220216-17 Verslag Debat in de Raad 16 en 17 februari 2022
Tekst van het document
De rekenkamer beoordeelt vervolgens of het verzoek voor onderzoek in aanmerking komt. Dan kan het idee van de heer Eijbaard wellicht worden meegenomen.
Mevrouw KOENDERS merkt op dat de rekenkamer ook is voorzien van een klankbordgroep waarin meerdere fracties zitting hebben. Ook die zijn ontvankelijk voor een oproep daartoe maar of dit onderwerp nou het uitgangspunt zou moeten zijn? Waarschijnlijk zijn er meer casussen. De heer BRUINS vindt het een goed idee om het signaal aan de rekenkamer af te geven om hier eens kritisch naar te kijken. De heer BLOKKER vindt het prima als de rekenkamer dit onderwerp wil gaan onderzoeken maar de mensen in de klankbordgroepen denken heel anders over de inspraak en die zijn daar heel tevreden over. Het is niet zo dat hier op een verkeerde manier de inspraakprocedure is gevolgd. Sterker nog, vorige week was er nog een gelegenheid om in te spreken, bijvoorbeeld over de plankaart. De heer EIJBAARD heeft niet gezegd dat de procedure niet juist is gevolgd maar de procedure heeft niet gewerkt zoals de raad het zou willen. Met elkaar is oprecht geprobeerd om van dit inspraaktraject een succes te maken maar er moet worden geconcludeerd dat dit voor een groot gedeelte niet gelukt is. Dan moeten daar lessen uitgetrokken worden en vandaar de oproep. De heer VAN WIJK is van mening dat er een juiste inspraakprocedure is geweest en dat er is geluisterd naar een meerderheid van de inwoners.
Er zijn enkele inwoners die zich niet gehoord voelen maar het is bij elk besluit zo dat niet iedereen zich gehoord voelt en zijn eigen mening blijft houden. Mevrouw VAN OTTEN merkt op dat het een goede oproep van de heer Eijbaard is om te laten onderzoeken door de rekenkamer of het een goed participatieproces is geweest. Juist omdat de raad nog niet eerder het signaal van zo’n grote groep inwoners heeft gehad dat ze zich niet gehoord voelden. Het is een bijzondere situatie dat zo’n grote groep zich onthoudt van het recht om in te spreken en dat is een onderzoek waard. Op basis van het onderzoek kan vervolgens worden geconcludeerd of het wel of niet een goed proces is geweest. De heer JONKERS zegt dat er een procedure is afgesproken met de rekenkamer en er mag geen precedent worden geschapen dat elke keer wanneer in de raad een onderwerp wordt besproken de vraag is of dat wel of niet aan de rekenkamer moet worden voorgelegd. De heer EIJBAARD vindt dat er sprake is van gegoochel met aantallen bezoekers van wat hoort er nu wel bij en wat hoort er nu niet bij. Dat heeft ook raakvlakken met de MER en de stikstofberekeningen die er zijn. In september werd nog uitgegaan van 400.000 bezoekers. Dat is teruggebracht naar 325.000 omdat anders het plan niet door kan gaan.
Het vorige bestemmingsplan is nooit van toepassing geweest op Soestdijk wat betreft evenementen en er zijn indertijd op een slinkse manier meer evenementen voor Soestdijk mogelijk gemaakt via de APV. Om die nu toe te rekenen van het mocht al? De bewoners riepen in de inspraak de raad toen al op van hier gebeuren dingen die eigenlijk helemaal niet kunnen. In de geest van hoe de raad toen besluiten heeft genomen kon niet worden overzien wat dat in zijn totaliteit voor onderhavig plan betekende. Die effecten moeten nu tot dit plan worden gerekend en opnieuw moet worden bekeken wat de juiste bezoekersaantallen zijn. Die zijn hoger dan die 325.000 en daar moet in het plan rekening mee worden gehouden. De heer JONKERS vraagt wat er dan gegoocheld is en over welke slinkse manier de heer Eijbaard het heeft. Hoe gaat de gemeente de bezoekersaantallen controleren?
De heer EIJBAARD legt uit dat het gegoochel ging over een hele rare wijziging van de APV waarin opeens op bepaalde afstanden van de Amsterdamsestraatweg evenementenplekken werden aangewezen. Dat maakte allerlei dingen mogelijk en nu wordt gezien dat het allemaal effecten heeft die niet worden meegenomen maar daardoor is er wel extra ruimte gecreëerd. De wethouder heeft op technische vragen over het controleren van bezoekersaantallen een antwoord gegeven. Dat is heel ondoorzichtig want er kan worden gewerkt met toegangssystemen en boekingssystemen en de vraag is of wanneer de 325.000 bezoekers zijn gepasseerd in juni het paleis dichtgaat. Dat wordt niet verwacht en hoe wordt het dus geborgd? Is er straks een accountant die het jaarlijks controleert en erop toeziet dat de procedure klopt? Ook bewoners vragen in de inspraak hoe dit gaat worden geregeld en daar krijgen ze geen antwoord op. Mevrouw VAN OTTEN zegt dat er nu alleen met een ander getal wordt gewerkt, namelijk 325.000 in plaats van 400.000 maar de overige 75.000 worden niet meer meegerekend. Het kan toch niet zo zijn dat als de besluiten maar worden opgeknipt in meerdere besluiten, eerst de APV en nu het bestemmingsplan, dat die getallen niet meer bij elkaar hoeven te worden opgeteld? Het totale aantal bezoekers is hoger dan wat in de berekening wordt meegenomen.
Dit moet dus op een andere manier worden berekend want dit is gegoochel met cijfers. De heer EIJBAARD zegt dat er een aantal huisjes staan en conform de regels van het bestemmingsplan mogen die bouwblokken nu volledig bebouwd worden. In het oude bestemmingsplan zat een beperking dat woningen die nog geen 600 kuub waren tot die inhoud mochten worden uitgebreid. Destijds was ook al het voornemen om die groter te maken maar dat is door de provincie tegengehouden. Nu zit het er opnieuw in en is het niet door de provincie tegengehouden. Het kan niet zo zijn dat straks het hele bouwvlak mag worden bebouwd want het zijn monumentale huisjes en daarom moet er in het bestemmingsplan worden opgenomen dat die huisjes blijven zoals ze nu zijn. De heer BLOKKER onderschrijft de oproep van de PvdA om van de huisjes af te blijven. Het zijn rijksmonumenten en ga er daarom verder helemaal niets mee doen. De heer JONKERS is ook van mening dat het niet de bedoeling kan zijn dat die huisjes veel groter worden. Bovendien kan dit ook helemaal niet bij monumentale woningen. Mevrouw VAN OTTEN zegt dat het de bedoeling is van dit bestemmingsplan om voor het paleis een en ander te regelen. Daarom dient dit in het bestemmingsplan te worden teruggebracht tot behouden van wat er staat en niet dat er uitbreidingsmogelijkheden worden toegevoegd.
