1390436 Ontwerp vvgb Theehuis Hoge Vuurscheweg 11 bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Gemeente Baarn
Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
Ruimtelijke onderbouwing
November 2023
Kenmerk 0308-38-T01 Projectnummer 0308-38
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
1
2.
Planbeschrijving 2.1. Geschiedenis 2.2. Huidige situatie 2.3. Voorgestelde ontwikkeling 2.3.1. Bouwplan 2.3.2. Verkeer en parkeren
2 2 2 4 4 6
3.
Beleid 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht 3.2.2. Interim Omgevingsverordening 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 3.3.2. Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn 3.3.3. Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Landgoed Pijnenburg 3.3.4. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022
7 7 7 8 9 9 9 10 11 11 12 13 14
4.
Onderzoek 4.1. Bodem 4.2. Geluid 4.3. Externe veiligheid 4.4. Luchtkwaliteit 4.5. Waterparagraaf 4.6. Flora en fauna 4.7. Archeologie en cultuurhistorie 4.7.1. Archeologie 4.7.2. Cultuurhistorie 4.8. Bedrijven en milieuzonering 4.9. Vormvrije mer-beoordeling
16 16 16 16 18 19 21 22 22 24 24 25
5.
Uitvoerbaarheid 5.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2. Economische uitvoerbaarheid
27 27 27
6.
Conclusie
28
1
1.
Inleiding De keuken van het Theehuis 't Hooge Erf is te klein om op drukke momenten goed te kunnen functioneren. Bovendien voldoet de keuken niet meer aan de milieuhygiënische eisen die hieraan anno 2023 worden gesteld. Daarom is een bouwplan ontwikkeld om de keuken uitbreiden. Die grotere keuken maakt het mogelijk om efficiënter de gasten te kunnen bedienen. Die uitbreiding is echter buiten het bouwvlak geprojecteerd, zoals dat op de verbeelding van het bestemmingsplan is aangegeven. Deze ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan. Afbeelding 1: Ligging plangebied.
Daarom heeft de initiatiefnemer aan Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Baarn verzocht om, op grond van artikel 2.1, lid 1, sub c in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan Landelijk Gebied, Landgoed Pijnenburg (buitenplans afwijkingsbesluit). Dit rapport omvat de ruimtelijke onderbouwing die noodzakelijk is ten behoeve van die procedure.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
2
2.
Planbeschrijving
2.1.
Geschiedenis Landgoed Pijnenburg hoort bij het cultuurhistorische erfgoed in de provincie Utrecht. Het is gesitueerd op de uitlopers van het stuwwallencomplex van de Utrechtse Heuvelrug. Het gebied rond Pijnenburg werd in de middeleeuwen door de Bisschop van Utrecht aangelegd en in exploitatie uitgegeven aan het kapittel van St. Jan te Utrecht en de abdij Oosterbroek. Het waardevolle veen (de gasbel van toen) werd in die tijd in deze streek ontgonnen en heeft ook wel tot schermutselingen geleid tussen de Bisschop van Utrecht en -zoals dit in oude kronieken wordt vermeld- 'die van Pijnenburg'. In 1239 kreeg de ontsluiting van het gebied rond Pijnenburg een belangrijke impuls. Er werd een wetering gegraven ten behoeve van het vervoer van turf per vlet of praam, over de nog steeds bestaande Praamgracht, die een verbinding vormt tussen het veengebied en de rivier de Eem. De Praamgracht diende ook als afwatering van de vele slootjes en greppels die in de veenontginning moesten zorgen voor een betere afvoer van het water. Tegen het einde van de zestiende eeuw werd dit kanaal verder uitgegraven en sinds 1616 wordt het gedeelte officieel de Pijnenburgergrift genoemd. De oudst bekende vermelding van het Huis 'Pijnenborch' dateert van 1606.
Het oudste gedeelte van het bestaande huis Pijnenburg werd in 1647 gebouwd door de bekende amsterdamse architect Philips Vingboons in opdracht van Sara de Wael. Zij was de dochter van de schout van Haarlem en weduwe van Jacob Hinlopen, koopman en schepen van Amsterdam. Na meerdere malen van eigenaar te zijn gewisseld kwam het huis Pijnenburg met de omliggende landerijen en boerderijen op 18 december 1823 in handen van Andries de Wilde, een arts (chirurgijn) die fortuin had gemaakt als koffieplanter in Nederlands-Indië en zich na zijn terugkomst in Nederland, als rentenier, op Pijnenburg wilde vestigen. In de vijfendertig jaren dat Andries de Wilde eigenaar was legde hij de basis van de huidige structuur van het landgoed. Hij liet rondom het huis een park aanleggen door de Utrechtse landschapsarchitect Hendrik van Lunteren volgens de Engelse landschapstijl met kronkelende lanen en waterpartijen, hij groef sloten en weteringen, bouwde plantenkassen, bouwde en verbouwde boerderijen en daglonershuizen. Tevens breidde hij het hoofdhuis in 1835 uit met een groot voorhuis met terrassen om ruimte te maken voor zijn uitgebreide kinderschare. In 1860 verkocht De Wilde de buitenplaats aan Herman Albrecht Insinger, lid Provinciale Staten van Noord-Holland en later, lid Tweede Kamer der Staten-Generaal. lnsinger heeft het landgoed verder verbeterd.
