maat en voldoen aan de in de Toekomstvisie geformuleerde uitgangspunten ‘vorstelijk, duurzaam en kwalitatief’. Daarom geldt het beginsel “veel mogelijk maken binnen strenge randvoorwaarden”. In dit verband is in paragraaf 5.12 een integraal afwegingskader opgesteld. In bijlage 1 zijn de locaties opgenomen met in het kort daarbij beschreven de beoogde ontwikkeling. De lijst is een momentopname en veranderingen kunnen plaatsvinden tijdens de looptijd van de structuurvisie. Woningbouwplannen die nog niet bekend zijn, zijn niet op voorhand uitgesloten.
Noordschil / Drakenburgerpark De Noordschil betreft de noordelijke randzone van Baarn en is gelegen tussen de Drakenburgerweg / De Geerenweg en rijksweg A1. In de Noordschil is op dit moment een divers aanbod aan functies aanwezig, zoals sportvoorzieningen, twee volkstuincomplexen, de school- en werktuinen, agrarisch gebruik (grasland en een kwekerij), een voormalige vuilstort en een vijver. Incidenteel is bebouwing aanwezig, zoals het in het oog springende kantoorpand van Eemland Wonen. De beoogde locatie voor woningbouw ligt ten noorden van Baarn tussen de huidige noordelijke bebouwing en rijksweg A1 en de bedrijventerreinen De Noordschil en De Drie Eiken. Hiervoor is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt, dat Noordschil-Drakenburgerpark heet. Het ontwerp gaat uit van een uitbreiding met circa 270 woningen en tevens een uitbreiding met bruto circa vijf hectare bedrijfsterrein, aansluitend aan het bestaande bedrijventerrein De Noordschil. Deze uitbreidingslocatie ligt binnen de rode contour.
Kwaliteit en duurzaamheid De kwaliteit van het nieuwe aanbod is belangrijker dan kwantiteit ervan. Daarbij gaat het niet alleen om de kwaliteit van de woningen, maar ook om het woonmilieu en het tegemoetkomen aan de wensen van doelgroepen. Essentieel daarbij is dat het aanbod van woningen goed aansluit bij de vraag van de woonconsumenten. Hierbij wordt rekening gehouden met de bestaande woningvoorraad, ingeplande projecten en de signalen uit de woningmarkt. Verder worden extra eisen gesteld aan de woningbouwkwaliteit bovenop het minimale kwaliteitsniveau voor nieuwbouw dat is vastgelegd in het Bouwbesluit. In de Visie Wonen is in dit verband de term “toekomstkwaliteit” gebruikt. Met name voor het aantrekken van gezinnen met kinderen is de grootte van de woning belangrijker dan kaveloppervlak of uitrustingsniveau: een voldoende ruim casco is toekomstbestendig. De stedenbouwkundige opzet van plannen moet hieraan ruimte bieden. Ook dienen alle nieuwbouwprojecten - met het oog op levensloopbestendig bouwen - te voldoen aan de minimale eisen volgens het sterrenclassificatiesysteem. Daarnaast worden er kwaliteitseisen op het gebied van milieu, duurzaamheid,
De kwaliteit van het nieuwe aanbod is belangrijker dan kwantiteit ervan. Daarbij gaat het niet alleen om de kwaliteit van de woningen, maar ook om het woonmilieu en het tegemoetkomen aan de wensen van doelgroepen.
47
Centrumontwikkeling
48
bereikbaarheid en veiligheid gesteld. Om de bouw te verduurzamen, worden nadere richtlijnen voor duurzaam bouwen (kort, krachtig en handzaam) opgesteld. Dit geldt voor zowel nieuwbouw als verbouw en renovatie. Aanvullend op de ruimtelijke plannen kunnen de architectonische en landschappelijke eisen en wensen worden uitgewerkt en vastgelegd in een nieuw op te stellen beeldkwaliteitplan, mogelijk aangevuld met een cultuurhistorische waardenkaart. Zo nodig zullen gemaakte afspraken die niet in een bestemmingsplan zijn te regelen worden vastgelegd in anterieure overeenkomsten met ontwikkelende partijen (corporaties, projectontwikkelaars, aannemers). Van belang is nieuwe woningbouw voor de beoogde doelgroepen, in grootte, uitrusting en geschiktheid (sterrensysteem). Het advies van de Woonadviescommissie (WAC) is hierbij van grote waarde. Bereikbaarheid bij nieuwbouw en/of functiewijziging Bij nieuwbouwplannen dienen de bereikbaarheid van de locatie, de verkeersafwikkeling op ontsluitende wegen en de gevolgen voor de verkeersveiligheid (zoals ook omschreven in het GVVP) op tijd en gedegen in beeld te worden gebracht. Dit geldt ook bij functiewijziging van locaties en/of gebouwen. Bij de inrichting van infrastructuur bij bouwplannen gaat speciale aandacht uit naar de bereikbaarheid van de locatie.
