CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

220216 Uniforme regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie omgevingsdienst RUD (358050)

Informatie in de Raad 6 april 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Uniforme regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie omgevingsdienst RUD26.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

inlichtingen bij

doorkiesnummer

Jelmer Ridder

Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn

(035) - 548 16 11

uw kenmerk ons kenmerk

350239 / 358050

datum

16 februari 2022

portefeuillehouder(s) onderwerp

Wethouder Vissers Uniforme regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie omgevingsdienst RUD

Geachte leden van de raad en steunfractieleden, Het college van de gemeente Baarn heeft de uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) voor haar omgevingsdienst RUD vastgesteld. Deze strategie gaat over de kaders op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van de milieutaken die gemeenten en provincie Utrecht hebben overgedragen aan de omgevingsdiensten (ODRU en RUD). Voor de gemeente Baarn worden de uit te voeren taken jaarlijks opgenomen in een uitvoeringsprogramma met de RUD. De colleges van burgemeester & wethouders en Gedeputeerde Staten in Utrecht zijn bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken. Totstandkoming strategie Deze U&H-strategie is op unieke wijze in de regio ontstaan door samenwerking met alle 26 gemeenten, de provincie Utrecht en de twee omgevingsdiensten. De strategie is in beginsel voor twee jaar (2022 en 2023) van toepassing. De U&H-strategie wordt op die basis verder doorontwikkeld. De U&H-strategie is Omgevingswet-proof. Dat wil zeggen dat de U&H-strategie ook van toepassing is als de Omgevingswet (en wet kwaliteitsborging) in werking treedt, en ook adaptief in de geest van deze wet. Beide omgevingsdiensten zijn zeer enthousiast over deze samenwerking en het resultaat ervan. Er is een stevige basis gelegd en zij zien uit naar de doorontwikkeling, ook al is deze niet zonder uitdaging.

De exacte impact van de Omgevingswet op de werk is immers nog niet bekend. Ook zullen er in die doorontwikkeling nog bestuurlijke keuzes gemaakt moeten worden. Het schept vertrouwen dat we met elkaar de basis hebben gelegd en de uitgangspunten voor de doorontwikkeling ondersteunen. Het hebben van een uniforme U&H-strategie voor de regio Utrecht is naast een wens ook een wettelijke verplichting. Nu nog onder het Besluit omgevingsrecht, straks onder het Omgevingsbesluit. In het kader van Interbestuurlijk Toezicht voert de provincie Utrecht toezicht op de uitvoering van de U&H-strategie. Zij is in toenemende mate kritisch op het ontbreken van een dergelijke strategie tot nu toe.

1

Positionering van de U&H-strategie De U&H-strategie is van toepassing op de VTH taken die de omgevingsdiensten namens gemeenten en de provincie uitvoeren. Voor de VTH-taken die de gemeente Baarn zelf uitvoert (thuistaken) blijft het eigen vigerende VTH-beleid gelden. Dit VTH-beleid voor de thuistaken (nu: Integraal Handhavingsplan) wordt later dit jaar geactualiseerd. De regionale U&H-strategie geeft invulling aan strategische doelen en beschrijft uitvoeringskaders (strategieën). De strategie wordt vertaald in een jaarlijkse uitvoeringsprogramma die vervolgens weer geëvalueerd wordt voor vaststelling van het opvolgende jaar. De basis voor deze uitvoerings- en handhavingsstrategie ligt in de Omgevingswet en de ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’ die door uw gemeenteraad, de overige gemeenteraden van de provincie Utrecht en gedeputeerde staten zijn vastgesteld. ‘Uitvoerings- en Handhavings-strategie’ is een term die in de Omgevingswet wordt gehanteerd. De kern hiervan is een beschrijving van uitvoeringskaders voor vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken voor de milieutaken die aan de RUD zijn overgedragen.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

M.A. Röell burgemeester Bijlagen: -350239 uniforme regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie

2

UNIFORME UITVOERING- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE 2022-2023

20 december 2021

I NHOUD Bestuurlijke samenvatting ........................................................................................................................ 5 Deel I: De strategie ................................................................................................................................... 8 1 INLEIDING............................................................................................................................................. 8 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 8 1.2 Achtergrond .................................................................................................................................... 9 1.3 Positionering en status U&H-strategie ........................................................................................... 9 1.4 Scope ............................................................................................................................................ 11 1.5 Ontwikkelingen ............................................................................................................................. 12 1.5.1 Wet VTH .................................................................................................................................

12 1.5.2 Omgevingswet ....................................................................................................................... 12 2 MISSIE EN VISIE ................................................................................................................................ 14 2.1 Missie ............................................................................................................................................ 14 2.2 Visie .............................................................................................................................................. 14 3 OMGEVINGSANALYSE...................................................................................................................... 15 3.1 Gebiedsbeschrijving ..................................................................................................................... 15 3.2 Probleemanalyse .......................................................................................................................... 16 3.3 Risicoanalyse milieubelastende activiteiten ................................................................................. 16 4 DOELEN UITVOERING EN HANDHAVING .......................................................................................

16 4.1 Algemene doelstelling U&H .......................................................................................................... 16 4.2 Kwaliteitsmanagement.................................................................................................................. 21 4.2.1 Doelen, indicatoren en streefwaarden ................................................................................... 21 4.2.2 Uitwerking kwaliteitsdoelen .................................................................................................... 23 5 VTH-strategieën .................................................................................................................................. 25 5.1 Preventiestrategie ......................................................................................................................... 26 5.1.1 Scope ..................................................................................................................................... 26 5.1.2 Uitgangspunten ...................................................................................................................... 26 5.1.3 Doel preventiestrategie ..........................................................................................................

26 5.2 De vergunningenstrategie ............................................................................................................ 27 5.2.1 Scope ..................................................................................................................................... 27 5.2.2 Doel strategie ......................................................................................................................... 28 5.2.3 Uitgangspunten ...................................................................................................................... 28 5.2.4 Doorontwikkelen vergunningenstrategie................................................................................ 29 5.3 Toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie ............................................................... 30 5.3.1 Scope ..................................................................................................................................... 30 5.3.2

Uitgangspunten .................................................................................................................. 31

5.3.3 Doel strategieën ..................................................................................................................... 32 2

5.3.4 Doorontwikkelen toezicht- sanctie en gedoogstrategie ......................................................... 33 6 ORGANISATIE EN INRICHTING ........................................................................................................ 33 6.1 Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden ........................................................................ 33 6.2 Scheiding vergunningverlening, toezicht en handhaving ............................................................. 33 6.3 Roulatiesysteem ........................................................................................................................... 34 6.4 Bereikbaarheids- en beschikbaarheidsregeling ........................................................................... 34 6.5 Digitalisering ................................................................................................................................. 34 7 SAMENWERKING .............................................................................................................................. 34 Deel II: BIJLAGEN .................................................................................................................................. 36 Bijlage 1 Begrippenlijst ...........................................................................................................................

