CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1373646 Bestemmingsplan Verleggen gastransportleiding W-500-01 bijlage 4 BP Verleggen gastransportleiding W-500-01 bijlagen bij toelichting

Raadsvergadering 25 februari 2026, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Verleggen gastransportleiding W-500-0122.694 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Afzender: WSP Nederland B.V. Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden

N.V. Nederlandse Gasunie T.a.v. de heer H.W. Denneboom Postbus 19 9700 MA GRONINGEN

Leeuwarden, 18 juli 2023 Uw kenmerk: I.014413.01 Ons kenmerk: SOL022574ARC Status: Definitief

Onderwerp: Archeologie bureau- en booronderzoek afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn

Geachte heer Denneboom, Hierbij ontvangt u de rapportage omtrent het archeologisch bureau- en booronderzoek voor de geplande werkzaamheden ter hoogte van afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn. Indien u hierover nog vragen en/of opmerkingen heeft, kunt u contact opnemen met ondergetekende (tel. 06 - 22 915 110 of via mail Anita.Heddes@WSP.com). Met vriendelijke groet, WSP Nederland B.V.

Mevrouw ing. A.J.M. Heddes Projectmanager

Bijlage(n) - Archeologie bureau- en booronderzoek afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn

WSP Nederland B.V. Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden tel. +31 (0)88 910 20 00 Iban NL06 ABNA 0440 3394 21 kvk 20045963 btw NL0065.66.832.B.01 wsp.com

RAAP-RAPPORT 6545

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn . Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek). Versie: 17-07-2023 Auteur: J.H.F. Leuvering Projectcode: LAAF2 Bestandsnaam: RAAPrap_6545_LAAF2_20230717 Autorisatie: dr. D. Peeters

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Samenvatting In opdracht van WSP Nederland heeft RAAP in mei – juni 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Afsluiterschema S -6210 te Laren en Baarn in de gemeenten Laren en Baarn. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Op grond van het bureauonderzoek konden, vanwege de landschappelijke ligging en het nabijgelegen archeologisch monument, resten verwacht worden van jager -verzamelaars uit de steentijd. Het veldonderzoek heeft aangetoond dat het pleistoceen landschap in het westelijke deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Laren ligt, nog vrijwel geheel intact is en is afgedekt door een laag stuifzand. Dit betekent dat er inderdaad archeologische resten van jagerverzamelaars uit de steentijd aanwezig kunnen zijn en dat deze in potentie goed geconserveerd zijn. De in boring 3 aangetroffen afwijkende laag met houtskoolspikkels zou een aanwijzing kunnen zijn voor een haardkuil. Daarom geldt in dit deel van het plangebied een hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit de periode paleolithicum tot en met neolithicum. Eveneens door de landschappelijke ligging kunnen binnen het plangebied archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers verwacht worden.

Op grond van de resultaten van het veldonderzoek geldt in het westelijke deel van het plangebied ook voor resten van landbouwers vanaf het neolithicum tot en met de middeleeuwen een hoge verwachting. De grijze houtskoolhoudende laag kan o ok wijzen op een grondspoor uit deze periode. In het oostelijke deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Baarn ligt, is de bodem verstoord tot in de BC-horizont van het dekzand of (in ieder geval ter plaatse van de vele kabels en leidingen die hier aanwezig zijn) dieper. Op grond van dit gegeven worden er daar geen archeologische resten van jager-verzamelaars uit de steentijd of van landbouwers uit de periode neolithicum tot en met de middeleeuwen meer verwacht. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een lage verwachting voor resten uit de nieuwe tijd. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding deze verwachting aan te passen. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het deel van het plangebied dat op het grondgebied van de gemeente Laren ligt archeologische resten (mogelijk) bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. In dergelijke gevallen wordt normaliter geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen en de aanwezige archeologische waarde in de bodem te behouden.

Aangezien planaanpassing niet mogelijk is in het kader van de voorziene werkzaamheden, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit he t proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een waarderende fase van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Voorafgaand aan een dergelijk onderzoek moet een Programma van Eisen (PvE) worden opgesteld, waarin onder meer de doel- en vraagstelling en de methode van het onderzoek zijn vastgelegd. Dit PvE dient voor

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[3]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

aanvang van het onderzoek akkoord te zijn bevonden door de be voegde overheid, in deze de gemeente Laren. In het overige deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Baarn ligt, wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultu reel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overhed en, de gemeente Laren en de gemeente Baarn, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[4]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Inhoud Samenvatting ................................................................................................................................... 3 Inhoud ............................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................ 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 8

2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................ 10 2.1 Methode ............................................................................................................................................ 10 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 10 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 13 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 18 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 21 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 25 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 26

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................ 29 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 29 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 29 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 30

4 Conclusies en advies ................................................................................................................... 33 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 33 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 33 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 34

Literatuur ....................................................................................................................................... 35 Websites/Digitale bronnen .............................................................................................................. 35 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ....................................................................................... 36

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[5]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van WSP Nederland heeft RAAP in mei – juni 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn in de gemeenten Laren en Baarn (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Laren ligt het westelijke deel van het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. In het bestemmingsplan “Natuurgebied 2009” geldt binnen het plangebied geen dubbelbestemming archeologie. Het oostelijke deel van het plangebied ligt op het grondgebied van de gemeente Baarn. Op de beleidskaart van de gemeente Baarn ligt het plangebied in de zone AWV6 (onbekende verwachting). Hierbij zijn geen vrijstellingsgrenzen gedefinieerd.

De regels met betrekking tot archeologie in het oostelijke deel van het plangebied zijn verankerd in het bestemmingsplan Drakenburgergracht. In dit bestemmingsplan is aan het plangebied Waarde - Archeologie 1 toegekend: bij ingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm -mv is archeologisch onderzoek vereist. De omvang van de bodemingrepen bedraagt circa 800 m 2 . De diepte van de ingrepen is niet exact bekend, maar zal gezien de aard van de ingrepen (het aanleggen van nieuwe gasleidingen) de vrijstellingsgrens van 30 cm -mv in de gemeente Baarn en 50 cm -mv in de gemeente Laren zeker overschrijden. De ingrepen zijn dus groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek.

Het onderzoek is bovendien uitgevoerd conform de geldende richtlijnen van de bevoegde overheid.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[6]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

Figuur 1. Ligging van het plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[7]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek)

Opdrachtgever

WSP Nederland

Bevoegde overheid

Gemeente Laren, gemeente Baarn

Plaats

Laren en Baarn

Gemeente

Gemeente Laren en gemeente Baarn

Provincie

Noord-Holland en Utrecht

Centrumcoördinaten (X/Y)

143756/470283

Toponiem

Weg over Anna's Hoeve

Kadastrale gegevens

LRN01 A 5353, 5357, 5421 BAA01 C 1270

Oppervlakte plangebied

1.900 m²

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig (bureau)onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Mei – juni 2023

Uitvoerder

RAAP West

Projectleider

J.H.F. Leuvering

RAAP-projectcode

LAAF2

Archis-onderzoeksmeldingsnummer

5434228100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio West te Leiden en op termijn het provinciaal depot, Archis en e-depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwach ting aan de hand van verzamelde informatie over bekende en verwachte archeologische reste n. Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft tot doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen door de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw en eventuele bodemver storingen in kaart te brengen. De karterende fase van het veldonderzoek heeft als doel eventueel aanwezige vindplaatsen aan te tonen en te begrenzen. Deze onderzoeksfasen zijn onderdeel van het traject van archeologisch vooronderzoek dat als einddoel heeft de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats vast te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: •

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

•

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

•

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[8]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

•

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

•

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

•

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

•

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

•

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

•

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen en kunnen deze worden begrensd?

Algemeen •

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

•

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

•

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systema tisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[9]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologis che verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaak t van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data-archief.

2.2 Aardkundige situatie Het plangebied bevindt zich op de flank van de Utrechtse Heuvelrug, op de overgang tussen de hoger gelegen zandgronden behorend bij de stuwwal in het westen en de lager gelegen Gelderse Vallei in het oosten. Deze stuwwal is gedurende de voorlaatste ijstijd (Saalien: ca. 370.000 tot 130.000 jaar geleden) ontstaan als gevolg van de stuwende werking van het Scandinavische landijs, dat in deze periode zijn maximale uitbreiding in Nederland kende. Naast de genoemde opstuwing van de destijds aanwezige sedimenten, zorgde het landijs ook voor de verlegging van de loop van de Rijn en Maas die daarvoor in noordwestelijke richting stroomden. Als gevolg van het aanwezige landijs, werd deze loop verlegd naar de huidige. Het smeltwater van het landijs concentreerde zich op een aantal plaatsen, waardoor een aantal ijssmeltwaterdalen ontstonden. Stroomafwaarts daarvan vormden zich zogenaamde sandrs, grote subhorizontaal gelaagde puinwaaiers. Het sediment in deze sandrs bestaat voor het grootste deel uit geërodeerd stuwwalmateriaal en maar voor een klein percentage uit door het ijs getransporteerd sediment. Na het Saalien was – in het warme Eemien – ter plaatse van de stuwwal(len) van de Utrechtse Heuvelrug voornamelijk sprake van erosie.

Buiten de stuwwallen werd in de lagere gebieden als gevolg van de zeespiegelstijging (result aat van het afsmelten van het landijs) marien sediment afgezet. Dit sediment bevindt zich nu op circa 10 tot 40 meter -NAP. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 115.000 tot 10.000 jaar geleden) breidde het landijs zich weer sterk uit, maar bereikte Nederland niet. Als gevolg van de lage stand van de zeespiegel (het zeewater was immers grotendeels ‘opgeslagen’ in het landijs) was in Nederland sprake van een continentaal klimaat. Dit wordt gekenmerkt door koude en droge omstandigheden en een ope n vegetatie met kruiden en struiken (toendravegetatie). Deze open vegetatie zorgde ervoor dat op grote schaal zandverstuivingen konden plaatsvinden. Als gevolg daarvan werden in grote delen van Nederland door de wind de zogenaamde dekzanden afgezet (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het plangebied ligt in een dekzandgebied, dat als een gordel rondom de stuwwal ligt, een zogenaamde gordeldekzandrug.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[10]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 2. Het plangebied op de geomorfologische kaart schaal 1:50.000.

Op het dekzand is in het Holoceen een laag stuifzand afgezet. Dit is af te leiden van de geomorfologische kaart (figuur 2) waarop het plangebied is gekarteerd als een gebied met landduinen met bijbehorende vlakten en laagtes, een landvorm die kenmerkend is voor stuifzand. Het stuifzand is gevormd als gevolg van ontbossing op de pleistocene zandgronden. De meeste stuifzandgebieden zijn dan ook gevormd vanaf de late middeleeuwen. De stuifzanden zijn alleen te onderscheiden indien ze door een bodem (meestal een podzolbodem) gescheiden zijn van de onderliggende dekzanden (Berendsen, 2004). Het stuifzand wordt gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Boxtel.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[11]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Geologische situatie (Weerts e.a., 2006; TNO, 2021)

Stuifzand (Laagpakket van Kootwijk, Formatie van Boxtel) op dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel)

Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)

Landduinen met bijbehorende vlakten en laagtes op gordeldekzandwelvingen

Ouderdom geomorfologische structuur

Gordeldekzandwelvingen: Weichselien Landduinen: Holoceen, vermoedelijk late middeleeuwen of later

Bodemkundige situatie

Duinvaaggronden in het stuifzand Veldpodzolgrond in het dekzand

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

Late middeleeuwen – nieuwe tijd: vanaf maaiveld Paleolithicum – vroege middeleeuwen: onder het stuifzand (dikte onbekend)

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[12]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan

In het bestemmingsplan “Natuurgebied 2009” geldt binnen het plangebied geen dubbelbestemming archeologie.

Gemeentelijke archeologische waarden en verwachtingenkaart

Middelhoge verwachting.

Gemeentelijke archeologische beleidskaart (Groot & Wilbers, 2010).

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Laren ligt het westelijke deel van het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart, gemeente Laren.

Figuur 3. Het plangebied (rode kader) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Laren (Groot & Wilbers, 2010).

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[13]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Bestemmingsplan

Deze regels met betrekking tot archeologie in het deel van het plangebied binnen de gemeente Baarn zijn verankerd in het bestemmingsplan Drakenburgergracht. In dit bestemmingsplan is aan het plangebied Waarde Archeologie 1 toegekend: bij ingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm -mv is archeologisch onderzoek vereist.

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (Keunen, Frank & Boshoven, 2018)

Onbekende verwachting, vanwege ligging in stuifzandgebied.

Gemeentelijke archeologische beleidskaart (Keunen, Frank & Boshoven, 2018)

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Baarn ligt het oostelijke deel van het plangebied in categorie AWV6 (gebieden met een middelhoge of onbekende verwachting). Hierbij zijn geen vrijstellingsgrenzen gedefinieerd.

Tabel 4. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart, gemeente Baarn.

Figuur 4. Het plangebied (rode kader) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Baarn (Keunen, Frank & Boshoven, 2018).

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[14]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Bekende archeologische gegevens Binnen een straal van 500 m rond het plangebied is één AMK-terrein aanwezig. Op circa 170 ten westen van het plangebied ligt een terrein van archeologische waarde (AMK monumentnummer 2304). Het is een terrein met sporen van bewoning uit het mesolithicum 8800-4900 voor Chr. Dit monument is middels een bureauonderzoek onderzocht in het kader van de update AMK in opdracht van de Provincie Noord-Holland. Op basis hiervan is de status van het monument, "terrein van archeologische betekenis", opgewaardeerd naar "terrein van archeologische waarde". Op grond van de vondsten en bodemkenmerken wordt verwacht dat zich op dit terrein archeologische sporen zullen bevinden uit het mesolithicum. Op circa 380 m ten zuiden van het plangebied is een vondstlocatie in Archis geregistreerd (zaakidentificatienummer 4033405100). Deze vondstlocatie betreft deelgebied 2 van een in 2016 door Transect uitgevoerd waarderend booronderzoek (Nales, 2016). Er zijn fragmenten vuursteen aangetroffen, die op basis van typologische kenmerken aan te wijzen zijn als overblijfselen van prehistorische vuursteenbewerking.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[15]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 5. AMK terreinen en in Archis geregistreerde vondstlocaties in de omgeving van het plangebied.

Eerder in de omgeving uitgevoerd velonderzoek volgens Archis 3 In de omgeving van het plangebied is een groot aantal onderzoeken geregistreerd in Archis. In onderstaande tekst worden de onderzoeken die in een vergelijkbare landschappelijke ligging als he t huidige plangebied zijn uitgevoerd besproken.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[16]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Het plangebied valt grotendeels binnen een contour van een onderzoeksmelding betreffende een proefsleuvenonderzoek van Laagland Archeologie (zaakidentificatienummer 5095502100). De dichtstbijzijnde proefsleuf die gegraven is bevindt zich echter circa 500 m ten zuidwesten van het plangebied. In deze sleuf zijn drie kuilen uit de nieuwe tijd aangetroffen (Keurhorst & Oude Rengerink, 2022).

Figuur 6. In Archis geregistreerde onderzoeken in de omgeving van het plangebied.

Het plangebied ligt binnen de contour van een onderzoeksmelding betreffende een booronderzoek in het kader van de verbreding van de A27 en de A1 (zaakidentificatienummer 2418411100). Het rapport dat in Archis aan deze onderzoeksmelding is gekoppeld geeft geen specifieke informatie over het huidige plangebied (Krol, 2014).

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[17]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

In het kader van een HOV-verbinding is in de omgeving van het plangebied een serie onderzoeken uitgevoerd. Op grond van het verkennend booronderzoek bl eek dat binnen grote delen van het tracé nog potentiële archeologische niveaus voorkomen: (deels) intacte podzolbodems of overstoven (Allerød-)bodems. Het archeologische niveau blijkt direct aan het maaiveld, of onder een afdekkende laag, te liggen, die nabij het huidige plangebied uit stuifzand bestaat (Wullink, 2015 , zaakidentificatienummer 2481868100). Tijdens het karterend onderzoek (Wullink, 2016, zaakidentificatienummer 3990071100) zijn in deelgebieden van het tracé diverse archeologische indicatoren gevonden die op de aanwezigheid van vindplaatsen uit de steentijd in die gebieden moeten wijzen. Uit het waarderend onderzoek (Nales, 2016, zaakidentificatienummer 4033405100) werd geconcludeerd dat op drie locaties daadwerkelijk behoudenswaardige vindplaa tsen aanwezig zijn (zaakidentificatienummer 4033405100). Tijdens afzonderlijke proefsleuvenonderzoeken op twee van deze locaties, die in de buurt van het huidige plangebied liggen zijn echter geen archeologische resten aangetroffen (Pels-Ouweneel & Kerkhoven, 2019, zaakidentificatienummer 4561478100 en Brussé, 2018, zaakidentificatienummer 4608109100).

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen De informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie geeft geen informatie betreffende het plangebied. Op de Indicatie Kaart Militair Erfgoed (IKME) staat geen informatie met betrekking tot het plangebied zelf. Wel ligt het plangebied circa 450 meter ten oosten van een zone die is gekarteerd als een verdedigingslinie rondom Hilversum. Rond verdedigde steden kunnen tankgrachten, stellingen, voorposten, luchtafweergeschut en loopgraven worden verwacht. In sommige steden is (zwaar) gevochten of de stad is gebombardeerd. In dat geval kunnen daarvan sporen worden aangetroffen.

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Uit deze analyse blijkt dat het plangebied voor zover bekend altijd onbebouwd is geweest. Op het kadastraal minuutplan uit 1811 – 1832 is te zien dat het westelijke deel van het plangebied (op het grondgebied van de gemeente Laren) onbebouwd is (figuur 7). Uit de oorspronkelijke aanwijzende tafel blijkt dat het perceel in een heidegebied ligt. Eind 19e eeuw heeft de heide binnen het plangebied plaatsgemaakt voor bos (figuur 8). Vervolgens verandert er niet heel veel meer binnen het plangebied. Op een kaart uit 1976 (figuur 9) is nagenoeg dezelfde situatie te zien, alleen het wegenpatroon is aangepast, min of meer naar de huidige situatie.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[18]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 7. Het plangebied op het kadastraal minuutplan uit 1811 -1832 (www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[19]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 8. Het plangebied op een topografische kaart uit 1899.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[20]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 9. Het plangebied in 1976.

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[21]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Huidig grondgebruik

Weg met berm en bos

Hoogteligging maaiveld

Variërend van 3,6 tot 4,5 m NAP (gebaseerd op hoogtemetingen ter plaatse van de boringen).

Grondwatertrap of -stand

Gemiddeld laagste grondwaterstand: >250 cm -mv Gemiddeld hoogste grondwaterstand: 180 – 190 cm -mv (www.pdok.nl)

Milieutechnische condities

Het deel van het plangebied ten oosten van de Zandheuvelweg ligt in een zone waar een vervuiling is geconstateerd en waarvoor een saneringsplan moet worden opgesteld. De exacte aard van de vervuiling wordt uit de gegevens op www.bodemloket.nl niet duidelijk.

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Niet aanwezig

Locatie en diepte van kabels/leidingen

De locatie van aanwezige kabels en leidingen staat weergegeven in figuur 12. In de Klic-gegevens zijn ook al de nieuw aan te leggen leidingen opgenomen. Deze zijn ter onderscheid in figuur 12 aangeduid met een zwarte stippellijn.

Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 10. Het bosje ten noorden van de Weg Over Anna’s Hoeve, in het westelijke deel van het plangebied (Foto: RAAP).

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[22]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 11. Het oostelijke deel van het plangebied, bij boring 5 (Foto: RAAP).

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[23]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 12. Klic-gegevens binnen het plangebied en directe omgeving.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[24]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

Verwijderen van enkele bestaande gasleidingen en aanleggen van een nieuw afsluiterschema.

Omvang en diepte

Circa 800 m 2 , exacte diepte onbekend, maar naar verwachting tussen 1,5 en 2,0 m -mv.

Invloed op maaiveld en grondwater

Na afloop van de werkzaamheden geen blijvende invloed.

Toekomstig gebruik

Afsluiterschema gasleidingen.

Toekomstige gebruiker

Gasunie.

Tabel 5. De toekomstige situatie.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[25]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 13. Inrichtingsplan.

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[26]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. U it een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Het plangebied ligt in een gradiëntsituatie, op de overgang van de relatief hoog gelegen stuwwal, naar de relatief lager gelegen Gelderse Vallei met daarin het dal van de Eem. Op circa 170 ten westen van het plangebied ligt een terrein van archeologische waarde (AMK monumentnummer 2304). Het is een terrein met sporen van bewoning uit het mesolithicum 8800 -4900 voor Chr. Dit monument is middels een bureauonderzoek onderzocht in het kader van de update AMK in opdracht van de Provincie Noord-Holland. Op basis hiervan is de status van het monument, "terrein van archeologische betekenis", opgewaardeerd naar "terrein van archeologische waarde". Op grond van de vondsten en bodemkenmerken wordt verwacht dat zich op dit terrein archeologische sporen zullen bevinden uit het mesolithicum.

Zodoende kunnen ook binnen het plangebied vindplaatsen van jagerverzamelaars worden verwacht. Het betreft resten van tijdelijke kampementen uit de periode laat paleolithicum tot en met het mesolithicum. Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van houtskool, vuursteen en afval. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de men sen. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied kenmerkt zich door de ligging in een stuifzandgebied dat naar verwachting op een gordeldekzandrug ligt. Het verwachte bodemtype in het dekzand is een veldpodzolgrond. In het duinzand komen duinvaaggronden voor. De dikte van het stuifzand kan op grond van het bureauonderzoek niet exact worden vastgesteld. Door de landschappelijke ligging kunnen binnen het plangebied archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers verwacht worden. Op basis van het historisch topografisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Zodoende worden in het plange bied geen archeologische resten van bewoning verwacht uit de nieuwe tijd.

(Diepte)ligging De eventueel aanwezig archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht.

Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied een afdekkend pakket aanwezig is zal mogelijk sprake zijn van een goede conservering van de archeologische resten. Resten uit de periode laat -paleolithicum bestaan uit een strooiing van met name vuursteen en ondiepe grondsporen. Dergelijke resten kunnen alleen nog in situ worden verwacht indien het podzolprofiel nog intact aanwezig is. Indien deze door bewerking van de bodem is opgenomen in de bouwvoor, dan worden archeologische resten uit deze periode niet meer

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[27]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

verwacht. Indien het podzolprofiel niet meer aanwezig is, dan is ook het vond stniveau van vindplaatsen uit de periode neolithicum tot en met de middeleeuwen niet meer intact. In dat geval zijn alleen de diepere grondsporen mogelijk nog aanwezig. Vanwege de sterk fluctuerend grondwaterstand zijn organische resten naar verwachting slecht geconserveerd. Ter plaatse van reeds aanwezige kabels en leidingen zal de ondergrond tot op een bepaalde diepte reeds zijn geroerd.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[28]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend en karterend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek en het Plan van Aanpak. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 1 juni 2023. Daartoe zijn 6 boringen zo optimaal mogelijk over het onderzoeksge bied verspreid geplaatst (figuur 14). Aangezien de oppervlakte van het onderzoeksgebied circa 1.800 m 2 bedraagt resulteert dit in een boordichtheid van 33 boringen per hectare. Er is geboord tot maximaal 230 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3: zie bijlage 3) en met behulp van een RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van een RTK-GPS. Gezien de resultaten van de eerste twee boringen is in het veld telefonisch ov erleg gepleegd met de opdrachtgever. Vanwege de in het dekzand aanwezige intacte podzolbodem, die afgedekt is door stuifzand is besloten om over te schakelen naar een grotere boordiameter (15 cm) om zo direct door te schakelen naar de karterende fase van het inventariserend veldonderzoek.

Het opgeboorde materiaal uit lagen met een archeologische potentie (de podzolbodem in het dekzand) is in het veld droog gezeefd over een zeef met een diameter van 3 mm, waarna het residu is gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.

3.2 Resultaten 3.2.1 Veldwaarnemingen Het plangebied lag er tijdens de uitvoer bij zoals op voorhand werd verwacht. De doellocatie van boring 5 was conform afspraak uitgezet door een medewerker van de Gas unie.

3.2.2 Geologie en bodem Aan de basis van alle boringen, met uitzondering van boring 5, is een pakket licht geelgrijs, matig fijn, zwak siltig, kalkloos zand aangetroffen. Dit zand is geïnterpreteerd als dekzand. Het wordt gerekend tot het Laagpakket van Wierden, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Boxtel. In boring 1 en 2 is in het dekzand nog een intacte podzolbodem aangetroffen, herkenbaar aan de donker oranjebruine B horizont, met daarop een humeuze horizont met gebleekte zandkorrels (AE -horizont). In boring 2 kon binnen de B-horizont nog onderscheid gemaakt worden tussen een humus -B-horizont en een ijzer-Bhorizont. In boring 3 waren er nog duidelijk restanten van een podzolbodem herkenbaar, maar deze was niet meer intact. In boring 4, 5 en 6 was geen podzolbodem (meer) aanwezig. De hoogteligging van de top van het dekzand varieert in boring 1, 2 en 3 (waar het dekzand niet of nauwelijks verstoord is) van circa 3,0 tot circa 3,7 m NAP (45 tot 105 cm -mv).

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[29]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

In boring 1 is direct op het dekzand een dunne laag sterk verdroogd, c ompact veen aangetroffen. Dit veen, waarvan de veensoort niet kon worden bepaald, wordt gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop. Het is waarschijnlijk gevormd in een lokale depressie in het dekzand. In boring 2 en 3 is op het dekzand een laag los, matig fijn, zwak siltig, kalkloos zand aangetroffen. Dit zand is geïnterpreteerd als stuifzand en wordt gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Boxtel. In boring 2 was in dit stuifzand nog een humeuze A-horizont van de duinvaaggrond te onderscheiden. Verstoring De mate van recente verstoring van de ondergrond varieert vrij sterk binnen het kleine onderzoeksgebied. Zoals gezegd is de bodem in boring 2 en 3 (vrijwel) geheel intact. In boring 1 is de bodem verstoord tot op de daar op 85 cm -mv aangetroffen veenlaag. Deze verstoring kan mogelijk geïnterpreteerd worden als een boomval. In boring 4 en 6 (beide gezet nabij de huidige Zandheuvelweg) reikt de verstoring tot in de BC-horizont (een zeer geleidelijke overgang van de Bhorizont naar de C-horizont), respectievelijk tot 80 en 45 cm -mv. Ter plaatse van boring 5, die in de buurt van een bestaande gasleiding is gezet is de bodem verstoord tot minimaal de einddiepte van de boring (230 cm-mv).

3.2.3 Archeologische indicatoren In boring 3 is tussen 90 en 110 cm -mv een donkergrijze, humeuze zandlaag aangetroffen, waarin meerdere kleine fragmenten houtskool zijn waargenomen. Het houtskool is niet verzameld.

3.3 Archeologische relevantie Op grond van het bureauonderzoek konden, vanwege de landschappelijke ligging en het nabijgelegen archeologisch monument, resten verwacht worden van jager-verzamelaars uit de steentijd. Het veldonderzoek heeft aangetoond dat het pleistoceen landschap in het westelijke deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Laren ligt, nog vrijwel geheel intact is en is afgedekt door een laag stuifzand. Dit betekent dat er inderdaad archeologische resten van jager verzamelaars uit de steentijd aanwezig kunnen zijn en dat deze in potentie goed geco nserveerd zijn. De in boring 3 aangetroffen afwijkende laag met houtskoolspikkels zou een aanwijzing kunnen zijn voor een haardkuil. Daarom geldt in dit deel van het plangebied een hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit de periode paleolithicum tot en met neolithicum. In het oostelijke deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Baarn ligt, is de bodem verstoord tot in de BC-horizont van het dekzand of dieper. Op grond van dit gegeven worden er daar geen resten van jager-verzamelaars uit de steentijd meer verwacht. Eveneens door de landschappelijke ligging kunnen binnen het plangebied archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers verwacht worden.

Op grond van de resultaten van het veldonderzoek geldt in het westelijke deel van het plangebied ook voor resten van landbouwers vanaf het neolithicum tot en met de middeleeuwen een hoge verwachting. De grijze houtskoolhoudende laag kan ook wijzen op een grondspoor uit deze periode. In het oostelijke deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Baarn ligt, is de bodem verstoord tot in de BC-horizont van het dekzand of (in ieder geval ter plaatse van de vele kabels

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[30]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

en leidingen die hier aanwezig zijn) dieper. Op grond van dit gegeven worden er daar geen archeologische resten van landbouwers uit de periode neolithicum tot en met de middeleeuwen meer verwacht. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een lage verwachting voor resten uit de nieuwe tijd. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding deze verwachting aan te passen.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[31]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Figuur 14. Resultaten verkennend en karterend booronderzoek.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[32]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: De ondergrond van het plangebied bestaat zoals verwacht uit dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). In het westelijke deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Laren ligt, is in het dekzand een intacte podzolbodem aanwezig en is het dekzand afgedekt door veen (Formatie van Nieuwkoop) en/of stuifzand (Laagpakket van Kootwijk, Formatie van Boxtel). In boring 3 is de podzol verrommeld en is een afwijkende donkergrijze laag met h outskoolspikkels aangetroffen. Dit betreft mogelijk een grondspoor. De verrommelde podzol is wel afgedekt door intact stuifzand. Het betreft dus geen recente verstoring. De houtskoolhoudende laag wordt gezien als aanwijzing voor een archeologische vindplaats binnen het plangebied. Het is echter niet mogelijk om te bepalen of het om resten van jager-verzamelaars uit de steentijd of van landbouwers (vanaf neolithicum) gaat. In het oostelijke deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Baar n ligt, is de ondergrond verstoord tot in de BC-horizont van het dekzand of dieper. In dit deel van het plangebied worden geen intacte archeologische resten meer verwacht.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het deel van het plangebied dat op het grondgebied van de gemeente Laren ligt archeologische resten (mogelijk) bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. In dergelijke gevallen wordt normaliter geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen en de aanwezige archeologische waarde in de bodem te behouden. Aangezien planaanpassing niet mogelijk is in het kader van de voorziene werkzaamheden, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt voor het deel van het plangebied in de gemeente Laren vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een waarderende fase van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Voorafgaand aan een dergelijk onderzoek moet een Programma van Eisen (PvE) worden opgesteld, waarin onder meer de doel- en vraagstelling en de methode van het onderzoek zijn vastgelegd. Dit PvE dient voor aanvang van het onderzoek akkoord te zijn bevonden door de bevoegde overheid, in deze de gemeente Laren. In het overige deel van het plangebied, dat op het grondgebied van de gemeente Baarn ligt, wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeolo gisch vervolgonderzoek aanbevolen.

Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[33]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overhed en, de gemeente Laren en de gemeente Baarn, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[34]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Literatuur Brussé, S., 2018. Rapportage proefsleuvenonderzoek Deelgebied 3 naast de A27 te Laren in de gemeente Laren Econsultancy rapportnummer 6944.001, Rotterdam. Keurhorst, I. & H. Oude Rengerink, 2022. Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven, Voltooiing Groene Schakel te Hilversum, gemeente Hilversum en Laren (NH) Laagland Archeologie Rapport 797, Almelo. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Nales, T. 2016. HOV-Busbaan. Gemeente Hilversum (NH), een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO, waarderende fase), Utrecht (Transect-rapport 1146). Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Pels-Ouweneel, A. & A.A. Kerkhoven, 2019. Hilversum, HOV-Busbaan. Deelgebied 2. Gemeente Laren (NH). Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven, Transect-rapport 1900, Nieuwegein. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. TNO, 2021. Geologische overzichtskaart Nederland. https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Wullink, A.J., 2015. HOV-Busbaan Hilversum.

