CConstaterende datBaarle Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp bestemmingsplan

Gemeenteraad (openbaar) 29 juni 2022, gemeente Baarle NassauBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Loveren ong., Baarle-Nassau31.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Loveren ongenummerd Gemeente Baarle-Nassau

Plangebied:

Tussen Loveren 5 en 7, Baarle-Nassau

Projectnummer:

17344-004

Datum:

10-11-2020 / 7-12-2021

Opgesteld door:

Van Dun Advies B.V.

Projectleider: Auteur:

M.G.J.W. Gerards M.C. van Oijen

Status:

Ontwerp

IMRO-code:

NL.IMRO.0744.BPLoverenong-ON01

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau Van Dun Ontwerp en Planologie is een handelsnaam van Van Dun Advies BV.

1

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING..................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................. 3 1.2 Ligging van het plangebied ................................................................................................ 3 1.3 Vigerend planologisch regime ............................................................................................. 3 1.4 Procedure ......................................................................................................................... 4 1.5 Leeswijzer ......................................................................................................................... 5 2. PLANBESCHRIJVING ..................................................................................................... 6 2.1 Historische situatie ............................................................................................................ 6 2.2 Bestaande situatie ............................................................................................................. 6 2.3 Beoogde situatie ................................................................................................................ 7 3.

BELEIDSKADER .............................................................................................................. 9 3.1 Rijksbeleid ........................................................................................................................ 9 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................... 9 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................................... 9 3.2.2 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) .............................................10 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................................11 3.3 Gemeentelijk beleid ..........................................................................................................15 3.3.1 Bestemmingsplan ......................................................................................................15 3.3.2 Woonvisie 2018-2023 ‘Baarle BRUIST, in Baarle kom je thuis’ ......................................16 4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN..............................................

17 4.1 Waterhuishouding ............................................................................................................17 4.1.1 Waterrelevant beleid ..................................................................................................17 4.1.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie ...................................................................19 4.1.3 Beoogde waterhuishoudkundige situatie .....................................................................19 4.2 Natuur .............................................................................................................................19 4.2.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................19 4.2.2 Wet natuurbescherming .............................................................................................20 4.3 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ..........................................................................23 4.3.1 Cultuurhistorie en aardkunde .....................................................................................23 4.3.2 Archeologie ...............................................................................................................24 4.4 Bedrijven en milieuzonering ..............................................................................................25 4.5 Geur

................................................................................................................................26 4.6 Geluid ..............................................................................................................................27 4.7 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................28 4.7.1 Niet in Betekenende Mate ..........................................................................................28 4.7.2 Woon- en leefklimaat .................................................................................................28 4.8 Bodemkwaliteit .................................................................................................................29 4.9 Externe veiligheid .............................................................................................................30 4.10 Verkeer en parkeren .........................................................................................................32 4.11 Technische infrastructuur ..................................................................................................32 5. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ..............................................................................

33 5.1 Juridische achtergrond ......................................................................................................33 5.2 Toelichting verbeelding .....................................................................................................33 5.3 Toelichting regels .............................................................................................................33 6. UITVOERBAARHEID ..................................................................................................... 34 6.1 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................34 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................34 6.2.1 Vooroverleg ..............................................................................................................34 6.2.2 Omgevingsdialoog .....................................................................................................34 6.2.3 Zienswijzen en beroep ...............................................................................................34 7. BIJLAGEN..................................................................................................................... 36

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

2

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, de ligging van het plangebied, het vigerend planologisch regime en de procedure aan bod. Tevens is een leeswijzer in dit hoofdstuk opgenomen. 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer is mede-eigenaresse van het perceel gelegen tussen de woningen aan het Loveren 5 en 7 te Baarle-Nassau. Het perceel is momenteel in gebruik als dierenweide. Van oudsher is het perceel in bezit van de familie van initiatiefnemer, die voorheen een vleeskalverenbedrijf exploiteerden aan de Pastoor de Katerstraat 31 te Baarle-Nassau. Initiatiefnemer heeft al geruime tijd de wens om op het onbebouwde perceel aan het Loveren een woning te realiseren. Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Baarle-Nassau heeft in de brief van 25 juni 2018 kenbaar gemaakt om aan initiatiefnemer om medewerking te verlenen aan het toevoegen van een woning op de betreffende locatie. Initiatiefnemer kan met dit positief besluit de bestemmingsplanherziening in werking zetten. Onderhavige ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarbij de zoon van initiatiefnemer uiteindelijk woonachtig zal zijn in de beoogde woning. 1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in aan de zuidwestelijke rand van de dorpskern van Baarle-Nassau, op het onbebouwde perceel tussen het Loveren 5 en 7.

