CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek

Gemeenteraad (openbaar) 28 september 2022, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek11.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

9 | Historisch kavelpatronen en landschapsrichtingen zijn uitgangspunt: volg de bestaande richting van het landschap en sluit qua oppervlakte aan op de maat en schaal en de richting (stroken of blokken) en of regelmaat (regelmatig of onregelmatig). Respecteer daarbij lange zichtlijnen en doorzichten.

12 | Zonnevelden liggen niet binnen 50 meter van een woonbestemming. De landschappelijke inpassing mag wel dichterbij liggen. De afstand mag korten zijn als het de woning van de initiatiefnemer betreft (bijvoorbeeld grenzend aan of onderdeel van agrarisch bedrijf).

10 | Vanwege het karakter van het landschap willen we dat er bepaalde afstanden worden geborgd tussen zonnevelden. Als maat houden we aan dat de afstand tussen de projecten gelijk is aan de som van de langste zijde van de beide velden (afstand = lengte + lengte).

11 | Inrichting van ondersteunende voorzieningen als hekken, gebouwtjes, trafo’s etc. • Aard hekwerk en poorten • Aard trafo • Er wordt alleen open verharding toegepast. • Bijenkasten voor honingbijen zijn ongewenst omdat ze concurreren met wilde bijen. Een bijenhotel voor wilde bijen kan wel worden geplaatst

49

13 | De bodem van een zonneveld wordt vaak ingezaaid met een bij dat landschap passend mengsel en er wordt een op natuurgericht beheer voorstel gemaakt. De initiatiefnemer beheert het veld volgens de in een beheerplan afgesproken doelen. 14 | De kwaliteit van de landschappelijke inpassing wordt gegarandeerd door een minimum bedrag. Aan de landschappelijk inpassing van het zonneveld (ofwel minstens 25% van het project) wordt minimaal €5,- per m2 besteed. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor dit budget. Als de landschappelijke inrichting goedkoper is, moet het resterende bedrag op een andere manier aan het landschap ten goede komen. Foto: koeien in het weiland nabij Ulicoten

8.3 Optionele regels voor inpassing en realisatie (harde eis = 4 punten) De initiatiefnemer dient nu nog 4 punten te scoren. Daarvoor zijn er een 5-tal waarden benoemd waarop gescoord kan worden. Binnen iedere waarden liggen enkele keuzes. Via deze score op extra waarde kan de initiatiefnemer op zoek gaan naar een optimum voor zijn project. Voorbeeld 1 Een initiatief dat gerealiseerd wordt binnen een trede 2 gebied scoort 2 punten. Indien het dat project bovendien met 50% lokale deelname vanuit de directe omgeving wordt gerealiseerd scoort het nog eens 2 punten.

50

Voorbeeld 2 Een initiatief dat zeer ruim opgezet wordt, met een onbedekte graad van 40% scoort 2 punten. Indien het dat project bovendien gerealiseerd wordt op een locatie van een VAB scoort het nog eens 2 punten. I | Zuinig ruimtegebruik: de zonneladder Voor zonnevelden worden alleen projecten gewaardeerd die vallen binnen trede 2. Dit zijn de gebieden die verhoudingsgewijs hoog dynamisch zijn nabij de stedelijke invloedsfeer. Als we deze gebieden benutten, gaan we zuiniger om met de grond. Projecten op agrarische gronden leveren nooit extra punten op omdat de grond gewaardeerd wordt voor landbouwkundig gebruik. • Trede Ja, mits = 2 punten • Trede Nee, tenzij = 0 punten

II | Meer dan 25% onbedekte grond binnen het zonneveld Naarmate een project meer onbedekte grond heeft zijn er meer kansen voor de ontwikkeling van biodiversiteit en dubbelgebruik. • Meer dan 50% = 3 punten • 35%-50% = 2 punten • 25%-35% = 1 punt III | Investeringen biodiversiteit De landschappelijke investering van een zonneveld blijft in beginsel over na het opruimen van de zonnevelden. Zo wordt dus nu vormgegeven aan het toekomstige landschap. Dat is een basisregel. Extra punten zijn te verdienen door de landschappelijke investering steviger te borgen en/of groter te maken. Hoe behoud je de landschappelijke investering nadat het veld weg is? • De landschappelijk investering vastleggen als natuur = 1 punt • De landschappelijk investering en het zonneveld vastleggen als groen = 2 punten • De landschappelijk investering en het zonneveld vastleggen als natuur = 4 punten

