211110 Verslag Debat in de Raad 10 november 2021
Tekst van het document
De heer BOSMAN is van mening dat misschien wel moet worden gegaan naar een soort flexibele ruimte, dat er iets van vastgoed is waar dit soort organisaties een plek krijgen. Mevrouw STRUIJK zegt dat misschien aan het college moet worden gevraagd om niet alleen scenario 2 maar ook om scenario 2,5 uit te werken, wellicht ook in relatie tot het Poorthuis, maar dat iets verder wordt gekeken dan wat er nu staat met de huidige maatschappelijke organisaties die een plek moeten krijgen. De heer VAN DER LINDEN stelt dat een nomadisch bestaan niet de wens is van de organisaties maar zij worden daartoe gedwongen omdat ze steeds in kraak- en antikraaksituaties hebben gezeten. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 6. Ontwerp begrotingswijzigingen 2021.2 en 2022.1 RMN (326062) De heer STOLK zegt dat de fractie tandenknarsend akkoord gaat met de voorgestelde begrotingswijzigingen. De VVD staat wel volledig achter de voorgestelde reactiebrief aan het dagelijks bestuur en kijkt uit naar volgend jaar wanneer de wethouder de voorzittershamer mag hanteren binnen het algemeen bestuur. Hopelijk slaat zij af en toe flink op tafel als dat nodig blijkt te zijn. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 7.
Begrotingswijziging 2021-1 GGD regio Utrecht (326697) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 8. Tussenrapportage 2 2021 (326681) De heer VAN DER LINDEN vindt het verwonderlijk dat de begroting altijd sluitend is. Vervolgens komt er een tussenrapportage en een negatief resultaat en de jaarrekening doet er nog wat bij. Er zijn 2 mogelijkheden: of de begroting is te optimistisch of er is onvoldoende begrotingsdiscipline en 18
men is niet in staat om tijdig bij te sturen. Het college moet er eens wat aan doen om dit verschijnsel een positieve draai te geven. Hiervoor dient een raadsinformatiebrief te worden gestuurd met oplossingen in deze. De heer STOLK ziet de tussenrapportage als een momentopname en nog geen eindresultaat voor 2021. Wel zijn er posten die zorgen baren zoals toename van de personeelskosten met ruim 4 ton. Is het mogelijk om dit probleem in de toekomst op te lossen? Wethouder PRAKKE vindt het ook heel vervelend dat na de presentatie van een positieve begroting de tussenrapportage een negatief resultaat laat zien. Pas bij de jaarrekening is bekend of de posten positief of negatief uitvallen en dan kan met elkaar de analyse worden gemaakt hoe dat komt en of het te optimistisch is begroot of dat er niet voldoende begrotingsdiscipline is geweest en welke maatregelen dan worden getroffen. Vanwege de overspannen arbeidsmarkt is het heel lastig om medewerkers aan te trekken voor bijvoorbeeld financiën en verkeer. Dat kost meer in de werving en selectie en in veel gevallen lukt het ook niet. Dan is het college genoodzaakt om personeel in te huren. Geprobeerd wordt om met strategische personeelsplanning mensen langer vast te houden door naar arbeidsvoorwaarden te kijken en door ook stagiaires te laten zien dat het mooi is om in Baarn ervaring op te doen.
Personeelszaken heeft tal van instrumenten maar het blijft lastig om op bepaalde posten mensen binnen te krijgen. De heer BRUINS vraagt in hoeverre er ambtelijke samenwerking met andere gemeenten op de agenda staat en of er wellicht wordt gedacht aan een ambtelijke fusie tussen verschillende gemeenten. De heer VAN DER LINDEN vraagt of bij het maken van de begroting dan ook wordt gebruik gemaakt van de analyse die is verricht bij de jaarrekening. Dit is niet een eenmalig incident. Wethouder PRAKKE memoreert dat er nu 3 keer op rij een negatief jaarrekeningresultaat is en dit zou dan het vierde jaar zijn. Er zijn al maatregelen getroffen. Een aantal posten die de afgelopen jaren zijn afgeroomd en niet geïndexeerd zijn, zijn nu weer opgehoogd om reëel te ramen. De analyse wordt absoluut meegenomen in de begroting 2023 en er wordt nu maandelijks met het MT bekeken welke posten worden overschreden en wat er aan gedaan kan worden om dat tegen te gaan. Zowel met Bunschoten als Soest en iets eerder is met Eemnes gesproken op collegeniveau en dan komt op tafel hoe bijvoorbeeld in de bedrijfsvoering meer gezamenlijk kan worden gedaan maar ook op andere terreinen. Helaas zijn de functies die in Baarn moeilijk vervulbaar zijn ook moeilijk in te vullen in die andere gemeenten want zo is de markt.
