CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Kaderbrief OMWB

Commissie Bestuur en Middelen 9 april 2025, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel Kaderbrieven verbonden partijen13.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Fin. post

Bedrag

Ontwikkelen nieuwe informatieproducten

concernuren/ P3

€ 200.000,-

Activiteiten van het programma

concernuren

€ 50.000,-

GUK doorontwikkeling In 2026 ontwikkelen we nieuwe brancheplannen op basis van de risicoanalyse uit het GUK. Ook het actualisatieprogramma breiden we verder uit met nieuwe thema's. Met behulp van de ontwikkelde informatieproducten en de opgebouwde data brengen we de resultaten in kaart en stellen we mogelijk onze focuspunten uit het meerjarenprogramma bij. De werkzaamheden worden gefinancierd uit het programma collectieve taken. Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Brancheplannen (we stellen er 14 op in 2026 conform planning GUK)

P3

€200.000,-

Opstellen actualisatieprogramma vergunningen

P3

€12.000,-

Onderzoek naar risicogerichte vergunningverlening

P3

€12.000,-

Ketenaanpak doorontwikkeling Het belang van regulier toezicht bij bedrijven valt niet te ontkennen. De traditionele focus ligt vaak op de bedrijven zelf, met het doel om overtredingen van de wet te voorkomen en milieuschade te beperken. Maar als we verder kijken dan de bedrijven, zien we dat de sleutel tot het verbeteren van fysieke leefomgeving en duurzaamheid vaak ligt in de (financiële) distributie tussen de bedrijven. In de toekomst gaat het toezicht zich steeds meer moeten richten op deze schakels in de keten. Hoe worden afvalstromen behandeld en waar komen ze terecht? Wat gebeurt er met grondstoffen die van de ene partij naar de andere worden verplaatst? Het is cruciaal dat deze stromen bij de juiste verwerkers en eindbestemmingen terechtkomen. Helaas gebeurt dit niet altijd, en zijn er volop kansen voor bedrijven om onterecht bochten af te snijden in de keten, met alle risico's van dien. Dit biedt niet alleen ruimte voor schade aan het milieu, maar is ook financieel aantrekkelijk voor degenen die zich niet aan de regels houden. De uitdaging ligt dan ook in het toezicht in richten zodat we de verleiding tot non-compliance verminderen, en de keten volledig transparant en duurzaam maken. De kracht van de ketenaanpak ligt in het blootleggen van milieuproblematiek, op een andere manier dan de traditionele VTH-instrumenten.

In plaats van alleen de bedrijven te controleren, kijkt de ketenaanpak naar de gehele reeks van activiteiten: van productie en transport tot opslag, bewerking en eindverwerking. Door deze bredere blik kunnen we problemen vroegtijdiger signaleren en in samenwerking met de ketenpartners snel oplossen. Wanneer we een milieuprobleem herkennen, kunnen we het direct aanpakken met de verschillende partijen die verantwoordelijk zijn voor de ketenschakels. Ketentoezicht krijgt vanaf 2026 meer prioriteit op landelijk niveau, en dus ook bij de 24

OMWB. De doorontwikkeling wordt bekostigd uit het collectieve taken programma (P3). We gaan er vooralsnog vanuit dat de uitvoerende werkzaamheden kunnen worden bekostigd uit het huidige budget binnen de werkprogramma's van de gemeenten. Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Doorontwikkelen ketenaanpak

P3/concernuren

€ 40.000,-

AADV Voor complexe en risicovolle bedrijven gelden verschillende wettelijke kaders, zoals milieuregelgeving en algemene regels. Voor bedrijven, vergunningverleners en toezichthouders is het een arbeidsintensief proces om altijd overzicht te houden van de regels die op een bepaald moment van toepassing zijn. De situatie met betrekking tot de geldende regels verandert immers regelmatig. Door vergunningvoorschriften in Digi-V op te nemen, ontstaat er één actueel overzicht van de geldende voorschriften. Dit helpt de toezichthouders aanzienlijk en zorgt uiteindelijk voor een extra efficiencyslag. In 2025 starten wij met het omzetten van de provinciale inrichtingen. Omdat we nog niet precies weten hoeveel tijd dit vergt, gaan we uit van een meerjarig traject. Afhankelijk van de voortgang en de bevindingen informeren wij de gemeenten in 2026 over de opgedane ervaring en wat dit betekent voor het vergunningverlenen. In 2026 bekijken wij ook of, en zo ja in welke mate het overzetten van gemeentelijke inrichtingen naar DIGI-V mogelijk en wenselijk is, en op welke termijn dit kan plaatsvinden. Kosten: De kosten zullen bestaan uit de volgende aspecten en worden betaald uit het werkprogramma P1 en programma Collectie taken (P3). Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Informatie delen met opdrachtgevers, inventariseren van de wensen en indien mogelijk een planning maken voor het omzetten.

