210210 Verslag Debat in de Raad 10 februari 2020
Tekst van het document
binnen Baarn of hoe goed het gaat binnen Baarn. Enerzijds wordt gezien dat het goed is om aan nascheiding te doen zodat de mensen zich bewust zijn van het afval en de route die daarbij hoort en anderzijds is dit niet echt de oplossing maar is dan diftar een oplossing of is omgekeerd inzamelen de oplossing? Is het niet goed om de tijd vanaf nu tot de eindevaluatie te gebruiken om een pas op de plaats te maken en te kijken welke alternatieven er zijn? Wat betekent het als we omgekeerd gaan inzamelen, als we diftar gaan invoeren, als we het in combinaties gaan doen zodat als de eindevaluatie er ligt een gedegen keuze kan worden gemaakt tussen alle systematieken die er zijn? De heer SCHOUTEN heeft beter leesbare en begrijpelijke rapporten gezien van Royal Haskoning DHV. De aangeboden hoeveelheid PMD is in Baarn toegenomen maar dat kan ook inhouden dat de inwoners meer of teveel plastic consumeren. Wordt de lokale overheid niet wederom opgezadeld met stijgende kosten die ergens anders verzonnen zijn of weten we met z’n allen nog wel waarom we dit allemaal gaan doen? Is RMN inmiddels geen onderdeel geworden van een gigantisch verdienmodel waar Baarn inmiddels geen of weinig invloed meer op heeft? Kijk bijvoorbeeld naar een aantal documentaires van Teun van der Keuken, De Hofbar of Pointer.
Er moet wel richting de eindevaluatie worden gegaan en niet nu een streep erdoor zetten hoewel Voor Baarn wel vraagtekens heeft. In ieder geval moet worden bekeken waar wel voordeel kan worden behaald. Er ligt echter ook een hele grote verantwoordelijkheid bij de landelijke overheid. De heer BOSMAN vindt het positief dat naar 70% gescheiden inzamelen is gestegen maar het doel was 75% en dat is niet gehaald. De hoeveelheid restafval neemt weliswaar af maar van een trendbreuk is nog geen sprake. De kostenbesparing is ruimschoots gerealiseerd en als er niets was gedaan was de afvalstoffenheffing nog veel meer gestegen. Er moet nog een schepje bovenop. Uit de tussentijdse evaluatie blijkt dat zo’n 16% van de inwoners afvalscheiding niet belangrijk vindt maar 84% dus wel en in potentie is er dus groot draagvlak voor de uitgangspunten. Het is ook de bedoeling dat afval wordt verminderd maar zoals uit het rapport ook blijkt moet er blijvend aandacht aan besteed worden en denken in grondstoffen in plaats van in afval is echt een vorm van omdenken. Een gedragsverandering is iets van de lange adem en het is zeker niet de bedoeling om de stekker eruit trekken zoals de VVD wil.
Wat gaat de wethouder concreet doen tot de eindevaluatie na de zomer om het bewustzijn van de inwoners verder te verhogen en het gedrag navenant te beïnvloeden? Welke conclusies trekken de fracties uit het feit dat 84% van de inwoners afvalscheiding belangrijk vindt? Is de lockdown nog van invloed geweest op de hele situatie? De heer SCHRIJVER is ook van mening dat moet worden voortgebouwd op de 84% van de bevolking dat gescheiden afval wel ziet zitten. Kan de wethouder of RMN meer nadruk leggen op voorlichting van de bevolking? Een punt van zorg blijft dat voor sommige mensen die geen containers hebben er een flinke afstand is tot de ondergrondse containers. Er zijn ondergrondse containers beschikbaar met meerdere afdelingen voor PMD zodat het afval meteen door de bewoners kan worden gescheiden. De invoering van de PMD containers is financieel goed verlopen. De heer EIJBAARD vindt het positief dat de besparing groter is dan van tevoren was bedacht. Als het op een andere manier was aangepakt was de afvalstoffenheffing nog veel meer gestegen. Nascheiding is vooral een gemak voor de inwoners maar dat verhoogt niet per definitie de kwaliteit van de grondstoffen want plastic komt slechter uit nascheiding. Dat zorgt ervoor dat meer restafval moet worden verbrand en dat er meer restafval is.
Bovendien zullen de kosten voor de inwoners dan nog meer stijgen en de VVD is toch ook niet voor stijging van de lasten van de inwoners. Als zou worden overgegaan tot nascheiding is er sprake van kapitaalvernietiging. Er zijn dus voldoende argumenten om met het huidige traject door te gaan.