36 Bijlage 2 Basistakenpakket .................................................................................................................... 38 Bijlage 3 Risicoanalyse .......................................................................................................................... 43 Bijlage 4 Preventiestrategie.................................................................................................................... 52 1.

Voorlichting ............................................................................................................................. 52

2. (Voor-)overleg bij plannen en initiatieven ................................................................................... 53 3. (Voor-)overleg bij overtredingen ................................................................................................. 53 Bijlage 5 Vergunningenstrategie ............................................................................................................ 54 1.

Uitvoeren vergunningverlening .............................................................................................. 54

2.

Vier typen vergunningen en meldingen.................................................................................. 55

3.

Basiswerkwijze voor vergunningverlening en afhandeling van meldingen ............................ 59

4.

Ontvankelijkheid ..................................................................................................................... 60

5.

Samenwerking bij de vergunningverlening ............................................................................ 61

Bijlage 6 Samenwerkingsafspraken meervoudige vergunningen regio utrecht ..................................... 62 Bijlage 7 Toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie ................................................................................... 83 1.

Toezichtstrategie ........................................................................................................................ 83 1.1

Inleiding .................................................................................................................................. 83

1.2

Risicogericht werken en prioriteiten ....................................................................................... 83

1.3

Gebiedsgericht werken milieubelastende activiteiten als ontwikkelingsrichting .................... 85

1.4 Vormen van toezicht ................................................................................................................. 86 1.4

De regionale Utrechtse toezichts- en handhavingsmix .......................................................... 88

1.5

Toezicht houden voor en met elkaar ...................................................................................... 90

1.6. Nalevingsgedrag en toezichts- en handhavingsstijlen............................................................. 91 1.7. Omgaan met data in het toezichts- en handhavingsproces .................................................... 92 2.

Sanctiestrategie .......................................................................................................................... 93 2.1 Inleiding ..................................................................................................................................... 93 2.2 Interventiematrix en sancties .................................................................................................... 93 2.3 Communicatie in het toezicht- en handhavingsproces ............................................................. 96 3

2.4 Stappen in het proces ............................................................................................................... 96 2.5 Communicatie met Politie en OM / FP ...................................................................................... 97 2.6 Overzicht bestuursrechtelijke instrumentarium ......................................................................... 97 2.7 Privaatrechtelijke handhaving ................................................................................................. 102 2.8 Handhaving bij overtreding eigen organisatie of andere overheid ......................................... 102 Bijlage 8 Richtlijn dwangsombedragen en termijnen ........................................................................... 105

4

B ESTUURLIJKE SAMENVATTING Dit is de eerste uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie (hierna: U&Hstrategie) voor de Provincie Utrecht. Deze U&H-strategie gaat over de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) die gemeenten en provincie hebben overgedragen aan de omgevingsdiensten. De colleges van burgemeester & wethouders en Gedeputeerde Staten in Utrecht zijn bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken. In Utrecht hebben we twee omgevingsdiensten: de Regionale uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) en Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU), hierna de omgevingsdiensten (OD's) genoemd. De basis voor deze U&Hstrategie ligt in de Omgevingswet en de “Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht” die door de Utrechtse gemeenteraden en gedeputeerde staten zijn vastgesteld. De U&H strategie betreft een term die in de Omgevingswet wordt gehanteerd. We kennen deze strategie in de huidige vorm als “VTH-beleid”. De essentie wijzigt niet: het gaat om een beschrijving van uitvoeringskaders voor vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken.

Samenwerking De wijze waarop deze U&H strategie is ontstaan is uniek in de regio, niet in de laatste plaats omdat er twee omgevingsdiensten bij betrokken zijn. Beide omgevingsdiensten zijn zeer enthousiast over deze samenwerking en het resultaat ervan. Er is een stevige basis gelegd en zij zien uit naar de doorontwikkeling, ook al is deze niet zonder uitdaging. We weten immers nog niet wat de exacte impact van de Omgevingswet op ons werk zal zijn. Ook zullen er in die doorontwikkeling echt nog bestuurlijke keuzes gemaakt moeten worden. Het schept vertrouwen dat we met elkaar de basis hebben gelegd en de uitgangspunten voor de doorontwikkeling ondersteunen.

Wettelijke verplichting Het hebben van een uniforme U&H-strategie voor de regio Utrecht is naast een wens ook een wettelijke verplichting. Nu nog onder het Besluit omgevingsrecht, straks onder het Omgevingsbesluit. In het kader van Interbestuurlijk Toezicht voert de provincie Utrecht toezicht op de uitvoering van de U&H-strategie. Zij is in toenemende mate kritisch op het ontbreken van een dergelijke strategie tot nu toe.

De U&H-strategie is een groeidocument Deze U&H-strategie is tot stand gekomen in samenwerking met alle 26 gemeenten, de provincie Utrecht en de twee OD's. De U&Hstrategie is omgevingswetproof. Dat wil zeggen dat de U&H-strategie ook van 5

toepassing is als de Omgevingswet naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. De strategie is in beginsel voor twee jaar (2022 en 2023) van toepassing. Er staan duidelijke uitgangspunten in hoe we binnen de provincie Utrecht met elkaar samenwerken op het gebied van VTH. De U&H-strategie wordt op die basis verder doorontwikkeld. Het is een adaptief document, in de geest van de Omgevingswet.

Positionering van de U&H-strategie De U&H-strategie is van toepassing op de VTH taken die de OD's namens gemeenten en de provincie uitvoeren. Dat houdt in dat deze U&H-strategie in de plaats komt van het huidige VTH-beleid voor deze taken. Voor de VTHtaken die de gemeente/provincie zelf uitvoert (thuistaken) blijft het vigerende VTH-beleid gelden. Dit VTH-beleid voor de thuistaken moet met het oog op de Omgevingswet worden aangepast. Ook hier spreken we straks van een U&H-strategie. Deze U&H-strategie kent dezelfde basis en wordt ook in de regio ontwikkeld. De regionale U&H-strategie geeft invulling aan strategische doelen en beschrijft uitvoeringskaders (strategieën). We vertalen de strategie door in jaarlijkse uitvoeringsprogramma's. We organiseren hier goede beheersing op door monitoring, adequate bijstelling en verantwoording.

Leeswijzer De U&H-strategie bestaat uit twee delen. In deel I is de U&H-strategie op hoofdlijnen beschreven. In deel II, de bijlagenbundel, zijn onder meer de strategieën verder uitgewerkt. De twee delen vormen gezamenlijk de U&Hstrategie.

