Bijlage 6 BP Leliestraat 10 Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Indien er nog sprake is van een intacte bodemopbouw (A-, E- en/of B-horizonten) kan nog sprake zijn van vuursteenvindplaatsen. Indien de bodemopbouw is afgetopt en alleen een C-horizont (en eventuele B-horizont) bewaard zijn gebleven, kunnen wel nog diepere grondsporen, zoals paalkuilen, van nederzettingen zijn bewaard. Of de bodemopbouw intact is, is bepalend voor het vaststellen van de archeologische verwachting. Om dit te kunnen toetsen, dient de lithologische opbouw van de ondergrond en de mate van intactheid van de bodem te worden vastgelegd. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van dit onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en in hoeverre archeologische resten te verwachten zijn. De methodiek hiervoor wordt toegelicht in hoofdstuk 10.
23
Tabel 3: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel
1
Archeologische verwachting Datering
2 3 4 5
Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering
6 7
Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen
8
Reden Hoog Laat-Paleolithicum Plangebied ligt in een gradiëntzone. Resten Mesolithicum bevinden zich in de top van het dekzand, oorspronkelijke bodem is mogelijk beschermd door het oud-bouwlanddek. Hoog Neolithicum – Late Ligging op hogere flank van dekzandplateau, oudMiddeleeuwen bouwlanddek kan archeologische resten hebben beschermd. Laag Nieuwe tijd Ligging in akkergebied en ontbreken historische bebouwing Nederzettingen (jachtkamp), huisplaatsen, sporen van landgebruik 100-1000 m2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Top van het dekzand (60-150 cm -Mv) + Het oud-bouwlanddek kan archeologische resten en lagen hebben beschermd. Onbekend, op dit moment het hele plangebied. Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten of cultuurlagen. Er zijn geen verstoringen bekend.
24
10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is voor de nieuwbouw van de woning in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Magdelijns, 2023). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied vier boringen gezet (boring 1-4). De boringen hebben een diepte tot maximaal 130 cm –Mv en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 9. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet, op de onverharde terreindelen binnen het gebied. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 7. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meetlint aan de hand van de bestaande topografie en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald (bron: www.ahn.nl). Veldwaarnemingen Het plangebied is onderdeel van de tuin van een woning.
Omdat ook een groenstrook aan de voorzijde bij de weg bij het plangebied getrokken is, ligt er dwars door het plangebied een afgesloten tuinhek. Naast gras staan er in de tuin verschillende struiken. Er is geen sprake van reliëf. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur x.
Figuur 11. Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (19-01-2023).
Bodemopbouw en lithologie Onder in de boringen is matig tot sterk siltig zand aanwezig. Dit zand is lichtgeelgrijs tot witgrijs van kleur en kenmerkt zich door de aanwezigheid van roestvlekken. Het zand is tevens kalkarm en matig gesorteerd. Het zand is geïnterpreteerd als dekzand, waarschijnlijk oud dekzand gezien de wat lemige textuur van het zand. De top van het dekzand bevindt zich op een diepte van 40 tot 170 cm -Mv (24,625,7 m NAP). Sporen van bodemvorming zijn in de top van het dekzand niet aanwezig. Deze zijn waarschijnlijk vergraven, aangezien de overgang tussen het dekzand en de erboven gelegen laag of lagen abrupt tot erosief is en zich kenmerkt door de aanwezigheid van humeuze zandbrokken. De top van het bodemprofiel bestaat uit een al dan niet humeuze, gevlekte verstoringslaag, die het gevolg is van het omzetten van het terrein. Waarschijnlijk hangt deze omzetting samen met de aanleg van wegen en de oude spoorlijn, waar het plangebied direct aan grenst. In het noorden is de verstoring zelfs dermate diep, dat hier sprake lijkt van een gedempte sloot. De verstoringslaag varieert in dikte in het plangebied tussen 40 en 170 cm. Archeologisch gezien is het archeologisch relevante niveau, de top van het dekzand, verstoord te beschouwen.