Bovendien werd er een grote diversiteit aan bomen geplant, toen nog een hoofdbron van inkomsten van het landgoed.
2.2.
Huidige situatie Het landgoed Pijnenburg ligt in een gevarieerd bos- en overgangsgebied en heeft zeer veel recreatieve mogelijkheden. Het is een particulier landgoed van ruim 340 hectare, dat voor het overgrote deel in de gemeente Baarn ligt. Het bestaat uit voor het publiek opengestelde bossen en natuurterreinen: 't Hooge Erf (150 ha, voornamelijk bos), Brandenburg (138 ha, voornamelijk
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
3
bos, weilanden en diverse huizen), Beer z'n Veld (40 ha, deels bos en deels natuurterrein de Wiek') en Overbosch (12 ha voornamelijk bos en weilanden). Een klein gedeelte van het landgoed bestaat uit weilanden en waterpartijen. Afbeelding 2: Bestaande situatie.
Het landgoed is in z'n geheel gerangschikt onder de Natuurschoonwet 1928 en is opengesteld voor het publiek tussen zonsopgang en zonsondergang. De Natuurschoonwet waarborgt onder andere de instandhouding van de natuur en de openstelling impliceert dat er geen entreekosten worden gevraagd voor het betreden van het terrein. Het telt 31,7 km opengestelde wandelpaden, 9,2 km ruiterpaden, 3,3 km verharde fietspaden, mountainbikefaciliteiten en scootmobielpaden. Er zijn diverse parkeergelegenheden en 39 toegangen tot het landgoed. De aantrekkingskracht van de bossen van Pijnenburg ligt in het feit dat er bewust een grote diversiteit aan laanstructuren is gecreëerd. De bossen zijn oorspronkelijk als productiebos aangelegd, maar worden nu als natuur- en recreatiebossen beheerd. Het landgoed vervult in de huidige tijd daardoor een belangrijke maatschappelijke functie op het gebied van recreatie, natuurbehoud en Nederlandse cultuurgeschiedenis. Van het begin van zijn ontstaan in de zeventiende eeuw tot rond het midden van de twintigste eeuw had het landgoed de functie van een productiebos (hout). De laatste decennia echter, met name door de toegenomen behoefte aan natuurrecreatie, (De Lage Vuursche trekt 2,1 miljoen bezoekers per
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
4
jaar waarvan er 700.000 het landgoed bezoeken) heeft het zich geleidelijk aan ontwikkeld tot een populair natuurpark. Landgoed Pijnenburg maakt deel uit van de NatuurNetwerk Nederland en spant zich er voor in om, uitgaande van haar eigen beheerkaders, maximaal bij te dragen aan de versterking van deze structuur. Het beheer van het landgoed is erop gericht om een evenwicht te behouden in de opbouw van het FSC gecertificeerde bos en de landbouwarealen en andere natuurwaarden met speciale aandacht voor de karakteristieke flora en fauna van het landgoed. Hoge Erf Het Hoge Erf wordt door de provincie Utrecht aangemerkt als toeristisch overstapunt (TOP). TOP's zijn plekken waar de lokale of regionale bezoeker kan starten met een recreatieve activiteit in het gebied dat vanuit het TOP wordt ontsloten. Minimaal aanwezige voorzieningen zijn parkeerplaatsen en een informatiefunctie en bij voorkeur kleinschalige horeca (basisvoorzieningenniveau). Een TOP heeft geen grote publieksaantrekkende werking en kan primair gericht zijn op mensen die het landschap willen beleven en het gebied bezoeken. Een TOP maakt samen met de poorten deel uit van het recreatief hoofdnetwerk (RHN).
Op het Hoge Erf is midden in het bos aan de westzijde van de Hoge Vuurseweg, het Theehuis 't Hooge Erf aanwezig, waar recreanten voor of na hun wandeling of fietstocht in het gebied rond de Lage Vuursche nog even een hapje of een drankje kunnen nemen. Het Theehuis is gebouwd in 2003 met een bruto vloeroppervlakte van 120 m². Binnen het bruto vloeroppervlak zijn een toiletruimte, keuken met magazijn en uitserveerbalie aanwezig, zodat er slechts 72 m² overblijft aan ruimte voor de gasten. Na 20 jaar voldoet de keuken/magazijn niet meer aan de eisen van deze tijd qua oppervlakte en qua hygiëne eisen voor de horeca. Bij het Theehuis is ruime parkeergelegenheid beschikbaar. Deze wordt ook gebruikt voor het klimbos dat in de zomer van 2013 is geopend. Nog verder het bos in, ligt het evenemententerrein Cognacveld.
2.3.