P1 / P3

€20.000,-

Modern toezicht De maatschappij wordt steeds mondiger, de technologische ontwikkelingen gaan snel, het is moeilijk om gekwalificeerd personeel aan te trekken en vast te houden en de budgetten staan onder druk. Dit betekent dat we goed moeten nadenken over de toekomst van het toezicht. Wij richten ons op nieuwe vormen van toezicht, waarbij bewustwording in veel gevallen een belangrijke rol gaat spelen. Wij nemen de proactieve rol op ons door: •

Het in kaart brengen van moderne vormen van toezicht en innovaties die we verder kunnen ontwikkelen. 25

• • • •

Het onderzoeken van ontwikkelingen waarbij wij kunnen aansluiten, zoals bijvoorbeeld onderzoek vanuit het Ministerie van I&W naar de toekomst van het toezicht. Het verder uitwerken van methoden voor het bevorderen van bewustwording. Het bepalen van welke vorm van bewustwording het meest effectief is en wanneer. Het betrekken van ons eigen personeel bij de uitkomsten rondom bewustwording en het verder ontwikkelen van deze kennis.

Deze aanpak vereist een zorgvuldige en goed doordachte strategie voor ons op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Advies. Om ons goed voor te bereiden, moeten wij investeren in de volgende onderwerpen: • • • • • •

Het verzamelen van kennis over (innovatieve) ontwikkelingen. Het in kaart brengen van hoe we (innovatieve) ontwikkelingen kunnen implementeren, met duidelijke go/no-go momenten. Het onderzoeken van vormen van bewustwording, en vaststellen hoe en wanneer we deze het beste kunnen inzetten. Het uitwerken van een plan voor het inzetten van bewustwording op de juiste momenten. Het verder onderzoeken van innovatieve ontwikkelingen. Het volgen van ontwikkelingen vanuit het Ministerie van I&W en het vertalen van deze kennis naar mogelijkheden voor ons en de regio Midden- en West-Brabant. Op deze manier bereiden wij ons voor op de toekomst en versterken wij onze rol in het toezicht.

Kosten: De kosten bestaan uit de volgende aspecten en worden betaald uit het programma Collectie taken (P3). Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Inzetten op bewustwording bijbrengen, om zodoende meer grip te krijgen op de outcome en de naleving.

P3

€ 75.000

26

Bedrijfsvoering Inleiding Voor de afdeling bedrijfsvoering is het jaar 2026 vooral een jaar van uitvoering en implementatie. In voorgaande jaren is er geld vrijgemaakt voor de ontwikkeling van informatiebeveiliging, huisvesting en geografische informatiesystemen. Gezien ook de onzekere financiële situatie van (sommige) deelnemers is terughoudendheid in (extra) investeringen en uitgaven noodzaak. De oprichting van bureau ODNL kan in 2026 ook zijn uitwerking hebben. Hoe en op welke wijze dit van invloed gaat zijn op bijvoorbeeld de ontwikkeling van de informatievoorziening is (nog) niet in te schatten. Twee onderwerpen verdienen nadere focus in 2026, namelijk de ontwikkeling van ons kwaliteitsmanagementsysteem en de kwaliteitscriteria 3.0.

