220216 Uniforme regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie omgevingsdienst RUD (358050)
Tekst van het document
Aanpak bij slecht naleefgedrag •
•
•
besluiten voor activiteiten die bij niet naleven schade kunnen veroorzaken aan leefomgeving, gezondheid, veiligheid en natuur worden intensiever behandeld en bevatten meer maatregelvoorschriften. De aanvraag (wat wordt precies gevraagd), het besluit (wat wordt toegestaan) en de voorschriften (wat zijn de exacte condities) worden in detail geformuleerd; maatregelvoorschriften gelden wanneer landelijke voorschriften onvoldoende helder zijn in de toepassing op een specifieke situatie en/of bij sprake van slecht naleefgedrag; maatregelvoorschriften geven het bedrijf ten opzichte van doelvoorschriften minder speelruimte en meer duidelijkheid, ook voor toezicht en handhaving.
Gezamenlijk en professioneel •
•
de huidige Utrechtse samenwerking in de regio Utrecht hanteren een geborgde (landelijke) kennisinfrastructuur en werken daarin zoveel mogelijk samen (Alles komt samen in Utrecht); uitwisseling van goede (landelijke en regionale) voorbeelden en kennis.
5.2.4 D O O RO NTW IKKE L E N V E RG UNNING E NSTRA TE G IE De vergunningenstrategie in bijlage 5 is algemeen van opzet en bevat geen inhoudelijke kwaliteitsnormen ten aanzien van verschillende
29
milieuthema’s. Tot op zekere hoogte beschikt het bevoegd gezag over beleidsruimte om normeringen ten aanzien van emissies te reguleren in het (toekomstige) omgevingsplan. Het beleidsinstrument van vergunningen en algemene regels wordt ingezet om een bepaalde, gunstige toestand van de werk- en leefomgeving te bereiken of te behouden. Er is vanuit Omgevingsdienst NL (de overkoepelende vereniging van de 29 omgevingsdiensten in Nederland) een landelijke werkgroep “Risicogerichte Vergunningverlening” waarvan de uitkomsten worden betrokken bij de actualisatie of verdere uitwerking van deze U&Hstrategie. In afstemming met de betrokken omgevingsdiensten kan in de toekomst worden besloten om deze vergunningenstrategie aan te vullen met kwalitatieve beoordelingskaders voor de verschillende milieuthema’s.
5.3 T OE ZIC HTSTRATE GIE , SANC TIE STRATE GIE EN GE DOOGSTRATE GIE In de toezichtstrategie is beschreven op welke wijze het toezicht wordt uitgevoerd door de omgevingsdiensten. In de sanctiestrategie is beschreven hoe de omgevingsdiensten optreden tegen een geconstateerde overtreding wanneer er geen sprake is van gelijkwaardige oplossing, legalisatie of actief gedogen. De vraag is dan of, en zo ja hoe, bestuurlijk en/of strafrechtelijk moet worden opgetreden. De betrokken gemeenten, provincie en omgevingsdiensten onderschrijven de ‘Landelijke handhavingsstrategie (LHS)’. Daar waar mogelijk, wordt in deze sanctiestrategie verwezen naar de LHS. In de gedoogstrategie is beschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden bewust worden afgezien van sancties in geval van overtredingen.
5.3.1 S CO PE In de toezichtstrategie houdt toezicht in dat gecontroleerd wordt of weten regelgeving wordt nageleefd. Dit vindt plaats door het verzamelen van informatie over (het nalaten van) handelingen en een beoordeling daarvan. In de sanctiestrategie wordt onder sanctie verstaan: het sanctioneren bij overtredingen conform de LHS. In de gedoogstrategie wordt onder gedogen verstaan: het bewust afzien van sancties in geval van overtredingen. Wanneer wet- en regelgeving wordt overtreden is het bevoegde gezag in beginsel verplicht om handhavend op te treden. De landelijke handhavingsstrategie erkent echter dat er omstandigheden kunnen zijn om van (bestuursrechtelijk) handhaven af te zien. Dit laat eventuele strafvervolging door het OM onverlet. 30
De omgevingsdiensten houden toezicht aan de hand van een vooraf opgesteld jaarlijks uitvoeringsprogramma. De prioriteiten van dit uitvoeringsprogramma worden per deelnemer in samenspraak met de desbetreffende omgevingsdienst vastgelegd. Daarbij is het streven om voor thema’s met een gemeenschappelijke deler en meerwaarde voor toezicht op regionaal niveau gezamenlijke afspraken te maken. Dit mondt mogelijk uit in een meerjarenaanpak met een voortschrijdende looptijd van (in beginsel) twee jaar. Hiermee wordt bijgedragen aan uniformiteit en een gelijk speelveld voor inwoners, bedrijven en instellingen binnen de provincie Utrecht. Naast het geplande toezicht houden de omgevingsdiensten toezicht naar aanleiding van handhavingsverzoeken, klachten en overlastmeldingen die bij de bevoegde overheden binnenkomen. Dat gaat overeenkomstig de doelstellingen uit hoofdstuk 4. In de uitvoeringsprogramma's kan de ruimte voor toezicht per gemeente worden uitgewerkt.
5.3.2 U ITG ANG SPUN TE N Risicogericht toezicht De provincie en Utrechtse gemeenten zijn als bevoegde gezagen verplicht om toezicht te houden en te handhaven bij geconstateerde overtredingen. Gezien de beperkte personele middelen is het zaak om de beschikbare capaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. Toezichthouden daar waar nodig is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de regionale risicoanalyse (bijlage 2 voor milieubelastende activiteiten). De risico’s geven aan welke activiteiten in meer of mindere mate schade kunnen toebrengen aan de fysieke leefomgeving en waar dus toezicht een belangrijke rol speelt. De strategie hierin is om de capaciteit daar in te zetten waar de risico’s het grootst zijn.
Regionale Utrechtse toezichts-en handhavingsmix Bij elke toezichtactie is de vraag welke waarde wordt toegevoegd als er toezicht wordt gehouden. De regionale Utrechtse toezichts- en handhavingsmix reikt hiervoor de ingrediënten aan. Hieronder verstaan we ook programmatisch toezicht (verder de regionale Utrechtse toezichts- en handhavingsmix. Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daar toe aangestelde toezichthouders. Van toezicht gaat een belangrijk preventief effect uit. Het doel van toezicht is dat het naleven van de regels leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van risico’s. Bij overtredingen van de regels wordt er geacteerd conform de landelijke handhavingsstrategie.
31
Datagedreven toezicht In de regio Utrecht wordt de meerwaarde van datagedreven toezicht erkend, met als randvoorwaarde dat de data daarvoor op orde moeten zijn en controles goed ingevoerd moeten worden in de systemen. De regio gaat door op investeringen die hierop al zijn gedaan. Het streven is om meer inzicht te krijgen in gedrag (waarom) en het datagedreven toezicht (wat, waar, wanneer) . Afspraken over deze onderwerpen tussen de deelnemers en omgevingsdiensten liggen onder andere vast in Dossier afspraken en procedures (DAP), dienstverleningsovereenkomsten en convenanten. Waar mogelijk zijn de afspraken uniform, waar nodig is maatwerk van toepassing. De afspraken worden periodiek geëvalueerd (richtlijn: één keer per jaar).
Uitsluitend actief gedogen Stilzwijgend, passief gedogen is absoluut onacceptabel. Gedogen van overtredingen is alleen bij uitzondering aanvaardbaar, na een zorgvuldige belangenafweging. Het gaat dan om uitdrukkelijk gedogen, na het nemen van een gedoogbeschikking. Dit kan het geval zijn als sprake is van een: •
•
•
Overmacht situatie en strikte naleving van de wettelijke regels leidt tot ongewenste milieugevolgen; in zo’n geval staat het bevoegd gezag overtredingen van de wet toe, juist om het milieu te beschermen. Overgangssituatie, waarin het bevoegd gezag vooruitlopend op legalisatie gedoogt, bijvoorbeeld als ze binnen afzienbare termijn de omgevingsvergunning kan verlenen. Onevenredigheid; als handhaven onevenredig is in verhouding tot het belang voor de fysieke leefomgeving, dan kan het bevoegd gezag ervan afzien.
