CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Kaderbrief OMWB

Commissie Bestuur en Middelen 9 april 2025, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel Kaderbrieven verbonden partijen13.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kaderbrief 2026

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................... 2 Inleiding ............................................................................................................... 3 Toekomstige ontwikkelingen ................................................................................... 6 Concrete ontwikkelingen 2026 .............................................................................. 14 Bedrijfsvoering .................................................................................................... 27 Scherp aan de wind zeilen .................................................................................... 29 Financiële uitgangspunten .................................................................................... 33

2

Inleiding Voorwoord De kaderbrief vormt een waardevol vertrekpunt voor de Planning & Control (P&C) cyclus, waarbij we de kaders schetsen voor de verwachte ontwikkelingen op milieu- en duurzaamheidsgebied op middellange termijn, evenals de financiële uitgangspunten. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) is vastbesloten om bij te dragen aan een schone, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. De thema’s waar de OMWB zich mee bezighoudt (zoals stikstof, zeer zorgwekkende stoffen, luchtkwaliteit, kaderrichtlijn water, energietransitie en circulaire economie) zijn divers en raken zowel het landelijk als het stedelijk gebied en de industrie. Deze thema’s hebben een aanzienlijke impact op de fysieke leefomgeving, en de dynamiek is groot, aangezien we gelijktijdig te maken hebben met meerdere transities (klimaat, landbouw, energie, digitaal). Er staat ons dus veel te wachten, maar we zien dit als een kans om samen vooruit te komen! De kwaliteit van onze leefomgeving krijgt steeds meer aandacht, omdat deze cruciaal is voor onze gezondheid, veiligheid en de duurzaamheid van de natuur. Deze maatschappelijke vraagstukken zijn van belang voor iedereen: zowel voor inwoners als ondernemers. De OMWB speelt een sleutelrol in het aanpakken van deze uitdagingen. Door middel van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering dragen wij bij aan de gewenste transities.

Dit vraagt om voortdurende investering in de kennis en deskundigheid van ons personeel en de juiste informatiesystemen, zodat we risicogericht en data-gestuurd kunnen werken. De verdere professionalisering van de omgevingsdienst is essentieel om deze rol effectief en efficiënt te vervullen. In 2024 ronden we het Interbestuurlijk Programma (IBP) op landelijk niveau af, en de implementatie binnen Omgevingsdienst NL en de omgevingsdiensten biedt de komende jaren ruimte voor intensievere samenwerking. Dit gaat zeker zijn vruchten afwerpen, doordat we onderwerpen landelijk voor alle omgevingsdiensten centraal faciliteren. We werken aan een landelijk kennisnetwerk en een Omgevingsdienst NL Academy, die de inhoudelijke opleidingen gaat verzorgen. De komende jaren blijven we inhoudelijk werken aan complexe vraagstukken, zoals de stikstofproblematiek in Brabant, die invloed hebben op onze vergunningverlening (denk aan het intrekkingsbeleid). Daarnaast bereiden we ons voor op de Kaderrichtlijn Water, die in 2027 in werking treedt, en die mogelijk stagnering veroorzaakt. Voor de energietransitie levert de OMWB veel inspanningen door middel van controles en advisering van bedrijven op het gebied van energiebesparing.

Ook dragen bedrijven in onze provincie actief bij aan de maatwerkafspraken over CO2-reductie en verduurzaming, zoals het Rijk doet met de twintig grootste uitstoters in Nederland. Net als de Rotterdamse Haven zal ook het industriële cluster Moerdijk naar verwachting ingrijpende (ruimtelijke) veranderingen ondergaan door de ontwikkelingen rond waterstof en ammoniak. Met de vele ontwikkelingen die op ons afkomen, zien wij de noodzaak om extra capaciteit in te zetten en te investeren in een geografisch informatiesysteem en datagestuurd werken. Bovendien willen we investeren in de huisvesting aan de Spoorlaan in Tilburg, zodat we aantrekkelijk blijven als werkgever en de werkomgeving voldoet aan de eisen van deze tijd, zoals duurzaamheid, nieuwe werkmethodes en hybride werken. Naast de nieuwe ontwikkelingen die impact hebben op de fysieke leefomgeving, krijgen de overheden (onze deelnemers) te maken met afnemende inkomsten vanuit het Rijk. Deze verminderende financiële middelen kunnen invloed hebben op de uitvoerende taken van de OMWB. In de kaderbrief voor 2026 presenteren we naast de nieuwe 3

ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving ook scenario’s waarop we financiële keuzes kunnen baseren. De ontwikkelingen op zich leiden niet tot een tariefsverhoging. De opgenomen bedragen in de 'toekomstige ontwikkelingen' waar het de posten P1 en P2 aangaat, zijn niet voor alle deelnemers gelijk of van toepassing. Samenvattend biedt de kaderbrief een eerste inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen die de OMWB de komende jaren doormaakt en die ons werk beïnvloeden. Onze medewerkers hebben veel passie voor hun vak en enthousiasme in de uitvoering van deze uitdagingen. We zijn er van overtuigd dat we met gezamenlijke inzet en betrokkenheid onze doelen voor een verbeterde leefomgeving realiseren!

Aansluiten bij missie en visie van de organisatie In 2030 profileert de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) zich als een robuuste en toekomstgerichte organisatie, die zich niet alleen richt op het uitvoeren van haar kerntaken, maar ook proactief inspeelt op de dynamische uitdagingen in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving staat immers onder steeds grotere druk, wat het werk van de OMWB relevanter maakt dan ooit. Wij leveren samen met onze deelnemers, ketenpartners, stelselpartners en bedrijven een wezenlijke bijdrage aan het waarborgen van de kwaliteit van onze regio. Onze mensen zijn gedreven hoeders van de leefomgeving en dragen met passie bij aan het behouden en verbeteren van de omgevingskwaliteit. In onze visie voor 2030 streven we ernaar om een datagestuurde organisatie te worden, die werkt met risicogericht toezicht en besluitvorming. Door geavanceerde dataverzameling en -analyse voeren we niet alleen de VTH-taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) effectief uit, maar monitoren en sturen we ook bredere thema’s op het gebied van milieu, natuur en duurzaamheid. Het doel is om te werken met betrouwbare informatie en sterke processen die ons in staat stellen snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, wet- en regelgeving, en de complexiteit van de uitdagingen die de fysieke leefomgeving met zich meebrengt.

Als organisatie willen we meer integraal werken, zowel binnen onze eigen structuur als in samenwerking met andere partijen in de regio. Dit stelt ons in staat om grote vraagstukken zoals stikstof, de energietransitie, zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en de circulaire economie aan te pakken. We streven ernaar onze rol als adviserend en ondersteunend orgaan voor gemeenten en andere overheden verder te versterken, zodat we bijdragen aan het ontwikkelen van beleid en het uitvoeren van concrete projecten die invloed hebben op de regio. Het versterken van ons netwerk binnen Omgevingsdienst.nl biedt ons bovendien de mogelijkheid om landelijk bij te dragen aan de beleidsontwikkeling en uitvoering, terwijl we lokaal blijven werken aan de specifieke behoeften van onze regio. Adaptief werken vormt daarbij een essentieel uitgangspunt. De OMWB blijft flexibel en kan snel reageren op veranderingen in wet- en regelgeving, of op nieuwe ontwikkelingen 4

die relevant zijn voor onze regio. Door ons netwerk in te zetten en voortdurend te monitoren wat er speelt, kunnen we tijdig signaleren welke trends of wetgeving invloed hebben op onze werkgebieden. Op basis van die informatie vertalen we deze ontwikkelingen naar concrete adviezen voor onze gemeenten en partners, zodat we altijd voorbereid zijn op de toekomst. Daarnaast blijft de OMWB in 2030 een goede werkgever die ruimte biedt voor persoonlijke ontwikkeling met een cultuur van samenwerking, ondernemerschap en betrokkenheid. Wij streven naar een werkomgeving waarin medewerkers zich gewaardeerd voelen en passie voor het vak aanwakkert. Dit draagt bij aan de vitaliteit en het succes van de organisatie, die zich in 2030 niet alleen focust op de uitvoering van taken, maar ook als een waardevolle adviseur opereert, die bijdraagt aan de transitie naar een duurzamere en veerkrachtigere fysieke leefomgeving. Onze kernwaarden zijn hierbij leidend. Wij geloven in de kracht van samenwerking, het nemen van initiatief en het aanpassen aan veranderende omstandigheden. We handelen op basis van betrouwbare gegevens en gestandaardiseerde processen, zodat we onze taken met de hoogste kwaliteit uitvoeren en voortdurend verbeteren.

