1390436 Ontwerp vvgb Theehuis Hoge Vuurscheweg 11 bijlage 3 Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
- alle maten i.h.w. te controleren door de aannemer. - rechtensverkregen niveau i.h.k.v. het bouwbesluit 2012 is 2001(oorspronkelijk bouwjaar) - oorspronkelijk ontwerp: aannemingsbedrijf f. eerenberg & zonen - toetsingscritrium bouwbesluit: bijeenkomstfunctie / industriefunctie, verbouw [gedeeltelijkt]
project
realiseren keuken en opslag theehuis 't hooge erf hoge vuurscheweg 11 3749ab lage vuursche opdrachtgever
landgoed pijnenburg pijnenburg 1 3744bw baarn onderdeel
DEFINITIEF ONTWERP 14 blz. (ex. voorblad)
gewijzigd
schaal
1:100 e.a.
formaat
A3 datum
2 juni 2023
2196B
zwanenweide 2 3742XX Baarn GSPublisherVersion 666.94.94.100
DO1
t: +31 (0)35 5426535 contact@boontjesbouwadvies.nl
g idin bre uit
ts
be the staa eh nde uis
be pic staa kn nde ick pla a
be bu staan ite n b de ar
N
alle maten in het werk door aannemer controleren
onderdeel: 2196B-DO1.1 situatie datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:500 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
B
D
18.700
N
9.200
240
800
9.500
2.200
6.120
2.900
240
910
1.605
6.275
240
1.350
5.410
2.770
berging 53,6 m2
1.790
heren
heren 910
dames +baby
S
toiletten 12,6 m2 1.490
120
nieuw raam
570
bestaande deuren voorzien van glas
nieuw raam
verkeersgebied 3,1 m2
5
100
3.402
1.210
3.050
910
vide
1.030
S
4
200
4.600
dames 14O x 207 13A x 199
C
12.000 2.200
mk klimbos en laadpaal
1.050
dames
120
bar/uitgifte 12,5 m2
8.350
100
1.785
algemeen: - dagmaat nieuwe deuren, min. 900x2100mm - opstelplaats keukens minimaal [1,5+0,6]x0,6m - alle leidingmaten volgens berekeningen door installateurs - vwa: aansluiten op bestaand systeem - hwa: aansluiten op bestaand systeem
2.290
entree 4,1 m2
S
1.020
9.435
Isolatie (uitbreiding): - vloer: Rc ≥ 3,7 m²W/K - gevels: Rc ≥ 4,7 m²W/K - dak: Rc ≥ 6,3 m²W/K - nieuwe gevelopeningen: U=1,65si
9.268
14.760
brand: - het plan bestaat uit 1 compartiment groot: 228,6 + 59,2 = 287,8m² - langste vluchtweg = gecorrigeerde lengte langste vluchtweg = 29,5m1 <60m1 - hoofddraagconstructie 30mn wbdbo (brandwerendheid) rookmelders 230v volgens NEN 2555 nooduitgang S 5 schuimblusser branddeken S deur zonder sleutel te openen (van binnen uit)
C
100
1.300
240
horeca 104,1 m2
100
21.435
keuken 36,4 m2
2.490
9.020
15.160
240
100
4.050
4.390
mk S 5
8.135
S
daglichttoetreding (NEN 2057): - uitbreiding: toetsingscriterium nieuwbouw industriefunctie: geen eis - bestaand: toetsingscriterium verbouw (gedeeltelijk) bijeenkomstfunctie; eis: 5% van vbr met een mininimum van 0,5m2 per vbr. aanwezig: 2x deur: α=25, β=0; Ae=5,4x0,77= 4,2 x 2 = 8,4m² 4x raam: α=25, β=0; Ae=0,7x0,77= 0,6 x 8 = 2,4m² eis Ae= 104,1 x 0,05 = 5,2m² < 10,8m²; dus voldoet
gebruiksfuncties: bijeenkomstfunctie: 137,8m² industriefunctie: 91,9 + 48,7 + 10,9 = 150,0m² alle maten in het werk door aannemer controleren
A 200
ventilatie (NEN 1087): ventilatie principe: aanvoer via ventilatieroosters, afvoer mechanisch toevoer via gevelroosters, capaciteit afgestemd op onderstaande aanvoereis - bezetting bestaand vergroot met 24 naar totaal max. 70 pers) - bezetting nieuwbouw max 10 pers. - aanvoer eis 6,5l/pp/s -> 78 x 6,5 = 507l/s - afzuigkap in keuken voorzien van toe-en afvoer ventilatie met neutrale luchtbalans
A
9.140
1.560 18.700
8.000
onderdeel: 2196B-DO1.2 begane grond datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaalzwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
2.000+vl
2.300+vl
B
D 5.176
240
2.300+vl
2.000+vl
berging 21,7 m2
2.194
C vide
CV-ketel
760 100
3.000
100
berging 10,9 m2
MV techn. 3,1 m2
1.470
100
100
900
C
toilet pers. 1,5 m2
240
douche pers. 1,8 m2 2.000
100
kleedruimte 6,4 m2
760 100
950
techn. 3,1 m2
2.470
A
A
alle maten in het werk door aannemer controleren
onderdeel: 2196B-DO1.3 verdieping datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
B
D C
C
A
A
alle maten in het werk door aannemer controleren
onderdeel: 2196B-DO1.4 dak datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
kleuren en materialen: (overeenkomstig bestaand) - borstwering: vezelcement plaat antraciet - gevels: onbekantrechte houten delen in potdeksel dekking zwart schilderwerk; - kozijnen: hout, rood schilderwerk; - ramen, deuren etc: hout, rood schilderwerk; - dakbedekking: keramische pan bruin-rood (met kantpan); - dakgoot: (t.p.v. toegangen) bakgoot: zink naturel; - boeiborden: hout, zwart schilderwerk
voorgevel (zuid)
15
10
2 11 3
rechtergevel (west)
alle maten in het werk door aannemer controleren
1
9
onderdeel: 2196B-DO1.5 gevels datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
14
13
12
15
7
8
linkergevel (oost)
alle maten in het werk door aannemer controleren
6
onderdeel: 2196B-DO1.6 gevels datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
+6.150 dak
+3.000 1e verdieping
PEIL -800 Fundering
Doorsnede A-A
+6.150 dak
+3.000 1e verdieping
PEIL -800 Fundering
Doorsnede B-B
alle maten in het werk door aannemer controleren
onderdeel: 2196B-DO1.7 doorsneden datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
+6.150 dak
+3.000 1e verdieping
PEIL -800 Fundering
Doorsnede C-C
+6.150 dak
+3.000 1e verdieping
PEIL -800 Fundering
Doorsnede D-D
alle maten in het werk door aannemer controleren
onderdeel: 2196B-DO1.8 doorsneden datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
bestaande dakconstructie
bestaande naamsaanduiding
1.000
nieuw te formeren plafond ok = 2.300+vl
bestaand kozijn verplaatsen tot huidige dakrand
2
Vloeropbouw, (Rc=3,8si) - vloerafwerking - dekvloer, d=70mm - isolatie (U<0,035si) d=130mm - betonvloer (ihwg), d=150mm
3
1
alle maten in het werk door aannemer controleren
onderdeel: 2196B-DO1.9 principe details datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
bestaands dakconstructie
dakopbouw: (Rc > 6,3si) - kunststof dakbedekking - PIR isolatie (U<0,023si) - dampremmende laag (sd>5si) - underlayment 18mm - houten balklaag, 71x221, h.o.h. +/- 610mm - gipsplaat op tengels
5
bestaands dakconstructie
nieuw te fomeren goot bekleden met kunststofdakbedekking
4
alle maten in het werk door aannemer controleren
bestaande dakconstructie inkorten
HWA (zink)
onderdeel: 2196B-DO1.10 principe details datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
dakopbouw: (Rc > 6,3si)
dakopbouw: (Rc > 6,3si)
- keramische dakpannen conform bestaand - panlatten - prefab dakplaat: (Rd: 7,0si)
- keramische dakpannen conform bestaand - panlatten - prefab dakplaat: (Rd: 7,0si)
klossen tbv overstek
dakopbouw: - keramische dakpannen conform bestaand - panlatten - WBP-multiplex, d=22mm - vurenhouten klossen 38x120mm - WBP-multiplex omkleding, d=15mm