Woonontwikkeling in het landelijk gebied Door de voortgaande schaalvergroting in de akkerbouw en de veehouderij stopt een relatief groot aantal agrariërs met boeren en komen agrarische bouwpercelen in het buitengebied vrij door verkoop. Met de Ruimte- voor- Ruimteregeling kunnen vrijgekomen bedrijfsgebouwen worden opgeruimd in ruil voor een nieuwe woning, maar alleen indien dit een kwaliteitsverbetering betekent. Ontwikkelingsmogelijkheden voor de bestaande agrarische bedrijven mogen niet worden beperkt als naast een agrarisch erf een woonbestemming komt. Een woonbestemming betekent namelijk een gevoelige functie vanwege (bijvoorbeeld) geur en geluid. Ook op de buitenplaatsen en in het bosgebied aan de zuidwestzijde wordt in het buitengebied gewoond. Het provinciaal ruimtelijk beleid schrijft de inhoud van burgerwoningen in het landelijk gebied niet dwingend voor; de provincie stelt wel dat in zijn algemeenheid een woning met een inhoud van 600 m3
landschappelijk aanvaardbaar is. Volgens de provinciale verordening moet een gemeentelijke thematische beleidsvisie ten grondslag liggen aan de uitbreiding van woningen groter dan 800 m3 in het buitengebied. Een dergelijke visie wordt opgesteld. Terrein zorginstelling Sherpa en Amerpoort De twee zorginstellingen voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking (‘Sherpa’ en ‘Amerpoort’) hebben de wens om op het gebied van wonen en zorg verdergaand samen te werken. Er zijn plannen voor verregaande integratie geweest met daarbij ook zelfstandige woningen, maar om financiële redenen gaat dit vooralsnog niet door. Beleid ten aanzien van bouwen op achterterreinen bestendigen Nieuwe woningbouw op achterterreinen, in een stedelijke situatie, is alleen mogelijk mits er een relatie is met het openbaar gebied en een goede ontsluiting is verzekerd. Dergelijke locaties lenen zich uitsluitend voor woningen die zorgvuldig worden ingepast en in volume en architectuur aansluiten bij de omgeving.
5.5 Levendig centrum met hoog voorzieningenniveau Bestaande kwaliteiten De Laanstraat, de Brink en het zuidelijke deel van de Brinkstraat vormen het kernwinkelgebied van Baarn. Er is een uitgebreid aanbod aan winkels in de dagelijkse en niet-dagelijkse sectoren en horeca. Boven de winkels wordt veelal gewoond. Gewenste ontwikkelingen De Brink De Brink is het verbindende element tussen de Laanstraat en de Brinkstraat en moet weer meer gaan functioneren als centraal ontmoetingsplein waar de Baarnaars elkaar ontmoeten en zich vermaken. Het is in dit verband van belang de ruimtelijke kwaliteit van het plein te verbeteren door het plein veel meer het karakter te geven van een ontmoeting-, cultuur- en vermaaksplein. De gemeente heeft de wens om een hotel in het centrum terug te brengen. De Brink is in historisch perspectief
49
Natuur
50
bezien een logische keuze voor nieuwe bebouwing ter versterking van de ontmoetingsfunctie. Vroeger heeft er namelijk een hotel aan de Brink gestaan. Compact winkelgebied De Laanstraat is de belangrijkste winkelstraat in het centrum van Baarn. Bij het Laanplein wordt gedacht aan wonen, boodschappen doen, dienstverlening en parkeren. Om de eventuele teruggang in het aantal winkels, met name als gevolg van de digitalisering, te kunnen begeleiden is het noodzakelijk het kernwinkelgebied compacter te maken. Op termijn en op vrijwillige basis moeten de bestaande winkels in de aanloopstraten en de uitlopers van de Laanstraat en Brinkstraat zoveel mogelijk worden verplaatst naar het kernwinkelgebied als daar sprake is van leegstand. De uitlopers zullen ‘verkleuren’ naar een gemengd gebied met meerdere functies waaronder ook wonen. Mocht er ooit weer behoefte zijn aan groei, dan zijn dit de gebieden waar het kernwinkelgebied kan “ademen”. In het kernwinkelgebied wordt ingezet op behoud van een aaneengesloten winkelfront. Uitbreiding van het aantal woningen op de begane grond is hier dan ook niet toegestaan. Verder streeft de gemeente naar een onderscheidend en stijlvol kernwinkelgebied met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Bereikbaarheid / parkeren De gemeente wil voldoende parkeervoorzieningen in relatie tot de omgeving aanbieden.
In het centrum betekent dit dat er voldoende goed bereikbare parkeervoorzieningen beschikbaar dienen te zijn voor zowel centrumbezoekers als bewoners, om de ambitie van een levendig centrum te kunnen bereiken. Hierin is het GVVP leidend. Inzetten op trekken van recreanten naar het centrum van Baarn Bezoekers van Baarn komen veelal naar Lage Vuursche, kasteel Groeneveld, Paleis Soestdijk. Ingezet wordt op maatregelen en initiatieven waardoor bezoekers, daartoe uitgenodigd door de knipkaart “Rondje (Vorstelijk) Baarn” verkregen bij de VVV, een bezoek aan het centrum van Baarn aan vast knopen. De bestaande kwaliteit van Baarn met haar fraaie groene en blauwe vertoefplekken (zie hierna bij hoofdstuk 5.6) zal verbonden moeten worden met een aantrekkelijk en levendig centrum.
Dit gebeurt door een zorgvuldige inrichting, een goede routing en een herkenbare inrichting met bijbehorende bewegwijzering.
