1390436 Ontwerp vvgb Theehuis Hoge Vuurscheweg 11 bijlage 3 Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Buro de Brug B23-572
, 44 Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche
25
Conceptversie
4
Bronnen
4.1
Digitale bronnen
www.legendageomorfologie.wur.nl www.archis.cultureelerfgoed.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.monumentenregister.cultureelerfgoed.nl www.zoeken.cultureelerfgoed.nl www.ahn.nl www.dinoloket.nl www.gahetna.nl www.kadaster.nl www.nimh-beeldbank.defensie.nl www.geologievannederland.nl www.hisgis.nl www.nationaalgeoregister.nl www.pdok.nl www.rijksoverheid.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.sikb.nl www.topotijdreis.nl www.bodemdata.nl www.rijksmonumenten.nl www.hetutrechtarchief.nl www.historischekringbaerne.nl www.baarn.nl www.archiefeemland.nl www.koninklijkeverzamelingen.nl www.buitenplaatseninnederland.nl www.lagevuursche.com www.geologievannederland.nl.
4.2
Literatuur
Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus , Wageningen (PUDOC). Barends, S., et al., 1993: Het Nederlandse landschap: een historisch-geografische benadering, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A. & E. Stouthamer, 2001: Palaeogeographical development of the Rhine-Meuse delta, the Netherlands, Assen. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Fysische geografie van Nederland, Assen. Berg-Meelis, J.M. van den, et al., 2010: Parkeerterrein laanstraat te Baarn, gemeente Baarn: Ruimtelijk advies op basis van een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, Vestigiarapport V10-1790, Amersfoort.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 26
Conceptversie
Boer, A. de, 2021: Gerrit van der Veenlaan 4, Baarn, gemeente Baarn: inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de karterende fase, Bureau voor Archeologie Rapport 995, Utrecht. Geudeke, P.W. et al., 1990: Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000 – 1: West-Nederland 18391859, Groningen. Groenhuijzen, M., 2020: Archeologisch bureau- en booronderzoek voor het plangebied Baarn-Paaskerk, gemeente Baarn, Zuidnederlandse Archeologische Notities 852, Amsterdam. Jong, C. de & A. de Boer, 2023: Koningsweg 4, Baarn, gemeente Baarn: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels karterende fase, Bureau voor Archeologie Rapport 1266, Utrecht. Keunen, L.J., C.J. Frank & E.H. Boshoven, 2018: ‘… de schoonheid van een veel bezocht en door de mode begunstigd oord…’. Een archeologische waarden- en verwachtingenkaart en cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Baarn, RAAP-Rapport 3391, Weesp. Kok, D.H., et al., 1997: “Baarn: Leestraat”, Archeologische kroniek Provincie Utrecht1 990-1991, 29-30. Malssen, van N. 2008: Een archeologisch bureauonderzoek voor de locatie Nieuw Baarnstraat 7 te Baarn (U), ARC-Rapporten 2008-121, Groningen. Mulder, E.F.J. de, et al. 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/ Houten. Pluim, T., 1932: Uit de geschiedenis van Baarn, Olst.
Roodenburg, F., 2021: Gerrit van der Veenlaan 4, Baarn, gemeente Baarn: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase, Bureau voor Archeologie rapport 984, Utrecht. Sijs, A. van der, 2010: Etymologiebank (www.etymologiebank.nl). Sueur, C., 2016: Archeologisch bureauonderzoek Nieuw Baarnstraat 1 en 7 te Baarn, Buro de Brug rapporten B16-292, Amsterdam. Ten Brinke, W. & C. de Jong, 1997: De Vuursche in Beeld, Vrienden van het Gooi, jaargang 1997, nr1.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 27
Conceptversie
OKTOBER 2023
Quickscan flora en fauna
QUICKSCAN FLORA & FAUNA THEEHUIS T’HOGE ERF, LAGE VUURSCHE
Buiting Advies BV
1
COLOFON Opdrachtgever
Dasselaar Rentmeesters
Datum Status Projectnummer
Oktober 2023 Definitief 2023-211
Auteur Controle
Ruben Bos Nick Hofland
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
4
2
PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN
5
3
WETGEVING EN NATUURBELEID
7
3.1 3.2 3.3
SOORTBESCHERMING NATURA 2000 NATUURNETWERK NEDERLAND
7 8 8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
9
5
RESULTATEN
10
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.2 5.3
WET NATUURBESCHERMING VOGELS GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN VLEERMUIZEN REPTIELEN EN AMFIBIEËN OVERIGE SOORTGROEPEN NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000) NATUURNETWERK NEDERLAND
10 10 11 12 13 14 14 15
6
CONCLUSIE
16
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 VRIJGESTELDE SOORTEN IN DE PROVINCIE UTRECHT
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
3
1
INLEIDING
AANLEIDING In september 2023 heeft Buiting Advies een quickscan flora en fauna uitgevoerd bij theehuis t’ Hoge erf aan de Hoge Vuurseweg te Lage Vuursche in verband met het voorgenomen plan om het theehuis uit te breiden. Middels deze quickscan flora en fauna is vastgesteld of de betreffende werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Tevens is middels deze quickscan uitgezocht of er als gevolg van de werkzaamheden een (significant) negatief effect op het functioneren van Natura-2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland zou kunnen optreden. De onderzoeksmethode en resultaten zijn in deze rapportage opgenomen. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport worden de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving gegeven. Hoofdstuk 4 beschrijft de onderzoeksmethode. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de resultaten opgenomen en sluit het rapport af met de conclusie.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
4
2
PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN
Het plangebied bestaat uit een theehuis dat is gelegen in een zeer bosrijke omgeving. Het betreft hier een restaurant gebouw waar ook buiten nog gegeten en gedronken kan worden. Om het theehuis heen is een parkeerplaats aanwezig om de bezoekers te faciliteren. Ook is ten zuiden het Klimbos aanwezig. De omliggende omgeving betreft verder voornamelijk bos. Aan de noordzijde is nog de drukkere N415 te vinden. Het plangebied is te bereiken via de Hoge Vuurseweg die ten oosten van het plangebied te vinden is.
