CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

220310 Plan van aanpak RES 2.0 (366565)

Informatie in de Raad 6 april 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Plan van aanpak RES 2.013.858 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

inlichtingen bij

Floris Eigenhuis

Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn

doorkiesnummer uw kenmerk ons kenmerk

datum portefeuillehouder(s) onderwerp

357882 / 366565

9 maart 2022 Wethouder Prakke Plan van aanpak RES 2.0

Geachte leden van de raad en steunfractieleden, Aanleiding De decentrale overheden zijn al geruime tijd aan de slag met een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord: de Regionale Energie Strategieën (RES). Samen werken zij in 30 energieregio’s aan plannen voor het opwekken van 35 terawattuur (TWu) duurzame energie op land in 2030. Ook brengen ze vraag en aanbod van warmtebronnen in kaart in de regio, zodat deze efficiënt benut kunnen worden. De RES Regio Amersfoort bestaat uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg. Daarnaast zijn de provincie Utrecht, Waterschap Vallei & Veluwe en netbeheerder Stedin betrokken. RES 1.0 De gemeenten in de RES Regio Amersfoort hebben zich het doel gesteld om in 2030 minstens 0,5 TWu elektriciteit (grootschalig) op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. De kansrijke initiatieven en mogelijkheden zijn vastgelegd in de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) die rond de zomer van 2021 is vastgesteld door de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen bestuur van het waterschap. Daarnaast heeft de regio de ambitie uitgesproken om in 2030 een CO₂-reductie van 49% te realiseren. RES 2.0 De rol en aanpak die we als regio in de ontwikkeling van de RES 2.0 willen spelen, is uitgewerkt in het plan van aanpak voor de RES 2.0.

Dit plan van aanpak beschrijft de visie en de aanpak op hoofdlijnen, waarmee we als regio toewerken naar de RES 2.0, vast te stellen op 1 juli 2023. De RES 2.0 is een doorontwikkeling van de RES 1.0 én een volgende stap in het realiseren van de opgaven voor 2030. In de RES 2.0 zijn onder andere de moties en amendementen verwerkt, die bij

1

de RES 1.0 zijn ingediend. Zo zijn, naar aanleiding van aangenomen amendementen in de Baarnse gemeenteraad, in deze fase onder meer de windmolens aan de noordkant van de A1 uit de RES gehaald, evenals zonnepanelen op het Eemmeer. Daarentegen kunnen er uit ons Baarnse 'Uitnodigingskader zonne- en windenergie' projecten voortkomen die in de RES 2.0 worden opgenomen. De opgave voor de RES is niet beperkt tot het opwekken van hernieuwbare energie uit zon of wind. In de RES-opgave worden ook de mogelijkheden op regionale schaal in beeld gebracht voor de inzet van de duurzame energiebronnen geothermie en aquathermie. Ook kijken we binnen de RES wat de impact is op de netwerkinfrastructuur en wat hier voor nodig is aan uitbreiding. CO2-reductie Er ligt momenteel (op regionale schaal) een sterke focus op de RES om CO₂-reductie te behalen. Parallel aan dit plan van aanpak zijn we gestart met een regionaal programma Minder CO₂ (werktitel). In het programma Minder CO₂ zal met name worden gefocust op de thema’s van de energietransitie, binnen de klimaattafels, die tot nu toe geen aandacht in de RES krijgen en gemeentegrens overschrijdend zijn. Voor het programma Minder CO2 wordt in een later stadium een apart plan van aanpak opgesteld.

Doelstelling van dit programma zal zijn: ‘CO2 reducerende activiteiten in kaart hebben én aanvullend ten uitvoer brengen waar regionale samenwerking meerwaarde heeft om een bijdrage te leveren aan de CO2-ambitie van de regio’. Kernboodschap De besturen in de energieregio Amersfoort beschouwen de energietransitie als een cruciale en urgente opgave voor de komende decennia. De regionale ambities zijn er niet alleen omdat het nationaal Klimaatakkoord dit voorschrijft voor alle regio’s in Nederland. De bestuurders van de decentrale overheden in de Regio Amersfoort zijn zelf (lokaal en regionaal) overtuigd van de urgentie. Vanuit die overtuiging wil de regio stappen zetten om in 2030 tenminste 49% CO₂ -reductie te realiseren t.o.v. 1990. Door 0,5 TWu elektriciteit met hernieuwbare bronnen op te wekken, levert de RES een belangrijke bijdrage aan die opgave. Consequenties De vijf werksporen van NP RES In de handreiking van het Nationaal Programma RES (NP RES) zijn vijf ‘werksporen’ gedefinieerd om toe te werken naar de RES 2.0. Deze werksporen moeten ondersteunen bij het realiseren van de regionale doelen voor 2030 en moeten zorgen voor meer grip op de uitvoering. Deze werksporen zijn: 1. Borgen van het gezamenlijk uitvoeren in en tussen regio’s in een uitvoeringsagenda; 2.

Bijdragen aan het gezamenlijk programmeren van duurzame energieopwek in samenhang met het regionale energiesysteem; 3. Verankeren van RES 1.0 en RES 2.0 in het omgevingsbeleid, inclusief lokaal eigendom; 4. Gedragen besluiten en uitvoering: permanente dialoog in een democratisch proces; 5. Inzicht in de voortgang en bereikte resultaten via monitoring en verantwoording.

2

De ijkmomenten naar RES 2.0 In de RES 2.0 worden regionale projecten uitgewerkt die bijdragen aan de regionale doelstelling om in 2030 0,5 TWu elektriciteit grootschalig op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. Ook wordt in beeld gebracht of en welke duurzame warmtebronnen regionaal ingezet kunnen worden. Hierbij worden aangenomen moties en amendementen altijd meegewogen. Deze bijdrage wordt gerealiseerd door: • Zon-op-dak; • De ontwikkeling van energieopwekking op land door wind- en zonne-energie; • De ontwikkeling van de regionale warmtetransitie in de gebouwde omgeving en utiliteitsbouw met de Regionale Structuur Warmte (RSW); • De ontwikkeling van de benodigde opslag- en energie-infrastructuur. Om sturing te geven aan deze opgaven wordt toegewerkt naar vier ijkmomenten tussen nu en de zomer van 2023: 1. Bij het eerste ijkmoment (eerste kwartaal 2022) vindt een eerste check plaats of we op koers liggen om de doelstelling van 0,5TWh grootschalige opwek te halen. 2. Bij het tweede ijkmoment (eind tweede kwartaal 2022) wordt de status van initiatieven in beeld gebracht en of de coalitieakkoorden gevolgen hebben voor het doel. 3. Bij het derde ijkmoment (eerste kwartaal 2023) beoordelen we de status van initiatieven en hoe deze in de RES 2.0 worden verankerd. 4.

Bij het vierde ijkmoment (tweede kwartaal 2023) wordt de RES 2.0 vastgesteld door de colleges van B&W, GS en DB Waterschap. Treden en betrokkenheid van raden In de RES 1.0 is onderscheid gemaakt in de kansrijkheid van de initiatieven in de regio. De initiatieven zijn ingedeeld in vier treden. We hanteren de volgende tredebenadering om de voortgang te bewaken: • Trede 4: te verkennen om het bod robuuster te maken. Voor deze zones is nog veel onbekend. Hierbij moet een verkenning nog worden opgestart. Een project komt na vaststelling van de verkenning met een collegebesluit van de gemeente(n) waar het betrekking op heeft in trede 3 terecht. • Trede 3: in onderzoek; Kansrijke zones die in lijn met wet- en regelgeving realiseerbaar lijken. Nader onderzoek is noodzakelijk om de ecologische, economische en maatschappelijke impact in kaart te brengen. Een project komt na vaststelling van het onderzoek met een raadsbesluit van de gemeente(n) waar het betrekking op heeft in trede 2 terecht. • Trede 2: richting besluitvorming over uitvoering; In trede 2 zijn de kansrijke projecten opgenomen, welke richting besluitvorming over uitvoering kunnen gaan. Besluitvorming vindt plaats met een raadsbesluit van de gemeente(n) waar het betrekking op heeft. Na vergunningverlening komt een project in trede 1 terecht.

