CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

230118 Verslag Debat in de Raad 18 januari 2023

Debat in de Raad 18 januari 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Opening, vaststelling agenda en mededelingen11.001 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Baarn Bijeenkomst “Debat in de Raad” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 18 januari 2023 in de raadszaal van het gemeentehuis

Voorzitter:

mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal

Griffier:

de heer D.E. Bulthuis

Aanwezig:

de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer V.A. Brinkman-Koopal (PvdA), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), de heer R.M. Bruins (CU), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer M.J.P.M. van der Donk (CDA), de heer W.J.L. Genuit (GL), de heer M.A.C. van Grinsven (VoorBaarn), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer A.P. van der Padt (VVD), de heer R.M.N. Schouten (VoorBaarn), mevrouw E.C. Sluis-Hoogerwerf (VoorBaarn), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), de heer A.R. Stolk (VVD) en mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66)

Overige aanwezigen:

de heer M. Eijbaard (wethouder), de heer H.B. Prakke (wethouder), jhr. M.A. Röell (burgemeester), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder) en de heer S. de Vries (wethouder)

1.

Opening, vaststelling agenda en mededelingen

De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Met het niet stellen van technische vragen wordt ingestemd. Met de voorliggende agenda wordt ingestemd. Er zijn afmeldingen ontvangen van de heer Mascini, de heer Van Wijk, de heer Jonkers, de heer Korkmaz en de heer Kolt. 2. Vaststellen verslag van Debat in de Raad van 14 december 2022 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Visie op Burgerparticipatie gemeente Baarn (540237) De heer BRUINS is heel blij dat het stukje buurtbudgetten is overgenomen. Het college moet bij de verdere uitwerking gaan kijken in andere gemeenten waar dit al goed werkt. Om het goed te laten werken is ook de nodige capaciteit nodig van ambtenaren die de verschillende wijken gaan begeleiden en daar zit de zorg want elke week wordt wel gehoord dat de capaciteit in huis zeer beperkt is. Daarom is de fractie heel benieuwd hoe deze visie gaat uitwerken en wat dit voor capaciteitsvraagstuk oplevert. De heer VAN LOON zegt dat het een duidelijk stuk is en dat overal aan is gedacht. Buurtbudgetten zijn een prachtige uitdaging en kunnen ook een voorbeeldfunctie zijn voor andere buurten. Leren van elkaars kennis en kunde. 1

Mevrouw STRUIJK memoreert dat D66 heeft meegedacht in de raadswerkgroep tijdens de totstandkoming van deze visie. Baarn heeft met deze visie een goede basis gelegd voor het verder vormgeven van een intensievere samenwerking tussen de gemeente, inwoners en ondernemers. De heer VAN HARDEVELD merkt op dat participatie geen vermomming mag zijn voor een gebrek aan visie, lef en daadkracht. In een ‘roept u maar democratie’ komt Baarn piepend en knarsend tot stilstand. Natuurlijk is participatie belangrijk maar het zou fijn zijn als de raadsleden zelf ook weer een besluit durven te nemen want het is onmogelijk om het iedereen naar de zin te maken. Met het vaststellen van kaders gaat deze visie op burgerparticipatie de gemeente niet helpen want participatie zonder kaders is een recept voor teleurstelling. Omdat vooraf onvoldoende helder is wat van participatie mag worden verwacht kan achteraf ook niet goed worden beoordeeld of dit is bereikt. Deze visie zou een participatiekader moeten zijn dat duidelijkheid verschaft aan de gemeenteraad, het college en de organisatie, aan initiatiefnemers en aan inwoners. Het zou duidelijk moeten maken wat het verschil is tussen inspraak en participatie en wanneer participatie moet worden ingezet, wie dient te worden uitgenodigd om te participeren en vooral de kaders moeten vooraf duidelijk zijn.

Dan moet worden gedacht aan de doelen van de participatie, het budget, het tijdsbestek en de wet- en regelgeving. Als hieraan niet wordt voldaan is deze visie overbodig. Deze visie op burgerparticipatie moet worden aangevuld met of moet worden opgevolgd door een participatieleidraad, -handleiding of -kader. Zonder die aanvulling of zonder zo’n vervolg heeft dit document geen nut. De heer BRINKMAN kan zich vinden in het voorstel omdat de democratie wordt versterkt door burgers meer inspraak te geven in de besluitvorming. Fijn is om te lezen dat ook wordt gedacht aan de inwoners die de Nederlandse taal op B1-niveau nog niet beheersen en dat daarvoor een passende oplossing wordt bedacht. Wel zijn er nog uitdagingen zoals interactie met jongeren. Het is jammer dat er op een oproep aan jongeren geen respons is gekomen maar met een andere benaming was misschien meer van de grond gekomen. Het college dient de raad regelmatig te informeren of de nieuwe aanpak van jongeren aanslaat en wat er gedaan gaat worden als dat niet het geval is. Mevrouw SLUIJS vindt het een goede zaak dat uitgebreid is geparticipeerd voor de opzet van deze visie. Bij elke stap heeft de raadswerkgroep de voor- en nadelen steeds uitgebreid afgewogen. Bij participatie kan best wat misgaan als niet voldoende vooruit wordt gedacht.

Met deze visie met tijdelijke spelregels en een bevlogen adviseur heeft de fractie er vertrouwen in dat de kansen die burgerparticipatie biedt zullen worden benut. Hiermee wordt gekomen tot betere plannen voor Baarn en inwoners voelen zich betrokken. Participatietrajecten dienen voor iedereen zo toegankelijk mogelijk te worden gemaakt. De heer VAN DER PADT constateert dat er niet wordt gedacht aan waar willen we over een jaar staan met participatie, waar zouden we tevreden mee zijn en hoeveel participatie zou goed zijn. Bijvoorbeeld onder de jongeren was er nul belangstelling voor een van de initiatieven. Wat gaat de gemeente wel doen met ideeën die vanuit de participatie omhoog komen? Omdat er geen richting en sturing aan wordt gegeven kan het als een boemerang op de gemeente terugkomen. Jammer genoeg staan er geen doelen en invulling van de benodigde capaciteit in. Het is een algemeen stuk dat weinig toevoegt aan de gemeentepolitiek. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF is van mening dat deze visie laat zien dat het college participatie heel serieus neemt en ook lef toont door participatievormen te benoemen in de visie die wat ingewikkelder zijn. De hoogste trede van participatie betreft coproductie oftewel publiek/private samenwerking. Er mag wel wat extra aandacht komen op hoe dit vorm wordt gegeven.

Wie gaat waarover? Hoe ga je ervoor zorgen dat dat goed gaat lopen? Dit is nu al aan de orde. Denk 2

bijvoorbeeld aan de energiecoöperatie rondom de zonne-energie vanaf het ijsbaanterrein of aan de Wintertuin. Daarnaast is het burgerberaad ingewikkeld. Er zal een aanvullende visie nodig zijn over hoe hiermee moet worden omgegaan. Voorts is ingewikkeld de participatie van de gemeente in initiatieven van inwoners en ondernemers. Waar kunnen zij dan op rekenen? Wat moeten ze doen om de participatie van de gemeente in een initiatief voor elkaar te krijgen? Denk aan de zonneenergiecoöperatie. Wethouder PRAKKE meldt dat hierna een implementatieplan komt over wat het college de komende jaren wil gaan doen met een participatiekalender. Bijvoorbeeld dit jaar een burgerberaad rondom klimaat en in 2024 het inwonerforum over de Brink. Zo wordt in het implementatieplan gekeken van wat is de capaciteit en welke aanvullende capaciteit nodig is als het college bepaalde zaken wil implementeren. Volgende maand staan de buurtbudgetten op de agenda van de raad. Dat wordt gedaan op basis van de voorbeelden die de gemeenten Ede en Rheden hebben gebruikt als platform. Daarin is ook geld opgenomen voor de projectbegeleiding voor als het niet in eigen huis kan worden begeleid en daar wordt bij de begroting op teruggekomen of dit wel of niet moet worden gehonoreerd. De heer BRUINS vindt het dan belangrijk dat de kennis die wordt opgedaan door externe trajecten intern wordt vastgelegd.