Afbeelding 1: de planlocatie (rood) en omliggende omgeving
VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN De voorgenomen ontwikkelingen betreffen de bouw van een uitbreiding van het theehuis. Het gewijzigde plangebied heeft betrekking op de huidige keuken, die door een uitbreiding binnen het restaurant steeds meer verschoven is tot buiten het gebouw (huidige situatie). Hier is nu een tijdelijke overkapping gevestigd. Dit dient echter omgezet te worden om te voldoen als volwaardige keuken. Hierbij wordt ook een laurierkers haag verwijderd. De aanwezige bomen blijven behouden in de huidige staat.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
5
Afbeelding 2 t/m 5: impressie van het plangebied
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
6
3
WETGEVING EN NATUURBELEID
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is onder andere de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna en Natura 2000-gebieden geregeld.
3.1
SOORTBESCHERMING
ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De soorten beschermd onder artikel 3.5 zijn genoemd in bijlage 1 van dit rapport.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
7
ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen onder aan bijlage 2 van dit rapport.
3.2
NATURA 2000
Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen met betrekking tot de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).
3.3
NATUURNETWERK NEDERLAND
Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen de NNN wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd (komen te) liggen en dat plant- en diersoorten daarbinnen verdwijnen. NATUURNETWERK NEDERLAND BINNEN PROVINCIE UTRECHT Binnen de ruimtelijke verordening is onder andere opgenomen dat ruimtelijke plannen geen nieuwe activiteiten in het NNN mogelijk mogen maken, die per saldo leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of tot vermindering van het oppervlak van het NNN of van de samenhang binnen het NNN, tenzij er een groot openbaar belang is en reële alternatieven ontbreken (het ‘nee-tenzij’ beginsel).
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestond uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in diverse beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over via de Wnb beschermde (gebouw bewonende) soorten en hun beschermde voortplantingsplaatsen, nesten en rustplaatsen en de directe omgeving daaromheen. Hierbij vormde de Nationale Database Flora en Fauna de belangrijkste bron. Tevens is uitgezocht of de ontwikkelingen mogelijk van invloed kunnen zijn op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden in de omgeving en of de ontwikkelingen plaatsvinden binnen het Natuurnetwerk Nederland. VELDBEZOEK Op 20-09-2023 is een bezoek aan het plangebied gebracht. Het doel hiervan was om te beoordelen of de voorgenomen maatregelen, namelijk het permanent bebouwen van de huidige keuken (huidige situatie een overkapping en enkele houten wanden) en het verwijderen van een laurierkershaag zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Belangrijk onderdeel van deze beoordeling is het vaststellen of het plangebied geschikt is als beschermde voortplantingsplaats, nestplaats of rustplaats. Ook is gelet op eventuele sporen zoals krijtstrepen die wijzen op gebruik door beschermde soorten.
Indien geen sporen van gebruik worden aangetroffen kan echter niet geconcludeerd worden dat het plangebied geen beschermde verblijfplaatsen bevat. ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek is ingeschat of de voorgenomen plannen betreffende de werkzaamheden binnen het plangebied zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Indien uit het onderzoek naar voren komt dat het plangebied geschikt is als voortplantingsplaats, nestplaats of rustplaats van beschermde soorten en dat de voorgenomen ontwikkelingen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming zijn er de volgende mogelijkheden: • de maatregelen worden aangepast op zodanige wijze dat een overtreding van de Wnb niet meer plaats kan vinden of er wordt van bepaalde maatregelen afgezien; • bovenstaande kan mogelijk in bepaalde gevallen door rekening te houden met de uitvoeringsperiode; • er wordt gericht (protocollair) nader onderzoek uitgevoerd om vast te stellen of er werkelijk sprake is van beschermde voortplantingsplaatsen, nesten of rustplaatsen.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
9
5
RESULTATEN
5.1
WET NATUURBESCHERMING
Onderstaand is per soortgroep aangegeven of en op welke beschermde soorten, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of nesten de voorgenomen ontwikkelingen een effect zouden kunnen hebben dat zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Waar dat aan de orde is wordt aangegeven welke specifieke maatregelen tot overtreding zouden kunnen leiden en op welke plek. Tevens geven wij kort aan welke mogelijkheden er zijn om overtreding te voorkomen. Alle resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van de bureaustudie en het bezoek aan het plangebied.
5.1.1
VOGELS
In de directe omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek enkele vogelsoorten aangetroffen. Het betrof hier sijs, kruisbek, roodborst, koolmees en pimpelmees. Roodborst, koolmees en pimpelmees broeden mogelijkerwijs in of in de nabijheid van het plangebied. Van sijs zijn weinig broedgevallen bekend binnen Nederland, de Utrechtse heuvelrug is wel een van de broedgebieden waar sijzen regelmatig tot broeden komen. De kruisbek is een echte naaldbosbewoner, en is hierom dus in de nabije omgeving te vinden. Echter hebben deze waarnemingen (bezoek eind september) waarschijnlijk betrekking op individuen die in Nederland overwinteren. De werkzaamheden mogen nimmer leiden tot verstoring van een broedgeval of beschadiging van in gebruik zijnde nesten. Het is aan te bevelen de werkzaamheden die kunnen leiden tot verstoring, beschadiging of vernieling van een nest dat in gebruik is, uit te voeren buiten de indicatieve broedtijd (15 maart - 15 juli). Ook buiten de indicatieve broedperiode zijn broedende vogels beschermd, maar de kans op broedende vogels is dan veel kleiner. Desalniettemin is ook dan nog een check op in gebruik zijnde nesten noodzakelijk. Hoe verder buiten het indicatieve broedseizoen, hoe kleiner de kans is op een nest dat in gebruik is.
JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN VERBLIJFPLAATSEN Van een beperkt aantal soorten is de broedplek/het nest jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming art. 3.1). Dit houdt in dat het nest ook beschermd is als er geen sprake is van een broedsel op het betreffende moment. Het gaat hierbij onder andere om soorten die meestal jaarlijks terugkeren op dezelfde broedplaats om nesten te gebruiken. Naast de broedplaats zelf is ook de essentiële leefomgeving beschermd die noodzakelijk is voor de functionaliteit van het nest. Uit de bureaustudie blijkt dat boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, ransuil, sperwer en wespendief in of rondom het plangebied voorkomen. BOOMBROEDERS MET EEN JAARROND BESCHERMDE VOORTPLANTINGS-/VERBLIJFPLAATS Roofvogels zoals boomvalk, buizerd, havik, sperwer en wespendief maken gebruik van horsten in struweel, vrij staande bomen en bossen. Sommige soorten maken een eigen nest, andere soorten nemen oude nesten van kraaiachtigen (vaak zwarte kraai of ekster) in gebruik. Het betreft hier het omvormen van een overkapping na een bijgebouw, hierbij wordt onder andere een laurierkershaag verwijderd, de bomen in de nabijheid blijven behouden. Deze bomen en de laurierkersen zijn bekeken op de aanwezigheid van deze nesten, deze zijn niet aangetroffen. Ook in bomen in de nabije omgeving is geen sprake van roofvogelhorsten.
Daarnaast worden de werkzaamheden buiten het broedseizoen (november-december) uitgevoerd, waardoor van verstoring van broedgevallen geen sprake is. Het gebied is momenteel al bebouwd en maakt derhalve geen deel uit van essentieel foerageergebied van één van deze soorten.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
10
Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van boombroeders met een jaarrond beschermd nest worden dan ook niet verwacht. GIERZWALUW De gierzwaluw is een broedvogel van allerlei huizen, kantoorgebouwen, torens en andere bouwwerken binnen Nederland. Allerlei nissen en openingen onder dakpannen, achter regenpijpen, onder de dakgoot, in de muur en tegenwoordig ook wel in neststenen die speciaal ontworpen zijn voor de soort. Het gebouw ontbeert de geschikte valhoogte en ruimtes om te kunnen broeden. Daarnaast ligt het theehuis in een bos, gierzwaluwen komen vrijwel altijd in het stedelijk gebied in kolonieverband voor. In de nabije omgeving zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor gierzwaluwen aanwezig. Broedgevallen van gierzwaluwen in de nabije omgeving worden dan ook niet verwacht. Gierzwaluwen foerageren ver van het nest hoog in de lucht, van afname van functioneel leefgebied is geen sprake. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de gierzwaluw worden dan ook niet verwacht. GROTE GELE KWIKSTAART De grote gele kwikstaart broedt voornamelijk bij stromende wateren, maar wordt ook wel eens gevonden nabij stilstaand water. De grote gele kwikstaart broedt daarbij vaak onder bruggen, in nissen van gebouwen nabij het water en ook wel tussen boomwortels.
Het ontbreekt binnen het plangebied aan geschikt habitat voor deze soort, stromend water is in de nabijheid niet aanwezig. Een broedsel is daarom met voldoende zekerheid uit te sluiten. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de grote gele kwikstaart worden dan ook niet verwacht. HUISMUS De huismus is onlosmakelijk verbonden met de menselijke omgeving. Ze broeden veelal onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en tegenwoordig ook wel in aangeboden nestgelegenheid zoals mussenkasten. Hoewel het gebied mogelijkerwijs toegankelijk is voor de huismus, is het omliggende habitat niet verstrekkend voor deze soort. Huismussen mijden bosrijke gebieden. Gezien het gebrek aan waarnemingen, wordt deze soort niet in het plangebied verwacht. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de huismus worden dan ook niet verwacht. RANSUIL De ransuil is een uilensoort die in allerlei landschappen gevonden kan worden, maar door de toename van havik tegenwoordig veelal ontbreekt in bossen. Vaak jagen ze op open plekken nabij bosranden, boven heide, boven graslanden, boven moerasgebieden en duinen waar ze zoeken naar muizen en af en toe ook vogels. Ransuilen gebruiken vaak oude kraaien- of eksternesten als nestplaats, maar ook houtduifnesten en zelfs blauwe reigernesten worden sporadisch gebruikt.
Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van kraaien- en of eksternesten binnen of rondom het plangebied. Deze zijn niet gevonden. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de ransuil worden niet verwacht.
5.1.2
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN
Voor de meest algemene zoogdieren zoals konijn, haas, ree, algemene muizen en spitsmuizen (m.u.v. de tweekleurige bosspitsmuis), egel en vos geldt binnen provincie Utrecht een algehele vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Daarnaast zijn in de provincie Utrecht de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel vrijgesteld (in ieder geval tot start 2025) . Voor de vrijgestelde soorten wordt geacht de zorgplicht in acht te nemen.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
11
Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied de beschermde boommarter en eekhoorn voorkomen binnen of rondom het plangebied. Deze soorten worden hieronder toegelicht. BOOMMARTER In tegenstelling tot de steenmarter, zoekt de boommarter wat vaker bosrijkere gebieden op, hoewel deze vergelijking niet altijd opgaat. De boommarter heeft verblijfplaatsen in boomholtes, in verlaten eekhoornnesten of roofvogelhorsten, maar maakt ook gebruik van gebouwen die nabij bosranden te vinden zijn. Tijdens het bezoek is gelet op sporen die kunnen duiden op marterachtigen, deze zijn niet gevonden. De huidige overkapping heeft een functie als opslag voor de keuken, onder andere de koelcellen en voorraden zijn hier gesitueerd. Dit betekent dat betreffende overkapping zeker gedurende de dag een hoge intensiteit van menselijke activiteit heeft. Hoewel de overkapping in principe toegankelijk is voor de boommarter, wordt verwacht dat deze geen gebruik zal maken van de ruimte die aanwezig is in de huidige uitbreiding. De betreffende bomen in de nabijheid van het plangebied hebben geen holtes die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor de boommarter. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de boommarter worden dan ook niet verwacht. EEKHOORN De eekhoorn is een acrobatisch knaagdier wat het grootste deel van zijn tijd in de bomen doorbrengt.
