CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Regionale analyse voortijdige schoolverlaten en arbeidsmarkt

Gemeenteraad (openbaar) 17 december 2025, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel - Vaststellen regionaal programma Wet van school naar duurzaam werk21.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

| 51

-

-

-

-

52 |

Vavo: de dalende cijfers over voortijdig schoolverlaten bij de vavo laten zien dat de aanpak van het tegengaan van voortijdig schoolverlaten onder vavo-studenten succesvol is. Bezien moet worden in welke mate deze aanpak inmiddels geborgd is en of financiële middelen vanuit het nieuwe regionale programma nodig blijven. Daarnaast zou nagegaan moeten worden in hoeverre de succesfactoren van deze aanpak ook breder in het vo en mbo ingezet kunnen worden en hóe dit naar die andere doelgroepen kan worden overgedragen (bv. werkgroep). Nieuwkomers: in het huidige regionale programma is in beperkte mate aandacht voor de groep nieuwkomers. Uit de gesprekken over nieuwkomers blijkt dat er meer nodig is om het onderwijsaanbod en de doorgaande leerroutes voor deze doelgroep te verbeteren; meer passend te maken. Hiervoor is meer expertise en (NT2-)capaciteit nodig en zouden (meer) praktijkgerichte leerroutes moeten worden ontwikkeld, ook in combinatie met inburgering. In het regionaal programma zou aandacht moeten zijn voor de samenwerking en verbinding tussen verschillende partners die hierin een (wettelijke) taak hebben. Havo en vwo bovenbouw: het aandeel vsv’ers op havo/vwo (bovenbouw) is in de afgelopen jaren verdubbeld. Gelijktijdig is er een stijging te zien in de ongediplomeerde instroom van havisten in het mbo.

Onduidelijk is of havisten een grotere kans hebben om uit te vallen in het mbo dan andere studenten, dit vraagt om monitoring. Deze route zou mogelijk ook voor jongeren die nu nog uitvallen in het havo/vwo een passende en succesvolle route kunnen zijn. Er zou nagedacht moeten worden over het verbeteren van de informatievoorziening richting de havoleerling (en de samenwerking havo-mbo hierin), maar ook over eventuele flexibele routes voor deze doelgroep binnen het mbo (bv. versnellen) en de vraag of havisten om andere begeleiding vragen in (de overstap naar) het mbo. Vso- (en pro-)leerlingen in het mbo: met name leerlingen uit het vso die doorstromen naar het mbo lopen bovengemiddeld veel kans om uit te vallen. Deze risicovolle overstap verdient (meer) aandacht. Relevante aandachtspunten zijn het intensiveren van de samenwerking en kennisdeling tussen pro, vso en mbo met als doel (1) het vergroten van de kennis over elkaars onderwijs en doelgroepen en (2) doorontwikkelen van de voorbereiding van pro- en vso-leerlingen op het mbo; het actief oppakken van verzuim en dreigende uitval door preventieve inzet op verzuim, inzet van peers en betrokkenheid van vso en pro in de overstap; verder verbeteren van de warme overdracht, ook op leerling en ouderniveau en het verder vergroten van mogelijkheden tot flexibiliteit/maatwerk.

-

Praktijkgerichte routes: in de volle breedte van bovenstaande doelgroepen is er volgens betrokkenen uit de regio meer nodig in de ontwikkeling van meer praktijkgerichte (maatwerk)routes (met kwalificering), voor zowel 18- als 18+. Dat kan zijn in de vorm van leerwerktrajecten (vo) en bbl-routes (mbo), maar ook om het opzetten van meer routes voor praktijkleren met praktijkverklaring, de ontwikkeling van sectorale ontwikkelpaden, etc. Dat vraagt om goede samenwerking tussen partners vanuit zowel onderwijs, gemeenten als werkgevers. In het nieuwe regionale programma zou daar expliciet aandacht voor moeten zijn, zowel in termen van visievorming (inclusief bestuurlijke rugdekking) als in de ontwikkeling van concrete routes.

-

Verbreding doelgroep en focus: het nieuwe regionale programma moet zich gaan richten op een bredere doelgroep (tot 27 jaar, i.p.v. nu tot 23 jaar) van jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken, en op de overgang school-werk. Aandachtspunten die uit de regionale analyse (cijfers, documentatie, sessies) naar voren komen zijn:

▪

▪

▪

▪ ▪

▪

▪

Maak gebruik van de uitkomsten van het onderzoek dat is uitgevoerd naar de inzet en effectiviteit van de inzet bij de overgang van opleiding naar werk in de regio Midden-Brabant (zie ook paragraaf 3.3). Het is aan te raden eerst in te zetten op gezamenlijke visievorming en doelgroepbepaling. Daarvoor is betrokkenheid nodig van verschillende partijen (mbo-instellingen, het doorstroompunt als de afdelingen werk & inkomen / participatie van de verschillende gemeenten in de regio) en op verschillende niveaus (bestuurlijk, beleidsvormend, uitvoerend). Benut de kennis en expertise die er is bij het praktijkonderwijs en vso in de regio over succesvolle manieren van het begeleiden van jongeren bij overgangen (bv. de sluitende aanpak van vso en pro naar arbeid). Datzelfde geldt ook voor de expertise die er is bij de Entree (Entree Werkt, werkmakelaars). Maak gebruik van de ervaringen en succesfactoren van de aanpak ‘jeugdwerkloosheidvrijezone’50 die eerder werd toegepast in de regio Midden-Brabant en bevraag de (destijds) daarbij betrokken partners. In de sessies is meermaals het succes daarvan benadrukt. Bevraag jongeren actief in welke ondersteuning zij zelf wensen in de overgang school-werk (jongerenparticipatie).

