Bijlage 1 Ontwerp bestemmingsplan
Tekst van het document
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
21
In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan het Loveren tussen nummer 5 en 7, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de nieuw te realiseren woning beschermde natuurwaarden bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding.
Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden. Gezien het huidige gebruik van het onbebouwde perceel zonder bomen, struwelen e.d., wat momenteel hobbymatig wordt gebruikt als dierenweide, is de aanwezigheid van beschermde en bijzondere soorten echter niet te verwachten. Het plangebied wordt op dit moment gebruikt als hobbymatige dierenweide. Op het onbebouwde perceel is gras aanwezig met daaromheen een hekwerk en poort. Omdat groenstructuren, zoals bomen, struiken of kruidenrijke vegetaties en natuurlijke waterstructuren op onderhavige locatie ontbreken, is het aantreffen van amfibieën, vissen, reptielen en broedvogels eveneens uitgesloten. Er zijn verder geen biotopen aanwezig. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als een woongebied met veel menselijke activiteiten. Rondom het plangebied zijn hoofdzakelijk woningen en tuinen met sierbeplanting en gazon gelegen. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermde soorten. Foeragerende vleermuizen rondom het plangebied zijn niet vanzelfsprekend maar niet geheel uitgesloten. Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groenstructuren en straatverlichting. Het buitengebied en de rand van de bebouwde kom dienen hoofdzakelijk als jacht en rustgebieden omdat daar de meeste insecten leven.
Onderhavige planlocatie is gelegen aan de rand van de bebouwde kom. Echter vinden in de omgeving van het plangebied geen veranderingen plaats aan lijnvormige groenstructuren en straatverlichting. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het verstoren van de mogelijk aanwezige vleermuizen niet aan de orde zal zijn. Tevens kan door middel van de Effectenindicator soorten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gekeken worden of de werkzaamheden voor het realiseren van de beoogde situatie een bedreiging vormen voor de beschermde soorten. De ruimtelijke ingreep betreft het bouwen van een woning. Uit de scan volgt dat in het plangebied, in combinatie met de geselecteerde activiteit(en), geen Wettelijk beschermde soorten voorkomen waarbij schadelijke effecten worden verwacht.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
22
Afbeelding 11: Weergave Effectenindicator soorten (bron: synbiosys.alterra.nl)
Geconcludeerd kan worden dat er geen ontheffing noodzakelijk is in het kader van de Wet natuurbescherming. 4.3 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.
4.3.1
Cultuurhistorie en aardkunde
Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied, zie Afbeelding 12. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.
Afbeelding 12: Uitsnede cultuurhistoriekaart Iov
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
23
4.3.2
Archeologie
Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: ‘Verdrag van Malta’) regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het vigerend bestemmingsplan ‘Dorpen’ van de gemeente Baarle-Nassau is voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen. De uitwerking van het archeologisch beleid is vervat in de Archeologische beleidskaart, zie Afbeelding 13. Hierin is het plangebied gelegen in de aanduiding ‘archeologische verwachting hoog: laag jv, hoog lb’.
Hiervoor geldt dat bouwen op deze gronden is toegestaan mits niet dieper dan 40 cm onder maaiveld en niet groter dan 500 m 2. De beoogde woning met bijgebouw betreft een kleinere oppervlakte dan de omvang ondergrens van 500 m2 die is aangegeven in de Archeologische beleidskaart van gemeente Baarle-Nassau. Op het achtergelegen perceel heeft voorheen een autohandel en benzine-service-station gelegen met bijbehorende brandstofdepot, omstreeks 1994/1995 zijn de activiteiten beëindigt en is de bodem gesaneerd en aangevuld met schone grond. Om deze reden is het aannemelijk dat de archeologische waarden in het plangebied en omgeving, reeds zijn verstoord door de activiteiten en sanering. Derhalve vorenstaande is aannemelijk dat potentieel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig zullen worden aangetast en is nader onderzoek niet noodzakelijk.
Afbeelding 13: Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Baarle-Nassau, plangebied met ster weergegeven op kaart (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
24
4.4 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.
Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden direct naast de hoofdinfrastructuur gelegen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Onderhavige locatie is gelegen in omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit omgevingstype wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving van het lint Loveren bevinden zich direct naast woningen andere functies zoals o.a. winkels, kleinschalige industrie, verkeer en agrarische activiteiten. Aangezien er sprake is van het omgevingstype gemengd gebied mag de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. In Tabel 1 zijn de meest nabije gelegen bedrijven weergegeven en de afstand tot de beoogde woning. Tabel 1: Nabijgelegen bedrijven beoogde woning Soort bedrijf Locatie bedrijf
In- en verkoop van gebruikte auto’s. Landbouwmechanisatiebedrijf Landbouwmechanisatiebedrijf Akkerbouw-en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren.
Loveren 1a Loveren 11 Nonnenkuil 11 Loveren 16
Afstand van woning tot bedrijf Circa 22 meter
Richtafstand (gemengd gebied) 10 meter
Milieucategorie
Circa 20 meter Circa 47 meter
30 meter 30 meter
3.1 3.1
Circa 104 meter
50 meter
3.2
2
Wat betreft veehouderijen word in de volgende paragraaf getoetst aan de wetgeving die specifiek van toepassing is voor veehouderijen met betrekking tot het aspect geur. De dichtstbijzijnde nietagrarische bedrijvigheid is gelegen aan Loveren 11, wat behoort tot milieucategorie 3.1. Conform de handreiking geldt voor een bedrijf in deze milieucategorie, gelegen in gemengd gebied, een richtafstand van 30 meter. Het bedrijf is gelegen op circa 20 meter van het plangebied. De beoogde woning is dus gelegen binnen de richtafstand van het landbouwmechanisatiebedrijf aan het Loveren 11. Echter kan er gemotiveerd afgeweken worden van deze richtafstanden.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
25
Omgekeerde werking t.o.v. landbouwmechanisatiebedrijf Loveren 11
Op het Loveren 11 is een landbouwmechanisatiebedrijf gelegen (behoort samen met locatie aan Nonnenkuil 11 tot hetzelfde bedrijf). In de huidige situatie creëert het bedrijf geen nadelige of storende milieueffecten op de reeds aanwezige (geluids)gevoelige bestemmingen in de directe omgeving. Daarnaast zijn de omliggende gebouwen en woonfuncties niet beperkend in de activiteiten en mogelijke uitbreidingen van het landbouwmechanisatiebedrijf. Tussen de beoogde woning en het bedrijf zijn twee woningen met bijgebouwen gesitueerd. Aangezien deze bestaande (geluids)gevoelige bestemmingen geen beperkingen creëren voor het landbouwmechanisatiebedrijf, kan worden geconcludeerd dat de beoogde woning in de toekomst geen beperkingen veroorzaakt voor het bedrijf.
Woon en leefklimaat t.o.v. landbouwmechanisatiebedrijf Loveren 11
Voor het realiseren van de nieuwe woning op het onbebouwde perceel tussen het Loveren 5 en 7 moet worden aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat, aangezien de beoogde woning binnen de richtafstand valt van het landbouwmechanisatiebedrijf aan het Loveren 11. In de huidige situatie creëert het bedrijf aan het Loveren 11 geen nadelige effecten voor het woon- en leefklimaat bij (geluids)gevoelige objecten in de directe omgeving. Tussen het bedrijf en de locatie van de beoogde woning zijn de woningen Loveren 7 en Loveren 9 gelegen. Dit betreft oudere woningen met bijgebouwen achter de woningen. Gelet op de aard van de bedrijfsactiviteiten op het Loveren 11, de aanwezigheid van de woningen en bijgebouwen tussen het bedrijf en de beoogde woning en dat in de huidige situatie het woon- en leefklimaat van omliggende (geluids)gevoelige van voldoende niveau is, kan geconcludeerd worden dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuwe woning wordt gewaarborgd. Op grond van bovenstaande onderbouwing kan gesteld worden dat het woon-, leef- en werkklimaat van de boogde woning en wederzijds de activiteiten en ontwikkelingsruimte van in de omgeving aanwezige bedrijven niet in het geding komt.