vloeropbouw: - underlayment 18mm - houten balklaag, 71x196, h.o.h. +/- 610mm - gipsplaat op tengels in keuken en toiletruimte
vloeropbouw: - underlayment 18mm - houten balklaag, 71x221, h.o.h. +/- 610mm - gipsplaat op tengels in keuken en toiletruimte
+2.900
+2.652
zinken bakgoot - naturel (alleen boven deur)
7
wandopbouw: (Rc > 4,7si)
10 houten kozijn met HR++ glas U<1,65si
- houten gevelbekleding onbekantrecht, 25mm - regelwerk / luchtspouw, 20mm - PIR-isolatie (U<0,023si), 40mm - minerale wol (U<0,032si) tussen stijlen en regels, 120mm - houten stijlen en regels, 38x120mm, h.o.h. +/- 600mm - dampremmende folie - OSB, 9mm - gipsplaat, 12mm (in keuken en toilet) - wandtegels (in keuken en toilet)
houten kozijn met HR++ glas U<1,65si
8
11 hard houten afdeklatten
hard houten afdeklatten
wandopbouw: (Rc > 4,7si)
Vloeropbouw, (Rc=3,8si) - monolitisch beton, d=90mm - isolatie (U<0,035si) d=130mm - betonvloer (ihwg), d=150mm
±0
-20
- isolerende kantplank 30+12mm - PIR-isolatie (U<0,023si), 40mm - minerale wol (U<0,032si) tussen stijlen en regels, 120mm - houten stijlen en regels, 38x120mm, h.o.h. +/- 600mm - dampremmende folie - OSB, 9mm - gipsplaat, 12mm (in keuken en toilet) - wandtegels (in keuken en toilet)
Vloeropbouw, (Rc=3,8si)
±0
- vloerafwerking - dekvloer, d=70mm - isolatie (U<0,035si) d=130mm - betonvloer (ihwg), d=150mm
-200
vorstrand
vorstrand
6
9 -700
alle maten in het werk door aannemer controleren
onderdeel: 2196B-DO1.11 principe details datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
dakopbouw: (Rc > 6,3si)
dakopbouw:
- keramische dakpannen conform bestaand - panlatten - prefab dakplaat: (Rd: 7,0si)
- keramische dakpannen conform bestaand - panlatten - WBP-multiplex, d=22mm - vurenhouten klossen 38x120mm - WBP-multiplex omkleding, d=15mm
+6.150
dakopbouw: (Rc > 6,3si) - keramische dakpannen conform bestaand - panlatten - prefab dakplaat: (Rd: 7,0si)
14
vloeropbouw: - underlayment 18mm - houten balklaag, 71x196, h.o.h. +/- 610mm - gipsplaat op tengels in keuken en toiletruimte
wandopbouw: (Rc > 4,7si) - houten gevelbekleding onbekantrecht, 25mm - regelwerk / luchtspouw, 20mm - PIR-isolatie (U<0,023si), 40mm - minerale wol (U<0,032si) tussen stijlen en regels, 120mm - houten stijlen en regels, 38x120mm, h.o.h. +/- 600mm - dampremmende folie - OSB, 9mm - gipsplaat, 12mm (in keuken, toilet en kleedruimte) - wandtegels (in keuken, toilet en kleedruimte
15
13 wandopbouw: (Rc > 4,7si) - isolerende kantplank 30+12mm - PIR-isolatie (U<0,023si), 40mm - minerale wol (U<0,032si) tussen stijlen en regels, 120mm - houten stijlen en regels, 38x120mm, h.o.h. +/- 600mm - dampremmende folie - OSB, 9mm - gipsplaat, 12mm (in keuken en toilet) - wandtegels (in keuken en toilet)
Vloeropbouw, (Rc=3,8si) - monolitisch beton, d=90mm - isolatie (U<0,035si) d=130mm - betonvloer (ihwg), d=150mm
vorstrand
12 alle maten in het werk door aannemer controleren
onderdeel: 2196B-DO1.12 principe details datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
alle aangegeven constructieve onderdelen zijn voorlopig/schematisch berekeningen, verankeringen etc. volgens opgave constructeur. zie o.a. rapport ____ (d.d. xx.xx.23) overstek
HSB
HSB
4.110
9.045
VL1
sp2
sp2 S2
VL1
3x poer 350x700mm d=300mm
sp2 overstek
VL1 L2
D2
L2 3.295
L2
D2
VL1
overstek
trapgat
L3
K1
L4
L5
L4
L3
D1
D1
sp1
sp1
sp1
S1 best. fund.
6.245
2.920
4.140
betonvloer met vorstrand op staal / grondverbetering, d=150mm VL1
D1
L2
5.565
3x poer 700x700mm d=300mm
D1
L1 HSB L2
vorstrand 350x500mm
K1 overstek
Fundering / begane grondvloer
verdieping
dakconstructie
best. fund. best. poer
L5
betonvloer met vorstrand op staal / grondverbetering, d=150mm
L4 vorstrand 350x500mm best. poer
IPE160 L3
L5
L4
L4 IPE160
IPE160 L3
HEA220
L3
L4 IPE160 L3
HEA220
L1
VL1: houtenbalklaag C24, 71x220mm hoh 610mm + underlayment 18mm D1: D2:
houtenbalklaag C24, 71x220mm hoh 610mm + underlayment 18mm prefab dakelement (kingspan Aero 7.0 og) + overstek (confrom fabrikant)
L1: L2: L3: L4: L5:
HEB240 houten raveelbalk C24: 71x220mm muurplaat C24, 71x120mm gording C24: 71x196mm nokbalk C24: 71x240mm
K1:
stalen kolom 100x100x4
alle maten in het werk door aannemer controleren
3x stalen kolom 80.80.4mm
spant 1
3x stalen kolom 80.80.4mm
spant 2
onderdeel: 2196B-DO1.13 opzet constructies datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:100 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
overzicht verhardingen en bebouwingen:
overzicht verhardingen en bebouwingen:
- bebouwd: 120m² - asfaltweg (1960): 78 + 20 = 98 m² - bestrating + opslag containers: 82m² - fietsspoelplaats: 11m²
- theehuis: 120 + 108 + 11 + 3 = 242m² (+122) - asfaltweg (1960): 22 + 20 = 42m² (-56) - bestrating: 0m² (-82) - fietsspoelplaats: 11m²
nieuwe begroeing met: - inlands eik - kers - walnoot - sleedoorn
totaal: 311m bestaande opslag, koeling en verharding 82 m2
11 m2 spoelplaats mountainbikes
voormalige weg (asfalt)
20 m2
te verwijderen asfalt 56 m2
g
asfalt 78 m2
voormalige weg (asfalt) verbinging 11 m2
alle maten in het werk door aannemer controleren
be the staa eh nde uis
be st the aand eh e uis
be pic staa kn nde ick pla a
ts
huidig
be the staa eh nde uis
be st the aand eh e uis
ts
asfalt weg 52 m2, deze is verwijderd tijdens bouw theehuis en vervangen door bestrating naast theehuis
be pic staa kn nde ick pla a
bestaande opslag, koeling en verharding 82 m2 (te verwijderen)
2
20 m2
uit 10 breid 8 m in
11 m2 spoelplaats mountainbikes
22 m2
totaal: 295m² (-16)
entree 3 m2
toekomstig onderdeel: 2196B-DO1.14 planologie datum: 2.6.2023 formaat: A3 schaal1:500 zwanenweide 2, 3742 xx baarn, t: +31 (0)35 5426535, e: contact@boontjesbouwadvies.nl
GSPublisherVersion 666.94.94.100
Aan het gemeentebestuur van Baarn Postbus 1003 3740 BA Baarn
Datum Dossiernummer Gemeentenummer DSO nummer Betreft
: 20-02-2024 : BAA24-0002 - 1 : 801151 :/ : advies ruimtelijke kwaliteit vergroten van een theehuis Hoge Vuurseweg 11 Lage Vuursche
Geacht college, Uw aanvraag voor advies hebben wij aan de commissie voorgelegd. Toetsingskader voor de commissie vormt de door de gemeente Baarn vastgestelde Nota Ruimtelijke Kwaliteit en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. De commissie is op grond van de ingediende gegevens van mening dat het plan voldoet aan de gemeentelijke beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Namens de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Baarn
D.A. Scheer AA Dipl
Buro de Brug Rapporten B23-572
Archeologisch bureauonderzoek, Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche, gemeente Baarn Status: Conceptversie
15-02-2024
Colofon ISSN
2468-6727
Auteur(s) Youssef
J.W. Oudhof, M.F. Honshorst & I.