Voorgestelde ontwikkeling
2.3.1. Bouwplan Het Theehuis vervult een belangrijke functie in de opvang van recreanten aan de rand van Lage Vuursche waardoor de drukte in het dorp in de weekenden meer gespreid kan worden. Voor een goede exploitatie dient de huidige capaciteit van het Theehuis voor het ontvangen van gasten minimaal gelijk te blijven ook om deze reden kan de modernisering van de keuken en het magazijn niet binnen de bestaande bebouwing kan plaatsvinden. Op basis van de huidige normen is hiervoor een uitbreiding van het bruto vloeroppervlak nodig van circa 100 m². Dit kan niet in het bestaande gebouw worden gerealiseerd, er blijft dan geen ruimte meer over voor het ontvangen van gasten en wordt niet meer voldaan aan de per 1 juli 2021 geldende eis dat de vloeroppervlakte van de ruimte waarin gasten worden ontvangen minimaal 35 m² moet zijn.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
5
Door de uitbreiding te realiseren kan het Theehuis zijn belangrijke functie die het vervult in de opvang van recreanten rond de Lage Vuursche te waarborgen. Afbeelding 3: Toekomstige situatie.
Daarom is een bouwplan ontwikkeld voor die uitbreiding. Die uitbreiding aan de noordwestzijde van het bestaande Theehuis krijgt een eenvoudige hoofdvorm van één bouwlaag met een kaplaag in het zadeldak. De materialisering zal aansluiten bij het bestaande Theehuis, een gepotdekselde gevel, rode kozijnen bruinrode keramische dakpannen. De uitbreiding zal gerealiseerd worden op een deel dat van oudsher verhard is en nu in gebruik is als buitenopslag. De nieuwbouw zal prefab worden aangeleverd en ter plaatse worden geassembleerd. Na de realisatie van de uitbreiding zal deze landschappelijk worden ingepast door de aanplant van een aantal bomen (inlandse eik, kers, walnoot, sleedoorn.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
6
Afbeelding 4: Afname bebouwd en verhard oppervlak.
2.3.2. Verkeer en parkeren In de toelichting van het vigerende bestemmingsplan is de verkeersaantrekkende werking voor een Theehuis onderbouwd. Voor het Theehuis geldt een parkeernorm van 6 parkeerplaatsen per 100 m² b.v.o. bedrijfsvloeroppervlakte. Als gevolg van de uitbreiding met 122 m² b.v.o. zijn 7,3 parkeerplaatsen nodig. Met een geschatte turnover van 5 (het aantal malen per dag dat de parkeerplaats bezet wordt door een auto), betekent dat dat er per dag circa 37 auto's naar het Theehuis gaan (5x7,3 = 36,5). Komend en gaand komt dat neer op 73 verkeersbewegingen. Bij een spitsuurintensiteit van 10% betekent dit één autobeweging per 8 minuten. Het omliggende wegennet kan deze verkeerstoename verwerken. Normatief gezien is een uitbreiding met 8 parkeerplaatsen noodzakelijk. Op de parkeerplaats 't Hoge Erf, langs de Hoge Vuurseweg en langs de Hilversumsestraatweg zijn in totaal circa 500 parkeerplaatsen voor personen auto's beschikbaar. De parkeerplaats wordt gebruikt door bezoekers van het Klimbos, het Theehuis 't Hooge Erf en door FeelgoodTentevent (exploitant evenemententerrein Cognacveld) Sinds de Coronaperiode wordt door de gebruikers in de weekenden 2x per dag het aantal geparkeerde auto's geteld. Uit die telling blijkt dat er gemiddeld parkeren circa 150 auto's per dag parkeren. Daarnaast zijn er 4 plaatsen voor laden elektrische auto's.
In de huidige situatie zijn er ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig en is het vergroten van de parkeercapaciteit niet noodzakelijk.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
7
3.
Beleid
3.1.
Rijksbeleid
3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.
Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
8
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek Een van de 21 nationale belangen is het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.
De kernkwaliteiten van stad en land dienen te worden gewaarborgd. De architectuur van de uitbreiding van het Theehuis wordt afgestemd op de bestaande bebouwing. Doordat het Theehuis ter plaatse van bestaande verharding wordt gebouwd en het landschappelijk wordt ingepast door de aanplant van gebiedseigen bomen, zullen de aanwezige landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten worden versterkt. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en overprogrammering wordt voorkomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Met ingang van 1 juli 2017 is een wijziging in werking getreden. Deze wijziging betekent dat de toelichting bij een bestemmingsplan (en ook bij een projectafwijkingsprocedure) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Uit jurisprudentie (ABRS 201306183/1/R3) blijkt dat bij de realisatie van bedrijfsbebouwing van 400 m² er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, aanhef en onder i, van het Bro. De hoeveelheid bebouwing is in dit geval veel kleiner. Dit betekent dat de ladder niet hoeft te worden toegepast.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
9
3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) omvat regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het gaat daarbij om alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen en het NatuurNetwerk Nederland. Het NatuurNetwerk Nederland dient op grond van het Barro te worden begrensd in de provinciale omgevingsverordening (zie paragraaf 3.2.2), waarbij de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden worden aangewezen. Onderhavige ontwikkeling heeft voor het overige geen betrekking op andere nationale belangen en het bestemmingsplan is daarmee niet in strijd met het Barro.
3.2.
