1373646 Bestemmingsplan Verleggen gastransportleiding W-500-01 bijlage 1 BP Verleggen gastransportleiding W-500-01 toelichting
Tekst van het document
Grondwater
Het leidingmateriaal is, mede vanwege veiligheidsredenen, zodanig afgesloten dat lekkage van het aardgas en infiltratie van grondwater in de leiding onmogelijk is. Invloed op de grondwaterkwaliteit is daarom afwezig. Zoals beschreven wordt de aanpassing aan het gastransportnetwerk uitgevoerd door middel van open ontgraving. De te graven sleuf dient ten tijde van aanleg volledig droog te zijn. Naar verwachting zal bouwputbemaling benodigd zijn om deze droogte te kunnen realiseren. Het te onttrekken water zal geloosd worden op nabij gelegen oppervlakte water. Naar verwachting zal de invloed op de omgeving nihil zijn. Over het aspect water zal voorafgaande aan de uitvoering nader overleg worden gevoerd met Waterschap Vallei en Veluwe, en zal worden voldaan aan de gestelde (vergunnings- of meldings)voorwaarden. 4.7.3
Watertoets
Bij nieuwe bestemmingsplannen en afwijkingen daarvan dient het betreffende waterschap gehoord te worden in het kader van vooroverleg, alsmede het verrichten van een watertoets. In voorliggend geval betreft het een ontwikkeling voor de aanleg van een ondergrondse gastransportleiding. Er wordt geen bebouwing gerealiseerd en van een permanente toename van verharding is geen sprake. Na de werkzaamheden wordt alles overeenkomstig weer ingericht conform de huidige situatie. Van blijvende invloeden van de ontwikkeling op de waterhuishouding is dan ook geen sprake Door de realisatie van de leiding wordt geen negatief hydrologisch of waterhuishoudkundig effect in de eindsituatie verwacht, omdat: • De leiding wordt ondergronds aangelegd en heeft een beperkte diameter. Door de geringe diameter heeft de leiding geen invloed op de grondwaterstroming; • Door de opdrachtgever is aangegeven dat de leiding onder de watergangen wordt doorgelegd. De leiding levert dus geen belemmering op voor de doorstroming van het oppervlaktewater, wel dient rekening te worden gehouden met de eisen van het Hoogheemraadschap; • Door de ondergrondse ligging is geen toename van het verhard oppervlak;
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
31
Het uitvoeren van een watertoets wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
4.8
Externe veiligheid
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) sinds de inwerkingtreding van de Wet basisnet (1 april 2015). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.
Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten (gebouwen waarin veel mensen zich kunnen bevinden of waar nietzelfredzame mensen aanwezig zijn) aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijv. kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels, bedrijfsgebouwen en overige gebouwen voor zover er doorgaans geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn) geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
32
Figuur 17 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografie met oriëntatiewaarde voor transport Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals in onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 18 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico De mogelijkheden voor zelfredzaamheid en mogelijkheden voor hulpverlening zijn identiek aan de bestaande situatie. In onderstaand beeld is een inventarisatie van alle risicobronnen en kwetsbare objecten in de direct omgeving weergegeven. Andere risicobronnen dan de buisleidingen Gasunie zijn de transporten over Rijksweg A27. Het verleggen van de gasleiding is niet van (negatieve) invloed op
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
33
deze bron. Gasunie draagt 2-maandelijks zorg voor het aanleveren van nieuwe en actuele informatie ten behoeve van de risicokaart, te nieuw aan te leggen leiding is nog niet verwerkt.