Bij de woning wenst initiatiefnemer realisatie van een bijgebouw van circa 120 m2 op het achterliggende perceel, voor het stallen van een bus en shovel, wat ten dienste staat aan het stratenmakers bedrijf van desbetreffende bewoner. Een stratenmakers bedrijf valt volgens de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) van de VNG in milieucategorie 2. Onderhavige locatie betreft een gemengd gebied, wat resulteert in een richtafstand van 10 meter tussen het bedrijf en omliggende woningen. Het bijgebouw wordt gerealiseerd op circa 20 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning van derden en creëert dus geen problemen bij de gewenste ontwikkeling. 4.5 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) schrijft voor op welke wijze een bevoegd gezag de geurhinder vanwege dierenverblijven moet beoordelen indien een veehouderij een omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu aanvraagt. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd. De reden hiervoor is duidelijk: een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder, omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder.
Onderhavig initiatief betreft de oprichting van één woning aan het Loveren op het perceel tussen nummer 5 en 7, wat een toevoeging van een nieuw geurgevoelig object betreft. Voor onderhavig nieuw bestemmingsplan dient bepaald te worden of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en of het plan niet is strijd is met het recht. Tevens moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. De rechtspositie van betrokkenen dient hierbij gehandhaafd te worden. Hierbij dienen de volgende aspecten in ogenschouw te worden genomen: - Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? - Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de betrokken veehouderij.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
26
De meest nabij gelegen intensieve veehouderij is gelegen aan de Hoogstratensebaan 4. Op deze locatie worden in totaal 2280 vleeskalveren van 0 tot 8 maanden, 3 zoogkoeien en 1 vrouwelijk jongvee gehouden. Deze intensieve veehouderij is gelegen op een afstand van circa 660 meter van het plangebied. Ten aanzien van het aspect geur in de handreiking voor Bedrijven en milieuzonering van de VNG wordt voor het fokken en houden van rundvee een richtafstand van 100 meter gegeven. Er wordt dus ruimschoots aan deze richtafstand voldaan. Aan het Loveren 21 is een relatief kleinere veehouderij gelegen van in totaal 10 zoogkoeien, 4 vrouwelijk jongvee, 6 vleeskalveren, 3 geiten, 25 konijnen en 3 paarden. Het betreft hier dus een gemengde veehouderij. Deze gemengde veehouderij is gelegen op een afstand van circa 237 meter van het plangebied. Ten aanzien van het aspect geur in de handreiking voor Bedrijven en milieuzonering van de VNG wordt voor het fokken en houden van rundvee (grootste richtafstand) een richtafstand van 100 meter gegeven. Er wordt ruimschoots voldaan aan deze richtafstand. Omgekeerd mag de nieuwe woning niet belemmerend zijn in de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende veehouderijen. In deze kan de beoogde nieuwe woning nooit belemmerd zijn voor de bovengenoemde veehouderijen daar andere geurgevoelige objecten (woningen) dichterbij zijn gelegen.
Deze geurgevoelige objecten zijn weergegeven op Afbeelding 14, hier is te zien dat er meerdere geurgevoelige objecten zijn gelegen in de nabijheid van de veehouderijen. Derhalve is aangetoond dat met de nieuwe woning geen inbreuk gemaakt wordt aan de mogelijkheden voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende veehouderijen.
Afbeelding 14: Veehouderijen in omgeving plangebied
Gezien hetgeen hierboven beschreven, is aangetoond dat ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. Daarnaast is aangetoond dat omgekeerd de beoogde nieuwe woning niet belemmerend werkt voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen. 4.6 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. Gezien er ter plaatse een nieuwe gevoelige bestemming wordt gerealiseerd, namelijk één vrijstaande woning, dient getoetst te worden aan de aspecten van geluidhinder. Het plangebied is niet gelegen in de invloedzone van een spoorweg, toetsing voor dit aspect is derhalve niet nodig.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
27
Ten aanzien van industrielawaai:
Er zijn een aantal bedrijven aanwezig die invloed kunnen hebben op het plangebied. In paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering is eerder aangegeven dat er voldaan wordt aan de maximale richtafstanden van de VNG tussen de nieuwe beoogde woning en de industriële bedrijfsgebouwen. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de industriële activiteiten in de omgeving geen geluidhinder veroorzaken op de nieuw te realiseren woning.