Door continu te leren van zowel interne als externe bronnen zorgen we ervoor dat we als organisatie altijd vooruit blijven kijken en goed voorbereid zijn op de toekomst. In 2030 willen we dus niet alleen een organisatie zijn die haar kerntaken uitstekend uitvoert, maar ook een organisatie die actief adviseert en samenwerkt aan de grote vraagstukken die de fysieke leefomgeving met zich meebrengt. Onze medewerkers, de drijvende kracht van de OMWB, blijven zich inzetten om deze ambities te realiseren, waarbij we met onze kennis en expertise de regie nemen en samen met partners bijdragen aan een gezonde, veilige en duurzame regio.

5

Toekomstige ontwikkelingen Introductie De wereld om ons heen verandert voortdurend. Om effectief in te spelen op deze veranderingen, houdt de OMWB rekening met de veranderende omstandigheden en bijbehorende wet- en regelgeving. De OMWB richt zich op Europese, nationale en regionale ontwikkelingen die de toekomstbestendigheid van de dienst mogelijk beïnvloeden. In de kaderbrief zetten we deze ontwikkelingen uiteen. Ze zijn deels nieuw, maar vaak ook het resultaat van eerder ingezette werkzaamheden en lopende taakuitvoering. De Strategische Agenda van de OMWB biedt het raamwerk voor deze ontwikkelingen en geeft zowel lokaal als regionaal invulling aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In dit hoofdstuk schetsen we op hoofdlijnen de toekomstige ontwikkelingen op Europees, landelijk/regionaal en OD(NL) niveau. In het volgende hoofdstuk werken we de onderwerpen nader uit die in 2026 (financiële) impact hebben op de OMWB of de eigenaren. Daarbij gaan we niet alleen in op de impact zelf, maar ook zo concreet mogelijk op de benodigde financiering, en uit welke specifieke posten deze gefinancierd moet worden.

Impactanalyse samenhang EU wetsvoorstellen fysieke leefomgeving Europese milieuwetgeving heeft een directe invloed op de nationale en regionale regelgeving in de lidstaten van de Europese Unie. De Europese Unie stelt richtlijnen en verordeningen vast die de lidstaten verplichten om al de milieudoelen te behalen, zoals het verbeteren van de luchtkwaliteit, het beschermen van water en natuur, en het verminderen van de CO2-uitstoot. Deze Europese wetgeving implementeren we vervolgens in de nationale wetgeving, die de lidstaten worden naleven. De VNG stelde eind 2024 een notitie op waarin de impact van de Europese wetgeving op de lokale overheden en omgevingsdiensten voor de komende jaren staat beschreven. De voor de OMWB relevante onderwerpen uit deze notitie (VNG, Impactanalyse samenhang EUwetsvoorstellen fysieke leefomgeving) staan in de onderstaande paragrafen. Green Deals De Europese Commissie stelde in 2019 de Green Deal op met als doel om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 55 % terug te brengen en in 2050 een klimaatneutraal continent te zijn. Om dit te realiseren ontplooide de Europese Commissie een aantal Europese wetsvoorstellen rondom het domein fysieke leefomgeving. Deze wetsvoorstellen hebben rechtstreekse impact op de staande opgaven in de fysieke leefomgeving van gemeenten. De wetsvoorstellen bevinden zich nog in onderhandeling en besluitvorming.

Dit betekent dat het nog niet precies duidelijk is wat de impact op gemeenten is, omdat het nog onduidelijk is hoe Nederland de EU-wetsvoorstellen omzet in Nederlandse wetgeving en welke rol de gemeenten spelen in de uitvoering ervan. De onderwerpen van de wetsvoorstellen staan hieronder kort toegelicht: • • • • •

Herziening luchtkwaliteitsrichtlijn Natuurherstelverordening, Bodemmonitoringsrichtlijn Herziening richtlijn stedelijk afvalwater Herziening richtlijn industriële emissie

6

Herziening luchtkwaliteitsrichtlijn: Regelmatig verschijnen er artikelen met de conclusie dat de uitstoot van schadelijke stoffen de laatste jaren niet is afgenomen. De totale uitstoot neemt toe door een hogere productie. De reinigingstechnieken verbeteren wel en zijn verplicht. De netto emissie neemt op dit moment echter eerder toe dan af. Het doel van deze richtlijn is het terugdringen van de luchtverontreiniging tot nul, zodat de luchtkwaliteit in de Unie geleidelijk verbetert en niveaus bereikt die niet langer schade toebrengen aan de gezondheid van de mens en natuurlijke ecosystemen. Gezondheid (blootstellingsnormen) en biodiversiteit vormen de basis van het strengere normkader. Deze nieuwe normering betekent een aanpassing van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en heeft invloed op het Omgevingsplan. Natuurherstel verordening: Deze verordening gaat niet langer uit van het beheren van de huidige natuur en ecosystemen, maar van herstellen en verbeteren. Voor deze verordening geldt een kader waarin de lidstaten doeltreffende en gebiedsgebonden herstelmaatregelen treffen om samen het streefdoel van de Europese Unie te behalen. Het doel is om in alle gebieden en ecosystemen die vallen onder het gespecificeerde toepassingsgebied, uiterlijk in 2030 ten minste 20 % van de landgebieden en 20 % van de zeegebieden te herstellen en verbeteren.

Alle ecosystemen moeten uiterlijk in 2050 hersteld zijn. Daarnaast dienen alle lidstaten tegen 2030 te zorgen dat in alle steden en voorsteden geen netto verlies van stedelijk groene ruimte en boomkroondekking plaatsvindt. Tevens moeten natuurlijke verbindingen worden hersteld en het aantal bestuivers toenemen. De provincies zijn als eerste aan zet om dit op te pakken wat effect heeft op gemeenten. Bodemmonitoringsrichtlijn: Het doel van de EU-richtlijn is het bereiken en behouden van een gezonde bodems in 2050. De wet is onderdeel van de EU Bodemstrategie. Deze strategie onderstreept de baten van gezonde bodems voor de samenleving. De strategie geeft acties en een kader met maatregelen voor bescherming, herstel en duurzaam gebruik van bodem. Controle vindt plaats door middel van monitoring en waarna registratie volgt. Herziening Richtlijn Stedelijk afvalwater: De kaderrichtlijn water zorgt voor de algemene kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. De Richtlijn Stedelijk afvalwater levert een bijdrage aan de Green Deal doelstellingen en aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Met de herziening van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater streeft naar het bereiken van drie doelen, namelijk: • • •

Minder uitstoot van broeikasgassen door de afvalwatersector, Meer stedelijk afvalwater via de rioolwaterzuivering reinigen, Gelijk speelveld voor het beginsel ”de vervuiler betaalt”.

