CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Motivering

Commissie Ruimte en Economie 29 april 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel - Vaststelling TAM-IMRO Omgevingsplan verplaatsing Aldi31.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

33/93

logistieke, ambachtelijke en dienstverlenende activiteiten en groothandel met de daarbij behorende voorzieningen, bedoeld voor de vestiging van meerdere bedrijven". In de toelichting bij de verordening is het volgende aangegeven: "De ontwikkeling van bedrijventerrein is belangrijk om ruimte te bieden aan bedrijven die vanwege hun bedrijfsvoering effect hebben op hun omgeving en daardoor overlast kunnen geven op hindergevoelige functies als wonen of zorgfuncties. Een bestemmingsplan moet inzicht bieden in de effecten op de omgeving maar zorgt ook dat een bedrijventerrein deze opvangfunctie blijvend kan vervullen." In het beleidskader wonen en werken (mei 2024) heeft de provincie de keuze gemaakt om te voorzien in voldoende en passende werkmilieus, waaronder ook ruimte voor bedrijven met een impact op de omgeving. De provincie hanteert als uitgangspunt een zorgvuldige en vraaggerichte ontwikkeling van bedrijventerreinen in passende werkmilieus. Ze streeft hierbij naar een balans in vraag en aanbod. Dit betekent dat de kwaliteit van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen aansluit bij de behoefte van bedrijven en de omgeving. Zo zorgen we dat we goed omgaan met de schaarse ruimte. Ontwikkeling van voldoende geschikte terreinen voor grootschalige bedrijven en bedrijven met een impact op hun omgeving is ook van provinciaal belang.

Bedrijven met weinig (milieu)impact op de omgeving passen in beginsel in woon- en gemengde gebieden. In dit gebied zijn alleen bedrijven in categorie 2 algemeen toelaatbaar. Het terrein kwalificeert als een bedrijventerrein, maar is niet bedoeld voor functies die niet mengbaar zijn. 2. Een Aldi beperkt het effectief gebruik van bedrijventerrein niet. Het provinciale belang is vooral gericht op behoud van voldoende ruimte voor bedrijven die niet te mengen zijn met de woonfunctie. Feitelijk en planologisch is op de beoogde locatie sprake van een gemengd werkgebied waar ruimte is voor werkfuncties die ook mengbaar zijn met de woonfunctie. Het gebied is een bufferzone tussen het woongebied en het gebied dat is bedoeld voor bedrijven die niet mengbaar zijn met de woonfunctie. Er wordt met de beoogde functie geen bedrijventerrein met algemene ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën onttrokken. Een Aldi is een bedrijf in milieucategorie 1. Het vestigen van bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 past ook in de visie van de gemeente, die is opgenomen in het bestemmingsplan Dorpen. Het gemeentelijk beleid van Baarle-Nassau is dat bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 inpasbaar zijn binnen een woonomgeving. Milieucategorie 3 en hoger niet. Deze dienen gevestigd te worden op een bedrijventerrein zoals dat in de kern Baarle-Nassau.

De maximale toegestane milieucategorie op het bedrijventerrein is in principe categorie 3.2. Voor het deel van het bedrijventerrein dat ten westen van de Smederijstraat ligt is alleen vestiging van bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2 toegestaan vanwege de korte afstand tot de woonbebouwing. In deze strook zijn in de huidige situatie twee bedrijven gevestigd met een hogere milieucategorie (3.2). Uit het bovenstaande blijkt de beleidslijn dat de gemeente cat. 1 en 2 bedrijven in principe niet wenst te vestigen op het bedrijventerrein van Baarle-Nassau, behalve ten westen van (het verlengde van) de Smederijstraat. In verband met aangrenzende woonbebouwing is daar wel categorie 1-2 bedrijvigheid gewenst in plaats van categorie 3. De locatie Industrie-weg/Oordeelsestraat is gelegen ten westen van het verlengde van de Smederijstraat. Op grond van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering behoren supermarkten tot

34/93

categorie 1. Gelet hierop past een supermarkt binnen de door de gemeente Baarle-Nassau gehanteerde indeling van het bedrijventerrein van Baarle-Nassau. Uit het bovenstaande blijkt tevens de beleidslijn dat bedrijven uit milieucategorie 3, voor zover gelegen ten westen van (het verlengde van) de Smederijstraat, worden voorzien van een 'uitsterfconstructie'. Deze bedrijven krijgen een maatwerkbestemming, zodat zich daar géén cat. 3 bedrijven in het algemeen kunnen vestigen. Als dat specifieke bedrijf weggaat, bestaat de mogelijkheid daar categorie 1 - 2 bedrijvigheid te vestigen. Onderdeel van het plangebied is een vrijgekomen locatie van een bedrijf met een maatwerkbestemming in milieucategorie 3 (alleen metaalverwerking). Het betreft hiermee geen locatie waar categorie 3 algemeen toelaatbaar is. Dat bedrijf is in 2016 gelegaliseerd, maar inmiddels verhuisd naar een geschikt bedrijventerrein in Tilburg met voldoende milieuruimte. De vestigingslocatie is bedoeld voor dergelijke bedrijven. De vertreklocatie staat sinds 2023 leeg en het is ook niet gewenst om hier opnieuw een bedrijf in milieucategorie 3 te vestigen, gelet op de korte afstand tot woningen. Het wegbestemmen van deze specifieke functie vermindert de effectieve ruimte voor bedrijven in milieucategorie 3 niet, gelet op de maatbestemming.

Door de verplaatsing van Aldi naar de Industrieweg 5 wordt een daar juist onwenselijk bevonden metaalbewerkingsbedrijf (milieucategorie 3.2, zie Bp Dorpen, 1e herziening) 'wegbestemd'. De verplaatsing van Aldi draagt bij aan het gemeentelijke beleid tot het effectief benutten van het bedrijventerrein van Baarle-Nassau. 3. Aldi kan worden gevestigd in gemengd gebied Aldi is gelet op de functie en specifieke formule passend in een gemengd gebied. De kwalificaties 'bedrijventerrein' en 'gemengd gebied' sluiten elkaar niet uit. Categorie 1-2 randen van een bedrijventerrein kwalificeren doorgaans als gemengd gebied, zeker als het gebied dat grenst aan het bedrijventerrein ook uit verschillende functies bestaat. Dit deel van het bedrijventerrein kwalificeert ook als gemengd gebied. Hier is bijvoorbeeld al perifere detailhandel mogelijk. De Aldi is mogelijk naast de woonfunctie en belemmert bedrijfsfuncties niet. Het is geen gevoelige functie. Ook is geen sprake van afname van gebruiksmogelijkheden voor dergelijke bedrijven. Bovendien blijft sprake van een werkgebied, waarbij werkgelegenheid behouden blijft. 4. De hard discount-supermarkt Aldi is geen publieksaantrekkende functie die per se in het centrum thuis hoort. Hier worden namelijk geen dagelijkse boodschappen gedaan, maar wordt een incidenteel bezoek gebracht vergelijkbaar met het bezoekmotief van perifere detailhandel.

Een incidenteel bezoekmotief is niet zodanig dat een bedrijf in een centrumgebied thuis hoort. In een centrumgebied zijn juist bedrijven gevestigd met een frequent bezoekmotief (bv. horeca, niet-discount supermarkten). Het provinciale en regionale detailhandelsbeleid is gericht op ruimtelijke concentratie van detailhandelsfuncties, bij voorkeur binnen centra van steden en dorpen. In het beleidskader wonen en werken (mei 2024) heeft de provincie aangegeven dat detailhandel, horeca en voorzieningen een essentieel onderdeel van de leefbaarheid van steden en dorpen zijn en dat het wenselijk is om detailhandel te concentreren. In dit geval gaat het om de verplaatsing en uitbreiding van een supermarkt. Er zijn, mede gelet op de complexe structuur van Baarle-Nassau, geen andere geschikte plekken in of rond het centrum beschikbaar voor een supermarkt met een toekomstbestendige maat. Om overaanbod te voorkomen,

