Toelichting
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan
Gemeente xx Landgoed Postel
Titel - straat+plaats
0
Colofon
Plannaam
Landgoed Postel
Plangebied
Postel ong., 5113 BV Ulicoten
IMRO-code
NL.IMRO.0744.BPLgPostel-VG01
Datum
20 januari 2021
Status
Vastgesteld
Opgesteld door
Van Dun Ontwerp & Planologie
Elings Landschap B.V.
Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten T. 013 519 94 58
Zwanenburgseweg 6a 5473 KT Heeswijk-Dinther
Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl Auteur s
S. Elings & J.C.P.M. van de Pas
Projectleiders
C.A. Schellekens & F.C.A. van den Borne
Projectnummer
16045-029
T. 0413 320 777 E. info@elings.nl I. www.elings.eu
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING..................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ......................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ....................................................................................... 6 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................. 7 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................................... 9 2. PLANBESCHRIJVING ...................................................................................................
10 2.1 Gebiedsprofiel ..................................................................................................................10 2.2 Proces tot op heden ..........................................................................................................10 2.3 Ontwerp voorgestane ontwikkeling ....................................................................................14 2.3.1 Analyse .....................................................................................................................14 2.3.2 Visie .........................................................................................................................20 2.3.3 Inrichtingsplan ..........................................................................................................21 3. BELEIDSKADER ............................................................................................................
28 3.1 Rijksbeleid .......................................................................................................................28 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte .......................................................................28 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ...................................................29 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking .........................................................................29 3.2 Provinciaal beleid ..............................................................................................................30 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant ...................................................................................30 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................................31 3.3 Gemeentelijk beleid ..........................................................................................................36 3.3.1 Woonvisie 2018-2023 ................................................................................................36 3.3.2 Omgevingsvisie Baarle-Nassau ...................................................................................37 4. MILIEUASPECTEN ........................................................................................................
38 4.1 m.e.r.-plicht .....................................................................................................................38 4.2 Bodem .............................................................................................................................38 4.3 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ..........................................................................39 4.3.1 Cultuurhistorie ...........................................................................................................40 4.3.2 Aardkunde ................................................................................................................41 4.3.3 Archeologie ...............................................................................................................42 4.4 Water ..............................................................................................................................44 4.5 Natuur .............................................................................................................................45 4.5.1 Natuurnetwerk Nederland ..........................................................................................45 4.5.2 Wet natuurbescherming .............................................................................................46 4.6 Bedrijven en milieuzonering
..............................................................................................49 4.7 Geluid ..............................................................................................................................50 4.8 Geurhinder .......................................................................................................................50 4.8.1 Woon- en leefklimaat .................................................................................................50 4.8.2 Omgekeerde werking .................................................................................................52 4.9 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................52 4.10 Verkeer en parkeren .........................................................................................................53 4.11 Externe veiligheid .............................................................................................................53 4.11.1 Achtergrond ..............................................................................................................54 4.11.2 Toetsing ...................................................................................................................54 4.12 Kabels en leidingen
...........................................................................................................55 5. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ........................................................................... 56 5.1 Kostenverhaal ..................................................................................................................56 5.2 Financiële haalbaarheid .....................................................................................................56 6. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................................. 57 6.1 Vooroverleg en omgevingsdialoog .....................................................................................57 6.2 Zienswijzen en beroep ......................................................................................................57 7. BIJLAGEN..................................................................................................................... 58
1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding, de ligging en begrenzing van het plangebied en het geldend bestemmingsplan aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1 Aanleiding Ten zuidwesten van de kern Ulicoten, ter hoogte van gehucht Oude Strumpt is, evenwijdig aan de landsgrens met België, de weg Postel gelegen. Aan deze weg liggen een aantal woningen en een nieuw landgoed dat ligt rondom de woning Postel 2. Deze woning hoort echter niet bij het landgoed. Initiatiefnemer is eigenaar van Landgoed Postel BV en heeft de percelen die onderdeel uitmaken van het oostelijk deel van Landgoed Postel in bezit. In 2001 is voor het oostelijk deel van het plangebied een ontwerp gemaakt ten behoeve van de realisatie van Landgoed Postel. In het bestemmingsplan Buitengebied 2008, aldus vastgesteld d.d. 1607-2009, zijn deze gronden vervolgens bestemd als landgoed. Binnen de bestemming voor het landgoed was echter ook de woning op het perceel Postel 2 opgenomen, terwijl deze woning nooit onderdeel heeft uitgemaakt van het op te richten Landgoed Postel. Door Landgoed Postel BV is daarom in 2009beroep ingesteld ten aanzien van het bestemmingsplan Buitengebied 2008. Met de realisatie van het landgoed was immers beoogd om een nieuwe woning te realiseren, wat niet mogelijk zou zijn als er al een woning onderdeel uit maakte van het landgoed.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) heeft Landgoed Postel BV in het gelijk gesteld (200906702/1/R3). De afdeling heeft daarop de hele bestemming ‘Overig – landgoed’ vernietigd, waardoor voor het oostelijke deel van het plangebied het bestemmingsplan 1990 vigerend is. Het bestemmingsplan 1990 is vervolgens in 2013 opgenomen en vastgelegd in een beheersverordening. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op dat moment dus niet alleen de bestemming ‘Overig - landgoed’ ter plaatse van de woning aan Postel 2 vernietigd, maar de hele bestemming en dus het hele landgoed. De gemeente Baarle-Nassau heeft daarna aangegeven de zaak te willen herstellen via een bestemmingsplan-herzieningsprocedure. In 2017 is daarvoor een herziening van het bestemmingsplan buitengebied als voorontwerp in procedure gegaan (herziening deel 2). Met die herziening werden een aantal omissies juridisch gerepareerd en ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Ook het herstel van de bestemmingsregeling m.b.t. het Landgoed Postel was onderdeel van dit voorontwerpbestemmingsplan. De ruimtelijke onderbouwing van het landgoed, welke in 2012 was opgesteld is opgenomen in deze herziening deel 2.
