CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ouderinitiatief Buitengewoon Ruimtelijke onderbouwing (1047512)

Gemeenteraad (openbaar) 20 december 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot het geven van een ontwerp Verklaring van geen bedenkingen voor de realisering van een woonzorgvoorziening met 16 appartementen aan de Loswal te Baarle-Nassau (afwijkingbestemmingsplan, uitgebreide procedure)12.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau Gemeente Baarle-Nassau

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

1

colofon

projectnaam Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau datum 9 augustus 2023 projectnummer P05287 opdrachtgever Hinke Fongers Vastgoed BV BRO projectleider WdR projectteam TSc, BCo bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

2

Inhoudsopgave 4.3.3

1

2

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

4 4 6 6 6

Aanleiding Ligging en begrenzing projectgebied Vigerend bestemmingsplan Procedure Leeswijzer

Planbeschrijving

7

2.1 2.2

7 7

Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling

4.4

4.5

4.6

4.7

3

Beleidstoets

12

3.1 3.2

Inleiding Rijksbeleid

12 12

3.2.1

12

3.3 3.4

Provinciaal beleid

13

3.3.1 3.3.2

13 14

Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening

Gemeentelijk beleid 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4

4

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.9

15

Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau 15 Woonvisie 2018 – 2023 ‘Baarle BRUIST, in Baarle kom je thuis’ 15 Masterplan Centrum Baarle 16 Welstandsnota 2004 16

17

4.1 4.2

Inleiding M.e.r.-beoordeling

17 17

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

17 17 17

Archeologie en cultuurhistorie

17

4.3.1 4.3.2

17 17

Toetsingskader Doorwerking projectgebied

18

18

4.4.1 4.4.2 4.4.3

18 19 20

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

Waterparagraaf

21

4.5.1 4.5.2 4.5.3

21 21 21

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

Bodem

21

4.6.1 4.6.2 4.6.3

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

21 21 21

Bedrijven en milieuzonering

21

4.7.1 4.7.2 4.7.3

21 22 23

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

Akoestiek

23

4.8.1 4.8.2 4.8.3

23 23 23

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

Verkeer en parkeren

23

4.9.1 4.9.2 4.9.3

23 23 24

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

4.10 Luchtkwaliteit

24

4.10.1 4.10.2 4.10.3

24 24 24

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

4.11 Externe veiligheid

Milieuhygiënische en planologische verantwoording

4.3

4.8

Conclusie

Natuurbescherming

4.11.1 4.11.2 4.11.3

5

Toetsingskader Doorwerking projectgebied Conclusie

27 27

5.3.1 5.3.2

27 27

Tervisielegging Beroep / Hoger beroep

Bijlagenboek separaat

24 26 26

26 26 26

Uitvoerbaarheid

27

5.1

27

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure

24

4.12 Kabels en leidingen 4.13 Boom Effect Analyse 4.14 Niet Gesprongen Explosieven

Economische uitvoerbaarheid

5.2 5.3

3

1

Inleiding

nen een bouwvlak. Het is dan ook niet mogelijk de beoogde zorgclusterwoningen met 24 uurs zorg op te richten conform de geldende bestemmingsplannen.

1.1

Aanleiding Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet van het planologische regime

Tegen het centrum van Baarle-Nassau, en gelegen tegen de Nederlands-

worden afgeweken. Dit kan middels een uitgebreide omgevingsvergun-

Belgische grens, is een braakliggend stuk grond gelegen. Op deze locatie

ningsprocedure op basis van art. 2.12, lid 1 onder a, sub 3 Wabo. Onder-

is de initiatiefnemer voornemens een woonzorgcentrum te realiseren met

deel van deze procedure is het aanleveren van een goede ruimtelijke mo-

in totaal zestien zorgclusterwoningen met 24 uurs zorg voor (jong)volwas-

tivering.

senen met een verstandelijk beperking (met of zonder lichamelijke handiIn een ‘goede ruimtelijke motivering wordt uiteengezet waarom het initia-

cap)1.

tief vanuit ruimtelijk en milieuhygiënisch oogpunt passend is op de voorgeHet initiatief komt voort uit een ouderinitiatief van een aantal ouders wiens

stelde locatie. Er wordt ingegaan op het vigerend ruimtelijk beleid, de pro-

kinderen (jongvolwassenen) nu hun dagbesteding op een zorgboerderij in

grammatische aspecten en de milieuwetgeving.

Baarle-Nassau vinden. Zij hebben zich georganiseerd als Stichting ouderinitiatief BuitenGewoon. Ondertussen zijn er reeds 11 bewoners geselecteerd en 8 bewoners in de screening (voor dus in totaal 16 zorgclusterwoningen met 24 uurs zorg). De locatie bestaat uit het kadastrale perceel gemeente Baarle-Nassau, sectie C, nummer 5260. Voor het projectgebied zijn de bestemmingsplannen “Dorpen” (2012-0411) en “Dorpen, 1e herziening” (2016-02-24) vigerend. Hoewel de gewenste nieuwbouw is beoogd op een locatie waar bijzondere woonvormen tot een maximum van 20 wooneenheden (binnen de geldende bestemming ‘Wonen’) zijn toegestaan is er wel strijdigheid met bovengenoemde bestemmingsplannen. Daar waar de nieuwbouw zou plaatsvinden is na-