Dit is gebaseerd op het ontbreken van sporen van bodemvorming (verweringshorizonten, oude akkerlagen en goed geoxideerd dekzand) en diepe bodemverstoringen in combinatie met de geringe omvang van het plangebied. Archeologische indicatoren Tijdens het veldonderzoek zijn in de grondmonsters geen archeologische indicatoren aangetroffen. Interpretatie Op basis van de resultaten uit het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen. Het veldonderzoek liet namelijk een relatief sterk verstoorde bodem zien, waarvan het vermoeden bestaat dat in combinatie met de geringe omvang van het terrein de kans op intacte archeologische resten klein is. Waarschijnlijk hangen de verstoringen in het gebied samen met de aanleg van de (vroegere) spoorlijn en de verschillende wegen, die aan het plangebied grenzen.
11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt op een dekzandplateau, maar de top van het dekzand is zodanig aangetast dat de oorspronkelijke top van het dekzand niet meer intact is gebleven.
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? De top van het dekzand bevindt zich op een diepte van 40 tot 170 cm -Mv. Deze is echter zodanig afgetopt dan wel afgegraven, dat het dekzand an sich niet meer archeologisch relevant te beschouwen is.
3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zie antwoord vraag 2.
4.
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Nieuwe tijd.
12. Conclusie en Advies Conclusie • Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op de flank van een dekzandplateau ligt, dat zeer waarschijnlijk is afgedekt met een oud-bouwlanddek. Het oudbouwlanddek kan eventuele onderliggende archeologie hebben beschermd tegen verstoringen. Vooral de hoger gelegen, drogere delen en de overgang naar lager gelegen gebieden (gradiëntzones) zijn archeologisch gezien interessant. Dit waren namelijk aantrekkelijke vestigingslocaties voor jagers-verzamelaars uit de periode Paleolithicum – Mesolithicum. Daarom is er een hoge archeologische verwachting voor deze periode. Vanwege de hogere ligging was het plangebied ook een goede locatie voor akkerbouw vanaf het Neolithicum. Tot in de Late Middeleeuwen kunnen in het plangebied nederzettingen en akkercomplexen voorkomen. In de omgeving zijn ook nederzettingen aangetroffen uit de IJzertijd en Vroege tot Volle Middeleeuwen. Daarom is er een hoge verwachting voor de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen. Voor de Nieuwe Tijd is er een lage verwachting, vanwege het ontbreken van bebouwing op historische kaarten en het gebruik als bouwland. • Op basis van de resultaten uit het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen.
Het veldonderzoek liet namelijk een relatief sterk verstoorde bodem zien, waarvan het vermoeden bestaat dat in combinatie met de geringe omvang van het terrein de kans op intacte archeologische resten klein is. Waarschijnlijk hangen de verstoringen in het gebied samen met de aanleg van de (vroegere) spoorlijn en de verschillende wegen, die aan het plangebied grenzen.
Advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Baarle-Nassau). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Baarle-Nassau) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • www.bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • www.landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/archeologische-landschappenkaart • www.brabant.nl/onderwerpen/cultuur-en-erfgoed/erfgoed/cultuurhistorische-waarden-inbrabant • www.bhic.nl • www.geoloket.provincieantwerpen.be/geoloketten/?viewer=extern&LayerTheme=12&extent=371 183.1034793,6619826.820527,643298.9241744,6793491.748791,102100 • www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • www.kbr.be • www.noordbrabant.omgevingsrapportage.nl • www.ikme.nl • www.bunkerinfo.nl • www.vergeltungswaffen.nl • www.tracesofwar.com • www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/ Lijst met afbeeldingen Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl). ...................... 4 Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Ferraris uit 1777 (bron: www.kbr.be). ..........
18 Figuur 3: Uitsnede van het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ...................... 19 Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ................................................................................................................ 19 Figuur 5. Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ................................................................................................................ 20 Figuur 6. Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ................................................................................................................ 20 Figuur 7. Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ................................................................................................................ 21
Figuur 8. Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ................................................................................................................ 21 Figuur 9. Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ................................................................................................................ 22 Figuur 10. Luchtfoto van het plangebied. ............................................................................................... 22 Figuur 11. Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (19-01-2023). ........................... 25 Literatuur Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Ball, E.A.G. en R.M. van Heeringen, 2016. Westelijk Noord-Brabant in het Malta-tijdperk. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Boer, E. de, 2004. Baarle - Nassau - "Dorpsgebieden". Archeologisch vooronderzoek. Rapport 2006/161. Boots, G.J. & M. Stiekema, 2013. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Pastoor de Katerstraat naast nr.