Daarop heeft de provincie een reactie ingediend tegen deze herziening waarin zij aangeeft dat de ontwikkeling zoals die in de onderbouwing is beschreven niet (meer) voldoet aan de provinciale regelgeving (de Verordening ruimte). Dit omdat het beleid ten aanzien van landgoederen in de loop der tijd is gewijzigd. Voorheen gold dat sprake moest zijn van een oppervlakte van een landgoed van minimaal 5 hectare, nu is die oppervlakte-eis gewijzigd in 10 hectare. Het originele landgoed voldoet daarom niet meer aan de provinciale regels. Hierdoor was er een heroverweging en herpositionering van opbouw en oppervlak van het voorgenomen landgoed noodzakelijk. De initiatiefnemer van het landgoed is daarop in gesprek gegaan met gemeente, nabijgelegen grondeigenaren en beheerders van gronden en is uiteindelijk tot overeenstemming gekomen met de grondeigenaar van de aangrenzende percelen. Het landgoed is daardoor in areaal uitgebreid tot een totale oppervlakte van circa 14,5 hectare. Hierdoor wordt aan de oppervlakte-eis van de provinciale regelgeving voldaan. Dit aangepaste nieuwe landgoed is in dit bestemmingsplan beschreven, gemotiveerd en onderbouwd. Daarnaast maken de regels en de verbeelding onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
In overleg met de gemeente Baarle-Nassau is besloten om dit plan uit de algehele herziening te halen en de procedure voor dit landgoed afzonderlijk verder te laten lopen. De vooroverlegreactie van de provincie Noord-Brabant is in acht genomen bij het vormgeven van dit bestemmingsplan. In dat kader heeft ook een nieuw overleg plaatsgevonden met de provincie, waarin zij aangaven onder voorbehoud, in te
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
5
kunnen stemmen met de nieuwe vorm, de oppervlakte en de invulling van het voorgenomen landgoed. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan Postel in het zuidwesten van de gemeente Baarle-Nassau. Het plangebied omvat de volgende kadastrale percelen:
Tabel 1: Overzicht kadastrale percelen en oppervlakte sectie
perceelnummer
oppervlakte
N
423
18.900 m²
N
412
59.995 m²
N
418
53.780 m²
N
419
10560 m²
N
410
2410 m²
Totale oppervlakte
opmerkingen
Gedeeltelijk, met uitzondering van de bestaande bebouwing
145.645 m²
In Afbeelding 1 is een luchtfoto opgenomen waarop de contouren van het landgoed indicatief zijn weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
6
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied op luchtfoto 1.3 Geldend bestemmingsplan In de huidige situatie is, zoals aangegeven in de aanleiding, voor een deel van het plangebied, het bestemmingsplan Buitengebied 1990 het geldende bestemmingsplan (zie Afbeelding 2). Dit bestemmingsplan is via een beheersverordening in 2013 gedigitaliseerd en van toepassing verklaard. Voor het overige deel (met name de zuidelijke gronden) is het bestemmingsplan buitengebied 2008 van toepassing (zie Afbeelding 3). Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is geen
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
7
mogelijkheid opgenomen om een landgoed, conform provinciale regeling op te richten. Het is daarom noodzakelijk een buitenplanse procedure (partiële herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2008 / 1990) te doorlopen om het landgoed te kunnen realiseren. In eerste instantie liep dit plan mee in een collectieve herziening (bestemmingsplan ‘Buitengebied Baarle-Nassau, herziening 2’) van het bestemmingsplan. Dat plan is als voorontwerp in procedure geweest (2017). Vervolgens heeft provincie en waterschap in het kader van het wettelijk vooroverleg een reactie gegeven en is voor dit plandeel besloten om de procedure afzonderlijk van de collectieve herziening verder te laten lopen. Conform het bestemmingsplan uit 1990 hebben de gronden van het originele idee van het landgoed (8.4 hectare), een agrarische bestemming. Het westelijk gedeelte van deze 8,4 hectare (westelijk van Postel) heeft de bestemming Agrarisch ‘A’ (primair agrarisch) en het gebied ten oosten van Postel de bestemming ‘Agrarisch landschappelijke en/of cultuurhistorische waarde en waardevolle kavelstructuur ‘A’ (lk+ks).
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan buitengebied 1990 De gronden die nu zijn toegevoegd aan de eerste versie van het landgoed, vallen binnen het plangebied van bestemmingsplan buitengebied 2008. Daarin hebben zij de bestemming ‘Agrarisch’. Het ontwikkelen van het landgoed is in strijd met de geldende bestemmingsplannen en daarom is een juridische procedure noodzakelijk om het landgoed te realiseren.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
8
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan buitengebied 2008 1.4 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit zes hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 ‘Planbeschrijving’, dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied, de ontwikkelingsmogelijkheden en de gewenste situatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het nieuwe plan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. De juridische toelichting van het plan is beschreven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 voorziet in de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
9
2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen het plangebied. 2.1 Gebiedsprofiel Het plangebied is gelegen aan Postel in het zuidwesten van de gemeente Baarle-Nassau. De omgeving bestaat uit landbouwgronden (veelal graslanden) afgewisseld met natuur (bos) gebieden. Het plangebied grenst aan de Nationale grens met België. Postel loopt van noord naar zuid en is via de Postelsestraat verbonden met de bebouwingsconcentratie Oude Strumpt. In de omgeving liggen nog veel agrarische bedrijven en staan enkele burgerwoningen. Opvallend is de aanwezigheid van relatief veel mobilisatiecomplexen van het Nederlandse leger in de directe omgeving. De oorzaak hiervan is het grensgebied met België waarin ook het plangebied is gelegen. Het terrein direct rondom het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden. Direct tegen het plangebied staan enkele burgerwoningen namelijk Postel nr. 2, 4, 6 en 8. Het plangebied wordt ontsloten door het wegvak Postel. Het wegvak Postel loopt evenwijdig aan de grens met België en sluit aan op de hoofdinfrastructuur van de gemeente Baarle-Nassau. Het is een rustige weg, waarover voornamelijk bestemmingsverkeer en recreatief verkeer komt.