Mevrouw KOENDERS is ook van mening dat de bescherming van deze monumentale pandjes moet worden geborgd en dat dit dus moet worden hersteld. De heer EIJBAARD memoreert dat bij het voorontwerpbestemmingsplan een amendement is ingediend dat opriep om duidelijkheid te geven over de voortuin. In de presentatie van de MBE is de voortuin wel benoemd maar het is slordig dat er een plankaart is waardoor het idee ontstaat dat er in de voortuin niets mag gebeuren. Daar is geen zienswijze op ingediend en dat zal nu ook niet meer gebeuren omdat in het vorige traject geen zienswijze is ingediend. Dat is een hiaat dat moet worden opgelost. De heer JONKERS vraagt de wethouder om een reactie hierop.
Mevrouw VAN OTTEN stelt dat de suggestie is gewekt dat de evenementen naar de achtertuin zouden worden verplaatst. Het is nu een beetje vaag wat er gebeurt en dat moet worden opgelost zodat het weer overeenkomt met wat met elkaar is bedoeld. De heer BRUINS is van mening dat altijd is gezegd dat ten aanzien van de activiteiten wordt gekeken naar daar waar ze konden en het best op hun plek kwamen. Dat kon of in de voortuin zijn of in de achtertuin. Er is nooit echt gesproken over het uitsluiten van de voortuin. De heer JONKERS zegt dat dit ook zijn actieve herinnering was. De heer EIJBAARD geeft aan dat het ook duidelijk is dat de MBE bij het voorontwerp heeft gezegd dat ze ook graag evenementen in de voortuin wil houden maar de raad heeft een plankaart vastgesteld waarin de voortuin niet als evenementenzone stond en dat daarom misschien mensen hierop geen zienswijze hebben ingediend en dat nu niet meer kunnen doen als ze dat willen omdat ze dat in eerste termijn niet hebben gedaan. Dit voelt een beetje gek en daar moet iets voor verzonnen worden. Wat vinden de andere fracties hiervan? De heer JONKERS is het niet bekend of de tekening anders is ingekleurd en daarom is het fijn om een reactie van de wethouder te krijgen of dat zo is. Destijds is er over gesproken zoals de heer Bruins net heeft verwoord.
Wethouder JANSMA legt uit dat de plankaart is gewijzigd maar dat de tekst niet is gewijzigd. In alle teksten van het voorontwerp en het ontwerpbestemmingsplan heeft altijd gestaan dat evenementen in de voortuin mogelijk zijn. In de memo van 14 februari is aangegeven dat de kaart niet is aangepast op basis van alle besluiten. Zelfs HBR-advocaten heeft nog geadviseerd in het voortraject om goed op de kaart te letten dat de arcering van de evenementen moet worden aangepast omdat die anders te slecht leesbaar is en dat is gedaan. De heer EIJBAARD is van mening dat nog steeds kan worden gediscussieerd over de bedragen die genoemd zijn ten aanzien van de opbrengsten van het Alexanderkwartier. Mede gezien de conclusies die HBR Advocaten heeft getrokken in het eerste memo, zijn de fracties bereid om dit toe te voegen aan de anterieure overeenkomst? Waar gaat het over wat wordt gehanteerd als grondprijs, de marktconforme rente, bijvoorbeeld Euribor rente, de hoeveelheid kostenposten et cetera. Daarvoor heeft HBR Advocaten vanmiddag nog een bepaald percentage gegeven wat je zou kunnen nemen voor de kosten. Dit zou expliciet moeten worden opgenomen in de anterieure overeenkomst zodat er geen discussie meer is over wat netto opbrengsten zijn en dan kan dit ook worden gecontroleerd door een accountant. De heer JONKERS lijkt dat een goed idee.
De heer BRUINS zegt dat dan de eerste vraag zou zijn wat willen we ermee. Stel dat de MBE een miljoen winst maakt op die woningen en dat in een potje zet voor over 10 jaar, wordt dan constant gemonitord of elke cent wel terecht komt waar die moet terechtkomen en waarmee hun bedrijfsvoering knap lastig wordt gemaakt? De heer EIJBAARD merkt op dat met elkaar is afgesproken dat alle opbrengsten van het Alexanderkwartier ten goede komen aan de restauratie van het paleis. Dat is ook met een ruime meerderheid zo gezegd, ook door fracties die tegen het totale plan waren. Als je helderheid wilt hebben over wat die opbrengsten zijn moeten daar ook duidelijke randvoorwaarden over gesteld worden want anders kan daar discussie over ontstaan en daarom is ook HBR Advocaten gevraagd
om daar advies over te geven. Het advies moet op een zo goed mogelijke manier worden ingezet om daar achteraf geen discussie over te krijgen. Mevrouw VAN OTTEN zegt dat de toestemming om op het Alexanderkwartier te bouwen een hele hoge uitzondering is omdat het bedoeld is voor de instandhouding van Paleis Soestdijk. Alleen daarom wil de provincie hieraan medewerking verlenen en dus is de koppeling heel erg stevig. Alleen wanneer het absoluut noodzakelijk is, is daar een uitzondering voor mogelijk met het bouwen in de bosgroeiplaatsen. Iedere cent uit die opbrengst moet dus geïnvesteerd worden in Soestdijk. Daarom dient er transparantie te zijn over de opbrengsten en wat waaraan wordt toegerekend zodat die voorwaarde goed kan worden gecontroleerd en het is heel goed om dat op te nemen. De heer VAN WIJK heeft er moeite mee om de volledige transparantie te borgen. Net is al gesproken over de uitvoeringsverplichting dat het paleis moet worden onderhouden en dat het reserves moet hebben en als er een miljoen overblijft om dat later te investeren in onderhoud en continuïteit zou dat moeten kunnen. De ondernemer moet kunnen ondernemen. De heer EIJBAARD zegt dat het erom gaat dat achteraf discussie moet worden voorkomen over wat nou de opbrengsten zijn.
