OMWB Kaderbrief 2023
Tekst van het document
van de Cao 2021-2022 hebben twee zaken een structureel effect op het tarief,
2
te weten de indexering van de lonen met 3,9% (1,5% per december 2021 en • Loonvoet sector overheid
2,3%
• Prijs netto materiële overheidsconsumptie
1,5%
2,4% in april 2022) en de toekenning van de drie extra verlofdagen. Aangezien er tijdens het opstellen van de begroting 2022 nog geen CAO voor de jaren 2021 en 2022 vastgesteld was, is in de berekening van dit tarief des-
Conform de vastgestelde programmabegroting 2022 beslaan de lonen 80% van
tijds nog uitgegaan van de indexeringen conform het CPB (1,5%). In novem-
de totale lasten (exclusief de post ‘Onvoorzien’) en de overige lasten (waar de
ber hebben de werkgevers en bonden een principeakkoord bereikt voor een
prijsverhoging relevant is) 20%. Dit leidt tot een gewogen gemiddelde indexe-
nieuwe Cao voor de jaren 2021 (1,5%) en 2022 (2,4%). Voor de tariefbepaling
ring van 2,14%.
2023 is de verhoging van 2,4% per april 2022 doorberekend. Het effect van
Kostenontwikkeling
Index
Aandeel
Lonen
2,3%
80%
Prijzen
1,5%
20%
Gewogen gemiddelde
2,14%
de indexering van de lonen veroorzaakt een stijging van het tarief met € 0,64. In eerdere Cao’s is gesproken over harmonisatie van (bovenwettelijke) verlofrechten. In het principeakkoord is hieraan opvolging gegeven door het toekennen van extra bovenwettelijke verlofdagen, waarbij lokale regelingen komen te vervallen. Dit betekent voor de OMWB een afname van het aantal
2
<<
<
Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB MEV 2022 en CEP 2021
OMWB Kaderbrief 2023
23
>
declarabele uren van (drie dagen * 7,2 uur =) 21,6 uur per fte, waardoor de
besparing Kosten-
2022
2023
2024
2025
effectiviteitsonderzoek
declarabiliteitsnorm van de OMWB onder druk komt te staan. De norm van
Bedragen x € 1.000
1.350 uur gemiddeld per fte op jaarbasis wordt daarom in deze kaderbrief bij-
Vergunningverlening
-150
-300
-300
-300
gesteld naar gemiddeld 1.328 uur. Het verwerken van dit effect in het tarief be-
Informatievoorziening
-500
-500
-500
-500
tekent een stijging van € 1,21 per uur. Samen met de eerder genoemde indexe-
Kosteneffectiviteit fase 1
-
-500
-500
-500
ring bedraagt het totale structurele effect van de nieuwe Cao € 1,85 per uur.
Kosteneffectiviteit fase 2
-
-
-400
-400
-650
-1.300
-1.700
-1.700
Totaal kostenbesparingen
Indexatie - Loonstijging en prijsstijging Bij het opstellen van deze Kaderbrief is er nog geen Cao voor het jaar 2023
De totale besparing is in 2023 € 1.300.000. In de begroting 2022 is reeds
vastgesteld. In deze brief gaan wij daarom uit van de prijsindexen zoals opge-
€ 650.000 opgenomen. In 2023 wordt de tweede tranche van € 650.000 inge-
nomen in de macro-economische verkenning (herziene versie van 27 septem-
boekt.
ber 2021) van het Centraal Planbureau. In deze verkenning wordt voor het jaar 2023 uitgegaan van een loonvoet indexering van 2,3% voor de overheid. Voor
Volgens afspraak met het Algemeen Bestuur is het besparingspotentieel voor
de prijsstijging bij overheidsbestedingen wordt uitgegaan van 1,5%. Deze twee
het boekjaar 2022 reeds in de begroting 2022 verwerkt en wordt dit nader
indexeringen leiden tot een totale gewogen stijging van het gemiddelde tarief
uitgewerkt in de begroting voor 2023. De besparingen hebben per saldo een
met € 2,05.
drukkend effect op het uurtarief voor 2023 van € 1,92 per uur.
Kosteneffectiviteit
Schematische weergave van het tarief
In de vergadering van het Algemeen Bestuur van juli 2020 heeft een aantal
In het schema hieronder worden alle genoemde ontwikkelingen weergegeven
deelnemers gevraagd of het mogelijk is de kosten van de dienst omlaag te
die effect hebben op het tarief van 2023.
brengen met behoud van kwaliteit van producten en dienstverlening. Eind 2020 is met verschillende interne werkgroepen naar het vraagstuk kosteneffectiviteit gekeken. Dit leidde tot een inschatting van het potentieel om kosteneffectiever te gaan werken en een grote hoeveelheid maatregelen om dat potentieel te realiseren. Op basis van deze uitkomsten van het onderzoek, dat nauwkeurig getoetst is door een extern adviesbureau, is een besparingspotentieel van netto € 1.500.000 (€ 1.700.000 bruto besparingen -/– € 200.000 investeringen)
Omschrijving
bedrag per uur
Tarief 2022 concernbegroting
effect
€ 95,00
Cao-verhoging 2022
0,7%
€ 95,64
€ 0,64
Indexatie 2023 o.b.v. MEV
2,14%
€ 97,69
€ 2,05
Harmonisatie verlofrechten
€ 1,21
€ 98,90
€ 1,21
€ -650.000
€ 97,00
€ -1,92
Besparingen Kosteneffectiviteit 2023 Tarief 2023
€ 97,00
op een totaalbedrag van € 35.500.000), fasegewijs te verwezenlijken voor 1 januari 2025, haalbaar en realistisch. Zie ook elders in dit document onder paragraaf 4.2.1 ‘Informatie gestuurd werken’ en paragraaf 4.1 ‘Programma
5.2.3 MWB-norm
’Van goed naar beter’’.