Toch wordt gekeken hoe hier slimmer mee kan worden omgegaan, bijvoorbeeld door te delen en het soms aantrekkelijker maken voor medewerkers om hen langer vast te houden. Het idee van een ambtelijke fusie komt niet op tafel. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 9. Controleprotocol 2021 (326582) De heer STOLK meldt dat in de auditcommissie het controleprotocol met de controller en het college is besproken. Het is aangepast voor de jaarrekening 2021 op functionaliteit en getallen die gebaseerd zijn op de jaarrekening 2020. Voor de rest zijn er geen wijzigingen in het controleprotocol opgenomen.
19
Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 10. Raadsinformatiebrief Uitwerking Toekomstvisie Werklocaties Baarn (327549) De heer SCHOUTEN zegt dat het een van de minste raadsinformatiebrieven is die hij in jaren heeft gezien, mede gezien de vele aannames en veronderstellingen. In de beantwoording van de technische vragen laat het college niet zien waar al deze rapporten toe moeten leiden of juist niet in de weg moeten zitten, juist het bouwen van woningen op de Tolweg. Daar is elke STEC-rapportage vanaf het begin op geënt. Was niet de ontwikkelaar van deze woningen de eerste opdrachtgever en was toen ook niet de uitkomst van de behoefte 2,5 ha? Is het dan vreemd dat deze uitkomst wederom genoemd wordt? Dat was zelfs het college te gortig en er is opgeschaald naar bijna 6,5 ha. Dan worden netto nog 4 ha vloeroppervlak gemist. Daar komt een deel infrastructuur bij en dus is de behoefte ruim 13 ha. Dat is nodig om aan de vraag vanuit Baarn te voldoen en daarbij opgeteld de vraag uit andere plaatsen. Dan wordt gesproken over een bijna volwaardig bedrijventerrein dat de gemeente tekortkomt. De zin “In juli 2021 is in het kernteam POB besloten dat een onafhankelijk bureau de verzamelde ruimtebehoefte dient te analyseren” spreekt boekdelen als in de zinnen daaronder aangegeven wordt dat er briljant genoeg gekozen is voor STEC.
De slager keurt dus weer zijn eigen vlees en het is nog steeds dezelfde kwaliteit als het eerste stukje. In de beslispunten van de motie detailhandel staat bij de eerste bullet detailhandel toe te staan zich te vestigen op bedrijventerrein De Noordschil maar hier een minimum verkoopvloeroppervlak te hanteren van 1000 m². Ook bij zogenaamde shop-in-shop concepten een minimum van 1000 m² per outlet. Geen onderscheid te maken in branches maar uitsluitend non-food. Bij aanvang toetsen aan concurrentie centrumwinkeliers. In principe geen outlet-prijsstunters toe te staan en kwaliteit boven kwantiteit. Hier wordt dus geen beperking opgelegd door bijvoorbeeld een zonering en het geen onderscheid maken in branches maar uitsluitend non-food sluit niets uit en gaat dus ook niet uit van zogenaamde grootschalige detailhandel of volumineuze detailhandel. Het is dan wonderlijk dat STEC op eigen inzicht van deze motie een flink aantal vierkante meters waar behoefte aan is niet meegeteld heeft. Als dit een raadsvoorstel was had Voor Baarn vol overtuiging tegengestemd.
