Bijlage 1 - Nota van zienswijzen
Tekst van het document
De tekst Ook voor verblijfsrecreatie wordt de problematiek aan het begin van de visie aangestipt, maar verder niet behandeld. Hoewel er een aparte recreatievisie over de versterking van de vrijetijdssector is gebaseerd op de omgevingsvisie die in bestaat, is het op dit vlak nuttig om de specifieke keuzes en eisen uit de 2019 is vastgesteld en de Visie vrijetijdseconomie van 23 mei 2018. Met name recreatievisie over te nemen in deze omgevingsvisie, zodat duidelijk wordt waar de staat genoemd dat we kleinschalige, lokale initiatieven ondersteunen. We willen uitgangspunten van de gemeente liggen. Dit geldt ook voor de energietransitie; de inzetten op uitbreiding van toeristische en recreatieve functies die hoogwaardig gemeente maakt geen keuze over waar zij het voorstelbaar acht om zijn en een aanvulling vormen op het aanbod. ontwikkelingen in het kader van duurzame energie te faciliteren. Voor het thema duurzaamheid is in 2024 een Strategie Duurzaamheid vastgesteld, die als een vrijwillig programma dient te worden beschouwd. De strategische beleidsuitgangspunten en ambities en doelstellingen zijn overgenomen in de omgevingsvisie. De komende jaren zullen we als gemeente werken aan uitvoering van deze strategie.
Pagina 11 van 16
Voor het thema duurzaamheid is in 2024 een Strategie Duurzaamheid vastgesteld, Herhaling vooroverleg: die als een vrijwillig programma dient te worden beschouwd. De strategische Energie: Energiebesparing en duurzame warmte worden goed meegenomen in de visie en beleidsuitgangspunten en ambities en doelstellingen zijn overgenomen in de fijn dat er een link wordt gelegd met de Transitievisie Warmte. Graag zouden we omgevingsvisie. De komende jaren zullen we als gemeente werken aan uitvoering van deze strategie. nog aandacht willen voor: De genoemde onderwerpen vinden wij meer passend om in een programma zoals - Bewustwording van de ruimtereservering boven- en ondergronds voor het toekomstige energiesysteem. Als voorbeeld: een all-electric oplossing in een wijk de Strategie Duurzaamheid uit te werken dan deze gedetailleerd in een omgevingsvisie op te nemen. of buurt vraagt om veel meer trafohuisjes dan een warmtenet. Denk ook aan ruimtereserveringen voor batterijen. Dit wordt in de nabije toekomst steeds belangrijker. - Bewustwording van de kansen voor ruimtelijke gebruik bij eventuele herindeling van binnenstedelijke opgaven door sloop en/of renovatie van panden en gebieden. Als voorbeeld: misschien is er dan ruimte trafohuisjes of een collectie warmtepomp weg te werken in het nieuwe ontwerp.
Of kan de nieuwbouw energieleverend worden voor de bestaande bouw eromheen - Bewustwording benodigde kaders voor opwek energie uit de bodem. Als particulieren al hebben gekozen voor een bodemwarmtepomp zou het zo kunnen zijn dan deze optie voor een wijk wegvalt, omdat deze niet allemaal bij elkaar kunnen liggen. Herhaling Vooroverleg: Het concept van het ontwerp van de omgevingsvisie is mede naar aanleiding van Woningbouw: de vooroverlegreactie van de provincie aangepast. Het programma Wonen is Zowel voor de korte, middellange als de lange termijn is er in de gemeente Baarle- inmiddels vastgesteld en de daarin opgenomen strategische beleidsopvattingen Nassau slechts een kleine woningbouwopgave. Het zal vooral een zijn overgenomen in de ontwerp omgevingsvisie. We kiezen in principe voor vervangingsvraagstuk zijn dan wel een bijdrage aan de regionale spreiding van inbreiding boven uitbreiding, maar we weten ook dat inbreiding onvoldoende doelgroepen. ruimte biedt om aan de woningvraag te voldoen. We willen inspelen op de We missen de onderbouwing dat er uitbreiding noodzakelijk is om de beperkte veranderende bevolkingssamenstelling en de huisvestingsvraag die daarbij hoort aantallen te realiseren. Zijn er sloopnieuwbouw projecten met corporaties om extra door de vergrijzing als troefkaart te zien.
