Bijlage - Raadsrapportage sociaal domein 2021 Baarle-Nassau
Tekst van het document
Power BI Desktop
Onze Gemeente In dit dashboard staan gegevens van de gemeente vermeld die overkoepelend of ondersteunend zijn aan de dashboards per leefgebied. Zo vindt u hier gegevens over aantallen inwoners en huishoudens, het welbevinden van onze inwoners en ook het totaal aantal voorzieningen wat door de gemeente is afgegeven aan inwoners. Jaar
2021
Inwoners begin periode (Aantal) 2021
Huishoudens totaal (Aantal) 2021
6.899
3.044
Baarle-Nassau
Baarle-Nassau
Demografische druk 2021
Huishoudsamenstelling Baarle-Nassau Alleenstaand
Samenwonend zonder kinderen
Samenwonend met kinderen en 1-ouderge…
31,9%
32,1%
36,0%
Huishoudsamenstelling <25.000 inwoners Alleenstaand
Samenwonend zonder kinderen
Samenwonend met kinderen en 1-ouderg…
© © 2022 2022 TomTom, TomTom, © © 2022 2022 Microsoft Microsoft Corporation Corporation
Klasse
<70,0
<73,5
<77,0
<80,5
>=80,5
Baarle-Nassau 84,4
35,6%
30,6%
Weerbaarheid van inwoners (%) 2020 Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
33,8% 44,0%
Weerbaren
47,0% 29,0%
Buitenstaanders
28,0%
Gelukkige inwoners (%) 2020 8,0%
Compenseerders
9,0%
89,7%
92,2%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
20,0%
Kwetsbaren 16,0%
0%
10%
Tevredenheid met het leven 75 jaar en ouder (score 1-10) 2020 20%
30%
40%
50%
Verkarende tekst weerbaarheid van Inwoners: Weerbare personen zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie én individueel welzijn relatief hoog zijn.
7,93
7,89
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Inwoners in een zorgwekkende situatie (%) 2020
Buitenstaanders zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie relatief laag is en het individueel welzijn relatief hoog.
8,4%
2,8%
Compenseerders zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie relatief hoog is en het individueel welzijn relatief laag.
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Kwetsbare personen zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie én individueel welzijn relatief laag zijn. Zorgwekkenden zijn kwetsbaren waarbij deze indicatoren ver beneden het gemiddelde liggen.
2
Power BI Desktop
Onze Gemeente Individueel welzijn (score 1-10) 2020 Baarle-Nassau
Jaar
Huishoudens met een voorziening in het sociaal domein (%) 2021
<25.000 inwoners
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
2021
8,44 8,57
8
7,68 7,83
7,29
7,03
7,37 7,61
6
6,85 7,03
20,2% 19,3%
4 3,77 3,91 2
0%
5%
10%
15%
20%
0 Sociaalecon… Eigen kracht status
Subjectieve Maatschap… Betekenisvo… gezondheid inzet sociale relaties
Sociaal vangnet
Stapeling voorzieningen Baarle-Nassau 2de helft 2021 per 1.000 huishoudens 1 voorziening
2 voorziening
3 voorziening
4 voorziening
5 voorziening
Stapeling voorzieningen <25.000 inwoners 2de helft 2021 per 1.000 huishoudens
6 voorziening
1 voorziening
2 voorziening
3 voorziening
5 voorziening
6 voorziening
5,0
6,0 14,0
4 voorziening
5,0
9,0
4,0
20,0 21,0 98,0
102,0 48,0
41,0
Stapeling in huishoudens met voorzieningen per wet (Baarle-Nassau) 2de helft 2021 per 1.000 huishoudens alleen Wmo
alleen P-wet
alleen Jeugd
P-wet en Wmo
Jeugd en Wmo
Stapeling in huishoudens voorzieningen per wet (Baarle-Nassau) 2de helft 2021 per 1.000 huishoudens alleen Wmo
alleen Jeugd
alleen P-wet
P-wet en Wmo
Jeugd en Wmo
4,0
3,0 14,0 25,0
21,0
9,0 2,0 1,0
23,0 32,0
128,0
Er zijn geen cijfers bekend voor Baarle-Nassau bij de wetten: •
•
Jeugd, P-wet en Wmo Jeugd en P-wet
3
114,0
Jeugd en P-wet
Jeugd, P-wet en Wmo
Onze gemeente Baarle-Nassau (2021)
Op het dashboard ‘Onze gemeente’ staan algemene gegevens die ondersteunend of overkoepelend zijn voor de dashboards per leefgebied. Deze geschreven duiding omvat interpretatie en achtergrond bij de onderwerpen demografie en gezinssamenstelling, voorzieningen (beschikte zorg), weerbaarheid en meedoen. Demografie en samenstelling van huishoudens Het aantal huishoudens is in Baarle-Nassau voor het eerst sinds jaren iets afgenomen. Het aantal inwoners is nog wel licht gestegen als gevolg van het aantal mensen dat van buiten het dorp, of van buiten Nederland (vooral uit Westerse landen) naar Baarle-Nassau verhuisd zijn. De zogenoemde ‘natuurlijke aanwas’ neemt al jaren af. In Baarle-Nassau heeft 26% van de inwoners een migratieachtergrond: 3% niet-westers en 23% westers. Dit is vanwege de verwevenheid met België niet vreemd. In 2050 verwachten we qua inwonersaantal iets boven het huidige niveau te blijven. Qua huishoudsamenstelling wonen er in onze gemeente minder gezinnen dan in andere kleine gemeenten (32% ten opzichte van 36%). Er zijn meer één- en tweepersoonshuishoudens dan elders. Het aandeel 75+ ers is iets afgenomen, maar ligt nog steeds hoger dan bij andere kleine gemeenten. De zogenaamde ‘demografische druk’ (het aantal jongeren en ouderen ten opzichte van de beroepsbevolking (20 – 67 jarigen) blijft ook in 2021 hoger dan bij andere kleine gemeenten.
Het verschil neemt wel af doordat de demografische druk bij andere gemeenten stijgt en in BaarleNassau heel licht daalt. De maatschappelijke druk om betaald of onbetaald (vrijwilligerswerk of mantelzorg) werk te verrichten neemt toe terwijl deze groep steeds kleiner wordt. Wat verder opvalt in Baarle-Nassau is dat het aandeel hoog opgeleiden kleiner is dan in andere kleine gemeenten. Dat heeft op veel thema’s in het sociaal domein invloed. We moeten ons bewust zijn van de combinatie van een sterk vergrijsde gemeente en een relatief kleiner aandeel hoog opgeleiden als we de veerkracht van inwoners en de gemeenschap willen versterken. Voorzieningen (beschikte zorg) Het aantal huishoudens dat gebruik maakt van geïndiceerde zorg is in 2021 afgenomen ten opzichte van (de gecorrigeerde cijfers over) 2020. Deze daling is vooral het gevolg van minder gebruik van voorzieningen op grond van de Participatiewet. In Baarle-Nassau wordt het meeste gebruik gemaakt van Wmo voorzieningen. Dat is een logisch gevolg van de bevolkingssamenstelling van onze gemeente. Het lijkt erop dat de trend van sterk stijgend gebruik van geïndiceerde Wmo zorg in de afgelopen jaren, begint te kantelen en dat het zorggebruik stabiliseert op het niveau van andere gemeenten van vergelijkbare grootte.
Het gebruik van jeugdhulp fluctueert jaarlijks, maar blijft relatief laag ten opzichte van gemeenten van vergelijkbare omvang. Stapeling van zorg komt in Baarle-Nassau meer voor dan in vergelijkbare gemeenten. Het aantal huishoudens met meerdere beschikte zorgvoorzieningen stabiliseert. Bij huishoudens met meerdere voorzieningen gaat veelal om meerdere voorzieningen op grond van dezelfde wet (Wmo / Jeugdwet / Participatiewet). De combinatie Wmo / Participatiewet komt in onze gemeente relatief veel voor.