1.2

Ligging en begrenzing projectgebied

Het projectgebied ligt tegen de Nederlands-Belgische grens aan, op Nederlands grondgebied. Ook ligt het projectgebied tegen het centrum van Baarle-Nassau aan. De locatie wordt aan de oostzijde begrensd door een parkeerterrein en het Bels Lijntje (een historisch spoortraject, waar zich momenteel een fietspad bevindt) en aan de zuidzijde door de Pastoor de Katerstraat. Aan de noord- en westzijde grenst het projectgebied aan Belgisch grondgebied. Het projectgebied beslaat een totale oppervlakte van ruim 1.700 m2. De ligging en begrenzing van het projectgebied is indicatief weergegeven op figuur 1.1 op navolgende pagina.

melijk geen bouwvlak aangeduid. En gebouwen zijn alleen toegestaan bin-

1

Een deel van het gebouw en van de appartementen komt op belgisch grondgebied te liggen. Voor dat deel geldt de Belgische wet- en regelgeving. In deze RO is wel steeds uitgegaan van de komst van 16 zorgclusterwoningen met 24 uurs zorg, omdat de hoofdingang voor bewoners en bezoekers (met parkeergelegenheid) op het grondgebied van Nederland ligt.

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

4

Figuur 1.1: Overzicht van het projectgebied (Bron: PDOK Viewer)

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het projectgebied zijn de volgende bestemmingsplannen vigerend:  Dorpen (vastgesteld 11 april 2012)  Dorpen, 1e herziening (vastgesteld 24 februari 2016) Dorpen Op basis van dit bestemmingsplan ligt de bestemming ‘wonen’ over het projectgebied. Op basis van deze bestemming zijn bijzondere woonvormen voor onder andere mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking, tot een maximum van 20 wooneenheden, toegestaan. Hoofdgebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden opgericht. Binnen het projectgebied ligt geen bouwvlak waardoor het bouwen van het woonzorgcomplex niet mogelijk is, ondanks dat het gebruik functioneel is toegestaan. Ook ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ over de gronden. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.3. In figuur 1.2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan opgenomen. Dorpen, 1e herziening Ten aanzien van het bestemmingsplan ‘Dorpen’ heeft een herziening plaatsgevonden en is het bestemmingsplan ‘Dorpen, 1e herziening’ deels onherroepelijk in werking gesteld. Op basis van dit bestemmingsplan ligt

Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Dorpen’ (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

de gebiedsaanduiding ‘overige zone – herziening planregels’ over de gronden. Er zijn geen (voor onderhavige planologische wijziging) relevante wijzigingen doorgevoerd.

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van

1.4

Procedure

het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die deze ruimtelijke motivering mogelijk

Om de ontwikkeling mogelijk te maken zal er van het planologische re-

maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeen-

gime moeten worden afgeweken. Dit kan middels een uitgebreide omge-

telijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse

vingsvergunningsprocedure op basis van art. 2.12, lid 1 onder a, sub 3

planologische aspecten die van belang zijn voor voorliggende ruimtelijke

Wabo. Onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag is een ruimte-

motivering. In hoofdstuk 5 komt de financiële en maatschappelijke uitvoer-

lijke onderbouwing.

baarheid aan de orde.

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

6

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

Het projectgebied is gesitueerd aan de westzijde van de kern van BaarleNassau. Het projectgebied is gelegen in een groene ruimte, welke zich bevindt achter de bebouwingswanden langs de wegen Chaamseweg, Nonnenkuil en Pastoor de Katerstraat. Aan de oostzijde is deze groene ruimte niet begrensd door bebouwing, maar door opgaande begroeiing. Grenzend aan deze open zijde grenst één van de belangrijke parkeervoorzieningen van Baale-Nassau, welke onder ander fungeert als bezoekersparkeerplaats voor bezoekers van het centrum van Baarle-Nassau. Het cen-

Figuur 2.1 Huidige situatie. Boven: projectgebied gezien vanuit het oosten; Onder: projectgebied gezien vanuit het noorden

trum is op steenworp afstand gelegen van het projectgebied. De parkeervoorziening wordt doorsneden door het Bels Lijntje (voormalige spoorlijn)

2.2

Voorgenomen ontwikkeling

in combinatie met een groenstructuur. Langs het Bels Lijntje, wat nu in ge-

Om tot een kwalitatieve pleinwand komen, dient de bebouwing zorgvuldig gepositioneerd en ingepast te worden. Om dit te bereiken is er een visie

bruik is als fietspad, grenzen achterkanten van woonpercelen en het voor-

Met onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt de realisatie van een

opgesteld waarin randvoorwaarden zijn opgenomen. Belangrijke aspecten

malige station. Momenteel is de locatie zelf niet in gebruik en bestaat het

woonzorgcomplex met 16 wooneenheden mogelijk gemaakt. Het woon-

met name uit gras en hoger opstaand groen. In figuur 2.1 zijn foto’s weer-

van de zorgvuldige inpassing zijn: een overgangsruimte met voldoende

zorgcomplex voorziet in de 24-uurszorg aan de cliënten woonachtig in het

ruimte tussen rooilijn en geparkeerde auto’s op de Loswal en duidelijke

gegeven die de huidige situatie tonen.

complex. Ten noorden van het plangebied zijn ook bouwplannen in ont-

entrees gericht op de openbare ruimte. Tevens een logische routing van

wikkeling (Cultureel Centrum Baarle).

de entrees naar de Stationsstraat, voldoende afstand tot de zijdelingse perceelafstanden voor een goede overgang naar naastgelegen percelen

Het projectgebied is gelegen in een groene ruimte welke grenst aan een

en een groene inpassing aan de achterzijde (westkant) van de percelen

belangrijke parkeervoorziening (Loswal) in het centrum van Baarle-Nas-

(zie ook figuur 2.2)

sau/Hertog. Voorheen was de Loswal een spoortracé met daar gekoppeld het perron (achterzijde stationsgebouw). Hierdoor is de zijde van het projectgebied die grenst aan de openbare parkeervoorziening tot op heden ingericht als achterkant. Het omvormen van deze achterkant tot aantrekkelijke voorkant zorgt voor een kwalitatieve begrenzing van de openbare ruimte. De westelijke zone langs de Loswal kan ontwikkeld worden om zodoende een kwalitatieve pleinwand te creëren.