Provinciaal beleid
3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Met vaststelling van de Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen Provinciale Staten de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. De uitwerking is in 7 thema's gevat: ▪ stad en land gezond; ▪ klimaatbestendig en waterrobuust; ▪ duurzame energie; ▪ vitale steden en dorpen; ▪ duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; ▪ levend landschap, erfgoed en cultuur; ▪ toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Foodvalley. Baarn behoort tot de regio Amersfoort. In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. De Omgevingsvisie richt zich in het algemeen op ontwikkelingen van een groter schaalniveau dan de uitbreiding van een bestaande horecavoorziening.
De provincie kiest er in algemene zin voor om de ruimtevraag voor wonen en werken op een duurzame wijze te accommoderen via binnenstedelijke en binnen dorpse ontwikkeling, met aandacht voor bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit. De prachtige natuur- en recreatiegebieden, historische polderlandschappen, centrale ligging en mooie kunst en cultuur zorgen ervoor dat veel mensen graag in de provincie willen wonen en
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
10
recreëren. In een gezonde en veilige samenleving bevordert de fysieke leefomgeving de gezondheid en veiligheid van de inwoners. Ook stimuleert de fysieke leefomgeving een plezierige samenleving waar iedereen volwaardig aan kan deelnemen. Het provinciebestuur streeft ernaar met het beleid voor milieu en gezondheid en voor recreatie en toerisme hieraan bij te dragen. Binnen de recreatiestructuur spelen andere voorzieningen die van belang zijn voor de inwoner en bezoeker ook een grote rol, zoals gevarieerde culturele voorzieningen, horeca, natuurgebieden en historisch erfgoed. Een goed functionerend Theehuis levert een bijdrage aan de recreatiestructuur. De planontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. 3.2.2. Interim Omgevingsverordening Omdat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, is het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden. Dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. Om toch eerder uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie, is op 1 april 2021 de Interim Omgevingsverordening in werking getreden. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau.
Hierbij kan worden gedacht aan het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en bebouwingsmogelijkheden in het stedelijk en het landelijk gebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van de NNN. Op grond van artikel 6.2 van de Interim Omgevingsverordening bevat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het NNN bevat bestemmingen en regels die strekken tot bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit, de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van het NNN. Daarom mag op grond van artikel 6.3 een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het NNN Nederland geen nieuwe bestemmingen en regels bevatten, die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Hierop is een aantal uitzonderingen volgens het "Nee, tenzij"principe. In artikel 6.3, lid 1, onder c is echter bepaald dat een beperkte toevoeging die noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande bestemming is toegestaan. Daarbij moet gemotiveerd worden waarom uitbreiding noodzakelijk is voor de instandhouding. Zoals in paragraaf 2.2 is uitgelegd, voldoet de keuken/magazijn na 20 jaar niet meer aan de eisen van deze tijd qua oppervlakte en qua hygiëne-eisen voor de horeca.
Alhoewel compensatie op grond van dit artikellid niet is vereist, zorgen de plannen ervoor dat de aanwezige landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten worden versterkt, doordat het Theehuis ter plaatse van bestaande verharding wordt gebouwd en het landschappelijk wordt ingepast door de aanplant van gebiedseigen bomen. Uit de Interim Omgevingsverordening vloeien verder geen specifieke aandachtspunten voor het bouwplan voort. De Interim Omgevingsverordening heeft daarom geen gevolgen voor de voorliggende ruimtelijke onderbouwing.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
11
3.3.
Gemeentelijk beleid
3.3.1. Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 Op 10 juli 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 vastgesteld. Met deze nieuwe visie is de gemeente beter in staat om plannen te toetsen en sturing te geven aan ontwikkelingen. Centraal staat hierbij de vraag: hoe de Baarnse identiteit en kwaliteit behouden en versterken? De kernkwaliteiten van de gemeente zijn onder andere het afwisselende landschap, de extensieve recreatie, de overal aanwezige cultuurhistorie, de bereikbaarheid en het hoogwaardig wonen. Afbeelding 5: Plankaart Structuurvisie.