3

• Trede 1: gerealiseerd of in uitvoering; Gerealiseerde en lopende initiatieven waarvoor vergunning is verleend. Financiën Vooralsnog volstaan de beschikbaar gestelde budgetten van Rijk, provincie Utrecht en gemeenten. Er is voor 2022 voor de RES-regio’s weer eenzelfde budget beschikbaar vanuit het Rijk om verder te werken aan de uitvoering van de RES 1.0 en het uitwerken van de RES 2.0. Of er in de jaren na 2022 geld beschikbaar komt is aan het nieuwe kabinet. Als er voor de uitvoering van de RES aanvullende middelen nodig zijn, wordt dit op een later moment met financiële dekkingsmogelijkheden aan de raden, ter integrale afweging, voorgelegd. Kanttekeningen ontwikkeling RES 2.0 1. Op 12 oktober 2021 heeft TenneT voor de provincie Utrecht netwerkcongestie afgekondigd over de transportcapaciteit voor teruglevering voor grootverbruik (> 3x80 ampère). Dit betekent dat aansluitingen wel gerealiseerd kunnen worden, maar dat er geen teruglevering kan plaatsvinden. De verwachting is dat de capaciteit op het netwerk de komende jaren schaars blijft. Dit heeft een grote impact op het elektriciteitsnetwerk van de regio en de uitvoerbaarheid van de RES. Systeemefficiëntie, transportcapaciteit en netuitbreiding zijn daarom belangrijke randvoorwaarden voor de haalbaarheid van de doelstelling van 0,5 TWu voor 2030.

Parallel wordt ook gezocht naar alternatieve oplossingen voor de netcongestie. 2. Per gemeente en/of locatie kan er onvoldoende draagvlak zijn voor de realisatie van grootschalige opwek. Door de lokale uitnodigingskaders voor zon en wind en de participatie over concrete locaties ontstaat meer betrokkenheid en draagvlak. Amersfoort, Baarn, Leusden en Soest beschikken inmiddels over een vastgesteld uitnodigingskader. 3. Zorgen om de impact op de gezondheid door windturbines resulteren in weerstand tegen de plannen. In het nationaal Coalitieakkoord 2021-2025 zijn passages opgenomen over de afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land, en over multifunctioneel gebruik van land als voorwaarde voor zonnepanelen. Dit heeft consequenties voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de initiatieven van de RES. De impact hiervan wordt de komende periode in beeld gebracht. Betrokken partijen Naast de betrokken overheden zijn marktpartijen, maatschappelijke organisaties, coöperaties en inwoners van groot belang in de uitvoering en realisatie van de RES. Zij kunnen adviseren, afstemmen met en informeren van hun achterban, initiatieven ontwikkelen en uitvoering geven aan de RES. We voorzien de betrokkenheid van stakeholders op bestuurlijk, project en lokaal niveau.

Op bestuurlijk niveau richten we een klankbordgroep in met nader te bepalen regionale stakeholders die betrokken zijn bij de RES Regio Amersfoort, denk hierbij aan onder andere Energie van Utrecht, LTO, en de NMU. Ook wordt jongeren gevraagd deel te nemen via JongRES om zo hun ideeën in te brengen. De klankbordgroep reflecteert en adviseert de bestuurders van de RES Regio Amersfoort op strategisch niveau.

4

Vervolgstappen In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de RES iedere twee jaar wordt bijgesteld met de inzichten van dat moment. Dat betekent dat RES 2.0 op 1 juli 2023 moet worden vastgesteld. De effecten van de overige klimaattafels (industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit) worden uitgewerkt in het regionaal programma ‘Minder CO2’. Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de omgevingsvergunningen voor de zon- en windprojecten op 1 januari 2025 moeten zijn verleend om realisatie voor 2030 mogelijk te maken. De uitwerking van de locaties en projecten is vooral aan gemeenten en gebeurt in nauw overleg met belangenorganisaties als NMU en LTO, JongRES, grondeigenaren en inwoners.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

J. Ridder teammanager ontwikkeling ruimte/omgeving

M.A. Röell burgemeester

Bijlagen: 357882 Plan van aanpak RES 2.0 bijlage 1 plan van aanpak RES 2.0.pdf

5

Plan van Aanpak RES 2.0 3 februari 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................... 3 Algemeen............................................................................................................................................. 3 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4 Hoofdstuk 2 Visie en Strategie ...................................................................................................... 5 Algemeen............................................................................................................................................. 5 RES in relatie tot Minder CO₂ .............................................................................................................. 6 RES-opgave .......................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 3 Aanpak op hoofdlijnen .............................................................................................. 9 Algemeen .............................................................................................................................................

9 Aanpak RES 2.0 binnen de regio Amersfoort ..................................................................................... 10 Tredebenadering en monitoring voortgang duurzame elektriciteit ................................................. 12 Regionale Structuur Warmte 2.0 ....................................................................................................... 13 Netinfrastructuur .............................................................................................................................. 14 Overige uitgangspunten .................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 4 Rollen RES-partners ................................................................................................ 16 Hoofdstuk 5 Communicatie en Participatie.................................................................................. 19 Communicatie ................................................................................................................................... 20 Hoofdstuk 6 Governance en projectorganisatie ........................................................................... 21 Hoofdstuk 7 Producten en rapportage ..........................................................................................

23 Hoofdstuk 8 Middelen en financiën ............................................................................................ 24 Middelen ........................................................................................................................................... 24 Financiën ........................................................................................................................................... 25 Bijlage 1 Planning naar RES 2.0 ................................................................................................... 26 Bijlage 2 Overzicht Moties en Amendementen RES 1.0 ................................................................ 27 Bijlage 3 Werkplan IJkmoment 1 RES 2.0 ..................................................................................... 28

2

Hoofdstuk 1 Inleiding Algemeen De RES-regio Amersfoort bestaat uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg. Daarnaast zijn de provincie Utrecht, Waterschap Vallei & Veluwe en netbeheerder Stedin betrokken. Gezamenlijk stelt de RES-regio Amersfoort een Regionale Energiestrategie (RES) op met daarin ambities over de regionale energietransitie. Deze ambities gaan onder andere over de opwek van hernieuwbare elektriciteit, energiebesparing, het potentieel aan duurzame warmtebronnen en concrete plannen om vraag en aanbod van elektriciteit en warmte door middel van infrastructuur bij elkaar te brengen. De gemeenten in de RES-regio Amersfoort hebben zich het doel gesteld om in 2030 minstens 0,5 TWh elektriciteit (grootschalig) op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. Samen met inwoners en belanghebbenden zijn kansrijke initiatieven geformuleerd voor het opwekken van duurzame energie. Op grond hiervan is de doelstelling van 0,5 TWh duurzame opwekking van elektriciteit in het concept bod bepaald. Deze kansrijke initiatieven en mogelijkheden zijn vastgelegd in de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) die in de zomer van 2021 is vastgesteld door de Gemeenteraden, Provinciale Staten, Algemeen Bestuur van het Waterschap. Daarnaast heeft de regio de ambitie uitgesproken om in 2030 een CO₂-reductie van 49% te realiseren (de Klimaatstrategie).