Op welke manier gaat de wethouder in de komende tijd aandacht besteden aan de 4 aanbevelingen in het rapport? En liggen bijvoorbeeld nog veel kansen voor communicatie en het is ook interessant om te kijken hoe moet worden omgegaan met hoogbouw. Uit landelijke rapporten blijkt dat daar nog veel voordeel uit is te halen en dat kan ook kostenreductie met zich meebrengen. Er liggen dus nog uitdagingen genoeg voordat de hele systematiek die er nu is weer op de kop zou worden gegooid. De heer VAN DER MEIJ vraagt zich af welke kwaliteit de PMD heeft die nu wordt ingezameld en wat er met het niet bruikbare plastic en het wel bruikbare PMD gebeurt. Er zijn al veel gemeenten die om die reden achteraf gaan scheiden want dan haal je het goed bruikbare plastic eruit en dat wordt echt gebruikt. Als het restvuil dan verbrand moet worden is dat nog beter dan dat het ergens op stranden in een ver land of in China terechtkomt. Het blijkt steeds meer dat doordat mensen hun restvuil dat ze niet in containers kwijt kunnen in een andere container gooien, dat daardoor de vervuiling in kledingcontainers en andere type containers toeneemt. In Nederland is de inzameling van papier en glas uitstekend geregeld maar het probleem van het plastic afval moet meer worden gelegd bij de plasticindustrie en de verpakkingsindustrie en bedrijven die producten verkopen in plastic.
In de uiterste situatie zou de wetgever eigenlijk moeten zeggen dat de verwerking van het achteraf scheiden van plastic door het bedrijfsleven moet worden betaald. Hierdoor worden de producten duurder en dan zal de consument automatisch producten kiezen waar een lagere toeslag voor plastic op zit. De fractie heeft er moeite mee dat er geen goed zicht is op wat met het plastic gebeurt. Plasticstromen zijn zo erg vervuild dat er eigenlijk niets mee kan worden gedaan. Als het wordt vervoerd naar een ver land komt het via de oceanen weer terug. Daarom is nascheiding milieutechnisch beter. Misschien is het duurder maar dan zou via wetgeving de plasticindustrie en de verpakkingsindustrie de nascheiding moeten betalen. Dan zijn alle kosten heel geconcentreerd bij elkaar. De heer EIJBAARD wijst erop dat de huidige manier van inzamelen er in ieder geval voor zorgt dat de gemeente daar minder kosten aan heeft. Het is wel heel makkelijk om te zeggen dat de extra kosten van nascheiding bij de industrie moeten worden gelegd want dat moet dan eerst geregeld zijn en zover is het nog niet. In de industrie worden heel veel initiatieven genomen om plastic te verminderen. Vanaf 1 januari mag er al geen wegwerpplastic meer worden verkocht. In de levensmiddelenindustrie is er discussie over hoeveel plastic om levensmiddelen wordt gedaan.
Uit de resultaten blijkt dat het plastic van goede kwaliteit is. Als de VVD wil weten wat met het plastic gebeurt moet zij de wethouder daarop ondervragen. Het model waar de VVD voor staat zorgt ervoor dat het volume restafval groter wordt en dat de kosten voor de inwoners toenemen. De heer SCHILDER constateert dat de VVD een groen rechts verhaal houdt en het is bijzonder dat de heer Van der Meij zich zo interesseert voor het milieu. De techniek is inmiddels zover dat al het afval in één container kan worden gedaan en dat het zeer goed mogelijk is om een en ander te scheiden. Scheiden van afval hoeft dus niet aan de bevolking te worden overgelaten maar aan de techniek. De heer BOSMAN is ook van mening dat hier de industrie een rol moet spelen maar het is niet zo, zoals de VVD beweert, dat het PMD zo vervuild is. In de notitie van de gemeente staat immers dat in de praktijk blijkt dat relatief veel stoorstoffen uit de PMD kunnen worden verwijderd want in 2020 is slechts 3% van de Baarnse PMD afgekeurd. Wethouder VISSERS zou het een absurde beslissing vinden als de raad deze tussentijdse evaluatie aangrijpt om over te gaan tot een stelselwijziging. Het verzoek vanuit de raad was ook om te wachten tot de eindevaluatie en dat dan pas verder wordt gekeken.