Ten aanzien van wegverkeerslawaai:
De beoogde woning ligt aan de weg Loveren. Dit betreft een straat met relatief weinig verkeer. De weg heeft het karakter van een 30 km/h-weg. Dit mede vanwege een smal straatprofiel en drempels. Binnen 30 km/h-wegen is een voorkeursgrenswaarde van 48dB aan te houden. Uit akoestisch onderzoek (zie bijlage 5) is gebleken dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (deels) overschreden wordt tot 54 dB. Om tot een positieve geluidsnorm aan de projectlocatie te komen, is een verzoek tot vaststelling van een hogere toelaatbare waarde nodig. Deze procedure maakt onderdeel uit van deze bestemmingsplanprocedure. 4.7 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NOx als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Er dient daarnaast te worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat ten aanzien van deze stoffen ter plaatse aanvaardbaar is.
4.7.1
Niet in Betekenende Mate
Indien ontwikkelingen binnen het plangebied gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit moet aandacht worden besteed aan de gevolgen voor de milieukwaliteitseisen. Onderzoek moet worden verricht naar de gevolgen voor de in bijlage 2 van de Wet milieubeheer genoemde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht. Volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 moeten de concentraties worden bepaald vanaf de grens van het terrein van de inrichting. Dit onderzoek kan echter achterwege blijven indien de nieuwe bestemming betrekking heeft op één of meer categorieën van gevallen als genoemd in de Regeling niet in betekende mate bijdragen. In die gevallen wordt aangenomen dat de toename van de concentratie in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide de 3% grens van de jaargemiddelde concentratie niet overschrijdt. Als sprake is van een beperkte toename van de luchtverontreiniging die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht, hoeft een plan niet langer meer getoetst te worden. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1, sub c, van de Wet milieubeheer. Het Besluit NIBM legt vast wat geldt als niet in betekenende mate bijdragen.
Voor woningbouwlocaties geldt dat deze NIBM zijn wanneer het netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, in geval van één ontsluitingsweg (bijlage 3A, Regeling niet in betekende mate bijdragen). Onderhavig initiatief betreft de bouw van één woning welke is gelegen aan een ontsluitingsweg. Derhalve kan geconcludeerd worden dat deze NIBM is. Gezien het hier bovenstaande is een verder onderzoek naar de luchtkwaliteit niet noodzakelijk.
4.7.2
Woon- en leefklimaat
Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
28
mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof PM10, PM2,5 en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde fijnstofconcentratie op ter plaatse van het plangebied is conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 18,38 μg/m3, voor PM2,5 11,39 μg/m3 en voor NO2 13,51 μg/m3, zie Afbeelding 15.
Afbeelding 15: Uitsnede GCN-kaart fijnstof PM10, PM2,5 en NO2. Plangebied met rood omcirkeld. (bron: RIVM)
Ten aanzien van de luchtkwaliteit zijn er dus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 4.8 Bodemkwaliteit Bij het opstellen van bestemmingsplannen is de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren. Indien de bodemkwaliteit risico's (humaan) met zich mee brengt of er sprake is van een spoedeisend geval van bodemverontreiniging kan de herziening van het bestemmingsplan om bepaalde nieuwe functies toe te staan geen doorgang vinden tot de risico's zijn beheerd of weggenomen door sanering. Binnen het plangebied wordt de bestemming niet gewijzigd, de enkelbestemming ‘Wonen’ blijft gehandhaafd, enkel wordt er een woning toegevoegd aan het maximale aantal wooneenheden. Feitelijk is er dus geen sprake van een gebruikswijziging. Op het perceel waar de woning wordt gerealiseerd, bekend onder sectie C perceel 4353 , hebben nooit bodem verontreinigde activiteiten plaatsgevonden. Op het achtergelegen perceel, bekend onder sectie C, perceel 4354, hebben voorheen bodem verontreinigde activiteiten plaatsgevonden (benzineBestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
29
service-station en autohandel). Na het beëindigen van deze activiteiten is omstreeks 1993/1994 een saneringsonderzoek uitgevoerd en is een saneringsplan opgesteld door BKH adviesbureau. In 1995 is de bodemsanering uitgevoerd en is de bodem aangevuld met schone grond. Zie Afbeelding 16. Voor het plangebied en omgeving van het plangebied zijn ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling. .
Afbeelding 16: Uitsnede kaart Bodemloket (bron: bodemloket.nl)
4.9 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute. De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor Loveren tussen nummer 5 en 7 kunnen zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving.
Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (bouw van een vrijstaande woning) binnen het plangebied is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
30
Uit de risicokaart, zie Afbeelding 17, blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen op het plangebied. Onderhavig plan voorziet wel in de realisatie van nieuwe beperkt kwetsbare objecten. Aangezien onderhavige plangebied niet is gelegen binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de [Rijks]weg. Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpen’ is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. Derhalve hebben de ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing.
Plangebied
Afbeelding 17: Uitsnede risicokaart Nederland
Conclusie
Er kan geconcludeerd worden dat er ten aanzien van het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
31
4.10 Verkeer en parkeren Er dient binnen het plangebied een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer verzekerd te zijn, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. Het plangebied is gelegen aan het Loveren. Het Loveren is een doorgaande verharde weg die vanuit de Baarleseweg vanuit Ulicoten overgaat in het Loveren naar de Pastoor de Katerstraat richting de dorpskern van Baarle-Nassau/Baarle-Hertog. Het Loveren beschikt over voldoende capaciteit om het nieuwe personenvervoer, afkomstig van de nieuw te realiseren woning, af te wikkelen. De beoogde woning mag geen hinder veroorzaken door langsparkeren van auto’s. Derhalve wordt parkeren volledig op eigen terrein gerealiseerd. In de gemeente Baarle-Nassau is de Nota Parkeernormen 2011 opgesteld. Hierin zijn planontwikkelingen ten aanzien van parkeren beschreven. Hierin is opgenomen dat voor woningen met een oppervlakte groter dan 100 m 2 buiten het centrum van Baarle-Nassau de parkeernorm 2 bedraagt. In de nota is tevens beschreven dat deze parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. Echter zal een bijgebouw achter het huis worden gerealiseerd, in dit gebouw wordt de bus en shovel van het stratenmakersbedrijf van zoon gestald.
In onderhavig initiatief wordt dus ten behoeve van parkeren bij de woning een oprit met garage gerealiseerd, hiervoor geldt een correctiefactor waardoor de parkeernorm 1,5 bedraagt. Aangezien de garage ver achter de woning en de straat is gelegen, is de oprit voor én naar de garage toe van dermate oppervlakte dat de parkeernormen ruimschoots binnen eigen terrein worden gerealiseerd. Zie de massastudie en inrichtingsschets, Afbeelding 4 en 5 voor verdere verduidelijking. Derhalve voldoet onderhavig initiatief aan de gemeentelijke parkeernormen. 4.11 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 17). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
32
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen zoals voorliggend plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming ‘Wonen’; - Enkelbestemming ‘Tuin’; - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’; - Bouwvlak; - Maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden’; - Maatvoering ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’.
Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Dorpen’ van de gemeente Baarle-Nassau. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. 5.3 Toelichting regels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpen’ van de gemeente Baarle-Nassau. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
33
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de het Loveren tussen 5 en 7 betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en heeft er een omgevingsdialoog plaats gevonden.
6.2.1
Vooroverleg
6.2.2
Omgevingsdialoog
In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap Brabantse Delta en provincie Noord-Brabant. Uit dit vooroverleg is gebleken dat het plan niet heeft geleidt tot het maken van opmerkingen door de provincie of het waterschap. Door de gemeente is kenbaar gemaakt dat initiatiefnemer in het kader van een goede maatschappelijke uitvoerbaarheid een zorgvuldige dialoog moet voeren met de omwonenden. Eind 2019 heeft initiatiefnemer het plan mondeling toegelicht bij de bewoners van Loveren 5 en 7. Naar aanleiding van deze gesprekken en enkele onbedoelde problemen in verband met tijdelijke opslag van bestratingsmateriaal eind 2019/begin 2020 heeft de gemeente aangegeven dat er een zorgvuldigere dialoog gevoerd moest worden met de omwonenden. Gelet op de grootte en aard van het initiatief is ervoor gekozen om een schriftelijke omgevingsdialoog uit te voeren. Van Dun Advies B.V. heeft hiervoor de benodigde brieven verstuurd en de ingekomen reacties beantwoord. Op 02-10-2020 is de uitleg van het initiatief en de schriftelijke omgevingsdialoog per post bij de omwonenden aangeleverd. De meest nabij gelegen woningen met zicht op het plangebied zijn hiervoor benaderd. In totaal zijn er vanuit 3 adressen reacties gekomen. Dit betreffen de adressen Loveren 2, 5 en 7.