Kwaliteitsmanagement en kwaliteitscriteria 3.0 Kwaliteitsmanagement Een belangrijk doel voor 2025 is het documenteren (en waar mogelijk optimaliseren) van alle processen die binnen OMWB lopen. Hiermee zijn aan het begin van 2026 alle elementen ingevuld die maken dat OMWB over een volwaardig kwaliteitsmanagementsysteem beschikt. Vanaf het jaar 2026 zal dit verder uitgebouwd moeten worden. Naast onderhoud van het kwaliteitsmanagementsysteem zal een auditprogramma de aanjager zijn voor het continu verbeteren van de processen. Naast verbetermogelijkheden binnen de eigen organisatie zal in 2026 ook gekeken worden naar de voortgang op de gebieden van medewerkerstevredenheid, klanttevredenheid en leveranciersbeoordeling. Andere belangrijke zaken die in 2026 worden opgepakt zijn het opzetten van een continu trainingssysteem om alle medewerkers periodiek te trainen in een correcte uitvoering van de vastgestelde processen. Tevens is het een doel om in 2026 de afspraken omtrent informatiebeveiliging in het kwaliteitsmanagementsysteem te verankeren. Kwaliteitscriteria 3.0 Als OMWB moeten we voldoen aan de kwaliteitscriteria VTH. De kwaliteitscriteria (KC) bestaan nu nog uit de kritische massa (onderdeel B) en de procescriteria (onderdeel C). De externe toetsing toont aan dat we volledig voldoen aan de huidige versie (2.3) van deze kwaliteitscriteria. Per 1 januari 2025 gaat versie 3.0 in.

Deze overgang heeft impact op de OMWB en op onze deelnemers. • • • • •

•

Competentiemanagement doet zijn intrede, als onderdeel D. Dit is een belangrijke aanvulling, die qua toetsing en opleiding veel gevolgen gaat hebben. Ook in financiële zin; Er wordt een nieuw deskundigheidsgebied opgenomen, namelijk betrokkenheid van de OD’s bij opstellen omgevingsplannen; De organisaties met beperkt werkaanbod op de kwaliteitscriteria moeten ook voldoen aan kritieke massa (onderdeel B); Het uitbesteden van VTH-kerntaken is in veel gevallen niet (meer) toegestaan aan marktpartijen; Bij het uitbesteden van niet-VTH-kerntaken aan een derde (commerciële) partij (niet zijnde de OD), is het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de kwaliteit. In het contract moet worden opgenomen dat moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria; Bij detachering/inhuur is de overheidsorganisatie zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitgevoerde taken en in staat is deze zelf te beoordelen. Daarvoor 27

•

is het nodig dat de overheid zelf minimaal één persoon in dienst heeft die beschikt over de betreffende deskundigheden; Er komen striktere ondergrenzen voor de kritieke massa (aantal uur per medewerker en fte's).

Deze wijzigingen zijn echt van betekenis. Voldoen aan de eisen voor de kritieke massa lijkt geen groot probleem te worden. De uitdaging zit in het juist uitbesteden van werk en de inhuur die tevens moet voldoen. Voor een aantal van onze deelnemers zal het lastig zo niet onmogelijk worden om te kunnen voldoen aan deze (nieuwe) kwaliteitscriteria gezien de merkbare (te) magere bezetting op de milieu-gerelateerde thema's. Het jaar 2025 is een overgangsjaar. Per 2026 moeten de OMWB én onze deelnemers voldoen. De intentie is dat een landelijke werkgroep aan de slag gaat met de implementatiefase. In 2025 gaat de OMWB de deelnemers (bestuurlijk en ambtelijk) informeren over de impact van de kwaliteitscriteria 3.0 voor zowel OMWB als hun eigen organisatie.

28

Scherp aan de wind zeilen Toelichten en uitwerken bouwstenen Gemeenten en Provincie (hierna: deelnemers) zijn verantwoordelijk voor diverse essentiële diensten waaronder de zorg voor diverse milieuthema’s binnen de fysieke leefomgeving. Het jaar 2026 en de jaren erna brengen de nodige financiële uitdagingen voor deelnemers met zich mee. Dit dwingt hen om (strategische) keuzes te maken en hun uitgaven kritisch te evalueren. Veel deelnemers worstelen met het opstellen van sluitende begrotingen en kadernota’s. Daarbij zijn er qua impact per deelnemer grote verschillen. Daarom zijn in deze kaderbrief 2026 van de OMWB enkele bouwstenen opgenomen waarin staat beschreven op welke wijze mogelijk (door middel van samenwerking) kosten kunnen worden bespaard. Bij het bekijken van de verschillende bouwstenen is nog van belang dat de OMWB een uitvoeringsorganisatie is. Dat heeft tot gevolg dat opdrachtgevers binnen door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders invloed hebben op de aan de OMWB opgedragen werkprogramma's. Door onder andere het eerder uitgevoerde programma “van goed naar beter” en aanpassingen in de begroting 2024 is voor € 3,2 miljoen financiële ruimte uit de begroting gehaald.

