CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Toelichting Boschoven 24

Gemeenteraad (openbaar) 8 februari 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Boschoven 24 in Baarle-Nassau.19.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);

Structuurvisie buisleidingen;

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).

De aanwezige risico’s zijn afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.10.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.

Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;

2.

Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.

4.10.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Ook bestaat er een adviesplicht voor de

Crijns Rentmeesters bv

53

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 4.10.1.4 Overige wet- en regelgeving Ook kan in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ onder andere getoetst worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.

4.10.2

Toets

4.10.2.1 Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die vallen onder het Bevi. Inrichtingen vormen geen belemmering voor herbestemming van het plangebied. Navolgende kaart betreft een uitsnede uit de risicokaart externe veiligheid waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

Plangebied

Figuur 26: Uitsnede risicokaart externe veiligheid waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.10.2.2 Transport van gevaarlijke stoffen In de omgeving van het plangebied is van niet-leiding gebonden transport van gevaarlijke stoffen geen sprake. Er vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over weg, spoor of over water. Op basis hiervan is een groepsrisicoverantwoording op grond van het Bevt is dus niet nodig. In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen die van invloed zijn op het plangebied. Een verantwoording van het groepsrisico op grond van het Bevb is dus niet aan de orde. 4.10.2.3 Groepsrisico Het plangebied is niet gelegen binnen een risicocontour in het kader externe veiligheid. Deze herbestemming heeft geen effect op het groepsrisico.

Crijns Rentmeesters bv

54

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

4.11 Luchtkwaliteit 4.11.1

Beleidskader

4.11.1.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 

beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en;

voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.

4.11.1.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Deze programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. 4.11.1.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

4.11.1.4 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en Rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Deze zone betreft een breedte van 300 meter breed bij Rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen, aan weerszijde van deze wegen. Het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' mag niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden.

4.11.2

Toets

4.11.2.1 Uitstoot schadelijke stoffen Met dit plan worden twee woningen en een kleinschalige recreatieve overnachtingsmogelijkheid toegevoegd binnen het plangebied en in samenhang met sanering van het agrarisch bedrijf. Er is geen

Crijns Rentmeesters bv

55

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

sprake van substantiële verkeersaantrekkende werking door deze herbestemming. Het verkeer dat toeneemt door realisatie van de twee woningen en de recreatieve overnachtingsmogelijkheid betreft overigens ook slechts personenautoverkeer. Daarmee valt dit plan onder het begrip ‘niet in betekenende mate’, waardoor de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit. 4.11.2.2 Uitstoot van gevaarlijke stoffen Fijnstof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 voor het plangebied en directe omgeving weer.

Plangebied

Figuur 27: Fijnstof PM10 voor het plangebied (bron: RIVM)

Plangebied

Figuur 28: Fijnstof PM2,5 voor het plangebied (bron: RIVM)

Voor het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 17 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 10 µg/m³. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van fijnstof. Stikstofdioxide Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) voor het plangebied en directe omgeving weer.

Crijns Rentmeesters bv

56

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

Plangebied

Figuur 29: Stikstofdioxide voor het plangebied (bron: RIVM)

Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 14 µg/m³. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van stikstofdioxide. 4.11.2.3 Besluit gevoelige bestemmingen De her te bestemmen bedrijfswoning, de verblijfsrecreatieve nevenactiviteit en de twee toe te voegen woningen betreffen geen gevoelige bestemmingen in het kader van de luchtkwaliteit. Het besluit gevoelige bestemmingen is niet van toepassing op herbestemming van het plangebied.

4.12 MER 4.12.1

Inleiding

De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.

4.12.2

Beleidskader

4.12.2.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.

Crijns Rentmeesters bv

57

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

4.12.2.2 Drempelwaarden Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². 4.12.2.3 Vorm-vrije m.e.r.-beoordeling Op basis van de criteria die genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling dient bij een ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling worden uitgevoerd indien de drempelwaarde zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet wordt overschreden.

4.12.3

Toets

4.12.3.1 Drempelwaarden De beoogde herbestemming binnen het plangebied overschrijdt de drempelwaarde zoals opgenomen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet. Er is geen MER noodzakelijk. 4.12.3.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Uit deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling zeer kleinschalig van aard is en dat de ontwikkeling geen aantasting van milieu en omgeving met zich meebrengt, waardoor geen MER dient te worden opgesteld. De Raad van State heeft geoordeeld dat realisatie van enkele woningen geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft waarmee geen mer-aanmeldnotitie noodzakelijk is.

Crijns Rentmeesters bv

58

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

5.

JURIDISCHE VORMGEVING

5.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

5.2

Algemene toelichting verbeelding

De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding bestemmingsvlakken, dubbelbestemmingen, functieaanduidingen, gebiedsaanduidingen en bouwvlakken opgenomen.

