CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 BP Leliestraat 10 Bijlagen bij toelichting

Gemeenteraad (openbaar) 20 december 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau13.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Leliestraat 10 te Baarle-Nassau

bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing

4

Bijlage 2

AERIUS-berekening aanlegfase

6

Bijlage 3

AERIUS-berekening gebruiksfase

14

Bijlage 4

Invoergegevens AERIUS-berekening gebruiksfase en aanlegfase

21

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

26

Bijlage 6

Omgevingsdialoog geanonimiseerd

76

Bijlage 7

Bodemonderzoek

86

Bijlage 8

Nota vooroverlegreacties

104

2 (ontwerp)

bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau"

bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau" (ontwerp) 3

bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau

Bijlage 1 Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing

4 (ontwerp)

bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau"

Plantsortiment aantal

Bels Lijntje

Houtsingel (afmetingen ± 34 x 3 m = 102 m²) Struweel: 80-100 cm, 1,5 m driehoeksverband: m² st / m² Max. 5 soorten struweel 102 0,45 Struweel: Hazelaar, gelderse roos, krent, veldesdoorn, rode/gele kornoelje, sleedoorn, gewone vlier, bosroos en/of vergelijkbaar inheems

46

Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van het initiatief aan de Leliestraat 8 te Baarle-Nassau is afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het Bels Lijntje en op de Omgevingsvisie van de gemeente Baarle-Nassau. Het plangebied is gelegen direct naast het Bels lijntje. Het Bels lijntje is aangewezen als ‘Natuur Netwerk Brabant’ / ‘Ecologische verbindingszone’, maar deze heeft binnen de bebouwde kom geen functie meer. Toch is het gewenst om het groene karakter van het Bels Lijntje in de bebouwde kom te verbeteren, zonder daaraan de waarde ‘Ecologische verbindingszone’ te koppelen.

Houtsingel

(aanvullen/revitaliseren/inboet middels plantsortiment)

Nieuw te bouwen woning

Op dit moment wordt de oostelijke perceelsgrens reeds begeleid door een groene zone. Deze wordt, waar nodig, verder aangevuld met inheemse struweelvormers. De breedte van deze houtsingel wordt 3 meter. Door deze houtsingel wordt de ruimtelijke vormgeving van de nieuwe woning verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken vanaf het Bels Lijntje en sluit het aan op de groene identiteit van het Bels Lijntje.

tje

Bels Lijn

Opgesteld door: Datum: Schaal: Project:

L. van Nimwegen / T.M.C. van Hooijdonk 17-02-2022 1:500 (A3) 01196.006 Deze tekening bevat tevens informatie die geen betrekking heeft op de verplichte landschappelijke inpassing als gevolg van bijbehorende procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

STEDENBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

|

LELIESTRAAT 10 BAARLE-NASSAU

bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau

Bijlage 2 AERIUS-berekening aanlegfase

6 (ontwerp)

bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau"

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Aanlegfase - Beoogd

Resultaten

Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RjrysYq2Ntvi (02 februari 2023)

Van Dun Advies BV Leliestraat 10, 5111 VK Baarle-Nassau 21264.001 Berekening aanlegfase RjrysYq2Ntvi 02 februari 2023, 10:57 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

94,6 g/j

13,0 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele bronnen  Verkeersnetwerk

RjrysYq2Ntvi (02 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

90,7 g/j 3,9 g/j

12,8 kg/j 0,1 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RjrysYq2Ntvi (02 februari 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RjrysYq2Ntvi (02 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Aanlegfase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer noordoostelijke richting X:122981,29 Y:384123,62 54,27 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer zuidwestelijke richting X:122930,38 Y:384091,27 118,36 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Links Rechts NOₓ 44,2 g/j Type scherm - NO₂ 12,3 g/j Hoogte - NH₃ 1,2 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

In file

548 p/jaar 0 p/jaar 183 p/jaar 0 p/jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 95,9 g/j Type scherm - NO₂ 26,8 g/j Hoogte - NH₃ 2,7 g/j Afstand tot de weg - -

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigen

In file

547 p/jaar 0 p/jaar 182 p/jaar 0 p/jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Mobiele bronnen X:122976,68 Y:384103,57 0,06 ha

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

Graafmachine

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 550 l/j SCR: nee

16 u/j

Betonpomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 356 l/j SCR: ja

8 u/j

Mobiele bouwkraan

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 154 l/j SCR: nee

16 u/j

RjrysYq2Ntvi (02 februari 2023)

12,8 kg/j 90,7 g/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

21 l/j

Stof Emissie

NOₓ

8,3 kg/j NH₃ 4,1 g/j NOₓ 2,1 kg/j NH₃ 85,4 g/j NOₓ 2,4 kg/j NH₃ 1,2 g/j

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RjrysYq2Ntvi (02 februari 2023)

7/7

bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau

Bijlage 3 AERIUS-berekening gebruiksfase

14 (ontwerp)

bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau"

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Gebruiksfase - Beoogd

Resultaten

Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

Rn9cfNxDBgRk (02 februari 2023)

Van Dun Advies BV Leliestraat 10, 5111 VK Baarle-Nassau 21264.001 Berekening gebruiksfase Rn9cfNxDBgRk 02 februari 2023, 11:00 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

4,5 g/j

64,7 g/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

Rn9cfNxDBgRk (02 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

4,5 g/j

64,7 g/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

Rn9cfNxDBgRk (02 februari 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Rn9cfNxDBgRk (02 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer noordoostelijke richting X:122981,29 Y:384123,62 54,27 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer zuidwestelijke richting X:122930,38 Y:384091,27 118,36 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 20,4 g/j Type scherm - NO₂ 4,4 g/j Hoogte - NH₃ 1,4 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