Het perceel ligt aan het bebouwingslint ten oosten van het gehucht Loveren in een omgeving met Nederlands en Belgisch grondgebied, met een combinatie van woningen, bedrijven, (straat)groen, agrarische akkers en weilanden en infrastructuur. Onderhavige locatie is bekend bij het Kadaster als sectie C, perceel 4353 met een omvang van 360 m2 en perceel 4354 met een omvang van 885 m2. In totaal omvat het plangebied dus een oppervlakte van 1.245 m2. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied op een luchtfoto weer.

Afbeelding 1: Ligging plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 Vigerend planologisch regime Het vigerend planologisch regime is ter plaatse van het plangebied opgenomen in het bestemmingsplan ‘Dorpen’ van de gemeente Baarle-Nassau. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Baarle-Nassau op 11 april 2012 vastgesteld. Op dit bestemmingsplan is bij de Raad van State beroep ingediend, waarna de benodigde wijzigingen en andere correcties en aanvullingen zijn verwerkt in het bestemmingsplan ‘Dorpen’ 1 e (correctieve) herziening, vastgesteld door de gemeenteraad op 24-02-2016. Aangezien de correctieve herziening primair gericht is op het repareren Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

3

van consequenties na de uitspraak van de Raad van State en verdere vaststellingen, is dit (los van de algemene aanpassingen in de regels) niet van verdere toepassing voor onderhavige ontwikkeling. Conform het bestemmingsplan ‘Dorpen’ heeft het plangebied de volgende bestemmingen en aanduidingen, zie Afbeelding 2: -

Enkelbestemming ‘Wonen’; Enkelbestemming ‘Tuin’; Dubbelbestemming Waarde – ‘Archeologie’; Maatvoering – Maximaal aantal wooneenheden 4; Bouwvlak.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Dorpen’ van de gemeente Baarle-Nassau

Daar waar het bestemmingsplan enkel ter plaatsen van een bouwvlak het maximaal bepaalde aantal wooneenheden toestaan past onderhavig initiatief niet binnen dit vigerend ruimtelijk beleid. Binnen het bouwvlak zijn reeds vier wooneenheden aanwezig. In de afwijkingsbevoegdheid, artikel 25.4.1, zijn voorwaarden opgenomen om binnen een bouwvlak een woning toe te voegen. Dit is echter enkel toegestaan binnen een bestaand hoofdgebouw. Op grond van het bestemmingsplan is het dus niet mogelijk om een vrijstaande woning te realiseren op het perceel van initiatiefnemer. De ontwikkeling zou wel mogelijk gemaakt kunnen worden middels een partiële herziening van het bestemmingsplan. Derhalve wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld welke de realisatie van de vrijstaande woning mogelijk maakt. Voorliggende toelichting betreft de planologische verantwoording voor het initiatief. 1.4 Procedure Voor het gewenste initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Onderhavig bestemmingsplan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten.

In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals provincie en waterschap. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kunnen belanghebbenden hun zienswijzen kenbaar maken. Gedurende de inzagetermijn ligt het Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

4

ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels en toelichting, inclusief bijbehorende bijlagen) ter inzage. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp of belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. 1.5 Leeswijzer In voorliggende toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het vigerend planologische regime en de te doorlopen procedure is beschreven. Hierna is in het tweede hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de bestaande en beoogde situatie. In hoofdstuk 3 van voorliggende toelichting wordt het van toepassing zijnde beleid uiteengezet, welke het provinciaal en gemeentelijk beleid betreft. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven.

De juridische planbeschrijving is vervat in hoofdstuk 5 van voorliggende toelichting waarin een beschrijving van de juridische achtergrond van onderhavig bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in het daaropvolgende hoofdstuk. Tot slot wordt in het laatste hoofdstuk een afweging gemaakt van de planologische aanvaardbaarheid van de ontwikkeling.

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

5

2. Planbeschrijving 2.1 Historische situatie Het plangebied is gelegen in de zuidwestelijke rand van de dorpskern van Baarle-Nassau, ten oosten van het historische gehucht Loveren. De woning, die beoogd wordt op het onbebouwde perceel tussen het Loveren 5 en 7, is gelegen aan lint tussen de oude kern van Loveren en Baarle-Nassau. Loveren behoort tot de oudste gedeelten van Baarle-Nassau. Het centrum van de wijk vormt een beplant pleintje met een waterstroompje. Loveren ademt een sfeer van rust en historie, wat het gebied een eigen karakter geeft. Het plangebied is gelegen aan het lint dat loopt van Loveren naar de kern van Baarle-Nassau/Baarle-Hertog. Uit de kaart van 1850 is te zien dat Loveren van omvang vrijwel net zo groot was als de omvang van Baarle-Nassau en Baarle-Hertog. In de loop der jaren is Baarle-Nassau (en Baarle-Hertog) gegroeid waardoor Loveren en omgeving zijn verbonden. Langs het lint is al vanaf oudsher bebouwing aanwezig.

