191760 VOBP Drakenburgergracht Zorg 2020 bijlage A Toelichting
Tekst van het document
Drakenburgergracht Zorg 2020
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding 1.3 Plangebied 1.4 Vigerende bestemmingsplannen 1.5 Onderdelen bestemmingsplan 1.6 Leeswijzer
4 4 4 6 7 8 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Inleiding 2.2 Bestaande situatie Nieuwenoord (Amerpoort) 2.3 Bestaande situatie Eemeroord (Sherpa)
10 10 10 12
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Planbeschrijving Nieuwenoord (Amerpoort) 3.3 Planbeschrijving Eemeroord (Sherpa)
14 14 14 17
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Inleiding 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
19 19 19 21 26
Hoofdstuk5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Ecologie 5.3 Geluid 5.4 Bodem 5.5 Archeologie 5.6 Externe veiligheid 5.7 Waterparagraaf 5.8 Verkeer & parkeren 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 M.e.r.-beoordeling
31 31 31 37 38 39 40 41 45 46 48
Hoofdstuk6 Juridische planopzet 6.1 Inleiding 6.2 Opzet bestemmingsplan 6.3 Planvorm 6.4 Artikelsgewijze toelichting
49 49 49 49 49
Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2 Economische uitvoerbaarheid
52 52 53
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 2 van 54
Toelichting
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 3 van 54
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Algemeen
De zorg waakt over de gezondheidsbelangen van Nederland. Zij haalt daarvoor alles uit de kast, zowel qua mensen en materieel. Sherpa en Amerpoort doen dit natuurlijk ook graag volgens de laatste inzichten voor gebouwen; gebouwen waarin een optimum aan zorg kan worden geboden en die toekomstbestendige zorg mogelijk maken. Aan de Zandheuvelweg in de gemeente Baarn bevinden zich de woon-/zorgparken van de zorgorganisaties Amerpoort en Sherpa. Het voorliggende bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2020 voorziet in een toekomstbestendige planologische regeling voor beide woon-/zorgparken.
1.2
Aanleiding
Beide zorgorganisaties hebben de ambitie om hun woon-/zorgparken aan te passen zodat zij hiermee op de veranderende wensen van huidige en toekomstige cliënten kunnen inspelen. Er is namelijk steeds meer behoefte aan zorg in een beschermde omgeving zoals Amerpoort en Sherpa die bieden met hun woon-/zorgparken. Beide woon-/zorgparken zijn gelegen op prachtige terreinen in het buitengebied van gemeente Baarn. De ontwikkelingen worden op een zodanige manier uitgevoerd dat deze recht doet aan de bijzondere randvoorwaarden die met deze ligging zijn verbonden. Zorgbehoefte De huisvesting op beide woon-/zorgparken sluit echter niet meer aan op de actuele behoeften binnen de zorg. Kwalitatief goede woningen die aansluiten bij de zorgvraag zijn voor veel cliënten en hun familie een belangrijke reden om voor een specifieke zorgorganisatie te kiezen. De vraag naar zelfstandige woonruimte met eigen sanitair groeit. Ook is de zorgzwaarte de afgelopen jaren fors toegenomen. Het gaat hierbij zowel om een toename van gedragsproblematiek als verminderde mobiliteit. Deze trend zet zich in de toekomst door. Dat heeft grote invloed op hoe bewoners gehuisvest moeten worden. Vanuit het oogpunt van veiligheid voor bewoners (burgers van Baarn) en medewerkers is het noodzakelijk dat de zorg en begeleiding op de begane grond geleverd wordt.
De bestaande huisvesting op de woon-/zorgparken sluit hier niet goed meer op aan. Daarnaast zijn de nieuwe cliënten veelal jonger dan de gemiddelde bestaande populatie op de woon-/zorgparken. Hierdoor ontbreekt de aansluiting met de rest van de woongroep. Dit resulteert in de noodzaak tot het starten van nieuwe woongroepen voor jongere cliënten. Tevens is er nog dagbesteding op de beide woon-/zorgparken gesitueerd in panden die sterk zijn verouderd en niet meer aansluiten bij de huidige bedrijfsvoering en kwaliteitseisen. Naast bovengenoemde ontwikkelingen in de zorg is er ook vanuit wet- en regelgeving sprake van hogere eisen aan bebouwing dan in het verleden. De beide zorgorganisaties dienen bij nieuwbouw aan deze aangescherpte eisen te voldoen, waardoor per cliënt meer vierkante meters benodigd zijn om de gewenste zorg te verlenen. Daarnaast is het voor cliënten met een intensieve zorgvraag belangrijk om de zorg op de begane grond te bieden, zodat er snel en gemakkelijk gede-escaleerd kan worden door bijvoorbeeld de tuindeur uit te stappen of de natuur beter te beleven. Huidige bebouwingsmogelijkheden Met de bebouwingsmogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt, is het voor beide
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 4 van 54
zorgorganisaties op termijn niet meer mogelijk om een gezonde bedrijfsvoering te realiseren. Het vigerende bestemmingsplan biedt nauwelijks mogelijkheden voor het vervangen van verouderde bebouwing. De in het vigerende bestemmingsplan opgenomen maximale bruto vloeroppervlakte en de situering van de bouwvlakken worden hierin door beide zorgorganisaties als beperkend ervaren en staan een toekomstbestendige exploitatie in de weg. De benodigde nieuwbouw en herinrichting op de woon-/zorgparken kan binnen deze bouwvlakken niet worden gerealiseerd, waarmee het niet mogelijk blijkt om de gevraagde kwaliteit toe te voegen aan beide woon-/zorgparken. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om flexibel in te spelen op ontwikkelingen binnen de zorg. Afgelopen jaren is gebleken dat zorgvisies iedere vijf jaar herzien moeten worden: ofwel ingegeven door regelgeving vanuit de overheid, dan wel vanuit de marktwerking van de zorg en cliëntbeleving zelf. Kortom, het bieden van goede zorg aan de cliënten is continu in beweging. Uit de regioanalyses gehandicaptenzorg van het Zilveren Kruis blijkt dit ook: "Vooral voor cliënten met een ontwrichtende zorgvraag en een lichamelijke beperking is het een uitdaging om geschikte verblijfplaatsen te vinden.