Deel I: •

• • •

•

In hoofdstuk 1 wordt de positionering en status van de U&H-strategie beschreven en welke ontwikkelingen invloed hebben op de VTHtaken. In hoofdstuk 2 zijn de missie en visie geformuleerd die leidend zijn voor de U&H-strategie. In hoofdstuk 3 wordt de gebiedsbeschrijving en probleemanalyse beschreven. In hoofdstuk 4 worden de (sub)doelstellingen voor vergunningen en toezicht & handhaving en diens indicatoren weergegeven. Daarbij wordt ook ingegaan op uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën. De haalbaarheid van de (sub)doelstellingen zijn afgestemd met de OD's en haar deelnemers. In hoofdstuk 5 zijn de VTH-strategieën (preventie-, vergunningen-, toezichts-, sanctie- en gedoogstrategie) te vinden. Hierbij worden de uitgangspunten beschreven hoe we binnen de Provincie Utrecht de VTH taken willen uitvoeren. De strategieën

6

•

zijn nog in ontwikkeling, in de praktijk moet blijken of de OD's kunnen werken met de uitgangspunten. In hoofdstuk 6 wordt de organisatie en inrichting voor de uitvoering van de VTH-taken beschreven en met welke partners wordt samengewerkt (hoofdstuk 7).

Deel II: • • •

•

• •

•

Bijlage 1: hierin worden de belangrijkste begrippen toegelicht. Bijlage 2: hierbij wordt een toelichting gegeven welke taken onder het basistakenpakket vallen. Bijlage 3: de risicoanalyse voor milieubelastende activiteiten is hier terug te lezen. De risicoanalyse voor bouwen en risicoanalyse voor bodem & ondergrond zijn nog in ontwikkeling en worden op een later moment toegevoegd aan de U&H-strategie. Deze bijlage treedt pas in werking als de Omgevingswet in werking treedt. Bijlage 4: uitwerking van de preventiestrategie waarbij de preventie gericht is op het voorkomen van overtredingen door inzet van voorlichting en communicatie. In bijlage 5: wordt de vergunningenstrategie verder uitgewerkt. In bijlage 6: zijn de samenwerkingsafspraken voor meervoudige vergunningen regio Utrecht weergeven. Deze bijlage treedt pas in werking als de Omgevingswet in werking treedt. In bijlage 7: wordt nader ingegaan op de toezicht-, sanctie en gedoogstrategie zoals we dit in de Provincie graag voor ons zien. Voor sommige onderdelen betekent dit een verandering in werkwijze waarbij gekeken moet worden of de uitgangspunten – die in de bijlage benoemd zijn – werkbaar zijn voor de desbetreffende omgevingsdienst en haar deelnemers.

7

D EEL I: D E STRATEGIE 1 INLEIDING Voor u ligt de eerste uitvoerings- en handhavingsstrategie (hierna: U&Hstrategie) van alle gemeenten en de provincie in de regio Utrecht. Een gezamenlijke U&H-strategie is wettelijk verplicht op grond van het besluit VTH en na invoering van de Omgevingswet, artikel 13.12 lid 1 van de Omgevingswet. Het is het resultaat van de Utrechtse samenwerking. Deze U&H-strategie gaat over de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) die gemeenten en provincie verplicht en facultatief hebben overgedragen aan de omgevingsdiensten Regionale uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) en Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU), hierna: omgevingsdiensten. De U&H-strategie bestaat uit twee delen. In deel I is de U&H-strategie op hoofdlijnen beschreven. In deel II, de bijlagenbundel, zijn onder meer de strategieën verder uitgewerkt. De twee delen vormen gezamenlijk de U&Hstrategie en worden beiden vastgesteld.

1.1 A ANLE IDING Door de inwerkingtreding van het besluit VTH (hoofdstuk 7 Besluit omgevingsrecht, Bor 1 juli 2017) rust er op de bevoegde gezagen een wettelijke verplichting om een uniforme U&H-strategie vast te stellen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt deze bepaling terug in het Omgevingsbesluit in artikel 13.5 lid 2. Deze bepaling vervangt het besluit VTH. Artikel 13.5 lid 2 en luidt:

‘De bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.12, eerste lid.’ Artikel 13.12 lid 1 beschrijft de basistaken.1

Dit artikel houdt in dat de Utrechtse gemeenten en provincie voor het werkgebied van de omgevingsdiensten overeenstemming moeten bereiken op het vlak van uitvoering en handhaving (en het daaruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma) voor de taken die op grond van de wet verplicht door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd (ook wel de basistaken genoemd, zie bijlage 1). Het zogenoemde basistakenpakket is het pakket aan milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving dat door gemeenten en provincies ondergebracht moet worden bij omgevingsdiensten. In de provincie Utrecht hebben deelnemers – dit zijn de 1 De basistaken zijn de milieutaken van gemeenten met een bovenlokale dimensie die

op regionaal niveau uitgevoerd moeten worden, taken die zeer complex zijn en provinciale milieutaken 8

26 Utrechtse gemeenten en provincie Utrecht – van de omgevingsdiensten besloten samen op te trekken en een gezamenlijke U&H-strategie voor de hele regio op te stellen om te voldoen aan de bovengenoemde verplichting. Deze U&H-strategie omvat echter niet alleen de taken die de omgevingsdiensten verplicht uitvoeren voor gemeenten en provincie, maar ook de facultatieve taken. Deze U&H-strategie is een onderdeel van de beleidscyclus (BIG 8) en vormt het kader voor het uitvoeringsprogramma van de gemeenten en provincie.

1.2 A CHTE RGROND Een professionele kwaliteit van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH), dat is wat de samenleving van de overheid mag verwachten. Binnen dit VTH-stelsel blijven provincies en gemeenten verantwoordelijk voor de VTH-taken. Zij zijn de bevoegde gezagen. De omgevingsdiensten voeren de VTH-basistaken op het gebied van milieu uit. Provincies en gemeenten kunnen ervoor kiezen om meer taken bij de omgevingsdienst neer te leggen. Deze taken worden aanvullende taken, plustaken, menutaken of koerstaken genoemd. Een overzicht van deze taken staat in de producten- en dienstencatalogus (PDC) van een omgevingsdienst. Het takenpakket van de omgevingsdiensten verschilt per gemeente doordat gemeenten naast de basistaken ook andere VTH-taken over kunnen dragen. Binnen de provincie Utrecht zijn er drie omgevingsdiensten verantwoordelijk voor de uitvoering van VTH-taken: de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), de RUD en de ODRU. De OD NZKG is verantwoordelijk voor de meest risicovolle bedrijven waarvoor uitsluitend de provincie bevoegd gezag is en valt buiten de scope van deze U&H-strategie. De RUD ondersteunt elf gemeenten en de provincie Utrecht en de ODRU vijftien gemeenten bij de uitvoering van de VTH-taken.

Het takenpakket dat de bevoegde gezagen in mandaat door de omgevingsdiensten laten uitvoeren, bestaat in ieder geval uit het basistakenpakket. Onder de Omgevingswet wordt het basistakenpakket aangepast, waardoor het toezicht op inrichtingen verschuift naar toezicht op milieubelastende activiteiten. Dit pakket krijgt onder de Omgevingswet een plaats in het Omgevingsbesluit. De omgevingsdiensten voeren deze taken uit namens het college van burgemeester & wethouders (B&W) of Gedeputeerde Staten (GS) in Utrecht, die de bevoegde gezagen zijn.