Afbeelding 3: Historische kaart omstreeks 1850 (links), topografische kaart 2015 (rechts) (bron: topotijdreis.nl, plangebied blauw omcirkeld)

Het plangebied (en omgeving) is gelegen in het Brabantse zandgebied op een dekzandplateau. Op onderhavig plangebied vormen hoge zwarte enkeerdgronden met zwak lemig fijn zand het bodemtype, deze gronden zijn voedselrijk en hebben doorgaans een droge bodem (grondwatertrap VII). 2.2 Bestaande situatie De gemeente Baarle-Nassau is gelegen in het zuiden van de provincie Noord-Brabant, sterk verweven met de gemeentelijke grenzen van de Belgische gemeente Baarle-Hertog. Het Loveren is gelegen aan de zuidwestelijke rand van de dorpskern van Baarle-Nassau. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door het lint met hieraan gelegen al dan niet karakteristieke lintbebouwing met (voormalige) boerenerven en woonhuizen. Baarle-Nassau heeft een uniek karakter, natuurlijk heeft dit een directe relatie met de verweving van het Belgisch grondgebied van Baarle-Hertog. Dit maakt het straatbeeld divers, verschillende woningtypen wisselen elkaar af. Ook aan het Loveren staan alle woningen vrij dicht op elkaar gebouwd wat de straat stedenbouwkundig karakteriseert. Alle woningen aan het lint van het Loveren hebben richting het zuiden vrije zichtlijnen over de aanliggende akkerbouwlanden. De woningen zijn niet ingesloten, wat het woon- en leefklimaat versterkt.

De woningen die gelegen zijn naast en in de omgeving van het te bebouwen perceel zijn vrij verouderde twee-onder-een-kap-, vrijstaande woningen en bungalows. In de omgeving van onderhavig plangebied zijn diverse voorzieningen en bedrijfsmatige activiteiten gevestigd. Het gebied is vanuit oudsher een gemengd gebied met wonen, werken en bedrijvigheid. Het perceel is momenteel in gebruik als dierenweide, het perceel is derhalve met hekwerk en een poort omringd.

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

6

2.3 Beoogde situatie Initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe vrijstaande woning toe te voegen aan het onbebouwde plangebied tussen het Loveren 5 en 7. Gemeente Baarle-Nassau heeft in haar brief van 25 juni 2018 aangegeven medewerking te verlenen aan de realisatie van één woning. Hierbij is het van belang dat de stedenbouwkundige kwaliteit gewaarborgd is. Het perceel waarop de vrijstaande woning beoogd is, is bekend bij de gemeente onder sectie C, perceel 4353, met een oppervlakte van 360 m2. Voor het bouwen van een vrijstaande woning is het perceel vrij smal, echter is de gemeente bereid om af te wijken van haar standaard 3 meter aan weerszijden van de perceelgrens, zodat de woning met voldoende oppervlakte kan worden gerealiseerd. Stedenbouwkundig misstaat het niet om in het Loveren af te wijken van deze drie meter, echter moet de woning wel op een zo zorgvuldige manier mogelijk worden ingepast. Het is daarnaast niet wenselijk de woning te realiseren op het achterperceel. De maximale bouwhoogte van de woning is 10 meter, waarbij de maximale goothoogte 6 meter bedraagt. In de beoogde situatie is een aanbouw aan het hoofdgebouw gesitueerd. Het achterperceel, bekend bij de gemeente onder sectie C, perceel 4354, met een oppervlakte van 885 m2, is in eigendom van initiatiefnemer.

Bij de woning wenst initiatiefnemer realisatie van een bijgebouw van circa 120 m2 op het achterliggende perceel, voor het stallen van een bus en shovel, wat ten dienste staat aan het stratenmakers bedrijf van desbetreffende bewoner. In combinatie met de erfverharding (circa 200 m2) betreft de ontwikkeling een toename van 442 m2 verhard oppervlak In onderstaande inrichtingsschets, Afbeelding 4, is de beoogde situatie weergeven. In Afbeelding 5 is een uitsnede van de massastudie weergegeven. Voor de totale weergave van de inrichtingsschets en de massastudie wordt verwezen naar Bijlage 1 en Bijlage 2.