Verschillende oorzaken maken het vinden van geschikte plekken lastig: Steeds meer cliënten hebben een complexere zorgvraag, die niet altijd past bij bestaande cliënten op de groep of in de omgeving. De bestaande huisvesting op instellingsterreinen is van oudsher gericht op groepswonen. Echter, de instromende cliënten hebben behoefte aan een meer zelfstandige woonruimte in een beschermde omgeving. De cliënten die in de regio wonen in de reguliere wijken, hebben dan ook behoefte aan een woonlocatie in een veilige en beschermde omgeving. Het blijkt dat cliënten zelf veelal de voorkeur geven aan een intramurale verblijfsplek. Het denken over passende huisvesting verandert ook door de jaren heen. De behoefte aan meer woon-/zorgparkgebonden, beschutte woon- en dagbestedingsplekken stijgt. Een grote groep cliënten heeft een hogere mate van zelfstandigheid en bewegingsruimte in een beschutte woonomgeving, dan wanneer ze in de wijk wonen. Een ander veel gehoord knelpunt is dat het lastig is om verouderde intramurale capaciteit aan te passen, zodat deze geschikt wordt voor de huidige en toekomstige zorgvragen. Tot slot neemt het aantal cliënten die een zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering behoeven, toe. De verwachting is dat de vraag naar geschikte verblijfsplekken voor deze groep de komende jaren eveneens groter wordt.
(Bron: Regioanalyses Gehandicaptenzorg Zilveren Kruis 2020). Toekomstige bebouwingsmogelijkheden Om voorgaande te bereiken zijn renovatie en nieuwbouw noodzakelijk binnen de bestaande begrenzing van beide woon-/zorgparken. Concreet bedraagt de behoefte aan extra bebouwingsmogelijkheden voor Amerpoort en Sherpa nu maximaal 6.780 m2 respectievelijk 6.951 m2 BVO per organisatie. Dit is maximaal twintig procent meer dan wat er binnen het vigerende bestemmingsplan mogelijk is op beide woon-/zorgparken. Om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen is ook meer flexibiliteit qua bouwvlakken nodig. Een toegenomen vierkante meters bruto vloeroppervlak en veilige zorg op begane grond niveau leidt onvermijdelijk tot een toename van de footprint. De woon-/zorgparken liggen in een bosrijke omgeving. Cliënten en medewerkers ervaren dit als zeer prettig. Omdat de “groene” omgeving een positief effect heeft op cliënten, willen beide organisaties het aanwezige groen behouden. Bedrijfseconomische noodzaak Om een blijvende gezonde economische exploitatie mogelijk te maken, moeten zorgorganisaties inspelen op de ontwikkelingen in de zorg en op de aangescherpte eisen die aan bebouwing worden gesteld. Dit wordt eveneens ingegeven door bijvoorbeeld grotere bedden en grotere installaties.
Om nu en in de toekomst goede zorg te kunnen bieden aan hun cliënten, hebben beide zorgorganisaties per cliënt circa 70 m2 BVO voor wonen en circa 20 m2 BVO voor dagbesteding nodig. Indien zowel Sherpa als Amerpoort niet in de gelegenheid gesteld worden om te kunnen groeien/consolideren in bouwoppervlak, kan niet worden voorzien in voornoemde zorgvraag. Immers, afname van het aantal zorgplekken staat gelijk aan afname van inkomsten, terwijl de uitgaven voor het in stand houden van de woon-/zorgparken gelijk blijft. Per saldo is daarmee sprake van een verslechtering van de exploitatie. Ditzelfde geldt voor de footprint: indien Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 5 van 54
het niet mogelijk is de veilige woningen te realiseren voor cliënt en medewerker, dan is het voor de zorgorganisaties niet mogelijk om te voldoen aan de zwaarder wordende zorgvraag. Dit zal op termijn ook leiden tot een afname van geschikte plekken en daarmee een vermindering van inkomsten en een verslechtering van de exploitatie. Beide zorgorganisaties ondervinden dat de cliënten met een complexe zorgvraag moeilijk een goede woon- en werkplek kunnen vinden. Vanuit de zorgorganisaties is er de concrete wens om hier wel gehoor aan te geven, maar het is onmogelijk om dat op deze locatie met het huidige bestemmingsplan te bewerkstelligen in verband met de beperkte uitbreidingsmogelijkheden. Principeverzoek Door Amerpoort en Sherpa is gezamenlijk een principeverzoek ingediend voor de herziening van het bestemmingsplan. De gemeenteraad van Baarn heeft in haar vergadering van 27 november vastgesteld dat medewerking verleend kan worden aan de vraag van Amerpoort en Sherpa naar meer bebouwingsmogelijkheden en dat een voorontwerpbestemmingsplan voorbereid kan worden.
1.3
Plangebied
Het plangebied van het bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2020 is gelegen aan de noordwestzijde van de gemeente Baarn, nabij de A27 (westelijk van het plangebied) en de spoorlijn Amsterdam - Zutphen (zuidelijk van het plangebied). De woon-/zorgparken worden van elkaar gescheiden door de Zandheuvelweg. Aan de zuidzijde van de Zandheuvelweg bevindt zich locatie Nieuwenoord van Amerpoort. Aan de noordzijde van de Zandheuvelweg bevindt zich de locatie Eemeroord van Sherpa. De Zandheuvelweg zelf maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Onderstaande afbeelding toont, binnen de rode begrenzing, het plangebied:
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 6 van 54
Plangebied bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2020 Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de digitale verbeelding behorend bij het bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2020.
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
In het in paragraaf 1.3 beschreven plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Drakenburgergracht – Zorg', dat op 27 januari 2010 is vastgesteld door de gemeenteraad van Baarn. Tevens zijn op enkele gedeelten van het plangebied de bij dit bestemmingsplan behorende wijzigingsplannen 'Drakenburgergracht - Zorg, bouwvlakken Amerpoort' en 'Drakenburgergracht Zorg, bouwvlakken Sherpa' van toepassing. Deze wijzigingsplannen zijn op respectievelijk 11 november 2014 en 7 april 2015 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn. Met de wijzigingsplannen zijn enkele wijzigingen aan de bouwvlakken en Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 7 van 54
bebouwingsmogelijkheden gedaan.
Verbeelding bestemmingsplan Drakenburgergracht – Zorg, inclusief wijzigingsplannen
1.5
Onderdelen bestemmingsplan
Het bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2020 bestaat naast voorliggende toelichting uit de regels en de verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Ze bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, gebouwen en bouwwerken. De verbeelding heeft hierbij een visualiserende functie en maakt duidelijk welke regels waar binnen het plangebied van toepassing zijn. De toelichting heeft een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 8 van 54
1.6
Leeswijzer
Na hoofdstuk 1, inleiding, komt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie in het plangebied aan bod. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens de aanleiding voor de beoogde ontwikkelingen behandeld en wordt inzicht gegeven in de toekomstige, gewenste situatie in het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het relevant ruimtelijk beleidskader voor het plangebied en de beoogde toekomstige situatie. In hoofdstuk 5 wordt, mede aan de hand van onderzoeken, ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten, waarmee de uitvoerbaarheid van het plan op deze aspecten wordt aangetoond. In hoofdstuk 6 wordt de juridische planopzet beschreven, waarbij uiteengezet wordt op welke wijze de toekomstige situatie in het plangebied is vertaald in een juridische regeling. In hoofdstuk 7 wordt tenslotte ingegaan op de procedurele en economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 9 van 54
Hoofdstuk 2
2.1
Bestaande situatie
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bestaande situatie binnen het plangebied. In paragraaf 2.2 wordt de bestaande situatie op woon-/zorgpark Nieuwenoord van Amerpoort beschreven. In paragraaf 2.3 wordt vervolgens de bestaande situatie op woon-/zorgpark Eemeroord van Sherpa behandeld.