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

7

Deze visie is de basis geweest voor het bouwplan, zoals te zien is in de figuren 2.2 tot en met 2.10. Het woonzorgcomplex bestaat uit twee verdiepingen, waarbij elke verdieping 8 wooneenheden heeft. De eenheden zijn zelfstandig ingerichte 2-kamereenheden, met een badkamer en koel- en spoelmogelijkheden. Daarnaast heeft elke verdieping een gezamenlijke ruimte met keuken, eetkamer en woonkamer. De uitstraling van het gebouw zoekt door middel van het gebruik van bakstenen en staal verbinding met het historische karakter van de locatie en sluit aan bij het stationsgebouw. Het gebouw bestaat uit een L-vorm waarbij de oostelijke vleugel met de entree is georiënteerd op de Loswal. De andere vleugel is gericht richting het noorden. Beide bouwdelen creëren een luwe buitenruimte voor de bewoners. Aangezien het initiatief aan een parkeervoorziening is gelegen dient er een zorgvuldige overgang plaats te vinden tussen gebouw en de buitenruimte. Ten behoeve van deze overgang is een landschapsontwerp opgesteld. Belangrijk onderdeel van deze inrichting is een kwalitatief inkomplein nabij de entree van het gebouw. Hier is ruimte voor een kiss and ride, fietsenstalling en een kwalitatieve groene inpassing van het gebouw. Het inkomplein dient tevens als buffer tot het passerende verkeer op de Loswal.

Naast het inkomplein zijn er twee rustpunten voor voetgangers en fietsers tussen de parkeerplaatsen. Door het inkomplein en de rustpunten ontstaat er een kwalitatieve route van het gebouw naar het centrum van het dorp.

Figuur 2.2 Stedenbouwkundige visie (projectgebied is het meest zuidelijk gelegen perceel)

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

8

Figuur 2.3:

Situatietekening nieuwe situatie

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

Figuur 2.4:

Impressie oostzijde – entree gebouw

Figuur 2.5:

Impressie noordzijde

9

Figuur 2.6:

Ontwerp gevels

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

Figuur 2.7:

Impressie aanzicht vanaf de Loswal

Figuur 2.8:

Impressie binnentuin

10

Figuur 2.9:

Inrichting buitenruimte

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

11

3 3.1

Beleidstoets Inleiding

In dit hoofdstuk is een toets van het plan aan de verschillende beleidsdo-

samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt

11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorzie-

gemaakt in de NOVI, te weten:

ning, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastruc-

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

tuur;

duurzaam economisch groeipotentieel;

sterke en gezonde steden en regio’s;

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclu-

cumenten beschreven. Als eerste wordt het plan getoetst aan de landelijke regels, vervolgens zijn de provinciale randvoorwaarden beschreven en

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen

hoe het plan zich daartoe verhoudt en tenslotte is het pan getoetst aan de

tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwe-

gemeentelijke beleidsstukken.

gen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;

sief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat;

3.2

Rijksbeleid

3. afwentelen wordt voorkomen.

17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale con-

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende natio-

18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie;

In het kader van de invoering van de Omgevingswet (Ow) op 1 januari

nale belangen:

19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en

2024 heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op

1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel

nectiviteit;

die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen

en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;

van zo’n visie zoals die is vastgelegd in artikel 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoe-

2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;

ring van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie

3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale

in de zin van artikel 2.3 Wro.

relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leef-

Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw.

omgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoef-

natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie De NOVI heeft, gezien de aard en de beperkte omvang van het project, geen specifieke betekenis voor dit bestemmingsplan. Het project speelt zich af op lokaal niveau en er zijn geen nationale belangen in het geding.

ten; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit;

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald

Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van

8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving;

welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze be-

vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit

9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire

doeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmo-

met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe

activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering;

gelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.

aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

12

De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau

toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikke-

heeft dit document de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke

van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen

ling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ont-

ordening (Wro). Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de

moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels

wikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt

visie officieel de juridische status van omgevingsvisie krijgen.

legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn ge-

buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen

formuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-

het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (Arti-

Voor het handelen van de provincie zijn kernwaarden geformuleerd. Het

als' of een stringente 'nee' bepaling.

kel 3.1.6 lid 2 Bro).

gaat achtereenvolgens om de volgende kernwaarden: 

gaan voor meerwaarde-creatie;

Conclusie

Doorwerking projectgebied

gaan voor technische én sociale innovatie;

Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen

Dit plan voorziet in de nieuwbouw van een woonzorgcomplex met 16 zorg-

gaan voor kwaliteit boven kwantiteit;

sprake van nationale belangen in het projectgebied. Het Barro bevat

clusterwoningen met 24 uurs zorg. Dit betreft een nieuwe stedelijke ont-

gaan voor steeds beter;

daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het projectgebied.

wikkeling. De ontwikkeling is functioneel weliswaar mogelijk, ruimtelijk ge-

gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel.

zien is dit niet het geval. Aangezien er geen bouwvlak over de gronden is 3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

gelegen en het initiatief daarom niet rechtstreeks is toegestaan, dient on-

De provincie heeft tevens een basisopgave opgenomen in haar omge-

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de lad-

derhavige ontwikkeling als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aan-

vingsvisie. Centraal hierbij staat het werken aan veiligheid, gezondheid en

der voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (arti-

gemerkt. Om deze reden is een Ladder voor Duurzame Verstedelijking

omgevingskwaliteit. Hoewel er gesproken wordt over één basisopgave, is

kel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en

doorlopen.