Afbeelding 4 Inrichtingsschets beoogde situatie

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

7

Afbeelding 5: Uitsnede massastudie

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

8

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het voor onderhavige ontwikkeling relevante ruimtelijke rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid uiteengezet. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling in dit hoofdstuk tevens aan dit beleid getoetst. 3.1 Rijksbeleid Voor wat betreft het Rijksbeleid dient te worden aangesloten op de Structuurvisie Infrastructuur en Milieu (SVIR). De SVIR is vastgesteld op 13 maart 2012. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, er wordt dus een visie gepresenteerd van waar Nederland in 2014 moet staan. Het Rijk streeft ernaar om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken. Het investeren in en prioriteren van ruimtelijke ontwikkelingen die bijdragen aan een sterkere economische en internationale positie, de gebruiker voorop stelt en maatwerk opleveren is het uitgangspunt. Om de ambities waar te maken wordt ingezet op sterke stedelijke regio’s en een samenwerking tussen het Rijk, (decentrale) overheden, marktpartijen en kennisinstellingen. De voorliggende planontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen uit de SVIR en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / AMvB Ruimte om te komen tot de bevordering van krachtige dorpen en steden en duurzaam en zuinig ruimtegebruik.

Het voldoet aan de eis om ruimtelijke ontwikkelingen integraal te bezien en zorgvuldig om te gaan met de leefomgeving. Onderhavige ontwikkeling betreft namelijk een inbreiding van de kern Baarle-Nassau, waarbij ongebruikte waardevolle grond wordt ingezet om maatwerk te leveren voor de gebruiker. Aspecten als water, veiligheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van de planologische toets. Daarmee is het initiatief niet in strijd met het rijksbeleid. 3.2 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Omgevingsvisie NoordBrabant, de Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘Werken aan de slimme netwerkstad’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:

‘Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur.’

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

9

Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:

‘Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en met elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving.’ Brabant doet het goed. Om top kennis- en innovatieregio te blijven en deze positie te versterken is het nodig dat Brabant zich sterker inzet voor een toekomstbestendig woon-, leef- en vestigingsklimaat met een robuust mobiliteitssysteem. Binnen het netwerk zullen de verschillen toenemen. In en rond de grote steden is er een relatief hoge dynamiek: de economie en de bevolking van de stedelijke regio’s groeit. Andere delen van Brabant, met name de grensregio’s, krijgen te maken met krimp. De verschillen vragen om maatwerk: enerzijds zorgdragen voor de vitaliteit van krimpgebieden en de aanhaking hiervan op het centrale stedelijke netwerk en anderzijds het ondersteunen en versterken van het centrale stedelijke netwerk. Daarnaast is het van belang de laagdynamische gebieden die rust, ruimte, cultuurhistorie en natuur bieden te koesteren.

Om de doelen te bereiken wordt ingezet op een samenhangende ruimtelijke koers waarin stad, land en mobiliteit met elkaar worden verbonden. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De komende 10 jaar ligt er namelijk nog een forse woningbouwopgave, maar daarna loopt deze in omvang af. Dit betekent dat er de komende 10 jaar interessante kansen liggen om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. Omdat conform het vigerende bestemmingsplan de bouw van de nieuwe woning binnen het bouwvlak niet is toegestaan wordt middels deze partiële herziening de realisatie van één extra woning mogelijk gemaakt. Daar sprake is van bestaand stedelijk gebied, valt dit plan onder een ‘inbreidingslocatie’. Het onbebouwde perceel ligt al jaren leeg en voegt op dit moment weinig toe aan de kwaliteit van het bebouwingslint Loveren. De kwaliteit van het stedelijk gebied van de gemeente Baarle-Nassau neemt met dit plan toe. Er kan dus worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

3.2.2

Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014)

De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Volgens de structurenkaart, zie Afbeelding 6, is onderhavig plangebied gelegen in ‘kernen in het landelijk gebied’. De provincie vindt het belangrijk dat er in Noord-Brabant verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied. De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied om zo bij te dragen aan een onderscheidend leef- en vestigingsklimaat ter versterking van de kenniseconomie in Brabant.