We willen naar een robuustere woningen toe te voegen via herstructurering (verdichten/ splitsen/ optoppen) niet woningvoorraad. Binnen het thema wonen is een integrale benaderingswijze van ruimtelijke opgaven essentieel. Door ook voldoende ruimte te geven aan werken, wenselijker dan uitleglocaties bij de kernen (‘straatje erbij’). Als er extra wordt gebouwd wordt er dan ook extra gebouwd voor de regionale opgave aan voorzieningen, recreatie, groen en water blijven we een aantrekkelijke woongemeente voor alle doelgroepen. Daar horen eigen inwoners bij en met name doelgroepen in plaats van alleen voor ‘eigen inwoners’? jonge gezinnen uit de regio. We hebben oog voor het sociale aspect van het thema wonen door de onderlinge betrokkenheid in onze gemeente te versterken. Eerder is door de gemeente aangegeven dat er een monumentenlijst onderweg is, Een gedetailleerde monumentenlijst is in voorbereiding. Beeldbepalende panden, of samen met de cultuurhistorische waardenkaart. Wij zouden echter graag een potentieel beeldbepalende panden, worden hier niet in meegenomen. Initiatieven onderscheid zien tussen cultuurhistorisch waardevolle panden en die een beroep doen op de maatwerkregeling worden op zichzelf onderzocht op karakteristieke/beeldbepalende panden, in verband met ons eigen beleid, zodat wij beeldbepalendheid.
Wij zijn van mening dat cultuurhistorische waarden van belang daar een duidelijker beeld van hebben bij toekomstige ontwikkelingen. er wordt zijn voor de omgevingskwaliteit in Baarle-Nassau. Dit aspect zal daarom altijd onderdeel zijn van afwegingen. weinig ingegaan op de wijze waarop cultuurhistorische waarden een integraal onderdeel kunnen vormen van de ontwikkelingsrichting en hoe deze op een duurzame manier behouden, hersteld en verder ontwikkeld kunnen worden.
Pagina 12 van 16
Bodem Onder 'Bodem' wordt gesteld dat water- en bodemgebruik sturend is opgenomen in de ontwikkelingsrichting. Dit is inderdaad als uitgangspunt benoemd, maar het wordt niet verder uitgewerkt voor de verschillende gebieden. Het blijft algemeen, zonder daadwerkelijk op de specifieke gebieden in te gaan. In de ontwerpversie van de omgevingsvisie is op 1 plaats het woord ondergrond toegevoegd, maar dit is verder niet uitgewerkt. Hierdoor lijkt er geen visie te zijn op ondergronds ruimtegebruik en hoe de gemeente hierbij rekening houdt met het bodem- en watersysteem. Ook bij energie is er geen aandacht voor de ruimte die er ondergronds nodig kan zijn voor de warmtetransitie (bodemenergie, warmtenetten e.d. hebben ook ondergronds ruimte nodig). Water en bodem sturend en het aansluiten bij het water- en bodemsysteem komt op enkele plekken terug, m.n. voor het buitengebied. Bij de uitwerking van de kernen mist dit aspect, alleen bij 3.5 (transformatiegebied en Loveren 2) wordt aandacht gevraagd voor bodem. Daarnaast komt aardkundige waarden nog steeds niet terug in de omgevingsvisie. Bij de beschrijving en kaartbeelden van het Merkske ontbreekt het aardkundig waardevol gebied en op welke wijze de gemeente deze waarden behoudt en beschermt.