De rol en aanpak die we als regio hierin willen spelen, wordt uitgewerkt in een separaat Plan van Aanpak voor het programma Minder CO2. Dit Plan van Aanpak beschrijft de visie en de aanpak op hoofdlijnen om toe te werken naar de RES 2.0. In een separaat werkplan zijn de werkzaamheden voor de RES 2.0 tot het eerste ijkmoment uitgewerkt (bijlage 3). Het Plan van Aanpak RES 2.0 wordt bestuurlijk vastgesteld in het BO-RES, ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeentesecretarissen in de Ambtelijke Regie Groep (ARG), ter besluitvorming aangeboden aan de colleges van B&W en ter kennisname aan GS en DB Waterschap. Tevens wordt het Plan van Aanpak RES 2.0 ter informatie verstrekt aan gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap. Het werkplan wordt alleen vastgesteld door het BO-RES. De keuze om per ijkmoment een apart werkplan op te stellen is gemaakt om tussentijds te kunnen bijsturen in het RES-proces. Door het vaststellen van het Plan van Aanpak RES 2.0 en het Werkplan RES 2.0 wordt commitment aan de aanpak beoogd en dat er voldoende middelen en menskracht beschikbaar komen voor de uitvoering van de RES. Naast dit Plan van Aanpak RES 2.0 met bijbehorende werkplannen per ijkmoment worden er aparte plannen van aanpak opgesteld voor de verschillende projecten.

Ook wordt er een separaat Plan van Aanpak voor het programma Minder CO2 gemaakt met hierbij aanvullende werkplannen per beslismoment.

Coalitieakkoord In het nationaal Coalitieakkoord 2021-2025 zijn passages opgenomen over de afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land en multifunctioneel gebruik van land als voorwaarde voor zonnepanelen op land. Dit heeft consequenties voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de initiatieven van de RES. De impact hiervan wordt de komende periode in beeld gebracht.

3

Netcongestie Op 12 oktober 2021 heeft TenneT voor de provincie Utrecht netwerkcongestie afgekondigd betreffende de transportcapaciteit voor teruglevering voor grootverbruik (> 3x80 ampère). Dit betekent dat aansluitingen wel gerealiseerd kunnen worden, alleen hier mag geen teruglevering voor plaatsvinden. De verwachting is dat de capaciteit op het netwerk de komende jaren schaars blijft. Dit heeft een grote impact op het elektriciteitsnetwerk van de regio en de uitvoerbaarheid van RES. Systeemefficiëntie, transportcapaciteit en netuitbreiding zijn daarom belangrijke randvoorwaarden voor de haalbaarheid van de doelstelling van 0,5 TWh voor 2030.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit plan van aanpak wordt de visie en strategie beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de aanpak op hoofdlijnen richting de RES 2.0. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de rollen van de RES-partners. De hoofdstukken 5 en 6 beschrijven de communicatie en participatie, de governance structuur en de organisatie. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de producten en rapportage. In het laatste hoofdstuk worden de middelen en financiën beschreven.

4

Hoofdstuk 2 Visie en Strategie Algemeen In het klimaatakkoord van Parijs zijn internationale afspraken gemaakt om broeikasgassen fors te reduceren en daarmee de klimaatverandering te beperken. Op nationaal niveau is het klimaatakkoord gesloten om de totale uitstoot aan broeikasgassen in Nederland met 49% terug te brengen in 2030 t.o.v. 1990. De totale uitstoot in 1990 was ongeveer 228 miljoen ton CO2-equivalenten1. Ofwel 228 megaton (Mton). Dus in 2030 moet de uitstoot op 116 Mton liggen2 waarvan een groot deel via besparing bereikt moet worden. In het klimaatakkoord zijn vijf klimaattafels ingericht. De vijf tafels hebben elk een eigen opgave meegekregen om in 2030 49% CO₂-reductie ten opzichte van 1990 te hebben bereikt. Alle betrokken overheden (Rijk, Provincie en Gemeente) hebben elke een verantwoordelijkheid om een bijdrage aan de opgave te realiseren. De provincie is bijvoorbeeld trekker voor de tafel mobiliteit en het Rijk is de trekker voor de tafel landbouw en landgebruik. In de komende jaren wordt concreet gemaakt welke tafel welke bijdrage gaat leveren. In de onderstaande tabel is dit gepresenteerd.

Klimaattafel

Landelijke opgave in Megaton (Mton) CO₂

Maatregelen

Trekker

Elektriciteit

20,2 Mton

35 TWh Grootschalige zonnepanelen en windturbines op land *Het extra vermogen van kleinschalige zonnepanelen op dak mag boven de 7 TWh worden meegerekend bovenop het bod van 35TWh

30 RES regio’s

49 TWh Grootschalige windturbines op zee

Rijk

Gebouwde omgeving

3, 4 Mton

Besparing aardgasverbruik Alternatieve bronnen (aquathermie, geothermie, etc.)

Regionale mogelijkheden (30 RES regio’s) Lokale mogelijkheden (gemeenten)

Mobiliteit

7,3 Mton

Elektrificatie personenvervoer Besparing gebruik fossiele brandstoffen middels beperken autogebruik

Provincies

Industrie

14,3 Mton

Gebruik elektriciteit en waterstof i.p.v. gas en olie

Rijk

Landbouw en landgebruik

3,5 Mton

Meer bos en natuur Elektriciteit i.p.v. gas

Rijk

Tabel 1: opgave per klimaattafel

1

Doorgaans kort men CO2-equivalenten af met CO2. Dit kan verwarrend zijn aangezien onduidelijk is of men pure CO2 bedoelt of CO2equivalenten. Zie kader op de volgende pagina voor toelichting over het verschil hier tussen 2 De broeikasgasuitstoot wordt doorgaans uitgedrukt in megaton CO2-equivalent (1 megaton = 1 miljoen ton = 1 miljard kilogram).

5

Uiteindelijk moet de uitstoot in Nederland in 2050 omlaag met 90% of meer, naar maximaal 11 tot 23 Mton.3 De besturen in de Regio Amersfoort beschouwen de energietransitie als een cruciale en urgente opgave voor de komende decennia. De regionale ambities zijn er niet alleen omdat het voorstel voor een nationaal Klimaatakkoord dit voorschrijft voor alle regio’s in Nederland. De bestuurders van de decentrale overheden in de Regio Amersfoort zijn zelf (lokaal en regionaal) overtuigd van de urgentie. Vanuit die overtuiging wil de regio stappen zetten om in 2030 tenminste 49% CO₂ -reductie te realiseren t.o.v. 1990. De regio wil dit realiseren door middel van de RES en het programma Minder CO₂. In de volgende paragraaf wordt toegelicht hoe het programma Minder CO₂ en de RES zich tot elkaar verhouden. In het nationaal Klimaatakkoord is een landelijke doelstelling voor grootschalige windturbines op zee en een aparte landelijke doelstelling voor windenergie en zonnepanelen op land opgenomen en kleinschalige zonnepanelen op dak. De RES-regio's zijn ingesteld om de landelijke doelstelling voor grootschalige wind- en zonne-energie op land uit te werken. Windenergie op zee is een verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid (zie tabel 1).

RES in relatie tot Minder CO₂ De RES-regio Amersfoort heeft bij de vaststelling van de startnotitie RES Amersfoort in het najaar van 2019 ook de ambitie geformuleerd om in 2030 49 % CO₂-reductie te realiseren. Uitgangspunt is dat dit CO2-equivalenten zijn (zie toelichting kader).