Bij de opgave voor wonen en werken wordt het accent sterker verlegd naar de te ontwikkelen kwaliteiten, de inzet op herstructurering en het beheer van het bestaand stedelijk gebied. Kleinere kernen maken meer deel uit van het omliggende landschap en hebben nog een natuurlijke overgang Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

10

richting het landschap. Het benutten van lege plekken binnen het bestaand stedelijk gebied staat voorop. Bouwen in kernen in het landelijk gebied is voor eigen woningbehoefte, ruimte is beschikbaar voor ontwikkelingen van enige omvang. Onderhavig initiatief past derhalve binnen de uitgangspunten van de Svro 2014, aangezien het een ontwikkeling betreft met inbreiding van bestaand stedelijk gebied door het benutten van lege plekken.

Afbeelding 6: Uitsnede structurenkaart Sv 2014 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

3.2.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De laatste versie van de Iov is op 14 februari 2020 door Provinciale Staten vastgesteld en is per 22 februari 2020 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2.

Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen. In dit geval is het plangebied gelegen in de werkingsgebieden ‘stedelijk gebied’ en ‘stalderingsgebied’, zie Afbeelding 7.

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

11

Afbeelding 7: Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Afdeling 3.5 bevat de voorwaarden voor stedelijke ontwikkeling en mobiliteit. Met het initiatief wordt de realisatie van 3 nieuwe woningen in stedelijk gebied mogelijk gemaakt. Derhalve zal later in deze paragraaf getoetst worden aan artikel 3.42 ten aanzien van duurzame stedelijke ontwikkeling. Verder bevat artikel 3.52 aanvullende regels ten aanzien van het stalderingsgebied. Deze regels hebben betrekking op een toename in de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren. Met het initiatief is geen sprake van een veehouderij en/of dierenverblijven. De regels met betrekking tot het stalderingsgebied zijn derhalve niet van toepassing. Aan de relevante artikelen zal hierna worden getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.

Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6)

Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

12

(ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’. Zoals reeds hiervoor beschreven voorziet onderhavig initiatief in de realisatie van één vrijstaande woning. De gewenste ontwikkeling is niet passend binnen het toegestane ruimtebeslag daar het vigerend bestemmingsplan slechts vier woningen toelaat binnen het bouwvlak. Echter wordt naast de bestaande woningen binnen het bouwvlak een extra woning gewenst. Het plangebied is gelegen binnen het bebouwingslint van het Loveren in Baarle-Nassau. De beoogde woning betreft een versterking van de bebouwingsstructuur daar de open ruimte in het bebouwingslint is opgevuld. Er is dus sprake van een ‘inbreidingslocatie’. Daarnaast wordt voor completering van het bebouwingslint de woning aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige structuur. Voor het bouwen van een vrijstaande woning is het perceel vrij smal, echter is de gemeente bereid om af te wijken van haar standaard 3 meter aan weerszijden van de perceelgrens, zodat de woning met voldoende oppervlakte kan worden gerealiseerd.

Stedenbouwkundig misstaat het niet om in het Loveren af te wijken van deze drie meter, aangezien alle woningen aan het Loveren al dicht op elkaar zijn gebouwd. In geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Uit een ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het initiatief betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling daar het voorziet in het toevoegen van één extra wooneenheid. Conform jurisprudentie blijkt dus dat een dergelijke kleinschalige ontwikkeling niet valt onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve is verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Geconcludeerd kan worden dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.

Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond; - de netwerklaag; - de bovenste laag. Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.

Meerwaardecreatie (artikel 3.8)

Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat.

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

13

Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Het planvoornemen voorziet in de opvulling van een waardevol onbebouwd perceel in het bebouwingslint van het Loveren. Met de realisatie van de woning krijgt de nieuwe generatie van de familie van initiatiefnemer de kans om te blijven wonen in het geboortedorp. Dit is van belang om een dorp levendig te houden. De woning zal stedenbouwkundig aansluiten bij de karakteristieken van de omgeving. Duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 3.42) Een bestemmingsplan in het 'Stedelijk gebied' dat voorziet in het realiseren van woningen bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en bevat een onderbouwing dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Hierna wordt aangetoond dat het initiatief past binnen de regionale afspraken. Opgemerkt dient te worden dat eerder in deze paragraaf is aangetoond dat, op basis van jurisprudentie, geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor de volledigheid wordt hieronder toch nog kort getoetst aan de voorwaarden voor een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen.

Regionaal overleg

Omdat de stedelijke ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen ook bovengemeentelijke gevolgen kan hebben, worden hierover binnen het regionale overleg afspraken gemaakt. Het is belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen op een juist niveau zijn afgestemd met andere initiatieven zowel vanuit kwantiteit als vanuit kwaliteit. Voorliggend initiatief gaat in op het realiseren van één extra wooneenheid binnen een bestaand bouwvlak. Zoals eerder in deze toelichting is verwoord is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een dergelijk aantal heeft geen bovengemeentelijke gevolgen.