Uit de historische onderlegger van het gebied zijn bijzondere elementen af te lezen, welke van belang zijn voor de grondslag van het Landgoed Postel. Veel namen en aanduidingen zijn afgeleid van elementen uit het verleden, zo ook Postel. Dit is een mogelijke pleisterplaats langs de route tussen België en Nederland. Vanwege de ligging heeft zich hier naar alle waarschijnlijkheid een cluster van woningen gevormd op een drogere plek op de heide. Hetgeen nog herkenbaar is bij andere clusters van woningen in het nabije gebied, zoals de Strumpt. In de oorspronkelijke situatie was er sprake van gronden met verschillend gebruik (agrarisch en natuur). Op de kaart van omstreeks 1900, is in de nabije omgeving een vestigingsplaats in het bos te vinden. De vormentaal die daar gebruikt is, vormt de inspiratie voor het Landgoed Postel, omdat deze op de huidige plek niet meer aanwezig waren. De structuren die kenmerkend zijn geweest voor de plek in het verleden, worden hiermee in ere hersteld. De gronden waren meest recent in gebruik als landbouwgrond voor de teelt van gewassen (met name maïs) en als weiland. Restanten van houtsingels, orthogonale wegenstructuur, gedeeltelijke wegbeplanting van eiken, enkele oude bomen en veel gedempte sloten zorgen in 2001 voor een aanblik van een uitgewoond landschap. Hiervan is mede de intensieve bedrijfsvoering en de schaalvergroting de oorzaak.
In het gebied heeft men indrukwekkende vergezichten, tot aan de Gouverneursbossen in België. De verkaveling is een onregelmatige blokverkaveling op zandige grond. Ondanks de kleine verschillen in de samenstelling van het zand (fijn of grof) kent het gebied plaatselijk grote vochtverschillen. 2.2 Proces tot op heden Het originele idee van het landgoed uit 2001 besloeg een oppervlakte van 8,4 hectare en beslaat het noordelijke deel van het huidige plangebied. Het inrichtingsplan was destijds gebaseerd op de aanwezige kenmerken van de omgeving. Uitgangspunten daarbij waren de verschillen in de; - ondergrond; - maaiveldhoogtes; - bodemvruchtbaarheid; - grond- waterstanden. Al deze aspecten hebben invloed op de beleving en natuurwaarden van het landgoed. In Afbeelding 4 is het inpassingsplan uit 2001 toegevoegd.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
10
Afbeelding 4: Ontwerp origineel idee Landgoed Postel Ondanks dat de bestemming in 2009 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de bestemming ‘Overig – landgoed’ heeft vernietigd, is de eigenaar verder gegaan met de praktische aanleg en ontwikkeling van het landgoed. In Afbeelding 5 zijn zichtfoto’s op het reeds gerealiseerde noordelijke deel van het plangebied opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
11
Afbeelding 5: Foto’s van het (reeds gerealiseerde) noordelijk deel van het plangebied De voornaamste reden dat initiatiefnemers reeds gestart was met de aanleg van dit originele deel van het landgoed is dat de uiteindelijke realisatie een aangelegenheid is die veel tijd kost. Door daar toch al op te hebben geanticipeerd heeft het landgoed sneller een volwassen uitstraling. Dit wordt duidelijk
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
12
wanneer de luchtfoto’s uit 2010 en 2018 met elkaar worden vergeleken, zie Afbeelding 6 en Afbeelding 7.
Afbeelding 6: Luchtfoto op originele plangebied Landgoed Postel in 2010
Afbeelding 7: Luchtfoto op originele plangebied Landgoed Postel in 2018 Deze eerste fase vormt dan ook de basis voor de ontwikkeling van het complete landgoed dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Met de naaste buren (locatie Postel 4a) is namelijk overeenstemming bereikt om samen te werken aan de verdere ontwikkeling van het landgoed. De buren hebben ook gronden (6,4 hectare) beschikbaar gesteld. Deze toevoeging is fase 2. In totaal is
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
13
op deze wijze een oppervlakte van 14,8 hectare beschikbaar, waarvan het grootste deel bestaat uit agrarische en landschappelijk ingerichte gronden. Door de toevoeging van de extra gronden dienen deze geïntegreerd te worden in het eerdere ontwerp. In Afbeelding 8 is een zichtfoto op het zuidelijk deel van het landgoed opgenomen. Uitgangspunt is om het bestaande ontwerp zoveel mogelijk intact te laten en dit op een goede landschappelijk verantwoorde manier uit te breiden. Gebaseerd op een heldere landschapsanalyse.
Afbeelding 8: Foto van het zuidelijk deel van het plangebied 2.3 Ontwerp voorgestane ontwikkeling Hieronder is eerst een analyse van het landschap in ruime en in enge zin, gevolgd door een visie op dit landgoed en vervolgens een toelichting op het ontwerp en de daarbij gemaakte ontwerpkeuzes.