De gestelde vragen en opmerkingen zijn verzameld en in een verslag waar nodig beantwoord. Dit verslag is nogmaals ter controle naar deze bewoners gestuurd. Vanuit Loveren 5 is hierdoor een tweede reactie op het verslag gekomen, waarna deze opmerkingen en vragen aanvullend zijn beantwoord. Het verslag van de omgevingsdialoog is hiermee volledig en de omwonenden zijn dan ook voldoende gehoord. Opgemerkt dient te worden dat de omwonenden niet akkoord te hoeven gaan met het plan of de reacties, maar wel gehoord dienen te worden. Het verslag is ondertekend door initiatiefnemers. He verslag inclusief de begeleidende brief zijn geanonimiseerd toegevoegd aan Bijlage 4 van deze toelichting. Initiatiefnemer heeft aangetoond een zorgvuldige dialoog te hebben gevoerd met de omwonenden.
6.2.3
Zienswijzen en beroep
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het wijzigingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. De gemeente heeft na de inzagetermijn van het ontwerpbestemmingsplan 12 weken de tijd om te beslissen over vaststelling van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
34
Na vaststelling wordt het bestemmingsplan wederom zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan middels het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
35
7. Bijlagen
Bijlage 1: Inrichtingsschets Bijlage 2: Massastudie Bijlage 3: AERIUS berekeningen inclusief onderbouwing en invoergegevens Bijlage 4: Verslag omgevingsdialoog incl. begeleidende brief Bijlage 5: Akoestisch onderzoek
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
36
Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau
37
Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 8
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Wonen Tuin Waarde - Archeologie
9 9 13 14
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
18 18 19 21 22 23 24
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
25 25 26
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Lijst bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Archeologische beleidskaart Bijlage 3 Nota parkeernormen 2011
27 28 43 45
2 ssau" (ontwerp)
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Na
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
Regels
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Nassau" (ontwerp) 3
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
Plan
Het bestemmingsplan 'Loveren ongenummerd Baarle-Nassau' van de gemeente 'Baarle-Nassau'. 1.2
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.3
Aaneengebouwde woning
Een woning die onderdeel uitmaakt van minimaal drie aaneengebouwde woningen. 1.4
Archeologische monumentenzorg
Zorg die zich richt op het optimaal beheer van de bodem als unieke bron van informatie over de geschiedenis van Nederland. 1.5
Archeologisch onderzoek
In een schriftelijke rapportage vastgelegd bureau- en/of veldonderzoek naar de materiële neerslag van menselijke aanwezigheid en menselijk handelen in het verleden. 1.6
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.7
Bedrijf
Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.8
Bedrijf aan huis
Het door een bewoner van een woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een klompenmakerij of een cateringbedrijf. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel. 1.9
Beroep aan huis
Een beroep aan huis is het door een bewoner van een woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebieden, schoonheidssalons, honden-trimsalons en pedicures, die door hun beperkte omvang in de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel. In Baarle-Nassau dient hieronder niet te worden begrepen kappers. In Ulicoten worden kappers hieronder wel begrepen. 1.10
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.11
Bevoegd gezag
Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 4 ssau" (ontwerp)
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Na
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
1.12
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.13
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.14
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.15
Bouwlaag
Een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.16
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.17
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.18
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
Bouwperceelsgrens
De grens van een bouwperceel. 1.20
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.21
Dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé. 1.22
Eerste bouwlaag
De eerste volledige bouwlaag boven het peil. 1.23
Erkers
Een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag. Dit is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in bijlage II, artikel 1.1 van het Besluit omgevingsrecht. 1.24
Gevellijn
De als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd.
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Nassau" (ontwerp) 5
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
1.25
Handel
Elke vorm van handel dat wil zeggen het bedrijfsmatig ten verkoop uitstallen, te koop aanbieden, verkopen of leveren van goederen. 1.26
Kunstwerken
Bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke. 1.27
Lijst van bedrijfsactiviteiten
De lijst van bedrijfsactiviteiten, bevattende basisinformatie voor milieuzonering, wordt gewijzigd. De mogelijkheid van opslag voor vuurwerk wordt geschrapt, te weten (SBI code 46499). De nieuwe lijst van bedrijfsactiviteiten is als Bijlage 1 bij deze regels gevoegd. 1.28
Mantelzorg
Het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.29
Ondergronds bouwwerk
Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.30
Overkapping
Een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten ruimte van lichte constructie (zijnde een plat dak). Indien een overkapping aangebouwd is aan een gebouw mag een overkapping maximaal 2 niet eigen wanden hebben. Eigen wanden zijn dan niet toegestaan. Indien een overkapping niet is aangebouwd aan een gebouw mag een overkapping maximaal 1 eigen wand hebben. 1.31
Peil
a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: het hoogste punt van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang. b. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. 1.32
Seksinrichting
De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.33
Sociale veiligheid
Het voorkomen van het ontstaan van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is; 1.34
Stedenbouwkundige waarde/kwaliteit
De aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied. 1.35
Voorgevel
Een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw.