Figuur 19 Uitsnede risicokaart. 4.8.1
Besluit externe veiligheid Buisleidingen
In de huidige wetgeving op het gebied van externe veiligheid (Bevb) worden de veiligheidsrisico’s uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het Bevb regelt onder meer welke veiligheidsafstanden in acht genomen moeten worden voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. In het Bevb wordt een grenswaarde voor het PR gegeven, terwijl het Groepsrisico een oriënterende waarde kent. 4.8.2
Kwantitatieve risicoanalyse
Om te beoordelen of de nieuwe te leggen leiding voldoet aan het Bevb is een Kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd (QRA). De bijgevoegde QRA is opgesteld aan de hand van de bevolkingsdata van de BAG populatieservice (demis), d.d. 26 juli 2023. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in het rapport ‘QRA leiding W-514-01 welke als bijlage is toegevoegd9. De conclusies uit het rapport wordt in onderstaande kort beschreven. Plaatsgebonden risico
26 juli 2023, Arcadis, QRA leiding W-500-01, De verlegging van de leiding in de gemeente Laren Gasunie Transport Services B.V., D10061902:7 9
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
34
Het plaatsgebonden risico van de leiding voldoet in het plangebied aan het Bevb en Revb. De gestelde voorwaarde, dat het PR van deze leiding op een afstand van vier meter gemeten uit het hart van de leiding niet hoger is dan 10-6 per jaar. Het niveau van 10-6 wordt niet bereikt waardoor dan tevens voldaan wordt aan de voorwaarde dat er zich geen kwetsbare objecten binnen deze contour bevinden. Groeprisico Het groepsrisico van de kilometer leiding voor het leidinggedeelte waarbinnen zich de voorgenomen leidingverlegging zich afspeelt, is vergeleken met de oriëntatiewaarde voor buisleidingen. Gebleken is dat het Groepsrisico kleiner is dan de in het Bevb gestelde richtwaarde en daarmee voldoet aan de vigerende wetgeving. Verder is de verlegging van de leiding niet van invloed op de zelfredzaamheid, de mogelijkheden tot hulpverlening en is het tijdsaspect niet anders. Zowel het Groepsrisico als het Plaatsgebonden Risico voldoen aan de normen van het Bevb. Het nieuwe tracé heeft dus geen (nadelige) gevolgen voor PR en GR.
4.10 Kabels en Leidingen In de directe omgeving van de aan te leggen gastransportleiding zijn geen andere planologisch relevante transportleidingen gelegen. Uiteraard moet bij de aanleg van de gastransportleiding rekening gehouden worden met eventueel aanwezige andere ondergrondse infrastructuur. In ieder geval zal een Klic-melding worden gedaan om de mogelijke aanwezigheid van andere kabels en leidingen te inventariseren en eventuele maatregelen te treffen in overleg met de leidingbeheerder(s).
4.9
Luchtkwaliteit
Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) bevat luchtkwaliteitseisen voor luchtkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling zal vallen onder de categorie die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit door de zeer beperkte wijziging van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie (alleen ten tijde van aanleg). Een project valt in de bovengenoemde categorie wanneer de bijdrage van de activiteit onder 3% blijft van de jaargemiddelde grenswaarde van de concentraties fijn stof en stikstofoxide10. Er kan met zekerheid gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling onder deze grenswaarde blijft. Een gasleiding is geen gevoelige bestemming. Daarom hoeft de luchtkwaliteit in het kader van een goed woon- en leefklimaat niet te worden beoordeeld.
4.10 Geluid, geur, lichthinder en windhinder Het betreft een ondergrondse leiding waarbij de milieuaspecten geluid, geur, lichthinder, en windhinder niet van toepassing zijn.
Dit is vergelijkbaar met het aantal verkeersbewegingen bij een kantoorlocatie van 100.000m2 bvo of een woningbouwlocatie van 1.500 woningen. 10
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
35
4.11 Conclusie De hierboven beschreven paragrafen hebben een nadere analyse van het plangebied weergegeven waarin de beknopte conclusies uit enkele relevante onderzoeksrapporten zijn weergegeven. Zoals omschreven zullen bepaalde aspecten bij uitvoering nadere aandacht moeten krijgen om de invloed op de omgeving te beperken. Deze aandacht zal door de opdrachtgever in acht worden genomen, waardoor de werkzaamheden op een verantwoorde wijze zullen worden verricht. De gebiedsaspecten geven dan ook geen aanleiding om de bestemmingsplanprocedure geen verder vervolg te geven.