Een stelselwijziging moet je pas doen 2 jaar nadat je een eerdere stelselwijziging hebt doorgevoerd omdat je dan pas kunt zien wat de
effecten van die wijziging zijn. Bovendien is een aantal keren vanuit de raad terecht aangegeven dat nog lang niet alles is gedaan om het gescheiden inzamelen daadwerkelijk succesvol te laten zijn. In de startnotitie is een paar keer aangegeven welke verbeterpunten er zijn. Er moet bijvoorbeeld veel meer aandacht zijn voor de kwaliteit van PMD en gft. De communicatie en de handhaving moeten worden geïntensiveerd. Ook gft en oud papier en karton gescheiden in de hoogbouw inzamelen en afvalpreventie. De ervaring in het land is dat ook die maatregelen moeten worden ingevoerd om uiteindelijk succesvol te zijn met het gescheiden inzamelen. Bovendien worden veel zaken genoemd die echt niet kloppen. Er wordt bijvoorbeeld een paar keer gezegd van gooien alles maar in één bak maar nascheiding heeft alleen betrekking op PMD. Wellicht moet hiervoor een avond worden belegd waarbij ook deskundigen worden uitgenodigd om de raad goed uit te leggen wat nascheiding is en welke verbetermogelijkheden zijn er met betrekking tot het gescheiden inzamelen van afval. Er is dan nog niet eens gesproken over diftar want nu zijn er in Baarn alleen serviceprikkels maar de prijsprikkel is ook een hele belangrijke. Het college heeft tot tweemaal toe aangegeven wat er beter zou kunnen en daarbij is ook gezegd dat daarvoor middelen nodig zijn want die zitten nu niet in de begroting.
De afvalstoffenheffing is daarvoor niet toereikend. Bij de behandeling van de startnotitie heeft de raad aangegeven om dit nog niet te doen want de raad wil eerst de eindevaluatie afwachten. De raad is nu weer meegenomen in wat er beter zou kunnen en het is aan de raad om te zeggen van die maatregelen mogen worden ingevoerd en daar komt ook budget bij. De coronacrisis en de lockdown hebben invloed gehad op de afvalstromen want mensen werken veel meer thuis en consumeren ook meer thuis. Ze laten alles via online bestellingen tot zich komen. Er zou nu moeten worden ingezet op verbetering van de kwaliteit van de PMD. Dat doe je door het bewustzijn te vergroten en dat geldt ook voor de andere afvalstromen. Mensen willen heel graag maar in de praktijk blijkt dat het zeer ingewikkeld is. De producenten hebben zelf ook een verantwoordelijkheid want veel verpakkingen zijn zodanig van samenstelling dat de consument echt niet weet in welke bak het moet. Het is een kwestie van continu blijven herhalen waarom mensen dit moeten doen en ook heel simpele zaken toelichten zoals bijvoorbeeld wist u dat etenswaren ook bij het gft mogen. Daarom moet veel meer worden ingezet op de communicatie daarover. De heer BRUINS zou het fantastisch vinden als een informatieavond wordt georganiseerd met een aantal deskundigen daarbij die de raadsleden gaan meenemen in alle mogelijkheden die er zijn.
In de wet staat dat de verpakkingsindustrie verantwoordelijk is voor het verwerken van de verpakkingen en dat de gemeente in principe verantwoordelijk is voor het ophalen daarvan. Dat is verdisconteerd in het VANG-budget maar die budgetten zijn niet meer kostendekkend. Zou de wethouder dit in breder perspectief met meerdere gemeenten kunnen aankaarten of via de VNG dat die tarieven weer gaan kloppen met de markt? De heer BOSMAN is ook van mening dat een informatieavond over dit onderwerp zeer zinvol is. De manier om de industrie zover te krijgen dat ze wat doet met de verpakkingen is consumentengedrag. Als de consument bewust is van de noodzaak om afval te verminderen zal de industrie daarop inspelen. Heeft de wethouder concrete ideeën om in de maanden tot de eindevaluatie er nog een schepje bovenop te doen wat betreft bewustzijnsbevordering en voorlichting? De heer VAN DER MEIJ gaat ervan uit dat de tussenevaluatie niet veel zal afwijken van de eindevaluatie en daarom wilde de VVD vanavond een signaal afgeven. Als allerlei systemen zoals diftar worden ingevoerd om het consumentengedrag te beïnvloeden zal de consument dat zien als een lager serviceniveau. Dan gaat die afwijkend gedrag vertonen door het afval te verdelen of überhaupt niet aan te bieden. Bij de gemeente Bunschoten is dat een van de redenen om ermee te stoppen en dat ze overgaat op nascheiding.