1.3 P OSITIONE RING E N STATUS U&H- STRATEGIE Deze U&H-strategie is tot stand gekomen met inbreng van alle 26 gemeenten uit de provincie Utrecht, provincie Utrecht, de RUD, de ODRU. Vóórdat de colleges en GS instemmen met de U&H-strategie, is deze U&H-strategie ter consultatie voorgelegd aan de OD NZKG en het Openbaar Ministerie (OM).

9

Deze U&H-strategie is opgesteld op hoofdlijnen. Het betreft een groeidocument dat zal worden doorontwikkeld. Deze U&H-strategie geeft aan welke uniforme doelen Utrechtse gemeenten en provincie zichzelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten de omgevingsdiensten uitvoeren om de doelen te bereiken. Deze activiteiten worden jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma en geëvalueerd. De U&H-strategie is uniform voor de taken die uitgevoerd worden door de omgevingsdiensten en maakt onderdeel uit van de VTH-beleidstukken die door de gemeenten en provincie zijn vastgesteld. Dit betekent dat de gemeenten en provincie eigen strategieën moeten vaststellen voor de taken die niet aan de omgevingsdiensten zijn overgedragen. Het staat de gemeenten en provincie vrij om de strategieën uit de U&H-strategie ook van toepassing te verklaren op haar eigen taken.

Naast een meerjarige U&H-strategie, eist de wet ook jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen uit de meerjarige strategie. Dit geheel vormt de beleidscyclus en staat bekend als de BIG 8-cyclus (zie figuur 1). De genoemde criteria in figuur 1 hebben betrekking op sec de uitvoering van de VTH-taken. Figuur 1: Big 8 cyclus

Naast de Big-8 bestaat onder de Omgevingswet ook een beleidscyclus. Deze kent een vergelijkbare opzet (Plan, do, check, act). Het verschil zit hem in het feit dat die cyclus betrekking heeft op de doelen voor het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Deze doelen worden per gemeente en provincie weergegeven in een omgevingsvisie, omgevingsprogramma, in regelgeving (decentrale en algemene regels)

10

uitgewerkt in het omgevingsplan en omgevingsvergunning. Dit worden ook wel de zes kerninstrumenten van de Omgevingswet genoemd. De plan-do-check-act beleidscyclus is veel meer omvattender. VTH-taken zijn in die cyclus te definiëren als één van de mogelijk in te zetten instrumenten. Figuur 2: Plan-do-check-act beleidscyclus Omgevingswet

De U&H-strategie legt het te voeren (kwaliteits-)niveau vast zoals vereist in de Omgevingswet en de kwaliteitscriteria 2.2. Elke gemeente en de provincie kan eigen bestuurlijke prioriteiten meegeven aan de omgevingsdiensten. Deze bestuurlijke prioriteiten krijgen plaats in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma welke per deelnemer wordt vastgesteld.

Het belangrijkste onderdeel van deze U&H-strategie is kwaliteit. De deelnemers en omgevingsdiensten hebben met elkaar inhoud gegeven aan dit begrip en de belangrijke elementen benoemd. Deze zijn opgenomen in deze strategie. De U&H-strategie heeft in principe een doorlooptijd van twee jaar en wordt aangepast als de ontwikkelingen daar om vragen.

1.4 S COPE Deze U&H-strategie gaat over de VTH-taken die door de deelnemers zijn overgedragen aan de omgevingsdiensten. Dit gaat zowel over verplichte taken als facultatieve taken (denk hierbij aan bouwtaken). Voor de uitwerking in deze U&H-strategie is uitgegaan van de concept wetteksten van de Omgevingswet van juni 2021; indien de conceptteksten ingrijpend gewijzigd worden, kan worden besloten tot actualisatie van de U&H-strategie of aanscherping via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma.

11

1.5 O NTWIKKE LINGE N Diverse ontwikkelingen hebben gevolgen voor de VTH-taken. Denk daarbij aan de wet VTH, de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022, met de daarbij horende grote wijzigingen in de bodem, geluid- en luchtwetgeving. Verder is er een toenemende aandacht voor nieuwe milieuthema’s zoals Zeer Zorgwekkende Stoffen, klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie en zijn er diverse interne ontwikkelingen binnen de gemeenten, provincie en omgevingsdiensten. Hieronder worden de ontwikkelingen verder toegelicht.

1.5.1 W E T VTH In de regio Utrecht hebben alle bevoegde gezagen de 'Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’ vastgesteld. Deze verordening geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht uit de wet VTH om regels te stellen aan de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Dit betekent dat het minimum kwaliteitsniveau voor de overgedragen taken is vastgesteld. Alle bevoegde gezagen hebben daarmee de verplichting om te voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2 (en haar rechtsopvolgers) en om de kwaliteitsdoelstellingen nader uit te werken. Door het opstellen van de U&H-strategie is hieraan invulling gegeven. De kwaliteitsdoelstellingen zijn: uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën. Een nadere uitwerking van deze doelen is terug te vinden in hoofdstuk 4.

1.5.2 O M G E V ING SW E T Met de Omgevingswet wordt het wettelijk kader voor verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving vereenvoudigd. Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen enerzijds het bereiken en in stand houden van de fysieke leefomgeving van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en anderzijds het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van een goede omgevingskwaliteit om maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Voor het bereiken van die balans op lokale schaal krijgen de verschillende overheden meer afwegingsruimte. Er zijn minder regels en er is meer ruimte voor initiatieven. De doelen van de wet zijn gesteld met het oog op duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en het beschermen en verbeteren van het leefmilieu. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is vooralsnog op 1 juli 2022 gepland. De Omgevingswet heeft voor de basistaken, op basis van de huidige juridische uitwerkingen van de Omgevingswet, met name de volgende impact: • •

•

Aanpassing van het basistakenpakket, waardoor toezicht op inrichtingen wijzigt in toezicht op milieubelastende activiteiten. Een aantal van de huidige basistaken wordt onder de Omgevingswet een plustaak, zoals het toezicht op maneges, stadions en maatwerkvoorschriften op het gebied van geluid. Het begrip ‘inrichting’ vervalt; milieubelastende activiteiten staan centraal in de wetgeving en dat vraagt om een meer specifieke (op activiteiten gerichte) registratie. Er komt een regulering per milieubelastende activiteit. Dit kan in de vorm van een zorgplicht, algemene regels of een vergunningplicht. De voorschriften die gelden 12

• •

•

•

• • •

• • •

•

voor milieubelastende activiteiten zijn bepaald per milieubelastende activiteit en neergelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, o.a. bouwen en geluid) de omgevingsverordening en/of het omgevingsplan. Door het wegvallen van het begrip inrichting is bij een milieubelastende activiteit niet meer van belang of de activiteit een bedrijfsmatige omvang heeft, wat de lengte van de activiteit is en of de activiteit op een vaste plek plaatsvindt, tenzij dit in de regelgeving anders is bepaald. Dit betekent bijvoorbeeld dat activiteiten die voorheen niet onder het begrip inrichting vielen, nu wel onder het begrip milieubelastende activiteit kunnen vallen. Voorbeelden hiervan zijn: lozingen van afvalwater in rioolstelsels en in de bodem, omgaan met afvalstoffen (storten, verbranden, nuttig toepassen), toepassing van warmte- en koudeopslag. Het betekent ook dat het toezicht zich meer kan toespitsen op activiteiten (in plaats van bedrijven). Het werken met activiteiten geeft een goede basis voor risicogericht toezicht. Wijzigingen geluidwetgeving. Schone Lucht Akkoord (SLA): dit is geen nationaal programma meer, maar moet lokaal meegewogen worden in beoordeling aanvraag vergunning activiteit.