Toelichting: verschil tussen CO2 en CO2-equivalenten Men spreekt vaak over CO2 maar bedoelt hiermee CO2-equivalenten. Naast koolstofdioxide (CO2) worden namelijk ook andere broeikasgassen meegeteld in de 228 Mton CO2. Dit zijn lachgas (N2O, distikstofoxide), methaan (CH4) en de fluorhoudende gassen (F-gassen). Om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen, worden de uitstootcijfers omgerekend naar CO2equivalent. De omrekening is gebaseerd op het Global Warming Potential (GWP) – dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. Eén kilogram CO2-equivalent staat gelijk aan de broeikaswerking van 1 kilogram CO2. De uitstoot van 1 kilogram lachgas staat gelijk aan 298 kilogram CO2-equivalent en de uitstoot van 1 kilogram methaan aan 25 kilogram CO2-equivalent. De GWP’s van F-gassen variëren nogal en kunnen zeer groot zijn. Bijvoorbeeld, 1 kilogram zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 22,8 duizend kilogram CO2-equivalent. Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/19/uitstoot-broeikasgassen-3-procent-lager-in-2019/co2-equivalent

Er ligt momenteel (op regionale schaal) een sterke focus op de RES om CO₂ -reductie te behalen. De RES bevindt zich in een concretere fase dan het programma Minder CO₂. Het is belangrijk dat we de benodigde aandacht op de RES behouden terwijl we het programma Minder CO₂ ontwikkelen. In het programma Minder CO₂ wordt met name gefocust op de thema’s met betrekking tot de energietransitie binnen de klimaattafels die tot nu toe geen aandacht in de RES krijgen en gemeentegrensoverschrijdend zijn. In onze regio zal deze opgave naar verwachting voornamelijk worden ingevuld vanuit de klimaattafels: elektriciteit, gebouwde omgeving en mobiliteit. Deze relatie RES en het programma Minder CO₂ is in het onderstaande figuur weergegeven.

3

https://www.klimaatakkoord.nl/klimaatakkoord/vraag-en-antwoord/wat-is-het-doel-van-het-klimaatakkoord

6

mpact op het elektriciteitsnetwerk

andelijk

Regio mersfoort

ndustrie

andbouw

O

RES 2.0

RSW

okaal

Figuur 1 RES-opgave en het Programma Minder CO2

Voor het programma Minder CO2 zal in een later stadium een apart plan van aanpak opgesteld worden.

RES-opgave Met het vaststellen van de RES 1.0 is in de regio een eerste stap gezet om voor 2030 de doelstelling van 0,5 TWh hernieuwbare energie uit zon of wind te realiseren. Maar de opgave voor de RES is niet beperkt tot het opwekken van hernieuwbare energie uit zon of wind. In de RES-opgave worden ook de mogelijkheden op regionale schaal in beeld gebracht voor de inzet van de duurzame energiebronnen geothermie en aquathermie. Ook kijken we binnen de RES wat de impact is op de netwerkinfrastructuur en wat hiervoor nodig is. Het realiseren van de RES-opgave is niet eenvoudig. Er spelen meerdere belangen, zowel op lokaal als op regionaal niveau. Het waarmaken van de ambities vereist dat bestuurders en andere stakeholders beslissingen nemen en blijven sturen. De RES en de samenwerking in de regio kan op de volgende vier manieren hierbij helpen: •

•

•

•

Een instrument waarmee we de (regionale) energietransitie vormgeven en onze ambities realiseren. Dit betekent dat het instrument helpt bij onze ambitiebepaling, de ruimtelijke en infrastructurele inpassing en de organisatie van maatschappelijke betrokkenheid; Een platform om de langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren. In de RES kunnen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, NP RES, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en inwoners elkaar vinden en afspraken maken; Een product waarin we onze regionale energiedoelstellingen vastleggen en in een continu zoekproces ambitieuzer en concreter maken, aanscherpen, transformeren richting uitvoering, aanvullen; Afspraken te maken over de realisatie van projecten van duurzame opwek die zijn opgenomen in de RES 1.0.

7

Op tactisch niveau richten we ons bij de uitvoering van de RES op de uitwerking van de verschillende projecten die zijn uitgezet in de RES 1.0. Met de projecten kunnen we onze gezamenlijke doelstellingen waarmaken. Op uitvoeringsniveau verbindt de RES Amersfoort de negen deelnemers, delen we kennis met elkaar en zorgen we ervoor dat de regionale opgave lokaal wordt verankerd en (waar nodig) een regionale verbinding wordt gelegd tussen lokale en andere gebiedsopgaven. Het regionale deel van de uitvoering van de RES is uitgewerkt in het voorliggende plan.

Kennisontwikkeling en kennisdeling Door de markt en overheden wordt veel onderzoek gedaan en kennis ontwikkeld en innovaties op het gebied van duurzame energie. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden voor duurzaam opgewekte elektriciteit of de ontwikkelingen rondom slimme energienetwerken. In onze regio zullen we nieuwe ontwikkelingen en innovaties bijhouden en delen binnen de regio en waar mogelijk (als pilot) inzetten in onze projecten. Daarbij willen we de samenwerking opzoeken met kennisinstituten, scholen, het bedrijfsleven en andere platforms in de regio, zoals de EBU en de ROM.

8

Hoofdstuk 3 Aanpak op hoofdlijnen Algemeen In de handreiking van het Nationaal Programma RES (NP-RES) zijn vijf ‘werksporen’ gedefinieerd om toe te werken naar de RES 2.0. Deze werksporen moeten ondersteunen bij het realiseren van de doelen voor 2030 en moeten zorgen voor meer grip op de uitvoering. Deze werksporen zijn: 1. 2.

Borgen van het gezamenlijk uitvoeren in en tussen regio’s in een uitvoeringsagenda; Bijdragen aan het gezamenlijk programmeren van duurzame energieopwek in samenhang met het regionale energiesysteem; 3. Verankeren van RES 1.0 en RES 2.0 in het omgevingsbeleid, inclusief lokaal eigendom; 4. Gedragen besluiten en uitvoering: permanente dialoog in een democratisch proces; 5. Inzicht in de voortgang en bereikte resultaten via monitoring en verantwoording.

De vijf werksporen zijn hieronder gevisualiseerd.

Figuur 2 Uitvoeringsagenda RES volgens Handreiking NP-RES 2.0

In de regio Amersfoort willen wij aan de hand van 4 ijkmomenten de uitvoeringsagenda realiseren. Deze aanpak is uitgewerkt in de volgende paragrafen.

9

Aanpak RES 2.0 binnen de regio Amersfoort De ijkmomenten naar RES 2.0 De RES draagt bij aan de regionale energietransitie. Onderdeel hiervan is een regionale doelstelling voor het opwekken van duurzame elektriciteit van 0,5 Twh in 2030. Verder wordt in beeld gebracht of en zo ja welke duurzame warmtebronnen regionaal ingezet kunnen worden. Deze bijdrage wordt gerealiseerd door: • • • •

De ontwikkeling van energieopwekking op land i.e. wind- en zonne-energie; Zon op dak; De ontwikkeling van de regionale warmtetransitie in de gebouwde omgeving en utiliteitsbouw middels de Regionale Structuur Warmte (RSW); De ontwikkeling van de benodigde opslag- en energie-infrastructuur.

Om sturing te geven aan deze opgaven wordt toegewerkt naar vier ijkmomenten tussen nu en de zomer van 2023. De vier ijkmomenten zijn in het onderstaande schema weergeven. Per ijkmoment wordt er voor elk van de werksporen uit de Handreiking Regionale Energie Strategie 2.0 gekeken naar de stand van zaken. Dit zal worden verwerkt in een voortgangsrapport. Voor het eerste werkspoor, wat grotendeels het elektriciteitsgedeelte van de RES omvat, is de belangrijkste opgave voor de RES 2.0 het concreet maken van het bod en dit verankeren in het omgevingsbeleid. Dit betekent dat er beslissingen worden genomen en er gestuurd wordt om onze opgave te realiseren. Medio 2022 moet (in grote lijnen) duidelijk zijn hoe de opgave (0,5 TWh in 2030) concreet wordt gerealiseerd teneinde het doel van vergunningverlening begin 2025 te kunnen halen. Met andere woorden: leveren de huidige plannen en initiatieven uit de vier treden voldoende bijdrage aan het bod en kans om gerealiseerd te worden. En wanneer dit niet het geval is, welke alternatieven zijn beschikbaar. Per ijkmoment is voor dit werkspoor een verwacht resultaat gegeven. De onderstaande ijkmomenten passen binnen de planning die is opgenomen in de Handreiking Regionale Energie Strategie 2.04 opgesteld door NP-RES.