35/93

wordt de mogelijkheid voor een supermarkt op de vertreklocatie geschrapt. Conclusie Doordat er feitelijk en vanuit kwalitatieve overwegingen aantoonbaar onvoldoende ruimte beschikbaar is in het centrumgebied van Baarle-Nassau, wordt gekozen voor verplaatsing en uitbreiding van een supermarkt naar een toekomstbestendige locatie buiten het centrum. De locatie sluit niet aan op een bestaand winkelgebied of een winkelconcentratie. Het provinciaal en regionaal beleid stuurt hier wel op. Met het voorliggende plan is er echter wel sprake van een versterking van de detailhandelsstructuur doordat de hard discount-supermarkt voor Baarle-Nassau behouden blijft en een toekomstbestendige omvang krijgt (zie ook Bijlage 2). De nieuwe detailhandelslocatie is voorzien binnen bestaand stedelijk gebied op een locatie die gezien wordt als een gemengd gebied. De vestiging van de supermarkt op deze locatie past binnen de beleidsmatige inzet van de gemeente op functiemenging op deze locatie (zie paragraaf 3.5). De supermarkt belemmert op deze locatie omliggende bedrijven niet (zie paragraaf 4.7). Met de beoogde ontwikkeling van Aldi wordt de supermarkt weliswaar verplaatst naar een locatie buiten het centrumgebied, maar de supermarkt blijft wel behouden voor Baarle-Nassau zodat het verzorgingsniveau op peil blijft. De hard discount-supermarkt Aldi is geen cruciale centrumfunctie.

Een incidenteel bezoekmotief is niet zodanig dat een bedrijf in een centrumgebied thuis hoort. Bovendien blijft sprake van een werkgebied, waarbij werkgelegenheid behouden blijft. Op basis van het bovenstaande is ook sprake van een zorgvuldige ruimtelijke afweging.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Detailhandelsvisie West-Brabant 2014 - 2020 In 2014 heeft de regio West-Brabant de 'Detailhandelsvisie West-Brabant 2014 - 2020' vastgesteld. Omdat de omstandigheden in de detailhandel sterk waren veranderd en de oude visie niet meer voldoende aansloot bij de huidige problematiek en de te verwachten ontwikkelingen, was een nieuwe visie gewenst. Daarnaast was het ook nodig om afspraken rondom regionale afstemming bij detailhandelsontwikkelingen beter vast te leggen. In de visie worden trends en ontwikkelingen beschreven en is een beeld geschetst van de huidige en na te streven detailhandelsstructuur. De centrale doelstelling is: Het bijdragen aan het tot stand brengen van een evenwichtig en duurzaam detailhandelsapparaat in West-Brabant, waarbij rekening gehouden wordt met de aanwezige marktverhoudingen en ontwikkelingen, en gestreefd wordt naar een maatschappelijk verantwoorde, samenhangende en op elk niveau van de voorzieningenhierarchie gezonde winkelstructuur.

Om dit te bereiken wordt ingezet op de volgende ambities: een versterking van de bovenregionale aantrekkingskracht van de detailhandel in West-Brabant (in combinatie met andere toeristisch-recreatieve voorzieningen); een kwaliteitsverbetering van het aanbod; behoud of versterking van die detailhandelsvoorzieningen die belangrijk zijn voor de consumentenverzorging in kleine(re) kernen waar het consumentendraagvlak ook voldoende perspectief geeft voor de langere termijn; een krachtige ontwikkeling van de hoofdwinkelcentra (in onderlinge samenhang); een sterke structuur van perifere detailhandel, complementair aan de reguliere winkelcentra;

36/93

een accent op vernieuwing en herstructurering in plaats van uitbreiding van het aanbod; formele en informele sturing vooral op ruimtelijk-functionele kwaliteit: streven naar diversiteit en complementariteit; het beperken van de negatieve effecten van leegstand; verbetering van de samenwerking tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en de gemeente. Deze ambities zijn verder uitgewerkt in verschillende beleidsdoelen: Dynamiek detailhandel in goede banen leiden De detailhandel is steeds in beweging en dat houdt winkelgebieden interessant voor consumenten. De Regio wil waar mogelijk en gewenst meewerken aan vernieuwing, maar uitgangspunt is daarbij wel dat dit op de juiste plek binnen de detailhandelsstructuur plaats vindt. Om ongewenste ontwikkelingen voor het bestaande aanbod te voorkomen, zullen de samenwerkende gemeenten nieuwe detailhandelsinitiatieven met een bovengemeentelijke impact, daadwerkelijk moeten toetsen op de (per saldo) toegevoegde waarde voor de regionale detailhandelsstructuur. Complementariteit en onderscheidend vermogen nastreven In een evenwichtige en duurzame voorzieningenstructuur vullen de verschillende winkelgebieden elkaar aan en heeft ieder een eigen functie binnen de structuur. Ze dienen dus eigen kenmerken en kwaliteiten te hebben.

Dit schept duidelijkheid voor de consument, biedt aanknopingspunten voor strategie en investeringen van ondernemingen en biedt mogelijkheden voor elkaar versterkende effecten (doelgroepen, combinatiebezoeken). Door aan te sluiten bij de koopmotieven en het koopgedrag van consumenten kunnen winkelgebieden, maar ook delen van grotere centra, zich duidelijk profileren en hun eigen identiteit uitdragen. Ruimtelijke concentratie bevorderen Bij concentratie c.q. clustering van winkels ontstaat een meerwaarde voor de betreffende bedrijven en de consumenten. Nieuwe ontwikkelingen dienen daarom zoveel mogelijk plaats te vinden binnen de door de regiogemeenten aangewezen winkelcentra en locaties van perifere detailhandel. Winkelontwikkelingen met een bovengemeentelijke impact worden daarbuiten in principe niet voorgestaan, tenzij de vestiging in een winkelgebied niet mogelijk is en er een aangetoonde meerwaarde is voor de regionale detailhandelsstructuur. Inzetten op behoud consumentenverzorging kleine kernen Winkels dragen in z'n algemeenheid in positieve zin bij aan de leefbaarheid van kernen en woonbuurten. Ze voorzien in de verzorging van de bewoners, hebben een functie als ontmoetingspunt en creëren door hun trekkracht vaak ook een draagvlak voor andere publieksgerichte voorzieningen. Met name supermarkten spelen hierbij een centrale rol.

Leegstandsontwikkeling in goede banen leiden Algemene ontwikkelingen als de schaalvergroting, de toename van e-commerce, bevolkingskrimp en de (toenemende) gemiddelde leeftijd van ondernemers, hebben tot gevolg dat er de komende jaren in bepaalde winkelgebieden meer winkelaanbod zal verdwijnen. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor de consumentverzorging van woongebieden en de uitstraling van winkelgebieden. De Regio wil een bijdrage leveren aan het voorkomen van dergelijke ontwikkelingen en het bestrijden van de negatieve consequenties

37/93

door het aandragen van mogelijke oplossingen. Aandacht voor mogelijkheden fasering Het toevoegen van veel nieuwe winkelruimte in één keer kan soms ongewenste effecten hebben op de bestaande detailhandelsstructuur. Om dit te voorkomen is een zekere mate van afstemming van de aanbodontwikkelingen op de vraagontwikkeling noodzakelijk. Dit kan door bepaalde grotere winkelontwikkelingen in fasen uit te voeren. Aandacht voor herstructurering In het licht van de gesignaleerde ontwikkelingen zijn er kansrijke en kansarme (delen van) winkelgebieden aan te wijzen. Inzetten op behoud of versterking van de kansrijke (delen van) winkelgebieden betekent in feite een herstructurering van de bestaande detailhandelsstructuur. Versterken toeristisch-recreatieve detailhandelsstructuur Winkelen is een belangrijke vorm van vrije tijdsbesteding en een belangrijk doel van veel toeristisch-recreatieve uitstapjes. Meer bezoekers van buiten de regio betekent tevens meer consumentendraagvlak voor de winkelvoorzieningen in de regio en daarmee wordt indirect een positieve bijdrage aan het verzorgingsniveau voor de eigen inwoners geleverd.