2.3.1
Analyse
De analyse van het plangebied vindt plaats aan de hand van historische kaarten, overige kaarten en het vigerend beleid. Historische Kaart 1850 In Afbeelding 9 zijn uitsneden van historische kaarten uit 1850 op de (omgeving van) het plangebied opgenomen. Hieruit blijkt dat: - De wegenstructuur heeft een punt-symmetrische opzet, ofwel wegen vertrekken vanuit één punt het landschap in. - Hierdoor ontstaat een patroon van radialen zoals in een spinnenweb. Het vertrekpunt ligt meestal op een hoger gelegen gebied. - Vestigingen vinden tevens op hoger gelegen (drogere) gronden plaats. - Het landschap bestaat overwegend uit bos en heide. - Binnen de gronden van het plangebied bevindt zich één van de eerste boerderijen met haar ontginningen van dit gebied. Dit gebied draagt de naam Zwarte Klokoen. - De boerderij bevindt zich ter hoogte van het huidige Postel nr. 4 en nr. 8.
Afbeelding 9: Historische kaarten 1850
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
14
Historische Kaart 1880 In Afbeelding 27 zijn uitsneden van historische kaarten uit 1880 op de (omgeving van) het plangebied opgenomen. Hieruit blijkt dat: - De wegenstructuur wordt ‘recht’ getrokken maar blijft haar punt-symmetrische opzet behouden. - De ontginningen breiden zich uit. - De percelen zijn trapeziumvormig. - Het landschap bestaat nog steeds overwegend uit bos en heide maar krijgt een kamerstructuur door het spel van dichte en open ruimtes die middels groene lijnelementen (lanen, houtwallen, smalle bospercelen) met elkaar in verbinding worden gebracht. - Vestiging vindt nog altijd plaats op de hoger gelegen gronden. Clusters bevinden zich op of nabij belangrijke kruispunten. - De boerderij in het plangebied ligt in een open kamer, omringd door bospercelen. - Verder gelegen ontginningsvelden ten oosten en ten zuiden van de boerderij worden gebruikt voor akkerbouw. - De kamerstructuur is ook op de locatie van het plangebied en haar directe omgeving goed zichtbaar. Lanen begeleiden de belangrijkste wegen. - Ook hier zijn de percelen duidelijk trapeziumvormig en liggen de lijnen visueel waaiervormig.
Afbeelding 10: Historische kaarten 1880 Historische Kaart 1900 In Afbeelding 11 zijn uitsneden van historische kaarten uit 1900 op de (omgeving van) het plangebied opgenomen. Hieruit blijkt dat: - Heide wordt nu op grote schaal ontgonnen. - De ontgonnen percelen zijn groter en rationeler van aard. Oude perceelgrenzen worden aangepast om het gebruik te optimaliseren. - Om de gronden beter te kunnen gebruiken wordt het slotennetwerk verdicht. - De boerderijgronden dragen nu de naam De Postel - Er komt een ontsluitingsweg (huidige Postelweg) die de boerderij met het Noorden en zuiden verbindt. - Rond de boerderij wordt het opener en de kamerstructuur wordt versterkt. - De weg naar de boerderij is recht getrokken en wordt begeleid door een laan.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
15
Afbeelding 11: Historische kaarten 1900 Historische Kaart 1940 In Afbeelding 12 zijn uitsneden van historische kaarten uit 1940 op de (omgeving van) het plangebied opgenomen. Hieruit blijkt dat: - Veel bos en de kamerstructuur is verdwenen waardoor het landschap nu een veel opener karakter heeft. - Alle gronden zijn ontgonnen en daar waar mogelijk in gebruik genomen als landbouwgronden. - Om dit mogelijk te maken is het slotenpatroon nog dichter gemaakt. - Vestiging vindt nu tevens plaats langs de radialen. Echter de clusters blijven geconcentreerd op knooppunten. - Boerderijkavels liggen overwegend direct aan de weg. - De Postel krijgt een laan. - De kamers en bossen rondom de boerderij zijn verdwenen. Het enige groen is een plein omringt door bomen ten westen van de bebouwing. - Op de gronden van het huidige plangebied vestigt zich nog één boerderij: Postel 2. -
Afbeelding 12: Historische kaarten 1940 Historische Kaart 1980 In Afbeelding 13 zijn uitsneden van historische kaarten uit 1980 op de (omgeving van) het plangebied opgenomen. Hieruit blijkt dat: - Landbouwpercelen worden samengevoegd of grenzen ervan verlegd om wederom het gebruik ervan te optimaliseren. - Op de gronden van het plangebied vestigen zich nog twee boerderijen: Postel 6 en Postel 10.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
16
Afbeelding 13: Historische kaarten 1980 Historische Kaart 2000 In Afbeelding 14 zijn uitsneden van historische kaarten uit 2000 op de (omgeving van) het plangebied opgenomen. Hieruit blijkt dat: - Boerderijen breiden op grote schaal uit, zowel in bebouwde oppervlakte als in landbouwgronden. - Veel groenelementen verdwijnen. - De schaalvergroting heeft ook op het plangebied plaats gevonden. - De resterende kamer achter Postel 2 (plein omringt door bomen) is verdwenen.
Afbeelding 14: Historische kaarten 2000 Overige kaarten De overige kaarten die bij de analyse betrokken zijn hebben betrekking op het reliëf en de hoofdwaterlopen in de omgeving van het plangebied.
Reliëf
Uit Afbeelding 15 blijkt dat het reliëf gaat van hoog (oranje) in het oosten naar laag (blauw) in het westen. Baarle-Nassau ligt op het hoogste deel in het landschap. Tevens komen er (kleine) verschillen in hoogte van noord naar zuid voor. Deze zijn in het landschap goed zichtbaar, op de laagtes vindt men de beken en op de hoogtes de oudste wegen en nederzettingen. Het noordelijk deel van het plangebied is lager gelegen.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
17
Afbeelding 15: Reliëfkaart Hoofdwaterlopen
Uit Afbeelding 16 blijkt dat beken overwegend van oost naar west lopen. Het plangebied bevindt zich tussen twee beken op hoger gelegen grond. Er lopen geen beken door het plangebied heen.