Herziening Richtlijn Industriële Emissies (RIE): Deze herziening brengt de Richtlijn in overeenstemming met de ambities uit de Green Deal, met als doel het stimuleren van een ingrijpende transformatie van grote agroindustriële installaties met het oog op een schone, concurrerende en klimaat neutrale economie in 2050. De belangrijkste wijzigingen zijn: • • •

Meer industriële 'inrichtingen’ onder de wetgeving, zoals de mijnbouwsector en grote batterijfabrieken Vergroten van het toepassingsgebied van de richtlijn op intensieve veehouderijen door het aanpassen van criteria waardoor meer veehouderijen onder de richtlijn vallen Betere toegang tot informatie, meer transparantie en meer inspraak van het publiek

7

•

Het stimuleren van gebruik van baanbrekende technologieën en andere innovatieve benaderingen in industriële ‘inrichtingen’

Taken voor gemeenten (op termijn): Bovenstaande herzieningen worden vertaald naar nationale wetgeving en raken vervolgens direct of indirect (via provincie) de gemeenten. Gemeenten zijn volgens de notitie "Impactanalyse samenhang EU-wetsvoorstellen fysieke leefomgeving" op dit moment nog niet voldoende toegerust om de EU-wetsvoorstellen in samenhang uit te voeren. De afzonderlijke EU-wetsvoorstellen beogen een bijdrage te leveren aan de normen en doelstellingen uit de Green Deal rond milieu, natuurherstel en -behoud. Gemeenten moeten deze toepassen naast hun reeds bestaande taken in de fysieke leefomgeving, de uitvoering van de Omgevingswet en gecombineerd met de uitvoering van opgaven als woningbouw, klimaatadaptie, klimaatneutrale economie, landbouw- en energietransitie. Een complexe taak. Dit legt een druk op de gemeentelijke middelen. Gemeenten hebben te kampen met personeelstekort in het fysieke domein. De impact bestaat mogelijk uit de volgende aspecten: •

• • • •

Gemeenten moeten eerst (in samenwerking met andere regionale bestuurslagen) zelf een richting bepalen in wat gewenst is in de toekomst van een gebied, een complexe belangenafweging maken in de verschillende programma’s en ambities, en komen daarna pas aan de lokale uitvoering toe. De nieuwe wetgeving vereist participatie van inwoners. Met de strengere EU-normen moeten afzonderlijke gemeenten grote inspanningen moeten met weinig effect voor het natuurherstel, of verbetering van het milieu. De EU-wetsvoorstellen bevatten terugkerende rapportageverplichtingen over het naleven van de wetgeving en behaalde resultaten. De EU-wetsvoorstellen vereenvoudigen de toegang tot de rechter voor burgers, indien zij vinden dat de overheid, of bedrijven de milieuwetgeving onvoldoende naleven.

Landelijk / regio niveau De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een strategisch document van de Nederlandse overheid dat het ruimtelijke beleid voor de toekomst vormgeeft. De NOVI is mede gebaseerd op Europese wet- en regelgeving. De NOVI geeft richting aan de manier waarop Nederland zijn fysieke ruimte wil ontwikkelen en gebruiken, met als doel een duurzame, toekomstbestendige en veerkrachtige samenleving. De langetermijnvisie (tot 2050) bevat uitgangspunten voor de inrichting van de leefomgeving, zoals energie, natuur, waterbeheer, mobiliteit en de woningbouw. De NOVI werkt vanuit integrale benadering en streeft naar het verbinden van verschillende beleidsdomeinen, zoals economie, ecologie en de samenleving, om samenhang te creëren in het gebruik van de ruimte. Relatie met de omgevingsdiensten Omgevingsdiensten zijn uitvoerende en adviserende organisaties die gemeentelijke en provinciale overheden ondersteunen bij het realiseren van doelstellingen, die zijn opgenomen in of afgeleid van de NOVI en de Omgevingswet. Beide documenten zijn leidend en beogen een integrale benadering van het omgevingsbeleid, waarbij omgevingsdiensten een belangrijke rol spelen in het toetsen van aanvragen, toezicht houden op de naleving van wet- en regelgeving, en het adviseren van lokale overheden.

In de volgende paragrafen beschrijven we de relevante onderwerpen voor de OMWB, die een integrale benadering vragen.

8

Agrarische dossier (stikstof) Stikstof is overal om ons heen. Het is van zichzelf niet schadelijk voor de mens en vormt een belangrijke voedingstof voor planten. Sommige stikstofverbindingen brengen wel schade toe aan onze gezondheid en aan de natuur. De stikstofuitstoot moet daarom omlaag. Bij de stikstofcrisis van de laatste jaren draait het om twee stikstofverbindingen; NOx en stikstofverbindingen uit boerenbedrijven, meestal in de vorm van ammoniak. Deze slaan neer in de natuur en werken als voedingstof. Daardoor groeien sommige planten beter dan andere. Dat bedreigt de biodiversiteit. Stikstof is ook schadelijk voor de mens. Stikstofverbindingen veroorzaken smog en fijnstof die kunnen leiden tot gezondheidsproblemen zoals astma. Binnen het thema stikstof richten we ons op zowel de neerslag van stikstof vanuit de landbouw, als het vrijkomen van stikstofoxide uit andere bronnen zoals verkeer en industrie. Zowel in het agrarische domein en als in het industriële domein verwachten we in komende jaren regionale en landelijke ontwikkelingen die (grote) impact hebben op de uitvoering van onze VTHKA-activiteiten. De recente uitspraak van de Raad van state (18 december 2024) inzake Rendac en Amercentrale beïnvloedt hoe de OMWB haar taken in de toekomst uitvoert.

Energietransitie (incl. stagnatie) Alle Europese landen werken de komende jaren stapsgewijs toe naar klimaatneutraliteit in 2050. In 2030 moet een significant percentage van alle gebruikte energie uit duurzame bronnen komen en de CO2-emissie aanzienlijk zijn gereduceerd. Dit kan enerzijds worden bereikt door energiebesparing en anderzijds door diverse nieuwe energie-deelsystemen, zoals elektrische warmtepompen, warmtenetten, wind op zee en kernenergie. Omdat men duurzame energie vaak niet ter plekke gebruikt, wordt deze omgezet in waterstof en waterstofdragers. Productie, transport en gebruik van waterstof en waterstofdragers brengt externe veiligheidsrisico’s met zich mee. Het gebruik van veel nieuwe duurzame energiebronnen vraagt om uitbreiding en aanpassing van de energie-infrastructuur. Denk aan kabels, buisleidingen en installaties voor opslag. Daarom werkt de overheid samen met burgers, bedrijven en netbeheerders aan de toekomstige infrastructuur voor duurzame energie. Alleen op deze wijze zijn de klimaatdoelen haalbaar. Volgens Netbeheer Nederland is de huidige energie-infrastructuur onvoldoende om aan de duurzame energievraag van de toekomst te voldoen. Verduurzaming zorgt voor een sterke toename van de productie en gebruik van elektriciteit, en voor onbalans tussen vraag en aanbod.

Gevolg hiervan is onder andere netcongestie en de noodzaak tot verzwaring van de energie-infrastructuur. Omgevingsdiensten ondersteunen bedrijven bij de complexe regelgeving rondom netcongestie en de energietransitie. Ze geven advies over het efficiënt inzetten van duurzame energie, en helpen bedrijven bij het aanvragen van vergunningen en het voldoen aan milieueisen. Door toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving dragen omgevingsdiensten bij aan een vlotte en duurzame uitvoering van de energietransitie. Ze fungeren als schakel tussen bedrijven en overheden en versnellen de implementatie van duurzame oplossingen.