Foerageren naar voedsel gebeurt echter ook met enige regelmaat op de grond, waar de eekhoorn zoekt naar gevallen boomvruchten (eikels, beukennootjes, etc.). Het voorkeurshabitat gaat dan ook uit naar oudere bossen (met volwassen bomen en voldoende voedsel), waarbij eigenlijk allerlei typen bos gebruikt worden. Ook wordt de soort regelmatig in tuinen, parken en houtwallen gevonden in de nabijheid van bos. Verblijfplaatsen van eekhoorns worden voornamelijk gevonden in bomen, waarin ze takkennesten maken (ronde bolvormige nesten ten grootte van een voetbal). Ook worden ook wel oude takkennesten van bijvoorbeeld ekster of zwarte kraai gebruikt, evenals boomholtes of grotere nestkasten. De eekhoorn kent een hoofdnest met enkele bijnesten, die gebruikt worden om af en toe in te slapen. Voortplanting vindt voornamelijk plaats in het hoofdnest. Tijdens het bezoek is gelet op de aanwezigheid van eekhoorns, sporen van eekhoorns en mogelijke voortplantingsplaatsen voor eekhoorns. Deze zijn allen niet aangetroffen tijdens het bezoek aan het plangebied. Bomen binnen het plangebied worden daarnaast ook niet geveld tijdens de werkzaamheden, in nabije bomen (directe omgeving rondom het plangebied) zijn geen nesten of holtes aangetroffen. Verwacht wordt dat effecten van verstoring hierom uit te sluiten zijn.
Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de eekhoorn worden dan ook niet verwacht.
5.1.3
VLEERMUIZEN
Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en de daarbij behorende essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen zijn beschermd (Wet natuurbescherming 3.5). Vleermuizen gebruiken zowel gebouwen als bomen als voortplantings- en rustplaatsen. Uit de bureaustudie komen vanuit de NDFF gedurende de afgelopen vijf jaar waarnemingen naar voren van drie soorten vleermuizen waaronder gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Daarnaast mag aangenomen worden dat ook boom bewonende soorten zoals gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis voorkomen in de omgeving. Effecten op boom-bewonende soorten vleermuizen worden niet verwacht, de bomen (zowel de exemplaren binnen het plangebied als de bomen in de nabije omgeving) hebben geen geschikte holtes. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen met zekerheid uitgesloten worden in en rondom het plangebied. Van verstoring tijdens de werkzaamheden is dan ook geen sprake.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
12
De huidige uitbouw is niet geschikt voor vleermuizen, er zijn geen geschikte ruimtes of openingen aanwezig waartoe vleermuizen toegang zouden kunnen verkrijgen tot deze uitbouw. Verblijfplaatsen zijn dan ook uitgesloten. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van vleermuizen worden dan ook niet verwacht.
5.1.4
REPTIELEN EN AMFIBIEËN
In de nabije omgeving komen in ieder geval de volgende beschermde reptielen voor, namelijk de hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang. Daarnaast komen waarnemingen naar voren van de beschermde kamsalamander. HAZELWORM De hazelworm houdt van vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. De soort komt voor in veel verschillende habitatten, het belangrijkste is dekking en een afwisseling van zonnige en schaduwrijke plekken. De meeste waarnemingen komen uit bos- en heideterreinen. Binnen het plangebied wordt het aanwezige groen op een laurierkershaag na niet geveld. Deze laurierkershaag is niet erg geschikt voor de hazelworm om te overwinteren, zowel het aandeel strooisel als holtes (onder wortels bijvoorbeeld) is beperkt. Daarnaast betreft de rest van het plangebied een afscheiding waardoor hazelwormen hier geen toegang hebben. Het gebied is zeer matig geschikt als overwinteringsgebied voor de hazelworm, het omliggende gebied heeft veel meer potentie voor overwinterende hazelwormen. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de hazelworm worden dan ook niet verwacht. KAMSALAMANDER De kamsalamander is de grootste salamandersoort binnen Nederland. Het is een typerende soort voor het kleinschalige landschap met poelen en geschikte overwinteringsgebieden in de vorm van bosjes en singels, houtwallen en heggen om verplaatsing te genereren.
Dit habitat is binnen het plangebied niet aanwezig. Daarnaast dient altijd water binnen 100 meter aanwezig zijn, dat is hier niet het geval. De waarnemingen hebben betrekking op een populatie die te vinden is in een poel ten noorden van de Hilversumsestraatweg (N415). Deze is ongeveer 400 meter verwijderd van het theehuis, kolonisatie door deze soort wordt dan ook niet verwacht. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de kamsalamander worden niet verwacht. LEVENDBARENDE HAGEDIS De levendbarende hagedis komt voornamelijk voor op heideterreinen en in hoogveen. Maar ook wordt de soort gevonden in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Het plangebied heeft weinig overeenkomsten van het voorkeurshabitat van de levendbarende hagedis, de soort maakt geen gebruik van het habitat om te foerageren. Overwinteringshabitat bestaat voornamelijk uit vorstvrije plekken onder boomwortels, onder takken, onder strooisel, in holtes van knaagdieren enzovoorts. Dit is echter niet aanwezig binnen het plangebied. Het plangebied heeft geen functie als overwinteringsgebied voor deze soort.
Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de levendbarende hagedis worden niet verwacht. RINGSLANG De ringslang is gebonden aan allerlei aquatische habitatten, maar is van de eileg en overwinteringsgebieden afhankelijk van terrestrische habitatten. Net als de hazelworm maakt de soort voor overwintering gebruik van aanwezige holtes en andere plekken waar vorstvrije overwintering mogelijk is. De laurierkershaag die zal
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
13
verdwijnen heeft geen overeenkomsten met deze overwinteringsplek. Verwacht wordt dat elders in de nabije omgeving kwalitatief overwinteringsgebied aanwezig is, de soort wordt immers wel met regelmaat gezien nabij het theehuis. Gezien het feit dat het gebied geen overeenkomsten kent met broeihopen of het aquatische habitat van de ringslang, worden hierop geen negatieve effecten verwacht. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de ringslang worden dan ook niet verwacht.
5.1.5
OVERIGE SOORTGROEPEN
Door het ontbreken van geschikt habitat worden geen negatieve effecten op beschermde soorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10) uit andere soortgroepen verwacht.