Afbeelding 16: Hoofdwaterlopen Vigerend beleid Het beleidskader dat bij de analyse betrokken is, is vervat in de omgevingsverordening Noord Brabant.
provinciale Interim
Natuur Netwerk Brabant (NNB)
Er bevinden zich meerdere NNB gebieden in de driehoek tussen Baarle-Nassau, Oude Strumpt en Nieuwe Strumpt, zie Afbeelding 17. De meeste zijn boscomplexen (overgebleven kamerstructuren ten noorden van Oude Strumpt en ten westen van Baarle-Nassau), maar ook het gebied rond ‘t Merkske’ Beek is opgenomen in het NNB. Verbindingszones moeten deze gebieden met elkaar gaan verbinden. Één van deze verbindingszones loopt langs de westelijke landsgrens en dus tevens langs het
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
18
plangebied. De verbindingszone langs de westelijke landsgrens kent open stukken. Zo ook ter hoogte van de noordwestelijke hoek van het plangebied.
Afbeelding 17: Uitsnede kaart Natuur Netwerk Brabant Ambitiekaart natuurbeheer
Het gewenste beheer voor natuurgebieden is vervat in de ambitiekaart van de provinciale natuurbeheerplannen. In de driehoek tussen Baarle- Nassau, Oude Strumpt en Nieuwe Strumpt is er een tweedeling zichtbaar voor de hoger gelegen gronden in het oosten en de lager gelegen gronden in het westen. Het gewenst beheer voor de verbindingszone (NNB) direct ten westen van het plangebied bestaat uit N12.02 Kruiden en Fauna Grasland en uit L01.01 Poel en kleine historische wateren. Dit volgt uit de ambitiekaart van het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant, zie Afbeelding 18.
Afbeelding 18: Uitsnede ambitiekaart natuurbeheerplan provincie Noord-Brabant Erfgoed en Cultuurhistorie
Het waardevolle erfgoed en de cultuurhistorisch waardevolle structuren, objecten en elementen van Noord-Brabant zijn vervat in de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW), zie Afbeelding 19. De oude kamerstructuren ten noorden van (en rond) Oude Strumpt en van de Hollandsche Bosschen zijn officieel aangeduid als Cultuurhistorisch Landschap. Het geheel aan groene elementen wordt gezien als historisch groen dat het beschermen waard is. Monumentale bebouwing is terug te vinden in de dorpen Oud Strumpt en Nieuw Strumpt. Het gebied rond ‘t Merkske’ Beek aan de zuidelijke grens is opgenomen als Cultuurhistorisch vlak. De Groenstructuur langs de Postel (tot aan de Postelsestraat) vormt onderdeel van het Cultuurhistorische Landschap van Oude Strumpt. Op het erf van Postel 2 bevindt zich een door de Verordening Ruimte aangeduid Monumentale boom.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
19
Afbeelding 19: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Noord-Brabant 2.3.2
Visie
Uit het historisch kaartmateriaal is een beeld verkregen hoe het landschap in al haar facetten door de jaren heen veranderd is. Deze veranderingen waren in het begin gekoppeld aan de abiotische kenmerken van het gebied. Later hadden deze, door nieuwe technieken, een steeds kleinere rol. Het omslagpunt is duidelijk te herkennen in de reeks historische kaarten, namelijk tussen 1900 en 1940. Naarmate de tijd verstrekt wordt het steeds onduidelijker uit het landschap waar te nemen wat er zich eigenlijk in dat landschap afspeelt. Een uitzondering hierop vormt de landbouw. Vanuit landschappelijk oogpunt is het belangrijk om de verschillen tussen landschappen en landschapstypen gebaseerd op de ondergrond, herkenbaar te houden en daar waar nodig te versterken. Voor de inrichting van het plangebied is gekozen de kenmerken die juist zo onderscheidend zijn voor dit gebied te versterken. Hiervoor is het landschappelijk karakter dat de historische kaart uit 1900 laat zien als vertrekpunt genomen. Er wordt naar gestreefd om de sfeer en de meest karakteristieke elementen terug te laten komen, soms letterlijk en soms als doorvertaling. Landschappelijke elementen die belangrijk zijn voor de sfeer en herkenbaarheid van het gebied: - Kamerstructuur door spel van dichte bospercelen en open ruimtes die middels groene lijnelementen met elkaar verbonden worden.
- Punt-symmetrische opzet van de wegenstructuur. - Onregelmatige verkaveling in de vorm van trapeziumvormige percelen. - Belangrijke lijnen begeleid door lanen. - Bebouwing bevindt zich aan belangrijke wegen, met de kavel overwegend direct aan de weg. - Bij meerdere gebouwen is de ligging geclusterd. - Bebouwing bevindt zich in open kamers omsloten door bospercelen. Aspecten die belangrijk zijn vanuit cultuurhistorisch oogpunt: - Oude wegen en hun ligging. - Relatie met grensgebied Aansluiten bij vigerend beleid In de visie is tevens het vigerend beleid waaronder de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant opgenomen. In de analyse zijn de aspecten die voor het onderdeel landschap belangrijk zijn al kort benoemd en toegelicht. Belangrijke aspecten die bij de inrichting van het plangebied van belang zijn: -
Aanvullen NNN Aansluiten op beheergedachte Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Cultuurhistorische groenelementen, uit de Cultuurhistorisch Landschapszone Oude Strumpt en in het plangebied, behouden en waar mogelijk versterken of aanvullen.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
20
Conclusie Geïnspireerd door de plek en haar historie wordt een nieuw landgoed gecreëerd dat recreatie, natuur, cultuurhistorie en landbouw verenigd. Een plek waar, door de interessante afwisseling en bijzondere kwaliteiten, het goed wonen en verblijven is.