5.6
Groene en blauwe vertoefplekken
Bestaande kwaliteiten Het landelijke karakter is een prominent onderdeel van de identiteit van de gemeente. Landgoederen en buitenplaatsen vormen daarin de voor de hand liggende recreatieve en cultuurhistorische ankerpunten. De bestaande recreatieve trekkers zoals Lage Vuursche, Paleis Soestdijk en Kasteel Groeneveld zijn daar voorbeelden van. De gemeente Baarn heeft met haar ruime, groene en aantrekkelijke buitengebied een ruim aanbod aan extensieve recreatieve mogelijkheden. Zoals gezegd kent het buitengebied landschappelijk gezien drie gezichten (het bosgebied als uitloper van de Utrechtse Heuvelrug aan de zuidwestzijde; ten oosten van rivier de Eem het open polderlandschap en noordelijk van het bosgebied en ten westen van de kern Baarn een half open overgangsgebied). De relatie van de drie kernen met het landschap is cruciaal voor de leefkwaliteit (Lage Vuursche ligt in het bosrijke gebied, omgeven door landgoederen. Eembrugge is gelegen aan rivier de Eem. De woonkern Baarn ligt op de overgang van beide landschapstypen). Bijzonder is verder dat het groen niet alleen buiten maar ook in het dorp Baarn overal te vinden is, in de tuinen van de villa’s en als goed onderhouden openbaar groen op pleinen, langs lanen en straten en in de diverse parken, waarvan de Baarnaars goed gebruik maken.
Deze groenvoorzieningen in met name het oude deel van Baarn zijn de structuurdragers in de huidige hoofdgroenstructuur. In het oog springend en karakteristiek zijn het Cantonspark en de Pekingtuin. Ook zijn er daarnaast op buurtniveau vele kleine groenterreinen. De naoorlogse wijken hebben echter weinig kwaliteitsgroen in het straatprofiel. Er is dan ook sprake van een zwakke samenhang tussen de groenvoorzieningen in naoorlogse wijken en groenvoorzieningen in vooroorlogse wijken. In de Notitie Groenstructuur wordt verder als bedreiging aangegeven dat het bomenbestand een gelijke ouderdom en in de nieuwere wijken een algehele magere kwaliteit kent. Verder is aangegeven dat de ontwikkeling
51
Water
52
van de noordelijke dorpsrand een bedreiging kan vormen voor de relatie tussen dorpsrand en buitengebied. Aandachtspunt is verder de grote verscheidenheid aan onderbegroeiing. Ook het open water draagt bij aan de landschappelijke en natuurlijke verscheidenheid van Baarn. Met name de rivier de Eem en de vijverpartijen van de parken, landgoederen en het paleis zijn ook recreatief van belang. Nieuwe ontwikkelingen Groene en blauwe kwaliteiten versterken De landschappelijke en natuurlijke verscheidenheid - al eeuwenlang dè kwaliteit van Baarn - zal verder worden versterkt onder meer door nieuwe natuur te realiseren en de Eem duidelijker te positioneren als een belangrijke recreatieve trekker. Het streven is om de cultuurhistorische, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden te beschermen en waar nodig te versterken. Dit uitgangspunt geldt ook bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zal de relatie tussen de groenstructuren van de voor- en naoorlogse wijken versterkt moet worden. Verder zullen nietduurzame boomsoorten door duurzame soorten moeten worden vervangen. Ook is een verjonging in bomenbestand gewenst en kan een rustiger straatbeeld worden bereikt door de onderbegroeiing op te schonen. Van belang zijn het versterken van zichtlijnen en een toename in verscheidenheid en overgangsgebieden. Hiertoe is een nieuw Bomenbeleidsplan in voorbereiding.
Recreatieve fiets- en wandelroutes De bezoekers van Lage Vuursche, kasteel Groeneveld en Paleis Soestdijk worden uitgenodigd ook eens naar het centrum te komen Dit kan bijvoorbeeld worden gestimuleerd door de knipkaart “Rondje (Vorstelijk) Baarn” te introduceren en door uitbreiding en verbetering van de bewegwijzering. Aan de ontwikkeling van een wellnesscentrum en hotel aan de Zandheuvelweg is een uitbreiding gekoppeld van wandelmogelijkheden naar het bosgebied rond kasteel Groeneveld. Een fijnmazig raamwerk van fiets- en wandelroutes verknoopt de kernen met de omgeving. Eventuele “gaten” in het netwerk zullen worden gedicht. Hierbij wordt ook betrokken het verbeteren van de fietsroutes langs de Eem. In de provinciale Visie Recreatie en
53
Recreatie
54
Toerisme 2020 worden zogenaamde poorten en toeristische overstappunten (TOP’s) onderscheiden. Poorten zijn prominente en herkenbare toegangslocaties van de recreatie - en natuurgebieden. Daarnaast is er een groter aantal toeristische overstappunten die ook een goed startpunt bieden voor een recreatieve activiteit. Onderzocht wordt of het wenselijk is om het aantal overstappunten binnen de gemeente Baarn uit te breiden. Zodoende wordt het fietsen voor een ieder gestimuleerd. Uitbreiding van vertoefplekken op strategische plekken maken het landschap en de cultuurhistorie niet alleen tastbaar en beleefbaar voor recreanten, maar ook voor bewoners. Educatieve tuinen en volkstuinen In Baarn is er in de randzone ruimte voor tuinieren met een educatieve en/of hobbymatige doelstelling. De mogelijkheden voor deze vorm van recreatie worden ook in de toekomst ondersteund en waar mogelijk gestimuleerd. Binnen Baarn is het Cantonspark van bijzondere educatieve en natuurwetenschappelijke waarde. Beoogd wordt om de Pekingtuin en het Cantonspark passende aanvullende functies te geven.