1570 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 44,4 g/j Type scherm - NO₂ 9,6 g/j Hoogte - NH₃ 3,1 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

1569 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Rn9cfNxDBgRk (02 februari 2023)

6/6

bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau

Bijlage 4 Invoergegevens AERIUS-berekening gebruiksfase en aanlegfase

bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau" (ontwerp) 21

Notitie:

Invoergegevens AERIUS-berekening stikstofdepositie op Natura 2000gebieden Locatie: Leliestraat 10, 5111 VK Baarle-Nassau

Gilze,

22-11-2022

Kenmerk:

EH /21264.001

Om te bepalen of de ontwikkeling aan de Leliestraat 10 te Baarle-Nassau (negatieve) gevolgen heeft op Natura 2000-gebieden, dient er bepaald te worden of er sprake is van stikstofdepositie op deze gebieden. Als de uitkomst is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar, dan is er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Als rekenjaar voor de AERIUS berekeningen is het rekenjaar 2023 gehanteerd, het jaar dat de woning naar verwachting gerealiseerd zal worden en mogelijk al in gebruik wordt genomen. Toelichting invoergegevens verkeersbewegingen De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel per woonkavel gemodelleerd door middel van een lijnbron over de ontsluitingsroutes (buitenwegen). De ontsluitingsroutes zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. De wegen in de directe omgeving van het bedrijf worden veelvuldig gebruikt door bewoners en bezoekers van de woningen en vrachtverkeer voor de omliggende bedrijven. Dit resulteert in enkele tientallen vrachtwagens die per etmaal gebruik maken van de weg en enkele honderden auto’s. Voor het realiseren van de woning is het aantal voertuigen berekend. De verdeling van rijrichting bedraagt naar verwachting 50% in noordoostelijke richting en 50% in zuidwestelijke richting.

Gelet op de verkeersintensiteit van de weg waaraan het bedrijf is gelegen is het aannemelijk dat deze bewegingen bij de kruising in noordoostelijke richting (Boschovenseweg) en bij de kruising in zuidwestelijke richting (Chaamseweg) zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In de berekening van de vervoersbewegingen zijn alle tractoren en/of vrachtwagens als zware motorvoertuigen geclassificeerd. Het is immers op voorhand niet bekend of een ‘kleine’ of ‘grote’ vrachtwagen het bedrijf bezoekt. Ook is niet expliciet benoemd of tractoren middelzware of zware motorvoertuigen zijn. Om een worst-case-situatie te hanteren zijn al deze vervoersbewegingen als zware motorvoertuigen in de berekening opgenomen. Aanlegfase Om te bepalen of de nieuw te realiseren woning mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. De bouw van de woning genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. De aanlegfase heeft betrekking op het bouwrijp maken van de grond ter plaatse en de nieuwbouw van de woning in combinatie met de verkeersaantrekkende werking van bouwverkeer. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen: 1.

Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage. Pagina 1 van 4

Verkeersbewegingen Bron 1: Emissiepunt: Materiaal: Aantal bewegingen:

Wegverkeer noordoostelijke richting Lijnbron wegverkeer noordoost Lichte en zware motorvoertuigen 548 lichte voertuigbewegingen per jaar 183 zware voertuigbewegingen per jaar

Bron 2: Emissiepunt: Materiaal: Aantal bewegingen:

Wegverkeer zuidwestelijke richting Lijnbron wegverkeer zuidwest Lichte en zware motorvoertuigen 547 voertuigbewegingen per jaar 182 zware vervoersbewegingen

Bij de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: • Lichtverkeer: 3 voertuigen per etmaal • Middelzwaar verkeer: N.v.t. • Zwaar verkeer: 1 voertuigen per etmaal In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer veel lager uitvallen (er zal niet dagelijks zwaar verkeer van en naar de locatie komen ten behoeve van de bouw van de woning). De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft buitenwegen. De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om deze depositie te berekenen. Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden tijdens de bouwfase.

Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage Bron 3: Emissiepunt:

Mobiele bronnen Mobiele bronnen binnen de inrichting

Bij de bouw van de woning zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van de nieuw te realiseren woning en omliggend terrein. De mobiele werktuigen zijn geselecteerd uit de subcategorie ‘bouw en industrie’. Via de eigen specificatie zijn de draaiuren zoals hieronder beschreven ingevuld. De emissies van de mobiele werktuigen worden met deze gegevens automatisch berekend. Er is uitgegaan van mobiele werktuigen met het bouwjaar vanaf 2010. De werkelijke mobiele werktuigen die zullen worden ingezet zullen naar waarschijnlijkheid van een recenter bouwjaar zijn. Voor de inzet van de mobiele werktuigen/materieel zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: 1. Graafmachine Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 16 draaiuren bezig is voor het grondwerk van de nieuw te realiseren woning. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kelder, kabels, leidingen etc. Graafmachine: Maximaal vermogen: 200 kW Bouwjaar: 2010 Draaiuren: 16 uur Gemiddelde belasting: 60 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 550,72 ltr/jaar (34,42 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB)

2 van 4

2. Betonpomp Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 8 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht. Betonstorter: Stageklasse: STAGE IV, vermogen 75-560 kW Bouwjaar: 2014 Draaiuren: 8 uur Gemiddelde belasting: 35 % Brandstofverbruik: 356,58 ltr/jaar (19,81 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) AdBlue-verbruik: 21 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V) 3. Mobiele bouwkraan De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals ramen, deuren, betonpanelen, etc. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 16 draaiuren in gebruik zal zijn. Graaf-laadcombinaties: Maximaal vermogen: 80 kW Bouwjaar: 2010 Draaiuren: 16 uur Gemiddelde belasting: 40 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 154,88 ltr/jaar (9,68 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) Conclusie aanlegfase Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,0 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn.