Circulaire economie Een circulaire economie (CE) is gericht op het optimaal inzetten en hergebruiken van grondstoffen in de verschillende schakels van de productieketen: van de winning van grondstoffen tot consumptie. Grondstoffen dreigen schaars te worden door een groeiende bevolking en toenemende welvaart in de wereld. Hierdoor wordt het steeds belangrijker om de beschikbare (secundaire) grondstoffen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Dit biedt ook nieuwe kansen voor bedrijven: nieuwe markten, meer samenwerking en minder 9

grondstoffenverbruik. De transitie naar een circulaire economie is volgens de Europese Commissie 'de gelegenheid om onze economie te transformeren, en nieuwe en duurzame concurrentievoordelen voor Europa te genereren'. Een circulaire economie zorgt voor ongeveer 10% minder broeikasgassen, 20% waterbesparing en 25% minder import van primaire grondstoffen, en draagt daarmee structureel bij aan de afspraken uit het Parijsakkoord. De OMWB werkt momenteel aan het invulling geven aan de CE. Wij streven ernaar om CE een integraal onderdeel te maken van de VHT-taken binnen de OMWB.

Water De wateropgave bestaat uit twee belangrijke onderdelen: de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de notitie “Rekening houden met water en bodem”. Deze opgave vraagt om samenwerking tussen lokale overheden, waterschappen en omgevingsdiensten. Klimaatverandering brengt een transitie teweeg in de ruimtelijke ordening, aangezien we niet in staat zijn om processen zoals bodemdaling, zeespiegelstijging en extremer weer volledig te beheersen. In plaats van ons land en water aan te passen aan onze wensen, moeten wij ons aanpassen aan de natuurlijke grenzen van bodem en water, en de mogelijkheden van dit systeem benutten. Bodem en water vormen daarom het uitgangspunt en de basis voor onze plannen. Het kabinet wil bij de inrichting van Nederland meer rekening houden met water en bodem. Daarom zijn diverse structurerende keuzes gemaakt, die als randvoorwaarden dienen voor provincies en andere betrokken partijen om een gebiedsgerichte aanpak te ontwikkelen. Dit maatwerk verschilt per gebied en kan bestaan uit acties zoals het verhogen van de zoetwatervoorraad, het creëren van droge bouwlocaties, het verminderen van bodembedekking, het verhogen van het grondwaterpeil, het zuinig omgaan met drinkwater, het waarborgen van schoon en gezond water, en het creëren van ruimte voor water.

Deze maatwerkacties moeten we binnen de huidige generatie aanpakken en mogen we niet afwentelen op toekomstige generaties. De uitvoering van deze acties vraagt zowel op nationaal als lokaal niveau aandacht. De notitie Rekening houden met water en bodem is leidend voor de uitvoering van deze taken door gemeenten en omgevingsdiensten. De waterkwaliteit in Nederland vormt al geruime tijd een aandachtspunt, vooral in gebieden als de provincie Noord-Brabant waar de waterkwaliteit niet op orde is. Schoon water is essentieel voor een gezonde leefomgeving, drinkwater, landbouw, natuur en industrie. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) benadrukt de noodzaak om de waterkwaliteit te verbeteren en richt zich op het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De KRW is geïmplementeerd in de Omgevingswet, samen met de eisen voor lozingen van bedrijfsafvalwater zoals vastgelegd in de EU-Richtlijn industriële emissies, en de EURichtlijn stedelijk afvalwater. Uiterlijk in 2027 moeten de EU-lidstaten de 'goede watertoestand' bereiken, wat ingrijpende maatregelen vereist om de belasting van oppervlaktewater en grondwater te verminderen. De industrie (stoffen), de landbouw (mest en gewasbeschermingsmiddelen) en de rioolwaterzuivering (stoffen en nutriënten) vormen de belangrijkste bronnen van vervuiling.

Het behalen van de KRW-doelen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten. Deze overheden moeten elkaar aanspreken op het nemen van de benodigde maatregelen. Omgevingsdiensten spelen een belangrijke rol in het controleren van indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater, die via het riool en waterzuiveringsinstallaties in oppervlaktewater terechtkomen. Indirecte lozingen moeten 10

voldoen aan Europese regels en omgevingsdiensten hebben mandaat van provincies en gemeenten voor de uitvoer van VTH-taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving).

De Omgevingsdienst Midden-Brabant zoekt actief samenwerking met waterschappen en Rijkswaterstaat. In initiatieven zoals de KRW-impuls Brabant en de Schone Maaswaterketen werken verschillende overheden, omgevingsdiensten en het bedrijfsleven samen om de KRW-doelen in 2027 te behalen.

Gezondheid Naar aanleiding van casussen als Tata Steel, Chemours en 3M neemt de belangstelling voor het voorkomen van gezondheidsschade bij burgers toe. De komende jaren zal het thema gezonde leefomgeving een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het beleid van Rijk, provincies en gemeenten. De provincie Noord-Brabant bracht dit naar voren in haar Beleidskader Gezondheid 2021-2030 met de ambitie ‘drie gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030’. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) formuleerde in 2023 een aantal aanbevelingen om de bescherming van de gezondheid van omwonenden van industriële bedrijven te verbeteren. Het Rijk pakte de aanbevelingen van de OvV op en ontwikkelde een Actieagenda Industrie en Omwonenden. Speerpunten van de Actieagenda zijn het versneld invoeren van strengere luchtkwaliteitsnormen uit de Europese richtlijnen, het verbeteren van de controle op industriële emissies en de resulterende omgevingsconcentraties, en onderzoek naar hoe gezondheid als volwaardig criterium deel uitmaakt van vergunningverlening. De Omgevingswet biedt nieuwe handvatten om de gezondheid van burgers te beschermen. Zo kregen gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan regels op te nemen en decentrale omgevingswaarden vast te leggen om bijvoorbeeld overbelasting door opeenstapeling van milieu- en gezondheidseffecten te verminderen.

Het is noodzakelijk dat de OMWB samenwerkt met de GGD om de gezondheid in de regio te verbeteren. Door deze samenwerking kunnen we gezondheidsrisico’s beter monitoren en aanpakken. Gezamenlijk ontwikkelen we maatregelen die de gezondheid van bewoners bevorderen en bijdragen aan een gezonde leefomgeving. De integrale benadering van de OMWB en de GGD zorgt ervoor dat gezondheid een centraal onderdeel vormt in het omgevingsbeleid.

Toekomst van het toezicht Uitdagingen als een mondigere maatschappij, sneller ontwikkelende technieken, lastiger om gekwalificeerd personeel te krijgen en behouden, en budgetten die onder druk staan zorgen ervoor dat we moeten nadenken over de toekomst van toezicht. Hierbij richt de OMWB zich in eerste instantie op de methodiek risicorelevante bedrijven en het gebruik van drones. Met de OMWB als initiatiefnemer is binnen Brabant gewerkt aan de methodiek Risicorelevante Bedrijven (interventiemethodiek). Een moderne vorm van toezichthouden waarbij het risico- en doelgericht toezicht het regelgerichte toezicht vervangt. Bij deze vorm speelt bewustwording bijbrengen een grote rol. We willen immers allemaal incidenten voorkomen in plaats van achteraf repareren. We moeten onderzoeken waar we deze vorm van toezicht nog meer kunnen toepassen. De OMWB heeft een koplopersrol als het gaat om de bovengenoemde methodiek. Het Ministerie van I&W gaat zich de komende jaren ook richten op de toekomst van toezicht. Zij doen dat breed en betrekken daarbij bovenbedoelde Brabantse methodiek. De OMWB 11

gaat zich richten op nieuwe vormen, waarbij in vele gevallen het bijbrengen van bewustwording een grote rol speelt. De toekomst biedt ruimte voor het gebruik van drones, die een waardevolle bijdrage leveren aan efficiënter en effectiever toezicht. Drones bieden de mogelijkheid om moeilijk bereikbare of risicovolle gebieden snel en nauwkeurig te inspecteren, wat de veiligheid van inspecteurs verhoogt. Daarnaast kunnen drones in real-time data verzamelen, waardoor de besluitvorming sneller en beter geïnformeerd kan plaatsvinden.