2.2
Bestaande situatie Nieuwenoord (Amerpoort)
Nieuwenoord is een groen en levendig woon-/zorgpark waar mensen met een verstandelijke beperking in een beschutte en veilige omgeving kunnen wonen, werken, logeren en elkaar kunnen ontmoeten. Nieuwenoord biedt veel mogelijkheden voor dagbesteding: 'zelf doen' of 'beleven en ervaren' zijn daarin keuzes. Van arbeidsmatig tot ambacht, van creatief tot dienstverlening en van natuur tot industrieel. Kortom, voor elke bewoner is er een vorm van dagbesteding die bij hem of haar past. Verder heeft Nieuwenoord een paramedisch centrum, een cultureel centrum, sporthal, zwembad, restaurant, supermarkt, kwekerij en een boerderij. Het woon-/zorgpark is in de afgelopen jaren gefragmenteerd en organisch uitgegroeid. Het ruim 65 jaar bestaande woon-/zorgpark biedt inmiddels woon- en dagbestedingsruimte aan circa 400 cliënten met een verstandelijke beperking. Nieuwenoord is gelegen aan de oostzijde van de A27 in het buitengebied van Baarn. Het woon-/zorgpark wordt aan de noordzijde begrensd door de Zandheuvelweg. De westzijde van het woon-/zorgpark grenst aan het conferentiecentrum Drakenburg en langs de zuidzijde van het woon-/zorgpark ligt de spoorlijn Amsterdam - Zutphen. Vanwege de ligging in het bos heeft het gebied een besloten uitstraling. Het park zelf wordt gekenmerkt door afwisselend, open en beboste delen met slingerende paden die clusters bebouwing met elkaar verbindt.
Het park is door de jaren heen organisch gegroeid: de gelaagdheid van het park is zichtbaar door de veelheid van structuren. Ook de uitstraling, de oriëntatie en het verschil in omvang van de bebouwing laat zien dat er door de jaren heen gefragmenteerd is gebouwd.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 10 van 54
Huidige opzet woon-/zorgpark Nieuwenoord (Bron: Principeverzoek) Ruimtelijke structuur Op het zorgterrein is een mix van gebouwen in een parkachtige setting gesitueerd. Het gebied wordt gekenmerkt door afwisselend open en beboste delen met slingerende paden die kleine clusters bebouwing ontsluiten. Deze zijn door de jaren heen organisch gegroeid. De hoofdentree is gelegen aan de noordzijde van het woon-/zorgpark. Hierbij is tevens een parkeerterrein gelegen voor bezoekers van woon-/zorgpark Nieuwenoord. De oostzijde van het terrein heeft een rondweg van waaruit enkele delen van het woon-/zorgpark bereikbaar zijn. De westelijk gelegen gebouwen zijn organisch met elkaar verbonden. In het dicht beboste gebied zijn de oorspronkelijke oost-west ontginningslijnen, met de daarbij behorende paden en laanbeplanting, nog duidelijk zichtbaar. Op het woon-/zorgpark Amerpoort zijn enkele oude diagonale assen traceerbaar. Van oorsprong werd het woon-/zorgpark diagonaal ontsloten via de Isengardlaan vanaf de doctor A. Schweitzerweg. Deze is op dit moment gedeeltelijk afgewaardeerd als bospad. Ondanks dat deze diagonale as nog in gebruik is, vormt het geen onderdeel meer van de hoofdstructuur van het gebied. De Isengardlaan loopt over in de Nieuwenoordlaan en komt uit op het centraal, hoger gelegen kantoorgebouw, dat uitkijkt over de vijver.
Concentrisch om het kantoorgebouw zijn via slingerpaden diverse clusters van woon- en dagbestedingsgebouwen gesitueerd. Aan de oostzijde van het kantoorgebouw liggen twee voorzieningenclusters met onder andere een zwembad en een sporthal. Deze dagbestedingsgebouwen zijn gesitueerd rondom een centraal plein. Bij elk cluster zijn langs de slingerpaden parkeermogelijkheden. Centraal bij het kantoorgebouw zijn twee parkeerterreinen, gelegen in een beschut rododendronbos. De huidige Huydecoperlaan, aan de zuidzijde van het gebied, maakt onderdeel uit van de oorspronkelijke oost-west ontginning van het gebied met bijbehorende laanbeplanting. De kinderboerderij en het kinderdagverblijf zijn gelegen aan deze laan. Naast deze functies en de reguliere dagbesteding huisvest woon-/zorgpark Nieuwenoord aan de oostzijde van het terrein ook een cultureel centrum en een kwekerij.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 11 van 54
2.3
Bestaande situatie Eemeroord (Sherpa)
Woon-/zorgpark Eemeroord is als een dorp: midden in de natuur, waar mensen van jong tot oud, met uiteenlopende mogelijkheden, wonen en samenwerken. Er is een goede balans tussen veiligheid en levendigheid, zodat bewoners, familieleden en medewerkers zich er thuis voelen. Alle voorzieningen zijn binnen handbereik. Er zijn onder andere een supermarkt, kledingwinkel, bakkerij, zwembad, gymzaal en een gezondheidscentrum. Voor de bewoners worden verschillende vormen van dagbesteding geboden, zowel recreatieve activiteiten als arbeidsmatige taken. Woon-/zorgpark Eemeroord bestaat inmiddels ruim 50 jaar en biedt plaats aan circa 350 cliënten. Woon-/zorgpark Eemeroord is gelegen ten noorden van woon-/zorgpark Nieuwenoord, eveneens aan de oostzijde van de A27, in het buitengebied van Baarn. Het woon-/zorgpark wordt aan de zuidzijde begrensd door de Zandheuvelweg. De noord- en oostzijde van het woon-/zorgpark grenzen aan het open landschap dat loopt tot aan de oksel van knooppunt Eemnes.