deze opgave in feite tweeledig, aangezien voor zowel het jaar 2030 als

transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toe-

voor het jaar 2050 een basisopgave geformuleerd is. Een en ander is als Deze ladder is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

volgt geformuleerd: 

gepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mo-

Doel 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat

gelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een

De conclusie is dat het initiatief past binnen de Ladder voor duurzame ver-

wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau

stedelijking. Het voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Er

is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe

bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woning-

zijn geen onaanvaardbare leegstandseffecten te verwachten. En het initia-

landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en bui-

bouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie

tief ligt binnen bestaand stedelijk gebied.

ten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”.

komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.2

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De

2

Doel 2030: “Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant: Visie op de Bra-

positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energieen klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak”.

bantse Leefomgeving vastgesteld. Tot de invoering van de Omgevingswet

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

13

De basisopgave ligt – zoals al in de naam besloten ligt – aan de basis van

april 2022 geactualiseerd en op 21 maart 2023 voor de laatste keer ge-

vier hoofdopgaven. De volgende hoofdopgaven worden benoemd:  werken aan de Brabantse energietransitie;  werken aan een klimaatproof Brabant;  werken aan de slimme netwerkstad;  werken aan een concurrerende, duurzame economie.

consolideerd. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te bena-

Conclusie In het stedelijke netwerk wordt gestreefd naar een goed woon- en leefklimaat door de provincie. Dat betekent dat er aandacht is voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. De ontwikkeling die met onderhavig plan mogelijk wordt gemaakt, betreft een zorgcomplex met 16 zorgclusterwoningen met 24 uurs zorg. Deze ontwikkeling is onderdeel van de transformatie van het centrum van

drukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet.

d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

In de omgevingsverordening staan onderwerpen uit de provinciale omgevingsvisie, waarbij is aangegeven welke belangen de provincie wil beharti-

Doorwerking projectgebied

gen en hoe ze dat wil doen. Deze verordening bestaat uit kaartmateriaal

Momenteel is de planlocatie niet in gebruik en is deze grotendeels over-

en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen

woekerd en wordt deze niet onderhouden. Wel is de planlocatie gelegen

van ruimtelijke plannen.

naast het centrum van Baarle-Nassau en bestaat er dus een kans om deze locatie duurzaam in te vullen. De locatie is reeds gelegen in be-

Volgens de Interim Omgevingsverordening is het projectgebied gelegen in

staand stedelijk gebied, en er wordt dus voorzien in de invulling van een

een ‘Landelijke kern’ in het ‘Stedelijk gebied’. Door de ligging in stedelijk

inbreidingslocatie. Zodoende wordt voldaan aan het principe van zorgvul-

gebied zijn stedelijke ontwikkelingen toegestaan. Artikel 3.42 Stedelijke

dig ruimtegebruik.

duurzame ontwikkeling (zie onderstaand) is hierbij relevant.

Het nieuwe gebouw krijgt een ‘maximale isolerende schil’. Er komt een

Baarle-Nassau en beoogd wordt dan ook de algehele omgevingskwaliteit

Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling

luchtwarmtepomp. Ook worden er zonnepanelen aangelegd. Het glas zal

van Baarle-Nassau te verbeteren.

Lid 1

(behalve aan de noordzijde) zonwerend zijn.

Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor Door een ongebruikte, niet-onderhouden locatie tegen de rand van het

wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een

Met de ontwikkeling wordt het behouden en/of realiseren van een veilige

centrum van Baarle-Nassau te herontwikkelen en deel te maken van het

onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

en gezonde leefomgeving nagestreefd. Ook is er rekening gehouden met

centrum, wordt bijgedragen aan de ambitie om de omgevings- en verblijfkwaliteit binnen Baarle-Nassau te bevorderen. Tevens is er aandacht voor de milieukwaliteit en een goed woon- en leef-

de effecten van klimaatverandering (geen hittestress. door de aanleg van een grote groene tuin) en is er een waterparagraaf opgesteld waarin de effecten van de nieuwbouw op de waterhuishouding worden beschreven (zie paragraaf 4.5)

klimaat ter plaatse van het projectgebied. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk

Lid 2

4.

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzienin-

Gesteld kan worden dat het plan aansluit bij de uitgangspunten zoals be-

gen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;

schreven in de Interim omgevingsverordening.

3.3.2

Interim Omgevingsverordening

De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim verordening vastgesteld, deze is in

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

14

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau

andere in op een prettig en gezond woon- en leefklimaat en bereikbare en

In de bevolkingsprognose van de provincie Noord-Brabant is de ontwikke-

betaalbare zorg.

ling van de vraag naar wonen met zorg in beeld gebracht. De prognose maakt onderscheid naar intramurale plaatsen (verpleeghuiszorg/instellin-

In de Omgevingsvisie van de gemeente Baarle-Nassau beschrijft de ge-

Doorwerking projectgebied

gen) en extramuraal woningaanbod (nultredenwoningen, aangepaste wo-

meente haar toekomstvisie. Dit doet ze onder andere aan de hand van de

Met onderhavige ontwikkeling wordt in een woonzorgcomplex met 16

ningen, geclusterd wonen voor senioren). De groei van het aantal 75-plus-

kernwaarden en –kwaliteiten van de gemeente. Dit zijn:  Buitengebied: van oudsher heeft Baarle een groot buitengebied. In

zorgclusterwoningen met 24 uurs zorg voorzien. Dit complex bevindt zich

sers in de gemeente uit zich in een toenemende behoefte aan een pas-

tegen de kern van Baarle-Nassau aan, wat saamhorigheid en ontmoetin-

send woon-zorgaanbod. Vooral de behoefte aan woonvormen waar

dit buitengebied is er prachtige natuur, rust en ruimte, cultuurland-

gen bevordert. Ook wordt met de ontwikkeling de omgevingskwaliteit van

zwaardere zorg geleverd kan worden (intramurale plaatsen) groeit.