Weerbare overheid De weerbaarheid van de OMWB verwijst naar het vermogen om ons aan te passen en te reageren op verschillende soorten bedreigingen, crises en verstoringen. Dit kan zowel gaan om veiligheidsbedreigingen, natuurrampen, gezondheid als maatschappelijke of politieke crises. Een aantal belangrijke aspecten bepalen de weerbaarheid: 1. Crisisbeheersing en noodmanagement De OMWB moet in staat zijn om snel en effectief te reageren op crises die haar taken raakt, of het nu gaat om een natuurramp, een terroristische aanslag, een cyberaanval of een pandemie. Dit vereist goed getrainde crisismanagementteams, duidelijke communicatiekanalen en de mogelijkheid om middelen snel in te zetten. Ook netwerkcongestie speelt een rol van betekenis. Stroomuitval is een zorgpunt voor bedrijven en overheden, omdat het de toegang tot digitale gegevens blokkeert. Dit kan leiden tot onveilige situaties, zoals het tijdelijk niet beschikbaar zijn van noodzakelijke informatie, verstoring van communicatie en de belemmering van kritieke bedrijfsprocessen. 2. Veiligheidsstructuren Wij moeten er op ingericht zijn om tijdig en adequaat te handelen. Dit vereist zowel preventieve maatregelen als de capaciteit om te reageren op acute dreigingen. 3. Cyberweerbaarheid Met de digitalisering van veel overheidsprocessen en -diensten is het essentieel dat wij beschermd zijn tegen cyberaanvallen.

Dit betreft vooral de veiligheid van de toegankelijkheid, en bescherming van gevoelige informatie en data van burgers en bedrijven. 4. Sociale en politieke stabiliteit Wij moeten in staat zijn om goed te anticiperen op (de gevolgen van) maatschappelijke onrust en protesten. 5. Duurzaamheid en lange termijnplanning Om reactieve maatregelen te voorkomen moeten wij proactief zijn in het versterken van onze weerbaarheid door te investeren in duurzaamheid. 6. Wet- en regelgeving Wet- en regelgeving spelen een belangrijke rol. Als OMWB hebben we hier weinig grip op en zijn we afhankelijk van anderen en de mate waarin ze onze advisering opvolgen. 7. Internationale samenwerking Onze regio grenst aan België met een belangrijk gebied dat bij uitstek gevaar kan lopen, de Antwerpse haven. Afstemming zoeken met de autoriteiten uit België lijkt een vereiste. Afstemming vindt plaats op lokaal niveau, maar is zeker van groot belang op provinciaal niveau. De OMWB heeft namens de provincie Noord-Brabant contact met de overheden in België. 12

Uitwerken intern Interbestuurlijk Programma (incl. kennis en informatievoorziening) In 2024 vond een exclusieve conferentie plaats waarin de pijlers van het Interbestuurlijk programma (IBP) zijn opgeleverd. De resultaten van deze pijlers vragen verdere uitwerking de komende jaren door alle participanten van het IBP, namelijk het Ministerie van I&W, IPO, VNG en ODNL. Begin 2025 levert de OMWB een overzicht op waarin de uitwerking van de IBP-pijlers is opgenomen. Dit resulteert in een gedetailleerde planning, waarin de OMWB de voor ons relevante acties en projecten opneemt. Afhankelijk van de gemaakte keuzes en gestelde prioriteiten pakken we een aantal van deze zaken in 2026 op. Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat pijler 3, die zich richt op informatievoorziening voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH), een langere looptijd vraagt en doorloopt tot 2030. Het plan voor deze pijler verwachten we in het voorjaar van 2025 en de uitvoering ligt onder regie van het ministerie van I&W. Tevens valt een aantal andere zaken, zoals het uitvoeren van visitaties en het opzetten van kennisinfrastructuur, onder de verantwoordelijkheid van ODNL. De OMWB verwacht een actieve bijdrage te leveren aan ODNL bij het uitvoeren van deze activiteiten.

13

Concrete ontwikkelingen 2026 Introductie In de kaderbrief van 2026 lichten we verschillende belangrijke onderwerpen concreet toe, met een focus op de probleemstelling en de noodzaak voor overheden om in actie te komen. Deze onderwerpen omvatten onder andere de Omgevingswet, de ontwikkeling van nieuwe producten, het IBP, stikstofmaatregelen en data-gedreven werken. Voor elk van deze thema’s beschrijven we de verwachte impact in 2026, met daarbij een gedetailleerd overzicht van de financiële implicaties. Zo geven we inzicht in de benodigde middelen en de posten waaruit we deze kosten financieren, om een adequate uitvoering van de betrokken projecten te waarborgen. De financiering kan afkomstig zijn uit een van de volgende posten: • • • • •

P1/P2 (werkprogramma basis en/of verzoektaak) P3 (collectieve taken programma) Bedrijfsvoering Concernuren Subsidie

Voor sommige van de posten kunnen we op dit moment geen specifiek bedrag noemen. We verwachten dat dit in de toekomst mogelijk is. Het uitgangspunt blijft dat nieuwe ontwikkelingen niet kostenverhogend werken. Indien een verhoging noodzakelijk blijkt voor een adequate uitvoering, presenteren we een aangepast voorstel, dat we als toelichting bij het werkprogramma toevoegen.

Omgevingswet (inclusief nazorg) Het implementatietraject van de Omgevingswet startte een aantal jaar geleden met een sterke focus op zowel de interne voorbereiding als de samenwerking met andere eigenaren en ketenpartners. Desondanks blijkt uit de vele ingediende Wabo-aanvragen die eind vorig jaar(2024) dat de overgang naar de Omgevingswet niet zonder uitdagingen verloopt. In de beginfase van dit nieuwe tijdperk krijgen we nog vaak te maken met de oude wetgeving, wat de overgang bemoeilijkt. Hoewel de Omgevingswet officieel per 1 januari 2024 van kracht is, moeten we de komende jaren nog veel stappen zetten voordat de uitvoering volledig is geïmplementeerd. We verwachten in 2025 duidelijkheid over hoe de wet zich vertaalt naar de praktijk en welke impact deze heeft op de OMWB en haar eigenaren. De ervaringen en jurisprudentie die we in deze periode opdoen, zullen ons helpen om nieuwe of aangepaste inzichten te verkrijgen. Deze inzichten hebben van invloed op de inzet van VTH-instrumenten (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving), de ontwikkeling van kengetallen en het opstellen van ons uitvoeringsprogramma. Naar verwachting ontstaat er rond 2027 een stabiele situatie, waarbij de impact van de Omgevingswet volledig in kaart is gebracht, geëvalueerd en op de juiste manier verwerkt in de uitvoering.

Een van de belangrijkste taken voor gemeenten is het opstellen en vaststellen van de kerndocumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan biedt voorlopig houvast, maar dit kunnen gemeenten tot uiterlijk 1 januari 2032 aanpassen. Gemeenten bepalen zelf het tempo en de fasering, wat enige onduidelijkheid met zich meebrengt. Deze versnippering kan ervoor zorgen dat de regels per gemeente variëren, wat leidt tot een onoverzichtelijke situatie en hetgeen de uitvoering van VTH-taken bemoeilijkt.