4
Er zijn verschillen per kern zichtbaar. Stapeling van zorg komt alleen in Baarle-Nassau voor. In Ulicoten wordt absoluut en relatief meer gebruik wordt gemaakt van Jeugdhulp dan in de andere kernen van de gemeente. Dat sluit aan bij de demografische context: in Ulicoten zijn relatief ook meer huishoudens met kinderen. Opvallend is dat er in Castelré geen voorzieningen lopen. Mogelijk maken deze inwoners sneller gebruik van zorg in België vanwege de geografische ligging van Castelré. In vergelijking met de cijfers over de beschikte zorg, valt op dat inwoners het dorpsteam BaarleNassau (vrij toegankelijke voorliggende hulp) benaderen met vragen op alle leefgebieden maar in mindere mate over hun daginvulling. In de ondersteuningstrajecten die het dorpsteam heeft uitgevoerd speelde financiële redzaamheid vergroten bovengemiddeld vaak een rol. Weerbaarheid In het jaar 2021 is er geen burgerpeiling uitgevoerd onder onze inwoners. We kunnen daarom de weerbaarheid van onze inwoners niet op dezelfde manier vergelijken. Er zijn op dit moment geen duidelijke signalen dat het beeld van vorig jaar sterk is gewijzigd. Beeld 2020 Het aantal (zorgwekkende) kwetsbare inwoners in Baarle-Nassau is relatief hoog. Deze groep inwoners kenmerkt zich door een relatief laag individueel én een relatief weinig betekenisvolle participatie.
Het aantal inwoners dat mogelijk een beroep doet op zorg en ondersteuning is daarmee groter dan in vergelijkbare gemeenten. Omdat de maatschappelijke inzet door de inwoners in Baarle-Nassau lager is, kunnen zij in vergelijking met kwetsbare inwoners in andere gemeenten, minder rekenen op de inzet van andere inwoners. Ook het aantal buitenstaanders in Baarle-Nassau is relatief hoog. Deze groep inwoners kenmerkt zich door een relatief hoog individueel welzijn in combinatie met relatief weinig betekenisvolle participatie. In Baarle-Nassau zijn deze buitenstaanders wel tevredener met het leven dan deze groep in andere gemeenten. In Baarle-Nassau verkeert 8,4% van het aantal inwoners in een zorgwekkende situatie. Dit hoge percentage is mogelijk wel beïnvloedt door de corona epidemie, maar kan daar niet volledig aan worden toegeschreven. Met betrekking tot leeftijdsgroepen valt op dat de groep 65-75 jarigen zich minder vaak maatschappelijk inzet. Deze leeftijdsgroep ervaart de kwaliteit van sociale relaties lager dan andere leeftijdsgroepen in onze gemeente en ook lager dan leeftijdsgenoten in andere gemeenten. Zij zijn ook minder gelukkig. Ook de 18-40 jarigen zetten zich relatief minder vaak maatschappelijk in en waarderen de kwaliteit van sociale relaties lager. Zij zijn niet minder gelukkig dan leeftijdsgenoten in andere gemeenten.
Dit kan komen omdat hun sociaal economische status relatief hoog is.
In 2020 zijn door de GGD enquêtes uitgezet waarvan de resultaten in 2021 beschikbaar kwamen. Daarmee kunnen we bovenstaande gegevens meer verdiepen: De tevredenheid met het leven is vergelijkbaar met andere gemeenten. Ook de jeugdigen in BN zijn overwegend gelukkig. (Kinderen 85% en jongeren 83%.) Dat is vergelijkbaar met de regio. 5% Van de volwassenen en 19% van de ouderen geeft heeft weinig regie te hebben over het eigen leven te ervaren. Het aantal inwoners dat weinig eigen regie ervaart is sinds 2016 – ondanks de coronacrisis – gelijk gebleven. Op aspecten van zingeving scoren volwassenen (18 t/m 64) wat beter dan groep ouderen (65+), maar in beide groepen ervaart de meerderheid genoeg zingeving zo blijkt uit het onderzoek van de GGD.
5
Meedoen Mogelijkheden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen (% nauwelijks tot geen beperking), 2020
In de gemeente Baarle-Nassau heeft 13,9% van de bevolking te maken met twee of meer van bovenstaande ervaren belemmeringen om mee te doen aan het maatschappelijk leven. Dit aandeel is lager dan in vergelijkbare gemeenten (14,3%).
6
7
Power BI Desktop
Prettig wonen in je wijk Hoe beleven inwoners het wonen in de wijk en voelen ze zich daar prettig bij? Bij dit leefgebied kijken we naar de sociale samenhang, de tevredenheid met voorzieningen en hoe ze de buurt als woon- en leefomgeving waarderen. Hiermee leggen we een link naar het fysieke domein. De gemeente is namelijk ook verantwoordelijk voor de openbare ruimte, heeft taken op het gebied van veiligheid en bevordert de leefbaarheid in de buurt. Bijvoorbeeld door de realisering van speelvoorzieningen of buurthuizen. Leefomgeving score (1-10) 2020 Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Sociale samenhang (afwijking landelijk gemiddelde) (score) 2020
8 7,56
7,40 6,69
6
6,67
6,54
6,93
6,62
6,91
0,059
0,037
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Buurtbewoners staan altijd voor elkaar klaar (%) 2020
4
2
69%
63%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Eenzaamheid, afwezig % 2020
0 Verbondenheid buurt
Sociale veiligheid
Fysieke leefomgevingskwaliteit
Voorzieningenniveau
Voorzieningen (Tevredenheid) (%) 2020 Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
56%
62%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Behoefte aan meer contact (%) 2020
86%
80%
81%
60%
78% 64%
78%
66%
63%
61%
57%
60%
24%
21%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Inzet bereidheid inwoners voor leefbaarheid buurt
40%
20%
84%
80%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
De gemeente betrekt de buurt voldoende bij de aanpak van leefbaarheid (%) 2020
0% Gezondheids-/ zorgvoorzieningen
Welzijnsvoorzieningen
Speelvoorzieningen (kinderen tot 12 jaar)
Sportvoorzieningen
Openbaar vervoer
Buurt als leefomgeving score (1-10) 2020
Voelt zich veilig in de buurt (%) 2020
8,16
8,19
90%
90%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Woningen naar eigendom Baarle-Nassau 2021 Koop
Overige huur
35%
29%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Woningen naar eigendom <25.000 inwoners 2021
Corporatie huur
Koop
Corporatie huur
Overige huur
9,9%
11,4% 17,7%
21,0%
68,9%
75,5%
8
Prettig wonen in je wijk Baarle-Nassau (2021)
Bij dit leefgebied kijken we naar de sociale samenhang, de woon- en leefomgeving en hoe onze inwoners deze waarderen. Ook is aandacht voor het aandeel sociale huurwoningen. Omdat de meeste indicatoren in dit leefgebied uit de 2-jaarlijkse burgerpeiling komen, zullen er geen grote afwijkingen ten opzichte van de vorige raadsrapportage aangegeven worden. Sociale samenhang en relaties De sociale samenhang is met ingang van de leefbaarometer 3.0 op een andere manier weergegeven. Uit deze leefbaarometer komt naar voren dat Baarle-Nassau een relatief sterke sociale samenhang kent. Dat blijkt ook uit de burgerpeiling van 2020. In de Burgerpeiling van 2020 zegt 69% dat buurtbewoners altijd voor elkaar klaar staan. Dat is hoger dan het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten (63%). Verdieping op dit cijfers leert ons echter dat inwoners elkaar helpen als het echt nodig is, maar dat van gewone onderlinge betrokkenheid juist wat minder sprake is dan in vergelijkbare gemeenten. De scores voor eigen kracht, betekenisvolle relaties, sociaal vangnet en maatschappelijke inzet liggen lager dan gemiddeld. Eenzaamheidsgevoelens zijn dan ook vaker aanwezig.