21 te Baarle-Nassau in de gemeente Baarle-Nassau. Econsultancyrapport 12033194. Demey, D., 2004. Plangebied Hoogbraak, gemeente Baarle-Nassau; een archeologisch vooronderzoek, Weesp (RAAP-notitie 676). Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenwoudt & T. de Groot (red.), 2007. Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. NAR 34, Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten. Amersfoort. Ellenkamp, G.R., D.M.G. Keijers & J.A.M. Roymans, 2011. Grenzen en gradiënten. Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, gemeente Baarle-Nassau, Weesp (RAAP-rapport 2233). Koekkelkoren & Moerman, Wilbers, 2013. archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek verkennende fase Chaamseweg, Locatie Limfa, Baarle-Nassau. IDDS Archeologierapport 1426. Kruithof, L. & F. van den Blink, N.J.W. van der Feest, 2022. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Molenbaan (naar nr. 2) te Baarle-Nassau (gemeente BaarleNassau). Aeres-Milieu Rapport AM21384. Lepage, H.A.S. & J. Rap., 2019. Transect-rapport 2214: Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Baarle-Nassau, Rector van den Broekstraat 4. Gemeente Baarle-Nassau (NB). Transect-rapport 2214. Looveren, V. van., 2021., Bureauonderzoek Stationsstraat 7-7b en 11 te Baarle-Nassau.
Antea Group Archeologie-rapport 2021/209. Oosterbeek, A. & M. Hanemaaijer, 2022. Stationsstraat ongenummerd, Baarle Nassau (gemeente Baarle-Nassau) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 5834.
Reynaert, J.A.M., 2021. Archeologisch bureauonderzoek Schoolstraat te Baarle-Nassau in de gemeente Baarle-Nassau. Econsultancy-rapport 13814.001. Schokker, J., 2003. Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment (Roer Graben, south-eastern Netherlands), Utrecht (Thesis, Nederlandse Geografische Studies 314). Sophie, G., 2019. IVO-P Variant archeologische begeleiding Sint Annaplein 5-7-9 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport. 2019/32. Stiekema, M., 2011. archeologisch bureauonderzoek Reigerlaan (ong.) te Baarle-Nassau in de gemeente Baarle-Nassau. Econsultancy-rapport 10103724. Tebbens L.A., 2016: Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze. In: Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016. Westelijk Noord-Brabant in het Malta-tijdperk. Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. Nederlandse Archeologische Rapporten 51. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort Teekens, P.C., 2020. Inventarisrerend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Rector van den Broekstraat 4 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2020/104 Veenstra, M.E., 2011. Baarle-Nassau. Plangebieden Sportlaan en Reigerlaan. BAAC-rapport A-11.0197. Veken, B. van der., 2014. Baarle-Hertog (B) en Baarle-Nassau (NL), Chaamseweg. Een grensoverschrijdens proefsleuvenonderzoek.
ADC-rapport 3745. Veken, B. van der., 2017. Middeleeuwse bewoning aan de Chaamseweg te Baarle-Hertog/BaarleNassau Een grensoverschrijdend project. ADC-rapport 4657 Verheij, R.S. & A.J. Wullink, 2022. Rapport archeologisch vooronderzoek (17929.002) Roosakkerstraat 9 en 11 in Baarle-Nassau. Econsultancy-rapport 17929.002. Verhoeden, M.P.F. & D. Keijers, 2009. plangebied ruiverkaveling Baarle-Nassau projectgebied OostWest,gemeente Baarle-Nassau :archeologisch vooronderzoek :een archeologische begeleiding en. RAAP-rapport 1948 Vos, P.C./S. de Vries, 2015. 2e generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). sd, www.archeologieinnederland.nl (11-30-2015). Zee, R.M. van der., 2019. Stationsstraat 21, Baarle-Nassau (gemeente Baarle-Nassau). Een bureauonderzoek. ADC-rapport 4605. Zijverden, W.K. van & J. de Moor, 2014. Het groot profielenboek. Fysische geografie voorarcheologen. Leiden.