Initiatieven voor winkelvestiging of –uitbreiding, worden, ongeacht de locatie of branchering, voor regionale toetsing voor gedragen als het initiatief de volgende omvang te boven gaat en het vigerende bestemmingsplan het initiatief niet toelaat: Winkelprojecten in de benoemde reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een bovenregionale verzorgingsfunctie: uitbreiding 10.000 m2 bvo. Winkelprojecten in de benoemde reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een regionale verzorgingsfunctie: uitbreiding 5.000 m2 bvo. Winkelprojecten in de benoemde reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een kernverzorgingsfunctie: uitbreiding 2.500 m2 bvo. Bij initiatieven die niet stroken met het regionale beleid en er bestemmingsplanwijziging nodig is (bijvoorbeeld nieuwe solitaire vestiging op het platteland, of supermarktontwikkelingen met een effect op een buurgemeente). Het centrale toetsingskader voor nader te beoordelen nieuwe winkelontwikkelingen vormt de visie op de regionale detailhandelsstructuur, zoals in deze nota is verwoord. Aan nieuwe winkelontwikkelingen wordt in principe beleidsmatig meegewerkt als: Aangetoond wordt dat het initiatief een meerwaarde voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur heeft. Deze meerwaarde kan zich uiten in: 1.

een toename van de keuzemogelijkheden voor de consument, bijvoorbeeld omdat de branche zwak vertegenwoordigd is; 2. als er sprake is van een nieuwe formule die zich onderscheidt door kwaliteit, specialisatie en/ of gerichtheid op een of meer bepaalde doelgroepen; 3. als de ontwikkeling bijdraagt aan het onderscheidend vermogen van het betreffende winkelgebied; 4. als er sprake is van een bijdrage aan de beoogde clustering van winkelvoorzieningen;

38/93

5. het initiatief past bij het beoogde profiel van het betreffende winkelgebied. Aangetoond wordt dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur en/of de in de visie aangegeven ontwikkeling daarvan. Onder negatieve effecten wordt in ieder geval verstaan dat de keuzemogelijkheden voor de inwoners van een (kern in een) tot de regio behorende gemeente onaanvaardbaar afnemen door een winkelontwikkeling in een van de andere regiogemeenten. Verder zal het initiatief getoetst worden op voor de ruimtelijke ordening relevante aspecten als: inpassing in de omgeving; bereikbaarheid; parkeermogelijkheden bezoekers en personeel; bevoorrading; beeldkwaliteit; etc. Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft verplaatsing van de Aldi binnen Baarle-Nassau, waarbij de supermarkt tevens wordt uitgebreid. Op de locatie aan de Industrieweg is sprake van de realisatie van een supermarkt met maximaal 1.100 m2 WVO en 1.650 m2 BVO. Daarmee is de uitbreiding dermate kleinschalig, dat het niet direct onder een van de categorieën valt waarbij regionale toetsing noodzakelijk is. Hierna zal het initiatief verder getoetst worden aan de ambities, beleidsuitgangspunten en ruimtelijk relevante aspecten. De Aldi is een bestaande supermarkt in Baarle-Nassau, waarmee het niet om volledige nieuwvestiging gaat, maar om verplaatsing en uitbreiding.

Aldi als hard discount betreft een ander soort supermarkt dan de full-servicesupermarkten Jumbo en Albert Heijn, die ook in Baarle-Nassau gevestigd zijn. In de huidige omvang kan Aldi niet meer voldoen aan de wensen van de huidige consument. Knelpunten met betrekking tot indeling, parkeren en bevoorrading kunnen niet op de huidige locatie worden opgelost. Modernisering van Aldi op een alternatieve locatie is belangrijk voor het behoud van de keuzemogelijkheden van de inwoners van Baarle-Nassau (en omgeving) en de kwaliteit en compleetheid van het supermarktaanbod. Met de beoogde ontwikkeling van de supermarkt aan de Industrieweg wordt het mogelijk om de hard discount-supermarkt Aldi te behouden voor de inwoners van Baarle-Nassau. Daarmee blijft het winkelaanbod op sterkte én toekomstbestendig. In de visie wordt benoemd dat nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk plaats dienen te vinden binnen winkelcentra en locaties van perifere detailhandel. Winkelontwikkelingen met een bovengemeentelijke impact worden daarbuiten in principe niet voorgestaan, tenzij de vestiging in een winkelgebied niet mogelijk is en er een aangetoonde meerwaarde is voor de regionale detailhandelsstructuur. Zoals hiervoor aangegeven is uitbreiding van de Aldi noodzakelijk en is het ook wenselijk om de Aldi te behouden voor Baarle-Nassau.

Uit de uitgevoerde locatiestudie is gebleken dat elders in het centrum van Baarle-Nassau geen mogelijkheid is om een moderne vestiging van Aldi te realiseren. Als alternatieve vestigingslocatie is daarom uitgekomen op de locatie

39/93

aan de Industrieweg. De beoogde ontwikkeling van Aldi aan de Industrieweg vindt plaats binnen stedelijk gebied op een locatie die in aanmerking komt voor functiemenging. De ontwikkeling houdt rekening met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving. Er heeft een laddertoets plaatsgevonden in de vorm van een Ruimtelijk Economisch Onderzoek (bijlage 2). Hieruit blijkt dat geen onaanvaardbare effecten worden verwacht op de dagelijkse winkelstructuur. In het onderzoek is ook ingegaan op het voorkomen van leegstand. Het is niet te verwachten dat door de uitbreiding van Aldi andere supermarkten omvallen en hierdoor negatieve effecten in de vorm van (langdurige) leegstand ontstaat. Als gevolg van de verplaatsing van Aldi is het mogelijk dat er (tijdelijke) frictieleegstand ontstaat op de huidige locatie van Aldi, maar geen langdurige leegstand. De leegstand in Baarle-Nassau is in de huidige situatie beperkt. De leegstand van het Aldi-pand zal dus niet leiden tot onaanvaardbare leegstand als rekening wordt gehouden met het woon-, leef- en ondernemersklimaat in Baarle-Nassau. 3.4.2 Afsprakenkader detailhandelsontwikkelingen De ‘Visie op de detailhandelsstructuur 2014-2020’ is bestuurlijk vastgesteld en er is (destijds) een convenant gesloten over de regionale afstemming van detailhandelsinitiatieven.

Het doel van deze regionale afspraken was met name het voorkomen van structuurverstorende detailhandelsinitiatieven en het stimuleren van structuurversterkende initiatieven. Uitgangspunt daarbij was een sterke gemeentelijke autonomie, maar waar nodig wel regionale afstemming. Actualisatie van de visie is wenselijk gebleken. De afstemming van detailhandelsontwikkelingen op regionaal niveau is in de praktijk niet tot de juiste uitvoering gekomen. Ook de ontwikkelingen in vraag en aanbod vragen om actualisatie van het beleid. Vooral het winkelen via internet en daar bovenop de stabiliserende en vergrijzende bevolking in West-Brabant zetten de omzetten van winkeliers onder druk, leiden tot minder bezoekers in de winkelstraten en tot een toename van de leegstand. Het nieuwe afsprakenkader is nadrukkelijk gebaseerd op de eerder vastgestelde 'Visie op de detailhandelsstructuur 2009-2020’ en de bijbehorende 'Regionale uitvoeringsagenda detailhandel West-Brabant'. De beleidsuitgangspunten in dit afsprakenkader komen daarom ook grotendeels overeen met de visie. In het afsprakenkader wordt vervolgens een indeling gehanteerd op welk schaalniveau een plan moet worden beoordeeld en afgestemd. Uitgangspunt is dat indien een plan kleiner is dan 2.500 m2 (de grens voor afstemming in de vastgestelde detailhandelsvisie) we het plan – in de basis – typeren als lokaal.

Is een plan groter dan wordt dit minimaal als subregionaal aangemerkt. Daarnaast is de branchering van het plan bepalend. Voor sommige typen producten en winkels legt de consument immers een grotere afstand af en is het effect (reikwijdte/marktregio) van de ontwikkeling dus groter. Indicatief wordt de volgende indeling gehanteerd:

Figuur 3.2: Indeling detailhandelsplannen op schaalniveau

40/93

plannen met een lokale betekenis: voor (gemeenten met) plannen met een beperkte omvang en/of lokale reikwijdte is het in de eerste plaats een gemeentelijke verantwoordelijkheid om hierover keuzes te maken. De (voorzienbaarheid van deze) keuzes kunnen een plek krijgen in lokale detailhandelsvisies. Meerdere gemeenten in West-Brabant hebben reeds dergelijke visies en zijn hiermee reeds aan de slag in het kader van hun nieuwe detailhandelsbeleid. Gemeenten moeten zich er wel van bewust zijn dat overaanbod aan plannen, ook op lokale schaal, goede (nieuwe) plannen elders in de gemeente of subregio in de weg kan staan. (sub)regionale en (boven)regionale plannen: voor (gemeenten met) plannen met een (sub)regionale impact vindt afstemming met gemeenten op het relevante schaalniveau plaats. Dit zal per plan specifiek moeten worden bepaald. Dit schaalniveau kan zijn de gemeente met direct omliggende gemeenten, maar bijvoorbeeld ook op het niveau van de eigen subregio of zelfs de gehele regio West-Brabant. In het afsprakenkader worden verder ook afspraken gemaakt om tot een gezonde detailhandelsstructuur te komen waarbij wordt ingezet op het faciliteren van kwalitatieve groei.