De heer Meyer heeft gezegd dat hij alle opbrengsten van het Alexanderkwartier wil stoppen in het paleis maar het gaat erom dat straks geen verwijten kunnen worden gemaakt richting de MBE dat er minder opbrengst in het paleis is gestopt dan uit het Alexanderkwartier is gehaald. Door die voorwaarden scherper te stellen kan er geen discussie ontstaan. De heer BLOKKER is van mening dat een ondernemer moet kunnen ondernemen zonder alle opbrengsten in de restauratie van het paleis te steken. Verliezen worden ook niet met de ondernemer gedeeld. Een goede boekhouder kan met de voorwaarden die zijn vastgelegd prima uit de voeten. Mevrouw KOENDERS stelt dat ook niet mag worden vergeten dat MBE zich verplicht heeft tot de restauratie van het paleis en daarvoor dus zorg zal moeten dragen. De heer EIJBAARD stelt voor dat de heer Blokker toelicht hoe hij de tijdelijkheid van de brug ziet, op welk moment er wel een ondertunneling of een brug zou moeten zijn en wie dat dan zou moeten betalen. De heer BLOKKER geeft aan dat nu in het plan wordt voorgesteld een zebrapad met stoplichten. Een meerderheid van deze raad is tegen deze schijnveiligheid. Vandaar het voorstel om te kijken naar een letterlijke en figuurlijke overbrugging om de tijd te hebben om te meten en te weten om hoeveel verkeersbewegingen het gaat als het paleis is opgeleverd.
Met die data, welke kunnen worden gemeten in een periode van 1 of 2 jaar, kan worden gekeken naar een oplossing in samenspraak met de provincie. Uiteindelijk dient de provincie er een besluit over te nemen. Voor Baarn is een creatieve partij en ziet niet bij voorbaat beren op de weg maar neem de overbrugging in tijd en bekijk de mogelijkheden voordat er een definitieve oversteek wordt gerealiseerd. De provincie is al met de Amsterdamsestraatweg bezig en de VVD heeft ook al aangegeven benieuwd te zijn naar de oplossing voor niet alleen het stuk bij het paleis maar ook vanaf de Escherrotonde tot het paleis. Er wordt wel een voorstel gedaan om de mogelijkheid te onderzoeken van een ondertunneling bij de Escherrotonde. Neem dat in het overleg in de periode die met de tijdelijke brug wordt gecreëerd ook mee waarom daar wel en bij het paleis slechts een zebrapad.
De heer KOUDSTAAL wijst erop dat er een verkeersonderzoek ligt en op basis daarvan is een aantal berekeningen gemaakt van hoeveel verkeer er kan worden verwacht in de toekomst, los van de evenementen maar op basis van de huidige ontwikkelingen. Dat wordt ook in het mobiliteitsplan van de provincie vastgelegd. Het is dus al bekend hoe die ontwikkelingen gaan plaatsvinden en op basis daarvan heeft de provincie gezegd dat het niet nodig is en zoals het nu ligt is het veilig. Stel dat er op een gegeven moment toch de mogelijkheid bestaat of dat uit berekeningen zou blijken dat het zebrapad niet aan de orde is en dat er een tunnel of een brug moet komen. Dan zegt de provincie dat de veroorzaker van de komst van die mogelijke brug of ondertunneling wel moet betalen. Hoe groot is de kans dat het zover komt en dat de toekomstige raad zegt van we gaan een paar miljoen op tafel leggen? Wat wil Voor Baarn nou met de tijdelijke brug? Straks wordt een bestemmingsplan vastgesteld waarin geen sprake is van een tijdelijke brug maar een gelijkvloerse kruising zowel bij de Parade als bij het Alexanderkwartier. Kan Voor Baarn aangeven dat er in de toekomst betaald gaat worden voor een brug of een tunnel als dat aan de orde is? De heer BLOKKER zegt dat het antwoord 2 keer nee is.
De provincie gaat uit van een theoretische berekening maar Voor Baarn pleit voor een oplossing vanuit de praktijk en daarom ook de gedachte om daar 2 jaar voor te nemen. In die periode kan worden gekeken naar een zo optimaal mogelijke veilige oversteek. Of de provincie nu wel of niet bereid is. Het hoeft volgende week ook niet gerealiseerd te worden. Vanaf het moment dat het paleis na renovatie wordt opgeleverd komt om de hoek kijken hoe de oversteek moet worden geregeld. Tot dat moment is dus de tijd genomen om alle vragen die de heer Koudstaal stelt met de provincie en de MBE te bespreken. De heer EIJBAARD is blij om te horen dat voor het creatieve voorstel van Voor Baarn in ieder geval geen geld van de gemeente Baarn komt. Hopelijk is volgende week duidelijk of dit een realistisch plan is of niet. Met tijdelijk een brug maken ontneemt de gemeente zich wellicht de mogelijkheid om te zien wat er gebeurt als die zebra er ligt. Het betekent ook iets voor de opstoppingen die gecreëerd worden op de Amsterdamsestraatweg doordat er een zebrapad is met verkeerslichten en als je tegelijk een brug aanlegt ga je dat effect vanaf het begin niet meten. Dan is er ook geen inzicht in dat een oversteekplaats voor voetgangers misschien prima zou kunnen maar het opstoppende effect van het zebrapad wordt dan ook niet gezien.
Mevrouw VAN OTTEN is ook voor een ongelijkvloerse oversteek maar een brug is om meerdere redenen niet wenselijk. Dan zou een tijdelijke brug voor 2 jaar wel worden toegestaan maar je moet er niet aan denken dat dit voor het mooie paleis komt te staan. Daarom twijfels of dit voor 2 jaar een wenselijke oplossing is en wat daarna? Het is wel belangrijk dat er een plan klaar ligt van wat er gebeurt na die 2 jaar en wat zijn dan de criteria en is er dan een serieuze mogelijkheid dat wordt overgegaan tot ondertunneling want dat is de gewenste oplossing. De heer BLOKKER zegt dat het niet mogelijk is om in een week alles te kunnen dichttimmeren met de provincie. Er wordt nu niet gekeken naar wat over 2 jaar. Is GroenLinks van mening dat een zebrapad een veilige oplossing is terwijl iedereen weet dat het onveilig is en dat er kan worden gewacht totdat er iets gebeurt? Mevrouw VAN OTTEN memoreert dat Voor Baarn al eerder heeft aangegeven ook een ongelijkvloerse oversteek te willen maar die fractie moet er dan ook consequenties aan verbinden en niet instemmen met het bestemmingsplan voordat dit geregeld is. De heer BLOKKER geeft aan dat het vaststellen van het bestemmingsplan voor de fractie niet afhangt van hoe deze verkeerssituatie wordt opgelost want daar is tijd voor. Voor Baarn zal instemmen met het plan onder voorwaarde dat.