5.2
NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000)
In de omgeving van het plangebied komt binnen een straal van 10 kilometer afstand het N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen voor op een afstand van 6,5 kilometer afstand, daarnaast komt het N2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever voor op een afstand van 9,6 kilometer afstand (zie afbeelding 8). Andere N2000-gebieden zijn verder verwijderd van het plangebied. Door de grote afstand van het plangebied tot de N2000 gebieden, worden negatieve effecten op het functioneren van het N2000-gebied niet verwacht.
Afbeelding 8: ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ en ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
14
5.3
NATUURNETWERK NEDERLAND
De planlocatie ligt in het Utrechtse Natuurnetwerk (zie afbeelding 9). Gezien het feit dat de uitbouw gerealiseerd wordt binnen de huidige afscheiding (nu ook al bestemming bebouwing) en verder enkel een laurierkershaag verwijderd wordt, worden aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden niet verwacht (zie ook afbeelding 9).
Afbeelding 9: ligging van het plangebied (rode vlak) ten opzichte van het Natuurnetwerk Utrecht (wit)
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
15
6
CONCLUSIE
Soortbescherming In onderstaande tabel worden de bevindingen per soortgroep weergegeven. TABEL 1: SOORTBESCHERMING SOORT(GROEP) & BESCHERMINGSREGIME
GESCHIKT HABITAT
WERKZAAMHEDEN VERSTOREND
NADER ONDERZOEK
Broedvogels
Ja
Nee
Nee
Vogels met jaarrond beschermde nesten (gebouwen) Vogels met jaarrond beschermde nesten (bomen) Planten Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen en amfibieën Vissen Ongewervelden
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee
Nee
Nee
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
OPMERKINGEN
Doe voorafgaand aan de werkzaamheden altijd een broedvogelcontrole
Broedseizoen In gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd, vernield of verstoord. Het is aan te raden werkzaamheden die daartoe kunnen leiden, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (15 maart15 juli) uit te voeren. Zorgplicht Geadviseerd wordt om tijdens de werkzaamheden de algehele zorgplicht in acht te nemen. Gebiedsbescherming In onderstaande tabel worden de bevindingen voor Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland weergegeven. TABEL 2: GEBIEDSBESCHERMING GEBIEDSTYPE
AFSTAND TOT GEBIED
WERKZAAMHEDEN VERSTOREND
NADER ONDERZOEK
OPMERKINGEN
Natura 2000
6,5 kilometer; 9,6 kilometer
Nee
Nee
Natuurnetwerk Nederland
0 meter
Nee
Nee
Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’; ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ Uitbouw wordt gerealiseerd binnen huidige contour afscheiding. Er is geen sprake van aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van het UNN.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
16
BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE SOORTEN UIT DE HABITATRICHTLIJN geel schorpioenmos juchtleerkever Tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel Groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer Zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel Moerasparelmoervlinder rivierrombout Oeveraas sierlijke witsnuitlibel Mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart Walrus gladde slang Dikkopschildpad muurhagedis kemp’s zeeschildpad zandhagedis Lederschildpad steur Soepschildpad hamster Bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis Boomkikker bechsteins vleermuis Geelbuikvuurpad bosvleermuis Heikikker brandts vleermuis Kamsalamander franjestaart Knoflookpad gewone grootoorvleermuis Rugstreeppad grijze grootoorvleermuis Vroedmeesterpad grote hoefijzerneus Apollovlinder grote rosse vleermuis Boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus Pimpernelblauwtje laatvlieger Tijmblauwtje meervleermuis Zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis
Quickscan flora en fauna
ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis Watervleermuis Bruinvis Dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis Narwal Orca Tuimelaar Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn noordse vinvis Potvis Poelkikker Houting bataafse stroommossel platte schijfhoren Bever Hazelmuis Lynx noordse woelmuis wilde kat Wolf gewone dwergvleermuis Butskop Dwergvinvis Griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn
Buiting Advies BV
17
BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis
Quickscan flora en fauna
ringslang beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal boommarter damhert das edelhert eekhoorn eikelmuis grote bosmuis molmuis veldspitsmuis waterspitsmuis gewone zeehond grijze zeehond meerkikker aardmuis bunzing dwergmuis dwergspitsmuis gewone bosspitsmuis hermelijn huisspitsmuis ondergrondse woelmuis rosse woelmuis steenmarter tweekleurige bosspitsmuis veldmuis vos wezel woelrat
Buiting Advies BV
18
BESCHERMDE PLANTENSOORTEN (BIJLAGE B) blaasvaren kleine wolfsmelk groensteel kluwenklokje schubvaren knollathyrus akkerboterbloem knolspirea akkerdoornzaad korensla akkerogentroost kranskarwij beklierde ogentroost kruiptijm berggamander lange zonnedauw bergnachtorchis liggende ereprijs blauw guichelheil moerasgamander bokkenorchis muurbloem bosboterbloem naakte lathyrus bosdravik naaldenkervel brave hendrik pijlscheefkelk brede wolfsmelk roggelelie breed wollegras rood peperboompje bruinrode wespenorchis rozenkransje dennenorchis ruw parelzaad dreps scherpkruid echte gamander schubzegge franjegentiaan smalle raai geelgroene wespenorchis spits havikskruid geplooide vrouwenmantel steenbraam getande veldsla stijve wolfsmelk gevlekt zonneroosje stofzaad glad biggenkruid tengere distel gladde zegge tengere veldmuur groene nachtorchis trosgamander groot spiegelklokje veenbloembies grote bosaardbei vliegenorchis grote leeuwenklauw vroege ereprijs honingorchis wilde averuit kalkboterbloem wilde ridderspoor kalketrip wilde weit karthuizeranjer wolfskers karwijselie zandwolfsmelk kleine ereprijs zinkviooltje kleine schorseneer zweedse kornoelje
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
19
VRIJSTELLING BINNEN DE PROVINCIE UTRECHT Voor de onderstaande soorten geldt een vrijstelling in de provincie Utrecht bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt voor de volgende soorten: aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
20
Quickscan flora en fauna OKTOBER 2018
Buiting Advies BV
21
Onderzoek stikstofdepositie Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hooge Vuurseweg, Lage Vuursche
Bezoekadres Oostzeestraat 2 7411 DM IBAN NL13ABNA0822874121 BTW NL858732622B01 KvK 71480234
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
Projectlocatie: Hooge Vuurseweg 11, Lage Vuursche Opdrachtgever: Dasselaar Advies Rentmeesters BV Benny van Dasselaar Bosrand 25 6718 ZN Ede
Projectnr. en versie: Baar2023127 v1.0 Uitgevoerd door: B. Mungla
Datum: 20-11-2023
Paraaf: E. Dolman
Gecontroleerd door: M. Schoobaar
2 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