In het in oktober 2024 uitgebrachte efficiency rapport van de Provincie Noord-Brabant is bovendien gesteld dat voor verdere besparingen binnen de bedrijfsvoering van de OMWB nauwelijks mogelijkheden zijn. Als we geen afbreuk willen doen aan de kwaliteit van het uitvoeringsniveau, zijn de mogelijkheden binnen de OMWB voor verdere besparing daarom beperkt. Onderstaand is beschreven welke bouwstenen er zijn om eventueel extra kosten te besparen. In veel gevallen is het de eigen keuze van de individuele gemeente om deze kosten te besparen. De diverse bouwstenen moeten nog verder worden uitgewerkt. Bouwsteen 1: Afschalen van werk tot minimaal niveau, met in achtneming van door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders De begroting van de OMWB is mede gebaseerd op de MWB-norm. In deze norm staat aangegeven wat elke gemeente minimaal moet inbrengen voor de uitvoering van de verplichte basistaken (P1 in werkprogramma). Meerdere gemeenten nemen jaarlijks meer taken af dan opgenomen in de MWB-norm. Die gemeenten die meer afnemen dan het basisniveau kunnen ervoor kiezen om de werkzaamheden af te schalen tot de MWBnorm. Naast de verplichte basistaken nemen diverse gemeenten ook verzoektaken VTH en adviestaken af van de OMWB. Gemeenten kunnen individueel bezien of men wil besparen op de uitvoering.

Binnen de huidige afspraken in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) is het al mogelijk de opdrachtwaarde (P2 in het werkprogramma) jaarlijks met 10% te verminderen, Bouwsteen 2: Subsidies I&W In 2024 zijn de uitkomsten van het IBP gepresenteerd. Nu is het aan de individuele overheden en ketenpartners om de uitkomsten van het IBP te borgen binnen de eigen organisatie. Om deze implementatie te vergemakkelijken stelt het rijk gelden ter beschikking. Een gedeelte van deze gelden, ten behoeve van robuustheid van de OMWB, wordt rechtstreeks gestort binnen het gemeente- of provinciefonds. Daarnaast komt er landelijk geld beschikbaar voor de hieronder beschreven onderdelen. De OMWB kan hiervoor subsidies aanvragen. De OMWB zal hier een proactieve houding in aannemen om zo extra kosten op te vangen in de begroting.

29

Er is landelijk geld beschikbaar voor: • • • • •

Het opzetten van het bureau Omgevingsdienst NL en de kennis infrastructuur (KIS VTH); Een bijdrage voor de afzonderlijke omgevingsdiensten om hen te ondersteunen in het voldoen aan de robuustheidscriteria; Het versterken van meetdiensten bij omgevingsdiensten ter ondersteuning van toezicht en handhaving; Een intensivering van de inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren; De voortzetting van de implementatie van het IBP.

Op dit moment is het nog niet duidelijk welke financiële claim de OMWB kan leggen op de nog beschikbaar te stellen gelden van het Rijk. Wel zetten we vol in op deze mogelijkheden. Bouwsteen 3: Efficiency door innovaties De laatste jaren heeft de OMWB geïnvesteerd in het ontwikkelen van innovatieve ondersteunende producten. Deze innovaties leveren naast een beter product ook efficiency voordelen op bij de uitvoering. Aangezien het over recente ontwikkelingen gaat is het niet mogelijk om hier een concrete besparing voor aan te geven. Het gaat hierbij om de volgende ontwikkelingen : a. Aanschaf en gebruik GIS/GEO: De OMWB schaft in 2025 een Geografisch InformatieSysteem (GIS) aan. Met dit systeem kan opgebouwde data worden gevisualiseerd. Hierdoor wordt de kwaliteit van het te leveren product verbeterd en daarnaast kunnen zaken (sneller) worden opgezocht in het GIS systeem. In 2025 wordt een GIS/GEO omgeving geïmplementeerd die het mogelijk maakt om de zaakdossiers vanuit het VTH-systeem te ontsluiten voor de deelnemers (zie bouwsteen 5). b. Gebruik van RPA en AI De OMWB zet robot gestuurde proces automatisering (RPA) in om (standaard) werk over te nemen van OMWB- medewerkers of processen te ondersteunen. Tot op heden is door het gebruik te maken van RPA al een aanzienlijk aantal uren bespaard (9000 uur).