Klimaatadaptatie (rekening houdend met uitkomsten Regionale Energiestrategie (RES) regio Utrecht en de Regionale Adaptatie Strategie (RAS). Vergunningaanvragen voor milieubelastende activiteiten vallen in principe onder de reguliere procedure (8 weken). De uitgebreide procedure blijft bestaan voor bepaalde milieubelastende activiteiten. Ook kan een aanvrager zelf vragen om de uitgebreide procedure (26 weken). De Omgevingswet maakt het heffen van milieuleges mogelijk. Gedrags- en cultuurverandering: competenties als oplossingsgericht denken, helicopterview en samenwerken worden belangrijker. Centralere plek voor algemene en specifieke zorgplichten, waardoor normen minder vaak vaststaan en situationeel werken belangrijker wordt, evenals eisen aan verslaglegging en rapportage. Mogelijkheid voor financiële zekerheidsstelling bij afvalverwerkingsbedrijven. Overdracht van bevoegdheid van bodemtaken van provincie naar gemeenten. Daarnaast gaat de bevoegdheid van enkele inrichtingen met IPPCinstallaties van provincie naar gemeenten. IPPC-installaties zijn grote industriële bedrijven die vallen onder de Richtlijn industriële emissies (2010/75/EU). Transparantie van informatievoorziening. Een groot deel van de digitale informatie is straks op één plek te vinden, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Via het DSO kunnen initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel zien wat mag in de fysieke leefomgeving. Het einddoel is dat inwoners, ondernemers over dezelfde informatie als de overheid kunnen beschikken.

13

•

•

Prioriteren en waarschuwen verdienen bijzondere aandacht aangezien met minder vergunningen, meer zorgplichten, meer algemene regels en ‘ja-mits’ aan de voorkant van het vergunningenproces wordt gewerkt. Tot 2029 geldt een overgangssituatie met overgangsrecht, waaronder de bruidsschat, waarin steeds meer wet- en regelgeving verschuift van de rijksoverheid naar de omgevingsplannen van gemeenten. De bruidsschat is een set regels die gebruikt kunnen worden voor de invoering van de gedecentraliseerde wetgeving. De regels worden verdeeld over het gemeentelijke omgevingsplan en de waterschapsverordening.

Tot inwerkingtreding van de Omgevingswet staat een deel van bovenstaande implicaties nog landelijk ter discussie.

2 MISSIE EN VISIE In dit hoofdstuk zijn de missie en visie voor de omgevingsdiensten geformuleerd, die leidend zijn voor de U&H-strategie. Het uitgangpunt voor deze U&H-strategie is dat de missie het fundament onder de organisatie is. De visie beschrijft de manier waarop handen en voeten aan deze missie kan worden geven. Figuur 3: Verhouding ‘missie-visie-strategie’

2.1 M ISSIE Beide omgevingsdiensten hebben de volgende missie geformuleerd: “Met onze deskundige en integere uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, bodem, asbest, water, natuur en bouwtaken dragen wij bij aan een omgeving waarin we nu en in de toekomst veilig en gezond kunnen wonen en werken. Door onze krachten te bundelen in de uitvoering van de VTH-taken dragen wij bij aan de kwaliteit van de omgevingswaarden in onze regio en creëren we een gelijk speelveld. Met de inzet van ons VTH-instrumentarium beperken we (milieu en veiligheid) risico’s en laten wij eventuele schade door (milieu) overtredingen herstellen.”

2.2 V ISIE De gezamenlijke visie van gemeenten en provincie voor de uitvoering van de taken die zijn overgedragen taken aan de omgevingsdiensten is als volgt: 14

Provincie, gemeenten en omgevingsdiensten hebben ieder een eigen rol en verantwoordelijkheid om de VTH-taken met zorg en kwaliteit uit te voeren. De uitvoering van deze taken vindt plaats op basis van wederzijds vertrouwen, deskundigheid en objectiviteit. Om dit te bereiken is het de gezamenlijke verantwoordelijkheid om: • •

• •

transparant te zijn over behaalde resultaten en wederzijdse verwachtingen; door te bouwen aan een duurzame samenwerking tussen de deelnemers, omgevingsdiensten en samenwerkingspartners in de regio; zoveel mogelijk uniforme aanpak van de uitvoering, maar wel in balans met de lokale specifieke omstandigheden; te anticiperen op ontwikkelingen en veranderingen in het domein van de fysieke leefomgeving.

3 OMGEVINGSANALYSE De omgevingsanalyse bestaat uit een gebiedsbeschrijving van de provincie Utrecht, een definiëring van de probleemanalyse en een uitwerking van de gezamenlijke risicoanalyses op het gebied van bouw- en milieutaken (zie bijlage 3).

3.1 G E BIE DSBESC HRIJVING De U&H-strategie betreft het werkgebied van de twee omgevingsdiensten (zie afbeelding hieronder). Het betreft de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg, IJsselstein, Zeist en de provincie Utrecht. Figuur 4: Overzicht van het werkgebied van de omgevingsdiensten

Groen is het werkgebied van de ODRU; lichtgroen is het werkgebied van de RUD.

15

3.2 P ROBLE E MANALYSE De probleemanalyse in deze U&H-strategie bestaat uit de gezamenlijke risicoanalyse voor milieubelastende activiteiten (zie hierna 3.3). De risicoanalyse voor bouwen en bodem & ondergrond worden op een later moment toegevoegd aan de probleemanalyse.

3.3 R ISICOANALYSE MILIE UB E LASTE NDE AC TIVITE ITE N Een gezamenlijke risicoanalyse is één van de pijlers voor de U&H-strategie. De risicoanalyse is uitgevoerd om inzicht te krijgen in die activiteiten die risicovol zijn en daarmee te komen tot een goede selectie van te controleren bedrijven op die activiteiten. Gemeenten in de provincie Utrecht, de RUD en de ODRU hebben in 2019 onder de vlag van de regionale VTHsamenwerking samengewerkt aan een risicoanalyse voor milieubelastende activiteiten. De risicoanalyse is op basis van de Omgevingswet gemaakt en gaat uit van de milieubelastende activiteiten uit het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Op die manier vindt toezicht risicogestuurd en selectief plaats. De risicoanalyse is eind 2019 gereedgekomen en is als te hanteren methodiek vastgesteld door het regievoerdersoverleg (rvo) van de RUD op 19 januari 2021 en heeft daarmee een formele status. Voor de ODRU geldt dat in het rvo van de ODRU de risicoanalyse is besproken en er een fiat is voor verdere doorontwikkeling. De methode en keuzes hierbij staan uitgelegd in de toelichting bij het model en zijn terug te vinden in bijlage 3. De werkwijze is een basismethode. Op allerlei manieren is verdere uitbouw mogelijk. Allereerst door het naleefgedrag te integreren, maar ook door nieuwe effecten toe te voegen.