Bijlage 1: Plantekening
Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Baarle-Nassau
Bijlage 3: Geomorfologie
Bijlage 4: Hoogtekaart
Bijlage 5: Bodemkaart
Bijlage 6: Archeologische informatie
Bijlage 7: Boorpuntenkaart
Bijlage 8: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s van boring 1 en 3. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van rechts naar links uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm).
Foto van boring 1
Foto van boring 3
Bijlage 9: Boorbeschrijvingen
boring: 22N76-1 beschrijver: TNA, datum: 19-1-2023, X: 122.979, Y: 384.115, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50G, hoogte: 26,30, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Baarle-Nassau, plaatsnaam: Baarle-Nassau, opdrachtgever: Van Dun Advies, uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 26,30 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, sterk humeus, donkerbruingrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
60 cm -Mv / 25,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord
95 cm -Mv / 25,35 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, zwart, zandbrokken, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord
165 cm -Mv / 24,65 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, witgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 220 cm -Mv / 24,10 m +NAP
boring: 22N76-2 beschrijver: TNA, datum: 19-1-2023, X: 122.968, Y: 384.109, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50G, hoogte: 26,33, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Baarle-Nassau, plaatsnaam: Baarle-Nassau, opdrachtgever: Van Dun Advies, uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 26,33 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, sterk humeus, donkerbruingrijs, zandbrokken, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
95 cm -Mv / 25,38 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, zwart, zandbrokken, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
170 cm -Mv / 24,63 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, witgrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont Opmerking: reductie, diepe verstoring
Einde boring op 230 cm -Mv / 24,03 m +NAP
boring: 22N76-3 beschrijver: TNA, datum: 19-1-2023, X: 122.978, Y: 384.105, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50G, hoogte: 26,34, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Baarle-Nassau, plaatsnaam: Baarle-Nassau, opdrachtgever: Van Dun Advies, uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 26,34 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, zandbrokken, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
75 cm -Mv / 25,59 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, geel, zandbrokken, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
90 cm -Mv / 25,44 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtbruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 230 cm -Mv / 24,04 m +NAP
1
boring: 22N76-4 beschrijver: TNA, datum: 19-1-2023, X: 122.980, Y: 384.092, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50G, hoogte: 26,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Baarle-Nassau, plaatsnaam: Baarle-Nassau, opdrachtgever: Van Dun Advies, uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 26,10 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, zandbrokken, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
20 cm -Mv / 25,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, geel, zandbrokken, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord
40 cm -Mv / 25,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 80 cm -Mv / 25,30 m +NAP
2
bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau
Bijlage 6 Omgevingsdialoog geanonimiseerd
76 (ontwerp)
bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau"
bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau
Bijlage 7 Bodemonderzoek
86 (ontwerp)
bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau"
Vooronderzoek Leliestraat 10 te Baarle-Nassau
Opdrachtgever :
Van Dun Advies Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Kenmerk :
1296.93.231.r1
Datum :
17 april 2023
Auteur :
R.A.C. Hereijgers
Gecontr. :
S.A.C. Schrauwen
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................... 1 2. VOORONDERZOEK ............................................................................................... 2 2.1
Algemeen en bronvermelding ....................................................................... 2
2.2
Historische en actuele gegevens onderzoekslocatie ........................................ 2
2.3
Bodemonderzoeken/-saneringen ................................................................... 4
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................. 4
2.5
Hypothese ................................................................................................... 5
3. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................ 6 4. LITERATUURLIJST ................................................................................................ 7
BIJLAGEN 1a. Situatieschets 1b. Kadastrale tekening 1c. Foto’s onderzoekslocatie
1. INLEIDING In opdracht van, Van Dun Advies, heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Leliestraat 10 te Baarle-Nassau. Het vooronderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een woning. Het doel van dit vooronderzoek is een inschatting te maken van de bodemkwaliteit ter plaatse. Als uitgangspunt voor de onderzoeksstrategie is de werkwijze conform de NEN 5725 (vooronderzoek) gehanteerd. In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de locatiegegevens, de verrichte werkzaamheden en worden aanbevelingen geformuleerd.