Gedogen moet zoveel mogelijk beperkt blijven in omvang en tijd. Bij gedogen vindt actief toezicht plaats, gericht op de vraag of het gedogen nog actueel is en de vergunninghouder de opgelegde beperkingen en voorschriften naleeft.
5.3.3 D O E L STRATE G IE Ë N Het doel van de toezicht- en handhavingsstrategie is het bevorderen van het naleefgedrag. Met toezicht stellen de bevoegde overheden vast of wettelijke voorschriften worden nageleefd en zo nodig wordt handhavend opgetreden. Toezicht en handhaving is gericht op de beïnvloeding van gedrag van inwoners, bedrijven en instellingen. Nalevingsgedrag van inwoners, bedrijven en instellingen wordt beïnvloed door hun motieven en kenmerken, door de wijze waarop toezicht en handhaving door de overheid wordt uitgevoerd en door omgevingsfactoren. Op deze drie
32
onderdelen speelt de toezichts- en handhavingsstrategie (zie bijlage 7) in met als doel om het naleefgedrag te bevorderen. Het legt de basis voor het halen van de doelstellingen uit hoofdstuk 4. De gedoogstrategie (zie bijlage 7) heeft als doel duidelijkheid te verschaffen in welke situaties in principe in aanmerking komen voor het afzien van bestuursrechtelijk handhaven en welke voorwaarden daaraan worden gesteld.
5.3.4 D O O RO NTW IKKE L E N TO E Z ICH T - SANCTIE E N G E D O O G STRATE G IE
De komende jaren willen de Utrechtse bevoegde gezagen de wijze van toezicht houden en handhaven op verschillende onderdelen verbreden en verbeteren. Inzichten over het beïnvloeden van het nalevingsgedrag worden betrokken in de wijze van toezichthouden. Ook is de bedoeling om diversiteit aan te brengen in toezichts- en handhavingsstijlen. Met de regionale Utrechtse toezichts-en handhavingsmatrix als basis, is het de ambitie om hierop door te ontwikkelen. Dit is ook passend in het licht van de Omgevingswet.
6 ORGANISATIE EN INRICHTING Voor de uitvoering van de taken gelden voorwaarden ten aanzien van de organisatie, inrichting en de informatievoorziening om kwaliteit te kunnen leveren. Belangrijk voor het leveren van kwaliteitsproducten is de beschikbaarheid van vakmanschap en expertise en borging van de kwaliteit. Kwaliteit is het realiseren van de doelstellingen genoemd in hoofdstuk 4.
6.1 B E VOE GDHEDE N , TAKE N E N VE RANTWOORDE LIJKHE DE N De gemeenten en provincie blijven het bevoegd gezag en behouden de bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid voor de taken die door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd.
6.2 S CHE IDING VE RGUNNINGVE RLE NING , TOE ZIC HT E N HANDHAVING De omgevingsdiensten hebben conform de kwaliteitscriteria een functiescheiding tussen vergunningverlening en toezichthouder ingericht en op objectniveau voor toetsing en toezicht door specialismen.
33
6.3 R OULATIE SYSTEE M Roulatie van toezichthouders vindt plaats om een vaste handhavingsrelatie te voorkomen en kennisniveau te verdiepen. Anderzijds is voor sommige doelgroepen meer bestendigheid gewenst; frequentie van roulatie is afhankelijk van de branche.
6.4 B E RE IKB AARHE IDS - E N BE SC HIKB AARHE IDSRE GE LING De omgevingsdiensten hebben de bereikbaarheids- en beschikbaarheidsregeling buiten kantoortijden vastgelegd.
6.5 D IGITALISE RING Met de komst van de Omgevingswet is het digitaal kunnen (samen)werken nog belangrijker geworden. Het leren samenwerken in de samenwerkingsfunctionaliteit en het gebruik van het DSO zijn de komende jaren een steeds belangrijkere factor voor het leveren van kwaliteit door de omgevingsdiensten. Een nadere invulling ligt bij de omgevingsdiensten in afstemming met de bevoegde gezagen.
7 SAMENWERKING Voor de realisatie van dit beleid met de bijbehorende doelen en van het uitvoeringsprogramma is het nodig dat er een goede samenwerking is met diverse partners. In dit hoofdstuk is beschreven welke partners er zijn en welke rol de partijen vervullen. De omgevingsdiensten werken in het veld samen met andere VTHpartners. De intensiteit van samenwerking en de mate waarin de samenwerking structureel is ingericht, verschilt. De ODRU en RUD Utrecht werken onderling in toenemende mate samen. Hieronder zijn (niet limitatief) samenwerkingspartners opgesomd. De VTH-partners zijn onder meer • • • •
• •
•
Waterschap: o.a. samenwerking in het kader van indirecte lozingen en eventuele andere projecten Provincie: Samenwerkingsprogramma VTH, Wet natuurbescherming, ketentoezicht Gemeenten: bij uitvoering VTH-taken, ketentoezicht BOA’s van verschillende partners: in het kader van de samenwerkingsovereenkomst getekend in het kader van optreden op elkaars grondgebied Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV): Samenwerking op het gebied van handhaving randmeren VRU (Veiligheidsregio Utrecht): structureel afstemmingsoverleg en in het kader van projecten o.a. bij de opslag van gevaarlijke stoffen Samenwerking Omgevingsdienst, OM en Politie: overleg in het kader van strafrecht om (wettelijke) afspraken te maken bij 34
• •
• •
•
gezamenlijk optreden en een bewuste omgang met ieders bevoegdheden (bestuursrecht-strafrecht). ODRU-RUD Utrecht: verschillende inhoudelijke samenwerkingen RVO Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: o.a. op het gebied van toezicht op energiebesparende maatregelen, agrarische bedrijven ILT Inspectie Leefomgeving en transport: onder ander. op gebied van Ernstige/bijzondere ongewone voorgevallen GGDrU: De GGD regio Utrecht kan worden ingeschakeld voor de medische milieukunde. De laatste jaren staat het milieu als gezondheidsbepalende en gezondheidsbedreigende factor zeer sterk in de belangstelling. Waar begin vorige eeuw vooral aandacht werd besteed aan biologische vervuiling van het leefmilieu en de bijhorende infectieziekten (cholera, difterie, tbc enz.), ligt de nadruk in de geïndustrialiseerde landen tegenwoordig veel meer op chemische en fysische verontreiniging en de relatie met het vaker voorkomen van ziektes zoals kanker en luchtwegproblemen. Binnen de openbare preventieve gezondheidszorg is dan ook vrij recent een nieuwe discipline ontstaan, de medische milieukunde. De GGDrU vervult deze taak en gaat de invloed van milieuverontreiniging op de gezondheid na, met als doel adviezen te geven om gezondheidsrisico’s ten gevolge van deze milieuverontreiniging te voorkomen of te beperken.
Uitwisseling van kennis met de GGDrU over en weer zorgt ervoor dat de samenwerkingspartners elkaar versterken. NVWA: de NVWA kan worden ingeschakeld op het gebied van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
35
D EEL II: BIJLAGEN B IJLAGE 1 B EGRIPPENLIJST Basistakenpakket: Het basistakenpakket is het minimale pakket aan taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving dat door gemeenten en provincies ondergebracht moet worden bij omgevingsdiensten. Het basistakenpakket is onder de huidige wetgeving geborgd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In samenwerking met gemeenten, provincies en omgevingsdiensten is onder de Omgevingswet een nieuw basistakenpakket vastgesteld. Dit pakket heeft een plaats gekregen in het Omgevingsbesluit en is op 28 oktober 2020 gepubliceerd in het Invoeringsbesluit en is in bijlage 2 opgenomen. Bevoegd gezag: Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Voor VTH-taken gaat het meestal om het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of om het college van gedeputeerde staten. Bibob-toets: De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. (Bibob) is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Het bestuursorgaan beoordeelt de integriteit van de onderneming om te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Big 8-cyclus: Systematiek afkomstig uit de wet VTH.