Huidige opzet woon-/zorgpark Eemeroord (Bron: Principeverzoek) Ruimtelijke structuur Het woon-/zorgpark wordt aan de zuid- en westzijde door een forse houtwal omringd, waardoor het woon-/zorgpark zich afzondert van haar directe omgeving. Deze landschappelijk geïsoleerde omgeving is in het bijzonder prettig voor de bewoners met diverse verstandelijke beperkingen. De wijk heeft een duidelijk afleesbaar kader wat geborgenheid en veiligheid geeft. Op het halfopen beboste terrein is een mix van gebouwen gesitueerd langs een stelsel van lange, loodrechte wegen en paden (orthogonaal gridstructuur). Dit consequent doorgevoerde grid maakt dat het terrein ritmisch, evenwichtig en overzichtelijk is. Het stelsel van rechte assen komt voort uit de oorspronkelijke oost-west ontginningslijnen. De daarbij behorende paden en laanbeplanting vormen de basis voor de huidige ruimtelijke structuur van woon-/zorgpark Eemeroord. De hoofdentree is gelegen aan de zuidzijde van het terrein van waaruit het hoofdgebouw en de parkeerplaats direct zichtbaar zijn. De entree van het gebied is in noordelijke richting tevens de hoofdas van het gebied. Aan deze as zijn dwarsparkeerplaatsen gelegen. Ook zijn via deze as alle dwarswegen bereikbaar en tevens is het centrale groene hart van het terrein gelegen aan deze as. Het groene hart bestaat uit een bebost vlak.
Middels verharde en half verharde slingerpaden zijn Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 12 van 54
hierin enkele zitgelegenheden en speeltoestellen met elkaar verbonden. Een deel van de randen van het middengebied zijn glooiend en beplant. Hierdoor oogt het middengebied van buitenaf relatief gesloten. De toegang, het zicht en de interactie met de rest van het woon-/zorgpark is daardoor minimaal. De diverse woongebouwen en dagbestedingsgebouwen zijn middels het grid met elkaar verbonden. In dit grid is ruimte voor een variatie aan vegetatie en recreatieve routes. Op verschillende plekken in het woon-/zorgpark bevinden zich ondersteunende functies waaronder een zwembad, een opleidingscentrum, een gezondheidscentrum, een kerk en een supermarkt. Deze functies brengen verkeersbewegingen met zich mee die soms niet wenselijk zijn in de wijk. De dagbesteding is verspreid over het gebied vormgegeven. Deze zijn zowel collectief rondom het groene hart te vinden als kleinschalig en direct nabij de woongebouwen In de noordoosthoek van de wijk ligt een voorzieningengebouw op een verhoging (grondwal). Vanuit het voorzieningengebouw geeft dit een bijzonder perspectief. In de praktijk wordt het voorzieningengebouw niet als toegankelijk ervaren. Het evenemententerrein achter de heuvel, waar onder andere een circustent geplaatst kan worden, ligt wat afgelegen van de kernactiviteiten van het woon-/zorgpark.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 13 van 54
Hoofdstuk 3
3.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de toekomstige situatie binnen het plangebied. Beide zorgorganisaties hebben, zoals in Hoofdstuk 1 al genoemd, de behoefte aan een bestemmingsplan dat meer en flexibelere mogelijkheden biedt voor toekomstige ontwikkelingen. Het behouden van het bestaande natuurlijke, groene parkachtige karakter van beide woon-/zorgparken is hierbij erg belangrijk. Voor beide woon-/zorgparken is daarom in het kader van het principeverzoek een ruimtelijke visie opgesteld. De ruimtelijke visie geeft het gewenste toekomstbeeld van de terreinen, waarbij nauwkeurig het evenwicht is gezocht tussen het versterken van de bestaande natuurwaarden en de landschappelijke kwaliteiten en structuren in het gebied. De ruimtelijke visie is vervolgens uitgewerkt tot een stedenbouwkundige visie. In paragraaf 3.2 wordt een planbeschrijving gegeven voor woon-/zorgpark Nieuwenoord van Amerpoort. In paragraaf 3.3 wordt vervolgens een planbeschrijving gegeven voor woon-/zorgpark Eemeroord van Sherpa. Hierbij wordt per woon-/zorgpark kort ingegaan op de ruimtelijke visie en stedenbouwkundige visie.
3.2
Planbeschrijving Nieuwenoord (Amerpoort)
3.2.1
Ruimtelijke- en stedenbouwkundige visie
In de nieuwe ruimtelijke visie is de structuur van het gebied weer leesbaar gemaakt door het benoemen, herstellen en vormgeven van structuurbepalende landschapslijnen en -lanen. De woonzones die door deze lanen gescheiden worden kunnen in de toekomst hun eigen identiteit ontwikkelen. Op basis van de ruimtelijke visie met een stelsel van assen en zones kan Nieuwenoord volgens een helder principe doorontwikkeld worden.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 14 van 54
Ruimtelijke visie Nieuwenoord Met de ruimtelijke visie, zet Amerpoort in op een kwaliteitsverbetering van het woon-/zorgpark. Met een andere indeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) op het noordelijk, westelijk en zuidelijk deel van het woon-/zorgpark, in plaats van een meer versnipperde door verkeer en bebouwing verstoorde natuurstrook aan de noordzijde, wordt daarnaast een bijdrage geleverd aan de doelstellingen van het NNN en ontstaat tevens een logischere samenhang tussen bebouwing en natuur. De ruimtelijke visie is vertaald in een stedenbouwkundige visie met massastudie, die een mogelijke invulling geeft van de door Amerpoort benodigde ontwikkelruimte en tevens aansluit bij de bestaande groenstructuren. Het is namelijk nog onvoorspelbaar hoe toekomstige vraagstukken zich in de zorg gaan ontwikkelen. Amerpoort wil te allen tijde ‘vraag en aanbod’ goed op elkaar kunnen afstemmen. Met flexibel ontwikkelen kan constant op de zorgbehoefte van cliënten ingespeeld worden. In onderstaande afbeelding zijn twee mogelijke varianten van Nieuwenoord weergegeven. Voor een meer uitgebreide beschrijving van de ruimtelijke- en stedenbouwkundige visie en de totstandkoming daarvan kan Bijlage 3 worden geraadpleegd.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 15 van 54
Richtinggevende massastudie Nieuwenoord variant 1
Richtinggevende massastudie Nieuwenoord variant 2
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 16 van 54
3.3
Planbeschrijving Eemeroord (Sherpa)
3.3.1
Ruimtelijke- en stedenbouwkundige visie
In de ruimtelijke visie is ruimte gecreëerd voor zowel bestaande als nieuwe ideeën en ontwikkelingen op woon-/zorgpark Eemeroord. Op basis van de ruimtelijke visie kan het woon-/zorgpark volgens een helder principe, binnen (groene) structurerende randvoorwaarden die de omgeving oplegt, doorontwikkeld worden. Het maken van duidelijke keuzes in programmering, zonering, sferen en inrichting maakt dat het woon-/zorgpark enerzijds afwisselend beleefd wordt en anderzijds herkenbaar blijft. Hieronder zijn de bestaande ingrediënten van het ruimtelijk concept benoemd: Een centraal gelegen 'open park' dat fungeert als kloppend hart en dat iedereen uitnodigt tot het gebruik ervan; Voorzieningen met parkeerplaatsen dichtbij de entree van het woon-/zorgpark, hierdoor circuleert ongewenst autoverkeer niet door het woon-/zorgpark; Nieuwe dimensionering van routes, geënt op het bestaande grid van wegen en paden, Een heldere zonering van woon-/functievelden die alle gebruikers/bezoekers een eigen plek in het woon-/zorgpark geven; Ruimte voor een nieuw groen netwerk van wandelpaden die in verbinding staan met het centrale park.