In het begrotingsjaar 2019 heeft de MWB-norm (Midden- en West-Brabant Norm) haar intrede gedaan. Er is destijds afgesproken om deze norm te evalueren. Deze evaluatie van de MWB-norm houdt in dat zowel de werking ervan
<<
<
OMWB Kaderbrief 2023
24
>
(de werkingsprincipes) als de onderliggende grondslagen van de norm (kenge-
5.3.2 Personeel niet in loondienst
tallen, percentages, opslagen, etc.) worden geëvalueerd. Werkt de norm zoals
In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het eigen
is bedoeld of moet deze op basis van de eerste ervaringen worden aange-
personeel de taken verricht; een beperkte flexibele schil is gewenst. Door de
scherpt? Deze evaluatie moet los gezien worden van het traject kosteneffectivi-
omvang van het werkaanbod in relatie tot de krapte op de arbeidsmarkt is
teit en de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet.
deze schil momenteel echter wat groter. Aangezien deze externe inzet duurder is dan de uitvoering met eigen personeel leidt dit tot extra kosten. Het blijft
Op basis van de ervaringscijfers over 2019 en 2020 heeft een evaluatie van de
onverminderd lastig om voldoende geschikt eigen personeel te werven. Dit
MWB-norm in het najaar van 2021 plaatsgevonden in samenspraak met be-
geldt zowel voor het primair proces als voor de afdeling Bedrijfsvoering. Waar
stuurlijke en ambtelijke klankbordgroepen. De resultaten van de evaluatie zijn
we in 2020 nog een aanzienlijke toename zagen in het aantal fte van eigen
op 8 december 2021 in het Algemeen Bestuur besproken. Er is een akkoord
personeel, zien we dat de formatie sindsdien stabiliseert. Voor 2023 is het
bevonden op de evaluatie. De lessons learned worden in de conceptbegro-
onze ambitie om de stijgende lijn van 2020 weer op te pakken. Er is reeds
ting 2023 verwerkt. De financiële effecten zijn op dit moment nog niet exact
een aantal initiatieven met betrekking tot recruitment in gang gezet om onze
bekend.
positionering op de arbeidsmarkt te versterken.
5.3 Lasten
5.3.3 Overige (materiële) kosten
Het belangrijkste onderdeel van de kostenstructuur betreft de personele kos-
Deze worden opgenomen op basis van de meeste recente inzichten rondom
ten. Dit is circa 80% van de totaal begrote lasten en bestaat uit kosten beho-
de ontwikkeling van overige kosten (huur, servicekosten, ICT-licenties, etc.);
rend bij personeel in loondienst en inhuur derden. Dit laatste is wenselijk in
rekening houdende met bovenstaande indexering.
termen van flexibiliteit en noodzakelijk vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. 5.4 Investeringen 5.3.1 Personeel in loondienst
In 2022 en 2023 zal een aantal bedrijfsmiddelen opnieuw aangeschaft of
Het personeelsbestand valt uiteen in medewerkers inzetbaar voor uitvoering
vervangen moeten worden. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met
van het primaire proces (Begroting 2022: 240 fte) en medewerkers ondersteu-
het vaststellen van de begroting goedkeuring verleent aan deze (vervangings-)
nend daaraan in de bedrijfsvoering (Begroting 2022: 54 fte). De met de deel-
investeringen. Met het vaststellen van de begroting worden ook de vermelde
nemers afgestemde werkprogramma’s 2022 dienen als basis voor de begroting
afschrijvingstermijnen voor investeringen vastgesteld. De afschrijvingen vinden
2023. Het werkaanbod is geraamd op 338.500 declarabele uren. Uitgaande van
met ingang van boekjaar 2022 plaats op moment van ingebruikname van het
de verlaagde declarabiliteitsnorm van 1.328 uur als gevolg van de harmonisatie
actief. Tot en met 2021 was dit moment het jaar volgend op activering. Het
van de verlofrechten (zie opmerkingen onder ‘Cao-effecten’ in paragraaf 5.2.2
financiële beleid wordt overeenkomstig aangepast. Naar verwachting is het
‘Tarief’), bedraagt de benodigde omvang voor het primaire proces 255 fte.
huidige niveau van investeringen toereikend.
De personeelsformatie voor het primaire proces bedraagt, zoals aangegeven, 240 fte. De ‘overbrugging’ naar het benodigde aantal fte gebeurt met inhuur van derden.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2023
25
>
5.5 Weerstandsvermogen In de begroting 2023 wordt een geactualiseerd inzicht in het risicoprofiel en het weerstandsvermogen opgenomen. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en de capaciteit van middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV-artikel 11). Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. Om te voorkomen dat bij niet afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. De OMWB streeft een ‘voldoende’ weerstandscapaciteit na. Dat betekent een weerstandsratio tussen 1,0 en 1,4.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2023
26
>
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 01 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
<<
<
OMWB Kaderbrief 2023