De verschillende stappen in de cyclus (die in de vorm van een acht worden weergegeven) vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. Bruidsschat: Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan of de waterschapsverordening komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. Deelnemers: De in de omgevingsdiensten deelnemende partijen: gemeenten en de provincie (RUD en ODRU). IPPC-bedrijven: Grote industriële bedrijven die vallen onder de Richtlijn industriële emissies (2010/75/EU). Kwaliteitscriteria VTH: Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor VTH-taken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) hebben hiertoe een modelverordening opgesteld. Voor de overige VTH-taken geldt er een 36
zorgplicht. De invulling hiervan is vrij. In deze U&H-strategie gaat het om de versie 2.2. Naleefgedrag: De mate waarin de wettelijke regels door bedrijven worden nageleefd. Omgevingsloket: Een online voorziening waarmee een aanvraag opgesteld kan worden voor een omgevingsvergunning, watervergunning en/of melding. Ook kan men een vergunningencheck doen om te zien of een vergunning of een melding nodig is. Oplevercontrole: Eerste toezichtsbezoek na afronding van vergunning of melding Regiosamenwerking Utrecht De voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet wordt in de regio Utrecht door de verschillende partijen (provincie, gemeenten, omgevingsdiensten, waterschappen) gezamenlijk opgepakt onder de titel Regiosamenwerking Omgevingswet. Er zijn twaalf werkgroepen ingesteld, waaronder de werkgroepen ‘VTH Uitvoeringsstrategie’ en ‘meervoudige vergunningverlening’.
37
B IJLAGE 2 B ASISTAKENPAKKET In deze bijlage staat het huidige basistakenpakket verwoord gevolgd door het basistakenpakket zoals deze is verwoord in de concepttekst van het Omgevingsbesluit. Basistakenpakket voor Regionale uitvoeringsdiensten, versie 2.3 van 25 mei 2011 Versie 2.3 van het Basistakenpakket brengt geen verandering in de eerder gemaakte en bestuurlijk geaccordeerde afspraken over de inhoud van het basistakenpakket. Beoogd is slechts de terminologie aan te passen aan wijzigingen in wet- en regelgeving die na de totstandkoming van versie 2.2 zijn doorgevoerd. De actualisatiedatum is 1 juni 2011. Het basistakenpakket is uitgangspunt voor het takenpakket dat door de RUD en ODRU wordt uitgevoerd ten behoeve van alle deelnemende gemeenten en de provincie. De ervaringen met de toepassing van dit basistakenpakket kunnen na verloop van tijd leiden tot aanpassing. Categorie 1 Een omgevingsvergunning voor een project dat in ieder geval bestaat uit het oprichten veranderen of in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk, met betrekking tot inrichting waartoe een IPPCinstallatie behoort of die behoort tot een categorie waarvoor gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is.
Categorie 2 Een omgevingsvergunning ten behoeve van de verwezenlijking van een project van provinciaal ruimtelijk belang waarvoor gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn bent n dat in ieder geval bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, hun beheersverordening of een exploitatieplan of met de regels gesteld krachtens hun provinciale verordening, het besluit algemene regels ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit. Categorie 3 Een omgevingsvergunning voor het oprichten veranderen of in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk, met betrekking tot een inrichting waartoe een ippc-installatie behoort of die behoort tot een categorie waarvoor burgemeesters en wethouders het bevoegde gezag zijn (als bedoeld in bijlage een of onderdeel B of C van Besluit omgevingsrecht.) Categorie 4 Een omgevingsvergunning (OBM, beperkte milieutoets) voor een of meer categorieën activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (milieu).
38
Categorie 5 Activiteiten met stoffen, preparaten, de genetisch gemodificeerde organisme, producten en toestellen waarvoor een voorschriften zijn gesteld door de wet milieubeheer en de wet bodembescherming, met uitzondering van activiteiten door particulieren. Categorie 6* één of meer activiteiten uit het activiteitenbesluit milieubeheer die plaatsvinden binnen een inrichting TYPE b of inrichting TYPE cd als bedoeld in dat besluit. Categorie 7 Bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot opsporing en winning van natuurlijke hulpbronnen. Categorie 8 Bedrijfsmatige activiteiten die verbonden zijn met het tot stand brengen en beheren van werken en infrastructurele voorzieningen door bedrijven. Categorie 9 Bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld In het besluit bodemkwaliteit. Categorie 10 Het saneren van bodem en bedrijfsterreinen en het lozen van grondwater vanuit een proefbronnering In het kader van een saneringsonderzoek of vanuit bodemsanering in. Categorie 11 Bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen, ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen, asbest, vuurwerk, bouwstoffen, grond baggerspecie, meststoffen, dierlijke vetten radioactief schroot, destructiemateriaal, explosieven voor civiel gebruik, of andere gevaarlijke stoffen.
*Categorie 6 Een of meer activiteiten uit het Activiteitenbesluit milieubeheer die plaatsvinden binnen een inrichting type B of inrichting type C als bedoeld in dat besluit. a. het lozen van grondwater vanuit een proefbronnering in het kader van een saneringsonderzoek of vanuit een bodemsanering, bedoeld in paragraaf 3.1.1, b. de behandeling van stedelijk afvalwater, bedoeld in paragraaf 3.1.4a,
39
c. handelingen in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in paragraaf 3.1.7, d. het lozen ten gevolge van schoonmaken drinkwaterleidingen, bedoeld in paragraaf 3.1.8, e. het lozen van afvalwater ten gevolge van calamiteitenoefeningen, bedoeld in paragraaf 3.1.9, f. het in werking hebben van een warmtekrachtinstallatie, bedoeld in paragraaf 3.2.1, g. het in werking hebben van een windturbine, bedoeld in paragraaf 3.2.3, h. het in werking hebben van een natte koeltoren, bedoeld in paragraaf 3.2.5, i. het in een koel- en vrieshuis en bij een permanente ijsbaan en skihelling in werking hebben van een koelinstallatie, bedoeld in paragraaf 3.2.6, j. het in werking hebben van een wisselverwarmingsinstallatie, bedoeld in paragraaf 3.2.7, k. het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen en daarmee samenhangende activiteiten, bedoeld in paragraaf 3.3.3, l. het bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen, bedoeld in paragraaf 3.3.5, m. het opslaan of bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen bij defensie-inrichtingen, bedoeld in paragraaf 3.4.10, n. het op- en overslaan van verwijderd asbest, bedoeld in paragraaf 3.4.11, o. het telen of kweken van gewassen in een kas, bedoeld paragraaf 3.5.1, p. het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan in een kas, bedoeld in paragraaf 3.5.2, q.
het telen van gewassen in de open lucht, bedoeld in paragraaf 3.5.3, r. het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven, bedoeld in paragraaf 3.5.8, met uitzondering van melkrundvee, s. het verrichten van agrarische activiteiten, bedoeld in afdeling 3.5, door middel van gemechaniseerd loonwerk, t. het bereiden van brijvoer voor eigen landbouwhuisdieren, bedoeld in paragraaf 3.5.9, u. het kleinschalig vergisten van uitsluitend dierlijke meststoffen, bedoeld in paragraaf 3.5.10,
40
v. activiteiten met betrekking tot het industrieel vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen of dranken, bedoeld in paragraaf 3.6.3, w. het schieten op binnenschietbanen, bedoeld in paragraaf 3.7.1, x. het schieten op buitenschietbanen, bedoeld in paragraaf 3.8.3, y. het coaten of lijmen van planten of onderdelen van planten, bedoeld in paragraaf 3.8.4, z. het fokken, houden of trainen van vogels of zoogdieren, bedoeld in paragraaf 3.8.5, aa. het opslaan en bewerken van afval, voor zover daarover regels zijn gesteld in afdeling 3.4, paragraaf 3.8.2 of in afdeling 4.1, bb. het opslaan van vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of andere ontplofbare stoffen, bedoeld in paragraaf 4.1.2, cc. het gebruik of de opslag van bepaalde organische peroxiden, bedoeld in paragraaf 4.1.5, dd. het reinigen, coaten of lijmen van hout of kurk dan wel houten, kurken of houtachtige voorwerpen, bedoeld in paragraaf 4.3.2, ee. activiteiten met betrekking tot rubber of kunststof als bedoeld in afdeling 4.4, ff. activiteiten met betrekking tot metaal als bedoeld in afdeling 4.5, gg. het chemisch behandelen van steen, bedoeld in paragraaf 4.5a.3, hh. het vervaardigen van betonmortel, bedoeld in paragraaf 4.5a.4, Het basistakenpakket onder de Omgevingswet
ARTIKEL 13.12, EERSTE LID, VAN HET OMGEVINGSBESLUIT (BASISTAKENPAKKET OMGEVINGSDIENST) Categorie 1 Milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in paragraaf 3.2.1, 3.2.7 of 3.2.9 van dat besluit, voor zover die niet vergunningplichtig zijn op grond van hoofdstuk 3 van dat besluit, en ook niet onderdeel uitmaken van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van dat besluit. Categorie 2 Bouw- en sloopactiviteiten als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van:
41
a. artikel 4.6, tweede lid, onder a, voor zover het gaat om omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten; b. artikel 4.6, tweede lid, onder c; of c. artikel 4.16, eerste lid. Categorie 3 Omgevingsplanactiviteiten, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van: a. artikel 4.6, tweede lid, onder a, voor zover het gaat om omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten; b. artikel 4.6, tweede lid, onder c; of c. artikel 4.16, eerste lid. Categorie 4 Omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende -, bouw- of sloopactiviteiten. Categorie 5 Het bedrijfsmatig verwijderen van asbest als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving en asbesthoudende producten uit bouwwerken, en het bedrijfsmatig opruimen van asbest als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving en asbesthoudende producten vrijgekomen als gevolg van een incident.