In de toekomstvisie zijn zes thema's nader uitgewerkt: ▪ hoogwaardig wonen; ▪ levendig centrum met hoog voorzieningenniveau; ▪ groene en blauwe vertoefplekken; ▪ bestendige bedrijvigheid; ▪ sociale samenhang; ▪ bestuurlijke zelfstandigheid. Baarn wil zich meer nog dan nu al met haar landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten op de recreatieve kaart zetten. Een fijnmazig raamwerk van fiets- en wandelroutes verknoopt de kernen met de omgeving en strategisch geplaatste vertoefplekken maken het landschap en de cultuurhistorie tastbaar en beleefbaar. Landgoederen en buitenplaatsen vormen daarin de voor de hand liggende recreatieve en cultuurhistorische ankerpunten. wat betreft het thema 'groene en blauwe vertoefplekken' geldt dat het streven is om de bestaande groenstructuur te behouden en waar nodig te versterken. In de visie is aangegeven dat de recreatieve mogelijkheden dienen te worden gestimuleerd en waar mogelijk verder te worden ontwikkeld. Uitgangspunt is om de bezoeker een aantrekkelijk recreatief aanbod aan te bieden, waarbij de nadruk ligt op dagrecreatie. Lage Vuursche is hierbij een belangrijke toeristisch-recreatieve trekker die ook in de toe-
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
12
komst behouden dient te blijven. Specifiek voor Lage Vuursche is de volgende passage opgenomen: "Lage Vuursche staat model voor een in bezoekersaantallen gemeten uiterst succesvol recreatiegebied, waarvan echter ook de keerzijden zichtbaar zijn in de vorm van grote drukte, parkeeroverlast op piekmomenten en verstoring van natuur. Verder is het de vraag of met het huidige horeca- en recreatieaanbod Lage Vuursche ook klaar is voor de toekomstige recreant. Ook zou het goed zijn als recreanten worden gestimuleerd naar het centrum van Baarn en naar de andere parels van Baarn te komen." Een goed functionerend Theehuis draagt eraan bij om het buitengebied rondom Lage Vuursche voor recreanten aantrekkelijk te maken. Op de plankaart van de structuurvisie is het plangebied Hoge Vuurseweg 11 aangewezen als 'bos' en 'Ecologische hoofdstructuur' (EHS, tegenwoordig: NatuurNetwerk Nederland). Het bos draagt in hoge mate bij aan het landelijke, groene karakter van de gemeente. De Utrechtse Heuvelrug, waarop het bos ligt, beslaat een groot deel van het grondgebied van de gemeente Baarn. Ten aanzien van de EHS wordt in de structuurvisie aangegeven dat de aanleg van nieuwe natuur in de gemeente, al eerder - op provinciaal niveau - ruimtelijk mogelijk is gemaakt en dat hieromtrent in het kader van de structuurvisie geen toetsing hoeft plaats te vinden.
Een goed functionerend Theehuis draagt eraan bij om het buitengebied rondom Lage Vuursche voor recreanten aantrekkelijk te maken. Gelet op het feit dat de gronden al een horecabestemming hebben vormt alsmede de beperkte omvang van de uitbreiding, zijn er vanuit de structuurvisie geen belemmeringen voor die uitbreiding. 3.3.2. Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn is op 26 februari 2014 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De nota verwoordt ambities en biedt inspiratie voor ontwikkelende partijen, particulieren die (bouw)plannen hebben en voor de gemeente zelf. Deze nota vervangt de Welstandsnota uit 2004 maar heeft een bredere opzet. Het gaat daarbij niet alleen om de beoordeling van gebouwen maar om het totale beeld en de samenhang binnen een (openbaar) gebied. De "Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn" kan worden onderscheiden in 3 delen, dit zijn: 1. Inleiding; 2. Inspiratie en 3. Toetsingskader. Het zwaartepunt van de nota is gelegd bij deel 2, Inspiratie. In de "Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn" is de gemeente verdeeld in 6 kerngebieden met totaal 27 deelgebieden. Het onderhavige plangebied ligt in het Landelijke Gebied West in het deelgebied De Vuursche, Roosterbos en Baarnse Bos (E1). De beeldbepalende ambitie voor dit deelgebied is 'conserverend'.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
13
In de analyse van de ruimtelijke kenmerken wordt geconstateerd dat het westelijk buitengebied een groen, bosrijk gebied is met beperkte woon- en recreatiefuncties. Die recreatieve functies zijn verspreid over het gebied. Voor gebouwen geldt dat zeer terughoudend met nieuwe bebouwing dient worden omgegaan: alleen toelaatbaar als dat in het belang is van het gebied, zoals voor continuering van de bedrijfsvoering, goed beheer en bescherming. Nieuwe bouwwerken dienen in de omgeving en in de bestaande opstelling van gebouwen op het perceel te worden ingepast. Bij plaatsing van nieuwe gebouwen dient goed op de richting en geleding van het landschap te worden gelet, omdat gebouwen zijn hier verrijkingen van groen en landschap zijn. De overgang van privé naar openbaar dient een landschappelijke vormgeving te krijgen, waarbij uitgegaan wordt van behoud van de sferen van bos met buitenplaatsen en van ruimtelijk bij elkaar horende elementen zoals buitenplaatsen en padenstelsels. Het bos dient als een uniek en vorstelijk bezit te worden gekoesterd net als de parels: de landgoederen en het paleis. Dit leidt tot de volgende toetsingscriteria: ▪ de bestaande en beoogde omgeving zijn het referentiepunt voor alle bouwwerken.
Een bouwkundige toevoeging of verandering moet passen in de stedenbouwkundige structuur en aansluiten bij de typologie van gebouwen, de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan; ▪ aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume; ▪ gevelindelingen zijn evenwichtig en samenhangend; ▪ in de nabijheid van een weg is de woning georiënteerd op de weg; ▪ aan- en uitbouwen zijn in de massa ondergeschikt aan het hoofdgebouw en worden terughoudend vormgegeven; ▪ er worden eenduidige zadeldaken toegepast; ▪ gevels met evenwichtige, hiërarchische opbouw; ▪ hoofdmaterialen zijn afgestemd op de hoofdmassa en/of natuurlijke materialen zoals baksteen, hout, pannen of riet; ▪ hoofdkleuren afgestemd in gedempte (aard)kleuren, donkere tinten, (crème)wit of grijs; ▪ kleur- en materiaalgebruik van aan en uitbouwen en van bijgebouwen zijn afgestemd op het hoofdgebouw. In paragraaf 2.3.1 is aangegeven dat voor wat betreft materialisering en kleurgebruik wordt aangesloten bij de het bestaande Theehuis, waardoor wordt voldaan bovengenoemde criteria en met de omliggende architectuur. 3.3.3. Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Landgoed Pijnenburg Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Landgoed Pijnenburg" dat op 23 september 2020 door de gemeenteraad van Baarn is vastgesteld.