Figuur 3 Schematisch overzicht ijkmomenten RES

4

https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/handreiking2/2049228.aspx

10

Bij het eerste ijkmoment (eerste kwartaal 2022) vindt een eerste check plaats of de doelstelling van 0,5 Twh wordt gehaald waarbij onder meer gekeken wordt naar: • • •

De stand van zaken bij de regionale initiatieven; De bijdrage vanuit de lokale uitnodigingskaders; Welke knelpunten aanwezig zijn in het netwerk en welke strategische keuzes te maken zijn om de knelpunten op te lossen.

Ook brengen we de stand van zaken in beeld voor de andere werksporen, waaronder de stand van zaken RSW (zie verderop in dit hoofdstuk), aan de hand van de voortgangsrapportage. Bij het tweede ijkmoment (eind tweede kwartaal 2022) wordt in beeld gebracht of de coalitieakkoorden gevolgen hebben voor het doel. Dit tweede ijkmoment van de RES Amersfoort loopt gelijk op met de Tussenbalans van de provincie die in juni 2022 opgeleverd zal worden (zie rol provincie). Wanneer blijkt dat het doel "onder druk " komt te staan, zal een besluit worden voorgelegd welke alternatieven alsnog worden meegenomen naar de RES 2.0. We nemen bij het tweede ijkmoment ook in beschouwing welke mogelijkheden de andere werksporen bieden. Bij het derde ijkmoment (eerste kwartaal 2023) beoordelen we of de status van initiatieven en hoe deze in de RES 2.0 worden verankerd. Hierbij kijken we vooral naar de initiatieven voor windenergie. Deze kennen een groot juridisch afbreukrisico en we willen (voor zover mogelijk) zekerheid dat de politiek een besluit neemt over de RES 2.0 die ruimtelijk, planologisch en juridisch haalbaar is. Bij het vierde ijkmoment (tweede kwartaal 2023) wordt de RES 2.0 vastgesteld door de colleges van B&W, GS en DB Waterschap. Voorafgaand aan de ijkmomenten 1, 2 en 3 wordt een voortgangsrapportage opgesteld. De inhoud van de voortgangsrapportage is opgenomen in hoofdstuk 7.

Planning Onderstaande deadlines zijn gericht op realisatie voor 2030, gebaseerd op doorlooptijden van de ontwikkeling van een project, zijn opgenomen in de RES 1.0 op basis van het Nationaal Programma RES. Bij IJkmoment 2 en 3 kijken we in hoeverre deze planning haalbaar is, waarbij we afhankelijk zijn van initiatiefnemers die een vergunningsaanvraag indienen en het tempo waarin TenneT de problematiek van de netwerkcongestie oplost. 2022 2023 2025 2030

Voorbereidingen vergunningprocedures: zoekgebieden/projectlocaties vertaald in ruimtelijk beleid/ instrumentarium Vergunningprocedures starten Verkennend onderzoek zon langs snelwegen gereed (OER) Vergunningen verlenen voor 1 januari 2025 Projecten duurzame opwek gereed

11

Tredebenadering en monitoring voortgang duurzame elektriciteit In de RES 1.0 is onderscheid gemaakt in de kansrijkheid van de initiatieven in de regio. De initiatieven zijn ingedeeld in vier treden. We hanteren de volgende tredebenadering om de voortgang te bewaken: •

Trede 4: te verkennen om het bod robuuster te maken. -

•

Trede 3: in onderzoek; -

•

Kansrijke zones die in lijn met wet- en regelgeving realiseerbaar lijken. Nader onderzoek is noodzakelijk om de ecologische, economische en maatschappelijke impact in kaart te brengen. Een project komt na vaststelling van het onderzoek met een raadsbesluit in trede 2 terecht.

Trede 2: richting besluitvorming over uitvoering; -

•

Voor deze zones is nog veel onbekend. Hierbij moet een verkenning nog worden opgestart. Een project komt na vaststelling van de verkenning met een collegebesluit in trede 3 terecht.

In trede 2 zijn de kansrijke projecten opgenomen, welke richting besluitvorming over uitvoering kunnen gaan. Besluitvorming vindt plaats met een raadsbesluit. Na vergunningverlening komt een project in trede 1 terecht.

Trede 1: gerealiseerd of in uitvoering; -

Gerealiseerde en lopende initiatieven waarvoor vergunning is verleend.

Op regionaal niveau wordt een actueel overzicht bijgehouden met daarin de initiatieven in de verschillende tredes. Binnen het kernteam wordt afgestemd of toevoegen van nieuwe initiatieven mogelijk is en/of plaatsing van initiatieven op een hogere trede na besluitvorming mogelijk is.

12

Regionale Structuur Warmte 2.0 In de RSW 2.0 (medio 2023) staan vervolgafspraken tussen de gemeenten, provincie, het waterschap en andere stakeholders over het voorgenomen gebruik van de (bovenregionale) warmtebronnen in relatie tot verschillende warmtevragers en de daarvoor benodigde infrastructuur. In de RSW 2.0 wordt tevens gestreefd naar het verbreden van het naar inzicht in de impact van de warmtetransitie op het energiesysteem, de leefomgeving en publieke belangen. Uit de RSW 1.0 is gebleken dat er geen (industriële) bovenlokale warmtebronnen aanwezig zijn in de regio, maar er wordt onderzoek gedaan naar de potentie van geothermie en aquathermie. Een procesregisseur geothermie van de Provincie Utrecht gaat in overleg met Lardarel en Tullip om de mogelijkheden voor geothermie verder te verkennen. In de Handreiking Regionale Energiestrategie 2.0 is een werkblad Regionale Structuur Warmte 2.05 opgenomen. Hierin worden de stappen beschreven om te werken naar een RSW 2.0. •

•

•

Stap 1: Actualisatie: In de RSW 1.0 is een inventarisatie gemaakt van de aanwezige bovenlokale warmtebronnen in de Regio Amersfoort. In de RSW 2.0 wordt deze input geactualiseerd aan de hand van de input van de Transitievisies Warmte (TVW) en uitvoeringsplannen van de gemeenten. Hierbij wordt er inzicht gecreëerd van wat er speelt in de regio, wat de huidige plannen zijn en hoe warmtevraag en -aanbod zich tot elkaar verhouden. Stap 1 wordt uitgevoerd in Q4, 2021 en Q1, 2022. Stap 2: Analyse: Vervolgens wordt er met de geactualiseerde gegevens een inzicht gegeven in de kansen en risico’s voor de regio en het inzicht dat de warmtetransitie heeft op het energiesysteem, leefomgeving en publieke belangen. Stap 2 wordt uitgevoerd in Q2, en Q3, 2022. In de RES Amersfoort willen wij ook onderzoeken hoe een businesscase haalbaar wordt. Stap 3: Denkrichtingen: Na de analyse worden er denkrichtingen opgesteld over de inzet van warmtebronnen in de regio en verkenning naar andere oplossingen. Hierbij wordt inzicht verkregen op welke mogelijke wijze regionaal gezien de warmtevraag wordt ingevuld en hoe dit zich verhoudt tot het energiesysteem en de leefomgeving. Stap 3 wordt uitgevoerd in Q4, 2022 en Q1, 2023.

Figuur 4: Stappenplan RSW 2.0 5

https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/handreiking2/downloads_getfilem.aspx?id=1364972&forcedownload=true

13

Netinfrastructuur Uit de netwerkimpact analyse die Stedin heeft gemaakt ten behoeve van de RES 1.0 bleek dat het elektriciteitsnetwerk van Stedin voldoende ruimte zou bieden om de RES-opgave te realiseren. Echter is inmiddels duidelijk dat het netwerk vol raakt. Nieuwe grootschalige projecten kunnen niet meer automatisch op het net worden aangesloten. Wellicht komt er op korte termijn capaciteit vrij na een congestieonderzoek van TenneT en Stedin. Duidelijk is dat een aantal investeringen met dito capaciteitsverruiming pas in de periode 2026-2029 afgerond kunnen worden. Dit zet de haalbaarheid van de realisatie van het bod van 0,5 TWh voor 2030 onder druk. Dit betekent dat de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk moet worden ingezet en dat er gestuurd zal moeten worden op de meest effectieve benutting van het net. Zoals het gedeeld benutten van kabels voor zon en wind, het bundelen van opwek en het bij elkaar brengen van opwek en afname. Daarnaast zal moeten worden gekeken naar technieken om energie te bufferen of op te slaan of om te zetten in andere energiedragers. In de komende periode zal de regio in samenwerking met o.a. TenneT, Stedin, de provincie en de gemeenten hiervoor de mogelijkheden verkennen.