Kan de wethouder helderheid geven in de behoefte aan bedrijfsruimte op een van de bedrijventerreinen netto en bruto en kan in het verlengde daarvan worden aangegeven waar het benodigde aantal vierkante meters gedacht wordt te vinden? Vindt de wethouder dat het rapport en de duiding hiervan compleet is en kan worden aangegeven dat elke ruimtebehoefte is meegeteld? Hoe ziet de raad de definitie Detailhandel zoals vernoemd in de motie? Hoe kijkt de raad tegen dit rapport en de bijbehorende duiding aan? De heer BOSMAN memoreert dat er in september 2020 een rapport van STEC lag waarin werd gezegd dat er 3,5 ha nodig was voor bedrijven en die ruimte was er ook precies. Diverse fracties in de raad beschikten over andere informatie en vroegen met succes om aanvullend onderzoek. Nu blijkt dat de behoefte aan bedrijventerreinen veel groter is maar hoeveel groter? De fractie beschikt over informatie waaruit blijkt dat bij het optellen van de resultaten uit de enquête, de informatie van bedrijvenmakelaars en de informatie van de gemeente zelf een behoefte aan bedrijventerreinen van ruim 10 ha op tafel lag. Niet duidelijk is waarom dat getal meteen is teruggebracht tot 7,7 ha, laat staan waarom die 7,7 ha in het STEC-rapport nog eens is teruggebracht tot 2,5 ha.
Samen met 2,5 ha concrete vraag van een specifieke ondernemer, de verwachte groei van 1 ha na 2025 en de 0,5 ha die nog moet worden opgebracht als vervanging van eventuele woningbouw aan de Tolweg komt het college aan het getal van 6,5 ha. Dan is ook nog volstrekt onduidelijk of in die 6,5 ha rekening is gehouden met de vervangingsvraag, extra ruimte die nodig is
20
om bedrijven te huisvesten die uit de kern willen vertrekken of waarvan de gemeente wil dat die uit de kern vertrekken. Er komt een steeds helderder beeld naar voren dat het dit college ontbreekt aan een integrale visie op ruimtelijke ontwikkeling en dat het college niet doorpakt om gewenste ontwikkelingen in het dorp in een stroomversnelling te brengen. De komende jaren moet worden gezorgd voor voldoende betaalbare woningen en naast nieuwbouw zijn er nog zoveel mogelijkheden om daar stappen in te zetten. Er zitten nu een aantal bedrijven in woonwijken die veel beter tot hun recht zouden komen op een bedrijventerrein. Denk aan de branches doe-het-zelf, witgoed, woninginrichting, autoschade. Dit is de tijd om daarin te investeren want de grond die vrijkomt is goud geld waard. Geld dat de gemeente goed kan gebruiken om betaalbare woningen in de kern te bouwen. Waarom duurt het zo lang voordat het college komt met een plan om aan vrijkomende panden in het winkelgebied een woonbestemming te geven? Zijn de andere fracties ook van mening dat er veel voortvarender aan de slag moet worden gegaan met bedrijven die nu nog in het dorp zitten en die niet thuishoren in het winkelgebied te laten verhuizen naar een van de bedrijventerreinen? Er worden verschillende signalen ontvangen over de behoefte aan bedrijventerreinen en daar dient transparantie in te komen.
Kan de wethouder bevestigen dat de oorspronkelijke behoefte van ruim 10 ha op tafel lag en zo ja, waarom is deze behoefte afgewaardeerd tot eerst 7,7 en daarna tot 2,5 ha? Waar is in het STEC-rapport de vervangingsvraag te vinden? De heer VAN DER LINDEN constateert dat het amendement niet helemaal is uitgevoerd. Gevraagd werd om een aanvullend onderzoek te doen en daarna hierover uiterlijk in september 2021 te informeren. Dat is begin oktober geworden. Bij het onderzoek dienden in ieder geval de volgende onderwerpen te worden betrokken: inzichtelijk maken welke bedrijven zouden willen uitplaatsen of waarvan het wenselijk is dat ze uitgeplaatst worden maar ook randvoorwaarden en behoeften van eventuele uitplaatsing en alle relevante locaties meenemen in de rapportage en behoefteraming inclusief de jaarlijkse actualisatie van de behoefteraming van de bestaande ondernemingen. Er is gevraagd om leges en dat is nog niet gezien. Eventueel kunnen in beslotenheid namen en rugnummers worden gegeven. Heeft het college wel namen en rugnummers ontvangen? Indien het college van mening is dat een en ander vertrouwelijk is, dan had dit ook in de geheime stukken gedeeld kunnen worden. De fractie kan verder niets met een eventuele behoefte.