Het principe dat water en bodem sturend is bij ruimtelijke ontwikkelingen vinden wij een belangrijk uitgangspunt. Op voorhand willen we dit in de omgevingsvisie niet nader uitwerken. Dat komt aan de orde bij gebiedsvisies of concrete ruimtelijke ontwikkelingen. We zijn van mening dat we als gemeente het aardkundig waardevol gebied niet ook hoeven op te nemen in de gemeentelijke gebiedsvisie. Indien er ruimtelijke ontwikkelingen in een dergelijk gebied aan de orde zijn, zal hiermee rekening gehouden moeten worden, ongeacht of het op een kaart in de omgevingsvisie staat of niet.
Bedrijvigheid Op blz. 53 van de ontwerp-visie lezen we "Het uitgangspunt blijft dat op het bedrijventerrein geen functiemenging plaatsvindt, met uitzondering van volumineuze detailhandel en de bestaande bedrijfswoningen". Het planologisch mogelijk maken van volumineuze detailhandel onder provinciaal beleid is niet toegestaan op een bedrijventerrein tenzij deze onder artikel 5.55 lid 3 van de Omgevingsverordening onderbouwd kan worden.
Dit uitgangspunt is overgenomen uit de omgevingsvisie 2019. In de provinciale omgevingsverordening is in artikel 5.55 lid 3 opgenomen dat ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken worden tegengegaan, zoals: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden, tenzij die bedrijven conceptversterkend werken en geclusterd worden; 3. Voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden, tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Als er ontwikkelingen op het bedrijventerrein aan de orde zijn, zullen die moeten voldoen aan de provinciale omgevingsverordening.
Herhaling vooroverlegreactie Om ons beleid en plannen concreter te maken zijn we voornemens een programma Mobiliteit: mobiliteit op te stellen (bladzijde 39). Er worden geen duidelijke keuzes of concrete ontwikkelingen genoemd. Het wordt niet duidelijk of er bepaalde knelpunten of aandachtspunten zijn die de gemeente wil aanpakken. Hoe ziet u de ontwikkelingen met de provinciale wegen in en rondom de gemeente? Hoe ziet u de verbindingen naar omliggende gemeenten en naar Breda en Tilburg? Wat wilt u met regionale samenwerking in SRBT-verband? Hoe kijkt u aan tegen mobiliteitstransitie? Wat wilt u met de fietsverbinding ‘Bels lijntje’ en wat verwacht u daarin van omliggende gemeenten en provincie? Hoe zit het met de verkeersverbindingen naar Vlaanderen? De gemeente zegt zich bij de provincie ‘hard te blijven maken’ voor behoud van openbaar vervoer in de hoofdkernen Ulicoten en Baarle, maar hoe pakt de nieuwe OV-concessie voor Baarle-Nassau uit? Zijn er lijnen vervallen of komen er lijnen bij? En wat wil de gemeente dan precies? Op dit thema verdient de visie nog een verdiepings- en concretiseringsslag.
Pagina 13 van 16
Ten aanzien van deze zienswijze geldt ook het gestelde onder de zienswijze over Buitengebied bedrijvigheid: De gemeente staat kleinschalige bedrijvigheid in het buitengebied toe met eisen de ontwikkelingsrichtingen. Niet alles is overal mogelijk. Als het om bedrijvigheid in aan de inpassing. Op dit onderwerp hebben we op ambtelijk niveau vaak discussie het buitengebied gaat, met name niet-agrarische bedrijvigheid, hanteren we een met de gemeente. Is er voldoende zicht op wat bedoeld wordt met kleinschalig? Er bepaalde gelaagdheid. Niet-agrarische bedrijvigheid hoort in principe op een wordt beschreven dat de bebouwingsconcentraties onder voorwaarden geschikte bedrijventerrein. Er zijn echter ook bedrijven rechtmatig gevestigd in het locaties zijn voor bedrijven. Hoe gaat de gemeente straks om met bedrijven buiten buitengebied. Daar kunnen ook (her)ontwikkelingen plaatsvinden.