Copyright © 2023 Buro de Brug www.burodebrug.nl
Inhoud Samenvatting ................................................................................................................................ 3 1 Inleiding................................................................................................................................. 5 1.1 Algemeen ......................................................................................................................... 5 1.2 Huidige situatie ................................................................................................................. 6 1.3 Toekomstige situatie .........................................................................................................
8 2 Archeologisch bureauonderzoek .............................................................................................10 2.1 Onderzoeksmethode .........................................................................................................10 2.2 Beleid en bestemmingsplan ...............................................................................................11 2.3 Geologie, geomorfologie en bodemopbouw ........................................................................13 2.4 Historische gegevens ........................................................................................................18 2.5 Verstorende bodemingrepen in het verleden ......................................................................19 2.6 Bekende archeologische waarden ......................................................................................20 2.6.1 Archis vondstlocaties ................................................................................................20 2.6.2
Archis onderzoeksmeldingen .....................................................................................22
2.6.3
Samenvatting bekende archeologische waarden .........................................................23
3
Archeologische verwachting en selectieadvies .........................................................................25 3.1 Archeologische gespecificeerde verwachting ......................................................................25 3.2 Selectieadvies ..................................................................................................................25 4 Bronnen ................................................................................................................................26 4.1 Digitale bronnen ...............................................................................................................26 4.2 Literatuur .........................................................................................................................26
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 2
Conceptversie
Samenvatting Dit archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA 4.11 en BRL-protocol 4002 door Buro de Brug in opdracht van Dasselaar Advies Rentmeesters bv. De aanleiding tot dit onderzoek is de uitbreiding van Theehuis ’t Hooge Erf. De ontgravingen ten behoeve van de geplande werkzaamheden bereiken een oppervlakte van 122 m2 en een diepte van 60 cm -mv. De totale oppervlakte van het plangebied beslaat ca. 1.770 m². Het plangebied ligt aan de Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche binnen de gemeente Baarn (Afbeelding 1). Het plangebied kent binnen het omgevingsplan (overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Landelijke gebied, Landgoed Pijnenburg’, vastgesteld op 23-09-2020) een archeologische dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper reikt dan 30 cm -mv.
2 Het archeologiebeleid uit het omgevingsplan komt overeen met het beleid van de gemeentelijke beleidskaart, want volgens de beleidskaart van de gemeente Baarn uit 2018 valt het plangebied binnen een terrein met aanduiding Archeologische verwachtingswaarde 5 oftewel een hoge verwachting, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper reikt dan 30 cm -mv.3 In het plangebied kunnen archeologische waarden verwacht worden uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart kleur het plangebied oranje, wat duidt op een middelhoge verwachting op vondsten uit het Paleolithicum en Mesolithicum (jagers en verzamelaars) en hoge verwachting op vondsten vanaf het Neolithicum (landbouwers). Archeologische waarden binnen het plangebied worden direct onder het maaiveld verwacht. Er zal geen esdek aanwezig zijn in het plangebied. Het plangebied is namelijk lange tijd bebost gebied geweest, waardoor vondsten zich logischerwijs direct onder het maaiveld bevinden. Door erosie en zandverstuivingen ter plaatste van het plangebied is het echter waarschijnlijker dat de archeologische resten inmiddels zijn verdwenen. Tussen de Bronstijd – Nieuwe Tijd kunnen door ontbossing als gevolg van menselijk handelen zandverstuivingen zijn ontstaan.
Bovendien kunnen archeologische resten zijn vergraven door de bouwactiviteiten voor het theehuis en het bouwrijp maken daaraan voorafging. Vanuit het gemeentelijk beleid worden ingrepen vrijgesteld van archeologisch onderzoek dat de bodem niet meer dan 30 cm onder maaiveld verstoren en binnen 100 m² blijven. De 122 m² grote bouwplannen overschrijden dit criterium maar zeer beperkt. De maximale diepte van 60 cm zal bovendien alleen bereikt worden ter plaatse van de vloerranden. Het plan wordt op staal gefundeerd (dus direct op de vaste grond), waardoor een paalfundering niet nodig is. Kortom, dit betekent dat de ingrepen bodemingrepen erg gering zullen zijn. Het bureauonderzoek heeft aangetoond dat de verschillende verwachtingen binnen het plangebied niet worden afgedekt door een beschermend (antropogeen) dek. De kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische resten op het terrein is gezien de relatief lage ligging van het perceel, de afwezigheid van bebouwing op historische kaarten en de beperkte omvang van de geplande ingreep en de lage spreiding en vondstdichtheid van eventuele archeologische vindplaatsen, zeer klein.
Om deze redenen adviseert Buro de Brug, mede gelet op de relatief beperkte overschrijding van de minimumoppervlakte van 100 m², om de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2", gezien de geringe trefkans van archeologische waarden op dit perceel niet te handhaven en het plangebied vrij te geven op het deelaspect archeologie. Indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht conform Artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Bovenstaand advies dient beoordeeld te worden door de bevoegde overheid (de gemeente Baarn).
1
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, www.sikb.nl. www.ruimtelijkeplannen.nl. 3 Keunen, Frank & Boshoven 2018. Buro de Brug B23-572 Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 3 2
Conceptversie
Administratieve gegevens Projectnaam Opdrachtgever Contactpersoon Uitvoerder Autorisatie Projectcode Buro de Brug Betrokken projectmedewerkers Bevoegd gezag Provincie, gemeente en plaats plangebied Toponiem Kadastrale nummers Centrumcoördinaat Oppervlakte plangebied Archisnummer4 Beheer en plaats documentatie Rapportversie Datum rapport
4
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche Dasselaar Advies Rentmeesters bv Drs. B. Dasselaar Benny.dasselaaradvies.nl Buro de Brug Kanaaldijk 12 1458 PP Spijkerboor Drs. J.W. Oudhof J.w.oudhof@burodebrug.nl 06-25289957 B23-572 Projectleiding: J.W. Oudhof Bureauonderzoek: M.F. Honshorst & I. Youssef Gemeente Baarn Utrecht, gemeente Baarn en Lage Vuursche Hoge Vuurseweg 11 E-488 X: 144418,8/ Y: 468191,8 Ca. 1.770 m² 5506642100 Buro de Brug, Spijkerboor Conceptversie 15-02-2024
Landelijk onderzoeksmeldingsnummer dat bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE/ARCHIS) moet worden aangevraagd bij aanvang van archeologisch onderzoek. Buro de Brug B23-572 Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche Conceptversie 4
1
Inleiding
1.1
Algemeen
Dit archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA 4.15 en BRL-protocol 4002 door Buro de Brug in opdracht van Dasselaar Advies Rentmeesters bv. De aanleiding tot dit onderzoek is de uitbreiding van Theehuis ’t Hooge Erf. De ontgravingen ten behoeve van de geplande werkzaamheden bereiken een oppervlakte van 122 m2 en een diepte van 60 cm -mv. De totale oppervlakte van het plangebied beslaat ca. 1.770 m². Het plangebied ligt aan de Hoge Vuurseweg 11 in Lage Vuursche binnen de gemeente Baarn (Afbeelding 1). Het plangebied kent binnen het omgevingsplan (overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Landelijke gebied, Landgoed Pijnenburg’, vastgesteld op 23-09-2020) een archeologische dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper reikt dan 30 cm -mv.