14

Het actief bijhouden van jurisprudentie, het vertalen van jurisprudentie naar procedures, het opbouwen en analyseren van data voor de ontwikkeling van kengetallen, het herzien van de milieuleges en het actualiseren van het uitvoeringsprogramma wordt gefinancierd uit het programma collectieve taken (P3). Al deze acties zijn essentieel voor het goed laten verlopen van de implementatie van de Omgevingswet en het waarborgen van een efficiënte en effectieve uitvoering in de komende jaren. Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Bijhouden jurisprudentie i.v.m. uitvoerende werkzaamheden OMWB

P3

€ 15.000

Ow proof maken van het werkprogramma gebaseerd op kengetallen

P3

€ 15.000

Milieuthema's i.h.k.v. omgevingsplan Gemeenten krijgen tot 2032 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te zetten in één allesomvattend en definitief omgevingsplan. Lokale ambities en bestaand beleid vormen de basis van dit plan, waarbij de planregels gelden voor de gehele gemeente of voor specifieke functiegebieden. Milieuthema's maken eveneens deel uit van het omgevingsplan, voor zover er op rijksniveau geen regels vastliggen, zoals bij Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De OMWB wil graag mee denken bij het opstellen van de planregels voor de milieuthema's. Er zijn verschillende redenen waarom onze betrokkenheid essentieel is. Door samen te werken kunnen we kosten besparen bij het opstellen van de planregels en tegelijkertijd de VTH-werkzaamheden (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) efficiënter uitvoeren. De voordelen van onze betrokkenheid zijn onder andere: • •

Het benutten van de regionale en lokale kennis en data van de OMWB. Het uniformeren van de planregels, wat leidt tot: o Kostenbesparing bij het opstellen van de planregels, o Vergemakkelijking van de VTH-uitvoering door de OMWB en efficiëntere uitvoering van de werkzaamheden, en o Versterking van de handhaafbaarheid van de regels.

Het Dagelijks Bestuur (DB) en Algemeen Bestuur (AB) reageerden positief op het voorstel om de planregels binnen de regio te uniformeren, met altijd ruimte voor lokale aanpassingen op basis van specifieke ambities. De OMWB werkt inmiddels aan het milieuthema geluid en stelde hierover een rapportage op. Het rapport “Gebiedsgericht geluidbeleid 2024” stuurden we begin 2024 uit naar de gemeenten en gaven toelichting. De gemeenten reageerden positief op het geleverde product en vroegen de OMWB om ook voor andere milieuthema’s een vergelijkbare aanpak te volgen, inclusief het opstellen van toepasbare regels. Wij onderzoeken momenteel het opstellen van deze regels, bijvoorbeeld door middel van een beslisboom in het DSO. In 2026 werken wij , net als in 2025, drie milieuthema’s volledig uit, en ronden in 2029 alle milieuthema’s af. Op basis van lokale ambities en voorwaarden specificeren we het pakket met planregels voor de betreffende gemeenten. Deze laatste stap maakt geen 15

deel uit van de collectieve inspanning van de OMWB. De financiën voor de uitwerking van de milieuthema’s komen uit het programma collectieve taken (P3). Impact OMWB 2026 en verder Impact

Fin. post

Bedrag

Planregels opstellen voor 3 milieuthema's

P3

€90.000,-

Producten In het Programma Collectieve Taken 2024/2025 voeren we verschillende verkenningen uit die deel uitmaken van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze verkenningen zijn van groot belang, omdat ze zich richten op de lange-termijn visie voor de ruimtelijke ordening en de verduurzaming van Nederland. Enkele van deze verkenningen sluiten nauw aan bij de missie en visie van de OMWB, en zijn daarom van grote relevantie voor de eigenaren en de bredere samenwerking. De verkenningen betreffen zowel basistaken (P1) als niet-basistaken (P2). De concreet uitgewerkte producten uit deze verkenningen nemen we vervolgens op in ons werkprogramma, zodat we gericht kunnen werken aan de realisatie ervan. Vooralsnog gaan we er vanuit dat de uitvoering niet kostenverhogend werkt. Vanaf 2025/2026 richten we ons op de volgende belangrijke producten die voortkomen uit de NOVI: Brandveiligheid: Onderzoeken hoe we brandveiligheid in de ruimtelijke ordening verder kunnen verbeteren en integreren, zodat het een structureel onderdeel wordt van ons werk. Gezondheid: Bevorderen van een gezonde leefomgeving door te kijken naar de invloed van de fysieke omgeving op de gezondheid van mensen, en hoe we deze kunnen verbeteren. Water: Strategisch nadenken over hoe we met waterbeheer omgaan, met aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering en het belang van duurzaam waterbeheer voor de toekomst.

Circulaire economie: Ontwikkelen van praktische maatregelen en richtlijnen voor het bevorderen van een circulaire economie, waarin we grondstoffen hergebruiken en afval minimaliseren. Energietransitie en het beschermen en verbeteren van de natuur: Strategieën ontwikkelen die zowel de energietransitie ondersteunen, als bijdragen aan het behoud en herstel van natuur en biodiversiteit. Het is essentieel om deze twee belangrijke thema’s met elkaar in balans te brengen. Deze producten zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een duurzame en toekomstbestendige samenleving. Door ze zorgvuldig uit te werken en te integreren in onze werkwijzen, dragen we bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de NOVI en tegelijkertijd ondersteunen we de doelen van de OMWB en haar eigenaren.

16

Brandveiligheid Onder brandveiligheid verstaan wij het beschermen van bouwwerken en mensen tegen het ontstaan van brand en de gevolgen daarvan. Dit is een belangrijk onderwerp binnen VTH, dat we met verschillende invalshoeken aanpakken. De VTH-uitvoering kent twee sporen: enerzijds richten we ons op de bescherming van het milieu en de veiligheid, en anderzijds op de bouwkundige aspecten van brandveiligheid. Het wettelijk kader voor brandveiligheid is vastgelegd in de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Lokale en regionale overheden hebben binnen dit wettelijke kader hun eigen specifieke bevoegdheden. De omgevingsdiensten zijn namens de bevoegde gezagen van gemeenten en provincies betrokken bij de uitvoering van maatregelen voor de bescherming van de omgevingsveiligheid. De Veiligheidsregio treedt in sommige gevallen op als (wettelijke) adviseur binnen dit kader en heeft op basis van de Wet veiligheidsregio’s eigen taken en bevoegdheden. Op dit moment is het toezicht bij bedrijven op brandveiligheidsvoorzieningen ad hoc en gefragmenteerd. De VR controleert alleen bedrijven op gebied van brandveiligheid indien het complexe bedrijven betreft of er veel personen tegelijkertijd aanwezig zijn binnen het pand.

De milieuinspecteur kijkt conform de kwaliteitscriteria slechts naar een aantal aspecten van brandveiligheid (gebruik) en niet naar de (aangetaste) constructie. Om een adequaat brandveiligheidsniveau te waarborgen en te voldoen aan kwaliteitscriteria 3.0, is het essentieel dat de samenwerking tussen de verschillende overheidsinstanties versterkt. Hierbij moeten we de rollen, taken en bevoegdheden duidelijk definiëren, met een duidelijke focus op preventie. De OMWB zal voor provinciale bedrijven risicogericht toezicht uitvoeren op brandveiligheidsaspecten (opdracht P1). Daarnaast kan de OMWB, indien gewenst, deze taak op verschillende niveaus voor gemeenten uitvoeren (opdracht P2), variërend van een oog- en oorfunctie, tot een volledige risicogerichte uitvoering. Op basis van de uitgevoerde controles verzamelen we data, die in de toekomst bijdraagt aan het verbeteren van het risicogerichte toezicht. Door deze gegevens te analyseren, maken we brandveiligheidsmaatregelen steeds effectiever en optimaliseren we de samenwerking tussen overheidsinstanties. Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Intensiveren van preventief toezicht op brandveiligheid bij provinciale bedrijven

P1

€ 80.000,-

Intensiveren van preventief toezicht op brandveiligheid bij gemeentelijke bedrijven