Hoe hard en duidelijk is bijvoorbeeld de wens van de vraag om 2,5 ha? Is er een plan? Wanneer gaat er gebouwd worden en hoeveel arbeidsplaatsen levert het op? Er dient zo spoedig mogelijk woningbouw op de Tolweg gerealiseerd te worden om de behoefte aan sociale woningbouw in Baarn enigszins in te vullen. De heer VAN WIJK zegt dat het aanvullende onderzoek aangeeft dat er veel meer behoefte is aan bedrijfsruimte dan het eerste rapport heeft aangegeven. Hoe wordt met deze behoefteraming omgegaan en blijft het college bij de reservering van de 2,5 ha? Waar wordt de gewenste 7-10 ha vandaan gehaald? De heer BRUINS merkt op dat het onderzoek vooral aantoont dat er behoefte is aan grond en diezelfde grond is net weggegeven aan zonneweides. Als er een onderzoek zou worden gedaan naar woningbouw zou diezelfde grond nog een keer kunnen worden weergegeven. In Baarn is dus sprake van een grondtekort en dat betekent dat bij elke beslissing die wordt genomen moet worden afgewogen wat hier het beste past. Wethouder JANSMA is van mening dat het afgelopen jaar een heel zorgvuldig proces is doorlopen met alle betrokkenen. Er is begonnen met nog eens te praten met allen die vorig jaar hebben ingesproken. Het was ook de opdracht in het amendement om dit samen met het bedrijfsleven te 21
organiseren. Bekeken is hoe dit het beste kan worden uitgevoerd en daarom is het niet september maar oktober geworden omdat er heel veel sessies aan zijn gewijd. Hoe doe je dat het beste, wie bevraag je, doe je open of gesloten vragen? In het stuk staat een uitgebreide lijst van met wie allemaal is gesproken. Met het bedrijfsleven is ook gesproken over de vraagstelling die er ligt en ook met makelaars over hoe hard is die en is het een compleet beeld. Daar was twijfel over en daarom is die enquête gehouden. Die is zeer breed verspreid via de ondernemersverenigingen en de Baarnsche Courant. Het is zelfs nog verlengd omdat er te weinig reacties binnenkwamen. Vervolgens kwam de worsteling hoe de uitkomsten moeten worden geduid. Daar is ook met het bedrijfsleven en alle bedrijfsverenigingen uitgebreid over gesproken. Er is één gerenommeerd bedrijf in Nederland dat dat het beste kan doen en dat is STEC. Dat is de gezamenlijke conclusie geweest. De heer SCHOUTEN maakt zich grote zorgen dat er maar één gerenommeerd bedrijf hiervoor is in Nederland. Er is een behoeftevraag aan 10,2 ha maar het bureau weet het terug te brengen tot 2,5 ha. Het college trekt dat in twijfel en trekt het weer omhoog naar 6,6 ha. Wethouder JANSMA stelt dat dit een door het Baarnse bedrijfsleven gedragen rapport is. Er zit alles in.
Er zijn meerdere cijfers de revue gepasseerd maar er zaten ook dubbelingen in, er zaten heel veel verschillende zaken in. STEC houdt in de analyse vast aan 3,5 ha. Het bureau zegt ook van reken met 0,2 ha tussen 2025 en 2030 die er altijd wel is. Dat is bij de 3,5 ha opgeteld en er is gezegd er is een vraag om 2,5 ha van een groot bedrijf die zo reëel is dat je die mee zou moeten nemen. Dan wordt gekomen op 6 ha en de 0,5 ha van de Tolweg is er ook bij gerekend en dan wordt gekomen op 6,5 ha. De vraag ligt ergens tussen de 5 à 6 tot 10 à 11 ha maar het is tegenwoordig niet meer zo dat je gaat bouwen en afwacht tot het gevuld wordt. Er wordt uitgegaan van vraaggericht bouwen. Een van de aanbevelingen is ook om de vraag elk jaar te actualiseren en ga met de plannen die je hebt voor 2,4 ha uitbreiding Noordschil en de 1,1 ha voor de inbreiding Noordschil die al gerealiseerd is snel aan de slag en zoek ondertussen nog 3 ha. Die is nog niet gevonden want er is heel veel ruimtevraag en daar moeten constant afwegingen in gemaakt worden. Die keuzes zullen steeds scherper gemaakt moeten worden omdat niet altijd alle wensen kunnen worden meegenomen. Er gaat niet gebouwd worden voor leegstand. Het is ook onverantwoord om nu te zeggen van we gaan 7 ha zoeken gezien de soms niet harde cijfers van de uitkomsten.