IV | Dubbelgebruik Het meervoudig gebruiken van zonnevelden is waardevol. Zo gaan we zorgvuldig en meervoudig om met de ruimte onder en tussen de panelen? Hoe meer dubbelgebruik hoe waardevoller de ontwikkeling van een zonneveld. Iedere vorm van dubbelgebruik scoort gelijkwaardig: • Dubbel met verbetering van de Waterberging = 1 punt • Dubbel met verbetering van de Biodiversiteit = 1 punt • Dubbel met behoud van de Landbouw = 1 punt • Dubbelgebruik door nieuwe recreatie/educatie = 1 punt V | Bijdrage aan andere opgaven in de fysieke omgeving Door de realisatie van een zonneveld kan ontsierende bebouwing en verharding gesaneerd worden. Daarmee vergroten we op termijn de kwaliteit van het landschap. • Het slopen van ontsierende bebouwing denk aan van VAB’s en het terugdringen van aanwezige verharding = 2 punten

8.4 Procesregels

De waarden en score werken als een soort mengpaneel. Zo wordt inzichtelijk welke keuzes gemaakt kunnen worden om tot de juiste waarde te komen.

Na vaststelling van dit kleinschalige initiatievenkader kunnen er plannen aangedragen worden bij de gemeente. Hiervoor gelden de volgende procesregels: • De initiatiefnemer dient een principeverzoek in bij de gemeente. Hierin zet hij/zij het voorgenomen in grote lijnen uiteen. Daarbij gaat de initiatiefnemer in op de harde eisen en optionele regels. In het principeverzoek zet de initiatiefnemer daarbij bijvoorbeeld uiteen hoe de initiatiefnemer de om-

gevingsdialoog vorm gaat geven (op basis van de beleidsnota omgevingsdialogen). • Het principeverzoek wordt inhoudelijk integraal bekeken door de gemeente. Uiteindelijk neemt het college van Burgemeester & Wethouders een besluit op het principeverzoek. • Bij een positief besluit op het principeverzoek kan de initiatiefnemer verder gaan met het uitwerken van het plan. Dit gebeurt op basis van provinciale regelgeving door middel van een projectafwijkingsbesluit (omgevingsvergunning buitenplanse afwijking). In de uitwerking neemt de initiatiefnemer o.a. op hoe gegarandeerd wordt hoe het zonneveld na 25 jaar wordt opgeruimd of omgevormd naar de beoogde herbestemming. • Het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking gebeurt nadat de omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. Na de omgevingsdialoog start de formele procedure die bij een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking hoort. Het college is bevoegd gezag en legt een ontwerp-omgevingsvergunning zes weken ter visie. Naar verwachting treedt in oktober 2022 of januari 2023 de Omgevingswet in werking. Deze procesregels zijn onderhevig aan deze aankomende stelselwijziging. Initiatiefnemers kunnen bij de gemeente navraag doen over de op dat moment geldende procesregels.

51

9 Kleine windmolens Binnen dit kleinschalig initiatievenkader duurzame opwek kijken we naast zonnevelden tot 1,5 ha. ook naar kleine windmolens, de zogenaamde erfwindmolens. We willen agrariërs de mogelijkheid bieden om een kleine windmolen op en t.b.v. hun agrarisch bedrijf te plaatsen. Ook bij andere bedrijven zien we mogelijkheden voor kleine windmolens.