Inhoud 1. Inleiding ...................................................................................................................... 4 2. Wettelijk kader en uitgangspunten ................................................................................... 6 3. Uitgangspunten en berekeningen ..................................................................................... 9 3.1 Gebruiksfase beoogd ............................................................................................ 9 3.2 Aanlegfase ......................................................................................................... 10 4.Resultaten .................................................................................................................... 11 4.1 Beoogde gebruiksfase .......................................................................................... 11 4.2 Aanlegfase ......................................................................................................... 12 5. Conclusies ................................................................................................................... 13
Bijlagen Bijlage 1: Gegevens t.b.v. Aerius berekening 2024 Bijlage 2: Rapportages Aerius en rekenresultaten aanlegfase 2024 Bijlage 3: Rapportages Aerius en rekenresultaten gebruiksfase 2025
3 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
1. Inleiding In opdracht van Dasselaar Advies Rentmeesters BV heeft Soundforceone B.V. een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van het theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche. Het plangebied ligt op ongeveer 6,6 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied, de Oostelijke Vechtplassen, waardoor stikstofdepositie in de verschillende fases van de ontwikkeling aan de orde kan zijn. De effecten van stikstofdepositie in de beoogde gebruiksfase en aanlegfase van deze ontwikkeling dienen berekend te worden om eventuele negatieve effecten uit te sluiten. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State (2 november 2022) wordt in dit rapport zowel de aanlegfase, zijnde de bouwactiviteiten, en de verkeersaantrekkende werking, als de gebruiksfase meegenomen in de stikstofdepositieberekening. In de onderstaande figuur is een overzicht gegeven van de ligging van het plangebied en het Natura 2000-gebied.
Afbeelding: ligging plangebied (o) en Natura 2000-gebieden (bron: Aerius Calculator)
4 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
De onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving en een situatietekening van de bebouwing.
Afbeelding: situatietekening.
Hoofdstuk 2 beschrijft het juridisch kader binnen het aspect stikstofdepositie. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten en de berekeningen besproken. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van de resultaten. Tenslotte zijn de conclusies in hoofdstuk 5 weergegeven.
5 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
2. Wettelijk kader en uitgangspunten Op 29 mei 2019 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar langverwachte uitspraak geoordeeld dat het PAS in strijd met de Habitatrichtlijn is vastgesteld. Bijlage 2 van het PAS, artikel 2 van het (vervallen) Besluit grenswaarden en artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming zijn onverbindend verklaard. Op 25 september 2019 is door het Adviescollege Stikstofproblematiek een eerste advies gegeven onder de titel ‘Niet alles kan’. Op 4 oktober 2019 is er een kamerbrief over het onderwerp aanpak stikstofproblematiek opgesteld die dit advies op onderdelen nader toelicht. Op 8 oktober jl. zijn op de website van BIJ12 de nieuwe regels t.a.v. salderen gepubliceerd. Onderstaande afbeelding toont het stappenplan voor de toestemmingsverlening bij nieuwe activiteiten.
Afbeelding: stappenplan vergunningsplicht Wet natuurbescherming stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten, 4 oktober 2019).
(bron:
Toestemmingverlening
Met het rekenprogramma Aerius Calculator kan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden project-specifiek worden berekend. Indien sprake is van depositie dient nagegaan te worden wat de effecten zijn van de aanlegfase en van de feitelijke en beoogde gebruiksfase. Op 06 november 2023 is een nieuwe, geactualiseerde versie van AERIUS Calculator beschikbaar gesteld (v2023.0.1.).
6 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
Deze update heeft een aantal grote wijzigingen ten opzichte van de voorgaande versies. De wijzigingen gaan onder andere over de ligging van stikstofgevoelige habitats, geactualiseerde ruwheidskaarten, aanpassingen in aggregatie van subreceptoren en enkele wijzigingen in de rekenmethodiek (overgang tussen SRM2 en OPS). Als uit een berekening met AERIUS Calculator blijkt dat een activiteit (project of plan) niet tot een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied leidt, dan kan deze activiteit worden voortgezet en is er voor het aspect stikstof geen vergunningsplicht. Ook indien de toename alleen plaatsvindt op niet-(bijna)-overbelaste situaties is verder onderzoek niet nodig. Hierbij mag rekening worden gehouden met intern salderen. In dat geval geldt er wel een vergunningsplicht. Tijdelijke stikstofemissies door activiteiten bouwsector Inmiddels is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wns) in werking getreden. Onderdeel daarvan is een stikstofvrijstelling voor de (tijdelijke) bouwfase, voor de Natura 2000-toets/vergunningsplicht. Bij de vrijstelling voor de bouwfase gaat het om de vrijstelling voor ‘de aanleg of bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw en de sloop van bouwwerken’.
Echter heeft een uitspraak (Porthos) van de Raad van State over deze uitzonderingspositie van de bouwfase ervoor gezorgd dat de vrijstelling is komen te vervallen. In dit geval betreft het de realisatie van een nieuw plan. Het bouwrijp maken en de aanlegfase zijn daarom relevant en dienen beschouwd te worden. Kleine projecten BIJ12 en de provincies hebben het uitgangspunt geformuleerd dat een project met tijdelijke stikstofdepositie in de aanlegfase die kleiner is dan of gelijk aan 0,05 mol/ha/jr gedurende maximaal 2 jaar in beginsel niet vergunningsplichtig is voor het aspect stikstofdepositie met de voorwaarde dat in de gebruiksfase de stikstofdepositie kleiner is dan 0,00 mol/ha/jr. In beginsel geldt deze lijn voor alle vormen van tijdelijke emissies in de aanlegfase. Echter is het wel onduidelijk wat de status van dit beleid is en daarom wordt dit niet getoetst in het rapport. Voortoets en passende beoordeling Indien uit de berekening blijkt dat er een cijfermatige toename is en het betreft geen klein project, is een voortoets noodzakelijk. Hierin mag voor de aanlegfase het tijdelijke karakter worden meegewogen. Indien op voorhand niet uitgesloten kan worden dat de vaststelling daarvan significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied, dient een passende beoordeling te worden gemaakt.