1296.93.231.r1
1
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Algemeen en bronvermelding Onderdeel van een verkennend bodemonderzoek is het verrichten van een vooronderzoek. Op basis van het vooronderzoek is bepaald of in het verleden mogelijk bodembedreigende activiteiten zijn ontplooid. Bij het verzamelen van de historische gegevens zijn verschillende bronnen geraadpleegd. In onderstaande tabel is vermeld welke bronnen hiervoor gebruikt zijn en welke informatie daar globaal te vinden is. In de hierna volgende paragrafen zijn de resultaten van het vooronderzoek toegelicht. Tabel 1. Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Internet www.bodemloket.nl
www.dinoloket.nl
Indicatie aanwezigheid (ernstige) bodemverontreiniging of bodembedreigende activiteiten. De Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) zijn onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties. Op de kaart kunnen adresgegevens eenvoudig verkregen worden, alsmede het bouwjaar van de aanwezige gebouwen en het gebruiksdoel van het gebouw. Indicatie bodemopbouw en geohydrologie.
www.topotijdreis.nl
Indicatie historisch gebruik van de onderzoekslocatie (o.a. bebouwing).
www.archeologieinnederland.nl
Verwachtingskans archeologische monumentenkaart (AMK).
www.bagviewerkadaster.nl
Gemeente Baarle-Nassau en Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) Milieuvergunning
Tankenbestand
Veel inrichtingen (bedrijven en instellingen) hebben een omgevingsvergunning nodig. Aan de verlening van een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Op de locatie of in de directe omgeving kunnen reeds bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Deze kunnen een indicatie geven van de kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Indicatie aanwezigheid (ondergrondse) brandstoftank(s).
Asbestkansenkaart
Verwachtingskans aantreffen asbest in de bodem.
Bodemonderzoeken
2.2 Historische en actuele gegevens onderzoekslocatie De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Baarle-Nassau, sectie C, nummer 3366 en heeft een oppervlakte van 1.140 m2. De locatie betreft een vrijstaande woning met garage en tuin. De onderzoekslocatie beperkt zich tot het nieuwe bouwkavel (tuin) en heeft een oppervlakte van circa 450 m2. Een situatieschets van de locatie is opgenomen in bijlage 1a; een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage 1b. In bijlage 1c zijn enkele foto’s opgenomen van de huidige situatie. In tabel 2 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. 1296.93.231.r1
2
Tabel 2. Historisch, huidig en toekomstig bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie Voormalige bodembedreigende activiteiten
De locatie is tot omstreeks 2005 in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Sindsdien is de locatie in gebruik als tuin. Niet bekend.
Boven- en ondergrondse tanks
Niet bekend.
Ophoging en demping
Niet bekend.
Voormalige bodembedreigende activiteiten in de nabijheid van de locatie Explosieven en archeologie
Niet bekend.
Calamiteiten
Niet bekend.
Niet bekend.
Huidig Locatie-inspectie
Tijdens de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden aangetroffen.
Gebruik locatie
Tuin.
Bebouwing
Onbebouwd.
Terreinverharding
Onverhard.
Bodembedreigende activiteiten
Niet bekend.
Asbesthoudende bouw-, bodem- en/of verhardingsmaterialen Geval van ernstige bodemverontreiniging
Niet bekend.
Gebruik directe omgeving
Woondoeleinden.
Niet bekend.
Toekomstig Gebruik locatie
Ter plaatse wordt een nieuwe woning gerealiseerd.
Bodembedreigende activiteiten
n.v.t.