De afspraken komen overeen met de gemaakte afspraken in de Regionale uitvoeringsagenda en zien toe op: Deprogrammeren van bestaande plannen Creëren van voorzienbaarheid Verplichte Ladder-toets bij nieuwe plannen / initiatieven Actieve leegstandsaanpak Versterken vitale kleine kernen Deprogrammeren van harde plancapaciteit Doorwerking plangebied De branche dagelijks (waar de Aldi onder valt) heeft een koopkrachtbinding van circa 90% (zie ook de toelichting op de koopkrachtbinding in bijlage 2). Zoals bij de detailhandelsvisie al is beschreven, heeft de nieuwe vestiging van de Aldi een maximaal bvo van 1.650 m2. Gezien beide factoren, kan het plan gezien worden als een ontwikkeling met lokale betekenis (onder de grens van 2.500 m2 en koopkrachtbinding meer dan 70%). Regionale afstemming is daarom niet noodzakelijk. Omdat de gemeente Alphen-Chaam binnen het verzorgingsgebied is gelegen, heeft wel afstemming met deze gemeente plaatsgevonden. Het initiatief is ook afgestemd met Gilze-Rijen (in het kader van de ambtelijke samenwerking tussen de ABG-gemeenten). Enkele afspraken uit het afsprakenkader houden daarnaast verband met de voorgenomen ontwikkeling. Het gaat hierbij om de leegstandsaanpak, een verplichte laddertoets bij nieuwe plannen, versterken vitale kernen en concentratie van winkels.

Zie voor toetsing aan deze afspraken de toetsing in paragraaf 3.4.1 waar ook is ingegaan op deze onderwerpen.

41/93

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau Op 23 april 2025 heeft de gemeenteraad van de gemeente Baarle-Nassau de nieuwe omgevingsvisie 'Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau Baarle BRUIST!' vastgesteld. De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. De omgevingsvisie zet een koers naar 2040. De omgevingsvisie vervangt na vaststelling de eerdere ‘Omgevingsvisie Baarle-Nassau’, die onder de werking van de Wet ruimtelijke ordening tot stand is gekomen. De omgevingsvisie is beleidsarm opgesteld. Enkel een beperkt aantal thema’s omvatten nieuw beleid: transitie buitengebied, woningbouw, gezondheid en de energietransitie en duurzaamheid. Ten aanzien van de kern Baarle-Nassau streeft de gemeente naar een prettig en gezond woon- en leefklimaat voor jong en oud, met bereikbare voorzieningen zoals winkels, sport en onderwijs. De focus ligt dan ook op een duurzame exploitatie van voorzieningen en het zoeken van slimme verbindingen tussen partners en voorzieningen. Voor het centrum wordt ingezet op een compleet en kwalitatief goed aanbod van winkels, horeca en voorzieningen. Daarbij worden functies die het centrum versterken geconcentreerd. Functies die niet bijdragen aan deze versterking kunnen elders in de bebouwde kom gehuisvest worden.

De gemeente wil ontwikkelingsruimte bieden zodat winkels en voorzieningen toekomstbestendig blijven. In de visie zijn in paragraaf 3.6 specifieke doelen voor het bedrijventerrein van Baarle-Nassau opgenomen. Er wordt ingezet op een vitaal terrein waarbij ruimte is voor bedrijvigheid die niet in het centrum- of woongebieden gehuisvest kan worden. Er wordt actief gewerkt aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat met en voor het (lokale) midden- en kleinbedrijf. Op pagina 53 van de visie is specifiek het volgende opgenomen: "Het uitgangspunt blijft dat op het bedrijventerrein geen functiemenging plaatsvindt, met uitzondering van grootschalige detailhandel. Mocht er behoefte ontstaan aan transformatie van dat deel van het bedrijventerrein dat tegen woonbebouwing is gelegen, dan kan daar functiemening een oplossing bieden. Voorwaarden zijn: geen vraag naar gebruik van een dergelijke locatie voor bedrijven; niet-bedrijfsfuncties mogen het functioneren van het bedrijventerrein niet in de weg staan; de nieuwe functie kan niet elders in de bebouwde kom worden gehuisvest." De locatie Industrieweg 3-5/Oordeelsestraat 7a komt in aanmerking voor transformatie of functiemenging. De locatie ligt in een overgangsgebied direct naast woningen, waardoor hier geen (middelzware) bedrijvigheid gevestigd kan worden die zich niet verhoudt tot de woonfunctie. Bovendien is de locatie verouderd.

Met de opening van de nieuwe Randweg in Baarle-Nassau is het accent van het bedrijventerrein ten behoeve van bedrijven in hogere milieucategorieën verschoven richting het oosten, waar uitbreiding van het bedrijventerrein plaatsvindt. Ook aan de noordzijde van het bedrijventerrein is Baarle-Hertog bezig met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein. In de directe omgeving van de projectlocatie worden in beperkte mate bedrijfsfuncties afgebouwd. Er is een principebesluit genomen om de locatie (Industrieweg 2/2a) van garagebedrijf De Jong (tegenover de projectlocatie) te transformeren tot woningbouw. Ook is op de projectlocatie een kringloopwinkel gevestigd en is grootschalige detailhandel mogelijk. Gezien de ligging naast woongebieden is ter plaatse van het projectgebied feitelijk sprake van een gemengd gebied als buffer tussen het woongebied en het bedrijventerrein. De vestiging van een supermarkt op de locatie Industrieweg

42/93

3-5/Oordeelsestraat 7a zal geen afbreuk doen aan het functioneren van het bedrijventerrein en zorgt bovendien voor behoud van werkgelegenheid. Met de beoogde ontwikkeling wordt het mogelijk om de hard discount-supermarkt Aldi te behouden voor de inwoners van Baarle-Nassau. Daarmee blijft het winkelaanbod op sterkte én toekomstbestendig. Op de huidige locatie is de benodigde uitbreiding niet mogelijk, en is daarmee niet toekomstbestendig. Op de beoogde locatie kan een moderne supermarkt gerealiseerd worden, op een goed bereikbare locatie waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande stedelijke gronden. De locatie ligt op een randzone van woongebieden en het bedrijventerrein en er is door de ligging, omvang en gesteldheid van de locatie functiemenging met behoud van voorzieningen en werkgelegenheid mogelijk. In deze motivering wordt aangetoond dat de winkel het functioneren van andere bedrijven op het bedrijventerrein niet in de weg staat (zie paragraaf 4.7). In Bijlage 2 is onderbouwd dat de functie niet elders binnen de bebouwde kom gehuisvest kan worden en dat de nieuwe locatie een geschikte locatie is voor de noodzakelijke schaalvergroting van Aldi. 3.5.2 Beleid bedrijventerrein Het gemeentelijk beleid is gericht op een effectief gebruik van het bedrijventerrein bij de kern Baarle-Nassau. Dit is opgenomen op pagina 77 en 80 in de toelichting van het bestemmingsplan “Dorpen”.