De Omgevingswet is gebaseerd op vier pijlers: duurzaamheid, volksgezondheid, veiligheid en omgevingskwaliteit. In de risicoanalyse is de pijler gezondheid nog niet opgenomen. Een score op het effect ‘Volksgezondheid’ is zinnig en passend bij de Omgevingswet. Om een score te bepalen kan de expertise van andere beleidsadviseurs, toezichthouders en handhavers gebruikt worden. De methodiek kan ook worden toegepast op andere milieubelastende activiteiten, bijvoorbeeld op de activiteiten uit de bruidsschat en ten behoeve van de bodemtaken.

4 DOELEN UITVOERING EN HANDHAVING In deze paragraaf worden de doelen van de Verordening kwaliteit VTH uitgewerkt. Uitgangspunt daarbij is de missie en visie zoals verwoord in hoofdstuk 2.

4.1 A LGE ME NE DOE LSTE LLING U&H Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht op de naleving en het handhaven van regels speelt een belangrijke rol om de doelstelling van de Omgevingswet te kunnen bereiken. Deze staat verwoord in artikel 1.3 van deze wet.

16

“Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Hieronder wordt de algemene doelstelling verder uitgewerkt. Een nadere uitwerking vindt plaats in de uitvoeringsprogramma’s van de omgevingsdiensten per gemeente. Op deze manier ontstaat een helder verband tussen deze U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma voor desbetreffende gemeente, wat goede mogelijkheden biedt om de voortgang van bovengenoemde doelen te monitoren. Eén van de belangrijkste manieren om dit te realiseren is het verbeteren van het naleefgedrag. Om de algemene doelstelling nader inhoud te geven zijn de dikgedrukte termen hieronder verder uitgewerkt.

Figuur 5: Toelichting van de termen uit de Omgevingswet . Onder ‘veilige’ verstaan we de milieu- en bouwgerelateerde risico’s, die mensen in hun fysieke leefomgeving lopen, zoals door het omgaan met en/of opslaan van gevaarlijke stoffen, en constructieve- en brandveiligheid. De doelstelling van veiligheid is het beperken van de milieu- en bouwgerelateerde risico's.

Onder 'gezonde' verstaan we het fysieke en psychisch welbevinden. De doelstelling van gezondheid is het streven naar een leefomgeving waar gezondheid voor een ieder tot de basiswaarden behoort en in balans is.

Onder een ‘goede omgevingskwaliteit’ verstaan we de belevings-, gebruiks- en toekomstwaarde. De doelstelling van omgevingskwaliteit is het beperken en /of voorkomen van hinder, overlast en ergenissen, zoals geluidsoverlast, dumpen van afval en bodemverontreinigingen.

Onder ‘duurzaamheid’ verstaan we energie en grondstoffen, zoals energiebesparende maatregelen en het gebruik van duurzame materialen in de bouw. De doelstelling van duurzaamheid is het leveren van een constructieve bijdrage aan de energietransitie en verduurzaming.

17

De algemene doelstelling voor vergunningverlening en toezicht en handhaving is in het onderstaande schema voorzien van subdoelstellingen en indicatoren.

Algemeen U&H doel

Subdoelstellingen vergunningverlening

indicatoren

Veiligheid

2 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle vergunningsplichtige omgevingsplanactiviteiten getoetst aan de vergunningenstrategie

percentage getoetste aanvragen

2 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle vergunningsplichtige mba’s in beeld

percentage dossiers dat geanalyseerd is op gevolgen/veranderingen onder de Omgevingswet

2 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle huidige Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Obm-vergunningen) in beeld.

percentage geactualiseerde Obmvergunningen van rechtswege als deel van totaal aantal Obmvergunningen

Bevorderen van voldoende ventilatie en daglichttoetreding bij bouw en expliciet toetsen aan BENG-normen

aantal vergunningen gecheckt op ventilatie en daglichttoetreding eisen bij bouw en de BENG-normen

Vanuit VTH-perspectief onderzoeken we welke gezondheidsindicatoren c.q. -normen worden gehanteerd in de regio en bevorderen we informatie-uitwisseling tussen verschillende gemeenten op dit thema.

bruikbare indicatoren toepassen

Binnen 2 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt een inventarisatie plaats van de milieubelastende activiteiten waar ZZS stoffen worden gebruikt.

percentage MBA’s wat hierop getoetst is.

Vanaf 2022 is 90% van alle vergunningaanvragen getoetst aan en voldoen de verleende vergunningen aan de wettelijke eisen.

aantal vergunningen

Gezondheid

Omgevingskwaliteit

18

Duurzaamheid

Het stimuleren van bovenwettelijke maatregelen ten aanzien van energiezuinigheid / energiebesparing, zoals duurzame energie opwek wordt meegenomen in het VTH-proces.

percentage van 25% van de adviesgesprekken in vooroverleg waarin energie-aspecten vroegtijdig en met aandacht voor bovenwettelijke normen wordt besproken en getoetst op haalbaarheid

In beeld brengen welke vergunningplichtige mba's geactualiseerd moeten worden op energie-aspecten (voorschriften).

er ligt een overzicht en voorstel voor daadwerkelijke actualisatie

19

De algemene doelstellingen wordt hieronder uitgewerkt in de subdoelstellingen voor toezicht en handhaving.

Algemeen U&H doel

Subdoelstellingen toezicht en handhaving

indicatoren

Veiligheid

het inzichtelijk maken van het naleefgedrag per branche en de problematiek die daaraan ten grondslag ligt door het uitvoeren van een nulmeting.

de in kaart gebrachte effecten.

Het inzichtelijk maken van het aantal en soorten klachten per branche en de problematiek en effecten die daaraan ten grondslag ligt in 2025 in kaart hebben en omgevingsdienst overstijgend benaderen door het uitvoeren van een nulmeting.

aantal en soorten klachten in 2025

In 2024 is voor de risicoanalyse van Balactiviteiten onderzocht of en hoe volksgezondheidsaspecten opgenomen kunnen worden in de beoordeling.

er ligt een toepasbaar advies of uitwerking

Vanuit het VTH-instrumentarium onderzoeken we (bovenregionaal) in hoeverre we kunnen monitoren en evalueren op gezondheidsrisico's voor onder andere milieubelastende activiteiten met de benodigde kennis.

er ligt een toepasbaar advies of uitwerking

Omgevingskwaliteit

De komende twee jaar moet het aantal overtredingen geconstateerd n.a.v. een klacht in kaart zijn gebracht.

aantal overtredingen

Duurzaamheid

Het stimuleren van energiezuinigheid/energiebesparing wordt meegenomen in het VTH-proces.

aantal controles waarin energie-aspecten zijn meegenomen als onderdeel van het totaal aantal controles