Luchtfoto onderzoekslocatie
(bron: Google Earth)
1296.93.231.r1
3
2.3 Bodemonderzoeken/-saneringen In de volgende tabel zijn de bodemonderzoeken en saneringen op de locatie en/of in de directe nabijheid hiervan weergegeven; evenals het beknopte resultaat hiervan (een eventuele toelichting op het resultaat is weergegeven onder deze tabel). Tabel 3. Bodemonderzoeken en/of -saneringen op de onderzoekslocatie en in de directe nabijheid ervan Type onderzoek Onderzoeksbureau Kenmerk Datum Resultaat Op de onderzoekslocatie -
-
-
-
-
Goorbergh
M10184
18-03-2003
GR: Pb, EOX >Aw GW: Cd, Zn >S
BK ingenieurs
201742
16-03-2020
GR: Pb, PAK >Aw GW: Zn, Ba >S ASB: <Aw
In de omgeving van de onderzoekslocatie Leliestraat 8 Verkennend bodemonderzoek Gen. Maczeklaan - Leliestraat Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Voor het overige zijn op de locatie en in de directe omgeving hiervan geen (relevante) bodemonderzoeken en/of saneringen bekend. De resultaten van de vermelde rapporten hebben geen invloed op de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Baarle-Nassau (nota Bodembeheer) valt de boven- en ondergrond in de kwaliteitsklasse ‘AW2000’. 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Voor het verkrijgen van inzicht in de regionale bodemopbouw en de geohydrologische gegevens van de omgeving is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland. Ter plaatse kunnen de volgende geohydrologische eenheden worden onderscheiden: Tabel 4. Geohydrologische gegevens Globale diepte (m -mv) Geohydrologische eenheid 0 - 90
Eerste en tweede watervoerend pakket
Samenstelling Fijn slib houdend zand, afgewisseld met klei/-leem lagen
De horizontale stromingsrichting van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht, maar zal mogelijk worden beïnvloed door lokale ontwateringsmiddelen (sloten, kabels en leidingen). De locatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
1296.93.231.r1
4
2.5 Hypothese Het bodemonderzoek heeft een zogenaamd retrospectief karakter, dit wil zeggen dat het onderzoek primair gericht is op reeds opgetreden (bodem)verontreiniging. De onderzoekslocatie betreft het in bijlage 1a aangegeven terrein met een totaaloppervlak van circa 450 m2. Op basis van de hierboven weergegeven informatie wordt de volgende hypothese met bijbehorende onderzoeksstrategie toegepast: Tabel 5. Onderzoeksstrategie Deellocatie(s)
Strategie
Nieuw bouwkavel, circa 450 m2
ONV-NL
1296.93.231.r1
Mogelijke parameter(s) in grond -
Mogelijke parameter(s) in grondwater -
5
3. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van, Van Dun Advies, heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Leliestraat 10 te Baarle-Nassau. Het vooronderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een woning. De locatie heeft een oppervlakte van 1.140 m2 en betreft een vrijstaande woning met garage en tuin. De onderzoekslocatie beperkt zich tot het nieuwe bouwkavel (tuin) en heeft een oppervlakte van circa 450 m2. De locatie is tot omstreeks 2005 in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Sindsdien is de locatie in gebruik als tuin. Ter plaatse wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Op grond van de verzamelde gegevens en de locatie-inspectie is de onderzoekslocatie bestempeld als onverdachte locatie ten aanzien van bodemverontreiniging. De resultaten van het verrichte onderzoek dienen geen belemmering te vormen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een woning.
1296.93.231.r1
6
4.
LITERATUURLIJST
1. NEN 5725, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek.
1296.93.231.r1
7
BIJLAGEN
BIJLAGE 1A
SITUATIESCHETS
BIJLAGE 1B
KADASTRALE KAART
012134516791154
77911543 52754
# 75776 75
3 75 1347347627912134516757 3 567912134516757 3 !23451477912134516757 3 "7 577 77 3627 244579376767752156 771152751 74912134757 277 1575734753 #
+57,757 47%
$116%# 0121345167777 47 "11567&'1331 $747 ( 75776 )) !1 24445793769 7 77 745 157147 527 4677 2* 77 34 574912134757 277 15757347537 2427476674767 77 2 35747 5115 275741 47 535747 7421411 97 574*