Wethouder PRAKKE zegt dat hiervoor een vorm van een kennisbank zal worden gehanteerd. Dat is ook belangrijk voor het verloop in de eigen organisatie zodat kan worden geleerd van projecten die goed en minder goed zijn gegaan. De adviseur bewonersparticipatie moet ervoor zorgen dat die kennis geborgd wordt. Wat betreft de vragen van VoorBaarn. Een nadere uitwerking is inderdaad nodig maar dat zal niet worden gedaan in deze visie. Als bijvoorbeeld in een traject wordt gedacht van het is handig om dit in een publiek/private samenwerking te doen zal hierover met de raad in gesprek worden gegaan. Via de wethouder Duurzaamheid wordt gekomen met een plan van aanpak als het gaat over burgerberaad rondom de klimaattransitie en daar wordt de raad ook in meegenomen. Daarnaast wordt er nagedacht over hoe de overheidsparticipatie in een initiatief van burgers moet worden vormgegeven, hoe het aankloppen bij de gemeente op een simpele manier kan worden vormgegeven en dat dan wordt gekeken wat is uw vraag en wat heeft u van ons nodig. De gemeente neemt het niet over. Het blijft een initiatief van de burgers en de gemeente ondersteunt waar dat nodig is. Ook over die nadere uitwerking is het goed om met de raadswerkgroep of de denktank daar verder op in te zoomen als dit soort initiatieven uit de samenleving komen.

Zaken als een jongerenraad spreken de jongeren niet erg aan en daarom moet een andere manier worden gevonden om jongeren mee te laten participeren. Zo is spreker samen met wethouder De Vries gisteren bij de gender and sexuality alliance van het Baarnsch lyceum geweest om met hen in gesprek te gaan over de lokale inclusieagenda die eraan komt. Dan zijn ze heel welwillend om mee te praten en als er een concept is zullen de wethouders daar weer naartoe gaan. Er moet dus op basis van concrete thema’s aan de slag worden gegaan. Volgende week woensdag is bijvoorbeeld de Waldheimmavo met 50 leerlingen op bezoek en dan zal samen met de burgemeester uitleg worden gegeven over de lokale politiek. Er wordt ook periodiek gesproken met de leerlingenraden. De heer VAN HARDEVELD zegt dat in de notitie niets wordt miszegt maar tegelijk blijft het steken in goede bedoelingen als er niet een aanvulling of een vervolg op komt. Dat moet een beschrijving zijn van een aantal kaders waarmee rekening moet worden gehouden bij participatie. Als die kaders niet worden gesteld wordt het risico gelopen dat mensen hevig teleurgesteld raken omdat ze niet weten wanneer het begint en het ophoudt en wat er mee gedaan gaat worden of dat per project 3

wordt bekeken of de ambtelijke organisatie er te zwaar mee wordt belast. Voorgesteld wordt om de visie aan te vullen met een aantal kaders zoals wanneer zet je participatie in, wie nodig je uit, wat zijn de doelen van de participatie, wat is de wet- en regelgeving, wat is het tijdsbestek of er kan worden gezegd deze visie is een aanzet tot een participatiekader en die wordt vervolgens zo snel mogelijk gemaakt. Er zijn een heleboel gemeenten die dat goed voor elkaar hebben zoals Hilversum, De Bilt en Woerden. Vooral de laatste gemeente heeft heldere documenten die gebruikt kunnen worden. Mevrouw STRUIJK begrijpt dat een gedeelte hiervan gaat komen in het implementatieplan. Vooral handelingsperspectief is belangrijk zodat iedereen in de gemeente weet hoe het moet worden aangepakt en alle inwoners et cetera weten waar ze aan toe zijn. De heer VAN HARDEVELD begrijpt dat de notitie vooral is bedoeld voor de ambtelijke organisatie. Tegelijkertijd willen initiatiefnemers zoals inwoners ook weten wat van hen wordt verwacht en wat van de gemeente kan worden verwacht. Die aanvulling zou het CDA graag zien. Mevrouw STRUIJK is eveneens van mening dat het zowel voor de gemeente als voor de buitenwereld duidelijk moet zijn wat ze kunnen verwachten.

Mevrouw SLUIJS zegt dat bij elk project eerst vastgesteld moet worden of daar participatie bij past en wat de mate van invloed is, de lengte van het project, het budget et cetera. Niet goed wordt gezien hoe een compacte leidraad kan worden gemaakt die divers genoeg is om bij al die projecten aan te sluiten. De heer VAN HARDEVELD stelt dat er geen blauwdruk is die tegelijk voor elk project kan gelden. Er kan wel een format worden gemaakt waardoor snel wordt gezien welke afwegingen moeten worden gemaakt en dat ontbreekt nog op dit moment. Mevrouw SLUIJS ziet juist in het document dat er verschillende indicatoren zijn waarmee een afweging kan worden gemaakt. De adviseur kijkt bijvoorbeeld mee aan het begin van het project welke vorm van participatie kan worden ingezet. Het mag geen boekwerk worden van 100 pagina’s waarin alles wordt gedekt. De heer VAN HARDEVELD merkt op dat zeker niet alles gedekt kan worden maar het kan wel wat simpeler worden gemaakt. Het is niet nodig om overal maatwerk van te maken en daar is de capaciteit ook niet voor. Mevrouw SLUIJS heeft er vertrouwen in op basis van deze visie dat er duidelijke kaders zijn. Zeker met de begeleider van de bewonersparticipatie die overigens ook van plan is al de kennis te verzamelen in een kennisbank voor de gemeente waarin de ervaringen staan met eerdere projecten.

Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF kan zich voorstellen, zeker bij moeilijker vormen van participatie, dat het noodzakelijk is om tot een schematische uitwerking te komen van waar moet allemaal aan worden gedacht. Dan kan worden geleerd van andere voorbeelden. Dan zou gebruikt kunnen worden gemaakt van overzichten van criteria waarop moet worden gelet en principes en dilemma’s die even zouden kunnen worden afgelopen. Voor de eenduidiger vorm van participatie is een eenvoudige handleiding denkbaar gebaseerd op ervaring omdat dan een herhalingseffect ontstaat. Mevrouw SLUIJS zegt dat dit precies de bedoeling is want bijvoorbeeld voor buurtbudgetten komt er een apart plan en ook burgerberaden worden steeds weer voorgelegd aan de raad.

4

De heer VAN HARDEVELD geeft aan dat in de besluitenraad een motie of een amendement hierover zal worden ingediend. Wethouder PRAKKE meldt dat er een verplichte participatieverordening komt en datgene wat de raad wenst komt misschien in die verordening te staan. Daarnaast is er intern een leidraad voor participatie en die geeft wat handvatten die concreter zijn dan wat er in de visie staat. Er moeten dus geen dingen dubbel gedaan gaan worden. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF noemt ingewikkelder vormen van participatie als coproductie, burgerberaad en dat bewoners zelf initiatieven nemen en het zou dan heel fijn zijn als de gemeente daarin op een of andere manier zou participeren. Het is goed om daar een wat verdere uitwerking aan te geven als een toegespitste visie waarin in die gevallen gemeld wordt wat belangrijk is en waar de raad dan op kan toetsen. Mevrouw STRUIJK vindt dat het college veel aandacht moet geven aan deze hogere vormen van participatie en dat dit op een goede maar praktische wijze dient te worden uitgewerkt zodat iedereen weet waar die aan toe is, wat die kan verwachten en wanneer het het beste kan worden ingezet. Gebruik daar ook de kennis van sommige leden van de raad en van andere gemeenten bij.