2.3.3
Inrichtingsplan
In Afbeelding 20 is het inrichtingsplan voor het complete Landgoed Postel dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt opgenomen. In Bijlage 1 van dit bestemmingsplan is het ontwerp op grotere schaal opgenomen. Hierna wordt een uitgebreide toelichting op het inrichtingsplan gegeven. Hierbij wordt vooraf opgemerkt dat het landgoed ruimtelijk gezien bestaat uit twee deelgebieden. Een noordelijk deel wat meer bosachtig is en een zuidelijk deel wat een meer agrarisch gebruik houdt. Het bosrijke noordelijke deel is reeds aangelegd en te aanschouwen, hierin ligt een zandheuvel die gemaakt is van het zand dat uit de poel in het half ovale grasveld is gekomen. Het opener, zuidelijk deel heeft een brede natuurstrook aansluitend bij de hoofdlaan (de E). Deze strook bestaat uit grasland, poel en bos. Dit deel wordt aangelegd tegelijk met de ontwikkeling van het bestemmingsplan. De kern van de paden heeft een hoofdletter E als basisvorm. De buitenrand is voorzien van een groene rand; een singel of bomenrij en deze is ook voorzien van een wandelpad.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
21
Afbeelding 20: Inrichtingsplan Landgoed Postel Landschap Het landgoed zal bestaan uit een combinatie van bospercelen en open ruimtes die met elkaar in verbinding worden gebracht middels groene lijnelementen. De kamers in het landgoed krijgen verschillende functies en sferen. De twee kamers in de zuidwestelijke hoek worden gebruikt voor landbouw. De noordelijk gelegen kamer krijgt een parkachtige indeling. De andere kamers zijn door bebouwing en privé boomgaarden ingevuld. Laatstgenoemde kamers worden verder in ruimte verdeeld middels groene lijnelementen waaronder hagen. De nieuwe perceelindeling vormt de drager van de genoemde kamerstructuur. Deze indeling van onregelmatige trapeziumvormige percelen is zo vormgegeven dat de perceelgrenzen uit één punt Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
22
lijken te ontstaan. Daar waar mogelijk worden deze lijnen door lanen geaccentueerd. Zo ontstaan er zichtlijnen richting de grens met België en wordt de sterke relatie van deze plek met de grens benadrukt. Deze kamerstructuur met bijbehorende zichtlijnen is inzichtelijk gemaakt op Afbeelding 21.
Afbeelding 21: Themakaart kamerstructuur De ligging van de nieuwe bebouwing is aan de Postel en zodanig dat ze, met reeds bestaande bebouwing, twee clusters creëren op het landgoed. In Afbeelding 22 is de bestaande (geel) en de beoogde (blauw) bebouwing weergegeven. Hieruit blijkt hoe de nieuwe bebouwing aansluit bij de bestaande bebouwingsclusters. De nieuwe woningen zijn gekoppeld aan een monumentale laan. De ene op de kop daarvan de andere er juist naast. De bebouwing die geen onderdeel van het landgoed maar er wel nauw op aansluit (lichter van kleur op de ontwerptekening) is ingepast met bomen singels of een haag. Alle bebouwing binnen het landgoed komt, indien mogelijk, in open kamers omsloten door bos. Ze krijgen een prachtig uitzicht omringd door lanen en met fruitbomen aan de voorzijde. De bebouwing bestaat uit een hoofdgebouw met eventueel bijgebouwen. De hoofdgebouwen krijgen een duidelijke monumentale hoofdvorm en een verticale symmetrische architectuur. Ze worden zodanig ingepast dat ze vanuit een afstand er ingetogen uitzien maar van dichtbij duidelijk naar voren treden: een landhuis van allure. Poorten dienen als aankondiging van de landhuizen. Voor een gedetailleerde beschrijving van de beoogde beeldkwaliteit van de te realiseren gebouwen wordt verwezen naar Bijlage 2 waarin het beeldkwaliteitsplan is opgenomen. In het landgoed komen tevens een drietal poelen.
Deze liggen allen op een andere hoogte om zo een grote verscheidenheid aan habitats te creëren. Rondom de poelen wordt de open ruimte beheert als kruiden en faunarijk grasland. Om het lage en daardoor natte karakter van het noordelijk gedeelte
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
23
verder te visualiseren en de kansen die deze natte situatie oplevert te benutten komt hier een rabattenbos met voornamelijk elzen.
Afbeelding 22: Themakaart bebouwingsclusters Cultuurhistorie Het karakter van een buurtschap wordt versterkt door de keuze ten aanzien van de ligging van het nieuwe landgoed. De zuidwestelijke hoek van het projectgebied wordt voor landbouw behouden. Uit de analyse is gebleken dat deze percelen de eerste gronden betreffen die ontgonnen zijn toen de rest nog ruigte was. Onderdelen van een agrarische setting worden gevisualiseerd. Te denken valt aan de bijzondere vee-drinkkuil in de open ruimte. De laan aan de Postel wordt behouden en waar nodig versterkt. De oude laan van de weg die Postel 2 ontsluit wordt aangevuld. De monumentale boom op het erf van Postel 2 wordt behouden. Ook enkele oude eiken nabij de grens worden vrijgemaakt van begrazingsdruk en opgenomen in extensief bloemrijk grasland. De sloten, herkenbaar op historische kaarten, zijn zichtbaar gemaakt. De cultuurhistorische ontwerpkeuzes zijn inzichtelijk gemaakt in Afbeelding 23.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
24
Afbeelding 23: Themakaart cultuurhistorie Natuur Er komt ruim 9 ha aan nieuwe natuur op dit landgoed. De verschillen in de ondergrond, maaiveldhoogtes en grondwaterstanden worden weerspiegeld in de typen bos, die aangeplant zijn tussen de lanen en de open ruimtes. Afhankelijk van de ondergrond wordt er droog bos (eiken – berkenbos) of nat bos (elzenbos) geplant. In Bijlage 3 is het totale beplantingsplan voor Landgoed Postel opgenomen met een uitwerking van de precieze invulling van de gronden. De doelgroepen waar het plan zich op richt zijn (struweel)vogels, insecten en amfibieën van de drogeen natte schrale zandgronden. Hierbij geldt de boomkikker als symbool. Ten behoeve hiervan zijn in het plan veel overgangen van nat naar droog gerealiseerd. Het langer vasthouden van water in het gebied zal ook een positieve bijdrage leveren aan de totstandkoming van goede habitats voor genoemde doelsoorten. De brede natuurzone langs de BE-NL grens ten westen van het plangebied wordt door de gekozen inrichting van het landgoed aangevuld. Zoals uit de analyse naar voren kwam was er ter hoogte van het plangebied een onderbreking van deze verbindingszone. Het plan realiseert hiermee een aansluiting van de verschillende EVZ zones. De oevers van de poelen krijgen een talud van 1:10 op de zuidzijde en minimaal 1: 3 aan de andere zijde.