6 Het archeologiebeleid uit het omgevingsplan komt overeen met het beleid van de gemeentelijke beleidskaart, want volgens de beleidskaart van de gemeente Baarn uit 2018 valt het plangebied binnen een terrein met aanduiding Archeologische verwachtingswaarde 5 oftewel een hoge verwachting, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper reikt dan 30 cm -mv.7 Het voorgaande maakt duidelijk dat de bodemverstoringen die de geplande bodemingrepen met zich meebrengen de toegestane verstoringsmarges van oppervlakte en diepte beperkt overschrijden. De voorgenomen werkzaamheden zouden een raakvlak kunnen hebben met eventueel aanwezige archeologische resten in de ondergrond van het areaal van de geplande voorziening. Gezien de aard en omvang van de bodemingrepen is een archeologische toets noodzakelijk.
5
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, www.sikb.nl. www.ruimtelijkeplannen.nl. 7 Keunen, Frank & Boshoven 2018. Buro de Brug B23-572 Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 5 6
Conceptversie
Afbeelding 1. Locatie van het plangebied en het onderzoeksgebied (straal 1 km).
1.2
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de plaats Lage Vuursche binnen de gemeente Baarn in de provincie Utrecht (afb. 2 en 3). Het plangebied bevindt zich ten noorden van het Klimbos Gooi-Eemland en ligt op het terrein van Theehuis ’t Hooge Erf. Binnen het onderzoeksgebied (straal van 1 km) bevindt zich een archeologisch rijksmonument, monumentnummer: 45132 en één AMK-terrein (archeologische monumenten) op twee locaties; op 670 m ten westen en op 990 m ten zuiden van het plangebied. Het AMK-terrein heeft nummer 16066.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 6
Conceptversie
Rijksmonumentennummer Toelichting
45132 Dit monument beslaat in totaal zeven grafheuvels (met een zeer hoge verwachting, waarvan drie zich in het onderzoeksgebied bevinden. De datering voor de grafheuvels is Neolithicum en/of de Bronstijd. De grafheuvels bevinden zich op de percelen: 457, 490 en 320. Er is gekozen voor in-situ behoud van de grafheuvels.8
AMK-terrein nummer Toelichting
16006 Het AMK-terrein bevindt zich op twee locaties binnen het onderzoeksgebied en heeft een zeer hoge archeologische waarde. De zeven grafheuvels en een grafveld vallen binnen dit terrein. De dateringen hiervoor vallen onder Bronstijd midden en Neolithicum - Laat-IJzertijd. Het terrein bevat sporen van een grafheuvel uit het Late Neolithicum-IJzertijd.9
Ook liggen ten oosten en westen op ca. 70 m van het plangebied twee ‘Celtic fields’ (raatakkers uit de Prehistorie).10 De grondwatertrap binnen het plangebied is op de grondwatertrappenkaart van Bodemdata niet gekarteerd. Ten zuiden van het plangebied kleurt de kaart geel, wat duidt op grondwatertrap VIIId. Dit betekent dat de grond relatief droog is/ Hierbij is namelijk de gemiddeld hoogste grondwaterstand lager dan 140 cm -mv. Op basis hiervan kan niet worden verwacht dat de gronden binnen het plangebied archeologisch gezien organische resten (hout, leer, etc.) goed hebben geconserveerd.11 Op de verstoringsbronnenkaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is te zien dat het plangebied valt onder ‘vergraven gronden’.12 Aanleiding hiervoor kan zijn dat het plangebied onderdeel is geweest van een productiebos waar veel boskap en nieuwe bebossing plaatsvindt. Bij het Bodemloket is geen informatie over de milieukundige conditie van de grond in het plangebied bekend. 13
Afbeelding 2. De huidige situatie in het plangebied (Dasselaar Advies).
8
Rijksmonumentenregister Archeologie in Nederland 10 Keunen, Frank & Boshoven, 2018, kaartbijlage 1 11 www.bodemdata.nl. 12 Zie Verstoringsbronnen kaart op: www.rce.webpublisher.nl. 13 www.bodemloket.nl. Buro de Brug B23-572 Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 7 9
Conceptversie
Afbeelding 3. De huidige inrichting van het plangebied (PDOK Opentopo).
1.3
Toekomstige situatie
Binnen het plangebied zal Theehuis ’t Hoge Erf worden uitgebreid (afb. 4 en 5). De toekomstige totale oppervlakte van de bebouwing bedraagt ca. 122 m². Daarnaast reikt de diepte van de bouwkuip tot max. 60 cm -mv. De 60 cm zal alleen bereikt worden ter plaatse van de vloerranden. Het plan wordt op staal gefundeerd (dus direct op de vaste grond), waardoor een paalfundering niet nodig is. Over de milieutechnische conditie van de bouwplannen is niets bekend. Ook of de bouwplannen invloed hebben op het grondwaterpeil is niet bekend.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 8
Conceptversie
Afbeelding 4. De toekomstige situatie van het plangebied met de uitbreiding van het theehuis in het rood aangegeven (Dasselaar Advies).
Afbeelding 5. De toekomstige situatie van het plangebied met de uitbreiding van het theehuis in het rood aangegeven (Dasselaar Advies).
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 9
Conceptversie
2
Archeologisch bureauonderzoek
2.1
Onderzoeksmethode
Dit bureauonderzoek heeft tot doel - op basis van bestaande landschappelijke, archeologische en historische bronnen - een gespecificeerde archeologische verwachting te verkrijgen voor het plangebied. Op basis van de resultaten wordt een aanbeveling gedaan om de eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied veilig te stellen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA-versie 4.1). Voor het verzamelen van gegevens met betrekking tot reeds bekende archeologische- en bodemkundige waarden van het plangebied zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Gemeentelijke waarden- en verwachtingenkaart archeologie
Keunen, Frank & Boshoven 2018
Gemeentelijke archeologische beleidskaart
Keunen, Frank & Boshoven 2018
Toelichting gemeentelijk archeologisch beleid
Keunen, Frank & Boshoven 2018
Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Landelijk gebied, Landgoed Pijnenburg” (vastgesteld op 23 september 2020) Geologie (1:600.000) Bodemkunde (1:50.000)
Www.ruimtelijkeplannen.nl
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)
TNO-NITG 2005; www.dinoloket.nl; kaart 2010 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, versie 2014, Alterra Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, versie 2017, Alterra Www.ahn.nl
Kadastrale minuutkaarten 1811-1832
Www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Kadaster
Www.kadaster.nl
Grote Historische Atlas 1839-1859
Geudeke 1990
Bonnebladen 1870-1931 Nationaal Archief Het Utrechts Archief Eemland archief Gemeentelijk archief Baarn
Bureau Militaire Verkenningen Www.nationaalarchief.nl www.hetutrechtsarchief.nl Www.archiefeemland.nl Www.archieven.nl
NIMH
Www.nimh-beeldbank.defensie.nl/
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
Www.rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map= Archeologie%2Din%2DNederland Www.zoeken.cultureelerfgoed.nl
Geomorfologie (1:50.000)
Archis
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 10
Conceptversie
2.2
Beleid en bestemmingsplan
De gemeente Baarn heeft een eigen archeologiebeleid, dat in 2018 is opgesteld. Het archeologiebeleid is weergegeven op een beleidskaart, waarop het plangebied zich in een ‘Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied (AWV5)’ bevindt, met een hoge verwachting (afb. 6). Voor deze gebieden is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm -mv.14 In het Omgevingsplan wordt verwezen naar de regels uit bestemmingplan ‘Landelijk Gebied, Landgoed Pijnenburg’ (vastgesteld 23-09-2020), waarbij een dubbelbestemming ‘Waarde Landgoed buitenplaat’ van kracht is en ook een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Deze laatste dubbelbestemming kent de volgende regels: Artikel 16 Waarde - Archeologie 2 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
16.2 Bouwregels 16.2.1 Omgevingsvergunning Voor bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 100 m² moet, alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 16.2.2 Voorschriften omgevingsvergunning Indien uit het in lid 16.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de bouwvergunning zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
16.2.3 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 16.2.1 is niet van toepassing indien: het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van ten hoogste 30 cm onder het bestaande maaiveld; het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; gebouwen ten hoogste 2,50 m uit de bestaande fundering worden gebouwd.15
Het voorgaande maakt duidelijk dat de bodemverstoringen die de geplande bodemingrepen met zich meebrengen de toegestane verstoringsmarges overschrijden. De voorgenomen werkzaamheden zouden een bedreiging kunnen vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten in de ondergrond. Gezien de aard en omvang van de bodemingrepen is een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.