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen; a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving;

Goede omgevingskwaliteit is in de interim omgevingsverordening omschreven als 'de kwaliteit van een plek die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde'. Voor een goede omgevingskwaliteit wordt rekening gehouden met 'zorgvuldig ruimtegebruik', 'de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering' en 'meerwaardecreatie'. Voorgaand in deze paragraaf is getoetst aan deze aspecten. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief bijdraagt aan een goede omgevingskwaliteit. Wat betreft een veilige en gezonde leefomgeving wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden;

In dit concrete geval is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het planvoornemen plaatsvindt in bestaand stedelijk gebied. Zie tevens de nadere onderbouwing eerder in deze paragraaf. Binnen het plangebied is geen sprake van bestaande bebouwing, waardoor transformatie dan ook niet aan de orde is.

c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;

De beoogde woning wordt gebouwd met oog voor duurzame energieopwekking (denk aan zonnepanelen). De concrete invulling hiervan ligt natuurlijk bij de toekomstige bewoners en zal uiting krijgen in de benodigde aanvragen omgevingsvergunningen voor bouw.

d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; In paragraaf 4.2 van deze toelichting wordt nader ingegaan hoe omgegaan wordt met dit aspect. Voor de uniformiteit wordt dan ook verwezen naar deze paragraaf.

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

14

e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit;

Bij de realisatie van de nieuwe woning zijn maar minimale ingrepen benodigd om te voorzien in duurzame mobiliteit. De inrit van de woning wordt aangesloten op de bestaande wegenstructuur. De woonkavel voorziet in ruimte parkeergelegenheden op eigen terrein.

f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

Daar dit initiatief voorziet in één extra wooneenheid binnen bestaand bouwvlak is geen sprake van een initiatief die wezenlijk bijdraagt aan een duurzame en concurrerende economie. Met de nieuwe woning krijgt een jong gezin de mogelijkheid te blijven wonen binnen het geboortedorp. Dit betreft dan ook een gezonde ontwikkeling voor het dorp Baarle-Nassau. Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan de voorwaarden voor duurzame stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.42. Conclusie Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3 Gemeentelijk beleid Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn de volgende gemeentelijke beleidskaders relevant: - Bestemmingsplan ‘Dorpen’; - Woonvisie 2018-2023.

3.3.1

Bestemmingsplan

Zoals reeds in de inleiding van voorliggende toelichting beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Dorpen’ vigerend. Hier zijn ter plaatse van de beoogde woning de volgende aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming ‘Wonen’; - Enkelbestemming ‘Tuin’; - Dubbelbestemming Waarde – ‘Archeologie’; - Maatvoering – Maximaal aantal wooneenheden 4; - Bouwvlak.

Afbeelding 8: Uitsnede bestemmingsplan ‘Dorpen’ van de gemeente Baarle-Nassau

Daar waar het bestemmingsplan enkel ter plaatsen van een bouwvlak het maximaal bepaalde aantal wooneenheden toestaat past onderhavig initiatief niet binnen dit vigerend ruimtelijk beleid. Binnen het bouwvlak zijn reeds vier wooneenheden aanwezig. Daar het vigerende bestemmingsplan de Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

15

nieuwbouw van de vrijstaande woning in het plangebied niet rechtstreeks mogelijk maakt en tevens geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen, wordt, conform art. 3.1 Wro, een nieuw bestemmingsplan opgesteld voor het plangebied. Voorliggende toelichting bevat de planologische verantwoording van het initiatief.

3.3.2

Woonvisie 2018-2023 ‘Baarle BRUIST, in Baarle kom je thuis’