Dit kan samenhangen met de lage scores op maatschappelijke participatie (zie zinvolle daginvulling): mensen verrichten in Baarle Nassau minder betaald- of vrijwilligerswerk, terwijl dit juist een bron van betekenisvolle sociale contacten kan zijn. Ons beleid is daarom ook gericht op het versterken van netwerken en bevorderen van vrijwillige inzet. Mantelzorgers voelen zich vaker hoog belast, 33% tegenover 29%. Voorzieningen De waardering voor de voorzieningen openbaar vervoer, welzijn en sport zijn ongeveer gelijk aan het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten. Opvallend is, dat de aanwezigheid en kwaliteit van speelvoorzieningen voor kinderen tot 12 jaar een lagere waardering krijgt. Slechts 57% van de inwoners is (zeer) tevreden. Hier is verbetering mogelijk. Buurt als leefomgeving Baarle-Nassau lijkt niet heel anders te scoren dan andere gemeenten van een zelfde omvang. Zoomen we dieper in dan valt op dat Baarle-Nassau wel flink hoger scoort op: - Waardering buurt als woon-/ leefomgeving - Omgang in de buurt - Gehechtheid in de buurt Inzet voor leefbaarheid Ruim een derde van de inwoners geeft aan dat de gemeente de buurt betrekt bij de aanpak van leefbaarheid. Dat is iets meer dan in vergelijkbare gemeenten. Iets minder dan de helft van de mensen geeft aan, dat er ‘voldoende wordt gedaan aan de leefbaarheid van mijn buurt’, dat is ook meer dan gemiddeld.
Beide getallen geven wel aan dat er nog potentieel is voor meer en beter buurtgericht samenwerken. Vooral ook omdat de inzetbereidheid van inwoners hoog is. Woningen naar eigendom Krapte op de woningmarkt is overal. Mensen met lage inkomsten ondervinden hier vaak de grootste problemen van. Het percentage sociale huurwoningen ten opzichte van koopwoningen en de overige huur beïnvloedt de kans om een sociale huurwoning te krijgen. Zelfs voor een kleine gemeente waar het aandeel sociale huurwoningen al wat lager ligt dan bij grote gemeenten, scoort Baarle-Nassau lager dan gemiddeld (11,4%). Ten opzichte van 2020 is dit aandeel iets gedaald.
9
Meedoen Vergeleken met andere gemeenten ervaren inwoners van Baarle-Nassau vaker belemmeringen om mee te doen vanwege ‘taal/cultuur’. Het ‘gevoel er niet bij te horen/ niet thuis te voelen’ wordt ongeveer even vaak als elders als een belemmering ervaren.
10
11
Power BI Desktop
Veilige en kansrijke thuissituatie De gemeente biedt inwoners onder andere ondersteuning door middel van individuele / maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugd en Wmo. Het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ geeft inzicht in de mate waarin inwoners en huishoudens hiervan gebruik maken. Eenouder Huishouden (%) 2021 Baarle-Nassau
Personen van 70 en ouder: zelfstandig wonend (Aantal per 1000 inwoners) 2021
<25.000 inwoners
954
954
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Mantelzorg verlenen (%) 2020
6,4% 6,1%
17,1%
15,3%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Clienten met maatwerkarrangement Wmo (per 10.000 inwoners) 2021 0%
1%
2%
3%
4%
5%
6%
7%
Kinderen in uitkeringsgezin (%) Baarle-Nassau
750
640
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
<25.000 inwoners
5,0%
WLZ - Zorg thuis (per 10.000 verzekerden) 2020
4,5% 4,0%
22
43
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
3,5% 3,0%
Inwoners met ind. Wmo-voorz. (per 1000 inwoners) 2021 tweede halfjaar
2,5%
Baarle-Nassau
2,0% 2017
2018
2019
2020
40
<25.000 inwoners
38
38 34
30
Risico op onderwijsachterstand (%) 2020 Baarle-Nassau
Voor Baarle-Nassau onbekend 14
20
12% 10%
26
<25.000 inwoners
11%
14
11% 10%
10%
10%
10%
10
10
8%
1 0
6%
Ondersteuning thuis
4% 2% 0%
Peuters
Basisschool
Totaal
Jongeren met jeugdzorg-trajecten (%) 2021 tweede halfjaar Baarle-Nassau 10% 8%
<25.000 inwoners
9,1% 7,8%
6% 4% 2%
0,9%
0% Jeugdhulp zonder verblijf
Jeugdhulp met verblijf
12
Hulp bij het huishouden
Verblijf en opvang
Hulpmiddelen en diensten
Clienten met een maatwerkarra… Wmo, overig
Power BI Desktop
Veilige en kansrijke thuissituatie Beëindigde jeugdhulptrajecten (volgens plan) Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
100% 100,0%
100,0% 80%
83,1%
83,4%
82,0%
84,4%
75,0%
77,8%
66,7%
60%
40%
20%
Onbekend
0%
eerste halfjaar tweede halfjaar eerste halfjaar tweede halfjaar eerste halfjaar 2019 2019 2020 2020 2021
Veilig Thuis-meldingen kindermishandeling (per 100.000 inwoners) Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Veilig Thuis-meldingen (ex-)partnergeweld (per 100.000 inwoners) 300
150 145 250
140 135 130
200
125 120 150
115
tweede halfjaar 2020
eerste halfjaar 2021
tweede halfjaar 2021
eerste halfjaar 2020
13
eerste halfjaar 2021
tweede halfjaar 2021
Veilige en kansrijke thuissituatie Baarle-Nassau 2021(2021) De gemeente biedt inwoners onder andere ondersteuning door middel van individuele / maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugd en Wmo. Het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ geeft inzicht in de mate waarin inwoners en huishoudens hiervan gebruik maken. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over Wmo, jeugd(zorg) en Veilig Thuis. Wmo Het aantal inwoners met een maatwerkarrangement Wmo is in 2021 ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van 2020. Per categorie zien we het volgende: • In tegenstelling tot vorige jaren is het aantal voorzieningen voor hulp bij het huishouden in 2021 in vergelijking met 2020 ongeveer gelijk gebleven. De stijging van de afgelopen jaren – sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019 - lijkt zich te stabiliseren. • Het aantal voorzieningen begeleiding is toegenomen en • Er zijn in 2021 meer woonvoorzieningen en ongeveer evenveel rolstoelen verstrekt. Langer thuis wonen en vergrijzing lijken hier oorzaak te zijn van de toename. Ten opzichte van vergelijkbare gemeenten geeft de gemeente Baarle-Nassau op het gebied van de Wmo minder voorzieningen af.