14
Keunen, Frank & Boshoven 2018. www.ruimtelijkeplannen.nl. Buro de Brug B23-572 11 15
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche
Conceptversie
Afbeelding 6. Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart met bijbehorende legenda. Het gerasterde groene vlak duidt ‘Celtic fields’ aan. (Keunen, Frank & Boshoven 2018).
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 12
Conceptversie
2.3
Geologie, geomorfologie en bodemopbouw16
Bron Geologie17 (1:600.000) Bodemkunde18 (1:50.000)
Informatie Bx1: Lp. V. Kootwijk; stuifzand. gY30: Holtpodzolgronden (zonder banden-B).
Geomorfologie19 (1:50.000)
11B11: Stuwwal (reliëfklasse 1,5-5 m)
Hoogteligging20
Hoogste punt: 7,01 m +NAP Laagte punt: 6,22 m +NAP
Het landschap van Baarn is gevormd door geologische processen tijdens het Midden en Laat-Pleistoceen (500.000 tot 11.500 jaar geleden). Dit tijdperk kenmerkte zich door afwisselingen tussen koude (glacialen) en warme periodes (interglacialen). Landijs breidde zich uit in Noordwest-Europa, waardoor Nederland twee keer werd bedekt vanuit het noorden. Vooral de grote ijsuitbreiding tijdens het op één na laatste glaciaal, het Saalien (250.000 tot 130.000 jaar geleden) heeft duidelijke sporen in het landschap achtergelaten. Zowel de Rijn als de Maas volgden een westelijkere route wat resulteerde in ophoping van dikke lagen rivierafzettingen. Gedurende deze periode lag de zeespiegel ongeveer 150 m lager dan nu. Het gewicht van het ijs duwde eerdere grind- en zandafzettingen naar voren en naar de zijkanten van de gletsjers, waardoor langs het landijsfront diepe glaciale bekkens ontstonden van ongeveer 100 m diep met hoge stuwwallen langs de randen. Aan het einde van het Saalien ondergingen de stuwwallen aanzienlijke erosie door smeltwater dat van de gletsjers afstroomde. Met name de opgestuwde grindlagen in fossiele rivierbeddingen waren bestand tegen erosie en vormden hoge toppen op de stuwwallen. Dit leidde tot de vorming van kenmerkende stuwwalcomplexen als de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe.
Deze complexen bestaan uit grofzandige rivierafzettingen uit het Pleistoceen, afkomstig van oude rivieren vergelijkbaar met de huidige Rijn en Maas. De groei en smelt van het landijs veroorzaakten ook aanzienlijke schommelingen in de zeespiegel, met variaties tot wel 150 m. Dit had aanzienlijke gevolgen voor zowel de kustlijn als de sedimentafzetting in rivieren. De stuwwal in Baarn ontstond als gevolg van de invloed van een ijstong in de Gelderse Vallei, die vanuit het noordwesten naar het zuidoosten stroomde. Binnen de gemeente Baarn zijn twee heuveltoppen bekend als 't Hooge Erf en Roosterbos. Het plangebied ligt op ’t Hooge Erf. Zowel de Gelderse Vallei als het IJsseldal zijn overblijfselen van een tongbekken. Tijdens het Midden-Saalien werden rivierafzettingen van de Rijn en oudere afzettingen opgestuwd door grote ijslobben vanuit het noorden. In de permanent bevroren hellingen van de stuwwal ontstonden brede, trechtervormige dalen door het afstromende smeltwater. In de lente en zomer werd er veel zand en grind meegevoerd door het smeltwater. Langs de randen van de stuwwallen ontstonden grote uitspoelingswaaiers vanuit de monding van deze dalen. Deze smeltwaterdalen en uitspoelingswaaiers werden later in het Weichselien echter vaak weer bedekt.
Tijdens het Eemien volgde de Rijn een meanderende route ten oosten van Montferland via het glaciale dal van de IJssel naar het noorden. De vegetatie in het Eemien bestond aanvankelijk voornamelijk uit berken, gevolgd door uitgestrekte gemengde eikenbossen met eiken, iepen, lindes, esdoorns en hazelaars. Naarmate het Eemien naar een kouder einde ging, werden sparren en dennen weer prominenter in het landschap. De meest aanzienlijke geologische veranderingen deden zich voor tijdens het daaropvolgende Weichselien (120.000-11.800 jaar geleden). Het klimaat in het Weichselien kende schommelingen, met maximale kou tegen het einde, zo'n 18.000 jaar geleden. Het Vroeg Weichselien (120.000 tot 73.000 jaar geleden) kenmerkte zich door open landschappen met vooral dennen en berken. Aan het begin van het Weichselien lag de zeespiegel 30 16
De informatie in deze paragraaf is afkomstig uit Keunen, Frank & Boshoven 2018, 43-49, tenzij anders vermeld.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 13
Conceptversie
tot 40 m lager dan nu, en de sneeuwsmeltwaterrivieren begonnen het stuwwallenlandschap te vormen. Het Midden-Weichselien (73.000 tot 18.000 jaar geleden) begon met een sterke daling van de gemiddelde jaartemperatuur en een verdere daling van de zeespiegel door toenemend landijs. Het landschap veranderde naar een toendralandschap met dwergberken en kruiden, waarin bossen verdwenen. Rivieren begonnen in de ondergrond te snijden, wat leidde tot erosie en hellingafzettingen van verspoeld materiaal. Deze hellingafzettingen en uitspoelingswaaiers vormden een trapsgewijs landschap met afzettingen uit verschillende perioden. In het open zandige pleniglaciale landschap verstoof zand door ijzige sneeuwstormen, waarbij een deken van fijn, zwak lemig zand, afgewisseld met lemige lagen (het Oude Dekzand) werd afgezet. Het Laat Weichselien (18.000 tot 11.800 jaar geleden) kende enkele snel op elkaar volgende klimaatwisselingen. Het laatste millennium van het Weichselien, het Late Dryasstadiaal (13.000-11.800 jaar geleden), bracht koude en droogte, waardoor de meanderende rivieren weer vlechtende rivieren werden, en uitgestrekte zandverstuivingen ontstonden.