De heer VAN DER PADT was blij met deze visie omdat het eenvoudiger zou worden gemaakt voor de inwoners maar nu wordt gesproken over de meer ingewikkelder vormen van participatie. Het risico bij een meer ingewikkelde participatie is dat toch weer de standaard-inwoners aan de tafel komen. Mevrouw STRUIJK is van mening dat alle vormen van participatie kunnen worden ingezet op het moment dat het iets kan bijdragen. Sommige vormen van participatie zijn ingewikkelder en daar moet de gemeente op voorbereid zijn. De heer VAN DER PADT begrijpt dat deze visie nu juist bedoeld is om ook jongeren te kunnen laten participeren en inwoners die normaal niet zo vaak aan het woord komen en die niet zo goed in de Nederlandse taal zijn. Die komen niet met een participatieladder op de hoogste trede. Mevrouw SLUIJS stelt dat die trajecten niet ingewikkeld zijn om te volgen maar juist om te organiseren omdat het gaat om een hogere betrokkenheid van inwoners en dat dit een andere omgang van de gemeente vereist. Bij elk project moet worden ingeschat of de doelgroep daar wel of geen behoefte aan heeft. Soms willen mensen alleen maar geïnformeerd worden. De heer VAN DER PADT constateert dat mevrouw Sluijs zegt dat als er geen behoefte is er niet zal worden geparticipeerd. Mevrouw SLUIJS wijst erop dat bij elk project wordt geïnventariseerd wat de behoefte is aan welk soort participatie.

De adviseur gaat na welke vorm van de participatieladder het meest geschikt is. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF gaat het om die situaties waar ook een organisatorische vraag is die iets verder gaat dan wie willen we erbij betrekken maar waar ook de vraag is hoe gaan we dat goed organiseren. Daar zijn de nodige suggesties over gehoord en natuurlijk moet het ook eenvoudig blijven. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 5

4. Wijziging Gemeenschappelijke regeling AVU 2022 (526314) Het voorstel gaat zonder discussie als hamerstuk naar de raad. 5. Ontwerp Kadernota 2024 RUD Utrecht (558191) Mevrouw BRUIJSTENS verwacht volgende week te kunnen instemmen met het raadsvoorstel. De raadsrapporteurs hebben eerder aangegeven dat zij speciale aandacht willen besteden aan een mogelijke fusie met de ODRU. Elke organisatie heeft zijn eigen cultuur en er zijn zichtbare en onzichtbare verschillen die achteraf pijn en extra kosten kunnen opleveren. Het feit dat 2 MT’s regelmatig bij elkaar zitten is geen garantie voor het slagen van een fusie. De nauwere samenwerking tussen beide organisaties mag niet ten koste gaan van de gemeenschappelijke regeling. De wethouder dient de weg die beide organisaties samen ingaan kritisch te volgen. Op welke wijze gaat de wethouder de raad hier concreet in meenemen? Wethouder DE VRIES erkent de genoemde aandachtspunten maar hier geldt dat het van onderaf is ontstaan. Beide omgevingsdiensten zijn in het provinciehuis gevestigd en de mensen weten elkaar makkelijk te vinden. Die samenwerking vindt in de praktijk dus al vaak plaats. Daarnaast wordt er door de landelijke overheid sterk op aangedrongen dat die samenwerkingen en fusies gaan plaatsvinden.

In deze kleine provincie zijn 2 omgevingsdiensten en dat is echt te veel en dat is een van de grote aandachtspunten van de commissie Van Aartsen. Met de raadsrapporteurs wordt afgestemd wat het moment is dat logisch is om de raad verder in stelling te brengen. Aanstaande vrijdag ontmoeten de bestuurders van beide omgevingsdiensten elkaar voor het eerst in deze context. Dan wordt gekeken op welke basis en in welk tempo verder kan worden gewerkt aan de samenwerking van de 2 gemeenschappelijke regelingen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 6. Kadernota Veiligheidsregio Utrecht (VRU) 2024 (549680) Het voorstel gaat zonder discussie als hamerstuk naar de raad. 7. Kadernota 2024 RID Utrecht (564428) De heer STOLK constateert dat de raadsrapporteurs adviseren in de memo dat voorafgaande aan het versturen van de reactiebrief de 3 vragen worden beantwoord door het college. De antwoorden zijn echter niet aanwezig bij de stukken. Wethouder PRAKKE merkt op dat de vragen van de raadsrapporteurs zijn beantwoord. Dat ging over waar wordt het geld aan uitgegeven. Er is inzicht gegeven in de totale begroting. Ook de vraag over het gebruik van de helpdesk en de tickets. Met de laatste rapportage van november vanuit de RID is dat met de raadsrapporteurs gedeeld.

Er is nog een vraag die openstaat, daarover is vandaag contact geweest met de heer Kolt, en die wordt schriftelijk beantwoord. Dat gaat over de afschrijving en de staat van de hardware. Mevrouw STRUIJK zegt dat de antwoorden die de heer Kolt vorige week heeft gegeven zullen worden gedeeld met de raad.

6

Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 8. Raadsinformatiebrief Stimulering en ondersteuning vrijwilligerswerk (580732) De heer VAN LOON stelt dat vrijwilligers heel belangrijk zijn in het hedendaagse leven en hun inzet is de kurk waarop veel organisaties drijven. Samen met collega’s van andere partijen wordt op de achtergrond gewerkt aan een mooi plan. Gisteren is een hele nuttige avond geweest met veel informatie en de mensen willen aan alle kanten meedenken. Het doel is om tot een breed gedragen en uitgewerkt plan te komen en dit aan te bieden aan de wethouder. Onder andere gaat het om het Buro Vrijwillige Inzet Baarn, de Vacaturebank Baarn, waarderingssubsidie, vrijwilligersprijs en de VIP pas. Allerlei initiatieven om vrijwilligers te vinden, te behouden en te waarderen. Het zou nog veel professioneler zijn als dit kan worden gedaan onder de noemer Een samen Baarn. Hoe denkt de raad over het voorstel om alle initiatieven onder die noemer te bundelen? Wat vindt de raad van de VIP pas? Vrijwilligers die in het bezit zijn van zo’n pas kunnen voordeeltjes en voorrang krijgen bij bepaalde dingen. Heeft de raad aanvullende ideeën om vrijwilligers te bedanken? Destijds is de motie ingediend met de naam Vorstelijk Interessant Persoon maar er zou ook de naam kunnen worden gehanteerd van Vorstelijk Inzetbaar Persoon voor de pas.

Mevrouw BRUIJSTENS vraagt met welke andere partijen een soort actieplan gemaakt wordt. Wanneer dat politieke partijen zijn, waarom zijn zij dan geen indiener van de memo? Het is nog steeds niet duidelijk wat wordt bedoeld met het initiatief bundelen onder één noemer. Is dat een overkoepelende organisatie of gaat het om een feestavond? De titel Een samen Baarn gaat taaltechnisch ook niet helemaal goed. In de raadsinformatiebrief staat dat Pit Baarn en het Buro Vrijwillige Inzet de krachten al hebben gebundeld om de werving, binding en waardering van vrijwilligers beter te herijken. Laat de coördinatie dan daar ook liggen. Mensen zetten zich om verschillende redenen in als vrijwilliger en hebben niet allemaal dezelfde behoefte aan dezelfde manier van waardering. Daarom is een kortingspas geen wondermiddel. Een vorm van waardering is belangrijk maar het is een optelsom van veel dingen die maken dat mensen vrijwilliger worden of blijven. Het gaat dan bijvoorbeeld om de mate van de impact van het vrijwilligerswerk op de eigen leefomgeving, het gevoel om werkelijk van betekenis te zijn voor een ander, goede organisatiebegeleiding, een reiskostenvergoeding en flexibiliteit in uren en werktijden. De vrijwillige inzet in Baarn staat onder druk en actie is nodig.