Als we kijken naar de arrangementen binnen de Wmo, zien we wel verschillen: • Bij ondersteuning thuis en hulp bij huishouden is het aantal inwoners met een voorziening hoger dan bij de referentiegroep. • Binnen de categorie ‘hulpmiddelen en diensten’ ligt het totaal lager. We zien daar wel een hoger aantal vervoersdiensten (deeltaxi) in vergelijking met de referentiegroep. Het aantal rolstoelen ligt iets lager. • Doordat de gemeente Baarle-Nassau geen arrangementen ‘verblijf en opvang’ of ‘overig’ heeft, blijft het totaal onder dat van vergelijkbare gemeenten. Inwoners worden ook door hun eigen netwerk, vrijwilligers of vanuit de rijksoverheid ondersteund. Het aantal mantelzorgers in Baarle-Nassau (17,1%) is hoger dan in andere kleine gemeenten. 1/3 hiervan voelt zich hoog belast. Dit is hoger dan in vergelijkbare gemeenten. Onze inwoners maken relatief weinig gebruik van WLZ zorg (vanuit de rijksoverheid) in de thuissituatie. Uitgangspositie kinderen Opvallend is het relatief hoge aantal eenouder gezinnen in onze gemeenten 6,4% ten opzichte van 6,1% in vergelijkbare gemeenten. Het aantal kinderen met risico op onderwijsachterstanden is met name onder peuters wat hoger dan in andere kleine gemeenten. Het aantal kinderen dat opgroeit in een uitkeringsgezin ligt sinds 2019 in Baarle-Nassau op hetzelfde niveau als andere gemeenten.
Jeugd(zorg) Het aantal jeugdzorgtrajecten is in totaal in vergelijking met andere gemeenten van <25.000 inwoners in Baarle-Nassau lager. Het aantal jongeren met jeugdhulp zonder verblijf is in 2021 ten opzichte van 2020 gestegen. Dit is jeugdhulp waarbij jongeren thuis wonen, maar wel zorg ontvangen via een zorgaanbieder. Deze vorm van jeugdhulp wordt het meest geïndiceerd. Dit is een landelijke trend en we zien hier duidelijk de gevolgen van de coronacrisis. De daling in 2020 was namelijk deels te wijten aan de coronacrisis, omdat mensen tijdens de lockdown waarschijnlijk huiverig waren om zorginstellingen en hulpverleners te bezoeken. Gedurende de crisis hebben aanbieders zich aangepast aan de situatie en werden in 2021 ook de maatregelen meer losgelaten, waardoor er
14
makkelijker en op een veilige manier toch weer hulp geboden kon worden. Dit verklaart mogelijk de toename van de jeugdhulp zonder verblijf in 2021. Jeugdzorg met verblijf, of jongeren met jeugdbescherming komt erg weinig voor. Het percentage is dermate klein, dat deze niet opgenomen is. Veilig Thuis Het aantal Veilig Thuis meldingen van kindermishandeling is gelijk gebleven met 2020, en blijft hoger dan in andere kleine gemeenten. .Ten opzichte van 2020 is het aantal Veilig Thuis meldingen van (ex)partnergeweld flink gestegen. De stijging zou verklaard kunnen worden door meer spanningen in het gezin of tussen partners gedurende de coronacrisis.
15
Power BI Desktop
Financieel rondkomen Voor het leefgebied Financieel rondkomen kijken we naar de sociaal economische status. Met een verfijning op de financiële situatie van zelfstandigen en inwoners met een bijstandsuitkering. Sociaaleconomische status per wijk (CBS methodiek) (totaal score) 2019 Klasse
<0,1
<0,2
Huishoudens met bijstandsuitkeringen (%)
<0,3
Hoe hoger de klasse score, hoe beter de sociaaleconomische status van de wijk is.
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
2018
2019
2,8%
2,6%
2,4%
0,277 2,2%
0,040
2,0% 2017
2020
2021
Onbekend
Personen met bijstandsuitkeringen (per 1000 inwoners van 18+ jaar) 2021
25,2
21,7
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Alleenstaanden met bijstandsuitkeringen t.o.v. huishoudens alleenstaand (%) 2021 Sociaaleconomische status (schaalscore) (score (1-10) 2020
7,03
7,29
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
4,1%
5,1%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd per 1.000 inwoners, 4e kwartaal 2021 Gestandaardiseerd inkomen per huishouden (x €1.000) 2019
31,7
(Leeg)
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
8,0
5,5
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Huishouden hoog inkomen - 10e groep (%) 2019
Huishouden hoog inkomen - 10e groep (%) 2019
10,0%
(Leeg)
10,0%
(Leeg)
Baarle-Nassau
<25.000
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Zzp-ers met laag inkomen - % inkomen tot 15.000 (%) 2019
Inkomen als zelfstandige (x €1000,00) 2019
8,6%
6,0%
37,4
41,6
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
16
Huishoudens met schuld (%) 2020
6,3%
5,2%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Instromers met schuld (%) 2020
0,8%
0,8%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Financieel rondkomen Baarle-Nassau (2021) In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied Financieel rondkomen relevant zijn. Wat hebben onze inwoners gemiddeld te besteden en voelt dit als een belemmering om mee te doen in de samenleving? Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over inkomenssituaties, ondersteuning (bijstandsuitkeringen) en meedoen. De gegevens over bijstandsuitkeringen zijn wel bekend van 2021; van andere indicatoren komen de meest recente gegevens uit 2019 of 2020. Inkomenssituaties Uit onderzoek weten we dat sociaal-economische status een belangrijke indicator is voor financiële redzaamheid. Naast het werkelijke inkomen zijn ook arbeid en opleiding onderdelen in de sociaaleconomische status. De sociaal-economische status van inwoners van Baarle-Nassau ligt lager dan dat van andere kleine gemeenten. Alleen bij jongeren tussen de 18 en 40 jaar is deze hoger. Het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden, ligt in onze gemeente ook iets lager dan bij vergelijkbare gemeenten. Voor ZZP’ers zien we bij vergelijkbare gemeenten (tot 2019) het gemiddeld inkomen iets stijgen. In Baarle-Nassau zien we die stijging niet. Schuldenproblematiek In Baarle-Nassau ligt het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden al enige jaren hoger dan bij andere kleine gemeenten.
Inwoners in met name de kern Baarle-Nassau hebben de afgelopen jaren vaker dan bij vergelijkbare gemeenten te maken met schuldenproblematiek. In Ulicoten lag dat percentage op hetzelfde niveau als van andere vergelijkbare gemeenten. Cijfers met betrekking tot instroom van inwoners met schulden in de gemeente Baarle-Nassau is gelijk ten opzichte van andere vergelijkbare gemeenten. Vanaf 1 januari 2021 werkt de gemeente samen met het Dorpsteam, woningbouwverenigingen, energieleveranciers en zorgverzekeraars in het project vroegsignalering. Gemiddeld kwamen er per maand van 7 huishoudens signalen van betalingsachterstanden binnen. De grootste melders waren de zorgverzekeraars. Bijstandsuitkeringen Een bijstandsuitkering wordt per huishouden gegeven. Zodra één van de partners binnen het huishouden werk vindt, gaat deze een (minimum)loon verdienen waarmee beide partners uitstromen uit de uitkering. Het aantal inwoners met een bijstandsuitkering is in Baarle-Nassau hoger dan bij andere kleine gemeenten. Desondanks is het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering in Baarle-Nassau lager dan bij referentiegemeenten. Daaruit kunnen we concluderen dat de bijstandsuitkeringen vooral terecht komen bij meerpersoonshuishoudens, en dan vooral de tweepersoonshuishoudens.
In het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ zien we namelijk dat het aantal kinderen in een uitkeringsgezin niet afwijkt van even grote gemeenten. Het aantal alleenstaanden dat leeft op bijstandsniveau blijkt inderdaad wat lager dan in vergelijkbare gemeenten. Het aantal mensen van 67 jaar en ouder dat een uitkering heeft, ligt in Baarle-Nassau aanmerkelijk hoger dan in andere gemeenten. In de 2e helft van 2020 is dit gestegen, en in 2021 is dit hoog gebleven. Het aantal personen en huishoudens met een bijstandsuitkering heeft in 2020 een piek gehad. Dit heeft te maken met de TOZO uitkeringen. In de loop van 2021 is dit weer gedaald.
17
Meedoen Uit de burgerpeiling 2020 blijkt dat ‘financiën’ gemiddeld door inwoners van Baarle-Nassau minder vaak dan bij referentiegemeenten een belemmering gevonden worden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen.