Derhalve zijn er voor dit initiatief geen belemmeringen in de aanlegfase en is er geen vergunning noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming. Gebruiksfase. In de gebruiksfase is het van belang om te kijken welke stikstofemissie afkomstig is van de beoogde woning met bijbehorende activiteiten.

Gasloos bouwen

Voor nieuwbouw geldt sinds 1 juli 2018 een aardgasverbod. Dat betekent dat géén nieuwbouwhuis dat na die datum een vergunning heeft gekregen, op het aardgas mag worden aangesloten. Uit de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator, volgt dan ook dat de emissiefactor van een nieuwbouwwoning nul is.

Verkeersaantrekkende werking van de ruimte-voor-ruimte woning Bron 1: Emissiepunt: Materiaal: Aantal bewegingen:

Wegverkeer noordoostelijke richting Lijnbron wegverkeer noordoost Lichte en zware motorvoertuigen 1.570 lichte voertuigbewegingen per jaar

Bron 2: Emissiepunt: Materiaal: Aantal bewegingen:

Wegverkeer zuidwestelijke richting Lijnbron wegverkeer zuidwest Lichte en zware motorvoertuigen 1.569 voertuigbewegingen per jaar

De verkeersgeneratie voor dit plan is bepaald aan de hand van de kentallen van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. In deel A van deze publicatie zijn kentallen opgenomen met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking voor onder andere verschillende type woningen in verschillende woonmilieutypes. Het plangebied aan de 3 van 4

Leliestraat is gelegen in ‘bebouwde kom’. Voor deze omgeving geldt voor een vrijstaande woning van niet stedelijk tot sterk stedelijk gebied een verkeersgeneratie van minimaal 7,8 en maximaal 8,6 per woning. Als worstcase scenario is voor de AERIUS-berekening uitgegaan van de maximale verkeersgeneratie. In de beoogde situatie wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Derhalve is de totale verkeersgeneratie 8,6 per etmaal. Het verkeer van en naar de woning betreft licht verkeer. Is het totaal houdt dit in dat er 3.139 lichte vervoersbewegingen per jaar plaatsvinden ten behoeve van de nieuwe woning. Conclusie gebruiksfase Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,0 mol/ha/r op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn er voor dit initiatief geen belemmeringen in de gebruiksfase en hoeft er voor wat betreft deze fase dan ook geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

4 van 4

bestemmingsplan Leliestraat 10 te Baarle-Nassau

Bijlage 5 Archeologisch onderzoek

26 (ontwerp)

bestemmingsplan "Leliestraat 10 te Baarle-Nassau"

Transect-rapport 4507 Baarle-Nassau, Leliestraat 10 Gemeente Baarle-Nassau (NB) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

1

2

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Auteur

N. Magdelijns

Versie

Versie 1.1

Projectcode

22110076

Datum

18-01-2023

Opdrachtgever

Van Dun Advies

Uitvoerder

Transect b.v.

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein Veldonderzoek

T. Nales (Senior KNA Prospector)

Onderzoeksmelding

5325867100

Bevoegde overheid

Gemeente Baarle-Nassau

Adviseur bevoegde overheid

Regio-archeologen West-Brabant (RWB)

Status

Nog te beoordelen

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (19-01-2023)

Autorisatie Naam Drs. T. Nales (Senior KNA Prospector)

Datum

Paraaf

30-01-2023

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

3

Samenvatting In opdracht van Van Dun Advies heeft Transect in januari 2023 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Leliestraat 10 in Baarle-Nassau (gemeente Baarle-Nassau). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. • Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op de flank van een dekzandplateau ligt, dat zeer waarschijnlijk is afgedekt met een oud-bouwlanddek. Het oudbouwlanddek kan eventuele onderliggende archeologie hebben beschermd tegen verstoringen. Vooral de hoger gelegen, drogere delen en de overgang naar lager gelegen gebieden (gradiëntzones) zijn archeologisch gezien interessant. Dit waren namelijk aantrekkelijke vestigingslocaties voor jagers-verzamelaars uit de periode Paleolithicum – Mesolithicum. Daarom is er een hoge archeologische verwachting voor deze periode. Vanwege de hogere ligging was het plangebied ook een goede locatie voor akkerbouw vanaf het Neolithicum. Tot in de Late Middeleeuwen kunnen in het plangebied nederzettingen en akkercomplexen voorkomen.

In de omgeving zijn ook nederzettingen aangetroffen uit de IJzertijd en Vroege tot Volle Middeleeuwen. Daarom is er een hoge verwachting voor de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen. Voor de Nieuwe Tijd is er een lage verwachting, vanwege het ontbreken van bebouwing op historische kaarten en het gebruik als bouwland. • Op basis van de resultaten uit het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen. Het veldonderzoek liet namelijk een relatief sterk verstoorde bodem zien, waarvan het vermoeden bestaat dat in combinatie met de geringe omvang van het terrein de kans op intacte archeologische resten klein is. Waarschijnlijk hangen de verstoringen in het gebied samen met de aanleg van de (vroegere) spoorlijn en de verschillende wegen, die aan het plangebied grenzen.

Advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Baarle-Nassau). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Baarle-Nassau) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

4

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

7

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken

9

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

17

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

23

10. Resultaten veldonderzoek

25

11. Beantwoording onderzoeksvragen

27

12. Conclusie en Advies

28

13. Geraadpleegde bronnen

29

Bijlage 1: Plantekening

32

Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Baarle-Nassau

33

Bijlage 3: Geomorfologie

35

Bijlage 4: Hoogtekaart

36

Bijlage 5: Bodemkaart

38

Bijlage 6: Archeologische informatie

39

Bijlage 7: Boorpuntenkaart

40

Bijlage 8: Foto’s van boringen

41

Bijlage 9: Boorbeschrijvingen

42

1

1. Aanleiding In opdracht van Van Dun Advies heeft Transect1 in januari 2023 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Leliestraat 10 in Baarle-Nassau (gemeente Baarle-Nassau). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woning in het gebied. In het plangebied geldt in het bestemmingsplan Dorpen (2012) een Waarde – Archeologie. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 100 m2 en dieper dan 40 cm -Mv reiken. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen van de toekomstige ontwikkeling (circa 140 m2 met bodemingrepen dieper dan 40 cm -Mv) archeologisch vooronderzoek nodig is. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Magdelijns, 2023).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door

middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Ook is er navraag gedaan bij de Heemkundekring Amalia van Solms voor aanvullende informatie (via algemene e-mailadres; d.d. 18-01-2023). Deze informatie is in deze rapportage verwerkt.

Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? •

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1).

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Baarle-Nassau

Plaats

Baarle-Nassau

Toponiem

Leliestraat 10

Kaartblad

50G

Centrumcoördinaat

122.977 / 384.106

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Leliestraat 10 in Baarle-Nassau (gemeente Baarle-Nassau). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien ligt het plangebied in perceel BLE01 sectie C nummer 3366. De begrenzing wordt gevormd door het toekomstig bouwvlak van een nieuwe woning. Het plangebied is circa 400 m2 groot.

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Aanvraag omgevingsvergunning

Oppervlakte plangebied

400 m2

Planvorming

Nieuwbouw woning

Omvang verstoringen

140 m2 woning

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Onbekend (>40 cm)

Het voornemen bestaat om in het plangebied een nieuwe levensloopbestendige woning te realiseren op dit adres. De toekomstige bebouwing is gepland in de huidige tuin van Leliestraat 8. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in bijlage 1. Om de herontwikkeling mogelijk te maken, is een omgevingsvergunning nodig, aangezien de voorgenomen ingrepen groter zijn dan door het bestemmingsplan wordt toegestaan. De bodemingrepen zullen naar verwachting het bodemarchief en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden aantasten. De bebouwing heeft een omvang van 140 m2. Hoe diep de ingrepen zullen reiken is echter nog niet bekend, aangezien de technische tekeningen voor de bebouwing nog worden opgesteld. Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Aanvraag omgevingsvergunning

Beleidskader

Bestemmingsplan Dorpen (2012)

Onderzoeksgrens

100 m2 en dieper dan 40 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2023 in werking zal treden. In het bestemmingsplan “Dorpen” uit 2012 heeft het plangebied een Waarde – Archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (Ellenkamp/Keijers/Roymans, 2011; bijlage 2). Hierop heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 100 m2 én dieper reiken dan 40 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.

Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de omgevingsvergunning dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Brabants zandgebied

Geomorfologie

Bebouwd

Maaiveld

26,3 m +NAP

Bodem

Bebouwd

Grondwater

GWT onbekend

Landschapsgenese Het plangebied ligt in het zuidelijke zandgebied van Nederland, op het Kempisch plateau. Dit is een tektonisch stijgingsgebied ten westen van de Centrale Slenk (Tebbens, 2016). In het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar geleden) hebben rivieren, afkomstig uit de Belgische Kempen, een pakket grof grindhoudend zand in dit gebied afgezet (Formatie van Stramproy). De rivieren waterden destijds in noordelijke en oostelijke richting af. Door de pleistocene zeespiegel dalingen of stijgingen zijn er ook rivierterrassen ontstaan (Berendsen, 2005). Vanaf circa 850.000 jaar geleden hield de rivierinvloed op, waarna onder zeer koud en droog klimaat erosie zorgde voor de vorming van het Kempisch plateau. In het Laat-Pleistoceen, het laatste deel van de laatste ijstijd (13.000 - 10.000 jaar geleden), is een pakket eolisch dekzand afgezet op de rivierterrassen. Lokaal is dit dekzand opgestoven tot ruggen of welvingen. Dit dekzand vormt het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel (Berendsen, 2005). De vorming van dit dekzand vond plaats in verschillende fasen (Van Zijverden en de Moor, 2014; Schokker, 2003). Er is hierin onderscheid te maken in jong dekzand (I en II) en oud dekzand (Formatie van Boxtel; Berendsen, 2005).

Het jonge dekzand omvat zand dat volledig onder invloed van de wind is afgezet in de laatste koude periode van het Weichselien; het Jonge Dryas. Het oude dekzand is een verzamelnaam voor het lemige tot sterk lemig zand dat in de perioden daarvoor is afgezet. Hoewel het oude dekzand hoofdzakelijk onder invloed van de wind tot stand is gekomen, omvat het onder meer ook fluvioperiglaciale afzettingen, (dek)zand dat onder invloed van afstromend water is verplaatst en afgezet. Deze laatste karakteriseren zich veelal als siltige zand- en leemlagen waarbinnen sprake is van verspoeld plantenmateriaal en een slechte sortering van het zand (Berendsen, 2005). Vanaf het begin van het Holoceen (vanaf 10000 jaar geleden) warmde het klimaat drastisch op. De gemiddelde jaartemperaturen stegen en het werd vochtiger waardoor vegetatiegroei kon toenemen. Hierdoor werd de zandverstuiving aan banden gelegd en trad in de top van het dekzand bodemvorming op (podzolering). In de lagere gebiedsdelen rondom de koppen en ruggen stroomden beken en kon als gevolg van de vernatting veenvorming optreden. Deze bevinden zich in gebieden om Baarle-Nassau heen. Volgens Vos en De Vries (2015) en de Turfdatabank heeft dit veen het plangebied niet bereikt.