Ruimtelijke visie Eemeroord
De ruimtelijke visie is vertaald in een stedenbouwkundige visie met massastudie, die een mogelijke invulling geeft van de door Sherpa gewenste ontwikkelruimte. In onderstaande afbeelding is een mogelijke invulling van Eemeroord weergegeven, waarbij de ontwikkelruimte die het bestemmingsplan biedt wordt benut. Voor een meer uitgebreide beschrijving van de ruimtelijke- en stedenbouwkundige visie en de totstandkoming daarvan kan Bijlage 4 worden geraadpleegd.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 17 van 54
Richtinggevende massastudie Eemeroord
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 18 van 54
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Inleiding
4.2
Rijksbeleid
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte (SVIR), die in maart 2012 is verschenen, zijn door het Ministerie van Infrastructuur & Milieu de principes voor de ruimtelijke inrichting van Nederland vastgelegd. Hoofddoel van de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte is Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden er 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Betekenis voor het bestemmingsplan Met het planologisch mogelijk maken van meer en flexibelere bebouwingsmogelijkheden van twee zorgorganisaties is het bestemmingsplan niet in strijd met de doelen uit de SVIR. De SVIR vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor dit bestemmingsplan. 4.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het "Besluit algemene regels ruimtelijke ordening" (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen; mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie hoofdwegen en landelijke spoorwegen elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 19 van 54
Betekenis voor het bestemmingsplan Dit bestemmingsplan heeft geen betrekking op een van de genoemde nationale belangen. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Er zijn vanuit het Barro geen aanvullende regels gesteld die in het bestemmingsplan doorwerken. 4.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit procesvereiste is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Het Rijk heeft er voor gekozen om, gedeeltelijk gebaseerd op de al langer geldende SER-ladder uit 1999, het procesvereiste vorm te geven als een determinerend-cumulatief werkende motivatieverplichting. De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is per 1 juli 2017 gewijzigd. De motiveringsplicht blijft, de nieuw ladder bevat echter geen treden meer.
De voormalige treden zijn samengevoegd tot één lid: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De Ladder geldt alleen voor 'nieuwe' stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er volgens het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of gerealiseerd kon worden. Ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben worden niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Betekenis voor het bestemmingsplan Accommodaties voor maatschappelijke functies waaronder zorgcomplexen worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Het ruimtebeslag van de woon-/zorgparken van Sherpa en Amerpoort neemt niet toe, er wordt enkel voorzien in ruimere bebouwingsmogelijkheden binnen de gelijkblijvende begrenzing van beide woon-/zorgparken. De beide woon-/zorgparken zijn aan te merken als bestaand stedelijk gebied.
Er is dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en formeel is een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet benodigd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel gekeken of er een (kwantitatieve) behoefte is aan de beoogde ontwikkeling. Er blijkt sprake van een urgente behoefte aan ruimere bebouwingsmogelijkheden. Deze behoefte vindt zijn grondslag in de ontwikkelingen die plaatsvinden in de zorg, waardoor er steeds meer ruimte per cliënt nodig is: In de woon-/zorgparken van beide organisaties woont nog een aantal bewoners van het eerste uur. Deze cliënten hadden toen een andere huisvestingsvraag dan op dit moment. Deze veranderende vraag wordt veroorzaakt door de levensfase waarin cliënten zich bevinden. Door de toenemende leeftijd wordt voor deze doelgroep de behoefte aan een beschutte woonomgeving, meer ondersteuning en de aanwezigheid van de gedeelde medische ondersteuning bij beide zorgorganisaties steeds belangrijker. Deze ontwikkeling kan gezien worden als een wooncarrière, die resulteert in grote wachtlijsten om te komen wonen op beide woon-/zorgparken. Daar komt bij dat de levensverwachting van mensen met een beperking toeneemt. Ook ondervinden cliënten vaak eerder de ongemakken van het ouder worden en hebben dan ook eerder behoefte aan intensievere zorg.
Dit zorgt er enerzijds voor dat plekken Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 20 van 54
langer bezet zijn en vraagt anderzijds om meer verpleegkundige expertise en woonoplossingen waarbij rekening is gehouden met tilliften en rolstoeltoegankelijkheid. Daardoor kunnen de woon-/zorgparken deze doelgroep optimaal ondersteunen door de aanwezigheid van 24 uurs zorg; Tussen 2000 en 2010 is er (buiten de zorginstanties om) sprake geweest van een beleidsmatige beweging om zoveel mogelijk bewoners vanuit de woon-/zorgparken 'in de wijk' te laten wonen. Dit heeft op beide woon-/zorgparken geleid tot een afname van het aantal bewoners. Voor een deel van deze cliënten biedt de huidige samenleving veel barrières. In het wonen en leven in de wijk lopen zij aan tegen een tekort aan beschikbaarheid van goede zorgwoningen waarin corporaties beperkt kunnen bijdragen. Bovendien zijn aanpassingen van de infrastructuur nodig, is er bij buurtbewoners sprake van een lage acceptatiegraad en is er geringe mogelijkheid voor besteding van vrije tijd. Van echte inclusie, dat wil zeggen gewoon leven in de wijk, deel uitmaken van de lokale gemeenschap en bijdragen aan het leven daar, is slechts incidenteel sprake. Deze groep cliënten heeft behoefte aan een omgeving waarin zij zichzelf kan zijn en woont liever in woon-/ zorgparken; Naast de ouder wordende cliënt wonen op beide woon-/zorgparken ook jongere cliënten die behoefte hebben aan besloten woonomgeving met intensieve begeleiding.
Voor immobiele cliënten met serieuze beperkingen is een veilige woonomgeving een voorwaarde. Zij hebben zorg nodig om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Door meer fysieke ruimte te bieden aan deze doelgroep kan de kwaliteit van leven worden verhoogd. Hiermee gaat de belastbaarheid van medewerkers omlaag wat leidt tot een lager ziekteverzuim. Amerpoort en Sherpa zien het als een maatschappelijke verplichting om deze doelgroep te blijven ondersteunen; In het afgelopen decennium zijn de eisen, die door cliënten en verwanten aan de woningen worden gesteld, drastisch toegenomen en dat zet zich door. Cliënten en verwanten willen meer ruimte en meer privacy. De vraag naar eigen voorzieningen, zoals sanitair neemt toe. Dit heeft invloed op het aantal benodigde vierkante meter per cliënt. Naast ontwikkelingen in de zorg is er ook vanuit wet- en regelgeving sprake van hogere eisen aan bebouwing dan in het verleden. De beide zorgorganisaties moeten bij nieuwbouw aan deze aangescherpte eisen voldoen. Onder andere op het gebied van duurzaamheid worden in het Bouwbesluit steeds hogere eisen gesteld. Isolatie moet bijvoorbeeld steeds beter, waardoor wanden steeds dikker worden. Dit brengt met zich mee dat er een groter verschil ontstaat tussen het bruto vloeroppervlak (BVO) en het netto vloeroppervlak van een gebouw.