Het gemeentelijk beleid van Baarle-Nassau is dat bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 inpasbaar zijn binnen een woonomgeving. Milieucategorie 3 en hoger niet. Deze dienen gevestigd te worden op een bedrijventerrein zoals dat in de kern Baarle-Nassau. De maximale toegestane milieucategorie op het bedrijventerrein is in principe categorie 3.2. Voor het deel van het bedrijventerrein dat ten westen van de Smederijstraat is alleen vestiging van bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2 toegestaan vanwege de korte afstand tot de woonbebouwing. In deze strook zijn in de huidige situatie twee bedrijven gevestigd met een hogere milieucategorie (3.2). Beide bedrijven zijn specifiek op de plankaart aangeduid. Uit het bovenstaande blijkt de beleidslijn dat de gemeente categorie 1 en 2 bedrijven in principe niet wenst te vestigen op het bedrijventerrein van Baarle-Nassau, behalve ten westen van (het verlengde van) de Smederijstraat. In verband met aangrenzende woonbebouwing is daar wel categorie 1-2 bedrijvigheid gewenst in plaats van categorie 3. De locatie Industrieweg/Oordeelsestraat is gelegen ten westen van het verlengde van de Smederijstraat. Op grond van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering behoren supermarkten tot categorie 1. Gelet hierop past een supermarkt binnen de door de gemeente Baarle-Nassau gehanteerde indeling van het bedrijventerrein van Baarle-Nassau.

Uit het bovenstaande blijkt tevens de beleidslijn dat bedrijven uit milieucategorie 3, voor zover gelegen ten westen van (het verlengde van) de Smederijstraat, worden voorzien van een 'uitsterfconstructie'. Deze bedrijven krijgen een maatwerkbestemming, zodat zich daar géén cat. 3 bedrijven in het algemeen kunnen vestigen. Als dat specifieke bedrijf weggaat, bestaat de mogelijkheid daar cat. 1 – 2 bedrijvigheid te vestigen. Door de verplaatsing van Aldi naar de Industrieweg 5 wordt een daar juist onwenselijk bevonden metaalbewerkingsbedrijf (milieucategorie 3.2, zie Bp Dorpen, 1e herziening) 'wegbestemd'. De verplaatsing van Aldi draagt bij aan het gemeentelijke beleid tot het effectief benutten van het bedrijventerrein van Baarle-Nassau.

43/93

3.5.3

Verkeersaspecten

3.5.3.1 Verkeersgeneratie en -afwikkeling Het plangebied ligt aan de Industrieweg die via de rotonde aansluit op de Alphenseweg die op zijn beurt weer aansluit op de provinciale weg N260. De locatie ligt daarnaast aan de rand van de kern Baarle-Nassau op een afstand van minder dan 500 meter tot het centrum. Daarmee is de locatie zeer goed bereikbaar. Het opheffen van de supermarkt in het centrum en de hervestiging op het bedrijventerrein hebben invloed op de verkeerssituatie. Voor de berekening van de verkeersgeneratie van beide ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de publicatie 744 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeergeneratie) uit 2024. In die publicatie zijn verschillende woonmilieutypes en verstedelijkingsgraden onderscheiden. Om het juiste kencijfer te bepalen wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit het gemeentelijk parkeerbeleid (Nota Parkeernormen 2011), waarin de parkeernormen ook zijn gerelateerd aan de kencijfers van het CROW. De gemeente Baarle-Nassau wordt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek aangemerkt als een 'weinig stedelijk gebied' en voor de kern Baarle-Nassau geldt het woonmilieutype 'restgebied van de bebouwde kom'. Binnen de bandbreedte van het kencijfer wordt in verband met het relatief hoge autobezit het maximum aangehouden.

In publicatie 744 wordt geen onderscheid gemaakt in een hard discount-supermarkt of een fullservice supermarkt. Worst-case wordt hierna dan ook uitgegaan van een full-service supermarkt. Worst-case omdat op basis van praktijkervaringen blijkt dat een full-service supermarkt (veel) meer verkeer genereert en parkeerbehoefte heeft dan een hard discount-supermarkt. Dat verschil wordt vooral veroorzaakt doordat consumenten vaker bij een full-service supermarkt komen, ook voor kleinere boodschappen. Bij hard discount-supermarkten worden eens in de 1 à 2 weken grootschalige inkopen gedaan, terwijl een full-service supermarkt meerdere keren per week worden bezocht. Locatie Stationsstraat Met het plan zal de bestaande supermarkt aan de Stationsstraat komen te vervallen en wordt de vrijgekomen ruimte ingevuld door overige centrumfuncties. Op basis van bovenstaande uitgangspunten is voor een fullservice-supermarkt een verkeersgeneratie berekend van 155,5 mvt/etmaal per 100 m² bvo. Voor overige centrumfuncties (dorpscentrum) bedraagt de verkeersgeneratie 79,4 mvt/etmaal per 100 m² bvo. Een werkdag met koopavond, een zaterdag en de koopzondagen zijn dagen met de grootste verkeersgeneratie. Enerzijds neemt de verkeersgeneratie als gevolg van het opheffen van de supermarkt af, anderzijds zal de verkeersgeneratie toenemen met de invulling met overige centrumfuncties.

Per saldo leidt dit tot een netto afname van de verkeersgeneratie van ((575/100) * (155,5-79,4)= 437,6 mvt/etmaal. Via het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) zijn betrouwbare schattingen bekend op Van de Stationsstraat. De intensiteit op de Stationsstraat is circa 2.100 motorvoertuigen/werkdag. Daaruit blijkt dat dit een weg in de bebouwde kom is met een ontsluitende functie. Het verkeer verdeelt zich hier in verschillende richtingen. Omdat met het plan sprake is van een afname van verkeersgeneratie, zijn er ter hoogte van de locatie Stationsstraat geen doorstromings- of verkeersveiligheidsknelpunten te verwachten. Locatie Industrieweg

44/93

Voor de nieuwe supermarkt van 1.650 m2 bedraagt de verkeersgeneratie ((1650/100) * 155,5 =) 2.565,8, afgerond 2.566 mvt/etmaal. Vanwege de opheffing van de bedrijfsfuncties (Kringloopwinkel met een bvo van 550 m² en LION met een bvo van 1.220 m2), kan hiervan het volgende aantal mvt/etmaal worden afgetrokken: Voor de Kringloopwinkel zijn de kencijfers verkeersgeneratie van een vergelijkbare functie, namelijk groothandel, gebruikt: 51,1 mvt/etmaal/100 m² bvo = 51,1 x 5,5 = 281 mvt/etmaal; Voor LION zijn de kencijfers verkeersgeneratie gebruikt voor een arbeidsintensief/bezoekers extensief bedrijf: 10,9 mvt/etmaal 100 m² bvo = 12,2 x 10,9 = 133 mvt/etmaal. In totaal kunnen er dus 414 mvt/etmaal van worden afgetrokken. De netto toename komt daarmee op (2566-414=) 2.152 mvt/etmaal. 3.5.3.2 Verkeerstoedeling Het grootste deel van het verkeer van de nieuwe Aldi zal worden afgewikkeld via de Industrieweg op de Alphenseweg en de Oordeelsestraat. Het verkeer zal zich hier verspreiden naar de kern Baarle-Nassau (westelijke richting) en richting de nabij gelegen kernen in Nederland en België (oostelijke richting). Voor de verdeling is onder andere gebruik gemaakt van figuur B1.3 van Bijlage 1 van het ruimtelijk economisch onderzoek zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting, waaruit blijkt dat de herkomst van de klanten niet fundamenteel zal wijzigen.

Zie figuur 3.2 voor een illustratie.

Figuur 3.2: Omzetherkomst Aldi Baarle-Nassau (Bron: Markteffect, 2024) Verondersteld is dat klanten uit Baarle Hertog en Baarle Nassau 1/3 minder vaak met de auto naar de Aldi reizen dan klanten van elders. Bekend is dat voor afstanden van minder dan 1 kilometer lopen en fietsen een veel grotere modal share van reizen naar een supermarkt innemen dan voor langere afstanden. Een groot deel van de

45/93

bebouwde kom van Baarle is zowel op de oude als op de nieuwe locatie binnen deze afstand te bereiken. Daarom wegen de klanten uit Baarle iets lichter in de verkeerstoedeling, en de klanten van elders juist zwaarder. Via Google Maps is bepaald via welke routes de nieuwe locatie vanuit de diverse plaatsen waar klanten vandaan komen het snelst te bereiken is. De verkeerstoedeling zal daarbij als volgt zijn: De Alphenseweg richting Alphen zal 608 van de 2.152 bewegingen opnemen. De Alphenseweg in de richting van het centrum zal 174 circa mvt/etmaal ontvangen. De Generaal Maczeklaan krijgt door de toevoeging van de Aldi naar verwachting 800 extra bewegingen te verwerken. De Industrieweg en Oordeelsestraat krijgt 572 gemotoriseerde verkeersbewegingen te verwerken vanwege de beoogde Aldi. Zie voor een illustratie figuur 3.3.