De gemeente heeft inzicht maar er is ook heel nadrukkelijk door makelaars aangegeven en ook door de mensen die gevraagd zijn dat zij hun gegevens niet op straat willen hebben want dat is vaak concurrentiegevoelig. Met die wetenschap is deze rapportage ook zo ingestoken. De heer VAN DER LINDEN stelt dat dit inzicht dan in geheime stukken met de raad kan worden gedeeld. Dan heeft de raad ook het inzicht om over zoiets te oordelen. Wethouder JANSMA heeft er geen moeite mee om dit vertrouwelijk met de raad te delen en de raad krijgt dan gewoon de enquêteresultaten. Er waren 4 van de 21 vragen weggelakt omdat dit via de antwoorden herleidbaar was. De rest staat er voldoende in. Of het nu om de afweging Tolweg 2-4-6 of over zonneweides of om extra ruimte te creëren bij De Noordschil, die afweging zal per agendapunt moeten worden gedaan maar in ieder geval ligt er de opdracht om voor de komende jaren te kijken of er nog minimaal 3 ha ruimte kan worden gevonden in Baarn. De heer BOSMAN is het met het college eens dat niet moet worden gebouwd voor leegstand maar het gaat erom dat de raad niet helder krijgt wat er precies is gevraagd, wat er naar voren is gekomen uit de enquête en de verschillende consultaties. Waarom is in het rapport de downplay van 10,1 ha naar 7,7 en 2,5 ha niet verantwoord? Er kan ook worden gezegd van zoveel hectare is onzeker,
22
zoveel hectare is behoorlijk waarschijnlijk en zoveel hectare wordt het waarschijnlijk niet. Dan kan er een risico aan worden gehangen. De heer SCHOUTEN constateert dat er met de wethouder niet uit wordt gekomen en dat is spijtig voor de ondernemers in Baarn die een duidelijke ruimtebehoefte hebben neergelegd. Bovendien worden duizenden vierkante meters detailhandelsfunctie in het rapport gemist in de duiding daarvan. STEC laat steeds zien dat wordt gegaan naar 2,5 ha en dat is ook spijtig. Er is een behoefte van 10,2 ha aan bedrijventerreinen en ondernemers laten vanuit concurrentieoverwegingen niet het achterste van hun tong zien. Er staat nauwelijks een verplaatsingsbehoefte in terwijl die er wel is. Als een ondernemer van mening is dat die moeten verhuizen maar hij heeft de financiering nog niet rond. Als dat het criterium is wat STEC hanteert, dan kunnen vraagtekens worden gezet bij de onafhankelijkheid van dit bureau. Wethouder JANSMA meldt dat in het rapport per categorie is aangegeven hoe met de gegevens is omgegaan en hoe met bijvoorbeeld de bedrijfsvierkante meters en maatschappelijk vastgoedvraagstukken is omgegaan. Er staat dus voldoende in hoe men aan die cijfers is gekomen. De raad heeft vorig jaar aan het college gevraagd om dit samen te doen met het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven staat achter deze rapporten en achter de raadsinformatiebrief.