Categorie 6 Activiteiten met stoffen, preparaten, producten en toestellen waarover regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet milieubeheer, voor zover deze worden verricht in samenhang met een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Categorie 7 Bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot: - afvalstoffen; - vuurwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving en explosieven voor civiel gebruik; - secundaire grondstoffen; en - andere milieugevaarlijke stoffen.
42
B IJLAGE 3 R ISICOANALYSE Verspil Risiconi Bal artikel
veau Activiteit
(Standa ard = 3)
Veiligh eid en gezond heid
Sch
Hinder,
ling
ade
overlast energi
aan
,
e,
mili
leefbaa
grond
eu
rheid
stoffen
Total e nega tief effec t
3.2.1 stookinstallatie
3
2
1
1
2
6
3.2.2 natte koeltoren
3
3
0
1
0
4
3.2.3 zendmast
3
0
0
1
0
1
3.2.4 windturbine
3
1
1
2
0
4
3.2.4 windturbine
bij risicobedrijven en 4
3.2.5 koelinstallatie 3.2.7 opslagtank voor gassen 3.2.7 opslagtank voor gassen 3.2.8 Opslagtank voor vloeistoffen 3.2.8 Opslagtank voor vloeistoffen 3.2.8 Opslagtank voor vloeistoffen
3 3 4 3 4 4
5 2
1
2
0
3
2
1
2
3
2
1
0
3
3
1
0
2
3
1
0
2
3
1
0
3
3
1
0
in verpakking
6 7 6 6 7
2
1 0
0
0
hoeveelheden brandstoffen grondwaterbeschermi ngsgebied toxische stoffen
code tabel 4.6 activiteitenregeling hoeveelheden en adr
3
6 2
3
1
0
code tabel 4.6 activiteitenregeling meer dan
3.2.9 opslaan van
veel meer dan tabel
gevaarlijke stoffen in verpakking
vergunningplichtige
minder dan
3.2.9 opslaan van in verpakking
ammoniak
hoeveelheden en adr
1 gevaarlijke stoffen
in de nabijheid van gasleidingen
8
3.2.9 opslaan van gevaarlijke stoffen
toelichting
4.6, wanneer 4
7
aanvullende maatregelen nodig
3
3
1
0
zijn (=bijna BRZO)
3.2.10 vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor
3
theatergebruik 3.2.11 ontplofbare stoffen voor civiel gebruik 3.2.12 opslaan van anorganische
3 3
3 3
0
0
0
3
0
0
1
2
1
0
1
43
4 4
mogelijk verdere onderverdeling nodig
meststoffen in verpakking 3.2.13 handelingen met bedrijfsafval of gevaarlijk afval voorafgaand aan
3
7
inzameling of afgifte 3.2.17 zelfstandige afvalwaterzuivering 3.2.17 zelfstandige afvalwaterzuivering
2 3
2
2
2
1
1
2
1
1
1
3
3
2
5
rioolgemalen
9
3.2.18 oppervlaktebehand eling met
3
oplosmiddelen
10 3
3
2
2
3.2.19 afvangen CO2 voor ondergrondse
3
0
n.v.t.
2
4
buitengebied
opslag 4.4 het exploiteren van een afvalverbrandingsin stallatie of afvalmeeverbrandin gsinstallatie
1
2
1
0
4.4 het exploiteren van een afvalverbrandingsin stallatie of
3
8
afvalmeeverbrandin gsinstallatie 4.7 maken van asfalt of asfaltproducten 4.8 maken van betonmortel 4.9 vormgeven van betonproducten 4.10 Grafische processen
3 3 3 3
3
2
2
1
1
2
3
2
1
1
2
0
1
1
2
0
0
1
1
0
8 4 4 2
4.10 Grafische processen
zeefdrukken voor 4
4.11 aanbrengen van lagen op metalen 4.11 aanbrengen van lagen op metalen 4.12 smelten en gieten van metalen 4.13 Stralen van metalen 4.14 Schoonbranden van metalen
3 4 3 3 3
5 1
2
1
1
2
2
3
0
2
3
2
0
0
1
0
1
2
1
2
0
3
2
2
0
44
grootschalige drukkerij
7 7 2 5 7
metaallagen, zoals verzinken anorganische deklagen geen metaal kleinschalig (in onze regio)
4.15 etsen en beitsen van metalen 4.16 Het lassen van metalen 4.17 het solderen van metalen
3 3 3
2
2
3
0
1
1
1
0
1
1
1
0
7 3 3
4.18 Het mechanisch en thermisch bewerken van
3
metalen
2 0
1
1
0
4.18 Het mechanisch en thermisch bewerken van
in woonwijken i.c.m. 4
metalen 4.19 het mechanisch bewerken van steen 4.19 het mechanisch bewerken van steen
3 4
4 0
1
3
0
0
0
1
1
0
0
3
1
grootschalige activiteit
2 4
in woonwijken
4.20 het mechanisch bewerken van
3
diverse materialen
3 0
1
2
0
2
2
1
0
4.21 Het reinigen, lijmen en coaten van
3
diverse materialen
5
4.21 Het reinigen, lijmen en coaten van
3
diverse materialen
6 2
3
1
0
2
2
3
0
schaalgrootte/ hoofdactiviteit
4.21 Het reinigen, lijmen en coaten van
4
diverse materialen
7
in woonwijken
5
onafhankelijk van
4.22 Het onderhouden en repareren van verbrandingsmotor en, gemotoriseerde
wel bezoeken 3
voertuigen,
woonwijk
vaartuigen of werktuigen
2
2
0
1
4.22 Het onderhouden en repareren van verbrandingsmotor en, gemotoriseerde
4
6
in woonwijken
6
in woonwijken
voertuigen, vaartuigen of werktuigen
2
2
1
1
4.23 het proefdraaien van verbrandingsmotor
2
en 4.23 het proefdraaien van
3
1
2
3
0
1
2
1
0
45
4
verbrandingsmotor en 4.24 het schoonmaken van
3
pleziervaartuigen 4.25 Verwerken van rubbercompounds
3
6 1
3
1
1
2
2
2
0
0
2
1
1
1
1
2
1
2
2
3
0
0
1
1
1
6
4.26 het verwerken van thermoplastisch
3
kunststof 4.27 Voedingsmiddeleni ndustrie 4.27 Verwerken van polyesterhars 4.28 Voedingsmiddeleni ndustrie
3 3 3
4
5 7 3
4.28 Voedingsmiddeleni ndustrie
detailhandel/catering verwarmen van
4
9 2
2
3
2
organische materialen; grotere complexen
4.29 Gasdrukregelstation en gasdrukmeetstation (bij niet
3
2
meldingsplichtig
6
grote omvang
vergunningplichtige activiteiten) 4.34 oplosmiddeleninstal latie 4.35 tanken en opslaan van LPG 4.36 tanken en opslaan van LNG 4.37 tanken van CNG
3 3 3 3
1
0
0
1
2
2
2
0
3
2
1
0
3
2
1
0
3
1
1
0
6 6 5
4.38 tanken en opslaan van waterstof
nieuwe ontwikkeling: 3
5 3
4.39 Kleinschalig tanken 4.39 Kleinschalig tanken
3 4
1
1
0
1
2
1
0
3
1
1
0
4 4
bij vloeibare brandstoffen Gas grondwaterbeschermi
4 3
5 1
3
1
0
3
3
1
0
3
0
bunkerstations
46
ngsgebied bij vloeistoffen
7
4.41 het opslaan van brandstoffen in
goed te blijven volgen
4.39 Kleinschalig tanken
4.40 Grootschalig tanken
een onderwerp om
4.42 kleinschalig tanken van brandstoffen
3
aan vaartuigen
5 2
2
1
0
4.43 het grootschalig tanken van brandstoffen aan
3
vaartuigen 4.44 wasstraat of wasplaats 4.45 verwijderen van graffiti
3 3
7 3
3
1
0
1
2
1
1
1
2
0
0
3
3
1
0
3
3
1
0
5 3
4.47 autodemontage en tweewielerdemonta
3
ge 4.48 opslaan van autowrakken
3
7
7
4.49 een zuiveringtechnisch
3
werk
7 1
1
3
2
4.50 het ontvangen van afvalstoffen (als er geen