Het gebruik van RPA heeft zeker nog potentie voor andere activiteiten binnen de OMWB. Wel brengt het creëren en beheren van robots ook kosten met zich mee. Ook het gebruik van AI kan het werk van de OMWB vergemakkelijken. Het is nog niet te kwantificeren welke kosten met deze innovaties bespaard worden. Bouwsteen 4: (Regionale) samenwerking op milieuthema's en bouwtaken Ook regionale samenwerking kan kosten besparen. Vooral op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in de bouwsector en ontwikkelen van het omgevingsplan zijn mogelijkheden om regionaal samen te werken. Naast de mogelijkheden voor onze regio vanuit het project SPRONG (ruwbouw van onderdelen van het omgevingsplan) van de VNG en de provincie Noord-Brabant (zoals onder andere gepresenteerd in het Algemeen Bestuur van 11 september 2024), zien we de volgende mogelijkheden: a. Collectieve samenwerking bouwsector Het vinden van goed personeel in deze sector is een uitdaging door vergrijzing en wetgeving, wat de kwaliteit en continuïteit onder druk zet. Door samenwerking kunnen gemeenten efficiënter werken, vooral op het gebied van bouwtaken. Dit kan leiden tot kostenbesparing en het beter invullen van kwaliteitscriteria. Regionale samenwerking biedt voordelen zoals: minder behoefte aan personeel, betere coördinatie en de mogelijkheid om pieken en dalen beter op te vangen.

Een gedegen onderzoek naar de voor- en nadelen van samenwerking wordt aanbevolen voor gemeenten. De besparing 30

(op termijn) is afhankelijk van veel factoren zoals onder andere het aantal aanvragen per jaar, legesinkomsten en de kwaliteitscriteria. Zonder een gedegen onderzoek is het onmogelijk om de collectieve besparing te duiden. b. Collectieve samenwerking omgevingplanregels (milieuthema’s) Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten tot 2032 de tijd om hun tijdelijk omgevingsplan om te zetten naar een definitief plan. De OMWB kan collectief de planregels voor het omgevingsplan voor de milieuthema’s opstellen. Hierbij worden ook de huidige situatie en knelpunten in beeld gebracht. Door dit collectief op te pakken kunnen kosten worden bespaard. Ook zorgt dit voor meer uniformiteit wat de VTHuitvoering voor de OMWB efficiënter maakt. Uiteraard kunnen de standaardregels waar nodig worden aangepast op basis van de ambities van de betreffende gemeente. De OMWB heeft al het milieuthema "geluid" opgepakt en is gevraagd om de andere milieuthema’s uit te werken. Dit zal projectmatig gebeuren, met een prioriteit op basis van omvang, risico en relevantie voor gemeenten. De uitwerking van de thema’s vindt dan over meerdere jaren plaats, waarbij een klankbordgroep van gemeenten wordt betrokken om het proces te ondersteunen. De kosten voor dit proces kunnen worden gedekt uit het programma collectieve taken (P3).

De kosten voor het uitwerken van negen milieuthema’s is begroot op €300.000,(€12.000,- per deelnemer). Deze aanpak zorgt ervoor dat de individuele gemeenten deze planregels niet hoeven te maken (met uitzondering van aanpassen naar lokale situatie indien nodig). De kosten voor het uitwerken van deze milieuthema’s kost individuele gemeenten al snel €10.000,- per milieuthema. De potentiële collectieve besparing door collectieve uitvoering bedraagt circa € 2.000.000,- over een tijdsbestek van 4 jaar. Bouwsteen 5: Archivering van deelnemers naar de OMWB In 2022 heeft een werkgroep met vertegenwoordigers van het Ambtelijk Overleg het potentieel in de digitale samenwerking en de wederzijdse toegankelijkheid van dossiers uitgewerkt. Zij hebben een verbetervoorstel geformuleerd met 5 stappen om de samenwerking kosteneffectiever te maken. Het dagelijks bestuur heeft de werkgroep gevraagd deze verbetervoorstellen verder uit te werken en te implementeren in 2023. In 2023 hebben we de eerste stappen gezet met afspraken over het inzicht in de dossiers bij de gemeenten. Ook is met de gemeente Breda een pilot gedraaid voor het publiceren en ter inzage leggen van vergunningsproducten. In 2024 heeft de OMWB een aanbesteding gestart voor een GIS/GEO platform dat het technisch mogelijk maakt om de zaakdossiers voor de deelnemers te ontsluiten.