52

9.1 Wat is een kleine windmolen? Het onderscheid tussen kleine en grote windmolens is voor de meeste mensen wel duidelijk. Grote windmolens zijn 80 tot 120 meter hoog, maar worden nog steeds veel hoger. In de Flevopolder komen windmolens van maar liefst 248 meter en de grootste windmolen ter wereld komt in de Rotterdamse haven. Deze heeft maar liefst een hoogte van 260 meter. Kleine windmolens zijn veelal particuliere windmolens met een met een hoogte variërend tussen de 15 en 30 meter. Op nationaal niveau is er geen beleid ten aanzien van kleine windmolens. Een aantal provincies en gemeentes hebben wel beleid op dit onderwerp en daarin ook de maximale hoogte van kleine windmolens vastgelegd.

• • • •

Wijchen: maximale tiphoogte 20 meter Apeldoorn: maximale ashoogte 15 meter Barneveld: maximale bouwhoogte 20 meter Ede: maximale ashoogte 15 meter. Dit is/wordt binnenkort 30 meter • Scherpenzeel: maximale ashoogte 20 meter • Ermelo: maximale bouwhoogte 25 meter en maximale ashoogte 15 meter

9.2 Wat kan er binnen het huidige bestemmingsplan? Op dit moment gelden in de gemeente BaarleNassau in het buitengebied hoofdzakelijk de volgende bestemmingsplannen: Buitengebied 1990 en Buitengebied 2008. In deze bestemmingsplannen is nog niets opgenomen over kleine windmolens. Er is alleen een bepaling opgenomen over de bouwwerken, overige bouwwerken geen gebouw zijnde. Deze mogen slechts 3 meter hoog zijn. Kortom op dit moment zijn kleine windmolens binnen de gemeente BaarleNassau niet mogelijk zonder af te wijken van het bestemmingsplan. In de buurgemeente Alphen-Chaam kunnen binnen het geldende bestemmingsplan kleine windmolens met een maximale ashoogte van 15 meter. Dit is gekoppeld aan de bestemming agrarisch-agrarsich bedrijf, bedrijf en wonen. Dat is in lijn met wat in veel

andere gemeentes met beleid (in bestemmingsplannen) m.b.t. kleine windmolens geldt. Vanuit dit kleinschalige initiatievenkader duurzame energie wordt aangeraden om kleine windmolens met een maximale ashoogte van 15 meter bij (agrarische) bedrijven in het buitengebied toe te staan.

9.3 Waarom kan een kleine windmolen interessant zijn? Het voordeel van een kleine windmolen is dat een agrariër of andere ondernemer door een combinatie van zon op dak en op het erf en deze kleine windmolen voldoende energie kan opwekken om de investering rendabel te maken. De ondernemer moet namelijk ook investeren in een kabel om aan te kunnen sluiten op het energienetwerk. Dit is bij grotere projecten, die meer energie opleveren, beter betaalbaar. Ook kan er met een kleine windmolen duurzame energie opgewekt worden zonder dat dit ten koste van agrarische grond gaat. Ook levert de combinatie van zonne- en windenergie een meer constante aanvoer van energie op het netwerk op.

53

10 Toetsingscriteria kleine windmolens

54

10.1 Leidende principes

10.2 Harde eisen

In de algemeen leidende principes staan ook al leidende principes voor kleine windmolens. Net als zonnevelden mogen ook kleine windmolens niet geplaatst worden in beschermde natuurgebieden (NNB) en beekdalen (huidige). De kleine windmolens moeten aansluiten op gebied specifieke kenmerken. Om hier aan te voldoen moet de kleine windmolen gekoppeld worden aan een bebouwingsensemble. Hieronder verstaan we het huis, de stallen en bedrijfsbebouwing, opgaande beplanting en eventueel andere hoge elementen (bijvoorbeeld silo’s). Door als harde eis te stellen dat de kleine windmolen op het (agrarisch) bouwvlak moet komen, wordt voldaan aan de koppeling aan het bebouwingsensemble.

1. De initiatiefnemer voor de kleine windmolen maakt een plan voor de inpassing en betrekt de buurt. De buurt definiëren we door een cirkel van 200 meter om de molen te nemen.

Bij de plaatsing van een kleine windmolen dient ookzorgvuldig omgegaan te worden met cultuurhistorische waarden en monumenten.