Het plangebied heeft daarin de bestemming "Horeca" met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - besloten bijeenkomsten en partijen'. Door middel van een bouwvlak is de locatie van
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
14
de huidige bebouwing aangegeven. De nieuwe planontwikkeling gaat uit van een uitbreiding buiten dat bouwvlak. De planontwikkeling past derhalve niet in het vigerende bestemmingsplan. Afbeelding 6: Fragment verbeelding.
Het plangebied heeft de archeologische dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Op grond van die dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 centimeter. Daarnaast hebben de gronden de dubbelbestemming "Waarde - Landgoed buitenplaats". De gronden zijn daardoor ook bestemd voor het behoud, het herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden, extensief recreatief medegebruik en voor wegen en paden. 3.3.4. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad van Baarn het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 vastgesteld. Op 23 november 2022 heeft de gemeenteraad besloten dit water- en rioleringsplan met een periode van twee jaar te verlengen. Het plan heeft betrekking op alle gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met de leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. Daarnaast houdt het plan rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
15
Doelstelling is het maken van een duurzaam en robuust watersysteem en rioleringsstelsel, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de kansen worden benut en effectgericht word gewerkt. Voor nieuwbouw is de inzet om de ideale situatie steeds meer te benaderen op basis van de stand van de techniek. Dit vraagt om een vroegtijdige verbinding tussen disciplines als ruimtelijke ordening en stedelijk waterbeheer. De initiatiefnemer zal over de definitieve uitvoering in overleg treden met gemeente. De gebouwen krijgen alleen boven de toegangsdeuren dakgoten. Deze lozen via een HWA aangesloten op een grindkoffer op het omliggende terrein. Het rioolsysteem wordt als zodanig niet extra belast. Nieuwe ontwikkelingen worden 'waterneutraal' ontworpen (geen extra afvoer van hemelwater). Het afvalwater wordt als bron van grondstoffen en energie gezien. Waar kansen zich voordoen, maken we het afvalwater onderdeel van de circulaire economie. Het grond- en oppervlaktewaterbeleid richt zich op waterbestendig bouwen, zodat de natuurlijke waterhuishouding behouden blijft. Door de klimaatverandering zal hevige neerslag vaker voorkomen en nog heviger worden. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe.
Bewoners en bedrijven zullen vaker hinder ondervinden, maar de gemeente wil de kans op overlast beperken en waterschade zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente zet het beleid voort om vuil water en schoon hemelwater te scheiden. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Dit afkoppelen is duurzaam en nodig om de gemeente klimaatbestendig te maken. Het hemelwater zal op het perceel worden opgevangen en geïnfiltreerd. Ter plaatse van de parkeervoorziening zal zoveel mogelijk worden gewerkt met een waterdoorlatende verharding.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
16
4.
Onderzoek
4.1.
Bodem In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In artikel 2.1.5 leden 1 en 2 van de Bouwverordening is het voorschrift gegeven dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning een bodemonderzoeksrapport overlegd moet worden, dat bestaat uit de resultaten van een recent verkennend onderzoek volgens NEN 5740. Derhalve is een verkennend bodemonderzoek1 uitgevoerd. In dit onderzoek is de onderzoekshypothese 'onverdacht' op grond van de analyseresultaten van de grondmonsters bevestigd. Conclusie De milieukundige bodemgesteldheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bouwplan.
4.2.
Geluid In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is bij de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Industrielawaai is in dit geval niet aan de orde omdat het plangebied niet in de zonering van een industrieterrein ligt. Een horecavoorziening is geen geluidsgevoelige bestemming. Akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Uit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.3.
Externe veiligheid Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen. Een daarvan is het Basisnet. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen.
1
Grondvitaal BV, Verkennend bodemonderzoek Hoge Vuurseweg 11, 2330049 Versie 01, Definitief, Putten, 6 juni 2023
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
17
Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. ▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. ▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Om te bepalen of het aspect externe veiligheid belemmeringen oplevert voor de realisatie van het plangebied is de risicokaart geraadpleegd.
Hieruit blijkt dat zich in de nabijheid van het plangebied geen inrichtingen, transportassen of buisleidingen bevinden die van invloed zijn op de externe veiligheid in het plangebied. Afbeelding 7: Fragment risicokaart.
Conclusie Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er derhalve geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
18
4.4.
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die "niet in betekenende mate bijdragen" aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het "Besluit niet in betekenende mate" (NIBM) omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Horeca wordt niet genoemd in het Besluit NIBM. De emissie van NO2 wordt voor 95% veroorzaakt door energieverbruik, met name in het verkeer en door de industrie (verbranding). De landbouw levert slechts een bijdrage van circa 4% van de totale emissie. Uit paragraaf 2.3.2 blijkt dat de verkeersaantrekkende werking als gevolg de uitbreiding van het Theehuis met 73 motorvoertuigbewegingen per etmaal toeneemt. Op basis daarvan is met de NIBM-tool van april 2022 (bron: www.infomil.nl) een berekening gemaakt. Uit die berekening blijkt dat de extra bijdrage van het verkeer 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving.