Daarvoor gelden bebouwingsconcentraties en hoe verhoudt zich dat tot de ontwikkeling van de algemene uitgangspunten dat nieuwe ontwikkelingen dienen te passen in de bedrijventerreinen? Van belang is dat bij omschakeling van bedrijven in het ontwikkelingsrichting van het gebied, maar ook dat er een bepaalde buitengebied sprake moet zijn van een ontwikkeling die past in de beoogde kwaliteitsverbetering plaats dient te vinden en dat er geen sprake mag zijn van ontwikkelingsrichting van het gebied, mede gebaseerd op de diep-rond-brede onevenredige overlast voor derden. Dit betekent dat er altijd sprake is van een manier van kijken zoals wordt uitgelegd in de toelichting op de belangenafweging. omgevingsverordening. Sowieso is nieuwvestiging van nieuwe bouwpercelen in het Ditzelfde geldt voor vestiging van bedrijvigheid op locaties van voormalige buitengebied niet toegestaan. Advies is om op te nemen dat bij nieuwe agrarische bedrijven. Kleinschaligheid is geen objectief te bepalen begrip, maar zal bedrijvigheid in bebouwings-concentraties ook nadrukkelijk gekeken moet worden behaald worden door ontwikkelingen te beperken tot bestaande bouwpercelen en naar de milieubelasting op de omgeving en de afstand tot bestaande agrarische bestaande bebouwing, waarbij overtollige bebouwing gesloopt dient te worden. bedrijven.
Overtollig is de oppervlakte die redelijkerwijs niet behoort bij de kleinschalige Wij hanteren het principe “redelijke uitbreiding” voor niet-agrarische functies in het ontwikkeling die wordt toegestaan op de locatie. Er zal altijd sprake van maatwerk buitengebied. Bedrijven die in omvang/overlast niet meer passen in het zijn. buitengebied vallen niet onder een redelijke uitbreiding en gaan dus tegen onze omgevingsverordening in. Onder de overkoepelende uitgangspunten voor werken wordt momenteel geen aandacht besteed aan waarde die bedrijfsfuncties kunnen toevoegen aan je gebied. Denk bijvoorbeeld aan de beperkte waarde die een caravanstalling brengt. Indien er te veel van soortgelijke functies landen in je buitengebied, gaat de waarde achteruit. Bij de herbestemming van VAB’s zal ook dit aspect in de overwegingen betrokken moeten worden. Transformatiegebieden: Indien er sprake is van een mogelijke ontwikkeling in deze gebieden, zal er een In hoofdstuk 3 is een aantal transformatiegebieden opgenomen. Deze sluiten aan gebiedsanalyse aan de hand van het diep-rond-breed-principe plaats dienen te vinden. De opgenomen ontwikkelingsrichting is daarom op hoofdlijnen. op bestaand stedelijk gebied. Het zou goed zijn als voor deze gebieden een analyse wordt uitgevoerd op basis van de lagenbenadering om geschiktheid voor nieuwe ontwikkelingen te bepalen.
Dit helpt bij het bepalen van de gewenste ontwikkelingsrichting. In principe bepaalt een ondernemer zelf of en hoe zijn of haar bedrijf zich Landbouw: Pagina 30: Advies is om wat meer de transitiepaden voor de agrarische sector te ontwikkelt. We richten ons niet op specifieke transitiepaden. We willen de benadrukken en hoe er omgegaan wordt met de keuzen (schaalvergroting, agrarische sector in onze gemeente behouden. In de omgevingsvisie geven we aan dat we waarde hechten aan duurzame vormen van ondernemen en aandacht voor innoveren, beëindigen, natuurinclusief). Pagina 31: “Om de economische veerkracht te versterken en nieuwe perspectieven het milieu, dierenwelzijn en het woon- en leefklimaat. Wij zijn van mening dat de diverse transitiepaden allemaal mogelijk zijn in Baarle-Nassau. Niet alles kan te creëren in een veranderende markt, streven we naar een meer circulaire en extensieve agrarische bedrijfsvoering” Het nastreven van circulair is een belangrijk echter altijd en overal. In de omgevingsvisie wordt de keuze gemaakt dat uitbreiding van glastuinbouw niet gewenst is en dat uitbreiding van veehouderij uitgangspunt en zou nog wat verder uitgewerkt kunnen worden. alleen kan voor een duurzame agrarische bedrijfsvoering en een bijdrage aan de omgevingskwaliteit. Omgevingskwaliteit: In paragraaf 4.2 is omgevingskwaliteit opgenomen.