Vanaf het begin van het Holoceen leidde het intensieve gebruik van het landschap plaatselijk tot een teruggang van de vegetatie, onder andere door het steken van plaggen, het weiden van schapen en het kappen van hout. Door de afnemende vegetatie kon het zand weer gaan opstuiven en ontstonden weer stuifzandgebieden (Ball en van Heeringen, 2016). In de Middeleeuwen ontstond een nieuwe landbouwstrategie om de grote toename van de bevolking te voeden (Ball en van Heeringen, 2016). Er was meer intensieve landbouw nodig, waarbij door plaggenbemesting en potstalbemesting het land vruchtbaar gehouden werd en essen of enken ontstonden (Van Doesburg e.a., 2007; Berendsen, 2005).

7

Geologie Volgens boring B50G0026 uit het Dinoloket van TNO liggen in het plangebied afzettingen van de Formatie van Boxtel (dekzand) op afzettingen van de Formatie van Stramproy (wind- en rivierafzettingen, bron: www.dinoloket.nl, zie ook voorgaande paragraaf “landschapsgenese”). Het dekzand is aanwezig tot 3,1 m -Mv. Geomorfologie Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied (bijlage 2; bron: www.pdok.nl). Uit de gegevens uit de omgeving blijkt dat Baarle-Nassau op een dekzandplateau met of zonder oud-bouwlanddek ligt (kaartcode 4F51yc). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valt af te leiden dat het maaiveld in het plangebied op circa 26,3 m +NAP ligt (bron: www.ahn.nl; versie 4; bijlage 3). Het maaiveld binnen het plangebied is relatief vlak en vertoont weinig verschillen. In het zuiden ligt een ronde verhoging, dit betreft een hoop zand die ook op de luchtfoto te zien is. Aan de maaiveldhoogtes in de omgeving is te zien dat het plangebied op de flank van het dekzandplateau ligt. Richting het oosten loopt het maaiveld op naar 27,5 m +NAP en richting het westen loopt het af naar 24,5 m +NAP. Bodem en grondwatertrap Op de bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied (bijlage 4: bron: www.pdok.nl).

In de omliggende gebieden komen hoge zwarte enkeerdgronden in matig lemig fijn zand voor (kaartcode zEZ23). Enkeerdgronden zijn gronden met een minstens 50 cm dik plaggendek, dat vanaf de Late Middeleeuwen is ontstaan door plaggenbemesting (De Bakker en Schelling, 1989). Mogelijk dekken dergelijke oud-bouwlanddekken een oudere podzolbodem af. De grondwatertrap ter hoogte van de hoge zwarte enkeerdgronden is VII (op de bodemkaart). Dit duidt over het algemeen op relatief droge gronden bij de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) gemiddeld onder de 80 cm -Mv aangetroffen kan worden. Met dergelijke lage grondwaterstanden en droge omstandigheden zullen in het plangebied alleen anorganische archeologische resten te verwachten zijn. Onverbrande organische resten zullen als gevolg van oxidatie en zure omstandigheden in de bodem binnen 80 cm -Mv grotendeels zijn verdwenen.

8

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Ongeveer 130 m ten zuiden van het plangebied bevindt zich AMK-terrein 16863. Dit betreft de oude dorpskern van Baarle-Nassau met sporen van middeleeuwse bewoning voor 1250. Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart kent het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de verwachte ligging van het plangebied op een dekzandplateau. Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied is wel informatie bekend (bijlage 7). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de verschillende onderzoeken in de omgeving van het plangebied, in tabel 2 zijn de verschillende vondstmeldingen weergegeven. Informatie uit overige bronnen Er is geen aanvullende informatie uit overige bronnen verkregen.

Archeologisch gezien valt uit de resultaten van de reeds uitgevoerde onderzoeken in de omgeving af te leiden dat de bodemopbouw, indien niet verstoord, bestaat uit een oud-bouwlanddek met eventueel een B-horizont op de C-horizont van het dekzand. Er zijn meerder vindplaatsen bekend in de omgeving. Deze liggen allen op de flanken van het dekzandplateau. Ten noordwesten van het plangebied zijn een IJzertijd vindplaats en een nederzetting uit de Vroege tot Volle Middeleeuwen gevonden. Ten noorden is een nederzetting uit de IJzertijd aangetroffen.

9

Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (<500 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstand-windrichting

Type onderzoek

Bevindingen

Bron

2246498100

Baarle-Nassau ruilverkaveling

0m

Begeleiding

Rapport niet beschikbaar. Uit de gegevens in Archis blijkt dat 76 sloten, waterlopen en scheidingsgreppels zijn onderzocht in het kader van ruilverkaveling. Er zijn vier archeologische vindplaatsen bekend: een greppel uit de Nieuwe Tijd; vier paalsporen, mogelijk uit de IJzertijd; een kling uit het Mesolithicum; en een grote kuil met aardewerk uit de Vroege IJzertijd. Deze bevinden zich buiten het onderzoeksgebied van onderhavig onderzoek.