Systeemefficiëntie, transportcapaciteit en uitbreiding als belangrijke randvoorwaarde Op 12 oktober 2021 heeft TenneT voor de provincie Utrecht netwerkcongestie afgekondigd betreffende de transportcapaciteit voor teruglevering voor grootverbruik (> 3x80 ampère). Dit betekent dat aansluitingen wel gerealiseerd kunnen worden, alleen hier mag geen teruglevering voor plaatsvinden. De verwachting is dat de capaciteit op het netwerk tot 2026 schaars blijft en tot 2029 stapsgewijs wordt uitgebreid. Het ‘first come, first served’ principe werkt belemmerend voor de realisatie van grootschalige energieprojecten. Het zou goed zijn indien dit principe niet leidend is in de programmering richting 2030. Tennet geeft dit ook aan in de memo “Update rond netcongestie TenneT in de provincie Utrecht” van 1 december: Door de schaarste die nu is ontstaan en de verwachting dat er stapsgewijs netcapaciteit beschikbaar zal komen, ontstaat de maatschappelijke behoefte om op een andere manier k l ‘ , ’ k maatschappelijke afwegingskaders. De provincie neemt het voortouw in de lobby voor prioritering in de verdeling van netcapaciteit (i.p.v. first come, first served). Dit omvat onder andere gesprekken met TenneT, Stedin, provincie Flevoland en provincie Gelderland.

Er wordt gezamenlijk met de RES regio’s een provinciebrede integrale programmering opgezet, welke indien ruimte voor prioritering ontstaat zal worden uitgevoerd.

14

Overige uitgangspunten De onderstaande uitgangspunten worden gehanteerd om toe te werken naar de RES 2.0: •

• • •

•

• • • •

We willen marktpartijen en lokale energie coöperaties zo vroeg mogelijk betrekken bij de ontwikkeling en lokaal eigenaarschap zo vroeg mogelijk borgen. Vanuit de overheden willen we heldere en realistische kaders bieden waarbinnen initiatieven worden gerealiseerd; De RES-opgave heeft gevolgen voor het elektriciteitsnetwerk. Richting initiatiefnemers moeten we transparant zijn of en wanneer een aansluiting op het netwerk mogelijk is. Bij ijkmoment 2 en 3 zullen we in beeld brengen (en afwegen) of ontwikkelingen binnen het programma Minder CO₂, gevolgen hebben voor de RES; Initiatieven/mogelijkheden die de gemeente(grens) overschrijden, worden gefaciliteerd vanuit de provincie en de regio en in nauwe samenwerking met de betrokken stakeholders, gemeenten en RES partners.; Initiatieven/mogelijkheden die de regiogrens overschrijden, worden gefaciliteerd vanuit de provincie in nauwe samenwerking en afstemming uitgevoerd met de regio’s en betrokken gemeenten; We zoeken in de regio naar een evenwichtige verdeling voor de opwekking van zon- en windenergie, ook vanwege de efficiëntere benutting van de schaarse netcapaciteit; We zullen nieuwe technologische ontwikkelingen blijvend volgen.

Wanneer implementatie op grote schaal voor 2030 mogelijk is, nemen we dit mee in de uitwerking naar RES 2.0; De RES partners zullen gezamenlijk onderzoeken welke eisen gesteld kunnen worden zodat bij projecten geen gebruik wordt gemaakt van producten uit een keten met dwangarbeid; Het besluit milieueffectrapportage regelt de m.e.r.-plicht van activiteiten. Voor alle (bestemmings)plannen en structuurvisies over windenergie of die windturbineparken mogelijk maken (kaderstelling voor toekomstige m.e.r.-beoordeling van windturbineparken) geldt de plicht om een plan-MER op te stellen. Ook geldt een project m.e.r.-plicht voor windturbineparken met meer dan 20 windturbines en bij minder dan 20 windturbines is een initiatief meestal m.e.r.-beoordelingsplichtig (categorie D22.2 Besluit m.e.r.). Bij bepalen van de milieueffecten houden we rekening met de (dan) geldende afstandsnormen en gezondheidseffecten. Wanneer er binnen de regio sprake is van initiatieven met een ruimtelijke samenhang wordt een plan-MER procedure doorlopen. Ook maken we binnen de regio de afspraak dat bij elk initiatief met windenergie (ook bij 1 of 2 windmolens) een m.e.r.beoordeling wordt opgesteld.

15

Hoofdstuk 4 Rollen RES-partners Rol Gemeenten De gemeenten vervullen een belangrijke rol bij de realisatie van de RES en de Transitievisies Warmte. Zij hebben vooral de rol om grootschalige opwek van duurzame energie (windturbines, zon-op-dak en zon-op-land) te stimuleren en aan te jagen. Ook heeft iedere gemeente de verantwoordelijkheid om de gebouwde omgeving voor 2050 gasloos te maken. Gemeenten bepalen in een lokale aanpak (uitnodigingskader) hoe ze invulling geven aan de zoekgebieden en zoekzones. Onderdelen daarin zijn bijvoorbeeld: •

Ruimtelijke keuzes maken of en waar zon-op-land en windenergie gerealiseerd kan worden;

•

Proces- en projectparticipatie zoals het borgen van 50% lokaal eigendom;

•

Planologische medewerking verlenen aan initiatieven voor zonnevelden en windmolens;

•

Uitvoeren van verkennend onderzoek naar zon langs snelwegen i.h.k.v. bijvoorbeeld het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) van Rijkswaterstaat.

Rol Provincie De provincie vervult een ondersteunende, stimulerende en aanjagende rol: •

De Tussenbalans en evenwichtiger verhouding zon/wind in RES 2.0: In juni 2022 wordt door de provincie in overleg met de gemeenten, RES regio’s en netbeheerder de tussenbalans opgesteld. Doel is om te beoordelen of het gezamenlijke doel binnen bereik is. De tussenbalans is een inventarisatie van waar we op dat moment staan: of de plannen voldoende robuust zijn, zoeklocaties voldoende concreet zijn, de aansluitbaarheid op het net geborgd is, de verhouding zon en wind voldoende geoptimaliseerd is, en er in voldoende mate zicht is op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Daarbij wordt ook geïnventariseerd hoe concreet het realiseren van de RES is vertaald in de lokale coalitieakkoorden. De Tussenbalans biedt inzicht of: • • • •

•

Nadere participatie heeft plaatsgevonden en/of initiatieven van onderop ingebracht en benut zijn en er zicht is op minimaal 50% lokaal eigendom; Per locatie afspraken zijn gemaakt met de betreffende gemeente(n) over de planologische besluitvorming en vergunningverlening, gericht op zorgvuldige en tijdige besluitvorming; Er voldoende aanvullende locaties zijn als compensatiemogelijkheden indien planuitval leidt tot het niet halen van ons RES-bod van 0,5TWh in 2030; Afhankelijk van de uitkomsten kan aan de orde komen of op termijn inzet van provinciale ruimtelijke instrumenten op specifieke locaties gewenst of noodzakelijk is.

