CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad (openbaar) 24 februari 2021, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Landgoed Postel19.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze bestaande geurgevoelige objecten zijn daarom maatgevend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van die veehouderij, niet de beoogde nieuwe woningen. De beoogde nieuwe woningen zullen de ontwikkelingsmogelijkheden van deze veehouderij daarom nooit meer belemmeren dan de bestaande woningen doen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het initiatief met zekerheid niet zorgt voor een onevenredige belemmering van de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving. 4.9 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Een nieuw initiatief is niet relevant als aannemelijk kan worden gemaakt dat de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven.

Conclusie

De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie van 1.500 woningen). De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in betekende mate van invloed op de omgeving. Dat betekent, dat een

Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’

52

luchtkwaliteitonderzoek niet noodzakelijk is en er voor wat betreft luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de voorgestane ontwikkeling. Woon- en leefklimaat Om te bepalen of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat is de achtergrondwaarde voor fijnstof en stikstof bepaald met behulp van de Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. In onderstaande tabel zijn de achtergrondwaarden en de normen weergegeven.

Tabel 4: Actuele luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied (bron: Bron: luchtmeetnet.nl) Totale concentratie (µg/m3) NO2

Totale concentratie (µg/m3) PM10

actueel

20 – 25

25 - 30

Norm

40

40

Conclusie

Uit de tabel volgt dat nu en in de toekomst de achtergrondconcentraties NO2 en PM10 ruim beneden de norm liggen. De luchtkwaliteit is aanvaardbaar. 4.10 Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er op treden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. Verkeersgeneratie Een vrijstaande woning heeft een verkeer aantrekkende werking van maximaal 8,6 verkeersbewegingen per etmaal (bron: CROW-publicatie Parkeren en Verkeersgeneratie, editie 2018). In de toekomstige situatie worden maximaal twee woningen toegevoegd, wat betekent dat er een verkeersgeneratie ontstaat van maximaal 18 extra verkeersbewegingen op de Postel. Gezien de kleinschaligheid van het initiatief kan de Postel het aantal verkeersbewegingen verwerken. Parkeren Er dient tevens voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. De gemeente Baarle-Nassau heeft hiervoor een eigen parkeernota vastgesteld. Dit betreft de ‘Nota parkeren 2011’. Deze nota gebruikt de normen uit de CROW (ASVV 2004) als basis, maar houdt rekening met de specifieke situatie in Baarle-Nassau en de wensen die er zijn voor wat betreft parkeren op het eigen en openbaar terrein.

In de nota wordt gesteld dat er per woning met een omvang groter dan 100 m2 in het gebied ‘Overig gemeente Baarle-Nassau’ voorzien moet worden in 2 parkeerplaatsen per woning. Parkeren dient te geschieden op eigen terrein. De kavels zijn voldoende groot om te voorzien in de parkeerbehoefte. 4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen.

Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’

53

4.11.1 Achtergrond

De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10 -6. Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden.

De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10 -6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van: - de kans op een ongeval; - het effect van het ongeval; - het aantal personen dat in de omgeving van de bron(inrichting of transportroute) verblijft; - de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval. Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers.

Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarvan het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, geldt een verantwoordingsplicht. Het invloedsgebied betreft het gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.

4.11.2 Toetsing

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waar (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken. In deze paragraaf wordt het initiatief getoetst aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’

54

Inrichtingen Uit de risicokaart, zie Afbeelding 33, blijkt dat er geen risicovolle inrichting zijn gelegen binnen ruim een kilometer van het plangebied. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er op grond van het Bevi geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied. Transport In de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog is van niet-leiding gebonden transport van gevaarlijke stoffen geen sprake. Er vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over weg, spoor of over water. Op basis hiervan is een groepsrisicoverantwoording op grond van het Bevt is dus niet nodig. Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht geworden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen die van invloed zijn op het plangebied. Een verantwoording van het groepsrisico is op grond van het Bevb is dus niet aan de orde.