5.7
Bestendige bedrijvigheid
Bestaande kwaliteiten Bedrijventerreinen Aan de noordkant van Baarn zijn de bedrijventerreinen ‘Noordschil’ en ‘De Drie Eiken’ gelegen. De beide terreinen, inclusief de uitbreiding met bruto circa vijf hectare van De Noordschil, zijn primair bedoeld voor de lokale behoefte en voor verplaatsingen van bedrijven die elders in het dorp niet gehandhaafd kunnen worden. De bedrijventerreinen zijn beide prima ontsloten door de ligging nabij de rijksweg A1. Het bedrijventerrein Noordschil wordt gekenmerkt door functionele grootschaligheid met de nadruk op distributie en de wat zwaardere industriële bedrijven. Het bedrijventerrein doet rommelig en versteend aan door de overwegend grote schaal van de bebouwing en de vaak geringe aandacht voor de ruimtelijke uitstraling. De Drie Eiken heeft een gemengd karakter met gevarieerde bedrijven in het centrale deel en representatieve kantoren
aan de buitenrand. Het terrein wordt gedeeltelijk van het dorp gescheiden door de groene zone van sportpark ‘Ter Eem’. De Drie Eiken heeft in tegenstelling tot de Noordschil een groene uitstraling. Bij het station en aan de Amsterdamsestraatweg is een aantal kantoren geconcentreerd, die veelal zijn gevestigd in statige villa’s. Gewenste ontwikkelingen Van traditioneel naar hoogwaardig In de Toekomstvisie wordt Baarn niet alleen gezien als woongemeente maar ook als werk- en recreatiegemeente. Dat is een breuk met het beleid tot nog toe waarin Baarn zich vooral als woongemeente profileerde. Baarn moet dus, meer dan voorheen, een gemeente zijn die ook werkgelegenheid biedt. Dit is van belang voor de economische duurzaamheid. De gemeente streeft hierbij naar voldoende hoogwaardige bedrijvigheid in plaats van de (zware) bedrijven in de klassieke (traditionele) zin van het woord. Er is nu al sprake van diverse vormen van dergelijke bedrijvigheid in de vorm van onder meer kennisintensieve industrie en - verspreid over Baarn - kantoren, winkels en recreatiebedrijven. Plannen zijn in voorbereiding om de digitale infrastructuur uit te breiden met een glasvezelkabel. Om de hoogwaardige bedrijvigheid meer ruimte te bieden kan ook de uitbreiding van bedrijventerrein de Noordschil met circa vijf hectare worden benut.
Plannen zijn er om het ten westen van de Noordschil gelegen terrein van Rijkswaterstaat te benutten als gemeentelijke werf-en opslaglocatie. De potenties van de zorgsector worden goed benut door ruimte te bieden aan bedrijven en instellingen in de zorgsector en voor bedrijven die op één of andere manier daaraan zijn gerelateerd. Baarn biedt bovendien mogelijkheden voor design- en woninginrichting en ontspannings- en bezinningstoerisme. Ook voor het werken aan huis wordt ruimte geboden, tenzij dit ruimtelijk gezien op bezwaren stuit voor de woonomgeving. De beoogde ontwikkelingen zijn uitgebreid beschreven in het in 2012 door de raad vastgestelde Economisch beleidsplan. Duurzame herstructurering In sommige opzichten zijn de bestaande bedrijventerreinen De Noordschil en De Drie Eiken verouderd en kunnen efficiënter
55
Economie
56
worden ingericht. Onderzocht zal worden hoe deze terreinen op een creatieve en duurzame wijze kunnen worden geherstructureerd en geïntensiveerd. Zodoende kan leegstand worden tegengegaan en uitbreidingsruimte worden geboden aan bedrijven die nog willen groeien. Op de vrijgekomen ruimte kunnen ook, indien (vanwege de zonering) mogelijk, woonwerkunits worden gebouwd. Voor die bedrijven die (toch) knel zitten, kan gezocht worden naar mogelijkheden om kantoorruimte en parkeren naar het dak te verplaatsen. Hiermee wordt ruimte op de kavel gewonnen om uit te breiden, zonder dat het bedrijventerrein zelf fysiek vergroot hoeft te worden. Hiervoor moet mogelijk wel het bestemmingsplan worden aangepast. Ook ziet de gemeente graag dat bedrijven in het kader van een vergroting van de duurzaamheid, maar ook uit commercieel oogpunt, hun daken verhuren ten behoeve van de plaatsing van zonnepanelen. Ten behoeve van het parkeren op de bedrijventerreinen wordt zoals in het GVVP is aangekondigd, nog een Parkeernota opgesteld. In alle gevallen zal herstructurering ondersteund moeten worden door goed en breed gedragen parkmanagement. Perifere detailhandel Een grote werkgever in de detailhandel is Nijhof. De omvang van deze vestiging op De Noordschil is zodanig dat in de omgeving Nijhof Baarn wordt gezien als dè locatie voor gethematiseerd winkelen op het gebied van bouwen en wonen.