Figuur 3.3: Verkeerstoedeling vanuit nieuwe supermarktlocatie Per saldo leidt de ontwikkeling tot een toename van circa 1.582 mvt/etmaal op de rotonde (608 + 174 + 800) en circa 572 mvt/etmaal van en naar de Oordeelsestraat. 3.5.3.3 Verkeersintensiteiten Tabel 4.1 laat zien wat de verkeersintensiteiten zijn van de verschillende rotonde takken in de autonome situatie 2019, 2030 en 2040 (bron: BBMA 2022) en de toevoeging van het plan. Tabel 3.1: verkeersintensiteiten rotonde 2019 Generaal Maczeklaan Alphenseweg richting Alphen

46/93

3.600 6.500

2030

2040

3.600 7.100

3.700 7.700

toename door Aldi 800 608

Alphenseweg richting Baarle Industrieweg

4.300

5.000

5.400

174

3.800

4.100

4.300

1.582

Let erop dat dit intensiteiten op de takken zijn van én naar de rotonde. Voor het verkeer op de rotonde moeten de aantallen door 2 worden gedeeld. Uit de verkeerstoedeling is te herleiden dat de ontwikkeling van de Aldi voor circa 1.582 mvt/etmaal extra verkeer op de rotonde Industrieweg/Alphensebaan/Generaal Maczeklaan zorgt. De overige 572 mvt/etmaal ontsluiten via de Oordeelsestraat richting Baarle-Hertog. 3.5.3.4 Beoordeling verkeersafwikkeling Verkeersafwikkeling rotonde In 2019 is de som van de toeleidende wegen van de rotonde in de autonome situatie circa 9.000 mvt/etmaal. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling komen daar nog circa 1.582 mvt/etmaal bij. Daarmee komt de som van de toeleidende wegen uit op circa 10.582 mvt/etmaal zijn. De capaciteit van een enkelstrooksrotonde is ligt op 20.000 – 25.000 mvt/etmaal als som van de toeleidende wegen. Met de verwachte verkeersintensiteit na planbijdrage (10.582 mvt/etmaal), is de capaciteit ruim voldoende. In 2030 zal de verkeersintensiteit volgens het verkeersmodel toenemen tot 9.900 mvt/etmaal, en in 2040 tot 11.700 mvt/etmaal in de autonome situatie. Ook bij deze verkeersintensiteiten leidt de toevoeging van circa 1.582 mvt/etmaal als gevolg van het plan niet tot knelpunten. In 2030 komt deze uit op 11.482 mvt/etmaal (9.900 + 1.582) en in de 2040 komt deze uit op 13.282 mvt/etmaal (11.700 + 1.582).

Daarmee passen deze intensiteiten ruimschoots binnen de capaciteit van een enkelstrooksrotonde van 20.000 tot 25.000 mvt/etmaal. Verkeersafwikkeling Oordeelsestraat Het restant van de extra verkeersgeneratie, 538 mvt/etmaal, zal dus via de Industrieweg naar de Oordeelsestraat worden afgewikkeld. De Oordeelsestraat is een gebiedsontsluitingsweg; de weg heeft een (enigszins vervaagde) rijrichtingsscheiding en fietsen is er niet toegestaan op de hoofdrijbaan, maar enkel op een ventweg. Conform de principes van Duurzaam Veilig zou deze weg zeker 6.000 mvt/etmaal moeten kunnen verwerken. Na planrealisatie kent deze weg nog een restcapaciteit van meer dan 1.000 mvt/etmaal. 2019: 3.800 + 572 = 4.372 mvt/etmaal; 2030: 4.100 + 572 = 4.672 mvt/etmaal; 2040: 4.300 + 572 = 4.872 mvt/etmaal. Conclusie verkeersafwikkeling Gesteld kan worden dat de verkeersafwikkeling als gevolg van het plan niet leidt tot knelpunten. 3.5.3.5 Beoordeling verkeersveiligheid De beoordeling van de verkeersveiligheid richt zich op het wegvakniveau van de wegen waarover de beoogde planontwikkeling zal worden ontsloten. De verkeersveiligheid wordt beoordeeld op de principes van Duurzaam Veilig. Daarbij wordt gekeken in hoeverre er sprake is van een evenwichtige verhouding tussen gebruik, inrichting en functie van de weg.

47/93

De wegen die beoordeeld zijn, zijn de wegen die aantakken op de rotonde Alphenseweg – Industrieweg. Dit betreft de volgende wegen: Alphenseweg richting Alphen; Generaal Maczeklaan; Alphenseweg richting Baarle; Industrieweg. De Alphenseweg richting Alphen is voorzien van vrijliggende fietspaden. Een hoge intensiteit zal daarom wellicht tot congestie leiden, maar niet tot veiligheidsproblemen. Behalve de Alphenseweg richting Alphen zijn alle genoemde wegen gecategoriseerd als erftoegansgweg. De Alphenseweg richting Baarle is weliswaar gecategoriseerd als erftoegangsweg, maar heeft qua vormgeving met parkeren in langsparkeervakken, fietssuggestiestroken en een rijbaanbreedte van bijna 8.00 meter, meer weg van een gebiedsontsluitingsweg. De Generaal Maczeklaan is 7,5m breed, de Industrieweg/Oordeelsestraat hebben beide een rijbaanbreedte van circa 6.50m. Zij kunnen daarmee normaal gesproken ongeveer 6.000 mvt/etmaal verwerken zonder dat dit leidt tot knelpunten. Na plan ontwikkeling zal de verkeersintensiteit in 2040 op deze wegen liggen op circa 4.900 mvt/etmaal (Industrieweg) en 4.600 mvt/etmaal (Generaal Maczeklaan) . Daarmee ligt de intensiteit ruim onder de verwachte capaciteit en zijn geen knelpunten te verwachten maximale op deze wegen. De intensiteit op de Alphenseweg richting het centrum in 2040 ligt na planontwikkeling op circa 5.700.

De capaciteit van deze weg, die meer weg heeft van een gebiedsontsluitingsweg, ligt tussen de 6.000 en 15.000 mvt/etmaal. Naast dat de weg het karakter heeft van een gebiedsontsluitingsweg heeft deze wel degelijk ook een verblijfskarakter vanwege de aanwezigheid van erfontsluitingen. Daarom wordt voor de capaciteit van deze weg aangehouden dat deze ligt op iets meer dan 6.000. De verkeersintensiteiten in 2040 na planbijdrage komt uit op circa 5.700 mvt/etmaal. Daarmee kan gesteld dat de verkeersveiligheid na planbijdrage niet leidt tot knelpunten. Uitrit parkeerterrein Het perceel behorende bij de nieuwe Aldi wordt ontsloten via de Industrieweg. De op- en afrit is gesitueerd op voldoende afstand tot de bestaande rotonde met de Alphensebaan. Immers zoals eerder is beschreven heeft de rotonde zoveel overcapaciteit dat het verkeer goed kan doorstromen en er geen wachtrijen te verwachten zijn. Hierdoor zijn conflicten met verkeer dat het parkeerterrein van de Aldi wil op- of afrijden niet te verwachten. Voor fietsers wordt de Aldi direct ontsloten op de rotonde, zoals te zien is in figuur 2.7. Een oversteek nabij de rotonde zorgt ervoor dat de snelheid van het gemotoriseerd verkeer laag ligt, ook op momenten dat er weinig verkeersaanbod is. Bovendien minimaliseert een rotonde het aantal potentiële conflictpunten op het betreffende kruispunt.