De fractie is tevreden over de stappen die nu worden genomen in het vinden van creatieve oplossingen voor de knelpunten die er zijn. Op welke manier gaat de wethouder de raad informeren over de voortgang? De heer VAN LOON geeft aan dat het geen kortingspas is maar een pas die mensen een klein beetje laat zweven. Er zijn ook vrijwilligers die helemaal niet in het zonnetje gezet willen worden. De collega’s die hebben meegedacht zijn mevrouw Deurloo van VoorBaarn en de heer Van Hardeveld van het CDA en het was ook de bedoeling dat de heer Bosman van GroenLinks mee zou doen maar die was helaas die middag ziek. De werkgroep wil vooral kijken naar iets wat we samen kunnen doen. In andere gemeenten zijn heel leuke initiatieven waar mensen worden bedankt en uit de anonimiteit worden gehaald en in het zonnetje worden gezet. Als dat wordt gedaan kan dat aanstekelijk werken en kunnen mensen denken van dat vind ik leuk en daar wil ik best aan meedoen. Het gaat om mensen die graag mee willen denken met Vorstelijk Baarn die Baarn leuker, prettiger en misschien wel gezelliger willen maken en om hen een klein voordeeltje te geven. Bijvoorbeeld, er zijn kaarten voor het concert van Madonna te koop en degenen die als eerste mochten waren mensen van Mastercard. Dat is een voorbeeld van een VIP pas.

Als de toneelvereniging Karakter een uitvoering heeft doet ze vaak op de vrijdag een generale repetitie zonder publiek en misschien is het leuk om mensen te

7

vragen, om ze te waarderen, of ze gratis naar die voorstelling van Karakter willen kijken. Pit Baarn heeft ook fantastisch ideeën maar misschien kan het met elkaar wat groter worden gemaakt. Mevrouw BRUIJSTENS is niet enthousiast want zo’n VIP pas kost geld. Uit onderzoek blijkt dat mensen zich als vrijwilliger aanmelden of blijven het juist niet om de pasjes of de kraaltjes gaat. Het is zonde als er veel tijd en geld in zo’n VIP pas wordt gestoken omdat dit in de basis mensen niet echt motiveert om vrijwilliger te worden of te blijven. Waardering moet aansluiten bij de organisatie en wat de vrijwilligers zelf willen. Er zijn mensen die echt niet in het zonnetje gezet willen worden. Het is wel een goede zaak dat wordt gekeken naar hoe het vrijwilligerswerk in Baarn kan overleven. De heer BOSMAN is van mening dat iemand zich inzet voor de samenleving omdat die ziet dat er iets moet gebeuren en meent kennis en ervaring te hebben om een steentje te kunnen bijdragen. Daarnaast is er contact met andere mensen en waardering. Ook GroenLinks waardeert het enthousiasme van 50PLUS en van de heer Van Loon in het bijzonder en de inzet voor de VIP pas. Een pas gaat echter niet leiden tot een toestroom van nieuwe vrijwilligers. De vrijwilligerscoördinator van Pit Baarn stelt dat organisaties die vrijwilligers willen trekken met hun tijd mee moeten gaan.

Het is niet meer zo dat mensen 18 jaar lang de kas willen beheren. Jonge mensen willen concreet iets doen en daar na een tijdje een punt achter zetten. Het is belangrijk om op sociale media steeds weer duidelijk te maken wat je doet als organisatie en wat het betekent om daar een bijdrage aan te leveren. Het is een goede zaak dat de wethouder met Pit Baarn in gesprek wil gaan met geïnteresseerde vrijwilligers en organisaties om hun ideeën te horen en samen te zoeken naar manieren om mensen te vinden en te behouden. Het is prima om het initiatief te bundelen onder één noemer want dat kan herkenbaarheid geven. Een samen Baarn klinkt dan toch wat anders. Daarnaast is het een taak van de organisaties zelf om vrijwilligers te werven en de fractie heeft vertrouwen in het professionalisme waarmee Pit Baarn dat aanpakt. De heer VAN DER PADT is het eens met het betoog van de PvdA en GroenLinks. De heer VAN GRINSVEN zegt dat vrijwilligers zijn als olie in de raderen van de gemeente. Denk aan de verenigingen, kunst en cultuur, de zorg et cetera. Veel vrijwilligersorganisaties hebben moeite om voldoende vrijwilligers te vinden of te houden. Tijdens de interessante avond bij Pit Baarn werd een goed inzicht gekregen in hoe het Buro Vrijwillige Inzet Baarn te werk gaat en alles ondersteunt.

Er kon echter geen antwoord worden gegeven op de vraag hoeveel vrijwilligers er zijn en hoeveel er tekort wordt gekomen in Baarn en ook niet op de vraag van wat soort vrijwilligers worden gezocht. Is het niet beter om dit te onderzoeken om een beter beeld te krijgen? Is er niet breder onderzoek nodig dan alleen via Pit Baarn? De fractie ondersteunt de motie van 50PLUS over de VIP pas en staat positief tegenover hun debatpunten en is benieuwd naar het aangekondigde onderzoek en de uitwerking hiervan. Eens over de noemer Een samen Baarn. Misschien kan het anders als het een professionele uitstraling zou krijgen maar dan moet het beter worden onderzocht. De fractie staat positief tegenover de VIP pas maar dat moet nader worden onderzocht. De heer VAN HARDEVELD merkt op dat vrijwilligersorganisaties het vaak moeilijk hebben en CDA Baarn heeft zich aangesloten bij de CDA-actie Vereniging Nederland om via de landelijke politiek de wettelijke regels die het besturen van vrijwilligersorganisaties of verenigingen complexer maakt aan te passen. Op lokaal niveau zijn 4 pijlers van belang ter ondersteuning van het vrijwilligerswerk. Vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties zoveel mogelijk ontzorgen. Vrijwilligers waarderen op die plek waar zij hun vrijwilligerswerk doen. Meer kortdurend vrijwilligerswerk aanbieden want mensen willen zich steeds minder voor langere tijd binnen.

Actieve werving door de gemeente en Pit Baarn,

8

bijvoorbeeld onder nieuwe Baarnaars en door mensen die 60 of 65 jaar werden aan te schrijven met de vraag heeft u wel eens aan vrijwilligerswerk gedacht en hen een gesprek hierover aanbieden. CDA Baarn doet graag mee aan de oproep in de raadsinformatiebrief om mee te denken samen met Pit Baarn over het vinden, binden en boeien van vrijwilligers. Mevrouw STRUIJK vindt het positief dat 50PLUS een oproep doet om vrijwilligers een podium en een duwtje in de rug te bieden. Het is de vraag of de VIP pas daarvoor de juiste uitwerking is. Dit is niet zozeer waar de vrijwilligers op warm lopen. Er is een andere vorm nodig om jonge vrijwilligers en de vrijwilligers van de toekomst te faciliteren. Daar zou in co-creatie misschien iets voor kunnen worden verzonnen zodat die vrijwilligers ook in de toekomst kunnen worden gevonden. Wethouder DE VRIES is blij dat er aandacht is voor dit thema want vrijwilligers zijn inderdaad het cement van de samenleving. Er zijn hiervoor goede ideeën vanavond over tafel gegaan. Het is verstandig om opnieuw te kijken naar iets als een vrijwilligersprijs om vrijwilligers te bedanken voor hun inzet maar het college gelooft niet in de inzet daarvoor van een VIP pas. De uitvoering is vrij complex en dit is niet goed financieel en qua capaciteit te organiseren. De vraag is ook wie wel en wie niet een vrijwilliger is.

Moet je substantieel elke week je inzet plegen of is af en toe een bardienst bij een sportvereniging voldoende? Als dit wordt gedefinieerd leidt dat onherroepelijk tot teleurgestelde mensen en het beter om vrijwilligers te bedanken en in het zonnetje te zetten en het aantal vrijwilligers te vergroten. Daaraan moet worden gewerkt. Het is op dit moment niet bekend hoeveel vrijwilligers er zijn in Baarn maar dat ligt ook aan de definitie die hiervoor wordt gehanteerd. Dit kan worden uitgezocht en dan moet er een definitie worden gehanteerd maar het blijft dan bij een inschatting. In ieder geval is dit belangrijke informatie om op basis daarvan heel gericht maatregelen te kunnen nemen. Een breder onderzoek is vanzelfsprekend met meerdere organisaties die zich daarbij betrokken voelen. De raad zal over het vervolg worden geïnformeerd via de reguliere rapportage sociaal domein. De heer VAN LOON concludeert dat er nog een hoop werk te doen is. Hij is nog van plan om diverse mensen te spreken en dan zal worden gekomen met fantastische ideeën. Overigens kunnen mensen op allerlei manieren in het zonnetje worden gezet. In ieder geval is niets verplicht en het kan niet zo zijn dat mensen denken dat ze altijd op moeten draven op bepaalde uren of dagen. Het gaat erom of iemand zich wel of niet vrijwilliger voelt maar er is een hoop stof om over na te denken. 9.