De locatie neemt binnen de regionale detailhandelstructuur een duidelijke, onderscheidende plaats in en heeft een bovenregionale verzorgingsfunctie. In 2011 heeft de raad besloten om medewerking te verlenen aan de uitbreiding van Nijhof en de aanleg van parkeervoorzieningen. Hiermee wordt de Noordschil als perifere detailhandelslocatie versterkt. Rondom Nijhof zal ruimte zijn voor grootschalige detailhandelsactiviteiten in de thema’s bouwen en wonen, doe-hetzelf, tuinaanbod en mengvormen daarvan. Deze doorontwikkeling draagt bij aan de verdere ‘verkleuring’ van De Noordschil van industrieterrein naar een kwalitatief hoogwaardig gemengd bedrijventerrein. Uitgangspunt is dat de retailontwikkelingen op De Noordschil op geen enkele manier leiden tot duurzame ontwrichting van andere winkelgebieden in Baarn.
1
Het Nieuwe Werken en menging van wonen en werken De verwachting is dat in het kader van ‘Het Nieuwe Werken’ werknemers flexibeler en vaker thuis gaan werken. Kleinschalige en hoogwaardige vormen van bedrijvigheid brengen relatief veel werkgelegenheid per vierkante meter voort en kunnen ook duurzaam vormgegeven worden. Voorbeelden hiervan zijn kennisintensieve adviesdiensten, zzp-ers en ambachtelijke bedrijvigheid. Dit kan plaatsvinden in woonwerkunits. Daarnaast kan ook gedacht worden aan gebouwen met vergaderruimtes die het ‘nieuwe werken’ faciliteren, bedrijfsverzamelgebouwen waarin zzp’ers een ruimte kunnen huren of aan bedrijfjes zonder woonfunctie, maar dan alleen in de vorm van lichte bedrijvigheid. De (woon-)werkgebouwen worden bij voorkeur aan de rand van een woongebied gepositioneerd. Ze kunnen ook aangrenzend aan bestaande wijkvoorzieningencentra of op de plaats van vrijkomende accommodaties een plek krijgen. Het uitgangspunt is daarbij steeds dat de woonfunctie in de omgeving niet in gevaar mag komen (bijvoorbeeld door parkeerproblemen/verkeersoverlast). Gedacht wordt daarom aan maximaal milieucategorie 11 . Voor bedrijven in de categorie 2 geldt een nee-tenzij beleid: alleen voor bedrijven in die categorie zonder verkeersaantrekkende werking kan een uitzondering gemaakt worden.
Voor de huidige mogelijkheden om bedrijfsactiviteiten aan huis te ontplooien, kan worden verwezen naar de Nota aan huis verbonden activiteiten. In het buitengebied geldt dat nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf alleen daar mogen waar ze nu gevestigd zijn.
In de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” worden per categorie bedrijfsactiviteiten richtafstanden gegeven tussen die bedrijfsactiviteiten en woongebieden
57
Voorzieningen
58
5.8
Sociale samenhang
Bestaande kwaliteiten Voorzieningen en accommodaties Een deel van de accommodaties in Baarn (zoals schoolgebouwen, sportzalen en dergelijke) zijn nu nog monofunctioneel en programmatisch verouderd. In de looptijd van de structuurvisie zullen sociaal-maatschappelijke gebouwen echter hun oorspronkelijke functie verliezen. Dit betekent dat ofwel nieuwe functies gevonden moeten worden ofwel het gebouw gesloopt moet worden. Veelal zal de gemeente volstaan in het voeren van de regie en de ontwikkelingen overlaten aan maatschappelijke organisaties. Dit alles leidt er toe dat er de komende decennia ingezet zal worden op de multifunctionaliteit van gebouwen, nieuwe combinaties van activiteiten (bijvoorbeeld geïntegreerd in de wijken de bestaande accommodaties breder inzetten) en het nastreven van een hogere bezettingsgraad. Het accent verschuift van accommodaties en gebouwen naar voorzieningen en functies. De Stichting Welzijn Baarn - een sterk lokaal gerichte brede welzijnsorganisatie met een groot bereik onder de bevolking van Baarn - speelt een belangrijke rol in het bieden van informatie, advies en ondersteuning op het gebied van cultuur, recreatie, ontmoeting en educatie. Welzijn Baarn richt zich niet alleen op mogelijke doelgroepen maar ook “collega” hulpverlenende instanties.