Mevrouw VAN OTTEN constateert dat Voor Baarn het wel heel belangrijk vindt omdat ze voor 2 jaar zo’n gevaarte wil neerzetten en dan moet die fractie dat ook afhankelijk maken van al of niet goedkeuring van het bestemmingsplan. De heer BLOKKER zegt dat de tijdelijke oplossing altijd nog beter is dan het voorstel van de provincie. Het is gevaarlijk om een zebrapad aan te leggen en deze creatieve oplossing wordt voorgelegd aan de andere partijen maar begrepen wordt dat GroenLinks graag een zebrapad wil en gaat afwachten wat er gaat gebeuren. De heer VAN WIJK heeft de toezegging van de wethouder gehoord dat de creatieve oplossing van Voor Baarn op korte termijn wordt onderzocht en daar moet de raad van gebruikmaken. De heer JONKERS merkt op dat het verkeersmodel dat er nu ligt op basis van aannames van het aantal bezoekers dat wordt verwacht is gemaakt. Als de verkeerssituatie wordt gemeten op basis van een brug die wordt aangelegd kun je feitelijk vaststellen hoeveel verkeersbewegingen er zijn en dat is anders. Het voorstel is niet om daar een tunnel te graven want dat lukt daar niet. Ook wordt gezegd dat het niet reëel is maar het kan wel degelijk binnen 24 of 48 uur. Als je niets doet gaat het verkeer vanzelf opstoppen en dan weet je wat het opstoppende effect is maar dat heeft niet de voorkeur.
De heer EIJBAARD begrijpt dat Voor Baarn instemt met het bestemmingsplan en dat er nog tijd is om naar een verkeersoplossing te kijken. Dat betekent dat als er uiteindelijk geen andere verkeersoplossing komt Voor Baarn uiteindelijk ook instemt met een zebrapad. Het CDA zegt dat er 2 voorstellen liggen maar er waren er altijd al 4, namelijk een voorstel voor een zebrapad, 2 bruggen en een tunnel. Die voorstellen lagen allemaal op tafel maar de provincie heeft gezegd de vervuiler betaalt en MBE zegt dat zij niet meer kan betalen dan een zebrapad. Dus als de gemeente wat anders wil moet ze dat zelf betalen. D66 heeft het over de waarschijnlijkheid van dat we dit uiteindelijk gaan doen maar als je geen voorwaarden stelt is zo’n brug een leuke geste naar het gevoel wat er nu leeft over het zebrapad maar als dat uiteindelijk niet leidt tot iets anders zijn het vooral mooie woorden en dan heb je niets anders. Het zebrapad zal een effect hebben op het verkeer dat voorbij komt en wanneer je direct een brug aanlegt kan je dat effect niet meten. Wat de PvdA betreft komt er helemaal geen zebrapad want het hele plan is niet zo verstandig. De heer BRUINS vindt het een creatief idee van Voor Baarn maar die weg is van de provincie. De provincie wil de weg opnieuw inrichten naar een 60 km weg met een zebrapad.
Dat komt binnen de bebouwde kom en de gemeente zou dus kunnen handhaven op de snelheid. Als de raad iets anders wil moet ze de wethouder niet op stap sturen met een lege portemonnee en dat wordt nu opnieuw gedaan. Als de gemeente een brug wil en dat wil onderzoeken moet ook de discussie worden gevoerd of je eraan mee wilt betalen of niet want anders komt die er niet. De heer VAN WIJK zegt dat van de 4 voorstellen van de heer Eijbaard er eentje overblijft en er komt er nu één bij. Mevrouw OORTMAN GERLINGS merkt op dat op basis van de ramingen van de activiteiten die op de Parade gaan plaatsvinden is gezegd dat er een zebrapad moet komen. Het neerzetten van zo’n tijdelijke brug is het waard om te onderzoeken want als het drukker wordt en het gevaarlijk wordt met een zebrapad heeft de gemeente in ieder geval een goed verhaal naar de provincie. Het is dus een goed idee om het in ieder geval te onderzoeken.
De heer JONKERS stelt dat dit voorstel nog geen 24 uur oud is en er zijn nu al heel veel bezwaren op een voorstel dat nog niet eens is uitgewerkt. Het is een leuk idee en misschien is het mogelijk. De MBE heeft al aangegeven dat ze bereid is om ernaar te kijken of ze een deel ervan wil meebetalen. Het moet gewoon worden geprobeerd. De heer BLOKKER roept de raad op om met elkaar creatief te zijn voordat alles wordt dichtgetimmerd. Er zijn allerlei zaken al tot achter de komma bekeken en nu komt er iets creatiefs en daar moet ook op die manier mee worden omgegaan. Wat betreft de ChristenUnie, als je gaat onderhandelen met de provincie moet je niet nu al komen met dat de gemeente daar ook aan mee gaat doen in financiële zin. Dat is niet verstandig. De heer EIJBAARD zegt dat wat betreft de publieke toegankelijkheid het antwoord van het college op het eerdere advies van HBR Advocaten is dat er nog voldoende punten zijn die moeten worden aangepast. In hoeverre staan andere fracties daarvoor open? De heer BLOKKER vraagt of de heer Eijbaard daar ook mee bedoelt de hoogte van het entreekaartje. Daar heeft het college een hele creatieve oplossing van kijk welke subsidiemogelijkheden er zijn voor mensen met een smalle beurs zoals een declaratiefonds en er werd nog een andere subsidiemogelijkheid aangegeven.
De heer EIJBAARD vindt het triest dat er zo weinig debatpunten zijn bij zo’n belangrijk onderwerp. De heer BLOKKER stelt dat Voor Baarn met veel interesse en plezier heeft gereageerd op de discussiepunten van de PvdA. De VOORZITTER concludeert dat de toezegging is gedaan dat de wethouder maandag nog een reactie geeft na overleg met de provincie. Er komt nog een reactie op de punten van de reactie van HBR Advocaten of dit in de overeenkomst wordt aangepast. Wethouder JANSMA verduidelijkt dat is toegezegd dat naar aanleiding van het debat er naar zal worden gestreefd om voor volgende week woensdagavond 23 februari een aangepaste anterieure overeenkomst te hebben zodat de raad daarvan kan kennisnemen. Op de opmerkingen van HBR Advocaten is gezegd van de 2 punten die genoemd werden van is dit nou een apart ding of is het een tekstvoorstel voor de anterieure overeenkomst dat het een tekstvoorstel is voor de anterieure overeenkomst en ten aanzien van het 3e punt de regels in het bestemmingsplan zullen op 3 plekken eensluidend worden gemaakt met het woordje ‘zijn’. De VOORZITTER stelt voor om even te schorsen. De heer JONKERS merkt op dat het inmiddels 23.00 uur is en er zijn nog 6 agendapunten waaronder de Staat van Baarn dat de nodige tijd kost. Misschien kan in de schorsing worden overlegd of dit een andere keer wordt behandeld of dat vanavond verder wordt gegaan.
De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. Wil de raad gezien de tijd vanavond verder gaan met de agendapunten of morgen verder gaan? Dan moet het digitaal want de huidige zaal is morgen niet beschikbaar.