Laden en lossen De laad- en loszone van de nieuwe Aldi is gesitueerd aan de oostzijde van het plangebied. Vrachtwagens rijden vanaf de Industrieweg vooruit het parkeerterrein van de Aldi op om aan de achterzijde (oostzijde) achteruit de

48/93

laad- en loszone in te rijden. Zie figuur 2.7 in paragraaf 2.2.4 voor een illustratie van de locatie van de parkeerplaatsen en de laad- en loszone. De nieuwe supermarkt zal 6 dagen in de week (ma t/m za) worden bevoorraad. Deze bevoorrading vindt plaats door (worst-case) maximaal 3 vrachtwagens per dag: Bakker 1x per dag, vroeg rond 7u; Koelwagen 1x per twee dagen; Overig 1x per twee dagen. Vrachtwagens rijden dus vooruit het parkeerterrein van de Aldi op en rijden aan de oostzijde vervolgens achteruit het beoogde losdok in. Er is dus geen sprake van stilstaand of achteruitrijdend vrachtverkeer op de Industrieweg. Een belevering door (maximaal) 3 vrachtwagens per dag is acceptabel en verkeersveilig. 3.5.3.6 Parkeren Stationsstraat 29 Op het gedeelte van het parkeerterrein direct achter de supermarkt bevinden 28 parkeerplaatsen. De huidige winkel heeft een bruto vloeroppervlak van 850 m². Op basis van de parkeernormen van de gemeente geldt een parkeernorm van 4,0 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Dat komt voor de bestaande winkel neer op een parkeerbehoefte van 34 parkeerplaatsen. Het parkeerterrein wordt echter gedeeld met de overige functies in het centrum van Baarle-Nassau waaronder een full-service supermarkt (Albert-Heijn). Deze winkel heeft een bvo van 1.175 m² met een bijbehorende parkeerbehoefte van 47 parkeerplaatsen.

Aan de voorzijde van de Albert Heijn is een parkeerterrein gesitueerd met circa 54 parkeerplaatsen. Samen met het parkeerterrein achter de Aldi hebben de beide supermarkten de beschikking over 82 parkeerplaatsen. De beide supermarkten hebben een parkeerbehoefte van 81 parkeerplaatsen. Bij de berekening van de parkeerbalans is het gebruikelijk om een bezettingsgraad van maximaal 85% te hanteren. 85% van 82 parkeerplaatsen komt neer op 70 parkeerplaatsen. Daarmee is sprake van een tekort van 11 parkeerplaatsen. Bovendien zijn er nog meer functies in het kernwinkelgebied, zoals Wibra, Pour vous Madame, de bakkerij en de fietsenzaak. Daarmee loopt het tekort aan parkeerplaatsen nog verder op en is aangetoond dat er al in de bestaande situatie een tekort is aan parkeerplaatsen. Ter plaatse van de Stationsstraat 29 wordt de functie supermarkt in dit TAM-omgevingsplan uitgesloten. In de nieuwe situatie mogen wel andere detailhandels- en centrumfuncties worden gehuisvest maar een supermarkt is hier dus niet langer toegestaan. Voor detailhandel geldt volgens de parkeernormen van de gemeente Baarle-Nassau een parkeernorm van 4,0 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Benadrukt wordt dat deze norm geldt voor detailhandel in zijn algemeenheid.

De achterblijvende locatie kan, op basis van de nieuwe regeling, weer worden ingevuld met detailhandel (niet zijnde supermarkt), dienstverlening en kantoren. Conform de Nota parkeernormen van de gemeente is detailhandel de functie die zorgt voor de meeste parkeerdruk (4,0 parkeerplaatsen per 100 m² bvo). Dienstverlenende bedrijven en kantoren zorgen voor een parkeervraag van respectievelijk 2,4 en 1,6 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. De aanwezige parkeervoorziening in de nabijheid van het plangebied aan de Stationsstraat blijft gehandhaafd voor de centrumvoorzieningen in Baarle-Nassau. Daarin zijn geen wijzigingen voorzien. Dit grote parkeerterrein

49/93

voor is bedoeld voor centrumbezoekers en kan ook voor parkeren ten behoeve van de huidige Aldi worden gebruikt. Dit is echter niet wenselijk aangezien hiervoor de Stationsstraat overgestoken worden. Dit creëert onveilige situaties, is niet gebruiksvriendelijk voor het gebruik van winkelwagens en kan voor overlast zorgen. Voor een nadere toelichting hierop, zie ook bijgevoegde verkeersnotitie (bijlage 1) waarin de knelpunten in de huidige situatie zijn beschreven Parkeren vindt in de bestaande situatie voornamelijk plaats aan de achterzijde van de winkel en aan de overzijde van de straat (parkeren aan de overzijde van de straat voor bezoekers van een supermarkt heeft overigens niet de voorkeur aangezien mensen dan met de winkelwagen een drukke straat moeten oversteken. Dit kan voor onveilige situaties en overlast zorgen). Op het binnenterrein direct grenzend aan de winkel bevindt zich een afgesloten parkeerterrein met 28 parkeerplaatsen. De huidige winkel heeft een bruto vloeroppervlak van 850 m². Op basis van de parkeernormen van de gemeente geldt een parkeernorm van 4,0 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Dat komt voor de bestaande winkel neer op een parkeerbehoefte van 34 parkeerplaatsen. Het parkeerterrein wordt echter gedeeld met de overige functies in het centrum van Baarle-Nassau waaronder een full-service supermarkt (Albert-Heijn).

Deze winkel heeft een bvo van 1.175 m² met een bijbehorende parkeerbehoefte van 47 parkeerplaatsen. Aan de voorzijde van de Albert Heijn is een parkeerterrein gesitueerd met circa 54 parkeerplaatsen. Samen met het parkeerterrein achter de Aldi hebben de beide supermarkten de beschikking over 82 parkeerplaatsen. De beide supermarkten hebben een parkeerbehoefte van 81 parkeerplaatsen. Er zijn echter nog meer functies in het kernwinkelgebied, zoals Wibra, Pour vous Madame, de bakkerij en de fietsenzaak waarvoor de beschreven parkeerplaatsen worden gebruikt, dus is er te verwachten dat er nu een tekort is aan parkeerplaatsen Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de functiewijziging ter plaatse van de achterblijvende locatie aan de Stationsstraat 29 niet zal zorgen voor een hogere parkeerdruk dan al bestaand. Indien hier een dienstverlenend bedrijf of kantoor zal vestigen zal de parkeerdruk afnemen. Industrieweg 3-5/Oordeelsestraat 7a Gelet op de functie die de nieuwe Aldi zal vervullen is ervoor gekozen om deze gronden te bestemmen als 'Detailhandel'. Dit betekent dat de volgende berekening gemaakt kan worden: Conform de parkeernormen van de gemeente Baarle-Nassau geldt voor de detailhandel (waaronder ook een supermarkt) een parkeernorm van 4,0 parkeerplaatsen per 100 m² bvo.

Met een maximaal bruto vloeroppervlak van 1.650 m² bedraagt de parkeerbehoefte 66 parkeerplaatsen. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 87 parkeerplaatsen op eigen terrein. Dit is te zien in figuur 2.7. Daarmee wordt met een overcapaciteit van 16 parkeerplaatsen voldaan aan de parkeernorm. Van de parkeerplaatsen moeten er 2 vakken worden gereserveerd voor het laden van elektrische auto's. Ook moeten er twee plaatsen voor minder validen worden ingericht.

50/93

3.5.3.7 Conclusie Met de verplaatsing van de Aldi supermarkt vanuit het centrum van Baarle-Nassau naar de beoogde locatie op het bedrijventerrein neemt het verkeersaanbod en de parkeerdruk in het centrum van Baarle-Nassau niet toe. Aan de Industrieweg krijgt Aldi de beschikking over een goed bereikbare locatie met ruim voldoende parkeergelegenheid. De nieuwe vestiging zorgt voor een toename van het aantal motorvoertuigbewegingen in de omgeving, In ieder geval tot 2040 levert de extra belasting geen knelpunten op voor de verkeersveiligheid of verkeersafwikkeling. De oplossing voor laden en lossen zal geen gevaarlijke situaties zorgen en niet voor extra overlast zorgen ten opzichte van de huidige situatie. 3.5.4

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

3.5.4.1 Wettelijk kader Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij een wijziging van het omgevingsplan rekening gehouden moet worden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen, zoals onder andere de energietransitie, circulariteit, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. 3.5.4.2 Toetsing Binnen het projectgebied wordt ruimte gereserveerd voor beplanting en waterberging, wat positief bijdraagt aan de beleving, het tegengaan van hittestress en de klimaatadaptieve inrichting van het terrein. Daarnaast wordt hiermee de biodiversiteit versterkt. Op basis van de zeer energiezuinige bouwstandaarden wordt bij de realisatie gestreefd naar het halen van het hoogst energielabel. Bij de realisatie van het nieuwe gebouw wordt ingezet op slim omgaan met energie. Nieuwe gebouwen zijn volledig gasloos. Het pand wordt verwarmt via de warmte die vrijkomt uit de koeltechniek. De verlichting wordt op een slimme manier geregeld zodat deze alleen aan staat wanneer het moet en ook gedimd kan worden. Op het pand wordt daarnaast voorzien in zonnepanelen. Bij de materiaalkeuze wordt gekeken hoe rekening kan worden gehouden met circulariteit en hergebruik aansluitend op de gemeentelijke lijnen voor een circulaire economie. Ingezet wordt op duurzame mobiliteit door fietsverkeer te faciliteren met fietsenstallingen.