koppelen aan een 3
0
vergunningplicht
concreet voorbeeld moeizaam
geldt) 4.51 een milieustraat 4.51 een milieustraat 4.52 Het opslaan van verwijderd asbest 4.52 Het opslaan van verwijderd asbest 4.53 het exploiteren van een tandartspraktijk 4.54 crematorium
3 3 3 4 3 3
1 3 3
1 3 1
1
1
1
1
1
0
3
1
1
0
0
1
0
1
1
1
1
2
4 8 5 5 2
laboratorium of een
4.57 Chemisch reinigen van textiel 4.57 Chemisch reinigen van textiel
3 3 4
8 2
3
1
2
1
0
3
0
asbest niet hechtgebonden asbest schaalgrootte:klein
2
3
1
2
1
3
1
2
8 7
3
0
1
1
0
2
3
1
0
0
0
1
4.60 buitenschietbaan
3
1
2
1
0
4
0
1
2
0
3
47
eerste controle en
4
4.59 binnenschietbaan
n
hechtgebonden
daarna aanpassen
4.58 een jachthaven
4.61 kleiduivenschietbaa
gevaarlijke stoffen
goed controleren bij 3
praktijkruimte 4.56 Traumahelikopters
met KCA en
5
4.55 In werking hebben van een
zonder KCA
3
type oplosmiddel: PER type oplosmiddel: TRI
4.62 het aanmaken en transporteren via vaste leidingen van gewasbeschermings
Uitgegaan van 3
3
bovengrondse leidingen
middelen, biociden of bladmeststoffen
1
1
0
1
4.63 Aanmaken van gewasbeschermings middelen of
3
2
meststoffen op landbouwgronden
1
1
0
0
4.64 Gebruiken van gewasbeschermings middelen of meststoffen op braakliggende
3
7
landbouwgronden en bij teelt van gewassen in de openlucht
2
2
2
1
4.65 Behandelen van geoogste gewassen met
3
2
gewasbeschermings middelen
1
1
0
0
4.65 Behandelen van geoogste gewassen met
ligging: 4
5
gewasbeschermings
ngsgebieden
middelen
2
3
0
0
4.66 Reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde
3
gewassen
2 0
1
0
1
4.67 Reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch
3
geteelde gewassen 4.68 Spoelen van gewassen
3
2 0
1
0
1
0
1
0
0
1
4.69 Spoelen van nietbiologisch geteelde bloembollen of
3
bloemknollen
3 0
2
0
1
4.70 Spoelen van biologisch geteelde
3
gewassen
1 0
0
0
1
0
0
0
0
4.71 Sorteren van nietbiologisch geteeld fruit
grondwaterbeschermi
3
0
48
4.72 Sorteren van biologisch geteeld
3
fruit
0 0
0
0
0
0
0
0
0
4.73 Substraatteelt van gewassen in de
3
openlucht
0
4.74 Substraatteelt van gewassen op stellingen of in een
3
0
gotensysteem in de openlucht 4.75 Assimilatiebelichtin g
3
0
0
0
0
0
1
1
0
0
0
0
0
2
4.76 Drainwater bij substraatteelt in
3
een kas
0
Biologisch
1
Niet biologisch
0
Biologisch
1
Niet biologisch
4.76 Drainwater bij substraatteelt in
3
een kas
0
1
0
0
0
0
0
0
4.77 Drainagewater bij grondgebonden
3
teelt in een kas 4.77 Drainagewater bij grondgebonden
3
teelt in een kas
0
1
0
0
4.78 Overig afvalwater van kassen
Uitgegaan van 3
1 0
1
0
0
hemelwater van de kas
4.79 Lozen van afvalwater bij telen van gewassen in
3
een gebouw 4.80 Bereiden van gietwater
3
1 0
1
0
0
1
1
0
0
2
4.81 Bereiden van drinkwater voor landbouwhuisdiere
3
n 4.82 Dierenverblijven
3
1 0
1
0
0
-
-
-
-
0
0
1
0
1
0
0
1
0
1
1
1
2
1
5
0
4.82 Dierenverblijven voor nietlandbouwhuisdiere
3
n 4.82 Dierenverblijven overig
3
4.82 Dierenverblijven: IPPCinstallatiesTradition ele dierenverblijven
3
49
nader uitgesplitst in categorien
4.82 Dierenverblijven: IPPCinstallatiesEmissiear me dierenverblijven
3
voor landbouwhuisdiere n 4.82 Dierenverblijven: IPPC-installaties
2
3
3
2
0
2
1
0
0
2
1
0
10
3
4.83 Opslaan van vaste mest, compost of
3
dikke fractie
3
4.84 Opslaan van kuilvoer of vaste
3
bijvoedermiddelen
3
4.85 Opslaan van gebruikt
3
substraatmateriaal
3 0
2
1
0
4.86 Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in
3
mestbassin 4.87 Mestbehandelingsin stallatie 4.88 Mestvergistingsinst allatie
3 3
5 2
2
1
0
1
1
3
1
2
3
2
1
6 8
4.89 het composteren en opslaan van
2
groenafval
4 0
2
2
0
2
2
3
0
kleinschalig, bv volkstuinen
4.89 het composteren en opslaan van
3
groenafval
7
grootschalig
4.90 Het reinigen van werktuigen, voertuigen of apparatuur voor
3
3
agrarische activiteiten
1
1
1
0
4.90 Het reinigen van werktuigen,
Aanwezigheid van
voertuigen of
gevaarlijke stoffen
apparatuur voor
3
6
agrarische
(olie/bestrijdingsmid delen
activiteiten
2
3
1
0
3
0
0
1
3
0
0
2
4.101 Vullen van gasflessen met
3
propaan of butaan
4
4.101 Vullen van gasflessen met
grootte: bij 4
propaan of butaan
5
hoofdactiviteit / core business
50
4.104 het opslaan van goederen 4.104 het opslaan van goederen
3 4
0
0
1
0
1
3
3
0
1 7
inert niet inert i.cm. grote hoeveelheden
4.105 het exploiteren van een
3
0
3
4
n.v.t.
benzineterminal 4.106 het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen
2
2
0
0
4.106 het opstellen van
type
voertuigen, opleggers of
4
6
aanhangers met gevaarlijke stoffen
3
3
0
veiligheidssysteem: de grootte van het insluitsysteem: groot
0
4.106 het opstellen van voertuigen, opleggers of
ligging openbare 4
7
aanhangers met gevaarlijke stoffen 4.107 Het laden en lossen van schepen 4.107 Het laden en lossen van schepen 4.107 Het laden en lossen van schepen 4.108 Buisleiding met gevaarlijke stoffen
ruimte binnen bebouwde kom
3 3 4 4
3
1
0
0
0
2
0
3
2
2
0
2
2
2
1
2 7
type: stuks / containers etc type: gevaarlijke stoffen
7
type: los materiaal
3
0
niet beoordeeld
3
0
4.109 werkzaamheden met een verplaatsbaar
niet van toepassing binnen provincie
mijnbouwwerk 4.110 lozen van koelwater (bij niet vergunningplichtige
onbekend mee (we 3
activiteiten) 4.113 het houden van militaire oefeningen
5 1
3
0
voorbeeld)
1
3
0
3
0
4.115 het exploiteren van een militaire schietbaan
51
kennen geen
we zijn geen bevoegd gezag we zijn geen bevoegd gezag
B IJLAGE 4 P REVENTIESTRATEGIE De preventiestrategie is gericht op het voorkomen van overtredingen middels communicatie en voorlichting en maakt een integraal onderdeel uit van de U&H-Strategie regio Utrecht 2022-2023. Bij het geven van voorlichting en voorkomen van overtredingen werken we samen. Afhankelijk van het doel vindt samenwerking plaats in de regio met de gemeenten en provincie, waterschappen, veiligheidsregio en diensten van rijksoverheden als ook het bedrijfsleven, agrariërs, horeca.