schappen en tevens is dit het thuis van onze agrarische sector. De ge-

dit deel van Baarle-Nassau bevordert door op overwoekerd en een onge-

meente streeft naar een goede balans tussen de belangen van de

bruikt stuk grond tegen de kern van Baarle-Nassau in de omgeving pas-

agrarische sector, bewoners, natuur, milieu en recreatie. Recreatief: De gemeente is altijd een (toeristische) trekpleister ge-

sende bebouwing op te richten.

weest. Het hoge voorzieningenniveau in de gemeente is grotendeels

3.4.2

hieraan te danken. Samen met een kwaliteitsimpuls van het centrum

Woonvisie 2018 – 2023 ‘Baarle BRUIST, in Baarle kom je thuis’

Figuur 3.1 Prognose vraagontwikkeling Wonen met zorg in de gemeente

van Baarle-Nassau en onze recreatieparken zetten we de recreatieve

In de ‘Toekomstvisie Baarle-Nassau 2030: samen uniek’ wordt het DNA

kant van onze gemeente nog meer op de kaart. Uniek: wat de gemeente uniek maakt, is de enclavesituatie. Al hon-

van Baarle beschreven. BRUIST staat voor de kernkwaliteiten: (B)uitenge-

derden jaren komen de Vlaamse en Nederlandse cultuur en mentali-

ook als het gaat om wonen. Met de nieuwe woonvisie benadrukt de ge-

De gemeente geeft aan het belangrijk te vinden over voldoende en goed

teit bij elkaar in Baarle-Nassau en Baarle-Hertog. Inspirerend: De gemeente wil een gemeente zijn die nieuwe ontwik-

meente de aantrekkelijkheid van het wonen in Baarle-Nassau. Daarnaast

aanbod woon-zorgvoorzieningen te beschikken en open te staan voor ini-

wil de gemeente met de visie recht doen aan recente trends en ontwikke-

tiatieven op dit vlak. De gemeente wil initiatieven onder voorwaarden on-

kelingen verwelkomt. Met de nadruk op (duurzaam) (agrarisch) onder-

lingen in de samenleving. De vorige woonvisie stamt uit 2007 en sluit on-

dersteunen als deze worden gedragen door inwoners van de gemeente.

nemen, nieuwe ontwikkelingen op het gebied van zorg, mobiliteit en

voldoende aan bij de actuele situatie op de woningmarkt. Deze actuele

wonen. Samen: saamhorigheid staat centraal in de gemeente en dat is nu en

trends worden in deze woonvisie doorvertaald. Eén van deze trends is een

Doorwerking projectgebied

groeiende vraag naar wonen met zorg.

Met onderhavig plan wordt een woonzorgcomplex nabij het centrum van

Baarle-Nassau (bron: Provincie Noord-Brabant, 2017; opgenomen in de Woonvisie 2018-2023 gemeente Baarle-Nassau)

bied, (R)ecreactie, (U)niek, (I)nspirerend, (S)amen, (T)huis. Baarle bruist,

Baarle-Nassau mogelijk gemaakt. Er wordt voorzien in intramurale zorg-

in de toekomst noodzakelijk om zoveel mogelijk op eigen kracht voor elkaar te blijven zorgen. Het verenigingsleven van de gemeente is

Wonen met zorg en welzijn

woningen, waarbij 24uurs-zorg aan de bewoners wordt geboden. Met het

sterk en dat bevestigt de sociale kracht van de gemeenschap. Thuis: in Baarle-Nassau kom je thuis! Je voelt je thuis, je woont er fijn,

Steeds vaker wonen inwoners met een zorgbehoefte langer zelfstandig.

ontwikkelen van deze zorgclusterwoningen met 24 uurs zorg wordt in een

Meestal vanuit hun eigen wens, maar in sommige gevallen noodgedwon-

groeiende behoefte aan dergelijke voorzieningen voorzien. Dit initiatief

bezoekers hebben het er naar hun zin.

gen als gevolg van het Rijksbeleid. Door het scheiden van wonen en zorg,

komt voort uit een ouderinitiatief van een aantal ouders wiens kinderen

ook wel bekend als extramuralisering, kunnen lichte zorgvragers niet lan-

(jongvolwassenen) nu hun dagbesteding op een zorgboerderij in Baarle-

Om de kernkwaliteiten te behouden heeft de gemeente een aantal speer-

ger terecht in intramurale zorginstellingen (verzorgingstehuis, beschermd

Nassau vinden. Zij hebben zich georganiseerd als Stichting ouderinitiatief

punten geformuleerd. Wat betreft wonen heeft de gemeente in haar visie

wonen). Zij zijn aangewezen op de reguliere woningvoorraad. Gecombi-

BuitenGewoon. Inmiddels zijn 15 bewoners bekend. Binnenkort zullen

opgenomen dat er zorgen zijn over het verdwijnen van voorzieningen en

neerd met de toenemende vergrijzing in Baarle-Nassau zal dit de ko-

naar verwachting ook definitieve afspraken gemaakt worden met de 16e

de aandacht voor mensen die zorg nodig hebben. De gemeente zet onder

mende jaren leiden tot een veranderende vraag naar wonen met zorg.

bewoner. Daarnaast is er een flinke wachtlijst.