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
36
5 Juridische planbeschrijving 5.1
Planmethodiek
De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak behoeft te worden aangepast. In het huidige plan is ervoor gekozen om de gastransportleiding waarvan het tracé reeds bekend is, exact te bestemmen door middel van een belemmeringenstrook van 2 maal 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de toekomstige leiding. Hiervoor is de standaardtekst van Gasunie t.a.v. het artikel dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ opgenomen.
5.2 Functie van het bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Verlegging gastransportleiding W-500-01’ regelt de bestemmingen en het gebruik van de gronden voor het betreffende gebied. Gekozen is voor een bestemmingsplan waarin de vigerende bestemmingen uit onderliggende bestemmingen worden overgenomen. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (kaart), regels en een toelichting. De verbeelding en de daarop aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven, met bijbehorende verklaringen. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. Ook de verbeelding is opgebouwd volgens de richtlijn SVBP 2012. Ook is er een toelichting opgesteld. Dat betreft onderhavig document. De plantoelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. Een bestemmingsplan wordt met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm vastgesteld. Een volledige papieren versie van het bestemmingsplan wordt gelijktijdig vastgesteld.
Indien er tussen beide planvormen verschillen in uitleg bestaan dan is de inhoud van het via elektronische weg vastgelegde plan beslissend.
5.2
Bestemmingsregeling
Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en één of meerdere verbeeldingen. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemming(en) en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemming(en) en onderbouwen waarom de ontwikkeling past binnen een goede ruimtelijke ordening. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven.
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
37
In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen. 5.2.1
Toelichting op de verbeelding
De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad met een bijbehorende legenda. Op de verbeelding hebben alle binnen het plangebied gelegen gronden de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ gekregen, aangevuld met de hartlijn. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de bestemming overeenstemt met het bestaande gebruik van de betreffende gronden. De enkelbestemmingen uit de vigerende bestemmingsplannen zijn zo veel als mogelijk, en waar relevant voor het gedeelte binnen het plangebied, overgenomen in dit bestemmingsplan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt binnen de enkelbestemmingen ander dan het aanleggen van een gastransportleiding. Ook zijn bestaande dubbelbestemmingen en figuren overgenomen uit vigerende plannen. De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen). 5.2.2
Toelichting op de regels
De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. In dit specifieke geval geen bebouwing maar een gastransportleiding. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de regels vanuit de vigerende bestemmingsplannen. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2008. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2008, te raadplegen via de website van het Ministerie van IenM, onderdeel standaarden. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is aangesloten bij de SVBP2008, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Enkele begrippen zijn overgenomen uit de Woningwet/Bouwverordening en SVBP2008/2012.
wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels bestemmingen; verkeer -
dubbelbestemming(en); ‘Leiding-Gas’ en ‘Waarde-Archeologie 1’.
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
38
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de (dubbel)bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan: •
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.);
• •
Afwijken van de bouwregels: afwijkingsmogelijkheden ten opzichte van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels: opsommingen van afwijkingen die in strijd zijn met de
•
bestemmingsomschrijving. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werkzaamheden en werken, geen bouwwerken zijnde: opsomming van werkzaamheden en werken waarvoor al dan niet een omgevingsvergunning voor benodigd is.