De heer BOSMAN vraagt of de wethouder kan bevestigen dat de oorspronkelijke behoefte van ruim 10 ha op tafel lag en zo ja, waarom is dit afgewaardeerd naar eerst 7,7 en daarna 2,5 ha. Wethouder JANSMA kan de conclusie van GroenLinks niet volgen want het is niet waar dat er is gedownplayd naar 2,5 ha. Het klopt dat er ruim 10 ha op tafel is gekomen maar er is ook gekeken naar wat van de geraamde behoefte reëel werkelijkheid wordt. Je moet een aanname maken van als iemand zegt dat die plannen heeft hoeveel procent daarvan realiteit wordt. Dat is met elkaar gedaan en STEC zit echt aan de onderkant. Alle vragen zijn bekend en daarom is ook kennis van hoe dit moet worden beoordeeld. Het zijn momentopnames en daarom dient dit elk jaar te worden geactualiseerd. Aan de slag wordt gegaan met de eerste vraagstukken van 6,5 ha. Als volgend jaar blijkt nadat de thermometer er in is gestoken dat het 7,5 ha is, dan is de opdracht in het ruimtevraagstuk nog groter. De heer SCHOUTEN gaat het om de definitie van detailhandel en dan in het bijzonder grootschalige detailhandel. Dan kan worden gedacht aan detailhandel aan de randen zoals auto’s, koelkasten en dat soort zaken maar dat is niet wat er benoemd staat in de beslispunten van de motie.
De motie moet of worden verscherpt om het nog duidelijker te maken want een van de ondernemers uit Baarn heeft geen plaats gekregen vanwege een andere interpretatie van de motie. De heer KOUDSTAAL memoreert dat de BOP in mei 2019 met een motie kwam om toestemming te geven aan de grote sportzaak Bever om zich te vestigen op De Noordschil. Dat bleek niet te kunnen vanwege provinciale regelgeving. Dat was een uitzondering want toen lag er ook al een STEC-rapport op tafel dat sprak over de behoefte aan reguliere bedrijfsruimte die te vinden is op De Noordschil en op De Drie Eiken en de motie van Voor Baarn ging destijds over het toelaten van grote winkels met een vloeroppervlakte van minimaal 1000 m² waarin in store mogelijk was. Er was toen grote behoefte aan bedrijfsruimte en die zou tenietgedaan worden op het moment dat de gemeente toestemming zou geven aan de grote detailhandel om zich te vestigen op De Noordschil. Daarom heeft de BOP gezegd van houdt het alleen bij Bever want dat is een enorme trekker en zorg voor de rest dat er invulling komt voor de geëigende bedrijven. Toen is ook uitvoerig gesproken over het herplaatsen van bedrijven uit het centrum. Als de raad zo graag woonruimte wil creëren op
23
plekken waar de bedrijven weg zijn moet de gemeente misschien meer gaan stimuleren om die bedrijven weg te krijgen. Wat betreft het STEC-rapport. Er is veel meer behoefte dan die 2,5 ha. Dan moet ook over de grenzen worden gekeken want als wordt gezien wat in Bunschoten-Spakenburg gebeurt. Alle weilanden worden daar volgepland met bedrijfsterreinen en er is dus wel degelijk behoefte om in het centrum van Nederland je bedrijf te vestigen. Er is bijna geen meer ideale vestigingsplek te vinden dan De Noordschil en De Drie Eiken. Het ligt aan de A1 en vlak in de buurt van de A27, station in de buurt en een nu nog hartstikke leuk winkelcentrum. De heer BOSMAN leest de motie als er mag detailhandel, boven de 1000 m², geen voeding en de rest mag wel en kijk even of het de winkeliers in het centrum niet stoort. De heer SCHOUTEN zegt dat in de essentie Bever Sport niet valt onder grootschalige detailhandel want het zijn kleine goederen maar door de grootte zou die er wel passen en dat is precies het probleem. Daar moet dus helderheid over komen: wat is wel mogelijk en wat is niet mogelijk, wat is grootschalig in de essentie van en wellicht wordt nog een technische vraag schriftelijk gesteld opdat het heel goed wordt gespecificeerd want anders moet die motie aangepast worden. De heer Bosman verwoordt goed hoe de motie destijds is opgesteld.