5.3

Algemene toelichting regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);

-

De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);

-

Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);

-

Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel kan uit de volgende leden in deze volgorde worden opgebouwd: -

Bestemmingsomschrijving;

-

Bouwregels;

-

Nadere eisen;

-

Specifieke gebruiksregels;

-

Afwijking van de gebruiksregels;

-

Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

5.4

Toelichting op de bestemmingen

5.4.1

Agrarisch

De regels voor de ‘Agrarisch’ bestemde gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik. Het oprichten van gebouwen is niet mogelijk binnen deze bestemming.

5.4.2

Groen – Landschappelijke inpassing

Ten behoeve van zekerstelling van aanleg en instandhouding van een goede landschappelijke inpassing is de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’ opgenomen.

Crijns Rentmeesters bv

59

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

5.4.3

Wonen

De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor herbestemming van de bedrijfswoning aan Boschoven 24 naar een woonbestemming. Ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie – verblijfsrecreatie’ is exploitatie van een verblijfsrecreatieve nevenfunctie binnen bestaande bebouwing mogelijk. Binnen de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ is het mogelijk om de bestaande cultuurhistorisch waardevolle schuur te verbouwen naar maximaal twee wooneenheden ten behoeve van instandhouding van de cultuurhistorische waarden van de schuur.

5.4.4

Waarde - Archeologie

De bestemming ‘Waarde - Archeologie’ is opgenomen voor bescherming en behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem.

5.4.5

Waarde - Cultuurhistorie

De bestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie’ is opgenomen voor bescherming en behoud van de cultuurhistorisch waardevolle schuur binnen het plangebied. Met deze dubbelbestemming is geborgd dat bij verbouw de redengevende omschrijving voor de cultuurhistorische waarden voor het pand basis is van beoordeling van het verbouwplan.

Crijns Rentmeesters bv

60

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

6.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in ruimtelijk plan. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en/of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Er is geen exploitatieplan nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen (aan openbare weg of woningcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Voor de herbestemming van het plangebied sluit de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst. Hiermee is kostenverhaal zeker gesteld.

Crijns Rentmeesters bv

61

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

7.

PROCEDURE

7.1

Wettelijke procedure

De bestemmingsplanprocedure wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: -

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage;

-

gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;

-

binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;

-

de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen;

-

Gedeputeerde Staten hebben een zienswijzen ingediend en deze zienswijzen is niet of niet volledig door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan;

-

De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten - wijzigingen aangebracht.

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend zijn gemaakt nadat zes weken zijn verstreken.

7.2

Omgevingsdialoog

Dit plan is door de initiatiefnemer in een omgevingsdialoog toegelicht aan de omgeving. Er zijn geen opmerkingen op deze herbestemming kenbaar gemaakt. De omgevingsdialoog kan eventueel separaat worden opgevraagd bij de gemeente. Dit bestemmingsplan wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt, waarna het plan of onderdelen van dit plan kunnen worden heroverwogen.

7.3

Overleg

7.3.1

Inleiding

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit bestemmingsplan is aangeboden in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de Provincie Noord-Brabant en Waterschap Brabantse Delta. De wettelijke vooroverleg reacties zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Crijns Rentmeesters bv

62

Boschoven 24 Baarle-Nassau - Toelichting

7.3.2

Provincie Noord-Brabant

In de wettelijke vooroverlegreactie geeft de provincie Noord-Brabant aan dat het plan over het algemeen in overeenstemming met onze provinciale belangen is. De provincie stemt ook in met de conclusie dat er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol pand binnen het plangebied en dat het vestigen van twee wooneenheden daarmee past binnen de afwijkende regels voor wonen in artikel 3.69 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In de regels van het voorontwerpbestemmingsplan worden de aanwezige waarde ook erkent en beschermd. Behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden heeft nog geen plaats gekregen in de regels van het voorontwerpbestemmingsplan. Om te voorkomen dat cultuurhistorisch waardevolle elementen alsnog verloren kunnen gaan dient instandhouding van deze waarden te zijn geborgd. In navolging van de reactie van de provincie Noord-Brabant is dit bestemmingsplan aangevuld met het opnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ in de regels en op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. In deze regels is geborgd dat verbouw slechts mag plaatsvinden in overeenstemming met de redengevende omschrijving en advies van een deskundige.

7.3.3

Waterschap Brabantse Delta

Het waterschap geeft aan blij met deze wijze van verwerking van het hemelwater, zeker gezien het gegeven dat het rondom het plangebied gelegen gebied zich kenmerkt als erg droog. Op verzoek van het waterschap is in de waterparagraaf aandacht geschonken aan het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. In de regels is de bestemmingsomschrijving voor Wonen aangevuld met water – en waterhuishoudkundige voorzieningen om deze voorzieningen mogelijk te houden. Het waterschap geeft een positief wateradvies voor dit plan.

7.4

Zienswijzen

Dit bestemmingsplan heeft met ingang van 13 september 2021 voor een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ontvangen. Het bestemmingsplan is daarna ongewijzigd ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

Crijns Rentmeesters bv

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12300929/1