Het fijn lemige stuifzand uit deze periode, Jong Dekzand, vormde oost-west lopende dekzandruggen in het oostelijke en noordelijke deel van Baarn, op de stuwwalplateaus en in de daluitspoelingswaaiers, behorend tot het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. Rond 9.800 voor Chr. begon het Holoceen, gemarkeerd door wederom een klimaatverandering en langzame vergroening van het landschap. Dit zorgde voor het einde van grootschalige erosie en sedimentatie die het stuwwal-landschap gevormd hadden. Gedurende het grootste deel van het Holoceen waren er geen aanzienlijke natuurlijke veranderingen in het landschap, tot de opkomst van de landbouw. Vanaf de 10de en 11de eeuw vonden grootschalige zandverstuivingen plaats, mogelijk als gevolg van bevolkingsgroei en ontginning van woeste gronden. Hierdoor verstoven de dekzanden opnieuw in de Middeleeuwen, zowel door menselijke als natuurlijke invloeden. Deze verstuivingen vonden plaats ten noorden, westen en zuiden van de stuwwal van Baarn en brachten aanzienlijke veranderingen in het oorspronkelijke reliëf teweeg. Door plaggenbemesting ontstonden in de Late Middeleeuwen dikke en uitgestrekte plaggendekken op de flanken en aan de voet van de stuwwal en op verschillende dekzandruggen, deze plaggebemesting wordt niet binnen het plangebied verwacht gezien het historisch kaartmateriaal.
Het plangebied is op de geomorfologische kaart van Nederland gekarteerd als stuwwal waarbij er sprake is van een aardig reliëf in het landschap (afb. 7 en 10). Het plangebied ligt op de rand van stuwwal, wat betekent dat erosie kan hebben plaatsgevonden op deze locatie waardoor de bodem (deels) verstoord kan zijn. Wanneer naar de bodemkaart van Nederland wordt gekeken, is te zien dat het plangebied gekarteerd is met de bodemsoort ‘Holtpodzolen’. Dit bodemtype behoort tot de Moderpodzolgronden, ‘moder’ verwijst naar een humusvorm waarin organisch- en mineraal materiaal niet sterk vermengd zijn. Holtpodzolgronden in onontgonnen staat hebben een zeer dunne A-horizont en een duidelijk ontwikkelde moderpodzol B-horizont. In de bovenste centimeters komt regelmatig een dunne humuspodzol voor, een zogenaamde micropodzol. Bij een ontgonnen bodem zijn kleur en humusgehalte van de bouwvoor afhankelijk van de dikte van de micropodzol en de A-horizont. Wordt de B-horizont omhoog geploegd dan krijgt de bouwvoor een grijsbruine kleur. Holtpodzolgronden komen veel voor op de wat rijkere plaatsen bijvoorbeeld op stuwwallen.21 Het hoogste punt net buiten het plangebied is 7,01 m + NAP en het laagste punt in het plangebied is 6,22 m +NAP (afb. 8).
Verder is op de Hillshade van de AHN 4 zichtbaar dat het terrein reeds in een eerder stadium uitgevlakt is om het geschikt te maken voor de horecafunctie (afb. 9).22
21
www.geologievannederland.nl. AHN, https://www.ahn.nl/ Buro de Brug B23-572 14 22
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche
Conceptversie
Afbeelding 7. Het plangebied op de geomorfologische van Nederland. Binnen het plangebied is sprake van code ‘11B11’ wat duidt op een stuwwal (reliëfklasse 1,5-5 m).
Afbeelding 8. Het plangebied op de bodemkaart van Nederland. Binnen het plangebied is sprake van Holtpodzolgronden zonder banden-B.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 15
Conceptversie
Afbeelding 8. Het plangebied op het AHN4 (AHN4).
Afbeelding 9. Het plangebied op de hoogtekaart en Hillshade van het AHN4 De vlakken van de huidige invulling zijn goed zichtbaar als uitgevlakt gebied. Ook is zichtbaar dat het plangebied niet op een top ligt, maar ruim 2 meter lager, onder aan de helling (AHN4).
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 16
Conceptversie
Afbeelding 10. Het plangebied op de ‘Aardkundige kaart met archeologische gegevens’ met bijbehorende legenda van de gemeente Baarn. Het plangebied aangeduid middels het zwarte vierkant. Het plangebied bevindt zich op een stuwwalplateau (Keunen, Frank & Boshoven 2018.)
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 17
Conceptversie
2.4
Historische gegevens
Het plangebied ligt op de noordelijke helling van een stuwwal tussen Hilversum, Lage Vuursche en Baarn. Deze stuwwal is sinds haar ontstaan in het Paleolithicum bewoonbaar. Gedurende het Paleo- en Mesolithicum vestigden men zich op relatief hogere locaties in het landschap nabij open water om verschillende landschapstypen te exploiteren. In het Neolithicum (bij de opkomst van de landbouw) worden nederzettingen op hoge dekzandruggen en stuwwalflanken gevestigd, met name op lichte zandgronden die eenvoudig te bewerken zijn. Nederzettingen werden in die tijd verplaatst na uitputting van de grond. Er verschijnen in het Laat Neolithicum vlakgraven en grafheuvels. Tot in de Vroege IJzertijd worden de grafheuvels gebruikt om overledenen in te begraven. Bewoning bestond tijdens deze periode uit gemengde boerenbedrijven met veeteelt en akkerbouw. Binnen het plangebied worden echter moderpodzolen verwacht die doorgaans gepaard gaan met een hoge natuurlijke bodemvruchtbaarheid, wat vanaf het Neolithicum een lonkende vestigingslocatie betekende voor landbouwers. Moderpodzolen worden dan ook gekenmerkt door een hoge dichtheid aan vindplaatsen uit verschillende perioden. Tot op heden zijn in de gemeente Baarn op de stuwwalplateaus nauwelijks archeologische vindplaatsen van landbouwers bekend.
Voor het plateau van ’t Hooge Erf, waarbinnen het plangebied valt, is het vermoeden sterk dat in de directe omgeving Celtic Fields hebben gelegen. Hierom bestaat er tevens een grotere kans op het aantreffen van nederzettingsterreinen uit deze periode in de omgeving van het plangebied.23 In de Bronstijd vindt grootschalige ontbossing plaats door de toenemende bevolkingsgroei. Bovendien krijgen de door akkerbouw uitgeputte gronden als gevolg van de intensieve veeteelt geen tijd om te herstellen, waardoor zandverstuivingen en heidevelden ontstaan. Om deze reden kan de flank van de stuwwal onbewoond zijn geweest tot de bodem herstelde en weer gebruikt kon worden voor landbouw. Met betrekking tot de perioden IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen is weinig bekend over het gebied van de gemeente Baarn. Mogelijk kunnen er wel Celtic Fields zijn aangelegd gedurende de IJzertijd.24 In dit gebied waren van oudsher bossen te vinden. De Vuursche vormt een groot bosgebied gelegen op de stuwwal tussen Baarn, Soest, Maartensdijk en Hilversum. Het gebied bestaat eigenlijk uit een verzameling voormalige landgoederen. Gedurende eeuwen maakte de Vuursche deel uit van de onontwikkelde gebieden (heidevelden en bossen) van Baarn. Vanaf de 17 de eeuw werden delen van deze bossen en heide door mensen van buitenaf opgekocht om er landgoederen of buitenverblijven aan te leggen.