Komende twee jaren is het streven bij alle controles met energie-aspecten volledig te

aantal bedrijven (percentueel) van totale aantal energiecontroles dat voldoet aan de

Gezondheid

20

voldoen aan energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van < 5 jaar.

informatieplicht en energiebesparingsplicht Reductie in KWH/co2 equivalent

4.2 K W A L I T E I T S M A N A G E M E N T Cruciaal voor het leveren van kwaliteitsproducten is de beschikbaarheid van vakmanschap en expertise en de borging van de kwaliteit. Als kwaliteitsafspraken niet worden vastgelegd, gemonitord en gerapporteerd is er een sterke mate van afhankelijkheid van de individuele medewerker. Kwaliteit is (1) het realiseren van de afgesproken doelstellingen en (2) het voldoen aan de wettelijke eisen. Deze doelstellingen zijn door B&W en GS vastgesteld en geven in de kern aan wat vanuit VTH wordt bijdragen aan de maatschappelijke opgaven. Elk van de gemeenten en de provincie Utrecht heeft een Verordening kwaliteit VTH vastgesteld. In de verordening is een verplichting opgenomen om te voldoen aan de kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie als de kwaliteit van de medewerkers. Tevens is in de verordening een verplichting opgenomen om doelen uit te werken op de volgende onderwerpen: • • •

Uitvoeringskwaliteit Dienstverlening Financiën

In deze paragraaf worden deze doelen nader uitgewerkt. 4.2.1 D O E L E N , I N D I C A T O R E N E N S T R E E F W A A R D E N Op basis van de vastgestelde Verordening kwaliteit VTH moeten de doelen ‘uitvoeringskwaliteit’, ‘dienstverlening’ en ‘financiën’ worden uitgewerkt:

21

Figuur 6: Doelen uit Verordening kwaliteit VTH schematisch weergegeven

Uitvoeringskwaliteit: De mate waarin een product voldoet aan de juridische en organisatorische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. M.a.w. de inhoudelijke kwaliteit.

Dienstverlening: de manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, klagers etc.) omgaat.

Financiën: De inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten/producten.

Hierna zijn de bovenstaande kwaliteitsdoelen verder uitgewerkt met bijbehorende indicatoren. Ook zijn er, indien mogelijk, streefwaarden opgenomen per beleidsdoel.

22

4.2.2 U ITW E RKING KW AL ITE ITSD O E L E N Hieronder worden de kwaliteitsdoelen verder uitgewerkt voor vergunningverlening.

Kwaliteitsdoelstellingen

Subdoelstellingen vergunningverlening

Indicatoren

Uitvoeringskwaliteit

Inzichtelijk maken van de actualiteit van vergunningen in 2022. Binnen vijf jaar beschikken alle bedrijven over een actuele vergunning, dan wel is een actualisatie-toets uitgevoerd en is een eventuele actualisatie gepland.

aantal vergunningen

Goed opgeleid personeel dat voldoet aan de meest recente kwaliteitscriteria VTH en beschikt over de competenties oplossingsgericht denken en actief regievoeren.

90% voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria VTH

De verzender van een schriftelijk verzoek krijgt binnen 3 werkdagen een antwoord (via e-mail, schriftelijk of telefonisch).

aantal ontvangstbevestigingen die voldoen aan de gestelde reactie termijn van drie werkdagen.

Indieners hebben in zoveel mogelijk gevallen inzicht in het vergunningen proces.

percentage digitale berichtgeving waarin proces en voortgang vergunningverlening zijn opgenomen.

Door toepassing van risicoanalyses wordt getracht efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient dekkend te zijn voor onze inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie.

percentage overschrijdingen van begroting van het programma vergunningen

Dienstverlening

Financiën

Er wordt periodiek geïnventariseerd of de begroting voldoet aan de beide elementen.

percentage onderbesteding van begroting van het programma vergunning •

•

23

beleidsdoelrealisatie opdrachtgevers (afhankelijk van scoring mogelijkheid van beleid) ontwikkelingen/koers naleefgedrag

Hieronder worden de kwaliteitsdoelen verder uitgewerkt voor toezicht en handhaving.

Kwaliteitsdoelstellingen

Subdoelstellingen toezicht en handhaving

Indicatoren

Uitvoeringskwaliteit

Goed opgeleid personeel dat voldoet aan de meest recente kwaliteitscriteria VTH en beschikt over de competenties oplossingsgericht denken en bestuurlijk sensitief handelen.

90% voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria VTH

Dienstverlening

Goede bereikbaarheid (100%) bij overlastmeldingen.

24-uurs bereikbaarheid (piketdienst)

Optimaliseren van klachtenafhandeling door uiterlijk binnen 2 werkdagen een terugkoppeling te geven.

Reactietijd terugkoppeling op klachten

De indiener van een klacht of een handhavingsverzoek krijgt een terugkoppeling over wat er met het verzoek of klacht is gedaan.

Percentage digitale berichtgeving waarin proces en voortgang zijn opgenomen

Bij het behandelen van elke klacht of handhavingsverzoek wordt deze zo breed als de klacht of het handhavingsverzoek is ingediend behandeld.

aantal klachten en handhavingsverzoeken dat conform het verzoek behandeld is

Door toepassing van risicoanalyses wordt getracht efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient dekkend te zijn voor de inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie.

•

Er wordt periodiek geïnventariseerd of de begroting voldoet aan de beide elementen.

•

Financiën

•

•

24

percentage overschrijdingen van begroting van het programma handhaving percentage onderbesteding van begroting van het programma handhaving beleidsdoelrealisatie opdrachtgevers (afhankelijk van scoring mogelijkheid van beleid) ontwikkelingen/koers naleefgedrag

5 VTH- STRATEGIEËN Bij de uitvoering van de taken door de omgevingsdiensten geldt het principe dat initiatieven, activiteiten en handhavingssituaties in een gelijke situatie gelijk worden behandeld. Om zoveel mogelijk volgens dat principe te werken zijn onderstaande VTH-strategieën op de taken die bij de omgevingsdiensten zijn ondergebracht van toepassing. De grondslagen van de inhoud van de strategieën is terug te vinden in het Omgevingsbesluit artikel 13.6 en 13.7 (voorheen hoofdstuk 5 van de Wabo). De VTH-strategieën bestaan uit vijf componenten: 1. 2. 3. 4. 5.

preventiestrategie, vergunningenstrategie, toezichtstrategie, sanctiestrategie, en gedoogstrategie.

In onderstaand figuur is de onderlinge verhouding tussen de VTHstrategieën gevisualiseerd. Figuur 7: onderlinge verhouding VTH-strategieën

In paragraaf 1.3 staat de BIG 8 cyclus beschreven. De strategieën zorgen voor een vertaling van het strategisch beleidskader naar het operationeel beleidskader.

25

Figuur 8: hoofdstukindeling van BIG-8 cyclus

5.1 P RE VE NTIE STRATE GIE De preventiestrategie is gericht op het voorkomen van overtredingen middels communicatie en voorlichting en is verder uitgewerkt in bijlage 4.