De poelen worden daarmee geschikt als geïsoleerde amfibieën poelen, onderdeel uitmakend van het ecologische netwerk langs de Belgische grens.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
25
Landbouw Als invulling van de open ruimte in het plan zal de zuidkant deels in gebruik blijven als landbouwgrond. Hierdoor ontstaat binnen het landgoed een mooie verhouding tussen landbouw en natuur. De toegang hiervan bevindt zich aan Postel. De ontwateringssloten die nu in dit gebied liggen blijven behouden. In Afbeelding 24 is de verdeling van het plangebied in natuur- en landbouwgronden inzichtelijk gemaakt.
Afbeelding 24: Themakaart Natuur en landbouw Recreatie Het gebied ten westen van Baarle-Nassau en de grensstreek kent een groot aantal fiets-, wandel- en ruiter routes. Enkele van deze routes lopen over het landgoed heen en de lanen zijn daarop aangesloten. Door het gebied lopen in totaal ruim 2 km aan paden die de recreant kennis laat maken met de verschillende sferen van het landgoed en van waaruit de verschillen in de landschapskenmerken en natuur goed te beleven zijn. De recreant wordt begeleidt langs open en dichte ruimtes, langs verharde en onverharde paden, langs droge en natte zones, en dit allemaal onder het genot van mooie vergezichten richting het achterliggend landschap. Op de gronden van het landgoed bevindt zich tevens een uitkijktoren van waaruit de recreant zicht krijgt op de ligging van het landgoed in haar omgeving.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
26
In Afbeelding 25 zijn de diverse ontsluitingsroutes die op het landgoed aanwezig zijn inzichtelijk gemaakt.
Afbeelding 25: Themakaart ontsluiting Beheer Middels intensief onderhoud aan laanbomen door snoeien en vrijhouden van oprukkend struweel, kunnen deze bomen zich ontwikkelen tot volwaardige lanen. Door het juiste onderhoudsbeheer wordt voorkomen dat het struweel en de bosschages geheel dichtgroeien en alles overwoekeren. Door het met regelmaat afzetten van het bosplantsoen in het natte bos zal een gevarieerd bos gewaarborgd worden.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
27
3. Beleidskader In dit hoofdstuk is een toets van het plan aan de verschillende beleidsdocumenten beschreven. Als eerste wordt het plan getoetst aan de landelijke regels, vervolgens zijn de provinciale randvoorwaarden beschreven en hoe het plan zich daartoe verhoudt en tenslotte is het pan getoetst aan de gemeentelijke beleidsstukken. 3.1 Rijksbeleid Het relevante rijksbeleid is vervat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (vastgesteld op 13 maart 2012) staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk stelt dat er een aanpak dient te ontstaan waarmee Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig wordt. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte richt zich op de volgende 13 nationale belangen behorend onder de voorname drie streefdoelen: Vergroten van de concurrentiekracht van Nederland 1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1); 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2); 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3); 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4). Verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid 5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5); 6.
Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6); 7. Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7). Waarborgen kwaliteit leefomgeving 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8); 9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9); 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10); 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van floraen faunasoorten (nationaal belang 11); 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12); 13. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13). De nationale belangen zijn geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Het plangebied is niet binnen de Nationale Hoofdstructuur gelegen. Voor heel Nederland gelden Nationaal belang 4 en Nationaal belang 8. Beide Nationale belangen worden geborgd door het zorgvuldig doorlopen van de bestemmingsplanprocedure.
Kort gezegd dient met een bestemmingsplanprocedure aangetoond te worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, waarbij in ieder geval rekening dient te
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
28
worden gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik (Nationaal belang 4) en het voorkomen van ongewenste milieueffecten (Nationaal belang 8). Doorwerking plangebied Met dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de Nationale belangen. De decentrale overheden zijn verantwoordelijk voor de beoordeling daarvan. Daarnaast hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen beleid te bepalen omtrent nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Uiteraard dient ook dat beleid afgestemd te zijn met het Rijksbeleid. In dit geval kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling past en conform het Rijksbeleid met dit bestemmingsplan wordt geborgd.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Met het doorlopen van de procedure worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Het initiatief is daarom in overeenstemming met het Barro.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als er nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Deze systematiek is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ontwikkeling betreft wonen. De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling welke dan ‘Ladderplichtig’ is. In dit geval (twee woningen) is de ontwikkeling dus niet Ladderplichtig. De Ladder is niet van toepassing op het plan, wel is een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere aandacht worden besteed aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van uitvoerbaarheid moet aandacht worden besteed aan de behoefte. In dit geval is sprake van een specifieke ontwikkeling in opdracht van een particuliere initiatiefnemer. Onder strikte voorwaarden wordt deze mogelijkheid door provincie geboden. Deze voorwaarden hebben betrekking op de ontwikkeling van natuur en landschap.