Raadsinformatiebrief Wintertuin kwijtschelden huur en energiekosten (598550) De heer BRUINS zegt dat vanuit de stukken en de vragen die zijn gesteld het discutabel is of op de Wintertuin het zogenaamde algemeen belang rust. In 2014/2015 is de implementatie van de Wet markt en overheid geweest. Daar stond de Wintertuin in eerste instantie op maar vervolgens is die er afgehaald omdat toen sprake was van een marktconforme huurprijs. In 2016 is aan de huidige huurders een kans gegeven. Toen is de huurprijs aangepast en daarvan zegt de wethouder dat toen ook is ingestemd met het besluit uit 2015. Daar stond die echter niet op. Daarnaast zegt de Wet markt en overheid dat er een concreet besluit moet liggen en dat het niet weggestopt mag worden in een algemeen besluit. In 2016 had dus naast het besluit omtrent de Wintertuin en de kaders ook een besluit moeten worden genomen omtrent de vaststelling van algemeen belang en dat is niet gedaan. Daarom is er nu een probleem want er wordt een te lage huur gevraagd maar dat maakt ook dat de gemeente niet zomaar aan de huurprijs kan draaien en zeker niet aan de gasprijs want daar hebben alle ondernemers last van. Op het moment dat er geen sprake is van algemeen belang kun je er niet zoveel mee. Het kwijtschelden van huur had via de raad gemoeten. Het college heeft besloten om dit te doen terwijl het eigenlijk een raadsbesluit had moeten zijn.

9

De heer VAN HARDEVELD gaat ervan uit dat de orde van het debat is dat iedereen kan reageren. De VOORZITTER zegt dat het de bedoeling is dat de partij die het heeft aangevraagd als eerste uitlegt waarom het debat is aangevraagd en andere partijen kunnen daarop reageren. De heer BOSMAN is van mening dat de Wintertuin cultuurhistorisch erfgoed is van de eerste orde en het is waard om dat te behouden. De ondernemer in de Wintertuin is niet alleen ondernemer maar ook beheerder van het erfgoed, beheerder namens de gemeenschap met een aantal restricties die voor andere ondernemers niet gelden. Het is wel degelijk een activiteit van maatschappelijk belang waarbij de gemeente optreedt als verhuurder maar niet met een winstoogmerk. Nu de energieprijzen door het dak gaan krijgen veel ondernemers het moeilijk en menig ondernemer zou vandaag naar de verhuurder stappen met de vraag of er iets kan worden gedaan aan de prijs. Menig verhuurder zal zijn knopen tellen in de wetenschap dat een leeg pand niets oplevert. Als Living Story failliet gaat staat de Wintertuin binnenkort leeg en vangt de gemeente helemaal geen huur. De gemeente verliest dan ook haar invloed om in haar rol als verhuurder kostbaar erfgoed te beheren en te behouden.

Als de wethouder niet onmiddellijk had ingegrepen was de huurder failliet gegaan en het cultureel erfgoed blootgesteld aan verval en de buurt zou in grote onzekerheid worden gestort over het leefklimaat. De wethouder heeft tijd gekocht om samen met Living Story te onderzoeken of er een businessmodel mogelijk is dat rendabel is voor de ondernemer, acceptabel voor de buurt en behulpzaam bij het behoud van een belangrijk cultureel erfgoed. Er is niets mis mee om als raad hiervoor wat kaders mee te geven. De heer BRINKMAN zegt dat met elkaar moet worden besproken onder welke voorwaarden de gemeente Living Story nog steeds de juiste partner vindt voor het exploiteren van de Wintertuin of met welke voorwaarden de wethouder op pad wordt gestuurd om een nieuwe invulling te vinden voor de Wintertuin. Erfgoed kost geld en in de afgelopen jaren is ook door vorige colleges meermalen huur kwijtgescholden of bijdragen geleverd in de ontwikkeling. Dit college zorgt dus voor het behoud van cultureel erfgoed. Living Story heeft met veel risico de exploitatie van de Wintertuin aangedurfd.

Wie had kunnen bedenken dat de pandemie en de oorlog in Oekraïne op Living Story misschien wel een groter effect heeft gehad dan op vergelijkbare bedrijven? De gemeente heeft de ruime mogelijkheden van dit prachtige pand ingeperkt zoals geen trouwerijen, feestjes of diners en er zijn destijds geen aanvullende klimaatbeheersingsmaatregelen genomen. Deze ondernemer bevindt zich daardoor in een bijzondere positie. Natuurlijk liggen er nog mogelijkheden voor Living Story op het gebied van verbetering van de horecapositie. De wethouder probeert een oplossing te vinden om het cultureel erfgoed te onderhouden. Als de ramen van de kas ingegooid worden omdat er geen exploitant is had de raad natuurlijk direct de vraag gesteld of de wethouder dit niet anders had kunnen doen. Vanavond moet het gaan of de raad door wil gaan met de Wintertuin, met Living Story en welke opdracht dan wordt meegegeven. Ook als wordt gezocht naar een andere invulling is de vraag welke randvoorwaarden moeten worden meegegeven. De heer VAN DER PADT vindt dat het tijdstip van de publicatie van deze raadsinformatiebrief geen schoonheidsprijs verdient. De verliezen bij de Wintertuin waren al een tijd bekend bij het college en na de besluiten van december de zoveelste ondersteuning van de Wintertuin naar buiten te brengen lijkt bijna op het willen verzwijgen.

De Wintertuin is een heel mooi erfgoed maar de VVD heeft wel de vraag hoeveel erfgoed mag kosten. Als de wethouder na de publicatie van een raadsinformatiebrief zou aangeven dat hij het niet goed heeft aangepakt kan verder worden gegaan maar er komen meerdere kantjes warrige uitleg over technische vragen en de uitleg in de pers die geen stand houdt. In 2015 is er voor zover bekend geen besluit genomen om de Wintertuin als algemeen belang aan te merken. Voor het pand kan dus geen lagere huur berekend worden, laat staan kwijtschelding van huur en zeker niet van energiekosten. Gaat dan aan meer ondernemers geld

10

terug worden gegeven voor de energiekosten? Daarvoor moet een besluit komen van de raad en niet van de wethouder. Wethouder De Vries geeft in de pers aan dat het allemaal qua ondernemerschap wel beter had gekund in de Wintertuin. Daarmee gaat hij ook nog eens op de stoel van de ondernemer zitten. Het kan heel stressvol zijn om met eigen geld een zaak draaiende te houden maar wethouder De Vries heeft een ambtelijke carrière gehad met nul ervaring in het bedrijfsleven. Dan gaat hij wel heel ver met de stelling dat de ondernemer in de Wintertuin het beter had kunnen doen. Dit is beledigend voor alle ondernemers in Baarn. Mevrouw BRUIJSTENS vindt dit betoog te persoonlijk en echt niet kunnen. De wethouder wordt even ‘afgefikt’ en dit is niet het onderwerp waar het over gaat. De heer VAN DER PADT stelt dat deze behandeling niet de schoonheidsprijs verdient maar er kan verder worden gegaan met een structurele oplossing voor de Wintertuin. Het is duidelijk dat het huidige beleid geen stand houdt. Moet de raad de kaders bepalen om aan de wethouder mee te geven voor de toekomst van de Wintertuin? De heer VAN DER DONK had het goed gevonden als dit besluit bij de raad was gekomen maar er zijn ook vragen over de structuur zelf en daarom de vraag aan de wethouder om daarop te reageren.