De heer KOUDSTAAL stelt voor om morgen digitaal verder te gaan. Die regel is ooit ingesteld om op 23.00 uur te schorsen maar dat is nog nooit gebeurd want iedere keer wordt besloten op dat tijdstip om toch maar door te gaan. De heer VAN WIJK wil met de vergadering doorgaan tot maximaal 00.15 uur. De heer BLOKKER gaat graag door met de vergadering. De heer JONKERS wil morgen digitaal verder gaan met de vergadering want het gaat wel wat langer duren dan tot 00.15 uur. Mevrouw OORTMAN GERLINGS wenst ook morgen digitaal verder te gaan met de vergadering. Mevrouw VAN OTTEN zegt dat de onderwerpen die nog op de agenda staan met aandacht moeten worden behandeld en daarom morgen verder. De heer BRUINS zou graag vanavond verder gaan met de vergadering. De heer EIJBAARD wil morgen wel verder gaan maar gaat er dan vanuit dat de voorzitter van de besluitenraad wat meer ruimte geeft om punten die eventueel morgen door fracties niet zijn behandeld daar wat uitgebreider te kunnen behandelen. Over het punt van de RUD zal de fractie niet morgen maar bij de besluitenraad wat zeggen. Mevrouw KOENDERS gaat bij voorkeur vanavond door met de vergadering. De VOORZITTER concludeert dat 5 partijen willen doorgaan en 4 partijen morgen door willen gaan. De heer JONKERS merkt op dat stemmen plaatsvindt op basis van het aantal raadsleden. De VOORZITTER zegt dat dan morgen digitaal wordt doorgegaan.
Via de griffie zal een uitnodiging worden gestuurd om te kunnen inloggen. De vergadering wordt geschorst om 23.13 uur. Hervatting van de vergadering van 16 februari (digitaal) Voorzitter:
de heer A.R. Stolk
Griffier:
de heer D.E. Bulthuis
Aanwezig:
de heer P.A.H. Blokker (Voor Baarn), de heer J.J.G. Bosman (GroenLinks), de heer R.M. Bruins (CU-SGP), de heer M.J.P.M. van der Donk (CDA), de heer M. Eijbaard (PvdA), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), de heer J.M. Jonkers (D66), mevrouw M.J. Koenders-van der Vrugt (LMK), de heer C. Koudstaal (BOP), de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), de heer A.L.W.G. van der Meij (VVD), mevrouw A.M. Martens (VVD), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlingsvan Hal (VVD), mevrouw H.H. van Otten (GroenLinks), mevrouw M.K.J. Papo-Schreuder (VVD), de heer M.R.N. Schouten (Voor Baarn) en de heer R. van Wijk (CDA)
Overige aanwezigen:
de heer T.G.W. Jansma (wethouder) en de heer H.B. Prakke (wethouder)
De VOORZITTER heropent de vergadering op 17 februari 2022 om 20.00 uur en heet iedereen van harte welkom. Er zijn afmeldingen ontvangen van mevrouw Stam, de heer Van Grinsven, mevrouw Bruijstens en burgemeester Röell. 4. Principeverzoek Zuidereind 6 (343790) Mevrouw PAPO meldt dat de VVD kan instemmen met het verzoek aangezien de 2 appartementen in de bestaande schuur komen en de bebouwing niet wordt vergroot en dit dus geen effect heeft op de ruimte en parkeren op eigen terrein kan plaatsvinden. De heer VAN DER LINDEN geeft aan dat ook kan worden ingestemd met het principeverzoek. De heer JONKERS sluit zich aan bij de woorden van vorige sprekers. De heer BOSMAN verwacht te kunnen instemmen met het voorstel. De heer BRUINS stemt ook in met het voorliggende raadsvoorstel. De heer VAN WIJK wenst de initiatiefnemers heel veel succes. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 5. De Staat van Baarn (343462) De heer BRUINS meldt dat kan worden ingestemd met het raadsvoorstel. De heer SCHOUTEN zegt dat het voorliggende document goed is en ook het proces er naartoe. De Staat van Baarn is een mooi ijkpunt waarin veel benoemd wordt wat Baarn zo uniek en mooi maakt maar het is ook niet meer dan dat. Het raadsvoorstel zal van harte worden ondersteund.
De heer VAN DER DONK begrijpt van de wethouder in de informatieraad dat de raad er nu niet teveel van kan vinden maar pas bij de omgevingsvisie. Er is een gedegen proces doorlopen. Zelfs de Baarnsche Courant vind het document zo aangenaam en beschouwend dat ze het integraal afdrukte. Veel pagina’s over landschappelijke waarden en geschiedenis zouden een soort verplichte kost moeten zijn voor nieuwe raadsleden maar het is zo meegaand van laten we alles houden zoals het is. Als dit de input wordt voor de omgevingsvisie wordt nu al gezien hoe die eruit komt te zien, namelijk we houden dingen lekker in stand. Het college had ook aan de slag kunnen gaan in dit stuk met een aantal pittige scenario’s want als je mensen vraagt van wat vindt je van de situatie krijg je zeker in Baarn vaak een conservatief antwoord. De gemeente had meningen kunnen vragen en interessante vergezichten kunnen geven zodat het allemaal wat levendiger wordt en de input voor het volgende stuk wat aantrekkelijker was geworden. Hoe gaat het college borgen dat de raad bij de omgevingsvisie wel wat te kiezen krijgt en er discussie komt in de raad over belangrijke keuzes met betrekking tot de omgeving? Hoe gaat het college de raad activeren in de volgende ronde?
Welke ideeën hebben de andere fracties om in deze omgevingsvisie tot wat meer pittige debatten en keuzes te komen? De heer VAN DER MEIJ concludeert uit het stuk dat we best trots mogen zijn op Baarn en het is mooi dat zoveel mensen input hebben gegeven. Het volgende traject moet vooral samen worden gedaan met een positieve instelling. De omgevingsvisie moet zo worden dat de inwoners van Baarn zich gehoord en beschermd voelen. De heer VAN DER LINDEN vindt het bijzonder om te constateren dat het in de raadscommissie Omgevingswet niet volledig politiek was maar vooral zeer inhoudelijk. Dit document is een uitstekend startpunt om de omgevingsvisie vast te stellen. De opgave voor Baarn is richting het goede behouden en het nieuwe omarmen. Belangrijk wordt de woningbouwopgave om 1000 woningen tot 2030 te realiseren. Een deel van de woningbouw kan worden ingevuld op nieuwbouwlocaties op korte en middellange termijn in de Baarnsche Zoom maar het is de vraag of dat voldoende is gezien de bevolkingsontwikkeling. Er zullen mogelijkheden moeten worden gevonden om aan de vraag van de bevolking te voldoen. Denk bijvoorbeeld aan het splitsen van woningen en het indikken van het winkelbestand zodat de vrijgekomen winkelruimte voor wonen geschikt kan worden gemaakt. Het is heel belangrijk om dat in de omgevingsvisie op te nemen.