Verhoeven & Keijers, 2009

2056211100

Dorpsgebieden, Boshovenseweg, Cor van der Bokstraat

40 m ten oosten en 40 m ten noorden

Bureau- en booronderzoek

Uit het bureauonderzoek blijkt dat het gebied een hoge verwachting heeft vanwege de aanwezigheid van een oud-bouwlanddek. In de omgeving zijn archeologische resten bekend uit het LaatNeolithicum, Vroege Bronstijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.

De Boer, 2004

Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem verstoord is. In één boring (ca. 40 m ten noorden van Leliestraat 10) was onder het oudbouwlanddek nog een lichtbruine B/C-horizont aanwezig. 2371837100

Chaamseweg Locatie Limfa

92 m ten noordwesten

Bureau- en booronderzoek

Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied vanaf de Middeleeuwen tot in de 19e eeuw in gebruik was als akker. In de 20e eeuw werd een

Koekkelkoren, Moerman & Wilbers, 2013

10

fabriek gebouwd, die de ondergrond vermoedelijk heeft verstoord. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw nergens meer volledig intact is. In vier boringen is nog een slecht ontwikkelde B-horizont aanwezig. In één van deze boringen is daarop nog een 40 cm dikke A-horizont aangetroffen. 2446568100

Chaamseweg Limfalimonadefabriek

2480425100

Chaamseweg Limfalimonadefabriek

100 m ten noordwesten

Proefsleuven

Er zijn 7 proefsleuven aangelegd. De bodemopbouw bestaat uit een bouwvoor met daaronder een oud-bouwlanddek of oude akkerlaag, op de C-horizont van het dekzand. In één proefsleuf zijn drie paalsporen uit de IJzertijd gevonden (vindplaats 1). Ook zijn verspreid over het terrein resten van middeleeuwse bewoning aangetroffen (vindplaats 2). Deze omvatten resten van een gebouwplattegrond, een bootvormige huisplattegrond, waterputten, greppels en paalkuilen. Ook is een sporencluster aangetroffen met tenminste twee structuren.

Van der Veken, 2014

190 m ten noordwesten

Opgraving

Tijdens de opgraving, naar aanleiding van het proefsleuvenonderzoek, zijn ruim 900 sporen aangetroffen uit verschillende perioden. Enkele sporen dateren uit de late prehistorie, maar dateerbaar vondstmateriaal ontbreekt.

Van der Veken, 2017

Er zijn 29 gebouwstructuren aangetroffen uit de Vroege tot Volle Middeleeuwen: 19 grote en 10 kleine gebouwplattegronden. Verder zijn 13 waterputten aangetroffen. De bewoning in het 11

onderzoeksgebied lijkt in de laat-Merovingische tijd aan te vangen en eindigt in de Volle Middeleeuwen. De datering van de waterputten sluit aan bij die van de gebouwplattegronden. 5074175100

Schoolstraat

190 m ten noorden

Proefsleuven

Uit de eerste bevindingen in Archis blijkt dat er 12 archeologische sporen zijn aangetroffen: twee waterputten, zes paalkuilen en vier greppels. De greppels hangen samen met een veldweg uit de jaren ’30-’50 van de 20e eeuw. De waterputten en paalkuilen dateren uit de Middeleeuwen en sluiten aan bij de nederzettingsresten op het terrein ten zuidwesten (voormalige Limfa-limonadefabriek).

N.v.t.

5150282100

Schoolstraat

195 m ten noorden

Opgraving

Uit de eerste bevindingen in Archis blijkt dat in het plangebied een vindplaats uit de IJzertijd aanwezig is. In totaal zijn 100 sporen aangetroffen. Deze bestaan uit voornamelijk paalkuilen en kuilen (o.a. haardkuilen) die samen gebouwplattegronden vormen. Het betreffen tenminste twee huisplattegronden. Ook zijn drie waterputten gevonden.

N.v.t.

De bodemopbouw bestaat uit een bouwvoor op een gefaseerd oud-bouwlanddek op een oude akkerlaag met bioturbatie op de C-horizont van het dekzand. 5271037100

Stationsstraat ong.

227 m ten zuiden

Bureau- en booronderzoek

Uit het booronderzoek blijkt dat onder de bouwvoor een oud-bouwlanddek aanwezig is. Hieronder, op 60-90 cm -Mv, ligt een oude akkerlaag. Deze ligt op de C-horizont van het

Oosterbeek & Hanemaaijer, 2022

12

dekzand. In meerdere boringen is de bodem echter verstoord tot in de top van de C-horizont. 5304896100

Stationsstraat 77B en 11

250 m ten zuiden

Proefsleuven

Rapport nog niet beschikbaar. Uitgevoerd in december 2022.

-

4704686100

Rector van den Broekstraat 4

250 m ten oosten

Bureau- en booronderzoek

Uit het booronderzoek blijkt dat onder een restant van een oud-bouwlanddek sprake is van een potentiële akkerlaag. Direct hieronder kunnen nog restanten van diepreikende sporen aanwezig zijn uit de periode Neolithicum – Nieuwe Tijd. Deze worden verwacht vanaf 85-90 cm -Mv. Daar waar de akkerlaag niet is aangetroffen, is de C-horizont zodanig vergraven dat geen sporen meer worden verwacht.

Lepage & Rap, 2019

4861559100

Rector van den Broekstraat 4

250 m ten oosten

Proefsleuven

Gebleken is dat buiten de bestaande, verstoorde, bouwkuipen plaatselijk weliswaar nog een restant Ap-horizont aanwezig is, maar dat deze niet meer aanwezig is binnen de geplande bouwkuipen. Archeologische resten zijn tijdens het onderzoek niet aangetroffen.