2. De kleine windmolen is tijdelijk. Een vergunning wordt voor maximaal 25 jaar verleend. 3. De kleine windmolens zijn alleen toegestaan binnen bouwvlakken, aansluitend bij de bebouwing van agrarisch en niet-agrarische bedrijven en woning in het buitengebied. Op deze manier vormt de kleine windmolen een ruimtelijke eenheid met de bebouwing. Door de clustering vindt er minimale aantasting van de landschappelijke waarde plaats. 4. De maximale hoogte van een kleine windmolen is 15 meter ashoogte. Ter vergelijking: een grote boom wordt ongeveer 25 meter hoog. 5. Een kleine windmolen staat minimaal 100 meter van woningen van derden. Dit geldt niet voor de eigen woning. De afstand tot de openbare weg is minimaal 30 meter. 6. Bij plaatsing van meerdere kleine windmolens (maximaal 2) is de afstand tussen de kleine windmolens minimaal drie keer de rotordiameter.

Een erfwindmolen in Houwerzijl Foto: E.A.Z. Wind

55

11 Bijlage analyse Historische kaart 1900 > Op de historische kaart van 1900 is goed te zien welke gronden van oudsher het meest vruchtbaar zijn en toen al landbouwkundig in gebruik waren. De witte vlakken zijn de hoger gelegen akkers en in groen zijn lager gelegen natte gronden weergegeven, die voor het weiden van het vee werden gebruikt. De drie dor-

56

pen zijn ontstaan op de oude enkeerdgronden. Deze gronden zijn van oudsher de beste (meest vruchtbare) landbouwgronden. In 1900 zijn grote delen van de gemeente nog woeste grond, oftewel heide. Deze gronden bestonden uit klapzand en waren niet interessant voor de landbouw. Pas later, na de uitvinding van de kunstmest, zijn de grote heidegebieden ontgonnen ten behoeve het agrarisch gebruik. Op een aanzienlijk deel is ook productiebos aangelegd. Het grootste deel van deze bossen is gedurende de 20e eeuw omgezet in landbouwgronden.

57

Topografische kaart >

< TOP kaart De gemeente Baarle-Nassau is cira 7.600 hectare groot en heeft circa 6.900 inwoners. In de gemeente liggen drie dorpen: Baarle-Nassau, Ulicoten en Castelré (ook meer een buurtschap). Daarnaast kent de gemeente vele buurtschappen, waaronder BaarleNassau Grens, Schaluinen, Reth, Liefkenshoek, Nijhoven, Veldbraak, Tommel, Gorpeind, Hoogeind, Eikelenbosch, Heesboom, Loveren, Reuth, Het Goordonk, Huisvennen, Boschoven, Driehoven, Klein-Bedaf, Voske, Groot-Bedaf, Heikant, Maijkant, Oude Strumpt en Nieuwe Strumpt.

Kenmerkend voor het landschap zijn: de oude agrarische bouwlanden, de jonge agrarische ontginningen en het bekensysteem van Mark en Leije. Het beekdal van ‘t Merkske komt uit in de Mark. Door het landschap lopen een aantal grote infrastructurele lijnen: N639 (Bredaseweg) en de N260 (Alphenseweg en Turnhoutseweg). Van BaarleNassau naar Alphen naar Riel loopt ook de oude spoorlijn het Bels Lijntje. Het totale tracé is van Turnhout naar Tilburg.

Historische kaart 1900 >

gebruik interessant. Het zijn open gebieden met ruim opgezette percelen. De verkaveling is efficiënt en de erven liggen langs rechte wegen. Het gaat om de Ulicoten Heide, de Kwaalburgsche Heide (deels), de Strumptsche Heide, de Tommelsche Heide, de Retsche Heide en de Bedafse Heide (deels). Rondom Baarle-Nassau liggen nog een aantal kleinere bossen, die overgebleven zijn vanuit de grotere bossen (zie kaart 1900). De bossen zijn van oudsher grotendeels productiebossen (houtteelt). De bossen zijn geplant op de voormalige woeste gronden (heidegebied). In deze bossen liggen tegenwoordig veel vakantieparken. Er zijn hier twee beekdalsystemen. De Oude Leij stroomt van aan de oostzijde van de gemeente van zuid naar noord (naar Tilburg). De Mark stroomt ten westen van de gemeente van zuid naar noord (naar Breda). Alle zijbeken van de Mark vanuit de kant van Baarle-Nassau stromen van zuidoost naar noordwest. Het gaat om: Pools Heining, Reutsche Loop, Bremer, Vergoor, het Groot Vergoor, Strijbeeksche Beek. Op de grens van Nederland en België ligt het beekdal van ‘t Merkske. Ook deze stroomt naar de Mark. De beken en watergangen ten oosten van Baarle-Nassau stromen van zuidwest naar noordoost naar de Lei. Het gaat o.a. om de Retsche Loop.