Verder is van belang een dorps karakter met allure, goede bereikbaarheid met eigen en openbaar vervoer en goede voorzieningen als zwembaden, theater, sport en een ruim aanbod van scholen. De invoering van de wet is weer uitgesteld en de raad heeft dus de tijd om over de omgevingsvisie een goede inhoudelijke discussie te voeren. De heer BOSMAN zegt dat als je bladert door de Staat van Baarn je beseft dat je in een prachtige gemeente woont maar dat we ook in een krap jasje zitten. Daar komt nog bij zelf opwekken van energie en ruimte aan de natuur en dat wordt een hele puzzel. Op de laatste pagina’s staan wel degelijk dilemma’s benoemd waar de gemeente zich de komende jaren over zal moeten buigen zoals het behoud van het groene karakter van Baarn versus de noodzaak van passende woningen en goede bereikbaarheid, behoud van kwaliteit van landgoederen versus nieuwe verdienmodellen, versterken van de kwaliteit van de natuur versus opvangen van de recreatiedruk en het gaat om het behoud van de kwaliteiten van cultuurhistorisch agrarisch landschap versus opwek van duurzame energie.
Dit soort discussies zijn afgelopen jaren gevoerd bij bijvoorbeeld het theehuis en de hondenuitlaatplaats in Landgoed Pijnenburg, grootschalige opwek van zonne-energie in buitengebieden die deels ook natuurwaarden hebben en de plannen voor Paleis Soestdijk met alle gevolgen voor natuur, omwonenden en de bereikbaarheid van Baarn en Soest. Het zou behulpzaam zijn geweest als de raad die discussies had kunnen voeren vanuit een duidelijke visie op het buitengebied. Die visie moet er de komende tijd alsnog komen. GroenLinks verwacht te kunnen instemmen met het raadsvoorstel. De heer JONKERS zegt dat dit document tot stand is gekomen met de input van heel veel inwoners en andere betrokken organisaties. In de informatieraad zei de wethouder dat nu eigenlijk wordt besloten over de 11 opgaven en zijn vraag was of er nog wat wordt gemist. Daarvoor heeft de fractie gesnuffeld in documenten van andere gemeenten zoals Amsterdam en Zaanstad. Inhoudelijk wordt niets gemist maar het viel wel op dat in deze gemeenten opgaven stonden als de inclusieve stad of kansengelijkheid. Dit soort opgaven horen thuis in de omgevingsvisie. Zijn de andere fracties ook van mening dat een belangrijk thema als kansengelijkheid apart benoemd zou moeten worden als opgave in de Staat van Baarn of de omgevingsvisie? Wethouder JANSMA dankt voor de lovende woorden over het proces.
Dit verdient een vervolg bij soortgelijke projecten. Het is best een uitdagend stuk gezien de dilemma’s die de gemeente straks
gaat tegenkomen. Met de raad is afgesproken dat eerst een foto wordt gemaakt van de situatie van wat vindt de raad op dit moment belangrijk en wat ziet u voor uitdagingen zonder daar meteen een conclusie uit te trekken. Het worden straks pittige discussies over woningbouw, recreatiedruk, energie opwek enzovoort. Zelfs bij het maken van de foto zei de ene inwoner op de bijeenkomst van laten we het zo houden zoals het is want het is prima en de andere zei het mag best wel een stukje levendiger, progressiever, uitdagender. Die discussie wordt in de volgende fase met elkaar aangegaan en hopelijk kan daar ook weer de samenleving bij worden gebruikt. Het zou raar zijn geweest als een foto was gemaakt waar raad en college zich totaal niet in konden herkennen. Met elkaar en alle stakeholders is geconcludeerd van dit is de situatie van vandaag de dag, dit zijn de uitdagingen en hoe we die uitdagingen te lijf gaan valt in de volgende ronde en dat is wezenlijk voor de toekomst van Baarn. De heer VAN DER DONK constateert dat de wethouder er zin in heeft en dat geeft hoop.
Dit is de mening van de mensen die gevraagd zijn en de raad kan daar geen nieuwe dingen aan toevoegen maar hoe wordt het proces naar de omgevingsvisie toe? Gaat het college het gemiddelde kiezen en de raad moet maar komen als die het er niet mee eens is of gaat het college verschillende mogelijkheden schetsen? Wethouder JANSMA zegt dat daar al een voorschot op is genomen door een aantal dilemma’s te schetsen. Daar moet de raad de discussie over voeren als het bijvoorbeeld gaat over verdienmodellen voor de landgoederen versus de bescherming van de natuur of versus de recreatiedruk. Het gaat er straks over waar de raad de accenten gaat leggen en natuurlijk wordt daarbij de samenleving betrokken want daar doen we het voor. Hoe ga je om met de woningbouwopgave? Ga je schetsen buiten de lijntjes van de contouren? Het debat is belangrijk om de stip op de horizon voor de komende 10-20 jaar neer te leggen. De heer VAN DER DONK is benieuwd hoe de collega-raadsleden kijken naar hoe we de volgende stap gaan nemen en de discussie wordt geëntameerd. De heer SCHOUTEN verwacht dat het heel spannend wordt. Er wordt een enorme bak wetgeving over de schutting gegooid en de raad gaat bepalen wat weer over de schutting wordt getrokken. Dan moet goed worden nagedacht over welke participatie daarbij hoort.
Gaan we werken met participatietafels en als iemand straks een roze huis wil en de hele buurt vind dat prachtig, gaat de gemeenteraad dan zeggen van dat vinden we ook prachtig? Het wordt dus heel spannend en dan is het heel prettig dat er op dit moment een wat conservatief document als toetssteen ligt. De heer JONKERS vraagt hoe de andere fracties er tegenover staan om het thema kansengelijkheid in het document op te nemen. De heer BOSMAN zegt dat inclusiviteit en toegankelijkheid een heel belangrijk thema is. Het gaat dan bijvoorbeeld over verduurzamen op een manier die voor iedereen betaalbaar is. Luisteren we als gemeente in voldoende mate naar iedereen? Bij inclusiviteit kan ook gedacht worden aan groepen die het wat lastiger hebben in de samenleving. Dit is inderdaad een heel belangrijk punt waar naar gekeken moet worden. De heer SCHOUTEN merkt op dat dit hoort te worden geborgd in de omgevingsvisie maar dat zou ook kunnen betekenen dat de raad het op dit moment geen voldoende belangrijk thema vindt om op te nemen in de Staat van Baarn. Kan dit nog worden toegevoegd of gaan we daar met veel elan richting omgevingsvisie wat mee doen? Daar is het meer op zijn plaats omdat de inclusiviteit meer naar ons toekomt.