Bemiddelende en coördinerende rol: Plannen zijn soms gemeentegrens, RES- of provinciegrens overschrijdend. De plannen die gemeentelijke-, RES- en provinciegrenzen overschrijden zullen door de provincie met behulp van beeldmateriaal worden gevisualiseerd waardoor de samenhang zichtbaar wordt en kan worden getoetst. De provincie kan een bemiddelende en coördinerende rol vervullen bij de uitwerking van plannen met gemeentegrens overstijgende implicaties op natuur- en landschapswaarden of potentiële hinder voor omwonenden. De provincie kan ook de 16

samenhang ondersteunen tussen de landschapsopgave, de programmatische aanpak voor benutting van netcapaciteit en de benodigde juridische procedures. •

Ecologie: Bij de uitwerking van de zoekgebieden is aandacht nodig voor de ecologische kwaliteiten die in zonnevelden als meekoppelkans kunnen worden gerealiseerd. Zo kunnen locatie specifieke randvoorwaarden worden uitgewerkt die de biodiversiteit in en rond zonnevelden versterken. De provincie nodigt de RES partners uit om het versterken van de biodiversiteit als randvoorwaarde op te nemen in de uitnodigingskaders en in de RES 2.0.

•

Trede 4: De provincie neemt in het kader van het continue zoekproces het voortouw, in nauwe samenwerking met gemeenten en RES regio’s, voor provinciebreed onderzoek naar de mogelijkheden van aanvullende zoekgebieden voor wind.

Rol Waterschap Vallei en Veluwe Het Waterschap heeft verschillende opgaven en kan een bijdrage leveren bij de invulling van de RES. Deze bijdrage heeft onder meer betrekking op de volgende onderdelen: • •

• •

Meedenken in de mogelijkheden voor dubbel ruimtegebruik. Bijvoorbeeld de combinatie van waterberging en grootschalige opwek middels zon en/of wind; Meedenken en mede-vormgeven aan de warmtetransitie binnen de regio door bijvoorbeeld de inzet van aquathermie, bodemenergie en biogas en waar mogelijk ondersteunen richting uitvoering/realisatie hiervan; Binnen het eigendom van het waterschap, bijdragen aan grootschalige energie opwek middels zon en wind; Meedenken om koppelkansen te benutten en het borgen van belangen van bodem en water.

Het waterschap is ambtelijk vertegenwoordigd in kernteam en bestuurlijk in het BO-RES.

Planuitval Wanneer tijdens ijkmoment 2/tussenbalans blijkt dat er onvoldoende plannen zijn of de plannen te onzeker (=planuitval), zal gezocht worden naar alternatieven. De wijze waarop deze zoektocht wordt uitgevoerd en hoe hierover besluitvorming plaats vindt, wordt voor ijkmoment 2 in regioverband uitgewerkt in concrete afspraken over compensatie en escalatie.

Rol van Projectteam RES (Bureau Regio Amersfoort) De rol van het Projectteam RES zien wij als volgt: • • •

• •

We monitoren de voortgang van projecten (windenergie en zonnevelden) richting vergunningverlening en bewaken de treden uit RES 1.0; We monitoren de voortgang van de realisatie van zon op grote daken en pakken desgewenst (algemene) onderwerpen en vraagstukken regionaal op; Samen met de provincie en gemeenten werken we de regionale warmtetransitie in de gebouwde omgeving en utiliteitsbouw verder uit aan de hand van de RSW. De provincie verzorgt en stuurt inhoudelijke onderzoeken aan waarin de mogelijkheden voor de regionale inzet van geothermie en aquathermie nader in beeld worden gebracht; We zorgen voor de communicatie op regionaal niveau waarbij we nauw samenwerken met gemeenten; We faciliteren gemeenten bij regionale verkenningen (regionaal windcluster langs de A28, geo- en aquathermie, etc. en doen dit in nauwe samenwerking met de provincie; 17

•

•

We faciliteren kennisuitwisseling tussen gemeenten, provincie en Waterschap en NP-RES op onder meer het gebied van energiebesparing, warmtetransitie, aqua- en geothermie en energieopslag; We stellen samen met de gemeenten, provincie, waterschap en Stedin in 2023 de RES 2.0 op en bieden dit bestuurlijk aan.

18

Hoofdstuk 5 Communicatie en Participatie Bij het werken naar de RES 2.0 wordt het toelichten van het proces, het uitleggen van de urgentie en het samenwerken met alle betrokkenen steeds belangrijker. Naar mate concreter wordt hoe de energietransitie wordt vormgegeven zal de interesse hierin vanuit alle betrokkenen groter worden. Hier ligt een belangrijke wisselwerking met regionale communicatie en participatie en de lokale communicatie en participatie. Hierbij is het van het blijven ontwikkelen van een eenduidige regionale boodschap rondom de energietransitie binnen RES Regio Amersfoort, met ruimte voor lokale accenten en kleuring van belang. Dit doen we door, met lokale input, een regionaal communicatieplan op te stellen. Hieronder zijn de uitgangspunten hiervoor beschreven.

Stakeholderbetrokkenheid Naast de betrokken overheden zijn marktpartijen, maatschappelijke organisaties, coöperaties en inwoners van groot belang in de uitvoering en realisatie van de RES. Zij kunnen adviseren, afstemmen met en het informeren van hun achterban, initiatieven ontwikkelen en uitvoering geven aan de RES. Deze interactie vatten we samen onder de term stakeholderbetrokkenheid. We voorzien de betrokkenheid van stakeholders op bestuurlijk, project en lokaal niveau. Op bestuurlijk niveau richten we een klankbordgroep in met nader te bepalen regionale stakeholders die betrokken zijn bij de RES Amersfoort, denk hierbij aan onder andere Energie van Utrecht, LTO, en de NMU. Ook wordt jongeren gevraagd deel te nemen via JongRES om zo hun ideeën in te brengen. De klankbordgroep reflecteert en adviseert de bestuurders van de RES Amersfoort op strategisch niveau. De leden van de klankbordgroep sluiten op uitnodiging aan bij specifieke agendapunten in het BO-RES. De regionale klankbordgroep wordt georganiseerd en voorgezeten door een lid van het projectteam RES Amersfoort. Binnen de RES Amersfoort worden stakeholders op ambtelijk niveau betrokken bij de uitvoering van de thematische opgaven en projecten van de RES met als doel om inhoudelijk bij te dragen aan de uitvoering. Hiervoor vaardigen de stakeholders inhoudelijke experts af.

De deelnemende overheden geven zelf invulling aan stakeholderbetrokkenheid op lokaal niveau.

19

Communicatie Een van de belangrijkste uitgangspunten voor de RES is transparante en heldere informatie over de energietransitie. Daarom communiceren we open en actief, zodat inwoners en stakeholders kunnen weten waar we mee bezig zijn en actief kunnen participeren. In de onderstaande tabel is weergeven waarop de regionale communicatie zich focust. Ook zullen we (waar mogelijk) met stakeholders afstemming zoeken over eenduidige communicatie waarmee zij hun achterban kunnen informeren.

Activiteiten

1. Regionale communicatie

2. Pers/woordvoering RES Amersfoort

3. Regionale ambtelijke afstemming

Doel

Transparante en heldere informatie over de energietransitie voor de verschillende doelgroepen (overheden, inwoners, maatschappelijke partijen, markt). Open, actieve en eenduidige communicatie en informatie zodat de verschillende doelgroepen weten waar RES Regio Amersfoort mee bezig is. De doelgroepen worden geactiveerd om op een gepaste wijze betrokken te zijn bij de energietransitie. Regionale communicatie over de energietransitie in het algemeen en de RES Regio Amersfoort in het bijzonder waaronder: -Procescommunicatie van RES 1.0 naar RES 2.0; -Actieve communicatie over participatie/ elektriciteit / RSW.

Vanuit een centraal contactpunt wordt helder gecommuniceerd over relevante ontwikkelingen. Waar mogelijk worden kansen benut om een helder beeld neer te zetten van de energietransitie.

Het blijven ontwikkelen van een eenduidige regionale boodschap rondom de energietransitie binnen RES Regio Amersfoort, met ruimte voor lokale accenten en kleuring.

Een eenduidig beeld en heldere informatievoorziening richting pers en media om zo bij te dragen aan genuanceerde berichtgeving over de energietransitie.