Het komt er op neer dat er dus steeds meer bebouwingsruimte nodig is voor eenzelfde gebruiksoppervlak. Voorgaande bezien, is sprake van zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte aan (ver)nieuwbouw op beide woon-/zorgparken.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke Verordening
De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) is opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. Via haar ruimtelijke beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. In de PRS staat wat de provincie de komende jaren samen met haar partners wil bereiken op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling De bij de structuurvisie behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (herijking 2016) bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de PRV zijn regels opgenomen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. De PRV zorgt hiermee voor de doorwerking van de PRS in de ruimtelijke plannen van gemeenten. Betekenis voor het bestemmingsplan In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening is het Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 21 van 54
plangebied aangewezen als landelijk gebied. Voor het landelijk gebied geldt vanuit de PRV een verstedelijkingsverbod. Om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden, moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke functies voorkomen worden. Binnen deze context zijn nieuwe vormen van verstedelijking niet toelaatbaar. Voor bestaande stedelijke functies, anders dan wonen, die zich in het landelijk gebied bevinden geldt dat deze mogen worden verruimd met maximaal 20 procent van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale verruiming kan afgeweken worden mits sprake is van een economische noodzaak. Ook het bestemmingsvlak kan worden verruimd indien er sprake is van een economische noodzaak. Zoals eerder in deze toelichting aan bod is gekomen (zie paragraaf 1.2) en zoals (in beperktere mate) in paragraaf 4.1 van het principeverzoek is toegelicht (Bijlage 1), is sprake van een gecombineerde (bedrijfs)economische en maatschappelijke noodzaak voor het uitbreiden van de bebouwingsmogelijkheden voor beide zorgorganisaties. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de PRV. De verruiming van de bebouwingsmogelijkheden voor Amerpoort en Sherpa bedraagt maximaal deze 20 procent ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, waarin de bouwmogelijkheden in de vorm van bruto-vloeroppervlakte (BVO) zijn vastgelegd.
De uitbreiding van 20 procent ziet op het aantal vierkante meters BVO, dat impliciet doorwerkt in een toename van het aantal vierkante meters footprint. Immers, ontwikkelingen in de zorg ten aanzien van deze specifieke doelgroep en eisen vanuit het Bouwbesluit verlangen een andere omgang met de cliëntzorg met als gevolg meer zorg op de begane grond. Met het oog op voorgaande bedrijfseconomische noodzaak kan gebruik gemaakt worden van de extra ruimte uit artikel 3.8 lid 2 van de PRV. Voorgaande is in lijn met de toelichting op dit artikel uit de PRV. In een eerder stadium is nog sprake geweest van een grotere ontwikkeling, met een verder reikende tijdshorizon, maar met het oog op de zeer dringende behoefte aan vernieuwing op de woon-/zorgparken, is er uitdrukkelijk gekozen voor een ontwikkeling die qua omvang binnen de provinciale beleidskaders past. Het plangebied in de PRS en PRV tevens aangewezen als onderdeel van Utrechtse Heuvelrug. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de kernkwaliteiten van het landschap, die door de provincie zijn vastgelegd in de Kwaliteitsgids Utrechtse Heuvelrug. Bij ontwikkelingen in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug wordt aandacht gevraagd voor het in stand houden van het reliëf en voor het in stand houden van het samenhangend boscomplex.
Bij het opstellen van de ruimtelijke en stedenbouwkundige visies (zie paragraaf 3.2, 3.3 en Bijlage 1) zijn de kernkwaliteiten in acht genomen. Met respect voor de ligging van beide woon-/zorgparken in het Landschap van de Utrechtse Heuvelrug en het groene, parkachtige karakter dat men graag wil behouden, is met zorg een toekomstbeeld voor beide woon-/zorgparken opgesteld waarbij aanwezig reliëf niet wordt verstoord en waarbij sprake is en blijft van een samenhangend boscomplex. Hiermee is het behoud van de kernkwaliteiten geborgd. Natuurnetwerk Nederland Een deel van het plangebied is door de provincie aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een robuust, samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingen daartussen op nationaal niveau. Op grond van de PRV dienen ruimtelijke besluiten voor gronden binnen NNN-bestemmingen regels te bevatten die de wezenlijke kenmerken en waarden beschermen en in stand houden. Niet elke ingreep leidt echter tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, of tot een significante vermindering van de oppervlakte of samenhang van de gebieden. Ingrepen die, na het eventueel nemen van inrichtingsmaatregelen, de wezenlijke kenmerken en waarden niet significant aantasten, zijn toegestaan.
Nieuwe bestemmingen en regels die: ruimtelijke ontwikkelingen toestaan; en per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden; dan wel leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden; of van de samenhang tussen die gebieden, zijn onder voorwaarden toegestaan. Hierbij wordt getoetst aan het 'nee, tenzij-principe'. Ingrepen
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 22 van 54
met per saldo een significante negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Voor het terrein van Amerpoort geldt dat er ontwikkelingen zullen plaatsvinden binnen de begrenzing van het door de Provinciale Ruimtelijke Verordening aangewezen NNN. Deze ontwikkelingen zijn echter goed te compenseren op het terrein van Amerpoort en zorgen hiermee niet voor een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. In de rapportage in Bijlage 9 wordt hier uitgebreid op ingegaan. 4.3.2
Beleidsregels natuur en landschap provincie Utrecht 2017
In het Beleidskader Wet natuurbescherming (beleidskader Wnb) van de provincie Utrecht is een aantal wettelijke taken van de provincie nader uitgewerkt, onder meer in de Verordening Natuur en Landschap (VNL) en in de Beleidsregels Natuur en Landschap (BNL) die erin zijn opgenomen. Vooral de Beleidsregels natuur en landschap provincie Utrecht 2017 bevatten voor het plangebied relevante bepalingen. Op basis van de beleidsregels is een groot deel van het plangebied aangemerkt als Oude bosgroeiplaats. Ook bevinden zich enkele Oude boskernen in het plangebied. Zie ook onderstaande afbeelding.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 23 van 54
Plangebied (Eemeroord en Nieuwenoord blauw omkaderd) en Oude Bosgroeiplaatsen en Oude Boskernen (bron: webkaart Provincie Utrecht) Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 24 van 54
De Beleidsregels natuur en landschap Provincie Utrecht 2017 definiëren een Oude bosgroeiplaats als "...een boslocatie die in het midden van de negentiende eeuw als bos op de historische kaarten staat aangegeven en tot op heden onafgebroken een boslocatie is gebleven." Deze locaties zijn waardevol vanwege de goed ontwikkelde bosbodem en daarmee samenhangende flora en fauna. Oude boskernen worden gedefinieerd als 'actuele groeiplaats van autochtone bomen en struiken die afstammelingen zijn van de oorspronkelijk inheemse flora die na de ijstijd op eigen kracht Nederland heeft bereikt. De groeiplaats kan zowel een bos betreffen als een houtwal of een enkele boom of struik die als relict van het oorspronkelijk bos te beschouwen is'. Belangrijk hierbij is de aanwezigheid van een bosbodem van 150 jaar of ouder. In verband met de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied, is aan de hand van verschillende bronnen (www.topotijdreis.nl, www.landschapinnederland.nl/kaart-groen-erfgoed, bomeninventarisatie op het terrein van Sherpa door BSN, kaartbeeld van het Ministerie van Oorlog uit 1952 en een inventarisatie door Ruimte voor Advies op het terrein van Amerpoort) voor beide zorgorganisaties nagegaan voor welke delen van de woon-/zorgparken volgens deze bronnen sprake kan zijn van Oude Bosgroeiplaatsen en Oude Boskernen.