Of er sprake is van een toename van depositie hangt af van de toegestane depositie in de referentiesituatie. Wanneer sprake is van de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, gelden de volgende referentiesituaties: • Een vigerende vergunning die verleend is op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een vigerende vergunning die verleend is op basis van de Natuurbeschermingswet 1998. • Een vigerende omgevingsvergunning die verleend is op basis van de Wabo met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) op grond van één van de twee hierboven genoemde wetten. • Een tracébesluit, wegaanpassingsbesluit of kavelbesluit waaraan een passende beoordeling is gekoppeld. • Een toestemming op de Europese referentiedatum.
7 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
Een toestemming op de Europese referentiedatum kan bepaald worden met de Excel tool ‘bepaal referentiesituatie’ te vinden op BIJ12.nl. Vervolgens kan een verschilberekening worden uitgevoerd: referentiesituatie versus beoogde situatie Indien de beoogde activiteit niet past binnen het kader van de referentiedatum kan gekeken worden naar opties voor intern of extern salderen. Op provinciaal niveau zijn regels aangaande intern en extern salderen vastgelegd in het stuk ‘Provinciale beleidsregels intern en extern salderen’ en de werkwijze is nader toegelicht in ‘Handreiking intern en extern salderen’.
8 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
3. Uitgangspunten en berekeningen 3.1
Gebruiksfase beoogd
Het plan ziet op de realisatie van de uitbreiding van het theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche. De uitbreiding wordt zonder gasaansluiting uitgevoerd, maar in de bestaande situatie is sprake van gasverbruik. De bronnen van de stikstofuitstoot in de beoogde gebruiksfase zijn de verkeersaantrekkende werking en het gasverbruik van 242 m2. Verkeersaantrekkende werking De bepaling van de verkeersaantrekkende werking is op basis van de omzet van het bedrijf berekend. De jaaromzet is gedeeld door het aantal dagen dat het theehuis geopend is, de gemiddelde uitgave per persoon en er is uitgegaan van 2 personen per auto. Dit is 'worst-case', omdat de bezoekers ook op lopend of op de fiets zouden kunnen komen. Daarmee schatten we in dat de verkeersaantrekkende werking 80 bewegingen per etmaal is. Voor deze situatie is uitgegaan van lichte voertuigen en is op basis van de CROW-publicatie een percentage (1%) middel- en zwaar verkeer toegevoegd. Het verkeer is gemodelleerd tot aan het punt waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Vanwege de ligging van de woningen gaat het onderhavige verkeer meteen op de Hoge Vuurseweg op in het heersende verkeersbeeld. De route is noordwaarts gemodelleerd tot aan de kruising met de Hilversumsestraatweg.
Gasverbruik Voor het gasverbruik van een restaurant blijkt dat een verbruik van maximaal 37,4 m3 per m2 gehanteerd kan worden (bron: CBS). Het verwarmde restaurantdeel heeft een oppervlakte van 242 m2. Voor het berekenen van de emissievrachten als gevolg van het gasverbruik zijn de volgende uitgangsgegevens gehanteerd: • Het verbruik in m3/jaar; • Emissiefactor 20 g/GJ; • Calorische waarde van 31,65 MJ/m3; De emissievracht wordt als volgt berekend: Verbruik * Emissiefactor * Calorische waarde * omrekenfactor 10-6 = Emissievracht [kg/jaar] Het jaarlijks gasverbruik betreft ongeveer 9050,8 m3. De emissievracht komt daarmee uit op afgerond 5,73 kg/jaar. In bijlage 3 is de Aerius rapportage met de gehanteerde invoergegevens opgenomen. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van softwarepakket Aerius Calculator. De gml-bestanden en bijbehorende pdf’s met de resultaten zijn opvraagbaar.
9 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
3.2
Aanlegfase
Voor de aanlegfase van het plan is in de tabel in bijlage 1 het overzicht van de inzet van mobiele en elektrische voertuigen weergegeven. De totale aanlegfase zal ongeveer 16 weken in beslag nemen. De uitstoot die berekend wordt betreft de piekbelasting voor die periode en is berekend voor het jaar 2024. Uit de opgaaf van de opdrachtgever blijkt dat in de aanlegfase 2024, 648 lichte voertuigen en 44 zwaar vrachtverkeer per dag heen en terug richting het plan rijden. Voor de modellering is de route heen en terug aangehouden. Het verkeer is gemodelleerd tot aan het punt waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Vanwege de ligging van de woningen gaat het onderhavige verkeer meteen op de Hoge Vuurseweg op in het heersende verkeersbeeld. De route is noordwaarts gemodelleerd tot aan de kruising met de Hilversumsestraatweg. In bijlage 2 is de Aerius rapportage met de gehanteerde invoergegevens opgenomen. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van softwarepakket Aerius Calculator. De gml-bestanden met de resultaten zijn opvraagbaar.
10 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
4. Resultaten Ter plaatse van de Natura 2000-gebieden is het effect van de beoogde gebruiksfase berekend. Hierna is een plot opgenomen met daarin de depositie in mol/ha/jaar. In de bijlagen zijn de volledige rapportages van Aerius opgenomen met de rekenresultaten en invoergegevens. 4.1 Beoogde gebruiksfase Uit de berekeningen van de beoogde gebruiksfase voor het rekenjaar 2025 is gebleken dat de stikstofdepositiewaarde maximaal 0,00 mol/ha/jaar betreft. Onderstaande afbeelding toont de resultaten van de berekening. Significant negatieve effecten op de stikstofgevoelige habitats als gevolg van dit plan zijn daarmee uitgesloten. Voor dit project geldt geen vergunningsplicht voor het onderdeel stikstof vanwege de Wet natuurbescherming.