18
19
Power BI Desktop
Zinvolle daginvulling De gemeente wil dat inwoners meedoen en een zinvolle invulling van hun dag hebben. Er is extra aandacht voor kwetsbare groepen, zoals mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, laaggeletterden of statushouders, om hen zo goed mogelijk te laten participeren. Het streven is dat mensen deelnemen aan betaald werk of een opleiding als daginvulling, maar als dat een stap te hoog is dan is het belangrijk dat er een zo passend mogelijke daginvulling is, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligerswerk. Maatschappelijke inzet (%) 2020 Baarle-Nassau
Clienten met dagbesteding (per 1.000 Inwoners) 2021
<25.000 inwoners
70% 60%
68% 63,0%
61%
50%
5
5
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
54,0%
40%
41,0%
30%
39,0%
38%
42%
43,0%
Netto Arbeidsparticipatie (%) 2021
45%
20%
67,5%
71,6%
10%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
0% Hulp aan buren
Aandacht voor buren in een zorgwekkende situatie
Verenigingsleven Vrijwilligerswerk
Werkloze jongeren (%) 2020
Naastenzorg
Voortijdige schoolverlaters totaal (VO+MBO) (aantal) 2021 Baarle-Nassau
(Leeg)
(Leeg)
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Werkloosheid
<25.000 inwoners
2,4%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
2018
2019
2,2%
5,0% 2,0%
4,5%
1,8% 1,6%
4,0% 1,4% 1,2%
3,5%
1,0% 2017
2018
2019
2020
Absoluut Verzuim (per 1.000 leerlingen) 2020
7,2
2,6
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
2021
2017
13
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
2021
Lopende re-integratievoorzieningen (per 10.000 inwoners van 18-64 jaar) 2020
270,0
148,3
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Personen met lopende re-integratievoorziening (per 1.000 inw) 2021 Baarle-Nassau <25.000 inwoners
Relatief Verzuim (per 1.000 leerlingen) 2021
9
2020
7,8
8
6 4,9 4
2
2,0
2,2
2,0
2,0 0,7
0,5
0
20
Werkend zonder bijstand
Werkend met bijstand
Niet werkend zonder bijstand
Niet werkend met bijstand
Zinvolle daginvulling Baarle-Nassau (2021) In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied zinvolle daginvulling relevant zijn. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over werk, maatschappelijke inzet, school en geletterdheid. Werk Door een gewijzigde onderzoeksmethodiek zijn de cijfers over werkloosheid niet helemaal te vergelijken met de vorige raadsrapportage. In waarstaatjegemeente zijn de cijfers met terugwerkende kracht herberekend om aan te sluiten op de uitkomsten vanaf 2021. De geregistreerde werkloosheid is in Baarle-Nassau in lijn met andere kleine gemeenten. Beide zijn in 2021 gedaald. De arbeidsdeelname in Baarle-Nassau ligt echter wel al jaren lager dan bij referentiegemeenten; zo ook in 2021. De Gaarshof speelt hier een rol in de schijnbaar tegenstrijdige cijfers: deze bewoners hebben veelal geen officiële arbeidsdeelname, maar staan ook niet als werklozen geregistreerd. De werkloosheid die hier getoond wordt moet niet verward worden met het aantal inwoners met een bijstandsuitkering. In de werkloosheidscijfers zitten bijvoorbeeld ook mensen met een WW uitkering en werkzoekenden zonder een uitkering. Het aantal bijstandsuitkeringen wordt toegelicht in het leefgebied Financieel rondkomen Statushouders Begin 2020 zijn we gestart met een ketenaanpak, ingegeven door de nieuwe wet inburgering.
Deze aanpak maakt dat we actief met statushouders aan de slag gaan om hen te helpen integreren en participeren in onze samenleving. Over het aandeel werkende statushouders is geen actualisatie geweest. Landelijk wordt gewerkt aan monitoring van de nieuwe wet inburgering. Re-integratie Inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt, die al dan niet in een bijstandsuitkering zitten, worden geholpen om weer aan het werk te komen. Dit noemen we re-integratie. Hiervoor hebben we een aantal voorzieningen die we kunnen inzetten. We zetten relatief veel reintegratievoorzieningen in ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Ten opzichte van 2020 zien we een stijging van de inzet van re-integratievoorzieningen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met een verhoogde inzet op loonkostensubsidie. Loonkostensubsidie zorgt ervoor dat inwoners met een verminderde loonwaarde, op een (reguliere) werkplek aan het werk kunnen. We zien steeds meer inwoners voor wie dit nodig is, omdat zij meer (complexe) zorgvragen hebben en begeleiding nodig hebben. Dit verklaart ook de toename van aantallen op het onderdeel ‘niet werkend met bijstand’ ten opzichte van 2020. Maatschappelijke participatie De cijfers voor dit onderdeel komen voort uit de burgerpeiling uit 2020. Bij de burgerpeiling is onderzocht in hoeverre inwoners zich maatschappelijk inzetten of daartoe bereid zijn.
We zien dat inwoners van Baarle-Nassau niet alleen minder betaald werk verrichten, maar ook minder actief zijn als vrijwilliger: ten opzichte van inwoners in vergelijkbare gemeenten is het aantal inwoners dat vrijwilligerswerk doet lager, en ze besteden er per persoon minder tijd aan. Andere aspecten van maatschappelijke inzet komen terug bij ‘Onze gemeente’ en bij ‘Prettig wonen in je wijk’.
21
School en geletterdheid Het aantal VO- en MBO-leerlingen dat voortijdig de school verlaat, is sterk afgenomen. Bij referentiegemeenten is dit de laatste jaren redelijk stabiel. Het percentage ligt nu in Baarle-Nassau onder dat van de referentiegemeenten. In Baarle-Nassau lijken erg veel leerplichtigen niet ingeschreven op een school (absoluut verzuim). Dit komt doordat de inschrijvingen van leerlingen die in België naar school gaan, nog niet verwerkt zijn in de Waarstaatjegemeente database. Het percentage van 7,2% geeft daarom geen realistisch beeld. Informatie van de leerplichtambtenaar is dat bij start van het schooljaar 2021-2022 er geen thuiszitters zijn. Jongeren die wel op een school zijn ingeschreven, verzuimen echter veel minder vaak dan bij vergelijkbare gemeenten (relatief verzuim). Over laaggeletterheid zijn geen actuele cijfers bekend. Zoals vorig jaar ook aangegeven, is In BaarleNassau naar schatting 9% van alle inwoners laaggeletterd. Daarmee heeft de gemeente een percentage enigszins lager dan het landelijk gemiddelde (12%). Van deze 9% hebben we als gemeente maar een klein deel in beeld. Met vastgestelde aanpak op laaggeletterdheid zetten we in op het bereiken en vinden van de doelgroep om deze toe te kunnen leiden naar passend aanbod.
Landelijk onderzoek over coronaeffecten op gebied van onderwijsachterstanden geven aan dat de kinderen uit gezinnen met een lage economische status (SES) de onderwijsachterstanden het meest zijn toegenomen, vooral op het gebied van begrijpend lezen.
22
23
Power BI Desktop
Fit en Veerkrachtig We vinden het belangrijk dat onze inwoners fit en veerkrachtig zijn. Fitte en veerkrachtige inwoners kunnen beter ‘meedoen’. Zij hebben meer grip op hun leven en kunnen beter omgaan met de uitdagingen en tegenslagen van het leven. Fitte en veerkrachtige inwoners geven ook impulsen aan een sterke en energieke samenleving. Fitheid en veerkracht worden beïnvloed door zowel de mentale als fysieke gezondheid.