Wekelijks zijn ruim 320 vrijwilligers actief, bezoeken honderden inwoners één van de vijf locaties en maken verschillende verenigingen en initiatieven gebruik van ruimten van Stichting Welzijn Baarn. De welzijnsorganisatie vraagt voor de toekomst om één centrale accommodatie van waaruit de integratie en samenwerking tussen de verschillende werksoorten en personeelsleden van Stichting Welzijn Baarn verder vorm kan krijgen en waarin een aantal “inloopfuncties” gehuisvest kunnen worden, zoals wegwijs, steunpunt mantelzorg, steunpunt vrijwilligers, de ouderenadviseur en buurtbemiddeling. Inwoners van Baarn hebben ten aanzien van welzijn laten weten dat zij het belangrijk vinden elkaar te kunnen ontmoeten en dat zij dat bij voorkeur in de buurt doen. Gestreefd wordt naar een ontwikkeling waarbij het welzijnsaanbod zoveel mogelijk gebruik gaat maken van bestaande accommodaties in de
wijk en dat de stichting de activiteiten zoveel mogelijk begeleid naar zelfstandigheid. Dat betekent dat Stichting Welzijn Baarn vooral een rol heeft in het opstarten van activiteiten en het ondersteunen van vrijwilligers, maar niet meer in het volledig aanbieden (en huisvesten) van allerlei activiteiten voor langere duur. Gewenste ontwikkelingen Sterkere clustering Bij de uitvoering van het accommodatiebeleid wordt uitgegaan van de clustering en de gezamenlijke (her)ontwikkeling van voorzieningen opdat het gebruik zo efficiënt als mogelijk is en tevens tot een grotere synergie leidt tussen verschillende functies onderling. De voordelen van clustering zijn: • dat burgers op een locatie efficiënt gebruik kunnen maken van verschillende voorzieningen; • dat lijnen tussen verschillende voorzieningen rondom een bepaalde doelgroep kort zijn; • dat voorzieningen inhoudelijk goed op elkaar afgestemd kunnen worden tot een compleet aanbod waarbij wederzijds draagvlak gecreëerd wordt; • dat dubbelgebruik van ruimte en basisvoorzieningen mogelijk is; • dat verschillende doelgroepen worden gemengd waardoor ook de sociale cohesie bevorderd kan worden. De gemeente heeft hier de afgelopen jaren al een begin mee gemaakt en dit zal een vervolg krijgen. Zo is thans in voorbereiding de ontwikkeling van een brede school voor de noordkant van Baarn.
Ook bij de gezamenlijke (her)ontwikkeling van voorzieningen speelt duurzaamheid een rol. Meer ontmoetingsactiviteiten Door het inzetten op meer ontmoetingsplekken streeft de gemeente ernaar de sociale cohesie te versterken. Dit is een vorm van sociale duurzaamheid. Ontmoeting is een functie die steeds meer door inwoners, ondernemers en andere betrokkenen zelf dient te worden georganiseerd. De gemeente faciliteert dit in de vorm van accommodaties, via welzijnswerk en door de ondersteuning van vrijwilligers. Daarnaast streeft de gemeente naar een evenwichtige bevolkingsopbouw, wat eveneens bevorderlijk is voor de sociale cohesie. Voor het ove-
59
Infrastructuur
60
rige is de gemeente vooral faciliterend richting verenigingen en vrijwilligers. Daarom is het des te meer van belang om over voldoende publiek/openbaar bereikbare ontmoetingsruimten te beschikken, al dan niet in combinatie met de huisvesting van andere basisvoorzieningen, bijvoorbeeld in de vorm van een brede school. Sport Sport is erg belangrijk voor de lichamelijke en de maatschappelijke gezondheid en versterkt de sociale samenhang. Ondersteuning van de sportverenigingen en het stimuleren van samenwerking door de gemeente is daarom belangrijk, net als het blijven aanbieden van goede faciliteiten. De sportverenigingen spelen een belangrijke rol in de sociale cohesie binnen de kernen. De sportaccommodaties aan de noordzijde van Baarn zijn al geclusterd met voetbalvelden, hockeyvelden, tennisbanen, atletiekbaan, fietscrossterrein en de natuurijsbaan. Dit is absoluut een kwaliteit. Het verplaatsen van sportterreinen uit de kern om plaats te maken voor woningbouw, dat in veel gemeenten gebeurt, gaat voorbij aan de behoefte om sportvoorzieningen dichtbij huis te hebben. Niet alleen de jeugd profiteert hiervan maar ook de nieuwe senioren, die langer vitaal blijven.
Ten slotte kan nog vermeld worden dat met het verbeteren van het netwerk van fiets- en wandelroutes door de gemeente de mogelijkheden en aantrekkelijkheid van individuele sporten als bijvoorbeeld hardlopen, wielrennen en skaten aanzienlijk toenemen. Welzijns- en zorgvoorzieningen Als gevolg van de transitie van awbz naar wmo (naar gemeente), bezuinigingen van het rijk en de overgang van jeugdzorg naar de gemeente, krijgt de gemeente een grotere rol in de dagopvang en dagbesteding van diverse groepen. Dit vraagt om een meer lokale invulling. Nieuwe combinaties van zorg en opvang op lokaal niveau bieden kansen waarvoor wellicht bestaande accommodaties kunnen worden ingezet. Ook de toenemende vergrijzing vraagt om andere dan wel aangepaste voorzieningen voor bewoners. Hier zal aandacht aan gegeven dienen te worden in zowel de voorzieningen- als de woonsfeer. Gelet op de beleidsdoelstelling mensen langer thuis te laten wonen (extramuralisering van de zorg) zet de gemeente in op de bouw van levensloopbestendige woningen. Daarnaast
is ook de bouw van extra zorgwoningen noodzakelijk. Bij de ruimtelijke vertaling van de beleidsdoelstellingen op het gebied van de zorg gaat het verder vooral om de vraag hoe de zorgvoorzieningen over de gemeente verspreid moeten worden en welke voorzieningen aangeboden moeten worden. Te denken valt daarbij aan steunpunten voor ouderen, consultatiebureaus en/of paramedische zorg (fysiotherapie en apotheek). De zorgaanbieders zijn hierin een belangrijke partner. De gemeente heeft de voorkeur voor nieuwe combinaties van welzijn- en zorgvoorzieningen in bestaande gebouwen. Uitgangspunt is en blijft dat passende zorg ook in de toekomst voor iedereen - jong en oud - bereikbaar is. Dit wordt belangrijker geacht dan nabijheid.