Zie voor een beschrijving van deze werkwijze ook de Notitie Oude Bosgroeiplaatsen en Boskernen (Bijlage 11). Aan de hand van dit historisch bureauonderzoek, gecombineerd met een bezoek aan de woon-/zorgparken door ecologisch experts, zijn onderstaande kaartbeelden tot stand gekomen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat, hoewel er wel degelijk sprake lijkt te zijn van Oude Boskernen en Oude Bosgroeiplaatsen op beide woon-/zorgparken, deze niet in dezelfde mate aanwezig zijn als vastgelegd op kaartbeelden uit de Beleidsregels natuur en landschap Provincie Utrecht 2017.
Resterend kaartbeeld Oude Bosgroeiplaatsen en Oude Boskernen op het terrein van Sherpa na bronnenonderzoek (bronnen: Topotijdreis, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en bomeninventarisatie bureau BSN)
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 25 van 54
Resterend kaartbeeld Oude Bosgroeiplaatsen en Oude Boskernen op het terrein van Amerpoort na bronnenonderzoek (bronnen: Topotijdreis, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en Ruimte voor Advies, d.d. 11 augustus 2020) Betekenis voor het bestemmingsplan Op grond van het provinciale beleid inzake Oude Bosgroeiplaatsen en Oude Boskernen hebben beide zorgorganisaties onderzoek laten uitvoeren naar feitelijk aanwezige of restanten van beide bostypen. De resultaten hiervan zijn in bovenstaande kaarten gepresenteerd. Op beide woon-/zorgparken zijn reeds sinds lange tijd veel gebouwen aanwezig, zijn oude gebouwen gesloopt en is sprake van verharding (ontsluiting) en parkeergelegenheden. Voorts is een groot deel van de bebossing pas in de laatste decennia van de twintigste eeuw ontstaan. Bij terinzagelegging van onderhavig plan, vindt overleg plaats met Provincie Utrecht over dit onderdeel. Het plan is daarmee nog niet op alle punten in overeenstemming met het provinciaal beleid inzake Oude Bosgroeiplaatsen en Oude Boskernen. Het overleg met de provincie dient er toe om het plan verder in lijn te brengen met het beleid uit de PRV. Bovengenoemde onderzoeken zijn een eerste aanzet hierin en het is de verwachting dat dit onderzoek zal leiden tot een bijstelling van het provinciaal beleid op dit onderdeel.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Toekomstvisie en Structuurvisie Baarn in 2030
Op 10 juli 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie en Structuurvisie Baarn in 2030 vastgesteld. In deze Toekomstvisie en de hieruit voortvloeiende Structuurvisie is aangegeven wat het wensbeeld is voor 2030 en hoe de gemeente Baarn dit wensbeeld denkt te bereiken. De visie voor 2030, die bestaat uit een overkoepelend en samenhangend ideaalbeeld, is uitgewerkt voor de volgende zes thema's: hoogwaardig wonen; levendig centrum met hoog voorzieningenniveau; groene en blauwe vertoefplekken; Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 26 van 54
bestendige bedrijvigheid; sociale samenhang; bestuurlijke zelfstandigheid. Op de structuurvisiekaart is het plangebied aangewezen als zorg.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 27 van 54
Betekenis voor het bestemmingsplan Het bestemmingsplan heeft enkel betrekking op een gebied dat op de structuurvisiekaart al is aangewezen voor zorg. Vanuit de structuurvisie zijn er geen belemmeringen voor het verruimen van de bebouwingsmogelijkheden op de bestaande woon-/zorgparken. 4.4.2
Kernrandzonevisie Drakenburgergracht
De gemeenteraad van Baarn heeft op 30 juli 2015 de Kernrandzonevisie Drakenburgergracht vastgesteld. Dit is een herijking van de visies uit 2006 en 2009. De Kernrandzonevisie is naast een ruimtelijke visie ook een uitvoeringsinstrument. Ze regelt enerzijds waar en onder welke randvoorwaarden ontwikkelingen in het gebied mogelijk zijn. Anderzijds regelt de kernrandzonevisie hoe en door wie recreatieve, landschappelijke en natuurdoelen kunnen worden gerealiseerd. De provincie Utrecht verlangt van gemeenten dat zij voor gebieden die buiten de zogenaamde rode contouren van gemeenten liggen een kernrandzonevisie ontwikkelen. Zo heeft gemeente Baarn de kernrandzonevisie Drakenburgergracht opgesteld die aangeeft waar voor het gebied de Drakenburgergracht de kansen liggen om een vitale en gezonde omgeving te creëren. Daarbij is het van belang dat initiatieven een bijdrage leveren aan de verdere recreatieve-, natuur- en landschapsontwikkeling en dat ze binnen een kader van randvoorwaarden gerealiseerd kunnen worden. In de kernrandzonevisie is daarom vastgelegd waar, en binnen welke randvoorwaarden, er welke ruimtelijke impulsen mogelijk zijn.
In de Kernrandzonevisie staan de volgende onderwerpen centraal: Het handhaven en versterken van bestaande kwaliteiten: het creëren van een raamwerk om nieuwe initiatieven in samenhang een plek te kunnen geven; Rondje Drakenburgergracht: doel is het ontwikkelen van een nieuwe recreatieve route, die deels gebruik maakt van bestaande paden en daar waar onderbrekingen zijn, worden ze met nieuwe paden aan elkaar gekoppeld; Stad- en landverbindingen: het rondje Drakenburgergracht takt aan op het hoofdnetwerk van bestaande wandel- en fietsroutenetwerk rond Baarn. Hiertoe worden verschillende fysieke maatregelen voorgesteld; Terreinen zorgorganisaties (Amerpoort en Sherpa): voor beide woon-/zorgparken geldt een zogenaamde uitvoeringsagenda die ertoe moet leiden dat beide woon-/zorgparken meer met elkaar gaan samenwerken. Op de uitvoeringsagenda staan de volgende punten centraal; 1. De Groene Schakel: sloop- en nieuwbouw en versterking ecologische hoofdstructuur aan de zuidzijde van het terrein van Amerpoort; 2. Overige beplantingen: de aanplant van een houtsingel langs de erfgrens met boerderij De Zandheuvel; 3. Rondje Drakenburgergracht: verbeteren bewegwijzering op de woon-/zorgparken en koppelen rolstoeltoegankelijk pad van het recreatieve rondje met de rolstoelvriendelijke asfaltpaden op beide woon-/zorgparken.