Beweegt voldoende (%) 2020
Gebruik basis GGZ en/of POH-GGZ (%) 2019
48,5%
50,2%
4,5%
3,9%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Niet-sporters (%) 2020
Mantelzorgerverleners met hoge belasting (%) 2020
54,8%
50,1%
33,0%
29,0%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Overgewicht (%) 2020
53,1%
50,8%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Roken (%) 2020
14,3%
14,3%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
24
Fit en Veerkrachtig Baarle-Nassau (2021)
In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied fit en veerkrachtig relevant zijn, veelal vanuit de burgerpeiling 2020. Fitte en veerkrachtige inwoners kunnen beter ‘meedoen’ in onze samenleving. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over positieve gezondheid, fysieke gezondheid, mentale gezondheid en meedoen. Voor de verdieping op de onderwerpen is waar nodig ook gekeken naar gegevens uit andere onderzoeken die hierop aansluiten, zoals de GGD-rapporten die in 2021 beschikbaar kwamen en Brabantscan gezondheid en ziekten. Gegevens van Baarle-Nassau uit deze onderzoeken zijn echter alleen af te zetten tegen de regio, en niet ten opzichte van soortgelijke gemeenten. Positieve gezondheid Fitheid en veerkracht worden beïnvloed door zowel de mentale als fysieke gezondheid. Op basis van het concept positieve gezondheid wordt gezondheid vanuit een breder perspectief benaderd. Deze komen terug bij andere leefgebieden. Subjectieve gezondheid en feitelijke participatie beïnvloeden elkaar. Subjectieve gezondheid kan participatie beïnvloeden en deelname aan maatschappelijke activiteiten kan een positief effect hebben op gezondheidsbeleving. Tenzij de belasting te groot wordt. In de burgerpeiling 2020 zijn vragen met betrekking tot de gezondheid gesteld. De inwoners van Baarle-Nassau geven hun algehele gezondheid gemiddeld een 7,68.
Dit wijkt niet af van vergelijkbare gemeenten. Ook binnen de verschillende leeftijdsgroepen zien we eenzelfde beeld bij Baarle-Nassau als bij vergelijkbare gemeenten. Uit het 4-jaarlijks GGD onderzoek blijkt dat het aantal volwassenen en ouderen dat hun gezondheid als (erg) goed ervaart, nagenoeg hetzelfde is gebleven sinds 2016. Fysieke gezondheid Vooral de mate waarin mensen door hun gezondheid beperkt worden, bepaalt hoe zij hun gezondheid ervaren. In 2020 ervaart 81% van de volwassenen en 62% van de ouderen de gezondheid als (erg) goed. Dit is nagenoeg hetzelfde als in 2016. Leefstijl Voor de fysieke gezondheid kijken we naar zowel overgewicht als naar beweging en roken. Als we kijken naar de beweegnormen (niet alleen door sport, maar ook door andere fysieke activiteit), bewegen inwoners van Baarle-Nassau de afgelopen jaren steeds minder en ook minder ten opzichte van inwoners in andere kleine gemeenten. We zien dat in alle kernen van Baarle-Nassau relatief veel niet-sporters voorkomen. In Ulicoten en Castelré is het negatieve verschil het grootst. Dit is verklaarbaar door de mindere sportinfrastructuur (accommodaties) en bevolkingsopbouw (hoge leeftijd). Ons sport- en beweegbeleid is erop gericht het aantal mensen dat sport en beweegt te vergroten. 48,5% van de inwoners voldoet nog wel aan de landelijke beweegrichtlijnen.
Dit is iets lager dan in vergelijkbare gemeenten Waar bewegen een positieve invloed op de gezondheid heeft, hebben overgewicht, roken en middelengebruik hier een negatieve invloed op. Bij 53% van de inwoners is sprake van overgewicht. Ruim 1/3 daarvan heeft ernstig overgewicht. Dit wijkt niet veel af van het regionale gemiddelde. Het aantal jonge kinderen met (ernstig) overgewicht is in Baarle-Nassau wel relatief hoog. In Baarle-Nassau is het percentage rokers gelijk aan gemeenten van gelijke grootte. Oudere inwoners van Baarle-Nassau roken relatief minder dan in de regio.
25
Ook het alcohol gebruik onder volwassenen is niet afwijkend ten opzichte van andere gemeenten. 65% van de volwassenen en 40% van de ouderen drinkt dagelijks teveel alcohol (meer dan één glas alcohol per dag). Wat wel opvalt is dat 4% van de volwassenen met enige regelmaat softdrugs gebruikt. 43% van de 18-64 jarigen vindt het normaal als iemand softdrugs gebruikt; gebruik van harddrugs vindt 11% normaal. Het middelen gebruik onder jongeren in Baarle-Nassau is hoog. Ze drinken vaker en meer alcohol, meer jongeren roken en gebruiken ook meer softdrugs dan in de regio (wiet en lachgas) Mentale gezondheid Voor de geestelijke gezondheid van onze inwoners en de hulp die zij daarvoor zoeken kijken we naar het gebruik van de basis GGZ (een eerstelijnspsycholoog of een praktijkondersteuner huisarts GGZ). In Alphen-Chaam maakte in 2018 3,5 % van onze volwassen inwoners daarvan gebruik. Dit is iets minder dan elders. 85% van de volwassen inwoners geeft in de burgerpeiling van 2020 aan nauwelijks tot geen beperking te ervaren door hun geestelijke gezondheid. Dit wijkt niet af van andere vergelijkbare gemeenten. In Baarle-Nassau maakte (2019) 4,5 % van onze volwassen inwoners gebruik van basis GGZ (een eerstelijnspsycholoog of een praktijkondersteuner huisarts GGZ). Dit is meer dan elders en het gebruik is in de daaraan voorafgaande jaren sterker gestegen dan in andere delen van ons land.
Het percentage jongeren dat risico op psychische problemen heeft, is met 9% (kinderen) en 13% jongeren vergelijkbaar met de regio. Meedoen Lichamelijke gezondheid en fysiek functioneren zijn de meest genoemde beperkingen om deel te nemen aan het maatschappelijk leven.
26
27
Definitielijst Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Versie januari 2021
Opgesteld door
VNG Realisatie
Datum
24 november 2020
Versie
5.0
2
Begrip Abonnementstarief Wmo
Algemene Bijstandswet (Abw)
Algemene voorzieningen
Armoede, opgroeiend in Beëindigde arrangementen Begeleiding
Beroepsbevolking
Beschermd wonen
Beschermd wonenregio Beschut werk
Definitie Het abonnementstarief Wmo is een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen. Per 1 januari 2020 is de eigen bijdrage in de Wmo voor de meeste hulp en ondersteuning vastgelegd op maximaal 19 euro per maand. Dit geldt zowel voor maatwerkvoorzieningen als alle algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. Tot 1 januari 2004 bestaande wettelijke sociale voorziening die als doel heeft om financiële bijstand te verlenen aan personen die niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. De ABW is per 1 januari 2004 vervangen door de Wet werk en bijstand (WWB). Algemene voorzieningen zijn voorzieningen binnen de Wmo, toegankelijk zonder beschikking van de gemeente. Het gaat hier om de voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn. Bijvoorbeeld de buurt- en clubhuizen, sociaal-cultureel werk, sociale samenhang, welzijnsactiviteiten etc. De belangrijkste indicator voor armoede is het inkomen dat een huishouden kan besteden. Het CBS hanteert als maatstaven de lageinkomensgrens en het sociaal minimum. Aantal maatwerkarrangementen binnen de wmo of jeugdwet dat in de verslagperiode is beëindigd. Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Bij begeleiding vanuit de Wmo gaat het niet om het overnemen van taken, maar er bij helpen.