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

15

De ouders/verzorgers van de toekomstige bewoners zijn ook direct betrok-

Met deze welstandsnota wil de gemeente de burger een goed inzicht ge-

ken geweest bij de planvorming. Zij hebben direct invloed gehad op het

ven in de procedures die gelden voor het verkrijgen van een welstandsad-

ontwerp en hebben dus verzekerd dat de toekomstige bebouwing aan de

vies en de criteria die de gemeente of de welstandscommissie bij het be-

wensen van de doelgroep voldoet.

oordelen van aanvragen hanteren.

3.4.3

Aan de hand van het beleid dat is vastgelegd in de drie delen van de wel-

Masterplan Centrum Baarle

Voor het centrum van Baarle is een masterplan opgesteld. In het docu-

standsnota wordt beoordeeld of bouwaanvragen voldoen aan redelijke ei-

ment wordt toegespitst op Baarle als toeristisch en historisch dorp met al-

sen van welstand. Alle bouwwerken die niet vergunningsvrij zijn en dus

lure en goede kwalitatieve voorzieningen. Om deze kwaliteiten nog beter

licht-vergunningplichtig of regulier vergunningplichtig zijn hebben een posi-

te benadrukken zijn de volgende speerpunten benoemd:

tief welstandsadvies nodig alvorens een bouwvergunning kan worden ver-

leend.

Rustig en duidelijk ingerichte openbare ruimte en eenheid in de inrichting over heel het centrum;

Door deze rust en eenheid wordt de markering van de grens promi-

Doorwerking projectgebied

nenter;

Het projectgebied is gelegen in ‘Agrarisch gebied op zandgronden’ (ge-

Dorps met allure;

biedsbeschrijving G8A). Hiervoor geldt het regulier welstandsniveau (ni-

Restruimte wordt gebruikt voor ruimte.

veau 2). De beoogde ontwikkeling is hiermee in strijd.

Doorwerking projectgebied

Echter er is in opdracht van de gemeente Baarle-Nassau het beeldkwali-

Beoogd wordt een restruimte tegen het centrum van Baarle-Nassau in te

teitsplan “Cultureel Centrum Baarle & Begeleid-woonvoorziening’ opge-

vullen met een woonzorgfunctie. Hiermee wordt niet enkel beoogd in een

steld’, waarin ook onderhavig initiatief is meegenomen.

behoefte te voorzien, maar ook de omgevingskwaliteit van dit deel van Baarle-Nassau te bevorderen (zie voor een toelichting paragraaf 2.2).

De ‘Commissie voor welstand en monumenten’ heeft het bouwplan getoetst aan dit beeldkwaliteitsplan. De commissie gaat akkoord met het

3.4.4

Welstandsnota 2004

Het welstandsbeleid (zoals opgenomen in de gemeentelijke welstands-

bouwplan. Deze is passend gelet op de geformuleerde welstandseisen in het beeldkwaliteitsplan.

nota) is opgesteld vanuit de overtuiging dat de gemeente belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Het doel van het welstandstoezicht is om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan die dagelijkse leefomgeving, de schoonheid en de aantrekkelijkheid van onze gemeente.

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

16

4

Milieuhygiënische en planologische verantwoording

Het initiatief betreft de bouw van een woonzorgcomplex. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. overschrijdt.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

4.3.1

Toetsingskader

De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en

4.1

Inleiding

4.2.2

Doorwerking projectgebied

archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal

Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te

nieuwe bepalingen toegevoegd. In een ruimtelijke onderbouwing dient een

Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangs-

worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit

beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige

punten is bepalend voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling ook daad-

m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er

cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten

werkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het

belangrijke milieugevolgen zijn.

monumenten rekening is gehouden.

ten als geluid, bodem en hinder van bedrijven, archeologie en economi-

In het plangebied wordt de realisatie van maximaal 16 zorgclusterwonin-

Het is daarmee dus verplicht om de facetten historische (steden)bouw-

sche haalbaarheid. Ook onderhavig plan is getoetst voor wat betreft de uit-

gen met 24 uurs zorg mogelijk gemaakt. Dit valt onder de activiteit stede-

kunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging.

voerbaarheid ervan op bovengenoemde aspecten. In dit hoofdstuk is aan-

lijk ontwikkelingsproject (D 11.2). In het geval van een stedelijk ontwikke-

Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objec-

gegeven wat de resultaten zijn van de toets aan de milieuhygiënische as-

lingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit

ten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op

pecten.

gaat over de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten

het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provin-

gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconclu-

cie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benut-

deerd kan worden dat de ontwikkeling van maximaal 16 zorgclusterwonin-

ting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal.

ruimtelijke beleid van de hogere overheden en de gemeente, milieuaspec-

4.2

M.e.r.-beoordeling

4.2.1

Toetsingskader

In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht geldt voor activiteiten die zijn opgenomen in het Besluit m.e.r. bijlage D. Voor deze activiteiten bepaalt het bevoegd gezag of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld.

gen met 24 uurs zorg ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht.. Bij deze ruimtelijke onderbouwing is een aanmeldingsnotitie gevoegd. Daarin is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. De potentiële effecten van het initiatief, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat het initiatief geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 4.2.3

Conclusie

Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

4.3.2

Doorwerking projectgebied

Cultuurhistorie

Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie NoordBrabant bevindt het projectgebied zich niet binnen een gebied van cultuurhistorische waarde. Ook zijn er binnen het projectgebied geen monumenten en/of andere elementen van monumentale waarde gelegen. Het projectgebied is wel gelegen aan de voormalige spoortracé van Baarle-Nassau/Hertog; het zogenoemde ‘Bels Lijntje’. Dit is een historisch spoortracé welke nu in gebruik is als fietspad. Het verbindt Tilburg en Turnhout en doet de tussenliggende dorpen Goirle-Riel, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Baarle-Hertog en Ravels aan. De oorspronkelijke invulling van het gebied werd gekenmerkt door rijke baksteen architectuur met karakteristieke gevels in een rood/bruin/grijze kleurstelling.