5.9
Bestuurlijke zelfstandigheid
De gemeente verwacht met zelfstandigheid meer regie te kunnen houden op het ruimtelijke beleid. Het doel is ook om een sterke politieke en bestuurlijke positie in de regio te blijven innemen en daarbij de meest efficiënte samenwerkingsverbanden te zoeken.
5.10 Bereikbaar en leefbaar Bestaande kwaliteiten De kern van Baarn is zowel met de auto als per openbaar vervoer en met de fiets goed bereikbaar. Baarn is voor snelverkeer goed ontsloten door de nabij gelegen rijkswegen A1 en A27. Er zijn twee directe aansluitingen op de A1, gelegen nabij
61
Milieu
62
de Wakkerendijk (N221) aan de westzijde en de Bisschopsweg (N414) aan de oostzijde. Vanaf de A27 is Baarn goed bereikbaar via de Biltseweg (N234) en de Amsterdamsestraatweg (N221). Door de gemeente loopt de spoorlijn die Baarn met Amsterdam, Amersfoort en Utrecht verbindt. Per trein zijn Amersfoort, Utrecht, Hilversum en Amsterdam zonder overstappen bereikbaar. Daarnaast verbinden enkele buslijnen Baarn met Lage Vuursche en Eembrugge en de overige kernen in de regio. Baarn beschikt daarnaast over een fijnmazig fiets- en wandelnetwerk, waarmee de bestemmingen binnen Baarn en de recreatieve bestemmingen bereikbaar zijn, maar ook ontbreken hierin nog belangrijke schakels. In de bossen en langs de Nwegen zijn veelal vrij liggende fiets- of wandelpaden aanwezig. Gewenste ontwikkelingen Randvoorwaarde Bij nieuwbouwplannen van locaties en/of gebouwen dienen de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op ontsluitende wegen bij de start van het proces in beeld te worden gebracht. Een goede bereikbaarheid en verkeersveiligheid zijn van groot belang. Daarom zijn deze aspecten opgenomen in het afwegingskader. Uitvoeren GVVP Het in 2012 vastgestelde Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) zal worden uitgevoerd. Een belangrijk onderdeel hiervan is het garanderen van een goede bereikbaarheid van bedrijventerreinen.
Verder is een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten voor de gehele gemeente van groot belang. Voor scholen en sportvoorzieningen geldt dat ze vooral goed bereikbaar per langzaam verkeer moeten zijn. Daarom, en vanwege de recreatieve doelstellingen, wordt een goed fiets- en wandelpadennetwerk nagestreefd. Een goed openbaar vervoernetwerk is vooral voor het milieu erg belangrijk. Voor wat betreft het parkeren is het van belang voldoende parkeervoorzieningen te hebben voor zowel centrumbezoekers als -bewoners. In dit verband moeten de parkeerproblemen in Lage Vuursche worden opgelost. Gestreefd wordt naar extra parkeervoorzieningen op enige afstand van het dorp. Verder zijn in het GVVP maatregelen opgenomen om (de overlast van) het sluipverkeer tegen te gaan. Voor de begeleiding van
het verkeer is een goede bewegwijzering van groot belang. Tot slot wordt een goed beheer en onderhoud van wegen en paden voorgestaan.
5.11 Duurzaam en klimaatbestendig Bestaande kwaliteiten Het waarborgen van de leefbaarheid is het garanderen van een gezonde en veilige leefomgeving in Baarn. De kwaliteit van de leefomgeving rondom de woning is daarbij van bijzonder belang. Juist op die plek waar het dagelijks leven zich afspeelt, kinderen opgroeien en inwoners tot rust komen, moet men geen bovenmatige gezondheids- of andere risico’s lopen. Ook dienen overlast en hinder tot een minimum beperkt te blijven. De goede ontsluiting en doorsnijding van de gemeente met infrastructuur heeft ook invloed op de leefbaarheid. Dit geldt zeker op die plekken die zeer nabij de rijkswegen liggen en die last hebben van sluipverkeer. Dergelijke knelpunten moeten worden aangepakt. Gewenste ontwikkelingen Baarn wil alle inwoners, organisaties en bedrijven die hun activiteiten klimaatneutraal willen maken, stimuleren. Het streven is om in 2030 als gemeente zoveel als mogelijk klimaatneutraal te zijn. De gemeente daagt een ieder uit om producten, maar ook gebouwen en gebieden, intelligenter te ontwerpen. Verder wil de gemeente het duurzaam ondernemen ondersteunen.