Het gebied herbergt dan ook vele landgoederen en buitenplaatsen, waaronder Groeneveld, Pijnenburg, Eyckenstein, Kasteel De Hooge Vuursche en Paleis Soestdijk. Met uitzondering van Drakenstein bevinden ze zich op de overgang van de stuwwal naar het lagergelegen veengebied. Dit zorgde ervoor dat prachtige waterpartijen konden worden aangelegd door gebruik te maken van hoogteverschillen. In de jaren ’30 van de vorige eeuw werden vooral heidevelden door de overheid aangekocht en bebost in het kader van de werkverschaffing. Het plangebied bevindt zich nu nog steeds in bebost gebied, wat lang diende als productiebos met regelmatige boskap en herbebossing.25 De mooie rechte paden in het gebied werden aangelegd om de bosbouw en kap meer efficiënt uit te voeren. Van oudsher is in het gebied zand en grind gewonnen. Aanvankelijk betrof het kleinschalige afgravingen die verspreid plaatsvonden. Later kregen de zandwinningen een grootschaliger karakter en werden ze meer geconcentreerd. Het zand uit de grote groeven is onder meer gebruikt voor de aanleg van spooren autowegen in het gebied. Van de kleinschalige afgravingen getuigen onder meer leemkuilen en grindgaten op de stuwwallen en kleine zandgroeves in grindarme ruggen bij de stuwwallen. Op afbeelding 10 is te zien dat ten noordoosten van het plangebied rond 1900 een grindgroeve aanwezig was.
Bebouwing in het plangebied is voor het eerst op de kaart te zien in 2007 na de bouw van Theehuis ’t Hoge Erf (afb. 8). De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) zegt het volgende over het plangebied; In deze zone kunnen
resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen.26 23
Keunen, Frank & Boshoven 2018, 62 De Boer 2021, 13-14. 25 Ten Brinke & de Jong 1997 26 www.ikme.nl. Buro de Brug B23-572 Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 18 24
Conceptversie
Afbeelding 10. Het plangebied op de kaart van HISGIS daterende in het begin van de 19de eeuw. Het plangebied staat aangeduid als bos direct naast bebouwing, waarbij het woord ‘tol’ vermeld staat, mogelijk een tolhuis (www.hisgis.nl).
2.5
Verstorende bodemingrepen in het verleden
Het plangebied ligt op de noordelijke rand van een stuwwal tussen Hilversum, Lage Vuursche en Baarn. Stuwwalen waren vroeger hoger, maar zijn door erosie vaak afgevlakt. Dit kan ook het geval zijn ter hoogte van het plangebied. Bovendien was het plangebied lange tijd onderdeel van een productiebos, waar regelmatige boskap en herbebossing plaatsvond. Daarnaast is er de mogelijkheid dat wortels van bomen mogelijke vondsten van archeologische waarde in de grond reeds verstoord hebben. Kortom, erosie en zandverstuiving ter plaatse van het plangebied kunnen er ook toe hebben geleid dat archeologische vondsten verdwenen zijn. Op de Hillshade van de AHN 4 (afb. 9) is zichtbaar dat het terrein in een eerder stadium reeds is uitgevlakt om het geschikt te maken voor de horecafunctie. De geplande nieuwbouw van 122 m² zal dan ook grotendeels plaatsvinden op al ontwikkelde grond. Het theehuis is in 2006 aangelegd (de bebouwing is dus relatief nieuw). Op de kaarten van Topotijdreis is zichtbaar dat het plangebied tot 2006 nooit bebouwd is geweest (afb. 11) en dat alleen ten noorden van het plangebied bebouwing heeft gestaan sinds het begin van de 19de eeuw.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 19
Conceptversie
Afbeelding 11. Het plangebied op de kaarten uit 1850, 1900, 1950 en 1980 van Topotijdreis (www.topotijdreis.nl).
2.6
Bekende archeologische waarden
Voor rijksmonumenten en AMK-terreinen zie paragraaf ‘Huidige situatie’. 2.6.1
Archis vondstlocaties
Zaakidentificatie Archis Toelichting
Buro de Brug B23-572
2850003100 In 1990 is een tumulus onderzocht daterende tussen het Laat Neolithicum en de IJzertijd. Opvallend is dat er tijdens deze opgraving geenindicaties voor een ringsloot of kringgreppel zijn gevonden. Uit de zuidelijke proefsleuf is door J.W. Noordam een aantal pollenmonsters genomen. De in Archis gegeven datering is door het ontbreken van scherp daterende elementen ruim en komt overeen met de algemene datering van grafheuvels. Daarbij is de Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche
20
Conceptversie
mogelijkheid opengelaten dat de tumulus ook na de IJzertijd is gebruikt. Zaakidentificatie Archis Toelichting
2843832100 In 1976 is een vondst gemeld door de AWN op ‘’T Hooge Erf Grafheuvel No. 5 tijdens een veldverkenning. In 1977 is deze heuvel onderzocht door het graven van sleuven. De diepst gelegen vondsten bevonden zich op ca. 1,25 m onder het niveau van de heuveltop. Dit geeft een indruk van de mate van verstoring van de tumulus. Op 7 mei is een tweede, ca. 9,2 x 0,6 m metende sleuf gegraven, die vanuit het centrum min of meer parallel aan de eerste liep. In de ZWsleuf is een tonvormige Laren-pot ontdekt, die op 8 september doormedewerkers van de ROB is gelicht. Hoewel de exacte locatie binnen deze sleuf onbekend is, is het vermoeden dat dit een secundaire bijzetting vertegenwoordigt, hoewel begeleidende crematieresten ontbraken, althans er wordt geen melding van gemaakt.
Zaakidentificatie Archis Toelichting
3113561100 In 1990 heeft de RCE een tumulus onderzocht genaamd ‘Groot Kievitsdal; ’T Hooge Erf’. Uit dit onderzoek is gebleken op basis van het bodemprofiel dat het om een tweeperioden-heuvel gaat. Laag 2 vormt daarbij de gepodsoleerde mantel van de kernheuvel. De lagen 4, 5 en 6 vormen tezamen een podsol gevormd in de natuurlijke ondergrond. De lagen 1 en 3, tenslotte, vertegenwoordigen respectievelijk de mantel- en kernheuvel. Op basis van de pollenanalyse is gebleken dat de tumulus dateert tussen het Late Neolithicum en de IJzertijd.
Zaakidentificatie Archis Toelichting
3113553100 In 1977 en 1978 is door een de historische kring ‘Baerne’ tumulus nr. 4 onderzocht door middel van proefsleuven. De tumulus is gelegen in het bos " 't Hooge Erf", niet ver van Groot Kievitsdal, op het landgoed Pijnenburg. Nadien heeft ook J.W. Noordam de heuvel onderzocht en gerestaureerd. De diameter van de tumulus is bepaald op 19 m en de hoogte op 1,5 m. Noordam spreekt van een middellijn van18 m en een hoogte van 1,25 m. De grafheuvel is erg beschadigd, Hierdoor en omdat tijdens de verschillende onderzoeken geen daterende vondsten gedaan zijn, is het niet mogelijk een exacte ouderdom van de tumulus te geven dan Laat Neolithicum – IJzertijd.
Zaakidentificatie Archis Toelichting
3110207100 In 1977 is door de AWN-houtskool en menselijk botmateriaal aangetroffen van crematieresten op de plek van tumulus nr. 4.
Zaakidentificatie Archis Toelichting
3113545100 In 1977 en 1978 is deze heuvel onderzocht door de historische kring ‘Baerne’. Zoals reeds uit het onderzoek van 1977 en 1978 gebleken was, kende de tumulus tal van verstoringen. Noordam schrijft dan ook in zijn consolida-verslag d.d. 15 maart 1990: 'In het heuvelcentrum bevindt zich een grote, diepe depressie met daaromheen een hoefijzervormige wal van uitgeworpen grond. Dit is waarschijnlijk te wijten aan het hier uitgevoerde onderzoek in 1927.' De profieltekeningen verduidelijken verder dat hier sprake is vaneen sterk verstoorde tumulus. De onder 'Stratigrafie' genoemde laag 7 vertegenwoordigt de onder het oud-oppervlakgelegen moederbodem. Voor zover dit vast te stellen is, gaat het om een
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 21
Conceptversie
periode-heuvel. Het vermoeden is dat deze in de Midden-Bronstijd opgeworpen is. Zaakidentificatie Archis Toelichting
3113537100 Zie 3113553100.
Zaakidentificatie Archis Toelichting
2843849100 De grafheuvel in kwestie maakt deel uit van een groepje van drie tumuli dat gelegen is in het bos 't Hooge Erf, niet ver van Groot Kievitsdal, op het landgoed Pijnenburg. De grafheuvel was en is gelegen in een naaldbos. Als diameter 19 m, als hoogte 1,5 m. De precieze ouderdom van de grafheuvel is onbekend door het ontbreken van scherp daterende vondsten. Derhalve is een ruime datering in Archis gegeven overeenkomstig de algemene ouderdom van tumuli, waarbij een gebruik van de heuvel na de IJzertijd niet is uitgesloten.