Hiermee wordt het mogelijk om de archivering van milieudossiers bij de OMWB neer te leggen. In 2025 zal het GIS/ GEO platform worden ontwikkeld. In het programmaplan Van Goed Naar Beter is eerder geraamd dat de besparing voor de OMWB op kan lopen naar maximaal € 350.000,- per jaar. De mogelijke besparingen voor de individuele deelnemers is hierin niet meegenomen. Realistisch gezien kan bij deze bouwsteen pas vanaf 2028 rekening gehouden met enige opbrengst. Bouwsteen 6: Terug in kwaliteit(-snormen) Het is ook mogelijk om de vastgestelde MWB-norm (tijdelijk) naar beneden bij te stellen. Dit heeft tot gevolg dat er netto minder taken worden uitgevoerd op gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en klachten. Omdat de maatschappelijke druk groter wordt en daarmee de noodzaak nog steeds stijgt om toe te zien op de naleving van de wettelijke regels en het verbeteren van de fysieke leefomgeving, ziet de OMWB het naar beneden bijstellen van de bestaande MWB-norm als minst wenselijke mogelijkheid. De financiële besparing bij een eventuele verlaging is afhankelijk van welke keuzes collectief of individueel worden gemaakt. Het nader uitwerken van deze bouwsteen heeft voor de OMWB ook niet de voorkeur vanwege de 31

landelijke nadruk op de versterking van het VTH stelsel (het Interbestuurlijk Programma VTH). Koers van de OMWB; scherp aan de wind De OMWB is voorstander van scherp aan de wind zeilen. We willen graag gebruik maken van de financiële mogelijkheden die er zijn, in samenwerking met de deelnemers. Gezien de wisselende financiële vooruitzichten per deelnemer past naar onze mening geen “one size fits all” oplossing.

Voor de komende twee jaar schetst de OMWB daarom een scenario, bestaande uit de volgende bouwstenen: Bouwsteen 1: (Eventueel) afschalen P1 en P2; Bouwsteen 2: Subsidies ODNL; Bouwsteen 3: Efficiency door innovaties; Bouwsteen 4: Samenwerken op milieuthema’s en bouwtaken. Maatwerk per gemeente is daarbij nog altijd mogelijk. De uitwerking van de bouwstenen vindt plaats tijdens de reguliere P&C momenten.

32

Financiële uitgangspunten Inleiding In voorgaande hoofdstukken is op thema’s een kwalitatieve doorkijk geschetst van verwachte en beoogde ontwikkelingen en trends voor de aanstaande planperiode. In deze paragraaf worden de financiële uitgangspunten benoemd voor de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029.

Algemene uitgangspunten De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten bij het opstellen van de begrotingsdocumenten: • • • • •

De begroting 2026 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de in deze kaderbrief genoemde beleidsontwikkelingen. De begroting 2026, inclusief meerjarenraming 2027-2029, is structureel financieel sluitend. Basis voor het financieringsmodel 2026 voor de deelnemende gemeenten is de MWB-norm. Om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, wordt rekening gehouden met een post 'Onvoorzien' van € 150.000. De begroting 2026 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV).

MWB-norm In afwachting van de uitkomsten vanuit het IBP over de financieringsmethodiek blijft de MWB-norm de basis voor de deelnemersbijdrage. Zodra de uitkomsten vanuit het IBP bekend zijn (naar verwachting in 2025) treden we in overleg met de deelnemers.