1. V O O RL ICH TING Via voorlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen dat overtredingen ontstaan door een gebrek aan informatie en kennis. Inwoners en bedrijven worden geïnformeerd door de omgevingsdiensten, gemeenten en provincie over verandering van wet- en regelgeving, de op hun rustende informatie- en meldingsplicht, indieningsvereisten en mogelijkheden tot aanvragen van vergunning(en) et cetera. Voorlichting vindt o.a. plaats door: •
•
•
• •
•
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): Een goede digitale ondersteuning bij de invoering van de Omgevingswet is essentieel. Het DSO zorgt voor deze ondersteuning. Alle digitale informatie is straks op één plek te vinden. Via het Omgevingsloket kan iedereen snel zien wat op een locatie mag en wat niet onder de Omgevingswet en voor welke activiteiten. Het een informatie- of meldingsplicht dan wel vergunningplicht bestaat. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of melding indienen in het DSO. Informatieverstrekking via social media en de websites van onze gemeenten, provincie en omgevingsdienst met verwijzing naar websites van (landelijke) overheden met actuele informatie over wetgeving en indieningsmogelijkheden. (Voor-)overleg over bijvoorbeeld de vindbaarheid en interpretatie van indieningsvereisten, gemeente specifieke bepalingen, slagingskans van plannen, te volgen procedures, andere benodigde toestemmingen, de scope en doorlooptijden van de procedures, kritische aspecten en mogelijkheden voor indiening van aanvragen (in fasen, in delen of integraal). Bespreken van (toetsings-)resultaten na indiening van een conceptaanvraag. Bij weigering of het buiten behandeling laten van de aanvraag, de aanvrager vóór bekendmaking te informeren over het besluit en de overwegingen. Informatieverstrekking en (voor-)overleg tijdens controles.
52
2. (V O O R -) O V E RL E G BIJ PL ANNE N E N INITIA TIE V E N De omgevingsdienst beoordeelt zo vroeg mogelijk plannen en initiatieven integraal, mede op basis van de vergunningenstrategie. Daarbij worden in voorkomende gevallen partners, adviseurs en belanghebbende derden betrokken. Dit betekent dat de omgevingsdienst bij (concept)aanvragen onder het (basis-)takenpakket op verzoek deelneemt aan (voor-)overleggen bij initiatieven, in het behandelteam van de gemeente wordt opgenomen én inzage heeft in het dossier in verband met milieurisico’s in relatie tot politieke en/of maatschappelijke gevoeligheden. Het eindresultaat van het vooroverleg op basis van een conceptaanvraag betreft, naast inzicht in meer procedurele randvoorwaarden, een ambtelijke indicatie van de haalbaarheid van een initiatief op bepaalde maatgevende facetten. Voor initiatieven waarbij activiteiten gaan plaatsvinden of gevolgen gaan hebben voor activiteiten binnen het basistakenpakket, geeft de omgevingsdienst een advies aan het bevoegd gezag. De aanvrager kan zijn initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken en loopt zodoende in het formele vergunningentraject niet meer tegen onverwachte obstakels aan. De werkwijze met omgevingstafels in het kader van de Omgevingswet sluit hierop aan. Zie verder de vergunningenstrategie in bijlage 5.
3. (V O O R -) O V E RL E G BIJ O V E RTRE D ING E N Ook na het constateren van een overtreding van de regels is de inzet om eerst in overleg met partijen of via bemiddeling tussen partijen tot een werkbare oplossing te komen. Zo mogelijk kan dit ertoe leiden om zaken alsnog te legaliseren. De omgevingsdienst spant zich in het aantal klachten zo klein mogelijk te houden. Het afhandelen van klachten en meldingen heeft binnen de omgevingsdienst een hoge prioriteit. Dit betekent dat klachten en overlastmeldingen, indien urgent, direct worden opgepakt en een snelle opvolging van klachten is geborgd. Zie verder de toezichtstrategie in bijlage 7.
53
B IJLAGE 5 V ERGUNNINGENSTRATEGIE De bijlage Vergunningenstrategie maakt een integraal onderdeel uit van de U&H-strategie regio Utrecht 2022-2024. Voorbeelden die in deze strategie worden gebruikt zijn nog gebaseerd op de situatie voor de Omgevingswet. We werken in deze periode toe die steeds meer omgevingswetproof is.
1. U ITV O E RE N V E RG UNNING V E RL E NING Op het niveau van het beschikken op een vergunningaanvraag kan deze langs twee assen worden gelegd. Deze assen zijn de 1. technisch-inhoudelijke complexiteit; en de 2. sociaal-maatschappelijke complexiteit van de situatie, die klein of groot kunnen zijn.
De assen worden als volgt beschreven: Ad 1. Technisch-inhoudelijke complexiteit Elke vergunning bestaat uit een mix van standaard- en specifieke voorschriften. Als de technisch-inhoudelijke complexiteit van de specifieke situatie (de inrichting of activiteit in kwestie en/of het gebied waar de inrichting is gelegen of de activiteit plaatsvindt) klein is, ligt het accent vooral op standaardvoorschriften en minder op specifieke voorschriften. Omgekeerd ligt het accent vooral op specifieke voorschriften en minder op standaardvoorschriften als de technischinhoudelijke complexiteit van de situatie (inrichting, activiteit en/of omgeving) groot is.
Ad 2. Sociaal-maatschappelijke complexiteit De omgeving wordt ingedeeld naar objectieve en subjectieve kwetsbaarheid. De typologie van de omgeving houdt de bepaling in of op relatief korte afstand sprake is van kwetsbare objecten. Dit is belangrijker naarmate de potentiële impact van een bedrijf groter is. Het gaat hier om de objectieve typering van de omgeving. Daarnaast moet worden geïnventariseerd of er sprake is van weerstand in de omgeving. Het kan zijn dat er veel klachten zijn of dat er een actiegroep actief is. Hier betreft het de subjectieve typering van de omgeving. Wanneer de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de omgeving gering is, kan het proces van tot stand brengen van een vergunning rechttoe rechtaan zijn. Als de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de omgeving daarentegen groot is, ligt het totstandbrengingproces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de betrokken inrichting of initiatiefnemer en diens voorgeschiedenis of economisch belang en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren. In dit geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens zo belangrijk als de inhoud; afstemming, overleg 54
en/of samenwerking zullen noodzakelijk zijn tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk) en bijvoorbeeld de omgevingsdienst, de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden. NB: Hier ligt ook een link met de Landelijke handhavingstrategie, waarin verschillende typen normadressaten worden onderscheiden (belanghebbende personen of organisaties en bedrijven waarvoor de regels gelden). Een vergelijkbare werkwijze is gebruikt in deze strategie, in de as sociaal-maatschappelijke complexiteit.
De beoordeling op sociaal-maatschappelijke complexiteit kan worden bepaald via: • • • • •
internet en andere open bronnen (bedrijf/naam aanvrager); klachtenregistratie; de accounthouder; personen met gebied specifieke kennis/branche kennis; andere afdeling of overheid.