17

Het voormalige stationsgebouw is behouden gebleven en dient qua

Op basis van het veldonderzoek kan de gespecificeerde verwachtings-

den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-

schaal, horizontale oriëntatie en uitstraling als referentie voor de nieuw-

waarde van het projectgebied worden bijgesteld naar laag voor alle perio-

jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op

bouw. De nieuwbouw verhoudt zich tot de schaal van de openbare ruimte

den gelet op de matig tot sterk verstoorde bodemopbouw.

de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

en sluit aan bij het cultuurhistorisch karakter van de Loswal. Hierdoor ontstaat een evenwichtig geheel met heldere pleinwanden. De ontwikkeling

Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt ge-

doet verder geen afbreuk aan deze historische elementen, maar vult deze

adviseerd om het projectgebied vrij te geven. Nader onderzoek is niet

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

wel aan.

noodzakelijk.

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instand-

Het bouwplan is ook getoetst aan het beeldkwaliteitsplan ‘Cultureel Cen-

De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld

houding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd

trum Baarle & Begeleid-woonvoorziening’. Er wordt voldaan aan de in dit

door de bevoegde overheid (gemeente Baarle-Nassau). De bevoegde

‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden

plan opgenomen welstandseisen (zie ook paragraaf 3.4.4).

overheid neemt vervolgens een besluit.

aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend net-

Archeologie

Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden

werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische

Door Econsultancy is een archeologisch bureauonderzoek en een verken-

worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt con-

begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het

nend booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als een bijlage bij deze

form artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van On-

traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Bin-

ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

derwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erf-

nen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk

goed2).

Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt

Op basis van het bureauonderzoek heeft het projectgebied een lage ge-

ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt

specificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat

4.3.3

Conclusie

Paleolithicum en Mesolithicum, een middelhoge gespecificeerde verwach-

Nadat het bevoegd gezag akkoord is gegaan met het advies om het pro-

verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met

tingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum en de Brons-

jectgebied vrij te geven is er geen belemmering voor het initiatief als het

het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebie-

tijd en de Nieuwe tijd en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde

gaat om cultuurhistorie en archeologie

den zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de

voor archeologische resten uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en Middeleeuwen. Na het bureauonderzoek heeft een inventariserend veldonderzoek plaatsgevonden. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het projectgebied en wat de gevolgen zijn van het in het projectgebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het project gebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.

gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische

wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegenge-

4.4

Natuurbescherming

4.4.1

Toetsingskader

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebieds-bescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-

gaan met mitigerende maatregelen. Beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

18

de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiks-

ningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodza-

van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te

fase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen

kelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde

planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor hout-

op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege

soortgroepen te voorkomen. Deze tabel is overgenomen uit de Quickscan

opstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbe-

stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen

flora en fauna, die als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd.

houd. Soortenbescherming

zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soorten-bescherming,

gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet

betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren,

natuurbescherming

opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve

(trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dieren-soorten

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

en een aantal vaatplanten.

Het projectgebied is niet gelegen binnen het NNB. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 339 meter ten noorden van het project-

4.4.2

Doorwerking projectgebied

gebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omge-

Wettelijke gebiedsbescherming

vingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmer-

Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

ken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Zie ook de

2000-gebied, “Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout”,

Quickscan flora en fauna, die als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is

bevindt zich op circa 3,4 kilometer afstand ten zuidoosten van het project-

gevoegd.

gebied in België. Het meest nabijgelegen Nederlandse Natura 2000-gebied, “Regte Heide & Riels Laag”, bevindt zich op circa 7,5 kilometer af-

Beschermde houtopstanden

stand ten noordoosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn

Aangezien het projectgebied zich binnen de bebouwde kom bevindt, is

van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren

toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbe-

als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de af-

scherming bij dit plan niet aan de orde. Wel dient hierbij rekening te wor-

stand tot het projectgebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten

den gehouden met het gemeentelijk kapbeleid. Zie ook de Quickscan flora

als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

en fauna, die als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd.

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van zorgclusterwoningen

In paragraaf 4.13 wordt verder ingegaan op de uitkomsten van een Boom

met 24 uurs zorg betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de

Effect Analyse.

gebruiksfase te verwachten (vanwege verkeer). Daarnaast is er tijdens de aanlegfase sprake van stikstofuitstoot. Om een negatief effect op de in-

Soortenbescherming

standhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebied uit te kunnen

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-

sluiten is een onderzoek gedaan naar stikstofdepositie. Dit onderzoek is

gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en wat de eventuele

als een bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergun-

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

19

Tabel 4.1

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Algemeen

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Ja

Te voorkomen

Projectgebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of con-

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Broedvogels

trole vooraf Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Ja

Te voorkomen

Licht gericht of uitstralend op opgaand groen dient te worden

-

Vleermuizen vermeden

Vliegroutes

Ja

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

4.4.3

-

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provin-

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op op-

het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van

gaand groen te worden vermeden;

individuen te voorkomen.