Afbeelding: Aerius uitslag stikstofdepositie gebruiksfase rekenjaar 2025 in mol/ha/jaar. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.
11 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
4.2 Aanlegfase Uit de berekeningen van de aanlegfase voor het rekenjaar 2024 is gebleken dat de stikstofdepositiewaarde maximaal 0,00 mol/ha/jaar betreft. Onderstaande afbeeldingen tonen de resultaten van de berekening. Significant negatieve effecten op de stikstofgevoelige habitats als gevolg van dit plan zijn daarmee uitgesloten. Voor dit project geldt daarmee geen vergunningsplicht voor het onderdeel stikstof vanwege de Wet natuurbescherming.
Afbeelding: Aerius uitslag stikstofdepositie rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.
aanlegfase
rekenjaar
2024
in
mol/ha/jaar.
Er
zijn
geen
12 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
SF1: Stikstofdepositieonderzoek Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche
5. Conclusies In opdracht van Dasselaar Advies Rentmeesters BV heeft Soundforceone B.V. een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van het theehuis 't Hooge erf Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche. Het plangebied ligt op ongeveer 6,6 kilometer van het Natura 2000-gebied, de Oostelijke Vechtplassen. De stikstofdepositie is bepaald voor de aanlegfase voor het rekenjaar 2024 en de beoogde gebruiksfase voor het rekenjaar 2025. Uit de berekeningen voor de aanlegfase 2024 is gebleken dat de stikstofdepositie maximaal 0,00 mol/ha/jaar betreft. Uit de berekeningen voor de beoogde gebruiksfase 2025 is gebleken dat de stikstofdepositie maximaal 0,00 mol/ha/jaar betreft. Significant negatieve effecten op de stikstofgevoelige habitats als gevolg van dit plan zijn daarmee uitgesloten. Voor dit project geldt geen vergunningsplicht voor het onderdeel stikstof vanwege de Wet natuurbescherming.
13 Projectnr: Baar2023127 v 1.0 Datum: 20-11-2023
Bijlage 1: Gegevens t.b.v. Aerius berekening 2024
Opgaaf bronnen gebruiksfase, beoogd en bestaand en sloop- en aanlegfase Naam project: Theehuis 't Hooge Erf Vuurseweg 11 in Lage Vuursche Omschrijving plan: Uitbereiding theehuis Programma: Aanlegfase van nieuwbouw en of sloop Duur aanlegfase:
16 weken
Werktuigen op locatie*
nr
type voertuig Graafmachine Kiepwagen Betonmixer Betonpomp Mobiele kraan
Eurotypering (stageklasse)/ bouwjaar 2015 2015 2015 2015 2015
Vermogen (kW) 100 300 300 50 200
Draaiuren 16 16 12 12 16
Brandstofverbr uik: Diesel/Benzine Verbruik Per dag of voor totale /LPG [in lt] AdBlue [in lt] bouwfase of etc. 266 16 gehele bouwfase 782 47 gehele bouwfase 132 8 gehele bouwfase 84 5 gehele bouwfase 440 26 gehele bouwfase
* deze lijst niet uitputtend. Het is de veranwtoordelijkheid van de opdrachtgever een volledige opgaaf van materieel op te stellen Geef op een kaart (indien van toepassing per fase) de locatie van de werkzaamheden per voertuig aan Verkeersbewegingen aanlegfase
nr
voertuigtype Personenauto's (licht) Busjes (middelzwaar) Aantal vrachtwagens (zwaar) schepen (per type)
aantal bewegingen Per dag of week of (=heen en terug) jaar 648 jaar nvt 44 jaar
Geef op een kaart de routering van de verkeersaantrekkende werking over de openbare weg aan Geef op een kaart de routering op het terrein van het plan of de inrichting aan (indien van toepassing)
Bijlage 2: Rapportages Aerius en rekenresultaten aanlegfase 2024
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
SoundForceOne BV Hooge Vuurseweg, 3749 AB Lage Vuursche Theehuis 't Hooge Erf Aanlegfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Re74Kdb5fjQG 15 november 2023, 11:58 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Theehuis 't Hooge Erf aanlegfase - Beoogd Theehuis 't Hooge Erf aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Re74Kdb5fjQG (15 november 2023)
2024 -
0,4 kg/j
9,8 kg/j
2/7
Projectberekening
Theehuis 't Hooge Erf aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 1 Verkeersnetwerk
Re74Kdb5fjQG (15 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,4 kg/j 2,8 g/j
9,7 kg/j 0,1 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Re74Kdb5fjQG (15 november 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Theehuis 't Hooge Erf aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Re74Kdb5fjQG (15 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Theehuis 't Hooge Erf aanlegfase, Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Bron 1 X:144424,23 Y:468187,8 0,14 ha
NOₓ NH₃
Stageklasse
Brandstofverbruik
Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 266 l/j SCR: ja Kiepwagen
Draaiuren AdBlue verbruik
16 u/j 16 u/j
Betonmixer Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 132 l/j SCR: ja
12 u/j
Betonpomp Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 84 l/j SCR: ja
12 u/j
Mobiele kraan
16 u/j
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Bron 2 X:144510,3 Y:468251,58 250,09 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
16 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 782 l/j SCR: ja
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 440 l/j SCR: ja
9,7 kg/j 0,4 kg/j
47 l/j
NOₓ NH₃
8 l/j
NOₓ NH₃
5 l/j
NOₓ NH₃
26 l/j
NOₓ NH₃
1,5 kg/j 63,8 g/j 4,3 kg/j 0,2 kg/j 0,7 kg/j 31,7 g/j 0,5 kg/j 20,2 g/j 2,6 kg/j 0,1 kg/j
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 24,0 g/j Hoogte - NH₃ 2,8 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
648,0 /jaar 0,0 /jaar 44,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Re74Kdb5fjQG (15 november 2023)
6/7
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Re74Kdb5fjQG (15 november 2023)
7/7
Bijlage 3: Rapportages Aerius en rekenresultaten gebruiksfase 2025
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: