1079459 Omgevingsvergunning Koningsweg 4 bijlage 11 Verkennend archeologisch onderzoek .pdf
Tekst van het document
Bureau voor Archeologie Rapport 1266 Koningsweg 4, Baarn, gemeente Baarn: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels katerende fase
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 1266. Koningsweg 4, Baarn, gemeente Baarn: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels katerende fase
auteur:
C. de Jong (junior prospector) en A. de Boer (KNA senior prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
6 oktober 2023 (Definitief)
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2022102601
Provincie
Utrecht
Gemeente
Baarn
Plaats
Baarn
Toponiem
Koningsweg 4
Centrum locatie (m RD)
148.120; 469.120 (x; y)
Omvang plangebied
2.400 m2
Omvang onderzoeksgebied booronderzoek 2.400 m2 Kadastrale gegevens
kadastrale gemeentenaam: Baarn, sectie: L, nummer(s): 343
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
5308735100 (ABU); 5308743100 (ABO)
Soort onderzoek
een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels katerende fase
Opdrachtgever
Leeuw Hermes B.V.
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
32A
(RO) kader onderzoek
Bestemmingsplanwijziging
Periode van uitvoering veldwerk
Dinsdag 6 december 2022
Bevoegde overheid
Gemeente Baarn
Deskundige namens bevoegde overheid
ADC Archeoprojecten
Versie van het rapport
1_3 (Definitief)
Beheerder en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
4
Figuur 1: Het plangebied (rood; www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
5
Inhoudsopgave 1 2
3
4 5 6
Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.....................................................................................................10 1.1 Doelstelling en vraagstelling...............................................................10 Bureauonderzoek......................................................................................12 2.1 Methode..............................................................................................12 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................12 2.3 Huidige situatie...................................................................................13 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................13 2.5 Historische situatie..............................................................................15 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................16 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................16 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................20 Booronderzoek..........................................................................................22 3.1
Inleiding..............................................................................................22 3.2 Methode..............................................................................................22 3.3 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie...............23 3.4 Archeologische interpretatie................................................................25 3.5 Waardestelling en Selectieadvies.......................................................26 Conclusie...................................................................................................27 4.1 Conclusie bureauonderzoek...............................................................27 4.2 Conclusie booronderzoek...................................................................28 Advies........................................................................................................29 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................29 Literatuur...................................................................................................30 Figuren......................................................................................................33 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................61
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
6
Lijst met Figuren 1: Het plangebied (rood; www.opentopo.nl)................................................................ 4 2: Luchtfoto actueel..................................................................................................... 35 3: Topografische kaart................................................................................................. 36 4: Het plangebied (rood) en onderzoeksgebied (zwart onderbroken lijn).................... 37 5: Archeologische beleidskaart van de gemeente Baarn (Keunen, Frank, en Boshoven 2018)................................................................................................. 38 6: Nieuwe situatie....................................................................................................... 39 7: Ventilatiekanaal langs de buitenmuren.................................................................... 40 8: Het plangebied vanuit het zuiden, kijkend naar het noordoosten (Google Street View 2017)...................................................................................... 40 9: Kelder onder bestaande bebouwing, boven: doorsnede, onder: in plattegrond..............................................................................................................
41 10: Aardkundige kaart van de gemeente Baarn met archeologische gegevens (Keunen, Frank, en Boshoven 2018)...................................................... 42 11: GeoTOP model uit DINOloket (TNO Geologische Dienst Nederland 2017). Het plangebied ligt bij de rode pijl................................................................ 43 12: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018)................................. 44 13: Hoogte-reliëfkaart detail. Hoogtewaarden in meters ten opzichte van +NAP. (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018)................................................... 44 14: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019).............................................................. 45 15: Bodemkaart (Alterra 2014)...................................................................................... 46 16: De Ronde kaart van het Gooi (Greef 1526)............................................................ 47 17: Kaart van de provincie Utrecht, 1696 (Du Roy 1696).............................................. 48 18: Kaart van een plan voor een kanaal tussen Utrecht en de Zuiderzee omstreeks 1720 (Ottens 1720)................................................................................ 48 19: Kaart van de hofstede en landerijen gelegen op landgoed 'De Eult', 1745 (Perk 1745).
Het plangebied ligt ongeveer binnen de blauwe cirkel....................................................................................................................... 49 20: Kadastrale Minuut provincie Utrecht uit 1811- 1832 (‘HISGIS Utrecht’ 2015)...................................................................................................................... 50 21: Topografisch militaire kaart 1850............................................................................ 51 22: Kadastrale kaarten uit 1876 en 1879 (Kadaster)..................................................... 52 23: 407-1118-SOESTDIJK-1873................................................................................... 53 24: 407-1120-SOESTDIJK-1890................................................................................... 53 25: Luchtfoto uit 1924 (Onbekend 1924)....................................................................... 54 26: 407-1124-SOESTDIJK-1933................................................................................... 55 27: Het plangebied op een RAF luchtfoto uit 1945 (RAF 1940).................................... 55 28: 32A-1952-Baarn / Hilversum / Laren / Soest........................................................... 56 29: 32A-1962-Baarn / Hilversum / Laren / Soest...........................................................
57 30: 32A-1982-Baarn / Hilversum / Laren / Soest........................................................... 58 31: Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)......................................................... 60 32: Boorpuntenkaart met daarop geprojecteerd de contouren van de 61 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
7 nieuwe bebouwing (onderbroken lijn)...................................................................... 33: Boorpuntenkaart met luchtfoto................................................................................ 62 34: Getekende boorprofielen in schematische doorsnede............................................ 63
Lijst met Tabellen 1: Aardkundige waarden............................................................................................. 14 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ongeveer 500 m van het plangebied........................................................................................................ 20
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
8
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor een bouwplan aan de Koningsweg 4 te Baarn. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied wordt het gezondheidscentrum gesloopt en vervangen door een appartementencomplex met parkeerkelder. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Stuwwallen', in de landschapszone hellingen. Het plangebied ligt ter hoogte van de flank van de stuwwal waarop dekzand is afgezet. Het dekzand heeft een rug gevormd en het plangebied ligt op de flank van deze rug. Het is niet zeker of het plangebied in het bouwlandencomplex rondom het 14e eeuwse Baarn ligt. In de 17e eeuw wordt ten zuiden van het plangebied buitenplaats De Eult gesticht. Rondom de buitenplaats wordt een bebost landgoed aangelegd dat ook het plangebied omvat. In de 19e eeuw wordt de Koningsweg aangelegd. In 1953 wordt het gezondheidscentrum gebouwd.
In het plangebied liggen geen delen van archeologische terreinen, archeologische vondstlocaties en historische erven. Op basis van de landschappelijke ligging in een zandgebied tussen de flanken van een stuwwal en een dekzandrug kunnen in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn uit alle archeologisch perioden. In het plangebied zijn vijf boringen gezet om de aard en intactheid van het bodemprofiel te bepalen. Daarna is ter hoogte van een boorpunt met een Bhorizont één extra boring gezet met een 15 cm Edelmanboor en is de opgeboorde grond gezeefd. Uit het booronderzoek blijkt dat het natuurlijke bodemmateriaal bestaat uit dekzand. In de top van het dekzand is alleen bij boorpunt 1 (in het noorden van het plangebied) een geelbruine zwak humeuze podzol B-horizont van 20 cm dik aanwezig. Ter hoogte van dit boorpunt kunnen archeologische resten aanwezig zijn. In de rest van het plangebied wordt het dekzand afgedekt door een omgewerkt humeus pakket met vlekken, zandbrokken en baksteenfragmenten. Hier is de bodem minimaal tussen 50 en 160 cm tot in de C-horizont verstoord. De kans dat archeologische resten aanwezig zijn, wordt daarom als klein ingeschat. Bij het zeven van de opgeboorde grond zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats die zich manifesteert als een strooiing van artefacten.
Archeologische resten die zich uitsluitend manifesteren door middel van een sporenniveau kunnen nog wel aanwezig zijn, daar waar de bodem intact is. Bij de voorgenomen ingreep zal de zone met een potentieel archeologisch niveau niet vergraven worden. Bureau voor Archeologie adviseert daarom het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
9 Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Baarn.
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
10
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de bouw van een appartementencomplex aan de Koningsweg 4 te Baarn. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. Het onderzoek was ook deels karterend. Tijdens een karterend veldonderzoek wordt systematisch gezocht naar de aanwezigheid van archeologische resten. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
1
https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
11 7.
Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
8.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
Booronderzoek: 9.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?
10.
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?
11.
Zijn archeologische lagen/indicatoren aanwezig, en zo ja wijzen deze op een vindplaats (geef aard, datering, ligging)?
Eindoordeel: 12.
Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?
13.
Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
12
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is contact opgenomen met de Historische Kring Baerne. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
2.2
Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Baarn in de gelijknamige plaats. De locatie ligt aan het adres Koningsweg 4. Het plangebied is maximaal 55 m lang en 50 m breed en heeft een omvang van 2.400 m2. Het plangebied wordt aan de zuidkant begrensd door de Koningsweg. Aan de oost- en westkant liggen de percelen van Koningsweg 2 en 6 (figuur 2 en 3). Ten noorden van het plangebied liggen de percelen van Leestraat 37 tot en met 43. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen (figuur 4). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid (figuur 5). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2018 ligt het plangebied in een zone met een middelhoge of onbekende archeologische verwachting (AWVcategorie 6). Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 500 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Ontwerp c.q. inrichtingsplan
2 3
SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
13 In het plangebied wordt het huidige gezondheidscentrum gesloopt en een appartementencomplex met parkeerkelder gebouwd (figuur 6). Aard en omvang van de toekomstige verstoring Het nieuwe pand en kelder beslaan ongeveer 680 m2. De schans naar de kelder, aan de westzijde van het gebouw, beslaat ongeveer 70 m2. De onderkant van de kelder komt op 220 cm -mv te liggen. Milieutechnische condities Op het Bodemloket is geen informatie over het plangebied beschikbaar.4 Het plangebied ligt op de bodemkwaliteitskaart in Zone 1: klasse Industrie (BG); klasse Wonen (OG). In de bovengrond zijn verhoogde waarden voor lood en zink waargenomen.5 Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied is niet bekend. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.
2.3
Huidige situatie Bebouwing, functie en bodemgebruik. In het plangebied staat een gezondheidscentrum. Het pand is gebouwd in 1953.6 Uit een inspectie tijdens het veldwerk blijkt dat het pand een ondiepe kruipruimte heeft; deze wordt via luiken langs de muren geventileerd (figuur 7). In het noordwesten van het plangebied bevindt zich een fietsenstalling. Het westen van het plangebied (parkeerplaatsen en oprit) is verhard met klinkers (figuur 8). In het oosten ligt een grasveld. Onder het pand bevindt zich een kleine kelder van 3 m x 6 m en ongeveer 2,3 m diep (figuur 9). De exacte diepte van de funderingen is uit de tekening moeilijk af te leiden. De onderkant van de fundering ligt op ongeveer 100 cm -mv. De fundering bestaat voornamelijk uit balken en enkele poeren. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Amaliapark – Transvaal (vastgesteld in 2009). In het bestemmingsplan is voor het plangebied geen dubbelbestemming archeologie opgenomen.
2.4
Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. 4 5 6
Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Marmos Bodemmanagement 2013 Kadaster 2013
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
14 Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Stuwwallen', in de landschapszone hellingen.7 Het plangebied ligt op een helling op het oostelijke deel van de stuwwal van Baarn, een noordelijke uitloper van het complex van de Utrechtse Heuvelrug. De stuwwal is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd als gevolg van opstuwing van Pleistocene rivierafzettingen aan de rand van de landijstong. Volgens de aardkundige kaart van de gemeente Baarn ligt het plangebied ter hoogte van een stuwwalglooiing (figuur 10). De glaciale afzettingen in het bekken tussen de stuwwallen behoren tot de Formatie van Drente (figuur 11). Tijdens het Eemien interglaciaal stijgt de temperatuur en zeespiegel. Als gevolg hiervan worden in het glaciale bekken mariene sedimenten afgezet. De afzettingen behoren tot de Eem Formatie. Hierop heeft een dunne laag veen gevormd (Formatie van Woudenberg). Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, heerst in Nederland een toendraklimaat. Door een gebrek aan vegetatie kan zand verstuiven en ontstaat een pakket dekzand dat de onderliggende afzettingen bedekt. Het dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden en de Formatie van Boxtel. Aan het opstuiven van zand komt een einde bij opwarming van het klimaat aan het begin van het Holoceen doordat vegetatie het zand vastlegt.
Het pakket dekzand is ongeveer 15 m dik.8 Het dekzand heeft een rug gevormd op de oostflank van de stuwwal. Deze rug is zichtbaar op de hoogte-reliëfkaart als verhoging ten oosten van de stuwwal (figuur 12). Het plangebied ligt op een zadel tussen de stuwwal en dekzandrug. Hierdoor neemt het maaiveld af van noord naar zuid (figuur 13). Langs de noordrand is een steilrand aanwezig waarbij het maaiveld op korte afstand afneemt van 7,4 naar 6,1 m +NAP. In de rest van het plangebied is het maaiveld vrij vlak (5,7 tot 6,1 m +NAP). Dit kan er op wijzen dat het plangebied is afgegraven en/of geëgaliseerd. Uitgaande van het hoogteverschil met het perceel ten noorden van het plangebied, bedraagt de afgraving maximaal 130 cm. Op zowel de geomorfologische kaart als de bodemkaart ligt het plangebied in de bebouwde zone (figuur 14 en 15). Bron
Situatie plangebied, omschrijving
Geologie (figuur 10 en 11) Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:9 • BX4: Dekzand en overige periglaciale afzettingen (Laagpakket van Wierden en Formatie van Boxtel) GeoTop model: • Eem formatie afgedekt door Formatie van Boxtel met in de top dekzand (Laagpakket van Wierden) Aardkundige kaart gemeente Baarn 1 : 10 000: • Swg: stuwwalglooiing AHN (figuur 12 en 13)
Het maaiveld in het plangebied ligt tussen 5,7 en 6,1 m +NAP. Langs de west- en noordrand ligt het maaiveld tussen 6,3 en 7,2 m +NAP.
Geomorfologie (figuur 14)
Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwing
Bodemkunde (figuur 15)
Bodemkaart 1 : 50 000: • Bebouwing
Tabel 1: Aardkundige waarden. 7 8 9
Rensink e.a. 2015 TNO Geologische Dienst Nederland 2017 TNO-GDN 2021
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
15
2.5
Historische situatie De stuwwal is bewoonbaar vanaf haar ontstaan in het Paleolithicum. Jagersverzamelaars vestigen zich gedurende het Paleo- en Mesolithicum op reliëf nabij open water om zo verschillende landschapstypen te exploiteren. Bij opkomst van de landbouw in het Neolithicum worden nederzettingen op hoge dekzandruggen en stuwwalflanken gevestigd, bij voorkeur op lichte zandgronden (dekzand) die eenvoudig te bewerken zijn. Na uitputting van de grond worden nederzettingen verplaatst. In het Laat Neolithicum verschijnen vlakgraven en grafheuvels. De grafheuvels worden tot in de Vroege IJzertijd gebruikt om doden te begraven. Bewoning bestaat veelal uit gemengde boerenbedrijven met akkerbouw en veeteelt. Door toenemende bevolkingsgroei en veestapel vindt in de Bronstijd grootschalige ontbossing plaats. Door intensief gebruik raken de gronden uitgeput en krijgen ze onvoldoende tijd om te herstellen. Er ontstaan heidevelden en zandverstuivingen. De flank van de stuwwal kan periodiek onbewoond zijn geweest tot de bodem herstelt en weer gebruikt kan worden voor landbouw. Er is weinig bekend over de IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen in de gemeente Baarn. Eventueel kunnen in de IJzertijd ‘Celtic Fields’ zijn aangelegd. De oudste vermelding van het dorp Baarn stamt uit de 14e eeuw.
De naam is vermoedelijk verwant met ‘branden’ en verwijst naar een gebruik om een heide op gezette tijden af te branden ten behoeve van ontginning of naar een plaats waar brandstof (heide) werd gehaald.10 In de Late Middeleeuwen ontwikkelden zich aan de flanken van de stuwwal aaneengesloten akkercomplexen, de engen. Bebouwing ligt verstrooid langs de rand van het akkerareaal (bouwlandkamp) op individuele hoogten, omgeven door opgaand groen. De engen zijn systematisch verkaveld in lange smalle stroken. Op de eng wordt in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd hoofdzakelijk graan verbouwd. Als gevolg van bevolkingsgroei in de Late Middeleeuwen neemt de behoefte aan voedsel toe. Om meer opbrengsten te krijgen worden de akkers steeds zwaarder bemest. Mest wordt vermengd met strooisel, en later plaggen, van de heide. Hierdoor wordt de bodem opgehoogd. Het is onbekend of een plaggendek in het plangebied aanwezig is. De historische kern van Baarn bevindt zich ongeveer 400 meter ten noordoosten van het plangebied (AMK-terrein 12.260). Baarn staat afgebeeld op kaarten uit de 16e eeuw (figuur 16). Het omliggende landschap lijkt ontgonnen, maar het is niet duidelijk of sprake is van weilanden of bouwlanden. Op kaarten uit 1696 en 1720 ligt het plangebied in onbebouwd gebied hoewel kleinere boerderijen op deze kaart kunnen zijn weggelaten (figuur 17 en 18).
Het plangebied ligt in of nabij een zone die ‘Santvoort’ wordt genoemd. Dit gebied is vernoemd naar het vroegere gehucht ‘Santvoorde’. Dit gehucht had een eigen schuilkerk en bevond zich aan de Zandvoortweg ter hoogte van de Prof. Krabbelaan, ongeveer één kilometer ten noorden van het plangebied. Bekend is dat rond 1640 de burgemeester van Amsterdam, Johan Bicker, een stuk heidegrond kocht tussen Baarn en Soesdijk11. Hij laat daar hofstede ‘De Eult’ bouwen. Zijn kleinzoon, Willem Gideon Deutz, laat in de eerste helft van de 18e eeuw het terrein bebossen. In het midden van het landgoed wordt een sterrenbos aangelegd met daaromheen lange rechte bomenlanen (figuur 19). Het landgoed De Eult wordt 1758 verkocht en gevoegd bij het terrein van paleis Soestdijk. Het noordelijke deel van het landgoed wordt aan het eind van de 19e eeuw verkaveld 10 Van der Sijs 2010 11 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
16 voor villabouw. Het overgebleven deel van het landgoed De Eult is nu een rijksmonument, het Baarnse Bos. Op het kadastraal minuutplan uit de periode 1811 tot en met 1832 en de topografisch militaire kaart uit 1850 is zichtbaar dat het plangebied in het jacht- of plezierbos van het landgoed ligt (figuur 20 en 21). Het perceel staat aangeduid als ‘hakbosch’. Het bos is eigendom van Z.K.H. de Prins van Oranje. Vanaf de jaren 70 van de 19e eeuw worden villa’s in het bos gebouwd (figuur 22 tot en met 24). De Koningsweg wordt ook in deze periode aangelegd. Het plangebied is onderdeel van de tuin behorende tot het pand dat ten oosten hiervan ligt. Deze situatie verandert niet tot aan de bouw van het gezondheidscentrum in 1953 (figuur 25 tot en met 30).
2.6
Mogelijke verstoringen De diepte van de bodemverstoring gerelateerd aan de funderingen en kruipruimte bedraagt ongeveer 100 cm. Tevens is een kelder aanwezig met een oppervlakte van 18 m2 en een diepte van 230 cm (figuur 9). Mogelijk is het plangebied geëgaliseerd en/of afgegraven. Uitgaande van het hoogteverschil met het perceel ten noorden van het plangebied, bedraagt de afgraving maximaal 130 cm (figuur 13). In verband met kabels en gas- en waterleidingen in het zuidwesten van het plangebied kan de bodem hier diep verstoord zijn (figuur 31).
2.7
Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken staan weergegeven in figuur 32 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Op circa 160 m ten noorden van het plangebied zijn drie locaties bij het uitgraven van een bouwput onderzocht door de archeologische werkgroep van de Historische Kring Baerne (vondstlocaties 1.112.394, 1.058.539 en 1.058.977). Hierbij zijn aardewerkfragmenten en sporen uit de Middeleeuwen gevonden. Uit een booronderzoek bij de Paaskerk, circa 300 m ten noordwesten van het plangebied, blijkt dat de bodem diep verstoord is (zaken 4.683.375.100 en 4.714.957.100). Bij een parkeerterrein aan de Laanstraat, circa 200 m ten noorden van het plangebied, blijkt een 10 cm dik restant van een B-horizont aanwezig te zijn (zaak 2.283.644). De bodem in de rest van het onderzochte gebied is echter diep verstoord. Daarom is geen vervolgonderzoek geadviseerd.12 Ongeveer 350 m ten westen van het plangebied zijn aan de Gerrit van der Veenlaan een archeologisch verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd (zaken 4.927.055.100 en 4.940.233.100).
Bij het verkennende onderzoek is in een deel van het onderzochte gebied in de bodem een B-horizont aangetroffen. De verwachting was daarom dat hier mogelijk archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn. Daarom was een 12 Groenhuijzen 2020 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
17 karterend booronderzoek geadviseerd. Bij het karterende onderzoek zijn vervolgens enkele fragmenten baksteen, roodbakkend ongeglazuurd aardewerk, industrieel wit aardewerk, kachelgrit en verbrande leem of klei in de bovenliggende A-horizont aangetroffen. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van een vindplaats zijn niet aangetroffen. Vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.13 Het plangebied ligt ongeveer 400 m ten zuidwesten van AMK-terrein 12.260, de historische dorpskern van Baarn. Baarn ligt op de overgangsgebied van dekzand naar rivierkom. Het dorp is waarschijnlijk in de 12e eeuw gesticht. In de AMKterrein is, aan de Kampstraat op ongeveer 450 m afstand van het plangebied, een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (zaak 2.209.861.100). Echter vanwege een eerdere sanering is de bodem diep verstoord en worden geen archeologische resten meer verwacht.14 In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.15 Archeologische terreinen 12.260 - Baarn - Centrum - Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning. Het betreft de dorpskern van Baarn. Baarn ligt op de overgang dekzandgebied / komgebied, aan de rand van de Gelderse Vallei, dicht bij de stuwwal. Zaken (incl. evt.
bijbehorende vondsten) 2.067.033.100: Baarn, Eemnesserweg 44, 44a en 46, bureauonderzoek Het plangebied ligt op een hoge stuwwal en nabij (binnen één kilometer) van een veengebied waardoor beide bodemtypes gebruikt konden worden door bewoners. Het is mogelijk dat op de locatie een enkeerdgrond aanwezig is waardoor archeologische resten uit het Mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd behouden kunnen zijn gebleven. Het plangebied is in 1824 bebouwd geweest. Er is geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren. 16 2.134.628.100: Baarn, Ontvlechting Soesterlijn, boring Van dit onderzoek is geen rapport beschikbaar in Archis of DANS. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Baarn heeft het gebied op en langs het spoor geen archeologische verwachting. 2.209.861.100: Baarn, Kampstraat 2b-c, boring De verwachting was dat op de onderzoekslocatie de stuwwal zou worden aangetroffen. De opbouw die in het veld werd aangetroffen stemt overeen met de verwachte bodemopbouw. Tijdens het booronderzoek werd tot 1,2 à 1,4 m –mv opgebrachte grond aangetroffen, welke vermoedelijk samenhangt met de sanering uit 1992. De bodem is vergraven tot op of in de top van de C–horizont, eventuele archeologische leefniveaus zijn hierdoor geheel verdwenen. Gelet op deze verstoring is de kans op het aantreffen van intacte archeologische resten op de onderzoekslocatie nihil.
Een verdichting van het boorgrid kan achterwege blijven. Het booronderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor intacte archeologische (vondstrijke) resten. Dit booronderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor andere lagen (oude oppervlakten, mogelijke bewoningsniveaus) in de bodem die archeologisch gezien interessant zijn. Gelet op de tijdens dit booronderzoek aangetroffen verstoringen en het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten kan de verwachting naar beneden worden bijgesteld. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.17 2.214.980.100: Baarn, Nieuw Baarnstraat, bureauonderzoek Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Baarn op de overgang van de stuwwal van Baarn naar het rivierdal van de Eem. De locatie was tot het einde van de 19 e eeuw onbebouwd. In de 20e eeuw zijn brandstoftanks ingegraven en drie onderkelderde woningen gebouwd. In de omgeving zijn resten uit het Neolithicum, de Bronstijd en Middeleeuwen gevonden. Er is geadviseerd een archeologisch booronderzoek uit te voeren om de intactheid van de bodem te bepalen. 18 13 Roodenburg 2021a; Roodenburg 2021b 14 Wagner en Van Weenen 2008 15 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 16 Klaveren 2005 17 Wagner en Van Weenen 2008 18 Malssen 2008 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
18 2.283.644.100: Baarn, parkeerterrein Laanstraat, booronderzoek De bodem in het plangebied bestaat voornamelijk uit een geroerd pakket op een C-horizont. In twee boringen is een restant van een B-horizont gevonden van circa 10 cm dik. Het is waarschijnlijk dat eventuele bewonings- of akkerlagen zijn verstoord. De kans dat in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn is klein. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 19 2.294.936.100: Baarn, Oude Oosterhei, bureauonderzoek Het plangebied is gesitueerd op de overgang van hoge naar lage zandgronden met droge zandgronden in het westelijke deel van het plangebied en relatief natte zandgronden in het oostelijke deel van het plangebied. Het westelijke deel van het plangebied was sinds de vorming van het dekzand (vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden) een gunstige locatie voor bewoning en bewerking van het land. Het oostelijke deel van het plangebied was daarentegen sinds de vorming van de lagune in de Eemvallei (begin Holoceen) waarschijnlijk hiervoor minder geschikt geweest. Wanneer het plangebied gesitueerd is op enkeerdgronden heeft het een hogere archeologische verwachting dan wanneer het plangebied is gesitueerd op gooreerdgronden.
Voor het deel van Oude Oosterhei dat gelegen is ten zuiden en oosten van de lijn Westerstraat-Sparrenlaan is de verwachting op in situ het aantreffen van archeologische indicatoren van het Neolithicum tot het heden laag. Gezien de hoger gelegen positie van het deel van Oude Oosterhei ten noorden en westen van de lijn Westerstraat-Sparrenlaan en de mogelijke aanwezigheid van enkeerdgronden is er aldaar een middelhoge archeologische verwachting. Echter, op basis van het bureauonderzoek is niet vast te stellen in hoeverre deze aanname correct is en wat het effect kan zijn geweest van de ontbossing en later bouwactiviteiten in het gebied op de intactheid van de eventueel aanwezige archeologisch kansrijke lagen. Aanbevolen wordt om in de zones met een middelhoge verwachting een verkennend booronderzoek uit te voeren indien deze verstoord gaat worden. 20 2.382.707.100: Baarn, Javalaan 1, bureauonderzoek Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Hieruit is gebleken dat het plangebied geen archeologische verwachting is toegekend vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Ook op kaarten waarop de fysische geografie van het plangebied wordt weergegeven is het plangebied niet gekarteerd. Dit bemoeilijkt het opstellen van een archeologische verwachting voor de te onderzoeken locatie.
Er is vastgesteld dat het gebied al in de prehistorie een aantrekkelijke verblijfplaats is geweest voor de mens. In de omgeving zijn dan ook diverse archeologische vondsten gedaan die dateren uit zowel de vroege prehistorie, de ijzertijd, de Romeinse tijd, de middeleeuwen en de periode erna, de nieuwe tijd. Vanwege het feit dat het plangebied zich in een gebied bevindt waarvan bekend is dat er reeds vanaf de prehistorie menselijke activiteit en bewoning heeft plaatsgevonden en wat bevestigd is door de archeologische vondsten die in de directe omgeving gedaan zijn, wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Een verkennend booronderzoek wordt geadviseerd. 21 2.474.172.100: Baarn, Parkeerterrein Albert Heijn, bureauonderzoek Van dit onderzoek is geen rapport beschikbaar in Archis of DANS. 4.008.133.100 en 4.008.141.100 : Baarn, Nieuwe Baarnseweg 1-7, bureauonderzoek In het plangebied hebben verschillende bouw- en sloopwerkzaamheden plaatsgevonden. Gezien de landschappelijke context kunnen echter archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Voor het plangebied is in 2008 reeds een advies uitgebracht (zaak 2.214.980.100).
De archeologisch adviseur van de gemeente heeft in 2016 besloten dat aanvullend archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.22 4.683.375.100 en 4.714.957.100 : Baarn, Paaskerk, bureau- en booronderzoek Het bureauonderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied ligt in de bebouwde kern van Baarn op een noordoostelijke uitloper van de Utrechtse Heuvelrug. Het plangebied bevindt zich waarschijnlijk op de flank van de stuwwal, mogelijk op de overgang naar het omliggende gordeldekzandgebied. Op de zandgronden zal oorspronkelijk een podzolbodem zijn ontstaan. Het bodemprofiel zal in een groot deel van het plangebied echter zijn verstoord als het gevolg van graafwerkzaamheden gerelateerd aan de huidige en voorgaande bebouwing binnen het gebied. Op de dekzandafzettingen of gestuwde afzettingen kunnen resten van tijdelijke bewoning uit de periode Laat-PaleolithicumNeolithicum in situ voorkomen. Op en in de dekzandafzettingen of gestuwde afzettingen kunnen eveneens sporen en resten van bewoning en begraving uit de periode Neolithicum - Nieuwe Tijd voorkomen. Op basis van bekende gegevens uit de omgeving kan deze laatste verwachting worden gespecificeerd naar met name de perioden Neolithicum-Bronstijd en Late MiddeleeuwenNieuwe Tijd. Deze potentiële archeologische niveaus bevinden zich direct aan of vanaf het maaiveld.
Voor een groot deel van het plangebied zullen ze echter niet meer intact zijn als het 19 Berg-Meelis, Simons en Quak 2010 20 Boonstra 2010 21 Pouille 2012 22 Sueur 2016 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
19 gevolg van graafwerkzaamheden gerelateerd aan de huidige en voorgaande bebouwing in het plangebied. De verwachting op het in situ aantreffen van resten uit de perioden Laat-PaleolithicumNeolithicum, Neolithicum-Bronstijd en Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd in het reeds bebouwde deel van het plangebied is daarom laag. Voor het onbebouwde deel is de verwachting middelhoog. De natuurlijke afzettingen in het plangebied blijken te bestaan uit verspoelde dekzandafzettingen. Het ligt voor de hand dat in dergelijke zandafzettingen een podzolbodem is ontstaan. Er is echter geen sprake meer van een intact bodemprofiel. Er bleek een antropogeen verstoord en opgehoogd pakket aanwezig te zijn dat reikt tot minimaal 55 en maximaal 315 cm onder maaiveld (6.87-4.49 m +NAP). Op basis van het ontbreken van een intact bodemprofiel en het ontbreken van vondstmateriaal dat ouder is dan de Late Nieuwe Tijd worden er geen archeologische sporen en resten meer in het plangebied verwacht. Op basis van deze bevindingen wordt vervolgonderzoek niet zinvol of noodzakelijk geacht en wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen.23 4.927.055.100: Baarn, Gerrit van der Veenlaan 4, boring Uit het verkennende booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit grindig grof zand wat de verwachting van gestuwde afzettingen bevestigt.
In het plangebied is sprake van een A- op C- profiel waarbij de A-horizont circa één meter dik is. In de directe omgeving van het kantoorgebouw is de bodem diep verstoord tot circa drie tot vijf meter beneden maaiveld. In het zuidoosten van het plangebied is een deels intacte bodem aanwezig (restant B-horizont) waarin archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn. Aanbevolen wordt om een karterend booronderzoek in de zone met een B-horizont uit te voeren. 24 4.940.233.100: Baarn, Gerrit van der Veenlaan 4, boring Bij deze zaak is vondstlocatie 1.273.556 geregistreerd. Vervolg op zaak 4.927.055.100. Alle boringen zijn tot 150 cm -mv gezet. De boringen bevestigen de bevindingen van het verkennende booronderzoek wat betreft het bodemprofiel; in het plangebied is een (deels) intacte B-horizont aanwezig. Bij het zeven van de opgeboorde grond zijn voornamelijk baksteenfragmenten, kachelgrit, doorzichtige glasfragmenten, fragmenten pijpenkoppen en industrieel wit aardewerk aangetroffen. Deze kunnen gekoppeld worden aan inrichting van de landschapstuin om villa Hoog Wolde uit de tweede helft van de 19 e eeuw. Er zijn geen aanwijzingen dat in het plangebied een nederzetting aanwezig is die zich manifesteert als een spreiding van artefacten.
Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijke geacht.25 Vondstlocaties los 1.042.867: Baarn, Nh Kerk ; Pauluskerk, opgraving Bescheiden onderzoekjes aan de Pauluskerk te Baarn, uitgevoerd door de Historische Kring "Baerne" (eind 1975). Drie kleine putjes werden langs de buitenmuren van het westelijk gedeelte van de kerk gegraven. Het onderzoek diende om de theorieën over de bouwgeschiedenis te toetsen. Rapport bevat kaarten van de situatie, foto's van het vrijgelegde muurwerk in de drie putten en tekeningen van skeletresten en het -halve- doopvont. Over dit doopvont valt nog te melden dat dit nieuw gevonden fragment buiten de westgevel, 25 cm -maaiveld, werd gevonden. Het completeerde het in 1888 eveneens voor de westgevel gevonden gedeelte. Waarschijnlijk gesticht vóór 1400. 1.058.539: Baarn, Laanstraat ; C1000, opgraving Opgraving door ARWE in 1989. Hierbij zijn drie stuks geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk gevonden. 1.058.977: Baarn, Herko ; Leestraat ; Laanstraat, opgraving Vondst van meer dan 50 paalkuilen die samen een huisplattegrond vormen. Het betreft een “bootvormig” huis van circa 18 m lang. Een aantal paalgaten wijzen op tussenwanden in het huis. Voor een deuropening ligt een vierkante kuil waarvan vermoed wordt dat het een veerooster betreft.
Een aantal kuilen buiten de boerderij zijn mogelijk voorraadkuilen en overige paalgaten behoorden mogelijk tot schuurtjes en andere kleine bijgebouwen.26 Op de locatie zijn aardewerkfragmenten van kogelpotten en Paffrath keramiek uit de Late Middeleeuwen A geregistreerd. 1.112.394: Baarn, Leestraat 14, opgraving In 1986 is op deze locatie een onderzoek uitgevoerd door de archeologische werkgroep (ARWE) van de lokale heemkundekring. In de noordhoek van de bouwput zijn twee kuilen gevonden. Eén bevatte een recente vulling en één bevatte resten uit de 9 e en 12e eeuw. Het spoor is afgedekt 23 Groenhuijzen 2020 24 Roodenburg 2021a 25 Roodenburg 2021b 26 Kok en Dockum 1991, 29–30 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
20 door een akkerlaag met vondsten uit de 14e eeuw.27 De volgende vondsten zijn geregistreerd: • 1 stuks, keramiek, kogelpot, Late Middeleeuwen A • 1 stuks, keramiek, Badorf aardewerk, Vroege Middeleeuwen C - Vroege Middeleeuwen D • 2 stuks, vuursteen, afval, Vroege Middeleeuwen - Nieuwe Tijd Laat • 1 stuks, keramiek, Pingsdorf geelwitbakkend, Late Middeleeuwen A • 1 stuks, keramiek, kogelpot, Late Middeleeuwen A • 1 stuks, keramiek, Paffrath, Late Middeleeuwen A • Onbekend aantal, keramiek, roodbakkend geglazuurd aardewerk, Nieuwe Tijd Laat • Onbekend aantal, keramiek, witbakkend geglazuurd aardewerk, Nieuwe Tijd Laat • Onbekend aantal, keramiek, steengoed geglazuurd, Nieuwe Tijd Laat • Onbekend aantal, keramiek, Fayence - Delfts blauw, Nieuwe Tijd Laat • Onbekend aantal, keramiek, porselein, Nieuwe Tijd Laat • Onbekend aantal, glas, onbekend, Nieuwe Tijd Laat • Onbekend aantal, metaal, onbekend, Nieuwe Tijd Laat • 1 stuks, keramiek, Paffrath, Late Middeleeuwen A • 1 stuks, keramiek, kogelpot - schelpgruismagering, Vroege Middeleeuwen C • Onbekend aantal, keramiek, hutteleem, Vroege Middeleeuwen C - Late Middeleeuwen A • Onbekend aantal, hout/houtskool, houtskool, Vroege Middeleeuwen C – Late Middeleeuwen A
Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ongeveer 500 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.28
2.8
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt ter hoogte van de flank van de stuwwal waarop dekzand is afgezet. Het dekzand heeft een rug gevormd en het plangebied ligt op de flank van deze rug. Dit is een gunstige bewoningslocatie vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Door uitputting van de grond sinds de Bronstijd ontstaan heide en vervolgens zandverstuivingen. De historische kern van Baarn ligt circa 750 meter ten oosten van het plangebied. Baarn wordt voor het eerst in bronnen uit de 14e eeuw genoemd. Tussen Baarn en Soestdijk wordt rond 1640 een stuk heidegrond gekocht. Dit terrein, waar het plangebied mogelijk in ligt, wordt in de eerste helft van de 18e eeuw bebost. Vanaf de jaren 70 van de 19e eeuw worden villa’s in het bos gebouwd. De Koningsweg wordt ook in deze periode aangelegd. Het plangebied is onderdeel van de tuin behorende tot het pand dat ten oosten hiervan ligt. Deze situatie verandert niet tot aan de bouw van het gezondheidscentrum in 1953. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.
Datering
In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit alle archeologische perioden. Voor resten van jager-verzamelaars geldt een middelhoge archeologische verwachting. 27 Cleij 1986 28 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
21 In de periode van de eerste boeren (Neolithicum tot en met de IJzertijd) vindt bewoning plaats op met name de (gordel)dekzandruggen. In de gemeente Baarn zijn daarnaast grafheuvels gevonden op (de flanken van) de stuwwal. Voor resten uit deze periode geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. In de gemeente Baarn zijn tot op heden geen resten uit de Romeinse tijd aangetroffen, derhalve geldt een onbekende verwachting voor resten uit deze periode. Voor resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. 2.
Complextype
Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars, landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. Archeologische resten uit de 18e eeuw zullen alleen bestaan uit sporen van ontginning en bosaanleg. 3.
Omvang
Archeologische resten gerelateerd aan bewoning kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.
Diepteligging
Archeologische resten kunnen vanaf het maaiveld aanwezig zijn. Indien een plaggendek aanwezig is, bevinden resten uit het Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen zich onder een dek van minimaal 50 cm dik. 5.
Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)
Archeologische resten kunnen goed zijn geconserveerd dankzij ligging onder een plaggendek. Door erosie en zandverstuiving kunnen archeologische resten zijn verdwenen. In de Bronstijd tot en met Nieuwe tijd kunnen zandverstuivingen zijn ontstaan door ontbossing als gevolg van menselijk handelen. Organische archeologische resten zijn waarschijnlijk vergaan door de lage grondwaterstand en relatief hoge zuurgraad van zand. 6.
Locatie
In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. 7.
Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):
Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in de bouwvoor of (als deze aanwezig is) bouwlanddek aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen hebben vergelijkbare uiterlijke kenmerken, daarnaast moet (rekening gehouden worden met resten van steenbouw (fragmenten baksteen, uitbraaksleuven, Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
22 metselwerk). Prospectiekenmerken: Archeologische resten uit de periode van jagerverzamelaars en vroege landbouwsamenlevingen kenmerken zich door een spreiding van artefacten, hoofdzakelijk vuursteen. Archeologische resten uit latere periodes (late landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen) kunnen het beste worden opgespoord uitgaande van een sporenniveau. 8.
Mogelijke verstoringen
De diepte van de bodemverstoring gerelateerd aan de funderingen en kruipruimte bedraagt ongeveer 100 cm. Tevens is een kelder aanwezig met een oppervlakte van 18 m2 en een diepte van 230 cm. Mogelijk is het plangebied geëgaliseerd en/of afgegraven. Uitgaande van het hoogteverschil met het perceel ten noorden van het plangebied, bedraagt de afgraving maximaal 130 cm. In verband met kabels en gas- en waterleidingen in het zuidwesten van het plangebied kan de bodem hier diep (tot in het archeologische niveau) verstoord zijn.
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
23
3
Booronderzoek
3.1
Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,29 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn in de eerste plaats gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.
Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden. In één van de vijf boringen was sprake van een podzol B-horizont. Alhoewel de boogde strategie alleen verkennend was, is, omdat dit slechts één boorpunt betrof, op die plaats een extra boring met een 15 cm Edelmanboor gezet. De opgeboorde grond bij dat punt is gezeefd met het doel het karteren van archeologische vindplaatsen die zich manifesteren als een strooiing van vondsten. Deze (beperkte) kartering is gebaseerd op de Leidraad IVO Karterend booronderzoek, brede zoek optie methode E1 en is bedoeld voor het opsporen van Nederzettingen met een matig-hoge en hoge vondstdichtheid (aardewerk en vuursteen) en een omvang vanaf 500 m² of meer (diameter 25 m). De methode levert minimaal 75% opsporingskans nederzettingen met een matig-hoge en hoge vondstdichtheid (aardewerk en vuursteen) en een omvang vanaf 500 m² of meer (diameter 25 m).30
3.2
Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:
7 en 15 cm Edelmanboor.
Aantal boringen:
Vijf met 7 cm Edelman; één met 15 cm Edelman. De boring met de 15 cm Edelman is direct (10 cm) naast boorpunt 1
29 SIKB 2018 30 Tol, Verhagen en Verbruggen 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
24 gezet en niet afzonderlijk beschreven. Boordiepte:
De boringen met de 7 cm Edelman zijn gezet tot 220 cm-mv (maximale verstoringsdiepte). De boring met de 15 cm Edelman is gezet tot 100 cm-mv (tot in de C-horizont).
Grid:
De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst, gericht op de plekken waar de nieuwe bebouwing komt, voor zover deze buiten het huidige bouwvlak komt.
Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Alle grond van de humeuze zandlagen en podzol B-horizont (voor zover aanwezig) is gezeefd over een zeef met een maas van 4 mm om de grond te inspecteren op eventuele bijmengingen. Alle grond van intacte bodemlagen die met de 15 cm Edelman is opgeboord is ook gezeefd over 4 mm. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.31 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie met een geschatte nauwkeurigheid van 1 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.32 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op dinsdag 6 december 2022 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en K. Durczak (junior prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.
3.3
Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 33 en 34 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in figuur 35. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater is tijdens het onderzoek niet bereikt en stond dus dieper dan 220 cm-mv. Al het bodemmateriaal bestaat uit zwak siltig matig fijn goed gesorteerd en afgerond zand. 31 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 32 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
25 Op basis van de kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van boven naar onder: Pakket 1: omgewerkte grond De top van het bodemprofiel bestaat (onder cunet zand bij twee boorpunten) uit een matig tot sterk humeus zandpakket met heterogene samenstelling. Bij boorpunten 2 tot en met 5 is het pakket 95 cm tot 180 cm dik. Bij boorpunt 1 is het pakket slechts 12 cm dik. In het pakket bevinden zich vlekken, brokken grond met een andere kleur en een humeuze bijmenging. Daarnaast zijn fragmenten grind en fragmenten baksteen aanwezig. De ondergrens van het pakket is meestal scherp. Pakket 2: mogelijk restant bouwvoor Ter hoogte van boorpunt 1 (in het noorden van het plangebied) is de onderkant van het humeuze pakket schoon (zonder bijmengingen). Op basis daarvan en op basis van de onderliggende B-horizont bij dit boorpunt, wordt vermoed dat dit pakket een restant van de oude bouwvoor betreft (tevens A-horizont). Het pakket is 20 cm dik. De top van het pakket ligt op 20 cm-mv (588 cm +NAP). Pakket 3: dekzand: De natuurlijke ondergrond bestaat uit licht geel, licht grijsgeel, geelbruin en licht bruingeel zand. De ondergrens van het pakket is niet bepaald en ligt dieper dan de maximale boordiepte. Het pakket is minimaal 180 cm dik. In het pakket bevinden zich lagen met roest (een spoor).
De top van het pakket ligt tussen 40 en 180 cm -mv (568 en 395 cm +NAP). Dit pakket is bodemkundig de C-horizont. Vanwege de textuur, afronding en sortering kan het geologisch worden geïnterpreteerd als dekzand (Laagpakket van Wierden; Formatie van Boxtel). In de top van het dekzand is bij boorpunt 1 een bruine laag aanwezig. Deze laag is geïnterpreteerd als een podzol B-horizont. De top van de B-horizont ligt op 40 cm-mv (568 cm +NAP).
Bureau voor Archeologie Rapport 1266
Baarn Koningsweg 4
26
3.4
Archeologische interpretatie In de top van het dekzand heeft zich onder natuurlijke omstandigheden waarschijnlijk een podzolprofiel gevormd. Er wordt vanuit gegaan dat, voordat mensen het gebied hebben ontgonnen, in het hele onderzoeksgebied podzolprofielen aanwezig zijn geweest. Uit de boringen blijkt dat nu alleen bij boorpunt 1 een restant van een podzolprofiel aanwezig is; de B-horizont. Dit betekent dat ter hoogte van dit boorpunt eventuele archeologische resten niet door 19e of 20e eeuwse grondbewerkingen en bouwactiviteiten zijn vergraven. Bij dit boorpunt is daarom een megaboring gezet en is de opgeboorde grond gezeefd. Er zijn daarbij geen archeologische indicatoren gevonden die er op wijzen dat in het plangebied een vindplaats aanwezig is. In de rest van het plangebied zijn geen resten van podzolprofielen aanwezig. Evenmin ligt een oud-bouwlanddek op de natuurlijke bodem. De bodem is in het plangebied waarschijnlijk vergraven bij de ontginning en bouwrijp maken van het perceel. Daar waar de bodem intact is, ligt de top van de B-horizont op 568 cm +NAP. In de overige boringen ligt de onderkant van het omgewerkte pakket tussen 395 en 510 cm +NAP. Ervan uitgaande dat de B-horizont in het hele plangebied op hetzelfde niveau heeft gelegen, betekent dat in de verstoorde profielen de bodem minimaal tussen ongeveer 50 en 160 cm is omgewerkt.
De kans dat archeologische resten aanwezig zijn, wordt daarom als klein ingeschat. De boringen zijn gezet tot de maximale vergravingsdiepte. Daaruit blijkt dat in het dekzand geen begraven bodems aanwezig zijn (paleosols). Dus ook op grotere diepte is de kans op archeologische vindplaatsen klein.
Bureau voor Archeologie Rapport 1266