Afbeelding 33: Uitsnede risicokaart Nederland Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied. 4.12 Kabels en leidingen Volgens het bestemmingsplan zijn ter plaatse geen kabels of leidingen gelegen met een beschermingszone. Bij vergunningverlening en realisatie zal een klic-melding worden uitgevoerd zodat vooraf inzichtelijk is of er gegraven kan worden, of dat er maatregelen noodzakelijk zijn. Het aspect kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’

55

5. Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het kostenverhaal en de financiële haalbaarheid van het plan. 5.1 Kostenverhaal Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de overheid budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de overheid verplicht om de kosten te verhalen in de gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is kostenverhaal verplicht in geval van: - de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; - de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; - de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; - de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² brutovloeroppervlakte bedraagt; - de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² brutovloeroppervlakte. Wanneer sprake is van een bouwplan, is het kostenverhaal verplicht.

De gemeenteraad dient dan gelijktijdig met het besluit of de vergunning een exploitatieplan vast te stellen. De overheid is echter niet in alle gevallen verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro kan de overheid besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als aan de cumulatieve bepalingen van artikel 6.12, lid 2 sub a, b en c Wro is voldaan. In dit geval wordt middels een bestemmingsplanprocedure (artikel 3.1 Wro) een bouwplan (landgoed met twee woongebouwen) in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Met de ontwikkelende partij (initiatiefnemer) is echter een anterieure overeenkomst (conform artikel 6.24 Wro) aangegaan. Aangezien er ook geen sprake is van vaststelling van nadere eisen of fasering van het project, geldt de plicht tot het vaststellen van een exploitatieplan niet. In de anterieure overeenkomst is het verhaal van kosten op afdoende wijze vastgelegd. Gelet op de anterieure overeenkomst is de economische uitvoerbaarheid gegarandeerd en kan door de gemeenteraad derhalve worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan in de zin van artikel 6.12, tweede lid Wro. 5.2 Financiële haalbaarheid De voorgestane ontwikkeling van Landgoed Postel te Baarle-Nassau betreft een particulier initiatief.

De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Er is een planschadeovereenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Baarle-Nassau. Om de plankosten te bepalen is een begroting opgesteld om te gemaakte gemeentelijke uren te verhalen. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’

56

6. Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden in de vorm van vooroverleg met de daartoe aangewezen instanties en een omgevingsdialoog. 6.1 Vooroverleg en omgevingsdialoog De gemeente Baarle-Nassau heeft de Nota Burgerparticipatie opgesteld. Indien er sprake is van een partiële herziening van het bestemmingsplan verwacht de gemeente dat initiatiefnemer actief communiceert met omwonenden over de beoogde ontwikkeling. In dit kader is initiatiefnemer in gesprek gegaan met de omwonenden van het plangebied. Het verslag hiervan is aan de gemeente overlegd, maar wordt in het kader van de privacywet niet aan deze toelichting toegevoegd. In het kader van artikel 3.1.1 Bro wordt overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap Brabantse Delta, Veiligheidsregio Midden- en West Brabant en de provincie Noord-Brabant. Gemaakte opmerkingen zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. 6.2 Zienswijzen en beroep De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken, van 14 augustus tot en met 24 september 2020.

Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is door één partij gebruik gemaakt. De ingebrachte zienswijze is behandeld in de Nota van zienswijzen, zie Bijlage 9. Hierin is tevens opgenomen op welke punten het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van de ingebrachte zienswijze. Op basis hiervan is het plan op 20 januari 2021 vastgesteld. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan wederom zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan middels het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.

Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’

57

7. Bijlagen Bijlage 1: Inrichtingsplan Bijlage 2: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 3: Beplantingsplan Bijlage 4: Bodemonderzoek Bijlage 5: Waterparagraaf Bijlage 6: Notitie verantwoording stikstof Bijlage 7: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 8: Akoestisch onderzoek Bijlage 9: Nota van zienswijzen

Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’

58

Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’ Van Dun Ontwerp en Planologie is een handelsnaam van Van Dun Advies BV

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9649608/1