Pagina 53: Bij omgevingskwaliteit gaat het om de balans tussen people, planet en profit. Duurzame ontwikkelingen worden vaak gemeten met people, planet, profit en geeft ook weer hoe toekomstbestendig een ontwikkeling is. Advies is om dit ook wat meer terug te laten komen bij de gebiedsgerichte uitwerking.
Pagina 14 van 16
13 ZLTO ABG
16-1-2025
In principe bepaalt een ondernemer zelf of en hoe zijn of haar bedrijf zich ontwikkelt. We richten ons niet op specifieke transitiepaden. We willen de agrarische sector in onze gemeente behouden. In de omgevingsvisie geven we aan dat we waarde hechten aan duurzame vormen van ondernemen en aandacht voor het milieu, dierenwelzijn en het woon- en leefklimaat. Wij zijn van mening dat de diverse transitiepaden allemaal mogelijk zijn in Baarle-Nassau. Niet alles kan echter altijd en overal. In de omgevingsvisie wordt de keuze gemaakt dat uitbreiding van glastuinbouw niet gewenst is en dat uitbreiding van veehouderij alleen kan voor een duurzame agrarische bedrijfsvoering en een bijdrage aan de omgevingskwaliteit. We staan open voor maatwerk als daarom wordt gevraagd. Initiatieven worden met een positieve grondhouding beoordeeld. De gemeente participeert in de STILA-regeling. Het budget daarvan is echter beperkt en per termijn wordt gekeken voor welke maatregelen in welke gebieden het budget het beste kan worden ingezet. Ook hier kan niet alles overal. We staan er echter voor open om hier flexibel mee om te gaan. Op pagina 36 staat dat de gemeente aansluit bij landelijke milieunormen. Maar op Hiermee wordt bedoeld dat de overheid in het algemeen nog te weinig specifiek is als het gaat om het beperken van gezondheidsrisico's.
Het voorbeeld van de pagina 31 staat dat aanvullende regelgeving nodig is om gezondheidsrisico's verder te beperken. Dit lijkt ons een tegenstrijdigheid. Wij pleiten ervoor dat de gezondheidsrisico's rondom pluimvee- en geitenhouderijen wordt genoemd, omdat dat een duidelijk voorbeeld is. We weten dat er gezondheidsrisico's zijn die worden gemeente geen extra regels oplegt boven landelijke en provinciale regels ten aanzien van de agrarische sector. veroorzaakt door de veehouderij, maar er is nog teveel onduidelijk om hier concrete regels aan te verbinden. Die regels zullen van de landelijke overheid moeten komen. De omgevingsvisie geeft geen aanvullende voorwaarden of regels voor de agrarische sector. Wij zijn van mening dat het VGO-onderzoek in tegenstelling tot wat op pagina 31 De gemeente is gebonden aan regelgeving door hogere overheden zoals de provincie en het Rijk als het om de veehouderij in het algemeen en de geiten- en beschreven staat, geen causaal verband laat zien tussen pluimveebedrijven en pluimveehouderij in het bijzonder gaat. In deze omgevingsvisie is het aspect gezodheidsrisico's voor omwonenden.