P2

€ 20.000,-

Programmeren van taken in het werkprogramma

P3

€10.000,-

Overdracht van kennis naar VTH-medewerkers

concernuren

€10.000,-

17

Gezondheid incl. SLA De belangstelling voor het voorkomen van gezondheidsschade bij burgers groeit, vooral door casussen zoals Tata Steel, Chemours en 3M. De Onderzoeksraad voor Veiligheid deed in 2023 aanbevelingen om de bescherming van omwonenden te verbeteren, waaronder het versterken van de verantwoordelijkheden van bevoegde gezagen en omgevingsdiensten. Het Rijk heeft nam deze aanbevelingen op in de Actieagenda Industrie en Omwonenden, waaraan de OMWB met haar kennis van metingen een essentiële bijdrage levert. Een belangrijk initiatief in dit kader is het Schone Lucht Akkoord (SLA), dat streeft naar een vermindering van gezondheidsschade door luchtvervuiling met 50% in 2030. De OMWB speelt samen met de GGD een sleutelrol in het ondersteunen van gemeenten bij hun deelname aan dit akkoord. Gezondheid en een gezonde leefomgeving zijn dan ook belangrijke thema's voor de OMWB, met veel ervaring in het monitoren van schone lucht, water, bodem en geluidshinder. De Omgevingswet biedt nieuwe mogelijkheden om gezondheid te borgen binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het monitoringsplan, dat bedrijven verplicht om hun emissies continu te controleren, speelt hierbij een belangrijke rol. Gemeenten kunnen via hun omgevingsplan regels opnemen om gezondheidseffecten te beperken.

De OMWB gaat steeds vaker samenwerken met de GGD bij het adviseren over overlastsituaties, en het beoordelen van gezondheidsrisico’s, op basis van metingen van concentraties en blootstelling aan omwonenden. De OMWB deed daarnaast veel ervaring op met het aanpakken van zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en werkt aan een integrale benadering van gezondheid binnen haar VTH-taken. In dit proces is de samenwerking met de GGD van essentieel belang. Deze samenwerking richt zich vooral op het delen van kennis en het bieden van gedegen advies in situaties waarin gezondheidseffecten mogelijk een rol spelen. Samenvattend, de OMWB speelt een belangrijke rol in het verbeteren van de gezondheid van omwonenden, met een focus op luchtkwaliteit, water, bodem en geluid. Door de samenwerking met de GGD kunnen beide organisaties de gezondheidseffecten van industriële activiteiten en andere milieuvervuiling beter monitoren en bijsturen, zodat we werken aan een gezondere leefomgeving voor de toekomst. De (voorbereidende) werkzaamheden worden betaald uit het programma Collectieve taken (P3). We gaan er vooralsnog vanuit dat de inzet van de VTHKA-instrumenten niet kostenverhogend werkt binnen de werkprogramma's. Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

De Actieagenda Industrie en Omwonenden doorvertalen naar de uitvoering van de OMWB

P3

€ 15.000,-

Inzet geografisch informatiesysteem voor het in beeld brengen ‘hot spot’ gebieden

P3

€ 80.000,-

Intensiveren van VTHA op gebied van gezondheid

P1/P2

€ 50.000,-

Programmeren van de taken in het werkprogramma

P1/P2

€ 10.000,18

Overdracht van kennis – o.a. van de nieuwe instrumenten in de Omgevingswet - naar de VTHA-medewerkers

concernuren

€ 10.000,-

Water De OMWB gaat de komende jaren een belangrijke rol spelen in het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor 2027, met een sterke focus op indirecte lozingen. In 2026 ligt de nadruk op het verbeteren van de aanpak van indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater, wat invloed heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit. De OMWB gaat hiervoor nauw samenwerken met waterschappen, Rijkswaterstaat en gemeenten, met als doel de vergunningverlening, toezicht en handhaving te versterken. In samenwerking met de provincie Noord-Brabant en gemeenten zorgen we voor het KRW-proof maken van vergunningen voor bedrijven die indirect afvalwater op de riolering lozen. In 2025 ontwikkelen we een systematiek om deze bedrijven te prioriteren en in 2026 starten we met het toezicht op bedrijven waarvan de indirecte lozing vermoedelijk niet aan de vereisten voldoet, met als doel de lozingen te reduceren. Verder gaat de OMWB de samenwerking met waterschappen verbeteren, kennis uitbreiden, en het aantal reguliere toezichtscontroles op indirecte lozingen verhogen. Dit alles wordt ondersteund door een versterkte capaciteit en kennis binnen de OMWB. Door capaciteitsverschuiving gaan we meer aandacht geven aan het wateronderdeel en zorgen we ervoor dat we de waterkwaliteit binnen Brabant beschermen en verbeteren. De inzet richt zich met name op: • •

• •

Het uitbreiden van kennis en capaciteit voor toezicht op indirecte lozingen bij toezichthouders en specialisten. Het verhogen van het aantal reguliere toezichtscontroles en gezamenlijke controles met de waterschappen, waarbij we bij geselecteerde bedrijven ook afvalwatermonsters nemen (zowel op reguliere als KRW-parameters, en waar relevant ook ZZS). Het afstemmen van de toezichtsprogramma’s van omgevingsdiensten en waterschappen wat betreft prioriteiten, planning en uitvoering. Het versterken van het netwerk van betrokken partijen.

Kosten: De kosten bestaan uit de volgende aspecten en worden betaald (niet kostenverhogend) uit het werkprogramma (P1/P2), collectieve taken (P3) en concernuren. Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Afstemming toezichtsprogramma’s met waterschappen

P1/P2

€10.000,-

Afvalwaterbemonsteringen

P1/P2

€20.000,-

Versteviging netwerk indirecte lozingen

P3

€15.000,-

Intensiveren van VTKHA op gebied van water,

P1/P2

€50.000,19

m.n. op indirecte lozingen Programmeren van de taken in het werkprogramma

P1/P2

€10.000,-

Uitbreiding kennis op indirecte lozingen bij de VTKHA-medewerkers

concernuren

€10.000,-

Circulaire economie Wij blijven ons inzetten voor de opbouw van een circulaire economie (CE), waarbij we grondstoffen optimaal benutten en hergebruiken in alle schakels van de productieketen, van de winning van grondstoffen tot consumptie. Wij richten ons de komende jaren actief op het integreren van CE binnen onze VTH-taken, zodat we het een structureel en integraal onderdeel maken van ons werk. Om dit te realiseren, definieerden wij enkele hoofd- en subdoelen: Hoofddoelen: • • •

Het verder ontwikkelen van een kennisnetwerk en loket voor CE, gericht op het ondersteunen van onze opdrachtgevers. Het vertalen van de ontwikkelingen in CE naar de praktijk en uitvoering. Het verder ontwikkelen van producten en diensten die bijdragen aan de circulaire economie.

Subdoelen: • •

Het afstemmen van werkwijzen met gemeenten, provincie, het Rijk en andere omgevingsdiensten, en streven naar uniformering. Het verder opbouwen van kennis over nieuwe ontwikkelingen binnen CE, zowel op het gebied van wet- en regelgeving, als beleid en initiatieven.

Om deze doelen te bereiken, zullen wij ons richten op de volgende acties: • • • • • •

De uitvoering van pilotfase 2 van CE in samenwerking met de gemeente Tilburg, de Provincie Noord-Brabant. De bevindingen uit deze pilot gaan we, waar gewenst en mogelijk, inzetten voor de uitrol. Het opbouwen van een kennisnetwerk rondom CE. Het verkrijgen van inzicht in de beperkingen van de wetgeving met betrekking tot CE. Het uitrollen van een plan van aanpak, inclusief het 'huis op orde' voor CE en het aanbieden van trainingen. Het koppelen van CE aan ketentoezicht en datamanagement. Het verder inrichten van onze organisatie om de doelen van CE te realiseren.