Consistente informatie en berichtgeving op regionaal en lokaal niveau zorgt voor helderheid bij de doelgroepen die te maken krijgen met de energietransitie.

Ondersteunen bestuurders bij de vele vragen die over de RES worden gesteld. Het verstrekken van advies, voorbereiden van persberichten en Q& ’s. Het begeleiden van de gesprekken met de regionale pers.

Het projectteam, ambtenaren binnen de samenwerkende overheden en bestuurders. Naar aanleiding van de contentstrategie wordt een planning gemaakt van de communicatie en informatievoorziening.

Het projectteam, ambtenaren van de samenwerkende overheden en bestuurders. Perscontact verloopt grotendeels ad hoc. Daar waren kansen voordoen worden pers en media als onderdeel van de contentstrategie opgenomen als communicatiekanaal.

Afwijkende informatie in de buitenwereld zorgt ervoor dat beeldvorming over de energietransitie negatief beïnvloed wordt.

Huidige negatieve beeldvorming zorgt voor complexiteit bij de woordvoering rondom de energietransitie. Wanneer dit niet goed wordt voorbereid, draagt dit bij aan ongenuanceerde berichtgeving in de pers.

Samenwerking en afstemming met ambtenaren rond de ontwikkeling communicatieactiviteiten. Uitwisseling over de regionale en lokale communicatieactiviteiten om op de hoogte te zijn van wat er speelt en welke communicatievragen er leven. Het projectteam en de betrokken ambtenaren van de samenwerkende overheden. Eens per twee weken worden de ambtenaren geïnformeerd middels een e-mail over de regionale communicatie. Met een kleinere vertegenwoordiging wordt eens per 4 weken gewerkt aan diverse communicatieactiviteiten. De afstand tussen de lokale en regionale communicatie kan te groot blijken waardoor de lokale en regionale boodschap te sterk van elkaar verschilt.

Resultaten

Hoe gaan we dit doen?

Wie zijn aan zet? Planning

Rs

’s

Tabel 2: communicatiematrix

20

Hoofdstuk 6 Governance en projectorganisatie Om het RES-proces in de Regio Amersfoort goed te laten verlopen, is een duidelijke organisatie- en governancestructuur nodig. Deze wordt schematisch weergeven in onderstaande figuur, waarin de diverse overleggremia zijn gepositioneerd.

Figuur 5 Governancestructuur

Het Bestuurlijk Overleg RES (BO RES) voorziet in de monitoring van grootschalige duurzame energieopwek en het maken van strategische keuzes naar aanleiding van deze monitoring. Het BO RES is ook verantwoordelijk voor het bewaken van de voortgang van het programma Minder CO₂ en het maken van strategische keuzes. Daarnaast zullen Regionale Stakeholders (zoals JongRES, NMU, VNO-NCW, LTO en Energie Samen) voor afstemming van de voortgang van mogelijke initiatieven en het borgen van draagvlak wanneer nodig als klankbordgroep aanhaken bij het BO RES. Het BO RES vindt één keer per maand plaats. Het doel van de klankbordgroep is onder meer: •

•

Het geven van gevraagd en ongevraagd advies in het RES proces. Dit kan betekenen dat vanuit de klankbordgroep inactieven en/of voorstellen "op de bestuurlijke tafel" worden gelegd die besproken worden in het BO RES en in het kernteam RES; Meedenken in het zoeken naar oplossingen om de RES opgave te realiseren.

Het Kernteam RES is verantwoordelijk voor de voorbereiding op de besluitvorming en het bewaken van de voortgang en monitoring. In het kernteam RES worden strategische keuzes voorbereid voordat deze worden voorgelegd aan het BO-RES. Daarnaast is het Kernteam RES een platform voor kennisuitwisseling en onderlinge afstemming tussen de verschillende leden van het Kernteam. Op het gebied van het programma Minder CO₂ wordt er in het Kernteam ruimte gemaakt voor 21

kennisuitwisseling en het in beeld brengen van raakvlakken en koppelkansen van andere klimaattafels. Bij de agendering van onderwerpen wordt onderscheid gemaakt in de RES-opgave en het programma Minder CO₂. Het Kernteam RES komt minimaal één keer per maand bij elkaar, waarbij rekening gehouden wordt met een voorbereidingstijd van twee weken voor het BO RES. Naar aanleiding van de regionale opweklocaties voor zon en wind die zijn voortgekomen uit de RES 1.0 worden er Regionale Projectteams gevormd. Deze projectteams zijn verantwoordelijk voor de initiëring en voortgang van deze regionale projecten. Ook vindt er afstemming plaats met Regionale stakeholders die betrokken zijn bij deze projecten. Voor elk regionaal projectteam wordt een periodiek bestuurlijk overleg ingericht waarin afstemming en besluitvorming plaats vindt over de regionale opgaven. Het Kernteam bestaat uit een vertegenwoordiging vanuit de gemeenten, provincie, waterschap en Stedin. De gemeenten realiseren de lokale opgaven en leveren (waar nodig) informatie voor de monitoring van de regionale opgave. De provincie kent meerdere verantwoordelijkheden. Ze bewaakt de afstemming tussen de RES-regio's binnen de provincie, brengt kennis en expertise in en is voor initiatieven op het gebied van windenergie (formeel) het bevoegd gezag. Ook kan de provincie (aanvullende) subsidies verstrekken.

Het waterschap denkt en doet mee om te zoeken naar mogelijkheden voor dubbel ruimtegebruik en werkt mee aan de mogelijkheden voor aqua- en riothermie. Stedin verzorgt de doorrekening van het netwerk en brengt in beeld welke netaanpassingen nodig zijn wanneer de initiatieven concreet en zeker zijn (inclusief financiële consequenties). Het Projectteam RES voorziet in het organiseren en faciliteren van kennisuitwisseling, communicatie en contacten met regionale stakeholders. Daarnaast heeft het projectteam de verantwoording voor het initiëren van onderzoeken en verkenningen. De projectleider programma Minder CO₂ is onderdeel van het projectteam, zodat raakvlakken en koppelkansen tussen de RES en de andere Klimaattafels in beeld worden gebracht en worden benut. Het Projectteam RES komt wekelijks bij elkaar. Ook de procesregisseur aardwarmte zal (periodiek) deelnemen aan het projectteam RES. Besluitvorming over RES 2.0 en RES 3.0 vindt plaats in de gemeenteraden, de Provinciale Staten en in het waterschapsbestuur. Zij zijn in positie om vooraf kaders te stellen en uiteindelijk de inhoudelijke resultaten vast te stellen. Gedurende het proces worden raden, staten en algemeen bestuur meegenomen in de te maken stappen. Statenleden, gemeenteraadsleden en AB-leden van het waterschap worden op de volgende manieren geïnformeerd over (de voortgang van) de RES: 1. 2. 3. 4.

Minimaal één keer per jaar een inhoudelijke toelichting over de RES opgave; Minimaal één keer per jaar een toelichting over de stand van zaken/proces; 2 keer per jaar een informatiebrief; Per IJkmoment een voortgangsrapportage.

De Ambtelijke Regie Groep (ARG) bewaakt de gemeentelijke beschikbare capaciteit en de financiering voor de Regio. Voorstellen rond de financiering van en inzet op de RES opgave worden voorgelegd aan het ARG. De provincie maakt geen deel uit van het ARG. Afstemming over capaciteit en inzet wordt afgestemd met het Projectteam RES en Bureau Regio Amersfoort.

22

Hoofdstuk 7 Producten en rapportage Per ijkmoment worden (tussen) producten in de vorm van een voortgangsrapportage opgeleverd die in het BO-RES vastgesteld worden. In de onderstaande tabel zijn de verschillende tussenproducten gepresenteerd. Aan de hand van de voortgangsrapportages en ijkmomenten wordt toegewerkt naar de RES 2.0.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11323377/1