Teekens, 2020

5271572100

Pastoor de Katerstraat

285 m ten zuiden

Booronderzoek

Uit de eerste bevindingen in Archis blijkt dat op basis van de matig tot sterk verstoorde bodemopbouw de gespecificeerde verwachtingswaarde van het plangebied kan worden bijgesteld naar laag voor alle perioden.

-

2457308100

StationstraatRoosakkerstraat

290 m ten zuidoosten

Proefsleuven

In geen van de proefsleuven zijn archeologische waarden aangetroffen. Het plangebied is in agrarisch gebruik geweest in de periode Late

Boots, 2014

13

Middeleeuwen en de Nieuwe tijd (tot 1850). In het begin van de 20e eeuw is het plangebied bebouwd. Hierbij zijn enkele delen van het plangebied door de bouw van kelders verstoord. 2335419100

Sportlaan en Reigerlaan

308 m ten noorden

Proefsleuven

Het onderzoek vond plaats in twee verschillende plangebieden, namelijk aan de Sportlaan en aan de Reigerlaan. In het plangebied aan de Sportlaan zijn geen sporen en/of vondsten aangetroffen. In het plangebied aan de Reigerlaan zijn karrensporen aangetroffen van een onverhard pad uit de 19e eeuw. Aanwijzingen voor een oudere datering zijn er niet.

Veenstra, 2011

4729934100

Sint Annaplein 59

365 m ten oosten

Begeleiding en booronderzoek

Tijdens de sloop van de funderingen aan het St. Annaplein 5-7-9 zijn geen archeologische sporen of resten aangetroffen. De boringen laten zien dat binnen het plangebied er sprake is van een circa 0,7 m dik pakket cunetzand; daaronder is nog circa 0,6 m antropogeen dek aanwezig, waarna circa 0,3 m AC mix is aangetroffen waaronder de Chorizont.

Sophie, 2019

2059477100

Hoogbraak

366 m ten noordwesten

Booronderzoek

Tijdens het archeologisch vooronderzoek zijn in het plangebied geen (eenduidige) archeologische resten aangetroffen. De bodemopbouw bestaat uit een oud-bouwlanddek van 50 cm dikte op dekzand. In twee boringen is een BC-horizont aangetroffen. In twee andere boringen is sprake van een AC-profiel. In andere boringen is de bodemopbouw diep verstoord.

Demey, 2004

14

2392573100 en 2392565100

Pastoor de Katerstraat naast nr. 21

404 m ten zuidwesten

Bureau- en booronderzoek

Uit het bureauonderzoek blijkt dat de archeologische verwachting voor het Paleolithicum en het Mesolithicum laag is. De archeologische verwachting voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is hoog.

Boots & Stiekema, 2013

Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de ondergrond verstoord is tot een diepte van 1,60 m -Mv. 5115996100

Molenbaan naast nr. 2

450 m ten zuidwesten

Bureau- en booronderzoek

Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit een AC-profiel. Circa 45 tot 125 cm grond is opgebracht. Eventueel aanwezige sporen zijn afgetopt. In het westelijk deel is de C-horizont voor tenminste 53 cm afgetopt.

Kruithof, Van den Blink & Van der Feest, 2022

2945569100

Alphenseweg 9

475 m ten oosten

Niet-archeologisch: Graafwerk

Bij graafwerkzaamheden (reconstructie weg en rioolwerkzaamheden) werd een gedempte sloot aangesneden. Richting ca NW-ZO. Sloot was gevuld met puin en bevond zich onder bestaand wegdek van de Alphenseweg, ter hoogte van huisnummer 9. Diepste vlak bevond zich op max. 40 cm t.o.v. maaiveld (sloot zelf was dieper). Er is aardewerk uit de Nieuwe Tijd aangetroffen.

-

15

Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (<500 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstandwindrichting

Datering

Type onderzoek

Omschrijving vondstmelding

2945569100

Alphenseweg

475 m ten oosten

Midden Nieuwe tijd

Niet-archeologisch: Graafwerk

Eén bodem van een pot uit ca. 1675 en vier fragmenten roodbakkend geglazuurd aardewerk van één pot.

16

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype2

Dekzandlandschap Alphen-Baarle

Cultuurhistorische elementen3

Belts lijntje direct ten ten oosten

Aard historisch landgebruik

Bouwland

Historische bebouwing aanwezig

Nee

Bebouwing van cultuurhistorische waarde

Nee

Het grondgebruik, dat over de jaren heen in het plangebied heeft plaatsgevonden, kan zijn sporen in de ondergrond hebben achtergelaten. Enerzijds herbergen oude kaarten informatie omtrent voormalig landgebruik die inzicht kan geven in de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (bijvoorbeeld historische boerenplaatsen en wegen), maar anderzijds ook in de negatieve effecten, die landgebruik op de oorspronkelijke bodem heeft gehad (en daarmee op eventueel aanwezige archeologische resten). Met dit laatste wordt niet alleen gedoeld op omwerking van de bodem door omwoeling, egalisatie, ontgraving en sanering, maar ook ophoging en ontwatering die kunnen hebben geleid tot verkleuring, verdroging en verstikking van de bodem. Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie Baarle-Nassau heeft zich waarschijnlijk vanaf de 10e eeuw ontwikkeld als een tiendakkerdorp. Dit type nederzetting bestaat uit een dubbele krans van oudere nederzettingen rond een centraal gelegen parochiekerk (Sint Remigiuskerk), die door de betaling van de ‘tienden’ rendeerde. Vanuit het centrale dorpsplein (Singel) spreidden lintbebouwde straten zich uit naar omliggende buurtschappen.