6 ssau" (ontwerp)
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Na
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
1.36
Voorgevellijn
Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.37
voorkeursgrenswaarde
De maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.38
Voorzieningen van algemeen nut
Voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.39
Water en waterhuishoudkundige voorieningen
Al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.40
Woning
Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Nassau" (ontwerp) 7
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
De dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
Afstand tot de bouwperceelsgrens
Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.7
Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
8 ssau" (ontwerp)
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Na
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis in hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis, met een maximum van 45 m²; met de daarbijbehorende: b. c. d. e. f.
tuinen en erven; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; voorzieningen van algemeen nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Met daaraan ondergeschikt: g. het hobbymatig houden van paarden met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 3.4.1 in acht genomen dient te worden; 3.2
Bouwregels
3.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Binnen het bouwvlak is alleen het woningtypen 'vrijstaand' toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', mag het aantal wooneenheden niet meer bedragen zoals op de verbeelding is weergegeven. e. De maximale goothoogte bedraagt 6 meter. f. De maximale bouwhoogte bedraagt 10 meter. g. Hoofdgebouwen mogen worden afgedekt met een kap. 3.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. Bijbehorende bouwwerken zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan. b. De goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan de bovenkant van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. c. De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 5,5 meter, met dien verstande dat de minimale afstand tot de bouwhoogte van het hoofdgebouw 1,5 meter dient te bedragen. Doortrekken van het schuine dak van het hoofdgebouw over het aangebouwde bijgehorende bouwwerk met eenzelfde dakhelling is toegestaan. Dan geldt de feitelijke goothoogte van het hoofdgebouw als de maximale bouwhoogte van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk. d. De goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 3,5 meter. e. De bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 5,5 meter. f. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak op percelen tot en bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Nassau" (ontwerp) 9
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau met 500 m² mag niet meer bedragen dan 60 m², mits de gronden gelegen buiten het bouwvlak voor niet meer dan 50% is dan wel wordt bebouwd. g. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak op percelen met een oppervlakte van meer dan 500 m², mag niet meer bedragen dan 60 m², vermeerderd met 10% van de oppervlakte van het bouwperceel boven de 500 m² tot een maximum van 120 m², mits de gronden gelegen buiten het bouwvlak voor niet meer dan 50% is dan wel wordt bebouwd. h. De minimale afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn van de woning bedraagt 3 meter. i. In afwijking van het bepaalde onder lid h is het toegestaan bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers, entreeportalen en dergelijke voor de voorgevel danwel binnen een afstand van 3 meter tot de voorgevel van het hoofdgebouw te bouwen, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de afstand tot een bouwperceelsgrens minimaal 3 meter bedraagt; 3. de breedte maximaal 50% van de gevel bedraagt; 4. de goothoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw. 3.2.3
Voorzieningen van algemeen nut
Voor het bouwen van voorzieningen van algemeen nut gelden de volgende regels: a. De oppervlakte van een gebouw voor voorzieningen van algemeen nut bedraagt maximaal 15 m². b. De bouwhoogte van een gebouw voor voorzieningen van algemeen nut bedraagt maximaal 3 meter. 3.2.4
Overkappingen
Overkappingen zijn toegestaan binnen de regels voor bijbehorende bouwwerken. Daar bovenop geldt dat overkappingen ook zijn toegestaan als deze niet (meer) vallen binnen de regels van artikel 3.2.2, waarbij dan de volgende regels gelden: a. b. c. d.