Die nascheiding moet goed worden onderzocht, het is een landelijke trend.
Verschillende gemeenten constateren dat hun inwoners langzamerhand aan het omdenken zijn en zich afvragen of het wel klopt wat hun gemeente zegt. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de restplastics? Er is alleen een reststroom als het systeem een goed product oplevert. De verfijning van nascheiding wordt steeds beter en er zijn al publicaties dat nascheiding een hogere reststroom aan plastics oplevert als wanneer het wordt gedaan op de manier van omgekeerd inzamelen. Het is nog geen gelopen race en alle raadsleden streven ernaar dat voor het milieu de beste oplossing wordt bedacht. Als er service is voor de inwoners zijn de mensen bereid om mee te denken maar als er sprake is van overheidscontrole met prijsprikkels of een flinke afstand lopen om zakken ergens te brengen. Dat soort prikkels hebben een negatieve invloed op het gedrag van de inwoners. De heer SCHOUTEN merkt op dat de evaluatie die voorligt Voor Baarn niet overtuigd heeft dat de gemeente op de goede weg is. Dan gaat het om de financiële richting en vooral de milieutechnische richting. Spreker doet een oproep aan de partijen met een landelijke lijn om te kijken of er meer sturing aan kan worden gegeven want de gemeente wordt opgezadeld met het probleem dat in Den Haag verzonnen is.
De heer VAN WIJK zegt dat de tussenevaluatie duidelijk is maar dat het CDA de eindevaluatie wil afwachten voordat eventueel de stekker eruit wordt gehaald. Het is prima als de raadsleden verder worden geschoold in wat technisch wel en niet mogelijk is op dit gebied. De heer BOSMAN geeft aan dat juist bij service voor de burgers het probleem ligt. Als het de burgers te gemakkelijk wordt gemaakt wordt er geen afval verminderd en daar gaat het nou juist om. Er is immers ook een klimaatprobleem. De heer EIJBAARD vindt het ook een goede zaak dat zo’n informatieavond wordt georganiseerd. Hopelijk wordt dan gehoord dat het plastic wel degelijk vervuild wordt, onbruikbaar wordt en ruikt naar afval en dat er heel veel chemicaliën nodig zijn om die geur er weer uit te krijgen et cetera en dat dit met elkaar een heleboel geld gaat kosten. Er is een Europese richtlijn dat Europa op den duur een circulaire economie moet hebben. Er is afgesproken dat in 2050 wordt gegaan van afval naar grondstoffen. De beste manier waarop dat kan worden geregeld staat ter discussie maar als nu het kind met het badwater wordt weggegooid worden er veel meer kosten bij de burgers gelegd en die kosten worden gelegd bij de mensen die het het minst goed kunnen dragen. Daarom helpt dit systeem beter.
Wethouder VISSERS zegt dat naast de rijksoverheid en gemeenten ook consumenten en producenten een verantwoordelijkheid hebben. In april 2020 is in RMN-verband voor een ander regiemodel gekozen in het kader van de Raamovereenkomst verpakkingen. De gemeenten zijn alleen nog maar verantwoordelijk voor de inzameling en ontvangen daarvoor een vergoeding van het Afvalfonds verpakkingen voor de inzameling van de PMD. De verantwoordelijkheid voor het sorteren en vermarkten van de PMD ligt bij het Afvalfonds verpakkingen. Die heeft overleg met producenten om daar een verbetering in te bewerkstelligen. 43% van de Baarnse PMD wordt gerecycled. Dat soort cijfers zullen worden meegegeven op de informatieavond. Er wordt door sommige raadsleden eigenlijk met een soort dedain over de inwoners gesproken maar in het rapport staat juist dat de mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om afval gescheiden in te zamelen en helemaal niet genegen zijn om straks alles maar in één bak te gooien. Het serviceniveau is op het gebied van grondstoffen heel erg hoog en het serviceniveau op restafval is laag en daar is bewust voor gekozen omdat de doelstelling is dat de hoeveelheid restafval omlaag gaat. Op de informatieavond zal geprobeerd worden om ervoor te zorgen dat het kennisniveau op orde is en van daaruit kan met elkaar worden gekeken welke keuzes kunnen worden
gemaakt maar deze tussenevaluatie mag niet worden aangegrepen om een keuze te maken zonder dat de raad daarover goed is geïnformeerd.
I I. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.45 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst "Debat in de Raad” van 10 maart 2021. De griffier,
De voorzitter, de heer A.R. Stolk