2. V IE R TY PE N V E RG UNNING E N E N ME L D ING E N Er zijn vier typen vergunningen en meldingen. Eerst zullen de vergunningentypen worden toegelicht. Daarna wordt ingegaan op de type meldingen. In de beschreven voorbeelden wordt nog gebruik gemaakt van de termen Activiteitenbesluit. Onder de Omgevingswet is er sprake van het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Ook wordt er in de voorbeelden gesproken over Obm (omgevingsvergunning beperkte milieutoets). Na inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaat de OBM niet meer. De wetgever heeft alle OBM-plichtige activiteiten opnieuw bekeken. Vaak komt er geen vergunningplicht in plaats van de OBM. Dan gelden de algemene regels van het Bal. Tijdens het schrijven van de U&H-strategie is de Omgevingswet nog niet in werking getreden. Vergunningen In combinatie leiden beide assen tot vier typen vergunningen (zie figuur 1): 1. 2. 3. 4.
Vergunning eenvoudig Vergunning specifiek Vergunning eenvoudig+ Vergunning specifiek+
55
Figuur 1: 4 typen vergunningen, Vier typen vergunningen, afhankelijk van de technisch-inhoudelijke en sociaal-maatschappelijke complexiteit van de specifieke situatie van de inrichting of activiteit en/of het gebied waarin de inrichting is gevestigd of activiteit plaatsvindt.
Technisch-inhoudelijke complexiteit klein Vergunning
Vergunning
eenvoudig
eenvoudig+
Sociaal-maatschappelijke complexiteit klein Vergunningspecifiek
Vergunning
Sociaal-maatschappelijke complexiteit groot
specifiek+
Technisch-inhoudelijke complexiteit groot
Figuur 2: Vier typen vergunningen, afhankelijk van de technisch-inhoudelijke en sociaal-maatschappelijke complexiteit van de specifieke situat Toelichting open/of de het vier typen inrichting of activiteit gebied waarinvergunningen: de inrichting is gevestigd of de activiteit plaatsvindt.
1. Vergunning eenvoudig: Toelichting op de vier typen vergunningen: Technisch-inhoudelijk noch sociaal-maatschappelijk complex: stel een vergunning op die vooral bestaat uit standaardvoorschriften. Voorbeeld: een betonmortelbedrijf wil de grondstoffenopslag verplaatsen en de productiecapaciteit niet verhogen. Het bedrijf ligt op een gezoneerd bedrijventerrein. Er zijn geen locatiespecifieke problemen te verwachten. Technisch-inhoudelijk noch sociaalmaatschappelijk complex. Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) is vereist en daarnaast een Melding Activiteitenbesluit met eventueel maatwerk voor geluid (zonegebied). Toepassing van o.a. het geluidbeleid van het bevoegd gezag. 2 Vergunning specifiek: Technisch-inhoudelijk complex, sociaal-maatschappelijke complexiteit klein: de vergunning bestaat voor het technisch-inhoudelijk complexe deel uit specifieke voorschriften. Voorbeeld: een laboratoriumbedrijf wil een aantal experimenten uitvoeren. Bij de experimenten worden genetisch gemodificeerde organismes (ggo’s) gebruikt (aangewezen EU-categorie, waarvoor vergunningplicht geldt). Het bedrijf is gevestigd op een bedrijventerrein, sociaal-maatschappelijk gezien zijn er geen problemen te verwachten.
Technisch-inhoudelijk is het een lastige aanvraag waarmee bevoegd gezag en omgevingsdienst geen ervaring hebben voor wat betreft risico’s en bepaling van de specifieke vergunningvoorschriften. Via de landelijke kennis- en infrastructuur komen casemanager en vergunningverlener in contact met een soortgelijke aanvraag. 3 Vergunning eenvoudig+: Technisch-inhoudelijk gezien niet complex, sociaal-maatschappelijke complexiteit groot: de vergunning bestaat hoofdzakelijk uit standaardvoorschriften.
56
De sociaal-maatschappelijke complexiteit leidt tot extra aandacht voor zorgvuldige communicatie, overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de uitvoerende dienst, de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden. Voorbeeld: het voornemen bestaat een asielzoekerscentrum te vestigen in een bestaand bedrijfsgebouw dat voor de nieuwe bestemming uitgebreid dient te worden met een keukengebouw en een gebouw met slaapgelegenheid voor 150 personen. Technischinhoudelijk niet complex voor wat betreft bouwvoorschriften, milieuvoorschriften en voorschriften voor brandveiligheid. Het centrum stuit echter op grote bezwaren vanuit de omgeving. Sociaalmaatschappelijke context is groot. Voordat de vergunningverlener aan de slag gaat, moet het bevoegd gezag communicatie strategisch toepassen. 4 Vergunning specifiek+: Zowel technisch-inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk complex: de vergunning bestaat voor het technisch-inhoudelijk complexe deel uit specifieke voorschriften; de sociaal-maatschappelijke complexiteit leidt tot extra aandacht voor zorgvuldige communicatie, overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de uitvoerende dienst, de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.
Voorbeeld: een groot agrarisch bedrijf dat valt onder de IPPC-richtlijn (preventie en bestrijding verontreiniging) wil uitbreiden met een covergistingsinstallatie. Er is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig en daarnaast omgevingsvergunning voor Bouw, Milieu, Wet natuurbescherming (i.v.m. N2000-gebied) en Waterwet. Omwonenden hebben eerder bezwaar gemaakt tegen het bedrijf i.v.m. geuroverlast. Technisch-inhoudelijk en sociaal-maatschappelijk een complexe aanvraag, waarin casemanagement een belangrijke rol vervult. Toepassing van o.a. het geurbeleid van het bevoegd gezag. Meldingen Er zijn vier typen meldingen: 1. 2. 3. 4.
Melding eenvoudig Melding specifiek Melding eenvoudig+ Melding specifiek+
Toelichting op de vier typen meldingen 1 Melding eenvoudig; Melding beoordelen en in beginsel geen actieve opvolging geven. Voorbeeld: een bedrijf meldt het plaatsen van een propaantank. Het bedrijf is gevestigd in het buitengebied, de tank wordt volgens de bijgeleverde tekening geplaatst op een afstand van 20 meter van enig bouwwerk. Een erkende installateur plaatst de tank. De melding wordt beoordeeld op indieningsvereisten, gepubliceerd en overgedragen aan toezicht
57
2 Melding specifiek: Melding beoordelen en actief opvolgen door het stellen van maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid. Voorbeeld: een meldingsplichtig bedrijf (type B) met een opslag voor gevaarlijke stoffen (< 10 ton) is van plan gevaarlijke stoffen af te tappen uit verpakkingen in de opslag en meer gevaarlijke stoffen als werkvoorraad buiten de opslag aan te houden dan de PGS-15 toestaat. Er is een melding Activiteitenbesluit vereist die moet worden beoordeeld op indieningsvereisten en specifieke omschrijving van aard en omvang van de nieuwe activiteiten. Voor deze activiteiten is een maatwerkbesluit vereist en afstemming nodig met I-SZW (medebevoegd gezag) en eventueel advies van de veiligheidsregio (brandveiligheid werkvloer, doorvoeringen in brandcompartiment).
3 Melding eenvoudig+: Melding beoordelen en actief opvolgen met extra aandacht voor het informeren van belanghebbenden (bevoegd gezag ambtelijk/bestuurlijk, belanghebbende derden). Voorbeeld: naar aanleiding van een melding dat in een horecagebouw een sekswinkel wordt gevestigd (wijziging inrichting) informeert het bevoegd gezag omwonenden voordat de melding in de krant wordt gepubliceerd. 4 Melding specifiek+: Melding beoordelen en actief opvolgen door het stellen van maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid met extra aandacht voor het informeren en betrekken van belanghebbenden (bevoegd gezag ambtelijk/bestuurlijk, belanghebbende derden).
Voorbeeld 1: een groot bouwwerk staat op de nominatie om te worden gesloopt. In verband met asbest in het bouwwerk is een melding Bouwbesluit vereist voor de sloop (> 10m3 bouw- en sloopafval) en de aanwezigheid van asbest. Voor de verwerking van het steenachtig bouw- en sloopafval wordt een mobiele puinbreker ingezet. Daarvoor is een melding nodig voor de relevante AMvB. De helft van een rijbaan wordt tijdelijk gestremd inclusief een parkeerstrook. De omwonenden worden in een bijeenkomst geïnformeerd over de plannen en de voorgestelde maatregelen ter voorkoming van overlast (stof, geluid) en ter voorkoming van onrust vanwege de verwijdering van asbest (mannen in witte pakken…).