Zet in op het maken van afspraken (proactief, inregelen) tussen scholen en gemeente/doorstroompunt over studenten die de overgang school-werk gaan maken en daar ondersteuning bij nodig hebben. Jongeren van 23-27 jaar verschillen van jongeren tot 23 jaar, onder meer in hun focus (veel meer gericht op werk in plaats van [terugkeer naar] opleiding). Dit vraagt om ander aanbod en ontwikkeling van nieuwe vormen van ondersteuning/instrumenten (bv. ‘jobcoaching light’). Ook eerdergenoemd punt over de ontwikkeling van praktijkgerichte routes is voor deze doelgroep relevant. Zet meer in op (regionale) dataverzameling en monitoring om meer zicht te krijgen op de doelgroep die ondersteuning nodig heeft in de overgang school-werk en de doelgroep tot 27 jaar zonder werk en inkomen. Benut hierbij ook de reeds bestaande mogelijkheden, zoals de Jongeren in Beeld lijst van het Inlichtingenbureau en trek hier regionaal samen in op.

Leidende principes in de vormgeving van de nieuwe regionale aanpak Naast de hiervoor genoemde aandachtspunten in doelgroepen of contexten, kunnen op basis van de regionale analyse ook een viertal leidende principes worden geformuleerd. Dit zijn uitgangspunten die door partners in de regio centraal staan in hoe zij willen (samen)werken om alle jongeren een passende plek te bieden en uitval te voorkomen. Deze principes zouden dan ook het uitgangspunt moeten vormen in de manier waarop maatregelen (voor verschillende doelgroepen of problemen) worden vormgegeven51 Preventiedenken richt zich op het voorkomen van uitval door tijdig jongeren en hun ondersteuningsbehoeften in beeld te krijgen. Dit is op alle mbo-niveaus belangrijk. Daarnaast zijn registratie en monitoring essentieel voor het tijdig signaleren van risicogroepen en het maken van onderbouwde keuzes in de aanpak.

50 https://www.samenvoordeklant.nl/praktijkvoorbeelden/jeugdwerkloosheidsvrije-regio-midden-brabant-traject-vooren-door-jongeren 51 Het gaat dus niet om het kopiëren van bestaande goede voorbeelden naar andere plekken, maar wel om het behouden en in- of aanpassen in nieuwe situaties (passend bij de andere context).

| 53

-

-

-

54 |

Transitiedenken benadrukt het belang van een procesbenadering van overgangen tussen onderwijsniveaus en van school naar werk, waarbij de betrokken partijen goed samenwerken en (meer) naar elkaar toebewegen om te zorgen voor soepele en succesvolle overgangen. Perspectief- en maatwerkdenken stelt de jongere centraal en biedt flexibele, op maat gemaakte oplossingen (aanbod, (praktijkgerichte) routes, ondersteuning) die aansluiten bij de specifieke behoeften van de jongere, zowel binnen het onderwijs als bij de overgang naar werk. Samenhangend- en netwerkdenken gaat over een integrale aanpak waarbij verschillende partners vanuit verschillende leefgebieden betrokken worden en samenwerken met het onderwijs om jongeren optimaal te ondersteunen, zowel preventief als na uitval.

Bijlage 1 – geraadpleegde documentatie en interviews

Overzicht geraadpleegde documentatie -

Landelijk en Europees onderzoek naar (oorzaken van) voortijdig schoolverlaten Het huidige regionaal programma ‘Vasthouden en niet loslaten’ Eerder uitgevoerd onderzoek in de regio (Monitor vsv-aanpak RMC-regio Midden-Brabant en ‘Ondersteuning van opleiding naar werk’) Documenten over de huidige maatregelen en initiatieven en de effectiviteit hiervan Notulen van bijeenkomsten van de Regiegroep XL

Interviews voor doelgroep nieuwkomers Functionaris

Organisatie

Directeur

Schakelcollege Tilburg

Directeur Entree en Inburgering

Yonder

Netwerkcoördinator pro-vso / stagecoach Directeur a.i.

MET Praktijkonderwijs Waalwijk Praktijk College Tilburg

Beleidsadviseur onderwijs voor nieuwkomers

Gemeente Tilburg

| 55

Klik of tik om tekst in te voeren.

© KBA Nijmegen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16182131/1