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand rede-

ciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uit-

lijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten

voeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescher-

het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aan-

ming in acht wordt genomen:

wezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; 

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

20

4.5

Waterparagraaf

4.5.1

Toetsingskader

vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht

4.7

Bedrijven en milieuzonering

4.7.1

Toetsingskader

ten aanzien van de ruimtelijke procedure. Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een vol-

4.6

Bodem

van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente wateradvies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. Door Econsultancy is een watertoets uitgevoerd. Deze is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Voor het relevante beleid wordt verwezen naar deze watertoets. 4.5.2

doende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen.

4.6.1 Toetsingskader Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu.

Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’3. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor

Doorwerking projectgebied

Het hemelwater wordt op een duurzame wijze verwerkt. Het schone he-

4.6.2

melwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) wordt daarbij geschei-

Er heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden voor de plan-

pecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie

den van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld

locatie en de naast gelegen locatie, waar een cultureel centrum is beoogd.

van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabij-

en binnen de planlocatie verwerkt. Het hemelwater wordt ondergronds ge-

Het onderzoek is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

heid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is

borgen door middel van infiltratiekratten.

Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter

welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemoti-

plaatse van de planlocatie. Er zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten in

veerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelas-

Op basis van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en de bo-

de bovengrond aangetroffen. De boven- en ondergrond is bij indicatieve

ting (in plaats van de richtafstanden).

demopbouw en textuur worden geen problemen verwacht met de lediging

toetsing aan het Bbk beoordeeld als altijd toepasbaar. De hier aangetrof-

van het toekomstige systeem gemiddelde hoogste grondwaterstand.

fen gehaltes zijn zeer gering en vormen geen aanleiding tot vervolgonder-

Omgevingstype

zoek.

De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt

Doorwerking projectgebied

Het droogweerafvoer zal worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. 4.5.3

nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype 4.6.3

Conclusie

de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuas-

Conclusie

(zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een

Er zijn geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling vanuit het

rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van

aspect ‘bodem’.

functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel

Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in

geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.

zowel ruimte als tijd hydrologisch positief uit te voeren. Er worden dan ook

3

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

21

Figuur 4.1 Uitsnede bijlage “Lijst van bedrijfsactiviteiten”

Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en

Figuur 4.2 Globale ligging projectgebied (met rode lijn begrensd) ten opzichte van gemengde bestemmingen, bedrijven en andere functies in de omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en

Het projectgebied is gelegen nabij het centrum van Baarle-Nassau en in

deze bestemming. Hieruit blijkt dat de toegestane functies aanpandig aan

lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvig-

de omgeving is een verscheidenheid aan bestemmingen en functies aan-

woningen uitgevoerd en gerealiseerd kunnen worden.

heid.

wezig. De omgeving van het projectgebied kan dan ook worden aange-

4.7.2

Doorwerking projectgebied

Invloed omgeving op initiatief

duid als ‘gemengd gebied’, waardoor de richtafstanden met één trap kun-

Zone 2 en 3 – Gemengd gebied

nen worden verlaagd. In onderstaande figuur zijn verschillende zones aan-

De tweede en derde zone bestaan met name uit gemengde bestemmingen.

gegeven.

Binnen de gemengde bestemming is wonen toegestaan en worden dus en-

In de huidige situatie heeft het projectgebied de bestemming ‘Wonen’ uit

kel functies toegestaan die aanpandig aan woningen uitgevoerd kunnen

het geldende bestemmingsplan "Dorpen" (vastgesteld op 11 april 2012).

Onderstaand wordt ingegaan op de functies en bedrijven binnen deze zo-

Middels onderhavige procedure wordt de vestiging van een woonzorgcom-

nes.

plex mogelijk gemaakt. Aangezien dit een geluidsgevoelige functie betreft,

worden. Zone 4 – Bedrijven

is een ruimtelijke scan nodig om te bepalen of er sprake is van een goed

Zone 1 – Centrum

De vierde zone omvat verschillende bedrijven. De bestemming ‘bedrijf’

woon- en leefklimaat. Om deze reden is naar de omliggende bedrijven en

Binnen deze zone bevinden zich met name centrumbestemmingen. Op ba-

staat bedrijven toe tot en met categorie 2 zoals aangegeven in de Lijst van

de bijbehorende richtafstanden gekeken.

sis van het geldende bestemmingsplan zijn er woningen toegestaan binnen

bedrijfsactiviteiten, welke als bijlage bij het bestemmingsplan “Dorpen” is

Ruimtelijke onderbouwing Wooninitiatief BuitenGewoon te Baarle-Nassau

22

opgenomen. Ook is er ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van

4.7.3

Conclusie

bedrijf - landbouwmechanisatiebedrijf' een landbouwmechanisatiebedrijf

Er zijn geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling vanuit het as-

zorgclusterwoningen met 24 uurs zorg maximaal 42 dB bedraagt. Er vindt

van categorie 3.1 toegestaan en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

pect ‘bedrijven en milieuzonering’.

geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van

vorm van bedrijf – constructiebedrijf een constructiebedrijf van categorie 3.1. Onderstaande tabel is opgenomen in de als bijlage bij het bestemmingplan “Dorpen” opgenomen “Lijst van bedrijfsactiviteiten”. Aangetoond dat een bedrijf categorie 3.1 op 30 meter van woningen gelegen moet zijn. De dichtstbijzijnde bedrijven zijn gelegen op circa 340 meter. Invloed initiatief op omgeving Een woonzorgcomplex heeft, op basis van de VNG brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ ook een milieucategorie met bijbehorende richtafstand tot gevoelige functies. In de VNG brochure wordt voor de functie ‘verpleeghuis’ een milieucategorie 2 aangehouden. In gemengd gebied gaat dit gepaard met een richtafstand van 10 meter. De dichtstbijzijnde woningen bevinden zich op circa 89 meter en aan dus richtafstand wordt dan ook ruimschoots voldaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13607705/1