Door de opdeling van bezittingen rond het huidige Baarle-Nassau tussen de hertog van Brabant en de heer van Breda in 1198, ontstond een groot aantal Belgische enclaves, tezamen Baarle-Hertog, en Nederlandse exclaves, tezamen Baarle-Nassau (bron: CHW Noord-Brabant). Op de oudste geraadpleegde kaart, de kaart van Ferraris uit 1777, ligt het plangebied in een gebied met akkers en weilanden. Ten noorden van het plangebied ligt een weg zonder naam (de huidige Leliestraat/Generaal Maczeklaan). Het plangebied was in gebruik als bouwland. Iets ten westen ligt de weg naar Breda (huidige Chaamseweg). Op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 ligt het plangebied buiten het dorp in de ‘Boschcovensche Akkers’. Het plangebied is nog in gebruik als bouwland. Op topografische kaarten vanaf 1880 is direct ten oosten van het plangebied een spoorlijn zichtbaar. Dit betreft het ‘Bels Lijntje’, een spoorlijn van Tilburg naar Turnhout die in 1867 is aangelegd. Van 1934 tot 1973 was de spoorlijn alleen in gebruik voor goederenvervoer. Tot 1984 heeft er nog een toeristische stoomtrein gereden (bron: CHW Noord-Brabant). Vanaf 1900 is ten westen van het plangebied een woning zichtbaar. Ook neemt de bewoning in de omgeving toe, vooral langs de huidige Chaamseweg. Dit is ook te zien op de kaart uit 1955. In het noorden van het plangebied is dan een gebouw te zien.

Vanaf 1975 is dit gebouw weer verdwenen. De bebouwing in de omgeving is toegenomen en ten noordwesten is de Limfa-limonadefabriek zichtbaar. Het gebouw ten westen van het plangebied is niet meer zichtbaar op kaarten vanaf 1995. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster is de huidige woning Leliestraat nr. 8 gebouwd in 2005.

2 Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW, 2010; herziening 2016) 3 Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW, 2010; herziening 2016)

17

Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied. Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www.ikme.nl; www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl, www.bhic.nl). Wel maakt vergeltungswaffen.nl melding van de inslag van een V1 raket circa 85 m ten noorden van het plangebied. Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied ligt ten tijde van het onderzoek in een tuin en is begroeid met gras en bomen. Van het gebouw dat tussen 1955 en 1975 in het plangebied heeft gestaan zijn geen gegevens bekend. Er heeft in of direct om het plangebied in het verleden een milieukundig onderzoek plaatsgevonden. Het betreft een verkennend onderzoek uit 2003 waarbij het perceel voldoende onderzocht is (bron: noordbrabant.omgevingsrapportage.nl). Het plangebied staat verder niet op de provinciale ontgrondingenkaart aangeduid (Noord-Brabant, 2005). Andere aanwijzingen voor bodemverstoringen in het terrein zijn er niet.

Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Ferraris uit 1777 (bron: www.kbr.be).

18

Figuur 3: Uitsnede van het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

19

Figuur 5. Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 6. Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

20

Figuur 7. Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 8. Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

21

Figuur 9. Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 10. Luchtfoto van het plangebied.

22

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op de flank van een dekzandplateau ligt, dat zeer waarschijnlijk is afgedekt met een oud-bouwlanddek. Het oudbouwlanddek kan eventuele onderliggende archeologie hebben beschermd tegen verstoringen. Vooral de hoger gelegen, drogere delen en de overgang naar lager gelegen gebieden (gradiëntzones) zijn archeologisch gezien interessant. Dit waren namelijk aantrekkelijke vestigingslocaties voor jagersverzamelaars uit de periode Paleolithicum – Mesolithicum. Daarom is er een hoge archeologische verwachting voor deze periode. Vanwege de hogere ligging was het plangebied ook een goede locatie voor akkerbouw vanaf het Neolithicum. Tot in de Late Middeleeuwen kunnen in het plangebied nederzettingen en akkercomplexen voorkomen. In de omgeving zijn ook nederzettingen aangetroffen uit de IJzertijd en Vroege tot Volle Middeleeuwen. Daarom is er een hoge verwachting voor de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen. Voor de Nieuwe Tijd is er een lage verwachting, vanwege het ontbreken van bebouwing op historische kaarten en het gebruik als bouwland. Stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen bevinden zich in de top van het dekzand, onder een oud-bouwlanddek van circa 60-150 cm dik.

Complextypen In het plangebied worden (onverhoogde) nederzettingsterreinen, grafvelden en sporen van landgebruik verwacht. De verwachtte omvang van een eventuele vindplaats in het plangebied is vooralsnog onbekend. Vuursteenconcentraties kunnen een omvang hebben van enkele vierkante meters, terwijl grafvelden en nederzettingen enkele duizenden m2 kunnen beslaan. Nederzettingscomplexen zouden zich kunnen kenmerken door een vondstlaag of dichte vondstenstrooiing, afhankelijk van de langdurigheid van eventuele bewoning op die plek. Daarentegen zullen relatief kortstondige bewoning, grafvelden en infrastructuur en sporen van landgebruik zich juist kenmerken door grondsporen en verkleuringen in de bodem en in veel mindere mate door de aanwezigheid van vondstmateriaal. Derhalve kan over de aanwezigheid van laatstgenoemde complexen enkel uitspraken gedaan worden op basis van de mate van intactheid van de bodem. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 1. Prospectiekenmerken, zoekstrategie en advies Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verworven resultaten is het in eerste instantie de vraag in hoeverre in het plangebied nog archeologisch relevante niveaus aanwezig zijn. Het archeologisch niveau, de top van het dekzand, kan namelijk zijn verstoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13607726/1