De heer VAN WIJK stelt dat de motie dan duidelijk is. Wat moet er dan nog worden aangevuld? De heer BOSMAN vraagt wat nou wordt gedaan met bedrijven die weg willen uit de kern of waarvan de gemeente vindt dat ze weg moeten uit de kern. Moeten die niet worden gestimuleerd? Wat is de grond waard als daar woningbouw zou plaatsvinden? Zou dat een stimulans zijn om zo’n bedrijf zijn eigen verhuizing te laten betalen? De heer KOUDSTAAL verzoekt GroenLinks om met een aantal concrete schriftelijke vragen te komen. Dan komt daar een antwoord op van het college en dat is dan een mooie aanleiding om daar met elkaar over te debatteren. De heer BOSMAN overweegt om dat inderdaad te doen. 11. Raadsinformatiebrief Vervangingsplan populieren - informatie over voortgang uitvoering (329214) De heer KOUDSTAAL meldt dat de BOP niet heeft gevraagd om de raadsinformatiebrief vanavond aan de orde te stellen om de aangekondigde vierde fase van de populierenkap aan de orde te stellen. Dat is een gelopen race maar om expliciet aandacht te vragen voor de 32 in de jaren 70 van de vorige eeuw langs de Bestevaerweg geplante populieren. Om te voorkomen dat deze bomen geveld worden is de fractie voornemens om daarover een motie in te dienen met het verzoek om die bomen te sparen. In november 2008 presenteert het college het Herinrichtingsplan locaties met gevaarlijke populieren.
Het gaat dan om 348 beeldbepalende populieren langs de Geerenweg, Drakenburgerweg en Bestevaerweg die preventief zouden moeten worden geveld. Het plan gaat van tafel omdat een meerderheid van de raad zich verzet tegen het rigoureus kappen van de bomen. In januari 2013 presenteert het college het Bomenbeleidsplan 2013-2023. Daarin worden alle populieren langs de openbare wegen geduid als attentiebomen die aan het einde van hun levensduur zijn en het college kondigt aan om met een verjongingsplan te komen. In december 2013 roept het CDA in een motie op om alsnog zo snel mogelijk over te gaan tot de kap van de levensgevaarlijke 348 populieren. De raad wijst in meerderheid opnieuw de voorgestelde bomenkap af. 24
In december 2014 komt het college met het voorstel om in een periode van 10 jaar in 5 fases ruim 190 populieren te kappen. De kosten die daarmee gepaard gaan bedragen ruim 2 ton en dit bedrag kan in de begroting worden gevonden maar het gaat wel ten koste van het onderhoudsbudget voor de resterende populieren en dat betekent dat het onderhoud daarvan op een lager pitje wordt gezet. Het is evident dat zonder passende inspecties en verzorging dit op termijn funest zal uitpakken voor die bomen. Desondanks gaat bijna de hele raad akkoord met het kapvoorstel. In het vigerende Bomenbeleidsplan worden de ruim 50 jaar oude populieren langs de Bestevaerweg bestempeld als risicobomen die aan het einde van hun levensduur zijn. Echter, de Bomenstichting geeft voor dit type Canadese populieren een levensduur aan van 50-150 jaar. De 32 populieren in de groenstroken langs de Bestevaerweg zijn nog lang niet aan het einde van hun Latijn en met de nodige aandacht van de gemeente hoeft er in de komende decennia geen sprake te zijn van bomenkap. Dit wordt bevestigd door een recent uitgevoerde schouw van de populieren door de Baarnse schimmeldeskundige Joost Stalpers. Hij is van mening dat er sprake is van een gezonde bomenrij die als sieraad van Baarn bescherming verdient.
Daarom stelt de fractie voor om de betreffende populieren te bestempelen als monumentaal groen erfgoed dat behouden moet blijven. Morgen of overmorgen zal de motie met toelichting en het schouwrapport van de heer Stalpers via de griffie naar de fracties worden gestuurd. De bomen zitten vol maretakken en het is echt iets dat bewaard moet worden. Voorbijrijdende auto’s en fietsers hebben er geen last van. Er is nog nooit een incident gebeurd. De heer VAN HARDEVELD vindt het een bizar voorstel om een aantal bomen die op geen enkele manier ter discussie staan een hele bijzondere status te geven en dat alles om te kunnen aantonen van zie je wel dat wij in 2008 en verder toch gelijk hadden en dat de raad weliswaar een democratisch besluit heeft genomen maar dat wij dat nog steeds erg dom vinden. De VOORZITTER constateert dat er geen debatpunten zijn en dat er voldoende ruimte is voor debat als de motie in de besluitvormende raad wordt ingediend.
12. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.24 uur. Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst “Debat in de Raad” van 8 december 2021.
De greiffier,
De voorzitter, de heer H.J. van Hardeveld
25