58

< Deelgebieden / sferen Op basis van de huidige verschijningsvorm en de landschapsgeschiedenis is het grondgebied van de gemeente Baarle-Nassau te verdelen in de volgende deelgebieden: De oude ontginningen bevinden zich rondom de dorpen. Dit zijn van oudsher de meest vruchtbare gronden en deze gronden zijn dus al vroeg ontgonnen

voor het landbouwkundige gebruik. Het landschap is hier kleinschalig en onregelmatig en heeft kromme wegen en een verscheidenheid aan landschapselementen zoals houtsingels en bosschages. De jonge ontginningen zijn pas laat in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. Dit zijn van oudsher slechte gronden (klapzand). Door de uitvinding van kunstmest werd landbouwkundig

Helemaal zuidelijk in de gemeente Baarle-Nassau ligt het beeldal van ‘t Merkske. Deze authentieke, kronkelende beek is uniek, omdat ze altijd met rust is gelaten en nooit gekanaliseerd is. Het 19e eeuwse karakter met houtsingels, bramenwalletjes, bloemrijke graslanden en heel veel elzen is hier nog aanwezig.

Foto: open landscap bij Uicoten

59

60

61

Kaart cultuurhistorische waarden >

Natuurwaarden Bossen: -Kleine bossen rondom Baarle-Nassau -Kleine bossen in en langs het beekdal ‘t Merkske Beeksystemen: -Lei: oostelijk gebied -Mark: westelijk gebied ‘t Merkske stroomt naar de Mark. Ecologische verbindingen: o.a. ‘t Merkske, Pools Heining, Reutsche Loop en het Bels Lijntje. Natte natuurparel: Beekdal ‘t Merkske

Cultuurhistorische waarden > Cultuurhistorische landschappen: Oudzandlandschap bij Castelré Complexen van -Cultuurhistorisch belang: Landgoed De Kievit, Landgoed De Gaarshof, Klooster De Grens en een graanmaalderij Historisch geografische vlakken, o.a.: - Landgoederen: Hollandse Bossen, Kievitshof - Heideontginningen: De Withagen, Martina’s Hoeve - Akkercomplexen: Nijhoven, etc. Historische stedenbouw: Loveren, Ulicoten

Kaart koppelkansen 62

63

Kaart sfeer + uitsluitingen > Sfeer & uitsluitingen Op deze kaart staan de uitsluitingen in grijs aangegeven. Het betreft de beekdalen en de bossen (Natuur Netwerk Brabant).

Koppelkansen Op deze kaart staan de ontwikkelingen aangegeven. Daar waar veranderingen in de toekomst optreden of daar waar ontwikkelingen gewenst zijn, ontstaan koppelkansen. Je kunt dan werk met werk maken.

64

65

Sfeer & uitsluitingen & koppelkansen Hier zijn drie kaarten gecombineerd, namelijk de uitsluitingen (grijs), de koppelkansen (kleuren) en de deelgebieden (achtergrond).

Sfeer & koppelkansen > Dorpsranden: Baarle-Nassau Ulicoten (Snel)wegen en spoorlijnen: Bels Lijntje Provinciale wegen Bedrijventerreinen RWZI Baarle-Nassau Bedrijventerrein Baarle-Nassau

Boomkwekerijen/kassen VAB’s MOB-complexen Vakantieparken

LOS stadomland B.V.

Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Telefoon: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

Kleinschalig initiatievenkader duurzame energie gemeente Baarle-Nassau

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11729005/1