De wethouder geeft in de beantwoording van de schriftelijke vragen aan dat voor kwijtschelding is gekozen en niet voor een lening of iets anders omdat de ondernemer zonder deze steun failliet zou gaan. Na een aantal jaren steun op verschillende wijze is een niet-kostendekkende huurprijs niet haalbaar en de ondernemer gaat blijkbaar failliet wanneer er sowieso huur moet worden betaald. Het maakt niet zoveel uit of dit aan de ondernemer ligt of aan de situatie zelf. Een feit is dat er jaarlijks een flinke som bij moet. De ondernemer is daar inmiddels ook achter en heeft het contract opgezegd. Het werkt dus niet op deze wijze. De gemeente heeft tijd gekocht om naar een oplossing te zoeken, met de provincie qua isolatie en met de buurt wat betreft de openingstijden. Het CDA is kritisch op het feit dat er weer is gekozen voor kwijtschelding want dat schept precedentwerking en riekt naar gerichte steun en voorkeur is ook niet nodig. Er moet een punt worden gezet achter de huidige situatie en er dient snel te worden gezocht naar een nieuwe bestemming voor het pand. Het pand moet dus bij makelaars worden uitgezet en op korte termijn dient een onderzoek plaats te vinden naar mogelijke oplossingen waarbij creatief en open moet worden geacteerd. Wellicht is de conclusie inmiddels dat de kas helemaal niet geschikt is voor permanente bewoning of dat dat alleen kan met heel veel extra geld.

De kas is er ook nooit voor gebouwd en moet wellicht terug naar zijn oorspronkelijke rol. Wellicht zijn een aantal geïsoleerde units binnen het pand een optie. Wil de wethouder planvorming hieromtrent snel realiseren, wat is daarvan het tijdspad en wordt daarbij breed naar opties gekeken? Mevrouw STRUIJK stelt dat het een complex gebouw is en het is voor veel geld door de gemeente hersteld. Voorwaarde voor het behoud van het monument is dan ook dat het bewoond en onderhouden wordt. Groot onderhoud is voor kosten van de gemeente en klein onderhoud is voor de exploitant. De vraag is dan wel wat klein onderhoud is in zo’n pand want bijvoorbeeld de vochtigheidsgraad schijnt zeer hoog te zijn waardoor het koffiezetapparaat één keer in de 3 jaar vervangen moeten worden. Daar kan een ondernemer van tevoren geen rekening mee houden maar een ondernemer moet ook kunnen bijstellen. Het starten van de onderneming in januari 2019 lukte niet en dat uitstel was te danken aan de gemeente Baarn. De exploitant had al kosten gemaakt en uiteindelijk heeft de gemeente bedongen om 2 jaar huur te betalen, niet omdat de exploitant niet rond kwam maar omdat er een compensatie nodig was. Vervolgens loopt de exploitant de coronasteun mis want hij had niet een heel jaar in 2019 gedraaid. De huidige exploitant heeft eigenlijk

11

nog geen normaal jaar kunnen draaien en dat geldt voor meerdere ondernemers in Baarn maar deze zit in een cultuurhistorisch gebouw van de gemeente. Het is belangrijk dat in de komende maanden die helderheid wordt gecreëerd. Het is natuurlijk niet goed als er wellicht iets niet helemaal rechtmatig gaat zoals de heer Bruins aangaf. Als dat zo is moet dat rechtgezet worden en het college moet de komende maanden gebruiken om te kijken of het op de goede manier wordt gedaan en samen met deze exploitant kijken of het op een andere manier kan worden geregeld in de vorm van bijvoorbeeld een stichting om het gebouw te beheren et cetera. Het college moet creatief zijn en kijken naar mogelijkheden en niet naar onmogelijkheden. Kijk hoe een ondernemer kan worden geholpen om op een goede manier in deze lastige locatie een mooie onderneming neer te zetten. De heer SCHOUTEN memoreert dat hij als steunfractielid ervoor zorgde dat de Wet markt en overheid van de agenda werd gehaald omdat het proces niet klopte. Hij is steeds kritisch geweest op de Wintertuin als gebouw en de restauratie ervan maar hij heeft ook vragen gesteld bij de exploitatie van de kas. Niet omdat er geen vertrouwen was in ondernemers maar vooral vanwege de onmogelijkheden van het gebouw. Ook de kwartiermaker trok dezelfde conclusie. Meermaals werd de fractie toegebeten eens positief te zijn.

Het is pijnlijk dat degenen die destijds de polonaise wel liepen nu een trap na lijken te geven aan de ondernemer. Er is een flinke stap gemaakt in de informatievoorziening want in 2019 werd een collegebesluit genomen over 2 jaar kwijtschelding huur en moest dat verkapt worden gelezen in de beantwoording van schriftelijke vragen en waar VoorBaarn in maart 2019 ook nog eens mondelinge vragen over had gesteld, waaronder de vraag waarom er geen raadsinformatiebrief is gestuurd bij een dergelijk besluit over een zo gevoelig dossier. Nu is tenminste een RIB ontvangen. De fractie heeft grote moeite met het besluit tot kwijtschelding van de huur en energiekosten van de Wintertuin maar VoorBaarn wil ook geen ondernemer laten vallen die het moeilijk heeft. Natuurlijk heeft de fractie vragen over de exploitatie maar VoorBaarn is slechts een politieke partij. Er dient eerst een gedegen onafhankelijk onderzoek te worden gedaan om te kijken of het verwijtbaar is aan welke kant dan ook. Daarbij dient het besluit tot kwijtschelding te worden opgeschort. Het algemeen belang is een hele lastige want het is in 2014 van de agenda gehaald en in 2015 op de agenda gezet. Het staat niet op de lijst maar wel is benoemd dat vastgoed dat strategisch is en van maatschappelijk belang ook van algemeen belang geacht wordt te zijn.

Daarnaast is in 2016 op voorspraak van de toenmalige wethouder aangegeven dat er in 2015 een dergelijk besluit is genomen en op basis van die strofe in het raadsvoorstel zijn de kaders, onder andere de € 30.000 et cetera, aangegeven. De heer BRUINS zegt dat deze vraag inderdaad complex is maar de Wet markt en overheid zegt dat er een concreet besluit moet liggen en niet verkapt in een ander besluit zodat er altijd duidelijkheid is en die is er niet. Het kwijtschelden van huur en gedeeltelijk de energierekening zou een raadsbesluit moeten zijn. De eerste 2 jaar is compensatie gegeven. Daarna kwam corona en nu is er een andere situatie en daarom dient er een raadsbesluit over te worden genomen. Dit pand en deze ondernemer hebben inmiddels al ruim € 120.000 aan steun ontvangen in de afgelopen 4 jaar. Het voormalige raadslid mevrouw Hoekveld heeft ooit geroepen ‘gooi die kas plat en bouw er seniorenwoningen’. Wellicht was dat een vooruitziende blik maar de gemeente zit met die kas en moet er iets moois van maken. De kwijtscheldingen moeten worden opgeschort en er moet eerst goed worden gekeken hoe het in elkaar zit en of de gemeente voldoet aan wet- en regelgeving. De heer SCHOUTEN merkt op dat als het niet voldoet aan de Wet markt en overheid er in september 2016 door de raad een besluit is genomen dat dan ook niet rechtsgeldig is.

Dat betekent dat met terugwerkende kracht zou moeten worden gerepareerd in huur et cetera en is dat wat de heer Bruins wil? 12

De heer BRUINS antwoordt bevestigend. Als de gemeente scheef gaat in de procedure moet de procedure worden hersteld. De vraag is echter of als deze ondernemer failliet gaat het nog noodzakelijk is en kan straks een nieuw besluit worden genomen met daarin de kaders die op dat moment gelden. Als deze ondernemer doorgaat moet dat op een of andere manier worden recht gezet maar geen idee hoe dat moet. Daar zal het college met het ambtelijk apparaat mee aan de slag moeten. De heer SCHOUTEN vraagt of de heer Bruins kan aangeven wanneer de raad heeft besloten dat het niet meer gemandateerd is richting college. De heer BRUINS memoreert dat in 2018/2019 besloten is om de huur op te schorten omdat de gemeente nalatig is geweest. Dat is iets anders dan kwijtschelden. De heer SCHOUTEN is van mening dat er geen besluit is genomen door de raad voor het opschorten of het kwijtschelden van de huur. Wat betreft de kwijtschelding verwijst hij naar de antwoorden op de schriftelijke vragen die door VoorBaarn zijn gesteld. De heer BRUINS merkt op dat het aangaan van het contract destijds een bevoegdheid was van het college en dat was een afspraak tussen het college en de ondernemer maar nu is sprake van een andere situatie. De heer SCHOUTEN memoreert dat vanwege het uitlopen van de werkzaamheden de huur is kwijtgescholden voor 2 jaar.