Deze hulp wordt meestal ingezet in het geval van psychische problemen, een verstandelijke of een zintuigelijke beperking. Onder begeleiding kan bijvoorbeeld vallen: Hulp bij het dagelijks leven thuis. Zoals leren het huishouden te doen, hulp bij geldzaken en administratie. Begeleiding bij het leggen van contacten. Hulp bij het indelen van de dag en het ondernemen van activiteiten. Gezinsondersteuning en opvoedondersteuning. Begeleiding bij persoonlijke verzorging. Begeleiding in een groep, ook dagbesteding genoemd. Personen: die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of; die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen. De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur. Wmo voorziening uit de categorie Verblijf en Opvang. Regeling bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die (tijdelijk) niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Cliënten wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Regio bestaande uit een centrumgemeente en meerdere regiogemeenten. De centrumgemeente is verantwoordelijk voor de uitvoer van beschermd wonen in deze regio. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. Indien noodzakelijk organiseert de gemeente voor een persoon een beschutte werkplek (werk in een omgeving onder aangepaste 3
Besteedbaar inkomen Bijstandsuitkering Cliënten met voorzieningen
Cliëntervaringsonderzoek (CEO)
Coaching naar werk of naar participatie
Centrumgemeente BW/MO
Dagbesteding
omstandigheden). Bij beschut werk is de persoon in dienst bij een werkgever en krijgt loon voor de arbeid die hij gedurende zekere tijd verricht. Niet de werkzaamheden zelf typeren beschut werken, maar de mate van begeleiding en/of werkplekaanpassing. De mate van begeleiding en/of werkplekaanpassing is zodanig hoog dat niet van een reguliere werkgever verwacht kan worden dat hij personen met behoefte aan deze ondersteuning in dienst neemt, ook niet in combinatie met extra/andere voorzieningen van de gemeente of het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De gemeente legt in een gemeentelijke verordening vast wanneer er sprake is van beschut werk. Het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen. Uitkering op grond van Wet werk en bijstand (WWB), de Participatiewet, de Algemene bijstandswet (Abw) en de Wet investeren in jongeren (WIJ). Zie ook zorg en ondersteuning. Het aantal natuurlijke personen die ondersteuning ontvangen, of gebruik hebben gemaakt van maatwerkarrangementen in het kader van het sociaal domein.
Tot de voorzieningen in het sociaal domein behoren: Maatwerkarrangementen die vallen onder de Wmo Maatwerkarrangementen die vallen onder de Jeugdwet Maatwerkarrangementen die vallen onder de Participatiewet Het cliëntervaringsonderzoek (CEO) onderzoekt de door cliënten ervaren kwaliteit van hulp en ondersteuning vanuit de Wmo2015 en de Jeugdwet. Sinds 2016 zijn gemeenten wettelijk verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek Wmo 2015 (CEO Wmo) en Jeugd uit te voeren. De resultaten moeten inzicht verschaffen in de ervaren toegankelijkheid, kwaliteit en effecten van de geboden ondersteuning. Voor het CEO Wmo werd tot 2020 het gebruik van een standaardvragenlijst voorgeschreven. Voor het CEO Jeugd is een modelvragenlijst beschikbaar. Per 2021 kunnen gemeenten het CEO Wmo op een andere manier vormgeven. In de nieuwe opzet voor het CEO Wmo krijgen gemeenten de standaardvragenlijst en bijbehorende onderzoeksaanpak niet meer voorgeschreven. Het staat hen wel vrij deze te blijven gebruiken. Zij mogen er echter ook voor kiezen om het onderzoek – binnen bepaalde voorgeschreven kaders – op een andere wijze in te richten. Type re-integratie-/participatievoorziening, waarbij een persoon buiten een arbeidsbetrekking naar werk of naar participatie (in de maatschappij) wordt toe begeleid. Op het moment van inzet van de voorziening heeft de persoon dus nog geen werk.
De coaching is gericht op het opdoen van persoonlijke of werk-gerelateerde vaardigheden/competenties en vindt plaats in een een-op-een situatie. De voorziening kan worden ingezet voor zowel kort- als langdurig werklozen. Voor de taken maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn er 43 centrumgemeenten. Elk centrumgemeentegebied bestaat uit een centrumgemeente en meerdere regiogemeenten. De Wmo 2015 kent formeel gezien geen onderscheid tussen centrumgemeenten en regiogemeenten. Voor opvang en beschermd wonen is tussen Rijk en de VNG echter afgesproken dat voorlopig met centrumgemeenten zal worden gewerkt (Dit is een voortzetting van de praktijk zoals die voor opvang al langer gangbaar was). De centrumgemeenten hebben hierbij een regierol en ontvangen ook financiële middelen van het Rijk. Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Dagbesteding is een vorm van begeleiding, maar dan in groepsverband. Doel is een zinvolle invulling van de dag. Bijvoorbeeld met aangepast werk, activiteiten of dagopvang.
4
Eenzaamheid
Eerstelijnszorg Forfaitaire loonkostensubsidie
Percentage van de volwassenen (19+) met hoge emotionele/sociale eenzaamheidsscore (volwassenen 19+). De eenzaamheidsschaal bestaat uit elf uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: 'Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?', met de toelichting 'U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja'. Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort. Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items. Alle zorg die direct toegankelijk is voor de patiënt en waarvoor geen verwijzing nodig is. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. De forfaitaire loonkostensubsidie is een stimulans voor een werkgever om een persoon met een afstand op de arbeidsmarkt (sneller) in dienst te nemen en te houden. De forfaitaire loonkostensubsidie kan worden ingezet als er sprake is van het voornemen om een voorziening 'Loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet' in te zetten, maar de loonwaarde van de persoon nog niet is vastgesteld.
Gestarte Adviezen (Veilig Thuis)
Zie ook kindermishandeling. Een op de behoefte van de adviesvrager afgestemde set van aanwijzingen, raadgevingen en tips die Veilig Thuis met de adviesvrager deelt, met als doel de adviesvrager in staat te stellen zelf verder te kunnen handelen in situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling of bij een vermoeden daarvan. De adviesvrager blijft zelf verantwoordelijk voor eventuele verdere stappen, Veilig Thuis onderneemt geen enkele verdere actie richting de directbetrokkenen bij het huiselijk geweld of de kindermishandeling
Gestarte maatwerkarrangementen Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD)
Aantal maatwerkarrangementen binnen de Wmo of jeugdwet dat in de verslagperiode is gestart. De GMSD geeft gemeenten en gemeenteraden inzicht in hun prestaties op het sociaal domein en biedt de mogelijkheid om te vergelijken met andere gemeenten. ondersteunt gemeenten bij de informatie voor de gemeenteraad en de burgers, de horizontale informatievoorziening. De GMSD wordt tweemaal per jaar gepubliceerd op www.waarstaatjegemeente.nl. Elke gemeente vindt hier zijn eigen rapport op gemeentelijk en op wijkniveau. In de database staan nog veel meer indicatoren. Gemeenten kunnen met elkaar vergeleken worden op basis van grootteklasse. Gemeenten zijn hierbij ingedeeld in vijf grootteklassen op basis van aantal inwoners: <25.000 inwoners: gemeenten met minder dan 25.000 inwoners 25.000 - 50.000 inwoners: gemeenten met meer dan 25.000 en minder dan 50.000 inwoners 50.000 - 100.000 inwoners: gemeenten met meer dan 50.000 en minder dan 100.000 inwoners 100.000 - 300.000 inwoners: gemeenten met meer dan 100.000 en minder dan 300.000 inwoners >300.000 inwoners: gemeenten met meer dan 300.000 inwoners Aandeel Particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen. Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.