Voorbeeld 2: een BRZO-bedrijf is van plan een meldingsplichtige wijziging (Activiteitenbesluit) doorvoeren. Het betreft het vernieuwen van de uitpandige opslagtanks voor afvalolie. De oude constructie wordt gesloopt en er wordt een nieuwe (uitpandige) opslag gerealiseerd. De capaciteit gaat van 80 naar 120 m3. Voor het onderdeel Milieu is een melding Activiteitenbesluit vereist. De wijziging heeft impact op het (geconsolideerd) BRZO-dossier en het inspectieplan.
58
Bij een meervoudig dossier borgt het bevoegd gezag dat dit gebeurt met extra aandacht. Dit betekent overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de inrichting of initiatiefnemer in kwestie, de omgevingsdienst, andere betrokken overheden en belanghebbende derden.
3. B ASISW E RKW IJ Z E V OO R V E RG UNNING V E RL E NING E N AF H AND E L ING V AN M E L D ING E N
Er is een basiswerkwijze voor vergunningverlening en de afhandeling van meldingen. Bij de toedeling van taken is het uitgangspunt dat de frontoffice is ondergebracht bij de bevoegde gezagen. Het ‘gemeenteloket’ is hiermee voor inwoners en bedrijven dé ingang ten aanzien van het omgevingsrecht. In de backoffice bevinden zich de afzonderlijke gemeentelijke of provinciale disciplines en de omgevingsdiensten voor de taken ten aanzien van milieu, bodem en asbest. Het bevoegde gezag verzorgt van iedere aanvraag en melding: • • • • • •
• • • • • •
de registratie en intake van de klantvraag; het bepalen van bevoegd gezag; het onderzoek welke toestemmingen nodig zijn voor een bepaalde activiteit; het digitaliseren (met ontvangstbevestiging); het casemanagement van de aanvraag; het uitzetten bij behandelende dienst (ODRU of RUD) en overige interne- en externe adviseurs, evenals bepalen van overlegvorm, zoals omgevingstafel; het publiceren van aanvragen en (ontwerp)beschikkingen; het bewaken van termijnen van lopende procedures en de voortgang; het aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; de besluitvorming op aanvragen en na zienswijzen; het archiveren van de melding, beschikking (analoog en digitaal) en alle relevante stukken; het bijwerken van de gegevens om het inrichtingenbestand volledig te houden. De omgevingsdiensten kunnen op verzoek van het bevoegd gezag een of meerdere van bovenstaande activiteiten uitvoeren.
Voor het basistaakgedeelte verzorgt de omgevingsdienst in ieder geval: •
• • •
het toetsen van volledigheid en ontvankelijkheid op basis van indieningsvereisten en opstellen advies richting bevoegd gezag bij buiten behandeling laten; het (vak)inhoudelijke toetsen aan alle relevante beoordelingskaders; het uitvoeren van een handhaafbaarheidstoets; het bewaken van de afgesproken (advies)termijnen aan het bevoegd gezag; 59
•
het opstellen van de (ontwerp)beschikking of het advies aan het bevoegd gezag.
De volgende procedures zijn mogelijk: • • • •
Meldingen; Reguliere aanvraagprocedure; Uitgebreide aanvraagprocedure; Gefaseerde aanvraag (eerste fase en tweede fase).
Bij het besluiten op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgen wij de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Omgevingswet. Op meldingen volgt geen besluit. Bij de behandeling wordt inhoudelijk getoetst én beoordeeld of aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn. Indien op de algemeen geldende voorschriften aanvullende of concretere uitwerking van voorschriften nodig is voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaafbaarheid, worden nadere voorwaarden (in geval van sloop) of maatwerkvoorschriften (in geval van milieu) opgelegd of een gelijkwaardigheidsbesluit genomen. Na beoordeling ontvangt de melder een bevestigingsbrief. De basiswerkwijze voor het behandelen van een aanvraag/melding is vastgelegd in het registratiesysteem van de omgevingsdienst, waarbij de processtappen worden doorlopen en wordt aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. Het gaat hier om de processtappen op hoofdlijnen. Voor de meest voorkomende correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn standaarden beschikbaar. Voor voorschriften wordt gebruik gemaakt van een standaard voorschriftenpakket. Meldingen en besluiten worden (als de omgevingsdienst een mandaat heeft) ter kennisname aan het bevoegd gezag beschikbaar gesteld.
4. O NTV A NKE L IJ KH E ID Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen dan mogelijk, wanneer de vereiste stukken aanwezig zijn. De indieningsvereisten zijn landelijk geüniformeerd en toegeschreven op de verschillende categorieën van activiteiten. Het consequent toetsen op ontvankelijkheid voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. Als detailuitwerkingen ontbreken wordt wel alvast een inhoudelijke beoordeling van de overige stukken gemaakt. We verrichten een volledige ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen en meldingen. Als de ontbrekende stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt dat zijn aanvraag buiten behandeling blijft, waartegen bezwaar kan worden ingediend. Bij een melding kan de melder erop gewezen worden dat, als de gegevens niet aangeleverd worden of onvolledig 60
blijven, deze de activiteit niet kan uitvoeren. Tegen het niet óf onvolledig indienen van een melding of vergunningaanvraag kan handhavend worden opgetreden.
Indien met de verlening van een vergunning het gevaar bestaat dat daarmee strafbare feiten gepleegd zullen worden of dat uit strafbare feiten verkregen geld benut zal worden, wordt in het voortraject of na ontvangst van de aanvraag door de deelnemer een Bibob-toets uitgevoerd. De situaties waarbij een Bibob-toets wordt uitgevoerd, zijn vastgelegd in het Bibob-beleid van het bevoegd gezag.
5. S AM E NW E RKING BIJ D E VE RG UNNING V E R L E NING In de regio Utrecht zijn samenwerkingsafspraken gemaakt omtrent meervoudige vergunningen. Deze afspraken zijn in bijlage 5 opgenomen.
61
B IJLAGE 6 S AMENWERKINGSAFSPRAKEN MEERVOUDIGE VERGUNNINGEN REGIO UTRECHT Algemene uitgangspunten van de samenwerking
Aanleiding Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. Met de Omgevingswet ontstaat er één wettelijke regime voor alle activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. inwoners, bedrijven en anderen kunnen - eenvoudiger dan voorheen - nagaan welke activiteiten vergunningvrij, meldingsplichtig of vergunningsvrij zijn en welke kaders er voor die activiteiten gelden. Om het daadwerkelijk gemakkelijker te maken voor aanvragers gaan overheden, meer dan voorheen, samenwerken en stemmen zij hun procedures nog meer op elkaar af. In maart 2020 zijn de overheden die in de regio Utrecht de Omgevingswet gaan uitvoeren (hierna: de ketenpartners), gestart met een traject om te komen tot de regionale samenwerkingsafspraken voor de uitvoering van de Omgevingswet. De overheden die geen bevoegd gezag zijn - zoals omgevingsdienst, veiligheidsregio en de GGD - noemen we adviseur. De overheden die bevoegd gezag zijn - zoals het college van burgemeester en wethouders, het college van gedeputeerde staten, de Minister van Verkeer en Waterstaat2 en het college van dijkgraaf en (hoog)heemraden - noemen we in dit document bevoegd gezag. Het traject heeft het onderhavige document opgeleverd. Het document bestaat uit twee gedeelten. 1.
Algemene uitgangspunten die de ketenpartners hanteren in het kader van een effectieve, efficiënte en coöperatieve uitvoering van de Omgevingswet. Partijen kunnen elkaar op handelen in strijd met deze algemene uitgangspunten aanspreken. De algemene uitgangspunten zijn steeds geformuleerd op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid. In een overeenkomst worden deze uitgangspunten tussen betrokken partijen verder uitgewerkt.
2.
Een uitwerking van de algemene uitgangspunten, in de vorm van procesafspraken. Die procesafspraken richten zich op de uitwisselmomenten en de doorlooptijden in het omgevingsvergunningsproces bij meervoudige vergunningen3 in de regio Utrecht. De procesafspraken gaan niet over de interne processen,