Wanneer er echter met betrekking tot 'gezondheid' expliciet opgenomen, omdat de gemeente wil laten zien dat pluimveebedrijven en geitenbedrijven desondanks toch aanvullend beleid wordt gezondheid ook één van de aspecten is die wordt afgewogen bij de vraag of gemaakt, dan dient het invoeren van een afstandscriterium beleidsmatig twee richtingen uit te werken, waarbij er binnen deze afstand van betreffende bedrijven bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden toegestaan. Voorop staat dat de gemeente bestaande rechten respecteert en zal dienen te voldoen aan hogere geen huizen mogen worden gebouwd. regelgeving. In principe heeft de gemeente voor alle ruimtelijke plannen een positieve grondhouding. Maar de gemeente beseft zich ook dat niet alles overal kan en dat de gemeente relevante aspecten afweegt als het om nieuwe ruimtelijke plannen gaat. Dit geldt zowel voor agrarische als voor stedelijke ontwikkelingen.
In de omgevingsvisie wordt in verschillende passages aandacht besteed aan de transitie naar een duurzamere landbouw. Wij zijn van mening dat de gemeente in de omgevingsvisie zich te eenzijdig richt op natuurinclusieve en verbrede vormen van landbouw. De SER heeft een advies uitgebracht over de transitie en de provincie Noord-Brabant heeft ontwikkelrichtingen opgenomen in haar Beleid Landbouw en Voedsel. Wij vragen de gemeente om zich niet te beperken in de ontwikkelmogelijkheden, maar open te staan voor initiatieven die een ondernemer toont. Als ZLTO zijn we bijvoorbeeld sterk betrokken bij de Biodiversiteitsmonitor en de gemeente zou ruimhartiger de STILA-regeling kunnen openstellen voor agrarische ondernemers.
Op de kaart op pagina 11 van de omgevingsvisie is een aanduiding 'invloedgebied Deze legenda-eenheid zou na de eerste consulatieronde verwijderd worden. In het N2000 gebied' opgenomen. Wat hiermee bedoeld wordt is voor ons onduidelijk. ontwerp is deze abusievelijk op het kaartje op bladzijde 11 blijven staan. In de Voor zover wij weten is er nog geen 'invloedsgebied' bepaald. Mogelijk dat de vast te stellen omgevingsvisie zal deze aangepast worden. Ecologisch Hydroligische Systeem Analyse (EHSA) voor de Regte Heide en het Riels Laag hier duidelijkheid in gaat verschaffen, maar deze EHSA moet nog opgestart worden. Voor de directe omgeving van de Natura2000-gebieden geldt een gebiedsgerichte aanpak (GGA), waarin verschillende partijen in gezamenlijkheid op zoek gaan naar passende maatregelen om aan de natuur- en wateropgaven te voldoen. Wij vragen u zich daarbij aan te sluiten. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat de mogelijkheden voor uitbreiding van In de omgevingsvisie wordt de keuze gemaakt dat uitbreiding van veehouderij veehouderijen beperkt is. Dit lijkt in tegenspraak te zijn met de wens dat de sector alleen kan voor een duurzame agrarische bedrijfsvoering en een bijdrage aan de duurzamer moet worden. Verduurzamen betekent vaak meer ruimte voor dieren of omgevingskwaliteit. We staan open voor maatwerk als daarom wordt gevraagd. andere maatregelen.
Het bieden van 'beperkte' uitbreidingsmogelijkheden is Een uitbreiding van een bouwperceel die alleen noodzakelijk is vanuit economisch daarom te eng geformuleerd. oogpunt is niet meer wenselijk. Er zullen meer maatschappelijke doelen mee gediend moeten zijn. Dit sluit overigens aan op de regelgeving door hogere overheden waar we als gemeente mee te maken hebben.