De heer VAN DER DONK zegt dat dit een van de thema’s is die wellicht wordt gemist en de vraag is dan hoe breed de omgevingsvisie moet worden. De heer SCHOUTEN wijst erop dat er verschillende avonden zijn belegd en dat er informatie is opgehaald bij stakeholders. Als het op dit moment geen thema is bij de stakeholders en al die mensen die moeite hebben gedaan om een bijdrage te leveren is het blijkbaar geen thema. De heer BOSMAN zegt dat het juist aan gekozen politici is om te kijken of er nog meer is en wat in de toekomst is te verwachten. Dit is een foto en nu wordt een film gemaakt over wat in de toekomst te verwachten is. De heer VAN DER LINDEN merkt op dat het nu de taak van de raad is om ervoor te zorgen dat een goede omgevingsvisie wordt ingevuld en als daar inclusiviteit bij moet, moet dat er ingebracht worden maar op dit moment is het duidelijk geen thema. De heer VAN DER DONK heeft uitgebreid zijn waardering uitgesproken voor het proces dat hieraan ten grondslag ligt maar zijn vraag gaat er over hoe met elkaar in gang moet worden gezet als de raad er andere dingen in wil hebben. De heer Schouten heeft echter niet goed begrepen wat de basis was van de strekking in het begin van zijn betoog.
De heer JONKERS zegt dat dit een foto is van de huidige staat van Baarn maar als daar kansengelijkheid niet bij hoort zeg je eigenlijk dat er nu geen kansengelijkheid is in Baarn en dat is nog zorgelijker. Het verdient dus aandacht en of dat nou in het ene of in het andere document komt, daar moet in commissieverband maar verder over gediscussieerd worden. De heer BOSMAN vindt dat inclusie en kansengelijkheid altijd een thema is en het feit dat dit niet oppopt in deze Staat van Baarn kan liggen aan de vraagstelling. Misschien is het te vanzelfsprekend voor mensen om het te noemen. Voor de volgende fase is het iets waar GroenLinks D66 in ondersteunt. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 6. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit onder de Omgevingswet en de Bouwverordening Baarn 2022 (335908) De heer SCHOUTEN constateert dat straks met de nieuwe Omgevingswet participatie veel meer aan de orde zou komen en dan is de vraag of je de beoordeling over ruimtelijke projecten moet wegleggen bij MooiSticht, een regionale c.q. provinciale welstandscommissie. Daarom is de fractie blij dat in het voorstel expliciet de burgerleden worden benoemd maar daar staat dan wel bij de mogelijkheid tot.
Liever ziet Mooi Baarn een commissie samengesteld uit het dorp zoals bijvoorbeeld de verkeerscommissie en laat hen straks samen met de participatiedeelnemers bepalen wat wel en wat niet kan. Uit overleg met de betreffende ambtenaar blijkt dat daar nu de tijd te kort voor is en ook is begrepen dat de raad de verordening op elk moment kan herroepen. Graag daarvan een bevestiging van de wethouder. Met misschien een kleine tekstuele aanpassing en een motie over een Baarnse commissie ruimtelijke kwaliteit kan Voor Baarn instemmen met het voorstel.
Mevrouw MARTENS stemt met het voorstel in. De bevoegdheid voor het benoemen van de Commissie voor de Ruimtelijke Kwaliteit kan aan het college worden gedelegeerd en het verder gaan met de mogelijkheid van burgerleden in die commissie is ook een uitstekend idee. De heer BOSMAN zegt dat er met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een goed slot op de deur is. De vraag is of het delegeren van de benoeming van de leden van de commissie aan het college een goed idee is. Het gaat ook om onafhankelijkheid van de commissie. Wat betreft burgerleden is de vraag van als mensen zo betrokken zijn bij hun omgeving in hoeverre hun onafhankelijkheid is gewaarborgd. Hoe denken de andere raadsleden over het risico dat de commissie niet helemaal onafhankelijk is of wordt gezien als de leden per definitie door het college worden benoemd? De heer VAN DER LINDEN heeft er ook moeite mee om een in de wet vastgelegde bevoegdheid uit handen te geven en aan het college te delegeren. De fractie beraadt zich nog over het wel of niet steunen van het voorstel. De heer JONKERS heeft begrepen dat de huidige commissieleden een rooster van aftreden hebben maar dat ze er al langer zitten dan conform het rooster.
Kan de wethouder bevestigen of ontkennen dat dat zo is? Het college dat de bevoegdheid heeft voor het verlenen van vergunningen is hetzelfde college dat deze leden gaat benoemen en dat is niet zo verstandig. Wethouder JANSMA legt uit dat de raad op elk moment de verordening ter discussie kan stellen. Paragraaf 4 van de verordening zegt heel nadrukkelijk op welke gronden mensen benoemd worden. Dat is op basis van hun kennis, kunde, kwaliteit en professionaliteit en het moet ook een samenstelsel zijn van een aantal elementen zoals cultuurhistorie, architectuur et cetera. Het zijn dus professionals die geworven worden. De termijnen zijn nu ook veel stringenter vastgelegd, namelijk 4 jaar en nog één keer een benoeming voor 4 jaar. De professionaliteit is geborgd in hoe de samenstelling van de commissie is vormgegeven in de verordening. De heer JONKERS stelt dat er een aantal leden in zitten die er langer zitten dan de huidige termijn toelaat en er is al enige tijd een lid die niet meer onder ons is. Klopt dat? Wethouder JANSMA zegt dat beide klopt. Wat betreft het laatste punt is een voorstel gekregen voor iemand die daarin benoemd wil worden.
Daarvoor wordt echter eerst de besluitvorming over onderhavig voorstel afgewacht want het zou sneu zijn om iemand voor te dragen die een maand later geen deel meer kan uitmaken van de commissie omdat die uit Baarn komt maar de kandidaten zijn al besproken. De heer SCHOUTEN geeft aan dat de fractie al informatie heeft ingewonnen voor een motie over burgerleden. De strekking van de motie zal zijn om een opdracht te geven waar de mogelijkheden zitten. Dus leg je het weg bij MooiSticht of ga je met een burgerpanel werken. Daar zijn verschillende voorbeelden van in Nederland. Dat is ook met de betreffende ambtenaar besproken en die leek dat een goede opdracht. Daarom was ook de vraag of de verordening kon worden gewijzigd. De heer BOSMAN constateert dat het college zelf de leden van de commissie wil benoemen maar tegelijk moet die commissie kritisch kunnen oordelen over besluiten van hetzelfde college. In hoeverre wordt daarmee het risico verhoogd dat de commissie niet onafhankelijk is of niet de schijn van onafhankelijkheid uitstraalt? De heer SCHOUTEN is het aan de ene kant eens met de heer Bosman maar hij wekt een bepaalde suggestie en dan moeten de raadsleden allemaal elkaar maar eens aankijken want de raadsleden
wonen in Baarn en besluiten over allerlei zaken die Baarn aangaan. Zou dan een willekeurige architect niet kunnen, even buiten het feit dat die niet zijn eigen ontwerp moet goedkeuren of afkeuren? De vraag is of de benoemingen een collegebevoegdheid moet blijven. In het verleden werden de leden van de welstandscommissie benoemd door de gemeenteraad en dan zit er misschien in ieder geval wat meer kleuring in. De heer JONKERS zegt dat er over moet worden nagedacht of het juist is dat het een collegebevoegdheid blijft. De wethouder zei zonet dat er al kandidaten zijn gesproken en er is al één kandidaat en de wethouder gaat nu wachten op het besluit van de raad om te kijken of het college deze kandidaten rechtstreeks kan benoemen. Dit versterkt het gevoel dat de raad hier maar over moet blijven beslissen. Mevrouw MARTENS is niet bang dat de onafhankelijkheid van de commissie in het geding zal komen als het college de leden van de commissie benoemt. De heer VAN DER LINDEN vindt het logisch dat de wethouder gesprekken heeft gevoerd met kandidaten voor de commissie maar de bevoegdheid om ze te benoemen zou bij de raad moeten liggen. Dat geeft ook een zeker cachet en dat moet worden gehouden zoals het was.