Bij de supermarkt zijn daarnaast voldoende (groene) parkeerplaatsen met elektrische laadpalen aanwezig. Bij het ontwerp dient rekening gehouden te worden met klimaatverandering en de daarbij horende extreme weersomstandigheden zoals hittestress, droogte en extreme neerslag. Door de inrichting van lagere maaiveldhoogtes bij de beplantingsvakken en opvangvoorzieningen wordt voorkomen dat bij extreme neerslag wateroverlast ontstaat, zowel op het eigen perceel als in de omgeving. Water wordt waar mogelijk bovengronds geïnfiltreerd of geborgen. Er is voldoende bergingscapaciteit voorzien conform de gemeentelijke normen (78 mm bij toename van verharding, 7 mm bij vervanging). Bij de inrichting van het terrein en gebouw wordt gestreefd naar een natuurinclusief, biodivers en klimaatbestendig geheel met onder andere schaduwgevende bomen en ecologisch waardevolle (gebiedseigen) beplanting. Dit draagt bij aan waterinfiltratie, hittestressreductie en ecologische waarde. Er worden

51/93

voorzieningen getroffen voor dieren, insecten en andere soorten in lijn met de uitkomsten van het ecologisch onderzoek. Daarbij wordt aangesloten op bestaande groenstructuren in de omgeving. De gemeentelijke groenvisie Grenzeloos Groen biedt hierbij richting voor samenhang met de omgeving en het benutten van koppelkansen voor biodiversiteit. Bij de invulling van dit thema wordt aangesloten bij het gemeentelijk beleid, waaronder de Strategie Duurzaamheid Baarle-Nassau, Groenvisie Grenzeloos Groen en de intern gehanteerde Handreiking Duurzaam Bouwen. 3.5.4.3 Conclusie Gelet op het voorgaande is bij de voorgenomen ontwikkeling voldoende rekening gehouden met het aspect duurzaamheid en vormt dit aspect geen belemmering voor de ontwikkeling.

3.6

Beoordelingsregels en ETFAL

3.6.1 Beoordelingskader Voor het beoordelen van het wijzigen van een omgevingsplan gelden beoordelingsregels. De gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden hier beoordeeld. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan alleen worden vergund met het oog op een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (ETFAL). Daarnaast zijn in het Bkl de volgende beoordelingsregels opgenomen: 1. Instructieregels rijk 2. Instructieregels provincie 3. Instructies rijk en instructies provincie 4. Voorbereidingsbesluiten 5. Projectbesluiten 6. Maatwerkregel De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Bkl. Deze gelden voor omgevingsplannen. Hieronder wordt de toetsing van het project aan het beoordelingskader beschreven. Op de relevante onderdelen van het beoordelingskader wordt uitgebreider ingegaan. 3.6.2 Afweging instructieregels Bkl Voor de volgende thema's wordt in tabel 3.2 voor de ontwikkeling aangegeven of zij relevant zijn of niet: Tabel 3.2: Instructieregels Bkl Thema Dienstenrichtlijn Omgevingsveiligheid Water Luchtkwaliteit Geluid door activiteiten

52/93

Afdelingen en paragrafen Bkl Relevant voor de ontwikkeling § 5.1.1. Algemene bepalingen Ja, zie paragraaf 7.2 artikel 5.1a. § 5.1.2. Waarborgen van de veiligheid Ja, zie hoofdstuk 6 § 5.1.3. Beschermen van de Ja, zie hoofdstuk 5 waterbelangen § 5.1.4.1. Kwaliteit van de buitenlucht Ja, zie paragraaf 4.4 § 5.1.4.2. Geluid door activiteiten Ja, zie paragraaf 4.2

Geluid door (spoor)wegen en § 5.1.4.2a. Geluid door wegen, industrieterreinen spoorwegen en industrieterreinen Geluid rond luchthavens § 5.1.4.3. Geluid rond luchthavens Trillingen

§ 5.1.4.4. Trillingen

Slagschaduw van windturbines Bodemkwaliteit Geur Cultureel erfgoed (aardkunde, archeologie en cultuurhistorie)

§ 5.1.4.4a. Slagschaduw van windturbines § 5.1.4.5. Bodemkwaliteit § 5.1.4.6. Geur § 5.1.5. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Landschappelijke kwaliteiten § 5.1.5. Beschermen van Kust, PKB-Waddenzee en landschappelijke of Waddengebied stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Ladder voor duurzame § 5.1.5.4. Ladder voor duurzame verstedelijking verstedelijking Nationale belangen binnen § 5.1.6. Behoud van ruimte voor de fysieke leefomgeving toekomstige functies; § 5.1.7. Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Aanwijzing § 5.1.7a. Gebruik van bouwwerken woningbouwcategorieën Toegankelijkheid openbare buitenruimte

§ 5.1.8. Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen

Ja, zie paragraaf 4.1 Nee, de projectlocatie ligt niet binnen de geluidcontour van een luchthaven. Nee, de projectlocatie ligt niet in de nabijheid van activiteiten waarbij structureel trillingen vrijkomen en voorziet hier in beginsel zelf ook niet in. Nee, in de omgeving van de projectlocatie komen geen windturbines voor. Ja, zie paragraaf 4.3 Ja, zie paragraaf 4.5 Ja, zie paragraaf 7.1

Nee, de projectlocatie ligt niet binnen of nabij de kust, PKB-Waddenzee en Waddengebied. Ja, zie paragraaf 7.2 Ja, zie paragraaf 3.2

Nee, voor dit project is het niet nodig om regels te stellen over te realiseren categorieën woningen. Ja, zie paragraaf 7.4

3.6.3 Afweging instructieregels provinciale omgevingsverordening De provinciale omgevingsverordening bevat instructieregels. In paragraaf 3.3.2 is de Omgevingsverordening van de provincie behandeld en zijn de relevante instructieregels benoemd. Voor zover deze instructieregels betrekking hebben op een thema van de fysieke leefomgeving, wordt in hoofdstukken 4 t/m 10 aan deze instructieregels getoetst.

53/93

3.6.4 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Daarnaast zijn er thema's die vanuit het oogpunt van ETFAL relevant zijn om bij de belangenafweging te betrekken. Deze thema's komen terug in tabel 3.3. Tabel 3.3: Thema's in het kader van ETFAL Thema Wettelijk kader Relevant voor de ontwikkeling Gezondheid § 5.1.4. Bkl behandelt enkele thema's Ja, paragraaf 4.8 in het kader van gezondheidsbescherming. Gezondheidsbevordering volgt uit provinciaal en/of gemeentelijk beleid. In het kader van ETFAL is een integrale benadering nodig. Gezondheidsrisico's vanwege In het kader van ETFAL in de Nee, de projectlocatie maakt geen veehouderijen belangenafweging betrokken. gevoelige functie mogelijk. Spuitzones vanwege In het kader van ETFAL in de Nee, de projectlocatie maakt geen gewasbeschermingsmiddelen belangenafweging betrokken. gevoelige functie mogelijk. Mobiliteit en parkeren In het kader van ETFAL in de Ja, zie paragraaf 3.5.3 belangenafweging betrokken. Natuurbescherming NNN Afdeling 7.3 van het Bal. Nee, de projectlocatie ligt niet binnen Natuur Netwerk Nederland, zie paragraaf 8.4 Ecologie: Afdeling 11.1 van het Bal. Ja, zie paragraaf 8.2 gebiedsbescherming Ecologie: Afdeling 11.2 van het Bal. Ja, zie paragraaf 8.3 soortenbescherming Ecologie: houtopstanden Afdeling 11.3 van het Bal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16805972/1