Nu wordt besloten vanwege de markt en de geopolitieke situatie om het op te schorten en daar zit niet veel verschil in. De heer BRUINS zegt dat het toen was door het toedoen van de gemeente, de provincie en andere partijen. Nu vanwege de stijgende energiekosten maar het feit dat stroom wordt afgenomen van de gemeente of van Eneco et cetera is niet gelijk een legitimatie voor kwijtschelding. Dat kan de Speeldoos ook niet zomaar vragen. Dat zijn andere situaties maar hij kan zich vinden in het feit dat de huur wordt kwijtgescholden bij bijvoorbeeld de Trits. Het college besluit echter om dit zomaar te doen zonder dit aan de raad voor te leggen want het is uiteindelijk aan de raad. Wethouder DE VRIES wijst erop dat de gemeente eigenaar is van de Wintertuin en de plicht heeft om dit monument door te geven aan de kinderen en kleinkinderen. Dat lukt het beste als er een solide financiële basis is die zowel de gemeente en de exploitant niet voor verrassingen stelt. Er is tijd nodig om aan die solide basis te werken. Als de gemeente niet financieel was bijgesprongen was er op dit moment waarschijnlijk sprake geweest van een faillissement. Dat was onaantrekkelijk omdat dit ook tot derving van huurinkomsten leidt en daarbovenop geld moet worden uitgetrokken voor leegstandsbeheer en energiegebruik.

Bovendien is het niet eenvoudig om een nieuwe huurder te vinden voor dit ingewikkelde pand en daarom heeft het college een pragmatische oplossing gevonden voor de korte termijn en daarmee wordt tijd gekocht om te werken aan een betere en bestendige toekomst. Het is fijn dat gezien wordt dat het veel tijd kost aan de ambtelijke organisatie om de vragen te beantwoorden en de complimenten zullen worden overgedragen aan de organisatie. Eerder is ook sprake geweest van een collegebesluit en nu gaat het om het kwijtschelden van huur en energiekosten en dat is een collegebevoegdheid. De komende maanden zullen worden gebruikt om tot een betere basis te komen. Dan gaat het om de buurt, het pand en de exploitatie waarnaar moet worden gekeken om tot een bestendige toekomst te komen.

13

De raad heeft in 2015 de activiteit strategisch vastgoed tot maatschappelijk belang verklaard. Het ging niet om de panden. Bij het raadsvoorstel zit een bijlage met een lijst van panden en in het raadsvoorstel zelf staat dat die bijlage niet uitputtend is maar dat het gaat om de activiteit. Dat geeft de ruimte om deze handeling uit te voeren. Het is een collegebevoegdheid om de huur en de betaling van de energiekosten op te schorten. Met het nemen van dit besluit zijn verwachtingen gewekt en daar komen ook verplichtingen uit voort. Zomaar opschorten kan niet. De heer SCHOUTEN stelt dat dit een collegebevoegdheid kan zijn maar als de raad als hoogste orgaan daar niet mee akkoord gaat is het besluit terug te draaien. In ieder geval moet aan de raad duidelijk worden gemaakt wat de consequenties zijn van het terugdraaien. De vele vragen maken duidelijk dat het een lastig dossier blijft. Wethouder DE VRIES zegt toe dat de consequenties van het terugdraaien van het besluit in beeld zullen worden gebracht voor de besluitenraad van volgende week. De heer BRUINS is van mening dat de door het college gekozen pragmatische oplossing niet rechtsgeldig is. De Wintertuin stond er in 2014 niet op. Daar stond een paragraaf over strategisch vastgoed maar het pand stond niet op de lijst.

Waarom denkt de wethouder dat dit een collegebesluit is? Als er sprake is van algemeen belang conform de wet, waarom is er dan nooit door het college gedacht aan het verder verlagen van de huur zodat dit probleem niet zou optreden? Wethouder DE VRIES wijst erop dat de raad in 2016 expliciet heeft vastgelegd dat de minimumhuur voor de Wintertuin jaarlijks € 30.000 moet opbrengen. Als het college dat structureel zou willen verlagen moet worden teruggegaan naar de raad. De heer BRUINS stelt dat wanneer het destijds goed was geregeld het college in een raadsinformatiebrief had kunnen aangeven dat is geconstateerd dat het bedrag van € 30.000 te veel is en gezien het algemeen belang wordt het verlaagd naar bijvoorbeeld 1 euro. De heer SCHOUTEN vindt dit te makkelijk want net is geconstateerd dat er nog steeds ruis is over het besluit over het algemeen belang. De heer Bruins vindt het steeds te kort door de bocht dat het college een besluit heeft genomen over kwijtschelding van de huur en de energiekosten en nu zegt hij dat het college het besluit had moeten nemen om het pand voor 1 euro te verhuren? De heer BRUINS verduidelijkt dat hij een verantwoordingsvraag heeft gesteld en niet waarom het is besloten.

Wethouder DE VRIES zegt dat de komende maanden zullen worden gebruikt om tot een structurele oplossing te komen die voorkomt dat in de toekomst nog steeds in deze context hierover moet worden vergaderd en ervoor zorgt dat een ondernemer/exploitant ook zekerheid heeft op basis waarvan hij of zij kan ondernemen. Dit is een van de suggesties die daarbij zou kunnen worden meegenomen. De heer VAN DER PADT constateert dat er in het verleden waarschijnlijk dingen zijn misgegaan en hij is geïnteresseerd in hoe het college dit gaat repareren. De vraag is ook met welke kaders de raad de wethouder op pad wil sturen op grond waarvan met ondernemers gepraat gaat worden. De energiekosten zijn er ook als het pand leeg staat en nu worden de energiekosten betaald terwijl het vol bezet is. Welke kaders geeft de raad nu eigenlijk mee?

14

De heer SCHOUTEN wil best kaders aangeven maar wil eerst weten of het wel levensvatbaar is voor de ondernemer om daar te blijven zitten. Daarom wordt even afgewacht waarmee de wethouder komt naar aanleiding van het opschorten van de kwijtschelding. Er zal een motie worden ingediend om een onafhankelijk onderzoek te laten doen om na te gaan waar het mis is gegaan en of dat eventueel aan de ondernemer te wijten is. Dat moet bekend zijn voordat de gemeente verder kan gaan met deze ondernemer. Mevrouw STRUIJK deelt in zekere zin de wens van de VVD om kaders mee te geven maar de gemeente moet zo open mogelijk het gesprek aangaan. Dan gaat het niet om deze exploitant maar om het behoud van de Wintertuin en de manier waarop de kas geëxploiteerd kan worden. Uiteindelijk komt het terug bij de raad als het goed is en dan kan worden gekeken of het past. De heer VAN DER DONK zegt dat het goed is om kaders te formuleren maar er gaat nu gewerkt worden aan een plan en daar zit als het goed is een deel van die kaders in. Daar moet op worden gewacht. De heer VAN LOON stelt dat een ondernemer een businessplan moet hebben. De wethouder moet niet alleen met die ondernemer aan tafel zitten om te kijken wat er beter kan worden gedaan. Het moet wat creatiever en meer aan de weg timmerend en er dient te worden gekeken naar allerlei mogelijkheden.