De oppervlakte van een overkapping bedraagt maximaal 20 m². De bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3 meter. Er mag slechts 1 overkapping per bouwperceel gerealiseerd worden. De oppervlakte van overkappingen overeenkomstig lid a telt niet mee bij bepaling van de maximale oppervlakte zoals vervat in artikel 3.2.2 lid f en lid g.
3.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter. b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 3.2.6
Paardenbak
Binnen de bestemming 'Wonen' mag één paardenbak worden opgericht, met dien verstande dat: a. De oppervlakte van de paardenbak maximaal 200 m² bedraagt, met dien verstande dat de gronden gelegen buiten het bouwvlak voor niet meer dan 50% is dan wel wordt bebouwd. b. De hoogte van de omheining van de paardenbak bedraagt maximaal 2 meter. c. De minimale afstand van de paardenbak en/of uitloopmogelijkheid van het paard tot perceelsgrenzen bedraagt 5 meter. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: 10 ssau" (ontwerp)
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Na
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau a. b. c. d. e. f. g. h.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie (wooncomfort, kwaliteit woongenot van de directe omgeving); de gebruiksmogelijkheden (op eigen terrein en op aangrenzende gronden); de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de parkeerruimte op eigen terrein; de sociale veiligheid; de brandveiligheid.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Hobbymatig houden van paarden
a. b. c. d. e.
Op percelen van 1000 tot 1500 m² mag maximaal één paard worden gehouden. Op percelen van 1500 – 2500 m² mogen maximaal twee paarden worden gehouden. Op percelen van 2500 – 3500 m² mogen maximaal drie paarden worden gehouden. Op percelen van 3500 – 5000 m² mogen maximaal vier paarden worden gehouden. Op percelen groter dan 5000 m² mogen maximaal vijf paarden gehouden worden.
3.4.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het gebruik van de grond en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van enige vorm van handel en/of bedrijf anders dan onder 3.1 omschreven; b. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; c. bewoning als afhankelijke woonruimte; d. kamerbewoning; e. recreatief nachtverblijf; f. seksinrichtingen; g. het bedrijfsmatig houden van paarden; h. het bedrijfsmatig exploiteren van een paardenbak; i. het oprichten van een of meer lichtmasten en/of tredmolens; j. de opslag van vuurwerk. 3.5
Afwijken van de specifieke gebruiksregels
3.5.1
Beroep aan huis
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor de uitoefening van een beroep aan huis in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. per bouwperceel het oppervlak aan bebouwing dat hiervoor gebruikt wordt niet meer dan 100 m² bedraagt; b. de woonfunctie op het bouwperceel primair blijft; c. het gebruik geen ernstige c.q. onevenredige hinder oplevert voor het woonmilieu en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de buurt; d. de activiteit niet vergunningplichtig is op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; e. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer; f. op eigen terrein wordt voorzien in de nodige parkeergelegenheid.
bestemmingsplan "Loveren ongenummerd Baarle-Nassau" (ontwerp) 11
bestemmingsplan Loveren ongenummerd Baarle-Nassau
3.5.2
Bedrijf aan huis
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor de uitoefening van een bedrijf aan huis in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft. Dit wil zeggen dat maximaal 40 % van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij bijbehorende bouwwerken mag worden aangewend ten behoeve van het bedrijf aan huis, zulks met een absoluut maximum van 45 m²; b. een afwijking mag alleen verleend worden voor het uitoefenen van bedrijvigheid, die valt in categorie 1 of 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Deze lijst wordt als bijlage opgenomen bij de regels; c. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat: 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (Stb. 1993, 50) valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; 2. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; 3.
het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; d. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; e. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw; f. seksinrichtingen niet zijn toegestaan. 3.5.3
Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.2 en toestaan dat een deel van de woning en/of een al dan niet vrijstaand bijbehorend bouwwerk gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan: a. een dergelijke bewoning dient noodzakelijk te zijn vanuit een oogpunt van mantelzorg en op grond van een medische indicatie te worden aangetoond. Het bevoegd gezag vraagt voorafgaand aan het te nemen besluit advies aan een ter zake deskundige instantie; b. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; c. indien de afhankelijke woonruimte geheel wordt gesitueerd binnen een vrijstaand bijbehorend bouwwerk dient de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake vrijstaande bijbehorende bouwwerken te worden ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m²; d. indien de bij het verlenen van de afwijking van het bestemmingsplan bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, trekt het bevoegd gezag de vergunning in.