Grootteklasse (referentiegroep)
Huishouden met hoog inkomen
5
Huishouden met laag inkomen
Huishouden (particulier) Hulp bij het Huishouden
Hulpmiddelen en diensten Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Jeugdbescherming
Jeugdhulp
Jeugdhulp met verblijf
Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdreclassering
Aandeel Particuliere huishoudens behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen. Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen. De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio. Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften. Dit is een type maatwerkarrangement Wmo. Deze groep bevat de volgende productcategorieën uit de iWmo-standaarden: hulp bij het huishouden. Deze voorziening is bedoeld voor cliënten die niet meer in staat zijn om hun huishoudelijke werkzaamheden zelfstandig uit te voeren. Ondersteuning wordt bijvoorbeeld geboden in de vorm van het uitvoeren van huishoudelijke taken, zoals schoonmaken, stofzuigen en het verzorgen van de was. Dit is een type maatwerkarrangement Wmo. Deze groep bevat de volgende productcategorieën uit de iWmo-standaarden: woondiensten, vervoersdiensten, rolstoelen, vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen en overige hulpmiddelen.
Voor de invoering van het abonnementstarief Wmo in 2020 werd de hoogte van de eigen bijdrage voor zorg via de Wmo bepaald op basis van het inkomen. Onder jeugdbescherming wordt formeel verstaan het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. Er zijn vijf verschillende jeugdbeschermingsmaatregelen. Het betreffen: Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Onderscheid wordt gemaakt in jeugdhulp met verblijf en jeugdhulp zonder verblijf. In het geval van Jeugdhulp met verblijf verblijft de jeugdige elders. Of anders gezegd, de jeugdige slaapt formeel elders, niet zijnde thuis, in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Dagbehandeling valt daarom onder de categorie ‘jeugdhulp zonder verblijf’. Verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de weeks vallen onder jeugdhulp met verblijf.
In deze vorm van ondersteuning verblijft de jeugdige thuis, in het eigen gezin. Of anders gezegd, de jeugdige slaapt thuis. In ieder geval formeel. Het kan zijn dat de jeugdige bij opa en oma slaapt of bij iemand anders, echter dit is dan niet formeel zo geregeld. Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18de met de politie in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. Jeugdreclassering wordt uitgevoerd door gecertifieerde instellingen. maatregelen betreffen: 6
Jeugdwet
Jeugdzorg Jeugdzorg-traject
Jobcoach/ begeleiding op de werkplek
Kinderen in uitkeringsgezinnen Kindermishandeling
Kortdurend Verblijf
Lage-inkomensgrens
Toezicht en begeleiding gedwongen Toezicht en begeleiding vrijwillig Individuele trajectbegeleiding De begeleiding kan doorlopen tot de jongere 23 wordt. De jeugdwet is sinds 1 januari 2015 van kracht en vervangt de wet op de jeugdzorg. In de Jeugdwet staat dat de gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Het geheel van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering dat onder verantwoordelijkheid van de gemeente wordt uitgevoerd volgens de Jeugdwet (2015). Bij de jeugdcijfers wordt een onderscheid gemaakt in (aantallen) jongeren en (aantallen) jeugdhulptrajecten. Een jeugdige kan één of meerdere hulptrajecten tegelijk doorlopen. Een hulptraject bestaat uit een combinatie van hulpvorm en aanvangsdatum. Omdat een jongere meerdere trajecten tegelijk kan doorlopen, verschilt het aantal jeugdhulptrajecten van het aantal jongeren: het aantal hulptrajecten komt hoger uit. Als een jongere in één periode meerdere hulptrajecten doorloopt met dezelfde hulpvorm dan worden deze trajecten samengenomen. In de cijfers tellen deze dan mee als één doorlopend hulptraject. Dit gebeurt ook als de aanvangsdatums verschillen: het gaat erom dat de hulptrajecten elkaar overlappen.
De aanvangsdatum wordt in dat geval gezien als de datum waarop de hulp voor het eerst is gestart, en de einddatum is de datum waarop de laatste hulp wordt beëindigd. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. Het omvat alle vormen van begeleiding op de werkplek, voor zowel arbeidsbeperkten als niet-arbeidsbeperkten, door een interne (van het bedrijf waar de werknemer werkt), externe of gemeentelijke begeleider. Kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Een bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. Vorm van - voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Het gaat hierbij om: seksuele mishandeling, fysieke mishandeling, emotionele/psychische mishandeling, fysieke verwaarlozing, emotionele/psychische verwaarlozing en getuige zijn van partnergeweld (Definitie artikel 1 Jeugdwet). Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis.
Kortdurend verblijf is een van de voorzieningen die kan worden toegekend ter ondersteuning van mantelzorgers. Ter voorkoming dat zij overbelast worden en de thuissituatie onleefbaar wordt. De cliënt verblijft dan kortdurend in een instelling, zodat de mantelzorger(s) even ‘op adem’ kunnen komen. Na het verblijf in de instelling pakken de mantelzorgers de zorg weer op. Deze grens wordt vaak gebruikt als indicator voor armoede. Het vertegenwoordigt door de tijd heen een vast koopkrachtniveau en wordt jaarlijks alleen aangepast voor de prijsontwikkeling. De hoogte ervan is geënt op de bijstandsuitkering van een alleenstaande in 1979, toen deze op een hoog niveau lag. Er is sprake van een laag inkomen als het inkomen omgerekend naar een inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht vertegenwoordigt dan een bedrag van 9 250 euro in prijzen van 2000. Het inkomensbegrip dat hierbij wordt gehanteerd, is het besteedbaar inkomen verminderd met aan bestedingen gebonden uitkeringen, zoals de huurtoeslag. Inkomens van huishoudens van 7
Loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet
Maatwerkarrangement Wmo
Mantelzorg
Meldingen (Veilig Thuis)
Niet nader in te delen (Particpatiewet) Niet werkend werkzoekende jongeren Niet-westerse migratieachtergrond Ondersteuning thuis
Overige faciliterende voorziening
verschillende grootte en samenstelling worden met behulp van een equivalentiefactor vergelijkbaar gemaakt. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.250 euro. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. De loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet is een subsidie die een werkgever krijgt als ondersteuning om een persoon in dienst te nemen, die een arbeidsvermogen heeft dat onder het wettelijk minimumloon (WML) ligt. Voordat de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet ingezet kan worden is een vaststelling van de loonwaarde van de persoon (het vastgestelde arbeidsvermogen van een persoon in verhouding tot het wettelijk minimumloon) noodzakelijk. De loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet kan langdurig worden ingezet, indien nodig tot aan het pensioen. Naast de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet zijn er nog twee andere soorten loonkostensubsidies: de 'Forfaitaire loonkostensubsidie' en de 'Tijdelijke loonkostensubsidie'. Deze kunnen niet langdurig ingezet worden.
Een maatwerkarrangement Wmo is ondersteuning binnen het kader van de Wmo2015 geleverd in de vorm van een product of dienst die is afgestemd op de wensen, persoonskenmerken, mogelijkheden en behoeften van een individu. Ook wel specialistische zorg of specialistische ondersteuning genoemd. In de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein worden vier typen maatwerkarrangementen onderscheiden, te weten Hulp bij het huishouden, Hulpmiddelen en diensten, Ondersteuning thuis en Verblijf en opvang. Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten. Gemeenten ondersteunen mantelzorgers bijvoorbeeld met (tijdelijke) overname van de zorg door een vrijwilliger of beroepskracht (respijtzorg). Zie ook kindermishandeling. Het kenbaar maken aan Veilig Thuis van een situatie of vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling met vermelding van de persoonsgegevens van de betrokkene(n). Het verschil met een advies is dat bij een melding de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid van de directbetrokkenen is overgedragen van de melder aan Veilig Thuis. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening, die alle individueel ingezette voorzieningen betreft die wel tot de SRG behoren, maar die niet vallen onder de reguliere typen voorzieningen.