Op 19 september 2018 is door de gemeenteraad van Baarle-Nassau de Woonvisie ‘Baarle BRUIST, in Baarle kom je thuis’ 2018-2023 vastgesteld. In deze Woonvisie wordt de balans gezocht tussen demografische ontwikkelingen in combinatie met de ontwikkelingen in de woningvoorraad. Onderstaande ambities zijn opgenomen in de Woonvisie en van belang op onderhavig initiatief: Volgens de cijfers van de provincie leidt de toenemende huishoudensomvang tot een extra woningbehoefte van plus 85 tot plus 155 woningen in de gemeente Baarle-Nassau, met als gros in de periode tot 2023. In de laatste jaren heeft Baarle-Nassau een inhaalslag gemaakt in de vraag naar woningen, desondanks blijft er een aanhoudende vraag naar nieuwbouwwoningen. Gemeente Baarle-Nassau zal zich inspannen om ruimere bouwmogelijkheden te krijgen, dan op basis van eerdere regionale afspraken over aantallen mogelijk was. Het toevoegen van kwaliteit boven kwantiteit staat voorop, de gemeente zal een continue bouwstroom passend bij de behoefte plannen en uitvoeren. Wat betreft kleinschalige toevoegingen moet dit mogelijk blijven, dit vraagt echter wel maatwerk. Kleinschalige innovatieve initiatieven worden toegejuicht. Uitgangspunt is het oplossen van lokale knelpunten en dat het initiatief komt vanuit initiatiefnemers met lokale binding. Er blijft ruimte voor zelfbouwkavels.

Deze kleinschalige initiatieven worden waar mogelijk gefaciliteerd, op voorwaarde dat het initiatief ligt bij de bewoners zelf. Het realiseren van de vrijstaande woning is een kleinschalig initiatief vanuit een lokale bewoner, het individuele plan betreft maatwerk en het perceel waarop gebouwd wordt betreft een kavel in particulier bezit van de initiatiefnemer. Gezien het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat onderhavig initiatief aansluit bij de ambities uit de Woonvisie 2018-2023.

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

16

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Waterhuishouding Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ▪ Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.1.1

Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

In de structuurvisie komen over het onderwerp water de volgende aspecten aan bod: • Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; • Een betere waterveiligheid door preventie; • Koppeling van waterberging en droogtebestrijding; Binnen de themakaart ‘water’ van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geen aanduidingen gelegen op het plangebied. Er zijn derhalve geen voorwaarden waar in het kader van de Iov aan getoetst dien te worden. De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: • voldoende water voor mens, plan en dier; • schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); • bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening.

Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.

Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

17

Afbeelding 9: Uitsnede kaart ‘Gezondheid – 1’ PMWP (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Zoals weergegeven is in Afbeelding 9 heeft het plangebied in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘water in bebouwd gebied’ toegekend gekregen. Deze aanduiding komt overeen met de aanduiding uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Interim omgevingsverordening. Het waterbeheer in deze gebieden richt zich op zodanige realisatie van de gewenste woon- en werkomstandigheden dat de waterhuishouding zoveel mogelijk bijdraagt aan de instandhouding en mogelijk verbetering van de grotere watersystemen waarvan het betreffende bebouwde gebied deel uitmaakt. Onderhavig initiatief betreft de bouw van slechts één woning waardoor geen effect op de grotere watersystemen aanwezig is. Derhalve wordt de waterhuishouding in stand gehouden. Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft onderhavige locatie geen aanduiding gekregen. Gezien vanuit het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen het plangebied. Gezien hetgeen hierboven beschreven dat er geen aanduiding opgenomen is op de kaarten 2 en 3 en dat op kaart 1 geen specifiek beschermingsbeleid geldt, past onderhavig initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap Waterschap Brabantse Delta is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het gronden oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied.

Het waterbeheer is gericht op het duurzaam beheren van het watersysteem, waarbij uitgegaan wordt van een watersysteembenadering. In het ‘Waterbeheerplan 2016-2021 Grenzeloos verbindend’ beschrijft het waterschap de hoofdlijnen van haar beleid uitgewerkt in verschillende thema’s. Het huidige waterbeheerplan beschrijft de plannen voor de periode 2016 – 2021. De langetermijnstrategie uit het voorgaande beheerplan wordt voortgezet voor de verschillende thema’s, zoals waterkwaliteitsverbetering, vermindering van de kans op wateroverlast en verdrogingsbestrijding. In de Keur van Waterschap Brabantse Delta zijn beschermde gebieden aangegeven. De nieuw te bouwen vrijstaande woning wordt niet gerealiseerd binnen een beschermd gebied. Zuidelijk van het plangebied is een ‘Invloedsgebied Natura-2000 gelegen’, voor onderhavig initiatief heeft dit verder geen gevolgen. Gemeente Op 22 december 2011 hebben de gemeenteraden van Baarle-Nassau en Baarle-Hertog het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) 2012-2016 vastgesteld. In het vGRP verwoorden de beide gemeenten hoe zij gezamenlijk invulling geven aan de gemeentelijke taken rondom afval-, hemel- en grondwater.

De gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog willen zich nadrukkelijk profileren als groene gemeenten met een veerkrachtig watersysteem, een goede waterkwaliteit, waarvan duurzaam gebruik wordt gemaakt en waarbij natuurwaarden worden hersteld. Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

18

In de vGRP wordt bepaald dat bij alle nieuwbouw (zowel in- als uitbreidingen) binnen de gemeente Baarle-Nassau en de gemeente Baarle-Hertog wordt aangesloten op de riolering. Dit wordt afgedwongen, doordat de lozing van verontreinigd water op oppervlaktewater en in de bodem niet is toegestaan. Dit is wettelijk geregeld door middel van het lozingenbesluit Wet Bodembescherming en het Zoneringsplan. Bij de verlening van een bouwvergunning wordt melding gemaakt van de verplichte aansluiting op de riolering. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals onderhavige, wordt doormiddel van de watertoets per situatie met de waterschappen aandacht besteed aan ruimte water. Hierbij wordt gestreefd naar doelmatigheid, waarbij hydrologisch neutraal ontwikkelen een belangrijk aandachtspunt is.

4.1.2

Bestaande waterhuishoudkundige situatie

4.1.3

Beoogde waterhuishoudkundige situatie

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt er geen afvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool, aangezien het plangebied op dit moment onbebouwd is. Het hemelwater kan direct infiltreren in de bodem of afstromen naar omliggende perceelssloten. In het plangebied is geen verhard oppervlak aanwezig en er vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van één woning en een bijgebouw mogelijk gemaakt. Dit leidt tot een toename van het verhard oppervlak, aangezien het perceel in de bestaande situatie onbebouwd is. Een toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en kan leiden tot wateroverlast stroomafwaarts. Dit komt doordat neerslag via het verharde oppervlak sneller wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater dan wanneer het oppervlak onverhard was gebleven. Deze versnelde afvoer kan wateroverlast benedenstrooms veroorzaken omdat de piekafvoer toeneemt. Dit effect wordt versterkt, wanneer er meerdere van deze ingrepen plaatsvinden die leiden tot een toename van het verhard oppervlak dat afwatert op een oppervlaktewater (cumulatief effect).

Ter voorkoming van dergelijke ongewenste situaties, is het ingevolge artikel 3.6 van de Keur verboden zonder vergunning neerslag tot afvoer te laten komen naar oppervlaktewaterlichamen. Vrijstelling van dit verbod wordt verleend voor zover de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 bedraagt. Zoals aangegeven is waterschap Brabantse Delta de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater binnen het plangebied. Middels de Keur van Waterschap Brabantse Delta, welke in werking is getreden op 1 maart 2015, is bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap Brabantse Delta schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. In de beoogde situatie is er een toename van circa 422 m2 verhard oppervlak (102 m2 woning, 120 m2 bijgebouw en 200 m2 erfverharding. Omdat er een toename verharding is van minder dan 500 m² is het treffen van een compenserende maatregel voor het opvangen van hemelwater niet noodzakelijk. 4.2 Natuur Voorafgaand aan de gewenste wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving.

Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.2.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

19

De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied.

Natuur Netwerk Brabant (NNB)

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Iov de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de themakaart ‘natuur en stiltegebieden’ van de Iov is binnen het plangebied geen NNB aanwezig, zie Afbeelding 10. De beoogde ontwikkelingen hebben derhalve geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016.

Afbeelding 10: Uitsnede themakaart ‘Natuur en Stiltegebieden’ Iov

4.2.2

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; Bestemmingsplan – Loveren ongenummerd – Baarle-Nassau

20

2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van regels. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming

Gebiedsbescherming

De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk gelegen bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is reeds beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning i.h.k.v. Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft de Regte Heide & Riels Laag welke is gelegen op een afstand van circa 7,6 kilometer. Voor de bouw van de nieuwe woning en het gebruik van deze woning zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Middels het rekenprogramma AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend op omliggende Natura 2000-gebieden.

Zodoende kan bepaald worden of er (negatieve) effecten zijn door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De berekeningen, inclusief onderbouwing en invoergegevens, zijn toegevoegd in Bijlage 3 van deze toelichting. Uit beide berekeningen blijkt dat er (gebruiksfase en aanleg-/bouwfase) geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn. Aangezien in dit bestemmingsplan een woning wordt gerealiseerd in bestaande stedelijke contouren, zijn er geen overige negatieve effecten op beschermde natuurgebieden te verwachten. Gezien de aard van de beoogde ontwikkeling en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied leidt de beoogde ontwikkeling verder niet tot andere voorkomende storende factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering van de soortensamenstelling. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten.

Bescherming van soorten

De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11524634/1