5.1.1 S CO PE In deze strategie wordt onder preventie verstaan: het zoveel mogelijk voorkomen van aantasting van de leefomgeving of ontstaan van risico’s, door het geven van voorlichting en zorgdragen voor een heldere communicatie over de kaders waar de samenleving zich aan moet houden.

5.1.2 U ITG ANG SPUN TE N Uitgangspunt is een klantgerichte en klantvriendelijke benadering door de deelnemers en omgevingsdiensten waarbij binnen de geldende kaders steeds gezocht wordt naar een passende oplossing. Als een initiatiefnemer/aanvrager er met de geboden informatie en voorlichting niet uitkomt is in principe een gesprek met een medewerker van de omgevingsdienst of het coördinerend bevoegd gezag mogelijk.

5.1.3 D O E L PRE V E NTIE STRATE G IE Bij preventie gaat het om het spontaan naleven van regels over leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Omgevingsdiensten en deelnemers willen het naleefgedrag bevorderen door in te zetten op

26

voorlichting en het uitleggen van het doel van regels.

5.2 D E VE RGUNNINGE NSTRATE GIE Voor veel activiteiten die plaatsvinden in de fysieke leefomgeving bijvoorbeeld het uitvoeren van een milieubelastende activiteit of bouwen, verbouwen of slopen van een bedrijf of woning is toestemming nodig van het bevoegd gezag. Deze toestemming van het bevoegd gezag gaat gepaard met de toetsing van aanvraag aan de wettelijke kaders (voorschriften) waaraan moet worden voldaan. Een vergunning op het gebied van de fysieke leefomgeving kan betrekking hebben op verschillende werkvelden (bouwen, wonen, milieu, natuur e.d.) en op verschillende wijzen tot stand komen (reguliere procedure, uitgebreide procedure, melding e.d.). Vergunningverlening is voor het bevoegd gezag een belangrijk instrument om het beleid vorm te geven in concrete afwegingen, kaders en voorschriften. Deze eerste algemene vergunningenstrategie – te vinden in bijlage 5 – beschrijft hoe dit instrument wordt toegepast bij de geldende wet- en regelgeving. Deze strategie levert daarmee een belangrijke bijdrage in de ontwikkeling en vaststelling van het uitvoeringsbeleid van het bevoegd gezag om de belangrijke doelen voor de omgeving en de uniforme uitvoering daarvan te bereiken. Een nadere uitwerking van de vergunningenstrategie is terug te vinden in bijlage 5 en de regionale uitgangspunten en samenwerkingsafspraken over meervoudige vergunningen staan beschreven in bijlage 6.

De afspraken uit bijlage 6 zijn nog niet in alle gevallen uitvoerbaar voor de uitgebreide procedure maar geven hierin wel richting. Komend jaar kunnen de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet en het DSO aanleiding zijn om deze processen te herzien en actualiseren. De samenwerkingsprocessen voor de uitgebreide procedure zullen in 2022 worden uitgetest in de regio en worden opgenomen in een eventuele latere aanpassing van deze strategie.

5.2.1 S CO PE In deze strategie wordt onder vergunningverlening verstaan: •

• • • • •

het verlenen, (gedeeltelijk) weigeren, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een omgevingsvergunning mogelijk als onderdeel van een legalisatietraject; het verlenen van een ontheffing; het behandelen van een melding; het opstellen en/of het intrekken van een maatwerkvoorschrift en/ of gelijkwaardigheid; het besluit nemen over het al dan niet vereisen van een milieueffectrapportage (m.e.r.-beoordeling); het actualiseren van een vergunning;

27

•

afgeven van advies in het kader van het adviesrecht van de gemeenteraad.

5.2.2 D O E L STRATE G IE Besluiten van de bevoegd gezagen (B&W en GS) vergen een goede en transparante afweging. Zorgvuldige afweging van belangen en passend bij de omgeving zijn hierbij essentiële vereisten. Een gedegen insteek van vergunningverlening verkleint het risico op latere problemen bij naleving en/of handhaving. De vergunningenstrategie is een beslissingsondersteunend model bij het komen tot een bij de omgeving passend kader bij elk besluit. Door ieder bevoegd gezag dezelfde uitgangspunten te laten vastleggen in de U&H-strategie ontstaat meer uniformiteit in de besluitvorming. De strategie maakt de afhandeling van zaken reproduceerbaar en eenduidig, dat wil zeggen dat in het dossier het procesverloop en de beslissingen in het belang van de omgeving genomen, terug te vinden zijn. De uniformiteit in de besluitvorming en reproduceerbare afhandeling van vergelijkbare zaken draagt bij aan de transparantie van het besluitvormingsproces voor bedrijven, inwoners en andere instanties.

De vergunningenstrategie heeft als doel: • • • • • •

vaststellen van gezamenlijke uitgangspunten die het bevoegd gezag kan toepassen in de zorg voor de leefomgeving; mogelijk maken van (economische) initiatieven met oog voor de fysieke leefomgeving; aandacht voor actualisatie van beleid, zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid; uniformeren van het proces van vergunningverlening ter vermindering van regeldruk; bieden van uitgangspunten voor het werken als 1-overheid; verkleinen van het risico op latere omgevingsproblemen.

Door de vergunningenstrategie vast te stellen voldoet het bevoegd gezag aan de eis uit de Omgevingswet om een strategie voor vergunningverlening toe te passen; het vereiste van strategie voor dit taakveld.

5.2.3 U ITG ANG SPUN TE N Uitgangspunten van de vergunningenstrategie zijn: Omgevingsgericht, afstemming aan de voorkant • • • •

nieuwe en gewijzigde activiteiten worden getoetst op belasting van de omgeving; het ‘ja, mits’ principe wordt toegepast; onacceptabele omgevingsbelasting wordt voorkomen; politiek-bestuurlijke speerpunten worden afgewogen; 28

• • •

vergunningstelsel stimuleert innovatie en duurzaamheid; kernwoorden zijn integraliteit, uniformiteit waar mogelijk, vergelijkbaar in vergelijkbare situaties; de methodiek risicogericht vergunnen zijn we voornemens te ontwikkelen.

Transparant, voorspelbaar en betrouwbaar • •

• • •

•

vergunningverlening is afgestemd op landelijke standaarden en lokaal beleid; vergunningen zijn begrijpelijk geschreven en openbaar en digitaal beschikbaar dan wel opvraagbaar (bijvoorbeeld voor IPPC bedrijven een wettelijk vereiste), begrijpelijk voor inwoner en bedrijf; de behandeling van een vergunningen aanvraag eindigt met een oplevering naar toezicht; vergunningen zijn handhaafbaar; voorschriften zijn gebaseerd op de beste beschikbare technieken (BBT) met primair toepassing van zogenoemde doelvoorschriften; vergunningen worden per bedrijf overzichtelijk vastgelegd, zodat alle verplichtingen van het bedrijf op ieder moment inzichtelijk zijn;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11323368/1