Duurzaam ondernemen, maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo), of maatschappelijk ondernemen is een vorm van ondernemen gericht op economische prestaties (profit), met respect voor de sociale kant (people), binnen de ecologische randvoorwaarden (planet): de PPP-benadering. Het is van belang te benadrukken dat een duurzame gemeente alleen gerealiseerd kan worden als duurzaamheid niet als een afzonderlijk thema wordt gezien, maar betrokken wordt in alle ontwikkelingen binnen de gemeente. Zoals aangegeven in de Toekomstvisie wil Baarn een gezonde en veilige leefomgeving waarborgen en veiligstellen, wat betekent dat mensen zijn beschermd tegen onnodige milieurisico’s. De gemeente Baarn draagt daarom zorg voor goede
63
Kenmerken en thema’s
Toetsingsaspecten met beoordeling
Maatschappelijk
Milieukundig
Beleidsmatig
Haalbaarheid
Financieel‐ economisch
Beheer en onderhoud
Verkeers‐belasting
Ontsluiting
Bereikbaar en leefbaar
Verkeersveiligheid
Gezond en veilig
Duurzaam ondernemen
Duurzaam en klimaatbestendig
Klimaat‐neutraal
Architectonische kwaliteit
Landschappelijke kwaliteit en kwaliteit openbare ruimte
Stedenbouwkundige kwaliteit
Ruimtelijke kwaliteit
Hoogwaardig wonen
64
Levendig centrum met hoog voorzieningen‐ niveau Groene en blauwe vertoefplekken Bestendige bedrijvigheid Sociale samenhang
Bestuurlijke zelfstandigheid
regelgeving, vergunningen en handhaving op het gebied van onder andere de Wet milieubeheer, bodembescherming en geluidhinder. Verder is voor de leefbaarheid van belang dat de verbreding van de A1 niet mag leiden tot extra geluidbelasting voor de gemeente Baarn. Daarnaast mag de verbreding niet de mogelijke realisatie van de Noordschil/Drakenburgerpark belemmeren. Ook de luchtkwaliteit binnen de gemeente Baarn mag, als gevolg van de verbreding, niet verslechteren.
5.12 Integraal afwegingskader Toetsing en stimulering In de Structuurvisie zijn de nu bekende ontwikkelingen beschreven. Deze zullen verder moeten worden uitgewerkt. Zie hiervoor ook hoofdstuk 6 (Op weg naar uitvoering). Daarnaast zullen gedurende de looptijd van deze Structuurvisie ook initiatieven komen die niet zijn voorzien. Sterker nog, de gemeente ziet deze Structuurvisie als een uitnodiging aan het particulier initiatief om met voorstellen en
projecten te komen (uitnodigingsplanologie). In alle gevallen is het echter belangrijk om helder te maken richting de initiatiefnemer waaraan getoetst wordt. Hiervoor is het integraal afwegingskader opgesteld, waarin is aangegeven aan welke thema’s en aspecten wordt getoetst (zie schema). Dit kan worden gebruikt als er een nieuw initiatief bij de gemeente binnenkomt, dat niet past in het (tegenwoordig vaak conserverende) bestemmingsplan. Omdat uitgegaan wordt van de vraag in hoeverre het project bijdraagt aan een thema of aspect, maakt het afwegingskader duidelijk wat het “maatschappelijk rendement” is van een ontwikkeling. Dit past bij de nieuwe rol van de gemeente als regievoerder. Bovendien kan zodoende ad hoc planologie worden voorkomen. De beoordeling of score kan worden gegeven aan de hand van de zogeheten stoplichtmethode die ook vaak in Milieueffectrapportages (MER) wordt toegepast. Daarbij beeldt groen een positieve bijdrage uit, betekent rood een negatieve bijdrage en staat oranje voor neutraal. De beoordeling wordt bij voorkeur voorzien van een toelichting. Opgemerkt kan worden dat er bewust geen wegingsfactoren zijn meegegeven aan de verschillende aspecten. Dit kan ook per ontwikkeling of locatie verschillend zijn. Bij de beoordeling van een initiatief kunnen aspecten ook niet van toepassing zijn.
In de beoordeling kan ook per aspect worden gekozen voor de trits: Niet van toepassing (nvt), positief (+), positief, mits (+/-), negatief, tenzij (-/+) en negatief (-). De uitkomsten kunnen ook inzicht verschaffen in die onderdelen van de ontwikkeling waaraan voorwaarden verbonden dienen te worden; zo hoeft een negatieve score op bijvoorbeeld verkeersveiligheid niet zonder meer te leiden tot het volledig afwijzen van het project, maar wel tot een verplichting het plan zo aan te passen dat dit probleem verholpen is. Belangrijk bij de beoordeling zijn op dit moment in iedere geval de (veelal recent vastgestelde) beleidsstukken en visies, dit zijn: - Visie Wonen 2012, Evenwicht in verscheidenheid; - Economisch beleidsplan 2012-2016 Baarn Werkt, Baarn Bloeit; - Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan (GVVP);
-
Milieubeleidsplan; Bomenbeleidsplan; Speelruimteplan, ruimte voor spelen.
65