Deze initiatieven zijn al in gang gezet en worden in 2026 en 2027 verder uitgewerkt en geïmplementeerd. Samen zetten we de volgende stappen richting een circulaire economie! Kosten: De kosten bestaan uit de volgende aspecten en worden betaald uit het provinciaal werkprogramma (P1), en aangevuld uit het programma collectieve taken (P3).

20

Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Verkrijgen van inzicht in CE en daarmee bijdragen aan expertise van de organisatie, het kennisnetwerk en daarmee bijdragen aan het volwaardig partner zij, de koppeling aan datamanagement en daarmee verkrijgen van meer inzicht op de outcome

P1/P3

€ 95.000

Energietransitie In Nederland is de energietransitie al in gang, maar om de doelstellingen te behalen is een versnelde aanpak nodig. Dit komt vooral doordat het elektriciteitsnet niet voldoende capaciteit heeft om de opgewekte stroom te transporteren, en vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen. Daarnaast vormt energieopslag een uitdaging, omdat de huidige technologieën duur zijn of nog in de ontwikkelingsfase zitten. Gezien de snelle ontwikkelingen verwacht men dat er in 2026 meer duidelijkheid zal komen over de elektrificatie en de productie, het transport en de opslag van waterstof en waterstofdragers. Beide ontwikkelingen hebben zeker impact op bestaande en nieuwe bedrijven, en transportassen (spoor, weg, buisleidingen) binnen Midden- en WestBrabant. Op dit moment zorgt de netcongestie in deze regio voor vertraging van de verduurzaming en economische ontwikkeling. Om de Europese doelstelling te behalen en de economie in de regio te laten floreren is het noodzakelijk dat de OMWB een proactieve rol inneemt bij; • • • • •

Het bespreken van nieuwe (innovatieve) ontwikkelingen. Het in beeld brengen van kansen en (externe veiligheids)risico’s. Het informeren en stimuleren van bedrijven. Het toetsen van vergunningaanvragen en zorgen voor een voortvarende vergunningverlening. Het toezien op een veilige toepassing van nieuwe, duurzame technologieën.

Dit vraagt focus, aanvullende kennis en een extra impuls voor de OMWB op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Advies. Kosten: Om de OMWB op een adequate wijze voor te bereiden op deze taak en te zorgen voor een efficiënte uitvoering, afhankelijk van deze nieuwe ontwikkelingen, is het noodzakelijk dat wij investeren op de volgende onderwerpen: • • •

Kennis over (innovatieve) ontwikkelingen t.b.v. informeren, vergunnen, toezichthouden en adviseren Deelname aan netwerken om proactief mee te denken over de ontwikkelingen In beeld brengen van de algemene en lokale (externe veiligheids)risico’s t.g.v. de energietransitie.

21

Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Vertalen van energietransitie naar uitvoerende producten OMWB

P3

€ 60.000,-

Beschermen en verbeteren van de natuur De Europese wetgeving "EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030" verplicht lidstaten om de natuur opnieuw in ons leven te integreren. Tegen 2050 moeten de ecosystemen wereldwijd hersteld en veerkrachtig zijn, en adequaat worden beschermd. Gezonde ecosystemen zijn essentieel voor de basisbehoeften die wij vaak als vanzelfsprekend beschouwen. Planten zetten zonne-energie om en maken deze beschikbaar voor andere levensvormen. Bacteriën en andere organismen breken organisch materiaal af tot voedingsstoffen die zorgen voor een gezonde bodem. Bestuivers zijn cruciaal voor de voortplanting van planten die ons voedsel garanderen. Planten en oceanen zijn belangrijke koolstofputten, en de watercyclus is afhankelijk van levende organismen. Kortom, biodiversiteit zorgt voor schone lucht, fris water, gezonde bodem en bestuiving van gewassen. Het speelt een grote rol in het bestrijden van klimaatverandering, vergroot ons aanpassingsvermogen en vermindert de impact van natuurrampen. Aangezien levende organismen met elkaar verbonden zijn binnen dynamische ecosystemen, kan het verdwijnen van één soort verstrekkende gevolgen hebben voor onze voedselketen. De OMWB voert al enkele jaren toezicht uit op de groenwetgeving voor de provincie. Met de komende Europese wetgeving is er extra aandacht nodig van gemeenten om biodiversiteit effectief te integreren.

Vanaf 2026 kan de OMWB op verzoek (P2) bij de uitvoerende VTHKA-taken actief rekening houden met het behoud en de verbetering van de biodiversiteit. Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Bijhouden van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit en groene wetgeving

P3

€ 30.000,-

VTHKA instrumentarium toepassen t.b.v. het behouden en verbeteren biodiversiteit

P2

€60.000,-

Overdracht van kennis naar de VTHmedewerkers

concernuren

€ 10.000,-

IBP Het Interbestuurlijk Programma (IBP) leverde een aantal belangrijke producten op die we de komende jaren verder moeten uitwerken en implementeren. Verschillende overheidsorganisaties, waaronder de OMWB, worden hierbij betrokken om de resultaten van de pijlers te vertalen naar concrete acties en beleid. Deze uitwerking en implementatie draagt bij aan de realisatie van de gestelde doelen binnen het IBP. In 2025 start de uitwerking en de uitvoering vindt plaats onder regie van het ministerie van 22

I&W, IPO en VNG. Tevens wordt een aantal zaken (uitvoeren van visitaties, kennisinfrastructuur, etc.) ondergebracht bij ODNL. De OMWB verwacht een bijdrage te leveren aan ODNL bij het uitvoeren van deze activiteiten. De werkzaamheden worden betaald uit subsidies (SPUK) . Indien de werkzaamheden niet volledig gedekt kunnen worden uit de subsidies wordt er een claim gelegd op een deel van het collectieve taken budget (P3). Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Medio december 2024 is de impact voor 2026 onmogelijk vast te stellen. We nemen een reservering op, omdat we vrijwel zeker weten dat we uiteindelijk e.e.a. moeten bijdragen.

subsidie / P3

€65.000,-

Agrarisch dossier De wetgeving op gebied van stikstof in het agrarisch domein, maar ook voor industrie, ontwikkelt zich de laatste jaren regelmatig. Het is van essentieel belang om op juiste wijze invulling te geven aan de (toekomstige) wetgeving. Vandaar dat we ook investeren in de kennis van onze collega's vanuit vergunningverlening, toezicht, luchtkwaliteit en ruimtelijke ordening (RO) in relatie tot de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming, respectievelijk Omgevingswet, onderdeel Natura 2000-activiteiten. Het bijhouden van de ontwikkelingen wordt betaald uit het collectieve takenprogramma. Mogelijk dat er in de toekomst concrete VTH verplichtingen voortvloeien uit aangepaste wet- en regelgeving. Met een apart voorstel komt dit bij de eigenaren van de OMWB. De doorvertaling van Europese wetgeving en uitspraken van de Raad van State worden bekostigd uit het programma collectieve taken (P3). Impact OMWB 2026 en verder: Impact

Fin. post

Bedrag

Nieuwe wetgeving doorvertalen naar uitvoering

P3

€ 20.000,-

Kennisopbouw medewerkers

concernuren

€ 10.000,-

Data gedreven werken Het programma datagedreven werken richt zich op het aanbrengen van focus in de digitale transitie van de OMWB. In het tweede jaar gaan we door met het ontwikkelen van informatieproducten met de grootste meerwaarde voor onze organisatie op het gebied van sturing, verantwoording, outcome en het verbeteren van onze datakwaliteit. Daarnaast werken we verder aan onze datavolwassenheid, zodat we op robuuste wijze onze informatiepositie uitbouwen en breder kunnen toepassen. De uitwerking van deze werkzaamheden wordt betaald uit het programma collectieve taken (P3) en

concernuren.

23

Impact OMWB 2026 en verder: Impact

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15281007/1