De particuliere initiatiefnemer is bereid een dusdanig hoge investering te doen (14,5 hectare landgoed ontwikkelen) en te voldoen aan de voorwaarden, dat daardoor bevestigd wordt dat de behoefte aan deze woningen op deze plek en onder de gestelde voorwaarden aanwezig is. Doorwerking plangebied De ontwikkeling maakt twee nieuwe woningen in de gemeente Baarle-Nassau mogelijk. Gelet op de kleinschaligheid van het plan, voorziet het plan niet in een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). De in het plan voorziene ontwikkeling kan gelet op de jurisprudentie dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Gezien het voorgaande vormt de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
29
3.2 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. De belangrijkste programma’s die voor deze ontwikkeling een rol spelen zijn ‘Omgevingskwaliteit’ en ‘Werken aan de slimme netwerkstad’. De Brabantse doelen voor 2050 in deze programma’s zijn respectievelijk:
‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’
‘Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur.’ De tussendoelen voor 2030 in deze programma’s zijn respectievelijk:
‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ ‘Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en met elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving.’ De basisopgave ten aanzien van omgevingskwaliteit is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijkeen cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Als netwerkstad doet Brabant het goed.
Om top kennis- en innovatieregio te blijven en deze positie te versterken is het nodig dat Brabant zich sterker inzet voor een toekomstbestendig woon-, leef- en vestigingsklimaat met een robuust mobiliteitssysteem. Binnen het netwerk zullen de verschillen toenemen. In en rond de grote steden is er een relatief hoge dynamiek: de economie en de bevolking van de stedelijke regio’s groeit. Andere delen van Brabant, met name de grensregio’s, krijgen te
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
30
maken met krimp. De verschillen vragen om maatwerk: enerzijds zorgdragen voor de vitaliteit van krimpgebieden en de aanhaking hiervan op het centrale stedelijke netwerk en anderzijds het ondersteunen en versterken van het centrale stedelijke netwerk. Daarnaast is het van belang de laagdynamische gebieden die rust, ruimte, cultuurhistorie en natuur bieden te koesteren. Om de doelen te bereiken wordt ingezet op een samenhangende ruimtelijke koers waarin stad, land en mobiliteit met elkaar worden verbonden. Uitbreiding van stedelijke functies is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De komende 10 jaar ligt er namelijk nog een forse woningbouwopgave, maar daarna loopt deze in omvang af. Dit betekent dat er de komende 10 jaar interessante kansen liggen om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. Door de ontwikkeling van het landgoed is/wordt nieuwe natuur aangelegd in combinatie met de realisatie van een tweetal landgoedgebouwen met allure. Dit draagt bij aan de ontwikkelingsdoelstellingen van de provincie op zowel het thema ‘Omgevingskwaliteit’ als het thema ‘Werken aan de slimme netwerkstad’. Met de aanleg van de nieuwe natuur worden de ecologische-, landschappelijke- en waterhuishoudkundige waarden in de omgeving versterkt.
Met de realisatie van stedenbouwkundig en landschappelijk verantwoorde landgoedgebouwen wordt zorg gedragen voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Het initiatief sluit derhalve aan bij de omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is op 25 oktober 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en is op 5 november 2019 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2 van de Iov.
Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen. In dit geval is het plangebied gelegen binnen de werkingsgebieden ‘Landelijk gebied’, ‘Gemengd landelijk gebied’, ‘Attentiezone stiltegebied’, ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’, zie Afbeelding 26. Afdeling 3.6 bevat de voorwaarden voor een vitaal platteland, die onder andere van toepassing zijn op het gemengd landelijk gebied. In artikel 3.68, eerste lid, is vastgelegd dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Hiervan kan worden afgeweken met ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het kader van rood voor groen, zoals landgoederen. De voorwaarden hiervoor zijn vervat in artikel 3.79. De voorwaarden ten aanzien van de Attentiezone stiltegebied zijn vervat in artikel 2.42. De aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ zijn niet relevant voor de ontwikkeling van een landgoed. Deze hebben betrekking op de ontwikkelingsmogelijkheden en de verduurzaming van de veehouderijensector in Noord-Brabant. Aangezien er bij deze landgoedontwikkeling geen sprake is van een veehouderij, zijn deze aanduidingen niet relevant in deze procedure.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
31
Afbeelding 26: Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.
Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of betreft een bestaand bouwperceel. Hiervan kan uitsluitend worden afgeweken wanneer nieuwvestiging en/of uitbreiding mogelijk is op grond van de bepalingen in de Iov. Op grond van artikel 3.79 kan worden voorzien in de ontwikkeling van een nieuw landgoed. De ontwikkeling van de landgoedgebouwen hoeft derhalve niet plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag.
Bestemmingsplan ‘Landgoed Postel’
32
Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient nog wel toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Hier is in paragraaf 3.1.3 reeds aan getoetst. Verder dienen binnen een bouwperceel alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen te worden geconcentreerd. Het plangebied heeft in totaal een oppervlakte van 14,8 hectare, waarvan het grootste deel bestaat uit agrarische en landschappelijk ingerichte gronden. Er worden twee landgoedgebouwen mogelijk gemaakt aan de randen van het plangebied, binnen woonpercelen met een omvang van 3.625 m 2 en 3.975 m2. Op deze manier kunnen de landgoedwoningen ruim worden opgezet om de kenmerken en uitstraling van een landgoed te kunnen realiseren. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er sprake is van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit en zorgvuldig ruimtegebruik.
Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, het heden en de toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.