In de stedenbouwkundige visie wordt ingegaan op de wijze waarop invulling gegeven is aan de gestelde doelen van de kernrandzone.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 28 van 54
Relatie met kernrandzonevisie Drakenburgergracht
Betekenis voor het bestemmingsplan De Kernrandzonevisie Drakenburgergracht heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van de stedenbouwkundige visies voor Amerpoort (Nieuwenoord) en Sherpa (Eemeroord). In de stedenbouwkundige visies is aandacht besteed aan het terugbrengen van oude beeldbepalende houtsingels die een dragende functie hebben op de woon-/zorgparken. Verder is er met de sloopen nieuwbouwopgave van beide woon-/zorgparken rekening gehouden met de historische landschappelijke kenmerken van het gebied en de aanwezige groenstructuren op de woon-/zorgparken. 4.4.3
Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn
De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn is op 26 februari 2014 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De nota verwoordt ambities en biedt inspiratie voor ontwikkelende partijen, particulieren die (bouw)plannen hebben en voor de gemeente zelf. Het gaat daarbij niet alleen om de beoordeling van gebouwen maar om het totale beeld en de samenhang binnen een (openbaar) gebied. De "Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn" kan worden onderscheiden in drie delen, te weten inleiding, inspiratie en toetsingskader. Het zwaartepunt van de nota is gelegd bij het onderdeel inspiratie. Het plangebied is gelegen in gebied E3 - Buitengebied-West - Terrein zorgorganisaties. Het ruimtelijk streefbeeld voor het plangebied omvat: Sterk individueel herkenbare gebouwen met compact bouwvolume en traditionele bouwwijze; Laanprofielen / gebogen lanen; Eenvoudig profiel: rijbaan en groene bermen; Ruime groene lommerrijke kavels; Vriendelijke kavelranden (hagen/ lage muurtjes of open hekjes) en open kavelentrees.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 29 van 54
Om dit streefbeeld te bereiken gelden bij gebouwen, percelen en openbare ruimte onderstaande de aandachtspunten en ambities: Gebouwen Zorg dat bouwkundige toevoegingen of aanpassingen passen in de stedenbouwkundige structuur en aansluiten op de recente typologie, de detaillering en het materiaalgebruik; Geef de bebouwing een duidelijke oriëntatie op de (semi)openbare ruimte; Zorg dat gebouwen vrij staan en (per cluster of alleen) een individuele uitstraling hebben (ook nieuwe functies in de toekomst) Percelen Laat groen de kwaliteit van de terreinen bepalen; Zo min mogelijk erfscheidingen naar de (semi)openbare ruimte: laat landschap en tuinen in elkaar overlopen met grote tuinen en informele straatprofielen. Openbare ruimte Rustige en eenduidige vormgeving profiel straten en lanen; Statige groene sfeer; Aandacht voor het parkeren in de openbare ruimte. Betekenis voor het bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan maakt extra bebouwing op de woon-/zorgparken van de zorgorganisaties mogelijk. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplannen is rekening gehouden met het ruimtelijk streefbeeld voor het gebied, zoals ook blijkt uit de ruimtelijke visies die zijn opgesteld (zie 3.2.1 en 3.3.1).
Bij de toekomstige aanvragen voor omgevingsvergunningen voor nieuwbouw op de woon-/zorgparken van de zorgorganisaties, worden de ontwerpen door de gemeente getoetst aan de redelijke eisen van welstand.
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 30 van 54
Hoofdstuk 5
5.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
De gevolgen voor de milieu- en omgevingskwaliteit vormen een belangrijke afweging bij het al dan niet planologisch mogelijk maken van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komen, ter onderbouwing van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Per aspect wordt allereerst kort het toetsingskader toegelicht, waarna wordt ingegaan op uitgevoerd onderzoek. Ten slotte wordt per aspect een conclusie gegeven waarbij ook aandacht is voor de eventuele vertaling in het bestemmingsplan.
5.2
Ecologie
5.2.1
Toetsingskader
Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wet natuurbescherming implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gedeputeerde Staten zijn in beginsel bevoegd gezag voor de vergunningverlening onder de Wnb. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Verder geldt een verplichting om een passende beoordeling te verrichten indien significant negatieve effecten op voorhand niet zijn uitgesloten. In dat geval kan het plan alleen worden vastgesteld indien met zekerheid is vastgesteld dat uitvoering van het plan niet leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden. Eventueel noodzakelijke mitigerende maatregelen moeten in dat geval bij vaststelling van het plan geborgd zijn. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming kent twee soorten natuurgebieden, te weten: a. Natura 2000/gebieden; b. Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Natura 2000-gebieden De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk (of in combinatie met andere plannen of projecten) significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 31 van 54
volgende drie voorwaarden: Er zijn geen alternatieve oplossingen; Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en die verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden die de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN aantasten. Enkel indien er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang is én er geen alternatieve locatie beschikbaar is kan een ruimtelijke ontwikkeling worden toegestaan. Daarbij moet dan wel worden gecompenseerd voor aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.
Schematische weergave 'nee, tenzij' principe Soortenbescherming Naast gebiedsbescherming is in de Wet natuurbescherming de soortenbescherming geregeld. Soortenbescherming geldt voor alle beschermde soorten ongeacht waar deze soorten zich bevinden en hoeveel soorten het betreft. In de Wet natuurbescherming zijn verbodsbepalingen opgenomen voor handelingen en effecten op beschermde soorten die niet mogen plaatsvinden, behoudens ontheffing. In de Wet natuurbescherming wordt een onderscheid gemaakt tussen: Soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; Soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; De soorten die worden beschermd in de Verdragen van Bern en Bonn; De bescherming van overige soorten. De Wet natuurbescherming bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk doden, vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.
Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. Gedeputeerde Staten kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten vrijstelling
Drakenburgergracht Zorg 2020 Pagina 32 van 54
verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten (art. 3.10 Wet natuurbescherming). De overige soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wet natuurbescherming. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan voor deze soorten ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Houtopstanden De Wet natuurbescherming geldt ook voor het kappen van houtopstanden in het plangebied. Bij de provincie Utrecht moet een melding worden gedaan voor het kappen van bomen. Daarnaast is ook de Bomenverordening van de gemeente Baarn van toepassing. 5.2.2