Baten en tariefontwikkeling Als uitgangspunt voor de tarief bepaling 2026 is het voorcalculatorisch uurtarief van 2024 gehanteerd. Op dit tarief worden vervolgens aanpassingen voorgesteld naar actuele inzichten (inflatie, ziekteverzuim, et cetera). Conform de Financiële verordening OMWB 2023, artikel 3, volgt een correctie met een herberekening over de twee jaren vóór het begrotingsjaar, mocht de begrote en werkelijke indexering van elkaar afwijken. De indexeringspercentages zijn volgens de Septembercirculaire 2024 als volgt:

Loonvoet sector overheid

Begrot ing

Begrotingswij ziging

Circul aire 2024*

Begrot ing

Circul aire 2024*

Circul aire 2024*

2024

2024

2024

2025

2025

2026

4,2%

6,7%

6,4%

5,8%

4,7%

3,8% 33

Prijs overheidsconsumpti e, netto materieel (imoc)

2,4%

3,5%

2,9%

1,6%

2,7%

2,2%

* Uit tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB MEV 2025 en CEP 2024 Cao-ontwikkelingen De Cao Gemeenten/SGO 2024-2025 loopt vanuit 2024 door tot en met 31 maart 2025. Voor de periode na deze datum is nog geen Cao vastgesteld. Conform onze financiële richtlijnen wordt voor de tariefbepaling 2026 uitgegaan van de indexen uit de Macro Economische Verkenningen 2026, die zijn gepubliceerd in de septembercirculaire 2024 van het Centraal Planbureau. Ziekteverzuim Voor 2026 is rekening gehouden met een verzuimpercentage van 6,0% (2025: 5,5%). Dit zal niet in het tarief worden doorgerekend. De hierdoor gemiste declarabele uren worden gecompenseerd door het verminderen van uren op niet-declarabele projecten.

Declarabiliteit De basis voor het werkaanbod 2026 wordt gevormd door: • •

de met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2025; de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten.

In totaal bedraagt het werkaanbod maximaal 386.000 declarabele uren. De declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte kent de volgende opzet: Bruto netto berekening Beschikbare uren

Totaal uren 1.879

Verlof en feestdagen

288

Verzuim

113

Niet-declarabele uren (o.a. overleg, opleiding, kwaliteitsmanagement, uren key users, OR/BHV

183

Totaal declarabele uren

1.295

Lasten Het belangrijkste onderdeel van de kostenstructuur betreft de personele kosten. Dit is circa 80% van de totaal begrote lasten en bestaat uit kosten behorend bij personeel in loondienst en inhuur derden. Dit laatste is wenselijk in termen van flexibiliteit en noodzakelijk vanwege de krapte van de arbeidsmarkt.

34

Personeel in loondienst Het personeelsbestand is in te delen in medewerkers voor uitvoering van het primaire proces en, medewerkers in de bedrijfsvoering. De met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2025 dienen als basis voor de begroting 2026. Het werkaanbod is geraamd tussen de 355.000 en 360.000 declarabele uren. Werkzaamheden worden in beginsel door eigen medewerkers uitgevoerd, aangevuld met inhuur van derden. Gedurende 2024 is de inzet van eigen medewerkers ten opzichte van inhuur behoorlijk gestegen. Het is onze ambitie om deze stijgende lijn door te zetten, waarbij we naar een verhouding tussen eigen personeel en inhuur toewerken waarbij voldoende flexibiliteit aangehouden wordt om in te kunnen (blijven) spelen op een mogelijk veranderend werkaanbod. De uitvoering van taken voortvloeiend uit de specifieke uitkering (SPUK) ‘toezicht en handhaving energiebesparingsplicht' (THE) heeft impact op de formatie. Het effect hiervan wordt in de Begroting 2026 verder uitgewerkt. Personeel niet in loondienst Als gevolg van de situatie op de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van het werkprogramma is de OMWB bij de uitvoering van haar taken genoodzaakt extern personeel in te huren. Dit geldt voornamelijk voor het primair proces.

Daarnaast streeft de OMWB ernaar om door middel van inhuur voldoende flexibiliteit aan te houden om te kunnen op- of afschalen bij een wijzigend werkaanbod. Aangezien externe inzet duurder is dan de uitvoering met eigen personeel leidt dit tot extra kosten. Per uiterlijk 1 januari 2026 neemt de OMWB afscheid van ZZP'ers als gevolg van het opheffen van het handhavingsmoratorium vanuit de Wet VBAR (voorgeen Wet DBA). In 2025 treft de OMWB de benodigde voorbereidingen. Overige (materiële) kosten Deze worden opgenomen op basis van de meest recente inzichten rondom de ontwikkeling van overige kosten (huur, servicekosten, ICT-licenties, et cetera); rekening houdend met bovenstaande indexering.