Op grond van deze redenering kan worden geconcludeerd dat uit het oogpunt van het 'Wet luchtkwaliteit' er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Afbeelding 8: Berekening NIBM-tool.
Voor wat betreft de luchtkwaliteit wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat als de grenswaarden (jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10)) niet worden overschreden. In de directe nabijheid van de locatie zijn geen activiteiten zoals veehou-
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
19
derijen, industrieën of/en verkeer die een extra toename NO 2 of PM10 produceren, waardoor de achtergrondconcentratie bepalend is. De achtergrondconcentratie is de totale concentratie van alle bronnen per vak van 1 kilometer bij 1 kilometer. De achtergrondconcentratie wordt jaarlijks bepaald door de emissies van veehouderijen, industrieën en verkeer bij elkaar op te tellen. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2021, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (10,5 microgram per m³) en fijn stof (15,3 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (8,4 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Conclusie Op basis van artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer (Wm) kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de planontwikkeling.
4.5.
Waterparagraaf Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Het plangebied ligt in het beheer gebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Naast het waterschap is ook de gemeente Baarn formele waterbeheerder. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen.
Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. De gemeente Baarn hanteert daarbij een voorkeursvolgorde ten aanzien van de manier van verwerken van hemelwater van nieuw verhard oppervlak (particulier en openbaar). Deze volgorde is: ▪ opvangen en hergebruiken;
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
20
▪ infiltreren ('afvoeren naar de bodem'); ▪ (zo veel mogelijk vertraagd) afvoeren naar oppervlaktewater (al dan niet via hemelwaterriool); ▪ afvoeren naar gemengd riool. Daarbij wordt gewerkt van 'klein naar groot'. Voor particulieren geldt dus de voorkeursvolgorde: ▪ op eigen perceel; ▪ op openbaar terrein binnen plangebied; ▪ op openbaar terrein buiten plangebied Voor openbaar gebied geldt de voorkeursvolgorde: ▪ binnen plangebied; ▪ buiten plangebied. Het regenwater zal worden geïnfiltreerd op het eigen perceel. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. De minimale ontwatering (afstand grondwater – onderkant vloer) bij nieuwbouw is 90 cm ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. De bouwplannen zullen grondwaterneutraal worden gerealiseerd. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.
Door niet uitlogende materialen toe te passen voor dakgoten, afvoerpijpen en dergelijke wordt voorkomen dat het te infiltreren hemelwater de bodem en het grondwater verontreinigt. Het waterschap vraagt de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het waterschap toe te passen. Het hemelwater van de bebouwing zal worden opgevangen in infiltratiekratten. Voor de parkeerplaatsen wordt zoveel mogelijk van waterdoorlatende verharding gebruik gemaakt. Het water dat op straat valt zal naar straatkolken worden geleid. In het plangebied zal hiervoor den gescheiden stelsel worden aangelegd tot aan de perceelsgrens. De riolering wordt daar aangesloten op het bestaande gemengde stelsel. Indien dit gemengde stelsel te zijner tijd wordt vervangen, kan zodoende de droogweerafvoer en hemelwaterafvoer van het plangebied op dit gescheiden stelsel worden aangesloten.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
21
Proces In het kader van de planontwikkeling is op 2 oktober 2023 de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) ingevuld. Omdat in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen) liggen, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging, betekent dit dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan is door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.
4.6.
Flora en fauna Per 1 januari 2017 is de huidige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Daarom is een quickscan2 uitgevoerd om te bepalen of er vanuit de natuurwetgeving belemmeringen zijn voor de uitvoering van het plan. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt ruim 6,5 kilometer ten oosten, 9,6 kilometer ten zuidwesten van respectievelijk de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden "Oostelijke Vechtplassen" en "Eemmeer & Gooimeer Zuidoever" en "Arkemheen".
Gezien de aard van het plan en de ligging ten opzichte van deze Natura 2000-gebieden zijn met zekerheid geen effecten van het plan te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen en habitattypen. Het plangebied ligt in het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Gezien het feit dat de uitbouw gerealiseerd wordt binnen de huidige afscheiding en verder enkel een laurierkershaag verwijderd wordt, worden aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden niet verwacht In paragraaf 3.2.2 is op dat aspect ingegaan. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen in daarvoor gevoelige Natura2000-gebieden. Uit een stikstofberekening3 gemaakt met de Aeriuscalculator blijkt dat zowel in de bouw- als in de gebruiksfase de norm van 0,00 mol/ha/jaar niet wordt overschreden. Significant negatieve effecten op de stikstofgevoelige habi-
2
3
Buiting Advies BV, Quickscan flora en fauna Theehuis 't Hoge Erf, Lage Vuursche, 2023-211, Spankeren, 12 oktober 2023 SoundForceOne B.V., Onderzoek stikstofdepositie Uitbreiding theehuis 't Hooge erf Hooge Vuurseweg, Lage Vuursche, Baar2023127 v1.0, Deventer, 20 november 2023
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
22
tats als gevolg van dit plan zijn daarmee uitgesloten. Voor dit project geldt geen vergunningsplicht voor het onderdeel stikstof vanwege de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Uit de quickscan blijkt in het plangebied uitsluitend algemene broedvogels kunnen voorkomen. De aanwezige in gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd, vernield of verstoord. Het is aan te raden werkzaamheden die daartoe kunnen leiden, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (15 maart-15 juli) uit te voeren. Negatieve effecten door de werkzaamheden voor overige soorten worden niet verwacht. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Conclusie Uit het oogpunt van de Wet natuurbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.7.