De heer JONKERS wijst erop dat het college een vergunning kan geven maar dat die daarvoor moet worden getoetst of die aan alle eisen voldoet en dat gaan dan mensen doen die door het college zijn benoemd. Qua scheiding is het veel beter dat die mensen door de raad en dus door de bevolking worden benoemd zodat de commissie onafhankelijk en objectief kan oordelen. Mevrouw KOENDERS zou ook graag deze bevoegdheid bij de raad willen neerleggen. Wethouder JANSMA legt uit dat de commissie niet voor het college maar voor de gemeente werkt. De raad heeft de afgelopen jaren talloze verzoeken behandeld waarin ook het advies van de commissie zat. Die onafhankelijkheid van de commissie als adviseur van de raad is er dus vanzelfsprekend. Er zijn verschillende discussies geweest met de commissie over dat advies zouden we wel anders willen hebben want ik wil verdere stappen in het plan en dat geldt ook voor de raad in zijn afwegingen. De heer JONKERS vindt dat dit soort discussies moeten worden voorkomen en dat alle schijn moet worden vermeden. Daarom dient de raad deze mensen formeel te benoemen. De heer BOSMAN is ook van mening dat de commissie niet voor het college maar voor de gemeente werkt en dat is het beste argument om te zeggen van laat het hoogste orgaan van de gemeente dan ook de benoemingen doen.
Dit heeft niets met partijdigheid te maken maar het gaat om een zekere mate van democratische legitimiteit. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 7. Begroting Stichting Eemvallei educatief 2022 inclusief meerjarenraming 2022-2026 (345605) De heer VAN DER LINDEN begrijpt uit het staatje op pagina 13 wat betreft De Uitkijck dat tot en met 2026 elk jaar een negatief resultaat wordt geprognosticeerd. In hoeverre kan dit in de toekomst
een gevaar opleveren voor de school en het behouden van De Uitkijck voor Baarn, ook al gezien het vrij lage leerlingenaantal? Wethouder PRAKKE legt uit dat het aantal vierkante meters van De Uitkijck waarop het resultaat en de onderhoudskosten gebaseerd zijn de oorzaak zijn dat de school in het rood komt. Dit is meegenomen in de begroting van de stichting omdat die gaat over alle scholen. In het totaal worden geen financiële risico’s meerjarig gelopen en de leerlingenaantallen van De Uitkijck en in het algemeen bij de stichting stabiliseren en gaan ook weer wat stijgen in de komende jaren. Ook gezien de reserve die de stichting heeft levert dit geen financiële vraagtekens op. De heer VAN DER LINDEN geeft aan dat de fractie kan instemmen met de begroting. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 8. Kaderbrief 2023 GGD regio Utrecht (339118) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 9. Ontwerp Kadernota 2023 RUD Utrecht (338613) De heer EIJBAARD zegt dat gemeenschappelijke regelingen ver van de raad afstaan en dat er al jaren mee wordt geworsteld hoe hier meer grip op kan worden gekregen.
Afgelopen maand verscheen er een rapport over het functioneren van uitvoeringsdiensten en de conclusies zijn niet mals zoals informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling zijn onder de maat voor het opbouwen van deskundigheid en voldoende specialisatie. Omgevingsdiensten zijn onvoldoende robuust om hun rol te kunnen spelen door onder andere de kleine schaal van diensten en de te grote diversiteit en takenpakket waardoor hun handhavingsstrategie niet van de grond komt. Het interbestuurlijk toezicht functioneert onvoldoende om de noodzakelijke check en balances te garanderen. Om te weten hoe de RUD tegenover dit rapport staat zijn door de fractie wat vragen gesteld maar de antwoorden zijn enerzijds teleurstellend en geven aan de andere kant ook niet het gevoel is en de rust dat de conclusies uit het rapport niet van toepassing zullen zijn op de RUD. Een van de vragen was hoe de conclusies uit het rapport aansluiten op de RUD en er wordt geantwoord van kijk terug naar de jaarstukken van 2019 tot en met 2021. Als er belangrijke ontwikkelingen zijn is het de taak van het college om de raad hierover te informeren.
Bij zulke grote ontwikkelingsprojecten zou het college best wel eens een presentatie mogen geven maar ook hierover zijn geen raadsinformatiebrieven gestuurd en de afgelopen jaren zijn er toch 4 kritische rapporten geweest over omgevingsdiensten over kritische massa, het toezicht op hoe ze de uitvoeringstaken volbrengen en over de financieringsstructuur. Wil de portefeuillehouder de toezegging doen dat de raad voor de behandeling van alle gemeenschappelijke regelingen in juni een informatiebrief krijgt die ingaat op de ontwikkeltrajecten die nu van toepassing zijn op de RUD en of ze daarbij ook alle relevante rapporten wil betrekken. Dan gaat het over het rapport Over de leefomgeving, de rapporten van Berenschot die gaan over het toezicht en de rapporten van de Algemene Rekenkamer die gaan over hoe wordt omgegaan met milieuvergunningen. De RUD is een heel belangrijke omgevingsdienst en het is belangrijk dat de raad hier meer grip op krijgt. De VOORZITTER constateert dat wethouder Vissers niet in de vergadering zit. Is er een van de collegeleden die hierop kan reageren?
Wethouder PRAKKE vindt het een goed verzoek van de heer Eijbaard dat de gemeenschappelijke regelingen meer aandacht verdienen en het verzoek om voor I juni de betreffende rapporten en de duiding daarvan in een informatiebrief naar de raad te sturen zal worden doorgegeven aan de betreffende portefeuillehouder.
De heer EIJBAAR.D ziet de uitgebreide brief van het college tegemoet. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat.
10. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.01 uur. Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst “Debat in de Raad” van 13 april 2022.
De griffier,
De voorzitter, de heer W.J.L. Genuit