Hoofdstuk 3 Algemene regels anti-dubbeltelregel Deze regel strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Een bekend voorbeeld van een dergelijke regeling is de zogenaamde rustende boer regeling. Aangesloten is bij de standaard antidubbeltelregel die in het Bro is opgenomen. algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen hoe om te gaan met afwijkende maatvoering bij bestaande bouwwerken en bij onderkeldering van gebouwen. algemene gebruiksregels In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. algemene wijzigingsregels In het plangebied is een deelgebied aangewezen waarvoor burgemeester en wethouders een wijzigingsplan kunnen opstellen en die op de verbeelding is aangeduid als 'wro-zone wijzigingsgebied': -
algemene afwijkingsregels
Het artikel heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Via een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning kunnen onder meer geringe afwijkingen in de maatvoering voor bouwwerken worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. -
slotregel
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
39
In de regels van het bestemmingsplan wordt in de Slotregel aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
40
6 Uitvoerbaarheid en handhaving 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omdat de opdrachtgever grote waarde hecht aan overleg met grondeigenaren, direct belanghebbenden en bevoegde gezagen zijn reeds diverse contacten gelegd met beide gemeenten als grondeigenaren. Het voorliggende tracé is dan ook in overleg met eigenaren of rechthebbenden tot stand gekomen en wordt gewerkt aan overeenstemming hierover. Middels vergunningen en rechten van opstal zullen nadere afspraken worden gemaakt tussen initiatiefnemer en het bevoegde gezag, de grondeigenaren en –gebruikers. Overige stakeholders in de directe omgeving zullen worden geïnformeerd tijdens de ter inzage legging van het bestemmingsplan en uiteraard ook worden betrokken indien het project zich meer richting de uitvoeringsfase gaat bevinden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen van vrijdag 22 december 2023 t/m donderdag 1 februari 2024. Tevens is het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd via www.ruimtelijkeplannen.nl. Er is 1 zienswijze ingediend op het plan. Aan de hand van de zienswijze is er een compensatieplan t.b.v. de aantasting van NNN-gebied opgesteld en is tussen initiatiefnemer en provincie Noord-Holland een overeenkomst afgesloten waarin rechten en verplichting tot de compensatiemaatregelen zijn vastgelegd. Verder is als gevolg van deze zienswijze paragraaf 3.2.3.
aan deze toelichting toegevoegd en is paragraaf 4.6 van deze toelichting aangepast waarmee de borging van de NNN-waarden onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. De zienswijzennota is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd (bijlage 8).
6.2 Economische uitvoerbaarheid Voor de voorgenomen planprocedure zullen de kosten, en alle bijbehorende werkzaamheden en onderzoeken, in eerste instantie volledig voor rekening van Gasunie komen. Het (ver)leggen van de leiding is derhalve geen aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Dit betekent dat plankosten niet kunnen worden verhaald middels een exploitatieplan. Wel zal er tussen gemeente Baarn en initiatiefnemer Gasunie een anterieure overeenkomst worden gesloten om het kostenverhaal en overige afspraken vast te leggen. Verder heeft Gasunie met Provincie Noord-Holland een compensatieovereenkomst NNN gesloten met als doel het vastleggen van de rechten en verplichtingen van Partijen met betrekking tot de ten behoeve van de verwezenlijking van het project te nemen compensatiemaatregelen. Aangezien de kostendekking gegarandeerd kan worden door de verschillende partijen kan het verleggen van de gastransportleiding als economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.3 Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
41
omgevingsrecht (Wabo). Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning, bouwen in afwijking van een verleende omgevingsvergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met het gebruik van het bestemmingsplan of een afwijking. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primair doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Wabo.
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
42
7 Bijlagen 1. 17-07-2023, RAAP Rapport 6545, Plangebied afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn. 2. 29-03-2023, AVG Explosieven Opsporing, Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten, Hilversum S-6210 n S-6365, 143000154-VO-02D 3. 27 juni 2023, WSP, Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema’s S-6210 en S-6365 aan de weg over Anna’s Hoeve te Laren, SOL022574MK, versie 3.0 4. 20-06-2023, WSP Nederland B.V., Natuurtoets afsluiterschema’s S-6365 en S-6210, SOL022574FF, definitief 5. 26 juli 2023, Arcadis, QRA leiding W-500-01, De verlegging van de leiding in de gemeente Laren Gasunie Transport Services B.V., D10061902:7 6. 22-12-2025, VDH Omgevingsadvies, aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Verleggen gastransportleiding W-500-01 nabij de Zandheuvelweg/Oud-Eemnesserweg te Baarn., 2310-0506-4, rev2 7. 3 december 2025, Antea Group, stikstofdepositie-onderzoek, vervangen afsluiterschema’s S-6210 en S6365 te Hilversum, 0496049.000, revisie 01 8. 22 december 2025, gemeente Laren, notitie van beantwoording zienswijzen, bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren,
‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01’
Toelichting
43