Er zijn nu zoveel beperkende maatregelen voor de ondernemer dat het verstandig is om ook de omwonenden daarbij mee te nemen want die mensen moeten toch ook weten wat voor parel de Wintertuin voor Baarn is. Daarom is het goed als de omwonenden meedenken want die willen straks ook niet tegen een verpauperd pand aankijken. De omwonenden weten dat er ook een stukje horeca kan zijn en dan moet toch wat meer vrijheid worden gegeven wat betreft de openingstijden. Maak ook duidelijke afspraken van wie verantwoordelijk is voor wat. De heer BOSMAN vindt dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft naar de ondernemer die er nu zit om te kijken naar de pijnpunten. Deze of een volgende ondernemer dient een levensvatbare businesscase te hebben die voor de buurt acceptabel is en dat de kas als cultuurhistorisch erfgoed wordt bewaakt maar eerst moet om de tafel worden gegaan met de huidige ondernemer over waar de pijnpunten zitten. De heer BRUINS geeft aan dat er ontzettend veel met de buurt is gesproken. Uiteindelijk was de raad blij dat de maatregelen zoals die er nu liggen haalbaar waren voor de buurt en voor de ondernemer. Natuurlijk kan met de buurt weer in gesprek worden gegaan maar spreker geeft het college daarin weinig hoop. Graag nog een schriftelijk antwoord op de vraag waarom er hier sprake moet zijn van een collegebesluit.

De heer BRINKMAN wil eerst afwachten waarmee de wethouder gaat komen en wil in de toekomst graag meedenken met VoorBaarn wat dit betreft. De VOORZITTER schorst de vergadering voor 10 minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. Wethouder De Vries heeft 2 toezeggingen gedaan, namelijk terugkomen op de vraag of het een collegebesluit was en een onderzoek naar de consequenties van het opschorten. 10. Raadsinformatiebrief Toekomstbestendig beheer en onderhoud (590135)

15

De heer BRUINS merkt op dat Baarn als kleine gemeente steeds kwetsbaarder wordt in de ambtelijke uitvoering en dat dit wellicht ten koste gaat van het ambitieniveau. Hoe denkt de raad hierover? Voorts moet wellicht wat breder worden gekeken naar oplossingen zoals wellicht meer en intensiever samenwerken met de buurgemeenten op ambtelijk niveau. De heer VAN HARDEVELD antwoordt op beide vragen van de heer Bruins met een volmondig ja. Het niet uitvoeren van grotere projecten in de openbare ruimte gedurende een periode van minimaal 1 jaar is niet acceptabel. In de begroting schrijft het college dat het doel is om vanaf 2028 de beheerachterstanden weggewerkt te hebben. Uit de participatieronde kwam duidelijk naar voren dat naast het thema wonen het thema leefomgeving door de bewoners het belangrijkste gevonden wordt. Bij iedere normale organisatie waar zaken niet op orde zijn wordt met een krachtig management, al dan niet tijdelijk ingehuurd, een stevig herstelplan opgesteld en uitgevoerd en in de tussentijd gaat de bedrijfsvoering gewoon door en wordt werkenderwijs het herstelplan tot uitvoering gebracht.

Wat betreft het project Altalaan, Wittelaan, Sophialaan zijn er enkele omwonenden geweest die misbaar hebben gemaakt over zaken die niet goed gingen maar het is ook veelzeggend dat de buurtbewoners geld ingezameld hebben voor de feestdagen om de uitvoerende medewerkers een kerstpresentje te kunnen bezorgen. Het stilleggen van de voorbereiding en de uitvoering van projecten aan de openbare ruimte gedurende zo’n lange tijd is niet acceptabel. Tijdens het opstellen en uitvoeren van een herstelplan dienen voorrang en uitvoering van projecten gewoon doorgang te vinden. Mevrouw STRUIJK constateert dat in de raadsinformatiebrief glashelder wordt uitgelegd wat niet goed gaat. Natuurlijk is het ook beter dat de projecten geen jaar stil liggen. Echter, als wordt uitgelegd dat dit simpelweg niet kan en dat externen zelfs weglopen omdat die het ook niet meer trekken. Dan kan het gewoon niet en moet de gemeente even op de blaren zitten. Mevrouw BRUIJSTENS stelt dat de omvang van een gemeente niet per se wat zegt over de kwetsbaarheid van de ambtelijke uitvoering. Het is meer veelzeggend hoe de gemeente zich organiseert. De raad heeft op 4 oktober een memo ontvangen van het college waarin de visie van de gemeente om de uitvoeringskracht te versterken duidelijk is beschreven.

Onderdeel van die strategie is om met andere gemeenten ambtelijke samenwerking op specifieke vakgebieden te onderzoeken. Een projectopdracht in deze is dus overbodig. Natuurlijk wil niemand dat iets een jaar stil blijft liggen maar er is duidelijk uitgelegd door het college waarom het wel moet. De wethouder heeft ook aangegeven dat als er voorwerk gedaan kan worden dit ook wordt gedaan. De heer GENUIT zegt dat het college samen met de organisatie een goede analyse heeft gemaakt van de problemen in de uitvoering en het voorstel dat de portefeuillehouder doet voor de aanpak van deze problemen wil de fractie graag een kans geven. De wethouder heeft in de informatieraad al toegezegd dat hij de raad via de P&C-cyclus op de hoogte zal houden en als straks bij de perspectiefnota veel van de nu nog openstaande vacatures in de uitvoeringsorganisatie nog steeds niet zijn vervuld moet worden geconstateerd dat de gemeente Baarn onvoldoende aantrekkingskracht heeft om de benodigde expertise binnen te halen en te behouden. Dan is het tijd om serieus na te denken over andere oplossingsrichtingen zoals bijvoorbeeld meer ambtelijke samenwerking met buurgemeenten. Het stilleggen van projecten is heel vervelend maar soms zit er niets anders op dan even plaats te maken en de boel op orde te brengen.

16

De heer VAN DER PADT constateert dat de gemeente kwetsbaarder wordt. Een oplossing hiervoor dient inderdaad zo breed mogelijk te worden bekeken. Niemand vindt het fijn om projecten stil te leggen maar de personeelstekorten zijn overal groot. Mevrouw KOENDERS vindt dat er een heldere analyse heeft plaatsgevonden en dat biedt vertrouwen voor een goed uitgangspunt voor de toekomst. Helaas moet de gemeente hier even pas op de plaats maken maar gelukkig ligt er een goede basis om een doorstart voor de afdeling te laten plaatsvinden. De wethouder heeft vorige keer zelfs aangegeven dat wellicht samenwerking met de provincie wordt gezocht om te kijken of grote infrastructurele projecten door de provincie kunnen worden opgepakt. Buiten dat wordt altijd gekeken naar bredere samenwerking. De inwoners zullen in de komende tijd wellicht verrast zijn dat ze meer de medewerkers van Beheer en onderhoud tegen zullen komen want alle inspanningen zijn er de komende tijd op gericht om juist aanwezig te zijn in de openbare ruimte en te zorgen voor het beheer van groen en andere zaken. Bovendien gaan de voorbereidingen voor een aantal grote projecten wel degelijk door. Hopelijk komt de afdeling weer snel op orde en kan met nieuwe menskracht aan de slag worden gegaan.

De heer VAN HARDEVELD wijst erop dat in de raadsinformatiebrief 6 belangrijke oorzaken voor het stilleggen van deze projecten worden aangegeven waarvan personeelstekort er eentje is. Er wordt wel een voorschot genomen op dat die projecten nu een jaar lang stilgelegd worden en dat is een beetje te royaal want het gaat bij de oorzaken ook over gefragmenteerd werken en dat is een kwestie van goede aansturing. Mevrouw KOENDERS merkt op dat in de raadsinformatiebrief ook is gelezen dat het moeilijk is om de expertise te vinden in een veel complexer werkveld dan waar eerder aan werd gedacht. Mevrouw STRUIJK zegt dat er inderdaad ook andere oorzaken zijn te noemen voor de situatie zoals die nu is. Daar moet aan gewerkt worden maar ook dat blijft mensenwerk en als de mensen er niet zijn is het werk niet uit te voeren. Wethouder EIJBAARD wijst erop dat weliswaar grote projecten even stil liggen maar er wordt wel degelijk aan de gang gegaan met “het kleine leed”. Stoeptegels die niet goed liggen worden aangepakt en als er iets aan de hand is met een put in de straat wordt daarmee aan de slag gegaan. Het college wil geen beloftes doen die niet kunnen worden waargemaakt. Natuurlijk is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de personele organisatie op orde komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12347921/5