Zaakidentificatie Archis Toelichting
2843905100 Dit terrein betrof een niet gewaardeerd terrein en is in het kader van de update AMK 2003/2005 afgevoerd. De Provincie Utrecht toetst alle vergunning plichtige plannen aan o.a. de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Vallen dergelijke plannen binnen een zone met een hoge en zeer hoge archeologische verwachting, dan dient er al op voorhand een archeologisch vooronderzoek plaats te vinden. Het monument is afgevoerd. Oude omschrijving Archis: De in 1990 gegraven proefsleuf mat 5,75 bij 0,65 m en bevond zich ter hoogte van de heuvelvoet. In het profiel tekende zich een heterogene kern met hoekige brokjes grond af, afgedekt door een mantel van licht gekleurd zand. De overgang van de kern naar de donkere ondergrond was scherp. De scherpe overgang en de gelijksoortige bodemvorming van het oude maaiveld over het hele gebied geven aan dat de heuvel geheel van recente makelij is.
2.6.2
Archis onderzoeksmeldingen
Zaakidentificatie Archis Toelichting
2025634100 In 1995 heeft RAAP een booronderzoek uitgevoerd. Echter is dit rapport niet in Archis/ DansArchaeology geüpload.
Zaakidentificatie Archis Toelichting
2387016100 Transect heeft een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (karterende fase) uitgevoerd aan de Zevenlindenweg 4 in Baarn. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: 1) Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode LaatPaleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Er zijn echter in de directe omgeving geen archeologische vindplaatsen bekend, ondanks enkele onderzoeken hebben plaatsgevonden. Wel bevinden zich op de stuwwal, waar het plangebied op ligt, diverse grafheuvels uit de Bronstijd. 2) Op basis van historisch kaartmateriaal is vastgesteld dat het plangebied vermoedelijk altijd bos is geweest, totdat in 1974 de camping verschijnt. Hierdoor geldt voor de Nieuwe tijd (tot 1950) een lage verwachting op het aantreffen van archeologische (nederzettings)resten.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 22
Conceptversie
3) In de ondergrond van het plangebied ligt een stuwwal. De top van de stuwwalafzettingen is echter niet meer intact gebleven. De oorspronkelijke holtpodzolgrond is met in het verleden uitgevoerde graafwerkzaamheden verdwenen. Op één plek is echter nog een dieper gelegen restant van een inspoelingslaag aanwezig. 4) Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Concluderend geldt een lage verwachting voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen voor de periode Laat Paleolithicum – Late Middeleeuwen. Voor de Nieuwe tijd bestond op basis van het bureauonderzoek reeds een lage archeologische verwachting. Advies Op basis van de resultaten van het veldonderzoek bestaat er in archeologisch opzicht geen bezwaar tegen de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied. Het terrein is reeds grotendeels verstoord, kent een lage verwachting en is daarmee vanuit archeologische optiek geschikt voor de toekomstige inrichting. Er hoeven daarmee ten behoeve van de archeologische monumentenzorg (AMZ) geen aanvullende maatregelen te worden genomen.
2.6.3 Samenvatting bekende archeologische waarden Op basis van de waarnemingen binnen het onderzoeksgebied kan worden gesteld dat het plangebied op de noordelijke rand van een stuwwal tussen Hilversum, Lage Vuursche en Baarn ligt met in de omgeving een tal van grafheuvels die dateren tussen het Late Neolithicum en de IJzertijd.
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 23
Conceptversie
Afbeelding 12. Bekende archeologische waarden in het onderzoeksgebied (Archis3).
Buro de Brug B23-572
Bureauonderzoek Hoge Vuurseweg 11, Lage Vuursche 24
Conceptversie
3
Archeologische verwachting en selectieadvies
3.1
Archeologische gespecificeerde verwachting
Het plangebied ligt bij een stuwwalplateau van de stuwwal van Baarn, waar activiteiten zijn vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De opgestuwde grindlagen van fossiele rivierbeddingen waar de stuwwalplateaus uit bestaan bleken goed bestand tegen de erosieprocessen aan het eind van het Saalien.27 De Vuursche wordt voor het eerst genoemd in historische bronnen in 935. Het plangebied wordt op historische kaarten en het kadastrale minuutplan uit 1824 als boomgaard afgebeeld. Het plangebied blijft onbebouwd tot de komst van Theehuis ’t Hoge Erf in het begin van de jaren 2000, wat er nog steeds staat. Het plangebied is reeds afgevlakt voor de bouw van dit theehuis. In het plangebied kunnen archeologische waarden verwacht worden uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart kleur het plangebied oranje, wat duidt op een middelhoge verwachting op vondsten uit het Paleolithicum en Mesolithicum (jagers en verzamelaars) en hoge verwachting op vondsten vanaf het Neolithicum (landbouwers). Archeologische waarden binnen het plangebied worden direct onder het maaiveld verwacht. Er zal geen esdek aanwezig zijn in het plangebied. Het plangebied is namelijk lange tijd bebost gebied geweest, waardoor vondsten zich logischerwijs direct onder het maaiveld bevinden.
Door erosie en zandverstuivingen ter plaatste van het plangebied is het echter waarschijnlijker dat de archeologische resten inmiddels zijn verdwenen. Tussen de Bronstijd – Nieuwe Tijd kunnen door ontbossing als gevolg van menselijk handelen zandverstuivingen zijn ontstaan. Bovendien kunnen archeologische resten zijn vergraven door de bouwactiviteiten voor het theehuis en het bouwrijp maken daaraan voorafging.
3.2
Selectieadvies
Vanuit het gemeentelijk beleid worden ingrepen vrijgesteld van archeologisch onderzoek dat de bodem niet meer dan 30 cm onder maaiveld verstoren en binnen 100 m² blijven. De 122 m² grote bouwplannen overschrijden dit criterium maar zeer beperkt. De maximale diepte van 60 cm zal bovendien alleen bereikt worden ter plaatse van de vloerranden. Het plan wordt op staal gefundeerd (dus direct op de vaste grond), waardoor een paalfundering niet nodig is. Kortom, dit betekent dat de ingrepen bodemingrepen erg gering zullen zijn. Het bureauonderzoek heeft aangetoond dat de verschillende verwachtingen binnen het plangebied niet worden afgedekt door een beschermend (antropogeen) dek. De kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische resten op het terrein is gezien de relatief lage ligging van het perceel, de afwezigheid van bebouwing op historische kaarten en de beperkte omvang van de geplande ingreep en de lage spreiding en vondstdichtheid van eventuele archeologische vindplaatsen, zeer klein. Bovendien zal het gebouw op staal gefundeerd worden en zal een 60cm diepe funderingssleuf worden aangelegd. De geplande bodemingreep is derhalve beperkt.
Om deze redenen adviseert Buro de Brug, mede gelet op de relatief beperkte overschrijding van de minimumoppervlakte van 100 m², om de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2", gezien de geringe trefkans van archeologische waarden op dit perceel niet te handhaven en het plangebied vrij te geven op het deelaspect archeologie. Indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht conform Artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Bovenstaand advies dient beoordeeld te worden door de bevoegde overheid (de gemeente Baarn). 27 Keunen, Frank & Boshoven 2018