Archeologie en cultuurhistorie
4.7.1. Archeologie Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: "de veroorzaker be-
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
23
taalt". Om dit te kunnen onderbouwen dient de gemeente er voor te zorgen dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied bekend zijn. Afbeelding 9: Fragment archeologische beleidsadvieskaart.
Op de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Baarn heeft het plangebied de aanduiding 'AWV5 –hoge verwachting'. Voor gebieden met deze aanduiding is archeologisch (voor)onderzoek verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 100 m² én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv. Het bouwplan heeft een oppervlak van 122 m². Derhalve is een archeologische quickscan4 uitgevoerd. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Baarn ligt het plangebied op een Stuwwalplateau. Stuwwalplateaus kennen volgens deze kaart een middelhoge verwachting voor de Steentijd en een hoge archeologische verwachting voor de nederzettingen uit de Late Prehistorie. Archeologische waarden binnen het plangebied worden direct onder het maaiveld verwacht. Uit de AHN analyse blijkt echter dat het plangebied niet zozeer op een plateau (20,8 m +NAP) ligt, maar op de veel lager gelegen vlakte (16,2 m +NAP) naast het plateau. Dat wil zeggen ruim 4,5 meter lager. Er zal geen esdek aanwezig zijn binnen het plangebied. Door erosie en zandverstuivingen kunnen ter plaatse van het plangebied ook archeologische resten zijn verdwenen. Tussen de Bronstijd – Nieuwe Tijd kunnen door ontbossing als gevolg van menselijk handelen zandverstuivingen zijn ontstaan.
Het plangebied is de afgelopen eeuwen een productie bos geweest, waardoor ook regelmatig boskap en herbebossing zal hebben plaats gevonden. Verder is op de AHN zichtbaar dat het terrein reeds in een eerder stadium uitgevlakt is om het geschikt te maken voor de horecafunctie. Tot slot zal de geplande nieuwbouw voor een groot deel op al ont-
4
Buro de Brug, Archeologische Quickscan, Hoge Vuurse 11, Lage Vuurse, Gemeente Baarn, B23-572, Spijkerboor, 13 november 2023
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
24
wikkelde grond worden geplaatst. Gelet op de relatief beperkte overschrijding van de minimumoppervlakte van 100 m² wordt geadviseerd om de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2", gezien de geringe trefkans van archeologische waarden op dit perceel niet te handhaven. Indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht conform Artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 4.7.2. Cultuurhistorie In het plangebied wordt geen uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle bebouwing gesloopt. Ook voor het overige heeft het plangebied geen cultuurhistorische waarden die een belemmering vormen voor de planontwikkeling.
4.8.
Bedrijven en milieuzonering Algemeen In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygienische aspecten van die bedrijven. In het bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: ▪ het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; ▪ het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: 'zware' bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan 'lichte' bedrijven. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd.
In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit bestemmingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering: ▪ richtafstandenlijst In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Uitbreiding Theehuis 't Hooge Erf
25
uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. ▪ omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het Theehuis ligt niet binnen de richtafstand van gevoelige bestemmingen. Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.9.
Vormvrije mer-beoordeling Het is niet nodig om voor alle nieuwe activiteiten een mer-procedure te volgen. De verplichting voor een mer-procedure ontstaat als de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage C van het Besluit mer, de activiteit daarbij in omvang minimaal gelijk is aan de daarbij vermelde drempelwaarden en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in één van de in het Besluit mer aangewezen wettelijke plannen of besluiten. Daarnaast kan een activiteit mer-beoordelingsplichtig zijn op basis van het Besluit mer. Dit is het geval wanneer de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage D van het Besluit mer, de activiteit minimaal gelijk is aan de vermelde drempelwaarden en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in de aangewezen plannen of besluiten. Voor plannen geldt overigens al een directe planmer-plicht wanneer het plan een kader vormt voor activiteiten uit bijlage D van besluit mer die de (indicatieve) drempelwaarden overschrijden. Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D, bestaat sinds de wijziging van het Besluit mer van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije mer-beoordeling. Het project omvat de uitbreiding van een bestaand theehuis. Daarmee is het project significant kleiner dan 100 hectare genoemd in de Dlijst van het Besluit mer.
Bovendien zijn in de directe omgeving van het plangebied geen andere projecten bekend die gelijktijdig in ontwikkeling worden genomen. Versterking van eventuele effecten worden derhalve niet verwacht.