Investeringen In 2026 moet een aantal bedrijfsmiddelen opnieuw aangeschaft of vervangen worden. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de begroting goedkeuring verleent aan deze (vervangings-)investeringen. Met het vaststellen van de begroting worden ook de vermelde afschrijvingstermijnen voor investeringen vastgesteld.

Tarief Uitgangspunt voor de tariefbepaling 2026 is het tarief zoals vastgesteld in de begroting 2024 , zijnde € 108,75. Op dit tarief is voor 2024 en 2025 een correctie doorgevoerd voor de Marco Economische Verkenningen (MEV) conform de Financiële Verordening. Hierdoor wordt het vastgestelde tarief voor 2025 verlaagd van € 117,90 naar € 116,75. Daarnaast is het tarief gecorrigeerd voor de indexatie 2026 (loonstijging en prijsstijging) volgens de septembercirculaire 2024. Indexatie - Loonstijging en prijsstijging Voor de indexering wordt gebruik gemaakt van de indexen uit de Macro Economische Verkenningen, die zijn gepubliceerd in de septembercirculaire 2024 van het Centraal Planbureau. 35

De volgende indexen worden toegepast: • •

Loonvoet sector overheid: 3,8% Prijs netto materiële overheidsconsumptie: 2,2%

Conform de vastgestelde begroting 2025 beslaan de lonen afgerond 80% van de totale lasten (exclusief de post ‘Onvoorzien’) en de overige lasten (waar de prijsverhoging relevant is) 20%. Dit leidt tot een gewogen gemiddelde indexering van 3,48%. Schematische weergave van het tarief In onderstaand schema wordt de impact van de hiervoor genoemde maatregelen op het tarief van 2026 weergegeven.

Tarief 2024

Gemiddeld

MBO

HBO

Specialist

108,75

85,95

105,38

124,74

Bijstelling indexering 2024 o.b.v. MEV 2024

5,7% i.p.v. 6,06%

€ 0,38

€ 0,31

€ 0,37

€ 0,44

Aanpassing ziekteverzuim van 5,5% naar 5,0%

€ 0,61

€ 0,61

€ 0,61

€ 0,61

€ 0,61

€ 107,76

€ 85,03

€ 104,40

€ 123,69

- 0,92%

- 1,07%

- 0,93%

- 0,84%

Subtotaal 2025 Stijging tarief

Indexering 2025 (o.b.v. september circulaire 2024):

4,30%

€ 4,63

€ 3,66

€ 4,49

€ 5,32

Impact voorstellen kaderbrief 2025

€ 3,37

€ 3,37

€ 3,37

€ 3,37

€ 3,37

Extra verlofdagen 2025

€ 1,01

€ 1,01

€ 1,01

€ 1,01

€ 1,01

€ 116,75

€ 93,05

€ 113,25

€ 133,40

7,35%

8,26%

7,47%

6,95%

Herrekend tarief 2025 o.b.v. septembercirculaire 2024: Stijging tarief

36

Indexering 2026 (o.b.v. september circulaire 2024):

3,48%

Tarief 2026 o.b.v. septembercirculaire 2024: Stijging tarief (t.o.v. herzien tarief 2025)

€ 4,08

€ 3,24

€ 3,94

€ 4,64

€ 120,80

€ 96,30

€ 117,20

€ 138,05

3,47%

3,49%

3,49%

3,48%

* In de berekening in bovenstaande tabel is conform de financiële richtlijnen van de OMWB uitgegaan van de prijsindexen uit de Macro Economische Verkenningen 2026.

Weerstandsvermogen In de begroting 2026 wordt een geactualiseerd inzicht in het risicoprofiel en het weerstandsvermogen opgenomen. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en de capaciteit van middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV-artikel 11). Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. Om te voorkomen dat bij niet afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie) wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. De OMWB streeft een ‘voldoende’ weerstandscapaciteit na. Dat betekent een weerstandsratio tussen 1,0 en 1,4.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15281007/1