Pagina 15 van 16
Ambtshalve wijzigingen: 2.4 Evenwichtig buitengebied: In dit thema is de volgende tekst opgenomen: “Op de hoge zandruggen zien we naast bos, niet-grondgebonden agrarische bedrijven.” Deze tekst is te beperkend en kan een verkeerd beeld schetsen. Er zijn ook nog andere vormen van landbouw geschikt op de hoge, droge zandruggen, met name vormen van landbouw die zich richten op bodemverbetering (sponswerking). Hightech vollegrondslandbouw met een sterke focus op de bodem (inzet van precisietechnieken, plaats/tijd/gewas-specifieke bemesting en gewasbescherming) en Natuurinclusieve/Biologische landbouw, die natuurlijke principes als uitgangspunt neemt door de bodem te beschermen en de biodiversiteit te stimuleren (gebruik van bodembedekkers, gewasrotatie, bloemstroken, kruidenrijk grasland, nietkerende-grondbewerking en recycling van natuurlijke grondstoffen) passen hier ook. Voorgesteld wordt om de tekst aan te passen: “In de beekdalen vind je natuur en extensieve, natuurinclusieve landbouw. Op de hellingen bevinden zich grondgebonden agrarische bedrijven met een sterke focus op een gezonde bodem, zoals de inzet van hightech gewasbemesting/bescherming en natuurinclusieve/biologische landbouw, die natuurlijke principes als uitgangspunt neemt.
Op de hoge zandruggen zien we naast (voedsel)bos, hightech vollegrondslandbouw en biologische/natuurinclusieve landbouw, ook niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Al deze bedrijven zijn economisch vitaal en circulair en hebben oog voor natuur en milieu. Sommigen hebben een brede bedrijfsvoering waarin ze recreatie en andere functies combineren met productie van voedsel en/of biobased (bouw) materialen voor de (regionale) markt.” In hetzelfde thema staat onder het kopje Duurzame landbouwtransitie stimuleren, hetzelfde. Die tekst dient ook aangevuld te worden conform het bovenstaande. Op bladzijde 58 staat de kaart over het buitengebied. Hierop staat de legenda-eenheid ‘natuur’ met een wit vlak. Op de kaart staan geen witte vlakken. Er is wel een legenda-eenheid ‘groen/bebossing’ met donkergroene vlakken. Dit betreft het natuurnetwerk en daar dient de legenda-eenheid ‘natuur’ op te worden toegepast. Toevoegen aan paragraaf 5.5: Naast het kostenverhaal kan ook een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling worden afgesproken. Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van ecologische verbindingszones, nieuwe natuur, recreatievoorzieningen. Dit soort ontwikkelingen zijn veelal niet direct toe te rekenen aan de ruimtelijke ontwikkeling.
In een programma zullen de hoofdlijnen van de bekostiging en planning van de ontwikkeling waar de vrijwillige financiële bijdrage voor is bedoeld worden uitgewerkt. In dit programma zal het volgende worden beschreven: •Omschrijving van het gebied dat ontwikkeld gaat worden. •Het verband aangeven tussen de activiteit en de ontwikkeling waaraan wordt bijgedragen. •Ingaan op de financiering van de ontwikkeling. •Een indicatie geven van de gewenste bijdrage. •Ingaan op de planning en realisatie van de ontwikkeling. blz 75: Bij Bedafsche en Tommelsche heide de opgave toevoegen: Behoud van zandpaden Aanpassen van de kaart bij de kern Baarle-Nassau op bladzijde 46 voor wat betreft de transformatiegebieden. Paragraaf 5.5 tekst toevoegen: Naast het kostenverhaal kan ook een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling worden afgesproken. Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van ecologische verbindingszones, nieuwe natuur, recreatievoorzieningen. Dit soort ontwikkelingen zijn veelal niet direct toe te rekenen aan de ruimtelijke ontwikkeling. In een programma zullen de hoofdlijnen van de bekostiging en planning van de ontwikkeling waar de vrijwillige financiële bijdrage voor is bedoeld worden uitgewerkt.
In dit programma zal het volgende worden beschreven: •Omschrijving van het gebied dat ontwikkeld gaat worden. •Het verband aangeven tussen de activiteit en de ontwikkeling waaraan wordt bijgedragen. •Ingaan op de financiering van de ontwikkeling. •Een indicatie geven van de gewenste bijdrage. •Ingaan op de planning en realisatie van de ontwikkeling.
Pagina 16 van 16