Gemeenten Hilversum en Laren (NH), een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase), Utrecht (Transect-rapport 642). Wullink, A.J., 2016. HOV-Busbaan Hilversum. Gemeenten Hilversum en Laren (NH), een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO, karterende fase), Utrecht (Transect -rapport 915).

Websites/Digitale bronnen www.pdok.nl www.bodemloket.nl

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[35]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Ligging van het plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

7

Figuur 2. Het plangebied op de geomorfologische kaart schaal 1:50.000.

11

Figuur 3. Het plangebied (rode kader) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Laren (Groot & Wilbers, 2010).

13

Figuur 4. Het plangebied (rode kader) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Baarn (Keunen, Frank & Boshoven, 2018).

14

Figuur 5. AMK terreinen en in Archis geregistreerde vondstlocaties in de omgeving van het plangebied. Figuur 6. In Archis geregistreerde onderzoeken in de omgeving van het plange bied.

16 17

Figuur 7. Het plangebied op het kadastraal minuutplan uit 1811 -1832 (www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

19

Figuur 8. Het plangebied op een topografische kaart uit 1899.

20

Figuur 9. Het plangebied in 1976.

21

Figuur 10. Het bosje ten noorden van de Weg Over Anna’s Hoeve, in het westelijke deel van het plangebied (Foto: RAAP).

22

Figuur 11. Het oostelijke deel van het plangebied, bij boring 5 (Foto: RAAP).

23

Figuur 12. Klic-gegevens binnen het plangebied en directe omgeving.

24

Figuur 13. Inrichtingsplan.

26

Figuur 14. Resultaten verkennend en karterend booronderzoek.

32

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

8

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

12

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart, gemeente Laren.

13

Tabel 4. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart, gemeente Baarn.

14

Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

22

Tabel 5. De toekomstige situatie.

25

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[36]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945 C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A D: Ottoonse tijd

Vroeg

Middeleeuwen

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden

Vroeg Laat

IJzertijd

Midden

Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden

- 1250 - 1050 - 900 - 725

- 525 - 450

- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000

- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 12.500 - 16.000

- 35.000 - 250.000

Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[37]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

Bodemkaart van NL

+

Geologische kaart van NL

+

Geomorfologische kaart van NL

+ +

Gegevens milieukundig bodemonderzoek

+

Actueel Hoogtebestand Nederland

+

Lucht- en satellietfoto’s

+

Topografische kaart van Nederland

+

Oud(st)e kadasterkaarten

+

Historische kaarten van Nederland

+

Beeldmateriaal bouwhistorie

+

Archeologische en cultuurhistorische rapportages

+

Archieven (RAAP)

+

Eigenaar en gebruiker

+

AMK

+

Archis

+

CMA

+

CAA

+

CHW

+

Literatuur (arch./aardwet.)

+

Gebiedsgerichte specialisten

+ Niet geraadpleegd

Amateurarcheologen Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

Opmerking

Bevat geen (nieuwe) relevante informatie

+

Gedetailleerde bodemkaarten DINO

Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied

Geraadpleegd, niet afgebeeld

Bron

Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven

LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)

+ Niet geraadpleegd

[38]

Plangebied Afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn, gemeenten Laren en Baarn. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 6545 / versie 17-07-2023

[39]

Boring: LAAF2_1 Kop algemeen: Projectcode: LAAF2, Boornummer: 1, Beschrijver(s): HL, Datum: 01-06-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 220 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 143725.747, Y-coördinaat in meters: 470280.788, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 4.045, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Holland, Gemeente: Laren Uitvoering: Opdrachtgever: WSP Nederland, Uitvoerder: RAAP West 0 / 4.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 60, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: matig grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 60 / 3.44 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 85, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Consistentie: los, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie:

verstoord Laag opmerking: Opmerking: podzoolachtige brokken, egalisatielaag?? 85 / 3.19 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 105, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: sterk zandig, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Consistentie: compact, Lithostratigrafie: Fv Nieuwkoop, Lithologie vrijveld: erg droog 105 / 3.00 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Consistentie: compact, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden, Lithologie vrijveld: korrels loodzand Bodem: Bodemhorizont: AE-horizont 120 / 2.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 155, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-oranje-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Consistentie: compact, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16505929/1